E Jaarstukken 2020 Werkom
Tekst van het document
Dit houdt in dat het budget voor de uitvoering van de PW vrij van BTW kan worden overgedragen maar ook dat er voor Werkom sprake is van kostenverhogende BTW in de uitvoering van de PW. Het gaat 100% van de in rekening gebrachte BTW aan directe PW-kosten en voor 23% van de BTW op kosten voor de overhead. Deze BTW kan bij genoemde vrijstelling niet worden 'doorgeschoven' naar de 2 deelnemende gemeenten en door de gemeenten dus ook niet gedeclareerd t.l.v. het BTW-compensatiefonds. Het verkrijgen van de BTWkoepelvrijstelling zou dit nadeel wegnemen. Per saldo is dat voor Werkom en de 2 gemeenten gunstiger. In deze is Werkom echter geen partij meer; het is aan de gemeenten om verder te procederen voor het verkrijgen van deze vrijstelling. Onderlinge doorbelastingen De loonkosten van personeel in dienst bij Werkom worden integraal verantwoord bij de BVO. Alle kosten die voorvloeien uit ingekomen facturen worden echter juist verantwoord bij Werkom diensten BV. Deze 2 keuzes maken een omvangrijk en intensief onderling verrekeningsverkeer nodig. Het personeel is immers ook nodig voor het behalen van de omzet uit leveringen en diensten van Werkom diensten BV. En alle kosten van derden hebben ook betrekking op de bedrijfsvoering van de BVO. De onderlinge doorbelastingen zijn daarom gebaseerd op de opbrengstverhoudingen. Hierdoor wordt het kostenbeeld in beide entiteiten gecorrigeerd.
In de begroting zijn dit soort doorbelastingen verwerkt als directe baten en lasten bij de 2 entiteiten en is niet gerekend met onderlinge doorbelastingen.
pagina 30
Toelichting baten en lasten Eliminatie van interne omzet In het overzicht van baten en lasten wordt geen eliminatie van de interne omzet toegepast. Werkom neemt intern echter wel diensten af via haar eigen bedrijfsonderdelen. De diverse bedrijfsonderdelen maken daartoe facturen op voor de afnemende interne klanten. Zo ontstaan zowel omzet als kosten. Het betreft diensten die Werkom anders bij derden had moeten afnemen. Genoemd worden gewoon onderhoud en schoonmaken van de eigen panden, drukwerk voor eigen gebruik, eigen postbezorging, groenverzorging of sneeuwruimen rondom de eigen panden. Als er geen eigen Technische dienst, Schoonmaakdienst, Groenbedrijf, Printshop en Postafdeling zou zijn, dan zou Werkom deze diensten bij derden moeten afnemen en dan zouden de kosten wel bij de juiste kostensoorten moeten worden opgenomen. Bekostiging uitvoering PW Voor de uitvoering van deeltaken uit de Participatiewet dragen de 2 deelnemende gemeenten middelen over aan Werkom. Deze middelen zijn een deel van hetgeen de gemeenten van de rijksoverheid ontvangen. Werkom dient hiervoor trajecten voor haar deel van de doelgroep uit te voeren en de er mee samenhangende kosten te dekken. Het totaal bevat ook deelbudgetten voor statushouders en voor organisatieontwikkeling. Voor dit jaar zijn er t.o.v. de ontvangen voorschotten per saldo iets minder totale kosten voor de uitvoering gemaakt.
Het saldo wordt afgerekend met de 2 gemeenten waardoor het financiële resultaat op deze activiteit nihil is. De in dit jaar opgenomen bate bevat ook een bedrag dat in 2019 was vooruitontvangen voor activiteiten in 2020. Zo ook is er in 2020 een bedrag als voor 2021 vooruitontvangen op de balans opgenomen. Het totaal van de gemaakte kosten bevat ook voor Werkom kostenverhogende BTW: dit is BTW die door derden aan Werkom in rekening is gebracht en betrekking heeft op de uitvoering van de PW of de overhead. Deze BTW kan alleen aan de gemeenten worden 'doorgeschoven' in het kader van de transparantiemethode als de BTW-koepelvrijstelling van toepassing is. Dat is momenteel (nog) niet het geval. Daarom is de kostenverhogende BTW voor de gemeenten nog niet declarabel t.l.v. het BTW-compensatiefonds.
Bekostiging uitvoering SW In de bijdrageverordening c.q. de dienstverleningsovereenkomst is bepaald dat de uitvoering van de WSW door de 2 deelnemende gemeenten wordt bekostigd via de vergoeding van de totale WSW-loonkosten plus de uitbetaalde loonkostensubsidies (op SWgeïndiceerden die via Begeleid Werken bij reguliere werkgevers zijn geplaatst). Het hier opgenomen budget is de som van genoemde componenten. Zij komen voor op verschillende plekken in de opstelling van de lasten. Het bedrag is lager dan begroot; zie de toelichtingen bij de onderliggende componenten voor de verklaring.
pagina 31
Toelichting baten en lasten Gemeentelijke bijdragen In 2020, na het ontstaan van de coronacrisis, heeft de overheid verschillende maatregelen getroffen om ondernemingen met groot omzetverlies te steunen, vnl. gericht op behoud van inkomen voor de werknemers en de ondernemers zelf. Participatiebedrijven kwamen niet in aanmerking voor deze vormen van ondersteuning omdat het omzetverlies relatief te gering was. Bij het bepalen van de 'omzet' tellen nl. ook de bekostigingen vanuit de gemeenten mee en die daalden niet. Toch is er ook bij participatiebedrijven sprake van nadelige financiële effecten door de coronacrisis. Deze bestaat uit omzetverlies en extra kosten. De overheid heeft later aan de gemeenten toch extra middelen beschikbaar gesteld om de effecten van de coronacrisis bij de participatiebedrijven te bestrijden. Voor de 2 deelnemende gemeenten van Werkom betreft het bijna € 1.041.000. Zij hebben besloten daarvan een deel toe te kennen aan Werkom, samen € 700.000. Hiervan is (o.b.v. het omzetverlies t.o.v. vorig boekjaar) € 441.560 toegerekend aan Werkom diensten BV.
