CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

D Begroting 2022, gew begroting 2021 en MJR Werkom

Gemeenteraad 30 juni 2021, gemeente PurmerendBij agendapunt: Jaarstukken en begroting 2022 Werkom16.249 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.1.2 Overdracht budgetten gemeenten

begr. Gew. 2020

2021

2021 gew

2022

2023

2024

2025

1.685 1.164

1.734 1.198

1.738 1.200

1.791 1.237

1.847 1.276

1.904 1.315

1.963 1.356

Budget voor trajecten Zaanstad Purmerend

2.837 936

2.879 950

2.885 952

2.934 968

2.984 984

3.035 1.001

3.086 1.018

Ontwikkelbudget Zaanstad Purmerend

300 150

308 154

308 154

308 154

308 154

308 154

308 154

Financiering ondersteuning Zaanstad Purmerend

210 105

215 108

216 108

222 111

228 114

234 117

241 121

185 334

453

430

469

487

Budgetten van gemeenten x 1.000 Personele bugetten Zaanstad Purmerend

Extra budget bovenop indexering Zaanstad Purmerend Specifieke budgetten Zaanstad (vluchtelingen) WW

450

41

Totaal p-budget

7.837

7.546

8.121

8.179

8.326

8.539

8.735

Totaal Zaanstad Totaal Purmerend

5.482 2.355 7.837

5.137 2.409 7.546

5.373 2.748 8.121

5.256 2.923 8.179

5.368 2.958 8.326

5.482 3.057 8.539

5.599 3.136 8.735

70% 30%

68% 32%

66% 34%

64% 36%

64% 36%

64% 36%

64% 36%

Verhouding toegezegde budgetten p-wet Zaanstad Purmerend

Budgetten WSW realisatie 20 2021 gew 21 2022 2023 2024 2025 Zaanstad 7.685.060 7.387.218 8.054.538 8.056.838 8.111.823 8.073.710 7.789.808 Purmerend 5.586.720 5.370.201 5.576.576 5.580.790 5.501.055 5.363.499 5.372.369 loonsuppl.begl.werk Zaan 381.351 377.102 570.550 560.347 526.858 497.317 444.268 loonsuppl.begl.werk Purm 296.133 288.083 296.266 274.043 255.059 238.929 241.143 Over gemeenten 86.431 87.857 89.306 90.780 92.278 13.949.264 13.422.604 14.584.361 14.559.875 14.484.100 14.264.236 13.939.867

5.1.2.1 Toelichting: Ten opzichte van de gewijzigde begroting 2021 zijn de budgetten van de gemeenten met € 66.000 afgenomen. Omdat de dvo besprekingen 2022 met Zaanstad in de loop van 2021 plaats vinden is nog niet bekend of Werkom rekening kan houden met extra budgetten van Zaanstad. Verder zijn de gemeentelijke budgetten voor de uitvoering van de taken in het kader van de participatiewet op basis van de bijdrageverordening in de begroting 2022 geïndexeerd.

25

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

Voor de indexering van de budgetten 2021 is uitgegaan van voorlopige indexcijfers van het CEP: 3,1% voor personele lasten en 1,7% voor overige lasten. Het totale budget van de gemeenten wordt ingezet ter dekking van de personeelskosten van de overgekomen medewerkers naar Werkom, ter dekking van de overgekomen verplichtingen en ter dekking van de kosten van Participanten op een traject. De budgetten voor uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening zijn gebaseerd op de geraamde loonkosten van de SW-ers aangevuld met de kosten van loonkostensubsidie bij Begeleid Werken.

5.2 Toelichting op de lasten 5.2.1.1 Salariskosten De geraamde personeelskosten 2022 zijn nagenoeg gelijk aan de gewijzigde begroting 2021. Dit is een het saldo van een krimp van de formatie bij M&W, en een uitbreiding van de formatie bij de leerwerkbedrijven. De loonkosten kunnen gedeeltelijk gedekt worden uit de verhoging van de NTW. Overige baten, die dit oplevert, ontstaan bij andere organisaties, waaronder de gemeenten.

5.2.1.2 Loonkosten doelgroepen De loonkosten van participanten met een indicatie en nieuwe beschut stijgen met € 350.000. Dit komt door de verwachte stijging van de aantallen. Nieuw beschut van gemiddeld 17 naar 35, en banenafspraak van 36,5 naar 50.

