CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

G Bijlagenboek Bestemmingsplan Parkeergarage Purmersteenweg 2020

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bestemmingsplan Parkeergarage Purmersteenweg 202018.083 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 28 juni 2019 de griffier, de voorzitter,

blz. 10 van 10

Bijlage 3 Bomen Effect Analyse

46

Parkeergarage Purmersteenweg 2020

Bomen Effect Analyse 47 bomen Stadhuis, Purmerend 14 augustus 2020

Colofon Opdrachtgever Gemeente Purmerend T.a.v. de heer I.C.A. Kielenstijn

Projectcode 200069

Datum rapportage 14 augustus 2020

Projectteam Projectleider/adviseur: de heer M. Arkesteijn (European Tree Technician) Gezien door: de heer E. Reinhard (European Tree Technician)

Inhoudsopgave 1

Inleiding

1

2

Situatie

2

2.1 ALGEMENE BESCHRIJVING WERKZAAMHEDEN 2.2 PLANGEBIED 2.3 DE ONDERZOEKSBOMEN 2.4 BOOMGEGEVENS 2.5 FOTO’S

3. Resultaten

2 2 3 3 3

5

3.1 HUIDIGE CONDITIE EN TOEKOMSTVERWACHTING Conditie Toekomstverwachting Bijzonderheden 3.2 FUNCTIE EN BELEIDSSTATUS 3.3 BODEM, BEWORTELING EN GRONDWATER Bodem en beworteling Grondwaterstand 3.4 BOVENGRONDSE BEOORDELING VERPLANTBAARHEID

5 5 5 6 8 8 8 9 9

4. Effectenanalyse

12

5. Samenvatting en advies

16

5.1 SAMENVATTING: OVERZICHT RESULTATEN 5.2 ADVIES PLANUITWERKING Verwijderen bomen Hydrologisch onderzoek Grondwaterfluctuatie

Bijlagen BIJLAGE A - INVENTARISATIELIJST BIJLAGE B - OVERZICHTSTEKENING TOEKOMSTVERWACHTING BIJLAGE C - OVERZICHTSTEKENING PROGNOSE PROJECTINVLOED BIJLAGE D - METHODE

16 17 17 17 17

21 21 21 21 21

Bomen Effect Analyse Stadhuis, Purmerend 200069

1

Inleiding Wij hebben een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd bij 47 bomen ter hoogte van het stadhuis aan de Purmersteenweg 42 in Purmerend. Het voornemen bestaat een ondergrondse parkeergarage te bouwen en het voorplein van het stadhuis opnieuw in te richten. De 47 bomen die binnen de werkgrenzen staan, zullen mogelijk negatieve effecten ondervinden van de werkzaamheden die in het kader van dit project moeten worden uitgevoerd. Op dit moment is er nog geen volledig uitgewerkt ontwerp beschikbaar ten behoeve van het onderzoek. Wel is er een inpassingsstudie uitgevoerd waarin verschillende varianten zijn beschreven en gevisualiseerd. Op basis van de locatie van het bouwvlak en input van gemeente Purmerend is de effectanalyse uitgevoerd. Wij hebben onderzocht of de 47 bomen, in het perspectief van de voorgenomen werkzaamheden, duurzaam behouden kunnen blijven. In het kader van deze BEA hebben wij bij de bomen het volgende onderzocht: Huidige conditie en toekomstverwachting bij ongewijzigde omstandigheden; Functie en beleidsstatus; Bovengrondse beoordeling van de verplantbaarheid; Effectanalyse. In dit rapport presenteren we de resultaten en geven we gericht advies, dat dient als onderbouwing bij het bepalen van de werkwijze. Het veldwerk is uitgevoerd op 14 april 2020 door Martijn Arkesteijn (European

Tree Technician).

Pagina 1 van 20

Bomen Effect Analyse Stadhuis, Purmerend 200069

2

Situatie

2.1 Algemene beschrijving werkzaamheden Binnen de werkgrenzen wordt een parkeergarage aangelegd. De bovengrondse ruimte wordt deels opnieuw ingericht.

2.2 Plangebied Onderstaand kaartje geeft een overzicht van het projectgebied, met daarop de locatie van de onderzoeksbomen aangegeven met de groene stippellijn.

Situatieschets: werkgebied

Pagina 2 van 20

Bomen Effect Analyse Stadhuis, Purmerend 200069

2.3 De onderzoeksbomen Aan de noordzijde van het werkgebied staan volwassen gewone platanen (Platanus) in een breed heestervak. Enkele van deze bomen staan in elementenverharding. De bomen zijn qua omvang beeldbepalend. Aan de noordwestzijde van het werkgebied staan 2 kerspruimen en 1 volwassen vleugelnoot (Pterocarya) in een heestervak. Ter hoogte van de parkeervakken voor het stadhuis bestaat de beplanting hoofdzakelijk uit sierperen (Pyrus calleryana). De bomen hebben hun standplaats in heesterbeplanting. De omvang van de groeiplaats is beperkt. Verder zijn rond de parkeervakken onder andere enkele sierappels, een Hollandse linde, bruine beuk, esdoorn en gewone es aanwezig. De meeste bomen staan in beplanting.

2.4 Boomgegevens De boomgegevens zijn op boomniveau terug te vinden in de inventarisatielijst (bijlage A). De bomen zijn terug te vinden op de overzichtstekening (zie bijlage B).

2.5 Foto’s De foto’s op de volgende pagina geven een beeld van de locatie, de onderzochte bomen en hun standplaats.

Pagina 3 van 20

Bomen Effect Analyse Stadhuis, Purmerend 200069

Foto. Overzicht gewone platanen gezien vanaf boom 9.

Foto. Overzicht gewone platanen gezien vanaf boom 8.

Foto. Overzicht sierperen parkeerplaats.

Foto. Overzicht boom 41.

Pagina 4 van 20

Bomen Effect Analyse Stadhuis, Purmerend 200069

3. Resultaten 3.1 Huidige conditie en toekomstverwachting De resultaten van de visuele inspectie per boom zijn terug te vinden in de inventarisatielijst in bijlage A. Een beschrijving van de methode vindt u in bijlage C.

Conditie De conditie van 9 bomen is voldoende. De bomen hebben een dichte kroon zonder twijgsterfte. De scheutlengten van de twijgen wijzen erop dat het kroonvolume nog jaarlijks toeneemt. De conditie van 13 bomen is onvoldoende. De groei stagneert. En het kroonvolume neemt niet of nauwelijks toe. Het gaat voornamelijk om de platanen aan de noordzijde van het werkgebied. Afgaande op in Bij 24 bomen is de conditie slecht tot zeer slecht (1 boom). Er is sprake van beginnende of al vergevorderde afstervingsverschijnselen in de kroon. Het gaat met name om de sierperen ter hoogte van de parkeerplaatsen aan de voorzijde van het stadhuis.

Toekomstverwachting De toekomstverwachting voor 16 bomen is op dit moment meer dan 15 jaar. Er zijn geen omstandigheden aangetroffen die een negatieve invloed hebben op de toekomstverwachting. Op basis van de huidige conditie en bij gelijkblijvende groeiplaatsomstandigheden is het te verwachten dat de bomen nog minstens 15 jaar mee kunnen. Het is niet realistisch om goed onderbouwde uitspraken te doen over een termijn langer dan 15 jaar. Voor 29 bomen is de toekomstverwachting 5 tot 15 jaar vanwege afnemende groei of (beginnende) afstervingsverschijnselen. Het gaat voornamelijk om de platanen aan de noordzijde en de sierperen op het parkeerterrein. Het proces van groeistagnatie naar afsterving, bijvoorbeeld vanwege een ontoereikende groeiplaats, is doorgaans een proces dat zeer geleidelijk verloopt.

Pagina 5 van 20

Bomen Effect Analyse Stadhuis, Purmerend 200069

Aan de toekomstverwachting kan geen eindleeftijd worden verbonden. Het betreft een momentopname. 1 boom heeft een toekomstverwachting van 1 tot 5 jaar vanwege vergevorderde afstervingsverschijnselen in de kroon.

Bijzonderheden Gebreken De volgende gebreken zijn vastgesteld. De gebreken zijn op boomniveau terug te vinden in bijlage A. Bij 21 bomen zijn (beginnende) afstervingsverschijnselen zichtbaar in de kroon. Bij 3 bomen is sprake van een combinatie van grof dood hout en afstervingsverschijnselen in de kroon. Bij 4 bomen is grof dood hout aanwezig. Bovendien is bij 1 van deze bomen een snoeiwond ingerot. Het vermoeden bestaat dat zich een houtscheur bevindt in de stam bij 1 boom (nummer 14), op circa 8 meter hoogte. Het advies is om deze nader te laten onderzoeken. Bij 1 boom (nummer 2) bevinden zich meerdere spechtengaten in een takstomp. Dit levert geen gevaar op, maar voor de volledigheid benoemen wij de spechtengaten.

