CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

f.-jaarstukken-2023-VrZW

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente PurmerendBij agendapunt: Jaarstukken 2023 en begroting 2025 Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland21.558 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De eerste reeks, social mediauitingen bij storm, is ingezet bij de stormen Poly (5 juni) en Ciaran (2 november). Diverse gemeenten hebben deze uitin­ gen gedeeld en hun inwoners handelingsperspectief geboden om (persoonlijke) schade te beperken en de meldkamer te ontlasten. Mede dankzij de gezamenlijke verspreiding hebben deze uitingen een zeer hoog be­ reik gehaald, te weten Poly: 9.500 impressies (lezers), Ciaran: 8.000 impressies (lezers). In samenwerking met Crisiscommunicatie in NW3-­ verband hebben we in het najaar van 2023 nieuwe

38

media-uitingen ontwikkeld voor andere vormen van extreem weer.

vangingsregeling beschikken we over actuele kaders voor de informatiehuishouding.

In de laatste maand van 2023 is een onderzoek in onze regio uitgevoerd naar het veiligheids-bewustzijn van inwoners, hun mediagebruik tijdens een crisis of incident, en de mate van zelf- en samenredzaamheid in noodsituaties. De uitkomsten daarvan worden begin 2024 verwacht.

Continu leren en verbeteren in 2023 Naast vele kleinere en grotere proces- of product­ verbeteringen op teamniveau hebben we in 2023 o.a. bij de werving van nieuw personeel geselecteerd op persoonlijk leiderschap en eigenaarschap. We willen na­ melijk een andere rol van de leidinggevenden: in plaats van ‘overal over gaan’ steeds meer onderwerpen ‘over­ laten aan de teams en medewerkers’. Dat is gestart bij een andere rol van het MT en de teamleiders.

Daarnaast hebben we in 2023 onze arbeidsmarkt­ strategie uitgewerkt tot drie arbeidsmarktfilms en 135 beelden in de domeinen veiligheidsregio, vrijwillige brandweer en beroepsbrandweer. Er is een mediaplan gemaakt waarlangs deze materialen via de (vooral online) media onder de aandacht worden gebracht bij onze verschillende doelgroepen. Met deze campagne benaderen we specifieke doelgroepen op de arbeids­ markt en werken we gelijktijdig aan de herkenbaarheid van VrZW in brede zin en ons optreden bij incidenten.

Deelname aan landelijk programma aanspraken na dienstongevallen Om invulling te geven aan de beginselen van goed werkgeverschap hebben de veiligheidsregio’s een landelijke regeling voor aanspraken bij dienstongevallen opgesteld. Deze is vastgesteld in het Veiligheidsberaad. Daarnaast is een waarborgfonds opgericht voor de niet verzekerbare ongevalsrisico’s. De landelijke uniforme set aan aanspraken is vastgesteld en opgenomen in de Cao. Deze aanspraken worden opgenomen in de regionale arbeidsvoorwaarden.

Documentaire informatievoorziening en digitalisering van documentenstromen Door het actualiseren en vaststellen van de Archief­ verordening, het Besluit informatiebeheer en de Ver­

Prestatie-indicatoren KPI

Norm

2023

2022

2021

Toelichting

Ziekteverzuim­percentage

<*

4,34%

4,65%

3,64%

Norm: lager dan landelijk gemiddelde gemeenten (2023:… %)*

0,83

0,59

Aantal malen dat een medewerker per jaar ziek is. Norm: lager dan landelijk gemiddelde gemeenten in 2023 (….)*

√

√

Ziekteverzuimfrequentie

<*

Accountantsverklaring

Goedgekeurd

0,7

Norm: goedkeurende verklaring

*Het cijfer over 2023 is nog niet gepubliceerd en zal later aangeleverd worden

Toelichting Het gemiddelde ziekteverzuim 2023 is 4,34% en daarmee licht gedaald ten opzichte van 2022. Ook de meldingsfrequentie is licht gedaald naar 0,70. Er loopt een aantal langdurige ziekteverzuimgevallen. Hiervoor

39

zijn op advies van de bedrijfsarts interventies ingezet. En is sprake van gedeeltelijke re-integratie. De verzuim­ gevallen zijn onderwerp van het accountgesprek tussen teamleider en adviseur P&O. Indien nodig worden de individuele verzuimgevallen besproken in het SMO met de bedrijfsarts.

4.1.3 Wat heeft het gekost?

Organisatie (Overhead) (bedragen x € 1.000 )

Begroting primair

Begroting na wijziging

Rekening 2023

Saldo

Lasten

€8.736

€9.242

€8.999

€-243

Baten

€-652

€-559

€-621

€-62

Totaal saldo baten en lasten

€

€

€

€

8.084

8.683

8.378

-304

Toelichting op verschillen product ‘Organisatie (Overhead)’ Lasten

Voor-/nadelig

Salarislasten en inhuur derden

€-366

V

Hogere uitgaven voor recruitment, arbodienst en opleidingskosten

€117

N

Doorgezette uitkeringen verzekering personeel

€29

N

Overige

€-23

V

Totaal lasten

€-243

V

Baten Opbrengst detachering

€-29

V

Ontvangen uitkeringen verzekeringen personeel

€-18

V

Overige

€-15

V

Totaal baten

€-62

V

Saldo

€

V

-304

Toelichting lasten

Toelichting baten

Salarislasten en inhuur derden De vacatureruimte wordt hier zichtbaar.

Opbrengst detachering Het detacheren van een medewerker vertaalt zich in aanvullende baten.

Doorgezette en ontvangen uitkeringen verzekeringen personeel Bij een ongeval tijdens een inzet/oefening betaalt VrZW een vergoeding vanwege gederfde inkomsten in de herstelperiode. Vanwege het onvoorspelbare verloop van deze post, wordt dit vooraf niet begroot. Tegenover de aanvullende kosten staat ook een ontvangen uitkering van de verzekeringsmaatschappij (zie onder toelichting baten). Door verschil in declaratieperioden lopen vergoe­ ding en ontvangen uitkering niet altijd gelijk op.

40

Voor-/nadelig

Doorgezette en ontvangen uitkeringen verzekeringen personeel Zie de toelichting bij lasten.

41

5. Overzicht algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen (bedragen x € 1.000 )

Begroting primair

Begroting na wijziging

Rekening 2023

Saldo

Lasten

€-22

€125

€195

€70

Baten

€-31.547

€-33.120

€-33.193

€-72

Totaal saldo baten en lasten

€

€

€

€

-31.570

-32.995

-32.997

-2

Toelichting op verschillen thema ‘Algemene dekkingsmiddelen’ Lasten

Voor-/nadelig

Toerekening rente

€70

N

Totaal lasten

€

N

70

Baten

42

Voor-/nadelig

Rente schatkistbankieren

€-72

V

Totaal baten

€

-72

V

Saldo

€

-2

V

Toelichting lasten

Toelichting baten

Toerekening rente In 2023 is er meer rente ontvangen dan begroot door een hogere rentevergoeding op de kapitaalmarkt. Deze rente is toegerekend aan de programma’s en daarmee verandert het treasury resultaat niet.

Rente schatkistbankieren Zie toelichting bij lasten.

6. Mutaties reserves Mutaties reserves (bedragen x € 1.000 )

Begroting primair

Begroting na wijziging

Rekening 2023

Saldo

Toevoegingen reserves

€0

€0

€0

€0

Onttrekkingen reserves

€0

€-261

€-251

€10

Totaal saldo baten en lasten

€

€

€

€

0

-261

-251

10

Toelichting Er heeft een onttrekking uit de reserve Meldkamer en reserve Hybride Werken plaatsgehad.

7. Heffing vennootschapsbelasting Toelichting Op basis van de resultaten en aanvullende analyse heeft Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland over de belastingjaren tot en met 2021 geen aangifte vennoot­schaps­belasting ingediend. Over deze jaren is hierdoor dus geen vennootschapsbelasting betaald. In samenwerking met een (externe) belastingadviseur is wel dossiervorming voor een (mogelijke) controle opgesteld.

