e.-behoefte-inventarisatie-maatschappelijke-voorzieningen-purmerend
Tekst van het document
In Purmer-Zuid (Zuidzuid), Purmer-Noord (Golfbaan) en in Overwhere (woningontwikkeling De Koog campus) wordt deze opgave van belang om –in deze nieuwe wijk– vormen van samenhang te bewerkstelligen.
Voor deze opgave is het gedachtengoed van ‘weefplekken’ relevant. Weefplekken zijn thema’s die het in zich hebben om meerdere, zo niet alle, bevolkingsgroepen aan elkaar te binden. Weefplekken zijn:
Groen/parken/buitenruimte
Kinderen
Gezondheid
Cultuur
Bij het ‘stapelen’ van deze weefplekken in of rondom één voorziening/accommodatie wordt de kans groter dat deze een bijdrage levert aan de maatschappelijke opgave, leefbaarheid en sociale samenhang. Vanzelfsprekend zijn aspecten als schaalniveau, toegankelijkheid, en dergelijke afhankelijk van leefstijlen en type wijk. Voorbeeld van toepassing van weefplekken Een mooi voorbeeld van een voorziening waarin meerdere ‘weefplekken’ worden gecombineerd is het Leeghwaterpark in Purmerend. Het Leeghwaterpark is het stadspark van Purmerend en verbindt een aantal wijken aan elkaar. Het park biedt ruimte voor natuur, recreatie en evenementen. Het Leeghwaterbad wat gesitueerd is in het park heeft een grote aanbod aan sport, bewegen, recreëren en ontmoeten. Deze voorzieningen zijn voor een brede groep toegankelijk (0 -100 jaar). Alle vier de weefplekken zijn terug te vinden in het Leeghwaterpark. Figuur 9: De wijken waar samenhang en verbinden de maatschappelijke opgave is.
49
Faciliteren Als laatste de kwalitatieve aspecten voor de opgave Faciliteren. Ook deze opgave geldt voor vrijwel Purmerend in zijn geheel. De kwalitatieve kenmerken (samengesteldheid, spreiding) voor deze accommodaties hangen vooral samen met leeftijden, leefstijlen en type voorziening. Enkele voorbeelden:
Voor kinderen wordt een school in de buurt, binnen de meeste leefstijlen gewaardeerd. Echter, binnen sommige leefstijlen (vooral de rode) kiezen ouders soms/vaak bewust voor een bepaald type onderwijs, ongeacht de reisafstand.
De samengesteldheid van scholen verschilt ook per leefstijl. Voor sommige leefstijlen (vooral blauw) zijn combinaties gewenst vanuit het oogpunt van gemak. Voor andere leefstijlen is maximale ontplooiing (combinatie met bijvoorbeeld cultuur) relevanter.
Sommige voorzieningen worden op buurtniveau gepland (buurthuis, dagopvang senioren, et cetera), terwijl andere voorzieningen een stedelijk of regionaal planningsniveau kennen.
Onderstaand het schaalniveau waarop voorzieningen idealiter worden aangeboden. Figuur 10: Schaalniveau enkele maatschappelijke voorzieningen.
Figuur 11: De wijken waar faciliteren de maatschappelijke opgave is.
50
In zijn algemeenheid geldt dat vooral inwoners met een groene leefstijl hechten aan voorzieningen in de directe woonomgeving. Voor de andere leefstijlen is dat minder (geel) tot nauwelijks (blauw en rood) relevant. Figuur 12: Schaalniveau enkele maatschappelijke voorzieningen naar leefstijlen.
