F-toelichting-bestemmingsplan-Riekstraat-Gaffelstraat-2022
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Riekstraat - Gaffelstraat 2022 Vastgesteld
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1
5 Inleiding
5
1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
5 5 6 7
Hoofdstuk 2
Projectbeschrijving
8
Hoofdstuk 3
Beleidskader
10
3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 4
Omgevingsanalyse
4.1 Huidige situatie 4.2 Nieuwe situatie
Hoofdstuk 5
Randvoorwaarden / omgevingsaspecten
Uitvoerbaarheid
6.1 Privaatrechtelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7
25 25 27
5.1 Archeologie 5.2 Bezonning 5.3 Bodemkwaliteit 5.4 Cultuurhistorische waarden 5.5 Duurzaamheid 5.6 Externe veiligheid 5.7 Geluid 5.8 Geur 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieuzonering 5.11 Natuurwaarden 5.12 Planologisch relevante leidingen 5.13 Verkeer en parkeren 5.14 Water 5.15 Milieu-effectrapportage
Hoofdstuk 6
10 13 15 17
Juridische planbeschrijving
7.1 Planvorm 7.2 Bestemmingsregeling
29 29 29 30 31 32 32 33 35 36 38 38 42 43 44 47
49 49 49 49
51 51 51
Bestemmingsplan "Riekstraat - Gaffelstraat 2022" (vastgesteld)
4
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
In het kinder- en tienercentrum "Riekstraat" aan de Riekstraat 21 te Purmerend worden wijkgerichte kind- en tieneractiviteiten georganiseerd. Het huidige gebouw is dusdanig oud dat het niet meer voldoet aan de huidige eisen en aan vervanging toe is. Omdat het centrum een belangrijke functie vervult in de wijk, heeft de raad in februari 2018 besloten dat het oude gebouw gesloopt zal worden om plaats te maken voor nieuwbouw. Het programma voor de locatie is het vervangen van het kind- en tienercentrum en toevoegen van maximaal 12 woningen, waarmee tevens de stedenbouwkundige kwaliteit van het kavel kan worden vergroot. Ook moet er ter vervanging van een duiker een sloot aangelegd worden. De gewenste nieuwbouw past niet binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan "De Purmer 2016". In 2021 heeft de gemeenteraad besloten om het plan uit te werken binnen de bestaande kaders en de bestemmingsplanprocedure voor te bereiden. In paragraaf 1.3 wordt hierop verder ingegaan. Het onderhavige bestemmingsplan biedt een planologisch kader met bouw- en gebruiksregels, waarbinnen het project planologisch mogelijk wordt gemaakt.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt in de wijk Purmer-Noord en ligt ingeklemd tussen de Gaffelstraat en de Riekstraat.
Ligging en situering plangebied
Bestemmingsplan "Riekstraat - Gaffelstraat 2022" (vastgesteld)
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Op het plangebied geldt tot op het moment van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan het bestemmingsplan 'De Purmer 2016', vastgesteld op 23-08-2017. Ter plaatse gelden de bestemmingen Maatschappelijk, Verkeer-2, Groen en Water.
Uitsnede verbeelding ter hoogte van het plangebied (www.ruimtelijkeplannen.nl) Het bestaande kinder- en tienercentrum heeft volledig de bestemming Maatschappelijk. Deze gronden zijn aangewezen voor maatschappelijke voorzieningen, water met bijbehorende oeverstroken en bij de bestemming behorende voorzieningen. Onder maatschappelijke voorzieningen wordt verstaan: (overheids)voorzieningen inzake welzijn, volksgezondheid, cultuur, religie, sport, onderwijs, openbare orde en veiligheid en daarmee gelijk te stellen sectoren. Gebouwen mogen alleen gebouwd worden binnen het bouwvlak, dat voor 25% mag worden bebouwd met een bouwhoogte van 8 meter. De overige gronden in het plangebied zijn bestemd voor verkeer, groen en water. Hier mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen worden opgericht.
6
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van het project. Hoofdstuk 3 geeft een samenvatting van het relevante actuele beleidskader. Hoofdstuk 4 bevat een omgevingsanalyse waarin wordt nagegaan welke functies en bouwwerken zich voorafgaand aan vaststelling van het bestemmingsplan in het plangebied bevinden en in hoeverre het nieuwe project hierin past. In hoofdstuk 5 worden de relevante randvoorwaarden en omgevingsaspecten behandeld. Hoofdstuk 6 gaat over de uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt een toelichting gegeven op de gekozen planvorm en de gedachten die ten grondslag liggen aan de juridische regeling zoals deze op de verbeelding en in de regels is opgenomen.
Bestemmingsplan "Riekstraat - Gaffelstraat 2022" (vastgesteld)
Hoofdstuk 2
Projectbeschrijving
Het project, waarvoor onderhavig bestemmingsplan de kaders biedt, bestaat uit sloop en nieuwbouw van het bestaande kinder- en tienercentrum en de bouw van 12 appartementen in het middeldure huursegment. Ook moet er ter vervanging van een duiker een waterloop aangelegd worden. Bij het maken van de plannen, moest met een aantal zaken rekening gehouden worden: het groot openbaar grasveld dat tussen de Gaffelstraat en Riekstraat in ligt, moet zo veel mogelijk intact blijven en een openbaar karakter hebben. De bebouwing moet aansluiten op de woonbebouwing in de omgeving, bestaande uit 2 á 3 lagen De nieuwbouw mag geen afbreuk doen aan de kwaliteit van de leefomgeving. De parkeerdruk in de wijk is hoog, de ontwikkeling moet voorzien in voldoende parkeerplaatsen en liefst nog voorzien in extra parkeerplaatsen. De nieuwbouw moet op voldoende afstand blijven van de bestaande bebouwing. De ontwikkeling mag niet leiden tot extra overlast in de wijk, de rust moet zoveel mogelijk gewaarborgd blijven. Openbare ruimte: versterken, verbeteren, opschonen met ogen aan het groen. Aandacht voor bomen met een beschermde status.
Afbeelding: impressie nieuwbouw Het plan bestaat uit één geschakeld gebouw met oriëntatie op het centraal gelegen groene veld, waarin zowel het kind-/tienercentrum als 12 appartementen worden gerealiseerd. De appartementen worden gebouwd in het middeldure huursegment. Het totale oppervlak van de nieuwbouw bedraagt ongeveer 660 m2. De te slopen bebouwing heeft een oppervlak van ongeveer 165 m2. De bebouwing wordt aan de oostelijke zijde van het plangebied gesitueerd. Op deze manier wordt het groene veld gewaarborgd en kan de rooilijn langs de hoofdgroenstructuur/langzaamverkeersroute aan de Waterschapsingel worden aangeheeld. 8
Het bouwblok kent een oost-west oriëntatie om de vermindering van privacy van de bestaande woningen aan de Riekstraat en de Gaffelstraat te beperken en heeft nabij de woonbebouwing een bouwhoogte van maximaal 7 - 10 meter (2 á 3 lagen) met plat dak. Dit sluit aan op de bebouwing in de omgeving. Waar de bebouwing drie bouwlagen betreft, zal het gebouw een vooruitgeschoven positie krijgen. Dit dient om de statigheid van het gebouw te benadrukken en de stedenbouwkundige opzet van de wijk te accentueren. Het kind-/tienercentrum bestaat uit 1 bouwlaag van maximaal 4 meter hoog en krijgt een oppervlakte van circa 162 m2. Deze oppervlakte komt vrijwel overeen met de bestaande situatie. Het gebouw komt geschakeld aan de noordwestzijde van het woningbouwblok te liggen. Gezien de hoge parkeerdruk in de wijk is er gekeken naar mogelijkheden om extra parkeerplekken te realiseren in de Riek- en Gaffelstraat, naast de parkeerplekken die ontwikkeld worden voor de ontwikkeling.