5.2.1.3 Overige bedrijfskosten De overige bedrijfskosten dalen ten opzichte van de gewijzigde begroting 2021 per saldo met € 300.000. Dit wordt voor het grootste gedeelte veroorzaakt door een verlaging van kosten bedrijfsmiddelen, huisvestingskosten en advieskosten. Deze daling wordt veroorzaakt door de niet geactiveerde eenmalige kosten van de verhuizing van het groen en de verbouwing van de keuken en de Einsteinstraat in 2021. Deze kosten zijn er niet in 2022. De advieskosten dalen doordat in 2021 incidentele kosten voor het archief jaarplan personeelsarchief zijn opgenomen. Daartegen staat een stijging van de afschrijvingen van € 250.000. Dit betreft uitgestelde vervangingsinvesteringen. De vervanging van het ERP systeem, de verbouwing van de Einsteinstraat en het aanpassen van de keuken. Daarnaast is vanaf 2022 een taakstelling in de begroting opgenomen.

5.3 Toelichting gewijzigde begroting 2021 Het verwachte resultaat van de gewijzigde begroting 2021 betreft € 1.019.890 negatief. Primair 2021 was een resultaat van € 346.016 negatief begroot. Een verschil van € 673.875. De belangrijkste verschillen zijn:

Omzet Personeelskosten Onderhoudskosten Afschrijvingen Budgetten participatie

26

€ 689.000 -€ 1.173.000 -€ 500.000 € 188.000 € 576.000

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

Omzet Leerwerkbedrijven behalen een hogere omzet ter dekking van uitbreiding formatie en nieuwe opdracht G&S. De daling van de omzet van de detacheringsfaciliteit is ten gevolge van de corona pandemie. Personeelskosten Uitbreiding formatie bij de leerwerkbedrijven en Mens en Werk. Bij de leerwerkbedrijven ten gevolge van de vervanging van SW medewerkers op sleutelposities. Wat betreft Mens en Werk is de verwachting dat er gemiddeld meer kandidaten in begeleiding zullen zijn in 2021 (1831) in plaats van de eerder begrote 1011. Onderhoudskosten In de primaire begroting 2021 was outsourcen ICT, verhuizing groen en de verbouwing van de keuken niet opgenomen. Daarnaast blijkt uit de jaarrekening 2020 dat onderhoudskosten bij facilitair waaronder ook schoonmaak structureel hoger uitvallen. Afschrijvingen De afschrijvingen dalen met € 188.000. Dit betreft voornamelijk het uitstellen van het vervangen van activa. De vervangingen worden begroot op basis van de in de financiële verordening opgenomen afschrijvingstermijnen. In werkelijkheid gaat een activum vaak langer mee. Participatiebudgetten Het aantal kandidaten in begeleiding is mede door de corona pandemie hoger dan begroot. Nadere afspraken over de aantallen worden in de ndvo’s of nadere afspraken van beide Gemeenten gemaakt.

27

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

6

Paragrafen

6.1 Inleiding In dit hoofdstuk is specifieke, programma-overstijgende informatie opgenomen met betrekking tot een vijftal onderwerpen: • • • • •

Bedrijfsvoering Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiering Verbonden partijen Fiscale positie

6.2 Bedrijfsvoering De bedrijfsprocessen zijn alle beleidsmatige (primaire) processen, ondersteunende (secundaire) processen en de sturing en beheersing ervan.

6.2.1 Organisatie Het participatiebedrijf Werkom is op 1 januari 2018 opgericht. In 2018 en een deel van 2019 is de Werkom Aanpak ontwikkeld en geïmplementeerd. De Werkom Aanpak is het primaire proces van Werkom, waarmee kandidaten met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk geholpen worden. Na twee jaar is deze Werkom Aanpak geëvalueerd, hetgeen heeft geleid tot vereenvoudigingen in het proces om daarmee de administratieve last te reduceren. Na de oprichting van Werkom bleek veel achterstallig onderhoud nodig. Zaken als informatiebeveiliging, Archiefwet, gegevensbescherming maar ook IT applicaties rond personeelsinformatie, kandidatenvolgsysteem dienen verder geïmplementeerd te worden of zijn aan revisie toe.

