CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

E Jaarstukken 2020 Werkom

Gemeenteraad 30 juni 2021, gemeente PurmerendBij agendapunt: Jaarstukken en begroting 2022 Werkom16.972 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jaarstukken

2020

Jaarstukken 2020 periode: 1 januari 2020 t/m 31 december 2020 bedrijfsvoeringsorganisatie Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend 7 mei 2021

Inhoud Jaarverslag 2020 Programmaverantwoording 1 Inleiding 2 Ontwikkelingen 2.1 Algemeen 2.2 Coronacrisis 2.3 Arbeidsmarkt 2.4 Werkleerinfrastructuur 2.5 Fiscale positie 3 Organisatie 3.1 Bestuur en directie 3.2 Participatiebedrijf 3.3 Doelgroepen 4 Beleid en uitvoering 4.1 Het programma 4.2 Bekostiging en verantwoording 4.3 Indicatoren 5 Financiën 5.1 Overdracht budgetten gemeenten 5.2 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien 6 Paragrafen 6.1 Bedrijfsvoering 6.2 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing 6.3 Paragraaf Voorzieningen 6.4 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen 6.5 Paragraaf Verbonden partijen 6.6 Paragraaf Financiering

2 3 3 3 4 4 5 6 6 7 7 8 8 10 11 16 16 16 17 17 18 22 23 24 25

Jaarrekening 2020

28

Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Toelichting op het Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening WNT-verantwoording 2020 Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend Balans per 31 december 2020 Algemene grondslagen en grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Toelichting balans Bijlage 1 Uitvoeringsinformatie, Taakvelden Controleverklaring van de onafhankelijk accountant Bijlage 2 Uitvoeringsinformatie, Economische categorieën Bijlage 3, Geconsolideerde cijfers Toelichtingen op de geconsolideerde cijfers

29 30 36 38 40 43

Programmaverantwoording

Jaarverslag 2020 Programmaverantwoording

1

Inleiding

Dit zijn de jaarstukken (jaarverslag en jaarrekening) over het jaar 2020 van de Gemeenschappelijke regeling ‘participatiebedrijf Zaanstad Purmerend’, handelend onder de naam ‘Werkom’. Bij het samenstellen van deze jaarstukken is de indeling van de gewijzigde begroting voor het jaar 2020 zoveel mogelijk gevolgd. Daar waar dit het inzicht beter diende of waar een betere aansluiting op de regelgeving (het BBV) kon worden bereikt, is daar van afgeweken. Gemeenten zijn sinds 1 januari 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van de PW. Doel van de PW is om mensen met arbeidsvermogen die vallen onder doelgroep van de PW naar werk toe te leiden, bij voorkeur naar regulier werk. Ter uitvoering van de taken in het kader van de Participatiewet (PW) en Wet sociale werkvoorziening (WSW) hebben de gemeenten Purmerend en Zaanstad Werkom opgericht. Dit is gedaan op basis van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Er is gekozen voor een Bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO). De colleges van beide gemeenten hebben de bevoegdheden uit de WSW overgedragen aan Werkom met dien verstande dat bevoegdheid beleidsregels te stellen blijft toekomen aan de colleges. Ten aanzien van de taken in het kader van de uitvoering van de PW is aan de secretaris-directeur mandaat verleend. Gemeenten hebben beleidsruimte om de vorm en inhoud van de arbeidsondersteuning binnen de wettelijke kaders zelf te bepalen.

De gemeenteraad formuleert bij verordening beleid voor de arbeidsondersteuning aan de doelgroep, waaronder ook nietuitkeringsgerechtigden of prioritaire doelgroepen. De hier relevante doelgroep bestaat uit mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt. Mensen die op 31 december 2014 een geldige SW-indicatie hadden en in een SW-dienstbetrekking werkzaam zijn, behouden hun rechten en plichten. Het gaat bij de nieuwe doelgroep ook om schoolverlaters uit het voortgezet speciaal onderwijs, het praktijkonderwijs en het mbo-entreeonderwijs. Het is van belang dat zij in beeld zijn, passende begeleiding krijgen en aan de slag komen bij werkgevers, zo nodig met ondersteuning. Ook statushouders vormen een belangrijke doelgroep. In deze jaarstukken wordt verantwoording afgelegd over één programma; Werk bestaande uit 2 primaire taakvelden: arbeidsparticipatie en begeleide participatie met daarnaast de taakvelden treasury en overhead. Werkom heeft in 2018 een besloten vennootschap opgericht waarvan het 100% van de aandelen houdt. Beide entiteiten leveren, via bedrijfsonderdelen, ook producten of diensten aan afnemers. De BV wordt benut om het private deel van de markt te bedienen. Onder 'privaat' worden alle klanten verstaan niet zijnde de gemeente Zaanstad of Purmerend.

pagina 2

Programmaverantwoording

2

Ontwikkelingen

2.1 Algemeen In het sociaal akkoord van 2013 was de landelijke doelstelling overeengekomen om 125.000 extra banen te realiseren voor mensen met een beperking. Sindsdien zijn metingen gedaan. Deze metingen zijn geanalyseerd en gebleken is dat een groot aantal van de banen het gevolg is van wijzigingen in definities. Het werkelijke aantal extra banen ligt aanzienlijk lager. Dit jaar was het vijf jaar na de decentralisaties (van rijksoverheid naar gemeenten) van regelingen voor de ondersteuning van kwetsbare burgers. Destijds was het streven de participatie in de samenleving te vergroten voor mensen die dit niet op eigen kracht kunnen; het betrof de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet en de Participatiewet. Bij de overheveling van taken naar de gemeenten werden de bijbehorende budgetten direct gekort. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) heeft in 2019 en 2020 evaluatierapporten over deze decentralisaties uitgebracht. In het najaar van 2020 verscheen het rapport ‘Sociaal domein op koers? Verwachtingen en resultaten van vijf jaar decentraal beleid’. In dit rapport concludeert het SCP dat de deelname van mensen met een arbeidsbeperking aan de samenleving niet is toegenomen; de kansen op werk zijn nauwelijks verbeterd.

De verwachtingen van het nieuwe beleid waren te hoog gespannen, bijvoorbeeld over de zelfredzaamheid van mensen en de rol van werkgevers om personen uit de doelgroepen dienstverbanden aan te bieden. Het betrokken ministerie moet nu realistische doelen stellen en deels ook terug naar de 'tekentafel'. Het SCP vindt het zorgelijk dat een aantal kwetsbare groepen aan het kortste eind trekt. Zo zijn de baankansen juist afgenomen voor mensen die aangepast werk nodig hebben. Voor werkgevers zijn de administratieve lasten soms toegenomen, omdat ze moeten samenwerken met meerdere gemeenten in plaats van een centraal orgaan.

2.2 Coronacrisis In dit boekjaar heeft de coronacrisis wereldwijd grote invloed gehad op het maatschappelijk en economisch leven. In verschillende sectoren leidden de maatregelen tegen verspreiding van het virus tot groot omzetverlies met dito gevolgen voor de werkgelegenheid. De maatregelen hebben ook effect gehad op de bedrijfsvoering van Werkom en de inen uitstroom van kandidaten. Onder de in het verleden extern geplaatste personen uit de doelgroep van de WSW ontstond een grote terugstroom, d.w.z. veel plaatsingen van gedetacheerden dan wel Begeleid Werkenden eindigden. De gedetacheerden werden, ter behoud van hun werkritme, in veel gevallen intern geplaatst. De Begeleid Werkenden kregen, op grond van bepalingen in de WSW-CAO weer een intern dienstverband; zij werden eveneens intern geplaatst.

pagina 3

Programmaverantwoording Dit was financieel merkbaar in de detacheringsomzet (gedaald), de WSW-loonkosten (toegenomen) en de betaalde loonkostensubsidie (gedaald). Behoudens de detacheringsomzet wisten de andere bedrijfsonderdelen de werkgelegenheid en de omzet op niveau te houden. Werkom heeft in 2020 veel extra maatregelen genomen om de 1,5 meter samenleving in te voeren en mensen daar waar mogelijk thuis te laten werken. De focus op het managen van de Coronacrisis ging ten koste van enkele geplande vernieuwingen in ICT en organisatieontwikkeling waardoor deze projecten en de bijbehorende kosten zijn doorgeschoven naar 2021. Werkom kwam niet in aanmerking voor extra middelen uit de NOW-regelingen omdat het totaal van de baten niet meer dan 20% daalde. De gemeenten hebben wel extra middelen beschikbaar gekregen via de relevante budgetten.

