D Bestemmingsplan Purmerend-Hotel Kom A7 - bijlagen 11-19, aangepast
Tekst van het document
G&G-rapport 2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Kom A7 te Purmerend 2020 Inventarisatie beschermde fauna in het kader van de natuurwetgeving
2020
Opdrachtgever Van der Valk/Matser beheer
G&G-rapport 2020-084
Datum
4 november 2020
Versie
V3
Gecontroleerd door:
Bovendijk 35-G
Hazenkoog 35-A
2295 RV Kwintsheul
1822 BS Alkmaar
www.vandergoesengroot.nl
Kom A7 te Purmerend 2020
3
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding
5
1.1
Aanleiding tot het onderzoek .................................................................................. 5
1.2
Eerder onderzoek .................................................................................................... 6
1.3
Doel van het onderzoek........................................................................................... 6
1.4
Ligging van het onderzoeksgebied .......................................................................... 6
1.5
Plannen en werkzaamheden ................................................................................... 7
1.6
Leeswijzer ................................................................................................................ 8
Methode
9
2.1
Algemeen ................................................................................................................. 9
2.2
Vogels met jaarrond beschermde nesten ............................................................. 10
2.3
Vleermuizen ........................................................................................................... 11 2.3.1 Veldbezoeken .......................................................................................................... 12
2.4
Grondgebonden zoogdieren.................................................................................. 14 2.4.1 Kleine marterachtigen ............................................................................................. 14 2.4.2 Boommarter en Bunzing ......................................................................................... 15
3
Jaarrond beschermde broedvogels
17
4
Grondgebonden zoogdieren
20
5
6
4.1
Wezel en Hermelijn (sporenbuizen en mostela) ................................................... 20
4.2
Boommarter en Bunzing (cameravallen)............................................................... 21
Vleermuizen
23
5.1
Gewone dwergvleermuis....................................................................................... 23
5.2
Ruige dwergvleermuis ........................................................................................... 25
5.3
Laatvlieger.............................................................................................................. 26
Effectbeoordeling 6.1
28
Jaarrond beschermde broedvogels ....................................................................... 28 6.1.1 Buizerd..................................................................................................................... 28 6.1.2 Ransuil ..................................................................................................................... 29 6.1.3 Overige soorten ....................................................................................................... 29
6.2
Grondgebonden zoogdieren.................................................................................. 30 6.2.1 Boommarter ............................................................................................................ 30 6.2.2 Kleine marterachtigen ............................................................................................. 30
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
4 6.3
Vleermuizen ...........................................................................................................31 6.3.1 Verblijfplaatsen....................................................................................................... 31 6.3.2 Foerageergebied ..................................................................................................... 31 6.3.3 Vliegroute ............................................................................................................... 32
7
Conclusie en aanbevelingen
33
8
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur
35
9
Bijlagen
37
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
1
5
Inleiding 1.1
Aanleiding tot het onderzoek Er bestaan plannen het gebied ‘Kom A7’ nabij Purmerend her in te richten. De ontwikkeling betreft het realiseren van een hotelcomplex van de firma Van der Valk met bijbehorend parkeerterrein. In de jaren 2015-2019 heeft Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot verschillende inventarisaties uitgevoerd in het plangebied (zie BEER & GROOT, 2015, BEER ET AL., 2016, BEER ET AL., 2017, BEER ET AL., 2018), zie verder §1.2. Om de ontwikkeling te volgen van de populaties van eerder aangetroffen (beschermde) natuurwaarden zoals die van diverse vleermuissoorten, vogels met jaarrond beschermde nesten en diverse marterachtigen, werd in 2020 opnieuw onderzoek verricht in het gebied. In tegenstelling tot eerdere jaren is in 2020 het onderzoek specifiek gericht op het te ontwikkelen noordoostelijke deel van Kom A7 met binnen dat plangebied een focus op het terreindeel waar mogelijk een hotelontwikkeling mogelijk wordt gemaakt (de kern van het plangebied) naast de Laan der Continenten. Dit rapport doet verslag van het onderzoek.
Ligging van het onderzoeksgebied Kom A7 2020 bij Purmerend. Kern-=lichtblauw.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
6
1.2
Eerder onderzoek Het onderzoek van 2020 is onderdeel van een aantal verschillende onderzoeken waardoor het gebied door de jaren heen intensief is gemonitord. In onderstaand overzicht is te zien wat voor onderzoek is uitgevoerd in verschillende jaren.
2016 Broedvogels (alle soorten)
X
Broedvogels (jaarrond beschermde soorten)
X
Vissen
X
Amfibieën (Rugstreeppad)
X
Flora (beschermd en bedreigd)
X
Kleine zoogdieren
X
Marterachtigen (kleine marterachtigen, Boommarter) Vleermuizen
X
2017
2020
X X
X
X
X
X X
X
X
X
X
X
Reptielen (Ringslang)
1.3
2018
X
Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek 2020 is volgen van ontwikkelingen in verspreiding en het vóórkomen van marterachtigen (zowel kleine marterachtigen als Boommarter), vleermuizen en broedvogels met jaarrond beschermde nesten binnen het plangebied.
1.4
Ligging van het onderzoeksgebied In Figuur 1 is de ligging van het onderzoeksgebied aangegeven. Het plangebied betreft een overhoek binnen de A7 die gaandeweg begroeid is geraakt met diverse bosschages, boomgroepen en ruigtes. Er is geen gericht beheer als recreatie- of natuurgebied, alleen de aanwezige brede bermen langs de A7 en de lokale wegen worden regelmatig gemaaid. Vanwege vandalisme en illegaal crossen met motoren is in de loop van 2018 het gebied geheel afgesloten voor publiek middels een hek.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
7
Het plangebied ligt naar het oosten geheel omgeven door de drukke A7 en de dichte stedelijke bebouwing van Purmerend. Naar het westen ligt het open, voornamelijk agrarisch gebruikte, polderland van de Wijdewormer en het Wormer- en Jisperveld. Het onderzoeksgebied is in 2020 gericht op het noordoostelijke deel van Kom A7, ten noordoosten van de Laan der Continenten.
1.5
Plannen en werkzaamheden Op een deel van de Kom A7 wordt hotelontwikkeling gepland waarbij het noodzakelijk zal zijn bestaande begroeiing (deels) te kappen en/of te rooien. Voor de ontwikkeling is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk, zie kaartje onder voor de contour waar de hotelontwikkeling is voorzien. Het zwarte vierkant binnen het plangebied wordt bebouwd, het omliggende gebied wordt ingericht als parkeerterrein of anderszins. Ecologisch gevoelige werkzaamheden bestaan uit kappen en rooien van bomen en struiken, het verwijderen van de vegetatie-toplaag, het vergraven van de bodem of de oevers en/of het opbrengen van grond. Bij uitvoering van het werk kan door geluid, trillingen, optische verstoring of licht-verstoring optreden van (beschermde) soorten.
