CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

F -nota-van-beantwoording-zienswijzen

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bestemmingsplan Beemsterbuiten13.104 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

uitgewerkt en heeft de provincie op 16 december 2020 een positieve vooroverlegreactie gegeven voor de realisatie van dit plan. Voordat de provincie een vooroverlegreactie geeft, is het een vereiste dat er een positieve reactie vanuit de regio wordt voorgelegd. Niet is gebleken dat er strijd is met de provinciale verordening. Het college heeft daarom besloten de voorbereidingsprocedure voor de wijziging van het geldende bestemmingsplan te starten door het ontwerp-bestemmingsplan voor de periode van zes weken ter inzage te leggen. Afhankelijk van de ingediende zienswijzen wordt vervolgens een nadere afweging gemaakt en zal ons gemeentebestuur gevraagd worden een besluit te nemen omtrent vaststelling van het bestemmingsplan. Conclusie zienswijze reclamant 3 Gelet op het vorenstaande is en blijft ons gemeentebestuur van mening dat de gewenste ontwikkeling ruimtelijk en planologisch inpasbaar is nu sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een evenwichtige afweging van alle belangen. De zienswijze van reclamant 3 leidt niet tot wijzigingen van het plan.

d.1. Zienswijzen reclamant 4 Enkele omwonenden van het plangebied hebben gezamenlijk een schriftelijke zienswijze ingediend. De zienswijze richt zich tegen het ontwerpbestemmingsplan en betreft in verkorte vorm het volgende: 25. Het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met de kernwaarden van de werelderfgoederen droogmakerij de Beemster en De Stelling van Amsterdam en het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Beemster 2012 – Partiele herziening 2021’. 26. De planlocatie ligt in het buitengebied alwaar de provincie geen bebouwing toe staat. 27. Het plan voorziet niet in een duidelijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit die passend is bij de karakteristiek van het gebied. 28. Door het bouwen achter het lint met grotere bouwhoogte wordt de openheid niet hersteld. Ook worden straten gecreëerd hetgeen niet volgens de structuurvisie Des Beemsters is. En met rijwoningen in het buitengebied is geen sprake van een uniek karakter van woningen en voldoet niet aan het beeld in de buurt. 29. Er is geen sprake van sanering, het gevestigde bedrijf op de locatie blijft bestaan. Voorts vindt bebouwing plaats binnen de milieu-zone. Reclamanten eisen een nieuw onderzoek door een onafhankelijk bedrijf naar de grondvervuiling omdat men hier niet gerust op is. 30.

Bij het bestemmingsplan ‘Beemster Buiten’ is geen sprake van een op zichzelf staand ‘rustige woonwijk” met de daarbij behorende omgevingskwaliteit. 31. Het project levert geen positieve bijdrage aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Een gebouw als deze contrasteert met zijn omgeving. Het is niet zorgvuldig ontworpen, contrasteert met de omgeving en past hier niet. Ook geen sprake van suburbane woonmilieus, dan moet sprake zijn van grotere woningen, meer ruimte om de woning, en meer ruimte in het plangebied. Ook wordt het suburbaan wonen van de reclamanten ontnomen door het plan.

Pagina 19 van 26

32. Het geplande park is primair van en voor de bewoners. Het is geen openbaar gebied, het wordt onder voorwaarden opengesteld voor het publiek met als gevolg parkeerdruk en een toename van verkeersbewegingen. 33. Aanliggende bestaande woningen worden in hun privacy ernstig aangetast. 34. Er is geen rekening gehouden met de uitspraak van de RvS nr. 202305594/2R1. De gemeente loopt vooruit met de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan terwijl de procedure m.b.t. de spelregelkaart nog loopt. Er is sprake van oneigenlijk gebruik van de situatie om als handvat te gebruiken om te bouwen.