Afbeelding: randvoorwaardenkaart Riekstraat - Gaffelstraat De bestaande waterloop tussen de Riek- en Gaffelstraat wordt doorgetrokken naar de Waterschapsingel. De aan te leggen waterloop wordt minimaal 4 meter breed. Deze minimale breedte is noodzakelijk voor het beheer en onderhoud en de doorvaarbaarheid. De tewaterlaatplaats/trailerhelling wordt teruggebracht op de oever ter bevordering van beheer en onderhoud. Door het graven van een waterloop neemt de hoeveelheid oppervlaktewater toe. Dit dient ter compensatie van de toename aan verharding binnen het plangebied en op de binnenstedelijke ontwikkellocatie Tarwestraat. Het gebied wordt ontsloten via de reguliere wegen van de Riekstraat en Gaffelstraat, die op hun beurt uitkomen op de wijkontsluitingsweg Van Osweg. Door herinrichting van de parkeerplaatsen kunnen ongeveer 26 parkeerplaatsen worden toegevoegd om zo de parkeerdruk te verlagen. Om de toegankelijkheid tussen de Riekstraat en de Gaffelstraat te waarborgen, komt er een langzaamverkeersbrug over de nieuw te graven waterloop. Het gebied wordt klimaatbestendig ingericht, met zo min mogelijk verharding, gevel- en dakbegroeiing, waterretentie enz. Het verlengen van de watergang komt de waterrobuustheid ten goede. Het extra oppervlaktewater zal daarnaast een verkoelende werking hebben.
Langs de waterkant dient dan ook voldoende beschutting te zijn, zodat de waterkwaliteit tijdens zomerse dagen geborgd blijft.Het behouden van bomen draagt daaraan bij.
Bestemmingsplan "Riekstraat - Gaffelstraat 2022" (vastgesteld)
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Het kader voor een bestemmingsplan wordt gevormd door diverse nationale, provinciale, (deel-)regionale, en (deel)gemeentelijke nota's. Dit beleid stelt planologische en bestuurlijke beleidskaders (randvoorwaarden) aan de ruimtelijke (on)mogelijkheden voor het plangebied waarmee rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk wordt voor het plangebied het relevante algemene beleid beknopt samengevat.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met de NOVI wil het Rijk een langetermijnvisie geven op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het betreft hier een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving, groot en veelzijdig en vaak met elkaar verweven. Het is een nationale visie die zelfbindend is voor het Rijk. De aanpak van de NOVI gaat uit van de nationale belangen die in de leefomgeving aan de orde zijn, inclusief de opgaven die daaruit zijn afgeleid. Waar op deze opgaven een geïntegreerde aanpak noodzakelijk is, geeft de NOVI richting. Op andere onderwerpen wordt naar sectoraal beleid verwezen. De NOVI is continu aanpasbaar. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten. Op deze prioriteiten worden beleidskeuzes gemaakt. De vier prioriteiten zijn: I. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; II. Duurzaam economisch groeipotentieel; III. Sterke en gezonde steden en regio's; IV. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. Tot het moment dat de Omgevingswet in werking treedt (naar verwachting op 1 januari 2023) geldt de omgevingsvisie als structuurvisie en zijn ruimtelijke belangen geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het Rijksbelang opgenomen dat verstedelijking op duurzame wijze plaatsvindt. Wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt moet er getoetst worden aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Door de sloop - nieuwbouw die in voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt worden geen nationale belangen geraakt. Er is geen strijd met de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 AmvB Ruimte (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid zoals dat in de Nationale Omgevingsvisie is vastgelegd. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken.
Voor het onderhavige plangebied hebben deze regels geen gevolgen. 10
3.1.3 Deltaplan Ruimtelijke adaptatie 2020 Het klimaat verandert. De stijging van de gemiddelde temperatuur brengt extremer weer met zich mee, dat natter, droger en heter is. De resultaten daarvan zijn wateroverlast, hittestress en druk op watervoorraden door droogte. Dit vereist een verandering in denken en doen: klimaatbestendig en waterrobuust inrichten moet in Nederland een vanzelfsprekend onderdeel bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen worden. Om het proces van ruimtelijke adaptatie te versnellen en intensiveren is het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie opgesteld. Daarin staat hoe gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk de nadelige effecten van klimaatverandering tegen willen gaan. De kern is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en klimaat robuust is ingericht. Op nationaal niveau zijn stresstesten per gemeente uitgevoerd om de knelpunten van bestaande infrastructuur in kaart te brengen. In een drieledig nationaal programma worden deze kwetsbaarheden in beeld gebracht, afgewogen en geprioriteerd, om vervolgens tot concrete maatregelen te worden omgezet. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zal vooraf moeten worden gekeken of deze klimaatadaptief zijn en hoe de inrichting dusdanig robuust kan worden aangepast. Zie verder de paragrafen 3.4.5 en 5.5.
3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 juli 2017 is het besluit tot wijziging van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Het betreft een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking (duurzaamheidsladder). De laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De behoefte aan deze stedelijke ontwikkeling moet dan worden aangetoond. De behoefte is het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, looptijd bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de plantoelichting worden vermeld. Voor uitwerkings- en wijzigingsplannen kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering van deze behoefte wordt doorgeschoven naar de toelichting behorende bij het uitwerkings- of wijzigingsplan. Als stedelijke ontwikkeling wordt bedoeld: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor een minimale omvang vastgelegd van wat een stedelijke ontwikkeling is.
Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor overige stedelijke functies wordt gesteld dat 'in beginsel' geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m² bedraagt. Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van overprogrammering en de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand. In het geval in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, bevat de toelichting een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. De motivering van de behoefte aan die ontwikkeling dient in het licht te worden geplaatst van een goede ruimtelijke ordening en dient zich te richten op het motiveren van de behoefte aan die ontwikkeling met het oog op het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. De behoefte wordt onderbouwd en afgewogen op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling.
Dit betekent dat de aard en omvang van de ontwikkeling bepalend zijn voor de reikwijdte van de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan
Bestemmingsplan "Riekstraat - Gaffelstraat 2022" (vastgesteld)
de resultaten ook zijn opgenomen in de beschrijving. De provincie Noord-Holland wil vraag en aanbod op de woningmarkt zo goed mogelijk laten aansluiten. Daartoe hebben zij de Woonagenda Noord-Holland 2020-2025 opgesteld. Op basis daarvan hebben acht gemeenten, waaronder Purmerend, besloten een woonakkoord te maken. Dit woonakkoord is de opvolger van het Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 (RAP). Purmerend heeft tot van 2020-2050 een woningbouwopgave van ruim 10.000 woningen. 41% hiervan bestaat uit appartementen.