Contour van de voorgestelde bestemmingsplanwijziging in de Kom A7.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
8
1.6
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode beschreven volgens welke de verschillende soortgroepen zijn geïnventariseerd en welke factoren de onderzoeksresultaten kunnen hebben beïnvloed. In de hoofdstukken 3 t/m 5 worden de resultaten besproken van de verschillende onderzochte soortgroepen. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de mogelijke effecten van voorgenomen werkzaamheden in de Kom A7 op de aangetroffen (beschermde) soorten en soortgroepen. Tevens worden aanbevelingen gedaan t.a.v. procedurele vervolgstappen. Tot slot worden in hoofdstuk 7 de belangrijkste conclusies uit de resultaten genoemd. Tevens worden op grond van het geldende beschermingskader aanbevelingen gedaan hoe om te gaan met de gevonden resultaten. Na de conclusies volgt een lijst met aanbevolen en geraadpleegde literatuur. In Bijlage 1 wordt het wettelijke kader beschreven waarbinnen flora en fauna in Nederland zijn beschermd.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
2
9
Methode 2.1
Algemeen Voorafgaand aan het veldwerk zijn de waarnemingen uit eerdere jaren verzameld en werd de database van de NDFF geraadpleegd om eventueel extra waarnemingen van relevante soortgroepen toe te voegen. Tijdens het veldwerk zijn de locaties van oude waarnemingen meegenomen en gecontroleerd op het voorkomen van de desbetreffende soorten. Deze oude locaties zijn beschikbaar gemaakt in een veldtablet. De veldtablet wordt daarnaast gebruikt om alle waarnemingen in het veld op locatie en digitaal in te voeren. Het onderzoek vindt plaats, tenzij hieronder anders aangegeven, volgens landelijk erkende soortprotocollen en soortenstandaards of landelijk geadviseerde inventarisatiemethoden. Deze protocollen schrijven het aantal bezoeken en de periodes van onderzoek voor.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
10
2.2
Vogels met jaarrond beschermde nesten Alleen vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond zijn beschermd zijn geïnventariseerd. Het gaat om Havik, Buizerd, Sperwer, Ransuil en Boomvalk, voor deze soorten is het plangebied geschikt geacht als leefgebied. Er zijn in lijn met KENNISDOCUMENT BUIZERD (BIJ12, 2017) vier veldbezoeken afgelegd aan het plangebied tussen maart en juli 2020 waarbij is gelet op territoriaal- of nestindicerend gedrag van in bomen broedende roofvogels (en andere jaarrond beschermde soorten). Er is van de vier bezoekrondes één bezoek uitgevoerd (ver) voordat blad aan de bomen zat. In geschikte bosschages is in deze periode gezocht naar (grote) nesten die mogelijk in gebruik zijn bij roofvogels (of de Ransuil). In latere rondes is speciale aandacht besteed aan gebiedsdelen met (eerder) aangetroffen grote nesten en zijn deze gecheckt op broedende vogels (uitstekende staart), uitgevlogen jongen, rondvliegende alarmerende vogels, vers loof, krijtsporen, braakballen en plukresten. Ten behoeve van de inventarisatie van de Ransuil zijn twee (extra) nachtelijke veldbezoeken afgelegd aan het plangebied, één in de periode begin juni en één begin juli waarbij is gelet op territoriaal- of nest indicerend gedrag van de Ransuil of op bedelende jongen. Speciale aandacht is besteed aan activiteit of sporen (braakballen) rond de aangetroffen grote nesten.
Deze rondes zijn gecombineerd met het vleermuisonderzoek. Tijdens andere rondes van vleermuisonderzoek is uiteraard ook op activiteit van Ransuilen gelet. De veldwaarnemingen van vogels met jaarrond beschermde nesten zijn in het veld geïnterpreteerd en handmatig geclusterd.
Bezoekdatums en weersomstandigheden tijdens de veldbezoeken van de broedvogelinventarisatie in Kom A7 in 2020 (N = nachtronde).
Bezoek
Datum
Inzet
1 2 3 RU 1 (N) 4 RU 2 (N)
23 maart 11 april 8 mei 6 juni 8 juni 7 juli
zoeken holtes, grote nesten en roofvogels zoeken grote nesten en roofvogels check grote nesten inventarisatie Ransuil check grote nesten inventarisatie Ransuil
Van der Goes en Groot
Weersomstandigheden (Wind/Temperatuur (°C)/Bewolking) ZO3, 4,7,1/8 O2, 12,2, 7/8 NO1, 14,5, 6/8
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
W2,17,5, 8/8
N3, 14,6, 6/8 ZW3, 17,7,7/8
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
2.3
11
Vleermuizen Het doel van het onderzoek is om de aanwezigheid en de verspreiding van vleermuizen in het plangebied in kaart te brengen. Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van de richtlijnen uit het protocol voor vleermuisinventarisaties, zoals dat is opgesteld door het Vleermuisvakberaad (VLEERMUISVAKBERAAD, 2017). Voorafgaand aan het veldwerk is nagegaan welke vleermuissoorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn binnen het onderzoekgebied. Bekende verspreidingsgegevens, bijvoorbeeld uit de eerdere onderzoeken en de aanwezigheid van voorkeurshabitat binnen het plangebied en de directe omgeving zijn bij deze inschatting betrokken. Het onderzoek is op grond van deze inschatting vooral gericht op boombewonende en baltsende vleermuizen zoals de Baardvleermuis, Rosse vleermuis, Watervleermuis, de Gewone grootoorvleermuis en de Ruige dwergvleermuis. Verblijvende Laatvliegers, Meervleermuizen en Gewone dwergvleermuizen worden niet verwacht omdat geen bebouwing aanwezig is in het plangebied. Uiteraard zijn deze en ook andere soorten wél gezocht in het plangebied en zijn eventueel bezoekrondes en/of bezoektijden tussentijds aangepast aan bevindingen tijdens het veldwerk.
Impressie van de dichte vegetatie tijdens vleermuisonderzoek.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
12
2.3.1
Veldbezoeken Door middel van veldwerk zijn de daadwerkelijke aanwezigheid en verspreiding van vleermuizen in het plangebied onderzocht. Er zijn drie bezoeken volbracht in de periode mei tot en met september 2020. Het plangebied kan door vleermuizen op verschillende manieren worden gebruikt, bijvoorbeeld als verblijfplaats, als (onderdeel van) een vliegroute of als foerageergebied. Deze gebiedsfuncties zijn tijdens het veldwerk onderzocht. De potentiele verblijfplekken en foerageergebieden van de Kom A7 zijn uiteraard in grote lijnen bekend door onderzoek in eerdere jaren. Net als in 2018 is bij een veldverkenning aan het begin van het seizoen zonder bladeren aan de bomen, een uitgebreid holteonderzoek in alle aanwezige bomen uitgevoerd om vleermuisverblijven efficiënter te onderzoeken en het vleermuisonderzoek verder op maat uit te voeren, specifiek gericht op bomen met (extra) potentie voor verblijven. Alle holtes die eerder zijn aangetroffen zijn gecontroleerd en nieuwe holtes gemarkeerd. Bij oude holtes is, waar nodig, opnieuw signaleringslint aangebracht (en later verwijderd). Het was opvallend dat veel voornamelijk grote Essen met holtes waren omgevallen (oorzaak essentaksterfte). Tijdens de vleermuisrondes is actief gepost bij de bomen. De positie van de bomen met diepe holtes is weergegeven in Bijlage 2.
Overzicht en informatie van de veldbezoeken ten behoeve van het vleermuisonderzoek in plangebied Kom A7 te Purmerend in 2020.
