CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

G -jaarstukken-2022-werkom-bedrijfsvoeringsorganisatie

Gemeenteraad 29 juni 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Jaarstukken en begroting Werkom16.616 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

26.350

26.350

26.350

26.350

8,2% 2.161

8,2% 2.161

8,2% 2.161

8,2% 2.161

Toets kasgeld limiet Netto vlottende schuld Toegestane kasgeldlimiet

60 2.161

103 2.161

116 2.161

136 2.161

Ruimte (+)/ Overschrijding (-)

2.221

2.264

2.276

2.296

Renterisiconorm De overheid heeft met de renterisiconorm een kader gesteld om openbare lichamen tot een zodanige opbouw van de leningenportefeuille te laten komen, dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt. Indien een leningenportefeuille gelijkmatig is opgebouwd, zal ook het renterisico worden gespreid over de jaren. De Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden geeft aan dat de renterisiconorm voor gemeenschappelijke regelingen bepaald wordt door 20% van het begrotingstotaal met een minimum van € 2,5 mln. Werkom heeft momenteel geen langlopende leningen. Gewijz. Realisatie Begroting Realisatie 2022 2022 2021 Bedragen x € 1.000 Saldo langlopende leningen o/g per 1 700,0 januari Totaal grondslag 28.234,5 26.350,1 28.382,9 Renterisiconorm 5.646,9 5.270,0 5.676,6 Nieuwe lening Ruimte 5.646,9 5.270,0 5.676,6

pagina 25

Paragrafen EMU saldo Het saldo van de rekening van baten en lasten waar decentrale overheden mee werken is een saldo in 'baten-lasten' termen. Voor het EMU-saldo zijn echter alleen de transacties met derden relevant. Om het EMU-saldo af te leiden, dienen er correcties op het exploitatiesaldo te worden uitgevoerd. Daarnaast zijn er ook baten en lasten die voor het EMU-saldo wel van belang zijn, maar die niet via de exploitatie lopen.

Bedragen x € 1.000 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) Mutatie (im)materiële vaste activa Mutatie voorzieningen Mutatie voorraden Boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa Berekend EMU-saldo

pagina 26

Realisatie 2022 527,23,5180,2 -

350,4-

Jaarrekening 2022

pagina 27

Overzicht van baten en lasten

Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Realisatie 2022

Gewijzigde begroting 2022

Primaire begroting 2022

Baten Bekostiging uitvoering PW Bekostiging uitvoering SW Overige bijdragen Overige baten Subtotaal Netto toegevoegde waarde Totaal baten

8.496.724 13.434.599 25.555 2.463.854 24.420.732 3.286.637 27.707.369

8.178.599 13.906.684 22.085.283 3.356.860 25.442.144

8.178.599 14.559.875

22.738.474 5.311.381 28.049.855

8.480.599 14.173.852 111.995 1.878.891 24.645.336 3.170.296 27.815.633

Lasten Loonkosten Overige bedrijfskosten Totaal lasten

23.515.897 4.718.640 28.234.538

21.672.979 4.677.169 26.350.148

24.408.700 3.974.195 28.382.895

23.829.775 4.031.174 27.860.949

527.168-

908.005-

333.040-

45.316-

Onttrekking aan reserves Toevoegingen aan reserves

527.168

16.715

16.715

45.316

Gerealiseerd resultaat

-

891.290-

316.325-

-

Het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

pagina 28

Realisatie 2021

Toelichting baten en lasten

Toelichting op het Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Algemeen Werkom voerde in 2022 voor de 2 deelnemende gemeenten één programma uit en daarbinnen de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) en deeltaken m.b.t. de Participatiewet (PW). Begrotingsrechtmatigheid Bij de rechtmatigheidscontrole wordt ook getoetst aan het begrotingscriterium. Het overzicht van baten en lasten toont dit boekjaar en voor de bedrijfsvoeringsorganisatie een lastentotaal van € 28.234.538 terwijl er in de gewijzigde begroting € 26.350.148 was opgenomen. Daarnaast is er een totaal van de baten van € 27.707.369 terwijl er in de gewijzigde begroting € 25.442.144 was opgenomen. Het gerealiseerde resultaat is daarmee in de werkelijkheid € 364.122 gunstiger dan begroot. Op onderdelen binnen de baten en lasten zijn er dus onder- en overschrijdingen die elkaar compenseren. Er is derhalve per saldo geen sprake van begrotingsonrechtmatigheden. Niettemin is er behoefte aan een completer inzicht. De 2 entiteiten van Werkom, de BVO en de BV zijn organisatorisch één geheel en tevens een fiscale eenheid. De voor de BVO relevante regelgeving, het BBV, laat echter niet toe dat geconsolideerd wordt gerapporteerd (artikel 5). De scheiding is destijds gemaakt om juridische redenen, m.n. op het gebied van aan- en inbesteden, niet om economische redenen.

Tussen de 2 entiteiten bestaan onderling grote geldstromen en doorbelastingen. De overzichten van baten en lasten per entiteit bieden niet het gewenste totaaloverzicht. In de werkelijkheid kan er bovendien voor enkele baten en lasten niet worden geboekt zoals dat in de begroting was opgenomen. Dit maakt een vergelijking van de begroting met de realisatie per entiteit niet zinvol. Om toch tegemoet te komen aan de wens om inzicht te hebben in de totale geldstromen, is er voor gekozen de geconsolideerde bedragen (begroot en realisatie) in een bijlage op te nemen en toe te lichten. Deze bijlage valt evenwel buiten de controle van de onafhankelijk accountant. BTW vrijstelling In 2020 heeft de fiscus een voorlopig standpunt kenbaar gemaakt dat Werkom in aanmerking komt voor de sociaal/culturele BTW-vrijstelling. Dit houdt in dat het budget voor de uitvoering van de PW vrij van BTW kan worden overgedragen maar ook dat er voor Werkom sprake is van kostenverhogende BTW in de uitvoering van de PW. Het gaat 100% van de in rekening gebrachte BTW aan directe PW-kosten en voor 23% van de BTW op kosten voor de overhead. Deze BTW kan bij genoemde vrijstelling niet worden 'doorgeschoven' naar de 2 deelnemende gemeenten en door de gemeenten dus ook niet gedeclareerd t.l.v. het BTWcompensatiefonds. Het verkrijgen van de BTW-koepelvrijstelling zou dit nadeel wegnemen.

