D-Jaarstukken-gemeente-Beemster-2021-oud
Tekst van het document
Voorzieningen De voorzieningen maken deel uit van het vreemd vermogen. In de voorschriften is geregeld in welke gevallen een voorziening wordt gevormd. Daaruit vloeit voort dat het vormen van een voorziening, dan wel een dotatie aan een al bestaande voorziening als een last in het betreffende begrotingsjaar moet worden beschouwd. De aanwending van een (gedeelte van een) voorziening wordt rechtstreeks ten laste van de voorziening geboekt. De aanwending is dus geen last en loopt niet via de exploitatie.
Resultaat 2021 De programmarekening 2021 sluit met een positief saldo van de rekening van baten en lasten ná bestemming van € 1.573.551. Resultaat vóór bestemming Het resultaat vóór bestemming wordt veroorzaakt door het feitelijk saldo van baten en lasten op de afzonderlijke programma's (1 t/m 8) en de onderdelen algemene dekkingsmiddelen (inkomsten van de gemeente zonder vooraf bepaald bestedingsdoel), overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien. Er is daarbij een verband tussen de mutaties op de reserves en de baten en lasten in de programma's. Het resultaat vóór bestemming is toegelicht in de hoofdstukken per programma en bij de onderdelen algemene dekkingsmiddelen, overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien. Uit onderstaande tabel 1 blijkt dat het gerealiseerde resultaat vóór mutaties op reserves € 1.080.059 nadelig is. Dit is een voordeel van € 1.793.651 ten opzichte van de bijgestelde begroting 2021.
69
Tabel 1: Totaaloverzicht baten en lasten per programma Bedragen (x € 1.000)
Prinmitieve begroting 2021
Programma
Lasten
PGR01 Publieksdiensten voor Beemster
Baten
saldo
Begroot primitief bijgesteld 2021 Lasten
Baten
Realisatie 2021
saldo
Lasten
Baten
saldo
-784
208
-576
-816
198
-618
-779
191
-588
PGR02 De Beemster samenleving
-8.529
1.525
-7.003
-9.685
2.082
-7.602
-9.256
1.960
-7.296
PGR03 Wonen en ruimtelijke kwaliteit Beemster
-1.166
650
-515
-1.918
951
-967
-1.779
940
-839
PGR04 Duurzaamheid en milieu in Beemster
-1.624
1.321
-303
-1.863
1.344
-519
-1.629
1.494
-135
PGR05 De Beemster omgeving
-3.280
939
-2.341
-3.984
1.183
-2.801
-3.472
1.188
-2.284
PGR06 Veilig in Beemster
-1.264
10
-1.254
-1.261
10
-1.250
-1.247
26
-1.222
PGR07 Werken in Beemster
-174
15
-158
-1.032
789
-243
-973
801
-172
PGR08 Beemster Bestuur en Staf
-1.147
-
-1.147
-2.124
-
-2.124
-2.015
0
-2.015
Resultaat programma's
-17.967
Algemene dekkingsmiddelen Overhead Vennootschapsbelasting Onvoorzien Gerealiseerd resultaat voor bestemming Resultaat bestemming Gerealiseerd resultaat na bestemming
4.669 -13.298 -22.683
6.558 -16.125 -21.150
6.600 -14.551
23
16.168
16.190
15
16.771
16.785
-496
17.478
16.982
-2.912
61
-2.851
-3.411
61
-3.350
-3.409
57
-3.352
0
0
0
-159
0
-159
-159
0
-159
-25
0
-25
-25
0
-25
0
0
0
-20.882
20.898
16 -26.264
23.390
-2.874 -25.214
24.134
-1.080
0
71
71
0
2.904
2.904
0
2.654
2.654
-20.882
20.969
87 -26.264
26.294
31 -25.214
26.788
1.574
Resultaat ná bestemming Het verschil tussen het resultaat vóór bestemming en het resultaat ná bestemming (gerealiseerd resultaat) wordt veroorzaakt door tussentijdse resultaatbestemmingen. Deze bestaan uit in de loop van het jaar gedane toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Deze stortingen en onttrekkingen aan de reserves vinden plaats op basis van de door de gemeenteraad genomen besluiten. Het gerealiseerd resultaat is dus mede het gevolg van politieke besluitvorming. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van het totaal gerealiseerd resultaat, rekening houdend met de mutaties op de bestemmings-, egalisatie- en dekkingsreserves. De afzonderlijke reserves en mutaties zijn toegelicht in de programma's en in de bijlage 'overzicht reserves'. Uit onderstaande tabel 2 blijkt dat in 2021 in afwijking van de bijgestelde begroting per saldo € 250.690 minder onttrokken is aan de egalisatie- en bestemmingsreserves.
70
Tabel 2: Gerealiseerd resultaat inclusief mutaties op egalisatie- en bestemmingsreserves Begroting bijgesteld 2021
Rekening 2021
Resultaat programma's 1 t/m 8 (saldo van de baten en lasten)
-16.125.421
-14.550.633
Saldo Algemene dekkingsmiddelen
16.785.478
16.981.997
Saldo Overhead
-3.349.688
-3.352.361
Saldo Vennootschapsbelasting
-159.079
-159.061
Saldo Onvoorzien
-25.000
0
-2.873.710
-1.080.059
0
0
0
0
(-/- = nadeel exploitatie en +/+ = voordeel exploitatie)
Programmanummer en omschrijving
A. Gerealiseerd resultaat voor bestemming Resultaatbepaling via egalisatiereserves: Reserve afvalstoffenheffing
04. Duurzaamheid en milieu
B. Totaal mutaties egalisatiereserves Resultaatbepaling via bestemmingsreserves: Reserve Stelsel basisregistraties
01. Publieksdiensten Beemster
16.800
16.800
Reserve gronden ZOB II
03. Wonen en Ruimtelijke kwaliteit
46.981
35.236
Reserve uitvoeringsagenda duurzaamheid
04. Duurzaamheid en milieu
187.000
0
Reserve uitvoering voornemens collegeprogramma
08. Bestuur en Staf
216.195
164.250
466.976
216.286
doorschuiven budgetten 2020 (besluit 1547258 / resultaatbestemming)
420.000
420.000
voorbereidingskosten IKC Middenbeemster (besluit 1534415)
150.000
150.000
boekwaarde oude gevel MFC De Boomgaard (besluit 1544419)
258.000
258.000
verkeerskundige projecten (besluit 153600)
125.000
125.000
harmonisatie pensioenvoorziening bestuurders (besluit 1545161)
968.928
968.928
correctie boekwaarde gemeentehuis (besluit 1546263)
515.396
515.396
2.437.324
2.437.324
30.590
1.573.551
C. Totaal mutaties bestemmingsreserves Resultaatbepaling/bestemming 2021 via algemene reserve: Incidentele onttrekkingen:
D. Totaal mutaties algemene reserves Gerealiseerd resultaat 2021 na bestemming (=A+B+C+D)
Toelichting Het resultaat vóór bestemming bedraagt € 1.080.059 nadelig. Na de mutaties op de egalisatieen bestemmingsreserves en de incidentele onttrekkingen aan de algemene reserve bedraagt het gerealiseerde resultaat € 1.573.551 voordelig. Het verwachte resultaat 2021 na bestemming was geraamd op € 30.590 voordelig (2e tussenrapportage 2021). De cijfermatige verschillen ten opzichte van de begroting 2021 (na bijstelling) zijn in de afzonderlijke programma's toegelicht. In de aanbiedingsbrief is een overzicht gegeven van de belangrijkste afwijkingen.
71
Voorgestelde resultaatbestemming Voorgesteld wordt om het voordelige resultaat 2021 van € 1.573.551 toe te voegen aan de algemene reserve en hiervan een bedrag van € 592.236 over te hevelen naar 2022 (begroting 2022 Purmerend).