43

Voor de jaren 2022 en 2023 is de verwachting dat ook geen aangifte vennootschapsbelasting hoeft te worden gedaan. In deze jaarrekening is derhalve geen rekening gehouden met aanvullende lasten. In samenwerking met de belastingadviseur wordt ook voor deze jaren een fiscaal dossier opgesteld.

8. Paragrafen 8.1 Paragraaf Weerstands­ vermogen en Risicobeheersing Aanleiding en achtergrond Het is noodzakelijk risico’s die mogelijk van invloed zijn op de organisatie te beheersen. Door inzicht in de risico’s is de organisatie in staat op verantwoorde wijze beheersmaatregelen te nemen. Het beleid van VrZW is vastgelegd in de Nota weer­ standsvermogen en risicobeheersing VrZW (vast­ gesteld op 18 december 2013). Op 20 oktober 2017 is het beleid geactualiseerd. Het Algemeen Bestuur heeft besloten dat het weerstandsvermogen in vol­ doende mate toereikend moet zijn voor het afdekken van risico’s (weerstandratio van 1 of hoger).

44

Risicoprofiel Jaarlijks actualiseert VrZW het risicoprofiel. Op basis van de geactualiseerde risico’s is een top-10 vastgesteld van risico’s die gezamenlijk ca. 99% van de totale benodigde weerstandcapaciteit voor hun rekening nemen. Overige risico’s hebben een dermate kleine impact dat ze in deze paragraaf niet zijn op­ genomen.

45

Maximaal financieel gevolg

Kans

Invloed van risico

Risico

Maatregelen

Opgave: Samenwonen met de GGD. Voor de gezamenlijke huis­ vesting van VrZW en GGD-ZW wordt het kantoorpand van VrZW in Zaandam verbouwd. De verbouwings­kosten kunnen hoger uitvallen dan oorspronkelijk begroot en er kan vertraging ontstaan in de oplevering.

Mogelijk hogere projectkosten laten zich lastig inschatting, dit risico is daarom in kwalitatieve zin opgenomen. Er zal in de uitwerking van het project een verdiepende risico-­analyse worden gemaakt. In de achterliggende business case is rekening gehouden met mogelijk onvoorziene kosten. Er is een 15% hiervoor geraamd.

Vooralsnog kwalitatief

Opgave: Toekomst­bestendige Brandweerzorg. De verbou­ wing t.b.v. huisvesting 24 uursdienst kan hoger uitvallen dan oorspronkelijk begroot en er kan vertraging ontstaan in de oplevering waardoor alternatieve huisvesting langer in gebruik moet zijn.

Voor verbouwing kazerne t.b.v. 24 uurs dienst is € 1,2 mln. opgeno­ men in plan. Mogelijk hogere projectkosten laten zich lastig inschatting, dit risico is daar­ om in kwalitatieve zin opgenomen.

Vooralsnog kwalitatief

Opgave: Toekomstige Bestendige Brandweerzorg. Het komen te vervallen van een ingecalculeerde rijks­ bijdrage van € 1 mln. (verplich­ te bouwsteen) in het kader verplichte wijziging van het brandweerstelsel.

Op landelijke niveau vindt afstemming plaats met het Ministerie van JenV en het Veiligheidsberaad. Door het verval­ len van de aanvullende structurele bij­ drage van het rijk dient mogelijk een hogere bijdrage aan de deelnemende gemeenten te worden gevraagd.

15%

€

1.000.000

17,28%

Opgave: Versterking Crisis­ beheersing. Aantrekken van gekwalifi­ ceerd personeel voor crisis­ beheersing is niet eenvoudig want alle veiligheidregio’s vissen allemaal in dezelfde vijver.

Actief - Gerichte werving van specifieke kwaliteit. Eventueel externe inhuur.

10%

€250.000

2,88%

Onvoldoende personele capaciteit (beroeps­ medewerkers + vrijwilligers) voor het realiseren van alle taakopdrachten.

In voorbereiding - Voldoende aantrek­ kelijk blijven als werkgever (modern werkgeverschap). Arbeidsmarkt­ strategie. Actief - Verbeteren van de opbrengsten van werving van vrij­ willigers, Actief - Verbeteren beleving bij vrijwilligers op basis van uitkom­ sten belevings­onderzoeken, Actief Diversificatie vrijwilligers

25%

€

14,40%

500.000

46

Risico

Maatregelen

Kans

Maximaal financieel gevolg

Invloed van risico

Kosten van investeringen/­ inkoop blijken na aan­besteding hoger dan voorzien. Met name de technologische ontwikke­ ling in het brandweermaterieel en ict-toepassingen drijft de prijzen op.

Actief - Investeringsraming 2025 e.v. is geactualiseerd op nieuw prijsniveau. Herprioritering in het investerings­programma is nood­ zakelijk. Restrisico van prijsstijgingen op 5% van de investeringen is op niveau 2025 bepaald.

50%

€250.000

14,36%

Toegekende indexatie van bijdrage van gemeenten is onvoldoende om hogere kosten (dan voorzien) in begroting en meerjarige investerings­raming op te vangen. De indexerings-­ systematiek gaat uit van CBS-cijfers. De feitelijke loonen prijsontwikkeling wijkt daar de afgelopen jaren steeds meer van af.

In voorbereiding - Begroting en investeringsramingen periodiek actualiseren o.b.v. daadwerkelijke loon-/ en prijsontwikkelingen. Deze ontwikkelingen bij Algemeen Bestuur onder de aandacht brengen.

25%

€500.000

14,31%

Onvoorziene acute uitgaven om paraatheid op peil te houden (door uitval van mate­ rieel als gevolg van schade en/ of leveringsproblemen in de aanvoerketen van materieel) en (indirecte) gevolgen voor de organisatie.

In voorbereiding - Meer rekening hou­ den met beschikbaarheid in opstellen dekkingsplan om acute problemen te voorkomen, Actief - Verbeteren van de opbrengsten van werving van vrijwil­ ligers, Actief - Verbeteren beleving bij vrijwilligers op basis van uitkomsten belevings­onderzoeken, Actief - Diver­ sificatie vrijwilligers

25%

€250.000

7,18%

Onvoorziene uitgaven door uit­ val kritische systemen na cy­ berincident (uitruk­alarmering, mobiele systemen auto’s, eigen administratie­systemen).

Actief - 24 uur monitoring en incident­ response van ICT omgeving. Software wordt ‘up-to-date’ gehouden. Bewust­ wording van cyber­veiligheid van de organisatie door o.a. bijeenkomsten, nep phishing-mails en informatie. Re­ gelmatige controle pentesten., Actief - Cyberverzekering, (netto van 500k naar 150k eigen risico), Actief - Backup afspraken, bijvoorbeeld met andere regio’s, Actief­­- Kritische systemen zijn minimaal dubbel uitgevoerd

25%

€250.000

7,14%

47

Risico

Maatregelen

Kans

Maximaal financieel gevolg

Onvoorziene claims door nieuwe beroepsziekten (denk aan PTSS en blootstelling aan PFAS) en niet gedekte aan­ spraken uit dienstongevallen.

Actief - Continue aandacht voor schoon en veilig werken, Actief - De beheersing van arbeid gerelateerde risico’s wordt op peil gehouden door regelmatige RI&E en indien nood­ zakelijk aanpassing van procedures/ aanvullende investeringen, Actief Voor financiële gevolgen van aanspra­ kelijkheid voor dienstongevallen is een landelijke set van aanspraken vastge­ legd. Daarnaast is op landelijk niveau een onderling waarborgfonds voor de veiligheidsregio’s beschikbaar.

10%

€500.000

5,81%

Meer langdurige groot­schalige inzet dan waarmee bij het opstellen van de begroting rekening is gehouden. Denk aan duur en complexiteit van de crisis en aan de omstan­ digheden waaronder de crisis bestreden moet worden.

Actief - Tegen dit risico en de gevol­ gen daarvan zijn geen maatregelen te treffen door VrZW. De aanvullende rijksbijdrage moet de crisisbeheersing robuuster maken. De Wet op veilig­ heidsregio voorziet in een aanvullende vergoeding van buiten­sporige kosten in geval van zeer grote ramp en/of crisis in een regio.

