CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

e.-jaarstukken-2023-werkom-bvo

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente PurmerendBij agendapunt: Gewijzigde begroting 2024, begroting 2025 en meerjarenraming 2026- 2028 Participatiebedrijf Zaanstad-Purmerend (Werkom)16.924 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De scheiding is destijds gemaakt om juridische redenen, m.n. op het gebied van aan- en inbesteden, niet om economische redenen. Tussen de 2 entiteiten bestaan onderling grote geldstromen en doorbelastingen. De overzichten van baten en lasten per entiteit bieden niet het gewenste totaaloverzicht. In de werkelijkheid kan er bovendien voor enkele baten en lasten niet worden geboekt zoals dat in de begroting was opgenomen. Dit maakt een vergelijking van de begroting met de realisatie per entiteit niet zinvol. Om toch tegemoet te komen aan de wens om inzicht te hebben in de totale geldstromen, is er voor gekozen de geconsolideerde bedragen (begroot en realisatie) in een bijlage op te nemen en toe te lichten. Deze bijlage valt evenwel buiten de controle van de onafhankelijk accountant. BTW vrijstelling In 2023 heeft de fiscus het standpunt kenbaar gemaakt dat de 2 deelnemende gemeenten samen met Werkom in aanmerking komen voor de BTW-koepelvrijstelling. Dit houdt in dat het budget voor de uitvoering van de PW vrij van BTW kan worden overgedragen maar ook dat er voor Werkom sprake is van kostenverhogende BTW in de uitvoering van de PW. Het betreft 100% van de in rekening gebrachte BTW aan directe PW-kosten en een mengpercentage van de BTW op kosten voor de overhead.

Deze BTW kan bij genoemde vrijstelling worden 'doorgeschoven' naar de 2 deelnemende gemeenten en door de gemeenten dus worden gedeclareerd t.l.v. het BTWcompensatiefonds. Vergelijkende cijfers realisatie 2022 Voor de vergelijkbaarheid zijn de vergelijkende cijfers van de realisatie over 2022 aangepast t.o.v. de jaarrekening 2022. De indeling van de begroting 2023 is als basis gebruikt. De aanpassing geldt alleen voor de vergelijkende cijfers in het overzicht van baten en lasten en hebben geen impact op resultaat 2022 en het vermogen einde 2022.

pagina 28

Toelichting baten en lasten Onderlinge doorbelastingen De loonkosten van personeel in dienst bij Werkom worden integraal verantwoord bij de BVO. Alle kosten die voortvloeien uit ingekomen facturen worden echter juist verantwoord bij Werkom diensten BV. Deze 2 keuzes maken een omvangrijk en intensief onderling verrekeningsverkeer nodig. Het personeel is immers ook nodig voor het behalen van de omzet uit leveringen en diensten van Werkom diensten BV. En alle kosten van derden hebben ook betrekking op de bedrijfsvoering van de BVO. De onderlinge doorbelastingen zijn gebaseerd op de opbrengstverhoudingen. Hierdoor wordt het kostenbeeld in beide entiteiten gecorrigeerd. In de begroting zijn dit soort doorbelastingen verwerkt als directe baten en lasten bij de 2 entiteiten en is niet gerekend met onderlinge doorbelastingen. De omzetten zijn tussen de 2 entiteiten niet evenwichtig verdeeld. In de BV staat de volledige omzet van Industrie en Diensten (I&D). Bij I&D werken personen met een lager arbeidsvermogen. De netto toegevoegde waarde is laag en de bedrijfskosten zijn hoog. Het tekort loopt elk jaar verder op. In de BV komt onvoldoende omzet uit financieel beter presterende bedrijfsonderdelen om het tekort bij I&D te compenseren. Het bedrijfsresultaat bij de BV is structureel ongunstig. In de BVO staan vrijwel alleen omzetten van Groen&Schoon en Business Post&Printing.

Deze kennen financieel gezien een gunstiger beeld. De BVO wordt daarmee financieel bevoordeeld t.o.v. de BV. De BVO moet de BV financieel zodanig compenseren dat er in de BV geen (omvangrijke) tekorten ontstaan. Het betreft een totaalbedrag van € 477.600. Gegeven de ophanden zijnde liquidatie en opheffing van de BV is deze werkwijze voor 2023 de laatste. Eliminatie van interne omzet In het overzicht van baten en lasten wordt geen eliminatie van de interne omzet toegepast. Werkom neemt intern echter wel diensten af via haar eigen bedrijfsonderdelen die dit soort prestaties ook regulier aan derden leveren. De betreffende bedrijfsonderdelen maken daartoe facturen op voor de afnemende interne klanten. Zo ontstaan zowel omzet als kosten. Het betreft diensten die Werkom anders bij derden had moeten afnemen. Genoemd worden schoonmaken van de in gebruik zijnde panden, drukwerk voor eigen gebruik, bezorging van eigen post, groenverzorging of sneeuwruimen rondom de panden. Als er voor deze werkzaamheden geen eigen bedrijfsonderdelen zouden zijn, dan zou Werkom deze diensten bij derden moeten afnemen en dan zouden de kosten wel bij de juiste kostensoorten moeten worden opgenomen. Bekostiging uitvoering PW Voor de uitvoering van deeltaken uit de Participatiewet dragen de 2 deelnemende gemeenten middelen over aan Werkom.

Deze middelen zijn een deel van hetgeen de gemeenten van de rijksoverheid ontvangen. Werkom dient hiervoor trajecten voor haar deel van de doelgroep uit te voeren en de er mee samenhangende kosten te dekken. Het totaal bevat ook deelbudgetten voor (deel)projecten. Het saldo wordt afgerekend met de 2 gemeenten waardoor het financiële resultaat op deze activiteit nihil is. Het totaal van de gemaakte kosten bevat voor Werkom tevens kostenverhogende BTW: dit is BTW die door derden aan Werkom in rekening is gebracht en betrekking heeft op de uitvoering van de PW of de overhead. Deze BTW kan aan de gemeenten worden 'doorgeschoven' in het kader van de transparantiemethode, nu de BTW-koepelvrijstelling van toepassing is.

pagina 29

Toelichting baten en lasten Bekostiging uitvoering SW In de bijdrageverordening c.q. de dienstverleningsovereenkomst is bepaald dat de uitvoering van de WSW door de 2 deelnemende gemeenten wordt bekostigd via de vergoeding van de totale WSW-loonkosten plus de uitbetaalde loonkostensubsidies (op SWgeïndiceerden die via Begeleid Werken bij reguliere werkgevers zijn geplaatst). Het hier opgenomen budget is de som van genoemde componenten. Het bedrag is iets hoger dan begroot; zie de toelichtingen bij de onderliggende componenten voor de verklaring. SW-medewerkers van niet-deelnemende gemeenten worden op andere en uiteenlopende grondslagen bekostigd.