Overige baten Deze post bevat o.m. de doorbelastingen van loonkosten van de BVO naar Werkom diensten BV. De toerekening geschiedt o.b.v. omzetverhoudingen. In de begroting komt deze bate niet voor omdat onderlinge doorbelastingen daarin niet apart zijn gepresenteerd. De hier relevante baten en lasten zijn opgenomen bij de categorie waar zij verantwoord zouden worden als de baten of lasten direct bij de betreffende entiteit zouden zijn ontstaan. In het hoofdstuk 'Programmaverantwoording' is een uiteenzetting opgenomen over de fiscale positie van Werkom. In april 2021 heeft de fiscus alsnog een BTW-vrijstelling toegekend. Dit leidde tot een vordering waarvan de basis ligt in het boekjaar 2018. Deze vordering en de bijbehorende bate is in het boekjaar 2020 verwerkt. De bate bestaat uit het saldo van de volgende posten: 1.179.818 Ten onrechte afgedragen BTW op het PW-budget 499.936Ten onrechte in aftrek genomen BTW-voorheffing Te betalen afrekening PW-uitvoering aan de deelnemende gemeenten 157.958521.924 Daarnaast heeft de fiscus ook een rentevergoeding toegekend, groot € 45.272. Dit bedrag is ook onder de Overige baten opgenomen.
Netto toegevoegde waarde De Netto toegevoegde waarde (NTW) bestaat uit het verschil tussen de behaalde omzet uit leveringen en diensten en de daaraan toe te rekenen directe orderkosten. In de begroting was slechts voor ca. € 75.000 aan directe orderkosten. Alle directe orderkosten zijn bij Werkom diensten BV opgenomen. Via onderlinge doorbelastingen zijn deze kosten alsnog t.l.v. de BVO gebracht. Deze doorbelasting betreft echter een bedrag van bijna € 313.000.
pagina 32
Toelichting baten en lasten De NTW van de BVO uit leveringen van goederen en diensten is als volgt samengesteld: Gewijzigde Realisatie begroting Realisatie 2020 2020 2019 € 683.891 € 1.111.500 € 891.756 Business Print&Post Green&Clean € 2.013.665 € 2.279.000 € 2.059.699 Overige € 10.675 € € 31.057 € 2.708.232 € 3.390.500 € 2.982.513 De hier niet genoemde bedrijfsonderdelen hebben geen omzet behaald bij de 2 deelnemende gemeenten doch alleen bij derden. De omzet aan derden wordt in de BV verantwoord. De opdrachten van de deelnemende gemeenten kennen t.o.v. zowel de begroting als de realisatie over het vorig boekjaar een lager niveau. De markt voor post en printwerk daalt door externe oorzaken al jaren gestaag. Dit kan niet langer worden gecompenseerd door het veroveren van een groter marktaandeel. Over het jaar 2020 hebben beide deelnemende gemeenten minder groen- en schoonmaakwerk bij Werkom inbesteed. Werkom beschikt over afnemende aantallen direct productieve personen in genoemde bedrijfsonderdelen. De oorzaak is het natuurlijk verloop van WSW-medewerkers zonder dat daar in gelijke mate instroom vanuit andere doelgroepen tegenover staat. Onder de directe orderkosten vallen de vanuit de BV doorbelaste kosten van grond- en hulpstoffen en de kosten van uitbesteed werk. De kosten zijn via een verdeelsleutel o.b.v. omzetten toegerekend.
Aanschaffingen van grondstoffen, hulpstoffen en halffabricaten zijn als directe orderkosten (materiaalverbruik) verwerkt. De voorraden bij Werkom ultimo boekjaar zijn op nihil gewaardeerd.
Loonkosten en -suppletie WSW Aan de lastenzijde vormen de WSW-loonkosten een belangrijke post. De loonkosten per WSW-FTE zijn t.o.v. het landelijk gemiddelde hoog. De WSW-CAO is in de loop van 2020 tot stand gekomen. In het onderhandelaarsakkoord zijn afspraken gemaakt over de stijging per 1 januari 2020. De totale loonkosten WSW worden beïnvloed door diverse factoren: > Daling in het aantal medewerkers door natuurlijk verloop; > De ontwikkeling van het Wettelijk MinimumLoon (WML); > De CAO afspraken m.b.t. brutoloon, eindejaarsuitkering of andere aan het brutoloon gerelateerde uitkeringen; > Ontwikkelingen van medewerkers binnen de loonschalen (treden binnen een loonschaal of promoties naar hogere loonschalen); > Wettelijk vastgestelde percentages voor sociale verzekeringen (werkgeversdeel) en het werkgeversdeel in de pensioenpremies. Over dit boekjaar waren er gemiddeld 415,4 FTE aan WSW-medewerkers in dienst bij Werkom. De gemiddelde totale loonkosten waren € 31.995. De begroting beliep 440,5 FTE en € 32.904 aan gemiddelde totale loonkosten per FTE. Het natuurlijk verloop was hoger dan begroot, terwijl de gemiddelde loonkosten lager uitvielen. N.B.: per 31 december 2020 zijn de WSW-medewerkers van de gemeenten Oostzaan en Wormerland bij Werkom in dienst getreden.
Onder deze post valt ook de uitbetaalde loonkostensubsidie voor SW-geïndiceerden die een dienstverband hebben met een reguliere werkgever in het kader van Begeleid Werken. Dit betreft een totaalbedrag van € 677.484. Begroot was € 688.000.
pagina 33
Toelichting baten en lasten Loonkosten andere doelgroepen Personen uit doelgroepen anders dan de WSW zijn niet in dienst bij Werkom; zij worden elders verloond. Het hier verantwoorde bedrag betreft de aan Werkom gefactureerde loonkosten voor personen uit de doelgroep Nieuw Beschut minus de voor deze groep ontvangen subsidies.
Personeelskosten Deze post bevat de ambtelijke loonkosten plus de overige personeelskosten (zoals bijv. reiskosten, kosten Arbodienst, opleidingskosten en werkkleding). Over dit boekjaar waren er gemiddeld 115 FTE aan ambtenaren in dienst bij Werkom. De gemiddelde totale loonkosten per FTE waren bijna € 69.600. Beide kengetallen zijn lager dan begroot (resp. 120 FTE € 72.500). In de loop van het jaar zijn er een aantal personen bij Werkom ambtelijk aangesteld. Deze waren eerst elders op payrollbasis in dienst en werden door Werkom ingehuurd.
Directe trajectkosten PW Onder deze naam worden trajectkosten geboekt die te maken hebben met de uitvoering van activiteiten voor personen uit de PW-doelgroep. Dit kan ook de inzet van werkgeversinstrumenten betreffen of kosten i.v.m. het jongerenloket. Het gaat ook om kosten van bedrijfsonderdelen die, bij interne plaatsingen, werk, begeleiding en werkplekken voor personen uit de PW-doelgroep organiseren.
Overige bedrijfskosten Deze kostensoorten worden in de werkelijkheid bijna geheel bij Werkom diensten BV verantwoord. Via een onderlinge doorbelasting vanuit de BV o.b.v. omzetverhoudingen worden er kosten bij de BVO in rekening gebracht. Deze doorbelasting wordt ook onder deze post opgenomen. Voor een zinvolle vergelijking wordt verwezen naar de geconsolideerde cijfers.