15%

€250.000

4,32%

Wet Normalisatie rechts­positie Ambtenaren (WNrA) wordt onverkort van toe­passing op veiligheidsregio’s. En taak­ differentiatie tussen beroeps­ medewerkers en vrijwilligers leidt tot verplichte wijziging van het brandweerstelsel

Actief – bestemmingsreserve. Bijdrage van het rijk (bouwsteen 1)

10%

€250.000

2,94%

Invloed van risico

De risico’s treden niet allemaal tegelijk en in hun maxi­ male omvang op. In Nederland wordt geadviseerd om 90% van alle voorkomende scenario’s uit de simulatie te kunnen afdekken met financiële middelen. Met een simulatie is vastgesteld dat op basis van bovenstaande risico’s de benodigde weerstandscapaciteit € 912.000 bedraagt. De beschikbare weerstandscapaciteit van VrZW bestaat uit het geheel van middelen dat de organisatie daad­ werkelijk beschikbaar heeft om de risico’s in financiele zin af te dekken. Eind 2023 bedraagt deze € 691.000 (algemene reserve en in aanmerking komende bestemmings­reserves). De ratio ‘weerstandscapaciteit’ komt daarmee uit op 0,76% en classificeert daarmee als ‘onvoldoende’.

Kengetallen financiële positie De volgende kengetallen zijn van toepassing:

Ratio’s

Ultimo 2020 %

Ultimo 2021 %

Ultimo 2022 %

Ultimo 2023 %

Netto Schuldquote

43,29%

47,02%

35,60%

34,80%

Netto Schuldquote (gecorrigeerd voor alle leningen)

43,29%

47,02%

35,60%

34,80%

Solvabiliteitsratio

14,85%

10,91%

6,29%

7,52%

Structurele exploitatieruimte

3,92%

1,86%

0,05%

-0,32%

Een definitie van bovenstaande kengetallen is op­genomen in bijlage III. Duiding kengetallen: • Netto schuldquote: algemeen wordt ratio van 100% of lager gekwantificeerd als voldoende. • Solvabiliteit: algemeen wordt een ratio van 30% tot 40% gekwantificeerd als voldoende. Bij VrZW is de ratio beduidend lager wat wordt veroorzaakt door: – een relatief laag eigen vermogen – een leningenportefeuille voor de financiering van grote investeringen en de brandweerpost Wormerveer. • Structurele exploitatieruimte: deze is gebaseerd op structurele baten en lasten. De opgenomen inciden­ tele baten en lasten zijn beperkt, waardoor de ratio laag is.

48

Conclusie In bovenstaande opstelling heeft met name het risico op het uitblijven van de rijksbijdrage voor de verplichte wijziging van het brandweerstelsel grote impact. Dit is een politiek bestuurlijk risico. Het kan zijn dat herover­ weging van de financiering van de activiteiten in het kader van Toekomstbestendige Brandweerzorg plaats moet vinden. Dit risico vloeit niet voort uit de reguliere taakstelling van VrZW. In dit licht is een tijdelijk verla­ ging van de weerstandscapaciteit acceptabel.

8.2 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen VrZW heeft geen voorziening gevormd voor het eventuele (achterstallige) onderhoud aan kapitaal­ goederen om de volgende redenen: Gebouwen De 23 panden waarin onze Veiligheidsregio gehuisvest is, zijn in 2023 op één pand na in eigendom van de gemeenten. Voor het meerjarig groot onderhoud blijven de gemeenten zelf verantwoordelijk. Hiervoor zijn door VrZW geen voorzieningen gevormd. De werkwijze ten aanzien van huisvesting is opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering. Voor het pand dat nog in eigendom van VrZW is, geldt dat de onderhoudskosten via een gesloten systeem verrekend worden met de gemeenten.

49

Voertuigen en brandweerspecifiek materieel Gezien de hoge mate van aandacht voor de voertuigen en materieel, omdat de brandweer en GHOR moeten voldoen aan de hoogste standaarden qua snelheid en kwaliteit van optreden, is het niet noodzakelijk om een voorziening voor (cyclisch groot) onderhoud op te nemen. Genoemde hoge eisen zorgen ervoor dat het noodzakelijk onderhoud adequaat en tijdig plaatsvindt.

8.3 Paragraaf Financiering Financiering VrZW heeft de investeringsuitgaven van 2023 voor een deel uit de lopende rekening-courant kunnen financie­ ren. In oktober 2023 is een langlopende geldlening van € 3,675 miljoen met een looptijd van 15 jaar aangetrok­ ken. Ultimo 2023 kent VrZW de volgende langlopende geldleningen:

Mutaties vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

Rente Percentage

Saldo 1-1-2023

Vermeer­ deringen

Aflosing 2023

Saldo 31-12-2023

NWB 1-28428 (1-10-2014), looptijd 10 jaar

1,436%

€1.800.000

€0

€900.000

€900.000

BNG 40.113444 (13-12-2019), looptijd 15 jaar

0,380%

€4.228.406

€0

€345.053

€3.883.353

BNG 40.115797 (3-10-2022)

2,810%

€2.000.000

€2.000.000

€161.902

€3.838.098

BNG 40.116792 (15-11-2023)

3,528%

€0

€3.675.000

€0

€3.675.000

Gemeente Zaanstad (15-7-2014)

4,000%

€2.213.956

€0

€54.797

€2.159.159

€ 10.242.362

€ 5.675.000

€ 1.461.752

€ 14.455.610

Totaal

Kasgeldlimiet VrZW heeft voor de financiering van het werkkapitaal een rekening-courantfaciliteit geopend bij de BNG. Voor gemeenschappelijke regelingen geldt de wette­ lijke kasgeldlimiet voor 2022 van 8,2% van de totale begroting (Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden art 2, lid 1d). Dit komt neer op een bedrag van € 2.867.130 per 1 januari 2023. De gemiddelde netto-­vlottende schuld van VrZW per kwartaaleinde heeft in 2023 geen enkele maal boven de wettelijke limiet gestaan.

€ 2.159.159 per ultimo 2023. In het contract met de desbetreffende gemeente is vastgelegd dat de rente en aflossing gelijk is aan respectievelijk de rekenrente van VrZW en afschrijftermijn van de panden. Hierdoor zal er geen financieringsresultaat op de panden ontstaan.

Renterisiconorm De huidige activa heeft VrZW gefinancierd met lang­ lopende leningen. Voor de financiering van de panden zijn in 2014 leningen afgesloten bij de gemeenten die voorheen eigenaar van de panden waren. De waarde van de leningen bij de gemeenten bedraagt

Schatkistbankieren VrZW heeft het gehele jaar voldaan aan de in de Wet schatkistbankieren opgenomen eisen.

De renterisiconorm voor VrZW bedroeg voor 2023 € 6.993.000. In 2023 waren er geen leningen waarvan de rente kon worden herzien. Hiermee heeft VrZW voldaan aan de renterisiconorm.

De volgende kwartaalgemiddelden zijn over 2023 van toepassing:

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1.000)

50

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

Drempelbedrag

€1.000

€1.000

€1.000

€1.000

Kwartaalcijfer op dagbasis is buiten Rijks schatkist aangehouden middelen

€238

€231

€238

€223

Ruimte onder drempelbedrag

€762

€769

€762

€777

Overschrijding van het drempelbedrag

€0

€0

€0

€0

Renteschema 2023 Het renteschema ziet er als volgt uit: JR-2023 a.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

€256.084

b.

De externe rentebaten

€-222.319

Saldo rentelasten en rentebaten

€33.765

c.1

Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

c.2

Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

€87.267

c.3

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

€0

Subtotaal

€87.267

Saldo door te rekenen externe rente

€-53.502

d1.

Rente over eigen vermogen

€0

d2.

Rente over voorzieningen

€0

Subtotaal

€

0

De aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente

€

-53.502

e.

De werkelijk aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag)

€-26.137

f.