Overige bijdragen In de gewijzigde begroting voor 2023 was, op grond van de strategische herijking en koersbesluiten, een (voorwaardelijke) extra bijdrage van de gemeenten opgenomen tot een totaal van € 1.497.283. Niettemin was er (geconsolideerd) een tekort begroot. In de realisatie is echter een overschot ontstaan. De begrote bijdrage is daarom niet (geheel) nodig. Daarnaast is een deel van deze bijdrage (€ 267.391) benut om PW-uitvoeringskosten voor beide gemeenten mede te dekken. Dit voorkomt een (na)vordering bij dit onderwerp. De gemeenten ontvangen daarom een deel van de bijdrage terug.

Overige baten In 2023 zijn diverse onbegrote baten ontstaan. Begroot en toegekend is de subsidie van de gemeente Zaanstad voor de Fixbrigade van Werkom (€ 170.000). Voor de bestrijding van energiearmoede werd € 30.000 ontvangen. Daarnaast is er een bijdrage in de ESFuitvoeringskosten geboekt van € 35.000. Verder zijn er extra middelen ontvangen voor NH-connect, het Regionaal Mobiliteitsteam, het Werkgeversservicepunt en de Regionale Begroting Arbeidsmarkt.

Netto toegevoegde waarde De Netto toegevoegde waarde (NTW) bestaat uit het verschil tussen de behaalde omzet uit leveringen en diensten en de daaraan toe te rekenen directe orderkosten. Onder de directe orderkosten vallen de vanuit de BV doorbelaste kosten van grond- en hulpstoffen, halffabricaten en de kosten van uitbesteed werk. De kosten zijn via een verdeelsleutel o.b.v. omzetten toegerekend. Dit soort aanschaffingen zijn als directe orderkosten (materiaalverbruik) verwerkt. De voorraden bij Werkom ultimo boekjaar zijn op nihil gewaardeerd. De NTW van de BVO uit leveringen van goederen en diensten is als volgt samengesteld: Gewijzigde Realisatie begroting Realisatie 2023 2023 2022 € 912.420 € 687.200 € 762.239 Business Print&Post € 2.667.099 € 2.717.000 € 2.486.494 Groen&Schoon € 81.925 € € 37.905 Overige € 3.661.445 € 3.404.200 € 3.286.637 De hier niet genoemde bedrijfsonderdelen hebben geen omzet behaald bij de 2 deelnemende gemeenten doch alleen bij derden. De omzet aan derden wordt in de BV verantwoord.

pagina 30

Toelichting baten en lasten De inbesteding van opdrachten aan passend werk van de deelnemende gemeenten kennen t.o.v. de begroting wisselend niveau maar zijn t.o.v. de realisatie over het vorig boekjaar hoger. De aantallen direct productieve personen in genoemde bedrijfsonderdelen nemen af. De oorzaak is het natuurlijk verloop van WSW-medewerkers. Daar een instroom vanuit andere doelgroepen tegenover, maar deze compenseert genoemde uitstroom niet. De behaalde NTW is niettemin hoger; dit is te danken aan een combinatie van factoren (ander en beter betaald werk, hogere prijzen, hogere productiviteit). Loon- en personeelskosten, loonkostensuppleties Aan de lastenzijde vormen de loonkosten de belangrijkste post.

Deze bestaat uit de volgende onderdelen: Gewijzigde Realisatie begroting Realisatie 2023 2023 2022 > Loonkosten WSW € 12.568.608 € 12.644.880 € 12.697.515 > Loonkosten Banenafspraak € 246.578 € 174.841 € 346.673 > Loonkosten Basisdienstverbanden € 17.772 € 57.031 € 47.914 > Loonkosten Nieuw Beschut € 954.051 € 313.050 € 500.794 > Salariskosten ambtelijk € 9.748.795 € 7.055.571 € 8.679.758 > Externe dienstverlening (inhuur) € 177.826 € 36.708 € 268.550 > Overige personeelskosten € 237.046 € 600.075 € 296.153 > Betaalde loonkostensuppletie BW € 726.694 € 686.219 € 678.541 € 24.677.370 € 21.568.377 € 23.515.897 De loonkosten WSW dalen door het natuurlijk verloop, en stijgen door promoties naar een hogere loonschaal of hogere tredes binnen een loonschaal. Het totaalbedrag wijzigt door cao-afspaken, fiscale maatregelen of veranderingen in de premies voor sociale verzekeringen. Dat kan zowel tot stijgingen als tot dalingen van de loonkosten leiden. Over het dit boekjaar werd gemiddeld 364,2 FTE verloond. De loonkosten voor andere doelgroepen nemen toe. Sinds de inwerkingtreding van de cao "Aan de slag" groeit het aantal dienstverbanden, niet alleen door nieuwe instroom, maar ook door de 'overname' van personen die eerst elders moesten worden verloond. Deze post bevat ook de ontvangen loonkostensubsidies voor deze groep.

De salariskosten voor het ambtelijk personeel zijn hoger dan die over het vorige boekjaar. Een vergelijking met de begroting is hier niet zinvol omdat er in de begroting ook ambtelijke salariskosten bij de BV zijn opgenomen terwijl in de realisatie alle ambtenaren bij de BVO in dienst zijn. De totale kosten van de externe dienstverlening zijn primair in de BV geboekt en daarna o.b.v. omzetverhoudingen toegerekend.

Doorbelastingen Deze post bevat o.m. de doorbelastingen van kosten van de BVO naar Werkom diensten BV en vv. De toerekening geschiedt o.b.v. omzetverhoudingen.

pagina 31

Toelichting baten en lasten Overige bedrijfskosten Deze kostensoorten worden in de werkelijkheid initieel geheel bij Werkom diensten BV verantwoord. Via een onderlinge doorbelasting vanuit de BV o.b.v. omzetverhoudingen worden er kosten bij de BVO in rekening gebracht. Voor dit boekjaar bevat dit bedrag een bijzondere post (zie ook de toelichting onder "Onderlinge doorbelastingen"). Voor een zinvolle vergelijking wordt overigens verwezen naar de geconsolideerde cijfers op bijlage 3. Daar worden de onderlinge doorbelastingen geëlimineerd.