d.2. Reactie gemeente op zienswijze reclamant 4 25. Plan is in strijd met de kernkwaliteiten en het vigerend bestemmingsplan In de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan wordt uitvoerig ingegaan op de kernkwaliteiten van het werelderfgoed droogmakerij de Beemster en De Stelling van Amsterdam en geconcludeerd is dat de kernkwaliteiten niet worden aangetast. De kernkwaliteiten worden juist versterkt. Voor de planlocatie geldt dat hinderlijke bedrijvigheid met een bestaande hoge milieubelasting plaatsmaakt voor woningbouw. Het betreft thans een verrommelde locatie met sterk verwaarloosde indruk waar nu geen sprake is van openheid door de aanwezigheid van grote bedrijfsbebouwing en bosschages. Met het plan wordt de verrommelde bedrijfsbebouwing verwijderd, is sprake van vervangende nieuwbouw op een bestaande bedrijfslocatie en op het aangrenzende terrein wordt de bedrijfscategorie verlaagd. De stolp op Nekkerweg 73 blijft gehandhaafd en komt door het verwijderen van de schuur ten noorden hiervan meer vrij te staan, waardoor deze beter tot zijn recht komt. De nieuwe woonblokken staan in de lengterichting van de kavel en hebben het karakter van schuren, die zich duidelijk onderscheiden van de stolp (het hoofdgebouw) aan de Nekkerweg. Door deze opzet is er over het terrein heen ook zicht mogelijk op de achtergelegen kavels.

Samen met een goede landschappelijke / stedenbouwkundige inpassing het plan conform de erfinrichtingsprincipes van de Beemster, heeft ook de provincie geconcludeerd dat sprake is van een duidelijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ten opzichte van de bestaande situatie, dat aan de kernkwaliteiten van de UNESCO-erfgoederen geen afbreuk wordt gedaan en de omgevingskwaliteit wordt verbeterd. De planologisch-juridische regeling in het ontwerpbestemmingsplan sluit daarbij zoveel mogelijk aan bij het vigerende bestemmingsplan "Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021". De planlocatie heeft in het vigerende bestemmingsplan de bestemmingen "Agrarisch", "Bedrijf", "Tuin" en "Wonen". De gronden met de bestemming "Agrarisch" zijn onder meer bestemd voor agrarische bedrijven en daarbij behorende bedrijfswoningen. De gronden met de bestemming "Bedrijf" zijn onder meer bestemd voor bedrijfsactiviteiten tot en met categorie 3.2. Woningbouw past niet in beide bestemmingen waardoor voor het omzetten van de bestemming ‘Bedrijf’ naar ‘Wonen’ het bestemmingsplan voor de planlocatie dient te worden herzien. Dit wordt geregeld met het ontwerpbestemmingsplan. 26. Provincie staat geen bebouwing toe in buitengebied De gemeente Purmerend is in het Woonakkoord regio Zaanstreek-Waterland en provincie NoordHolland 2021-2025 opgenomen.

In eerste instantie pogen regiogemeenten het behoud van identiteiten te realiseren door binnenstedelijk te bouwen en door transformatie van gebouwen. Doel hiervan is onder meer het landschap en belangrijke natuurwaarden in de regio zoveel mogelijk te sparen. Tegelijkertijd biedt binnenstedelijk bouwen niet altijd voldoende mogelijkheden om Pagina 20 van 26

identiteiten van kernen en dorpen te behouden. In bepaalde gevallen uitbreiding mogelijk maken is daarom essentieel om vitaal en leefbaar te blijven. Omdat een bestemmingsplan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken, is onderhavig buitenstedelijke bouwplan in het portefeuillehoudersoverleg Wonen ZaanstreekWaterland van 25 november 2019 besproken. Uit het verslag van dit overleg, dat als bijlage 2 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan is gevoegd, volgt dat onderhavig plan regionaal positief is afgestemd, waarbij van belang werd geacht dat het plan landschappelijk is ingepast en niet in de buurt ligt van een Natura 2000-gebied ligt. Op 29 juni 2021 hebben zowel de 8 gemeenten in Zaanstreek-Waterland als de provincie Noord-Holland het Woonakkoord Zaanstreek-Waterland 2021-2025 aangegaan en hebben hierin aangegeven de locatie Nekkerweg 72 specifiek aan te wijzen als een te ontwikkelen locatie in landelijk gebied. Dat een locatie wordt opgenomen in het woonakkoord betekent alleen dat deze op grond van het beleid van de provincie Noord-Holland tot de bespreekmogelijkheden behoort, als vanuit de gemeente hierom wordt gevraagd.