Renteresultaat op het taakveld Treasury

€

8.4 Paragraaf Bedrijfsvoering In deze jaarverantwoording geeft de directeur voor het jaar 2023 een ln Control Statement (lCS) af. Met een ICS geeft de directeur antwoord op de vraag in hoe­verre het management voldoende grip heeft op de processen die leiden tot het realiseren van (strategi­ sche) doelstellingen. De directeur is van mening dat de organisatie in voldoende mate in control is.

51

-27.365

V

De ICS tekst is tot stand gekomen door het gebruik van een speciaal voor de politie ontwikkelde methodiek maar in onze ogen ook bruikbaar voor de veiligheids­ regio. Het referentiemodel kent zes aspecten: strate­ gie, procesbeheersing, normbeheersing, rapportage­ beheersing, risicomanagement en cultuur. De verklaring is een kwalitatieve weergave van de mate van beheersing.

Procesbeheersing Normbeheersing

Doen we de goede dingen?

Doen we de dingen goed?

Handelen we conform criteria en normen?

Rapportagebeheersing

Hebben we de juiste stuur- en verantwoordingsinformatie?

Worden kritieke risico’s in voldoende mate beheerst?

Sturen we op het gewenste gedrag/ de gewenste risicohouding

De gewenste ontwikkeling op de afzonderlijke aspec­ ten laat zich op hoofdlijnen en in kwalitatieve termen als volgt schetsen: Strategievorming: In 2023 zijn de grote strategische opgaven voor VrZW vastgesteld: • Toekomstbestendige Brandweer • Toekomstgerichte Crisisbeheersing • Samenwonen en samenwerken met de GGD. • Toekomstbestendige organisatie en werk­ geverschap • Diversiteit & Inclusie, Vitaliteit en Duurzaamheid Procesbeheersing: Het merendeel van de operationele werkprocessen zijn vormgegeven aan de hand van professionele stan­ daards en protocollen. De borging van de vakbekwaam­ heid richt zich daar op. De inspectiedienst toetst de uitvoering. Voor de processen in de bedrijfsvoering versterkt stan­ daardisering en digitalisering van processen de interne beheersing. Normbeheersing: Voor operationele processen gelden de extern op­ gelegde normen en daarover wordt verantwoording richting de toezichthouders afgelegd. De kwaliteit van de uitvoering is niet altijd in normen te vatten. De VrZW brengt in- en externe evaluaties de kwalitatieve leerpunten in beeld en stimuleert daarmee de door­ ontwikkeling van de organisatie.

52

Gedrag & Cultuur

Risico Management

Strategie(vorming)

In de bedrijfsvoering zijn externe normen vertaald naar interne spelregels en richtlijnen. Intern is een audit naar informatieveiligheid uitgevoerd. Er is geen fraude door eigen medewerkers geconstateerd. Aan het begin van 2024 is een scan naar frauderisico’s uitgevoerd. Rapportagebeheersing: VrZW wil een informatie-gestuurde organisatie zijn en ontwikkelt in samenspraak met andere veiligheids­ regio’s stuurinstrumenten. De P&C cyclus is ontwikkeld, geïmplementeerd en wordt nageleefd. De P&C cyclus wordt -naast financi­ ële verantwoording- in toenemende mate ook ingezet voor de beleidsinhoudelijke verantwoording. Risicomanagement: Het kader voor risicomanagement ligt vast. Het risico­ bewustzijn in de organisatie is groot. In de bedrijfsvoe­ ring komt informatieveiligheid als belangrijkste risico naar boven. Daar zijn grote stappen gezet maar VrZW voldoet nog niet volledig aan het basis­niveau voor informatie­beveiliging in de Nederlandse overheid. Cultuur die in lijn is met de kernwaarden van de organisatie wordt zichtbaar in de vorm van gedrag. Via het stimule­ ren van ‘persoonlijk leiderschap’ en ‘eigenaarschap’ is in 2023 gestuurd op gewenst gedrag. Er vinden interventies plaats op ongewenst gedrag.

Rechtmatigheid In overeenstemming met de Kadernota Rechtmatigheid van de Commissie BBV geeft het Dagelijks Bestuur in de paragraaf bedrijfsvoering een nadere toelichting op alle gevonden individuele rechtmatigheidsfouten en individuele rechtmatigheidsonduidelijkheden, voor zover deze boven de door het Algemeen Bestuur vast­gestelde rapportagegrens van € 25.000 liggen (zie Beleids­nota Rechtmatigheid d.d. 20 oktober 2023). Verder wordt aangegeven welke (beheers)maatregelen zijn of nog worden getroffen om deze rechtmatigheids­ afwijkingen op te heffen of in de toekomst te voorko­ men. Aspecten die hierbij aan de orde komen zijn de tussentijdse communicatie met het Algemeen Bestuur – of de reden waarom deze achterwege is gebleven alsmede de maatregelen die zijn genomen om verbete­ ringen aan te brengen om het handelen conform weten regelgeving afdoende in processen te waarborgen. Er zijn geen ‘niet-acceptabele’ individuele recht­ matigheids­fouten en individuele rechtmatigheids­ onduidelijkheden gevonden boven de rapportagegrens van € 25.000. VrZW heeft geen overkoepelend beleid voor mis­ bruik en oneigenlijk gebruik (M&O-beleid). Dit beleid en de beheersmaatregelen zijn geïntegreerd in de risico­analyse en het intern controleplan, inclusief de meldingsregeling voor vermoedelijke misstanden en integriteitlijnen, waaronder de ‘Nota (gedrags­ code) Integriteit VrZW’.

Zoals uit de rechtmatigheids­ verantwoording 2023 blijkt zijn er in 2023 geen rechtmatigheidsafwijkingen als gevolg van misbruik of oneigenlijk gebruik gevonden.

8.5 Paragraaf Verbonden partijen Verbonden partijen Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiek­ rechtelijke organisatie waarin Veiligheidsregio Zaan­ streek Waterland een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Een financieel belang is aanwezig wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is bij faillissement dan wel als financiële aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt (artikel 1 BVV, Besluit Begroting Verantwoording gemeenten). Bestuurlijk belang is aanwezig indien er zeggenschap bestaat uit

53

hoofde van stemrecht dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. In deze paragraaf wordt ingegaan op de visie op ver­ bonden partijen in relatie tot de realisatie van de doel­ stellingen van de veiligheidsregio. Ook wordt de reali­ satie van de beleidsvoornemens met betrekking tot de verbonden partijen beschreven. Tevens is opgenomen of en zo ja welke risico’s en problemen ten aanzien van de verbonden partijen zijn te onderkennen. Visie op verbonden partijen Een verbonden partij is voor de veiligheidsregio een instrument om de overgenomen maatschappelijke doelstellingen voor de aangesloten gemeenten te be­ halen. Bij het aansturen van een verbonden partij is het in ieder geval van belang dat: • Afspraken over taken, bevoegdheden, verant­ woordelijk­heden, financieel en juridisch beleid worden vastgelegd (bijvoorbeeld in overeen­ komsten of statuten); • Afspraken worden gemaakt over de frequentie en inhoud van de verantwoordingsinformatie; • De veiligheidsregio zich realiseert dat andere partij­ en die betrokken zijn bij de verbonden partij andere belangen kunnen hebben naast het gezamenlijk belang. Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland kent de volgen­ de verbonden partijen: Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV, vestigingsplaats Arnhem) Het NIPV is een bij wet opgerichte zelfstandig bestuurs­orgaan (ZBO).

