f-nota-van-beantwoording-regionale-propositie-805-versie-mra-agenda
Tekst van het document
56
9.22 Het bouwen van woningen zal binnenstedelijk opgevangen moeten worden. Zo kunnen we het landschap openhouden, ons erfgoed bewaren en ook ruimte bieden aan recreatie. Bovendien hebben we het landschap hard nodig hebben om de klimaatopgaven op te vangen. De regio is immers kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering, in de vorm van weersextremen (hitte, droogte, neerslag) en overstromingsrisico’s. We moeten ons hier als regio gezamenlijk op voorbereiden en ons hieraan aanpassen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 3 (klimaat neutrale regio), ambitie 5 (woningen), ambitie 1 (werklocaties), ambitie 6 (cultuurhistorisch erfgoed en landschap) en ambitie 7 ( toerisme en recreatie) 9.23 Vraagstukken waar we als regio gezamenlijk in moeten optrekken zijn onder andere de kwetsbaarheid van het regionale watersysteem dat aan haar grens zit; extra afvoer (in geval van een overstroming of hevige neerslag) is niet mogelijk. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Zie beantwoording bij 9.8 en bij 9.14. 9.24 Bij veel van bovenstaande opgaven zullen we als MRA, samen met het Rijk naar een (nieuw) instrumentarium moeten zoeken of nieuwe samenwerkingsverbanden aangaan. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Zie beantwoording bij 9.12.
9.25 Om de stad in de toekomst leefbaar te houden, voldoende ruimte te maken/behouden voor gezonde vormen van mobiliteit én de luchtkwaliteit te verbeteren, zal het gebruik van de openbare ruimte veranderen. Daarbij is een verandering van onze mobiliteit onvermijdelijk. De komende jaren willen we samen met de regio en het Rijk stappen zetten om het Multimodaal Toekomstbeeld uit te rollen. Zo mitigeren we de mogelijk nadelige gevolgen die het Amsterdamse beleid kan hebben voor een bredere omgeving en versterken we de regionale mobiliteitsnetwerken. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 8 (mobiliteit inwoners en bezoekers). 9.26 We zullen samen moeten investeren in een betaalbaar OV met een afdoende dekkend netwerk. Dit moet de regio voor iedere bewoner en gebruiker bereikbaar houden ongeacht woonlocatie of inkomen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 8 (mobiliteit inwoners en bezoekers).
57
9.27 Een belangrijke rol zien we in het verder uitbreiden van het fietsnetwerk, waarbij het slechten van barrières zoals water en snelwegen niet mag worden vermeden. Daarnaast willen we doorpakken op de mobiliteitshubs, gekoppeld aan slimme mobiliteit. Op deze manier maken we het voor reizigers vanuit een autoafhankelijke deelregio aantrekkelijker om hun reis richting de stad op een gegeven moment te vervolgen met het openbaar vervoer, de fiets of deelmobiliteit. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 8 (mobiliteit inwoners en bezoekers). 9.28 En omdat veel inwoners van Amsterdam geen auto hebben, is het belangrijk om in deze hubs ook genoeg deelmobiliteit te faciliteren. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 8 (mobiliteit inwoners en bezoekers). 9.29 Naast personenvervoer zetten we ook in op duurzame logistiek/goederenvervoer. Goederenvervoer is belangrijk voor onze economie, maar vormt ook een aanzienlijk aandeel in de belasting van ons regionaal mobiliteitsnetwerk. Om de plek van goederenvervoer in ons toekomstig mobiliteitsnetwerk te garanderen, gaan we met het bedrijfsleven, betrokken overheden en het maatschappelijk veld op zoek naar de juiste ruimtelijke keuzes om dit mogelijk te maken. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 8 (mobiliteit en verduurzaming goederenvervoer en logistiek).
9.30 Het succes van onze regionale samenwerking is afhankelijk van de samenwerking met de bewoners, bedrijven en stichtingen in onze regio, en vooral ook het Rijk. De MRA zal de komende jaren daarom nog meer moeten inzetten op een gezamenlijk geluid naar Den Haag en het versterken van de triple helix.
58
Plek in de nieuwe MRA Agenda: Zie beantwoording bij 9.12. Welke onderwerpen we centraal stellen in onze lobby activiteiten, daarover stemmen we af in de PHO’s, Platforms en het MRA Bestuur. 9.31 Daarnaast hebben wij een steeds grotere behoefte om gezamenlijk sociale vraagstukken te bespreken. Dit is inhoudelijk ingegeven door de groeiende sociale ongelijkheid en het groeiende takenpakket van gemeentes. Procesmatig zien we de kracht die een gezamenlijk geluid kan maken in Den Haag om tot structurele beleidsmaatregelen en middelen te komen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: De sociale vraagstukken raken aan bijna alle ambities. We hebben daarom Brede Welvaart als uitgangspunt genomen voor alle ambities: bij alle afwegingen die we maken bij de realisatie van onze ambities of de uitvoer van acties, vragen we ons af hoe dat bij kan dragen aan het versterken van Brede Welvaart. 9.32 Tot slot zien we dat het Rijk tientallen beleidsprogramma’s en NOVEX-gebiedsgerichte programma’s vanuit de Nationale Omgevingsvisie vaststelt. Dit legt een groot beslag op onze gezamenlijke uitvoeringscapaciteit, beschikbare middelen en besluitvormingsprocedures. Voor een daadkrachtige en wendbare regio lijkt het ons daarom verstandig om het moment van een nieuwe MRA-agenda ook te gebruiken om goed kijken naar hoe we sturen op de veelheid aan opgaven, programma’s en projecten.
Als het aan Amsterdam ligt kijken we goed waar we het Rijk kunnen uitnodigen bij reguliere ambtelijke overleggen van de MRA. We brengen in kaart op welke prioriteiten dit wenselijk kan zijn. Plek in de nieuwe MRA Agenda: In de nieuwe MRA agenda redeneren we vanuit ambities in plaats van uit acties of uitvoeringslijnen. Bovendien proberen we die ambities concreter te maken door indicatoren te benoemen aan de hand waarvan we inzichtelijk kunnen maken in hoeverre onze ambities gerealiseerd zijn. Dat geeft richting aan de acties en projecten die we uitvoeren. Daarbij moet vermeld worden dat we een veelzijdige en gecompliceerde regio zijn, met veel verschillende inhoudelijke belangen en kansen. Als we focussen op een zeer beperkt aantal inhoudelijke punten, vallen andere punten af die ook evident op regionale schaal moeten worden opgepakt, en die we ook heel belangrijk vinden. We kijken daarom goed naar welk onderwerp we op welke schaal en met welke coalitie we moeten oppakken. Dat werken we uit in een Meerjarig Uitvoeringsprogramma. Of we het Rijk uitnodigen aan gesprekstafels in de MRA, is aan de betreffende gremia om zelf te bepalen. Bij het Platform Mobiliteit zijn bijvoorbeeld al met enige regelmaat nationale partners als Rijkswaterstaat of de NS aanwezig.