Pagina 6 van 20

Bomen Effect Analyse Stadhuis, Purmerend 200069

Foto. Aanhechting stammen boom 38.

Beheerknelpunten Bij 7 bomen zijn beheerknelpunten waargenomen in de vorm van bestratingsopdruk. Bij bomen 1 en 2 gaat het om lichte opdruk, bij bomen 3 en 42 om matige opdruk en bij bomen 19, 28 en 40 gaat het om ernstige opdruk.

Algemeen beeld platanen Purmersteenweg De conditie van de platanen aan de Purmersteenweg neemt af. Er is sprake van stagerende groei en (beginnende) afstervingsverschijnselen. Bij een aantal bomen zijn in het verleden (forse) snoeimaatregelen uitgevoerd. Afgaande op informatie van de opdrachtgever worden de boom jaarlijks gesnoeid vanwege de aanwezigheid van Massaria en het afsterven van takken. Massaria is een schimmelziekte die in platanen voorkomt en takbreuk kan veroorzaken. De reden dat de conditie van de bomen achteruitgaat dient gezocht te worden in een combinatie van beperkingen in de groeiplaats en de aanwezigheid van Massaria.

Pagina 7 van 20

Bomen Effect Analyse Stadhuis, Purmerend 200069

3.2 Functie en beleidsstatus Bomen 1 tot en met 17 zijn onderdeel van een laanbeplanting langs een hoofdontsluitingsweg. De overige bomen hebben voor zover bekend geen vastgestelde beleidsstatus.

3.3 Bodem, beworteling en grondwater Wij hebben in het heestervak aan de noordzijde van het werkgebied bij de gewone platanen steekproefsgewijs enkele boringen en sleuven/profielputten gegraven. Ook bij boom 42 hebben wij aan de rand van het heestervak een sleuf gegraven.

Bodem en beworteling Heestervak noordzijde In de bovenste profiellaag is matig fijn, matig humeus zand aangetroffen. De laagdikte varieert van 35 tot 70- 80 centimeter. De onderliggende profiellaag bestaat tot het grondwater uit matig fijn zwak humeus zand. De bomen hebben een intensief wortelgestel in de toplaag. Dieper in de bodem neemt de intensiteit af. Boom 42 Bij boom 42 bestaat de bodem tot het grondwater uit matig fijn, zwak humeus tot uiterst humusarm zand. Vanaf 75 cm zijn reductieverschijnselen zichtbaar door capillair opstijgend grondwater. Aan de rand van het heestervak, aan de zijde van de parkeerplaats, is een beperkte hoeveelheid fijne en dunne wortels aangetroffen met een diameter tot 3 centimeter.

Pagina 8 van 20

Bomen Effect Analyse Stadhuis, Purmerend 200069

Foto. Bodemprofiel heestervak aan de noordzijde van het werkgebied, ter hoogte van bomen 10 en 11.

Foto. Bodemprofiel ter hoogte van boom 42.

Grondwaterstand Het grondwaterpeil is aangetroffen tussen 110 tot 130 centimeter diepte. De bomen staan in contact met het grondwater.

3.4 Bovengrondse beoordeling verplantbaarheid Ten behoeve van de verplantbaarheid zijn de bomen allereerst bovengronds beoordeeld en is een KLIC-melding gedaan. De beoordeling van de bovengrondse verplantbaarheid is per boom weergegeven in de inventarisatielijst (bijlage A).

Pagina 9 van 20

Bomen Effect Analyse Stadhuis, Purmerend 200069

In onderstaande tabel is de beoordeling van de bovengrondse verplantbaarheid bij de bomen weergegeven.

Bovengrondse beoordeling verplantbaarheid

Aantal

Voldoende

3

Terughoudend

1

Onvoldoende

11

Slecht

31

Niet aanwezig

1

Tabel: Verdeling bovengrondse beoordeling van de verplantbaarheid.

Voldoende 2 bomen in deze categorie zijn relatief jonge eiken. Deze bomen zijn met een beperkte inspanning te verplanten, bijvoorbeeld met een verplantschop. Wij willen wel benoemen dat het planten van een nieuwe (kwekerij)boom vaak een beter effect heeft. 1 boom staat in een bak en is eenvoudig te verplaatsen. Terughoudend 1 boom (nummer 40) is beoordeeld als terughoudend. De bestratingsopdruk is een teken dat de boom op een ontoereikende standplaats staat (overwegend humusarm zand). Op een dergelijke standplaats is het vaak lastig om een goed samenhangende verplantkluit te vormen. Onvoldoende en slecht Bij 11 bomen is de verplantbaarheid op basis van de bovengrondse beoordeling als onvoldoende aangemerkt en bij 31 bomen als slecht. De betreffende bomen zijn niet te verplanten vanwege: •

Soortbeperkende eigenschappen.

•

Conditieproblemen.

•

Ondergronds belemmeringen

•

Gebreken / mechanische problemen.

Pagina 10 van 20

Bomen Effect Analyse Stadhuis, Purmerend 200069

•

Slechte kroonstructuur.

Pagina 11 van 20

Bomen Effect Analyse Stadhuis, Purmerend 200069

4. Effectenanalyse Beschrijving werkzaamheden Het voornemen bestaat om aan de voorzijde van het stadhuis een nieuwe ondergrondse parkeergarage aan te leggen. Het bouwvlak is weergeven op de

onderstaande afbeelding met de rode lijn. Daarnaast wordt de bovengrond aan de voorzijde van het stadhuis opnieuw ingericht.

Situatieschets: bouwvlak

De geplande werkzaamheden zijn per boom of boomgroep uitgesplitst: •

Ter hoogte van bomen 1, 2, 3, 4, 19, 20 en 40 worden geen werkzaamheden uitgevoerd. Boom 21 staat in een bak en is verplaatsbaar.

•

Ter hoogte bomen 22 tot en met 28, 30 tot en met 37, 39 en 42 tot en met 47 wordt een bouwput gerealiseerd voor de aanleg van de parkeergarage. Op de rand van het bouwvlak worden damwanden geplaatst voor het maken van de bouwkuip.

Pagina 12 van 20

Bomen Effect Analyse Stadhuis, Purmerend 200069

•

Bij boom 11 en tussen bomen 10 en 12 wordt de toerit aangelegd naar de parkeergarage. De dikte van de fundering en asfalt zijn samen 70 cm. De breedte van de fundering van de toerit is circa 8 meter. De toerit wordt aangelegd op circa 7,5 meter afstand vanaf bomen 10 en 12. Bij boom 11 wordt de toerit aangelegd ter hoogte van de standplaats.

•

Bij bomen 6 tot en met 10 wordt een verticale wand geplaats op 9 meter uit de boom en tot 4 meter diep. Dit komt ongeveer overeen met de overgang tussen het trottoir en de grasberm. Daarnaast wordt de vijver gedempt en de bovengrond opnieuw ingericht. Hiervoor is nog geen ontwerp opgesteld.

•

Bij bomen 16, 17 en 18 worden behalve het dempen van de vijver geen werkzaamheden verricht.

•

Ter hoogte van bomen 13, 14 en 15 wordt de vijver gedempt en de bovengrond opnieuw ingericht. Bovendien wordt het fietspad verder bij de bomen vandaan aangelegd (zie onderstaande impressieschets).

•

Bij boom 5 wordt een verticale wand van 12 meter diep op 12,5 meter uit de boom aangelegd. Bij bomen 38 en 41 wordt een verticale wand aangelegd op 5 meter uit stam.

Onderstaande afbeelding geeft een beeld van de voorgenomen werkzaamheden.

Pagina 13 van 20

Bomen Effect Analyse Stadhuis, Purmerend 200069

Impressieschets: Met rode pijlen is de locatie van het nieuwe fietspad aangeduid. De rode cirkel geeft de locatie aan van de toerit van de parkeergarage t.h.v. boom 11.

Projectinvloed Onhoudbaar Indien de werkzaamheden conform plan worden uitgevoerd, zijn 23 bomen niet te behouden. Het gaat om bomen 11, 22 tot en met 28, 30 tot en met 37, 39 en 42 tot en met 47. De bomen staan op de locatie waar de nieuwe parkeergarage wordt gerealiseerd of op zeer korte afstand van het bouwvlak. Aanzienlijk Bij 4 bomen voorzien wij aanzienlijke effecten. Bij bomen 10 en 12 ontstaat bij de aanleg van de toerit wortelverlies buiten de stabiliteitskluit. Indien onder randvoorwaarden wordt gewerkt, verdragen deze bomen enig wortelverlies. Bovengronds is voldoende vrije doorgang en anders is deze met beperkte snoeimaatregelen te realiseren. Bij bomen 38 en 41 wordt een verticale wand geplaats op 5 meter afstand uit de boom. Hierdoor ontstaat wortelverlies buiten de stabiliteitskluit. Daarnaast vindt het plaatsen van de verticale wand aan de rand of binnen de kroon van de bomen plaats. Vooral bij boom 38 leidt dit tot een conflict. Hier is dan ook een snoeimaatregel nodig om de wand te kunnen plaatsen. Behoud van de bomen is mogelijk. Er zal volgens randvoorwaarden gewerkt moeten worden om schade zo veel mogelijk te beperken tijdens de werkzaamheden. Deze randvoorwaarden worden toegelicht in hoofdstuk 5.