De positie van het NIPV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s. Het NIPV ondersteunt de veiligheidsregio’s bij het versterken van de brandweerzorg en de aanpak op het terrein van de rampen­bestrijding en crisisbeheersing. Per 7 maart 2022 is de naam gewijzigd van voorheen Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) in het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland u.a. (vestigingsplaats Zaandam) De coöperatie Brandweerschool Noord-Holland is het gezamenlijke opleidingsinstituut van de veiligheids­ regio’s Zaanstreek-Waterland, Noord-Holland Noord en Kennemerland. Met de instelling van één opleidings­

instituut (met gedeconcentreerde vestigingen) wordt ingezet op kwaliteitsverbetering van het brandweer­ onderwijs en het tegengaan van versnippering. Ook wordt ingezet op innovatie middels een vernieuwing van onderwijsmethoden en -middelen. De landelijke (en verplichte) audit Kwaliteit Aanbieders (KAB) is uitgevoerd. De brandweerschool heeft deze exercitie met goed gevolg doorlopen. Daarmee mag zij brandweeronderwijs verzorgen conform de landelijke standaarden. In 2023 heeft met goed gevolg een audit plaats ge­ vonden van een accreditatie voor het CrKBO (Centraal register Kort Beroepsonderwijs). Opbrengsten en kosten deel­nemingen in relatie tot de begroting. Nederland Instituut Publieke Veiligheid Alle veiligheidsregio’s dragen financieel bij aan het NIPV. Deze bijdrage wordt rechtstreeks in mindering gebracht op de BDUR-gelden. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. De kosten van opleiden, en dus ook van de BWS NH, zijn opgenomen binnen het programma brandweerzorg. Invulling aandeelhouders- en commissarisrol Nederlands Instituut Publieke Veiligheid De voorzitters van de veiligheidsregio’s, verenigd in het Veiligheidsberaad, vormen het algemeen bestuur van het NIPV. Het algemeen bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter en een dagelijks bestuur. De voorzitter van het NIPV is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur.

Het bestuur beslist bij meerderheid van stemmen. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland u.a. Het bestuur wordt gevormd door de directeuren van de aangesloten veiligheidsregio’s. Daarnaast kent de coöperatie een algemene ledenvergadering.

54

Beleidsvoornemens Nederlands Instituut Publieke Veiligheid De beleidsvoornemens voor de veiligheidsregio’s liggen op het terrein van: • Beleids- en bestuur ondersteuning van de ambte­ lijke en bestuurlijke top • Kennis ontwikkelen, makelen en borgen voor de professional in het veld • Opleidingen, trainingen en oefeningen voor vak­ bekwaamheid worden en blijven faciliteren en verzorgen • Talent- en leiderschapsontwikkeling bevorderen • Materieel voor de veiligheidsregio verwerven, beheren en organisatorisch inbedden • Projectmanagement en (organisatie)advies Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland u.a. • Het ten behoeve van de leden verzamelen, beheren, standaardiseren, verbeteren en ter beschikking stellen van landelijke les – en leerstof; • Het vormgeven, organiseren en verzorgen van (ge­ accrediteerde)(brandweer)opleidingen en trainingen aan personeel van de leden; • Het aanbieden en afnemen van (afsluitende) examen(s) voor deelnemende leden; • Het delen en bundelen van kennis en het (doen) aanbieden van producten en diensten die door de leden kunnen worden afgenomen. Financiële gegevens Uit de (concept) jaarstukken 2023 blijkt dat zowel het eigen vermogen per 31 december 2023 als het exploitatie­saldo 2023 € 0 bedraagt.

Financieel overzicht verbonden partijen - (bedragen x € 1.000)

Deelneming

55

Nominaal bedrag

%

Bestuurlijk belang

Publiekdoel

Wijziging in 2023

Financieel belang

Balans met VrZW ultimo 2022

Balans met VrZW ultimo 2023

Coöperatie­ ve Brand­ weerschool Noord-­ Holland u.a.

€ 0, zie onder financieel belang.

33%

VrZW is lid van de coope­ ratie en wordt in de alge­ mene leden­ vergadering vertegen­ woordigd door een aan­gewezen Burgemeester vanuit het alge­ meen bestuur VrZW.

Het leveren van (brandweer)­ opleidingen en trainingen aan personeel van de leden.

Geen

Bijdrage in de jaarlijkse exploitatiekosten, geen storting in werkkapi­ taal.

€0

€0

Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV)

€ 0, zie onder financieel belang.

n.v.t.

VrZW partici­ peert conform art. 67 lid 1a Wvr in het bestuur van het NIPV. De voorzitter van het alge­ meen bestuur vertegen­ woordigd VrZW in het alge­ meen bestuur NIPV

Het NIPV verricht op grond van art 68 Wvr taken op het gebied brandweer­ zorg, crisis­ beheersing en genees­kundige hulp­verlening van de Veilig­ heidsregio’s.

Geen

Bijdrage in de jaarlijkse exploitatie-­ kosten, geen storting in werk­ kapitaal.

€0

€0

B. Jaarrekening

56

1. Jaarrekening 2023 1.1 Balans per 31 december 2023 Activa (bedragen x € 1.000)

31-12-2023

31-12-2022

Vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met een economisch nut

€

19.850

€17.086

Totaal vaste activa

€

19.850

€17.086

- Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

€548

€4.904

- Rekening-courant met niet-financiële instellingen

€0

€0

- Vorderingen op openbare lichamen

€460

€754

- Overige vorderingen

€317

€500

€1.325

€6.158

- Kassaldi

€0

€0

- Banksaldi

€192

€240

€192

€240

- de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voor­ schot- bedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel

€0

€0

- Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

€916

€437

€916

€437

Totaal vlottende activa

€2.433

€6.835

Totaal activa

€

€

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

Liquide middelen

Overlopende activa

57

22.282

23.921

Passiva (bedragen x € 1.000)

31-12-2023

31-12-2022

- Algemene reserve

€691

€691

- Bestemmingsreserves

€840

€1.091

- Gerealiseerde resultaat

€171-

€22

€1.360

€1.804

€214

€284

€214

€284

€14.456

€10.242

€14.456

€10.242

€16.029

€12.330

- Kasgeld lening van openbare lichamen

€2.000

€6.000

- Overige schulden

€1.749

€3.182

€3.749

€9.182

- Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

€2.441

€2.366

- Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

€63

€43

€2.504

€2.409

Totaal vlottende passiva

€

6.253

€

11.591

Totaal passiva

€

22.282

€

23.921

Vaste passiva Eigen vermogen

Voorzieningen - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van: - Binnenlandse banken en overige financiële instellingen

Totaal vaste passiva Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

Overlopende passiva

58

1.2 Overzicht van baten en lasten 2023 Programma (bedragen x € 1.000)

Begroting Primair

Begroting na wijziging

Rekening

Crisisbeheersing Geneeskundige hulpverlening Brandweerzorg

€0

€-10.000

€-16.192

€-6.192

€-159

€-159

€-181

€-22

€-455

€-546

€-622

€-76

Vakbekwaamheid

€-332

€-332

€-325

€7

Kazernes Beheer gemeenschap­ pelijke meldkamer Risicobeheersing Organisatie (Overhead) Algemene dekkingsmiddelen Vennootschaps­ belasting Onvoorzien

€-1.257

€-1.263

€-1.265

€-2

€-563

€-563

€-614

€-51

€0

€-50

€-125

€-75

€-652

€-559

€-621

€-61

€-31.547

€-33.120

€-33.193

€-72

€0

€0

€0

€0

€0

€0

€0

€0

€ -34.965

€

€

Crisis­beheersing

€1.426

€11.660

€18.023

€6.363

Geneeskundige hulpverlening

€1.182

€1.127

€1.131

€4

Brandweerzorg

€15.254

€15.796

€16.114

€318

Vakbekwaamheid

€3.357

€3.634

€3.634

€0

Kazernes

€1.450

€1.407

€1.526

€119

Beheer gemeenschap­ pelijke meldkamer

€1.102

€1.194

€1.219

€25

Risicobeheersing

€2.481

€2.939

€2.716

€-223

€8.736

€9.242

€8.999

€-243

€-22

€125

€195

€70

€0

€0

€0

€0

€0

€0

€0

€0

Total lasten

€

34.965

€

47.125

€

53.558

Saldo van baten en lasten

€

0

€

533

€

422

Thema

N/V

Saldo

N/V

Baten Crisisbeheersing

Brandweerzorg

Organisatie (Overhead) Algemene dekkingsmiddelen Heffing Vennoot­ schapsbelasting Onvoorzien Totaal baten