Incidentele baten en lasten Onderwerp
Lasten
Baten
Onttrekking (dekking uitgaven) aan de bestemmingsreserve Stelsel basisregistraties
16.800
Onttrekking (dekking renstelasten) aan de bestemmingsreserve gronden ZOB II
35.236
Onttrekking (dekking uitgaven) aan de bestemmingsreserve uitvoering collegeprogramma
164.250
Onttrekkingen (dekking incidentele uitgaven) aan de algemene reserve Totaal
2.437.324 0
72
2.653.610
5 De paragrafen
73
5.1 Lokale heffingen Algemeen Overeenkomstig zoals vermeld in artikel 26 BBV bevat deze paragraaf de verantwoording van hetgeen in de paragraaf Lokale heffingen bij de begroting is opgenomen.
De geraamde inkomsten De baten met betrekking tot de lokale heffingen bedragen: Soort
Begroting 2021
Begroting 2021
Realisatie
voor wijziging
na wijziging
2021
Onroerende zaakbelasting (OZB): - eigenaren woning
1.962.210
1.939.210
1.934.929
- eigenaren niet woning
545.009
470.009.
465.763
- gebruikers (alleen bedrijven)
398.950
340.950
335.502
7.785
7.785
8.611
1.291.506
1.291.506
1.303.746
Rioolheffing
927.119
927.119
906.042
Begraafrechten
55.000
55.000
29.403
Liggeld woonschepen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Toeristenbelasting
70.735
70.735
58.603
Leges omgevingsvergunning (bouwen)
562.867
562.867
697.289
Secretarieleges (inclusief rijksleges)
4.922
4.922
4.560
Leges rijbewijzen en reisdocumenten (inclusief rijksleges)
47.035
47.035
61.780
Leges inschrijving woningzoekende
19.060
19.060
182
Overige leges (APV, marktgelden, Wmo)
12.510
12.510
12.986
5.904.708
5.823.708
5.819.396
Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (RWB) Afvalstoffenheffing
Totaal lokale heffingen
Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen De heffing en inning heeft plaatsgevonden overeenkomstig het vastgestelde beleid. Bezwaarschriften tegen de hoogte van de WOZ-waarden In 2021 zijn er 289 bezwaarschriften (dossiers) ingediend naar aanleiding van de jaarlijkse herwaardering van de woningen en niet-woningen. De WOZ-waarde is in 38% van de gevallen
74
verlaagd. In 2020 zijn er 323 bezwaarschriften (dossiers) ingediend waarbij in 40% van de gevallen de WOZ-waarde is verlaagd.
Kwijtschelding In 2021 zijn in totaal 90 kwijtscheldingverzoeken geheel of gedeeltelijk toegekend voor een totaalbedrag van € 25.672. In 2020 waren er 84 kwijtscheldingsverzoeken geheel of gedeeltelijk toegekend voor een totaalbedrag van € 22.880.
75
5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf gaat in op de vraag hoe de gemeente Beemster haar financiële risico’s opvangt, zonder dat dit betekent dat het beleid aangepast moet worden. Hiervoor is inzicht nodig in het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om nietbegrote kosten te dekken. Door het weerstandsvermogen hoeft bij een financiële tegenvaller in de begrotingsuitvoering niet direct tot een bezuiniging te worden overgegaan. Onderscheid wordt gemaakt tussen incidenteel en structureel weerstandsvermogen. Het eerste is bedoeld voor eenmalige tegenvallers en het tweede voor structurele tegenvallers. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: • De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt, of kan beschikken, om niet-begrote kosten te dekken. • Alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.
Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit: • de algemene reserve; • stille reserves (en voorzieningen); • bezuinigings-/ombuigingsmogelijkheden; • de onbenutte belastingcapaciteit; • post voor onvoorziene uitgaven. In geld uitgedrukt berekenen wij de weerstandscapaciteit als volgt:
76
In de exploitatie (structurele weerstandscapaciteit): Post onvoorziene uitgaven
€ 25.000
Onbenutte belastingcapaciteit
€ 1.121.410
Bezuinigings-/ombuigingsmogelijkheden
nihil
Weerstandscapaciteit in de exploitatie
€ 1.146.410
In het vermogen (incidentele weerstandscapaciteit): Algemene reserve (stand 31-12)
€ 6.072.111
Stille reserves, niet bedrijfsgebonden activa
€ 1.524.713
Stille reserves, aandelenbezit
€-
Weerstandscapaciteit in het vermogen
€7.596.824
Totale weerstandscapaciteit
€ 8.743.234
Toelichting Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit van de gemeente Beemster is het verschil tussen het werkelijke tarief (on-)roerendezaakbelastingen dat de gemeente heeft vastgesteld en het tarief dat de gemeente minimaal zou moeten hanteren om in aanmerking te komen voor extra steun van het Rijk (de zogenaamde artikel 12-status). Daarnaast telt het verschil tussen kostendekkende tarieven en de werkelijk gehanteerde tarieven mee. Beemster heeft besloten kostendekkende tarieven te hanteren. Als onbenutte belastingcapaciteit resteert alleen de OZB. Algemene reserve De gemeente Beemster kent één algemene reserve. Deze is bedoeld als buffer om onvoorziene risico's op te vangen. De algemene reserve is een belangrijk onderdeel van het weerstandsvermogen van de gemeente. Bij de behandeling van de beleidsnota reserves, voorzieningen en risicomanagement, in de raadsvergadering van 30 juni 2015, is besloten om de ondergrens van de algemene reserve te stellen op € 1,5 miljoen. Met deze ondergrens kan worden gesignaleerd wanneer de algemene reserve niet (langer) toereikend is om onvoorziene risico's op te vangen. Het gehele saldo van de algemene reserve wordt meegenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit. Stille reserves Bij stille reserves gaat het om: • Niet-bedrijfsgebonden activa.
Deze activa kunnen worden verkocht zonder dat de bedrijfsvoering van de gemeente daardoor wordt belemmerd. Het voordelig verschil tussen de actuele waarde en de boekwaarde valt onder de stille reserves. Bij de bepaling van de actuele waarde is de WOZ-waarde van het belastingjaar 2021 gehanteerd. De werkelijke actuele waarde kan hoger/ lager zijn dan de vermelde WOZ-waarde, omdat na de waardepeildatum de prijzen nog kunnen fluctueren. Wij geven er de voorkeur aan toch van de WOZ-waarde uit te gaan, omdat deze waarde een vast gegeven is;
77
• Het aandelenbezit van de gemeente. De gemeente Beemster bezit aandelen van de BNG, Alliander (EZW), VOF Beemster Compagnie en de HVC. Het verschil tussen boekwaarde en actuele waarde is de stille reserve. Deze aandelen zijn echter niet vrij verhandelbaar. Het is dan ook niet mogelijk om deze waarde daadwerkelijk te verzilveren, althans niet op dit moment. Wij tellen de berekende waarde dan ook niet mee voor de bepaling van onze weerstandscapaciteit.
Risico’s
Een risico is de kans op een gebeurtenis met een negatief gevolg voor de gemeente Beemster. De organisatie heeft de belangrijkste risico’s/categoriën van risico’s in kaart gebracht. Om de risico’s te kwantificeren, zijn zowel de kans als het gevolg benoemd. Het betreft: • De (financiele) impact van het coronavirus. • Overdracht bodemsanering. • Vastgoed: diverse plannen voldoen (nog) niet. • Uitvoering geven aan hetgeen vastgelegd in de woonvisie. • Omgevingswet, onder andere derving van leges. • Bij het gebruikmaken van gegevens voor dienstverlening op maat nemen de risico's toe voor informatieveiligheid en de privacy voor inwoners. • Het niet in exploitatie kunnen nemen van Zuidoostbeemster fase 2. • Het niet behalen van de landelijke taakstelling om 75% afvalscheiding te realiseren. • Het niet kunnen realiseren van aardgasloze aansluitingen bij bestaande bouw. • Het niet behalen van de opgave om alle asbest te saneren voor 2024. • De risico’s die spelen bij HVC. • Overdracht van wegen die nu door het Hoogheemraadschap beheerd worden. • Uitvoering van het interbestuurlijke programma (IBP). • Nog enkele risico's die niet expliciet opgenomen zullen worden in deze paragraaf in verband met de gevoeligheid.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de gekwantificeerde risico’s. Uitgangspunt voor de gemeente Beemster is om een weerstandsvermogen aan te houden met een ratio tussen de 1,4 en 2,0. Dit waarderingscijfer vormt een goed uitgangspunt voor een gemeente waarbij geen volledige risico-inventarisatie heeft plaatsgevonden en waarbij het investeringsprofiel voor de komende jaren vergelijkbaar is aan de huidige situatie. Om schommelingen op te kunnen vangen, wordt een minimum- en maximumratio aangehouden. Door middel van de zogenaamde Monte Carlo simulatie wordt op basis van het uiteindelijke risicoprofiel het benodigde weerstandsvermogen berekend. Deze bedraagt per december 2021 € 4,0 miljoen. Afgezet tegen de totale weerstandscapaciteit van € 8,7 miljoen bedraagt de ratio momenteel 2,2. Dit betekent dat in 90% van de gevallen de gemeente Beemster voldoende weerstandsvermogen heeft opgebouwd om aan haar verplichtingen te kunnen voldoen.