Beperkt De effecten van de werkzaamheden op de bomen zijn beperkt bij bomen 5 tot en met 9 en 13 tot en met 18. Bij deze bomen is het plaatsen van de verticale wand aan de zuidoostzijde uitvoerbaar. Er is hooguit beperkte snoei noodzakelijk aan de rand van de kroon om de wand te kunnen plaatsen. Dit heeft geen invloed op het beeld van de bomen.

Pagina 14 van 20

Bomen Effect Analyse Stadhuis, Purmerend 200069

Het verplaatsen van het fietspad heeft een gunstig effect op de bomen. Deze ruimte kan benut worden als groeiruimte in de toekomst. De wijze waarop de groenstrook wordt ingericht is nog niet uitgewerkt. Hiervoor stellen wij randvoorwaarden op in hoofdstuk 5. Uitgangspunt voor het onderzoek is dat de bouwwerkzaamheden plaatsvinden in een gesloten bouwkuip en dat het grondwaterniveau ter hoogte van de bomen gelijk blijft. De hydrologische effecten van het dempen van de vijver zijn onduidelijk. Een permanente stijging van het grondwater kan een ernstige bedreiging vormen voor bomen als boomwortels door stijging in het water komen te staan. Ook een permanente daling kan een negatief effect hebbn. De negatieve effecten van fluctuatie in de grondwaterstand zijn vaak pas na meerdere jaren zichtbaar.

Geen Bij bomen 1, 2, 3, 4, 19, 20, 21 en 40 worden geen werkzaamheden uitgevoerd of hebben de werkzaamheden geen effect op het behoud van de bomen.

Pagina 15 van 20

Bomen Effect Analyse Stadhuis, Purmerend 200069

5. Samenvatting en advies 5.1 Samenvatting: overzicht resultaten Aantal beoordeelde bomen: 46. 1 boom staat op het kaartmateriaal, maar is inmiddels verwijderd. Effectenanalyse

Aantal

Onhoudbaar

23

Aanzienlijk

4

Beperkt

11

Geen

8

Conditie

Aantal

Goed

0

Voldoende

9

Onvoldoende

13

Slecht

23

Zeer slecht

1

Toekomstverwachting

Aantal

> 15 jaar

16

5-15 jaar

29

1-5 jaar

1

Functie en beleidsstatus

Aantal

Laanstructuur

17

hoofdontsluitingsweg Reguliere boom

29

Verplantbaarheid

Aantal

bovengronds Voldoende

3

Terughoudend

1

Onvoldoende

11

Slecht

31

Pagina 16 van 20

Bomen Effect Analyse Stadhuis, Purmerend 200069

5.2 Advies planuitwerking Verwijderen bomen Vanuit de planvorming zijn 23 bomen (nummers 11, 22 tot en met 28, 30 tot en met 37, 39 en 42 tot en met 47) niet te behouden. Deze bomen moeten voor aanvang van de werkzaamheden verwijderd worden. Daarnaast adviseren wij om boom 41 niet verder op te nemen in de verdere planuitwerking. De boom heeft weinig toekomstperspectief. Bij boom 38 zijn er twijfels over de kwaliteit van de stamaanhechting(en) op de langere termijn. Voor het plaatsen van de verticale wand dient waarschijnlijk de kroonrand wat ingenomen worden. De boom zal hiervan herstellen, maar het heeft wel tijdelijk effect op het beeld. Bij deze boom geven wij ter overweging om de boom te vervangen en een nieuwe boom te planten in een grote maat.

Hydrologisch onderzoek Wij adviseren om een deskundige te laten beoordelen wat de effecten zijn van het dempen van de vijver op de grondwaterstand. Indien er effecten worden verwacht, dient een terugkoppeling plaats te vinden met ons.

Grondwaterfluctuatie Als tijdens het groeiseizoen grondwaterfluctuatie ontstaat bij de werkzaamheden (bronbemaling of andere factoren), dan is het noodzakelijk om het bodemvocht te monitoren en bij vochtgebrek watergiften op maat te doen.

Inrichting heestervak, bomen 4 tot en met 17 De herinrichting van de bovengrond bij deze bomen is nog niet uitgewerkt. Wij adviseren om de ruimte die beschikbaar komt door het verplaatsen van het fietspad ter hoogte van de toekomstige toerit van de parkeergarage zo veel mogelijk om te vormen naar heestervak. Het is van belang dat bij de overige

Pagina 17 van 20

Bomen Effect Analyse Stadhuis, Purmerend 200069

bomen de breedte van het huidige heestervak wordt gehandhaafd om wortelschade te voorkomen. De bestaande beplanting dient handmatig of met een sorteerknijper verwijderd te worden. De maximale mechanische bewerkingsdiepte tussen de bomen bedraagt 5 cm. De maximale ophoging bedraagt hier 10 cm.

Groeiplaatsverbetering Wij adviseren om tijdens de werkzaamheden de groeiplaats van de platanen aan de Purmersteenweg te verbeteren om zo de groeistagnatie te stoppen en de groei mogelijk te verbeteren. Hiervoor zijn de volgende opties: •

Injecteren van organische meststoffen.

•

Aanbrengen van een mulchlaag van goedgerijpte houtcompost in combinatie met organische meststoffen (bijvoorbeeld dendrovorm).

•

Gronduitwisseling voor een rijker groeimedium zoals bomengrond, met behulp van een grondzuiger, ter hoogte van de wortelkluit.

Snoeiwerkzaamheden Snoeiwerkzaamheden dienen uitgevoerd te worden door een ervaren en ETW-gecertificeerd boomverzorger.

5.2 Werken onder randvoorwaarden Om de te handhaven bomen duurzaam te behouden, adviseren wij om de

volgende randvoorwaarden in acht te nemen: Stamommanteling en bouwhekken plaatsen. Voorafgaand aan de werkzaamheden moet de groeiplaats van de bomen beschermd worden door het plaatsen van geschakelde bouwhekken. Om de kwetsbare boomzone te ontzien moeten ter hoogte van boom 4 tot en met 17, uitgezonderd boom 11, bouwhekken worden geplaatst. Op locaties waar geen geschakelde bouwhekken geplaatst kunnen worden moet een houten stamommanteling worden aangebracht (tot minimaal 2,5 meter hoogte). Deze moet zodanig worden geplaatst dat de stamvoet en wortelaanzetten goed beschermd zijn.

Pagina 18 van 20

Bomen Effect Analyse Stadhuis, Purmerend 200069

Kwetsbare boomzone ontzien. Transport en opslag van materiaal is niet toegestaan onder de kroon + 1,5 meter daarbuiten. De aannemer moet voorafgaand aan de werkzaamheden een plan indienen waar transport (aan-en afvoer van materieel en bouwstoffen) en opslag plaats gaat vinden. Dit plan dient door een bomendeskundige getoetst worden. Stabiliteitskluit. In de onderstaande tabel is de minimale straal van de stabiliteitskluit weergegeven. Deze zone dient altijd ongeschonden te blijven om instabiliteit te voorkomen. De straal van de stabiliteitskluit is ook weergegeven in

bijlage A. Stamdiameter

Minimale straal stabiliteitskluit

< 20 cm

1,25 m

40 cm

1,5 m

60 cm

1,75 m

80 cm

2,25 m

Tabel: Minimale straal stabiliteitskluit

Wortelsnoei. Dit mag alleen plaatsvinden door of onder toezicht van een boomtechnisch toezichthouder of bomendeskundige. Wortels met een diameter tot 4 à 5 cm kunnen met scherp gereedschap gesnoeid worden, haaks op richting van de boomwortel. Boomwortels met een diameter vanaf 5 cm dienen behouden te blijven. Bestek. Wij adviseren om boomtechnische maatregelen en randvoorwaarden op te nemen in het bestek. Boomtechnisch toezichthouder. Wij adviseren om tijdens de uitvoeringsperiode een boomtechnisch toezichthouder aan te stellen. Planwijziging. Bij een planwijziging dient een terugkoppeling plaats te vinden met een bomendeskundige.

Pagina 19 van 20

Bomen Effect Analyse Stadhuis, Purmerend 200069

In het algemeen adviseren wij altijd om te werken conform de richtlijnen van het Handboek Bomen 2018, hoofdstuk 2 ‘Werken rond bomen’.