59
10. Provincie Noord-Holland Algemeen De Provincie Noord-Holland geeft in haar propositie aan dat zij graag vanuit een openhouding samen wil werken met gemeenten, andere provincies en het rijk, vanuit het besef dat overheden in toenemende mate met elkaar verweven raken. Gezien de schaal van ruimtelijke vraagstukken is bestuurlijke samenwerking ook hard nodig, mede gelet op het feit dat regio’s in toenemende mate te maken krijgen met de doorwerking van Europese regelgeving. Dit besef van verbondenheid zet aan tot samenwerken over de eigen bestuurlijke grenzen heen, onder andere door intensiever samen te werken met het Rijk en richting de EU. Zij vragen aandacht voor de vraag welke thema’s en bijbehorende activiteiten de MRA oppakt, en waarvoor primair de beide provincies (of de gemeenten) aan de lat staan. Meer helderheid daarover versterkt de focus van bestuurlijke overleggen en zorgt voor een efficiënte inzet van ambtelijke ondersteuning. Ook wordt de positie van kleine gemeenten in de MRA samenwerking aangehaald: zij moeten binnen de MRA voldoende aan hun trekken kunnen komen. Provinciale Staten van de provincie Noord-Holland heeft de wens geformuleerd om uitgebreider en concreter geïnformeerd te worden over de resultaten die door de MRA worden bereikt. Dat vraagt van een nieuwe MRA Agenda dat daarin concretere en meetbaarder doelen worden opgenomen dan in de huidige agenda.
Tegen de achtergrond van problemen die in politiek Den Haag en in Europa hoog op de agenda staan, kunnen sommige Statenfracties zich voorstellen dat de inhoudelijke scope van de MRAsamenwerking ongewijzigd blijft, maar het begrip ‘brede welvaart’ een richtsnoer wordt voor de afwegingen die worden gemaakt op de bestaande beleidsterreinen. Noord-Holland vindt het belangrijk dat in de nieuwe MRA-Agenda expliciet wordt gemaakt welke keuzes worden gemaakt in het kader van brede welvaart (hier & nu, later en elders). Reflectie Het Bestuur herkent het belang van duidelijkheid over rollen, en wat op welk schaalniveau moet worden opgepakt. Hiertoe zal in het Meerjarig Uitvoeringsprogramma inzichtelijk worden gemaakt welke actie het beste op welk schaalniveau kan worden belegd. De samenwerking die we de afgelopen jaren hebben opgebouwd voor de lobby richting Rijk en Europa zetten we vol energie en overtuiging voort. De positie van kleinere gemeenten bewaken we zorgvuldig, ook door meerkernigheid centraal te blijven stellen. Over de mate van concreetheid en meetbare doelen is in de Algemene Vergadering van 9 februari afgesproken dat we geen SMART geformuleerde doelstellingen of indicatoren in de MRA Agenda opnemen, en dat we in zijn algemeenheid waken voor een te hoge mate van concreetheid. We stellen in de MRA Agenda ambities voor de langere termijn, en
60
werken in het Meerjarig Uitvoeringsprogramma uit welke acties we daartoe de komende vier jaar gaan uitvoeren. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt hoe alle losse inhoudelijke punten uit de propositie een plek hebben gekregen in de nieuwe MRA Agenda. 10.1 Deze partijen vinden het belangrijk dat iedereen die dat wil, een passende woning kan vinden in Noord-Holland. Daarom is in Verbindend Vooruit! afgesproken om in de periode tot 2030 184.000 nieuwe woningen in Noord-Holland te bouwen, waarvan 40.000 in Noord-Hollandnoord en 144.000 binnen de MRA. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 5 (woningen). 10.2 Daarnaast willen wij de komende jaren verder werken aan de energietransitie en het energienet uitbreiden Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) 10.3 Daarnaast willen wij de komende jaren verder werken aan de natuur versterken Plek in de nieuwe MRA Agenda: Voor natuur of biodiversiteit zijn geen aparte ambities opgenomen in de MRA agenda: zij raken aan heel veel van de andere ambities, en zijn waarden / belangen die we bij de realisatie van onze andere ambitie als wegingsfactor mee moeten nemen.
10.4 Daarnaast willen wij de komende jaren verder werken aan de luchtkwaliteit verbeteren Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt is geborgd door Brede Welvaart als uitgangspunt te nemen voor alle ambities: bij alle ambities kijken we naar hoe keuzes of acties voor die ambities bij kunnen dragen aan de Brede Welvaart. Daar valt gezondheid (en dus ook een verbetering van de luchtkwaliteit) ook onder. 10.5 Daarnaast willen wij de komende jaren verder werken aan de klimaatcrisis tegengaan Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) 10.6 Daarnaast willen wij de komende jaren verder werken aan het voorzieningenniveau in stand houden Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 4 (werklocaties) en ambitie 5 (woningen).
61
10.7 Daarnaast willen wij de komende jaren verder werken aan helpen bij de transitie naar duurzame visserij Plek in de nieuwe MRA Agenda: In de nieuwe MRA Agenda is geen aparte ambitie opgenomen voor de visserij, maar dit punt raakt wel aan ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio). Voor visserij hebben we binnen de MRA echter geen specifieke ambities of beleid, ook niet met de nieuwe Agenda. 10.8 Daarnaast willen wij de komende jaren oog houden voor een toekomstbestendige landbouw met een verdienmodel. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Voor landbouw of voedselvoorziening zijn geen aparte ambities opgenomen in de MRA agenda: zij raken aan heel veel van de andere ambities, en zijn waarden / belangen die we bij de realisatie van onze andere ambitie als wegingsfactor mee moeten nemen. 10.9 We vinden dierenwelzijn een belangrijke waarde in ons handelen en beleid. We verwachten daarom ook dat MRA-activiteiten zoveel mogelijk rekening houden met de dieren die in onze regio leven. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit maakt onderdeel uit van het begrip Brede Welvaart. 10.10 Ook het verbeteren van de bereikbaarheid, de leefbaarheid en de economie zijn voor ons belangrijke speerpunten, waarbij de menselijke maat niet uit het oog moet worden verloren.
Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 8 (mobiliteit inwoners en bezoekers) en ambitie 2 (concurrentie en innovatiekracht) en het begrip Brede Welvaart. 10.11 We streven naar een goede balans tussen wonen, werken en gezondheid en gaan bedrijven ondersteunen om de transitie naar meer duurzame en schone productieprocessen te kunnen maken. Voor vervuilende bedrijven die deze transitie op termijn niet kunnen of willen maken is geen toekomst. Ook bij Tata Steel blijft de coalitie zich inzetten om de impact op de leefomgeving, het milieu en het klimaat terug te dringen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio), ambitie 4 (werklocaties) en ambitie 5(woningen). 10.12 We zetten in op samenwerking tussen scholen en bedrijfsleven en willen dat de opleidingen van nu aansluiten bij de vraag van morgen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 3 (arbeidsmarkt).
62
10.13 Als nieuw provinciebestuur willen we vanuit een open houding samenwerken met gemeenten, andere provincies en het Rijk, in het besef dat overheden in toenemende mate met elkaar verweven raken. Gezien de schaal van ruimtelijke vraagstukken is bestuurlijke samenwerking ook hard nodig, mede gelet op het feit dat regio’s in toenemende mate te maken krijgen met de doorwerking van Europese regelgeving. Plek in de nieuwe MRA Agenda: De ambities die in de nieuwe MRA Agenda worden opgenomen vinden we als samenwerkende overheden belangrijk als stip op de horizon, maar we beseffen ons ook dat we ze niet alleen kunnen realiseren. Bij alle ambities is samenwerking nodig met partners uit het bedrijfsleven, kennisinstellingen, sociaal-maatschappelijke instellingen, waterschappen, de Rijksoverheid en Europese partners, in wisselende coalities, afhankelijk van het onderwerp. Hoe we dit operationaliseren krijgt straks vorm in het meerjarig uitvoeringsprogramma. 10.14 Dit besef van verbondenheid zet aan tot samenwerken over de eigen bestuurlijke grenzen heen. Vanuit die houding willen wij in de NOVEX MRA samenwerken met het Rijk, om te komen tot een uitvoeringsagenda en een Regionale Investeringsagenda. Plek in de nieuwe MRA Agenda: De inspanningen voor de NOVEX continueren we. Dit beschouwen we als een goed middel om onze ambities (die we in de MRA Agenda benoemen) te verwezenlijken.