Datum
Start onderzoek
Duur
20 mei
3:40
2 uur
6 juni
22:30
2 uur
3 juli
3:20
2 uur
8 september
0:30
2 uur
29 september
20:45
2 uur
Van der Goes en Groot
Weersomstandigheden
Opzet
Droog, bewolking 5/8, wind N-2, 16,2 °C Droog, bewolking 8/8, wind W-2, 17,5°C Droog, bewolking 7/8, wind ZW-3, 17,7°C Droog, bewolking 8/8, wind ZW-2, 15,1°C
ochtendbezoek kraamverblijven, zomerverblijven, terreingebruik avondbezoek kraamverblijven, zomerverblijven, terreingebruik ochtendbezoek kraamverblijven, zomerverblijven, terreingebruik middernacht/avondbezoek paarverblijven, zwermactiviteit, terreingebruik
Droog, bewolking 7/8, wind ZW-3, 17,7°C
avondbezoek paarverblijven, zwermactiviteit, terreingebruik
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
13
Bij de inventarisatie in het veld is gebruik gemaakt van batdetectors (Petersson 240x, Echo Meter Touch Pro, Petersson 1000x). Bij het onderzoek werden ook sterke zaklamp en een nachtkijker (Nightowl Igen 20/20 of Bushnell Equinox) ingezet en was er de mogelijkheid geluiden op te nemen met opnameapparatuur (Echo Meter Touch, Pettersson 1000x). Bij het project is gekozen voor twee ochtendrondes en één avondronde aangezien het een bosgebied betreft waar geen verblijven van Laatvlieger mogelijk zijn. Daarnaast zijn er meerdere bomen met geschikte holtes en spleten. Uitvliegen in de avond duurt doorgaans minder lang dan zwermen in de ochtend. Hierdoor is de kans op het aantreffen van een verblijf in de ochtend groter dan in de avond. Vanwege de grootte van het object en het aantal potentieel geschikte plekken en de positie daarvan voor met name verblijfsgebruik van vleermuizen, is de inventarisatie uitgevoerd met twee personen. Tijdens de veldbezoeken was geen sprake van substantiële neerslag, lag de temperatuur hoger dan acht graden Celsius en werd er niet geïnventariseerd bij een windkracht hoger dan 4 Bft. Voor een overzicht met informatie van de veldbezoeken zie Tabel 4.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
14
2.4
Grondgebonden zoogdieren Er is onderzoek gedaan naar kleine marterachtigen, te weten Bunzing, Wezel en Hermelijn en naar de Boommarter. De kleine marterachtigen waren voordat de nieuwe Wet natuurbescherming werd ingevoerd, op 1 januari 2017, nog ‘vrijgesteld’ bij uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen maar zijn in de nieuwe wet als ‘andere soort’ beschermd en in de Provincie Noord-Holland niet vrijgesteld. Boommarter is onder de Wnb ook als ‘andere soort’ beschermd. Deze grote marter was ook onder de ‘oude’ Flora- en faunawet beschermd en werd daarin genoemd in Tabel 3 (strikt beschermd). Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van landelijke standaards en onderzoeksmethoden. Het onderzoek naar kleine marters is uitgevoerd in lijn met de ‘Handreiking Wezel, Hermelijn en Bunzing’ die is uitgegeven door de (toenmalige) Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) van Noord Holland. Voor de Boommarter is gekozen voor een onderzoeksmethode die in gebruik is bij de landelijke Zoogdiervereniging.
2.4.1 →http://stichtingkleine
marters.nl/sporenonder zoek/
Kleine marterachtigen Het onderzoek naar kleine marters (Wezel, Hermelijn) is uitgevoerd met behulp van ←sporenbuizen. Sporenbuizen zijn holle, cilindervormige buizen waar de van nature zeer nieuwsgierige kleine marters inkruipen waarbij ze hun prenten op sporenpapier achterlaten. Er is in de Kom A7 gekozen voor sporenbuizen met 10 cm diameter. Met deze buizen is de kans kleiner dat de grotere Hermelijn gemist wordt terwijl van de kleine Wezel ook goed de prenten kunnen worden vastgelegd. Bij sporenbuizen is het gebruik van lokvoer niet nodig. Kleine Marters zijn erg actief en zoeken hun leefgebied gericht af op zoek naar (woel)muizen. Dit doen ze door gericht in hun leefgebied holletjes af te zoeken. Sporenbuizen zijn hierdoor erg interessant voor Wezels en Hermelijnen. Tevens is een mostela ingezet om de aanwezigheid van kleine marters aan te tonen. Doormiddel van een mostela is het onderscheid tussen Wezel en Hermelijn makkelijker te maken doordat er ook camerabeelden gemaakt worden. Om de locaties van de sporenbuizen en de mostela te bepalen is gekeken naar aanwezige habitats, geschiktheid van habitats voor kleine marters, grootte van het gebied, passagepunten langs sloten e.d. en spreiding van de buizen in het gehele plangebied. De uitlegpunten voor de sporenbuizen en mostela is te vinden in Bijlage 1. Er zijn 20 sporenbuizen uitgelegd.
Hiermee konden alle potentieel geschikte locaties worden onderzocht en werd naar verwachting een
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
15
goed beeld verkregen van aanwezigheid van de marters. De sporenbuizen hebben gelegen van 15 mei 2020 t/m 2 juli 2020. De sporenbuizen zijn derhalve in totaal 48 dagen (ruim 6 weken) in het gebied aanwezig geweest. Uiteraard werden incidentele waarnemingen van kleine marters of de sporen daarvan tijdens ander onderzoek altijd genoteerd.
2.4.2 →http://www.VZZ
Boommarter en Bunzing Voor het onderzoek naar de Boommarter en Bunzing is de methode is overgenomen van het BuBo-←meetnet van de Zoogdiervereniging. Methode Om een beeld te krijgen van de aanwezigheid en de verspreiding van Boommarter en Bunzing zijn vier cameravallen geplaatst. Een cameraval springt aan als een combinatie van warmte en beweging voor de sensor verschijnt en maakt dan een aantal foto’s of een video. De cameravallen zijn op de grond geplaatst. Boommarters klimmen natuurlijk veel maar het jagen op prooien doen ze op de grond. Door een lage camerapositie te kiezen is de kans om Boommarters vast te leggen het grootst. Ook Bunzing foerageert vooral op de grond en zou ‘betrapt’ kunnen worden door de cameravallen. De cameravallocaties zijn terug te vinden in de Bijlage 2. Om de marters te lokken is gewerkt met lokvoer. Er is gekozen voor het plaatsen van een blikje sardines met wat extra visolie, vastgespijkerd aan een houten pen die in de grond geslagen is. Daarnaast is er ook nog pindakaas gebruikt omdat is gebleken dat Boommarter hiermee goed is aan te lokken. De camera’s hebben gehangen van 15 mei 2020 t/m 02 juli 2020. De camera’s zijn derhalve in totaal 48 dagen (ruim 6 weken) in het gebied aanwezig geweest.
Plaatsen van een sporenbuis.
Van der Goes en Groot
Mostela.
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
16
Om de locaties van de cameravallen te bepalen is ten eerste gekeken naar grootte en spreiding over het gebied, geschikt habitat en passagepunten (wissels). De camera’s zijn weggezet in aaneengesloten bosschages, ook om de kans op vernieling of diefstal te minimaliseren. De nesten en holtes, aangetroffen tijdens het onderzoek naar broedvogels met jaarrond beschermde nesten, zijn zover als mogelijk gecontroleerd op bewoning door Boommarter. Incidentele waarnemingen van Bunzing, Boommarter en andere zoogdieren of sporen daarvan tijdens andere onderzoeken, zijn uiteraard genoteerd en op locatie gestipt.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
3
17
Jaarrond beschermde broedvogels In Bijlage 3 is een kaart weergegeven met de verspreiding van roofvogels binnen het plangebied. Sperwer De Sperwer is een soort die (volgens de wet) niet of nauwelijks in staat zou zijn zelf een nest te maken (cat. 4). In praktijk wisselt de broedplaats van Sperwers regelmatig. De soort gebruikt wel vaak oude kraaiennesten of duivennesten om in te broeden. De Sperwer heeft geen nest in gebruik in het jaar 2020 binnen het plangebied. Havik De Havik werd alleen overvliegend waargenomen tijdens de eerste ronde. Er is in 2020 geen verblijfplaats van deze soort vastgesteld binnen het plangebied. De plaats van het gebruikte nest in 2018 aan de westkant van de Laan der Continenten valt dit jaar buiten het plangebied. Vanwege de waarneming van een overvliegende vogel is de nestplaats naar alle waarschijnlijkheid nog in gebruik.