Onttrekking aan reserves Deze onttrekking heeft betrekking op de bestemmingsreserve voor organisatieontwikkeling (geheel onttrokken, conform begroting) en de verplichting voor WSW-vakantiegeld (onttrekking niet begroot).
Toevoegingen aan reserves Het bestuur heeft het besluit genomen om tijdelijk de maximale hoogte van de algemene reserve, zoals genoemd in de Financiële verordening, te verruimen, zodat dit de mogelijkheid biedt om het positief resultaat van 2020 hier aan toe te voegen.
pagina 34
Toelichting baten en lasten Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Er zijn geen structurele toevoegingen aan reserves. De structurele onttrekkingen aan de reserves bestaan uit de onttrekking aan de bestemmingsreserve voor de WSWvakantiegeldverplichting. Deze verlaagt jaarlijks door het natuurlijk verloop van deze groep medewerkers. Deze daling overtreft de stijging van de grondslag voor het vakantiegeld waardoor ook de verplichting daalt.
Incidentele baten en lasten De commissie BBV heeft in 2018 een notitie over incidentele baten en lasten uitgebracht. In beginsel moeten structurele lasten gedekt worden door structurele baten. Om dat vast te kunnen stellen, is belangrijk dat inzicht bestaat in welk deel van de baten en lasten incidenteel zijn en welke structureel. In de financiële verordening zou een grensbedrag moeten staan vanaf welke omvang incidentele lasten en baten afzonderlijk gespecificeerd moeten worden; dat grensbedrag ontbreekt evenwel. Het BBV geeft geen scherpe definitie wat incidenteel of structureel is en laat ruimte aan de decentrale overheden in de eigen beoordeling van de lokale omstandigheden. Bovendien zijn er diverse uitzonderingen. De 2 entiteiten die samen Werkom vormen, bestaan sinds 1 januari 2018. In de jaren na de oprichting was Werkom volop in ontwikkeling. Naar verwachting zullen de grootste en hiermee samenhangende projecten in de loop van het jaar 2021 worden afgerond. In het jaar 2022 volgt nog de afronding van de verbouwing van het pand aan de Einsteinstraat. In de jaren 2018 en 2019 zijn ook een aantal ingrijpende keuzes gemaakt over de (her)inrichting van de geldstromen binnen de 2 entiteiten. Dit had grote effecten op de presentatie van een aantal posten op het overzicht van de baten en lasten. Daarnaast bevatten de begrotingen (m.n.
voor de jaren 2018 en 2019) onvoldoende detailgegevens (per entiteit) om afwijkingen ten opzichte van de realisatie te kunnen vaststellen en analyseren. Als de posten op het overzicht van baten en lasten worden beoordeeld conform onze interpretaties van de regels, kunnen (met enige concessies) alleen de volgende als 'structureel' worden aangemerkt: > Bekostiging uitvoering SW > Netto toegevoegde waarde > Loonkosten en -suppletie WSW Al de niet genoemde posten kennen, t.o.v. de begroting en gezien over een periode van 3 jaar, té grote afwijkingen. Het zou evenwel het inzicht in de financiële positie van Werkom niet verbeteren, als deze andere posten als 'incidenteel' zouden worden gekenmerkt. Op grond van de bijdrageverordening zijn de baten en lasten van Werkom altijd in evenwicht. Positieve resultaten worden (tot een bepaald maximum) toegevoegd aan de algemene reserve. Negatieve resultaten worden onttrokken aan de algemene reserve of, als die daarvoor ontoereikend is, gedekt door gemeentelijke bijdragen. Om bovenstaande redenen acht Werkom het niet zinvol het gewenste overzicht op te stellen en op te nemen.
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Bij Werkom is er geen sprake van algemene dekkingsmiddelen. Er is in de begroting voor Werkom géén bedrag voor onvoorziene lasten opgenomen.
pagina 35
WNT-verantwoording
WNT-verantwoording 2020 Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend De WNT is van toepassing op Werkom. Het voor Werkom toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2020 € 201.000. 1. Bezoldiging topfunctionarissen 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt. Gegevens 2020 bedragen x € 1 Y.F.W. Hoogtanders Functiegegevens Algemeen directeur Aanvang en einde functievervulling in 2020 01/01 - 31/12 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 0,75 Dienstbetrekking? Nee Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen € 134.953 Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal € 134.953 Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€
151.709
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging
€
n.v.t. 134.953
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling Gegevens 2019 bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2019 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Aantal kalendermaanden functievervulling Dienstbetrekking? Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum Maximum uurtarief in het kalenderjaar Maxima op basis van de normbedragen per maand Bezoldiging Werkelijk uurtarief lager dan het maximum uurtarief? Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
N.v.t. N.v.t.
Y.F.W. Hoogtanders Algemeen directeur 01/08 - 31/12 1,0 5 Nee n.v.t. n.v.t.
€
n.v.t. 77.500
€
77.500
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€
81.321
Bezoldiging
€
77.500
pagina 36
WNT-verantwoording Gegevens 2019 bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2019 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Aantal kalendermaanden functievervulling Dienstbetrekking? Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum Maximum uurtarief in het kalenderjaar Maxima op basis van de normbedragen per maand Bezoldiging Werkelijk uurtarief lager dan het maximum uurtarief? Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
Y.F.W. Hoogtanders Algemeen directeur 01/01 - 31/07 1,0 7 Nee € €
187 143.500
€
ja 108.500
€
108.500
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€
143.500
Bezoldiging
€
108.500
1d. Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.700 of minder. Gegevens 2020 Naam topfunctionaris dhr. J. Krieger Gemeente Zaanstad dhr. H.M.M. Rotgans Gemeente Purmerend
Functie Bestuurslid Bestuurslid
Deze bestuursleden ontvangen op grond artikel 44 van de gemeentewet voor hun werkzaamheden geen vergoeding. 3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionaris zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2020 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
pagina 37
Balans
Balans per
in €
ACTIVA
31 december 2020
31 december 2019
VASTE ACTIVA Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut
10.486
18.430
Financiële vaste activa Kapitaalverstrekking aan: Overige verbonden partijen
50.000
50.000
Totaal vaste activa
60.486
68.430
VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen 1.242.093 1.131.053 Rekeningcourantverhouding met niet-financiële instelling 1.702.578 Uitzettingen in ’s Rijks schatkist 1.398.719 1.259.466 Overige uitzettingen 2.219.214 Liquide middelen Banksaldi
123.256
149.688
Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen. 1.838.690 12.566 Totaal vlottende activa
6.305.336
4.771.987
Totaal generaal
6.365.822
4.840.417
pagina 38
Balans
PASSIVA
31 december 2020
31 december 2019
VASTE PASSIVA Eigen vermogen 1. Algemene reserve 2. Bestemmingsreserves 3. Gerealiseerd resultaat Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
2.015.026 534.060 -
808.352 464.925
615.583
576.336
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van: Openbare lichamen 700.000 Totaal vaste passiva
3.864.669
700.000 2.549.613
VLOTTENDE PASSIVA Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume 2.501.153 2.290.804 Totaal vlottende passiva
2.501.153
2.290.804
Totaal generaal
6.365.822
4.840.417
pagina 39
Grondslagen
Algemene grondslagen en grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding Deze jaarrekening betreft de bedrijfsvoeringsorganisatie o.b.v. de wet gemeenschappelijke regelingen 'Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend' (hierna ook: 'Werkom'). De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft.