Bij de uitwerking van een plan geldt wel dat aangetoond dient te worden aan alle vereisten die gelden voor ontwikkeling van de locatie wordt voldaan. De provincie Noord-Holland heeft op 16 december 2020 een positieve vooroverlegreactie gegeven voor de realisatie van onderhavig plan. De provincie heeft de beoogde bebouwing met erfinrichting op de planlocatie daarmee goedgekeurd. Daarbij is geconcludeerd dat er sprake is van vervangende nieuwbouw op een bestaande bedrijfslocatie hetgeen een duidelijke verbetering betreft van de ruimtelijke kwaliteit ten opzichte van de bestaande situatie en geen afbreuk wordt gedaan aan de waarden van beide nationale landschappen. 27. Geen sprake van duidelijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit De Nekkerweg ten zuiden van de Zuiderweg heeft zich ontwikkeld tot een gebied met een mix van bedrijven, kassenbouw, caravanstallingen, bedrijfswoningen en particuliere woningen. Qua typologie kent het gebied ook een behoorlijke verscheidenheid. Zo komen stolpboerderijen voor, maar ook kleinschalige woningen. Door de aanwezigheid van grootschalige bedrijfsgebouwen en kassen is de openheid in dit gebied maar beperkt aanwezig. Dat maakt dit gebied bijzonder ten opzichte van de rest van de Beemster. In het gebied Nekkerzoom zijn verder enkele bedrijven met een hoge milieubelasting aanwezig.

Voor de planlocatie geldt dat hier hinderlijke bedrijvigheid met een bestaande hoge milieubelasting gevestigd was. De erfinrichting van de planlocatie is in de huidige opzet en de aansluitende bebouwing met bedrijfsgebouwen niet te typeren als Des Beemsters en geeft een sterk verwaarloosde indruk. De stolp op de hoek van de Zuiderweg / Nekkerweg en de stolp aan de Nekkerweg 73 zijn niet gepositioneerd conform het Des Beemstersbeleid. Voorts is geen sprake van openheid door de aanwezigheid van grote bedrijfsbebouwing en bosschages. Om de bedrijfslocatie te ontwikkelen tot woningbouw moet sprake zijn van een verbetering op het erf, op basis van een goede landschappelijke / stedenbouwkundige inpassing die uitgevoerd en duurzaam in stand wordt gehouden conform de erfinrichtingsprincipes van de Beemster. Met het voorgestelde plan wordt dit gerealiseerd. De verrommelde bedrijfsbebouwing en verharding worden verwijderd en op het aangrenzende terrein wordt de bedrijfscategorie verlaagd. Het betreft een forse afname van bebouwing en verharding. De stolp op Nekkerweg 73 blijft gehandhaafd en komt door het verwijderen van de schuur ten noorden hiervan meer vrij te staan, waardoor deze beter tot zijn recht komt. Op de plek van de huidige bedrijfsbebouwing zijn woningen geprojecteerd.

De nieuwe woonblokken staan in de lengterichting van de kavel en hebben het karakter van schuren, die zich duidelijk onderscheiden van de stolp (het hoofdgebouw) aan de