6.2.2 Organisatieschema De uitvoeringsorganisatie bestaat in 2022 uit een bedrijfsonderdeel Mens en Werk, de werkleerbedrijven en een staf gericht op ondersteuning van de directie, het bestuur en de organisatie. Het geheel wordt aangestuurd door een algemeen directeur (zie onderstaand organisatieschema).

28

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

Afbeelding 3: organisatieschema Werkom

Werkleerbedrijven Industrie en diensten

Mens en werk

manager

P&O

Post en print

manager

manager

manager

Groen en schoon

manager

Financiële adm., ICT, controlling en facilitair

Directie- en bestuursondersteuning

algemeen directeur

6.2.3 Personeelsbeleid en –uitvoering Personeelsverloop en Ziekteverzuim We zien een stabilisatie in personeelsverloop. De afgelopen jaren hebben we vooral geïnvesteerd in de bedrijfsprocessen en de komende jaren zullen we gericht gaan investeren in de medewerkers. Passend bij de organisatieontwikkeling en de visie op Werkom. Rekening houdend met werken in een turbulente omgeving, die steeds weer nieuwe vragen stelt aan de organisatie en haar medewerkers. Met focus op persoonlijke ontwikkeling en de uitdaging voor de medewerkers om de beste versie van zichzelf te zijn, om zo een bijdrage te leveren aan het resultaat van Werkom. Het ziekteverzuim bij Werkom vraagt veel aandacht. De daling in de SW-populatie heeft als consequentie dat de complexiteit van de zittende populatie toeneemt en verzuimgevallen complexer worden. In 2021 met een overloop naar 2022 wordt een specifiek verzuimcoördinator om extra aandacht te geven aan het relatie hoge verzuim.

6.2.4 ICT-beleid en –uitvoering Na een grondige inventarisatie is nieuw ICT-beleid vastgesteld, wat verder zal worden uitgevoerd. Hierbij zal er aandacht zijn voor de verdere invoering van de AVG, BIO en Archiefwet maar ook een verbetering van de IT infrastructuur. In 2021 wordt ook gestart met de outsourcing van onze IT omgeving naar een externe Host. In 2021 is ter vervanging van Suite binnen AFAS een kandidatenvolgsysteem geïmplementeerd. Dit onderdeel zal gedurende 2021 verder ontwikkeld worden met als doel de gebruikers in het primaire proces up to date te voorzien van adequate informatie over hun kandidaten. Er is eveneens een nieuw HRM- systeem ingevoerd. Ook dit onderdeel van het ERP van AFAS zal verfijnd worden. Als laatste stap worden het financiële pakket AX en het productiedeel binnen AX gemigreerd naar AFAS.

29

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

6.2.5 Inkoop en aanbesteding Werkom heeft een eigen inkoop- en aanbestedingsbeleid. De implementatie vergt de nodige aandacht om aan de steeds scherper wordende aanbestedingsregels en de rechtmatigheid van inkoop te voldoen.

6.3 Algemene reserve en risicobeheersing Ambities kunnen niet gerealiseerd worden zonder risico’s te nemen. Risico’s horen ook bij het proces van veranderen. Aan de hand van een risicoanalyse worden de grootste risico’s in beeld gebracht en beoordeeld. Daar waar nodig en noodzakelijk worden beheersmaatregelen getroffen om een risico te reduceren tot aanvaardbare proporties. Eventuele restrisico’s dienen opgevangen te worden middels verzekeren of het eigen vermogen. De komende jaren ziet Werkom de risico’s toenemen (denk aan onder andere de gevolgen van corona. Om die reden wordt de algemene reserve weerstandsvermogen tijdelijk verhoogd (2021 tot en met 2022) en zal na de beleidsherijking bepaald gaan worden wat een gezonde algemene reserve is. In deze paragraaf zijn de volgende onderwerpen opgenomen: 1. Inschatting van risico’s; 2. Beleid omtrent weerstandscapaciteit en de risico’s; 3. De weerstandcapaciteit; 4. Kengetallen voor de a. netto schuldquote; b. solvabiliteitsratio; c. structurele exploitatieruimte; 5. Een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.

6.3.1 Risico’s en beheersing Een risico is een onzekere gebeurtenis met oorzaken en een kans van optreden, die op een of andere manier effecten heeft op het realiseren van de doelen van de organisatie. Risicomanagement is het proces van systematisch risico's identificeren, analyseren en classificeren in relatie tot de doelen van de organisatie. Op basis hiervan worden benodigde beheersingsmaatregelen getroffen en de effecten hiervan periodiek geëvalueerd en gerapporteerd. Dit risicomanagement is onderdeel van de besturing en beheersing van de organisatie.