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in beginsel toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor de vakantiegeldverplichting van de WSWmedewerkers heeft Werkom een bestemmingsreserve gevormd. Voor de verlofaanspraken heeft Werkom een verplichting op de balans staan.
Continuïteit In deze jaarstukken zijn de waarderingen gekozen o.b.v. het 'going-concern' principe. De entiteit voor Werkom is op 1 januari 2018 opgericht en actief geworden. De 2 deelnemende gemeenten hebben zich aan elkaar en aan Werkom gecommitteerd voor een periode van tenminste 5 jaar. In 2018 en 2019 is door de 2 gemeenten geïnvesteerd in de oprichting en inrichting van Werkom zodat er een complete en professionele organisatie ontstaat voor toeleiding van personen uit de doelgroepen naar de arbeidsmarkt.
pagina 40
Grondslagen Coronavirus In en vanaf maart 2020 werden in Nederland steeds ingrijpender overheidsmaatregelen i.v.m. het coronavirus van kracht. Vanaf 13 maart 2020 heeft dit ook gevolgen gehad voor de bedrijfsvoering van Werkom. De belangrijkste gevolgen voor Werkom waren: > Verplicht thuiswerken of thuisblijven voor een deel van de medewerkers; > Verhoging van het ziekteverzuim; > Verhoging van de vervoers- en begeleidingskosten; > Verlaging van de omzetten in alle bedrijfsonderdelen; > Verlaging van de totale cash-flow van derden. De financiële effecten hiervan hebben zich in het boekjaar 2020 gemanifesteerd. Het is waarschijnlijk dat deze ook in 2021 zullen optreden. Deze toekomstige gevolgen zijn niet betrokken in de waarderingen van activa en verplichtingen voor het boekjaar 2020. Bovendien heeft de overheid in 2020 extra middelen toegekend aan de gemeenten om de effecten van de coronacrisis te bestrijden. Een deel van deze middelen zijn ook aan Werkom toegekend. Bestuur en directie zijn ook van mening dat toekomstige gevolgen de continuïteitsveronderstelling van Werkom niet wezenlijk zullen beïnvloeden.
Vergelijking met de begroting In de begroting zijn andere keuzes verwerkt om de baten en lasten per entiteit (de BVO en de BV) te presenteren. Dit maakt een vergelijking met de gerealiseerde cijfers per entiteit niet zinvol. De geconsolideerde cijfers (op de bijlage) geven een beter beeld van de baten en lasten van Werkom als geheel.
Grondslagen voor de waardering van activa en passiva Materiële vaste activa Overige investeringen met economisch nut De materiële vaste activa zijn grotendeels eigendom van Werkom diensten BV. Zij worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de toegepaste jaarlijkse afschrijvingen. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. In het algemeen worden de hieronder vermelde percentages gehanteerd. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen ook rekening gehouden met een bijzondere waardevermindering indien deze naar verwachting duurzaam is. In dit jaar heeft een dergelijke vermindering niet plaatsgevonden. Onder 'Continuïteit' is het perspectief van Werkom beschreven. Dit heeft voor dit boekjaar niet tot herwaarderingen op de vaste activa geleid. a. Gronden en terreinen n.v.t. b. Bedrijfsgebouwen n.v.t. c. Vervoermiddelen 20% *) d. Machines, apparaten en installaties 5%-10%-20%-331/3% e. Overige materiële vaste activa 5%-20%-331/3%
pagina 41
Grondslagen In afwijking hiervan is het volgende nog van belang: Kleine aanschaffingen (tot € 10.000 per item) worden rechtstreeks t.l.v. de exploitatie geboekt. *) Voor vervoermiddelen uit het wagenpark wordt per voertuig een contract afgesloten met de leverancier waarin, afhankelijk van het aantal te rijden kilometers, de levensduur en de restwaarde zijn vastgelegd. Deze elementen worden gebruikt om de jaarlijkse afschrijvingskosten te bepalen. Het percentage kan daardoor variëren.
Financiële vaste activa Bij de oprichting van Werkom is gekozen voor een construct van een BVO o.b.v. een gemeenschappelijke regeling (Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend) en een BV (Werkom diensten BV). Werkom is enig aandeelhouder van Werkom diensten BV. Werkom heeft het aandelenkapitaal op de balans opgenomen en gewaardeerd tegen de nominale waarde, € 50.000. In 2021 heeft het bestuur van Werkom (als aandeelhouder van de BV) het besluit genomen Werkom diensten BV te ontbinden. De oorspronkelijke redenen om de BV op te richten en aan te houden zijn vervallen. In het jaar 2021 zal de BV worden vereffend en geliquideerd. De activiteiten van de BV gaan over op Werkom. De overdracht van de activa en passiva kwalificeert als overgang van een algemeenheid van goederen. Na de overgang van de operationele activiteiten zal de BV worden geliquideerd waarbij een eventueel resterend saldo zal overgaan naar Werkom. Werkom en Werkom diensten BV vormen een organisatorische en fiscale eenheid. De consequenties voor de relaties zijn derhalve nihil. Werkom diensten BV heeft op 31 december 2020 een positief eigen vermogen. Het is de verwachting dat er over de resterende maanden van 2021 een gering resultaat zal worden behaald. Volgens de planning zal de vereffening en liquidatie op 30 september 2021 eindigen.
De nominale waarde van het aandelenkapitaal en het resterende saldo van de Algemene reserve zal dan aan Werkom worden uitgekeerd. Op grond hiervan ziet het bestuur geen reden de waardering van deze kapitaalverstrekking aan te passen.
Voorzieningen De voorzieningen zijn gebaseerd op de nominale waarde; zij staan gepresenteerd op de passivazijde van de balans. De voorziening op de kapitaalverstrekking aan deelnemingen is in mindering gebracht op de kapitaalverstrekking en staat op de activazijde van de balans.