2.3 Arbeidsmarkt Waar er tot begin 2020 sprake was van krappe arbeidsmarkt die zich ook vertaalde in een lager beroep op de participatiewet, is de arbeidsmarkt onder invloed van corona behoorlijk veranderd. Een aantal mensen is hun inkomen uit arbeid kwijtgeraakt; het betreft vooral zelfstandigen en werknemers met een flexibel contract. De (regionale) arbeidsmarkt kon dit niet (direct) opvangen. De werkloosheid onder ZZP-ers is daarom toegenomen. Ook het aantal banen in de uitzendbranche is fors afgenomen. In de overige sectoren zijn de arbeidsmarkteffecten het afgelopen jaar gedempt door de overheidsmaatregelen waarmee de loonkosten van werknemers vergoed werden en de dienstverbanden behouden bleven. Voor mensen uit de doelgroep van Werkom zijn de kansen op werk door deze ontwikkelingen in 2020 verslechterd. Kandidaten die via Werkom uitstromen naar een reguliere baan werken vaak in deeltijd, hebben een tijdelijk contract en werken bovendien vaak in kwetsbare sectoren, zoals uitzendwerk en horeca. Ook zagen we eind 2020 een toename in de instroom van mensen in de Participatiewetuitkering en bijgevolg zijn eind 2020 meer mensen bij Werkom in begeleiding in dan aanvankelijk begroot.

pagina 4

Programmaverantwoording

2.4 Werkleerinfrastructuur Werkom pleit voor behoud van de werkleerinfrastructuur. Een arbeidsmarkt die meer werknemers met een arbeidsbeperking omvat, is beter haalbaar als werkgevers en werknemers kunnen terugvallen op ondersteuning en begeleiding van sociale ontwikkelbedrijven, zoals Werkom. De markt faalt in deze; sociale ontwikkelbedrijven blijven nodig om bedoelde werknemers werk te bieden of in dienst te nemen. De maatschappelijke waarde van werk wordt niet betwist. Het lukt niet altijd dit (direct of blijvend) bij een externe werkgever te realiseren. Voor (een deel van) de doelgroep wordt het welzijn daarom verhoogd door werk bij Werkom. Deelnemers hebben een dagbesteding en dat leidt tot meer sociale contacten en meer eigenwaarde. En voor de maatschappij wordt de aanwezige loonwaarde daadwerkelijk benut. In dit boekjaar zijn de 2 deelnemende gemeenten gestart met een strategische heroverweging over de uitvoering van de Participatiewet en de rol van Werkom daarin. In de scenario's die worden bestudeerd, is het al dan niet behouden van de werkleerinfrastructuur één van de variabelen. De resultaten van deze strategische heroverweging zullen vanzelfsprekend van groot belang zijn voor de toekomst van Werkom. In het kader van de huisvesting is in 2020 het besluit genomen de locatie aan de Roode Wildemanweg in Wormerveer te verlaten. Daar was m.n.

de centrale vestiging van het bedrijfsonderdeel 'Groen&Schoon'. Bij het opmaken van deze jaarstukken was de verhuizing naar de locatie aan de Einsteinstraat afgerond. Deze verhuizing gaf mede aanleiding tot enkele andere kleine aanpassingen in het gebouw aan de Einsteinstraat. Voor de nabije toekomst is er echter een grotere aanpassing ingepland.

2.5 Fiscale positie Sinds de zomer 2017 worden de gemeenten Zaanstad en Purmerend met fiscaal advies bijgestaan omtrent de fiscale positie voor Werkom (zowel voor de BVO als voor de BV). In de loop van het jaar 2020 heeft dit geleid tot een voorlopig standpunt van de belastingdienst betreffende de BVO en de omzetbelasting. De belastingdienst is van mening dat niet de zgn. 'BTW koepelvrijstelling' (volgens art. 11, lid 1, sub u van de wet op de omzetbelasting) van toepassing is, doch de zgn. 'sociaal culturele vrijstelling' (art. 11, lid 1, sub f). Voor Werkom is dit onderscheid minder relevant: de overdracht van budget voor haar prestaties in het kader van de Participatiewet is vrijgesteld van BTW en de aan Werkom in dit licht in rekening gebrachte BTW is kostenverhogend. Voor overheadkosten geldt een zgn. 'mengpercentage' voor de kostenverhogende BTW.

pagina 5

Programmaverantwoording Het gevolg voor de gemeenten is echter wel van belang; de zgn. 'transparantiemethodiek' kan nl. niet worden toegepast. Dit betekent dat genoemde kostenverhogende BTW niet aan de 2 gemeenten kan worden 'doorgeschoven' en dat deze zo ook niet voor de gemeenten compensabel is t.l.v. het BTW-compensatiefonds. Het standpunt van de belastingdienst is ongebruikelijk en het financiële nadeel is groot. Werkom is echter in deze geen belanghebbende meer; het is aan de gemeenten om de procedure voort te zetten. In de 2e helft van april 2021 heeft Werkom een uitspraak op het bezwaarschrift over 2018 ontvangen. Zonder dat duidelijk werd welke BTW-vrijstelling van toepassing is, bleek uit de uitspraak dat de inspecteur aan het bezwaar tegemoet kwam. Dit heeft voor Werkom een belangrijk financieel effect; dit was in eerdere jaarstukken niet opgenomen. En op het moment dat deze informatie bekend werd, waren deze jaarstukken nog niet vastgesteld. Daarom zijn de effecten van deze uitspraak alsnog verwerkt. Zie hiervoor verder de jaarrekening. In mei 2019 heeft Werkom de fiscus verzocht de BVO en de BV van Werkom als 'fiscale eenheid' te beschouwen. In oktober 2020 is hiertoe een beschikking afgegeven. Hierin worden de 2 entiteiten van Werkom vanaf 1 november 2020 als fiscale eenheid gezien.

Voor Werkom heeft dit tot gevolg dat er nog maar één aangifte voor de omzetbelasting hoeft te worden gedaan en dat onderlinge prestaties vrij van BTW zijn gesteld. Dit zal op termijn de administratieve lasten enigszins verlagen. Voor de vennootschapsbelasting wordt er gebruik gemaakt van de vrijstelling cf. art. 5, lid 1, letter c, sub 2. Het gaat hier om een subjectvrijstelling voor lichamen die nagenoeg uitsluitend passende werkzaamheden bieden aan mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking. Dit was m.n. gericht op medewerkers met een WSW-indicatie, maar gesteld is dat de personen uit de nieuwe doelgroepen hieraan gelijk zijn. Deze vrijstelling is in het voorjaar van 2019 toegekend. Werkom diensten BV De BV is voor de omzetbelasting een regulier ondernemer omdat de BV uitsluitend prestaties verricht aan de private markt en aan openbare lichamen niet zijnde de gemeenten Purmerend of Zaanstad. Voor de vennootschapsbelasting is ook gekozen voor de subjectvrijstelling omdat aannemelijk is dat ook de BV nagenoeg uitsluitend passende werkzaamheden biedt aan mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking.

3

Organisatie

3.1 Bestuur en directie De BVO is 'beleidsarm' en heeft een ongeleed bestuur. Dit jaar waren namens de deelnemende gemeenten Zaanstad en Purmerend respectievelijk de heren J. Krieger en H.M.M. Rotgans bestuurslid van Werkom. Secretaris-directeur is mevr. Y.F.W. Hoogtanders.

pagina 6

Programmaverantwoording

3.2 Participatiebedrijf De uitvoeringsorganisatie bestaat uit een bedrijfsonderdeel 'Mens en werk' en een bedrijfsonderdeel waarin drie werkleerbedrijven zijn ondergebracht (Industrie en diensten, Groen en schoon en Post en print). Daarnaast beschikt de organisatie over een aantal stafonderdelen die de directeur, het bestuur en de organisatie ondersteunen.