Pagina 20 van 20

Bomen Effect Analyse Stadhuis, Purmerend 200069

Bijlagen

Bijlage A - Inventarisatielijst Overzicht boomgegevens

Bijlage B - Overzichtstekening toekomstverwachting Bijlage C - Overzichtstekening prognose projectinvloed Bijlage D - Methode Beschrijving van methode en werkwijze van de Bomen Effect Analyse

Pagina 21 van 20

Boomnummer BEA

Boomsoort (Wetenschappelijk) Boomsoort (Nederlands)

Boomtype

Standplaats

1

Platanus x hispanica

Niet vrij uitgroeiende boom

Elementenverharding

2

Platanus x hispanica

Gewone plataan Gewone plataan

Niet vrij uitgroeiende boom

Elementenverharding

Stam-diameter Kroondiameter exact (cm)

47 48

5 - 10 m 15 - 20 m

Boomhoogteklasse (m)

Conditie

18 - 24

Onvoldoende

18 - 24

Opmerking veiligheid

Notitie adviseur

Toekomstverwachting

Opmerking onderhoud en overig

Prognose projectinvloed

Werkzaamheden

5 tot 15 jaar

Bestratingsopdruk (licht); Stagnerende groei

Geen

Geen werkzaamheden

5 tot 15 jaar

Bestratingsopdruk (licht)

Geen

Geen werkzaamheden

Minimale straal stabiliteitskluit (in m) > 1,75 > 1,75

Indicatieve verplantbaarheid bovengronds Slecht Slecht

Reden niet verplantbaar

Conditieproblemen; Ondergrondse belemmeringen; Slechte kroonopbouw

Slecht

Afstervingsverschijnselen; Dood hout/afgestorven tak(ken); Spechtengaten in takstomp

3

Platanus x hispanica

Gewone plataan

Niet vrij uitgroeiende boom

Elementenverharding

90

15 - 20 m

18 - 24

Onvoldoende

Dood hout/afgestorven tak(ken)

> 15 jaar

Bestratingopdruk (matig); Opsluitband(en) weggedrukt; Stagnerende groei

Geen

Geen werkzaamheden

> 2,25

Onvoldoende

Conditieproblemen; Ondergrondse belemmeringen

4

Platanus x hispanica

Gewone plataan

Niet vrij uitgroeiende boom

Heesterbeplanting

88

15 - 20 m

18 - 24

Onvoldoende

Dood hout/afgestorven tak(ken)

> 15 jaar

Stagnerende groei

Geen

Geen werkzaamheden

> 2,25

Onvoldoende

Conditieproblemen; Ondergrondse belemmeringen

Conditieproblemen; Ondergrondse belemmeringen; Slechte kroonopbouw

> 15 jaar

Stagnerende groei

5

Platanus x hispanica

Gewone plataan

Niet vrij uitgroeiende boom

Heesterbeplanting

88

15 - 20 m

18 - 24

Onvoldoende

Dood hout/afgestorven tak(ken); Ingerotte snoeiwond(en)

Beperkt

Verticale wand tot 12 m diep op 12,5 meter uit de stamvoet

> 2,25

Onvoldoende

Conditieproblemen; Ondergrondse belemmeringen

6

Platanus x hispanica

Gewone plataan

Niet vrij uitgroeiende boom

Heesterbeplanting

61

15 - 20 m

12 - 18

Slecht

Afstervingsverschijnselen; Dood hout/afgestorven tak(ken)

5 tot 15 jaar

Beperkt

> 225

Slecht

Conditieproblemen

7

Platanus x hispanica

Gewone plataan

Niet vrij uitgroeiende boom

Heesterbeplanting

61

10 - 15 m

12 - 18

Slecht

Afstervingsverschijnselen

5 tot 15 jaar

Beperkt

> 225

Slecht

Conditieproblemen

8

Platanus x hispanica

Gewone plataan

Niet vrij uitgroeiende boom

Heesterbeplanting

71

10 - 15 m

12 - 18

Slecht

Afstervingsverschijnselen; Dood hout/afgestorven tak(ken)

5 tot 15 jaar

Beperkt

> 225

Slecht

9

Platanus x hispanica

Gewone plataan

Niet vrij uitgroeiende boom

Heesterbeplanting

57

10 - 15 m

12 - 18

Slecht

Afstervingsverschijnselen

5 tot 15 jaar

Beperkt

> 1,75

Slecht

Conditieproblemen

10

Platanus x hispanica

Gewone plataan

Niet vrij uitgroeiende boom

Heesterbeplanting

65

15 - 20 m

12 - 18

Slecht

Beginnende afstervingsverschijnselen

5 tot 15 jaar

Aanzienlijk

> 225

Slecht

Conditieproblemen

> 1,75

Slecht

Conditieproblemen

> 225

Onvoldoende

Conditieproblemen

> 225 > 225 > 1,25 m > 225 > 1,25 m > 1,25 m > 1,25 m > 1,25 m > 1,25 m > 1,25 m > 1,25 m > 1,25 m > 1,25 m Niet aanwezig > 1,25 m > 1,25 m > 1,25 m > 1,25 m > 1,25 m > 1,25 m > 1,25 m > 1,25 m > 1,5 > 1,25 m > 1,5 > 1,75

Onvoldoende Onvoldoende Slecht Slecht Slecht Voldoende Slecht Slecht Slecht Slecht Slecht Slecht Slecht Niet aanwezig Slecht Slecht Slecht Slecht Onvoldoende Slecht Slecht Slecht Onvoldoende Voldoende Terughoudend Slecht

Conditieproblemen Conditieproblemen Soort (beperkende eigenschappen) Ondergrondse belemmeringen; Soort (beperkende eigenschappen) Soort (beperkende eigenschappen)

> 225 > 1,25 m > 1,25 m > 1,25 m > 1,25 m > 1,25 m

Slecht Slecht Onvoldoende Onvoldoende Voldoende Slecht

Takbreuk in het verleden

Takbreuk in het verleden

5 tot 15 jaar

Stagnerende groei

Beperkt

> 15 jaar > 15 jaar 5 tot 15 jaar > 15 jaar 5 tot 15 jaar > 15 jaar 5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar Niet aanwezig 5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar 1 tot 5 jaar 5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar 5 tot 15 jaar

Stagnerende groei Stagnerende groei Stagnerende groei Bestratingsopdruk (ernstig) Stagnerende groei

Beperkt Beperkt Beperkt Geen Geen Geen Onhoudbaar Onhoudbaar Onhoudbaar Onhoudbaar Onhoudbaar Onhoudbaar Onhoudbaar Niet aanwezig Onhoudbaar Onhoudbaar Onhoudbaar Onhoudbaar Onhoudbaar Onhoudbaar Onhoudbaar Onhoudbaar Aanzienlijk Onhoudbaar Geen Aanzienlijk

Aanleg verticale wand tot 4 m diep en 9 m uit het hart van de stamvoet; Herinrichting bovengrond; Dempen vijver Aanleg verticale wand tot 4 m diep en 9 m uit het hart van de stamvoet; Herinrichting bovengrond; Dempen vijver Aanleg verticale wand tot 4 m diep en 9 m uit het hart van de stamvoet; Herinrichting bovengrond; Dempen vijver Aanleg verticale wand tot 4 m diep en 9 m uit het hart van de stamvoet; Herinrichting bovengrond; Dempen vijver Aanleg verticale wand tot 4 m diep en 9 m uit het hart van de stamvoet; Herinrichting bovengrond; Dempen vijver; Aanleg toerit 70 cm diep Aanleg toerit Inrichten bovengrond; Vijver Dempen; Aanleg toerit 70 cm diep Herinrichten bovengrond; Vijver Dempen; Fietspad wordt verder bij de bomen aangelegd Herinrichten bovengrond; Vijver Dempen; Fietspad wordt verder bij de bomen aangelegd Herinrichten bovengrond; Vijver Dempen; Fietspad wordt verder bij de bomen aangelegd Dempen vijver; Verder geen werkzaamheden Dempen vijver; Verder geen werkzaamheden Dempen vijver; Verder geen werkzaamheden Geen werkzaamheden Geen werkzaamheden Bak is verplaatsbaar Bouw parkeergarage Bouw parkeergarage Bouw parkeergarage Bouw parkeergarage Bouw parkeergarage Bouw parkeergarage Bouw parkeergarage Niet aanwezig Bouw parkeergarage Bouw parkeergarage Bouw parkeergarage Bouw parkeergarage Bouw parkeergarage Bouw parkeergarage Bouw parkeergarage Bouw parkeergarage

Verticale wand tot 12 m diep op 5 meter uit de stamvoet Bouw parkeergarage Geen werkzaamheden Verticale wand tot 12 m diep op 5 meter uit de stamvoet

Onhoudbaar Onhoudbaar Onhoudbaar Onhoudbaar Onhoudbaar Onhoudbaar

Bouw parkeergarage Bouw parkeergarage Bouw parkeergarage Bouw parkeergarage Bouw parkeergarage Bouw parkeergarage