10.15 Samenwerking met gemeenten en met regio’s, zoals de samenwerking in de regio Noord-Holland Noord en in de MRA, zien wij niet als een beperking van onze eigen beleidsvrijheid, maar juist als een aanvulling daarop en als een kans om grote maatschappelijke opgaven te realiseren en draagvlak te verwerven voor provinciaal beleid. Het is in dat kader aan te bevelen dat de nieuwe MRA Agenda een reflectie bevat op de vraag welke thema’s en bijbehorende activiteiten de MRA oppakt, en waarvoor primair de beide provincies aan de lat staan. Meer helderheid daarover versterkt de focus van bestuurlijke overleggen en zorgt voor een efficiënte inzet van ambtelijke ondersteuning. Plek in de nieuwe MRA Agenda: De ambities die in de nieuwe MRA Agenda worden opgenomen vinden we als samenwerkende overheden belangrijk als stip op de horizon, maar we beseffen ons ook dat we ze niet alleen kunnen realiseren. Samenwerking is daarbij essentieel, maar het zal ook vragen om acties op verschillende niveaus: sommige dingen moeten we op MRA schaal oppakken, anderen juist door provincies of gemeenten. En soms moeten we nationaal of internationaal schakelen. Hoe we dat precies operationaliseren maken we inzichtelijk in het Meerjarig Uitvoeringsprogramma.
63
10.16 We beschouwen de samenwerking in de MRA als nuttig en noodzakelijk en willen die in de komende bestuursperiode met kracht voortzetten, ook voor wat betreft de gezamenlijke belangenbehartiging richting Den Haag en Brussel. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Zie beantwoording bij 10.13. Welke inhoudelijke punten we gezamenlijk oppakken richting Den Haag of Brussel, daarover stemmen we af in de PHO’s, Platforms en het MRA Bestuur. 10.17 Door de Staten wordt naar voren gebracht dat ook kleinere gemeenten binnen de MRA voldoende aan hun trekken moeten kunnen komen, en de regionale samenwerking niet al te zeer een samenwerking zou moeten zijn waarbij de grotere en meer verstedelijkte gemeenten de dienst uitmaken. Daarvoor is het van belang dat de voorzieningen van kleinere gemeenten mee worden genomen in de nieuwe MRA-Agenda. Dit sluit goed aan bij het coalitieakkoord waarin staat dat de provincie zich inspant om ook voorzieningen samen met gemeenten op peil te houden. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt borgen we door de twee begrippen Brede Welvaart en Meerkernigheid een centrale plek te geven in de MRA Agenda en het Meerjarig Uitvoeringsprogramma. Waar mogelijk proberen we keuzes of acties die we op MRA schaal maken zoveel mogelijk bij te laten dragen aan die begrippen.
10.18 Al eerder (in de vorige Statenperiode) is vanuit PS de wens geformuleerd om uitgebreider en concreter geïnformeerd te worden over de resultaten die door de MRA worden bereikt. Dat vraagt van een nieuwe MRA Agenda dat daarin concretere en meetbaarder doelen worden opgenomen dan in de huidige agenda. Plek in de nieuwe MRA Agenda: De nieuwe MRA Agenda is opgebouwd vanuit ambities, die we zo goed mogelijk door proberen te vertalen in concrete indicatoren, aan de hand waarvan we inzichtelijk kunnen maken in hoeverre onze ambities zijn gerealiseerd. Deze geven bovendien ook richting aan de acties die we uit gaan voeren. In het Meerjarig Uitvoeringsprogramma werken we uit wat we de komende vier jaar concreet gaan doen. 10.19 Daarbij realiseren wij ons terdege dat een goede samenwerking zich niet in alle opzichten laat vatten in prestatie-indicatoren, maar wel dat verantwoord kan worden wat de samenwerking oplevert. Voorop staat daarbij dat de samenwerking in MRA-verband zich richt op díe onderwerpen die de deelnemers afzonderlijk niet kúnnen realiseren. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Communicatie en draagvlak blijft voortdurend van belang. De afgelopen jaren hebben we grote stappen gezet om deze te verbeteren, en deze lijn willen we in de toekomst voortzetten.
64
10.20 Tegen de achtergrond van problemen die in politiek Den Haag en in Europa hoog op de agenda staan, kunnen sommige Statenfracties zich voorstellen dat de inhoudelijke scope van de MRA-samenwerking ongewijzigd blijft, maar het begrip ‘brede welvaart’ een richtsnoer wordt voor de afwegingen die worden gemaakt op de bestaande beleidsterreinen. Noord-Holland vindt het belangrijk dat in de nieuwe MRA-Agenda expliciet wordt gemaakt welke keuzes worden gemaakt in het kader van brede welvaart (hier & nu, later en elders). Plek in de nieuwe MRA Agenda: Brede Welvaart is in de nieuwe MRA Agenda uitgangspunt voor alle ambities. Bij alle afwegingen die we moeten maken en alle acties die we willen gaan uitvoeren is een positieve bijdrage aan de Brede Welvaart uitgangspunt. Hoe we dit precies operationaliseren werken we de komende tijd concreter uit. Uitgangspunt daarbij is de systematiek die we reeds in de steigers hebben staan vanuit de Economische Verkenningen van de MRA (EVMRA). 10.21 De bestuurlijke samenwerking in de MRA richt zich primair op fysieke thema’s, waarbij wij van mening zijn dat bij deze thema’s een gezonde leefomgeving een leidend principe moet zijn.
Overigens blijft naar de mening van de Staten ook bij een mogelijke thematische verbreding van de inhoudelijke scope van de MRA het uitgangspunt gelden dat het democratisch mandaat blijft liggen bij raden en Staten en de provincie geen bevoegdheden overdraagt aan de Metropoolregio. Plek in de nieuwe MRA Agenda: zie beantwoording bij 10.20
65
11. Platform Economie 11.1 We herkennen we niet alleen de schaduwzijden van ons economische succes, we erkennen ze ook als een bedreiging. De luchtkwaliteit, biodiversiteit en waterveiligheid staan onder druk, de onevenwichtigheden op de arbeids- en woningmarkt leiden tot toenemende verschillen tussen inwoners en we spreken inmiddels van over toerisme op verschillende plekken. Kortom, een blijvend robuuste en toekomstbestedige MRA vereist een economische dynamiek die nadrukkelijk samengaat met een verbetering van het leefklimaat én waarin iedereen gelijke kansen heeft volwaardig te functioneren. Dit betekent dus: inzetten op brede welvaart en daarmee voortdurend de balans zoeken (cq keuzes maken) tussen versterken duurzaamheid, vergroten sociale samenhang en stimuleren economische dynamiek. (conform de ‘brede welvaartsdriehoek’ uit de Economische Verkenningen). Plek in de nieuwe MRA Agenda: Brede Welvaart is in de nieuwe MRA Agenda uitgangspunt voor alle ambities. Bij alle afwegingen die we moeten maken en alle acties die we willen gaan uitvoeren is een positieve bijdrage aan de Brede Welvaart uitgangspunt. Hoe we dit precies operationaliseren werken we de komende tijd concreter uit. Uitgangspunt daarbij is de systematiek die we reeds in de steigers hebben staan vanuit de Economische Verkenningen van de MRA (EVMRA).