3.3 Doelgroepen De doelgroep van Werkom laat zich als volgt samenvatten: > Personen met een bijstandsuitkering, een uitkering op grond van de Wet IOAW, de Wet IOAZ, de Algemene nabestaandenwet (ANW) en arbeidsondersteuning aan nietuitkeringsgerechtigden; > Mensen die op 31 december 2014 een geldige SW-indicatie hadden en in een SW-dienstbetrekking werkzaam waren: zij behouden hun rechten en plichten conform de WSW; > Begeleid Werken (eveneens conform de WSW); > Jonggehandicapten met arbeidsmogelijkheden; > Mensen met arbeidsvermogen die (nog) niet in een reguliere baan kunnen werken, ook niet met extra begeleiding en ondersteuning. Zij hebben uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. In de loop van het jaar 2020 zijn afspraken gemaakt met de gemeenten Oostzaan en Wormerland over hun SW-geïndiceerde inwoners. De betrokkenen waren bij de overdracht vanuit Baanstede in dienst gekomen van genoemde gemeenten, doch in een aantal gevallen nog wel werkzaam via Werkom, soms ook op (groen)opdrachten van beide gemeenten. Deze situatie werd door Werkom, Oostzaan en Wormerland niet wenselijk gevonden. De SW-medewerkers zijn per 31 december 2020 in dienst gekomen bij Werkom. Afhankelijk van de aard van de plaatsingen zijn afspraken gemaakt over de bekostiging.

Voor SWgeïndiceerde inwoners van de gemeente Beemster gold sinds 1 januari 2018 een soortgelijke werkwijze.

pagina 7

Programmaverantwoording

4

Beleid en uitvoering

4.1 Het programma Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dienen de verantwoordingsstukken inzicht te geven in de kosten en opbrengsten. In de stukken geeft men daartoe aan wat de organisatie heeft bereikt, welke activiteiten daarvoor nodig waren en welke financiële stromen dit opleverde. Werkom heeft in dit boekjaar de WSW (in delegatie) en (via een 2-tal Dienstverleningsovereenkomsten) deeltaken uit de PW uitgevoerd. Er worden personen uit de verschillende doelgroepen in traject genomen en/of ingezet. Het betreft personen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt. De inzet via Werkom is echter steeds van relatief korte duur via een zgn. 'werkfit'-traject (werken met behoud van uitkering) dan wel via een dienstverband met een maximum van 36 maanden. De uitvoering van de WSW betreft het scheppen van aangepaste werkgelegenheid voor mensen die, hoewel zij tot werken in staat zijn, als gevolg van lichamelijke, psychische of verstandelijke handicaps, er niet in slagen werk te vinden op de reguliere arbeidsmarkt. Tenslotte wordt de infrastructuur van Werkom ook ingezet voor de uitvoering van het zgn. 'nieuw beschut werken'. Sinds 1 januari 2017 is daarvoor een verplichting met taakstelling voor beide gemeenten ontstaan, echter tot maximaal het aantal afgegeven indicaties.

Het betreft personen die qua arbeidsvermogen en beperking sterk vergelijkbaar zijn met SW-geïndiceerden die werkzaam zijn in 'beschut binnen'. Er wordt in het programma onderscheid gemaakt naar 2 taakvelden: > 6.5 Arbeidsparticipatie (uitvoering deeltaken PW); > 6.4 Begeleide participatie (uitvoering WSW in delegatie). De beide gemeenten hebben als opdrachtgever aan Werkom de opdracht verleend tot het uitvoeren van de re-integratietaken voortkomend uit of samenhangend met de PW. Onder de re-integratietaken vallen ook de taken voor personen uit het doelgroepenregister, op het terrein van werkgeversdienstverlening en arbeidsbemiddeling en het uitvoering geven aan de ministeriële regeling voor 'nieuw beschut'-werkplekken na indicatie door UWV. Doel van de opdracht is om inwoners met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt van de 2 deelnemende gemeenten effectief en duurzaam naar betaald werk te begeleiden. Deze vorm van uitstroom is het doel om mensen zelf in hun levensonderhoud te laten voorzien.

pagina 8

Programmaverantwoording Tot taakveld 6.5 (Arbeidsparticipatie) behoren alle op arbeid gerichte participatie- en reintegratievoorzieningen. Dit omvat voor de gemeenten o.m. de volgende instrumenten: > Proefplaatsing, participatieplaatsen, vrijwilligerswerk/ sociale activering, detacheringsbanen, scholing en duale trajecten; > Erkenning van Verworven Competenties (EVC) en bepaalde vormen van tijdelijke loonkostensubsidies; > Stimuleringsmaatregelen, waaronder stimuleringspremies, onkostenvergoedingen en de No-riskpolis; > Voorzieningen, waaronder jobcoaching en begeleiding werkvoorzieningen zoals werkplekaanpassingen en vervoersvoorzieningen; > Loonwaardebepaling en inburgering. Werkom werkt samen met beide gemeenten of instanties in de keten en met alle relevante onderwijsinstellingen. Werkom draagt hierdoor bij aan een optimale effectiviteit van de keten. Werkom heeft tevens een aanpak ontwikkeld voor statushouders voor inburgering en toeleiding naar werk en een samenhangende integrale benadering voor kwetsbare jongeren (16 tot 27 jaar) zonder baan of startkwalificatie om hen zo snel en duurzaam mogelijk te begeleiden naar betaald (parttime) werk of school of een combinatie van beiden onder meer in combinatie met reguliere BBL opleiding, branchecertificering en/of deelcertificaten.

Tot taakveld 6.4 (Begeleide participatie) behoren voorzieningen ter bevordering van maatschappelijke participatie die niet gericht zijn op doorstromen naar arbeid. Dit omvat o.m.: > Beschut werken; > Bestaande werkverbanden sociale werkvoorziening, bestaande WSW en begeleid werken dienstbetrekkingen. De uitvoering van de WSW behelst aangepaste werkgelegenheid te scheppen voor mensen die, hoewel zij tot werken in staat zijn, als gevolg van lichamelijke, psychische en/of verstandelijke beperkingen, er niet in slagen werk te vinden op de reguliere arbeidsmarkt. De wet bepaalt tevens dat de aangepaste werkgelegenheid gericht dient te zijn op het behouden dan wel het bevorderen van de arbeidsbekwaamheid van de werknemer. De betrokkenen moeten woonachtig zijn in Nederland en niet gerechtigd tot ouderdomspensioen. Zij moeten in staat zijn een minimumprestatie te leveren van 15% van een normale arbeidsprestatie, minimaal één uur aaneengesloten kunnen werken en de begeleidingstijd moet gelimiteerd zijn tot ca. 15% van de te werken arbeidstijd. Daarnaast moeten zij minimaal 2 functies kunnen bekleden, waarvan de eenvoudigste taken binnen 10 weken eigen gemaakt moet kunnen worden.

pagina 9

Programmaverantwoording

4.2 Bekostiging en verantwoording De rijksbudgetten voor de uitvoering van de Participatiewet (incl. de WSW) worden via de 2 gemeenten gedeeltelijk aan Werkom betaalbaar gesteld. Sinds de invoering van de PW is er geen nieuwe WSW-instroom meer. Voor de berekening van de deelbudgetten voor de uitvoering van de WSW gaat de overheid uit van een natuurlijk verloop. Naast de daling van het totaalbedrag wordt zo ook een daling in het volume in de budgetten per gemeente verwerkt. De 2 deelnemende gemeenten vergoeden de loonkosten en de loonkostensubsidie voor personen die in Begeleid Werken zijn geplaatst aan Werkom voor de personen waar zij WSW-budget voor ontvangen. De gemeenten behouden het WSW-budget zelf. Het zgn. 'WSW-subsidietekort' komt hierdoor t.l.v. beide gemeenten, elk voor hun eigen deel. Voor de kosten van de trajecten, het organiseren van een werkplek en de plaatsingen van personen uit de nieuwe doelgroep is de bekostiging gebaseerd op de overdracht van een deel van het participatiebudget. Per gemeente is hun aandeel in de kosten voor de uitvoering van de PW bepaald. Op de uitvoering zal daadwerkelijk per gemeente worden afgerekend. De specificaties horende bij de afrekeningen van genoemde bekostigingen met de 2 gemeenten, maken geen deel uit van deze jaarstukken. De financiële effecten ervan zijn wel opgenomen op de balans en in het overzicht van baten en lasten.