Pagina 21 van 26

Nekkerweg. Door deze opzet is er over het terrein heen ook zicht mogelijk op de achtergelegen kavels. Verder is de planontwikkeling geïnspireerd op de buitenplaatsen die van oudsher in de Beemster aanwezig waren. Dit waren toen mooie, ruime woningen met verschillende vertrekken, prachtige tuinen met bloemen en een moestuin voor groenten van eigen grond. Deze oude waarden zijn in een nieuw jasje gestoken: unieke, ruime woningen op een prachtige locatie. Rondom de woningen ligt een gemeenschappelijke tuin met de afmeting van een park, die in het kader van het project wordt aangelegd en ingericht. Daarbij wordt een sloot hergraven die de van oudsher aanwezige structuur versterkt. Deze sloot krijgt een flauw talud met een natuurvriendelijke oever. Onder de boomgaard zijn de parkeerplaatsen voor bezoekers ingericht. Bewoners parkeren onder het overhangende deel van de woonblokken, zodat de geparkeerde auto’s vanaf de weg niet of nauwelijks zichtbaar zijn. Het plan vormt daarmee een eigentijdse invulling van de 'Gouden regels' en een moderne vertaling van de geliefde Beemsterse structuur, zoals geregeld in de Structuurvisie Beemstermaat. Concluderend voorziet het plan met de vervangende nieuwbouw op een bestaande bedrijfslocatie in een duidelijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ten opzichte van de bestaande situatie.

Een verbetering die passend is bij de karakteristiek van het gebied. Het plan doet recht aan de kwaliteit die kenmerkend is voor het Des Beemstersbeleid. Hierdoor wordt ook aan de kernkwaliteiten van zowel droogmakerij De Beemster als De Stelling van Amsterdam geen afbreuk gedaan. 28. Openheid niet hersteld, geen uniek karakter, voldoet niet aan buurt en straten niet Des Beemsters Zoals bij onze reactie d.2.27. hierboven is vermeld kent het gebied rondom de planlocatie een behoorlijke verscheidenheid met een mix van bedrijven, kassenbouw, caravanstallingen, bedrijfswoningen en grote of kleinschalige particulieren woningen. Door de aanwezigheid van grootschalige bedrijfsgebouwen en kassen is de openheid in dit gebied maar beperkt aanwezig. Dit geldt ook voor de planlocatie zelf, alwaar thans ook geen sprake is van een Des Beemsters erfinrichting en geen openheid door de aanwezigheid van grote bedrijfsbebouwing en bosschages. Zoals aangegeven vindt de vervangende nieuwbouw plaats waar nu reeds forse bedrijfsbebouwing staat. Door de planontwikkeling neemt het verharde en bebouwde oppervlak met zo’n 2.887 m2 af. De stolp op Nekkerweg 73 blijft gehandhaafd en komt door het verwijderen van de schuur ten noorden hiervan meer vrij te staan dan nu het geval is, waardoor deze beter tot zijn recht komt.

Door deze opzet is er over het terrein heen ook zicht mogelijk op de achtergelegen kavels. Voorts wordt centraal in het plangebied een watergang gegraven met een oppervlakte van ongeveer 680 m2. Met het plan neemt de hoeveelheid bebouwing en verharding dus flink af. Dit betekent naast een positieve uitwerking op de omgevingskwaliteit, de waterhuishouding en klimaatadaptatie een forse verbetering van de openheid van de ‘kamer’ en het landschap. Anders dan nu het geval is wordt ook het zicht vanaf de wegen op het landschap in de ‘kamer’ hersteld. Verder worden de woningen tegen een kleine ‘terp’ gebouwd waardoor het principe van niet tot de woningen behorende individuele buitenterrein herkenbaar wordt. Om dit zorgvuldig gecreëerde beeld in stand te houden, staat het ontwerpbestemmingsplan alleen gebouwen toe op de ‘kleine terp’. De mogelijkheid om vergunningsvrije en vergunningsplichtige aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen te realiseren, is niet toegestaan en wordt met de ‘terp’ ook onmogelijk gemaakt. Dit bevordert de doorzichten rondom de woonblokken en daarmee de openheid van het gebied. Het ontwerpbestemmingsplan met het erfinrichtingsplan ziet niet op de inrichting op structuurniveau maar op erfniveau. Op erfniveau wordt geen ‘straat’ aangelegd.