11.2 Juist niet alleen de kernstad Amsterdam, maar ook de andere grotere stedelijke gebieden moeten zich de komende jaren verder ontwikkelen met voldoende woningen, bedrijvigheid en voorzieningen. Dit enerzijds vanuit eigen kracht, maar anderzijds juist ook door het benutten van de onderlinge verbanden binnen de MRA. In termen van economische dynamiek is de meerkernige metropool een suboptimale ontwikkeling. Immers, de agglomoratie-effecten worden met de beoogde spreiding van economische activiteiten minder benut. Maar daar tegenover staan positieve sociale effecten (betere woon-werkbalans, verscheidenheid in woonmilieus etc.); de duurzaamheidseffecten zijn ondermeer het behoud van het landschap en het klimaat-adaptief inrichten van de MRA. Ook veronderstelt deze meerkernige ontwikkeling, dat er in de verschillende deelregio’s voldoende ruimte is voor economische activiteiten, dat deelregionale specialisaties voldoende mogelijkenheden krijgen voor doorontwikkeling, mede door hun onderlinge samenwerking op MRA schaal. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Meerkernigheid is in de nieuwe MRA Agenda een belangrijk begrip. Bij alle afwegingen die we moeten maken en alle acties die we willen gaan uitvoeren is een positieve bijdrage aan de Meerkernigheid uitgangspunt. Hoe we dit precies operationaliseren werken we de komende tijd concreter uit.
Uitgangspunt daarbij is de systematiek die we reeds in de steigers hebben staan vanuit de Economische Verkenningen van de MRA (EVMRA).
66
11.3 Ook in het kader van de meerkernige ontwikkeling gaat het bij de economische dynamiek niet louter om het aantal arbeidsplaatsen, maar juist ook om het optimaal faciliteren van het voorzieningenniveau van de deelregio’s. Dit betekent dus ook dat de deelregio’s voldoende ruimte beschikbaar hebben voor bedrijvigheid, zoals onderhoudsbedrijven, logistiek en groothandel en productie- en hergebruikfaciliteiten. Idealiter zijn er per deelregio enkele clusters/ecosystemen van bedrijven, samen met opleidings- en/of kennisinstellingen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 4 (werklocaties) en ambitie 2 (concurrentie en innovatiekracht). 11.4 Wél moeten we ons realiseren, dat de economie zich natuurlijk niet laat sturen. Maar juist door ruimte te bieden en actief (onderschedende) ecosystemen te helpen ontwikkelen, kan ook vanuit de economische ontwikkeling bijgedragen worden aan de meerkernige metropool. In dit kader vraagt de (economische) positie van Almere de komende jaren wellicht de meeste aandacht. Als tweede stad (qua inwoners) van de MRA, met een jonge beroepsbevolking en nog voldoende ontwikkelruimte liggen er mogelijkheden voor een substantiële versterking van het economisch profiel. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 4 (werklocaties) en ambitie 2 (concurrentie en innovatiekracht).
11.5 De ambities in het kader van ‘brede welvaart’ en ‘meerkernige metropool’ moeten we plaatsen binnen de context van schaarste aan ruimte, arbeidskrachten, sociale inclusie, energie, schone lucht, zoet water, bio-diversiteit etc. (gek genoeg lijkt schaarste aan geld minder het geval, al zijn de vooruitzichten voor de gemeentefinanciën de komende jaren niet goed). Veel van genoemde schaarsten – met name die gerelateerd zijn aan een duurzame toekomst en sociale vraagstukken - zijn wellicht ook de directe aanleiding om veel meer vanuit de brede welvaart te denken en te doen. Hierbij schuilt het gevaar van afwenteling in de tijd (dat lossen we later wel op!) of naar plaats (die ruimtevreter of vervuiler kan wel ergens anders in het land of de wereld). Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt ondervangen we door Brede Welvaart uitgangspunt te maken voor alle ambities. Dat geeft richting aan de keuzes die we moeten maken of de acties die we willen uitvoeren.
67
11.6
Tegelijkertijd: de energieschaarste agv congestie elektriciteitsnet is wellicht iets van tijdelijke aard (prognose: congestie zeker tot 2030) en zijn veel sociale vraagstukken het gevolg van landelijk beleid. Anders is dit t.a.v. de schaarste aan ruimte. Komt deze niet vooral voort uit de regionale wens of noodzaak om alle ruimteclaims (wonen, werken, mobiliteit, landbouw, recreatie, natuur en water) allemaal in de regio te willen accommoderen, waardoor er voor geen van allen voldoende ruimte is? Wordt het geen tijd om explicieter en meer integraal de afweging te maken van wat we wel en wat we niet nog ruimtelijk willen accommoderen? Wat hierbij wel compliceert, is dat sommige zaken (bv ruimtebehoefte wonen & werken of tekorten arbeidsmarkt) duidelijk kwantificeerbaar zijn, maar andere (luchtkwaliteit, biodiversiteit) veel lastiger. Dat maakt een objectieve discussie over mogelijke uitruil lastig. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt hang samen met veel van de ambities, en komt terug als afweging bij keuzes die we moeten maken (zie hoofdstuk 1 van de Agenda)
11.7 Het is glad ijs, maar gelet op genoemde schaarsten (en in relatie tot onze ambities) moeten we misschien toe naar lijstjes van welke zaken we in welke omvang ruimtelijk nog wel willen faciliteren, en welke niet. En dat dan op basis van zo integraal en objectief mogelijke afwegingen. Dus: als we voorop willen blijven lopen in de digitalisering, dan liever datacenters dan glastuinbouw? Misschien wat minder woningbouw en meer waterberging? Minder landschap en meer werklocaties? En zo zijn er nog veel meer afwegingen te maken – die we vermoedelijk nog nooit integraal hebben gedaan! (zelfs niet in de Verstedelijkingsstrategie/NOVEX MRA) ). Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt hang samen met veel van de ambities, en komt terug als afweging bij keuzes die we moeten maken (zie hoofdstuk 1 van de Agenda) 11.8 Over de noodzaak van de grote transities op het gebied van energie, arbeid, digitalisering en productieketens lijkt geen discussie te bestaan; zo zijn ze ook nadrukkelijk opgenomen in de Transitieversneller. Wél over de vraag hoe, wie en in welk tempo. En dus nadrukkelijk over de rol van de MRA en op wel abstractieniveau. Ten aanzien van digitalisering en productieketens heeft de MRA slechts op een aantal onderdelen (datacenters, voedsel, textielafval) tot op heden geacteerd.
Door deze thema’s nadrukkelijker vanuit brede welvaart te benaderen, is het goed denkbaar dat de MRA-rol groter wordt (bv mbt digitalisering in onderwijs en zorg; regionale voedselketens, ketens in kader circulaire economie). Voor energie zijn de provincies via de RES’sen primair aan zet. Vanuit Brede Welvaart is het echter cruciaal dat energierechtvaardigheid een volwaardig onderdeel is van de energie transitie-strategieen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) en onder het begrip Brede Welvaart.
68
11.9 Zo staat PLABEKA / Bedrijventerreinenstrategie sterk in het teken van bijdragen aan de meerkernige ontwikkeling, met name door het inzetten van het spreiden van ruimte voor bedrijven – maar moet de bijdrage aan brede welvaart nog nadrukkelijker in beeld worden gebracht. De rol van de MRA is agenderend en regie-voerend (plus ondersteunend onderzoek en monitoring) Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 4 (werklocaties) en onder het begrip Brede Welvaart. 11.10 Samen met de ruimtelijke economische vraagstukken, zijn de knelpunten op de arbeidsmarkt vermoedelijk de belangrijkste dossiers vanuit economie in de nieuwe MRA Agenda. Waar in de afgelopen jaren de rol van de MRA sterk lag bij het aanjagen van publiek-private samenwerkingen, zal de komende periode vooral ingezet worden op opschaling van de diverse initiatieven. Ook het bevorderen van meer samenwerking tussen de verschillende partijen en organisaties staat hoog op de agenda. ( nog aanscherpen op basis van lopend BIRCH onderzoek) Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 3 (arbeidsmarkt). 11.11 Gezien de demografische ontwikkelingen en arbeidsmarktprognoses is het aannemelijk dat we de komende tijd te maken hebben met structurele tekorten op de arbeidsmarkt. Met alle gevolgen van dien.