De voorziene woningen passen binnen zowel de kwantitatieve als kwalitatieve woningbehoefte die het Woonakkoord aantoont. Met kwantitatieve woningbehoefte wordt het aantal woningen bedoeld, met kwalitatieve woningbehoefte wordt het woonmilieu en de typen woningen bedoeld. Een van de opgaven in het Woonakkoord is om zoveel mogelijk binnenstedelijk te bouwen. De locatie is gelegen binnen stedelijk gebied. Ook is opgenomen dat toegelaten instellingen (woningcorporaties) in Purmerend extra middeldure huurwoningen moeten toevoegen om aan de vraag naar dit woningtype te kunnen voldoen. 12
De voorziene woningen passen in de Woonagenda en de Structuurvisie van de gemeente Purmerend. Het plangebied wordt ontsloten via de reguliere wegen van de Riekstraat en Gaffelstraat, die op hun beurt uitkomen op de wijkontsluitingsweg Van Osweg. De projectlocatie is daarmee goed ontsloten. De laddertoets is hiermee succesvol doorlopen.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 hebben Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie van de provincie op de fysieke leefomgeving beschreven. De provincie zet in op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid, zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. De Omgevingsvisie bevat het provinciale beleid op het gebied van wonen en werken. De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. De onderhavige ontwikkeling, liggend in bestaand stedelijk gebied, is in lijn met de Omgevingsvisie NH2050. 3.2.2 Omgevingsverordening NH2020 Op 22 oktober 2020 is de provinciale Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. Deze is op 17 november 2020 in werking getreden. Deze verordening zet in op het mogelijk maken van ontwikkelingen zoals woningbouw en de energietransitie en op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland, met een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid.
De verordening bevat instructieregels voor gemeenten die beperkingen stellen aan wat in ruimtelijke plannen kan worden opgenomen. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. De woningbouw die in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt wordt, is opgenomen in de monitor plancapaciteit, waarin de provincie Noord-Holland en de Metropoolregio Amsterdam gezamenlijk de woningbouwcapaciteit monitoren. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de binnen de regio gemaakte afspraken. De Omgevingsverordening levert geen beperkingen op voor dit bestemmingsplan. 3.2.3 Woonagenda PNH 2020-2025 De Provincie Noord Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Daarom is op 31 maart 2020 de woonagenda 2020-2025 vastgesteld. De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland tot 2025 en volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord ‘Duurzaam doorpakken’. Speerpunten zijn: 1. Een woning voor iedereen: a. Adaptief en vraaggestuurd programmeren. b. Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie.
Bestemmingsplan "Riekstraat - Gaffelstraat 2022" (vastgesteld)
c. Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. 2. Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie. Hierbij worden een aantal richtinggevende principes gehanteerd. 1. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwalitatieve en kwantitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. 2. Er zijn snel meer woningen nodig. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie en helpt gemeenten hierbij door voortzetting van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen en Versnellen Woningbouw. 3. De woningbouwprogrammering is regionaal en adaptief. De programmering houdt rekening met fasering en haalbaarheid, zodat de in het woonakkoord af te spreken regionale productiedoelstellingen kunnen worden gehaald. 4. De provincie geeft gemeenten ruimte om bij binnenstedelijke plannen nabij een OV-knooppunt en/of in een groeiregio hogere aantallen woningen te realiseren dan de prognose, om het woningtekort versneld in te lopen. 5. De woningmarkt heeft structureel meer flexibiliteit en betaalbare opties voor alle verschillende doelgroepen van woningzoekenden nodig. 6. Betaalbaar en divers woningaanbod voor alle doelgroepen vraagt regionale afstemming en samenwerking. 7.
Vanuit het oogpunt van leefbaarheid en gezondheid bewaakt de provincie de goede balans tussen economie, wonen, mobiliteit, natuur en landschap. 8. Woningbouw heeft een grote impact op het landschap, de natuur en de biodiversiteit, zowel binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied. In de woonakkoorden worden afspraken gemaakt om woningbouw zoveel mogelijk klimaatneutraal, klimaatadaptief, actieve mobiliteit (gericht op fietsen en lopen) stimulerend, circulair en natuur- en landschapsinclusief te ontwikkelen en dit vroegtijdig bij de locatiekeuze en planontwikkeling mee te nemen. Onderhavig bestemmingsplan voorziet naast vervangende nieuwbouw van het kind-/tienercentrum tevens in de bouw van 12 middeldure huurappartementen en voorziet daarmee in een behoefte. Zie ook paragraaf 3.1.4. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Woonagenda. 3.2.4 Monitor woningbouw 2020 Uit de 'Monitor woningbouw 2020', vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 1 november 2020, blijkt dat er in 2019 nagenoeg evenveel nieuwbouwwoningen gebouwd zijn als in het jaar ervoor, namelijk circa 14.000. De nieuwbouwproductie in Noord-Holland Zuid en in Noord-Holland Noord was eveneens ongeveer gelijk in beide jaren, respectievelijk 11.600 en 2.300. Voor het derde jaar op rij is de nieuwbouw gelijk dan wel groter dan de huishoudensgroei.
De afgelopen drie jaar kwamen er jaarlijks gemiddeld 1.350 meer nieuwbouwwoningen bij dan huishoudens. In Noord-Holland is nog steeds sprake van een substantiële inhaalvraag van 10.400 woningen, maar deze is hierdoor wel afgenomen. Sinds het begin van de coronacrisis in maart 2020 is de bevolkingsgroei in Nederland en Noord-Holland sterk gedaald en was er tot en met mei zelfs sprake van een bevolkingskrimp, met name door de afname van de buitenlandse migratie. Zolang de coronapandemie voortduurt zal de verwachte bevolkingsgroei waarschijnlijk niet gehaald worden. Op de korte termijn valt daardoor de huishoudensgroei lager uit en daarmee valt ook de toename van de woningbehoefte lager uit. Gezien het huidige woningtekort en de druk op de woningmarkt is het echter wel belangrijk door te blijven bouwen om de druk op de woningmarkt terug te dringen. Ook valt te verwachten dat als de 14
coronacrisis voorbij is, de bevolkingsgroei weer aantrekt.
Tabel: Inhaalvraag (aantal woningen) op basis van verschil huishoudensgroei en nieuwbouwproductie 2014-2019 Onderhavig bestemmingsplan levert een bijdrage aan de inhaalvraag van woningen door het mogelijk maken van de bouw van 12 appartementen aan de Riekstraat/Gaffelstraat.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regiovisie Waterland 2040 (Vitaal met Karakter) Voor de lange termijn heeft de regio een ontwikkelingskader tot 2040 opgesteld, de Regiovisie Waterland 2040. In deze visie staat behoud en zo mogelijk versterking van het kenmerkende authentieke karakter van de regio Waterland voorop, maar wel met de noodzakelijk sociaal-economische en infrastructurele impulsen om de kernen vitaal te houden en het gebied binnen de Metropoolregio Amsterdam bereikbaar te maken. Naast maatregelen om het authentieke karakter van het landelijk gebied te bewaren, vergt dat op vele locaties een forse inspanning in de kwaliteit van de leefomgeving, selectieve uitbreiding voor noodzakelijke sociaal-economische ontwikkelingen en duurzame oplossingen voor beheer en terugdringing van het woon-werkverkeer. Op die manier ontstaat een duurzame vitale regio met een herkenbaar eigen karakter. Onderhavige ontwikkeling past goed in het beleid zoals weergegeven in de Regiovisie. Het bepaalde in dit bestemmingsplan is niet strijdig met dit beleid. 3.3.2 Metropoolregio Amsterdam Purmerend maakt onderdeel uit van Metropoolregio Amsterdam (MRA). Dit is een samenwerkingsverband van de provincies Noord-Holland en Flevoland, 32 gemeenten en de Vervoerregio Amsterdam. De Metropoolregio Amsterdam (MRA) is een (inter-)nationaal gewilde plek om te wonen en werken.