Kengetallen Gemeenten zijn sinds enkele jaren verplicht om de hierna volgende vijf kengetallen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing op te nemen. De invoering van deze kengetallen heeft louter tot doel een beter inzicht te verschaffen in de financiële positie van de gemeente voor de 78
vergelijking met andere gemeenten. Deze getallen dienen niet om te komen tot een normering (wat is goed, wat is slecht). Het gaat om de volgende kengetallen: Omschrijving kengetal
Rekening 2020
Begroting
Rekening
2021
2021
1A. Netto schuldquote
41,9%
97,0%
59,4%
1B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
38,4%
93,1%
53,7%
2. De solvabilitetsratio
35,1%
24,3%
28,2%
3. Grondexploitatie
0,0%
0,0%
0,0%
4. Structurele exploitatieruimte
0,8%
-0,3%
5,7%
127,1%
128,2%
133,4%
5. Belastingcapaciteit
Toelichting 1A. Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de totale schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. 1B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De berekeningswijze van de netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, is identiek aan de berekeningswijze van de netto schuldquote zonder correctie, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen (zie artikel 36 lid b en c BBV). Bij de berekening van dit kengetal is ook de waarde van het aandelenkapitaal van de gemeente meegerekend. 2. De solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio verstaan we het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal.
Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. 3. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten. Voor de berekening van dit kengetal wordt de waarde van de niet in exploitatie genomen gronden en van de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken (volgens artikel 17, onderdeel c BBV) en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet
79
worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. 4. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting maken we onderscheid tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten, is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. De structurele exploitatieruimte is het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om haar belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het COELO publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten verstaan we de OZB en de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met de gemiddelde WOZ-waarde in de gemeente.
De belastingcapaciteit van de gemeente wordt daarom berekend door de totale woonlasten van een meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 en uit te drukken in een percentage.
80
5.3 Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Kapitaalgoederen zijn onderdelen van de openbare ruimte en accommodaties waarvoor langlopende investeringen nodig zijn. Het beheer en onderhoud hiervan is gericht op de duurzame instandhouding. Deze paragraaf bevat een toelichting op de realisatie van het beleidskader, kwaliteitsniveau, onderhoudsplan en de financiën van de goederen op het gebied van: • Wegen, riolering, openbare verlichting, kunst- en waterwerken • Groen en begraafplaatsen • Speelvoorzieningen • Gebouwen In de financiële begroting zijn de investeringsuitgaven per beleidsterrein voor de komende vier jaren opgenomen. In de bijlage Overzicht kredieten zijn de afgesloten en lopende kredieten zichtbaar. De totale oppervlakte van de gemeente Beemster is 7.208 ha. Het totaal te beheren areaal aan openbare ruimte binnen de gemeentegrenzen is geïnventariseerd en verwerkt in de opgestelde integrale beheerplannen. Uitgangspunt voor deze plannen is het voorkomen van achterstallig onderhoud, werken volgens vastgestelde kwaliteitsnormen en voldoen aan het gewenste beeldkwaliteitsniveau van de openbare ruimte, zoals dat door de raad is vastgesteld. In 2020 zijn de budgetten opgenomen in de begroting, zoals die uit de beheerplannen naar voren zijn gekomen.
Per kapitaalgoed wordt ingegaan op het vastgestelde kwaliteitsniveau, de actualiteit van het onderhoudsplan, aanwezigheid van achterstallig onderhoud en de beschikbare middelen, alsmede eventuele reserves of voorzieningen.
Wegbeheer De gemeente Beemster heeft circa 35 kilometer weg in haar beheer. Het dagelijks onderhoud aan wegen, zoals het herstellen van winterschade en onderhoud naar aanleiding van meldingen, wordt verspreid over het gehele jaar uitgevoerd. De inspecties conform de CROW-systematiek zijn in 2019 uitgevoerd en lopen nu synchroon met de inspecties van Purmerend. Daarnaast is er aanvullend wegenbouwkundig onderzoek gedaan naar de asfaltwegen binnen Beemster. Hieruit is gebleken dat er op een aantal wegen zwaardere maatregelen nodig zijn dan uit de inspectie is gebleken. Daarom is voor de projecten 'kruising Middenweg-Rijperweg' en 'Zuiderweg' aanvullend krediet aangevraagd. De voorbereidingen voor deze integrale projecten zijn in 2021 gestart. Verder wordt er de komende jaren op diverse plaatsen in de Beemster onderhoud aan de riolering gepleegd wat integraal met wegbeheer wordt aangepakt. Eind 2021 is opdracht gegeven voor het opstellen van een beheerplan voor de nieuwe gemeente.
81
Kunst- en waterwerken (bruggen, dammen, beschoeiingen) Het kunstwerken areaal bestaat uit vaste bruggen waarvan de inspectiegegevens zijn opgenomen in het beheerprogramma IASSET Kunstwerken. In 2021 is veel beschoeiing vervangen, zijn er diverse inspecties uitgevoerd, een groot aantal bruggen schoongemaakt en zijn de bruggen van de nieuwbouwlocaties Nieuwe Tuinderij en De Keijser aan het areaal toegevoegd. Eind 2021 is opdracht gegeven voor het opstellen van een beheerplan voor de nieuwe gemeente.
Openbare verlichting Als wegbeheerder heeft de gemeente Beemster circa 1.925 lichtmasten in beheer. Maandelijks worden de defect gemelde lichtmasten gerepareerd. Per reparatieronde worden vervolgens de bevindingen en verrichtingen in de database van geregistreerde lichtmasten vastgelegd. De intentie is dat bij nieuwbouwwijken en grootschalige projecten standaard led-verlichting wordt toegepast. In 2021 is onder andere de verlichting op het industrieterrein vervangen. Eind 2021 is opdracht gegeven voor het opstellen van een beheerplan voor de nieuwe gemeente.
Wegmeubilair Het aantal verkeersborden bedraagt circa 650 stuks. In 2021 is een groot deel hiervan vervangen. Daarnaast zijn de nieuwe komborden voor de nieuwe gemeente besteld en deze zullen begin 2022 geplaats worden.
Gemeentelijke watertaken (riolering) Van toepassing is het Gemeentelijk Rioleringsplan Beemster 2018-2023 (GRP). In het GRP staan alle maatregelen en kosten beschreven die wettelijk noodzakelijk worden geacht op het gebied van afvalwater. Verder zijn ook zaken die verband houden met grondwater opgenomen. We volgen het GRP qua uitvoeringsprogramma, echter lopen we achter vanwege extra inspanning en doorlooptijd die nodig zijn voor de vele projecten die lopen. Met betrekking tot uitvoering wordt nagestreefd om het werk zoveel mogelijk te combineren met werkzaamheden aan bovenliggend wegdek of weginrichting (en zo nodig ook andere disciplines), om zo overlast te beperken en kapitaalvernietiging te voorkomen. Eind 2021 is opdracht gegeven voor het opstellen van een GRP voor de nieuwe gemeente.