Adulte Buizerd op cameraval.
Juveniele Buizerd op cameraval.
Buizerdjong op nest.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
18
Buizerd Dit jaar is een duidelijke vestiging van Buizerd in Kom A7 in het westen van het gebied. In ronde 1 werd een Buizerd vliegend waargenomen boven het plangebied. Tijdens ronde 2 vloog een Buizerd van zijn nest af in het westen van het gebied. In ronde 3 was een Buizerd gezien in het oosten van het gebied, zittend op een tak. In ronde 4 waren duidelijk jongen in het grote nest in het westen van het gebied aanwezig. Andere grote nesten binnen het plangebied hadden geen gebruikssporen. Daarnaast zijn op cameravallen beelden van zowel een adulte Buizerd als een juveniele Buizerd (zie foto’s hieronder). Ransuil Tijdens de Ransuil ronden zijn geen ‘piepende’ jongen gehoord in de Kom A7 en er zijn ook geen andere waarnemingen bekend van Ransuilen met territoriaal gedrag. Tijdens andere inventarisatieronden zijn ook geen waarnemingen gedaan van de Ransuil. Wel is de Ransuil in 2020 op twee foto’s aangetroffen op een cameraval (zie foto’s onder aan de pagina). De uil voerde een aanval uit op waarschijnlijk een muis. Dit geeft aan dat de Ransuil het plangebied gebruikt als foerageergebied. Omdat net als andere jaren geen territoriale Ransuilen werden gehoord en ook geen aanwijzingen werden verkregen rond grote nesten van aanwezige Ransuilen, wordt een broedgeval in het onderzochte gebied uitgesloten. Ook het (alle jaren) ontbreken van piepende jongen ondersteunt deze conclusie.
De bedelroep van jonge Ransuil is zeer opvallend en wordt vrijwel continu ten gehore gebracht. De aanwezige Havik, een geduchte vijand van Ransuilen zou vestiging van Ransuilen ontmoedigd kunnen hebben en naar alle
Ransuil (foto1).
Van der Goes en Groot
Ransuil (foto2)
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
19
waarschijnlijkheid komt de Ransuil van elders om te jagen in de Kom A7. Ook in eerdere jaren werden incidenteel Ransuilen waargenomen maar ook toen werd nooit ‘hard’ bewijs gevonden dat de vogels in het gebied broeden.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
20
4
Grondgebonden zoogdieren 4.1
Wezel en Hermelijn (sporenbuizen en mostela) De resultaten uit de 20 sporenbuizen laten alleen prenten zien van muizen. Er zijn geen prenten van kleine marterachtigen aangetroffen. Voornamelijk prenten van muizen waren zichtbaar. In sporenbuis nummer 2 zat een spitsmuis op het moment dat deze opgehaald werd. Sporenbuis 11 kon niet terug gevonden worden en sporenbuis 13 is beschadigd door mensen en heeft niet de volledige zes weken dienst gedaan. Op de mostela staan beelden van Bosmuis (117 foto’s) en Winterkoning (11 foto’s).
Resultaten per sporenbuis.
sporenbuis 1 sporenbuis 2 sporenbuis 3 sporenbuis 4 sporenbuis 5 sporenbuis 6 sporenbuis 7 sporenbuis 8 sporenbuis 9 sporenbuis 10 sporenbuis 11 sporenbuis 12 sporenbuis 13 sporenbuis 14 sporenbuis 15 sporenbuis 16 sporenbuis 17 sporenbuis 18 sporenbuis 19 sporenbuis 20 Mostela
Bosmuis in mostela.
Van der Goes en Groot
resultaat muis muis (spitsmuis) muis muis niets muis muis muis muis muis niets (beschadigd) muis muis muis muis muis muis niets Bosmuis en Winterkoning
Winterkoning in mostela.
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
4.2
21
Boommarter en Bunzing (cameravallen) In het plangebied werd de Boommarter meerdere malen vastgelegd op alle cameravallen. Op één van de cameravallen zijn twee of mogelijk zelfs drie dieren gelijktijdig te zien. De Bunzing is niet aangetroffen in het plangebied. In Bijlage 4 is een kaart weergegeven op welke plaatsen de Boommarter is vastgelegd. De locatie waar twee en mogelijk drie exemplaren gezien zijn op de cameraval is ook tijdens de veldverkenning voor het vleermuis onderzoek (holteonderzoek) bij toeval een slapende Boommarter aangetroffen in een boomholte. Zie onderstaande foto’s. Tabel 4 toont alle waargenomen diersoorten per cameraval. De dieren met een beschermde niet vrijgestelde status zijn vet gedrukt. Het aantal foto’s dat is geschoten geeft een indicatie van de hoeveelheid dieren of de hoeveelheid activiteit van deze dieren in het plangebied.
Gapende Boommarter.
Rustende Boommarter.
Van der Goes en Groot
Locatie boomholte met Boommarter.
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
22
Van de Boommarters is vrij veel activiteit te zien. Op alle vier de aanwezige camera’s is de Boommarter vastgelegd, hiermee neemt het aantal warnemingen nog steeds toe. De dieren zijn voornamelijk jagend/foeragerend en passerend te zien maar ook o.a. markerend. Met het markeren geeft het dier aan andere Boommarters aan dat dit zijn leefgebied/verblijfgebied is.
Waargenomen diersoorten op de vier cameravallen.
Zoogdieren: Bosmuis spec. / muis Bruine rat Haas Egel Boommarter Vogels: Merel Zanglijster Roodborst Gaai Fazant Koolmees Houtduif Buizerd Ransuil Heggenmus Grote bonte specht Vink vogel spec. Overig: Mens Huiskat
camera1
camera2
camera3
camera4
14 2 6 2 70
28 0 0 0 28 (2a3ex)
236 578 26 0 102
34 0 0 0 56
65 0 0 5 0 0 0 6 0 0 0 0 0
72 15 3 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
444 99 9 32 3 1 39 5 0 4 9 2 20
50 0 0 0 0 0 17 1 2 0 0 0 1
2 0
0 0
1 0
0 9
Markerende Boommarter.
Cameravalfoto met twee en mogelijk drie Boommarters.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
5
23
Vleermuizen In Kom A7 zijn in 2020 drie soorten vleermuizen vastgesteld. In Tabel 5 staan de aangetroffen soorten. De verspreidingskaarten van de aangetroffen vleermuizen staat in Bijlage 5. Hierbij is onderscheid gemaakt naar verblijvende en (in vlucht) baltsende dieren en vleermuizen met andere gebruiksfuncties (vooral foerageren en langs vliegen).
Soort Ruige dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Laatvlieger
Vastgestelde soorten vleermuizen met bijbehorende indicatie van de aantallen waarnemingen in Kom A7 in 2020.
Aantal enkele 10 tallen eenmaal
Beschermd x (HR IV) x (HR IV) x (HR IV)
In 2020 zijn minder soorten vleermuizen waargenomen dan in 2018. Dit kan verklaard worden doordat het plangebied dit jaar kleiner was. En precies in het deel dat niet geïnventariseerd is in 2020 waren een aantal andere soorten aangetroffen in 2018. De enige soort die opvallend genoeg geheel niet waargenomen is binnen hetzelfde deel van het plangebied nu, is de Baardvleermuis. Mogelijk is de kolonie (in het westelijke deel) verplaatst of is het oostelijke deel minder interessant als foerageergebied. De Rosse vleermuis betrof maar 1 waarneming in 2018. Vanwege de dichte begroeiing van Kom A7 zijn vooral de noordrand van het gebied en de opener delen rond de bospaden belangrijk als foerageergebied. Vooral de grenslijn tussen hoog bos en open terreindelen worden gebruikt. Per soort wordt hieronder het voorkomen van de aangetroffen vleermuizen in Kom A7 kort toegelicht en worden de leefwijze van de waargenomen vleermuizen in Nederland geschetst.
