CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

e.-jaarstukken-2023-werkom-bvo

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente PurmerendBij agendapunt: Gewijzigde begroting 2024, begroting 2025 en meerjarenraming 2026- 2028 Participatiebedrijf Zaanstad-Purmerend (Werkom)16.924 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jaarstukken

2023

Jaarstukken 2023 periode: 1 januari 2023 t/m 31 december 2023 bedrijfsvoeringsorganisatie Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend 22 april 2024

Inhoud Jaarverslag 2023 Programmaverantwoording 1 Inleiding 2 Kaders en ontwikkelingen 3 Organisatie 4 Beleid en uitvoering 5 Financiën 6 Paragrafen

2 3 7 8 13 14

Jaarrekening 2023

26

Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Toelichting op het Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening WNT-verantwoording 2023 Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend Balans per 31 december 2023 Algemene grondslagen en grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Toelichting balans Rechtmatigheidsverantwoording Bijlage 1 Uitvoeringsinformatie, Taakvelden Controleverklaring van de onafhankelijk accountant Bijlage 2 Uitvoeringsinformatie, Economische categorieën Bijlage 3, Geconsolideerde cijfers Toelichtingen op de geconsolideerde cijfers

27 28 34 37 39 42 46

Programmaverantwoording

Jaarverslag 2023 Programmaverantwoording

1

Inleiding

Dit zijn de jaarstukken (jaarverslag en jaarrekening) over het jaar 2023 van het ‘Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend’, handelend onder de naam ‘Werkom’. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet (PW) en de Wet sociale werkvoorziening (WSW). Doel van de PW is om mensen met arbeidsvermogen die vallen onder doelgroep naar werk toe te leiden, bij voorkeur naar regulier werk. M.b.t. de WSW is geen nieuwe instroom meer mogelijk. Ter uitvoering van de taken in het kader van de PW en de WSW hebben de gemeenten Purmerend en Zaanstad Werkom opgericht. Dit is gedaan op basis van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Er is gekozen voor een Bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO). De colleges van beide gemeenten hebben de bevoegdheden uit de WSW overgedragen aan Werkom met dien verstande dat bevoegdheid om beleidsregels te stellen, blijft toekomen aan de colleges. Ten aanzien van de taken in het kader van de uitvoering van de PW is aan de secretaris-directeur van Werkom mandaat verleend. Gemeenten hebben beleidsruimte om de vorm en inhoud van de arbeidsondersteuning binnen de wettelijke kaders zelf te bepalen. De gemeenteraad formuleert bij verordening beleid voor de arbeidsondersteuning aan de doelgroep, waaronder ook nietuitkeringsgerechtigden of prioritaire doelgroepen.

De hier relevante doelgroep bestaat uit mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt. Mensen die op 31 december 2014 een geldige SW-indicatie hadden en in een SW-dienstbetrekking werkzaam zijn, behouden hun rechten en plichten. Het gaat bij de nieuwe doelgroep ook om schoolverlaters uit het voortgezet speciaal onderwijs (VSO), het praktijkonderwijs (PrO) en het mbo-entreeonderwijs. Het is van belang dat zij in beeld zijn, passende begeleiding krijgen en aan de slag komen bij werkgevers, zo nodig met ondersteuning. Ook statushouders vormen een belangrijke doelgroep. In deze jaarstukken wordt verantwoording afgelegd over één programma; "Werk" bestaande uit 2 primaire taakvelden: 'arbeidsparticipatie' en 'begeleide participatie' met daarnaast de taakvelden 'mutaties over reserves', 'treasury' en 'overhead'. De BVO van Werkom heeft in 2018 een besloten vennootschap opgericht, Werkom diensten BV, waarvan het 100% van de aandelen houdt. Beide entiteiten leveren, via bedrijfsonderdelen, ook producten of diensten aan afnemers. De BV is opgericht om juridische redenen van aanbestedingsrechtelijke aard. De splitsing heeft derhalve geen bedrijfseconomisch karakter. In dit boekjaar is er verder gewerkt aan het eerder genomen besluit tot opheffing van de BV. De activiteiten van de BV zijn per 1 januari 2024 overgedragen aan de BVO. In 2024 wordt de BV uitgeschreven.

Bij het samenstellen van deze jaarstukken is de indeling van de gewijzigde begroting voor het jaar 2023 zoveel mogelijk gevolgd. Daar waar dit het inzicht beter diende of waar een betere aansluiting op de regelgeving (het BBV) kon worden bereikt, is daar van afgeweken.

pagina 2

Programmaverantwoording

2

Kaders en ontwikkelingen

2.1 Ontwikkelingen Landelijk beleid In 2023 is in de 2e Kamer diverse keren gesproken over de herziening van de Participatiewet ("Participatiewet in balans"). Enkele elementen daaruit zijn de 4 weken zoektermijn, het bufferbudget, de jongerennorm en de kostendelersnorm. Ook de VNG en Divosa pleiten voor een fundamentele herziening van de Participatiewet. In de zomer van 2023 kondigde het kabinet voor meerdere groepen extra geld aan om hen betaald aan de slag te helpen. Het gaat om budgetten voor langdurig werkzoekenden, statushouders, ex-gevangenen en jongeren met ernstige scholingsbelemmeringen. Ook vanuit het Europees Sociaal Fonds (ESF) zijn er middelen voor de regio beschikbaar voor mensen die moeilijk werk vinden of het lastig vinden om hun baan te behouden. Via Werkom doet de regio hier aan mee. Daarnaast zijn er in 2023 twee rapporten verschenen: een met toekomstscenario’s voor de sociaal ontwikkelbedrijven en een over de financiering van beschut werk. Uit beide rapporten blijkt het belang van (financieel) perspectief voor de langere termijn voor sociale ontwikkelbedrijven. Zij vormen een essentieel instrument voor ondersteuning van alle werkzoekenden, het bieden van lonend werk voor personen met een indicatie en de realisatie van maatschappelijke baten door werk. Vanaf 2024 komen er extra middelen voor beschut werk (begeleidingsbudget) bij.

In 2023 stond het begrip "Bestaanszekerheid" bij veel politieke partijen centraal; het minimunloon steeg via de versnelde verhoging van het WML per 1 januari 2023 (met 10,15%). Het kabinet werkt ook aan de afschaffing van het Lage-inkomensvoordeel (LIV). Beide ontwikkelingen leiden tot hogere loonkosten. Het Rijk heeft evenwel besloten om de gemeenten te compenseren voor de verhoging van het WML. Ook zijn er verschillende maatregelen om armoede tegen te gaan, zoals verhoging van het kindgebonden budget, de bijzondere bijstand en het noodfonds energie. Financiën De arbeidsvoorwaarden voor de werknemers bij de sociaal ontwikkelbedrijven (cao WSW en cao "Aan de Slag") vormden dit jaar een urgent thema. Als het echter gaat om de bekostiging wezen het Rijk en de VNG naar elkaar. Er was lange tijd een impasse rond het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden. Het jaar 2023 werd onder meer gekenmerkt door aanhoudende hoge inflatie. Vorig jaar veroorzaakte dit al een groei van de 'werkende armen'. Dit leidde weer tot een forse verhoging van het Wettelijk Minimuloon (WML). Na onderhandelingen om deze verhoging via de LPO-bijdrage te compenseren, heeft het ministerie een tegemoetkoming toegekend. Dit is echter onvoldoende om te voorzien in andere financiële uitdagingen, zoals voor beschut werk; de kosten per beschutte werkplek liggen hoger dan wat gemeenten daarvoor van het Rijk ontvangen.

Op sommige onderwerpen heeft het vorige kabinet nog extra middelen toegezegd.

pagina 3

Programmaverantwoording Arbeidsmarkt De arbeidsmarkt is nog steeds krap. In dit jaar heeft de overheid gewerkt aan balans en solidariteit op de arbeidsmarkt. Het moet voor werkgevers aantrekkelijker worden om vaste contracten aan te gaan. Met strengere regels rondom tijdelijke, nul-uren- en oproepcontracten moet er meer evenwicht en zekerheid gaan komen. Dit is ook een belangrijke ontwikkeling voor de medewerkers van sociaal ontwikkelbedrijven omdat mensen met een arbeidsbeperking vooral in flexibele en tijdelijke banen terechtkomen. Ondanks de huidige situatie op de arbeidsmarkt, zijn werkgevers terughoudend bij het aannemen van mensen met een arbeidsbeperking. Werkgevers voelen zich niet verantwoordelijk, hebben geen geschikte functies of te weinig capaciteit voor begeleiding en ondersteuning. Ook de onbekendheid met de diverse regelingen speelt De minister heeft een initiatief genomen om statushouders sneller betaald aan de slag te helpen. Bij de huidige krappe arbeidsmarkt loont het om extra in deze groep te investeren. Werken en het leren van de Nederlandse taal gaan dan hand in hand. Sociaal ontwikkelbedrijven kunnen hierin een prima rol spelen. Het aantal personen in het doelgroepregister neemt licht toe. De banenafspraak heeft de ambities nog niet vervuld; vooral de overheidssector blijft achter.