Het is het gebied dat rondom Amsterdam ligt en waarin ieder deelgebied met eigen grote kernen een deel van de aantrekkelijkheid van de MRA vormt met een mix van eigen landschap, woonmilieus en vormen van werkgelegenheid. Op basis van de prognose uit 2019 is voorzien dat de MRA tot 2050 circa 325.000 extra woningen nodig heeft om de groeiende bevolking onderdak te bieden. Dat is inclusief een aanvullende opgave van circa 25 duizend woningen om het woningtekort significant te verminderen en naar een acceptabel niveau terug te brengen. De ambitie is dat de MRA zich toekomstbestendig en evenwichtig ontwikkelt tot een internationale topregio met een hoge leefkwaliteit (zie de
Bestemmingsplan "Riekstraat - Gaffelstraat 2022" (vastgesteld)
MRA-agenda 2020-2024). De MRA bestaat uit veel verschillende en krachtige kernen, die elkaars kwaliteiten versterken. Bij de aankomende groei op lange en middellange termijn is het behoud en verbeteren van de leefbaarheid in de regio van groot belang met aandacht voor klimaatadaptatie en landschap en een goede bereikbaarheid van werk en ontspanning voor iedereen. De MRA streeft een polycentrische ontwikkeling na, waarin alle kernen elkaar versterken, maar ook sterk genoeg op zichzelf zijn. Daarom wil de MRA inzetten op een goede verdeling van de werkgelegenheid en balans in woon- en werklocaties. Het gemeenschappelijk kader hiervoor is de Verstedelijkingsstrategie, die naar verwachting tweede helft 2021 wordt vastgesteld. Hierin wordt voort geborduurd op al bestaande Rijk-regioafspraken, zoals de MRA-sleutelgebieden, de versnelling van de woningbouwproductie, de Woondeal met Binnenlandse Zaken en het programma “Samen Bouwen aan Bereikbaarheid” en het landschap. Woonakkoord regio Zaanstreek-Waterland en provincie Noord-Holland 2021-2025 In april 2020 heeft de provincie Noord-Holland het woonbeleid uitgewerkt in de Woonagenda PNH 2020-2025. Hiermee wil de provincie uitvoering geven aan een aantal doelstellingen, zoals het bouwen van voldoende betaalbare en duurzame woningen.
Middels het sluiten van regionale Woonakkoorden voor de periode 2021-2025 wil de provincie de regionale samenwerking bevorderen. De acht gemeenten in Zaanstreek-Waterland hebben besloten hier samen met de provincie invulling aan te geven aan de hand van vier thema's: 1. Nieuwbouw / woningbouwprogrammering a. werken aan de eigen én regionale woningbehoefte b. zoveel mogelijk binnenstedelijk bouwen, met ruimte voor uitzonderingen c. zoveel mogelijk bouwen in de nabijheid van OV-knooppunten en stadsharten d. versnellen van de woningbouwproductie e. werken aan stedelijke vernieuwing en leefbaarheid 2. Betaalbare voorraad a. werken aan de gewenste ontwikkeling van de sociale woningvoorraad b. werken aan regionale woonruimteverdeling 3. wonen en zorg a. werken aan de huisvesting van senioren b. werken aan de huisvesting van bijzondere doelgroepen 4. duurzaamheid, klimaatadaptatie, circulair bouwen. a. werken aan klimaatneutrale, klimaatadaptieve, circulaire en natuur- en landschapsvriendelijke nieuwbouw b. werken aan de opwekking van duurzame energie in de regio c. werken aan de verduurzaming van bestaande woningvoorraad d. werken aan een gezonde leefomgeving In het Woonakkoord wordt rekening gehouden met bestaande kaders en afspraken, die soms op een ander c.q.
hoger schaalniveau zijn vastgesteld, zoals in de Metropoolregio Amsterdam, waar Zaanstreek-Waterland onderdeel vanuit maakt. Uit het Woonakkoord blijkt dat er binnen de regio vraag is naar voldoende betaalbare en duurzame woningen. Het project draagt met de bouw van 12 nieuwe middenhuurwoningen hieraan bij.
16
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Purmerend 2005-2020 In de Structuurvisie Purmerend 2005-2020, vastgesteld op 2 maart 2006, heeft de gemeenteraad van Purmerend een toetsingskader neergelegd voor gewenste en bestaande ontwikkelingen binnen de gemeente. In de structuurvisie worden vier ambities verwoord die leidend dienen te zijn bij de ontwikkeling van de stad Purmerend tot 2020. 1. Purmerend is het centrum van Waterland: Uiteen wordt gezet dat Purmerend wil investeren in haar functies waarin zij een regionale rol heeft, om de positie als centrum van Waterland te behouden. De manier waarop Purmerend dit wil bereiken is door te investeren in een veelzijdig, herkenbaar en toegankelijk centrum met kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte en door te streven naar een hoog niveau van voorzieningen in zowel het centrum als in andere delen van de stad. 2. Purmerend werkt aan een evenwichtigere woon-werkbalans. In de structuurvisie wordt beschreven dat Purmerend voor de werkgelegenheid sterk afhankelijk is van Amsterdam. Dit is een kwetsbaar punt. Belangrijk is daarom dat Purmerend haar economische punten verder ontwikkelt. Dit is onder meer van belang voor jongeren die in Purmerend zijn geboren en zich nu op de arbeidsmarkt gaan begeven, omdat zij meer geneigd zullen zijn om in Purmerend te werken. 3. Purmerend versterkt haar verbindingen in groen, blauw en grijs.
Gesteld wordt dat de kwaliteit van de ligging van de stad veel beter benut kan worden. De kwaliteiten van het buitengebied zijn in de wijken ruimschoots aanwezig, maar zijn op het niveau van de stad te weinig herkenbaar en andersom worden de kwaliteiten van de stad daarbuiten nauwelijks (h)erkend. Uiteen wordt gezet dat de aantrekkelijke ligging van Purmerend veel meer benut kan worden om de kwaliteit van het wonen in de stad te verhogen, om de kansen voor toerisme te vergroten en om het beeldmerk van de stad neer te zetten. Tevens wordt gesteld dat het versterken van de stedelijke structuren kan helpen mensen zich meer verbonden te laten voelen met hun stad en om een betere oriëntatie te krijgen op de stad en haar omgeving. 4. Purmerend kiest voor bloei in plaats van groei. Purmerend heeft zich decennia lang gericht op groei. Nu moet de omslag komen naar het investeren in identiteit en kwaliteit. Beschreven wordt dat het doel niet langer is om woningen te bouwen en nieuwe wijken te ontwikkelen, maar toe te werken naar een complete stad die op basis van kwaliteit de concurrentie aan kan met de steden in de omgeving en die toegesneden is op de demografische veranderingen.
In 2013 is de strategische plankaart, behorende bij de structuurvisie Purmerend 2005 - 2020, als eerste stap in het proces om te komen tot en vooruitlopend op een integrale herziening, aangepast aan de actuele stand van zaken. Het betreft een beleidsneutrale actualisering, waarbij op de plankaart de wijzigingen zijn verwerkt, die in de achterliggende periode (sinds 2006) doorgevoerd zijn in of op grond van het gemeentelijk beleid. Deze kaart gaat vergezeld van een toelichting daarop. Door de uitvoering van dit plan draagt bij aan het verbeteren van de kwaliteit van het wonen in de stad. Geconcludeerd wordt dat dit plan aansluit op de doelen van de structuurvisie. 3.4.2 Ruimte voor Purmerend (omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040) Het stuk 'Ruimte voor Purmerend (omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040) is een dynamische agenda die naast politiek-bestuurlijke focus vooral duidelijkheid biedt over de ambities van de gemeente Purmerend. Purmerend wordt hierin neergezet als compacte woonstad met sterke OV-verbindingen naar de hoofdstad maar ook uitstekende fietsverbindingen naar de omgeving en buitengebied. Een stad waarin de wijken een zelfvoorzienend karakter hebben op het gebied van voorzieningen.