Groenbeheer De gemeente Beemster heeft een aanzienlijke oppervlakte ‘groen’ (47 ha) dat door uitbreiding van de kernen jaarlijks aangroeit. Ook heeft de gemeente een algemene begraafplaats die wordt meegenomen in de beheerplannen. De beeldkwaliteit van de openbare ruimte is minimaal niveau C. Het huidige beheerplan groen is vastgesteld voor de periode 2018-2022, tot aan de fusiedatum. De basisgegevens Beemster zijn verwerkt in een beheerpakket en kunnen worden gekoppeld aan digitaal kaartmateriaal. Hierin wordt het groen gedetailleerder opgenomen.
82
De areaalregistratie wordt onder meer gebruikt voor de wettelijk verplichte boomveiligheidscontrole en het beheren van het onderhoudsplan. Het aantal bomen bedraagt 5.223 stuks en het areaal breidt uit vanwege de nieuwe wijken de Keyser en de Nieuwe Tuinderij. Van het totaal aantal bomen zijn 780 bomen attentiebomen met een verhoogd risico. Deze moeten jaarlijks of vaker geïnspecteerd worden. Op het gebied van bomen is veel te doen. Er zijn gesprekken met de Provincie, het HHNK maar ook De Beemster Compagnie over de inrichting van Beemster en het voorkomen van ziekten en plagen. Er wordt kritisch gekeken naar het areaal en de staat hiervan op het moment dat het wordt overgenomen. Nog steeds actueel zijn boomziektes als iepziekte en essentaksterfte. Er is een toekomstplan Beemster bomen in relatie tot het UNESCO-erfgoed nodig om de beleving van het werelderfgoed op termijn te behouden.
Gebouwenbeheer De gemeente heeft meerdere panden in eigendom. De verschillende panden zijn in eigen gebruik (zoals het gemeentehuis en de gemeentewerf), in gebruik van scholen, welzijnsinstellingen of verhuurd aan derden. De invulling van de panden kan ook tijdelijk zijn totdat deze een nieuwe bestemming krijgen. Dit zou ook kunnen betekenen dat het gesloopt wordt of dat er gezocht wordt naar een geschikte verkooppartij. Al onze panden worden onderhouden naar mate de functievervulling. Hierbij wordt de gebruiker nauw betrokken. Voor het beoordelen van het onderhoud worden er inspecties uitgevoerd door externe partijen. Het planmatig onderhoud kent fluctuaties in het uitgavenpatroon. Om deze schommeling in de lasten te egaliseren, wordt gebruik gemaakt van onderhoudsvoorzieningen. Afgelopen jaar was er 230.000 begroot om aan groot onderhoud te gaan uitvoeren. Echter door de drukte op de markt, de stijging van de prijzen, de schaarste van materialen en overige corona effecten is er maar 109.000 aan onderhoud uitgegeven. Het uitgestelde onderhoud is wel zorgvuldig afgewogen.
Sportfaciliteiten en speeltoestellen Beemster heeft een ijsbaan, handbal- en meerdere voetbalverenigingen. De sportcomplexen worden verhuurd aan de verenigingen. Daarnaast zijn er drie speeltuinen (waarvan één natuurspeeltuin), 14 speelveldjes en twee voetbalkooien. Vervanging en onderhoud van speelvoorzieningen wordt voornamelijk gedaan vanuit de jaarlijkse exploitatiebegroting. Het budget is in overeenstemming met het beheerplan, waarmee een minimaal voldoende (en veilig) kwaliteitsniveau kan worden geborgd zonder achterstallig onderhoud te veroorzaken. Jaarlijks worden de toestellen gekeurd door de VWA, volgens het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Deze wettelijke keuring leidt er soms toe dat een toestel wordt afgekeurd. Als dit het geval is, dan wordt het afgekeurde toestel aangepast of vervangen.
83
5.4 Grondbeleid Algemeen In de paragraaf grondbeleid wordt verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid in 2021. Grondbeleid is een instrument om ruimtelijke doelstellingen van de gemeente te realiseren. Denk hierbij aan doelstellingen op allerlei terreinen: volkshuisvesting, (maatschappelijke) voorzieningen, economische ontwikkeling, openbare ruimte, infrastructuur, cultuur en recreatie. De wijze waarop die doelstellingen kunnen worden bereikt met het grondbeleid en binnen welke uitgangspunten en randvoorwaarden, is vastgelegd in de Nota Grondbeleid 2017. Grondbeleid is daarmee geen doel op zich, maar dienstbaar aan het gemeentelijk beleid, in het bijzonder de Structuurvisie.
Vormen van grondbeleid Bij grondbeleid zijn er verschillende mogelijkheden voor de mate van betrokkenheid van de gemeente. Gewoonlijk wordt onderscheid gemaakt tussen actief grondbeleid, faciliterend grondbeleid en vormen van publiekprivate samenwerking.
Actief grondbeleid Van actief grondbeleid is sprake wanneer de gemeente bij de uitvoering van een bestemmingsplan ervoor kiest om de locatie zelf (volledig, deels of mede) risicodragend te verwerven en in exploitatie te brengen. Actief grondbeleid kent de volgende voordelen: • Regiefunctie is tegen minder inspanningen te vervullen. • Meer sturing in financieel, organisatorisch en juridisch opzicht. • Meer zeggenschap over kwaliteit, programma, planning, prijzen en bouwtempo. • Profiteren van waardestijging, inkomsten komen ten goede van de gemeente (in geval van winstpotentie). • Meer keuze uit samenwerkingspartners. Belangrijkste nadeel bij actief grondbeleid is het financiële risico dat een gemeente loopt.
Faciliterend grondbeleid Bij faciliterend grondbeleid laat de gemeente de initiatieven over aan particuliere grondexploitanten. De gemeente beperkt zich dan tot haar publiekrechtelijke rol (planologische kaderstelling, plegen van kostenverhaal). Dat neemt niet weg dat de gemeente ook financieel kan participeren om ervoor te zorgen dat het initiatief daadwerkelijk van de grond komt. Faciliterend grondbeleid kent de volgende voordelen: • Regie mogelijk via publiekrechtelijke instrumenten.
84
• Het kostenverhaal is (sinds 2008) wettelijk goed geregeld. • Het grondexploitatierisico wordt overgeheveld naar de markt. • In principe geen voorinvesteringen voor de gemeente. Belangrijkste nadeel is dat de gemeente niet kan profiteren van een eventuele waardestijging van de grond en afhankelijk is van zakelijke partners voor het halen van haar doelstellingen. Het nakomen van afspraken kan moeilijker worden afgedwongen.
Publiek-private samenwerkingsmodellen Er zijn verschillende samenwerkingsmodellen mogelijk bij een grondexploitatie. De meest voorkomende zijn: • Publieke grondexploitatie: de gemeente verwerft alle gronden, voert de grondexploitatie en geeft de bouwrijpe gronden uit aan een private partij (ontwikkelaar/bouwer). • De bouwclaim: een private partij brengt gronden in in een gemeentelijke grondexploitatie in ruil voor toekomstige afnamemogelijkheid (een bouwclaim). • De joint venture: gezamenlijke grondexploitatie door middel van een speciaal voor dit doel opgerichte juridische entiteit (bijvoorbeeld de ‘CV/BV’ of een 'VOF').
Keuze grondbeleid De gemeente kiest voor een maatwerkbenadering. Op projectniveau zal een afweging worden gemaakt aan welk grondbeleid (actief of faciliterend) invulling wordt gegeven en of, en zo ja hoe, met (een) marktpartij(en) wordt samengewerkt. De gemeente neemt in haar afweging voor de keuze tussen actief en faciliterend grondbeleid in ieder geval mee met welk beleid beter aan (één of meer van) deze prioriteiten invulling kan worden gegeven: • bescherming UNESCO Werelderfgoed; • maatschappelijke betrokkenheid; • programmatische toevoeging; • kwaliteit publieke ruimte; • financieel inverdienvermogen; • urgentie; • innovatie en duurzaamheid.