5.1
Gewone dwergvleermuis De Gewone dwergvleermuis is de meest algemeen waargenomen soort. In Kom A7 werden Gewone dwergvleermuizen vrijwel overal in het plangebied vooral foeragerend aangetroffen. Toch is bij de foeragerende vleermuizen te zien dat de dieren in de eerste ronde vrijwel alleen in het westen jagen maar in ronde 2 en 3 veel meer in de dichtere bosgebieden foerageren (zie eerste kaart Bijlage 5). Mogelijk hangt dit samen met het voedselaanbod van een specifiek prooidier of weersomstandigheden.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
24
Ook het open gebied rond het plasje aan de oostkant van het gebied was (wederom) in trek bij foeragerende vleermuizen. Opvallend was dat hier in 2020 geen Watervleermuizen werden gezien. De aanwezigheid van baltsende Gewone dwergvleermuizen in de latere onderzoek rondes is interessant. Dit gedrag werd ook in eerdere jaren gezien in latere rondes. Volgens de theorie baltsen Gewone dwergvleermuizen territoriaal en vliegen ze rond binnen een zeker baltsterritorium met beperkte grootte met daarbinnen het paarverblijf. Omdat de Gewone dwergvleermuis nauwelijks boom bewonend is en de Kom A7 een weinig geschikt verblijfsgebied, is het waarschijnlijk dat de vleermuizen van elders komen om te foerageren maar ook buiten hun reguliere baltsterritorium roepen en zo proberen vrouwtjes aan te lokken en mee te nemen naar paarverblijven, elders in bebouwing. Op meerder avonden is gezien dat Gewone dwergvleermuizen ver voor zonsopkomst het gebied verlaten en richting bebouwing van Purmerend vliegen. De Kom A7 is te beoordelen als essentieel leefgebied voor de soort.
Het plasje werd wederom intensief gebruikt door foeragerende Gewone dwergvleermuizen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
25
Algemeen De Gewone dwergvleermuis is de meest verspreide en talrijkste vleermuissoort in Nederland. Deze soort wordt beschouwd als hoofdzakelijk gebouwbewonend. Gedurende het hele jaar worden vooral van buiten toegankelijke spouwmuren en besloten ruimtes achter betimmeringen en daklijsten gebruikt. Nachtelijk zwermgedrag rond een verblijfplaats in voorjaar en zomer duidt op de aanwezigheid van (kraam)kolonies. Door de verborgen leefwijze gedurende de winterperiode zijn overwinterende dieren, die zich dan meestal in kleinere groepen ophouden, vaak onvindbaar. Een sterke aanwijzing voor dergelijke winterverblijven is het voorkomen van zogenaamde middernachtelijke zwermactiviteit in de periode half juli – augustus. Daarnaast is gedurende de baltsperiode in de nazomer en herfst sprake van paargezelschappen die rond paarverblijfplaatsen kunnen worden waargenomen. Baltsende mannetjes worden ook vaak vliegend waargenomen en zijn dan niet direct aan een paarverblijfplaats te koppelen. Foerageergebieden bevinden zich overwegend in besloten tot halfopen landschap binnen enkele kilometers van de (zomer)verblijven. Het foerageergebied wordt via vaste en veelal beschutte vliegroutes bereikt, zoals bomenlanen, boszomen en watergangen.
5.2
Ruige dwergvleermuis In Kom A7 werd deze soort een enkele maal foeragerend aangetroffen in het midden van het gebied. Het betreft slechts een handvol waarnemingen. Voor een soort die veel verblijft in bomen en holtes en overal in de Kom A7 verblijfsmogelijkheden heeft, is het aantal waarnemingen laag. Daarnaast is deze soort net als in 2018 baltsend aangetroffen langs de rand in het noorden. Ook het aantal waarnemingen van baltsende dieren is laag te noemen, zoals vaker kan worden waargenomen kiest de Ruige dwergvleermuis voor paarverblijven vaak bebouwing om te verblijven en zijn bossen en houtopstanden tweede keus. Waar in 2018 geen duidelijk baltsverblijf kon worden aangewezen is dat in 2020 wel het geval. Het baltsverblijf bevindt zich in een scheur in een wilg. Algemeen De Ruige (of Nathusius’) dwergvleermuis is in ons land jaarrond een algemeen verspreide soort, met name ten noorden van de grote rivieren. Het leefgebied is zeer divers, maar de grootste aantallen bevinden zich in bosrijk of parkachtig gebied. Ruige dwergvleermuizen gebruiken uiteenlopende (tijdelijke) verblijfplaatsen, zoals: boomholten, bastspleten, nestkasten, spouwmuren, houtstapels en
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
26
Wilg waar baltsverblijf Ruige dwergvleermuis aangetroffen is.
kelders. Hoewel de soort in ons land ook ’s zomers verspreid wordt waargenomen, bevinden kraamkolonies zich vooral in Noord- en Oost-Europa (slechts één keer in ons land).
5.3
Laatvlieger In Kom A7 werd een Laatvlieger slechts eenmaal overvliegend waargenomen in ronde 3. De mogelijke verklaring voor de geringe activiteit van deze soort binnen het plangebied (en vleermuizen in het algemeen) is nog steeds de sterke verlichting en geluid afkomstig van de A7. De Laatvliegers die verblijven in Purmerend zouden zeer goed foerageergebied in het Wormer- en Jisperveld kunnen vinden, wellicht bereiken zij dit via een andere vliegroute via het Noord Hollands Kanaal en de bebouwing van Neck met wat minder invloed
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
27
van de A7. Dicht bosgebied is ook geen voorkeurshabitat van de Laatvlieger. Algemeen De Laatvlieger komt in ons land algemeen verspreid voor rond dorpen in agrarisch gebied, parken, tuinen en stadsranden. In Nederland bewonen Laatvliegers gedurende het hele jaar uitsluitend gebouwen. Kraamkolonies worden vooral aangetroffen op (kerk)zolders, in spouwmuren of achter gevelbekleding, waarbij de dieren vaak weggekropen zijn tussen balken en in spleten. Een populatie Laatvliegers gebruikt veelal een netwerk van verblijven, waarbij relatief vaak van plaats wordt gewisseld. Voor zover bekend leven mannetjes vrijwel het gehele jaar solitair. Overwinterende dieren worden meestal in kleine groepjes aangetroffen, mogelijk in dezelfde gebouwen als waarin zich de zomerverblijven bevinden. Laatvliegers foerageren na het uitvliegen eerst kort in sociale groepen nabij de kolonieplaats. Daarna zoeken ze afzonderlijk de open jachtgebieden op. Deze liggen veelal in kleinschalig agrarisch gebied dat rijk is aan vochtige graslanden. Hierbij kunnen relatief grote afstanden worden afgelegd.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
28
6
Effectbeoordeling De aanwezigheid van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten, marterachtigen of vleermuizen nabij en binnen het plangebied kan van invloed zijn op de verdere procedure. De effecten die kunnen optreden bij de geplande werkzaamheden worden beschreven. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren. De ontwikkeling van het hotel staat voorop bij de effectbeoordeling, de ontwikkeling en het toekomstig beheer en inrichting van het overige terrein kan leiden tot cumulatie van effecten en leiden tot een andere beoordeling.
6.1
Jaarrond beschermde broedvogels
6.1.1
Buizerd De met een bewoond nest aanwezige Buizerd (gestipte coördinaat RD 124.039 502.299) is aanwezig binnen de contour van de hotelontwikkeling. Hierbij moet worden aangetekend dat de gebruikte veldtablet een afwijking heeft van soms enkele meters.
Globale positie van het aangetroffen buizerdnest in 2020.