Het aandeel personen uit de doelgroep beschut dat betaald aan de slag is, blijft gering. Sectorinformatie 2022 In 2023 is de sectorinformatie 2022 van Cedris uitgebracht. Volgens het rapport zijn er nog grote barrières voor mensen met een arbeidsbeperking om aan de slag te gaan. Uit de gegevens van de sectorinformatie blijkt ook dat er grote verschillen bestaan tussen gemeenten bij de ondersteuning voor mensen met een arbeidsbeperking, bijvoorbeeld via de inzet van loonkostensubsidie. De financiële tekorten in de sector zijn in 2022 groot en toenemend omdat er steeds minder mensen zijn die werken vanuit de Wsw. De financiering hiervan was meer kostendekkend dan de financiering onder de Participatiewet. Voor Werkom was het jaar 2023 financieel gezien juist gunstig. Enkele belangrijke oorzaken daarvan waren echter eenmalig van karakter.

2.2 Strategische herijking Om de primaire opdracht van Werkom te kunnen blijven vervullen, is het noodzakelijk om antwoord te vinden op een aantal uitdagingen. Het werkleerbedrijf zal door de dalende WSW-bezetting langzaam krimpen. Toch wil Werkom verschillende arbeidsmarktrelevante werksoorten aan kunnen blijven bieden. En er moet ruimte zijn voor personen die (nog) geen plek op de arbeidsmarkt kunnen vinden, maar die wel arbeidsvermogen hebben. Dat kan door zelf passende arbeid te organiseren, daar waar In het jaar 2022 heeft door de gemeenten ingeschakelde adviseur (Bureau Berenschot) een adviesrapport uitgebracht over een meer solide financiering van Werkom als gevolg van het herijkingsproces. Beide gemeenten hebben naar aanleiding hiervan koersdocumenten vastgesteld. Het jaar 2023 is benut om deze adviezen nader te bestuderen en waar mogelijk ook al uit te werken in de begrotingen en meerjarenramingen. Dit leidde onder meer tot een begrote extra gemeentelijke bijdrage. In dit boekjaar is gebleken dat deze bijdrage nog niet (geheel) nodig was. Voor toekomstige jaren zal een dergelijke bijdrage in de ramingen wel nodig blijken te zijn.

pagina 4

Programmaverantwoording

2.3 Kaders In het document voor de primaire begroting 2024, de gewijzigde begroting 2023 en de meerjarenramingen voor 2025-2027 zijn de kaders beschreven. Voor de realisatie op de genoemde onderwerpen wordt verwezen naar het jaarverslag en de jaarrekening (in dit document).

2.4 Organisatieontwikkeling De daling van de SW populatie, de stijging van de doelgroep nieuw beschut, toename van langdurige begeleiding alsmede de geleidelijke transitie van SW-bedrijf naar Participatiebedrijf, heeft tot gevolg dat het werkleerbedrijf krimpt. In 2023 is een strategisch plan gemaakt waarin ook de krimp van het werkleerbedrijf in relatie tot zowel de decentrale als de centrale overhead is uitgewerkt. In de komende jaren zal dit plan stapsgewijs verder worden uitgewerkt en leiden tot concrete keuzes.

2.5 Huisvesting In de loop van dit boekjaar zijn keuzes gemaakt die hebben geleid tot een intensiever gebruik van de centrale locatie aan de Einsteinstraat in Purmerend en de Slachthuisstraat in Zaandam. Als gevolg werd de huur van enkele andere locaties beëindigd. Op termijn zal dit leiden tot lagere huisvestingskosten.

2.6 Wet open overheid Met de Wet open overheid (Woo) wordt het recht geregeld op openbaarheid van publieke informatie ten behoeve van een democratische samenleving. De Woo is ingegaan op 1 mei 2022 en vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo heeft als doel de overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, ontsloten en gearchiveerd te maken. De informatie wordt beter beschikbaar, zodat deze effectiever kan worden gebruikt voor sturing en besluitvorming. De wet legt actieve informatieverstrekking op. In 2023 heeft Werkom interne regels opgesteld waarmee informatie en documenten die vallen onder de reikwijdte van de Woo op de juiste manier vervaardigd, opgeslagen en toegankelijk worden gemaakt. Bestaande documenten of informatie die vergankelijk is, wordt actueel gehouden. In het kader van de Woo zijn er bij Werkom in 2023 geen verzoeken om inzage in overheidsinformatie ingediend.

pagina 5

Programmaverantwoording

2.7 Fiscale positie De BVO en de BV van Werkom vormen een 'fiscale eenheid'. Voor de 2 gemeenten en Werkom is de BTW-koepelvrijstelling van toepassing. De overdracht van budget voor haar prestaties in het kader van de Participatiewet is vrijgesteld van BTW en de aan Werkom in dit licht in rekening gebrachte BTW is kostenverhogend. Voor overheadkosten geldt een zgn. 'mengpercentage' voor de kostenverhogende BTW. De zgn. 'transparantiemethodiek' kan worden toegepast. Dit betekent dat genoemde kostenverhogende BTW aan de 2 gemeenten kan worden 'doorgeschoven' en dat deze zo voor de gemeenten compensabel is t.l.v. het BTW-compensatiefonds. Voor de vennootschapsbelasting wordt gebruik gemaakt van de vrijstelling cf. art. 5, lid 1, letter c, sub 2. Het gaat hier om een subjectvrijstelling voor lichamen die nagenoeg uitsluitend passende werkzaamheden bieden aan mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking. Dit was aanvankelijk gericht op medewerkers met een WSWindicatie, maar gesteld is dat de personen uit de nieuwe doelgroepen hieraan gelijk zijn.

pagina 6

Programmaverantwoording

3

Organisatie

3.1 Bestuur en directie De BVO is 'beleidsarm' en heeft een ongeleed bestuur. Dit jaar vormden mevrouw S. Onclin namens de gemeente Zaanstad en de heer H.M.M. Rotgans namens de gemeente Purmerend het bestuur van Werkom. Dhr. S.W. van Drooge is als secretaris-directeur aangesteld.

3.2 Participatiebedrijf De uitvoeringsorganisatie bestaat uit een bedrijfsonderdeel 'Mens en werk' en een bedrijfsonderdeel waarin de werkleerbedrijven zijn ondergebracht (Industrie en diensten, Groen en schoon en Post en print). Daarnaast beschikt de organisatie over een aantal stafafdelingen die de directeur, het bestuur en de bedrijfsonderdelen ondersteunen.

3.3 Doelgroepen De doelgroep van Werkom laat zich als volgt samenvatten: > Werkzoekenden die regulier kunnen werken (met bijstandsuitkering, maar ook niet uitkeringsgerechtigden); > Een groep personen die o.g.v. een arbeidsbeperking niet het WML kan verdienen en door het UWV of praktijkroute om die reden in het doelgroepregister is opgenomen. Dit is de groep waarvoor de banenafspraak is gemaakt, werkzoekenden die voorheen in de Wsw en in de ‘oude’ Wajong instroomden. > De groep die o.g.v. een arbeidsbeperking door het UWV als ‘nieuw beschut’ is geïndiceerd. Deze groep heeft permanente of zeer intensieve begeleiding nodig (en werkplekaanpassingen). Voor hen worden gesubsidieerde arbeidsplaatsen gecreëerd. Daarnaast zijn er regelingen die sinds 1 januari 2015 zijn afgesloten en sindsdien geen nieuwe instroom meer kennen: > Mensen die op 31 december 2014 een geldige SW-indicatie hadden en in een SW-dienstbetrekking werkzaam waren: zij behouden hun rechten en plichten conform de WSW; > Begeleid Werken (eveneens conform de WSW); > Jonggehandicapten met arbeidsmogelijkheden.

pagina 7

Programmaverantwoording

4

Beleid en uitvoering

4.1 Inleiding Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dienen de verantwoordingsstukken inzicht te geven in de kosten en opbrengsten. In de stukken geeft men daartoe aan wat de organisatie heeft bereikt, welke activiteiten daarvoor nodig waren en welke financiële stromen dit opleverde. Werkom heeft in dit boekjaar deeltaken uitgevoerd in één programma (‘Werk’), met 2 taakvelden, arbeidsparticipatie en begeleide participatie.