Beleidsregels • De gemeente handelt transparant en in beginsel op voet van gelijkwaardigheid met grondeigenaren en marktpartijen. • Voor kleinere projecten tot 3 woningen volstaat voor het kostenverhaal de legesverordening. Voor projecten van grotere omvang, die meer begeleiding en regie vragen van de gemeente, is kostenverhaal op de initatiefnemer het uitgangspunt. Voorkeur gaat daarbij uit naar een anterieure overeenkomst. • De gemeente is terughoudend ten aanzien van het verwerven van grond en vastgoed, maar sluit het op voorhand niet uit. De inzet van instrumenten zoals onteigening en het vestigen van een voorkeursrecht is daarbij mogelijk.
85
• De gemeente verwerft (grond)eigendom als dat voor het bereiken van haar doelstellingen en/of ruimtelijk(e) plan(nen) noodzakelijk is, maar is hierin terughoudend. • Verwervingen worden in elk geval ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Het college zal de raad regelmatig in vertrouwen informeren over de voortgang van onderhandelingen inzake verwerving(en) indien aan de orde. • De uitgifte van gronden vindt plaats tegen marktconforme prijzen die objectief en transparant worden vastgesteld. • Indien de keuze voor de partij waar gronden aan worden uitgegeven wordt gemaakt op basis van een selectieproces, dan worden hierbij ten minste de volgende selectiecriteria in acht genomen: verkrijgen beste prijs, optimaliseren kwaliteit (gouden regels uit de Structuurvisie), optimaliseren prijs/kwaliteitverhouding, verkrijgen van nieuwe ideeën en visies voor een gebied, maatschappelijke betrokkenheid en duurzaamheid. De weging van deze criteria is per project afhankelijk van de geldende prioriteiten voor de locatie. • Indien gekozen wordt voor een actief grondbeleid is een gedegen risicomanagement noodzakelijk. Risico’s omtrent verwerving, realisatie en afzet worden geïnventariseerd en continu gemonitord. De gemeenteraad wordt periodiek meegenomen in de risicoanalyse en de daarbij behorende beheersmaatregelen.
• Per grondexploitatie heeft de gemeenteraad een zo volledig mogelijk beeld van de planeconomische en financiële aspecten. In de begroting en jaarrekening wordt actuele informatie opgenomen over de grondexploitatie(s) en lopende projecten. De gemeenteraad stelt de geactualiseerde grondexploitatie(s) jaarlijks vast (BBV). Bij tussentijdse wijzigingen wordt de raad geïnformeerd. Indien de gemeenteraad meerdere grondexploitaties geopend heeft, kan jaarlijks een projectrapportage aan de gemeenteraad ter vaststelling worden voorgelegd.
Planrealisatie In 2021 hebben zich binnen het grondbeleid de volgende ontwikkelingen voorgedaan. Zuidoostbeemster De Nieuwe Tuinderij (West en Oost) De grondexploitatie van dit gebied gebeurt onder de verantwoordelijkheid van De Beemster Compagnie. Door het ontbreken van een onherroepelijk bestemmingsplan is de ontwikkeling circa anderhalf jaar vertraagd. De Raad van State heeft in het najaar van 2014 een positieve uitspraak gedaan over twee bestemmingsplannen voor de bouw van 65 woningen in het westelijk deel. Alle woningen zijn verkocht, in totaal 178 stuks. Hierbij is circa 31% aan te merken als sociale koop (von prijs tot € 225.000). Het westelijke deel is volledig afgerond. In 2018 is gestart in het oostelijk deel. Het bestemmingsplan is in januari 2018 vastgesteld en er liep een Raad van State procedure, waarvoor begin september 2018 een positieve uitspraak is ontvangen. De bouw vordert gestaag, de eerste woningen zijn eind 2020 opgeleverd. In totaal betreft het 100 woningen, in fase 2, 77 waarvan 24 sociale huurwoningen in de vorm van zogenaamde 'beneden-boven-woningen' (bebo's). Ten slotte zal de ontwikkeling Zondag 63 woningen gaan realiseren in De Nieuwe Tuinderij Oost in 2021/2022. Terrein Jonk Dit plangebied heeft een bruto oppervlakte van ongeveer 6 hectare en is volledig privaateigendom.
De eigenaren hebben hun plannen voorlopig in de ijskast gezet en hebben de bedrijvigheid 86
vooralsnog voortgezet. Eventuele ontwikkeling is een privaat initiatief. Dit gebied is opgenomen in de vastgestelde dorpsontwikkelingsvisie voor Zuidoostbeemster als potentiële ontwikkelingslocatie voor woningbouw in combinatie met een voorzieningencluster (school, gezondheid, dorpsplein en parkeren). Zuidoostbeemster II De gemeente heeft in het verleden gronden ter grootte van 39.355 m2 aangekocht. De inzet is om de ontwikkeling van het gebied na afronding van De Nieuwe Tuinderij plaats te laten vinden. De voorbereidende werkzaamheden zijn gestart in 2017, door middel van het opleggen van de Wet Voorkeursrecht Gemeenten (Wvg). Vervolgens is dit gebied opgenomen in de dorpsontwikkelingsvisie Zuidoostbeemster en is de termijn van de Wvg verlengd. In 2021 is het proces om te komen tot een onherroepelijk bestemmingsplan voortgezet. 4e kwadrant De Keyser De grondexploitatie van dit gebied gebeurt eveneens onder de verantwoordelijkheid van De Beemster Compagnie. In 2014 is gestart met de verkoop van de eerste 42 woningen en ging het bouwrijp maken van start. In 2015 zijn in deelplan I 42 woningen in aanbouw genomen en zijn opnieuw 28 woningen in verkoop gebracht. In 2016 zijn alle woningen in deelplan II verkocht en (worden) gebouwd. In deelplan III zijn de voorbereidingen afgerond voor de bouw van 20 huurwoningen en zijn de 46 woningen en vier kavels verkocht.
In totaal zijn er 173 woningen gerealiseerd tot nu toe, waarvan 27% sociale koop (von prijs tot € 225.000) en 12% sociale huur. Daarnaast zijn er 4 vrije kavels verkocht. Een deel van het gebied 4e kwadrant was niet in bezit van de gemeente. Op het gehele gebied rustte wel de Wet Voorkeursrecht Gemeenten. Alle gronden zijn inmiddels aangekocht. Een gedeelte zal ontwikkeld worden door een andere ontwikkelaar (AM). Daarnaast is er met een partij overeen gekomen dat zij appartementen zullen realiseren in het plangebied. Dit betreft 2 appartementen in de koopsector en 12 appartementen in de (middeldure/ dure) huursector. Ook zullen er 58 koopwoningen en 24 sociale huurwoningen gerealiseerd worden in deelplan 8. Voor de overige gebieden is het streven een combinatie van koop (seriematig en vrije kavels) en sociale huur te realiseren. Jisperweg 112c De gemeente voert (verkennende) gesprekken met een initiatiefnemer voor de ontwikkeling van 10 woningen.
87
5.5 Financiering Algemeen Doel van deze paragraaf is om te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Dit moet plaatsvinden binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Het doel van deze wet is onder andere om op een verantwoorde, prudente en professionele wijze de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie (financieringsactiviteiten) van de gemeente te regelen. In de Financiële verordening gemeente Beemster 2020 (artikel 14) zijn de uitgangspunten, de doelstellingen en de beleidsmatige en organisatorische kaders van de financieringsfunctie bepaald. De voor onze gemeente relevante uitvoeringsregels zijn hierin opgenomen. Het bevat met name protocollen voor de dagelijkse uitvoering. De onderwerpen die hierbij aan de orde komen zijn het kasbeheer, het risicobeheer, de financiering en de administratieve organisatie. Het treasurybeleid is erop gericht binnen de financiële mogelijkheden van onze gemeente een zo optimaal mogelijk rendement te verkrijgen, danwel de lasten zoveel mogelijk te reduceren. Hierbij moeten de risico's zo goed mogelijk worden beheerst.