6.3.1.1 Omzetverlies De structurele afname van de SW–populatie zet met name de omzet van de werkleerbedrijven onder druk. Het vereist van Werkom een andere manier van kijken op het primaire proces waarbij het proces van instroom, doorstroom en plaatsing leidend is/wordt en de werkleerbedrijven dit proces ondersteunen. In het proces rond de beleidsherijking wordt onderzocht of de huidige financiering van Werkom houdbaar is.

6.3.1.2 Fiscale risico’s De oprichting van de BVO en de BV heeft financiële en fiscale gevolgen voor Werkom. Het werken met zowel een BVO als een BV met onderlinge verrekening en kostenverdeling (met als doel inbesteden door gemeenten mogelijk te maken), zorgt voor veel administratieve lasten. In 2021 is besloten de BV te ontbinden. Hiermee komen we af van het tijdrovende aspect van de doorbelastingen. Er loopt een bezwaar tegen een uitspraak van de belastingdienst om structureel

30

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

vrijstelling te krijgen voor de BTW, de zogenaamde koepelvrijstelling. Mondeling is toegezegd dat Werkom in aanmerking komt voor een sociaal-culturele vrijstelling. Het bezwaar van de gemeente die goede kans van slagen heeft moet er toe leiden dat de BTW (op voorheffing) compensabel zal worden. Hier is echter nog geen zekerheid over.

6.3.1.3 Nieuw Beschut Werk Op dit moment is de instroom in nieuw beschut beperkt. Dit is ook een landelijk beeld. Als de instroom aantrekt en in lijn gebracht wordt met de landelijke taakstelling, gaat dit ten koste van de participatiemiddelen en dus ten koste van het aantal trajecten, tenzij de deelnemende gemeenten extra middelen ter beschikking stellen aan Werkom, om aan de taakstelling Nieuw Beschut te voldoen.

6.3.1.4 Inzet nieuwe doelgroepen Werkom zet voor de begroting 2022 door op de lijn om de leeggekomen plekken binnen het werkleerbedrijf in te vullen met nieuwe doelgroepen. Het gaat dan om mensen uit de Participatiewet met een indicatie beschut werk, mensen met een doelgroep indicatie waarvoor een loonkostensubsidie beschikbaar is, en mensen uit de Participatiewet zonder indicatie. Deze nieuwe doelgroepen genereren minder opbrengsten dan kosten. Indien Werkom aanzienlijk minder basisdienstverbanden realiseert als begroot, dan zal het resultaat van Werkom positiever uitvallen. Bij een lagere loonwaarde als begroot is dit juist weer negatiever.

6.3.1.5 Corona Bij het opstellen van de begroting is behalve bij de detacheringsafdeling van het standpunt uitgegaan dat de invloed op van de corona epidemie op de omzet incidenteel zou zijn. Begin 2021 werden we echter geconfronteerd met een tijdelijke sluiting van Werkom als gevolg van een interne uitbraak. Bij onze opdrachtgevers zien we echter ook wel negatieve effecten waarvan nu nog niet bekend is hoe groot het financiële effect zal worden.

6.3.1.6 Extra opdracht schoonmaak De quasi-inbesteding van de schoonmaak van de Gemeente Purmerend is verleend aan Werkom. Met de opdracht het zittende personeel van voorganger Eurest over te nemen loonkosten met circa € 150.000 toe. Kosten die niet begroot zijn omdat Werkom er vanuit ging dat er geen sprake zou zijn van overname van contract.

6.3.1.7 Privacy en informatiebeveiliging Werkom beheert veel persoonsgebonden en privacygevoelige gegevens die veelvuldig worden uitgewisseld met de gemeenten. Gezien de ontwikkelingen in het werkveld, waarbij in toenemende mate gebruik zal worden gemaakt van elektronische gegevensuitwisseling, is sprake van blijvende alertheid voor dit aspect. Het financiële risico is dat er hoge boetes op datalekken kunnen worden opgelegd. Vanaf 25 mei 2018 is de Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van kracht. Om die reden heeft Werkom een verwerkersovereenkomst en een privacy-convenant gesloten met de gemeenten. In 2018 heeft Werkom geïnvesteerd op het gebied van informatiebeveiliging door het aanstellen van een ‘Chief Information Security Officer’ (CISO). Tevens zal Werkom zelf een Functionaris gegevensbescherming (FG) instellen.