Toevoegingen aan reserves Het bestuur heeft het besluit genomen inzake de maximale hoogte van de Algemene reserve, zoals genoemd in de Financiële verordening. In deze jaarstukken is het voorstel verwerkt om deze hoogte te bereiken door een bedrag van € 175.000 aan de Algemene reserve toe te voegen. Het bestuur heeft ook het besluit genomen om een bestemmingsreserve voor duurzaamheid en energietransitie te vormen. Deze dient in de toekomst om hogere kapitaallasten te compenseren. Er is een bedrag van € 215.500 aan toegevoegd. Het totaalbedrag heeft verder betrekking op de bestemmingsreserve voor de verplichting voor WSW-vakantiegeld. Deze mutatie is in de primaire en gewijzigde begroting ten onrechte niet als resultaatbestemming verwerkt, maar opgenomen in de baten en lasten. Voor dit boekjaar was er een kleine toevoeging noodzakelijk.

Incidentele baten en lasten De commissie BBV heeft in 2018 een notitie over incidentele baten en lasten uitgebracht. In beginsel moeten structurele lasten gedekt worden door structurele baten. Om dat vast te kunnen stellen, is belangrijk dat inzicht bestaat in welk deel van de baten en lasten incidenteel zijn en welke structureel. In de financiële verordening zou een grensbedrag moeten staan vanaf welke omvang incidentele lasten en baten afzonderlijk gespecificeerd moeten worden; dat grensbedrag ontbreekt evenwel. Het BBV geeft geen scherpe definitie wat incidenteel of structureel is en laat ruimte aan de decentrale overheden in de eigen beoordeling van de lokale omstandigheden. Bovendien zijn er diverse uitzonderingen. De 2 entiteiten die samen Werkom vormen, bestaan sinds 1 januari 2018. In de jaren na de oprichting was Werkom volop in ontwikkeling. De grootste en hiermee samenhangende projecten zijn in de loop van het jaar 2021 afgerond. In het jaar 2022 is de verbouwing van het pand aan de Einsteinstraat afgerond. In de jaren 2018 en 2019 zijn ook een aantal ingrijpende keuzes gemaakt over de (her)inrichting van de geldstromen binnen de 2 entiteiten. Dit had grote effecten op de presentatie van een aantal posten op het overzicht van de baten en lasten.

Daarnaast bevatten de begrotingen per entiteit op sommige soorten baten en lasten onvoldoende detailgegevens om afwijkingen ten opzichte van de realisatie te kunnen vaststellen en analyseren.

pagina 32

Toelichting baten en lasten Als de posten op het overzicht van baten en lasten worden beoordeeld conform onze interpretaties van de regels, kunnen (met enige concessies) alleen de volgende als 'structureel' worden aangemerkt: > Bekostiging uitvoering SW > Netto toegevoegde waarde > Loonkosten en -suppletie WSW Al de niet genoemde posten kennen, t.o.v. de begroting en gezien over een periode van 3 jaar, té grote afwijkingen. Het zou evenwel het inzicht in de financiële positie van Werkom niet verbeteren, als deze andere posten als 'incidenteel' zouden worden gekenmerkt. Op grond van de bijdrageverordening zijn de baten en lasten van Werkom altijd in evenwicht. Positieve resultaten worden (tot een bepaald maximum) toegevoegd aan de algemene reserve. Negatieve resultaten worden onttrokken aan de algemene reserve of, als die daarvoor ontoereikend is, gedekt door gemeentelijke bijdragen. Om bovenstaande redenen acht Werkom het niet zinvol het gewenste overzicht op te stellen en op te nemen.

Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Bij Werkom is er geen sprake van algemene dekkingsmiddelen. Er is in de begroting voor Werkom géén bedrag voor onvoorziene lasten opgenomen.

pagina 33

WNT-verantwoording

WNT-verantwoording 2023 Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend

De WNT is van toepassing op Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend (Werkom). Het voor Werkom toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2023 € 223.000 (het algemeen bezoldigingsmaximum). 1. Bezoldiging topfunctionarissen 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt. Gegevens 2023 bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2023 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal

S.W. van Drooge Algemeen directeur 01/01 - 31/12 1,00 Ja € € €

126.691 21.107 147.798

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€

223.000

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging

€

N.v.t. 147.798

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling 1d. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 1.900 of minder. Gegevens 2023 Naam topfunctionaris mevr. S. Onclin Gemeente Zaanstad dhr. H.M.M. Rotgans Gemeente Purmerend

N.v.t. N.v.t.

Functie Bestuurslid Bestuurslid

Deze bestuursleden ontvangen op grond artikel 44 van de gemeentewet voor hun werkzaamheden geen vergoeding.

pagina 34

WNT-verantwoording Gegevens 2022 bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2022 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal

Y.F.W. Hoogtanders Algemeen directeur 01/01 - 15/07 1,00 Nee € €

97.566 97.566

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€

115.989

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging

€

N.v.t. 97.566

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling Gegevens 2022 bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2022 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal

N.v.t. N.v.t.

H.P. Guldemeester Algemeen directeur (waarnemend) 16/07 - 30/09 1,00 Ja € € €

20.094 3.379 23.473

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€

45.567

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging

€

N.v.t. 23.473

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

pagina 35

N.v.t. N.v.t.

WNT-verantwoording Gegevens 2022 bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2022 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal

S.W. van Drooge Algemeen directeur 01/10 - 31/12 1,00 Ja € € €

30.431 5.544 35.976

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€

54.444

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging

€

N.v.t. 35.976

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling 1d. Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.800 of minder. Gegevens 2022 Naam topfunctionaris dhr. J. Krieger Gemeente Zaanstad dhr. H.M.M. Rotgans Gemeente Purmerend

N.v.t. N.v.t.