Bestemmingsplan "Riekstraat - Gaffelstraat 2022" (vastgesteld)
Aan bovenstaande beschrijving kunnen troeven en waardevolle aspecten worden toegevoegd waaruit ambities voortvloeien. De nabijheid van Amsterdam, het voorzieningenaanbod, het OV-netwerk en de betaalbare woningvoorraad zijn bekende troeven. Waardevolle aspecten zijn het dorpse karakter, de tevredenheidsstabiliteit en het brede scala en diversiteit van voorzieningen, omgeving en activiteiten. De ambities die hieruit zijn geformuleerd (samengevat): De urgentie en noodzaak om verder te bouwen aan woongelegenheid in een grotere diversiteit voor zowel huidige als toekomstige generaties; een flink deel van de opgave dient plaats te vinden in het bestaande stedelijke gebied. Regionale functie van 'de zorg' waarborgen. De compacte en consequente wijkstructuur van Purmerend leent zich al goed voor dagelijkse voorzieningen en zorg (ziekenhuis, EHBO, verpleeghuis, opvang o.m.), voldoende aangepaste huisvesting is ook aanwezig. De ambitie is om deze regionale functie met het oog op de toekomst (vraag naar zorg) te behouden en versterken. Versterking van de toeristische sector door Purmerend als pleisterplaats en verblijfsstad op de kaart te zetten voor iedereen die Laag Holland bezoekt. Om vorm te geven aan de groei van Purmerend worden scenario's bekeken.
Gelet op de ladder voor duurzame verstedelijking ligt intensivering van (vastgoed in) de bestaande stad als eerste mogelijkheid voor de hand en vervolgens wordt het verstedelijken van de randen nader als mogelijkheid bezien. Onderhavig plan voorziet in het ontwikkelen van woongelegenheid in bestaand stedelijk gebied. Gezien de woningbehoefte van circa 10.000 woningen in Purmerend, als onderdeel van de woningbouwtaakstelling van de Metropoolregio Amsterdam, is er behoefte aan de 12 woningen die in het plangebied worden gerealiseerd. Het voornemen is daarmee in overeenstemming met de 'Agenda: Purmerend koers naar 2040'. 3.4.3
Wonen
3.4.3.1 Woonvisie 2017-2022 In de Woonvisie Purmerend 2017-2022 heeft de gemeente haar visie tot 2022 op het gebied van wonen geformuleerd. De gemeente wil een prettige woonstad blijven, de vraag naar woningen van inwoners goed kunnen blijven bedienen en een bijdrage leveren aan de regionale woningbouwopgave. Veel aandacht gaat uit naar de positie van huishoudens die zichzelf niet of moeilijk kunnen redden op de woningmarkt. In een achttal speerpunten heeft Purmerend deze ambitie verder uitgewerkt, waaronder ook de ambitie om tot 2040 10.000 extra woningen te bouwen. Dit om tevens de kwaliteit van de stad te versterken door vergroting van de differentiatie van het aanbod en van verschillende woonmilieu's en de woningvoorraad meer passend te maken voor de toekomstige bevolkingssamenstelling. De voorgenomen ontwikkeling betreft sloop-nieuwbouw van het kind-/tienercentrum en de bouw van 12 appartementen in het middeldure segment. De ontwikkeling voegt aansprekende en diverse woningen toe aan de huidige woningvoorraad. Hiermee past de voorgenomen ontwikkeling in dit beleid. 3.4.3.2 Woonprogramma uit Structuurvisie 2005-2020 De speerpunten van het Woonprogramma uit de Structuurvisie Purmerend 2005-2020 zijn: 1.
meer differentiatie in woonmilieus aanbrengen door toevoegen of herstructureren naar centrumstedelijke woonmilieus, woningen in lage dichtheden, starterswoningen, duurdere huur- en koopwoningen en seniorenwoningen; 2. inzetten op behoud van het suburbane wonen, groen en rustig, dit kan door dit mee te nemen in de plannen voor de herstructurering van de wijken; 3. nieuwe concepten voor het combineren van wonen en zorg ontwikkelen 18
In Zaanstreek-Waterland als geheel neemt de woningbehoefte volgens de prognose van de provincie Noord-Holland in de periode 2015-2025 toe met 12.760 woningen (6.900 tot 2020 en 5.860 tot 2025). In de tien jaar daarna gaat het om nog 8.600 woningen. Dat is in totaal bijna 20.000 woningen tot 2035. De onderhavige ontwikkeling levert een bijdrage aan het eerste speerpunt door het toevoegen van 12 middenhuurwoningen. 3.4.3.3 Nota kaders en instrumenten woningbouwprogrammering: spelregels 30-30-40 In het collegeprogramma 2018-2022 ('Samenwerken aan de stad') heeft het college het voornemen uitgesproken om voor nieuwe woningbouwinitiatieven de zogenaamde 30-30-40 regel te hanteren. Dit houdt in dat voor nieuwbouwprojecten vanaf vier woningen minimaal 30% sociale huur moet zijn, 30% doorstroomwoningen (middeldure huur en betaalbare koop). De resterende 40% is vrije keuze. Deze ambitie is verder in detail uitgewerkt in het document Nota kaders en instrumenten woningbouwprogrammering: spelregels 30-30-40. Gelet op de ambitie om 10.000 woningen te bouwen, streeft de gemeente op de verschillende binnenstedelijke ontwikkellocaties, waar de Riekstraat/Gaffelstraat onderdeel van is, naar een zo groot mogelijke hoeveelheid woningen. Daarbij is zorgvuldig gekeken naar wat op de betreffende locatie passend is.
Passend in ruimtelijke zin ('wat past er?') maar ook passend in maatschappelijke zin ('wat past hier in deze buurt rekening houdend met de verschillende belangen die spelen?'). Daarnaast is gekeken naar optimalisatie van het programma, waarbij de inzet is geweest op een zo groot mogelijk aantal sociale huurwoningen. Voor Riekstraat/Gaffelstraat is ingezet op maximaal 12 woningen in het middendure segment. Deze woningen vallen derhalve in de categorie van 30% middelduur en conform de doelgroepenverordening zijn in het bestemmingsplan regels opgenomen om dit middensegment te borgen. De ontwikkeling van de locatie Riekstraat - Gaffelstraat staat niet op zichzelf. De locatie is één van de zeven Binnenwijkse ontwikkellocaties. Op alle binnenstedelijke ontwikkellocaties samen kunnen er 207 woningen worden gerealiseerd. De verhouding sociaal/middelduur/vrij is respectievelijk 78,3 - 18,4 - 3,3 procent. Deze verhouding wijkt af van de Nota kaders en instrumenten woningbouwprogrammering. De raad heeft op 26 september 2019 besloten om juist op de eigen locaties, waar financieel mogelijk, het maximale aan sociale huur te realiseren. Deze doelstelling mag niet ten koste gaan van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. Per locatie is gekeken naar wat passend is bij de omgeving.