6.3.1.8 Overige niet financiële risico’s Naast de direct financiële risico’s bestaan er risico’s van niet-financiële aard. Dit is bijvoorbeeld het risico dat er niet conform geldende wetgeving op het gebied van

31

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

arbeidsomstandigheden, archivering of milieu wordt gewerkt. Risico’s die van materiële betekenis zijn in relatie tot de financiële positie.

6.3.2 Beleid omtrent weerstandcapaciteit en risico’s Weerstandcapaciteit omvat de beschikbare middelen en mogelijkheden die Werkom heeft om onverwachte, niet begrote en niet kwantificeerbare kosten te kunnen opvangen (algemene reserve). In de Bijdrageverordening participatiebedrijf Zaanstad-Purmerend is in artikel 5 het beleid omtrent weerstandscapaciteit van Werkom opgenomen: 1. Het participatiebedrijf is toegestaan een algemene reserve te vormen, door positieve exploitatieresultaten te reserveren, zodat in de jaren waarin zich exploitatietekorten voordoen, deze uit de reserve kunnen worden onttrokken. 2. De totale omvang van de algemene reserve is gelimiteerd tot 2% van het jaarlijkse begrotingstotaal van het participatiebedrijf. 3. Het participatiebedrijf mag geen andere reserves aanhouden, met als doel weerstandscapaciteit op te bouwen ter dekking van mogelijke risico’s. 4. De deelnemers zijn, naar evenredigheid, verantwoordelijk voor de afdekking van de in lid 3 genoemde risico’s. 5. De evenredige afdekking van risico’s, zoals genoemd in lid 4, wordt gebaseerd op de verdeelsleutel zoals opgenomen in artikel 6 lid 3 en 5. Het participatiebedrijf neemt voor dit doel jaarlijks in de begroting en de jaarrekening een gekwantificeerde risicoanalyse op, evenals de te nemen beheersmaatregelen om de risico’s zoveel mogelijk te beperken c.q. te voorkomen.

6.3.3 De weerstandcapaciteit Het vormen van een algemene reserve uit toekomstige positieve exploitatiesaldi tot een maximum van het voordelige exploitatieresultaat, ter dekking van toekomstige exploitatietekorten. Ultimo 2020 bedraagt de algemene reserve € 2 miljoen. Na 2 jaar wordt bezien wat het weerstandsvermogen zou moeten zijn voor een gezonde bedrijfsvoering.

6.3.4 Kengetallen 6.3.4.1 Netto schuldquote De netto schuldenquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzicht van de eigen middelen. Het berekende kengetal geeft informatie over de mogelijkheid van Werkom om schulden terug te betalen. Het terugbetalen van schulden is echter voor een gemeenschappelijke regeling gegarandeerd door de deelnemende gemeenten. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is niet van toepassing omdat Werkom geen gelden doorleent aan andere partijen.

6.3.4.2 Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan of de BVO Werkom voldoende eigen vermogen heeft om op termijn aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Het kengetal wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het totale vermogen. Werkom bouwt sinds 2019 een niet-bestemde reserve op. De gemeenten Zaanstad en Purmerend staan garant voor de schulden van Werkom en vullen het negatieve eigen vermogen altijd aan. De informatieve waarde van dit kengetal is daarom niet zo groot.

6.3.4.3 Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het

32

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. De BVO Werkom laat in de gewijzigde begroting 2021 een negatief exploitatieresultaat zien, de meerjarenbegroting 2022-2025 heeft ook een negatief exploitatieresultaat. Kengetallen BVO netto schuldquote solvabiliteit structurele exploitatieruimte

31-12- 20 296,0% 18,0% 4,00%

31-12-21 7,3% 28,0% -3,71%

31-12-22 6,1% 18,3% -1,12%

31-12-23 5,3% 14,8% -0,68%

31-12-24 31-12-25 4,0% 2,1% 8,7% -0,3% -1,16% -1,70%

6.3.5 Onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot financiële positie Werkom is een organisatie in ontwikkeling. Door de deelnemende gemeenten zijn budgetten overgedragen en er zijn, op hoofdlijnen, opdrachten geformuleerd om uitvoering te geven aan de Wet sociale werkvoorziening en de Participatiewet. Werkom zal een vernieuwende en eigen werkwijze ontwikkelen om uitvoering te geven aan de verstrekte opdrachten. Er zijn nog nauwelijks ervaringscijfers, hetgeen een evenwichtige begrotingsuitvoering (hoeveel structurele baten zijn nodig ter dekking van welke structurele lasten) de eerste jaren nog moeilijk maakt.