Financiële afwikkeling met de gemeenten volgt in 2021 nu er een standpunt van de fiscus is over een BTW-vrijstelling op dit gebied.

pagina 10

Indicatoren

4.3 Indicatoren Taakveld 6.4, Begeleide participatie, uitvoering WSW en Nieuw Beschut De uitvoering van de WSW vormt een afnemend maar nog belangrijk deel van de activiteiten van Werkom. Zaanstad en Purmerend/Beemster hebben de uitvoering van de WSW aan Werkom gedelegeerd. Andere gemeenten kunnen trajecten of aanverwante diensten in dit kader door Werkom laten uitvoeren, aangezien alle kennis aanwezig is. Afhankelijk van de plaatsing in een bedrijfsonderdeel wordt er onderling een vergoeding tussen de gemeenten en Werkom verrekend. Een aantal regiogemeenten koopt op die manier SW-werkplekken in bij Werkom. Hun dienstverbanden worden echter gerealiseerd door betreffende gemeente, niet door Werkom. Vanaf 2017 heeft de overheid een gewijzigde verdeelsystematiek voor de WSW-budgetten naar de gemeenten ingevoerd. Hierin is niet langer de woongemeente leidend, doch de gemeente waar het dienstverband wordt gerealiseerd. In 2018 zijn door Werkom een aantal dienstverbanden gerealiseerd van SW-medewerkers die niet in een deelnemende gemeente wonen. Zij zijn t.b.v. de budgetverdeling administratief ingedeeld bij een deelnemende gemeente. Deze werkwijze maakt onderlinge verrekeningen met nietdeelnemende gemeenten overbodig.

In dit jaar is bovendien en na intensief onderling overleg besloten om de dienstverbanden van SW-medewerkers van de gemeenten Oostzaan en Wormerland per 31 december 2020 over te laten gaan naar Werkom. Dit houdt verband met het feit dat beide gemeenten passend werk aan Werkom hebben gegund. Beide gemeenten wensten dat ook de erbij horende medewerkers en de andere SW-medewerkers van die gemeenten bij Werkom in dienst zouden komen. Over de bekostiging zijn aparte afspraken gemaakt.

WSW Aantallen FTE SW-medewerkers bij Werkom: Begroot Toegerekend aan 1-jan-21 Zaanstad 241,1 Purmerend en Beemster 173,0 Niet-deelnemende gemeenten 38,6 Totaal 452,7

Realisatie 31-dec-20 256,0 173,5 30,6 460,1

Aantallen FTE SW-medewerkers Begeleid Werken: Begroot Gemeente 1-jan-21 Zaanstad 29,4 Purmerend en Beemster 21,2 Niet-deelnemende gemeenten 5,0 Totaal 55,6

Realisatie 31-dec-20 34,8 22,6 2,2 59,6

pagina 11

Indicatoren Beschut nieuw In de loop van het jaar 2017 is de uitvoering van 'Beschut nieuw' via aanpassingen in de wetgeving voor gemeenten verplicht gesteld. Per gemeente is een taakstelling afgegeven voor het te realiseren aantal werkplekken. Deze taakstelling lag evenwel (veel) hoger dan het aantal personen dat door het UWV daadwerkelijk is toegelaten tot deze doelgroep. Alhoewel de instroom dus laag is, geven de deelnemende gemeenten actief inhoud aan de regeling. Werkom heeft een aanpak ontwikkeld waarbij de kandidaten vanuit deze regeling binnen de organisatie de ondersteuning krijgen die vanuit de wetgeving aan de gemeenten is overgedragen. Via de dienstverleningsovereenkomsten voert Werkom deze regeling uit. Aantallen FTE medewerkers Nieuw Beschut: Taakstelling 2020 Zaanstad 78,0 47,0 Purmerend en Beemster 125,0 Totaal

Begroot 2020

17,0

Realisatie 31-dec-20 15,0 13,8 28,8

N.B.: in de begroting is geen onderscheid gemaakt naar gemeente. Taakveld 6.5, Arbeidsparticipatie, uitvoering PW Ook dit jaar heeft Werkom voor Zaanstad en Purmerend mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt ondersteund bij het toeleiden naar (parttime) betaald werk. Werkom heeft daartoe continue kandidaten in een traject gehad naar werk. Werkom werkt hierbij samen met het UWV en de regiogemeenten in het Werkgeversservicepunt Zaanstreek Waterland (WSP). Voor sommige mensen is de stap naar regulier betaald werk te groot; deze kunnen binnen Werkom een baan aangeboden krijgen. Op deze wijze zijn er enkele tientallen WMLdienstverbanden ontstaan, bij zowel externe werkgevers als Werkom zelf. Het voordeel is dat de kandidaat uitstroomt uit de uitkering en de kansen op de arbeidsmarkt worden vergroot. Van een ‘baan’ naar een baan werkt toch altijd beter dan vanuit de uitkering. Participanten worden begeleid via de Werkom aanpak. Er is in 2019 en 2020 hiertoe een gedegen traject opgebouwd via een uniforme werkwijze. Instroom Begroot Realisatie 2020 2020 Zaanstad 300 529 Purmerend en Beemster 150 589 Totaal 450 1118 De realisatie van 2020 bevat ook de instroom 'Werkcafé aan de poort'; in de begroting was dat niet opgenomen.

pagina 12

Indicatoren Gemiddeld aantal kandidaten in begeleiding Begroot 2020 Zaanstad 853 Purmerend en Beemster 427 Totaal 1280 Voor Zaanstad is dit excl. 'Werkcafé aan de poort'.

Realisatie 2020 1034 456 1490

Uitstroom

Begroot 2020

Realisatie 2020

Zaanstad Purmerend en Beemster Werkcafe aan de poort Zaanstad Purmerend en Beemster Overig Zaanstad Purmerend en Beemster Terugmelding gemeente Zaanstad Purmerend en Beemster

314 156

181 89

317 159

192 235

Totaal uitstroom

988

771

Begroot 2020

Realisatie 2020

Zaanstad Purmerend en Beemster

167 83

44 73

Zaanstad Purmerend en Beemster Overige uitstroom Zaanstad Purmerend en Beemster

147 73

96 76

28 14

26 30

Totaal plaatsingen

512

345

Begeleiding

74 28 14

Plaatsingen

Plaatsing 32+

Plaatsing 32-

N.B.: de indicatie 32+ en 32- heeft betrekking op de omvang van het dienstverband in uren per week, niet op de leeftijd. Deze indicator is van belang omdat, bij een omvang van een dienstverband van 32 uur per week of meer, men onafhankelijk van een uitkering wordt. In bovenstaande tabellen zijn de cijfers weergegeven van de uitstroom en de plaatsing. Uitstroom gaat om het aantal kandidaten die of het doel bereikt hebben, namelijk het aanvaarden van werk, scholing of als zelfstandige aan de slag zijn, danwel nu eerst een ander traject volgen dan bij Werkom en daardoor teruggestroomd zijn naar gemeente of wijkteam, uiteraard altijd via een overdracht. Plaatsing gaat om mensen die fysiek naar een werkplek toe zijn geleid door de adviseurs van het WSP.

pagina 13

Indicatoren Helaas is het totaal resultaat van Uitstroom niet conform begroting. Vanuit de maandelijkse cijfers is duidelijk op te maken dat het gaat om de invloeden van corona, waardoor werkgevers in de maanden maart tot en met augustus en november en december heel terughoudend waren met het aannemen van mensen. Door het stopzetten van fysieke ondersteuning als gevolg van de coronamaatregelen heeft er veel persoonlijke begeleiding plaatsgevonden. Hierdoor is er ook meer ruimte gegeven voor mensen en zijn trajecten voor terugstroom naar Wijkteam of gemeente niet noodzakelijk geweest; ook deze verwachting is niet gehaald. Bij elkaar is het een lastig jaar geweest om kandidaten uit te plaatsen. Een zo sterk veranderende werkgelegenheid (niet synchroon aan de economie) waarbij ZaanstreekWaterland ook nog verhoudingsgewijs hard is getroffen, heeft tot gevolg gehad dat sectoren die anders kansrijk waren, nu geen mogelijkheden hadden. Met name voor deze sectoren is het van belang dat de maatregelen zo snel mogelijk aflopen om de plaatsingen en uitstroom weer op peil te krijgen. Tot die tijd is het belangrijk om in te zetten op werkleertrajecten om mensen werkfit te houden. Participanten op interne werkplek Begroot 2020 86 23 41 4 154

Realisatie 2020 43 14 25 4 86

Begroot 2020 10 6 1 17

Realisatie 2020 8,1 5,2 1,8 1,6 16,7

Banenafspraak/doelgroep op interne werkplek Begroot 2020 Industrie en Diensten 6,5 Business Post en Printing 7,5 Groen en Schoon 14,5 Overige 8,0 Totaal 36,5

Realisatie 2020 0,4 1,7 11,7 1,3 15,1

Industrie en Diensten Business Post en Printing Groen en Schoon Overige Totaal Nieuw beschut op interne werkplek