4.2 Doelen Werkom wil via haar activiteiten het volgende bereiken: > Mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk helpen, bij voorkeur bij een gewone werkgever. Dit kunnen kandidaten met of zonder doelgroepindicatie zijn. > Het arbeidsvermogen behouden en de ontwikkeling van de mensen bevorderen die nog niet bij een reguliere werkgever kunnen worden geplaatst. > In samenwerking met het onderwijs en het bedrijfsleven zorgen voor omscholingsmogelijkheden om de vaardigheden te leren die nu en straks op de arbeidsmarkt worden gevraagd. > Werkgevers adviseren en ondersteunen bij inclusief ondernemen.

4.3 Uitvoering

Er worden personen uit de verschillende doelgroepen in traject genomen en/of ingezet. Het betreft personen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt. De inzet via Werkom is echter steeds van relatief korte duur via een zgn. 'werkfit'-traject (werken met behoud van uitkering) dan wel via een dienstverband met een beperkte duur. De uitvoering van de WSW betreft het scheppen van aangepaste werkgelegenheid voor mensen die als gevolg van lichamelijke, psychische of verstandelijke handicaps, er niet in slagen werk te vinden op de reguliere arbeidsmarkt. Tenslotte wordt de infrastructuur van Werkom ook ingezet voor de uitvoering van het zgn. 'nieuw beschut werken'. Hiervoor bestaat een verplichting met taakstelling voor beide gemeenten, echter tot maximaal het aantal afgegeven indicaties. Het betreft personen die qua arbeidsvermogen en beperking vergelijkbaar zijn met SWgeïndiceerden die werkzaam zijn in 'beschut binnen'. De regelgeving maakt onderscheid naar 2 taakvelden: > taakveld 6.4 Begeleide participatie (uitvoering WSW in delegatie); > taakveld 6.5 Arbeidsparticipatie (uitvoering deeltaken PW).

pagina 8

Programmaverantwoording Tot taakveld 6.4 (Begeleide participatie) behoren voorzieningen ter bevordering van maatschappelijke participatie. Dit soort voorzieningen zijn primair niet gericht op externe doorstroming. Dit taakveld omvat: > Beschut werken; > Bestaande werkverbanden sociale werkvoorziening, bestaande WSW- en begeleid werken dienstbetrekkingen. Tot taakveld 6.5 (Arbeidsparticipatie) behoren alle op arbeid gerichte participatie- en reintegratievoorzieningen. Dit omvat voor de gemeenten o.m. de volgende instrumenten: > Proefplaatsing, participatieplaatsen, vrijwilligerswerk c.q. sociale activering, detacheringsbanen, scholing en duale > Erkenning van Verworven Competenties (EVC) en bepaalde vormen van tijdelijke loonkostensubsidies; > Stimuleringsmaatregelen, waaronder stimuleringspremies, onkostenvergoedingen en de No-riskpolis; > Voorzieningen, waaronder jobcoaching en begeleiding werkvoorzieningen zoals werkplekaanpassingen en vervoersvoorzieningen; > Loonwaardebepaling en inburgering. Werkom werkt samen met beide gemeenten of instanties in de keten en met alle relevante onderwijsinstellingen. Werkom draagt hierdoor bij aan een optimale effectiviteit van de keten.

Werkom heeft tevens een aanpak ontwikkeld voor statushouders voor inburgering en toeleiding naar werk en een samenhangende integrale benadering voor kwetsbare jongeren (16 tot 27 jaar) zonder baan of startkwalificatie om hen zo snel en duurzaam mogelijk te begeleiden naar betaald (parttime) werk of school of een combinatie van beide onder meer in combinatie met reguliere BBL opleiding, branchecertificering en/of deelcertificaten.

pagina 9

Indicatoren

4.4 Indicatoren Taakveld 6.4, Begeleide participatie, uitvoering WSW en Nieuw Beschut De uitvoering van de WSW vormt een jaarlijks afnemend maar nog wel belangrijk deel van de activiteiten van Werkom. Zaanstad en Purmerend/Beemster hebben de uitvoering van de WSW aan Werkom gedelegeerd. Enkele regiogemeenten hebben de dienstverbanden van hun SWgeïndiceerde inwoners overgedragen aan Werkom. Er zijn aparte afspraken gemaakt over de bekostiging daarvan. Een enkele andere regiogemeente koopt SW-werkplekken in bij Werkom. Hun dienstverbanden worden echter gerealiseerd door betreffende gemeente, niet door Werkom. Voor de verdeelsystematiek van de WSW-budgetten van de overheid naar de gemeenten is niet de woongemeente leidend, doch de gemeente waar het dienstverband wordt gerealiseerd. Sinds 2018 worden door Werkom een aantal dienstverbanden gerealiseerd van SW-medewerkers die niet in een deelnemende gemeente wonen. Zij zijn t.b.v. de budgetverdeling administratief ingedeeld bij één van de twee deelnemende gemeenten. WSW Aantallen FTE SW-medewerkers bij Werkom: Begroot Realisatie Toegerekend aan 31-dec-23 31-dec-23 Zaanstad 206,3 196,8 Purmerend 143,7 137,6 Niet-deelnemende gemeenten 11,9 12,5 Totaal 361,9 346,9 Ruim 50 procent van de SW-populatie is 55 jaar of ouder. Hieronder bevinden zich ook de zgn.

'sleutelmedewerkers', die functies zoals meewerkende voorman of boekhoudkundig medewerker vervullen. In de komende 10 jaar zal een groot deel van deze groep uitstromen. Aantallen FTE SW-medewerkers Begeleid Werken: Begroot Gemeente 31-dec-23 Zaanstad 30,0 Purmerend 21,6 Niet-deelnemende gemeenten Totaal 51,6

Realisatie 31-dec-23 26,7 22,0 4,6 53,3

Het betreft hier personen met een SW-indicatie die een dienstverband hebben met een regulier werkgever. Zij worden ondersteund via jobcoaching en loonkostensubsidie.

pagina 10

Indicatoren Beschut nieuw Net als in voorgaande jaren, is niet te verwachten dat de landelijke taakstelling voor beschutte plaatsen waargemaakt zal worden. Daarmee blijven nog té veel mensen die aangewezen zijn op een beschutte plek zonder betaald werk. Per gemeente is door de overheid een taakstelling afgegeven voor het te realiseren aantal werkplekken 'Beschut Nieuw'. Deze taakstelling ligt evenwel (veel) hoger dan het aantal personen dat daadwerkelijk is toegelaten tot deze doelgroep. Werkom wil samenwerken met de gemeenten om het aantal plaatsingen te verhogen. De uitvoering van Beschut Nieuw legt een groeiend beslag op de beschikbare middelen uit het PW-budget. Voor Werkom heeft dit dus wel het gevolg dat er minder middelen overblijven voor de bemiddeling van andere personen uit de doelgroepen. Aantallen FTE medewerkers Nieuw Beschut: Taakstelling 2023 Zaanstad 107,0 66,0 Purmerend Niet-deelnemende gemeenten 173,0 Totaal

Begroot 2023

69,0

FTE Realisatie Realisatie Taakstelling 31-dec-23 31-dec-23 32,5 38,8 31,4 37,4 6,6 7,8 70,4 84,1

De taakstelling betreft het aantal werkplekken tegen een gemiddeld dienstverband van 31 uur per week. In de realisatie gaat het om de omvang van het dienstverband t.o.v. 37 uur (de norm in de cao Aan de Slag). In de laatste kolom is het aantal geplaatst dat vergelijkbaar is met de taakstelling. N.B.: in de begroting is bij deze indicator geen onderscheid gemaakt naar gemeente. De brancheorganisatie Cedris vraagt aandacht voor het kunnen beschikken over voldoende begeleidingsmiddelen. Juist voor deze groep is – soms intensieve en langdurige – begeleiding een noodzakelijke voorwaarde om betaald aan de slag te komen en te blijven. Taakveld 6.5, Arbeidsparticipatie, uitvoering PW Tot dit taakveld behoren op arbeid en uitstroom gerichte participatie en reintegratievoorzieningen zoals proefplaatsingen, participatieplaatsen, detacheringsbanen, scholing etc. Een ander onderdeel van het taakveld is, om in het Werkgeversservicepunt Zaanstreek Waterland (WSP) als netwerkorganisatie met de andere partners, UWV, zorg, gemeenten, scholen etc. op basis van een innovatieagenda projecten op te zetten en/of de handen ineen te slaan. Ook dit jaar heeft Werkom voor Zaanstad en Purmerend mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt ondersteund bij het toeleiden naar (parttime) betaald werk. Werkom heeft daartoe continue kandidaten in een traject gehad naar werk.