Omdat een buizerdnest jaarrond is beschermd, inclusief zijn functionele leefomgeving en er, afhankelijk van de precieze ontwikkeling, zeker enkele tientallen meters ongestoord bosgebied moet liggen om een broedsel niet te verstoren, is ontheffing van de Wnb nodig. Er zal
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
29
daarbij vanuit moeten worden gegaan dat de soort voor zijn broedplaats moet uitwijken naar overige terreindelen in het gebied. Als in de ontwikkeling van omliggend gebied, buiten de hotelontwikkeling, voorzieningen (alternatieve nestgelegenheid) wordt gecreëerd en geaccepteerd, kan de Buizerd verhuizen naar een ander deel van het bos. De te nemen maatregelen zullen moeten worden uitgewerkt in een ‘activiteitenplan’ (toelichting op de ontheffingsaanvraag met werkplan, voorgenomen maatregelen en planning). Dit plan kan met de ontheffingsaanvraag worden meegestuurd naar de Omgevingsdienst Noord Holland Noord om te worden beoordeeld. Als adequate mitigerende en compenserende maatregelen zijn beschreven, wordt ontheffing verleend. Werkzaamheden nabij de nestboom zullen buiten het broedseizoen moeten worden gepland. Zijn foerageergebied en leefgebied wordt door de voorgenomen ontwikkeling niet in betekenende mate aangetast, de Buizerd heeft een grote actieradius en jaagt bij voorkeur op de randen van open en dichter begroeid terrein. Er blijft naar verwachting genoeg dekking om te rusten.
6.1.2
Ransuil Het gebied wordt gebruikt als leefgebied van Ransuilen, er zijn geen verblijven aangetroffen. De soort heeft een flinke actieradius en het dichte bos ter plaatse van de hotelontwikkeling is geen voorkeursbiotoop, dit ligt aan de randen van bossen en bosjes waar vandaan de vogels kunnen jagen op muizen in lagere kruidenvegetaties. Het gebruik van het gebied van de hotelontwikkeling wordt derhalve niet als essentieel beoordeeld. Omdat het hotel in een ‘groene setting’ wordt ontwikkeld, zal na de realisatie potentieel jachtgebied naar verwachting (deels) terugkomen. De soort kan dus (tijdelijk) uitwijken naar alternatief leefgebied. De ontwikkeling van omliggend gebied, buiten de hotelontwikkeling, is van groot belang om te beoordelen of dit mogelijk is.
6.1.3
Overige soorten In alle inventarisatiejaren en waarschijnlijk ook in 2020 is in het bosdeel zuidwestelijk van de Laan der Continenten een Havik broedend aanwezig. De vogel gebruikt het plangebied incidenteel en werd eenmaal overvliegend gezien. Ook deze soort heeft een flinke actieradius en het dichte bos ter plaatse van de hotelontwikkeling is geen voorkeursbiotoop, het leefgebied zal derhalve niet ‘essentieel’ zijn. In 2018 werd een Sperwernest gevonden buiten het nu bestemde vlak voor hotelontwikkeling. Deze vogel heeft zich verplaatst en kon niet meer worden teruggevonden in 2020. Voor deze soort geldt in
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
30
grote lijnen hetzelfde als de Havik. Omdat het hotel in een ‘groene setting’ wordt ontwikkeld, zal na de realisatie potentieel jachtgebied naar verwachting (deels) terugkomen.
6.2
Grondgebonden zoogdieren
6.2.1
Boommarter Er zijn geen verblijfplaatsen gevonden van de Boommarter binnen het ontwikkelingsvlak van de horeca maar dit gebied zal vanwege het grote aantal foto’s dat in het gehele bosgebied van Boommarter is gemaakt, zeker gebruikt worden door de soort. Het bos met veel dood hout, holtes en dekking moet gezien worden als hoogwaardig leefgebied. Vanwege de grootte van het te ontwikkelen horecavlak is sprake van ‘essentieel’ leefgebied. Er dient voor de ontwikkeling derhalve ontheffing te worden aangevraagd voor het verstoren/beschadigen daarvan. Voor het verkrijgen van ontheffing is het nodig dat het in kwaliteit en/of grootte verminderde leefgebied van de Boommarter wordt gecompenseerd. Het aanplanten van bomen en reserveren van rustgebieden voor de Boommarter maar ook op korte termijn, het creëren van ruigtes kan de soort helpen. Om leefgebied te compenseren kan ook worden gedacht aan ontsnippering door sluiten van paden of wegen, bereikbaar maken van ander leefgebied migratiezones), verminderen van (kans op) verkeersslachtoffers, nestkasten, etc. De ontwikkeling van omliggend gebied, buiten de hotelontwikkeling, is van groot belang om compensatie mogelijk te maken. De te nemen maatregelen zullen moeten worden uitgewerkt in een ‘activiteitenplan’ (toelichting op de ontheffingsaanvraag met werkplan, voorgenomen maatregelen en planning).
Dit plan kan met de ontheffingsaanvraag worden meegestuurd naar de Omgevingsdienst Noord Holland Noord om te worden beoordeeld. Als adequate mitigerende en compenserende maatregelen zijn beschreven, wordt ontheffing verleend. Werkzaamheden in het leefgebied zullen buiten de gevoelige voortplantingsperiode moeten worden gepland.
6.2.2
Kleine marterachtigen In 2017 zijn eenmaal sporen van Wezel gevonden buiten het te ontwikkelen vlak. In 2020 zijn geen aanwijzingen gevonden dat kleine marterachtigen gebruik maken van het vlak. Er wordt derhalve uitgegaan van hooguit incidenteel voorkomen. Het gebied betreft niet een ‘essentieel’ leefgebied of verblijfgebied.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
6.3
31
Vleermuizen Vleermuizen gebruiken het gebied op meerdere manieren, als verblijfplaats, foerageergebied en vliegroute. Een zinvolle beoordeling van effecten is pas goed te maken als ontwikkeling van het gehele gebied wordt beoordeeld.
6.3.1
Verblijfplaatsen In 2018 en 2020 zijn in het bosgebied noordoostelijk van de Laan der Continenten alleen verblijfplaatsen gevonden van de Ruige dwergvleermuis. Het betreft in totaal 3 paarverblijven. De verblijven werden gevonden in de noordelijke ‘punt’ van het bos, buiten de geplande hotelontwikkeling. Op deze verblijfplaatsen zal de nieuwe bestemming van het hotel vanwege de afstand en afscherming door dicht bosgebied, geen invloed hebben.
6.3.2
Foerageergebied Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het bestemmingsvlak (in 2020: Gewone- en Ruige dwergvleermuis) wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het dichte bos dat nu aanwezig is, suboptimaal geschikt is voor de aangetroffen soorten. De vleermuizen houden van afwisseling tussen begroeiing en open terreindelen, het dichte bos met veel takken en ondergroei is niet ideaal. Door het open kapen van bos zal meer ‘rand’ biotoop ontstaan waarmee de kwaliteit van het foerageergebied vooruit kan gaan. Belangrijke voorwaarde is dat hierbij wel een brede rand bos behouden blijft aan de randen van het gebied.
Belangrijk foerageergebied buiten de hotelontwikkeling, langs het plasje naast het bestemde vlak.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
32
Ook de Baardvleermuis die in 2018 werd gevonden in het gebied, leek toen de voorkeur te hebben voor halfopen jachtgebied. Deze soort heeft wel meer behoefte aan rust en stilte dan beide dwergvleermuizen. De ontwikkeling van terreindelen buiten de modelontwikkeling is uiteraard mede van belang voor foerageergebied van de vleermuizen. Het gehele gebied moet beslist als essentieel foerageergebied voor vleermuizen worden beoordeeld.