Per saldo is dat voor Werkom en de 2 gemeenten gunstiger. In deze is Werkom echter geen partij meer; het is aan de gemeenten om verder te procederen voor het verkrijgen van deze vrijstelling.

pagina 29

Toelichting baten en lasten Onderlinge doorbelastingen De loonkosten van personeel in dienst bij Werkom worden integraal verantwoord bij de BVO. Alle kosten die voortvloeien uit ingekomen facturen worden echter juist verantwoord bij Werkom diensten BV. Deze 2 keuzes maken een omvangrijk en intensief onderling verrekeningsverkeer nodig. Het personeel is immers ook nodig voor het behalen van de omzet uit leveringen en diensten van Werkom diensten BV. En alle kosten van derden hebben ook betrekking op de bedrijfsvoering van de BVO. De onderlinge doorbelastingen zijn gebaseerd op de opbrengstverhoudingen. Hierdoor wordt het kostenbeeld in beide entiteiten gecorrigeerd. In de begroting zijn dit soort doorbelastingen verwerkt als directe baten en lasten bij de 2 entiteiten en is niet gerekend met onderlinge doorbelastingen. De omzetten zijn tussen de 2 entiteiten niet evenwichtig verdeeld. In de BV staat de volledige omzet van Industrie en Diensten (I&D). Bij I&D werken personen met een laag arbeidsvermogen. De netto toegevoegde waarde is laag en de bedrijfskosten zijn hoog. Het tekort loopt elk jaar verder op. In de BV komt onvoldoende omzet uit financieel beter presterende bedrijfsonderdelen om het tekort bij I&D te compenseren. Het bedrijfsresultaat bij de BV is in toenemende mate ongunstig. In de BVO staan vrijwel alleen omzetten van Groen&Schoon en Business Post&Printing.

Deze kennen financieel een gunstiger beeld. De BVO wordt daarmee financieel bevoordeeld t.o.v. de BV. In de jaren 2020 en 2021 waren er nog argumenten om externe bronnen aan te wenden waarmee het tekort in de BV kon worden teruggebracht tot een min-of-meer acceptabel bedrag. Voor 2022 is deze optie er niet meer. De BVO moet de BV financieel zodanig compenseren dat er in de BV geen tekorten ontstaan. Voor 2022 moet ook het negatief eigen vermogen in de BV worden opgeheven. Het betreft een totaalbedrag van € 866.000. Eliminatie van interne omzet In het overzicht van baten en lasten wordt geen eliminatie van de interne omzet toegepast. Werkom neemt intern echter wel diensten af via haar eigen bedrijfsonderdelen die dit soort prestaties ook regulier aan derden leveren. De betreffende bedrijfsonderdelen maken daartoe facturen op voor de afnemende interne klanten. Zo ontstaan zowel omzet als kosten. Het betreft diensten die Werkom anders bij derden had moeten afnemen. Genoemd worden schoonmaken van de in gebruik zijnde panden, drukwerk voor eigen gebruik, bezorging van eigen post, groenverzorging of sneeuwruimen rondom de panden. Als er voor deze werkzaamheden geen eigen bedrijfsonderdelen zouden zijn, dan zou Werkom deze diensten bij derden moeten afnemen en dan zouden de kosten wel bij de juiste kostensoorten moeten worden opgenomen.

Bekostiging uitvoering PW Voor de uitvoering van deeltaken uit de Participatiewet dragen de 2 deelnemende gemeenten middelen over aan Werkom. Deze middelen zijn een deel van hetgeen de gemeenten van de rijksoverheid ontvangen. Werkom dient hiervoor trajecten voor haar deel van de doelgroep uit te voeren en de er mee samenhangende kosten te dekken. Het totaal bevat ook deelbudgetten voor (deel)projecten. Het saldo wordt afgerekend met de 2 gemeenten waardoor het financiële resultaat op deze activiteit nihil is.

pagina 30

Toelichting baten en lasten Het totaal van de gemaakte kosten bevat voor Werkom tevens kostenverhogende BTW: dit is BTW die door derden aan Werkom in rekening is gebracht en betrekking heeft op de uitvoering van de PW of de overhead. Deze BTW kan alleen aan de gemeenten worden 'doorgeschoven' in het kader van de transparantiemethode als de BTW-koepelvrijstelling van toepassing is. Dat is momenteel (nog) niet het geval. Daarom is de kostenverhogende BTW voor de gemeenten nog niet declarabel t.l.v. het BTW-compensatiefonds.

Bekostiging uitvoering SW In de bijdrageverordening c.q. de dienstverleningsovereenkomst is bepaald dat de uitvoering van de WSW door de 2 deelnemende gemeenten wordt bekostigd via de vergoeding van de totale WSW-loonkosten plus de uitbetaalde loonkostensubsidies (op SWgeïndiceerden die via Begeleid Werken bij reguliere werkgevers zijn geplaatst). Het hier opgenomen budget is de som van genoemde componenten. Het bedrag is lager dan begroot; zie de toelichtingen bij de onderliggende componenten voor de verklaring. SW-medewerkers van niet-deelnemende gemeenten worden op andere en uiteenlopende grondslagen bekostigd.

Overige baten Deze post bevat o.m. de doorbelastingen van loonkosten van de BVO naar Werkom diensten BV. De toerekening geschiedt o.b.v. omzetverhoudingen. In de begroting komt deze bate niet voor omdat onderlinge doorbelastingen daarin niet apart zijn gepresenteerd. De hier relevante baten en lasten zijn in de begroting opgenomen bij de categorie waar zij verantwoord zouden worden als de baten of lasten direct bij de betreffende entiteit zouden zijn ontstaan.