Gemeentefinanciering De financieringsmiddelen van de gemeente worden uitsluitend ingezet voor de uitoefening van de publieke taak. Het tot nu toe gehanteerde beleid bij de gemeente Beemster is dat de financiering met externe financieringsmiddelen (kort- en langlopende leningen) zoveel mogelijk wordt beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) te gebruiken. Tevens wordt er geen gebruik gemaakt van rente-instrumenten. Dit beleid is in 2021 voortgezet. De Financieringsovereenkomst (Krediet- en Depotarrangement) met de N.V. Bank voor Nederlandse Gemeenten (BNG) biedt voldoende mogelijkheden om eventuele tijdelijke financieringsoverschotten of -tekorten tegen een zo gunstig mogelijk rentepercentage uit te zetten c.q. aan te trekken.
Schatkistbankieren Eind 2013 is de Wet verplicht schatkistbankieren van kracht. Voor decentrale overheden betekent dit dat zij verplicht zijn hun overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Om te kunnen schatkistbankieren is een rekeningcourant tussen de gemeente en de Staat afgesloten. Het is toegestaan een relatief klein bedrag aan overtollige middelen buiten de schatkist aan te 88
houden (drempelbedrag). De hoogte van het drempelbedag is 0,75% van de begrotingsomvang van de decentrale overheid met een minimum van € 250.000. Voor Beemster was in 2021 het minimumbedrag van toepassing, waardoor er gedurende het jaar 2021 tijdelijk overtollige middelen in de schatkist zijn aangehouden. Conform de vereisten in het BBV (art. 52c) vermelden we in de toelichting op de balans het drempelbedrag en, per kwartaal, het bedrag aan middelen dat Beemster buiten ’s Rijks schatkist heeft aangehouden.
Rentebeleid (renterisico's) In de notitie Rente 2017 van de Commissie BBV (in het kader van de vernieuwing BBV) wordt ingegaan op de verwerking van de rentelasten en -baten in de begroting en jaarstukken. Doelstelling van deze notitie is als volgt: • het bevorderen van een eenduidige handelswijze met betrekking tot rente door gemeenten (harmonisering); • stimuleren dat gemeenten de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en de jaarstukken; • het eenduidig inzichtelijk maken van de wijze waarop de gemeenten met rente zijn omgegaan (transparantie). De bepalingen en richtlijnen van deze notitie zijn in werking getreden met ingang van het begrotingsjaar 2018. De rente die direct verband houdt met een taakveld betreft de (omslag)rente die moet worden toegerekend aan investeringen binnen dat taakveld. De omslagrente wordt berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa (investeringen) die integraal zijn gefinancierd. De activa die integraal zijn gefinancierd betreffen de materieel vaste activa en de deelnemingen (financieel vaste activa). In onderstaand schema wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van toerekening: Renteschema
%
Bedrag
a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering
134.307
b. Externe rentebaten over de korte en lange financiering
-13.746
Saldo rentelasten en rentebaten
120.561
c1. Doorberekende rente grondexploitaties
0
c2. Projectfinanciering (nvt)
0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
0
d1. Rente over eigen vermogen (nvt)
0
d2. Rente over voorzieningen (nvt)
5.078
Totaal aan de taakvelden toe te rekenen rente
0,62%
125.639
e. *) De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
1,50%
306.145
f. Renteresultaat op het taakveld treasury
0,88%
180.506
89
*) De netto boekwaarde van de activa die integraal zijn gefinancierd per 1 januari bedraagt bijna € 20,4 miljoen. Uit bovenstaande tabel blijkt dat er aan de taakvelden 1,5% wordt toegerekend aan rente. Het deel dat mag worden toegerekend aan rente bedraagt 0,62%. Hierdoor ontstaat een renteresultaat van 0,88%.
Kasgeldlimiet en renterisiconorm De Wet fido geeft twee concrete richtlijnen voor gemeenten voor het beheersen van renterisico’s. Het gaat daarbij om de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De kasgeldlimiet heeft betrekking op leningen met een looptijd tot maximaal één jaar en de renterisiconorm op leningen met een looptijd vanaf één jaar. Kasgeldlimiet Aan de totale omvang van de gemiddelde netto vlottende schuld (looptijd minder dan één jaar) per kwartaal wordt door de Wet fido een maximum gesteld, ook wel kasgeldlimiet genoemd. De netto vlottende schuld mag de kasgeldlimiet niet overschrijden; hiermee wordt voorkomen dat het totaal aan korte schulden van een gemeente bepaalde grenzen overschrijdt. De kasgeldlimiet is voor 2021 berekend op € 2.235 miljoen. Het gevoerde beleid is om de kasgeldlimiet zo volledig mogelijk te benutten, zodat optimaal gebruik gemaakt wordt van de lagere korte rente. In onderstaande tabel is de kasgeldlimiet over 2021 weergegeven. Kwartaal
Maximaal % o.b.v. actuele regeling
Berekend maximaal limiet
Vlottende middelen -/- Vlottende schuld
Onderschrijding of -/overschrijding
I
8,5 %
-/- € 2.235.010
€ 320.546
€ 2.555.556
II
8,5 %
-/- € 2.235.010
€ 1.928.479
€ 4.163.489
III
8,5 %
-/- € 2.235.010
-/- € 2.743.743
-/- € 508.733
IV
8,5%
-/- € 2.235.010
-/- € 2.376.477
-/- € 141.467
Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is om tot een zodanige opbouw van de leningenportefeuille te komen, dat het renterisico uit hoofde van rente-aanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt. De renterisiconorm houdt in dat maximaal 20% van het begrotingstotaal per jaar (met een minimum van € 2,5 miljoen) afgelost kan worden. De norm beoogt een evenwichtige opbouw van de leningen in de tijd. Als de jaarlijks te herfinancieren bedragen onder deze norm blijven, is er sprake van een beheerste en overzienbare situatie.
90
Tabel renterisiconorm Renterisiconorm en renterisico's vaste schuld (bedragen x €1.000
2021
(1a) Renteherziening op vaste schuld o/g
-
(1b) Renteherziening op vaste schuld u/g
-
(2)
-
Renteherziening op vaste schuld (1a-/- 1b)
(3a) Nieuw aangetrokken vaste schuld
-
(3b) Nieuw verstrekte lange leningen
-
(4)
Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-/- 3b)
-
(5)
Betaalde aflossingen
(6)
Herfinanciering (laagste van 4 en 5)
-
(7)
Renterisico op de vaste schuld (2+6)
-
(8)
Renterisiconorm
1.554
5.259
(9a) Ruimte onder renterisiconorm (8 -/- 7)
5.259
(9b) Overschrijding renterisiconorm (7 -/- 8)
-
Berekening renterisiconorm (10) Begrotingstotaal
26.294
(11) Het bij ministeriële regeling vastgesteld percentage
20%
(12) Renterisiconorm (10 x 11) / minimum € 2,5 mln
5.259
Financieringsbehoefte en leningenportefeuille Financieringsbehoefte Om eventuele ongewenste renterisico's af te dekken, is het van belang te weten wanneer eventueel een vaste geldlening moet worden aangetrokken en voor welk bedrag. Voor de bepaling van de financieringsbehoefte maken we gebruik van een liquiditeitsplanning. In deze planning nemen we alle inkomsten- en uitgaven op (verwachte kasstromen). Op basis van de nieuwste gegevens en ontwikkelingen wordt de liquiditeitsplanning regelmatig geactualiseerd. De berekening van de financieringsbehoefte (financieringstekort of -overschot) geeft slechts indicatief aan of het aangaan van vaste geldleningen al dan niet noodzakelijk wordt. De uiteindelijke financieringsbehoefte voor 2021 werd vooral bepaald door het tempo waarin voorgenomen investeringen werden gerealiseerd en door incidentele baten of lasten. In 2021 zijn geen langlopende leningen aangetrokken. Op 1 januari 2021 bedroeg het schuldrestant van de vaste langlopende (langer dan één jaar) geldleningen bijna € 9,8 miljoen. Aan het eind van het jaar 2021 bedroeg de vaste schuld, na reguliere aflossingen bijna € 8,2 miljoen. De gemiddelde rentevoet op 31 december 2021 is 1,50%.