Het onvermogen om de energietransitie tijdig te realiseren, te weinig tempo in de noodzakelijke digitalisering van de economie, een onevenwichtige arbeidsmarkt met grote mismatch. We zien dat zelfs in tijden van historische arbeidsmarktkrapte mensen nog steeds aan de kant staan, of onvoldoende mobiel zijn om wendbaar te bewegen op de arbeidsmarkt en hiermee bij te dragen aan hun maatschappelijke en economische ontwikkeling. De urgentie neemt alleen maar toe. Het is een sociale, maar ook economische noodzaak om in te zetten op de arbeidsmarktvraagstukken. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 3 (arbeidsmarkt). 11.12 (Door)ontwikkeling arbeidsmarktinstrumentarium en dienstverlening Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 3 (arbeidsmarkt). 11.13 Stimuleren en ontwikkelen van werk naar werk mobiliteit Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 3 (arbeidsmarkt). 11.14 Het stimuleren van Leven Lang Ontwikkelen Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 3 (arbeidsmarkt).
69
11.15 Het bereiken van onbenut arbeidspotentieel Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 3 (arbeidsmarkt). 11.16 Vanuit het ‘brede welvaarts-denken’ wordt duurzaamheid feitelijk een integraal onderdeel van alle activiteiten die we oppakken. Maar tegelijkertijd zijn er acties die specifiek vanuit de circulaire doelstellingen zijn ingezet (zie daarvoor ook in de bijlage de nadere uitwerking) en voortzetting vragen – zoals bv circulair inkopen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) 11.17 In de eerste plaats, we determineren in de huidige agenda wel de samenwerking, doen daarop ook ferme bestuurlijke afspraken, maar vervolgens schort het te vaak aan de implementatie bij de afzonderlijke MRA overheden. Dit moet met de nieuwe MRA agenda echt veranderen. We moeten dit bestuurlijk aan de orde stellen en bereid zijn meer bindende afspraken te maken. We kunnen niet blijven steken in globale afspraken zonder expliciete uitspraken over het eigenaarschap voor de uitvoering daarvan. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt herkennen we. We gaan daarom bij de operationalisatie van de ambities in het Meerjarig Uitvoeringsprogramma ook inzichtelijk maken wat op welke schaal moet gebeuren, en wie daarbij welke rol heeft. 11.18 Een tweede aspect betreft de verbreding.
Vanuit het ‘nieuwe normaal’, de brede welvaart invalshoek en de integrale duurzame gebiedsontwikkeling, neemt het aantal onderwerpen dat we MRA breed zullen moeten oppakken toe. Dit raakt ook het onderdeel ‘anders kijken, anders doen’. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt herkennen we. We hebben een complexe regio met veel verschillende inhoudelijke belangen en kansen. We maken daarom in het Meerjarig Uitvoeringsprogramma goed inzichtelijk wat we in welke coalities moeten oppakken, en wat daarbij onze propositie is naar onze triple helix partners en richting Rijk en EU. 11.19 Het gaat er om dat de nieuwe agenda duidelijkheid geeft over: Wie zit er aan tafel? Wie geeft mandaat om risico’s te nemen en innovatie aan te jagen? Wie wordt afgerekend op het behalen van de doelstellingen? Plek in de nieuwe MRA Agenda: Zie beantwoording bij 11.17 en 11.18.
70
11.20 Anders kijken en doen, betekent het komen tot scherpe keuzes over wat nodig is. Eerlijk zijn naar elkaar. Als met de nieuwe agenda niet de bestuurlijke discussie wordt gevoerd dat we echt lokaal wat zullen moeten inleveren om de problemen van vandaag op te pakken, blijft de agenda steken in segmentering en intenties. De agenda biedt het moment om hierover bestuurlijk het gesprek te voeren. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt herkennen we. In de agenda besteden we aandacht aan keuzes, en in het Meerjarig Uitvoeringsprogramma proberen we die zo goed mogelijk inzichtelijk te maken. In sommige gevallen hebben we de keuzes nu al inzichtelijk, in andere gevallen zal dit de komende jaren nog flink wat uitzoek werk betekenen om scherp te krijgen wat precies de keuzes zijn, en welke gevolgen daaraan verbonden zijn. Met het ‘anders kijken, anders doen’ hebben we de lijn ingezet om voortaan ook op deze wijze het gesprek met elkaar te voeren. 11.21 We moeten gezamenlijk toewerken naar honderd procent circulair inkopen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) 11.22 Aanpak grondstofstromen. We hebben prioriteit gelegd bij textiel en plastics. Er liggen nu basisafspraken met het bedrijfsleven, deals in convenanten. De nieuwe MRA agenda is de plek om te benadrukken dat deze afspraken smart en resultaatgericht opgepakt worden.
De vorige MRA agenda’s hebben gezaaid door te benoemen wat nodig is, nu wordt het tijd om te oogsten.’ Voor circulair textiel geldt dat nu rond 1% gerecycled wordt. De MRA bevat een kwart van de Nederlandse textielbranche. Resultaat is er op gericht dat we met de nieuwe agenda terecht komen op ten minste 10% in 2030. Het wordt tijd voor een echte doorbraak waarin niet alleen overheden de handen ineenslaan, maar ook vorm wordt gegeven aan een gezamenlijke aanpak met het bedrijfsleven. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) 11.23 Vertaling van de bestuurlijk vastgestelde lobby agenda circulaire economie. Deze is immers een nieuw bestuurlijk feit geworden. Deze kent naast textiel en plastics, lobby inzet om te bereiken dat in de MRA vergroening van het belastingstelsel kan worden toegepast; de bouwregelgeving circulariteit gaat afdwingen en we meer sturing kunnen geven op de afvalverwerking door de splitsing tussen huishoudelijk afval en bedrijfsafval op te heffen. We willen deze onderdelen inbedden in de MRA brede lobby inzet in Europa. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio)
71
11.24 Lobby is typisch een aspect van bovenlokale samenwerking en wij pleiten dan ook om in de nieuwe agenda een aparte uitvoeringlijn ‘lobby’ in te brengen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Wij zien de lobby ook als een van de aspecten die bij uitstek horen op MRA schaal. De nieuwe MRA Agenda is opgebouwd vanuit ambities in plaats van uit uitvoeringslijnen, en voor veel van die ambities is lobby essentieel. Welke punten we centraal stellen in onze lobby activiteiten, daarover stemmen we af in PHO’s, Platforms en het MRA Bestuur. 11.25 Koppeling van circulariteit aan de MRA (woningbouw) agenda. Onder meer vanuit het convenant ‘toekomstbestendige woningbouw’, de Green Deal convenant houtbouw en vanuit de kaders van het Nationale programma Circulaire Economie (NPCE). Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) 11.26 Integrale duurzame gebiedsontwikkeling (samenhang met de meerkernige metropool, woningbouw en de uitruilmechanismen brede welvaart) Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio), ambitie 4 (werklocaties) en ambitie 5 (woningen). 11.27 Duurzaamheid als het nieuwe economische normaal. De bestuurders willen circulariteit en economie nadrukkelijk aan elkaar verbinden. Wat economisch is dient circulariteit en circulariteit dient de economie.
Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) en ambitie 2 (concurrentie en innovatiekracht). 11.28 Koppeling circulair aan ROM InWest Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio). 11.29 Energie en circulair; het is van belang een koppeling te leggen tussen de energie- en de grondstoffentransitie.
Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio)
72
11.30 We zullen daarom radicaal efficiënter moeten omgaan met grondstoffen, materialen en producten. Hergebruik, reparatie en recycling van producten en materialen moeten deel worden van het dagelijks leven. De grondstoffentransitie – nodig voor die circulaire economie – kan bij uitstek de energietransitie, en daarmee de realisatie van de klimaatdoelen, versnellen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) 11.31 Als samenwerkende partners in onze regio moeten we de komende jaren aan de slag met deze oproep en hartenkreet van de SER. Inzet daarbij is niet alleen om met elkaar te verkennen wat een gezamenlijke aanpak van de energie- en grondstoffentransitie voor de MRAoverheden inhoudt en wat daarvoor nodig is, maar ook om een scherper beeld te krijgen van de acties die er op dat terrein al lopen en via welke interventies gemeenten, provincies en een organisatie als de MRA – vanuit hun specifieke rol en verantwoordelijken – de komende jaren de verbinding tussen beide transities verder kunnen versterken.
Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) 11.32 Met het substantieel financieel bijdragen aan de Amsterdam Economic Board en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij ROM InWest is de MRA een belangrijke partij partner in het – samen met bedrijven en kennisinstellingen – aanjagen van de noodzakelijke innovaties. Deze innovaties richten zich nadrukkelijk op de grote transities (energie, circulair, digitaal en arbeidsmarkt). De komende jaren willen we als MRA samen met Board en ROM komen tot een nog efficiënter en effectiever functionerend innovatie-ecosysteem. Samen met alle relevante partners in de regio zullen we de komende jaren op basis van de transitieversneller verder werken aan coalities van bedrijven, kennisinstellingen en overheden én het genereren van gerichte investeringen, ook via het verwerven van rijksmiddelen en EU – subsidies. Gezamenlijke agenda’s en afspraken over regionale taken en verantwoordelijkheden liggen aan de basis hiervan. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 2 (concurrentie en innovatiekracht).
73
11.33 De MRA heeft een lange traditie op het gebied van beleid gericht op het beter over de regio spreiden van toerisme. Het marketingsprogramma ‘Amsterdam Bezoeken, Hoallnd Zien’ is daar een goed voorbeeld van, evenals het regionaal hotelbeleid. Daaarmee draagt het toeristische beleid nadrukkelijk bij aan de meerkernige ontwikkeling. En daar waar het toeristisch beleid oorspronkelijk vooral gerciht was op de economische kant, is dat inmiddels verschoven; leefbaarheid en duurzaamheid zijn in de nieuwe strategische agenda net zo belangrijke uitgangspunten. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 7 (toerisme en recreatie). 11.34 Gerichte vraagsturing met een focus op waardevolle verblijfsbezoekers in de gehele MRAregio, kwalitatieve ontwikkeling van de vraag over de gehele MRA-regio buiten Amsterdam en waar mogelijk bijdragen aan krimp van het verblijfsbezoek in en naar Amsterdam. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 7 (toerisme en recreatie). 11.35 Passende aanbodontwikkeling van verblijfsaccommodaties en spreiding van grootschalige publiekstrekkers met aandacht voor versterking van de historische en culturele kwaliteiten van kernen en plekken. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 7 (toerisme en recreatie).
11.36 Verbetering van de duurzame bereisbaarheid van de hotspots en de kernen binnen de MRA voor verblijfsbezoekers. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 7 (toerisme en recreatie). en ambitie 8 (mobiliteit inwoners en bezoekers). 11.37 Het terugdringen van de CO2-uitstoot van verblijfsbezoek. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 7 (toerisme en recreatie). en ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio)
74
11.38 Kunst, cultuur en erfgoed maken van de Metropoolregio Amsterdam meer dan de som van de delen. Het culturele domein is in de eerste plaats van vitaal belang in alle deelregio’s afzonderlijk. Onze cultuur vormt een krachtbron met grote sociaal-maatschappelijke, economische en zelfs ruimtelijke impact. Het brengt mensen letterlijk in beweging, naar podia en festivals, musea en iconische kunst in het landschap, naar vrijetijdsbesteding en educatie. Cultuur zorgt voor verbinding tussen individu en gemeenschap, maakt mensen trots op waar ze vandaan komen en inspireert ze om vrij te dromen en te leven.We moeten ons bewust zijn van de bijzondere rijkdom van ons erfgoed en culturele voorzieningen in onze metropool. Die rijkdom draagt bij aan de brede welvaart van de regio, zowel economisch als sociaalmaatschappelijk. De MRA dankt er een belangrijk deel van zijn grote aantrekkingskracht aan, niet alleen op bewoners, maar ook op (internationale) bezoekers en bedrijven. We onderscheiden ons er als regio mee van andere groeigebieden, zoals Eindhoven en Zwolle, maar ook van krachtregio’s over de grens. De MRA verkeert in een unieke positie om te profiteren van kunst, cultuur en erfgoed. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit heeft een plek gekregen in ambitie 6 (cultuurhistorisch erfgoed en landschap) en ambitie 7 (toerisme en recreatie).
Cultuur hangt daarnaast ook sterk samen met ambitie 5 (woningen) en ambitie 2 (concurrentie en innovatiekracht) 11.39 Het is van belang om met het programma zo goed mogelijk aan te sluiten bij de grote opgaven en de thema’s waarop de gemeenten en provincies in MRA-verband samenwerken: ruimtelijke ontwikkeling in brede zin, mobiliteit en de verstedelijkingsstrategie. Met de grote woningbouwopgave en de beoogde economische ontwikkelingen in de MRA is het van belang om de betekenis en de waarde van kunst, cultuur en erfgoed in te zetten én te borgen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit heeft een plek gekregen in ambitie 6 (cultuurhistorisch erfgoed en landschap) en ambitie 7 (toerisme en recreatie). Cultuur hangt daarnaast ook sterk samen met ambitie 5 (woningen) en ambitie 2 (concurrentie en innovatiekracht)
75
11.40 Als MRA moeten we bijdragen aan een weerbare, toekomstbestendige cultuursector Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit heeft een plek gekregen in ambitie 6 (cultuurhistorisch erfgoed en landschap) en ambitie 7 (toerisme en recreatie). Cultuur hangt daarnaast ook sterk samen met ambitie 5 (woningen) en ambitie 2 (concurrentie en innovatiekracht) 11.41 Er moet overal in de MRA ruimte zijn voor cultuur. De bewoners moeten op een redelijke afstand cultuur en erfgoed kunnen beleven. Ook in nieuwbouwwijken horen vanaf het begin voldoende culturele voorzieningen aanwezig te zijn om de nieuwe wijken leefbaar te houden. De schaarste aan plekken voor (pop)podia, broedplaatsen of nachtcultuur in dichtbebouwde stedelijke gebieden kan deels worden opgelost op andere plekken in de MRA. Daarbij moet er vanuit de mobiliteitsagenda voldoende worden gedaan om die plekken bereikbaar te maken. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit heeft een plek gekregen in ambitie 6 (cultuurhistorisch erfgoed en landschap) en ambitie 7 (toerisme en recreatie). Cultuur hangt daarnaast ook sterk samen met ambitie 5 (woningen) en ambitie 2 (concurrentie en innovatiekracht) 11.42 De komende twee jaar willen we laten zien dat we met de ruimtelijke verbindingen het verschil kunnen maken. We willen zorgen voor meer uitwisseling van bezoekers tussen deelregio’s en meer spreiding van internationale bezoekers.