Werkom heeft de infrastructuur, netwerken en deskundigheid om werkzoekenden te begeleiden in hun ontwikkeling naar betaald werk naar vermogen. Voor sommige mensen is de stap naar regulier betaald werk te groot; deze kunnen binnen Werkom een intern leerwerktraject aangeboden krijgen. Participanten worden begeleid via de Werkom aanpak. Werkom stuurt op maatschappelijke waarde voor mensen die werk zoeken, voor werkgevers en voor de gemeenten. Voor mensen die werk zoeken, biedt werk de mogelijkheid te voorzien in het eigen inkomen. Maar werk is meer dan inkomen. Werk geeft mensen de mogelijkheid zich te ontwikkelen, biedt mensen sociale contacten, bevordert de gezondheid en verhoogt het welzijn van mensen. Een aantal werkgevers wil naast omzet, winst en marktaandeel ook een bijdrage leveren aan de maatschappij.

pagina 11

Indicatoren

Hieronder een 4-tal tabellen die inzicht geven in de instroom, het aantal kandidaten in begeleiding, de uitstroom en de plaatsingen, elk met enkele subcategorieën. Instroom Begroot Zaanstad

Realisatie

Purmerend

Totaal

Zaanstad

Purmerend

Totaal

Begeleiding 350 200 550 273 297 570 Werkcafé 120 70 190 74 98 172 Totaal 470 270 740 347 395 742 In het Werkcafé komen kandidaat-werknemers en werkgevers op een laagdrempelige wijze samen om tot een match te komen. Kandidaat-werknemers kunnen o.a. deelnemen aan trainingen, meedoen aan een speed-meet met werkgevers en bemiddeld worden naar betaald werk. Tevens kunnen werkgevers vragen stellen over de arbeidsmarkt en informatie krijgen over de voordelen van inclusief ondernemen. Gemiddeld aantal kandidaten in begeleiding Begroot

Begeleiding Werkcafé Nazorg Totaal

Realisatie

Zaanstad

Purmerend

Totaal

Zaanstad

Purmerend

Totaal

990 40

450 20

1030

470

1440 60 0 1500

754 29 64 847

417 24 32 473

1171 53 96 1320

Uitstroom Begroot

Begeleiding Werkcafé Nazorg Terugmelding Totaal

Realisatie

Zaanstad

Purmerend

Totaal

Zaanstad

Purmerend

Totaal

267 69

133 35

135 471

68 236

400 104 0 203 707

212 23 94 256 585

136 32 35 182 385

348 55 129 438 970

In 2023 zijn 570 kandidaten ingestroomd bij Werkom begeleiding en 348 kandidaten uitgestroomd. In 2023 waren gemiddeld 1320 kandidaten bij Werkom in begeleiding. Plaatsingen Begroot

32+ 32Totaal

Realisatie

Zaanstad

Purmerend

Totaal

Zaanstad

Purmerend

Totaal

133 100 233

67 50 117

200 150 350

80 117 197

74 76 150

154 193 347

Bij plaatsingen in dienstverbanden vanaf 32 uur per week, is de betrokkene in beginsel niet meer afhankelijk van een (aanvullende) uitkering.

pagina 12

Financiën

5

Financiën

Voor de balans, het overzicht van baten en lasten en de bijbehorende toelichtingen en specificaties van zowel de begroting als de realisatie wordt verwezen naar het deel 'Jaarrekening' van dit document.

5.1 Overdracht budgetten gemeenten De deelnemende gemeenten dragen middelen aan Werkom over voor de uitvoering van de WSW en voor deeltaken op het gebied van de PW. Budgetten gemeenten Gewijzigde begroting

Realisatie

Bekostiging PW incl. extra middelen (beleidsscenario) Zaanstad € 6.378.000 € 5.497.173 Purmerend € 3.463.000 € 3.024.362 Totaal PW € 9.841.000 € 8.521.535 Bekostiging WSW WSW-loonkosten Zaanstad € Purmerend € Overige € BW-loonkostensubsidie Zaanstad € Purmerend € Totaal WSW

€

7.396.700 5.185.373 62.558

€ € €

7.352.276 5.188.588 47.658

469.855 289.928

€ €

511.965 294.839

13.404.414

€

13.395.326

De middelen van de gemeenten voor de PW worden ingezet ter dekking van de personeelskosten van de medewerkers die de begeleiding doen en de trajectkosten van Participanten. Om te voldoen aan de eisen van de BTW-koepelvrijstelling, moet op dit budget met de gemeenten kostendekkend worden afgerekend. De kosten voor de uitvoering van de personen met een indicatie 'Nieuw Beschut' zullen de komende jaren verder oplopen. Zonder een bijpassende stijging van het budget, zal deze ontwikkeling ten koste gaan van de bemiddeling van anderen. De budgetten voor uitvoering van de WSW zijn gebaseerd op de loonkosten van de SW-ers met een intern dienstverband aangevuld met de kosten van loonkostensubsidie bij Begeleid Werken. Daarnaast zijn er ook enkele niet-deelnemende gemeenten van wie er WSW-medewerkers een dienstverband met Werkom hebben. Voor de bekostiging daarvan zijn andersoortige afspraken met de gemeenten gemaakt.

5.2 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Bij Werkom is er geen sprake van algemene dekkingsmiddelen. Er wordt ook geen bedrag voor onvoorziene lasten begroot.

pagina 13

Paragrafen

6

Paragrafen

6.1 Bedrijfsvoering Rechtmatigheid Het bestuur van Werkom heeft een controleprotocol (normenkader) vastgesteld. Er is tevens een Financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet). Er zijn geen niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet FIDO geconstateerd. Er is eveneens geen fraude door eigen medewerkers geconstateerd. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is een analyse van de begrotingsrechtmatigheid opgenomen. Op bijlage 3 is tevens een vergelijking (met toelichtingen) van de geconsolideerde bedragen opgenomen. Deze bijlage valt evenwel buiten de accountantscontrole. Over dit boekjaar verstrekt de externe accountant een controleverklaring bij de jaarrekening. Met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording wijzigt de inhoud hiervan. Met ingang van het verslagjaar 2023 wordt de verantwoordelijkheid van het bestuur voor de rechtmatigheid benadrukt doordat het bestuur een verantwoording over de rechtmatigheid af moet geven in plaats van de accountant. Deze wijziging komt voort uit het rapport ‘Vernieuwing van de begroting en verantwoording van gemeenten’. Werkom heeft kennis genomen van de Kadernota Rechtmatigheid van de commissie BBV. Alhoewel invoering nog ter discussie staat, is elders in dit document de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen.