Netto toegevoegde waarde De Netto toegevoegde waarde (NTW) bestaat uit het verschil tussen de behaalde omzet uit leveringen en diensten en de daaraan toe te rekenen directe orderkosten. Onder de directe orderkosten vallen de vanuit de BV doorbelaste kosten van grond- en hulpstoffen, halffabricaten en de kosten van uitbesteed werk. De kosten zijn via een verdeelsleutel o.b.v. omzetten toegerekend. Dit soort aanschaffingen zijn als directe orderkosten (materiaalverbruik) verwerkt. De voorraden bij Werkom ultimo boekjaar zijn op nihil gewaardeerd. De NTW van de BVO uit leveringen van goederen en diensten is als volgt samengesteld: Gewijzigde Realisatie begroting Realisatie 2022 2022 2021 € 762.239 € 955.709 € 807.793 Business Print&Post Green&Clean € 2.486.494 € 2.401.151 € 2.276.274 Overige € 37.905 € € 86.229 € 3.286.637 € 3.356.860 € 3.170.296 De hier niet genoemde bedrijfsonderdelen hebben geen omzet behaald bij de 2 deelnemende gemeenten doch alleen bij derden. De omzet aan derden wordt in de BV verantwoord.

pagina 31

Toelichting baten en lasten De inbesteding van opdrachten aan passend werk van de deelnemende gemeenten kennen t.o.v. de begroting wisselend niveau maar zijn t.o.v. de realisatie over het vorig boekjaar hoger. De aantallen direct productieve personen in genoemde bedrijfsonderdelen nemen af. De oorzaak is het natuurlijk verloop van WSW-medewerkers. Daar een instroom vanuit andere doelgroepen tegenover, maar deze compenseert genoemde uitstroom niet. De behaalde NTW is niettemin hoger; dit is te danken aan een combinatie van factoren (beter betaald werk, hogere prijzen, hogere productiviteit).

Loonkosten Aan de lastenzijde vormen de loonkosten de belangrijkste post. Deze bestaat uit de volgende onderdelen: Gewijzigde Realisatie Realisatie begroting 2022 2021 2022 > Loonkosten WSW € 12.606.142 € 13.121.182 € 13.348.276 > Loonkosten andere doelgroepen € 895.381 € 475.585 € 225.337 > Salariskosten ambtelijk € 8.679.758 € 6.770.904 € 8.689.338 > Externe dienstverlening (inhuur) € 268.550 € 157.400 € 636.700 > Overige personeelskosten € 387.526 € 435.142 € 213.237 > Betaalde loonkostensuppletie BW € 678.541 € 712.766 € 716.886 € 23.515.897 € 21.672.979 € 23.829.775 De loonkosten WSW dalen door het natuurlijk verloop, en stijgen door promoties naar een hogere loonschaal of hogere tredes binnen een loonschaal. Het totaalbedrag wijzigt door cao-afspaken, fiscale maatregelen of veranderingen in de premies voor sociale verzekeringen. Dat kan zowel tot stijgingen als tot dalingen van de loonkosten leiden. Over het dit boekjaar werd gemiddeld 376,6 FTE verloond. De loonkosten voor andere doelgroepen nemen toe. Sinds de inwerkingtreding van de cao "Aan de slag" groeit het aantal dienstverbanden, niet alleen door nieuwe instroom, maar ook door de 'overname' van personen die eerst elders moesten worden verloond. Deze post bevat ook de ontvangen loonkostensubsidies voor deze groep. De salariskosten voor het ambtelijk personeel zijn vrijwel gelijk aan die over 2021.

Ook de bezetting bleef vrijwel gelijk. Een vergelijking met de begroting is hier niet zinvol omdat er in de begroting ook ambtelijke salariskosten bij de BV zijn opgenomen terwijl in de realisatie alle ambtenaren bij de BVO in dienst zijn. De totale kosten van de externe dienstverlening zijn primair in de BV geboekt en daarna o.b.v. omzetverhoudingen toegerekend.

pagina 32

Toelichting baten en lasten Overige bedrijfskosten Deze kostensoorten worden in de werkelijkheid bijna geheel bij Werkom diensten BV verantwoord. Via een onderlinge doorbelasting vanuit de BV o.b.v. omzetverhoudingen worden er kosten bij de BVO in rekening gebracht. Voor dit boekjaar bevat dit bedrag een bijzondere post (zie ook de toelichting onder "Onderlinge doorbelastingen"). De omzet in de BV bestaat namelijk voor een groot deel uit omzet van het bedrijfsonderdeel I&D. Daar werken hoofdzakelijk personen met een laag arbeidsvermogen. De netto toegevoegde waarde is laag en de bedrijfskosten zijn hoog. Het tekort in de BV loopt daardoor elk jaar verder op. In de boekjaren 2020 en 2021 waren er nog argumenten om externe bronnen aan te wenden waarmee het tekort in de BV kon worden teruggebracht tot een min-of-meer acceptabel bedrag. Voor 2022 is deze optie vrijwel geheel weggevallen. Zonder aanvullende maatregel, zou er een omvangrijk tekort in de BV ontstaan en als gevolg ook een groot negatief eigen vermogen. Dit zou leiden tot een waarderingsvraagstuk op de balans van de BVO. Voor 2022 is het tekort in de BV alsmede het bestaande negatief eigen vermogen daarom opgeheven via een extra doorbelasting van de BV aan de BVO van € 866.000. Dit verklaart de afwijking van de realisatie over 2022 t.o.v. het vorige boekjaar.

Voor een zinvolle vergelijking wordt overigens verwezen naar de geconsolideerde cijfers op bijlage 3. Daar worden de onderlinge doorbelastingen geëlimineerd.

Onttrekking aan reserves Deze onttrekking heeft betrekking op de bestemmingsreserve voor de verplichting voor WSW-vakantiegeld. Deze onttrekking is in de primaire en gewijzigde begroting ten onrechte niet als resultaatbestemming verwerkt, maar opgenomen in de baten en lasten. Het begrote bedrag betreft € 16.715. In werkelijkheid was het € 32.727.

Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Er zijn geen structurele toevoegingen aan reserves. De structurele onttrekkingen aan de reserves bestaan uit de onttrekking aan de bestemmingsreserve voor de WSWvakantiegeldverplichting. Deze daalt jaarlijks door het natuurlijk verloop van deze groep medewerkers. Deze daling overtreft de stijging van de grondslag voor het vakantiegeld, waardoor ook de verplichting daalt.