Industrie en Diensten Business Post en Printing Groen en Schoon Overige Totaal

pagina 14

Indicatoren Financieel, per taakveld Gewijzigde begroting 2020 0.4 Overhead 5.536.920Baten 815.840 Lasten 6.352.7600.5 Treasury 2.100Baten Lasten 2.1006.4 Begeleide 3.538.264 participatie Baten 23.810.939 Lasten 20.272.6756.5 Arbeids1.714.620 participatie Baten 7.836.317 Lasten 6.121.697Totaal 286.136-

Realisatie 2020 4.281.3121.967.351 6.248.66354.873 56.979 2.1063.729.861 22.578.137 18.848.2761.792.761 7.914.901 6.122.1401.296.184

Het taakveld Overhead heeft betrekking op de baten en lasten van de ondersteunende activiteiten zoals afdelingen Personeel en organisatie, Financiën en control, ICT, Facilitair (inclusief huisvesting) en Directie en bestuursondersteuning. Het taakveld Treasury bestaat uit de betaalde en ontvangen rente. De baten en lasten van het taakveld begeleide participatie bestaan uit de uitvoering van de WSW en het Nieuw beschut werken. De gemeenten Zaanstad en Purmerend dekken 100% van de WSW-loonkosten en verstrekken een loonkostensubsidie uit het BUIG-budget voor Nieuw beschut werken. De bedragen van het taakveld Arbeidsparticipatie (PW) zijn bepaald op basis van het toegekende participatiebudget vanuit de gemeenten en de daaraan verbonden kosten minus de kosten van overhead (alle kosten van stafafdelingen en huisvesting). Bovenstaande bedragen betreffen de geconsolideerde cijfers, d.w.z. de bedragen van de BVO van Werkom en Werkom diensten BV bij elkaar opgeteld.

pagina 15

Financiën

5

Financiën

Voor de balans, het overzicht van baten en lasten, het kasstroomoverzicht en de bijbehorende toelichtingen en specificaties van zowel de begroting als de realisatie wordt verwezen naar het deel 'Jaarrekening' van dit document.

5.1 Overdracht budgetten gemeenten De gemeenten dragen middelen aan Werkom over voor de uitvoering van de WSW en deeltaken op het gebied van de PW. Voor dit jaar is daarover dit overzicht te maken: Budgetten gemeenten Gewijzigde begroting 2020 WSW WSW-loonkosten Zaanstad € 8.437.441 Purmerend € 6.056.889 BW-loonkostensubsidie Zaanstad € 389.867 Purmerend € 297.834 Totaal WSW € 15.182.031 PW Zaanstad Purmerend Totaal PW

€ € €

5.482.000 2.355.000 7.837.000

Realisatie 2020

€ €

7.685.060 5.586.720

€ € €

381.351 296.132 13.949.264

€ € €

5.578.114 2.304.322 7.882.436

De budgetten voor uitvoering van de WSW zijn gebaseerd op de loonkosten van de SW-ers met een intern dienstverband aangevuld met de kosten van loonkostensubsidie bij Begeleid Werken. De middelen van de gemeenten voor de PW worden ingezet ter dekking van de personeelskosten van de overgekomen medewerkers naar Werkom en de trajectkosten van Participanten.

5.2 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Bij Werkom is er geen sprake van algemene dekkingsmiddelen. Er wordt ook geen bedrag voor onvoorziene lasten begroot.

pagina 16

Paragrafen

6

Paragrafen

6.1 Bedrijfsvoering Rechtmatigheid Het bestuur van Werkom heeft een controleprotocol (normenkader) vastgesteld. Er is tevens een Financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet). In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is een analyse van de begrotingsrechtmatigheid opgenomen. Op bijlage 2 is tevens een vergelijking (met toelichtingen) van de geconsolideerde bedragen opgenomen. Deze bijlage valt evenwel buiten de accountantscontrole. Personele bezetting Door het natuurlijk verloop is de WSW-bezetting gedurende het jaar verder geleidelijk afgenomen. De SW-uitstroom werd in beperkte mate gecompenseerd door instroom van uit de nieuwe doelgroep. Dit maakt het lastig om het beschikbare werk dat zelf voor de doelgroep kan worden georganiseerd inhoud te geven. Voor piekperioden neemt het risico op verlies van passend werk dan wel inhuur van productieve krachten toe. Ook voor projecten, vacatures of bij langdurige ziekte van ambtenaren worden personeel van derden ingehuurd ('externe dienstverlening'). Het betreft dan geen personen uit de doelgroep, noch worden zij ingezet voor direct omzetgerelateerd werk. De hier relevante (geconsolideerde) kosten van inhuur beliepen € 2.112.852. De salariskosten ambtelijk waren € 7.847.184. De verhouding tussen de kosten inhuur en de ambtelijke salariskosten is 27%. Deze indicator is voorgeschreven in het BBV.

Andere uitvoeringsaspecten Gedurende het jaar 2020 was er sprake van een groeiend bestand aan kandidaten, veroorzaakt door een hoge instroom (coronacrisis) in combinatie met lage uitstroommogelijkheden. Tevens trad er een reductie van het aantal bestaande detacheringsplekken op, voornamelijk door de financiële situatie bij opdrachtgevers.

pagina 17

Paragrafen Er zijn in 2020 enkele mijlpalen bereikt: > Er is dienstverlening opgezet voor groepen die nu uitvallen, zoals 'Werkcafé aan de Poort' in Zaanstad, 'Max WW' en het Werk naar Werk traject. > Het project 'Kandidaat Volgsysteem 2021' is volledig voorbereid en klaar voor implementatie in de loop van het jaar 2021. > De 'Werkom methode' is verder uitgewerkt en doorontwikkeld. > Het vaststellen en uitbetalen van de werkgeverssubsidies is van de gemeente Zaanstad overgenomen. > De financiële resultaten van de werk/leerbedrijven vielen mee, gezien de huidige situatie rond de coronacrisis. > Voor de bedrijfsonderdelen van Groen&Schoon, voor zover die gehuisvest waren in het gehuurde pand aan de Roode Wildemanweg in Wormerveer, is het besluit tot verhuizing genomen. De huur eindigt op 31 januari 2021. In december 2020 is al gestart met verbouwingen in het pand aan de Einsteinstraat te Purmerend en zijn er tijdelijke verhuisbewegingen in gang gezet.

6.2 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Werkom heeft (voor resultaatbestemming) een relatief beperkt algemeen weerstandsvermogen. Na resultaatbestemming is de vrije en beschikbare weerstandscapaciteit voldoende. In de begroting en in deze jaarstukken heeft Werkom een risicoparagraaf opgenomen die, in het kader van risicobeheersing, inzicht geeft in (toekomstige) risico's. In het jaar 2020 heeft zich een crisis ontwikkeld rond het corona-virus die de maatschappij stevig in de greep hield. Veel liep anders dan normaal en er werd veel flexibiliteit gevraagd om met de veranderende omstandigheden om te gaan. De 'anderhalvemetersamenleving' is inmiddels een begrip geworden en voor een aantal medewerkers van Werkom is thuiswerken de norm. Veel sectoren zijn financieel hard getroffen, en in perioden van lockdown kwamen banen onder druk te staan. Dit had gevolgen voor Werkom als organisatie, maar ook de arbeidsmarkt waarin Werkom actief is; de sector transport&logistiek, horeca&hospitality, detailhandel en bouw in de negatieve zin, terwijl detailhandel food juist weer profiteerde van de omstandigheden en daardoor Werkom ook meer plaatsingen wist te realiseren. Werkom heeft daardoor trajectgeld en werkgeverssubsidies niet kunnen besteden, omdat sectoren niet de mogelijkheid hadden om kandidaten op te nemen.