Functie Bestuurslid Bestuurslid

Deze bestuursleden ontvangen op grond artikel 44 van de gemeentewet voor hun werkzaamheden geen vergoeding. 3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2023 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

pagina 36

Balans

Balans per

in €

ACTIVA

31 december 2023

31 december 2022

VASTE ACTIVA Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Financiële vaste activa Kapitaalverstrekking aan: Overige verbonden partijen

-

-

50.000

50.000

Totaal vaste activa

50.000

50.000

VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen 3.035.448 1.448.532 Rekeningcourantverhouding met niet-financiële instelling 2.694.331 2.736.552 Uitzettingen in ’s Rijks schatkist 913.170 794.996 Liquide middelen Banksaldi

98.171

149.799

Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen. 367.043 577.768 Totaal vlottende activa

7.108.163

5.707.647

Totaal generaal

7.158.163

5.757.647

pagina 37

Balans

PASSIVA

31 december 2023

31 december 2022

VASTE PASSIVA Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerd resultaat Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's

Totaal vaste passiva

1.512.775 469.923 359.774

1.512.775 463.826 -

708.553

593.982

3.051.025

2.570.584

VLOTTENDE PASSIVA Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume 4.107.138 3.187.063 Totaal vlottende passiva

4.107.138

3.187.063

Totaal generaal

7.158.163

5.757.647

pagina 38

Grondslagen

Algemene grondslagen en grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding Deze jaarrekening betreft de bedrijfsvoeringsorganisatie o.b.v. de wet gemeenschappelijke regelingen 'Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend' (hierna ook: 'Werkom'). De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft.

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in beginsel toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor de vakantiegeldverplichting van de WSW-medewerkers heeft Werkom een bestemmingsreserve gevormd. Voor de verlofaanspraken heeft Werkom een verplichting op de balans staan.

Continuïteit In deze jaarstukken zijn de waarderingen gekozen o.b.v. het 'going-concern' Sinds oprichting is door de 2 deelnemende gemeenten geïnvesteerd in Werkom zodat er een complete en professionele organisatie is ontstaan voor toeleiding van personen uit de doelgroepen naar de arbeidsmarkt. Er zijn geen aanleidingen om te twijfelen aan de continuïteit van Werkom.

Vergelijking met de begroting In de begroting zijn de baten en lasten soms anders gerangschikt. In deze jaarstukken zijn de baten en de lasten gegroepeerd. Bovendien zijn in de begroting andere keuzes gemaakt om de baten en lasten per entiteit (de BVO en de BV) te presenteren. Dit maakt een vergelijking met de gerealiseerde cijfers per entiteit niet zinvol. De geconsolideerde cijfers (op de bijlage) geven een beter beeld van de baten en lasten van Werkom als geheel.

pagina 39

Grondslagen Grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dit betekent dat: > De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; De financiële rechtmatigheid bevat het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik&oneigenlijk gebruik (M&O) criterium: > Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 6 juli 2023 door het bestuur is vastgesteld. > Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten onrechtmatig zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten en onderschrijdingen van lasten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het bestuur > Ten aanzien van het M&O criterium is het M&O-beleid van Werkom leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik.

Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2023 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. > Er is een verantwoordingsgrens van 1% (€ 335.288) gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden beschreven. > Er is een rapporteringstolerantie van € 100.000 gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva Materiële vaste activa Overige investeringen met economisch nut De materiële vaste activa zijn grotendeels eigendom van Werkom diensten BV. Zij worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de toegepaste jaarlijkse afschrijvingen. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. In het algemeen worden de hieronder vermelde percentages gehanteerd. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen ook rekening gehouden met een bijzondere waardevermindering indien deze naar verwachting duurzaam is. In dit jaar heeft een dergelijke vermindering niet plaatsgevonden.

pagina 40

Grondslagen Onder 'Continuïteit' is het perspectief van Werkom beschreven. Dit heeft voor dit boekjaar niet tot herwaarderingen op de vaste activa geleid. a. Gronden en terreinen n.v.t. b. Bedrijfsgebouwen/verbouwingen 10% c. Vervoermiddelen 20% *) 5%-10%-20%-331/3% d. Machines, apparaten en installaties 5%-20%-331/3% e. Overige materiële vaste activa In afwijking hiervan is het volgende nog van belang: Kleine aanschaffingen (tot € 10.000 per item) worden rechtstreeks t.l.v. de exploitatie geboekt. *) Voor vervoermiddelen uit het wagenpark wordt per voertuig een contract afgesloten met de leverancier waarin, afhankelijk van het jaarlijks aantal te rijden kilometers, de levensduur en de restwaarde zijn vastgelegd. Deze elementen worden gebruikt om de jaarlijkse afschrijvingskosten te bepalen. Het percentage

Financiële vaste activa Bij de oprichting van Werkom is gekozen voor een construct van een BVO o.b.v. een gemeenschappelijke regeling (Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend) en een BV (Werkom diensten BV). Werkom is enig aandeelhouder van Werkom diensten BV. Werkom heeft het aandelenkapitaal op de balans opgenomen en gewaardeerd tegen de nominale waarde, € 50.000. De BV is opgericht om juridische redenen van aanbestedingsrechtelijke aard. De splitsing heeft derhalve geen bedrijfseconomisch karakter. De exploitatie van de aan de BV toebedeelde activiteiten in de BV staat echter in toenemende mate onder druk. Dit leidt tot groeiende tekorten in de BV. Vanuit de BVO worden deze tekorten gecompenseerd zodat er een nihilresultaat ontstaat. In 2021 heeft het bestuur van Werkom (als aandeelhouder van de BV) een ontbindingsbesluit genomen. Dit wordt in 2024 geëffectueerd. De BV wordt vereffend en geliquideerd. De activiteiten van de BV gaan over op Werkom. De overdracht van de activa en passiva kwalificeert als overgang van een algemeenheid van goederen. Na de overgang van de operationele activiteiten zal de BV worden geliquideerd waarbij een eventueel resterend saldo zal overgaan naar Werkom. Werkom en Werkom diensten BV vormen een organisatorische en fiscale eenheid. De consequenties voor de relaties zijn derhalve nihil.

Op grond hiervan ziet het bestuur geen reden de waardering van deze kapitaalverstrekking aan te passen.

Voorzieningen De voorzieningen zijn gebaseerd op de nominale waarde; zij staan gepresenteerd op de passivazijde van de balans. De voorziening op de kapitaalverstrekking aan deelnemingen is in mindering gebracht op de kapitaalverstrekking en staat op de activazijde van de balans.