6.4 Financiering Net als de paragraaf ‘weerstandsvermogen’ bevat ook de paragraaf ‘financiering’ informatie over de financiële risico’s die een verbonden partij loopt. De risico's in de financieringsparagraaf zijn goed kwantificeerbaar. Het betreft bijvoorbeeld renterisico's, kredietrisico's, liquiditeitsrisico's, en debiteurenrisico's. In principe kan van de financieringsrisico's van tevoren worden vastgesteld welke bedragen er maximaal mee gemoeid zijn. In de vastgestelde ‘Financiële verordening participatiebedrijf Zaanstad-Purmerend’ zijn overeenkomstig artikel 212 van de Gemeentewet de uitgangspunten vastgelegd voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van Werkom. De verordening bevat eveneens de kaders voor het treasurybeleid en de uitvoering van de treasuryfunctie. In deze paragraaf komen de volgende onderwerpen aan de orde, waarbij inzicht wordt gegeven van de uitvoering van het treasurybeleid: -

Rentebeleid

-

Risicobeheer

-

Kasgeldlimiet

-

Renterisiconorm

6.4.1 Rentebeleid Het rentebeleid en het risicobeheer is gedefinieerd in de vastgestelde Financiële verordening participatiebedrijf Zaanstad Purmerend. Het rentebeleid is gericht op het stabiliseren van de rentelasten, zodat deze op een bestuurlijk wenselijk geacht niveau blijven of op het in de begroting geraamde niveau daarvan. De renterisico’s bij het aantrekken en uitzetten van gelden, worden beperkt door de overeengekomen rentepercentages bij de transacties, gebaseerd op de actuele rentestand en rentevisie. De korte (rente typische looptijd < 1 jaar) en lange (rente typische looptijd ≥ 1 jaar) rente gaven de afgelopen jaren een vrij stabiel beeld. De korte rente is in de regel lager dan de lange rente. Op grond van deze veronderstelling is het uitgangspunt om de financieringsbehoefte eerst te dekken met de maximaal toegestane kasgeldlimiet

33

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

en de resterende behoefte te dekken met langlopende leningen. Van de looptijd kan worden afgeweken indien deze kan worden gekoppeld aan andere financiële posities. Met deze aanpak gaat Werkom ervan uit dat - rekening houdend met het risicoprofiel de financieringskosten zo laag mogelijk zijn.

6.4.2 Risicobeheer Het risicobeheer is gericht op het beperken van financiële risico’s. In de Financiële verordening participatiebedrijf Zaanstad Purmerend is in hoofdstuk 3, artikel 13 e.v. het treasurybeleid en de nadere uitwerking ervan vastgelegd. Hierin zijn regels opgenomen ter bescherming van de vermogens- en (rente)resultaten van Werkom tegen ongewenste financiële risico’s, te weten het rente- en het kredietrisico. In artikel 16 is het renterisicobeheer opgenomen. Renterisicobeheer is het beheersen van de risico’s, die voortvloeien uit de mogelijkheid dat in de toekomst de rentelasten van het vreemd vermogen hoger, respectievelijk dat de renteopbrengsten lager zullen zijn, dan een bestuurlijk wenselijk geacht niveau of het in de begroting geraamde niveau daarvan. In artikel 17 is het kredietrisicobeheer opgenomen. Kredietrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij.