Op erfniveau wordt voor de ontsluiting van het perceel een nieuwe inrit, een erfpad, aangelegd die zich in twee delen Pagina 22 van 26

vertakt achter de bestaande stolp. De inrit wordt Des Beemsters ingericht met twee poortwachters en een recht erfpad naar achteren met zicht op het achterliggende landschap. Verder hebben de beoogde woningen samen met de erfinrichting wel degelijk een uniek karakter. Hoewel het plangebied dus niet is gelegen in het gedeelte van de Beemster waar de kernkwaliteiten van het open agrarische landschap nadrukkelijk ervaarbaar zijn, is de karakteristiek van het Des Beemstersbeleid wel op overtuigende wijze verwerkt in het plan. Het plangebied ligt namelijk verder dan 18 meter diep op de kavel, waarvoor vanuit het vigerende bestemmingsplan bepaald is dat de nokhoogte niet hoger dan 12 meter mag zijn en de dakhelling tussen de 15 en 30 graden moet liggen. In het ontwerpbestemmingsplan is de maximale nokhoogte van de woningen bepaald op 11,5 meter en de dakhelling bedraagt 30 graden. De nieuwe woonblokken staan in de lengterichting van de kavel en hebben het karakter van schuren, die zich duidelijk onderscheiden van de stolp als hoofdgebouw. Door deze opzet is er over het terrein heen ook zicht mogelijk op de achtergelegen kavels. Gelet op de typologie van de woningen, met zijn kenmerkende plasticiteit, is dit passend uit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit en het betreft het geheel een moderne vertaling van de geliefde Beemsterse structuur.

Overigens was de bouwhoogte van de ‘schuren’ in eerste instantie een meter hoger beoogd dan nu is bepaald. Naar aanleiding van de informatiebijeenkomst op 12 februari 2020 is de bouwhoogte met een meter verlaagd. 29. Geen sprake van sanering, nieuw onderzoek door onafhankelijk bedrijf nodig naar grondvervuiling De planontwikkeling bestaat uit drie delen. Centraal in het plangebied wordt de bestaande bedrijfsbebouwing gesloopt. Deze bedrijfsbebouwing werd gebruikt door het op het perceel Nekkerweg 71/72 gevestigde bodemonderzoeksbureau. Hier vonden de uitvoerende werkzaamheden van het bodemonderzoeksbureau plaats met betrekking tot grondboringen en dergelijke en de voertuigen die daarvoor benodigd zijn. Deze activiteiten, die vallen onder de hogere geldende milieucategorie 3.2, zijn, anders dan reclamant stelt, geheel beëindigd op genoemd perceel. Anders dan reclamant aangeeft, is er in het kader van de voorbereidingsprocedure reeds een bodemonderzoek verricht in het plangebied door een onafhankelijke partij. Het onderzoeksrapport is als bijlage 4 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan gevoegd. Uit het onderzoek blijkt dat lokaal matig tot sterke verontreinigingen aanwezig zijn. Omdat er meerdere verontreinigingen aanwezig zijn, is het opstellen van een saneringsplan door initiatiefnemer verplicht.

Het saneringsplan zal bij de aanvraag omgevingsvergunning worden ingediend, getoetst en uitgevoerd. 30. Geen sprake van een op zichzelf staand ‘rustige woonwijk’ met bijbehorende omgevingskwaliteit Wat reclamant heeft bedoeld aan te geven met onderhavige opmerking is ons niet bekend. Er wordt een relatie gelegd tussen de milieucategorie en de geldende richtafstanden met als conclusie dat geen sprake is van een op zichzelf staand ‘rustige woonwijk’. In de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan is voor wat betreft de milieuzonering onderbouwd dat binnen de planlocatie aan de richtafstanden van een ‘rustig buitengebied’ en die van ‘gemengd gebied’ niet wordt voldaan. Daarom is nader onderzoek verplicht en ook uitgevoerd om te beoordelen of qua geluidniveau sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Er is onderzoek gedaan naar de representatieve bedrijfssituatie en de huidige bedrijfsactiviteiten in het noordelijke deel van het plangebied en er zijn akoestische onderzoeken verricht naar eventuele geluidsoverlast voor de nieuw te bouwen woningen. Hiervoor wordt verwezen naar bijlage 9 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Uit de onderzoeken blijkt dat er geen overschrijdingen zijn te verwachten van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en ook niet van het maximale geluidniveau.