91
Leningenportefeuille De huidige leningenportefeuille bestaat uitsluitend uit leningen aangegaan met de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten. Het verloop van onze leningenportefeuille in 2021 is als volgt (x € 1.000): rekening 2021 Stand leningen per 1 januari
€ 9.747
Vervroegde aflossingen
-
Reguliere aflossingen
-/- € 1.554
Nieuw aangetrokken lening
-
Stand leningen per 31 december
€ 8.193
92
5.6 Bedrijfsvoering Algemeen De bedrijfsvoering betreft de wijze waarop de gemeente haar werkzaamheden, zowel bestuurlijk als ambtelijk, heeft georganiseerd. De inwoner mag van de gemeente verwachten dat de beschikbare middelen rechtmatig, doelmatig en doeltreffend worden besteed. In deze paragraaf worden de ontwikkelingen van 2021 verantwoord. Samenwerking met gemeente Purmerend Met Purmerend is een samenwerkingsovereenkomst gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt over de uit te voeren taken en de daarmee gemoeide middelen. Ook over het kwaliteitsniveau van de dienstverlening zijn afspraken gemaakt. De uitwerking van de Samenwerkingsovereenkomst is vastgelegd in acht dienstverleningsovereenkomsten (DVO's). De DVO is conform afspraken in 2021 gerealiseerd. De Beemster organisatie De eigen Beemster organisatie bestaat naast de griffier en de gemeentesecretaris, uit een controller/bestuursadviseur en een bestuurssecretariaat. Voor de advisering op gebied van werelderfgoed wordt deskundige capaciteit ingehuurd van/via Purmerend. In 2021 is er zorg voor gedragen dat alle medewerkers in dienst van Beemster op een goede plek in Purmerend terecht gekomen zijn. Informatie en automatisering Informatie en automatisering wordt voor de Beemster organisatie verzorgd door Purmerend.
Naast een solide beheer van de systemen is een datalab ingericht zodat we, waar mogelijk, onze gegevens kunnen openstellen voor het gebruik door derden en ook efficiënter onze eigen systemen kunnen benutten. De systemen voor het maatschappelijk domein zijn ingericht voor de samenwerking met instellingen en andere ketenpartners. Voor het ruimtelijk domein is de informatie voor het beheer van de buitenruimte nauwkeuriger en beter te benutten. In 2021 is de meeste aandacht uitgegaan naar de samenvoeging van de Beemster en Purmerendse ICT omgeving (zoals samenvoegen databases). Dit is succesvol verlopen. Informatiebeveiliging Het Gemeentelijk Informatiebeveiligingsbeleid bepaalt (op basis van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid) de kaders en verantwoordelijkheden om een adequate informatiebeveiliging in te richten en te onderhouden. In 2021 zijn belangrijke stappen gezet in het voldoen aan deze verantwoordelijkheid. Hierover wordt verantwoording afgelegd door middel van de jaarlijkse ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). In 2021 heeft de organisatie zich voorbereid op de bestuurlijke fusie tussen gemeente Purmerend en Beemster. Belangrijke
93
waarborgen vanuit informatiebeveiliging zijn hierin gevolgd, wat mede heeft bijgedragen aan een veilige overgang naar één nieuwe gemeente per 1 januari 2022. Datalab In 2021 is onze geografische gisviewer Atlas verder doorontwikkeld. Inwoners hebben nu toegang tot meer dan 100 kaartlagen met informatie over Purmerend. We hebben bijvoorbeeld inzicht gegeven in de woningbouwplanning van de gehele gemeente. Daarnaast is de kaart toegankelijker gemaakt en zijn zoekfuncties uitgebreid. Naast de ontwikkelingen in Atlas hebben we dashboards ontwikkeld voor team Handhaving waar we in 2022 verdere stappen in gaan maken. Huisvesting en facilitair beheer Het gemeentebestuur, de ambtelijke staf en het loket Burgerzaken waren in 2021 nog gevestigd in het gemeentehuis aan de Rijn Middelburgstraat. Ook de vergaderingen van de gemeenteraad hebben daar plaats gevonden. Het beheer van de gebouwen en de facilitaire dienstverlening wordt vanuit Purmerend verzorgd. In het afgelopen jaar is gewerkt aan het goed afbouwen van de gemeentehuisfunctie. Dat hield onder meer in dat de kopergravure van Beemster naar Purmerend is verhuisd. Financiën beheer Er wordt gewerkt conform de vastgestelde planning en control-cyclus: kadernota (of meerjarenperspectief), begroting, 2 tussenrapportages en een jaarrekening. Deze producten worden door Purmerend verzorgd en zijn conform afspraak opgeleverd.
2021 was een bijzonder jaar met een gezamenlijke Kadernota 2022 en een gezamenlijke Programmabegroting 2022. Fusie Beemster en Purmerend In 2021 is hard gewerkt aan de bestuurlijke fusie per 1 januari 2022, met name harmonisatiewerkzaamheden, nieuwe huisstijl en ICT migratie.
Rechtmatigheid Algemeen De invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is uitgesteld, met de verwachting dat die wetgeving per 2022 in werking treedt. Het college was altijd al verantwoordelijk voor het rechtmatig handelen van de gemeente. Maar in de nieuwe situatie – na de verwachte invoering van de rechtmatigheidsverantwoording – neemt het de expliciete verantwoordelijkheid en legt het hierover in de jaarrekening verantwoording af aan de gemeenteraad. Op voorhand ziet het college 2021 als overgangsjaar en zijn er voorbereidingen getroffen voor de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording door het college. Begrotingsonrechtmatigheden binnen de exploitatie Op programmaniveau zijn alle begrotingsoverschrijdingen op de lasten onrechtmatig. Dit moet op programmaniveau worden toegelicht (artikel 189, lid 3 van de Gemeentewet). Bij het uitvoeren van de begroting worden lasten op een programma, voor zover deze hoger zijn dan de vastgestelde actuele begroting, aangemerkt als zogenaamde begrotingsonrechtmatigheid. Dit betekent dat er geen besluiten tot wijziging van de begroting meer tot stand zijn gekomen na afloop van het begrotingsjaar 2021. Voor de overschrijding geldt dat we moeten toelichten wat de oorzaken zijn en 94
toelichten, voor zover dat kan, dat er samenhang is met andere onderschrijdingen of hogere baten. De programma’s die zijn overschreden staan hieronder in een tabel. Vanwege de samenhang met het rekeningresultaat (lees de onttrekkingen en toevoegingen aan reserves) staat ook voor welk bedrag (eventueel) we de overschrijding compenseren met een mutatie op specifieke reserves. Programma (bedragen x € 1.000)
Begroting bijgesteld lasten 2021
Realisatie Overschrijding lasten 202
Overzicht algemene dekkingsmiddelen
15
-496
-511
Totaal
15
-496
-511
Samenhangend met reserves en voorzieningen
Samenhangend met andere onderschrijdingen of hogere baten
Nee
Ja
Toelichting Alleen de algemene dekkingsmiddelen laat een overschrijding zien van € 511.000 op de lasten. Voor de kosten van het waardenproces die in 2018 en 2019 zijn gemaakt door Beemster is afgesproken dat Purmerend voorfinanciert en dat Beemster zijn frictiebijdrage (€ 471.000) na aftrek van de kosten van het waardenproces (€ 105.000) doorstort aan Purmerend. Hier staan hogere baten tegenover uit het gemeentefonds. Op de overige programma’s is geen sprake van een begrotingsonrechtmatigheid. Begrotingsonrechtmatigheden op investeringen Ook voor de investeringen geldt dat we uitgaven boven het bedrag waarvoor krediet is verleend, aanmerken als onrechtmatig. Overschrijdingen moeten vooraf worden gemeld aan de gemeenteraad. Voor de investeringskredieten 2020 geldt dat overschrijdingen (groter dan 3% en/of groter dan € 100.000) zijn benoemd en toegelicht per programma in de financiële toelichting (in het jaarverslag). In 2021 zien we een overschrijding op het krediet voor de dependance van De Bloeiende Perelaar. Op basis van kwalitatieve afwegingen (met name het binnenklimaat en functionele kwaliteit) is voor een hogere inschrijving gekozen inclusief bijkomende kosten. Naar nu blijkt is in de prognose geen rekening gehouden met de btw die bij een schoolgebouw kostprijsverhogend is. Hierdoor zal er een overschrijding van het krediet plaatsvinden van € 850.000.