Grondslagen voor de bepaling van het resultaat Opbrengsten en kosten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Opbrengsten worden verantwoord zodra zij als gerealiseerd kunnen worden beschouwd. Uitgaven en waardeverminderingen worden als kosten verantwoord als zij onvermijdbaar en voorzienbaar zijn. Het overzicht van baten en lasten van Werkom is meer gedetailleerd dan het BBV voorschrijft. Werkom heeft hier bewust voor gekozen. Hiermee komt Werkom tegemoet aan de sturingsmechanismen van het bestuur en de verantwoordingsbehoefte van de gemeenten.
pagina 42
Toelichting balans
Toelichting balans in € VASTE ACTIVA Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Boekwaarde
Overige materiële vaste activa Totaal
1-jan-2020
18.430 18.430
Investeringen
Boekwaarde
Desinvesteringen Af-schrijvingen
31-dec-2020
7.9447.944-
10.486 10.486
-
-
In dit boekjaar heeft de BVO van Werkom geen activeringen gedaan. Aanschaffingen van bedrijfsmiddelen met een overnamewaarde onder de € 10.000 zijn direct in de kosten verwerkt. In het hoofdstuk 'Grondslagen' is de afschrijvingsmethodiek toegelicht.
Financiële vaste activa Kapitaalverstrekking aan: Overige verbonden partijen: Coöperatieve Zakelijke Post Nederland u.a. Werkom diensten BV
31-dec-20
31-dec-19
50.000 50.000
50.000 50.000
Het financieel vast actief bestaat enerzijds uit een achtergestelde lening aan Coöperatieve Zakelijke Post Nederland U.A. (CZPN) waarvan de nominale waarde € 20.000 bedraagt. Exploitatietekorten zijn in door CZPN op de ingebrachte achtergestelde leningen afgeboekt, waardoor nog een deel als schuld op de balans van CZPN is opgenomen. Deze inleg is tot nihil afgewaardeerd. Anderzijds is de BVO van Werkom houdster van 100% van de aandelen uit het volgestorte aandelenkapitaal van Werkom diensten BV. Zie onder het hoofdstuk 'Grondslagen' voor een toelichting op de waardering van deze kapitaalverstrekking. In dit boekjaar hebben zich geen mutaties voorgedaan m.b.t. de financiële vaste activa. VLOTTENDE ACTIVA 31-dec-20 Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
31-dec-19
Vorderingen op openbare lichamen Rekening-courantverhouding met niet-financiële instelling In ’s Rijks schatkist Totalen
1.131.053
1.242.093 1.702.578 1.398.719 4.343.390
1.259.466 2.390.519
Er is geen voorziening voor dubieuze debiteuren omdat de hiervoor relevante post uitsluitend bestaan uit vorderingen op openbare lichamen. De rekening-courant verhouding betreft die met Werkom diensten BV. Deze post was ultimo vorig boekjaar gerubriceerd onder 'Overige uitzettingen'.
pagina 43
Toelichting balans In december 2013 is de regeling voor het zgn. 'Schatkistbankieren' ingevoerd. De Staat verplicht de lagere overheden alle tegoeden op bankrekeningen (voor zover hoger dan een drempelbedrag) over te boeken naar een rekening bij het ministerie van Financiën. De begroting van Werkom is voor de berekening van het drempelbedrag leidend. Gegeven de hoogte van de begroting is het minimale drempelbedrag ad € 250.000 van toepassing. kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen in bedragen x € 1.000 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Kwartaalcijfer op 45 51 103 99 Dit boekjaar is Werkom om verschillende redenen overgefinancierd geweest. De activiteiten in de uitvoering van de PW waren op een lager peil dan begroot, er zijn geen investeringen gedaan en de resultaten uit gewone bedrijfsvoering waren beter dan begroot. Ook de uitgaven voor de verdere inrichting van Werkom bleven dit jaar op een lager niveau. De hieruit volgende overliquiditeit is op grond van voorschriften rond het verplichte Schatkistbankieren ondergebracht in de schatkist. Zie ook de financieringsparagraaf.
Overige uitzettingen Op openbare lichamen: Gemeentelijke bijdrage in het tekort Op verbonden partijen: Werkom diensten BV (rekening courant) Overige uitzettingen: Te ontvangen Lage Inkomens Voordeel (LIV) * Nog te factureren omzet, doorbelastingen enz. * Te ontvangen transitievergoedingen compensatieregeling * Totalen
1.527.614
-
250.261 71.261 370.077 2.219.214
* Deze posten zijn ultimo dit boekjaar onder de 'Overlopende activa' opgenomen.
TOTAAL
4.343.390
4.609.733
123.256 123.256
149.688 149.688
Liquide middelen Bank Nederlandse Gemeenten (rekening courant) Totalen
De BVO van Werkom houdt geen kas aan. Op de rekening-courant bij de Bank Nederlandse Gemeenten bestaat een kredietfaciliteit van € 2,5 mln.
pagina 44
Toelichting balans 31-dec-20
31-dec-19
Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen. Voorschotten 742 Betaalde waarborgsommen i.v.m. huur 11.424 11.824 Te ontvangen Lage Inkomens Voordeel (LIV) * 202.961 Nog te factureren omzet, doorbelastingen enz. * 98.390 Te ontvangen compensatie coronacrisis 700.000 Te ontvangen transitievergoedingen compensatieregeling * 100.760 BTW saldo uitvoering PW 2018 incl. rente 725.154 Totalen 1.838.690 12.566 * Deze posten waren ultimo vorig boekjaar onder de 'Overige uitzettingen' opgenomen.
pagina 45
Toelichting balans VASTE PASSIVA Eigen vermogen Gerealiseerd
Boekwaarde
in € 1-jan-20 1. Algemene reserve 464.925 2. Bestemmingsreserves Mutaties voor resultaatbestemming: Vakantiegeldverpl. WSW 537.478 Mutaties na resultaatbestemming: Organisatieontwikkeling 270.873 Totalen 1.273.276
Toevoeging
Onttrekking
resultaat
1.550.101
Boekwaarde 31-dec-20
2.015.026
23.977
27.395
1.574.078
270.873 298.269
534.060
-
2.549.086
Het bestuur heeft het besluit genomen om tijdelijk de maximale hoogte van de algemene reserve, zoals genoemd in de Financiële verordening, te verruimen, zodat dit de mogelijkheid biedt om het positief resultaat van 2020 hier aan toe te voegen. Vervolgens kan deze algemene reserve ingezet worden ter dekking van tekorten over 2021 en 2022. In 2018 heeft het bestuur besloten een bestemmingsreserve te vormen voor de vakantiegeldverplichting voor WSW-medewerkers. Deze bestemmingsreserve is in 2018 initieel gevoed via een overdracht van middelen vanuit Baanstede. De onttrekking betreft de verlaging van de verplichting. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door het natuurlijk verloop van deze groep medewerkers waardoor ook de verplichting daalt. In december 2020 zijn WSW-dienstverbanden overgenomen van de gemeenten Oostzaan en Wormerland. Deze overname omvatte ook de verplichting voor het vakantiegeld over de periode juni t/m december 2020. Hiertoe heeft Werkom middelen in rekening gebracht aan genoemde gemeenten en toegevoegd aan deze reserve. De bestemmingsreserve voor organisatieontwikkeling is in 2018 gevormd omdat de destijds geplande en begrote inrichtingsprojecten en reorganisaties niet allemaal waren gestart dan wel afgerond. In 2019 is een uitvoeringsvisie ontwikkeld alsmede de 'Werkom-aanpak'. In het jaar 2020 zijn diverse projecten in dit kader uitgevoerd.