-46.592

-53.136

V

€ -6.544

V

Lasten Crisisbeheersing

Brandweerzorg

Organisatie (Over­ head) Algemene dekkings­ middelen Heffing Vennoot­ schapsbelasting

Organisatie (Overhead) Algemene dekkingsmiddelen Vennootschaps­ belasting

Onvoorzien

Onvoorzien

€

6.433

€

-111

Toevoeging reserves

Mutaties reserves

€0

€0

€0

€0

Onttrekkingen reserves

Mutaties reserves

€0

€-261

€-251

€10

€

€

€

Resultaat

59

N

0

272

171

N

€

-101

N

V

1.3 Toelichtingen 1.3.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de con­ tinuïteitsveronderstelling van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Rechtmatigheid De Beleidsnota rechtmatigheid Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland 2023-2026 inclusief Normenka­ der voor de rechtmatigheidsverantwoording 2023 is door het algemeen bestuur van VrZW vastgesteld op 20 oktober 2023. Hierbij is de verantwoordingsgrens voor de rechtmatigheidsverantwoording 2023 vastge­ steld op 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is de rapportagegrens voor nadere toelichting van gevonden individuele rechtmatigheids­ fouten en rechtmatigheidsonduidelijkheden in de para­ graaf Bedrijfsvoering vastgesteld op € 25.000. Vergelijking met voorgaande jaren De grondslagen voor waardering van activa, passiva en van de resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzich­ te van voorgaand jaar. Er hebben geen stelsel- en/of schattings­wijzigingen plaatsgevonden.

60

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd an­ ders is vermeld, worden de activa en passiva opgeno­ men tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten wor­ den slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume en verplichtin­ gen uit (groot) onderhoud. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzie­ ningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkeren­ de arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van ver­ gelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan compo­ nenten zoals overlopende verlofaanspraken.

Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen en verplichtingen voor (groot) onderhoud van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getrof­ fen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meer­ jarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van

(eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden.

De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen.

Balans

Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.

Vaste activa Materiële vaste activa Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings­prijs verminderd met de afschrijving. De verkrijgingprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De afschrijvingen worden jaarlijks berekend volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekom­ stige gebruiksduur. Afschrijvingen geschieden daar­ naast onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. De Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland start met afschrijven op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin het actief gereed komt dan wel ver­worven wordt. De Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland hanteert een activeringsgrens/drempel van €10.000,-. Investeringen onder dit bedrag worden niet geactiveerd op de balans, maar komen ineens ten laste van de exploitatie van het betreffende boekjaar. Investeringen met economisch nut. Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op desbetreffende investeringen in mindering gebracht. Op de vaste materiële activa met een beperk­ te gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven. De afschrijvings­methode en -termijnen zijn vast­ gelegd in de Financiële verordening Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland 2023, deze is vastgesteld door het Algemeen bestuur op 28 maart 2024 met terug­werkende kracht.

In bijlage 2 zijn de geldende afschrijvings­termijnen opgenomen. Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt, wanneer van toepassing, een voorziening in mindering gebracht.

61

Vaste passiva Eigen vermogen De post eigen vermogen wordt onderscheiden in: 1. Reserves, gespecificeerd naar: – algemene reserve; – bestemmingsreserve; 2. Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Reserves In het BBV worden reserves omschreven als vermogens­bestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is een zaak van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmings­ reserves. Zodra het algemeen bestuur aan een re­ serve een bepaalde bestemming (beklemming) heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het de algemene reserve genoemd. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voor­ziene verlies. De voorziening wordt gevormd conform de eisen van artikel 44 lid 1 van het Besluit Begroting en Verantwoording. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nomi­ nale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

62

1.3.2 Toelichting op de balans per 31 december 2023

De investeringen met een economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld:

Activa

Omschrijving (bedragen x € 1.000)

Boekwaarde per 31-12-2023

Boekwaarde per 31-12-2022

Vaste activa Materiële vaste activa De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen:

Gronden en terreinen

€784

€784

Bedrijfsgebouwen

€2.316

€2.192

Vervoermiddelen

€11.462

€9.605

Omschrijving (bedragen x € 1.000)

Boekwaarde per 31-12-2023

Boekwaarde per 31-12-2022

Machines, apparaten en installaties

€4.467

€3.830

Investeringen met een economisch nut

€19.850

€17.086

Overige materiële vaste activa

€821

€675

Totaal

€

€

Totaal

€

€

19.850

17.086

19.850

17.086

Het hierna opgenomen overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de overige investeringen met een economisch nut weer:

Omschrijving (bedragen x € 1.000)

Gronden en terreinen

Bedrijfs­ gebouwen

Machines, apparaten en installaties

Vervoer­ middelen

Overige

Totaal

Aanschafwaarde 31/12/2022

€784

€2.916

€7.676

€18.741

€2.853

€32.970

Nog te activeren activa

€0

€-30

€372

€803

€0

€1.145

Cumulatieve afschrijving 31/12/2022

€0

€-694

€-4.218

€-9.939

€-2.179

€-17.030

Boekwaarde 31/12/2022

€

€

€

€

€

€

Investeringen

€0

€240

€1.671

€3.101

€390

€5.403

Desinvesteringen

€0

€0

€-61

€-1.765

€-195

€-2.021

Bijdragen derden

€0

€0

€0

€0

€0

€0

Hercategorisering

€0

€0

€0

€0

€0

€0

Afschrijvingen

€0

€-116

€-1.035

€-1.077

€-244

€-2.472

Correctie desinvestering afschrijving

€0

€0

€61

€1.598

€195

€1.854

Afwaarderingen

€0

€0

€0

€0

€0

€0

Aanschafwaarde 31/12/2023

€784

€3.126

€9.659

€20.880

€3.049

€37.497

Cumulatieve afschrijving 31/12/2023

€0

€-810

€-5.192

€-9.418

€-2.227

€-17.648

Boekwaarde 31/12/2023

€

€

€

€

€

€

784

784

De desinvestering op machines, apparaten en installa­ ties betreft voornamelijk het buitengebruik stellen van ict apparatuur. Deze zijn volledig afgeschreven.

63

2.192

2.316

3.831

4.467

9.605

11.462

675

821

17.086

19.850

Vlottende activa Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden:

Omschrijving (bedragen x € 1.000)

Boekwaarde per 31-12-2023

Voorziening oninbaarheid

Balanswaarde per 31-12-2023

Balanswaarde per 31-12-2022

Vorderingen op openbare lichamen

€460

€0

€460

€754

Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd < 1 jaar

€548

€0

€548

€4.904

Rekening-courant verhoudingen met niet-financiële instellingen

€0

€0

€0

€0

Overige vorderingen

€317

€0

€317

€500

Totaal

€

€

€

€

1.325

0

1.325

6.158

Het is beleid om vorderingen ouder dan 90 dagen te voorzien voor zover de invorderingsprocedure daar aanleiding toegeeft. Eind 2023 was geen aanleiding om een voorziening debiteuren op te nemen. In onderstaande tabel is het verloop met betrekking tot het schatkistbankieren opgenomen:

(bedragen x € 1.000)

64

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

Op dagbasis buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen

€238

€231

€238

€223

Drempelbedrag

€1.000

€1.000

€1.000

€1.000

Ruimte onder drempelbedrag

€762

€769

€762

€777

Overschrijding van het drempelbedrag

€0

€0

€0

€0

Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: Liquide middelen staan ter vrije beschikking van de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland.