6.3.3
Vliegroute De rand van het horecavlak wordt gebruikt als vliegroute. Het betreft de bosrand langs de open Oude Provincialeweg die (als essentiële vliegroute) gebruikt wordt door vleermuizen die van de bebouwde kom van Purmerend naar de Kom A7 of verder vliegen. Als tussen deze weg en de hotelontwikkeling een luwte-voedsel-veiligheid biedende landschapslijn in de vorm van een brede bosstrook blijft bestaan, wordt van de hotelontwikkeling geen invloed verwacht op deze vliegroute.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
7
33
Conclusie en aanbevelingen De gevonden beschermde waarden in 2020 staan vermeld in Tabel 6.
Aangetroffen beschermde en bedreigde soorten in Kom A7 in 2020. WNB = Wet Natuurbescherming, (HRL = Habitatrichtlijn, NL = nationaal beschermde soorten, VRL = Vogelrichtlijn, JBS = vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten, RL = Rode lijst, met vermelding van categorie (KW = kwetbaar). Nederlandse naam
Vrijgesteld
Functie
WNB
RL
Havik
nee
leefgebied
JBS
Sperwer
nee
leefgebied
JBS
Buizerd
nee
verblijfplaats (nest)
JBS
Ransuil
nee
leefgebied (nest?)
JBS
KW
Boommarter
nee
verblijfplaats
NL
KW
Egel
ja
verblijfplaats
NL
Haas
ja
verblijfplaats
NL
Bosmuis
ja
verblijfplaats
NL
vogels met jaarrond beschermde nesten
Grondgebonden zoogdieren
Vleermuizen baltsplek foerageergebied verblijfplaats baltsplek
Ruige dwergvleermuis
nee
HRL IV
Gewone dwergvleermuis
nee
foerageergebied
HRL IV
Laatvlieger
nee
vliegroute
HRL IV
KW
♣ In het onderzoeksgebied zijn beschermde soorten, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen vastgesteld. ♣ In het plangebied is een broedende Buizerd aanwezig, de nestplaats van deze soort is jaarrond beschermd. Het terrein wordt tevens gebruikt als onderdeel van het leefgebied van jaarrond beschermde Ransuil en Havik. Voor het verstoren of beschadigen/vernielen van het nest van de Buizerd is een ontheffing Wnb noodzakelijk. Er dient een plan van aanpak (activiteitenplan) gemaakt te worden waarin mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven om negatieve
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
34
effecten die kunnen optreden teniet te doen. Dit plan dient te worden ingediend in het kader van een ontheffingsaanvraag bij de Omgevingsdienst Noord Holland Noord die deze aanvraag beoordeeld namens de Provincie Noord-Holland. ♣ Kom A7 wordt gebruikt door een aantal soorten foeragerende vleermuizen. Vooral de (half) open delen en de bosranden zijn geschikt, zoals de terreindelen noordelijk langs de bosrand en het open terrein rond het aanwezige geïsoleerde plasje. ♣ Het terrein in het noorden is onderdeel van het leefgebied van de Boommarter. De soort is hier (nog steeds) verblijvend aanwezig en het aantal waarnemingen neemt toe. Het te ontwikkelen gedeelte van het bosgebied wordt gezien als essentieel leefgebied. Verstoren en beschadigen/vernielen ervan kan alleen met een ontheffing Wnb. Voor het verstoren of beschadigen/vernielen van het leefgebied van Boommarter dient een plan van aanpak (activiteitenplan) gemaakt te worden waarin mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven om negatieve effecten die kunnen optreden teniet te doen. Dit plan dient te worden ingediend in het kader van een ontheffingsaanvraag bij de Omgevingsdienst Noord Holland Noord die deze aanvraag beoordeeld namens de Provincie Noord-Holland. De aanvraag kan gecombineerd worden met die voor de Buizerd.
♣ De randen van het gebied, met name de noordrand en de Oude Provincialeweg, worden gebruikt door vleermuizen als vliegroute. ♣ Er is aan de noordrand van het bos een baltsverblijf van Ruige dwergvleermuis vastgesteld in een boom. Van de baltsende Gewone dwergvleermuizen (in vlucht) wordt aangenomen dat deze verblijven in bebouwing elders in nabijgelegen delen van Purmerend.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
8
35
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur BEER, R. DE & J. GROOT, 2015. Kom A7 te Purmerend, Toetsing in het kader van de Flora- en faunawet. G&G-advies, Van der Goes en Groot, Alkmaar. BEER, R. DE, V. RONDE & M. VAN STRAATEN, 2016. Inventarisatie Kom A7 te Purmerend in 2016, Inventarisatie beschermde fauna in het kader van de Flora- en faunawet. G&G-rapport 201632, Van der Goes en Groot, Alkmaar. BEER. R. DE, 2017. Kom A7 en de Wnb, Memo inventarisatie Kom A7 in het kader van de Wet Natuurbescherming. G&Gadvies, Van der Goes en Groot, Alkmaar. BEER, R. DE, M. VAN STRAATEN & F.N.M. VAN DER KNAAP, 2017. Inventarisatie Kom A7 te Purmerend in 2017. Inventarisatie beschermde fauna in het kader van de natuurwetgeving. G&G-rapport 2017-66, Van der Goes en Groot, Alkmaar. BERGERS, P.J.M., 1997a. Kleine zoogdieren inventariseren: het kan efficiënter. Zoogdier 8(3): 3-7. BRIGGS, B. & D. KING, 1998. The Bat Detective. A fieldguide for bat detection. Stag Electronics, West Sussex. GRIMMBERGER, E., 2001. Gids van de Vleermuizen van Europa. Tirion, Baarn. HOOGENBOOM, D.M., F. VISBEEN, J WONDERGEM, W. RUITENBEEK (RED.), 2014. Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Noord-Hollandse Zoogdier Studiegroep (NOZOS), Alkmaar. KAPTEYN, K., 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding.