11 12

Platanus x hispanica Platanus x hispanica

Gewone plataan Gewone plataan

Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom

Heesterbeplanting Heesterbeplanting

36 62

10 - 15 m 10 - 15 m

12 - 18 12 - 18

Onvoldoende Slecht

Afstervingsverschijnselen

> 15 jaar 5 tot 15 jaar

13

Platanus x hispanica

Gewone plataan

Niet vrij uitgroeiende boom

Heesterbeplanting

65

15 - 20 m

12 - 18

Slecht

Afstervingsverschijnselen

5 tot 15 jaar

14

Platanus x hispanica

Gewone plataan

Niet vrij uitgroeiende boom

Heesterbeplanting

53

10 - 15 m

12 - 18

Slecht

Beginnende afstervingsverschijnselen; Vermoeden van scheur in stam op 8 meter hoogte (advies: nader technisch onderzoek)

15

Platanus x hispanica

Gewone plataan

Niet vrij uitgroeiende boom

Heesterbeplanting

64

10 - 15 m

12 - 18

Onvoldoende

16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41

Platanus x hispanica Platanus x hispanica Prunus cerasifera 'Nigra' Pterocarya fraxinifolia Prunus cerasifera 'Nigra' Magnolia kobus Pyrus calleryana 'Chanticleer' Pyrus calleryana 'Chanticleer' Pyrus calleryana 'Chanticleer' Pyrus calleryana 'Chanticleer' Pyrus calleryana 'Chanticleer' Pyrus calleryana 'Chanticleer' Pyrus calleryana 'Chanticleer' Niet aanwezig Pyrus calleryana 'Chanticleer' Pyrus calleryana 'Chanticleer' Pyrus calleryana 'Chanticleer' Pyrus calleryana 'Chanticleer' Pyrus calleryana 'Chanticleer' Pyrus calleryana 'Chanticleer' Pyrus calleryana 'Chanticleer' Pyrus calleryana 'Chanticleer' Acer tataricum subsp. ginnala Quercus robur 'Fastigiata' Tilia europaea cv. Fraxinus excelsior

Gewone plataan Gewone plataan Kerspruim Vleugelnoot Kerspruim Beverboom Sierpeer Sierpeer Sierpeer Sierpeer Sierpeer Sierpeer Sierpeer Niet aanwezig Sierpeer Sierpeer Sierpeer Sierpeer Sierpeer Sierpeer Sierpeer Sierpeer Chinese esdoorn Zuileik Hollandse linde Gewone es

Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet aanwezig Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom

Heesterbeplanting Heesterbeplanting Heesterbeplanting Heesterbeplanting Heesterbeplanting Elementenverharding Heesterbeplanting Heesterbeplanting Heesterbeplanting Heesterbeplanting Heesterbeplanting Heesterbeplanting Heesterbeplanting Niet aanwezig Heesterbeplanting Heesterbeplanting Heesterbeplanting Heesterbeplanting Heesterbeplanting Heesterbeplanting Heesterbeplanting Heesterbeplanting Heesterbeplanting Heesterbeplanting Elementenverharding Heesterbeplanting

67 68 15 76 13 6 11 9 13 11 14 12 12 Niet aanwezig 9 8 10 9 17 11 10 10 25 11 31 46

15 - 20 m 10 - 15 m 5 - 10 m 10 - 15 m 5 - 10 m <5m <5m <5m <5m <5m <5m <5m <5m Niet aanwezig <5m <5m <5m <5m <5m <5m <5m <5m 10 - 15 m <5m 5 - 10 m 5 - 10 m

12 - 18 12 - 18 6 - 12 12 - 18 6 - 12 <6 <6 <6 <6 <6 <6 <6 <6 Niet aanwezig <6 <6 <6 <6 <6 <6 <6 <6 6 - 12 6 - 12 6 - 12 12 - 18

Onvoldoende Onvoldoende Onvoldoende Voldoende Onvoldoende Voldoende Onvoldoende Slecht Slecht Slecht Slecht Slecht Slecht Niet aanwezig Slecht Slecht Slecht Zeer slecht Onvoldoende Slecht Slecht Slecht Voldoende Voldoende Voldoende Slecht

42 43 44 45 46 47

Fagus sylvatica 'Atropunicea' Pyrus calleryana 'Chanticleer' Malus cv. (sierappel) Malus cv. (sierappel) Quercus robur Malus cv. (sierappel)

Bruine beuk Sierpeer Sierappel Sierappel Zomereik Sierappel

Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Vrij uitgroeiende boom

Heesterbeplanting Heesterbeplanting Heesterbeplanting Heesterbeplanting Heesterbeplanting Heesterbeplanting

64 15 13 12 12 12

10 - 15 m <5m 5 - 10 m 5 - 10 m <5m <5m

12 - 18 6 - 12 <6 <6 6 - 12 <6

Onvoldoende Slecht Voldoende Voldoende Voldoende Voldoende

Afstervingsverschijnselen Afstervingsverschijnselen Afstervingsverschijnselen Afstervingsverschijnselen Afstervingsverschijnselen Afstervingsverschijnselen Niet van toepassing Afstervingsverschijnselen Afstervingsverschijnselen Afstervingsverschijnselen Afstervingsverschijnselen

Afstervingsverschijnselen Dood hout/afgestorven tak(ken) Afstervingsverschijnselen

Meerstammige.

Veel necrose op stam en gesteltakken door bastwoekerziekte Laag vertakt Tweestammige Meerstammige Tweestammige. 1 stam fors teruggesnoeid vanwege doorgang

> 15 jaar 5 tot 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar

Onhoudbaar Aanzienlijk Beperkt

5 tot 15 jaar

Meerstammige Opdruk voetpad Meerstammige Boom in bak

Afstervingsverschijnselen Afstervingsverschijnselen Afstervingsverschijnselen Twijfels over kwaliteit aanhechtingen stam toekomst

Stagnerende groei

Beperkt

Stagnerende groei

Bestratingsopdruk (ernstig) Niet van toepassing

Stagnerende groei

Bestratingsopdruk (ernstig)

Bestratingopdruk (matig); Eenzijdige kroon; Stagnerende groei

Conditieproblemen

> 1,5 > 225

Onvoldoende Slecht

Conditieproblemen Conditieproblemen

> 225

Slecht

Conditieproblemen

Conditieproblemen; Soort (beperkende eigenschappen) Conditieproblemen; Soort (beperkende eigenschappen) Conditieproblemen; Soort (beperkende eigenschappen) Conditieproblemen; Soort (beperkende eigenschappen) Conditieproblemen; Soort (beperkende eigenschappen) Conditieproblemen; Soort (beperkende eigenschappen) Conditieproblemen; Soort (beperkende eigenschappen) Niet aanwezig Conditieproblemen; Soort (beperkende eigenschappen) Conditieproblemen; Soort (beperkende eigenschappen) Conditieproblemen; Soort (beperkende eigenschappen) Conditieproblemen; Soort (beperkende eigenschappen) Soort (beperkende eigenschappen) Conditieproblemen; Soort (beperkende eigenschappen) Conditieproblemen; Soort (beperkende eigenschappen) Conditieproblemen; Soort (beperkende eigenschappen) Mechanische problemen (ernstig/onherstelbaar) Mogelijk ondergrondse belemmeringen Conditieproblemen; Mechanische problemen (ernstig/onherstelbaar); Soort (beperkende eigenschappen) Slechte kroonopbouw; Soort (beperkende eigenschappen) Conditieproblemen; Soort (beperkende eigenschappen) Soort (beperkende eigenschappen) Soort (beperkende eigenschappen) Soort (beperkende eigenschappen)