Op grond van de stand van zaken over de voortgang van de organisatieontwikkeling, heeft het bestuur besloten het saldo van deze reserve volledig te onttrekken. Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's in € Boekwaarde Herrubricering Boekwaarde Voorziening 31-dec-19 Toevoeging Onttrekking en vrijval 31-dec-20 1. Personeelskosten 107.878 130.794 68.727 169.945 2. Spaarverlof 301.569 70.217 30.064 341.723 3. Onderhoud/huisvesting 61.719 61.719 4. Overige 105.171 12.931 33.958 19.772103.915 Totalen 576.336 213.942 132.748 41.947 615.583 Algemeen De hierboven genoemde voorzieningen zijn oorspronkelijk in 2018 ontstaan en gevoed via overdrachten vanuit Baanstede omdat de bijbehorende risico's en verplichtingen ook vanuit Baanstede zijn overgekomen. Werkom heeft sindsdien ultimo elk boekjaar de risico's en verplichtingen opnieuw beoordeeld, geactualiseerd of aangevuld en gewaardeerd. 1. Personeelskosten Deze voorziening heeft betrekking op personeelskosten waarvan de oorzaak in 2020 of eerder ligt, doch waarvan afwikkeling in 2021 of later zal volgen. De voorziening bevat posten voor ambtelijke en SW-medewerkers.
pagina 46
Toelichting balans 2. Spaarverlof Een aantal SW-medewerkers heeft in 2020 of eerder een verzoek ingediend een deel van hun verlofuren om te zetten in spaarverlof. Deze voorziening is de financiële vertaling van de daaruit voorvloeiende verplichting, rekening houdend met de mutaties in dit boekjaar, het actuele uurloon en opslagen voor vakantiegeld, eindejaarsuitkering en het werkgeversdeel sociale lasten. 3. Onderhoud/huisvesting Deze voorziening heeft betrekking op onderhoudskosten in het huurdersbelang in de gehuurde panden. Daarnaast bestaat er een risico dat, indien Werkom gehuurde panden verlaat, deze in oorspronkelijke staat teruggebracht moeten worden. De kosten daarvoor zullen alsdan t.l.v. deze voorziening komen. In dit boekjaar is het besluit genomen de huur van het pand aan de Roode Wildemanweg in Wormerveer per 31 januari 2021 te beëindigen. Dit heeft geleid tot herstelkosten voor oplevering. Deze zijn t.l.v. deze voorziening gebracht. De huur van het pand aan de Einsteinstraat in Purmerend is tot 10 jaar verlengd. Het restant van deze voorziening is bedoeld voor de herstelkosten c.q. voor de kosten van het wegnemen van het huurdersbelang bij einde van de huur.
Omdat het risico geen betrekking heeft op groot onderhoud van een pand in eigendom en er geen meerjaren onderhoudsplanning is, is het saldo via herrubricering overgebracht naar de voorziening voor overige risico's en verplichtingen. 4. Overige Dit betreft een voorziening op overige risico's of verplichtingen, zoals verschuldigde extra kosten indien er sprake zal zijn van einde inzet van ingehuurde medewerkers, en posten waarvoor in het verleden verplichtingen zijn aangegaan, maar waarvan de werkelijke kosten zullen zich in de toekomst zullen ontwikkelen. Dit jaar is, via herrubricering, het risico voor herstelkosten bij einde huur van panden er aan toegevoegd.
31-dec-20 Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van: Openbare lichamen 2018, Gemeente Zaanstad Totalen
4,5 jr.
0,30%
700.000 700.000
31-dec-19
700.000 700.000
De rentelast op deze lening bedroeg € 2.100. De aflossingsverplichting voor 2021 is nihil.
pagina 47
Toelichting balans VLOTTENDE PASSIVA Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 31-dec-20
31-dec-19
Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van aan jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Nog af te dragen loonheffing en sociale lasten 844.901 799.475 Omzetbelasting (aangifte laatste kwartaal) 249.195 289.721 Nog te betalen rente leningen 1.191 1.191 Nog te verrekenen netto loon/salaris 1.304 12.052 Nog af te rekenen bekostiging WSW 929 114.868 Vooruitontvangen middelen 30.000 149.317 Overige nog te betalen of terug te betalen kosten 405.526 86.563 Verplichting uitstaande verlofuren (ambtelijk + WSW) 966.562 836.759 Diverse schulden op korte termijn 1.544 859 Totalen 2.501.153 2.290.804 De verplichting aan uitstaande verlofuren is arbeidskosten gerelateerd, doch kent door personele mutaties en de effecten van de coronacrisis geen vergelijkbaar volume.
pagina 48
Toelichting balans Niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen per 31 december 2020 a. Huurcontracten > Einsteinstraat 103, Purmerend > Roode Wildemanweg, Wormerveer > Kwadijkerkoogweg 1, Purmerend > Slachthuisstraat 65, Zaandam > Volume 103, Purmerend > Twiskeweg 10, Oostzaan
4.277.068 11.250 37.650 19.884 11.924 2.488
Het bedrag van de verplichting vertegenwoordigt het restant van de looptijd van het huurcontract. Bij de bepaling van het kostenbedrag is geen rekening gehouden met indexaties. b. Investeringsverplichtingen In 2020 zijn geen bestellingen gedaan voor investeringen die in 2021 zijn geleverd en gefactureerd.
pagina 49
Bijlage 1
Uitvoeringsinformatie, Taakvelden in € Deze bijlage bevat tabellen met nadere informatie over de uitvoering. In de zomer van 2016 zijn er een aantal wijzigingen in het BBV gepubliceerd. Deze zijn ook van toepassing op Werkom, in beginsel echter alleen voor de BVO van Werkom, niet voor de BV. Op deze bijlage zijn de taakvelden opgenomen. Omdat de BVO en de BV organisatorisch en fiscaal één geheel vormen, zijn de baten en lasten (excl. onderlinge doorbelastingen en excl. mutaties over het eigen vermogen) afzonderlijk, maar ook geconsolideerd opgenomen.