Dat kan op de ene locatie 100% sociale huur zijn, terwijl op de andere locatie 100% vrije sector beter aansluit. De woningen op de locatie Riekstraat-Gaffelstraat zullen volledig bestaan uit middeldure huurwoningen. 3.4.3.4 Huisvestingsverordening Op 23 januari 2019 is een gewijzigde huisvestingsverordening in werking getreden, waarmee het splitsen van al bestaande woningen wordt gereguleerd door middel van een vergunningstelsel. Aanvragen voor woningsplitsing worden getoetst op een minimale oppervlakte van de nieuwe woningen van 40 m2 en het aspect leefbaarheid. Ook kamergewijze verhuur wordt met deze gewijzigde huisvestingsverordening gereguleerd door middel van een vergunningstelsel. Dergelijke aanvragen worden eveneens getoetst op het aspect leefbaarheid. 3.4.4 Duurzaamheidsagenda 2020-2023 Het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 vormt de basis voor het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid zoals verwoord in de Duurzaamheidsagenda 2020-2023. De volgende thema's staan centraal: 1. Duurzaamheid in de gebouwde omgeving: uitvoering Proeftuin Aardgasvrij. uitbreiding capaciteit en netwerk van Stadsverwarming Purmerend. transitievisie Warmte die wordt vertaald in Wijkuitvoeringsplannen, waarbij per wijk wordt
Bestemmingsplan "Riekstraat - Gaffelstraat 2022" (vastgesteld)
aangegeven welke niet-fossiele warmtebronnen in aanmerking komen. verduurzaming van de bestaande woningvoorraad ondersteunen met subsidies en duurzaamheidsleningen. 2. Duurzame bedrijven: verminderen CO2-uitstoot bedrijven; bedrijfsterreinen duurzaam revitaliseren; gebruik van duurzame grondstoffen. versterking circulariteit van grondstoffen. 3. Duurzame mobiliteit: streven naar instandhouding van het fijnmazig openbaar vervoerssysteem; versterken laadinfrastructuur elektrische voertuigen door inventariseren mogelijke locaties voor het plaatsen van laadpalen; uitbreiding aantal laadpunten met in achtneming voldoende spreiding over de gemeente. toepassen van alternatieve (bio-)motorbrandstoffen; vermindering CO2-uitstoot voertuigen. 4. Duurzame energie: aanjagen initiatieven voor duurzame energieproductie. 5. Duurzame stad en regio: regionale Energiestrategie waarin wordt aangegeven welke niet-fossiele energiebronnen kunnen worden benut en waar deze ruimtelijk kunnen worden ingepast. benutting van subsidie-mogelijkheden. 6. Duurzame gemeente: streven naar 75% van het afval gescheiden ophalen; klimaatbestendigheid bebouwde kom Purmerend vergroten; klimaatadaptief bouwen; duurzaam inkoop- en aanbestedingsbeleid gemeente; actieve informatieverstrekking over investeringsmogelijkheid en in energieopwekking en -besparing door invulling van een lokaal informatieloket.
verduurzamen gemeentelijk vastgoed; stimulering verduurzaming Schoolgebouwen. stimuleren Duurzame vaarrecreatie. In paragraaf 5.5 wordt nader ingegaan op het thema duurzaamheid. 3.4.5 Klimaatadaptatieplan Zaanstreek Waterland en Purmerend 2021-2024 Op 17 december 2020 heeft de gemeenteraad van Purmerend het Klimaatadaptatieplan Zaanstreek Waterland en Purmerend 2021-2024 vastgesteld. Hierin wordt beschreven hoe de regio en de gemeente Purmerend zich voorbereiden op een veranderend klimaat. Het bevat de uitgangspunten en maatregelen die nodig zijn om de schadelijke effecten van hevige neerslag, extreme hitte, langdurige droogte en zeespiegelstijging zoveel mogelijk te beperken. In lijn met het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is het klimaatadaptatieplan gebaseerd op de klimaatscenario's van het KNMI voor 2050. De ambitie is om in 2050 een klimaatbestendig en waterrobuuste gemeente te zijn. In regionaal verband zijn leidende principes geformuleerd en doorvertaald naar vier uitgangspunten voor een klimaatadaptieve gemeente, zoals meer groen en meer ruimte voor water in de stad, klimaatadaptief maatwerk en gedeelde verantwoordelijkheid.
De gemeente kiest bijvoorbeeld voor meer bomen, meer ruimte voor tijdelijke wateropvang, het hanteren van het MRA basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw (aanvulling bouwbesluit, bijlage I) en het stimuleren van vergroening onder particulieren. Aan het lokale plan is een uitvoeringsagenda met maatregelen, projecten en onderzoeken verbonden (zie ook 20
https://www.metropoolregioamsterdam.nl/programma/klimaatadaptatie/ ). De gemeente Purmerend committeert zich aan de Intentieovereenkomst klimaatbestendige nieuwbouw MRA en Noord-Holland. Klimaatadaptatie dient in elk project meegenomen te worden. Hierbij worden de MRA basisveiligheidsniveaus klimaatbestendige nieuwbouw gehanteerd (zie Bijlage 9). De basisveiligheidsniveaus zijn onderverdeeld in vijf thema's: wateroverlast, droogte, hitte, overstromingen en natuurinclusief bouwen. De uitgangspunten en de daarbij behorende basisveiligheidsniveaus beschrijven waar nieuwbouw minimaal aan moet voldoen om klimaatbestendig te zijn, schade door het veranderende klimaat te verminderen en de leefbaarheid te vergroten. Op welke manier dit gebeurt is afhankelijk van gebouwdichtheid, de grond en de ontwerpruimte. De gehele inrichting van het plangebied moet klimaatbestendig zijn (zo min mogelijk verharding, gevel- en dakbegroeiing, waterretentie, etc.). Het verlengen van de watergang komt de waterrobuustheid ten goede. Het extra oppervlaktewater zal daarnaast een verkoelende werking hebben. Ook het behoud van de groenstructuur is sterk. Zorg dat er voldoende beschutting langs het water staat, zodat de waterkwaliteit tijdens zomerse dagen geborgd blijft. Het basisveiligheidsniveau klimaatbestendig bouwen is geborgd in artikel 10.3 van de regels van dit bestemmingspan.
Het plan is daarmee in overeenstemming met het klimaatadaptatieplan. 3.4.6 Groenkoers De nota Groenkoers, op 28 november 2014 door de gemeenteraad vastgesteld, geeft de richting aan die de gemeente opgaat met het gemeentelijke groen in zijn totaliteit. De essentie ervan is dat ingezet wordt op de verbetering van de kwaliteit van de beplanting om ook op lange termijn over een duurzame groenbasis te beschikken tegen acceptabele kosten. De Groenkoers schetst het belang van het groen voor de stad als integraal onderdeel van de openbare buitenruimte. Groen is mede bepalend voor de identiteit, het imago, de kwaliteit en de leefbaarheid van de stad. Onderhavig bestemmingsplan biedt de kaders voor sloop en nieuwbouw van het kindtienercentrum en woningbouw. Uitgangspunt hierbij is dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de reeds aanwezige groenvoorzieningen en waar mogelijk zorgt voor verbetering (zie Hoofdstuk 2). Het plan is niet in strijd met de Groenkoers. 3.4.7 Visie Leefbare Stad 2040 Gemeente Purmerend heeft tot 2040 een bouwopgave van 10.000 woningen. De stad gaat verdichten, en de druk op de openbare ruimte wordt groter. Bovengronds doordat meer mensen gebruik gaan maken van dezelfde openbare ruimte. Ondergronds omdat er uitbreiding van kabels, leidingen, riolering en stadsverwarming nodig is. Het groen in de stad staat onder druk. Daarnaast treedt er klimaatverandering op.
De kans op wateroverlast, hittestress en droogte in de stad wordt groter. Dit vraagt om een andere inrichting van het openbare gebied, gebouwen en de particuliere terreinen. Op 26 maart 2020 is de Visie Leefbare Stad 2040 (Steen en groen in balans voor een leefbaar en aantrekkelijk Purmerend) door de raad vastgesteld. In deze visie worden de kansen benoemd hoe steen en groen in balans blijven voor een leefbare stad. Het is een overkoepelend plan dat een stip op de horizon richting 2040 weer geeft, kansen benoemd en vier uitwerkingen kent: 1. 2. 3. 4.