Legenda

11 A

Toekomstverwachting bomen Refentieboom

11

> 15 jaar

13 A

1 tot 5 jaar 5 tot 15 jaar Niet aanwezig

16

Pu rm

18 20

ers tee nw eg

13 B

22 24

33

11

26

22 28

44

13 C

30 32

55

13 D

34 36

66

38

77

40

88

21 21

99 10 10 11 11

22 22

Pu rm

12 12 13 13

14 14

23 23

15 15

30 30

24 24

17 17 25 25

46 46

at Ma gn olia str a

43 43

42 42

28 28

45 45

44 44

16 16

29 29

47 47 2- 6 2

ers tee nw eg

18 18

26 26

27 27

31 31

19 19

20 20

32 32

33 33

37 37

42

36 36

34 34

41 41 35 35 39 39

38 38

Ka sta nje laa n

40 40

25 25 m m

11 A

Legenda Prognose projectinvloed

11

Refentieboom

13 A

Niet aanwezig Geen invloed Aanzienlijke invloed

Pu rm

18 20

Beperkte invloed Onhoudbaar

ers tee nw eg

13 B

22 24

33

11

26

22 28

44

13 C

30 32

55

13 D

34 36

66

38

77

40

88

21 21

99 10 10 11 11 Pu

22 22

12 12 13 13

14 14

23 23

15 15

30 30

24 24

17 17 25 25

46 46

at Ma gn olia str a

43 43

42 42

28 28

45 45

44 44

16 16

29 29

47 47 2- 6 2

rm ers tee nw eg

18 18

26 26

27 27

31 31

19 19

20 20

32 32

33 33

37 37

42

36 36

34 34

41 41 35 35 39 39

38 38

Ka sta nje laa n

40 40

2

25 25 m m

Bijlage C Methode Bomen Effect Analyse 1. Boominventarisatie Wij hebben de onderzoeksbomen visueel geïnspecteerd om inzicht te krijgen in de huidige kwaliteit en toekomstverwachting bij ongewijzigde omstandigheden. Wij hebben daarbij gelet op aspecten als conditie, mechanische gebreken en ziekten en/of aantastingen. De conditie en toekomstverwachting zijn medebepalend voor de beoordeling van de projectinvloed op de bomen (effectenanalyse). Een gezonde boom herstelt gemakkelijker van eventuele (wortel)schade dan een boom die er minder goed bijstaat. Wij hebben de inventarisatie uitgevoerd volgens de richtlijnen in het Handboek Bomen 2018, een uitgave van het Norminstituut Bomen. Conditie Wij hebben de bomen ingedeeld in de volgende conditiecategorieën: Goed. Het kroonvolume neemt jaarlijks (fors) toe. Voldoende. Er is nog steeds sprake van toenemend kroonvolume. Onvoldoende. Gestagneerde groei, afstervende twijgen in de kroonrand. Slecht.. Transparante kroon, veel afgestorven twijgen. Mechanische gebreken, ziekten en aantastingen Wij hebben de bomen geïnventariseerd op aspecten als dood hout/afgestorven takken in de kroon, afstervingsverschijnselen, houtscheuren, zwamaantastingen et cetera.

1

Bijlage bij Bomen Effect Analyse

Toekomstverwachting De toekomstverwachting is de verwachte, technische levensduur gebaseerd op de huidige conditie, de aanwezigheid van gebreken, ziekten en/of aantastingen en de groeiontwikkeling. Het betreft een momentopname en geldt bij gelijkblijvende (groeiplaats)omstandigheden. Uit de toekomstverwachting kan geen maximale restlevensduur worden opgemaakt. Er kunnen geen onderbouwde uitspraken gedaan worden over een periode langer dan 15 jaar. Bij bomen met onomkeerbare gebreken of aantastingen en een geringe toekomstverwachting kan overwogen worden om deze niet te betrekken in de verdere planuitwerking. Wij gebruiken de volgende klassen: > 15 jaar 10-15 jaar 5- 10 jaar < 5 jaar afgestorven boom De inventarisatie is de basis voor het advies over het behoud van de bomen.

2. Functie en beleidsstatus Aan de hand van aangeleverde informatie van de opdrachtgever of de gemeentelijke, of landelijke registratie van monumentale bomen wordt de beleidstatus bepaald. Voor een boom met een bijzondere functie of status gelden andere richtlijnen voor de wenselijkheid van behoud, inspanning die de gemeente wil doen om de boom te behouden en kaders waarbinnen de boom verwijderd mag worden. Dit nemen wij mee in het advies.

3. Bodem- en wortelonderzoek Wij hebben profielsleuven gegraven om het bodemprofiel (opbouw, type en structuur) en het bewortelingspatroon (dikte en intensiteit) in kaart te brengen. Aanvullend hebben wij een aantal profielboringen gedaan, waarbij we de grondwaterstand hebben bepaald. Het bodem- en wortelonderzoek geeft inzicht in de mate waarin de bomen ondergronds (wortel)schade zullen ondervinden van de (graaf)werkzaamheden.

2

Bijlage 4 Archeologisch bureauonderzoek

Parkeergarage Purmersteenweg 2020

77

Archeologisch bureauonderzoek Purmersteenweg 42 te Purmerend, gemeente Purmerend (NH).

HOLLANDIA reeks 807

COLOFON Hollandia reeks nr.

807

Titel:

Archeologisch bureauonderzoek Purmersteenweg 42 te Purmerend, gemeente Purmerend (NH)

Toponiem: Gemeente:

Purmerend Purmersteenweg 42

Onderzoeksmeldingsnummer Archis:

4801075100

Hoekcoördinaten:

125.500/502.193 125.541/502.269 125.634/502.210 125.579/502.196

Auteurs:

D. F. Brands

Uitvoering:

Hollandia Archeologen

In opdracht van:

Gemeente Purmerend

Contactpersoon opdrachtgever:

Ivo Kielenstijn Purmersteenweg 42 1441 DM Purmerend

Wetenschappelijke leiding:

P. M. Floore

Illustraties:

D. F. Brands, tenzij anders vermeld

Definitie e versie:

maart 2020

Oplage:

6

ISSN:

1572-3151

© Hollandia archeologen, Zaandijk 2020 HOLLANDIA archeologen Tuinstraat 27 1544 RS Zaandijk  075 - 622 49 57  info@archeologen.com

Purmerend (NH)

Inhoudsopgave Samenvatting 7 1. Inleiding 9 2. Onderzoeksgebied 11 3. Beleid 13 4. Methode 15 5. Aardwetenschappelijke gegevens 17 6. Historische en archeologische gegevens

21

7. Gespecificeerde archeologische verwachting

27

8. Conclusie en advies 29 Literatuur 30 Bijlagen 31

Purmersteenweg 42, Purmerend bureauonderzoek

7

Samenvatting In maart 2020 heeft Hollandia Archeologen in opdracht van de gemeente Purmerend een archeologisch bureauonderzoek opgesteld voor een onderzoeksgebied aan de Purmersteenweg 42 in Purmerend, gemeente Purmerend (NH). De aanleiding voor het onderzoek is de bouw van een ondergrondse garage en het dempen van de vijver voor de herinrichting van het voorplein. Het onderzoeksgebied ligt binnen een dubbelbestemmingsgebied, deels in een gebied met een lage archeologische waarde en deels in een gebied met middelhoge archeologische waarde. Volgens het bestemmingsplan moet in dit gebied archeologische onderzoek plaatsvinden bij werken groter dan 500 m2 en die dieper reiken dan 50 cm onder maaiveld. Het doel van onderhavig bureauonderzoek is om in een vroeg stadium van de ontwikkeling inzage te krijgen van de te verwachte archeologische waarden binnen het plangebied. Hiervoor zijn de relevante historische, archeologische en bodemkundige gegevens van het gebied in kaart gebracht. Er is een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit het paleolithicum, neolithicum, de middeleeuwen en de nieuwe tijd. Dit is vastgesteld op basis van reeds aangetroffen archeologische resten in de nabije omgeving en kaartmateriaal. Het onderzoeksgebied is pas vanaf begin 20ste eeuw bebouwd en er heeft voor die tijd ook geen bewoning plaatsgevonden.

Wel ligt het onderzoekgebied deels in een gebied met een middelhoge trefkans waar de verwachting ligt van een middeleeuwse veenontginningsas. Dat zorgt voor een middelhoge trefkans op het aantreffen van archeologische sporen uit deze periode. Echter gaat het hier om het dempen van de vijver en is deze grond al verstoord, waardoor de trefkans op archeologische sporen ook hier laag is. Advies Het vooronderzoek heeft aangetoond dat de ondergrond van het onderzoeksgebied een lage verwachtingskans heeft op sporen van bebouwing. Geadviseerd wordt om in het onderzoeksgebied waar de ondergrondse parkeergarage wordt gebouwd een controleonderzoek uit te voeren door middel van een verkennend booronderzoek met boringen tot 6-7 meter. Voor het dempen van de vijver in het onderzoeksgebied wordt geadviseerd om geen aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren. Dit is op basis van de lage verwachting op het aantreffen van archeologische sporen uit het paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies. Als er toch archeologische resten worden aangetroffen tijdens de bouw van de parkeergarage of het dempen van de vijver, dan geldt altijd de verplichting om dit te melden bij het bevoegd gezag, de gemeente Purmerend.

8

Purmersteenweg 42, Purmerend bureauonderzoek

Purmersteenweg 42, Purmerend bureauonderzoek

9

1. Inleiding In maart 2020 heeft Hollandia Archeologen in opdracht van de gemeente Purmerend een archeologisch bureauonderzoek opgesteld voor een onderzoeksgebied aan de Purmersteenweg 42 in Purmerend, gemeente Purmerend (NH) (afb. 1). Momenteel bevind zich op het terrein het huidige stadhuis van Purmerend, het voorplein, een grote vijver en parkeerplaatsen. Er zijn voornemens om in het onderzoeksgebied (aan de voorzijde van het stadhuis) een ondergrondse parkeergarage te bouwen van ca. 10 meter onder het maaiveld, project Parkeergarage Stadhuis (afb. 2). Daarnaast zijn er plannen voor een herinrichting van het voorplein waarbij de grote vijver gedempt zal worden. Doel van dit archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde, archeologische verwachting met behulp van informatie van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden rondom het onderzoeksgebied. Op basis daarvan wordt een advies geformuleerd waarop de gemeente Purmerend besluit over de eventueel te nemen vervolgstappen. In ARCHIS heeft het onderzoek het volgende onderzoeksmeldingsnummer toegekend gekregen: 4801075100.