Provincie Noord-Holland, Noordhollandse Zoogdierstudiegroep, Het Noordhollands Landschap, Haarlem. KAPTEYN, K., 1999. Handleiding veldwerk inventarisatie zoogdieren. Voor onderzoek m.b.v. inloopvallen. Provincie NoordHolland & Noord-Hollandse Zoogdierstudiegroep, Haarlem. KLEUNEN, A. VAN, R. FOPPEN & C. VAN TURNHOUT, 2017. Basisrapport voor de Rode Lijst Vogels 2016 volgens Nederlandse en IUCN-criteria. Sovon-rapport 2017/34. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. LIMPENS, H., K. MOSTERT & W. BONGERS (RED.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen: onderzoek naar verspreiding en ecologie. Utrecht. SCHARRINGA, C.J.G., W. RUITENBEEK & P.J. ZOMERDIJK, 2010. Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland, Landschap NoordHolland.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
36
SIERDSEMA, HENK, 1995. Broedvogels en beheer. Het gebruik van broedvogelgegevens in het beheer van bos- en natuurterreinen. SOVON-onderzoeksrapport 1995/04. Staatsbosbeheerrapport 1995-1. SOVON VOGELONDERZOEK NEDERLAND, 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000. – Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, 2015. Besluit houdende vaststelling van geactualiseerde Rode lijsten flora en fauna. Staatscourant 2015, 36471. TWISK, P., A. VAN DIEPENBEEK & J.P. BEKKER, 2009. Veldgids Europese zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. VAN DIJK, A.J. & A. BOELE, 2011. Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. VERGEER, J.W., A.J. VAN DIJK, A. BOELE, J. VAN BRUGGEN & F. HUSTINGS, 2016. Handleiding Sovon broedvogelonderzoek: Broedvogel Monitoring Project en Kolonievogels. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen VLEERMUISVAKBERAAD NETWERK GROENE BUREAUS, ZOOGDIERVERENIGING, 2017. Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl. ZOOGDIERVERENIGING VZZ, 2007. Basisrapport voor de Rode Lijst Zoogdieren volgens Nederlandse en IUCN-criteria. VZZ rapport 2006.027. Tweede herziene druk. Zoogdiervereniging VZZ, Arnhem.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
37
9
Bijlagen
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6
Kaart uitgezette materialen t.b.v. kleine marters Locaties cameravallen Verspreidingskaart roofvogels Waarnemingen Boommarter Verspreidingskaarten vleermuizen Huidige natuurwetgeving
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
Bijlage 1 Kaart uitgezette materialen t.b.v. kleine marters
43 2 1 5 6 Mostela
7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20
±
Watervleermuis Legenda Purmerend, Kom A7 Mostela (marterkast) Verspreidingskaart 2020
1 Kraam-Zomer Sporenbuis 1 met nummer Kraam-Zomer 2 Kraam-Zomer 3
* Baltsplek )
Baltsverblijf
(
Zomerverblijf
* ) ( _ 1 * ) ( _ 2-4
_ Kraamverblijf
Middernacht ronde
vliegroute
Paarronde 1
foerageergebied
Paarronde 2
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
( _ 5-10
(_
(_
11-25 >25
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
Bijlage 2 Locaties cameravallen
Camera 2 Camera 4
Camera 1
Camera 3
Meervleermuis
±
* Baltsplek
Purmerend, Kom A7 Locatie cameraval ) Verspreidingskaart 2020 (t.b.v. Boommarteronderzoek)
Baltsverblijf
Kraam-Zomer 1
(
Kraam-Zomer 2
_ Kraamverblijf
Kraam-Zomer 3
Zomerverblijf
Middernacht ronde
vliegroute
Paarronde 1
foerageergebied
* ) ( _ 1 * ) ( _ 2-4
Paarronde 2
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
( _ 5-10
(_
(_
11-25 >25
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
Bijlage 3 Verspreidingskaart roofvogels
Ransuil jagend (cameraval)
Ter plaatse Havik overvliegend Overvliegend Buizerdnest met drie jongen
Meervleermuis Legenda Purmerend, Kom A7 Verspreidingskaart Ransuil 2020
±
* Baltsplek )
Baltsverblijf
Kraam-Zomer 1 Buizerd
(
Zomerverblijf
Kraam-Zomer 2
_ Kraamverblijf
Havik
Kraam-Zomer 3
Boomvalk Middernacht ronde
vliegroute
Paarronde 1 Sperwer
foerageergebied
* ) ( _ 1 * ) ( _ 2-4
Paarronde 2
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
( _ 5-10
(_
(_
11-25 >25
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
Bijlage 4 Waarnemingen Boommarter
28 foto’s (2 a 3) exemplaren 56 foto’s
70 foto’s
102 foto’s
Meervleermuis
±
* Baltsplek
Purmerend, Kom A7 Cameraval met waarneming ) Verspreidingskaart 2020(aantal foto’s) Boommarter
Baltsverblijf
Kraam-Zomer 1
(
Zomerverblijf
Kraam-Zomer 2
_ Kraamverblijf
Kraam-Zomer 3
vliegroute
Middernacht ronde
Zichtwaarneming Boommarter
Paarronde 1
foerageergebied
Paarronde 2
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
* ) ( _ 1 * ) ( _ 2-4
( _ 5-10
(_
(_
11-25 >25
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
Bijlage 5 Verspreidingskaarten vleermuizen
± !
"! ! !
!
!
!
!
! "!
!" ! ! !
!
! "!
!
! !
!
! ! !
!
! !
!
!
!
!
! !
" !
! !
!
!
!
0
Purmerend Kom A7 ! Foerageer " Kraam-Zomer 1 Kraam-Zomer 2
Gewone dwergvleermuis. Ruige dwergvleermuis
# Laatvlieger
Kraam-Zomer 3
G
Watervleermuis
Middernacht ronde
X
Rosse vleermuis
Paarronde 1 Paarronde 2
Van der Goes en Groot
. !
^
0,075 km
Y 1 * ) ( _ #
# 2-4 *)(_Y # 5-10 ( _Y
Meervleermuis Gewone grootoorvleermuis
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
# ( _Y
( _Y #
11-25 >25
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
# #
# # # # #
Gewone dwergvleermuis Purmerend, Kom A7 Verspreidingskaart 2020
±
* Baltsplek )
Baltsverblijf
Kraam-Zomer 1
(
Zomerverblijf
Kraam-Zomer 2
_ Kraamverblijf
Kraam-Zomer 3 Middernacht ronde
vliegroute
Paarronde 1
foerageergebied
* ) ( _ 1 * ) ( _ 2-4
Paarronde 2
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
( _ 5-10
(_
(_
11-25 >25
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
# " #
Ruige dwergvleermuis Purmerend, Kom A7 Verspreidingskaart 2020
±
* Baltsplek )
Baltsverblijf
Kraam-Zomer 1
(
Zomerverblijf
Kraam-Zomer 2
_ Kraamverblijf
Kraam-Zomer 3 Middernacht ronde
vliegroute
Paarronde 1
foerageergebied
Paarronde 2
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
* ) ( _ 1 * ) ( _ 2-4
( _ 5-10
(_
(_
11-25 >25
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
Bijlage 6 Huidige natuurwetgeving Bijlage 6.1 Wet natuurbescherming (Wnb) De Wet natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 6.1.1 Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”
Bijlage 6.2 Soortbescherming Bijlage 6.2.1 Categorieën Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de Europese Habitatrichtlijn en soorten genoemd in de Europese Vogelrichtlijn. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie Bijlage 6.2.2) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer. De lijst van vrijgestelde soorten kan per provincie variëren en is te vinden in Tabel 7.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
Kom A7 te Purmerend 2020
Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden in artikel 3.10.
Vrijgestelde soorten per provincie. Rood=niet vrijgesteld. DR
FL
FR
GL
GR
L
NB
NH
OV
UT
ZH
ZL
+ + + + +
+ + + + +
+ + + + +
+ +
+ + + + +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ + + + +
+ + + + +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
+ + + + + + + + +
+ + + + + + + + +
+ + +
+ + +
+ + +
+ +
+ + + + +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
+ + +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
+ + + +
+ + + +
+ + + +
+ + +
+ + + +
+ + + + + +1 + + + + + + + + + +2 + + + +
+ + +
+ + +
+ + +
+ + + +
+ + + +
+ + + +
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ + +3 + +4 + +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
Zoogdieren Aardmuis Bosmuis* Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis* Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Wild zwijn Woelrat Amfibieën en reptielen Bruine Kikker Gewone pad Hazelworm Kleine watersalamander Levendbarende hagedis Meerkikker Bastaardkikker
+ +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
*: algemene vrijstelling wanneer soorten zich in/op gebouwen en bijhorende erven bevinden +1:geldt in de periode maart-april en juli t/m november +2:geldt in de periode 15 augustus t/m februari +3:geldt in de periode juli t/m september +4:geldt in de periode 15 augustus t/m 15 oktober
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-084
+ + + +
Kom A7 te Purmerend 2020
Bijlage 6.2.2 Verbodsbepalingen De Wnb bepaalt conform artikel 3.1, 3.5 & 3.10 dat de volgende zaken verboden zijn: 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn, vogels genoemd in de Vogelrichtlijn en aangewezen ‘andere soorten’ opzettelijk te doden of te vangen¹ 2. Het is verboden dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of nesten of eieren van vogels weg te nemen. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 5. Het is verboden planten van soorten genoemd in de Habitatrichtlijn (bijlage IV, Bijlage 1 Verdrag van Bern) of als ‘andere soorten’ (Bijlage B bij de wet) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.