Bomenplan Klimaatadaptatieplan Parkenplan Natuurinclusief bouwen
Met de vaststelling van de visie zal in vervolg bij elke ontwikkeling in de stad onderbouwd moeten
Bestemmingsplan "Riekstraat - Gaffelstraat 2022" (vastgesteld)
worden wat er is gedaan op het gebied van goede bomen, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen. Voor de ontwikkeling is een BoomEffectAnalyse uitgevoerd. Daarnaast committeert de gemeente Purmerend zich aan de Intentieovereenkomst klimaatbestendige nieuwbouw MRA. Bij de verdere uitwerking van de plannen wordt gekeken hoe zoveel mogelijk natuurinclusief gebouwd kan worden. Het onderhavige bestemmingsplan vormt hierbij geen belemmering. 3.4.8 Bomenlijst Purmerend heeft een bomenlijst (https://www.purmerend.nl/kaarten/bomenlijst/). Op deze kaart staan de waardevolle bomen van de stad. De kap van deze bomen is alleen toegestaan met een ontheffing op het kapverbod. Om deze waardevolle bomen ook anderszins te beschermen dient bij nieuwe ontwikkelingen - in het geval dat er zich waardevolle bomen in of in de nabijheid van het plangebied bevinden - m.b.t. die beschermde bomen een Bomen Effect Analyse (BEA) conform het handboek Bomen van het norminstituut Bomen te worden uitgevoerd. Een BEA is een gestandaardiseerde beoordeling die alle mogelijke effecten van de bouw of aanleg op het duurzaam voorbestaan van de boom in beeld brengt. Hierin wordt ook omschreven hoe de nadelige effecten tot een minimum kunnen worden beperkt. Bovendien wordt onderzocht wat het meest boomvriendelijke alternatief is.
De uitkomsten van die BEA dienen te worden verwerkt in de toelichting op het bestemmingsplan en indien noodzakelijk ook in de regels van het bestemmingsplan (voorwaardelijke verplichting). Tussen de Riekstraat en Gaffelstraat zal het bestaande waterlichaam worden verlengd en aangesloten op het water aan de Waterschapssingel door middel van een duiker. Ook zal het huidige kind-/tienercentrum worden gesloopt en plaatsmaken voor nieuwbouw. Voor 10 bomen binnen de plangrenzen is onderzoek gedaan naar de invloed van de werkzaamheden op de bomen.
22
Uit het onderzoek blijkt dat het verlengen van het waterlichaam zoals werd voorgesteld op concept SO niet kan worden uitgevoerd als de bomen in hun huidige verschijningsvorm behouden moeten blijven. Een verschuiving van de waterlichaam met 3m wordt geadviseerd. In de BEA (zie bijlage 1 voor het volledige rapport) wordt als volgt geadviseerd: Boom 1 en 2; In de nieuwe situatie zal er een gedeelte van het waterlichaam worden gedempt. Hierdoor zal er meer wortelbare ruimte ontstaan voor deze 2 bomen. Het huidige maaiveld zal qua hoogte worden gehandhaafd. De werkzaamheden hebben hier geen invloed op de huidige verschijningsvorm en conditie van de bomen en kunnen worden uitgevoerd. Boom 3, 4 en 5; Het nieuwe waterlichaam heeft vooral invloed op boomnummer 5. De nieuw te graven waterloop is op voldoende afstand van de boom. Hier zullen enkele opnamewortels worden beschadigd/verwijderd, dit zal geen invloed hebben op de huidige verschijningsvorm en conditie van de boom. De werkzaamheden kunnen hier gewoon plaatsvinden. Boom 6, 7 en 8; Het nieuwe waterlichaam komt te dicht op deze 3 bomen. Er ontstaat teveel wortelschade bij zowel de opnamewortels en stabiliteitswortels. Het advies is om het waterlichaam ter hoogte van deze bomen te verleggen naar het oosten van de voorgenomen locatie. Dit komt overeen met een parallelle verplaatsing van 3 meter.
Boom 9 en 10; Ter hoogte van boom 9 sluit het waterlichaam aan op het fietspad. Vanaf hier zal er een duiker worden aangebracht zodat deze aansluit op het waterlichaam langs de Waterschapssingel. Het advies is om deze duiker aan te brengen in een hoek van 45 graden ten opzichte van het fietspad en is aangegeven in afbeelding 3. Door de duiker op deze manier aan te leggen is er geen invloed op de conditie en huidige verschijningsvorm van boom 9 en 10. De graafwerkzaamheden moeten minimaal 2,5 meter uit de stam van de boom worden uitgevoerd. Het plan is aangepast n.a.v. de uitgevoerde BEA. De waterloop is verlegd, waardoor de waterloop buiten de invloedssfeer van de boomwortels komt te liggen. De bomen worden niet aangetast en kunnen blijven behouden (zie verder artikel 9.3 Beschermen bomen). Bij het uitvoeren van de werkzaamheden is het Handboek Bomen 2018 leidend. Hier kan in overleg van afgeweken worden. 3.4.9 Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Purmerend 2016-2019 De Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Purmerend 2016-2019 is op 22 december 2015 door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. Deze nota beschrijft de bestuurlijke uitgangspunten en beleidskeuzes over de regelgeving op het gebied van het omgevingsrecht, APV en bijzondere wetten.
Op basis van deze uitgangspunten, beleidskeuzes en een uitgevoerde omgevingsanalyse zijn prioriteiten en operationele doelstellingen voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving geformuleerd. In de nota wordt ook beschreven op welke wijze de gemeente Purmerend ervoor zorgdraagt dat wet- en regelgeving wordt nageleefd. De gemeente Purmerend wil een veilige, schone en gezonde woon-, werk- en leefomgeving voor haar burgers en bedrijven. Dat wil de gemeente bereiken door de duurzaamheid, veiligheid en leefbaarheid te vergroten en te waarborgen. Belangrijke waarden hierbij zijn 'schoon, heel, gezond en veilig'. Een servicegerichte, professionele dienstverlening op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving levert hieraan een belangrijke bijdrage. In het collegewerkprogramma 2014-2018 is aangegeven dat de gemeente Purmerend "van buiten naar binnen" werkt. In de aanpak van problemen krijgen de eigen verantwoordelijkheid en betrokkenheid van burgers en bedrijven een belangrijke rol. De gemeente Purmerend zet sterk in op wijkgerichte of gebiedsgerichte handhaving en gaat in gesprek met burgers en bedrijven. Er wordt gehandhaafd met gezond verstand en er wordt niet alleen gekeken naar wat niet mag maar ook naar wat mogelijk is.
Om een veilige, schone en gezonde woon-, werk- en leefomgeving te realiseren zijn de volgende keuzes gemaakt: kwalitatief goede uitvoering van taken;
Bestemmingsplan "Riekstraat - Gaffelstraat 2022" (vastgesteld)
rechtszekerheid voor burgers en ondernemers; nut en noodzaak centraal; redeneren vanuit oplossingen; gedeelde verantwoordelijkheid; risicogerichte benadering; wijkgericht toezicht; integrale benadering handhaving en beperken toezichtslast; maatwerk bij sanctioneren. Deze nota is voor een termijn van 3 jaar verlengd, tot 2022, vanwege ontwikkelingen op het gebied van de Omgevingswet en de fusie. De nota is op twee aspecten aangepast, te weten een toevoeging van een vergunningenstrategie en een actualisatie van de sanctiestrategie. 3.4.10 Nota Gebiedsoverstijgende kosten Purmerend (GKP) Dit bestemmingsplan bevat een of meerdere bouwplannen zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Bro. Voor deze bouwplan(nen) geldt een uit hoofde van de afdeling 'grondexploitatie' van de Wet ruimtelijke ordening (voortaan: Grondexploitatiewet) plicht tot kostenverhaal. Deze plicht houdt in dat de aan bouwplannen gerelateerde kosten van de grondexploitatie verzekerd moeten worden alvorens het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Samen met de Grondexploitatiewet geeft specifiek gemeentelijk beleid invulling aan het kostenverhaalbeleid in Purmerend. Het specifieke beleid is neergelegd in de Nota gebiedsoverstijgende kosten Purmerend (GKP) en in 'ad hoc' aanvullingsbesluiten voor een aantal ontwikkelingslocaties.