Afbeelding 1: Uitsnede van de topografische kaart waarop Barsingerhorn is afgebeeld. De locatie van het onderzoeksgebied is rood gekleurd.

10

Purmersteenweg 42, Purmerend bureauonderzoek

Afbeelding 2: Plannen voor de parkeergarage ondergronds. Bron: Eindrapport ruimtelijke inpassing parkeergarage Stadhuis Purmerend.

Purmersteenweg 42, Purmerend bureauonderzoek

11

2. Onderzoeksgebied

502150.000

502200.000

502250.000

502300.000

De RD-coördinaten van het onderzoeksgebied zijn: 125.500/502.193, 125.541/502.269, 125.634/502.210 en 125.579/502.196. Er zijn voornemens om in het onderzoeksgebied (afb. 3) een ondergrondse parkeergarage te realiseren van ca. 10 meter onder het maaiveld, project Parkeergarage Stadhuis. Daarnaast zijn er plannen voor een herinrichting van het voorplein waarbij de grote vijver gedempt zal worden. Het onderzoeksgebied bestaat momenteel uit een parkeerplaats en een deel van het voorplein. De funderingen voor de ondergrondse garage zullen zeker 10 meter diep onder het maaiveld worden geplaatst. De oppervlakte van het huidige perceel is ca. 3600 m2. Het plangebied heeft een dubbelbestemming. Het noordelijkste deel van het onderzoeksgebied en de westelijke helft van de vijver vallen binnen de archeologische waarde. Volgens de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) is er voor het onderzoeksgebied een lage trefkans op het aantreffen van archeologische waarden.

125450.000

125500.000

125550.000

125600.000

125650.000

Afbeelding 3: Luchtfoto van Purmerend met daarbinnen de locatie van het plangebied (rood kader).

12

Purmersteenweg 42, Purmerend bureauonderzoek

Afbeelding 4: Archeologische verwachtingskaart van Purmerend. Het onderzoeksgebied is aangegeven met een zwart kader. Hierin is zichtbaar dat het gebied valt binnen een lage archeologische waarde en een middelhoge verwachtingswaarde (de middeleeuwse veenontginningsassen, oranje van kleur). Bron: www. ruimtelijkeplannen.nl

Purmersteenweg 42, Purmerend bureauonderzoek

13

3. Beleid In de Wet op de archeologische monumentenzorg stellen Rijk en provincie dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologische erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. De gemeente Purmerend heeft in 2017 een eigen geactualiseerd archeologisch beleid opgesteld (archeologische beleids- en advieskaart, zie ‘Nota Erfgoed beleid Purmerend 2017’) en daar een archeologische verwachtingskaart bij vervaardigd. Dit beleid is een verlengde van het bestemmingsplan ‘De Purmer 2016’. Op de archeologische verwachtingskaart worden zones aangegeven met verschillende verwachtingen: hoge, middelhoge of lage verwachting (afb. 4). De archeologische verwachtingskaart vormt de basis voor het opstellen van een beleidsadvieskaart, die vervolgens kan worden gebruikt voor de toetsing van ruimtelijke plannen op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Het bestemmingsplan vormt het belangrijkste instrument voor de archeologische monumentenzorg.

Voor gemeenten kunnen de door deskundigen opgestelde archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaarten als leidraad worden gebuikt voor zowel de planologische bescherming van archeologische waarden in het ruimtelijke plan als voor het vaststellen van het benodigde archeologisch onderzoek dat bij voorbereiding van ruimtelijke plannen moet plaatsvinden. Ter plaatse van een lage archeologische verwachtingswaarde is er geen noodzaak om een verkennend archeologisch onderzoek uit te voeren voordat nieuwe bouwactiviteiten plaatsvinden. Ter plaatse van een hoge en middelhoge verwachtingswaarde dient bij grondwerkzaamheden eerst een verkennend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd door een hiertoe gecertificeerd bureau. In de gebieden met een hoge archeologische verwachting kunnen boerderijplaatsen en molengangen worden verwacht. De gebieden met een middelhoge verwachting zijn de uitlopers van de middeleeuwse ontginningsassen. Het overige gebied van de De Purmer heeft een lage verwachting. Met het oog op de archeologische waarden moet bij bodemingrepen dieper dan 50 cm of boven een bepaalde oppervlakte (100 m² bij een hoge waarde; 500 m² bij een middelhoge waarde), archeologisch onderzoek plaatsvinden.

Als er archeologische waarden kunnen worden verwacht, kunnen er technische maatregelen worden getroffen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden, er kan een opgraving worden uitgevoerd, of de bouwwerkzaamheden kunnen archeologisch begeleid worden. Een aanlegvergunning mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van werkzaamheden de aanwezige archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden aangetast. Alvorens te beslissen omtrent de aanvraag om een aanlegvergunning dient op basis van archeologisch onderzoek te zijn aangetoond dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden en welke voorwaarden hiervoor dienen te worden gesteld. (www.ruimtelijkeplannen.nl) Het onderzoeksgebied ligt deels in een gebied met een middelhoge archeologische verwachting. Het betreft hier waarschijnlijk middeleeuwse veenontginningsassen. Dat betekent wan-

14

Purmersteenweg 42, Purmerend bureauonderzoek

neer in dit gebied bodemingrepen dieper dan 50 cm worden uitgevoerd of een oppervlakte groter heeft dan 500 m2 archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd wordt.

Purmersteenweg 42, Purmerend bureauonderzoek

15

4. Methode Het doel van een bureauonderzoek is om aan de hand van bestaande bronnen informatie te verzamelen over bekende of te verwachten archeologische waarden binnen een bepaald gebied. Dit omvat de aan- of afwezigheid, het karakter en de omvang, de datering, gaafheid en conservering en de relatieve kwaliteit van de archeologische waarden. Afhankelijk van de omvang van de werkzaamheden, de aard van de aanleiding tot het onderzoek en de vraagstelling (welke archeologische waarden kunnen binnen het plangebied verwacht worden? En in hoeverre zullen de graafwerkzaamheden deze archeologische resten bedreigen?) zullen aanvullende gegevens verzameld dienen te worden. Het bureauonderzoek resulteert in een rapport met een gespecifieerd verwachtingsmodel. Op basis van dit verwachtingsmodel wordt een (selectie)advies gegeven. Het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Purmerend, kan hierop een (selectie)besluit maken ten aanzien van (eventueel) vervolgonderzoek. Tevens kan door middel van het bureauonderzoek in een vroeg stadium rekening worden gehouden in de planvorming met aanwezige archeologische waarden in de bodem. Bij een bureauonderzoek worden, indien voorhanden, bronnen geraadpleegd die informatie verschaffen over de geologie en archeologie van het betreffende gebied. Onder andere wordt gebruik gemaakt van: 1.

Kaartmateriaal, zoals bodemkundige, geomorfologische, geologische en historische kaartgegevens, evenals beleidskaarten zoals gemeentelijke en provinciale verwachtingskaarten. 2. Gegevens omtrent eerder verricht onderzoek en vondstmeldingen in het gebied uit de database van het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS) van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). 3. Relevante geologische, historische en archeologische architectuur.

16

Purmersteenweg 42, Purmerend bureauonderzoek

Purmersteenweg 42, Purmerend bureauonderzoek

17

5. Aardwetenschappelijke gegevens Genese van het landschap Het landschap waarbinnen het onderzoeksgebied ligt, is gevormd in het holoceen. Dit is de huidige geologische periode, die begint na de laatste ijstijd (ca. 11.500 jaar geleden). Door het smelten van het landijs steeg de zeespiegel. Zo’n 6000 jaar geleden werd het huidige kustgebied gedomineerd door geulen, die zeewater voerden. Deze geulen zetten periodiek zand en klei af door getijdenwisselingen. Hierdoor ontstond een waddengebied met uitgestrekte wadplaten. Bovengenoemde afzettingen behoren binnen de Naaldwijkformatie tot het Wormer laagpakket (Brattinga 2017 en Berendsen 2000). Ongeveer 5000 jaar geleden traden er veranderingen op in de zeestromingen van de Noordzee. Er werd meer zand aangevoerd en de eerste strandwallen ontstonden, in de vorm van langwerpige zandbanken die parallel aan de kust tot stormvloedhoogte werden opgeworpen. Op deze strandwallen ontstonden uiteindelijk duinen. Deze eerste duinen lagen echter niet op de plaats van de huidige duinen, maar meer naar het oosten. Doordat de zeespiegel minder snel ging stijgen en zand continue wrd aangevoerd, ontstonden er westelijk van de eerste duinenrij in de loop der tijd nieuwe strandwallen en duinen. Bij Bergen was er een open waterverbinding van de Noordzee met het land erachter. Deze verbinding wordt het Zeegat van Bergen genoemd.