Taakvelden Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend 0.4 Overhead Baten Lasten Saldo
Realisatie 2020 € 1.455.731 € € 2.434.818- € € 979.088- €
Gewijzigde begroting 765.840 4.973.6174.207.777-
0.5 Treasury Baten Lasten Saldo
Realisatie 2020 € 45.272 € € 2.106- € € 43.166 €
Gewijzigde begroting 2.1002.100-
6.4 Begeleide participatie Baten Lasten Saldo
Gewijzigde begroting Realisatie 2020 € 16.350.810 € 17.870.490 € 15.957.683- € 15.546.848€ 393.127 € 2.323.642
6.5 Arbeidsparticipatie Baten Lasten Saldo
Realisatie 2020 € 7.911.857 € € 6.122.140- € € 1.789.717 €
Gewijzigde begroting 7.836.317 6.121.6971.714.620
0.4 Overhead Baten Lasten Saldo
Realisatie 2020 € 511.620 € € 3.813.845- € € 3.302.225- €
Gewijzigde begroting 50.000 1.379.1431.329.143-
0.5 Treasury Baten Lasten Saldo
Realisatie 2020 € 11.707 € € 11.707
Gewijzigde begroting -
Taakvelden Werkom diensten BV
€ € €
Bijlage 1
6.4 Begeleide participatie Baten Lasten Saldo
Realisatie 2020 € 6.227.327 € € 2.890.593- € € 3.336.734 €
Gewijzigde begroting 5.940.449 4.725.8271.214.622
6.5 Arbeidsparticipatie Baten Lasten Saldo
Realisatie 2020 € 3.044 € € 3.044
€ € €
Gewijzigde begroting -
Realisatie 2020 € 1.967.351 € € 6.248.663- € € 4.281.312- €
Gewijzigde begroting 815.840 6.352.7605.536.920-
0.5 Treasury Baten Lasten Saldo
Realisatie 2020 € 56.979 € € 2.106- € € 54.873 €
Gewijzigde begroting 2.1002.100-
6.4 Begeleide participatie Baten Lasten Saldo
Gewijzigde begroting Realisatie 2020 € 22.578.137 € 23.810.939 € 18.848.276- € 20.272.675€ 3.729.861 € 3.538.264
6.5 Arbeidsparticipatie Baten Lasten Saldo
Realisatie 2020 € 7.914.901 € € 6.122.140- € € 1.792.761 €
Resultaat voor bestemmen
€
Taakvelden geconsolideerd 0.4 Overhead Baten Lasten Saldo
1.296.184
€
Gewijzigde begroting 7.836.317 6.121.6971.714.620 286.136-
Toerekening naar kosten uitvoering taakvelden 6.4 en 6.5, realisatie 2020 Geconsolideerde cijfers (BVO plus BV) 6.4 Begeleide 6.5 Arbeidsparticipatie participatie Totaal Saldo taakvelden 3.729.861 1.792.761 5.522.623 Toerekening Overhead/Treasury 2.666.5091.559.9304.226.439Totaal 1.063.352 232.831 1.296.184 N.B.: deze opstelling is incl. gemeentelijke bijdragen (via Overhead). Bij taakveld 6.4 (Begeleide participatie, uitvoering van de WSW incl. Nieuw Beschut) ontstaat na toerekening van Overhead en Treasury een overschot van € 1.063.352 en bij taakveld 6.5 (Arbeidsparticipatie, de PW) een saldo van € 232.831. Taakveld 6.5 wordt samen met de kosten voor Nieuw Beschut afgerekend met de 2 deelnemende gemeenten.
Controleverklaring van de onafhankelijk accountant
Bijlage 2
Uitvoeringsinformatie, Economische categorieën in € Deze bijlage bevat de tabel met de bedragen per economische categorie.
Economische categorieën Participatiebedijf Zaanstad Purmerend Gewijzigde Realisatie 2020 begroting Economische categorieën Baten 3. Goederen en diensten 5.211.140 3.454.000 Baten 4. Overdrachten 22.151.344 23.018.647 Baten 5. Rente (en dividend) 45.272 Lasten 1. Salarissen en sociale lasten 21.358.79221.217.932Lasten 2. Belastingen 7.316147.657Lasten 3. Goederen en diensten 3.937.1024.403.917Lasten 4. Overdrachten 677.484688.000Lasten 5. Rente (en dividend) 2.1062.100Lasten 7. Verrekeningen 149.148184.656Resultaat voor bestemmen 1.275.809 171.615Economische categorieën Werkom diensten BV Realisatie 2020 Economische categorieën Baten 3. Goederen en diensten 4.656.345 Baten 4. Overdrachten 441.560 Baten 5. Rente (en dividend) 11.707 Lasten 1. Salarissen en sociale lasten 608.202Lasten 2. Belastingen 215.144Lasten 3. Goederen en diensten 3.956.786Lasten 4. Overdrachten Lasten 5. Rente (en dividend) Lasten 7. Verrekeningen 309.106Resultaat voor bestemmen 20.374
Gewijzigde begroting 5.990.449 2.836.62867.6832.955.463245.195114.520-
Economische categorieën Totaal Realisatie 2020 Economische categorieën Baten 3. Goederen en diensten 9.867.485 Baten 4. Overdrachten 22.592.904 Baten 5. Rente (en dividend) 56.979 Lasten 1. Salarissen en sociale lasten 21.966.994Lasten 2. Belastingen 222.460Lasten 3. Goederen en diensten 7.893.888Lasten 4. Overdrachten 677.484Lasten 5. Rente (en dividend) 2.106Lasten 7. Verrekeningen 458.254Resultaat voor bestemmen 1.296.184
Gewijzigde begroting 9.444.449 23.018.647 24.054.560215.3407.359.380688.0002.100429.852286.136-
Bijlage 3
Bijlage 3, Geconsolideerde cijfers in € Realisatie 2020
Gewijzigde begroting 2020
Primaire begroting 2020
Realisatie 2019
Baten Bekostiging uitvoering PW Bekostiging uitvoering SW Gemeentelijke bijdragen Overige baten Subtotaal Netto toegevoegde waarde Totaal baten
7.882.436 13.949.264 700.000 672.605 23.204.305 7.632.231 30.836.535
7.387.000 15.182.330 449.317 23.018.647 8.060.635 31.079.282
7.387.000 14.481.858 21.868.858 8.338.450 30.207.308
7.759.932 14.882.383 290.000 191.892 23.124.207 8.502.665 31.626.872
Lasten Loonkosten en -suppletie WSW Loonkosten andere doelgroepen Overige kosten doelgroepen Personeelskosten Directe trajectkosten PW Overige bedrijfskosten Totaal lasten
13.930.921 427.948 196.356 10.675.543 490.828 3.818.755 29.540.352
15.182.330 646.536 308.087 10.174.149 666.656 4.387.659 31.365.418
14.481.858 530.866 370.448 11.010.717 3.842.190 30.236.079
14.889.859 611.795 325.851 10.823.238 679.693 3.844.160 31.174.596
Het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten
1.296.184
286.136-
28.771-
452.276