Er wordt getoetst op: > Het voorwaardencriterium: alle financiële beheershandelingen zijn verricht in overeenstemming met (externe en interne) wet- en regelgeving. > Het begrotingscriterium: alle baten en lasten in het begrotingsjaar vallen binnen de begroting (incl. wijzigingen) zoals door het bestuur goedgekeurd. > Het misbruik & oneigenlijk gebruik (M&O) criterium: het bestuur heeft voldoende waarborgen genomen om te voorkomen dat als gevolg van misbruik of oneigenlijk gebruik van wet- en regelgeving ten onrechte is gehandeld m.b.t. subsidies of uitkeringen. Hieronder volgt een toelichting op de bevindingen en afwijkingen die zijn geconstateerd. Verder is vermeld welke maatregelen zijn of worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen. > Aanbesteding : de waarde van de inkoop van schoonmaakartikelen heeft in 2023 (voor het jaarbedrag) de drempelwaarde voor aanbestedingen overschreden. Er is geconstateerd dat er niet is aanbesteed zonder dat er argumenten zijn waarom dit rechtmatig zou zijn. Er is inmiddels een procedure voor een aanbesteding gestart. Driemaal per jaar wordt er een zgn. 'spendanalyse' uitgevoerd om dreigende overschrijdingen van de drempelwaarde tijdig te signaleren. Het inkoopproces zal in de loop van 2024 worden aangepast om bij het aangaan van verplichtingen al te kunnen De omvang van deze onrechtmatigheid is ca. € 128.000

pagina 14

Paragrafen > Begrotingsonrechtmatigheid: De kadernota over dit onderwerp door het bestuur stelt dat, als een wijziging niet meer in het jaar zelf is vastgesteld, alle bedragen in de realisatie die afwijken van het begrotingsbedrag, onrechtmatig zijn. Omdat Werkom geen tussentijdse begrotingswijzigingen laat vaststellen, heeft dit grote gevolgen. Op alle onderdelen ontstaan immers afwijkingen. Afwijkingen die gedurende het jaar bekend worden, worden aan het bestuur voorgelegd via de bestuursrapportages. De afwijkingen die na het jaar worden geconstateerd, worden in de jaarstukken toegelicht en, door de vaststelling van de jaarrekening door het bestuur, alsnog geautoriseerd. Sommige overschrijdingen in de lasten worden gecompenseerd door onderschrijdingen in andere lasten of overschrijdingen in de baten. De omvang van deze onrechtmatigheid betreft: Bedrag Omschrijving Bekostiging uitvoering PW € 177.535 Bekostiging uitvoering SW € 31.654 Overige bijdragen € -1.229.892 Overige baten € 572.894 € 257.245 Netto toegevoegde waarde Loonkosten en -suppletie WSW € 252.254 Loonkosten "Aan de Slag" € -706.750 Loonkosten Basisdienstverbanden € 33.273 Personeelskosten ambtenaren € -2.687.768 Doorbelastingen € 910.405 Overige bedrijfskosten € 2.344.147 € -45.005 Totaal aan verschillen Positieve bedragen zijn in de realisatie gunstige afwijkingen t.o.v. de begroting.

De gesignaleerde afwijkingen zijn soms groot. Het analyseren van deze afwijkingen per entiteit (BVO en BV) is helaas niet zinvol. In de begroting worden een aantal kostensoorten per entiteit gepresenteerd, terwijl die in de werkelijkheid daar niet voorkomen. In de werkelijkheid wordt gewerkt met onderlinge doorbelastingen (over-en-weer). Een vergelijking op geconsolideerd niveau zou wel zinvol zijn. Helaas staat het BBV niet toe om op geconsolideerde cijfers te rapporteren. De mutatie over de bestemmingsreserve vakantiegeldverplichting WSW is niet zichtbaar apart begroot. In de realisatie is een berekend bedrag van € 6.097 toegevoegd. > Misbruik en Oneigenlijk gebruik: Werkom heeft beleid in deze opgesteld. Er is in dit boekjaar geen misbruik of oneigenlijk gebruik geconstateerd door burgers of bedrijven buiten de organisatie. Als bevindingen wordt verder het volgende onder de aandacht gebracht: > Het aantonen van prestatielevering bij inkopen: via de verbonden partij 'Werkom diensten BV' worden alle inkomende facturen geregistreerd. Er is niet voor alle facturen een deugdelijk bewijs van prestatielevering. Voor het boekjaar 2023 heeft dit heeft dit een indirect effect op Werkom omdat Werkom 100% aandeelhouder is en er een omvangrijk onderling verrekeningsverkeer bestaat.

In 2024 worden aanvullende maatregelen ingevoerd om de geleverde prestaties wel te kunnen bewijzen dan wel aannemelijk te maken. > Volledigheid van de omzet: via de verbonden partij 'Werkom diensten BV' worden er diensten en leveringen aan derden verricht. Er kan niet aannemelijk worden gemaakt dat de verantwoorde omzet volledig is. Indirect heeft dit voor het boekjaar 2023 effect op Werkom, als 100% aandeelhouder en omdat er een omvangrijk onderling verrekeningsverkeer bestaat. In 2024 worden aanvullende maatregelen ingevoerd om de volledigheid van de omzet wel aannemelijk te maken.

pagina 15

Paragrafen Personele bezetting Door het natuurlijk verloop is de WSW-bezetting gedurende het jaar verder geleidelijk afgenomen. De SW-uitstroom werd in beperkte mate gecompenseerd door instroom vanuit de nieuwe doelgroep. Dit maakt het lastig om het beschikbare werk, dat zelf voor de doelgroep kan worden georganiseerd, inhoud te geven. Voor piekperioden neemt het risico op verlies van passend werk toe. Alternatief is de inhuur van productieve krachten zonder afstand tot de arbeidsmarkt. Ook voor projecten, vacatures of bij langdurige ziekte van ambtenaren wordt personeel van derden ingehuurd ('externe dienstverlening'). Het betreft dan geen personen uit de doelgroep, noch worden zij ingezet voor direct omzetgerelateerd werk. De hier relevante (geconsolideerde) kosten van inhuur beliepen € 974.768. De salariskosten ambtelijk waren € 9.744.150. De verhouding tussen de kosten inhuur en de ambtelijke salariskosten is 10%. Deze indicator is voorgeschreven in het BBV. Andere uitvoeringsaspecten In de loop van het boekjaar zijn er diverse verbeteringen in de bedrijfsvoering doorgevoerd. Het gaat om: > Bedrijfsbureaus. De verschillende bedrijfsonderdelen van Werkom kenden elk een bedrijfsbureau voor een optimale ondersteuning binnen de relevante branches. In 2023 is het besluit genomen om deze bedrijfsbureaus fysiek en organisatorisch samen te voegen.

Dit zal leiden tot een betere onderlinge samenwerking en vervangbaarheid, alsmede (op termijn) tot een besparing in de kosten van de leidinggevenden. > PSO. In 2023 heeft Werkom de aanvraagprocedure en audit doorlopen voor de PSO-hercertificering. PSO staat voor "Prestatieladder Socialer Ondernemen". De PSO-certificeringen worden toegekend door een onafhankelijke organisatie die de mate van inclusiviteit van bedrijven en organisaties meet. Deze erkenning laat zien dat Werkom zich inspant om impact te maken en een voorbeeld te zijn in de sector van sociaal verantwoord ondernemen. > AX2012 en AFAS. Werkom werkt al vele jaren met de ERP-software 'AX2012' voor de financiële administratie, de registratie van orders en projecten en om alle facturen van de leveranciers en aan klanten te verwerken. De versie van AX die Werkom gebruikt, wordt niet meer ondersteund door Microsoft; Werkom heeft gekozen voor de implementatie van AFAS Profit. Met deze keuze ontstaat een optimale aansluiting mat de salarisverwerking, HRM en de kandidaat- c.q. klantgegevens (KVS), ook m.b.v. software van AFAS. > ESF. In de jaren vanaf 2021 heeft Werkom uitvoerende en administratieve werkzaamheden verricht in het kader van het ESF-projecten. Het betreft de arbeidsmarktregio Zaanstreek-Waterland, waarvan Zaanstad de centrumgemeente is.

Werkom voert de trajecten uit voor de relevante kandidaten, legt de voortgang vast en levert gegevens aan voor de uiteindelijke verantwoording, waarna controle en vaststelling volgt. Voor de uiteindelijke opbrengst via de centrumgemeente is een verdeelsleutel naar de regiogemeenten bepaald. In 2023 is de verantwoording over de vorige periode ingediend en is de controle daarop uitgevoerd. De beschikking leidde tot een optimale realisatie. > Huisvesting. In 2023 is het besluit genomen om de huur van enkele ondersteunende locaties voor het bedrijfsonderdeel Groen&Schoon te beëindigen. De in deze locaties ondergebrachte activiteiten zijn verhuisd of zullen verhuizen naar 2 andere bestaande locaties. Op termijn zal dit leiden tot een kostenbesparing.

pagina 16

Paragrafen

6.2 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Werkom heeft een relatief beperkt algemeen weerstandsvermogen. Na resultaatbestemming is de vrije en beschikbare weerstandscapaciteit ruim voldoende. De weerstandscapaciteit is gelijk aan de Algemene reserve. Deze bedraagt ultimo dit boekjaar € 1.513.000. In deze jaarstukken heeft Werkom een risicoparagraaf opgenomen die, in het kader van risicobeheersing, inzicht geeft in (toekomstige) risico's. Het bestuur heeft in het verleden besluiten aangaande een bestemmingsreserve genomen. Het betreft een egalisatiereserve voor de vakantiegeldverplichting voor WSW-medewerkers. De omvang ervan wordt ultimo elk jaar getoetst aan de verplichting. Op deze manier wordt voorkomen dat, indien Werkom zou worden geliquideerd, er in het slotjaar alsnog ongedekte lasten voor de WSW-vakantiegeldverplichting zouden ontstaan. Hieronder wordt globaal inzicht gegeven in de belangrijkste risico's en onzekerheden. Het betreft toekomstgerichte projecties. Dit zijn de belangrijkste onderwerpen: max. omvang kans netto € 150.000 90% € 135.000 Kwetsbaarheid personeelsformatie staf : de staf wordt voor een deel ingevuld met SWmedewerkers. Er is niet altijd achtervang en bij ziekte of vertrek kunnen werkzaamheden stagneren. Bij de huidige arbeidsmarkt voor professionals, zijn de arbeidsvoorwaarden van Werkom niet altijd concurrerend.