Ook bij het dichtslaan van een autoportier nabij de perceelsgrens wordt het maximaal Pagina 23 van 26

geluidniveau niet overschreden. Geconcludeerd wordt dat er voor de nieuwe woningen in het plangebied geen sprake is van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat door de aanwezigheid van de bestaande bedrijvigheid. 31. Plan geen positieve bijdrage aan kwaliteit openbare ruimte en suburbaan wonen wordt ontnomen Zoals bij onze reactie d.2.27. hierboven is vermeld kent het gebied rondom de planlocatie een behoorlijke verscheidenheid met een mix van bedrijven, kassenbouw, caravanstallingen, bedrijfswoningen en grote of kleinschalige particulieren woningen. Door de aanwezigheid van grootschalige bedrijfsgebouwen en kassen is de openheid in dit gebied maar beperkt aanwezig. Dit geldt ook voor de planlocatie zelf, alwaar thans ook geen sprake is van een Des Beemsterse erfinrichting en geen openheid door de aanwezigheid van grote bedrijfsbebouwing en bosschages. Zoals aangegeven vindt de vervangende nieuwbouw plaats waar nu reeds forse bedrijfsbebouwing staat. De stolp op Nekkerweg 73 komt door het verwijderen van de schuur ten noorden hiervan meer vrij te staan en beter tot zijn recht en met het plan neemt de hoeveelheid bebouwing en verharding flink af en wordt de openheid van de ‘kamer’ en het landschap hersteld. Daarnaast wordt de gehele planlocatie ingericht conform een zorgvuldig ontworpen erfinrichtingsplan inclusief een parkachtige tuin.

Daarmee vormt het plan een eigentijdse invulling van de 'Gouden regels' en een moderne vertaling van de geliefde Beemsterse structuur, zoals geregeld in de Structuurvisie Beemstermaat. Dit alles levert een positieve bijdrage aan zowel de planlocatie zelf als aan de openbare ruimte eromheen en de beleving voor omwonenden ten opzichte van de huidige situatie. De kleur van de gebouwen was in eerste instantie donkerder dan nu beoogd. Naar aanleiding van de informatiebijeenkomst op 12 februari 2020 is de kleur van de gebouwen aangepast naar lichtere kleuren. Over het plan is meerdere malen overleg gevoerd met de welstandscommissie “Mooi Noord-Holland”. Deze commissie acht het een sympathiek plan, welk voorziet in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en voldoet aan de redelijke eisen van welstand. De commissie onderschrijft daarbij het idee van krachtige schuurvormen behorende bij een stolpboerderij. In het kader van een aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen de woonblokken, zal voor wat betreft de uitwerking van de detaillering en het kleur- en materiaalgebruik wederom om advies van de Welstandscommissie worden gevraagd.

Het suburbaan wonen komt met onderhavig plan tot uiting in de unieke, ruime woningen die gegroepeerd worden rond een centraal erf met een boomgaard met rondom een gemeentelijke tuin met de afmeting van een park, die in het kader van het project wordt aangelegd en ingericht. Daarbij wordt het suburbaan wonen van reclamanten niet ontnomen. Op de percelen van reclamanten vinden namelijk geen wijzigingen plaats en ook niet in de openbare ruimte. Wel wordt de ruimtelijke beleving van reclamanten positief vergroot met het plan nu het plan zorgt voor meer openheid en doorzichten van zowel en perceel als het gebied daaromheen en de gemeenschappelijke tuin is ook voor hen toegankelijk. 32. Park betreft geen openbaar gebied en geeft parkeerdruk en toename verkeersbewegingen De rondom de woningen aan te leggen tuin is primair bedoeld als gemeenschappelijke tuin voor de bewoners. Het betreft geen openbaar gebied en wordt slechts opengesteld voor publiek met duidelijke toegangsregels. Het “Arboretum” aan de Nekkerweg heeft een soortgelijke status en wordt incidenteel bezocht. Het is niet de verwachting dat de tuin voor overlast gaat zorgen door bijvoorbeeld hangjongeren. Met het plan zullen de verkeersbewegingen niet vermeerderen maar juist verminderen.