Scenario’s veranderde behoefte vraag en aanbod naar wijken In hoofdstuk 3.2 hebben we aangegeven dat door de woningbouwprogramma’s ook de woonmilieus in Purmerend kunnen gaan veranderen. De samenstelling van de bevolking verandert en kan ook de samenstelling naar leefstijlen veranderen. In tabel 4 hebben we twee scenario’s weergegeven voor de wijk Overwhere en de behoefte aan maatschappelijke voorzieningen in 2040. In scenario 1 en 2 verandert door de woningbouw de toekomstige behoefte naar voorzieningen. In scenario 2 hebben we ook gekeken naar de verschillende type woningen en de veranderde samenstelling naar leefstijlen. Het zijn geen schokkende veranderingen, maar het laat wel zien dat de behoefte verschilt naar type woningbouw en bevolkingssamenstelling binnen een veranderende wijk of buurt. Tabel 6: Twee scenario’s behoefte vraag en aanbod naar maatschappelijke voorzieningen. Voorbeeld wijk Overwhere 2040 Scenario 1 Aantal inwoners neemt toe met
Scenario 2 7.000
Leefstijl blijft gelijk
Aantal inwoners neemt toe met
7.000
Leefstijl veranderend
Traditioneel (groen)
40%
Traditioneel (groen)
35%
Modern (geel /blauw)
45%
Modern (geel /blauw)
45%
Postmodern (rood)
15%
Postmodern (rood)
20%
Gemid. Inkomen blijft gelijk
Gemid. Inkomen neemt toe
51
Behoefte in scenario 2 t.o.v. scenario 1 Onderwijs & opvang Primair Onderwijs
Gelijk
Voortgezet Onderwijs
Gelijk
Kinderopvang
Meer
Buitenschoolse opvang
Meer
Zorg 1e lijnszorg
Gelijk
GGZ
Gelijk
JGZ
Minder
Wijkcentra/ontmoeting
Minder
Sport Binnensport
Meer
Zwembad
Meer
Buitensport
Meer
Recreatie
Gelijk
Cultuur Bibliotheek
Meer
Actief
Meer
Passief (theater/museum)
Meer
Vergelijking van vraag en aanbod De behoefte aan maatschappelijke voorzieningen in 2040 is vervolgens door ons vergeleken met het bestaande aanbod. Daaruit zijn de volgende conclusies getrokken:
Capaciteit
Het aanbod van scholen voor Primair Onderwijs moet naar de toekomst worden uitgebreid. Dit is uitgewerkt in het IHP (integraal huisvestingsplan onderwijs).
Het aanbod van voorzieningen voor eerstelijnszorg is het huidige aanbod onvoldoende in beeld. Op basis van benchmarkgegevens is de behoefte aan zorg berekend. Deze zal gaan
52
toenemen en nader onderzoek is benodigd om de huidige situatie te vergelijken. Echter is de jeugdgezondheidszorg wel de huidige situatie in kaart gebracht en is nu al een tekort aan jeugdgezondheidszorg en dat tekort gaat alleen maar toenemen.
Het aanbod voor buurthuizen, wijkcentra en ontmoeting is onvoldoende. Op dit moment is dat aanbod al te krap en in 2040 is de vraag/behoefte bijna tweemaal zo groot als het aanbod.
Er gaat een tekort ontstaan aan voorzieningen voor bewegingsonderwijs. Ook is er een groeiend tekort aan buitensportvoorzieningen. Er is nu aan tekort aan zwembadwater, dit tekort wordt op dit moment aangepakt met de uitbreiding van het Leeghwaterbad.
De vraag/behoefte aan culturele voorzieningen is op dit moment groter dan het aanbod. Dit verschil zal de komende jaren verder toenemen.
Kwaliteit De volgende kwalitatieve aandachtspunten vallen op:
Vele scholen (vooral Primair Onderwijs) in Purmerend hebben hun technische levensduur bereikt en liggen er opgave op het gebied van renovatie, uitbreiding en vervangende nieuwbouw.
53
3.
Beheer- en exploitatieopzet: a. Eigendom. b. Beheervorm en beherende instelling. c. Juridische en fiscale hoofdopzet. d. Serviceniveau. e. Exploitatiebegroting.
Elke fase Initiatief en Definitie eindigt met een fasedocument. Het college neemt een besluit na afloop van beide fases. Vanzelfsprekend wordt de Raad tijdig bij besluitvorming betrokken afhankelijk van type project en omvang daarvan. Op het moment dat een project uitvoering gereed is, zal het project worden overgedragen aan het organisatieonderdeel dat projecten uitvoert.
55