N.B.: met gemeenten is nog een gesprek gaande over niet besteed trajectgeld en werkgeverssubsidies. De onzekerheden rond deze crisis zijn bij het opmaken van deze jaarstukken nog niet verdwenen. Om die reden is dit onderwerp opnieuw in de risicoparagraaf opgenomen. Het bestuur heeft in 2018 besluiten aangaande bestemmings- dan wel egalisatiereserves genomen. Het betreft enerzijds een egalisatiereserve voor de vakantiegeldverplichting voor WSW-medewerkers. De omvang ervan wordt ultimo elk jaar getoetst aan de verplichting. Op deze manier wordt voorkomen dat, indien Werkom zou worden geliquideerd, er in het slotjaar alsnog ongedekte lasten voor de WSW-vakantiegeldverplichting zouden ontstaan.

pagina 18

Paragrafen Hieronder wordt globaal inzicht gegeven in de belangrijkste risico's en onzekerheden. Het betreft toekomstgerichte projecties. Dit zijn de belangrijkste onderwerpen: max. omvang kans netto € 150.000 50% € 75.000 Kwetsbaarheid personeelsformatie staf : de staf is klein en wordt voor een deel ingevuld met SW-medewerkers. Er is niet altijd achtervang en bij ziekte of vertrek kunnen werkzaamheden stagneren. Inhuur van externe capaciteit leidt tot hogere kosten. Beheersing: waar sprake is van structurele functies en beschikbare kandidaten die voldoen aan het functieprofiel, wordt overgegaan tot ambtelijke aanstellingen. Als dat niet van toepassing is, blijft Werkom gebruik maken van inhuur. Omschrijving van het risico

€ 3.304.000 10% € 330.400 Afhankelijkheid van grote klanten : bij het leerwerkbedrijf is sprake van een bepaalde mate van afhankelijkheid van enkele grote klanten. Wanneer één of meer van deze klanten wegvallen heeft dat grote impact op deze sectoren/afdelingen en op het operationeel resultaat van Werkom. Wegvallen van productiecapaciteit leidt bovendien tot leegstand. Beheersing: voor de top 10 klanten bij de bedrijfsonderdelen met private klanten is het accountbeheer zo ingericht dat risico’s tijdig gesignaleerd worden. Het groenbedrijf is grotendeels afhankelijk van opdrachten van de regiogemeenten. Zaanstad en Purmerend kunnen hun groenwerk bij Werkom inbesteden, de overige gemeenten moeten hun groenopdrachten aanbesteden. Werkom is in overleg met Zaanstad en Purmerend over de ontwikkeling van groenopdrachten. Daarnaast participeert Werkom als het gaat om aanbestedingen van andere gemeenten. € 400.000 50% € 200.000 PW-instroom niet o.b.v. leerwerkplek met behoud uitkering : Er is gerekend op de inzet van personen uit de brede doelgroep van de Participatiewet. In de begroting is dit grotendeels o.b.v. een leerwerkplek doorgerekend, d.w.z. geen loonkosten of loonkostensubsidie. Het risico bestaat dat de gemeenten besluiten voor een groter deel te plaatsen o.b.v. dienstverbanden met tenminste loonkosten op WML-niveau en eventueel een loonkostensubsidie.

Per saldo zullen hierdoor extra (onbegrote) kosten ontstaan. Beheersing: in het overleg met de gemeenten Zaanstad en Purmerend zullen in toekomstige kadernota's en begrotingen de directe en indirecte effecten van enkele scenario's worden uitgewerkt. Dit kan resulteren in het beschikbaar stellen van extra budgetten, dan wel een optimale benutting van de infrastructuur van Werkom. € 616.000 10% € 61.600 Werkom heeft voorzieningen opgenomen. Deze bevatten een schattingselement omtrent toekomstige ontwikkelingen welke incompleet of onjuist kunnen zijn. De opgenomen onzekere verplichtingen van Werkom kunnen zich tegenvallend ontwikkelen.

pagina 19

Paragrafen max. omvang kans netto € 619.000 10% € 61.900 Nieuw beschut werk: op dit moment is de instroom in nieuw beschut klein. Dit is ook een landelijk beeld. Als de instroom aantrekt en in lijn wordt gebracht met de landelijke taakstelling, gaat dit ten koste van de participatiemiddelen en dus ten koste van de aantallen trajecten, tenzij de deelnemende gemeenten extra middelen ter beschikking stellen aan Werkom om aan de taakstelling te voldoen. Beheersing: in de DVO’s met de twee gemeenten zijn de doelstellingen met betrekking tot het realiseren van beschutte werkplekken niet gekwantificeerd. Als het aantal beschutte werkplekken boven het geprognosticeerde aantal uitkomt dan zal Werkom opnieuw in overleg treden met beide gemeenten over de financiering hiervan. Omschrijving van het risico

€ 100.000 50% € 50.000 Privacy : Werkom beheert veel persoonsgebonden en privacygevoelige gegevens die veelvuldig worden uitgewisseld met de gemeenten. Gezien de ontwikkelingen in het werkveld waarbij in toenemende mate gebruik zal worden gemaakt van elektronische gegevensuitwisseling, is sprake van blijvende alertheid voor dit aspect. Het financiële risico is dat er data gelekt worden en er hoge boetes worden opgelegd. De Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is sinds 25 mei 2018 van kracht. Beheersing: Voor de uitvoering van de SW-taken is Werkom verwerkingsverantwoordelijk, voor de uitvoering van de P-wettaken is Werkom verwerker onder verantwoordelijkheid van de gemeenten. Werkom heeft een verwerkersovereenkomst en een privacy-convenant gesloten met de gemeenten. Er is een informatiebeveiligingsplan opgesteld.

€ 700.000 90% € 630.000 Corona-crisis : In het jaar 2020 heeft zich een crisis ontwikkeld rond het corona-virus. Voor genoemd jaar was op grond van externe richtlijnen besloten dit onderwerp in deze paragaaf op te nemen. Werkom heeft een impactanalyse over de mogelijke gevolgen opgesteld. Hieruit blijkt dat er risico's bestaan t.a.v. omzetderving en kostenverhogingen. Bij het opmaken van deze jaarstukken bleek reeds dat enkele risico's zich ook daadwerkelijk hebben ontwikkeld. De compenserende overheidsmaatregelen (NOW) zijn voor Werkom niet van toepassing. Beheersing: Werkom volgt de maatregelen die de overheden opleggen nauwgezet op. De gevolgen bij het personeel zijn slechts ten dele te beheersen. Hierin heeft Werkom al het redelijke gedaan. De effecten bij derden, m.n. opdrachtgevers, zijn voor Werkom niet te beheersen, noch te verzekeren. Er is geen relevante voorziening noch voldoende weerstandsvermogen. Een aantal van de effecten hebben zich in 2020 daadwerkelijk ontwikkeld. Deze zullen zich in 2021 voortzetten. Daarom is de kans van optreden op 90% gesteld.

pagina 20

Paragrafen max. omvang kans netto € 2.000.000 10% € 200.000 Beleidsherziening : In het jaar 2020 is een traject voor een beleidsherziening gestart. Dit traject wordt in gezamenlijkheid gelopen maar zal, naar het zich nu laat aanzien, pas in 2022 geëffectueerd gaan worden. Afhankelijk van de hernieuwde opdracht kunnen de financiële risico’s fors oplopen, m.n. wanneer wordt besloten tot een grondige reorganisatie. Hierbij valt te denken aan diverse vormen van frictiekosten bij gedwongen ontslagen dan wel voortijdige beëindigingen en afkoop van aangegane langlopende verplichtingen. Genoemd bedrag berust evenwel op een schatting. Beheersing: Werkom is in deze afhankelijk van het beleid zoals dat door de 2 gemeenteraden zal worden vastgesteld. Genoemde risico's zijn niet verzekerd en er is momenteel onvoldoende dekkingscapaciteit in de vorm van eigen vermogen. Omschrijving van het risico

Totalen

€

7.889.000

€

1.608.900

Bij het opmaken van deze jaarstukken zijn de risico's geschat o.b.v. de op dat moment bekende feiten en omstandigheden. In bovenstaande tabel betekent een hoger percentage een hogere mate van waarschijnlijkheid. Voor deze risico's beschikt Werkom niet over voldoende weerstandsvermogen. Indien zij zich manifesteren, zal het financiële effect daarvan alsdan in een volgend boekjaar worden opgenomen. De 2 gemeenten dienen hiertoe zelf keuzes omtrent de dekking te maken.

In deze paragraaf worden, ingevolge artikel 11 van het BBV, ook kengetallen opgenomen voor de netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en de structurele exploitatieruimte. De overige in het artikel genoemde kengetallen zijn voor Werkom niet van toepassing. 2020 2019 Netto schuldquote (1) 251% 643% Netto schuldquote (2) -134% -112% Solvabiliteitsratio 40% 26% Structurele exploitatieruimte 5% 2% De Netto schuldquote (1) weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het deelgetal ('de totale baten cf. art. 17 lid c BBV excl. mutaties reserves') is het resultaat vóór bestemmen. De Netto schuldquote (2) is gecorrigeerd voor alle leningen. Hierbij moet aangetekend worden dat het terugbetalen van schulden voor een gemeenschappelijke regeling gegarandeerd is door de deelnemende gemeenten. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin Werkom in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het eigen vermogen bestaat volgens artikel 42 BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves). Het bevat ook het jaarrekeningsaldo (resultaat) van het jaar.