De aanpassing op dit krediet zal onderdeel uitmaken van de Kadernota 2023. In dit besluit wordt aan de raad voorgesteld expliciet in te stemmen met de verhoging van het krediet van € 850.000. Onrechtmatigheid op aanbestedingen Gedurende 2021 is een aantal kleine onrechtmatigheden ten aanzien van de aanbestedingen geconstateerd.
95
5.7 Verbonden partijen Inleiding Een verbonden partij wordt in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) als volgt gedefinieerd: ‘een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijke belang én een financieel belang heeft.’ Van een bestuurlijk belang is sprake wanneer de gemeente rechtstreeks invloed heeft op de besluitvorming binnen de verbonden partij. Een wethouder, raadslid of ambtenaar van de gemeente neemt namens de gemeente in het bestuur van de verbonden partij plaats, of stemt namens de gemeente. Van een financieel belang is sprake wanneer de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de organisatie, of wanneer financiële problemen bij de organisatie kunnen worden verhaald bij de gemeente. Privaatrechtelijke organisaties kunnen deelnemingen in stichtingen, verenigingen, coöperaties en vennootschappen zijn. Bij publiekrechtelijke organisaties gaat het om gemeenschappelijke regelingen. Beemster kent op dit moment 6 gemeenschappelijke regelingen en 5 deelnemingen in vennootschappen.
Visie op verbonden partijen Verbonden partijen zijn organisaties die taken uitvoeren die de gemeente niet alleen kan. Omdat de omvang, de taken en de organisatievorm per verbonden partij verschilt, kan dit in de praktijk niet op een eenduidige manier georganiseerd worden. Of de gemeente Beemster samenwerkt, in welke vorm en onder welke voorwaarden, wordt daarom per situatie afzonderlijk beoordeeld. De gemeente Beemster vindt het van belang dat zij voldoende sturingsmogelijkheden heeft ten aanzien van een verbonden partij om onze belangen als gemeente te kunnen bewaken. Deze sturingsmogelijkheden zijn er in de vorm van goede en tijdige informatieverstrekking richting de gemeenteraad en door bepaalde beleidsstukken ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad. Daarnaast neemt het college een actieve houding aan als het gaat over het informeren van de raad.
De verbonden partijen Publiekrechtelijke organisaties Gemeenschappelijke regelingen: 1. GGD Zaanstreek-Waterland 96
2. Omgevingsdienst IJmond 3. Vervoerregio Amsterdam 4. Veiligheidsregio Zaanstreek- Waterland 5. Recreatieschap Twiske-Waterland 6. Waterlands Archief Privaatrechtelijke organisaties Vennootschappen en coöperaties: 1. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) 2. Huisvuilcentrale (HVC) 3. Alliander 4. VOF De Beemster Compagnie 5. InWest Regio BV
Publiekrechtelijke organisaties 1. GGD Zaanstreek-Waterland Vestigingsplaats
Zaandam
Rechtsvorm
Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam
Algemene informatie
De GGD Zaanstreek-Waterland is een samenwerkingsverband van 8 gemeenten in de regio Zaanstreek-Waterland op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen en gestart per 1 september 2016.
Bestuurlijke vertegenwoordiger
Dhr. J.R.P.L. Dings
Programma
De Beemster samenleving
Openbaar belang
GGD Zaanstreek-Waterland beschermt, bewaakt en bevordert de gezondheid en de sociale veiligheid van alle mensen in de regio. Daarbij staat een preventieve en collectieve aanpak voorop, met specifieke aandacht voor bevordering van participatie en ondersteuning van de eigen regie van mensen. Als uitvoeringsorganisatie van de gemeenten sluit de GGD aan bij de gemeentelijke verantwoordelijkheden in het sociaal domein.
Bestuurlijk belang
Een lid van het Algemeen Bestuur (AB) heeft in de vergadering van het AB één stem. In die gevallen waarin Zaanstad en Purmerend zwaarwegende bezwaren hebben tegen een voorstel en met het oog daarop tegenstemmen, leidt die tegenstem tot verwerping van het voorstel. Het voorgaande is niet van toepassing op het voorstel tot vaststelling van de begroting respectievelijk de jaarrekening van de GGD. Wethouder Dings is lid van het AB.
Zeggenschap
De gemeenschappelijke regeling heeft geen aandelen. Elk lid van het Algemeen Bestuur (AB) heeft één stem. Dat betekent een stemrecht van 12,5%.
Financiële gegevens
Balansdatum
31-12-2020
31-12-2021
Eigen Vermogen
€ 959.319
€ 1.129.650
Vreemd Vermogen
€ 10.785.071
€ 13.628.182
Ontwikkelingen en beleidsvoornemens
Resultaat na bestemming 2021
€ 148,832
Deelnemersbijdrage/dividend 2021
€ 376.105
Het Algemeen Bestuur van de GGD Zaanstreek-Waterland heeft in 2020 de wens uitgesproken om een nadere analyse naar het toekomstbestendig maken en houden van de GGD op te stellen en de organisatie en de samenwerking daarnaar in te richten. Om
97
deze analyse te maken is het project GGD 3.0 in 2021 gestart. Het project wordt vanuit de gemeenten uitgevoerd samen met de GGD. Gemeenten zijn samen met de GGD bezig om uitwerking van GGD 3.0 te maken waarbinnen op een toekomstbestendige wijze invulling – zowel inhoudelijk als financieel – wordt gegeven aan het gewenste niveau van publieke gezondheidszorg. Risico’s
• De decentralisaties leiden tot meer verscheidenheid in (de uitvoering van) beleidskeuzes bij de deelnemende gemeenten op gebieden als participatie en (jeugd)gezondheidszorg. Wanneer de behoeften of verwachtingen van de gemeenten in de GR uiteen gaan lopen als het gaat over dienstverlening en bekostiging, maar slechts gestuurd kan worden met elkaar, dan kan een bestuurlijk spanningsveld ontstaan. Het risico is dat geen vorm gevonden wordt om ruimte te bieden aan het eigen beleid van de deelnemende gemeenten en dat de dienstverlening van de GGD aan de inwoners van Purmerend niet in overeenstemming is met de wens van het bestuur. • De GGD is eigen risicodrager voor de WW. In 2016 is het AB geadviseerd over dit risico en heeft besloten geen aparte stichting in het leven te roepen om risico’s af te wentelen, ook omdat de deelnemende gemeenten een fatsoenlijk personeelsbeleid willen voeren. WW-risico’s die voortkomen uit het beëindigen van projecten worden via contractafspraken afgedekt. In essentie betekent dit dat het WW-risico terecht komt bij de gemeente die de taak bij de GGD weghaalt. • Calamiteiten binnen het taakveld van de GGD die een bedreiging vormen voor de volksgezondheid zoals infectieziekten (corona) of rampenbestrijding.
2. Omgevingsdienst IJmond Vestigingsplaats
Beverwijk
Rechtsvorm
Gemeenschappelijke regeling
Algemene informatie
Omgevingsdienst IJmond voert namens en vóór veertien gemeenten en de provincie Noord-Holland taken uit op het gebied van milieutoezicht en handhaving. OD IJmond ondersteunt en adviseert inwoners en bedrijven op het gebied van milieuvergunningen. Het is een organisatie van circa 120 medewerkers en het werkgebied beslaat ruim 10.000 bedrijven en circa 560.000 inwoners. OD IJmond werkt vanuit twee locaties: Beverwijk en Wormer.