Incidentele baten en lasten De commissie BBV heeft in 2018 een notitie over incidentele baten en lasten uitgebracht. In beginsel moeten structurele lasten gedekt worden door structurele baten. Om dat vast te kunnen stellen, is belangrijk dat inzicht bestaat in welk deel van de baten en lasten incidenteel zijn en welke structureel. In de financiële verordening zou een grensbedrag moeten staan vanaf welke omvang incidentele lasten en baten afzonderlijk gespecificeerd moeten worden; dat grensbedrag ontbreekt evenwel. Het BBV geeft geen scherpe definitie wat incidenteel of structureel is en laat ruimte aan de decentrale overheden in de eigen beoordeling van de lokale omstandigheden. Bovendien zijn er diverse uitzonderingen.

pagina 33

Toelichting baten en lasten De 2 entiteiten die samen Werkom vormen, bestaan sinds 1 januari 2018. In de jaren na de oprichting was Werkom volop in ontwikkeling. De grootste en hiermee samenhangende projecten zijn in de loop van het jaar 2021 afgerond. In het jaar 2022 is de verbouwing van het pand aan de Einsteinstraat afgerond. In de jaren 2018 en 2019 zijn ook een aantal ingrijpende keuzes gemaakt over de (her)inrichting van de geldstromen binnen de 2 entiteiten. Dit had grote effecten op de presentatie van een aantal posten op het overzicht van de baten en lasten. Daarnaast bevatten de begrotingen per entiteit op sommige soorten baten en lasten onvoldoende detailgegevens om afwijkingen ten opzichte van de realisatie te kunnen vaststellen en analyseren. Als de posten op het overzicht van baten en lasten worden beoordeeld conform onze interpretaties van de regels, kunnen (met enige concessies) alleen de volgende als 'structureel' worden aangemerkt: > Bekostiging uitvoering SW > Netto toegevoegde waarde > Loonkosten Al de niet genoemde posten kennen, t.o.v. de begroting en gezien over een periode van 3 jaar, té grote afwijkingen. Het zou evenwel het inzicht in de financiële positie van Werkom niet verbeteren, als deze andere posten als 'incidenteel' zouden worden gekenmerkt. Op grond van de bijdrageverordening zijn de baten en lasten van Werkom altijd in evenwicht.

Positieve resultaten worden (tot een bepaald maximum) toegevoegd aan de algemene reserve. Negatieve resultaten worden onttrokken aan de algemene reserve of, als die daarvoor ontoereikend is, gedekt door gemeentelijke bijdragen. Om bovenstaande redenen acht Werkom het niet zinvol het gewenste overzicht op te stellen en op te nemen.

Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Bij Werkom is er geen sprake van algemene dekkingsmiddelen. Er is in de begroting voor Werkom géén bedrag voor onvoorziene lasten opgenomen.

pagina 34

WNT-verantwoording

WNT-verantwoording 2022 Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend De WNT is van toepassing op Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend (Werkom). Het voor Werkom toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2022 € 216.000 (het algemeen bezoldigingsmaximum). 1. Bezoldiging topfunctionarissen 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt. Gegevens 2022 bedragen x € 1 Y.F.W. Hoogtanders Functiegegevens Algemeen directeur Aanvang en einde functievervulling in 2022 01/01 - 15/07 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,00 Dienstbetrekking? Nee Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen € 97.566 Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal € 97.566 Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€

115.989

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging

€

n.v.t. 97.566

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling Gegevens 2022 bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2022 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal

N.v.t. N.v.t.

H.P. Guldemeester Algemeen directeur (waarnemend) 16/07 - 30/09 1,00 Ja € € €

20.094 3.379 23.473

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€

45.567

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging

€

n.v.t. 23.473

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

pagina 35

N.v.t. N.v.t.

WNT-verantwoording Gegevens 2022 bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2022 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal

S.W. van Drooge Algemeen directeur 01/10 - 31/12 1,00 Ja € € €

30.431 5.544 35.975

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€

54.444

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging

€

n.v.t. 35.975

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling 1d. Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.800 of minder. Gegevens 2022 Naam topfunctionaris dhr. J. Krieger Gemeente Zaanstad dhr. H.M.M. Rotgans Gemeente Purmerend

N.v.t. N.v.t.

Functie Bestuurslid Bestuurslid

Deze bestuursleden ontvangen op grond artikel 44 van de gemeentewet voor hun werkzaamheden geen vergoeding. Gegevens 2021 bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2021 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal

Y.F.W. Hoogtanders Algemeen directeur 01/01 - 31/12 0,93 Nee €

176.112

€

176.112

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€

194.486

Bezoldiging

€

176.112

3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2022 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

pagina 36

Balans

Balans per

in €

ACTIVA

31 december 2022

31 december 2021

VASTE ACTIVA Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Financiële vaste activa Kapitaalverstrekking aan: Overige verbonden partijen

-

3.515

50.000

50.000

Totaal vaste activa

50.000

53.515

VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen 1.448.532 1.377.467 Rekeningcourantverhouding met niet-financiële instelling 2.736.552 3.002.515 Uitzettingen in ’s Rijks schatkist 794.996 378.429 Liquide middelen Banksaldi

149.799

66.888

Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen. 577.768 767.617 Totaal vlottende activa

5.707.647

5.592.916

Totaal generaal

5.757.647

5.646.431

pagina 37

Balans

PASSIVA

31 december 2022

31 december 2021

VASTE PASSIVA Eigen vermogen 1. Algemene reserve 2. Bestemmingsreserve 3. Gerealiseerd resultaat Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's

Totaal vaste passiva

1.512.775 463.826 -

2.007.217 496.553 -

593.982

413.745

2.570.584

2.917.515

VLOTTENDE PASSIVA Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume 3.187.063 2.728.917 Totaal vlottende passiva

3.187.063

2.728.917

Totaal generaal

5.757.647

5.646.431

pagina 38

Grondslagen

Algemene grondslagen en grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding Deze jaarrekening betreft de bedrijfsvoeringsorganisatie o.b.v. de wet gemeenschappelijke regelingen 'Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend' (hierna ook: 'Werkom'). De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft.

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in beginsel toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor de vakantiegeldverplichting van de WSWmedewerkers heeft Werkom een bestemmingsreserve gevormd. Voor de verlofaanspraken heeft Werkom een verplichting op de balans staan.

Continuïteit In deze jaarstukken zijn de waarderingen gekozen o.b.v. het 'going-concern' principe. Sinds oprichting is door de 2 deelnemende gemeenten geïnvesteerd in Werkom zodat er een complete en professionele organisatie is ontstaan voor toeleiding van personen uit de doelgroepen naar de arbeidsmarkt. Er zijn geen aanleidingen om te twijfelen aan de continuïteit van Werkom. Vanaf 2020 werden in Nederland ingrijpende overheidsmaatregelen van kracht i.v.m. het coronavirus. Deze hebben ook gevolgen gehad voor de bedrijfsvoering van Werkom. De financiële effecten hebben zich sindsdien gemanifesteerd; deze zijn verwerkt in de baten en lasten. De overheid heeft extra middelen toegekend aan de gemeenten om de effecten van de coronacrisis te bestrijden. Een deel van deze middelen is ook aan Werkom toegekend. Vanaf het voorjaar van 2022 wordt er een oorlog in Oost-Europa. Dit heeft indirect geleid tot een hoge inflatie. Bestuur en directie zijn van mening dat toekomstige gevolgen van beide onderwerpen de continuïteitsveronderstelling van Werkom niet wezenlijk zullen beïnvloeden.

pagina 39

Grondslagen Vergelijking met de begroting In de begroting zijn de baten en lasten soms anders gerangschikt. In deze jaarstukken zijn de baten en de lasten gegroepeerd. Bovendien zijn in de begroting andere keuzes gemaakt om de baten en lasten per entiteit (de BVO en de BV) te presenteren. Dit maakt een vergelijking met de gerealiseerde cijfers per entiteit niet zinvol. De geconsolideerde cijfers (op de bijlage) geven een beter beeld van de baten en lasten van Werkom als geheel.