Het kengetal voor de structurele exploitatieruimte is om te beoordelen welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen.

pagina 21

Paragrafen Het BBV schrijft voor om de kengetallen te beoordelen in relatie tot de financiële positie. Voor Werkom is dit niet relevant; het is een uitvoeringsorganisatie voor de deelnemende gemeenten. Algemeen vermogen of -capaciteit is wel toegestaan, maar momenteel beperkt; financiering kan dan ook niet volledig uit eigen vermogen plaatsvinden en daardoor zijn kengetallen op dit gebied nietszeggend. Doordat het investeringsniveau zeer beperkt is, is het langlopend vreemd vermogen ook laag.

6.3 Paragraaf Voorzieningen Het is niet toegestaan een voorziening te vormen voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Het betreft m.n. verplichtingen die voortvloeien uit verlofdagen en vakantiegeld, tenzij deze sterk variëren. Op de balans is een verplichting voor verlofuren opgenomen (geen voorziening). Deze heeft betrekking op de saldi ultimo dit jaar voor zowel ambtelijke als WSW-medewerkers. Per jaareinde zijn de verplichtingen geactualiseerd, zowel in verlofurensaldi als in de uurtarieven. Vooral door mutaties in het personeel (zowel ambtelijk als m.b.t. de WSW-medewerkers) variëren deze verplichtingen. In een aantal gevallen zijn in het verleden m.b.t. ambtelijk personeel ook keuzes gemaakt die leidden tot onvrijwillige ontslagen en regelingen. Hierdoor ontstaan er ook kosten volgens de aanvullingsrechten uit de regeling voor de arbeidsvoorwaarden alsmede een risico op een claim van het UWV op WW-uitkeringen en de zgn. 'reparatie' van de WWrechten zoals die t/m 2015 van kracht waren. Onder meer hiervoor is de voorziening 'Personeelskosten' in gebruik. Daarnaast is er een voorziening 'Spaarverlof' t.b.v. WSW-medewerkers die een verzoek hebben ingediend om een deel van hun verlofstuwmeer om te zetten in spaarverlof. Ultimo dit boekjaar is deze voorziening geactualiseerd met de juiste aantallen uren en uurtarieven.

Tenslotte is er een voorziening voor overige risico's of verplichtingen. Deze risico's of verplichtingen zijn geïnventariseerd. De bijbehorende financiële consequenties zijn gecalculeerd of ingeschat. Het niveau van de voorziening is er op aangepast. Aan WSW-medewerkers zijn in het verleden conform de regelgeving transitievergoedingen toegekend en uitbetaald bij einde dienstverband. In de zomer van 2018 is er voor een deel van die vergoedingen een compensatieregeling gepubliceerd. Het betreft transitievergoedingen die zijn uitgekeerd bij einde dienstverband na 2 jaar ziekte. De uitvoeirng van deze regeling is in 2020 gestart. Omdat de precieze regelgeving destijds nog onvoldoende bekend was, er nog geen jurisprudentie was en omdat nog onduidelijk was of alle uitbetalingen (volledig) voor compensatie in aanmerking komen, was besloten 10% van de omvang te voorzien. Hiermee werd een financieel risico voor niet-compensabele vergoedingen afgedekt. In 2020 werd duidelijk dat deze voorziening terecht was getroffen. Op diverse dossiers is gebleken dat de uitbetaalde vergoeding helemaal niet of niet volledig werd gecompenseerd. Deze nadelige verschillen komen ten laste van de voorziening.

Deze voorziening bevat ook risico's aangaande het huurdersbelang op de eigendommen in het gehuurde pand aan de Einsteinstraat in Purmerend, de Roode Wildemanweg in Wormerveer en de Slachthuisstraat in Zaandam. Op basis van inschattingen is de omvang van deze post bepaald. De toekomstige werkelijke uitgaven worden ten laste van de voorziening gebracht.

pagina 22

Paragrafen

6.4 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen De huidige verwachtingen over de toekomstige bedrijfsvoering zijn gebaseerd op de bestuursbesluiten zoals uiteengezet in het hoofdstuk 'Algemeen' en m.n. het hoofdstuk 'Grondslagen' in de jaarrekening. De staat en indeling van de belangrijkste activa (de gebouwen) zijn ultimo van het verslagjaar als volgt: Het pand aan de Einsteinstraat in Purmerend wordt gehuurd. Met de eigenaar is een ‘demarcatie’ afgesproken. Dit pand en de andere gehuurde panden zijn qua staat van onderhoud op het niveau 'sober doch doelmatig'. Voor het huurdersbelang is het nodig een voorziening aan te houden. Het huurcontract eindigt in het jaar 2025. Alsdan kan het nodig zijn zelf aangebrachte aanpassingen in het pand of de installaties ongedaan te maken. De locatie aan de Roode Wildemanweg in Wormerveer wordt tot 1 februari 2021 gehuurd. Het pand is sinds december 2020 niet meer in gebruik. In Zaandam wordt een locatie aan de Slachthuisstraat gehuurd als uitvalsbasis voor postbezorging en voor afspraken met personen uit de nieuwe doelgroepen voor zover die afkomstig zijn uit de gemeente Zaanstad. Voor de risico's en verplichtingen op de hierboven genoemde gehuurde panden is een voorziening voor onderhoud en huisvesting beschikbaar. De omvang er van is gebaseerd op een schatting. Alle andere onroerende zaken worden ook gehuurd en zijn van gering belang.

Het 'fietsenpakhuis' in Zaandam is eigendom van de gemeente Zaanstad en wordt ook door de gemeente Zaanstad geëxploiteerd. Werkom verricht er activiteiten, maar is geen huurder. De eigendom van de overige materiële vaste activa (machines en installaties, auto's en andere vervoermiddelen, alsmede de inventaris) berust grotendeels bij Werkom diensten BV. De staat van onderhoud is redelijk tot goed. Werkom heeft een wagenpark bestaande uit enkele tientallen voertuigen. Deze vervoersmiddelen zijn eigendom en worden gebruikt door de verschillende bedrijfsonderdelen. O.b.v. het jaarkilometrage zijn afspraken gemaakt met de leverancier over regulier onderhoud, inruilmoment en de voorcalculatorische restwaarde. De aanschaffingen aan grondstoffen, hulpstoffen, halffabricaat en gereed product zijn als kosten verantwoord. Er heeft geen opname of waarderingen van de voorraden ultimo dit boekjaar plaatsgevonden.

pagina 23

Paragrafen

6.5 Paragraaf Verbonden partijen Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin het SWbedrijf een bestuurlijk en/of een financieel belang heeft. Een financieel belang ontstaat wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is bij faillissement, dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Bestuurlijk belang ontstaat indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht, dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie.

Coöperatieve zakelijke post u.a., gevestigd te Alkmaar Onder de definities van 'Verbonden partijen', valt de Coöperatieve zakelijke post u.a. (CZPN). Aan deze rechtspersoon is in het verleden door Baanstede een achtergesteld krediet van € 20.000 verstrekt. Dit recht is door Werkom overgenomen en geboekt als financieel vast actief, waarop een voorziening van € 20.000 in mindering is gebracht. De negatieve resultaten van de coöperatie in de beginjaren zijn nl. afgeboekt op de ontvangen achtergestelde leningen. Het resultaat over 2018 was nihil en het eigen vermogen beliep € 242.000 ultimo 2018. Er zijn helaas nog geen recentere cijfers beschikbaar. De coöperatie houdt zich via een BV bezig met acquisitie en coördinatie van de poststromen binnen de groep deelnemende bedrijven. Deze gezamenlijke activiteiten op de postmarkt zijn voor Werkom interessant omdat zij passende arbeid voor onze doelgroepen bieden en weinig kapitaalintensief zijn. Werkom diensten BV In september 2018 heeft Werkom een BV opgericht, die reeds sinds 1 januari 2018 als "Werkom diensten BV i.o." actief was. Deze BV bedient alle klanten niet zijnde de gemeenten Zaanstad en Purmerend met diensten en producten. Werkom houdt 100% van de aandelen van deze BV. Het kapitaal bedraagt € 50.000 hetgeen door Werkom daadwerkelijk is volgestort.