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat Opbrengsten en kosten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Opbrengsten worden verantwoord zodra zij als gerealiseerd kunnen worden Uitgaven en waardeverminderingen worden als kosten verantwoord als zij onvermijdbaar en voorzienbaar zijn.

pagina 41

Toelichting balans

Toelichting balans in € VASTE ACTIVA Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Boekwaarde

Overige materiële vaste activa Totaal

1-jan-2023

-

Investeringen

Boekwaarde

Desinvesteringen Af-schrijvingen

-

-

31-dec-2023

-

-

In dit boekjaar heeft de BVO van Werkom geen activeringen gedaan. De in dit boekjaar gedane investeringen zijn in de financiële administratie van de BV opgenomen. Aanschaffingen van bedrijfsmiddelen tot een bedrag van € 10.000 per voorwerp zijn direct in de kosten verwerkt. De BVO heeft geen materiële vaste activa meer met een boekwaarde. In het hoofdstuk 'Grondslagen' is de afschrijvingsmethodiek toegelicht.

Financiële vaste activa Kapitaalverstrekking aan: Overige verbonden partijen: Coöperatieve Zakelijke Post Nederland u.a. Werkom diensten BV

31-dec-23

31-dec-22

50.000 50.000

50.000 50.000

Het financieel vast actief bestaat enerzijds uit een achtergestelde lening aan Coöperatieve Zakelijke Post Nederland U.A. (CZPN) waarvan de oorspronkelijke nominale waarde € 20.000 bedraagt. Exploitatietekorten zijn door CZPN op de ingebrachte achtergestelde leningen afgeboekt, waardoor nog een deel als schuld op de balans van CZPN is opgenomen. Deze inleg is tot nihil afgewaardeerd, mede gezien recente resultaten en de begroting. Anderzijds is de BVO van Werkom houdster van 100% van de aandelen uit het volgestorte aandelenkapitaal van Werkom diensten BV. Voor deze BV is een besluit tot ontbinding, liquidatie en opheffing genomen. In 2024 wordt de BV uitgeschreven. Zie onder het hoofdstuk 'Grondslagen' voor een toelichting op de waardering van deze kapitaalverstrekking. In dit boekjaar hebben zich geen mutaties voorgedaan m.b.t. de financiële vaste activa. VLOTTENDE ACTIVA 31-dec-23 Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

31-dec-22

Vorderingen op openbare lichamen Rekening-courantverhouding met niet-financiële instelling In ’s Rijks schatkist Totalen

1.448.532 2.736.552 794.996 4.980.080

3.035.448 2.694.331 913.170 6.642.949

Er is geen voorziening voor dubieuze debiteuren omdat de hiervoor relevante post uitsluitend bestaan uit vorderingen op openbare lichamen. Vorderingen op deze debiteuren kunnen redelijkerwijs niet dubieus of oninbaar worden. De rekening-courant verhouding betreft die met Werkom diensten BV.

pagina 42

Toelichting balans De Staat verplicht via het zgn. 'Schatkistbankieren' de lagere overheden alle tegoeden op bankrekeningen (voor zover hoger dan een drempelbedrag) over te boeken naar een rekening bij het ministerie van Financiën. De begroting van Werkom is voor de berekening van het drempelbedrag leidend. Gegeven de hoogte van de begroting was gedurende dit boekjaar € 1 mln. van toepassing. Werkom heeft echter een drempelbedrag van € 150.000 gehanteerd. kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen in bedragen x € 1.000 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 141 132 129 128 Op grond van voorschriften rond het verplichte Schatkistbankieren zijn middelen boven het drempelbedrag ondergebracht in de schatkist. Zie ook de financieringsparagraaf. Liquide middelen Bank Nederlandse Gemeenten (rekening courant) Totalen

98.171 98.171

149.799 149.799

De BVO van Werkom houdt geen kas aan. Op de rekening-courant bij de Bank Nederlandse Gemeenten bestaat een kredietfaciliteit van € 2,5 mln.

31-dec-23

31-dec-22

Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen. Voorschotten 1.018 Betaalde waarborgsommen i.v.m. huur 11.424 11.424 Te ontvangen Lage Inkomens Voordeel (LIV) 255.163 292.947 Nog af te rekenen bekostiging WSW 5.707 Nog te factureren omzet, doorbelastingen enz. 27.099 171.590 Te ontvangen transitievergoedingen compensatieregeling 73.357 95.083 Totalen 367.043 577.768

pagina 43

Toelichting balans VASTE PASSIVA Eigen vermogen

in € Algemene reserve Bestemmingsreserves Totalen

Boekwaarde 1-jan-23

Toevoeging

1.512.775 463.826 1.976.601

6.097 6.097

Onttrekking

-

Gerealiseerd resultaat

Boekwaarde 31-dec-23

359.774

1.872.549 469.923 2.342.472

359.774

Het bestuur heeft in 2020 het besluit genomen om tijdelijk de maximale hoogte van de algemene reserve, zoals genoemd in de Financiële verordening, te verruimen. Deze algemene reserve kan ingezet worden ter dekking van tekorten. In bovenstaande opstelling is het overschot over dit boekjaar als gerealiseerd resultaat toegevoegd aan de Algemene reserve. In 2024 zal het bestuur hier een bestemming aan geven. In 2018 heeft het bestuur besloten een bestemmingsreserve te vormen voor de vakantiegeldverplichting voor WSW-medewerkers. Een onttrekking is nodig bij de verlaging van de verplichting. Dit wordt veroorzaakt door het natuurlijk verloop van deze groep medewerkers enerzijds waardoor ook de verplichting daalt. Anderzijds muteert het saldo door de wijzigingen in de grondslag (vnl. het brutoloon).

Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's in € Boekwaarde Herrubricering Boekwaarde Voorziening 31-dec-22 Toevoeging Onttrekking en vrijval 31-dec-23 1. Personeelskosten 153.162 114.367 134.588 132.941 2. Spaarverlof 440.820 179.204 44.412 575.612 Totalen 593.982 293.571 179.000 708.553 1. Personeelskosten Deze voorziening heeft betrekking op kosten waarvan de oorzaak in 2023 of eerder ligt, doch waarvan afwikkeling in 2024 of later zal volgen. Het gaat om WW-uitkeringen of ontslagregelingen voor ambtelijke medewerkers. 2. Spaarverlof Een aantal medewerkers (WSW en ambtelijk) heeft een deel van hun verlofuren omgezet in spaarverlof. Deze voorziening is de financiële vertaling van de daaruit voorvloeiende verplichting, rekening houdend met de mutaties in dit boekjaar, het actuele uurloon en enkele directe opslagen.

pagina 44

Toelichting balans

VLOTTENDE PASSIVA Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 31-dec-23

31-dec-22

Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van aan jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Nog af te dragen loonheffing en sociale lasten 1.025.998 961.482 Omzetbelasting (aangifte laatste kwartaal) 326.583 461.575 Nog te verrekenen netto loon/salaris 11.110 7.299 Vooruitontvangen middelen 14.036 110.794 Overige nog te betalen of terug te betalen kosten 1.530.388 523.315 Verplichting uitstaande verlofuren (3 cao's) 1.108.725 1.113.544 Diverse schulden op korte termijn 90.298 9.054 Totalen 4.107.138 3.187.063 De verplichting aan uitstaande verlofuren is gerelateerd aan arbeidskosten, doch kent door uiteenlopende soorten mutaties geen vergelijkbaar volume.

Niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen per 31 december 2023 a. Huurcontracten 3.477.550 > Einsteinstraat 103, Purmerend > Kwadijkerkoogweg 1, Purmerend 23.174 > Slachthuisstraat 65, Zaandam 15.908 > Volume 103, Purmerend > Witte Paardweg 46, Wormerveer 3.139 > Twiskeweg 10, Oostzaan Het bedrag van de verplichting vertegenwoordigt het restant van de looptijd van het huurcontract. Bij de bepaling van het kostenbedrag is geen rekening gehouden met indexaties. Van de 2 panden zonder verplichting is de huur in de loop van dit boekjaar opgezegd. b. Investeringsverplichtingen In 2023 zijn geen bestellingen gedaan voor investeringen die in 2024 zijn geleverd en gefactureerd.

pagina 45

Rechtmatigheidsverantwoording

Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreft het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting, verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het bestuur op 6 juli 2023 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het bestuur bepaald en bedraagt 1% van de totale lasten inclusief mutaties in de reserves en is daarmee vastgesteld op € 335.288.

De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2023 van de Commissie BBV van november 2023.

Bevindingen Het bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties niet rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens. In de paragraaf bedrijfsvoering is, op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV, aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het bestuur ook beschreven welke maatregelen worden getroffen om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen. Voorwaardencriterium > Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse regelgeving, zowel intern als extern. Er is een onrechtmatigheid geconstateerd welke onder de verantwoordingstolerantie blijft. Het betreft inkopen van schoonmaakartikelen en benodigdheden tot een bedrag van € 128.000 die ten onrechte niet Europees zijn aanbesteed. Voor uitgebreidere toelichting op het proces aanbesteding en de bevindingen wordt verwezen naar de paragraaf bedrijfsvoering.

pagina 46

Rechtmatigheidsverantwoording Begrotingscriterium > De begrotingsrechtmatigheid heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting. De kadernota over dit onderwerp stelt dat, als een wijziging niet meer in het jaar zelf is vastgesteld, alle bedragen in de realisatie die afwijken van het begrotingsbedrag, onrechtmatig zijn. Werkom laat geen tussentijdse begrotingswijzigingen vaststellen, hierdoor heeft dit grote gevolgen. Afwijkingen die gedurende het jaar bekend worden, worden aan het bestuur voorgelegd via de bestuursrapportages. De afwijkingen die na het jaar worden geconstateerd, worden in de jaarstukken toegelicht en, door de vaststelling van de jaarrekening door het bestuur, alsnog geautoriseerd. De belangrijkste verschillen tussen het geautoriseerde budget en de realisatie staan hieronder en en in de paragraaf Bedrijfsvoering weergegeven. Daarbij is deze kanttekening van belang: in de begroting worden een aantal kostensoorten per entiteit (BV en BVO) gepresenteerd, terwijl die in de werkelijkheid daar niet voorkomen. In de werkelijkheid wordt gewerkt met onderlinge doorbelastingen (overen-weer). Hierdoor zou een vergelijking op geconsolideerd niveau meer zinvol zijn, dan een vergelijking op enkel de BVO. Het BBV staat echter niet toe om op geconsolideerde cijfers te rapporteren.

De volgende onrechtmatigheden zijn geconstateerd, welke boven de verantwoordingstolerantie uitstijgen. Het betreft overschrijdingen (lagere baten of hogere lasten) op het door het bestuur vastgesteld autorisatieniveau voor de BVO. Overige bijdragen 1.230.000 Loonkosten "Aan de Slag" 707.000 Personeelskosten ambtenaren 2.688.000 De volgende onrechtmatigheden zijn geconstateerd, welke boven de verantwoordingstolerantie uitstijgen, maar onderschrijdingen (hogere baten of lagere lasten) betreffen. Overige baten 573.000 Doorbelastingen 910.000 Overige bedrijfskosten 2.344.000 Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden: 8.452.000 Voor uitgebreidere toelichting op de bevindingen wordt verwezen naar de paragraaf bedrijfsvoering.

Misbruik en Oneigenlijk gebruik > Werkom heeft een beleid omtrent Misbruik en Oneigenlijk gebruik. In het boekjaar zijn geen constateringen geweest van misbruik of oneigenlijk gebruik.

pagina 47

Bijlage 1

Uitvoeringsinformatie, Taakvelden in € Deze bijlage bevat tabellen met nadere informatie over de uitvoering. Het BBV bevat bepalingen omtrent het publiceren van uitvoeringsinformatie. Deze zijn ook van toepassing op Werkom, in beginsel echter alleen voor de BVO van Werkom, niet voor de BV. Op deze bijlage zijn de taakvelden opgenomen met de bedragen van alleen de BVO. Voor de geconsolideerde cijfers wordt verwezen naar bijlage 2. Geconsolideerde cijfers geven een completer en dus beter inzicht. Taakvelden Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend Gewijzigde begroting 0.10 Mutaties reserves Realisatie 2023 Baten € 6.097- € Lasten Saldo € 6.097- € -

Realisatie 2023 € 661.305 € € 3.037.771- € € 2.376.466- €

Gewijzigde begroting 2.253.161 5.162.2052.909.044-

0.5 Treasury Baten Lasten Saldo

Realisatie 2023 € 104.237 € € 104.237

Gewijzigde begroting 1.4431.443-

6.4 Begeleide participatie Baten Lasten Saldo

Gewijzigde begroting Realisatie 2023 € 17.557.541 € 17.021.436 € 17.096.610- € 14.933.232€ 460.932 € 2.088.205

6.5 Arbeidsparticipatie Baten Lasten Saldo

Realisatie 2023 € 9.196.011 € € 7.018.843- € € 2.177.168 €

Totalen Baten Lasten Saldo

Gewijzigde begroting Realisatie 2023 € 27.512.997 € 27.618.597 € 27.153.224- € 27.207.721€ 359.774 € 410.875

0.4 Overhead Baten Lasten Saldo

€ € €

Gewijzigde begroting 8.344.000 7.110.8421.233.158

In bovenstaand overzicht zijn ook de bedragen van de begroting vermeld. In de begroting zijn echter geen (interne en onderlinge) doorbelastingen tussen BVO en BV opgenomen, in de realisatie wel. Bij de BVO is het saldo van de doorbelastingen gecorrigeerd op de lasten van taakveld 0.4 (Overhead). Het betreft -€ 61.875.