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva Materiële vaste activa Overige investeringen met economisch nut De materiële vaste activa zijn grotendeels eigendom van Werkom diensten BV. Zij worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de toegepaste jaarlijkse afschrijvingen. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. In het algemeen worden de hieronder vermelde percentages gehanteerd. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen ook rekening gehouden met een bijzondere waardevermindering indien deze naar verwachting duurzaam is. In dit jaar heeft een dergelijke vermindering niet plaatsgevonden. Onder 'Continuïteit' is het perspectief van Werkom beschreven. Dit heeft voor dit boekjaar niet tot herwaarderingen op de vaste activa geleid. a. Gronden en terreinen n.v.t. b. Bedrijfsgebouwen/verbouwingen 10% c. Vervoermiddelen 20% *) 1 d. Machines, apparaten en installaties 5%-10%-20%-33 /3% e. Overige materiële vaste activa 5%-20%-331/3% In afwijking hiervan is het volgende nog van belang: Kleine aanschaffingen (tot € 10.000 per item) worden rechtstreeks t.l.v. de exploitatie geboekt.

*) Voor vervoermiddelen uit het wagenpark wordt per voertuig een contract afgesloten met de leverancier waarin, afhankelijk van het aantal te rijden kilometers, de levensduur en de restwaarde zijn vastgelegd. Deze elementen worden gebruikt om de jaarlijkse afschrijvingskosten te bepalen. Het percentage kan daardoor variëren.

pagina 40

Grondslagen Financiële vaste activa Bij de oprichting van Werkom is gekozen voor een construct van een BVO o.b.v. een gemeenschappelijke regeling (Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend) en een BV (Werkom diensten BV). Werkom is enig aandeelhouder van Werkom diensten BV. Werkom heeft het aandelenkapitaal op de balans opgenomen en gewaardeerd tegen de nominale waarde, € 50.000. De BV is opgericht om juridische redenen van aanbestedingsrechtelijke aard. De splitsing heeft derhalve geen bedrijfseconomisch karakter. De exploitatie van de activiteiten in de BV staat echter in toenemende mate onder druk. Dit leidt tot groeiende tekorten in de BV. Vanuit de BVO worden deze tekorten gecompenseerd zodat er een nihilresultaat ontstaat. In 2021 heeft het bestuur van Werkom (als aandeelhouder van de BV) een ontbindingsbesluit genomen. Dit is nog niet geëffectueerd. Naar verwachting zal de BV worden vereffend en geliquideerd. De activiteiten van de BV gaan alsdan over op Werkom. De overdracht van de activa en passiva kwalificeert als overgang van een algemeenheid van goederen. Na de overgang van de operationele activiteiten zal de BV worden geliquideerd waarbij een eventueel resterend saldo zal overgaan naar Werkom. Werkom en Werkom diensten BV vormen een organisatorische en fiscale eenheid. De consequenties voor de relaties zijn derhalve nihil.

Op grond hiervan ziet het bestuur geen reden de waardering van deze kapitaalverstrekking aan te passen.

Voorzieningen De voorzieningen zijn gebaseerd op de nominale waarde; zij staan gepresenteerd op de passivazijde van de balans. De voorziening op de kapitaalverstrekking aan deelnemingen is in mindering gebracht op de kapitaalverstrekking en staat op de activazijde van de balans.

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat Opbrengsten en kosten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Opbrengsten worden verantwoord zodra zij als gerealiseerd kunnen worden beschouwd. Uitgaven en waardeverminderingen worden als kosten verantwoord als zij onvermijdbaar en voorzienbaar zijn.

pagina 41

Toelichting balans

Toelichting balans in € VASTE ACTIVA Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Boekwaarde

Overige materiële vaste activa Totaal

1-jan-2022

3.515 3.515

Investeringen

Boekwaarde

Desinvesteringen Af-schrijvingen

-

-

31-dec-2022

3.5153.515-

-

In dit boekjaar heeft de BVO van Werkom geen activeringen gedaan. De gedane investeringen zijn in de financiële administratie van de BV opgenomen. Aanschaffingen van bedrijfsmiddelen tot een bedrag van € 10.000 per voorwerp zijn direct in de kosten verwerkt. In het hoofdstuk 'Grondslagen' is de afschrijvingsmethodiek toegelicht.

Financiële vaste activa Kapitaalverstrekking aan: Overige verbonden partijen: Coöperatieve Zakelijke Post Nederland u.a. Werkom diensten BV

31-dec-22

31-dec-21

50.000 50.000

50.000 50.000

Het financieel vast actief bestaat enerzijds uit een achtergestelde lening aan Coöperatieve Zakelijke Post Nederland U.A. (CZPN) waarvan de oorspronkelijke nominale waarde € 20.000 bedraagt. Exploitatietekorten zijn in door CZPN op de ingebrachte achtergestelde leningen afgeboekt, waardoor nog een deel als schuld op de balans van CZPN is opgenomen. Deze inleg is tot nihil afgewaardeerd, mede gezien recente resultaten en de begroting voor 2023. Anderzijds is de BVO van Werkom houdster van 100% van de aandelen uit het volgestorte aandelenkapitaal van Werkom diensten BV. Zie onder het hoofdstuk 'Grondslagen' voor een toelichting op de waardering van deze kapitaalverstrekking. In dit boekjaar hebben zich geen mutaties voorgedaan m.b.t. de financiële vaste activa. VLOTTENDE ACTIVA 31-dec-22 Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

31-dec-21

Vorderingen op openbare lichamen Rekening-courantverhouding met niet-financiële instelling In ’s Rijks schatkist Totalen