Inhuur van externe capaciteit leidt tot hogere kosten. Beheersing: waar sprake is van structurele functies en beschikbare kandidaten die voldoen aan het functieprofiel, wordt zo mogelijk overgegaan tot ambtelijke aanstellingen. Als dat niet lukt, blijft Werkom gebruik maken van inhuur. Omschrijving van het risico

€ 3.262.000 10% € 326.200 Afhankelijkheid van grote klanten : bij het leerwerkbedrijf is sprake van een bepaalde mate van afhankelijkheid van enkele grote klanten. Wanneer één of meer van deze klanten wegvallen heeft dat grote impact op deze sectoren/afdelingen en op het operationeel resultaat van Werkom. Wegvallen van productiecapaciteit leidt bovendien tot leegloop. Beheersing: voor de top 10 klanten bij de bedrijfsonderdelen met private klanten is het accountbeheer zo ingericht dat risico’s tijdig gesignaleerd worden. Het groenbedrijf is grotendeels afhankelijk van opdrachten van de regiogemeenten. Zaanstad en Purmerend kunnen hun groenwerk bij Werkom inbesteden, de overige gemeenten moeten hun groenopdrachten aanbesteden. Werkom neemt (waar zinvol) deel aan aanbestedingen van andere gemeenten en is daardoor niet gegarandeerd van de omzet.

pagina 17

Paragrafen max. omvang kans netto € 819.000 10% € 81.900 WSW-RVU: in 2021 is er in de CAO voor de WSW een Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) opgenomen. Onder voorwaarden kunnen WSW-medewerkers tot maximaal 2 jaar voor hun AOW-datum vervroegd uittreden. Deelnemers worden vrijgesteld van arbeid en men ontvangt een vast bedrag per maand. De WSW-bekostiging blijft ongewijzigd, hetgeen voor Werkom tot een kostenneutraal beeld leidt. Echter het arbeidsvermogen van de deelnemers wordt niet langer benut en dan vervalt dus de netto toegevoegde waarde (NTW). Het is onbekend wanneer, hoe lang en hoeveel personen van de RVU gebruik zullen maken. Als de deelnemers niet worden vervangen, ontwikkelt zich dat NTW-verlies en ontstaan bij substantiële deelname ook frictiekosten. Als de deelnemers worden vervangen door PW-ers met een dienstverband, ontstaan andere meerkosten. De mogelijke effecten daarvan zijn beschreven in het volgende risico. Beheersing: Werkom kan niet sturen op de RVU-deelname. Zonder vervangende instroom zullen het geschatte NTW-verlies en de frictiekosten zich geheel of gedeeltelijk manifesteren. Er zijn geen gronden om de financiële effecten via een voorziening of reserve te egaliseren. De (geschatte) financiële effecten kunnen in elk begrotingsjaar worden opgenomen en de realisaties in de jaarrekeningen.

Tekorten kunnen worden gedekt via de Algemene reserve of via extra gemeentelijke bijdragen, te verwerken in toekomstige begrotingen en jaarrekeningen. Omschrijving van het risico

€ 400.000 50% € 200.000 PW-instroom niet o.b.v. leerwerkplek met behoud uitkering : Er is gerekend op de inzet van personen uit de brede doelgroep van de Participatiewet. In de begroting is dit grotendeels o.b.v. een leerwerkplek doorgerekend, d.w.z. geen loonkosten of loonkostensubsidie. Het risico bestaat dat besloten wordt om voor een groter deel te plaatsen o.b.v. dienstverbanden met tenminste loonkosten op WML-niveau en eventueel een loonkostensubsidie. Per saldo zullen hierdoor extra (onbegrote) kosten ontstaan. Beheersing: in het overleg met de gemeenten Zaanstad en Purmerend zijn de directe en indirecte effecten van enkele scenario's uitgewerkt. Dit heeft geresulteerd in het beschikbaar stellen van extra budgetten, i.c.m. een optimale benutting van de infrastructuur van Werkom. € 709.000 10% € 70.900 Werkom heeft voorzieningen opgenomen. Deze bevatten een schattingselement omtrent toekomstige ontwikkelingen welke incompleet of onjuist kunnen zijn. De opgenomen onzekere verplichtingen van Werkom kunnen zich tegenvallend ontwikkelen. € 783.000 10% € 78.300 Nieuw beschut : de instroom in nieuw beschut is laag. Dit is ook een landelijk beeld.

Als de instroom aantrekt en in lijn wordt gebracht met de landelijke taakstelling, gaat dit ten koste van de participatiemiddelen en dus ten koste van de aantallen trajecten, tenzij de deelnemende gemeenten extra middelen ter beschikking stellen aan Werkom om aan de taakstelling te voldoen. Beheersing: in de DVO’s met de twee gemeenten zijn de doelstellingen met betrekking tot het realiseren van beschutte werkplekken niet gekwantificeerd. Als het aantal beschutte werkplekken boven het geprognosticeerde aantal uitkomt dan zal Werkom opnieuw in overleg treden met beide gemeenten over de bekostiging hiervan.

pagina 18

Paragrafen max. omvang kans netto € 100.000 50% € 50.000 Privacy : Werkom beheert veel persoonsgebonden en privacygevoelige gegevens die veelvuldig worden uitgewisseld derden. Gezien de ontwikkelingen in het werkveld waarbij in toenemende mate gebruik zal worden gemaakt van elektronische gegevensuitwisseling, is sprake van blijvende alertheid voor dit aspect. Het financiële risico is dat er data gelekt worden en er hoge boetes worden opgelegd. De Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is sinds 25 mei 2018 van kracht. Beheersing: Voor de uitvoering van de SW-taken is Werkom verwerkingsverantwoordelijk, voor de uitvoering van de PW-taken is Werkom verwerker onder verantwoordelijkheid van de gemeenten. Werkom heeft een verwerkersovereenkomst en een privacy-convenant gesloten met de gemeenten. Er is een informatiebeveiligingsplan opgesteld. Er wordt gewerkt aan betere beveiliging van de ICT-omgeving en aan outsourcing. Omschrijving van het risico

€ 172.000 10% € 17.200 Aanbestedingen : In het boekjaar zijn door Werkom aanbestedingen gedaan. Het risico bestaat dat partijen de rechtmatigheid van de procedure of gunning betwisten. Die partijen kunnen dan een schadevergoeding claimen. Beheersing: Werkom volgt zoveel mogelijk de aanbestedingen die door de brancheorganisatie worden georganiseerd. Wanneer dit niet mogelijk is, schakelt Werkom externe deskundigen in. De effecten van bezwaarprocedures zijn voor Werkom niet te beheersen, noch te verzekeren. Er is geen relevante voorziening. € 100.000 10% € 10.000 Claims door afnemers : klanten van Werkom kunnen schadeclaims indienen als zijn ontevreden zijn over geleverde diensten of goederen of als de eigenschappen van het geleverde leidt tot (vervolg)schade. De claim kan bestaan uit de schade zelf maar een indirect gevolg kan ook zijn dat de realtie met de klant is verstoord. Dit kan omzetverlies Beheersing: er is een aansprakelijkheidsverzekering bedrijven die de directe schade mogelijk dekt. € 250.000 10% € 25.000 Beleidsherziening : In het jaar 2022 is een traject voor een beleidsherziening afgerond. Er is niet gekozen voor een grondige reorganisatie, maar voor een scenario met voor Werkom minder financiële risico's. In het najaar van 2022 heeft Berenschot een rapport met diverse adviezen uitgebracht. Dit zal, naar het zich nu laat aanzien, pas na 2023 geëffectueerd worden.