6.4.3 Kasgeldlimiet Het niveau van de kasgeldlimiet is gelimiteerd op 8,2% van de begrote lasten. De kasgeldlimiet is in de wet FIDO opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. De kasgeldlimiet bepaalt dat de financieringsbehoefte voor slechts een beperkt bedrag met kort geld (looptijd < 1 jaar) mag worden gefinancierd. Hierdoor worden de renterisico’s op korte termijn beperkt. In de Wet Fido is opgenomen dat kasgeldlimiet wordt berekend als percentage (8,2%) van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. Kasgeldlimiet Totale lasten/Baten % kasgeldlimiet Kasgeldlimiet EMU saldo

Jaarrekening 2020 27.094.958 8,2% 2.221.787 -201.048

Primaire begroting Gewijzigde begroting 2021 2021 27.041.067 28.488.635 8,2% 8,2% 2.217.368 2.336.068 -540.502

Begroting 2022 28.684.506 8,2% 2.352.129 -389.877

Begroting 2023 29.199.455 8,2% 2.394.355 -223.910

Begroting 2024 29.599.315 8,2% 2.427.144 -365.681

Begroting 2025 30.057.827 8,2% 2.464.742 -526.793

6.4.4 Renterisiconorm Aangezien nog onvoldoende duidelijk is wat de toekomstige financieringsbehoefte van Werkom is, kan de renterisiconorm nog niet worden berekend.

6.5 Verbonden partijen 6.5.1 Coöperatie Zakelijke Post Nederland Aan Coöperatie Zakelijke Post Nederland (CZPN) is door BaanStede in 2006 een achtergesteld krediet van € 20.000 verstrekt, als een van de medeoprichters. Dit is geboekt als financieel vast actief. Voor het volle bedrag van de inleg is een voorziening getroffen. De negatieve resultaten van de coöperatie in de beginjaren zijn afgeboekt op de ontvangen achtergestelde leningen. Als CZPN zou worden opgeheven en er nog een batig saldo is, krijgt Werkom de inleg of een deel ervan weer terug.

6.5.2 Werkom Diensten BV Om ‘inbesteding’ bij de BVO Werkom door de gemeenten Zaanstad en Purmerend mogelijk te maken, moet de omzetverhouding bij de BVO voor Zaanstad en Purmerend minstens 80% van de totale omzet zijn. De omzet voor overige

34

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

opdrachtgevers vindt daarom plaats in de verbonden partij met de naam ‘Werkom Diensten BV’. De gewijzigde begroting 2020, de primaire begroting 2021 en de meerjarenbegroting tonen de ramingen van de BVO en de BV tezamen. In het kader van transparantie is een geconsolideerd beeld weergegeven. Tevens worden de begrotingen van de beide onderdelen separaat gepresenteerd.

6.6 Fiscale positie 6.6.1 Omzetbelasting Sinds de zomer 2017 worden de gemeenten Zaanstad en Purmerend met fiscaal advies bijgestaan door een belastingadviseur en is een tweetal brieven aan de belastinginspecteur van de Belastingdienst Grote Ondernemingen te Amsterdam gezonden, waarin een standpunt is ingenomen omtrent de fiscale positie voor Werkom (zowel voor de BVO als voor de BV). Bij het afronden van deze meerjarenbegroting ontving Werkom van de belastinginspecteur een reactie op het ingenomen standpunt. De twee belangrijkste onderwerpen, die grote financiële consequenties hebben, zijn de betalingen in het kader van de Wsw en de betalingen in het kader van de Participatiewet.

6.6.2 Betalingen in het kader van de Wet sociale werkvoorziening Het standpunt dat door de gemeenten wordt ingenomen aangaande de omzetbelasting is dat de gemeenten hun bijdragen aan Werkom voor de uitvoering van de WSW zonder btw kunnen doen, mits de betalingen door Werkom uitsluitend worden aangewend voor uitbetaling van salarissen en dientengevolge kunnen worden aangemerkt als loonkostensubsidies. De betreffende bedragen kwalificeren dan niet als vergoedingen voor prestaties jegens de gemeenten. Ons standpunt is inmiddels door de belastinginspecteur bevestigd, waardoor dit risico is geminimaliseerd.