De aandeelhouder heeft in 2021 een ontbindingsbesluit voor deze verbonden partij genomen. Dit zal in de loop van 2021 worden geëffectueerd.

pagina 24

Paragrafen

6.6 Paragraaf Financiering Algemeen Deze paragraaf is opgenomen uit hoofde van de verplichting vastgelegd in de Wet FIDO en de wet HOF. Werkom heeft een Financiële verordening waarin tevens het treasurystatuut is opgenomen. De financiering van de bedrijfsmiddelen is in 2018 voor een deel gedekt door een langlopende lening, waarvan de gemeente Zaanstad de geldgever is. De condities van deze lening zijn traditioneel, behoedzaam en overzichtelijk gekozen. De 2 deelnemende gemeenten bekostigen de activiteiten van Werkom en verstrekken hiervoor maandelijks voorschotten. Indien nodig voor de rest van de bedrijfsfinanciering wordt de rekening-courant met de BNG benut. Er is een kredietfaciliteit van € 2,5 mln. op beschikbaar. Door het verplichte Schatkistbankieren zijn er geen beleggingsvraagstukken. Het rentebeleid en het risicobeheer is gedefinieerd in de vastgestelde Financiële verordening. Het rentebeleid is gericht op het stabiliseren van de rentelasten, zodat deze op een bestuurlijk wenselijk geacht niveau blijven of op het in de begroting geraamde niveau daarvan. De renterisico’s bij het aantrekken en uitzetten van gelden, worden beperkt door de overeengekomen rentepercentages bij de transacties, gebaseerd op de actuele rentestand en rentevisie. Werkom heeft in het verslagjaar geen gebruik gemaakt van kasgeldleningen noch van derivaten.

Schatkistbankieren De wet HOF verplicht de lagere overheden geldelijke overschotten bij het Ministerie van Financiën te beleggen om zo het overheidstekort binnen de grenzen van de Europese doelstellingen te houden. In de wet is een drempelbedrag opgenomen welk bedrag buiten de schatkist mag worden gehouden. Voor Werkom is dit € 250.000. Veiligheidshalve wordt € 150.000 aangehouden. Gelet op de relatief grote schommelingen in de liquiditeit zijn er in dit boekjaar diverse stortingen en terugtrekkingen t.o.v. de schatkist gedaan.

Saldoverloop BNG-rekening Werkom BVO 500.000

1-dec-20

1-nov-20

1-okt-20

1-sep-20

1-aug-20

1-jul-20

1-jun-20

1-mei-20

1-apr-20

1-mrt-20

1-feb-20

500.000-

1-jan-20

-

1.000.0001.500.0002.000.000-

Uit bovenstaande grafiek blijkt de werking van het Schatkistbankieren: saldi boven de € 150.000 worden 'afgeroomd' naar de schatkist.

pagina 25

Paragrafen Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is in de wet FIDO opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. De kasgeldlimiet bepaalt dat de financieringsbehoefte voor slechts een beperkt bedrag met kort geld (looptijd < 1 jaar) mag worden gefinancierd. Hierdoor worden de renterisico’s op korte termijn beperkt. De norm is in de wet gesteld op 8,2% van het begrotingstotaal. Werkelijkheid (bedragen x € 1.000) Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Grondslag Omvang begroting 2020 Toegestane kasgeldlimiet In procenten van de grondslag In bedrag

26.581

26.581

26.581

26.581

8,2% 2.180

8,2% 2.180

8,2% 2.180

8,2% 2.180

Toets kasgeld limiet Netto vlottende schuld Toegestane kasgeldlimiet

45 2.180

51 2.180

103 2.180

99 2.180

Ruimte (+)/ Overschrijding (-)

2.224

2.231

2.283

2.278

Renterisiconorm De overheid heeft met de renterisiconorm een kader gesteld om openbare lichamen tot een zodanige opbouw van de leningenportefeuille te laten komen, dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt. Indien een leningenportefeuille gelijkmatig is opgebouwd, zal ook het renterisico worden gespreid over de jaren. De Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden geeft aan dat de renterisiconorm voor gemeenschappelijke regelingen bepaald wordt door 20% van het begrotingstotaal met een minimum van € 2,5 mln.

Bedragen x € 1.000 Saldo langlopende leningen o/g per 1 Totaal grondslag Renterisiconorm Nieuwe lening Ruimte

Realisatie 2020

Gewijz. Begroting 2020

Realisatie 2019

700,0 25.819,1 5.163,8

700,0 26.580,8 5.316,2

700,0 27.040,0 6.043,0

5.163,8

5.316,2

5.343,0

pagina 26

Paragrafen EMU saldo Het saldo van de rekening van baten en lasten waar decentrale overheden mee werken is een saldo in 'baten-lasten' termen. Voor het EMU-saldo zijn echter alleen de transacties met derden relevant. Om het EMU-saldo af te leiden, dienen er correcties op het exploitatiesaldo te worden uitgevoerd. Daarnaast zijn er ook baten en lasten die voor het EMU-saldo wel van belang zijn, maar die niet via de exploitatie lopen.

Bedragen x € 1.000 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) Mutatie (im)materiële vaste activa Mutatie voorzieningen Mutatie voorraden Boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa Berekend EMU-saldo

pagina 27

Realisatie 2020 1.275,8 7,939,2 -

1.307,1

Jaarrekening 2020

pagina 28

Overzicht van baten en lasten

Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening in € Realisatie 2020

Gewijzigde begroting 2020

Primaire begroting 2020

Realisatie 2019

Baten Bekostiging uitvoering PW Bekostiging uitvoering SW Gemeentelijke bijdragen Overige bijdragen Overige baten Subtotaal Netto toegevoegde waarde Totaal baten

7.882.436 13.949.264 258.440 61.204 2.235.383 24.386.727 2.708.232 27.094.958

7.387.000 15.182.330 449.317 23.018.647 3.390.500 26.409.147

7.387.000 14.481.858 21.868.858 3.483.700 25.352.558

7.759.932 14.882.383 290.000 168.177 956.972 24.057.465 2.982.513 27.039.977

Lasten Loonkosten en -suppletie WSW Loonkosten andere doelgroepen Overige kosten doelgroepen Personeelskosten Directe trajectkosten PW Overige bedrijfskosten Totaal lasten

13.922.658 233.422 45.713 8.929.871 958.974 1.728.511 25.819.149

15.182.330 646.536 185.604 6.810.763 666.656 3.088.873 26.580.762

14.481.858 530.866 144.991 7.483.966 2.372.570 25.014.251

14.898.123 135.336 49.506 7.954.833 1.374.592 2.182.159 26.594.548

Het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

1.275.809

171.615-

338.307

445.429

Onttrekking aan reserves Toevoegingen aan reserves

274.292 1.550.101

270.873

Gerealiseerd resultaat

-

pagina 29

99.258

-

338.307

19.495 464.925 -

Toelichting baten en lasten

Toelichting op het Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Algemeen Werkom voerde in 2020 voor de 2 deelnemende gemeenten één programma uit en daarbinnen de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) en deeltaken m.b.t. de Participatiewet (PW). De hier relevante regelgeving, het BBV, laat niet toe dat geconsolideerd wordt gerapporteerd (artikel 5). De 2 entiteiten (de BVO en de BV) zijn echter organisatorisch één geheel en tevens een fiscale eenheid. De scheiding is alleen gemaakt om juridische redenen, m.n. op het gebied van aan- en inbesteden. Tussen de 2 entiteiten worden onderling (omvangrijke) doorbelastingen geboekt. De overzichten van baten en lasten per entiteit bieden daardoor niet het gewenste totaaloverzicht. In de werkelijkheid is er voor belangrijke baten en lasten niet geboekt zoals dat in de begroting was opgenomen. Dit maakt een vergelijking voor de BVO op deze baten of lasten niet zinvol. Om toch tegemoet te komen aan de begrijpelijke wens om inzicht in de totale geldstromen, is er voor gekozen de geconsolideerde bedragen (begroot en realisatie) in een bijlage op te nemen en toe te lichten. Deze bijlage valt evenwel buiten de controle van de onafhankelijk accountant. BTW vrijstelling In de loop van 2020 heeft de fiscus een voorlopig standpunt kenbaar gemaakt dat Werkom in aanmerking komt voor de sociaal/culturele BTW-vrijstelling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10242319/1