Op grond van de huidige situatie met de bedrijfsbebouwing en bedrijvigheid geldt volgens de ASVV (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) in weinig stedelijk gebied in het buitengebied een verkeersaantrekkende werking van 164,7 autobewegingen per etmaal. Voor Pagina 24 van 26

de gewenste 17 woningen geldt dat sprake zal zijn van 125,8 autobewegingen per etmaal. Een flinke afname dus. Ook is er geen toename van de parkeerdruk. Er wordt binnen het plangebied ruimschoots aan de parkeernorm voldaan. De gemiddelde parkeernorm is 2,0 parkeerplaatsen per woning, daarom worden voor de 17 woningen 34 parkeerplaatsen gerealiseerd. In totaal worden in het plangebied 43 parkeerplaatsen aangelegd. Het overschot aan parkeerplaatsen kan gebruikt worden door bezoekers of mensen die de gemeenschappelijke tuin bezoeken. 33. Privacy wordt aangetast door het plangebied Zoals bij elke ruimtelijke ontwikkeling zijn er vele algemene en specifieke belangen in het spel. Dit zijn naast een mogelijk economisch belang van een initiatiefnemer onder andere de woningopgave, groen, klimaat, parkeren en verkeer. Alle belangen dienen met elkaar afgewogen te worden, waarbij het ene belang zwaarder kan wegen dan het andere. Bij de afweging van de verschillende belangen kan derhalve een besluit aan de orde zijn dat niet in lijn ligt met de, op zichzelf begrijpelijke, wensen van omwonenden.

Bij de herontwikkeling van onderhavig plangebied is, naast het economisch belang van de initiatiefnemer, ook de zwaarwegende belangen meegewogen van het oplossen van de woningvraag, de herontwikkeling van het perceel met verbetering openheid en Des Beemsterse inrichting en anderzijds bijvoorbeeld sanering van hinderlijke bedrijvigheid met een bestaande hoge milieubelasting met een verwaarloost en ongebruikt perceel met een leegstaande bedrijfsgebouwen. In de bestaande omgeving bestaat niet zoiets als het recht op behoud van het bestaande uitzicht en het recht op de afwezigheid van naastgelegen of tegenoverliggende bebouwing. Daarbij wordt ook in ogenschouw genomen dat binnen de huidige bedrijfsbestemming, dat voor het plangebied geldt, nog meer bebouwing is toegestaan dan thans het geval is en ook diverse activiteiten kunnen worden uitgeoefend waardoor een volledige privacy van omwonenden onder het vigerende bestemmingsplan evenmin gegarandeerd is. Het ontwerpplan betreft verder geen realisatie van een nieuwe ontwikkeling op een maagdelijk perceel, het betreft een herontwikkeling van bestaande bedrijfsgebouwen naar woningen.

De meeste van de reclamanten hebben geen direct zicht vanuit hun woning of tuin op de planlocatie vanwege de ligging van hun woningen en/of de tussenliggende agrarische percelen en/of de tussenliggende behoorlijke bedrijfsgebouwen op hun percelen en/of het tussenliggende ‘park’ dan wel de afstand tot de planlocatie. Voorts is de leefruimte van de beoogde woningen binnen het plangebied op het zuiden gericht en niet op het noorden richting de Zuiderweg. Naar aanleiding van een opmerking hierover tijdens de informatiebijeenkomst is woonblok D iets in oostelijke richting opgeschoven om de privacy nog meer te waarborgen. Op grond van dit alles zijn er geen significant onevenredig nadelige gevolgen te verwachten op het gebied van privacy, woonomgeving en uitzicht van reclamanten. 34. Uitspraak RvS, procedure spelregelkaart, oneigenlijk gebruik situatie om te bouwen Er is in het ontwerpbestemmingsplan wel rekening gehouden met de door reclamanten aangehaalde uitspraak van de Raad van State, aangezien in de planregels de totstandkoming en de instandhouding van dit zorgvuldig gecreëerde plan conform de kernkwaliteiten en het Des Beemstersbeleid zijn gewaarborgd. Het plan is namelijk voorzien van vier bouwvlakken waarbinnen volgens de planregels alleen hoofdgebouwen, zijnde woningen, gebouwd mogen worden.