6.6.3 Betalingen in het kader van de Participatiewet Ten aanzien van de betalingen voor de uitvoering van de Participatiewet is het standpunt ingenomen dat sprake is van dienstverlening door Werkom tegen een vergoeding waarop een beroep mogelijk is op vrijstelling van artikel 11, lid 1u Wet OB, de zogenoemde koepelvrijstelling. Er bestaat een financieel risico wanneer de belastinginspecteur het standpunt van Werkom niet deelt. Er rust dan een btwverplichting op de Participatiegelden van: 21% over € 7,1 mln. is € 1,5 mln. Voor Zaanstad is dat een btw-bedrag van € 1,0 mln. en voor Purmerend is dat een btwbedrag van € 0,5 mln. Bij het niet kunnen toepassen van de koepelvrijstelling wordt het financieel nadeel voornamelijk veroorzaakt door de btw-last op de component loonkosten. De belastinginspecteur heeft in zijn brief aangegeven dat hij ons standpunt om de koepelvrijstelling toe te passen vooralsnog niet deelt. Werkom zou hiermee voor de over te dragen participatiegelden btw-plichtig worden. Inmiddels heeft Werkom aanvullende informatie aangeleverd aan de belastinginspecteur ter onderbouwing van het standpunt dat een koepelvrijstelling aan de orde is.

6.6.4 Vennootschapsbelasting Eind 2017 heeft Werkom ook in een brief een standpunt geformuleerd omtrent de vennootschapsbelasting. Inmiddels heeft de belastinginspecteur besloten dat zowel de BVO Werkom als Werkom BV vrijgesteld zijn van vennootschapsbelasting.

35

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

7

36

Bijlagen

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

Bijlage 1 Geprognosticeerde balans BVO Activa BVO vaste activa materiele vaste activa financiële activa

31-12- 20

31-12-21

31-12-22

31-12-23

10.486 50.000 60.486

3.163 50.000 53.163

50.000 50.000

50.000 50.000

50.000 50.000

50.000 50.000

4.343.390 123.256 1.838.690 6.305.336

4.493.390 150.000 1.038.690 5.682.080

5.343.390 150.000 1.038.690 6.532.080

5.273.390 150.000 1.038.690 6.462.080

5.203.390 150.000 1.038.690 6.392.080

5.133.390 150.001 1.038.690 6.322.081

Totaal activa

6.365.822

5.735.243

6.582.080

6.512.080

6.442.080

6.372.081

Passiva BVO Vaste Passiva Eigen vermogen algemene reserve resultaat deelneming bestemmingsreserve Subtotaal Eigen vermogen

31-12- 20

31-12-21

31-12-22

31-12-23

31-12-24 31-12-25

2.015.026

994.795

678.470

480.439

139.843

-361.864

534.060 2.549.086

516.466 1.511.261

499.751 1.178.221

483.872 964.311

468.787 608.630

453.702 91.838

615.583 700.000 3.864.669

605.583 700.000 2.816.844

595.583 700.000 2.473.804

585.583 700.000 2.249.894

575.583 700.000 1.884.213

565.583 700.000 1.357.421

2.501.153 2.501.153

2.918.399 2.918.399

4.108.276 4.108.276

4.262.186 4.262.186

4.557.867 4.557.867

5.014.660 5.014.660

6.365.822

5.735.243

6.582.080

6.512.080

6.442.080

6.372.081

vlottende activa voorraden uitzettingen korter dan 1 jaar liquide middelen overlopende activa

voorzieningen vaste schulden

vlottende passiva netto vlottende schulden overlopende passiva

Totaal passiva

31-12-24 31-12-25

37

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

Bijlage 2 Kasstroomoverzicht BVO Kasstroomoverzicht BVO

20 20

202 1

20 22

20 23

20 24

2 02 5

Exploitatieresultaat Onttrekking bestemmingsreserve Mutaties voorzieningen Afschrijvingen Cash Flow

1.550.101 -274.293 39.247 1.315.055

-1.020.231 -17.594 -10.000 -1.047.825

-316.325 -16.715 -10.000 -343.040

-198.031 -15.879 -10.000 -223.910

-340.596 -15.085 -10.000 -365.681

-501.707 -15.085 -10.000

Mutaties voorraden Mutaties vlottende activa Mutaties vlottende passiva Mutatie werkkapitaal

-1.559.781 210.350 -1.349.431

650.000 417.246 1.067.246

-850.000 1.189.877 339.877

70.000 153.910 223.910

70.000 295.681 365.681

70.000 456.793 526.793

Operationele kasstroom

-34.376

19.421

-3.163

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-34.376

19.421

-3.163

-

-

Investeringen Materiele vaste activa Investeringen financiële activa Investeringskasstroom Mutaties langlopende schuld Financieringsskasstroom Netto kasstroom

38

-526.792

1

-

1

P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10242318/1