1.377.467 3.002.515 378.429 4.758.411

1.448.532 2.736.552 794.996 4.980.080

Er is geen voorziening voor dubieuze debiteuren omdat de hiervoor relevante post uitsluitend bestaan uit vorderingen op openbare lichamen. Vorderingen op deze debiteuren kunnen redelijkerwijs niet dubieus of oninbaar worden. De rekening-courant verhouding betreft die met Werkom diensten BV.

pagina 42

Toelichting balans De Staat verplicht via het zgn. 'Schatkistbankieren' de lagere overheden alle tegoeden op bankrekeningen (voor zover hoger dan een drempelbedrag) over te boeken naar een rekening bij het ministerie van Financiën. De begroting van Werkom is voor de berekening van het drempelbedrag leidend. Gegeven de hoogte van de begroting was gedurende dit boekjaar € 1 mln. van toepassing. Werkom heeft echter een drempelbedrag van € 150.000 gehanteerd. kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen in bedragen x € 1.000 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 60 103 116 136 Op grond van voorschriften rond het verplichte Schatkistbankieren zijn middelen boven het drempelbedrag ondergebracht in de schatkist. Zie ook de financieringsparagraaf. Liquide middelen Bank Nederlandse Gemeenten (rekening courant) Totalen

149.799 149.799

66.888 66.888

De BVO van Werkom houdt geen kas aan. Op de rekening-courant bij de Bank Nederlandse Gemeenten bestaat een kredietfaciliteit van € 2,5 mln.

31-dec-22

31-dec-21

Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen. Voorschotten 1.018 1.713 Betaalde waarborgsommen i.v.m. huur 11.424 11.424 Te ontvangen Lage Inkomens Voordeel (LIV) 292.947 174.677 Nog af te rekenen bekostiging WSW 5.707 Nog te factureren omzet, doorbelastingen enz. 171.590 41.383 Te ontvangen compensatie coronacrisis 415.297 Te ontvangen transitievergoedingen compensatieregeling 95.083 123.122 Totalen 577.768 767.617

pagina 43

Toelichting balans VASTE PASSIVA Eigen vermogen

in € 1. Algemene reserve 2. Bestemmingsreserve Vakantiegeldverplichting. WSW Totalen

Boekwaarde 1-jan-22

Gerealiseerd Toevoeging

2.007.217

-

496.553 2.503.770

-

Onttrekking

resultaat

Boekwaarde 31-dec-22

494.442

1.512.775

32.727

463.826

527.168

-

1.976.601

Het bestuur heeft in 2020 het besluit genomen om tijdelijk de maximale hoogte van de algemene reserve, zoals genoemd in de Financiële verordening, te verruimen. Deze algemene reserve kan ingezet worden ter dekking van tekorten. In bovenstaande opstelling is het tekort over dit boekjaar reeds onttrokken aan de Algemene reserve. In 2018 heeft het bestuur besloten een bestemmingsreserve te vormen voor de vakantiegeldverplichting voor WSW-medewerkers. Een onttrekking is nodig bij de verlaging van de verplichting. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door het natuurlijk verloop van deze groep medewerkers waardoor ook de verplichting daalt.

Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's in € Boekwaarde Herrubricering Boekwaarde Voorziening 31-dec-21 Toevoeging Onttrekking en vrijval 31-dec-22 1. Personeelskosten 50.902 212.327 110.067 153.162 2. Spaarverlof 350.561 106.313 16.054 440.820 3. Overige 12.282 12.282 Totalen 413.745 318.640 126.121 12.282 593.982 1. Personeelskosten Deze voorziening heeft betrekking op kosten waarvan de oorzaak in 2022 of eerder ligt, doch waarvan afwikkeling in 2023 of later zal volgen. Het gaat om WW-uitkeringen of ontslagregelingen voor ambtelijke medewerkers. 2. Spaarverlof Een aantal medewerkers (WSW en ambtelijk) heeft een deel van hun verlofuren omgezet in spaarverlof. Deze voorziening is de financiële vertaling van de daaruit voorvloeiende verplichting, rekening houdend met de mutaties in dit boekjaar, het actuele uurloon en enkele directe opslagen. 3. Overige Dit betrof het risico op geclaimde maar nog niet ontvangen compensatie van de uitbetaalde WSW-transitievergoedingen. Dit risico is in de loop van 2022 niet materieel geworden. Het saldo is daarom vrijgevallen.

pagina 44

Toelichting balans

VLOTTENDE PASSIVA Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 31-dec-22

31-dec-21

Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van aan jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Nog af te dragen loonheffing en sociale lasten 961.482 929.222 Omzetbelasting (aangifte laatste kwartaal) 461.575 344.549 Nog te verrekenen netto loon/salaris 7.299 21.274 Vooruitontvangen middelen 110.794 Overige nog te betalen of terug te betalen kosten 523.315 411.304 Verplichting uitstaande verlofuren (3 Cao's) 1.113.544 997.525 Diverse schulden op korte termijn 9.054 25.044 Totalen 3.187.063 2.728.917 De verplichting aan uitstaande verlofuren is arbeidskosten gerelateerd, doch kent voornamelijk door personele mutaties geen vergelijkbaar volume.

Niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen per 31 december 2022 a. Huurcontracten > Einsteinstraat 103, Purmerend > Kwadijkerkoogweg 1, Purmerend > Slachthuisstraat 65, Zaandam > Volume 103, Purmerend > Witte Paardweg 46, Wormerveer > Twiskeweg 10, Oostzaan

3.803.968 125.914 23.048 31.713 30.987 2.832

Het bedrag van de verplichting vertegenwoordigt het restant van de looptijd van het huurcontract. Bij de bepaling van het kostenbedrag is geen rekening gehouden met indexaties. b. Investeringsverplichtingen In 2022 zijn geen bestellingen gedaan voor investeringen die in 2023 zijn geleverd en gefactureerd.

pagina 45

Bijlage 1

Uitvoeringsinformatie, Taakvelden in € Deze bijlage bevat tabellen met nadere informatie over de uitvoering. Het BBV bevat bepalingen omtrent het publiceren van uitvoeringsinformatie. Deze zijn ook van toepassing op Werkom, in beginsel echter alleen voor de BVO van Werkom, niet voor de BV. Op deze bijlage zijn de taakvelden opgenomen met de bedragen van alleen de BVO. Voor de geconsolideerde cijfers wordt verwezen naar bijlage 2. Geconsolideerde cijfers geven een completer en dus beter inzicht. Taakvelden Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend 0.10 Mutaties reserves Baten Lasten Saldo