We inventariseren welke culturele voorzieningen potentie hebben om duurzame verbindingen te leggen tussen meerdere deelregio’s. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit heeft een plek gekregen in ambitie 6 (cultuurhistorisch erfgoed en landschap) en ambitie 7 (toerisme en recreatie). Cultuur hangt daarnaast ook sterk samen met ambitie 5 (woningen) en ambitie 2 (concurrentie en innovatiekracht) 11.43 Het culturele aanbod moet breed bekend zijn, voor bewoners en bezoekers. Dit sluit sterk aan bij het ontwikkelperspectief uit maart 2022 van het MRA-programma Recreatie & Toerisme, waarin wordt ingezet op kwaliteitstoerisme. Deelregio’s benoemen hierin grote kansen voor cultuur en erfgoed. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit heeft een plek gekregen in ambitie 6 (cultuurhistorisch erfgoed en landschap) en ambitie 7 (toerisme en recreatie). Cultuur hangt daarnaast ook sterk samen met ambitie 5 (woningen) en ambitie 2 (concurrentie en innovatiekracht)
76
11.44 We zien erfgoed als een integraal onderdeel van de verdere samenwerking, waarbij de na-
druk ligt op gebouwd en museaal erfgoed, niet op landschappelijk erfgoed. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit heeft een plek gekregen in ambitie 6 (cultuurhistorisch erfgoed en landschap) en ambitie 7 (toerisme en recreatie). Cultuur hangt daarnaast ook sterk samen met ambitie 5 (woningen) en ambitie 2 (concurrentie en innovatiekracht) 11.45 De MRA is als één van de Europese topregio’s nadrukkelijk met de hele wereld verbonden. Buitenlandse bedrijven zijn hier gevestigd, of overwegen dat te gaan doen; migranten zijn al eeuwenlang in de regio een logisch en onmisbaar onderdeel van onze maatschappij en delen van het regionaal bedrijfsleven richten zich op buitenlandse markten. Waar het gaat om het ondersteunen van nieuwe buitenlandse vestigers, is hun bijdrage aan ‘brede welvaart’ tegenwoordig een voorwaarde. Ook met het ondersteunen van ondernemers bij hun internationalisering richten we ons primair op bedrijven die een bijdrage kunnen leveren aan een duurzamere en socialere samenleving. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit heeft een plek gekregen in ambitie 6 (cultuurhistorisch erfgoed en landschap) en ambitie 7 (toerisme en recreatie). Cultuur hangt daarnaast ook sterk samen met ambitie 5 (woningen) en ambitie 2 (concurrentie en innovatiekracht)
77
12. Platform Ruimte 12.1 Een gezonde leefomgeving en het beschermen van de leefomgeving en leefkwaliteit vormen meer en meer de leidende principes bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen en buiten de MRA. Het gaat niet meer sec om het bouwen van woningen of het aanleggen van bedrijventerreinen. Waar we op richten is het ontwikkelen van leefbare steden en dorpen, waar de welvaart breed wordt gedeeld en lusten en lasten evenredig worden verdeeld. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Brede Welvaart is in de nieuwe MRA Agenda uitgangspunt voor alle ambities. Bij alle afwegingen die we moeten maken en alle acties die we willen gaan uitvoeren is een positieve bijdrage aan de Brede Welvaart uitgangspunt. Hoe we dit precies operationaliseren werken we de komende tijd concreter uit. Uitgangspunt daarbij is de systematiek die we reeds in de steigers hebben staan vanuit de Economische Verkenningen van de MRA (EVMRA). 12.2 Het sturen op brede welvaart vormt in feite de kern van de ontwikkeling van een meerkernige metropool, waarbij de uitdaging er de komende jaren in ligt hier concreet handen en voeten aan te geven. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Zie beantwoording bij 12.1. 12.3 De sociale impact van ruimtelijke ontwikkelingen is een aspect dat nader onderzoek verdient om de menselijke maat bij de realisatie van de verstedelijkingsopgave te kunnen waarborgen.
Plek in de nieuwe MRA Agenda: Zie beantwoording bij 12.1. Dit punt raakt ook aan ambitie 4 (werklocaties) en ambitie 5 (woningen) 12.4 De NOVEX MRA en de uitvoeringsagenda daarbij vormen voor Platform Ruimte het leidende kader voor de samenwerking in MRA-verband, waarlangs de inhoudelijke opgaven rond verstedelijking, wonen, mobiliteit, klimaat en energie, bodem, water, groen, economie en recreatie een plek gegeven wordt. De afgelopen jaren is hard gewerkt aan het Verstedelijkingsconcept MRA, dat de basis vormt voor het ontwikkelperspectief NOVEX MRA. Via de Uitvoeringsagenda NOVEX MRA maken we als MRA met het Rijk afspraken over hoe Rijk en regio samen, maar ook de regio onderling, uitvoering gaat geven aan het ontwikkelperspectief Plek in de nieuwe MRA Agenda: De inspanningen voor de NOVEX continueren we. Dit beschouwen we als een goed middel om onze ambities (die we in de MRA Agenda benoemen) te verwezenlijken.
78
12.5 Een goed samenspel tussen ruimte, economie en mobiliteit is belangrijker dan ooit, om te komen tot een evenwichtige ontwikkeling van de MRA en om de verschillende transities waar we ons in bevinden een plek te kunnen geven en waar mogelijk te versnellen. Dit vraagt om buiten de eigen koker kunnen kijken, onorthodoxe maatregelen durven onderzoeken en keuzevraagstukken concreet maken. Het gesprek tussen en binnen de deelregio’s van de MRA over de ontwikkeling van de metropool is daarbij voorwaardelijk voor daadwerkelijke realisatie van keuzes die we gezamenlijk maken. Bij alle platforms en PHO’s ligt hier voor de komende jaren een opgave het goede gesprek te faciliteren en tot keuzes te komen die de metropoolregio verder brengen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: We vertrouwen er op door de nieuwe agenda op te bouwen vanuit ambities, en daarbij ook inzichtelijk te maken hoe die ambities zich tot elkaar verhouden en welke keuzes daarbij boven komen drijven, het gesprek hierover te stimuleren. 12.6 In het voorjaar van 2022 is door alle MRA-colleges, gemeenteraden, Provinciale Staten en de waterschappen, Vervoerregio Amsterdam het MRA Verstedelijkingsconcept onderschreven.
In dit concept staan de volgende ambities: o De hele regio profiteert van de groei o Voldoende woon-werkmilieus van goede kwaliteit o Wonen en werken meer in balans brengen o MRA bereikbaar en bereisbaar te houden o De uitstoot van broeikasgassen terugdringen o Regio klimaatadaptief inrichten o Biodiversiteit vergroten o Kracht van het landschap versterken o Zorgen voor een gezonde leefomgeving o De uitstoot van broeikasgassen terugdringen Plek in de nieuwe MRA Agenda: De inspanningen voor de NOVEX continueren we. Dit beschouwen we als een goed middel om onze ambities (die we in de MRA Agenda benoemen) te verwezenlijken. 12.7 Met het onderschrijven van het MRA Verstedelijkingsconcept heeft de regio gekozen voor een meerkernige ontwikkeling, dit betekent een evenwichtige groei van de gehele regio. Een regio waarin verschillende stedelijke kernen sterker worden en de druk op het centrum (Amsterdam) verminderd wordt. Dit gaat samen met een evenwichtige economische groei waarin kansen voor iedereen en voor elk deel van de regio wordt gerealiseerd. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Meerkernigheid hebben we als een belangrijk begrip benoemd bij de afwegingen die we moeten maken voor het verwezenlijken van onze ambities uit de MRA Agenda. Zie ook hoofdstuk 1 over keuzes.