Beheersing: Werkom is in deze afhankelijk van het beleid zoals dat door de 2 gemeenteraden zal worden vastgesteld. Genoemde risico's zijn niet verzekerd. Er is momenteel voor een beperkt aantal jaren voldoende dekkingscapaciteit in de vorm van eigen vermogen. Er zijn extra gemeentelijke bijdragen begroot. Totalen

€

6.745.000

€

994.500

Bij het opmaken van deze jaarstukken zijn de risico's geschat o.b.v. de op dat moment bekende feiten en omstandigheden. In bovenstaande tabel betekent een hoger percentage een hogere mate van waarschijnlijkheid. het totaal van de risico's is gewaardeerd op € 994.500. Voor deze risico's is een eigen vermogen aanwezig van € 1.512.775. Dit brengt de weerstandsratio op 1,52, hetgeen als 'ruim voldoende' kwalificeert.

pagina 19

Paragrafen In deze paragraaf worden, ingevolge artikel 11 van het BBV, ook kengetallen opgenomen voor de netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en de structurele exploitatieruimte. De overige in het artikel genoemde kengetallen zijn voor Werkom niet van toepassing. 2023 2022 Netto schuldquote (1) -11,55% -10,18% Netto schuldquote (2) -11,36% -9,99% Solvabiliteitsratio 32,72% 34,33% Structurele exploitatieruimte 1,38% 0,00% De percentages over 2022 zijn herrekend i.v.m. een gewijzigde indeling van het overzicht van baten en lasten. De Netto schuldquote (1) weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het deelgetal ('de totale baten cf. art. 17 lid c BBV excl. mutaties reserves') is het resultaat vóór bestemmen. De Netto schuldquote (2) is gecorrigeerd voor alle leningen. Hierbij moet aangetekend worden dat het terugbetalen van schulden voor een gemeenschappelijke regeling gegarandeerd is door de deelnemende gemeenten. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin Werkom in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het eigen vermogen bestaat volgens artikel 42 BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves). Het bevat ook het jaarrekeningsaldo (resultaat) van het jaar.

Het kengetal voor de structurele exploitatieruimte is om te beoordelen welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Het BBV schrijft voor om de kengetallen te beoordelen in relatie tot de financiële positie. Voor Werkom is dit niet relevant; het is een uitvoeringsorganisatie voor de deelnemende gemeenten. Sommige kengetallen zijn nietszeggend. Het investeringsniveau in de BVO is zeer beperkt. Het langlopend vreemd vermogen is reeds in 2021 tot nihil gereduceerd.

6.3 Paragraaf Voorzieningen Het is niet toegestaan een voorziening te vormen voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Het betreft m.n. verplichtingen die voortvloeien uit verlofdagen en vakantiegeld, tenzij deze sterk variëren. Op de balans is een verplichting voor verlofuren opgenomen (geen voorziening). Deze heeft betrekking op de saldi ultimo dit jaar voor drie soorten medewerkers met een dienstverband bij Werkom. Per jaareinde zijn de verplichtingen geactualiseerd, zowel in verlofurensaldi als in de uurtarieven. Vooral door mutaties in het personeel (voor alle drie groepen) variëren deze verplichtingen. In een aantal gevallen zijn in het verleden m.b.t. ambtelijk personeel ook keuzes gemaakt die leidden tot onvrijwillige ontslagen en regelingen. Hierdoor ontstaan er ook kosten volgens de aanvullingsrechten uit de regeling voor de arbeidsvoorwaarden alsmede een risico op een claim van het UWV op WW-uitkeringen. Hiervoor is de voorziening 'Personeelskosten' in gebruik. Daarnaast is er een voorziening 'Spaarverlof' t.b.v. medewerkers die een verzoek hebben ingediend om een deel van hun verlofstuwmeer om te zetten in spaarverlof. Aanvankelijk was dit beperkt tot WSW-medewerkers, maar vanaf 2022 kunnen ook ambtenaren inleggen. Ultimo dit boekjaar is deze voorziening geactualiseerd met de juiste aantallen uren en uurtarieven.

pagina 20

Paragrafen

6.4 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen De huidige verwachtingen over de toekomstige bedrijfsvoering zijn gebaseerd op de bestuursbesluiten zoals uiteengezet in het hoofdstuk 'Algemeen' en m.n. het hoofdstuk 'Grondslagen' in de jaarrekening. De staat en indeling van de belangrijkste activa zijn ultimo van het verslagjaar als volgt: Het pand aan de Einsteinstraat in Purmerend wordt gehuurd. Met de eigenaar is een ‘demarcatie’ afgesproken. Voornamelijk in 2021 heeft er een grote verbouwing plaatsgevonden. Deze verbouwing is grotendeels voor rekening van Werkom uitgevoerd en in maart 2022 afgerond. Het pand is qua staat van onderhoud daarmee op het niveau 'goed' gekomen. In Zaandam wordt een locatie aan de Slachthuisstraat gehuurd als uitvalsbasis voor postbezorging en voor afspraken met personen uit de nieuwe doelgroepen voor zover die afkomstig zijn uit de gemeente Zaanstad. Dit pand is qua staat van onderhoud op het niveau 'sober doch doelmatig'. Enkele andere onroerende zaken worden ook gehuurd. Deze zijn van gering belang. Het 'fietsenpakhuis' in Zaandam is eigendom van de gemeente Zaanstad en wordt ook door de gemeente Zaanstad geëxploiteerd. Werkom verricht er activiteiten, maar is geen huurder.

De eigendom van de overige materiële vaste activa (machines en installaties, auto's en andere vervoermiddelen, alsmede de inventaris) berust grotendeels bij Werkom diensten BV (t/m 2023). De staat van onderhoud is redelijk tot goed. Werkom heeft een wagenpark bestaande uit ca. 70 voertuigen. Deze vervoermiddelen zijn eigendom en worden gebruikt door de verschillende bedrijfsonderdelen. O.b.v. het jaarkilometrage zijn afspraken gemaakt met de leverancier over regulier onderhoud, inruilmoment en de voorcalculatorische restwaarde. De aanschaffingen aan grondstoffen, hulpstoffen en halffabricaat zijn als kosten verantwoord. Er worden geen voorraden geïnventariseerd of gewaardeerd.

6.5 Paragraaf Verbonden partijen Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin Werkom een bestuurlijk en/of een financieel belang heeft. Een financieel belang ontstaat wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is bij faillissement, dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Bestuurlijk belang ontstaat indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht, dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. Coöperatieve zakelijke post u.a., gevestigd te Alkmaar Onder de definities van 'Verbonden partijen', valt de Coöperatieve zakelijke post u.a. (CZPN). Aan deze rechtspersoon is in het verleden door Baanstede een achtergesteld krediet van € 20.000 verstrekt. Dit recht is door Werkom overgenomen en geboekt als financieel vast actief, waarop een voorziening van € 20.000 in mindering is gebracht. De negatieve resultaten van de coöperatie worden nl. afgeboekt op de ontvangen achtergestelde leningen. Het resultaat over 2022 was € 4.000 (negatief). Ook voor 2023 en 2024 worden tekorten verwacht.

pagina 21

Paragrafen De coöperatie houdt zich via een BV bezig met acquisitie en coördinatie van de poststromen binnen de groep deelnemende bedrijven. Deze gezamenlijke activiteiten op de postmarkt zijn voor Werkom interessant omdat zij passende arbeid voor onze doelgroepen bieden en weinig kapitaalintensief zijn. Werkom diensten BV In september 2018 heeft Werkom een BV opgericht. Deze BV bedient alle klanten niet zijnde de gemeenten Zaanstad en Purmerend met leveringen en diensten. Werkom houdt 100% van de aandelen van deze BV. Het kapitaal bedraagt € 50.000 hetgeen door Werkom daadwerkelijk is volgestort. De BV is destijds opgericht om juridische redenen van aanbestedingsrechtelijke aard. De splitsing heeft derhalve geen bedrijfseconomisch karakter. De exploitatie van de activiteiten in de BV staat in toenemende mate onder druk. Dit leidde tot groeiende tekorten in de BV. Vanuit de BVO worden deze tekorten gecompenseerd. De redenen voor deze splitsing zijn achterhaald: er is daarom door het bestuur een ontbindingsbesluit genomen; de BV wordt in 2024 geliquideerd en opgeheven. De activiteiten en de balansposten worden samengevoegd met die van de BVO. Het resultaat over 2023 van de BV was nihil. Het eigen vermogen was ultimo 2023 € 50.000. Omdat de BV 100% dochter is van de BVO, blijft de balanswaardering ongewijzigd.