Omschrijving (bedragen x € 1.000)

Saldo 31-12-2023

Saldo 31-12-2022

Kassaldi

€0

€0

Banksaldi

€192

€240

Totaal

€

€

192

240

Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt onderscheiden worden: Omschrijving (bedragen x € 1.000)

65

Saldo 31-12-2023

Saldo 31-12-2022

De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinancieringen op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel

€

0

€0

Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

€916

€437

Totaal

€

€

916

437

Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Van het eigen vermogen kan het volgende overzicht worden gegeven: Programma (bedragen x € 1.000 )

Saldo 31-12-2022

Bestemming Resultaat

Onttrekking 2023

Saldo 31-12-2023

Algemene reserve

€691

€0

€0

€691

€691

€0

€0

€691

Bestemmingsreserve meldkamer*

€156

€0

€156

€0

Bestemmingsreserve WNRA

€400

€0

€0

€400

Bestemmingsreserve Huisvesting als gevolg van Hybride werken

€535

€0

€95

€440

Subtotaal bestemmingsreserves

€1.091

€0

€251

€840

Resultaat 2022

€22

€-22

€0

€0

Gerealiseerde resultaat 2023

€0

€-171

€0

€-171

Subtotaal resultaat

€22

€-193

€0

€-171

Totaal eigen vermogen

€

1.804

€

€

€

1.360

Weerstandsvermogen

€

691

€

691

-193

251

* Type B2 telt niet mee voor het weerstandsvermogen.

Er vindt in 2023 geen mutatie op de Algemene reserve plaats. De bestemmingsreserve Meldkamer kent in 2023 een beginstand van €156.000. Eerdere onzekerheden zijn niet meer van toepassing waardoor het restant van deze bestemmingsreserve in 2023 vrijvalt en deze bestemmingsreserve opgeheven kan worden. Om te kunnen anticiperen op de invoering van de WNRA en toepassing van de Wet Gelijke Behandeling is bij de resultaatbestemming 2019 ingestemd met de vorming van een nieuwe bestemmingsreserve WNRA, ter dekking van verwachte implementatie­

66

kosten en de eerste exploitatiekosten. De invoering van de WNRA is inmiddels landelijk gekoppeld aan de discussie over de positie van vrijwilligers waardoor er nog steeds onduidelijk­heid is over tijdstip en gevol­ gen van implemen­teren. Daarom is de hoogte van de bestemmings­reserve niet aangepast. Van het overgebleven resultaat 2021, ter hoogte van €534.635 is een bestemmingsreserve gevormd voor de aanpassing van het kantoor als gevolg van hybri­ de werken. In 2023 zijn op deze reserve de (externe) projectkosten voor het opstellen van de business case ‘SamenSterker’ gebracht.

Weerstandsvermogen Conform de nota Weerstandsvermogen en Risicobe­ heersing VrZW tellen naast de algemene reserve de bestemmingsreserves met de typering A1, A2 en B1 mee in de berekening van de weerstandscapaciteit.

Omschrijving (bedragen x € 1.000 )

Voorzieningen Het verloop van de voorzieningen in 2023 wordt in de hierna opgenomen overzicht weergegeven:

Saldo 31-12-2022

Toevoeging

Onttrekking

Vrijval

Saldo 31-12-2023

Voor verplichtingen, verliezen en risico's (BBV at 44.1a en 1b)

€0

€0

€0

€0

€0

Voorziening wachtgeld­ verplichtingen

€7

€0

€7

€0

€0

Voorziening verlofsparen

€59

€86

€4

€0

€141

Voorziening belasting-claim

€218

€0

€0

€145

€73

Totaal voorzieningen

€

€

€

€

€

284

In de kolom “Vrijval” zijn de bedragen opgenomen wel­ ke ten gunste van het overzicht van baten en lasten zijn vrijgevallen. Alle aanwendingen van de voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht. De voorziening wachtgeldverplichtingen is per 31-12-2023 nihil. Deze voorziening is in voorgaande jaren gevormd in verband met verwachte aanspraken die oud-medewerkers doen op een uitkering uit de werkeloos­heidswet (WW). VrZW is hiervoor eigen risicodrager. De voorziening belastingclaim GHOR-taken is tot en met 2019 gevormd voor het risico van een naheffing van de BTW over de afgelopen vijf jaar. Jaarlijks valt het deel dat buiten de herzieningsperiode (5 jaren) valt vrij ten gunste van de exploitatie. Uiterlijk in 2024 vindt de laatste vrijval plaats en komt de voorziening vanaf dan te vervallen.

67

86

11

145

214

Voor het spaarverlof zoals dit vanaf 2023 van toe­ passing is, moet voor de verplichting een voorziening worden opgenomen omdat hier sprake is van een spaarsaldo dat in de tijd, naar verwachting, niet van gelijke omvang zal zijn wat betreft toevoegingen en opnamen van spaarverlof. In de opbouwjaren zal naar verwachting vooral sprake zijn van toevoegingen en groei van de omvang van het spaarsaldo.

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer De onderverdeling van de in de balans opgenomen vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar, is als volgt:

Omschrijving (bedragen x € 1.000 )

Saldo per 31-12-2023

Saldo per 31-12-2022

- binnenlandse banken en overige financiële instellingen

€12.296

€8.028

- openbare lichamen

€2.159

€2.214

Totaal

€

€

10.242

Onderhandse lening

14.456

In het hierna opgenomen overzicht wordt het verloop weergegeven van de vaste schulden met een rente­ typische looptijd langer dan één jaar over het jaar 2023:

Saldo 31-12-2022

Vermeerderingen

Aflossing 2023

Saldo 31-12-2023

Onderhandse leningen

€10.242

€5.675

€1.462

€14.456

Totaal voorzieningen

€

€

€

€

(bedragen x € 1.000 )

10.242

5.675

1.462

14.456

De totale rentelast voor het jaar 2023 met betrekking tot de vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar bedraagt € 253.000. De verwachte aflossingen voor 2024 van bovenstaande leningen bedragen in totaal € 1.658.000.

Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn opgenomen:

boekwaarde 31-12-2023

boekwaarde 31-12-2022

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

€3.749

€9.182

Overlopende passiva

€2.504

€2.409

Totaal

€

€

Omschrijving (bedragen x € 1.000 )

68

6.253

11.591

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De in de balans opgenomen netto-vlottende schulden kunnen als volgt worden gespecificeerd:

boekwaarde 31-12-2023

boekwaarde 31-12-2022

Kasgeldlening van openbare lichamen

€2.000

€6.000

Crediteuren

€1.749

€3.182

Totaal

€

€

Omschrijving (bedragen x € 1.000 )

3.749

9.182

Overlopende passiva De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt:

boekwaarde 31-12-2023

boekwaarde 31-12-2022

Voorschotten van overheidslichamen voor specifieke doelen

€0

€0

Af te dragen BTW

€95

€87

Loonbelasting en premies sociale verzekering

€1.419

€1.222

Pensioenpremie

€245

€237

Overige schulden

€682

€820

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen

€2.441

€2.366

Overige vooruit ontvangen baten die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

€63

€43

Totaal

€2.504

€

Omschrijving (bedragen x € 1.000 )

Nog te betalen bedragen

69

2.409

1.3.3 Toelichting op het overzicht van Baten en Lasten

A: Overzicht van baten en lasten 2023

In deze paragraaf worden overeenkomstig de door het Algemeen Bestuur vast­ gestelde financiële verordening 2023 en de Beleidsnota rechtmatigheid Veiligheids­ regio Zaanstreek-Waterland 2023-2026 begrotings­over­schrijdingen en begrotings­ onderschrijdingen op de baten en lasten per programma en overschrijdingen van investerings­kredieten hoger dan € 25.000 toegelicht.