De mogelijkheid om aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen te realiseren is uitgesloten in de planregels. Zo ook de mogelijkheid om dit te bouwen op grond van de vergunningsvrije regels door de gronden niet aan te merken als ‘erf’ als bedoeld in artikel 1 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Verder is een erfinrichtingsplan opgesteld welke als bijlage 4 bij de regels van het ontwerpbestemmingsplan is gevoegd. In de planregels is een ‘voorwaardelijke verplichting Pagina 25 van 26

landschappelijke inpassing’ opgenomen op grond waarvan de gronden dienen te worden ingericht en ingericht te blijven overeenkomstig het erfinrichtingsplan. Wanneer de erfinrichting niet wordt gerealiseerd of in stand wordt gehouden, dan levert dit volgens de planregels strijdig gebruik van de bestemming op waartegen handhavend opgetreden kan worden. Met onderhavig ontwerpbestemmingsplan wordt niet vooruitgelopen op de procedure ter zake van de spelregelkaart en er is geen sprake van oneigenlijk gebruik. De spelregelkaart Nekkerzoom is een beleidsregel en de voorbereidingsprocedure hiervan loopt nog. Beide voorbereidingsprocedures lopen apart van elkaar en botsen niet. De spelregelkaart betreft geen nieuw beleid maar gaat uit van bestaand beleid, zoals dat is geformuleerd in de Structuurvisie Beemstermaat en de Beemster Omgevingsnota (thans onderdeel van het Ruimtelijk kwaliteitskader Purmerend). Met de kaart wordt als het ware een deel van het beleid in het gebied geconcretiseerd en geeft antwoord op de vraag waar iets wel of niet stedenbouwkundig mogelijk is.

De ontwikkeling aan de Nekkerweg 72 is passend binnen de spelregelkaart én is, zoals te doen gebruikelijk, separaat getoetst aan de structuurvisie en bestaand beleid om te bepalen of planologische medewerking kan worden verleend en of het plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening, een en ander overigens conform hetgeen is beschreven in de spelregelkaart. Verder kan pas gebouwd worden indien het ontwerpbestemmingsplan is vastgesteld én een omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend. De vergunningprocedure is bij het schrijven van onderhavige reactie op de zienswijzen nog niet gestart. 35. Zienswijzen namens de bewoners van de Nekkerzoom Reclamanten geven aan dat de ingediende zienswijze namens ‘De bewoners van de Nekkerzoom’ is. Anders dan reclamanten aangeven is de zienswijze niet ondertekend door alle bewoners van de Nekkerzoom. Zeventien bewoners hebben de zienswijze ondertekend, waarvan sommige woonachtig op hetzelfde adres en alleen die zeventien bewoners worden aangemerkt als indieners van de zienswijze, verder door ons aangemerkt als reclamanten 4. Conclusie zienswijze reclamanten 4 Gelet op het vorenstaande is en blijft ons gemeentebestuur van mening dat de gewenste ontwikkeling ruimtelijk en planologisch inpasbaar is nu sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een evenwichtige afweging van alle belangen.

De zienswijze van reclamant 4 leidt niet tot wijzigingen van het plan.

3. Conclusie Gelet op al het vorenstaande is en blijft het gemeentebestuur van mening dat de voorgenomen ontwikkeling ruimtelijk en planologisch inpasbaar is, nu sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een evenwichtige afweging van alle belangen. Er zijn naar aanleiding van de ingediende zienswijzen geen zwaarwegende redenen gebleken op grond waarvan het ‘Bestemmingsplan Beemsterbuiten c.a.’ niet vastgesteld kan worden. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan kan nu worden vastgesteld door de gemeenteraad.

Pagina 26 van 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13943375/1