pagina 22

Paragrafen

6.6 Paragraaf Financiering Algemeen Deze paragraaf is opgenomen uit hoofde van de verplichting vastgelegd in de Wet FIDO en de wet HOF. Werkom heeft een Financiële verordening waarin tevens het treasurystatuut is opgenomen. Er zijn momenteel geen langlopende leningen. De 2 deelnemende gemeenten bekostigen de activiteiten van Werkom en verstrekken hiervoor maandelijks voorschotten. Indien nodig voor de rest van de bedrijfsfinanciering wordt de rekening-courant met de BNG benut. Er is een kredietfaciliteit van € 2,5 mln. op beschikbaar. Door het verplichte Schatkistbankieren zijn er geen beleggingsvraagstukken. Het rentebeleid en het risicobeheer is gedefinieerd in de vastgestelde Financiële verordening. Het rentebeleid is gericht op het stabiliseren van de rentelasten, zodat deze op een bestuurlijk wenselijk geacht niveau blijven of op het in de begroting geraamde niveau daarvan. De renterisico’s bij het aantrekken en uitzetten van gelden, worden beperkt door de overeengekomen rentepercentages bij de transacties, gebaseerd op de actuele rentestand en rentevisie. Werkom maakt geen gebruik van kasgeldleningen noch van derivaten. Schatkistbankieren De wet HOF verplicht de lagere overheden geldelijke overschotten bij het Ministerie van Financiën te beleggen om zo het overheidstekort binnen de grenzen van de Europese doelstellingen te houden.

In de wet is een drempelbedrag opgenomen welk bedrag buiten de schatkist mag worden gehouden. Voor Werkom was dit € 1 mln. Er is echter een drempelbedrag van € 150.000 aangehouden. Gelet op de relatief grote schommelingen in de liquiditeit zijn er in dit boekjaar diverse stortingen en terugtrekkingen t.o.v. de schatkist gedaan.

Saldoverloop BNG-rekening 200.000

150.000

100.000

50.000

1-dec-23

1-nov-23

1-okt-23

1-sep-23

1-aug-23

1-jul-23

1-jun-23

1-mei-23

1-apr-23

1-mrt-23

1-feb-23

50.000-

1-jan-23

-

Uit bovenstaande grafiek blijkt de werking van het Schatkistbankieren: saldi boven het drempelbedrag worden 'afgeroomd' naar de schatkist.

pagina 23

Paragrafen Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is in de wet FIDO opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. De kasgeldlimiet bepaalt dat de financieringsbehoefte voor slechts een beperkt bedrag met kort geld (looptijd < 1 jaar) mag worden gefinancierd. Hierdoor worden de renterisico’s op korte termijn beperkt. De norm is in de wet gesteld op 8,2% van het begrotingstotaal. Werkelijkheid (bedragen x € 1.000) Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Grondslag Omvang begroting 2023 Toegestane kasgeldlimiet In procenten van de grondslag In bedrag

26.198

26.198

26.198

26.198

8,2% 2.148

8,2% 2.148

8,2% 2.148

8,2% 2.148

Toets kasgeld limiet Netto vlottende schuld Toegestane kasgeldlimiet

141 2.148

132 2.148

129 2.148

128 2.148

Ruimte (+)/ Overschrijding (-)

2.289

2.280

2.277

2.276

Renterisiconorm De overheid heeft met de renterisiconorm een kader gesteld om openbare lichamen tot een zodanige opbouw van de leningenportefeuille te laten komen, dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt. Indien een leningenportefeuille gelijkmatig is opgebouwd, zal ook het renterisico worden gespreid over de jaren. De Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden geeft aan dat de renterisiconorm voor gemeenschappelijke regelingen bepaald wordt door 20% van het begrotingstotaal met een minimum van € 2,5 mln. Werkom heeft momenteel geen langlopende leningen. Gewijz. Realisatie Begroting Realisatie 2023 2023 2022 Bedragen x € 1.000 Saldo langlopende leningen o/g per 1 januari Totaal grondslag 26.052,7 26.198,3 25.770,7 Renterisiconorm 5.210,5 5.239,7 5.154,1 Nieuwe lening Ruimte 5.210,5 5.239,7 5.154,1

pagina 24

Paragrafen EMU saldo Het saldo van de rekening van baten en lasten waar decentrale overheden mee werken is een saldo in 'baten-lasten' termen. Voor het EMU-saldo zijn echter alleen de transacties met derden relevant. Om het EMU-saldo af te leiden, dienen er correcties op het exploitatiesaldo te worden uitgevoerd. Daarnaast zijn er ook baten en lasten die voor het EMU-saldo wel van belang zijn, maar die niet via de exploitatie lopen.

Bedragen x € 1.000 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) Mutatie (im)materiële vaste activa Mutatie voorzieningen Mutatie voorraden Boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa Berekend EMU-saldo

pagina 25

Realisatie 2023 365,9 114,6 -

480,4

Jaarrekening 2023

pagina 26

Overzicht van baten en lasten

Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Realisatie 2023

Gewijzigde begroting 2023

Primaire begroting 2023

Baten Bekostiging uitvoering PW Bekostiging uitvoering SW Overige bijdragen Overige baten Subtotaal Netto toegevoegde waarde Totaal baten

8.521.535 13.395.326 267.391 572.894 22.757.146 3.661.445 26.418.590

8.344.000 13.363.672 1.497.283 23.204.955 3.404.200 26.609.155

8.344.000 13.808.887 1.497.283

Lasten Loonkosten en -suppletie WSW Loonkosten "Aan de Slag" Loonkosten Basisdienstverbanden Personeelskosten ambtenaren Doorbelastingen Overige bedrijfskosten Totaal lasten

13.078.846 1.194.641 23.759 10.380.123 295.534 1.079.817 26.052.720

13.331.100 487.891 57.031 7.692.355 1.205.938 3.423.964 26.198.279

5.333.103 27.341.777

13.286.388 847.467 47.914 9.334.129 1.093.529 1.161.257 25.770.684

Het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

365.870

410.875

471.985-

527.168-

Onttrekking aan reserves Toevoegingen aan reserves

6.097

Gerealiseerd resultaat

359.774

pagina 27

23.650.170 3.219.622 26.869.792

13.689.941 473.373 127.478 7.717.882

-

410.875

Realisatie 2022 8.496.724 13.434.599 25.555 21.956.878 3.286.637 25.243.515

527.168

471.985-

-

Toelichting baten en lasten

Toelichting op het Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Algemeen Werkom voerde in 2023 voor de 2 deelnemende gemeenten één programma uit en daarbinnen de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) en deeltaken m.b.t. de Participatiewet (PW). Begrotingsrechtmatigheid Bij de rechtmatigheidscontrole wordt ook getoetst aan het begrotingscriterium. Het overzicht van baten en lasten toont dit boekjaar en voor de bedrijfsvoeringsorganisatie een lastentotaal van € 26.052.720 terwijl er in de gewijzigde begroting € 26.198.279 was opgenomen. Daarnaast is er een totaal van de baten van € 26.418.590 terwijl er in de gewijzigde begroting € 26.609.155 was opgenomen. Het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten is daarmee in de werkelijkheid € 45.005 ongunstiger dan begroot. N.B: in genoemde bedragen zijn de directe orderkosten gesaldeerd opgenomen met de baten uit de omzet. Hiermee wordt de presentatie in de begroting gevolgd. Op onderdelen binnen de baten en lasten zijn er onder- en overschrijdingen die elkaar compenseren. Er is derhalve per saldo slechts sprake van een gering verschil. Niettemin is er behoefte aan een completer inzicht. De 2 entiteiten van Werkom, de BVO en de BV zijn organisatorisch één geheel en tevens een fiscale eenheid. De voor de BVO relevante regelgeving, het BBV, laat echter niet toe dat geconsolideerd wordt gerapporteerd (artikel 5).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14208255/1