Op de volgende programma’s en thema’s van het overzicht van baten en lasten is er sprake van begrotings­afwijkingen (overschrijdingen en onderschrijdingen op de baten en lasten) in 2023:

Baten Begroting na wijzigingen

Realisatie

Verschil

Begroting na wijzigingen

Realisatie

Verschil

Crisisbeheersing

€-10.000.000

€-16.191.875

€6.191.875

€11.660.199

€18.022.968

€-6.362.769

Geneeskundige hulpverlening

€-159.486

€-181.461

€21.975

€1.127.390

€1.130.920

€-3.530

€-10.159.486

€-16.373.336

€6.213.851

€12.787.589

€19.153.888

€-6.366.300

Brandweerzorg

€-545.579

€-621.995

€76.416

€15.795.918

€16.114.131

€-318.213

Vakbekwaamheid

€-331.840

€-324.507

€-7.334

€3.633.863

€3.634.060

€-197

Brandweerkazernes

€-1.262.625

€-1.264.604

€-1.979

€1.407.157

€1.526.256

€119.099

Beheer gemeenschappelijke meldkamer

€-562.722

€-613.866

€51.144

€1.193.899

€1.219.280

€-25.381

Risicobeheersing

€-50.000

€-124.693

€74.693

€2.939.307

€2.715.973

€223.334

€-2.752.766

€-2.949.664

€196.898

€24.970.144

€25.209.700

€-239.556

Programma

Thema

Crisisbeheersing

Crisisbeheersing Brandweerzorg

Brandweerzorg Organisatie (Overhead)

Organisatie (Overhead)

€-559.212

€-620.576

€61.364

€9.242.447

€8.999.461

€242.986

Algemene dekkingsmiddelen

Algemene dekkingsmiddelen

€-33.120.233

€-33.192.552

€72.319

€124.544

€194.954

€-70.410

€

€ -53.136.128

€6.544.431

€47.124.724

€53.558.003

€

Totaal

70

Lasten

-46.591.697

-6.433.279

Hieronder is in het kader van de beoordeling van de begrotingsrechtmatigheid opgenomen een toelichting op de begrotingsoverschrijdingen en de begrotingson­ derschrijdingen op de baten en lasten per programma: Programma Crisisbeheersing De begrotingsoverschrijding op de lasten van het programma Crisisbeheersing van € 6.366.300 wordt veroorzaakt door de meerkosten crisisnoodopvang asielzoekers (CNO) welke volledig worden gecompen­ seerd door de rijksbijdrage via het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Hierdoor is per saldo spra­ ke van een budgetneutraal karakter in 2023. Eind 2023 zijn alle kosten gedeclareerd bij het rijk via de kosten­ declaratie die is ingediend bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Hier is derhalve sprake van een “begrotingsoverschrijding die geheel of groten­ deels wordt gecompenseerd door direct gerelateerde baten”. Het Algemeen Bestuur is in overeenstemming met de afspraken zoals opgenomen in de financiële verordening 2023 van VrZW tijdig en voldoende geïnfor­ meerd over deze begrotingsoverschrijding op de baten en lasten van het programma Crisisbeheersing. Dit betekent dat deze begrotingsoverschrijding op de las­ ten als ‘acceptabel’ kan worden beschouwd en dat de begrotingsoverschrijding op de baten van € 6.213.851 niet onrechtmatig is.

Programma Brandweerzorg Salarissen en inhuur De begrotingsoverschrijding op de lasten van het programma Brandweerzorg (€ 239.556) wordt ener­ zijds veroorzaakt door de salariskosten en inhuur van fase 1 van de toekomstbestendige brandweerzorg. In 2024 start fase 1 van de toekomstbestendige brandweerzorg. In 2023 is voorgesorteerd op aanna­ me van personeel. VrZW kon sneller dan verwacht al personeel aantrekken. Anderzijds zijn kosten gemaakt voor de inhuur van personeel voor de verbouwing, roosterplanning, infographics en begeleiding van een aantal processen. Deze begrotingsoverschrijding op de lasten vloeit voort uit activiteiten die passen binnen het bestaande beleid van de VrZW. Het Algemeen Bestuur is in overeenstemming met de afspraken zoals opge­ nomen in de financiële verordening 2023 van VrZW tijdig en voldoende geïnformeerd over deze begrotings­ overschrijding op de lasten. Dit betekent dat deze begrotingsoverschrijding op de lasten als ‘acceptabel’ kan worden beschouwd.

71

Inflatie Ook wordt de begrotingsoverschrijding op de lasten van het programma Brandweerzorg veroorzaakt door inflatie. De gestegen prijzen hebben we binnen de totale exploitatie van 2023 op kunnen vangen. Voor een deel worden deze meerkosten gecompenseerd met opbrengsten verkoop voertuigen. De begrotings­ overschrijding op de baten en lasten vloeit voort uit activiteiten die passen binnen het bestaande beleid van VrZW. Het Algemeen Bestuur is in overeen­stemming met de afspraken zoals opgenomen in de financië­ le verordening 2023 van VrZW tijdig en voldoende geïnformeerd over deze begrotingsoverschrijdingen op de baten en lasten. Dit betekent dat deze begrotings­ overschrijding op de lasten als ‘acceptabel’ kan worden beschouwd en dat de begrotingsoverschrijding op de baten van € 196.898 niet onrechtmatig is. Programma Organisatie (overhead) De begrotingsonderschrijding op de lasten van het pro­ gramma Organisatie (overhead) van € 242.986 wordt veroorzaakt door minder kosten voor salarissen en inhuur derden. Dit komt doordat vacatures langer open­ staan. De begrotingsoverschrijding op de baten van het programma Organisatie (overhead) van € 61.364 wordt veroorzaakt door een opbrengst uit een detachering en door ontvangen verzekeringsgelden.

Het Algemeen Bestuur is in overeenstemming met de afspraken zoals opgenomen in de financiële verorde­ ning 2023 van VrZW tijdig en voldoende geïnformeerd over deze begrotingsonderschrijding op de lasten van € 242.986 en begrotingsoverschrijding op de baten van € 61.364. Dit betekent dat deze begrotingsafwijkingen niet onrechtmatig zijn. Programma Algemene Dekkingsmiddelen De begrotingsoverschrijding op de lasten van de Al­ gemene dekkingsmiddelen van € 70.410 wordt ver­ oorzaakt door toerekening rente aan de thema’s. Hier is derhalve sprake van een “begrotings­overschrijding die geheel of grotendeels wordt gecompenseerd door direct gerelateerde baten”. De begrotingsover­ schrijding op de baten van de Algemene dekkings­ middelen bedraagt € 72.319. Dit betekent dat deze begrotings­overschrijding op de lasten van € 70.410 als ‘acceptabel’ kan worden beschouwd en dat de begrotings­overschrijding op de baten van € 72.319 niet onrechtmatig is.

B: Investeringskredieten en investeringen Categorie MVA (bedragen x € 1.000 )

Investering na wijziging 2023

Realisatie Totaal

Overschrijding

Toelichting over­ schrijding

Ademluchtmaskers

€100

€101

€-1

€1

Personenauto's

€493

€531

€-38

€38

Piketvoertuig

€415

€454

€-39

€39

Zonnepanelen

€44

€46

€-2

€2

€

€

€

€

1.052

Toelichting overschrijdingen op investerings­ kredieten/budgetten: Volgens bovenstaand overzicht zijn de investerings­ kredieten ultimo 2023 overschreden met een totaal bedrag van € 80.000. Deze overschrijding leidt tot licht hogere afschrijvings- en financieringslasten in de begro­ ting van 2024 en verder. Een nadere toelichting op deze investeringskrediet-overschrijdingen wordt gegeven in onderdeel C.1. (voortgangsoverzicht investeringen). Op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en de Beleidsnota rechtmatigheid Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland 2023-2026 (vast­ gesteld AB op 20 oktober 2023) zijn de bovenstaande overschrijdingen van investeringskredieten per definitie ‘onrechtmatig’ en zijn daarom opgenomen in de recht­ matigheidsverantwoording 2023. De overschrijdingen zijn wel ‘acceptabel’ want passen binnen het door het algemeen bestuur vastgestelde investeringsbeleid.

72

1.132

-80

80

Voor een verdere toelichting op de afwijkingen tussen de ‘begroting na wijzigingen’ en de ‘jaarstukken’ wordt verwezen naar de financiële toelichtingen en analyses zoals opgenomen in de programmaverantwoordingen (zie onderdeel ‘Wat heeft het gekost’) van het jaar­ verslag. Deze analyse maakt daarmee onderdeel uit van de jaarrekening.

1.3.4 Overzicht incidentele baten en lasten Overzicht van incidentele baten en lasten (bedragen x €1.000)

Jaarrekening

Voor-/nadelig

INCIDENTELE LASTEN Crisisbeheersing Resultaat salarissen, emolumenten en inhuur van derden

€

-688

V

BDUR extra middelen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14100976/1