In die tijd bestond het landschap rond Bergen uit een stelsel van brede kreken, die onder invloed van de getijdenwerking, tot ver in West-Friesland actief waren. Circa 4000 jaar geleden begonnen het krekensysteem en het zeegat te verlanden. De grondwaterspiegel steeg en hierdoor verzoette het gebied en trad veenvorming op. Hierdoor ontstond vanaf het eind van het laat neolithicum in het onderzoeksgebied een uitgestrekt veenmoeras waarin bewoning niet of nauwelijks mogelijk was. Dit veen behoort binnen de Nieuwkoopformatie tot het Hollandveen laagpakket. Tot de middeleeuwen bleef het veen zich vormen (Brattinga 2017 en Berendsen 2000). In de vroege middeleeuwen begon men met het ontginnen van het veengebied. De hoger gelegen veengebieden bleken geschikt voor bewoning, landbouw en veeeteelt. Tot 1200 na Christus is het veengebied rondom het onderzoeksgebied verder ontgonnen. Door de ontginning en inklinking van het veen werd een geleidelijke daling van het land in gang gezet. het gevolg hiervan was dat water een steeds grotere bedreiging vormde en het gebied vernatte. Tijdens stormen werden grote delen van het veen weggeslagen. Hierdoor ontstonden grote meren, zoals de Schermer, de Beemster en de Purmer. Oude ontginningssporen verspoelden hierdoor.

Tegenwoordig is het Hollandveen binnen het onderzoeksgebied verdwenen en liggen de kwelderafzettingen van het Wormer laagpakket aan het oppervlak (Brattinga 2017 en Berendsen 2000). Tegen het einde van de 13e eeuw bestond het veengebied van het Noordhollands Noorderkwartier uit een losse verzameling van bedijkte veeneilanden die in het westen werden beschermd door de Noordzeeduinen. Om zichzelf en de dorpen te beschermen ging men dijkringen aanleggen. Een dijkring was in principe een aaneenschakeling van verschillende kleine dijkjes tot een gesloten geheel. Zo waren ook Waterland en de Zaanstreek samen door een dergelijke dijkring omgeven. De verschillende veeneilanden waren van elkaar gescheiden door brede zeearmen en uitgestrekte meren (de Schermer-Purmer-Beemster-Wormer). De dijkringen van West-Friesland, de Zeevang en de Zaanstreek waren vermoedelijk al omstreeks 1250 aanwezig.

Purmersteenweg 42, Purmerend bureauonderzoek

18

Geomorfologie en bodem Op de geomorfologische kaart (afb. 5) is te zien dat het onderzoeksgebied valt binnen een niet gekarteerd vlak. Dat komt omdat het onderzoeksgebied valt binnen de bebouwde kern en daarom niet gekarteerd is. De omgeving bevat wel verschillende omschrijvingen. Het groene vlak rondom Purmerend is gekarteerd als een vlakte van zee- of meerbodemafzettingen (2M62). In het noorden en zuiden van Purmerend is een rode kleur gekarteerd als ontgonnen veenvlaktes (1M81ykd). Tot slot is in de omgeving nog een gele kleur zichtbaar op de geomorfologische kaart. Deze kleur is gekarteerd als storthopen met grind-, zand-, kleigaten of ijzerkuilen (3L91).

500000.000

501000.000

502000.000

503000.000

504000.000

Volgens de bodemkaart (afb. 6) ligt het onderzoeksgebied tussen 2 typen gronden in. De blauwe kleur wordt gezien als weideveengronden op veenmosveen (pVc) en de groene kleur rondom Purmerend als kalkarme leek-/woudeerd gronden; klei, profielverloop 3, of 3 en 4, of 4 (pMn86C).

124000.000

125000.000

126000.000

127000.000

128000.000

Afbeelding 5: Geormorfologische kaart van Purmerend en omgeving. Het onderzoeksgebied is aangegeven in het rood. Bron: Archis3.

Purmersteenweg 42, Purmerend bureauonderzoek

500000.000

501000.000

502000.000

503000.000

504000.000

19

124000.000

125000.000

126000.000

127000.000

128000.000

Afbeelding 6: Bodemkaart van Purmerend en omgeving. Het onderzoeksgebied is aangegeven in het rood. In de omgeving zijn 2 verschillende gronden gekarteerd; weideveengronden op veenmosveen (blauw) en kalkarme leek-/woudgronden (groen).

20

Purmersteenweg 42, Purmerend bureauonderzoek

Afbeelding 7: Kaart van Purmerend door Jacob van Deventer uit ca. 1560. De locatie van het onderzoek is schematisch weergegeven in het rode kader. Kaart is niet op schaal, noorden is boven.

Purmersteenweg 42, Purmerend bureauonderzoek

21

6. Historische en archeologische gegevens Historische gegevens Purmerend is gelegen op een knooppunt van verschillende doorgaande land- en waterverbindingen. Een van die verbindingen was de Where, de natuurlijke waterverbinding tussen de Beemster en de Purmer. Sommigen vermoeden dat Purmerend ontstaan is op een hoger gelegen deel waar men deze waterweg kon oversteken. Anderen stellen dat Purmerend zich ontwikkeld heeft vanuit een deel van een bestaand agrarisch ontginningsdorp, in dit geval het noordeinde van Purmerland. Deze as maakte deel uit van de verbinding tussen Amsterdam en Hoorn en loopt vanuit het zuiden in een rechte lijn, via de Gouw, Hoogstraat en Peperstraat door tot bij de Where en wordt aan de overkant van het water vervolgd. Vermoedelijk zorgde een veer voor het overzetten van reizigers en goederen. Een tweede verkeersas bestaat uit de huidige Neckerdijk, Padjedijk, Breedstraat en Dubbele buurt en maakte deel uit van de oost-west verbinding tussen Zuiderzee en Noordzee (Huurdeman 1975). Op de kruising tussen deze twee landverbindingen bevindt zich vandaag de Kaasmarkt. Tot op heden vormen de Kaasmarkt en de viersprong van wegen het topografische centrum van de oude stad. Nabij de Kaasmarkt zijn bewoningssporen aangetroffen uit de 12e en 13e eeuw (Schenk 2008). In de naamgeving van enkele van deze straten, Padjedijk en Neckerdijk, wordt verwezen naar een dijk.

Vermoedelijk was deze oost-west-as langs of op de grote dijkring gelegen die Waterland en de Zaanstreek omgordde en zoals boven eerder reeds aangehaald reeds in het midden van de 13e eeuw aanwezig was. Op de oudste vermelding van de naam Purmerend moeten we echter nog wachten tot 1342. In de loop van de 14e eeuw vond er een bewoningsverschuiving plaats van het platteland naar het centrum van Purmerend waarop het zich ontwikkeld als een vissers- en handelsnederzetting met een stedelijke kern en bijhorende elementen als een waag en handelsprivileges (Schenk 2008). In 1355 splitst Purmerend zich af van de parochiekerk van Purmerland en krijgt het een eigen kapel. Pas een halve eeuw later, in 1410, werd het stadje gesticht door Graaf Willem VI, waarop zijn leenman, ene Willem Eggert, de heerlijke rechten over Purmerend en de toestemming om een kasteel te bouwen ontving. Aan de westkant van de toenmalige nederzetting werd het slot Purmersteijn opgetrokken, welke in 1413 klaar was. In de loop van de 16e-17e eeuw raakt het bouwwerk geleidelijk in verval waarop het in 1741 afgebroken werd (Huurdeman 1975). Enkel de straatnaam, Slotplein, verwijst vandaag nog naar het kasteel. Purmerend verwerft de stadsrechten in het jaar 1434 en de middeleeuwse stad was in 1484 volgroeid.

Rondom werd de nederzetting omgeven door een stadsgracht die aansloot op de Where en die op heden weerspiegeld wordt in de Gedempte Singelgracht, Westerstraat, Nieuwstraat, (verdwenen) Willem Eggertstraat en Kolkstraat. Op de kaart van Van Deventer (afb. 7) is deze middeleeuwse singel nog zichtbaar. Tot het eind van de 16e eeuw was Purmerend niet uitvoerig versterkt en dus geen vestingstad, alhoewel er toch aanduidingen zijn dat er reeds omstreeks 1450 op zijn minst een lage ommuring moet geweest zijn (Schukking 1963). De bovengenoemde stadsgracht vormde vermoedelijk eveneens wel iets van bescherming en historisch onderzoek heeft uitgemaakt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9574711/1