Realisatie 2022 € 527.168

€

Gewijzigde begroting 16.715

€

€

16.715

0.4 Overhead Baten Lasten Saldo

Realisatie 2022 € 674.104 € € 3.248.252- € € 2.574.148- €

Gewijzigde begroting 684.399 4.441.0303.756.631-

0.5 Treasury Baten Lasten Saldo

Realisatie 2022 € 5.860 € 91€ 5.769 €

6.4 Begeleide participatie Baten Lasten Saldo

Gewijzigde begroting Realisatie 2022 € 18.485.004 € 17.514.942 € 18.479.468- € 15.592.092€ 5.536 € 1.922.849

527.168

Gewijzigde begroting

-

Gewijzigde begroting 8.188.869 7.263.092925.777

6.5 Arbeidsparticipatie Baten Lasten Saldo

Realisatie 2022 € 8.542.401 € € 6.506.727- € € 2.035.673 €

Totalen Baten Lasten Saldo

Gewijzigde begroting Realisatie 2022 € 28.234.538 € 26.404.925 € 28.234.538- € 27.296.215€ 0- € 891.290-

In bovenstaand overzicht zijn ook de bedragen van de begroting vermeld. In de begroting zijn echter geen (interne en onderlinge) doorbelastingen tussen BVO en BV opgenomen, in de realisatie wel. Bij de BVO is het saldo van de doorbelastingen gecorrigeerd op de lasten van taakveld 0.4 (Overhead). Het betreft € 453.882.

Controleverklaring van de onafhankelijk accountant

Bijlage 2

Uitvoeringsinformatie, Economische categorieën in € Deze bijlage bevat de tabel met de bedragen per economische categorie.

Economische categorieën Participatiebedijf Zaanstad Purmerend Gewijzigde Realisatie 2022 begroting Economische categorieën Baten 3. Goederen en diensten 6.163.664 4.302.926 Baten 4. Overdrachten 21.956.878 22.085.283 Baten 5. Rente (en dividend) 5.860 Lasten 1. Salarissen en sociale lasten 23.300.79220.445.367Lasten 2. Belastingen 8.138143.619Lasten 3. Goederen en diensten 4.362.0145.708.343Lasten 4. Overdrachten 678.541712.766Lasten 5. Rente (en dividend) 911.440Lasten 7. Verrekeningen 303.996284.680Saldo 527.168908.005Economische categorieën Werkom diensten BV Realisatie 2022 Economische categorieën Baten 3. Goederen en diensten 4.786.499 Baten 4. Overdrachten 190.980 Baten 5. Rente (en dividend) Lasten 1. Salarissen en sociale lasten 944.477Lasten 2. Belastingen 217.654Lasten 3. Goederen en diensten 3.316.600Lasten 4. Overdrachten Lasten 5. Rente (en dividend) Lasten 7. Verrekeningen 399.843Saldo 98.905

Gewijzigde begroting 9.616.246 3.607.02180.1075.798.978660252.158122.680-

Economische categorieën Totaal Realisatie 2022 Economische categorieën Baten 3. Goederen en diensten 10.950.164 Baten 4. Overdrachten 22.147.858 Baten 5. Rente (en dividend) 5.860 Lasten 1. Salarissen en sociale lasten 24.245.268Lasten 2. Belastingen 225.792Lasten 3. Goederen en diensten 7.678.614Lasten 4. Overdrachten 678.541Lasten 5. Rente (en dividend) 91Lasten 7. Verrekeningen 703.839Saldo 428.264-

Gewijzigde begroting 13.919.172 22.085.283 24.052.388223.72711.507.322712.7662.100536.8381.030.684-

Bijlage 2

Uitvoeringsinformatie, Taakvelden in € Deze bijlage bevat tabellen met nadere informatie over de uitvoering. In 2016 zijn er een aantal wijzigingen in het BBV gepubliceerd. Deze zijn ook van toepassing op Werkom, in beginsel echter alleen voor de BVO van Werkom, niet voor de BV. Op deze bijlage zijn de taakvelden opgenomen. Omdat de BVO en de BV organisatorisch en fiscaal één geheel vormen, zijn de baten en lasten hier alleen geconsolideerd opgenomen. Alleen op die manier ontstaat een completer beeld. Taakvelden Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend (BVO plus BV) Gewijzigde begroting 0.10 Mutaties reserves Realisatie 2022 Baten € 428.264 € 16.715 Lasten € € Saldo € 428.264 € 16.715

0.4 Overhead Baten Lasten Saldo

Realisatie 2022 € 749.108 € € 7.245.825- € € 6.496.717- €

Gewijzigde begroting 727.391 6.540.7515.813.360-

0.5 Treasury Baten Lasten Saldo

Realisatie 2022 € 5.860 € € 91- € € 5.769 €

Gewijzigde begroting -

6.4 Begeleide participatie Baten Lasten Saldo

Gewijzigde begroting Realisatie 2022 € 23.806.513 € 27.088.196 € 19.779.502- € 23.231.297€ 4.027.011 € 3.856.899

6.5 Arbeidsparticipatie Baten Lasten Saldo

Realisatie 2022 € 8.542.401 € € 6.506.727- € € 2.035.673 €

Totalen Baten Lasten Saldo

Gewijzigde begroting Realisatie 2022 € 33.532.145 € 36.021.171 € 33.532.145- € 37.035.140€ € 1.013.969-

Gewijzigde begroting 8.188.869 7.263.092925.777

Bijlage 2 Toerekening naar kosten uitvoering taakvelden 6.4 en 6.5, realisatie 2022 Geconsolideerde cijfers (BVO plus BV) 6.5 Arbeids0.4 Overhead participatie Totaal Saldo taakvelden 4.027.011 2.035.673 6.062.684 Toerekening Overhead/Treasury 4.455.2742.035.6736.490.948Totaal 428.264428.264N.B.: deze opstelling is incl. gemeentelijke bijdragen (via Overhead). Bij taakveld 6.4 (Begeleide participatie, uitvoering van de WSW incl. Nieuw Beschut) ontstaat na toerekening van Overhead en Treasury een saldo van -€ 428.264 en bij taakveld 6.5 (Arbeidsparticipatie, de PW) een saldo van € 0. Taakveld 6.5 wordt samen met de kosten voor Nieuw Beschut afgerekend met de 2 deelnemende gemeenten.