Onttrekking aan reserves Toevoegingen aan reserves
274.292 1.570.475
270.873 -
-
19.495 471.771
15.263-
28.771-
-
Gerealiseerd resultaat
-
Bijlage 3 (toelichtingen)
Toelichtingen op de geconsolideerde cijfers Algemeen Geconsolideerde bedragen Het BBV laat niet toe dat formeel geconsolideerd wordt gerapporteerd (artikel 5), terwijl daar wel behoefte aan is. De BVO en BV vormen organisatorisch één geheel en zijn ook een fiscale eenheid. Op de vorige pagina van deze bijlage treft u daarom een informele rapportage aan over de geconsolideerde bedragen. Hieronder genoemde verschillen geven de afwijking t.o.v. de gewijzigde begroting aan. Een vergelijking met de primaire begroting wordt niet zinvol geacht omdat bij het opmaken daarvan er teveel en te grote onzekerheden bestonden. Hieronder worden de belangrijkste posten toegelicht. In enkele gevallen is deze toelichting gelijk aan die op de bedragen van de BVO omdat die baten of lasten alleen bij de BVO voorkomen. Zie in dat geval de toelichting van de baten en lasten van de BVO bij het onderwerp. Onderlinge doorbelastingen Tussen de BVO en de BV hebben over-en-weer interne doorbelastingen plaatsgevonden. Het betreft directe orderkosten, huisvestingskosten, loonkosten, kosten van staf en overhead en overige bedrijfskosten. Deze onderlinge doorbelastingen zijn noodzakelijk omdat deze kostensoorten in beginsel in slechts één van de 2 entiteiten worden verantwoord, doch betrekking hebben op activiteiten die in beide entiteiten voorkomen.
De verdeelsleutel tussen beide entiteiten is gebaseerd op de verhoudingen in de opbrengsten. In dit overzicht met de geconsolideerde bedragen vallen deze onderlinge doorbelastingen uiteraard tegen elkaar weg.
Netto toegevoegde waarde
428.405
Het saldo van omzet en de directe orderkosten is de Netto Toegevoegde Waarde (NTW). Zowel de omzetten als de NTW zijn lager dan de realisatie over 2019 en de begroting voor 2020. De belangrijkste oorzaak hiervan is de coronacrisis. Vooral de detacheringen bij veel externe werkgevers zijn sterk verminderd dan wel beëindigd. Directe kosten van de omzet Bedrijfsonderdeel Omzet NTW Industrie&Diensten 2.625.945 988.7171.637.228 Business Print&Post 2.082.139 457.0791.625.060 Green&Clean 4.052.846 228.7273.824.119 Overige 551.423 5.600545.823 9.312.353 1.680.1227.632.231 Het bedrijfsonderdeel Industrie&Diensten wist zowel de omzet als de NTW op niveau te houden. In 2020 zijn de slechtst renderende activiteiten (food-verpakken) verder afgebouwd en vervangen door activiteiten met een beter financieel resultaat. Business Print&Post heeft te maken met een krimpende markt; dit kan niet meer worden gecompenseerd door een groter marktaandeel te veroveren. Bij het bedrijfsonderdeel Green&Clean is de omvang van het uitgevoerde werk voor derden ook gedaald. Het natuurlijk verloop van WSW-medewerkers wordt niet gecompenseerd door instroom van personen uit nieuwe doelgroepen. Hierdoor kan er ook minder werk worden aangenomen.
Bijlage 3 (toelichtingen) Loonkosten andere doelgroepen
218.588
De loonkosten voor doelgroepen anders dan de WSW blijven achter bij de begroting en bij de realisatie over het vorige boekjaar. Door de coronamaatregelen konden er minder trajecten worden uitgevoerd en waren er ook minder dan begroot interne plaatsingen (met dienstverbanden).
Overige kosten doelgroepen
111.731
De overige kosten blijven achter bij de begroting en bij de realisatie over het vorige boekjaar. Door de coronamaatregelen werden de mogelijkheden voor persoonlijk contact sterk beperkt. Zodoende konden er minder trajecten worden uitgevoerd.
Personeelskosten
501.394-
Deze post bevat de ambtelijke loonkosten plus de overige personeelskosten (zoals bijv. reiskosten, kosten Arbodienst, opleidingskosten en werkkleding). De kosten zijn hoger dan begroot omdat er meer personen een ambtelijke aanstelling hebben gekregen. Deze personen werden eerder verloond via een extern payrollbedrijf. Op de kostensoort voor inhuur (ook onderdeel van deze post) is er dan ook sprake van een onderschrijding. Deze compenseert de overschrijding op de andere onderdelen niet geheel.
Directe trajectkosten PW
175.828
De directe trajectkosten blijven achter bij de begroting en bij de realisatie over het vorige boekjaar. Door de coronamaatregelen werden de mogelijkheden voor dit soort activiteiten sterk beperkt. Zodoende konden er minder trajectinstrumenten worden ingezet.
Bijlage 3 (toelichtingen) Overige bedrijfskosten
568.904
Deze kostengroep bevat de volgende onderwerpen: > Afschrijvingen > Rentelasten > Huren > Onderhoudskosten > Energieverbruik > Belastingen en verzekeringen > Algemene kosten > Diverse baten en lasten > Mutaties voorzieningen Op de meeste van de genoemde kostensoorten zijn de afwijkingen relatief gering. In 2020 zijn echter wel hoger dan begrote kosten ontstaan doordat de software van AFAS (voor de salarisverwerking) geschikt is gemaakt voor ondersteuning van de HRMprocessen en als klantvolgsysteem. Deze aanpassingen zullen in 2021 in gebruik worden genomen. Er zal dan geen gebruik van IW3 en GWS meer worden gemaakt. Onderschrijdingen zijn er bij de afschrijvingen (door minder dan begrote investeringen) en bij de algemene kosten. Er waren hoge advieskosten begroot op projecten die niet zijn gestart zoals het outsourcen van de ICT en de vervanging van AX2012.