79
12.8 De MRA agenda is daarom een belangrijke bron voor de MRA NOVEX Uitvoeringsagenda. In de MRA agenda kunnen regionale maatregelen komen te staan, die nog niet door het Rijk erkend worden, maar op lange termijn toch belangrijk worden voor de MRA NOVEX Uitvoeringsagenda. Plek in de nieuwe MRA Agenda: In de MRA Agenda benoemen we ambities voor de langere termijn. Welke concrete acties we daar de komende jaren aan koppelen benoemen we in het Meerjarig Uitvoeringsprogramma. De ambities uit de MRA Agenda zijn richtinggevend voor afspraken die we maken met andere partners, waaronder het Rijk. 12.9 Waar zetten we op in met de NOVEX en relatie met de uitvoeringslijnen MRA agenda? In de uitvoeringslijnen MRA agenda staan maatregelen en ambities, die ook staan de groslijst van de MRA NOVEX Uitvoeringsagenda. (Voorstel om deze in de MRA-agenda met een X te markeren zodat duidelijk is dat deze opgepakt worden via het NOVEX-traject). Plek in de nieuwe MRA Agenda: De nieuwe MRA Agenda bouwen we niet op vanuit acties of uitvoeringslijnen, maar uit ambities voor de langere termijn. Welke concrete acties we daar de komende jaren aan koppelen benoemen we in het Meerjarig Uitvoeringsprogramma. Sommigen daarvan zullen landen in (of lopen al) in bestaande trajecten zoals de NOVEX. 12.10 De uitdagingen op de woningmarkt blijven onverminderd groot.
Door het huidige tekort van 75.000 woningen en de demografische ontwikkeling waarbij naar verwachting 100.000 extra huishoudens in de MRA gaan wonen, moet er veel bijgebouwd worden. De markt zorgt voor onvoldoende aanbod aan betaalbare woningen waardoor het woningtekort op blijft lopen. Om die reden moeten we in de MRA schaarste verdelen. In de MRA wordt al jaren samengewerkt op het woon- en bouwdossier en deze samenwerking is toe aan een nieuwe fase. Een fase waarin de uitvoering van plannen voorop komt te staan, een fase waarin we de plannen verder uitwerken met de brede welvaart als achterliggend principe en een fase waarin we als regio samenwerken aan het oplossen van knelpunten en perverse prikkels in de woningmarkt. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 5 (woningen), en het begrip Brede Welvaart.
80
12.11 Uitvoering geven aan de woondeal afspraken en samen met het Rijk invulling geven aan de kritische succesfactoren, te weten: o Elektriciteitsnetwerk en aansluitingen o Stikstof o Geluidscumulatie o Betaalbaarheid van woningen o Mobiliteit o Verduurzaming en kwaliteitsverbetering bestaande voorraad o Focus op uitvoering en oplossen van beleidsmatige en governance knelpunten o Businesscases ook voor kleinere gemeenten Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 5 (woningen) en raakt aan andere ambities als 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) en 8 (mobiliteit voor inwoners en bezoekers). . 12.12 Met de woondeal zijn afspraken gemaakt om toe te groeien naar een meer evenwichtige verdeling van sociale huurwoningen. De uitdaging is om de afspraken voor een meer evenwichtige verdeling in de woningvoorraad binnen de regio ook richting uitvoering te brengen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 5 (woningen). 12.13 Een aantal gemeenten in de MRA vangt op dit moment een relatief groot deel op van groepen waar meer aandacht voor nodig is. De grote uitdaging is het streven naar een meer evenwichtige verdeling van aandachtsgroepen in de MRA. Hierover zijn onder andere het de woondeal afspraken gemaakt. Deze afspraken gaan richting uitvoering. Daarnaast worden in het traject huisvesting aandachtsgroepen aanvullende afspraken voorgelegd.
Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 5 (woningen). 12.14 Door klimaatverandering komt de leefbaarheid in de regio onder druk. Daarom moet er in de MRA nagedacht worden over het klimaatadaptief en klimaatbestendig maken van de Regio. Als we aan onze leefomgeving bouwen, zal er meer rekening gehouden moeten worden met het vasthouden van water, het reduceren van de gevolgen van hitte en droge perioden. Dit vraagt om ruimte voor (tijdelijke) wateropvang en meer ruimte voor groen in de steden en dorpen. Voor de nieuwbouw heeft de MRA om deze reden een Basisveiligheidsniveau opgesteld dit basisveiligheidsniveau moet verder in de regio geïmplementeerd worden. Dit geldt zowel voor de nieuwbouw als de bestaande voorraad. Daarnaast moet voor de uitbreidingslocaties water en bodem sturend als uitgangspunt gaan dienen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) Bij de afwegingen die we moeten maken tussen ambities of bij de uitvoering van ambities zijn waarden als water en bodem sturend leidend in de keuzes die we maken (zie ook hoofdstuk 1 uit de Agenda).
81
12.15 Het klimaatbestendig maken van de regio is naast een technische opgave ook een sociaal maatschappelijke opgave. De socio-economisch minder sterke groepen worden harder geraakt door klimaatadaptatie dan de socio-economisch weerbare groepen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) en het begrip Brede Welvaart. 12.16 Om klimaatverandering te voorkomen en minder afhankelijk te zijn van grondstoffen stromen moet de economie circulair in plaats van lineair worden. Dit vraagt ook een over woningbouwpraktijk en de renovatie van bestaande panden. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) 12.17 Een ander onderdeel van de transitie naar een circulaire economie is de transitie van fossiele naar hernieuwbare energie. Deze transitie gaat meer capaciteit van het energienet vragen en vraagt om oplossingen voor nieuwbouwwijken die steeds moeilijker aangesloten kunnen worden op het energienet. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) 12.18 De gebouwde omgeving heeft met 37% het grootste aandeel in het finale nationale energieverbruik en huishoudens hebben hier een groot aandeel in.
De Europese commissie richt zich op 55% emissiereductie in 2030, maar het energieverbruik van de huishoudens neemt nauwelijks af en is sinds 2014 redelijk stabiel op 400 Petajoule. Het aandeel hernieuwbare energie neemt wel toe staat nu op ca. 15%. Om de 55% emissiereductie te behalen moet dit aandeel op minimaal 27% staan. De woningvoorraad moet daarom verder verduurzamen. Hier is extra inzet voor nodig bij zowel de sociale woningvoorraad als bij de particuliere woningvoorraad. In ieder geval geldt dat de 15% woningen met de slechtste energieprestatie (Woningen met een E, F of G label) verduurzaamd moeten worden. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) en ambitie 5 (woningen). 12.19 De huidige agenda vormt een goede basis voor de samenwerking op het woon en bouwdossier. Het PHO ziet dan ook graag dat we voortbouwen op de huidige agenda. De volgende thema’s moeten zeker in de MRA-agenda blijven: samenwerking met marktpartijen en corporaties, de transitieopgaven voor de leefomgeving en de monitoring van de woningmarkt en zorgen voor kennisuitwisseling met de markt. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 5 (woningen).
82
12.20 De concrete afspraken zijn gemaakt in de woondeal en het verstedelijkingsconcept. Zo is in de woondeal afgesproken om in de periode 2023-2030 171.000 woningen bij te bouwen. In de periode 2030-2050 worden in de MRA 150.000 extra woningen gebouwd. In de nieuwe MRAagenda moet meer focus komen op de uitvoering van deze afspraken. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 5 (woningen). 12.21 In de huidige MRA-agenda wordt nog weinig ingezet op brede welvaart. Dit is een relevant perspectief op de ontwikkelingen in de MRA in een nieuwe agenda. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Zie beantwoording bij 12.1. 12.22 De transitieopgaven zijn de afgelopen periode vertaald naar het bouw en woon domein. Deze doorvertaling vanuit onder andere het convenant toekomstbestendige woningbouw en de greendeal houtbouw kan terugkomen in de MRA-agenda (op de gebieden circulariteit, energie, klimaatadaptatie, natuurinclusie, gezonde leefomgeving en duurzame mobiliteit in woongebieden). Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 5 (woningen) en ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) 12.23 De MRA is koploperregio geworden voor het landelijkprogramma een thuis voor iedereen. Vanuit dit programma heeft MRA Bouwen en Wonen een programma huisvesting aandachtsgroepen opgezet.