Controleverklaring van de onafhankelijk accountant

Bijlage 2

Uitvoeringsinformatie, Economische categorieën in € Deze bijlage bevat de tabel met de bedragen per economische categorie.

Economische categorieën Participatiebedijf Zaanstad Purmerend Gewijzigde Realisatie 2023 begroting Economische categorieën Baten 3. Goederen en diensten 6.601.492 4.413.642 Baten 4. Overdrachten 22.757.146 23.204.955 Baten 5. Rente (en dividend) 104.237 Lasten 1. Salarissen en sociale lasten 24.936.45620.403.761Lasten 2. Belastingen 7.902145.639Lasten 3. Goederen en diensten 3.170.9775.719.843Lasten 4. Overdrachten 726.694686.219Lasten 5. Rente (en dividend) 1.443Lasten 7. Verrekeningen 254.976250.817Saldo 365.870 410.875 Economische categorieën Werkom diensten BV Realisatie 2023 Economische categorieën Baten 3. Goederen en diensten 4.468.033 Baten 4. Overdrachten 65.769 Baten 5. Rente (en dividend) 3.272 Lasten 1. Salarissen en sociale lasten 824.426Lasten 2. Belastingen 246.617Lasten 3. Goederen en diensten 3.076.591Lasten 4. Overdrachten Lasten 5. Rente (en dividend) Lasten 7. Verrekeningen 390.065Saldo 625-

Gewijzigde begroting 7.545.201 210.724 3.852.29484.9924.333.529657250.140765.687-

Economische categorieën Totaal Realisatie 2023 Economische categorieën Baten 3. Goederen en diensten 11.069.524 Baten 4. Overdrachten 22.822.915 Baten 5. Rente (en dividend) 107.509 Lasten 1. Salarissen en sociale lasten 25.760.881Lasten 2. Belastingen 254.519Lasten 3. Goederen en diensten 6.247.568Lasten 4. Overdrachten 726.694Lasten 5. Rente (en dividend) Lasten 7. Verrekeningen 645.041Saldo 365.245

Gewijzigde begroting 11.958.844 23.415.679 24.256.055230.63110.053.372686.2192.100500.957354.812-

Bijlage 2

Uitvoeringsinformatie, Taakvelden in € Deze bijlage bevat tabellen met nadere informatie over de uitvoering. In 2016 zijn er een aantal wijzigingen in het BBV gepubliceerd. Deze zijn ook van toepassing op Werkom, in beginsel echter alleen voor de BVO van Werkom, niet voor de BV. Op deze bijlage zijn de taakvelden opgenomen. Omdat de BVO en de BV organisatorisch en fiscaal één geheel vormen, zijn de baten en lasten hier geconsolideerd opgenomen. Op die manier ontstaat een completer beeld. Taakvelden Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend (BVO plus BV) Gewijzigde begroting 0.10 Mutaties reserves Realisatie 2023 Baten € 5.472- € Lasten € 354.812 Saldo € 5.472- € 354.812

Realisatie 2023 € 733.954 € € 7.935.763- € € 7.201.809- €

Gewijzigde begroting 2.292.435 7.110.2814.817.846-

0.5 Treasury Baten Lasten Saldo

Realisatie 2023 € 107.509 € € 107.509

Gewijzigde begroting 2.1002.100-

6.4 Begeleide participatie Baten Lasten Saldo

Gewijzigde begroting Realisatie 2023 € 23.962.474 € 24.738.087 € 18.680.097- € 21.506.111€ 5.282.377 € 3.231.976

6.5 Arbeidsparticipatie Baten Lasten Saldo

Realisatie 2023 € 9.196.011 € € 7.018.843- € € 2.177.168 €

Totalen Baten Lasten Saldo

Gewijzigde begroting Realisatie 2023 € 33.994.476 € 35.374.523 € 33.634.703- € 35.374.523€ 359.774 € -

0.4 Overhead Baten Lasten Saldo

€ € €

Gewijzigde begroting 8.344.000 7.110.8421.233.158

Bijlage 2 Toerekening naar kosten uitvoering taakvelden 6.4 en 6.5, realisatie 2023 Geconsolideerde cijfers (BVO plus BV) 6.5 Arbeids0.4 Overhead participatie Totaal Saldo taakvelden € 5.282.377 € 2.177.168 € 7.459.545 Toerekening Overhead/Treasury € 4.917.084- € 2.177.216- € 7.094.300Totaal € 365.293 € 48- € 365.245 N.B.: deze opstelling is incl. gemeentelijke bijdragen (via Overhead). Bij taakveld 6.4 (Begeleide participatie, uitvoering van de WSW incl. Nieuw Beschut) ontstaat na toerekening van Overhead en Treasury een saldo van € 365.293 en bij taakveld 6.5 (Arbeidsparticipatie, de PW) een saldo van -€ 48. Taakveld 6.5 wordt samen met de kosten voor Nieuw Beschut afgerekend met de 2 deelnemende gemeenten.