Uit dit gemeentelijke beleid vloeit voort dat onder de te verhalen kosten ook een bijdrage wordt meegenomen voor de kosten van gebiedsoverstijgende infrastructuur en voorzieningen (bovenwijkse voorzieningen, bovenplanse verevening/kosten en bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen). Opname van nieuwe ontwikkelingen in dit bestemmingsplan is om deze redenen pas mogelijk als het blijkt dat de kosten van de grondexploitatie verzekerd zijn. Kosten kunnen worden verzekerd wanneer de gemeente deze kosten in haar begroting opneemt, wanneer de gemeente een exploitatieplan vaststelt, of wanneer de gemeente en de particuliere grondexploitant die het bouwplan gaat realiseren een anterieure overeenkomst sluiten. De voorkeur van de gemeente gaat uit naar het verzekeren van de kosten via een anterieure overeenkomst. In hoofdstuk 6 zal concreet worden ingegaan op de vraag hoe de kosten van de grondexploitatie gerelateerd aan de in dit bestemmingsplan opgenomen bouwplan(nen) verzekerd zijn. 3.4.11 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling om het kind-/tienercentrum te vervangen en 12 woningen in het middensegment te realiseren ligt in lijn met het Rijks- provinciaal-, regionaal-, en gemeentelijk beleid.
24
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsanalyse
Huidige situatie
Bebouwing De locatie wordt hedendaags gebruikt als Kind-/Tienercentrum. Het huidige gebouw is dusdanig oud dat het niet meer voldoet aan de huidige eisen en aan vervanging toe is. Het centrum is gesitueerd aan de noordoostzijde van het plangebied met de entree aan de Riekstraat. Het gebouw is ongeveer 3 meter hoog (1 bouwlaag) en heeft een oppervlakte van circa 165 m2.
Afbeelding: bestaande bebouwing kind-/tienercentrum (bron: google earth 2021) De wijk kent een symmetrische opbouw, waar de locatie onderdeel van is.
Bestemmingsplan "Riekstraat - Gaffelstraat 2022" (vastgesteld)
Afbeelding: symmetrische opbouw van de wijk, plangebied rood omkaderd (bron: google earth 2021) Langs de locatie staan rijtjeswoningen van twee en drie bouwlagen met (deels) plat dak. Ten noorden van de Riekstraat ligt een half open bouwblok met 2- tot 3 laagse bouwvolumes rondom binnentuinen. De afstand van de te slopen bebouwing en de dichtstbijzijnde woonbebouwing (aan de Riekstraat) bedraagt circa 15 meter. Ten zuiden ligt een gespiegeld half open bouwblok (Gaffelstraat). In de directe omgeving staan met name woningen.
26
Afbeelding: woonbebouwing Gaffelstraat ten zuidwesten van het plangebied (bron: google earth 2021) Groen en Landschap Het gebied betreft een groen plantsoen temidden van de Riekstraat en Gaffelstraat dat behoort bij de frame van de groenstructuur van de stad. De waterloop die haaks op de dijksloot van de Purmerdijk is gelegen wordt hier doorbroken en loopt via een duiker richting de oostelijke waterloop van de Waterschapsingel. Op de kop van de waterloop is een vissteiger/tewaterlaatplaats. Aan de oostzijde sluit het gebied aan op de hoofdgroenstructuur. Verkeer en parkeren De locatie is toegankelijk vanaf de Van Osweg, langs het water, hetgeen de Riekstraat en Gaffelstraat splitst. Aan de oostzijde sluit het gebied aan op de langzaamverkeers-route door de Purmer-Noord. Het parkeren wordt grotendeels opgelost aan de kant van het groene plantsoen. Tevens heerst hier een grote parkeerdruk, door de hoge mate van autobezit. Ecologie en Klimaat Algemeen klimaatknelpunt voor Purmer-Noord is hittestress. In de polderwijken is relatief veel verharding aanwezig. In de polder komt over het algemeen wateroverlast in mindere mate voor door afwatering/drainage naar een robuust watersysteem. Lokale wateroverlast met veel verharding is mogelijk en door het aanwezige kleigrond infiltreert het regenwater moeilijk de grond in.
Infiltratiemaatregelen, zoals kratten, zijn dan ook niet aan te raden. Ondanks dat de kans klein is, moet er in de polder rekening gehouden worden met een overstromingskans. Het waterhuishoudkundige model verwacht in de huidige situatie vrijwel geen wateroverlast. Het gebied kent een mooie groen structuur waardoor hittestress in mindere mate verwacht kan worden. Bij de ontwikkeling is natuurinclusief bouwen belangrijk om het groene karakter te verbinden en de biodiversiteit te versterken.
4.2
Nieuwe situatie
Het project gaat uit van sloop-nieuwbouw van het bestaande kind-/tienercentrum en de bouw van 12 woningen. Ook moet er ter vervanging van een duiker een sloot aangelegd worden. Gelet op de positionering en omvang van de nieuwbouw heeft het plan op voorhand weinig ruimtelijke effecten op de bestaande bebouwing in de omgeving. De nieuwbouw bevindt zich namelijk op voldoende afstand van bestaande bebouwing in de Riek- en Gaffelstraat en doordat er ook sprake is van een beperkte bouwhoogte, die overeenkomt met de bebouwing in de omgeving,
Bestemmingsplan "Riekstraat - Gaffelstraat 2022" (vastgesteld)
zijn er geen relevante effecten te verwachten op het gebied van uitzicht, privacy en/of lichtinval. Dat wordt hierna toegelicht voor de bestaande bebouwing rondom de nieuwbouw van de woningen en het kind-/tienercentrum: De afstand tussen de zijgevel van de nieuwbouw en de zijgevel van de dichtstbijzijnde woning aan de Riekstraat 28 is ruim 12 meter. Er is vanwege de positionering van de nieuwbouw geen directe inkijk bij de bestaande woningen aangezien er slechts zicht is van zijgevel tot zijgevel. Vanwege de vrije ligging van de nieuwbouw in combinatie met de beperkte bouwhoogte en de ruime afstand ten opzichte van de huidige woningen, is van schaduwval amper sprake. Zie ook paragraaf 5.2 en de bezonningsstudie in bijlage 2). De woning aan Riekstraat 27 ligt op een kleine 20 meter afstand van de nieuwe woningen. De afstand tussen de nieuwbouw en de rijwoningen aan de Gaffelstraat 22 - 27 aan de zuidwestkant van het plangebied zal circa 30 meter bedragen. Gelet op deze afstand, de tussengelegen groenstrook met bomen, beplanting en waterloop en de situering van de nieuwbouw waardoor alleen zicht zal zijn op een zijgevel, zijn er voor de rijwoningen geen nadelige gevolgen op het gebied van uitzicht of privacy. Ook zullen de rijwoningen geen schaduw ondervinden.