Bijlage 3

Bijlage 3, Geconsolideerde cijfers in € Realisatie 2022

Gewijzigde begroting 2022

Primaire begroting 2022

Baten Bekostiging uitvoering PW Bekostiging uitvoering SW Overige bijdragen Subtotaal Netto toegevoegde waarde Totaal baten

8.496.724 13.434.599 216.535 22.147.858 8.825.946 30.973.804

8.178.599 13.906.684 22.085.283 9.678.938 31.764.221

8.178.599 14.559.875 22.738.474 10.524.931 33.263.405

8.480.599 14.173.852 547.646 23.202.097 8.336.448 31.538.545

Lasten Loonkosten Overige bedrijfskosten Totaal lasten

26.469.993 4.932.075 31.402.068

28.108.557 4.686.349 32.794.905

28.896.049 4.700.006 33.596.055

26.695.788 5.014.915 31.710.703

428.264-

1.030.684-

332.650-

172.157-

Onttrekking aan reserves Toevoegingen aan reserves

428.264

16.715 -

332.650 -

172.157

Gerealiseerd resultaat

-

-

-

Het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

1.013.969-

Realisatie 2021

Bijlage 3 (toelichtingen)

Toelichtingen op de geconsolideerde cijfers Algemeen Geconsolideerde bedragen Het BBV laat niet toe dat formeel geconsolideerd wordt gerapporteerd (artikel 5), terwijl daar wel behoefte aan is. De BVO en BV vormen organisatorisch één geheel en zijn ook een fiscale eenheid. Op de vorige pagina van deze bijlage treft u daarom een informele rapportage aan over de geconsolideerde bedragen. Hieronder genoemde verschillen geven de afwijking t.o.v. de gewijzigde begroting aan. Een vergelijking met de primaire begroting wordt niet zinvol geacht omdat bij het opmaken daarvan er teveel en te grote onzekerheden bestonden. Hieronder worden de belangrijkste posten toegelicht voor zover afwijkend van de toelichting op de bedragen van de BVO. Zie ook de toelichting van de baten en lasten van de BVO bij het onderwerp. Onderlinge doorbelastingen Tussen de BVO en de BV hebben onderlinge doorbelastingen plaatsgevonden. Het betreft directe orderkosten, huisvestingskosten, loonkosten, kosten van staf en overhead en overige bedrijfskosten. Deze doorbelastingen zijn noodzakelijk omdat deze kostensoorten in beginsel in slechts één van de 2 entiteiten worden verantwoord, doch betrekking hebben op activiteiten die in beide entiteiten voorkomen. De verdeelsleutel tussen beide entiteiten is gebaseerd op de verhoudingen in de opbrengsten.

In dit overzicht met de geconsolideerde bedragen vallen deze onderlinge doorbelastingen uiteraard tegen elkaar weg.

Netto toegevoegde waarde

852.992

Een belangrijke financiële indicator wordt gevormd door het saldo van omzet en de directe orderkosten: de Netto Toegevoegde Waarde (NTW). Dit vertegenwoordigt het benutte arbeidsvermogen van de personen uit de doelgroepen in de bedrijfsonderdelen. De NTW is belangrijk hoger dan de realisatie over het vorige boekjaar, maar is in dezelfde orde van grootte achtergebleven bij de begroting. Directe kosten van de omzet Bedrijfsonderdeel Omzet NTW Industrie&Diensten 2.422.755 1.140.5451.282.210 Business Print&Post 2.349.153 418.5591.930.594 Green&Clean 4.911.855 433.3824.478.473 Overige 1.252.039 117.3701.134.669 10.935.802 2.109.8568.825.946 Het bedrijfsonderdeel Industrie&Diensten is t.o.v. de realisatie over het vorige boekjaar qua NTW iets kleiner geworden, maar t.o.v. de gewijzigde begroting meer gekrompen. In dit bedrijfsonderdeel wordt routinematig en daardoor minder renderend werk uitgevoerd. Het bedrijfsonderdeel biedt werkplekken voor personen die het meest behoefte hebben aan structuur en begeleiding. Business Print&Post heeft dit boekjaar een daling t.o.v. het vorige boekjaar doorgemaakt. De NTW was evenwel nog wel hoger dan begroot.

De markt voor de primaire producten van dit bedrijfsonderdeel (drukwerk en postbezorging) krimpt en in de loop van dit boekjaar zijn de detacheringen bij Postnl vanuit het bedrijfsonderdeel Detacheringen gefactureerd in plaats vanuit Business Print&Post. Vanaf het najaar is deze deelactiviteit overigens afgebouwd.

Bijlage 3 (toelichtingen) Bij het bedrijfsonderdeel Green&Clean kampt met een krimpende bezetting. Hierdoor kan er ook minder werk worden aangenomen. Niettemin is de NTW t.o.v. het vorige boekjaar verbeterd en is het begrote bedrag gehaald. Dit is te danken aan efficiënter werken en aan beter geprijsd werk. De NTW bij de overige bedrijfsonderdelen is fors hoger dan die over het vorige boekjaar omdat de detacheringen bij Postnl daar nu zijn verantwoord, i.p.v. bij Business Print&Post. Het bedrag bleef wel ruim onder de begroting.

Overige bedrijfskosten

245.726-

Deze kostengroep bevat de volgende onderwerpen: > SW-verrekeningen > PW trajectkosten > Rente en afschrijvingen > Kosten bedrijfsmiddelen > Huisvestingskosten > Kosten vervoersmiddelen > Advieskosten > Belastingen en verzekeringen > Algemene kosten > Diverse baten en lasten > Mutaties voorzieningen > Bijdragen De genoemde kostengroepen bestaan weer uit diverse kostensoorten. Er zijn over 2022 t.o.v. 2021 minder trajectkosten gemaakt en ook minder kosten voor bedrijfsmiddelen. Daar staat tegenover meer advieskosten en hogere mutaties over voorzieningen. De overige verschillen zijn gering. Per saldo is het kostentotaal aan bedrijfskosten € 83.000 gedaald. Ten opzichte van de begroting hebben de SW-verrekeningen met de andere regiogemeenten geleid tot een gunstig effect op het kostenbeeld. Er zijn evenwel meer dan begroot trajectkosten gemaakt. De afschrijvingen waren fors lager dan begroot, maar de huisvestingskosten juist weer fors hoger. De advieskosten en de algemene kosten waren lager dan begroot, maar de mutaties over voorzieningen weer fors boven het begrote bedrag. Per saldo was het kostentotaal aan overige bedrijfskosten ca. € 246.000 hoger dan begroot.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12826726/1