Bijlage 3

Bijlage 3, Geconsolideerde cijfers in € Realisatie 2023

Gewijzigde begroting 2023

Primaire begroting 2023

Realisatie 2022

Baten Bekostiging uitvoering PW Bekostiging uitvoering SW Overige bijdragen Overige baten Subtotaal Netto toegevoegde waarde Totaal baten

8.521.535 13.395.326 267.391 638.663 22.822.915 9.454.687 32.277.602

8.344.000 13.404.396 1.497.283 170.000 23.415.679 8.002.171 31.417.850

8.344.000 13.808.887 1.497.283 23.650.170 10.006.772 33.656.942

8.496.724 13.434.599 93.555 122.980 22.147.858 8.825.946 30.973.804

Lasten Loonkosten en -suppletie WSW Loonkosten "Aan de Slag" Loonkosten Basisdienstverbanden Personeelskosten ambtenaren Overige bedrijfskosten Totaal lasten

13.078.846 1.150.246 560.977 11.900.606 5.221.681 31.912.357

13.371.824 1.475.229 518.524 11.455.669 4.951.415 31.772.662

13.689.941 1.814.873 1.603.857 11.933.438 4.988.861 34.030.970

13.286.388 1.025.124 1.171.370 10.987.111 4.932.075 31.402.068

Het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

365.245

354.812-

374.028-

428.264-

Onttrekking aan reserves Toevoegingen aan reserves

625 6.097

354.812 -

374.028 -

428.264

-

-

-

Gerealiseerd resultaat

359.774

Bijlage 3 (toelichtingen)

Toelichtingen op de geconsolideerde cijfers Algemeen Geconsolideerde bedragen Het BBV laat niet toe dat formeel geconsolideerd wordt gerapporteerd (artikel 5), terwijl daar wel behoefte aan is. De BVO en BV vormen organisatorisch één geheel en zijn ook een fiscale eenheid. Op de vorige pagina van deze bijlage treft u daarom een informele rapportage aan over de geconsolideerde bedragen. Hieronder genoemde verschillen geven de afwijking t.o.v. de gewijzigde begroting aan. Een vergelijking met de primaire begroting wordt niet zinvol geacht omdat bij het opmaken daarvan er teveel en te grote onzekerheden bestonden. Hieronder worden de belangrijkste posten toegelicht voor zover afwijkend van de toelichting op de bedragen van de BVO. Zie ook de toelichting van de baten en lasten van de BVO bij het onderwerp. Onderlinge doorbelastingen Tussen de BVO en de BV hebben onderlinge doorbelastingen plaatsgevonden. Het betreft directe orderkosten, huisvestingskosten, loonkosten, kosten van staf en overhead en overige bedrijfskosten. Deze doorbelastingen zijn noodzakelijk omdat deze kostensoorten in beginsel in slechts één van de 2 entiteiten worden verantwoord, doch betrekking hebben op activiteiten die in beide entiteiten voorkomen. De verdeelsleutel tussen beide entiteiten is gebaseerd op de verhoudingen in de opbrengsten.

In dit overzicht met de geconsolideerde bedragen vallen deze onderlinge doorbelastingen via eliminatie uiteraard tegen elkaar weg.

Netto toegevoegde waarde

Verschil Gewijzigde begroting en realisatie 2023 1.452.516-

Een belangrijke financiële indicator wordt gevormd door het saldo van omzet en de directe orderkosten: de Netto Toegevoegde Waarde (NTW). Dit vertegenwoordigt het benutte arbeidsvermogen van de personen uit de doelgroepen in de bedrijfsonderdelen. De NTW is belangrijk hoger dan de begroting en de realisatie over het vorige boekjaar. Gerealiseerd Begroot Directe kosten van de omzet Bedrijfsonderdeel Omzet NTW NTW Industrie&Diensten 2.958.943 784.8422.174.101 1.306.198 Business Print&Post 2.604.708 421.3782.183.330 1.805.000 Groen&Schoon 4.948.036 314.5924.633.444 4.595.973 Overige 553.366 89.554463.812 295.000 11.065.053 1.610.3669.454.687 8.002.171 Het bedrijfsonderdeel Industrie&Diensten heeft t.o.v. de gewijzigde begroting en de realisatie over het vorige boekjaar qua NTW uitstekend gepresteerd. Dit resultaat is behaald door een betere omzet en door een betere uitnutting van de aanwezige voorraden aan grond- en huilpstoffen. Het laatstgenoemde onderdeel van het gunstiger financieel effect is echter eenmalig. In dit bedrijfsonderdeel wordt routinematig werk uitgevoerd. Het bedrijfsonderdeel biedt werkplekken voor personen die het meest behoefte hebben aan structuur en begeleiding. De NTW bij het bedrijfsonderdeel Business Post en Printing was (opnieuw) hoger dan begroot en hoger dan de realisatie over het vorige boekjaar.

Bijlage 3 (toelichtingen) Het bedrijfsonderdeel Groen&Schoon kampt met een krimpende bezetting i.c.m. een krimpende orderportefeuille. Niettemin is de NTW t.o.v. het vorige boekjaar verbeterd en is het begrote bedrag gehaald. Dit is te danken aan efficiënter werken en aan beter geprijsd werk. De NTW bij de overige bedrijfsonderdelen is lager dan die over het vorige boekjaar omdat de detacheringen bij Postnl is weggevallen. Het bedrag bleef wel boven de begroting.

Overige bedrijfskosten

Verschil Gewijzigde begroting en realisatie 2023 270.266-

Deze kostengroep bevat de volgende onderwerpen: > SW-verrekeningen > PW trajectkosten > Rente en afschrijvingen > Kosten bedrijfsmiddelen > Huisvestingskosten > Kosten vervoersmiddelen > Advieskosten > Belastingen en verzekeringen > Algemene kosten > Diverse baten en lasten > Mutaties voorzieningen > Bijdragen De genoemde kostengroepen bestaan weer uit diverse kostensoorten. Er zijn over dit boekjaar t.o.v. het vorig boekjaar minder vervoerskosten, trajectkosten, autokosten, diverse lasten en mutaties over voorzieningen gemaakt. Daar staat tegenover meer kosten voor bedrijfsmiddelen, huisvesting, kantoor- en advieskosten en algemene kosten. De overige verschillen zijn gering. Per saldo is het kostentotaal aan bedrijfskosten t.o.v. 2022 € 290.000 gestegen. Ten opzichte van de begroting hebben de afschrijvingen, autokosten, advieskosten, algemene kosten en diverse lasten geleid tot een gunstig effect op het kostenbeeld. Er zijn evenwel meer dan begroot trajectkosten, kosten bedrijfsmiddelen, huisvestingskosten, kantoorkosten en kosten voor mutaties over voorzieningen Per saldo was het kostentotaal aan overige bedrijfskosten ca. € 270.000 hoger dan begroot.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14208255/1