D Begroting 2022, gew begroting 2021 en MJR Werkom
Tekst van het document
Primaire begroting 2022 gewijzigde begroting 2021 en meerjarenraming 2023-2025
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
Dit document is geschikt gemaakt voor dubbelzijdig printen.
Referentie Organisatie: Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend h.o.d.n Werkom Directie: Yolanda Hoogtanders, secretaris-directeur Datum: 6-05-2021 Versie 4.3
2
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
Inhoudsopgave 1
Inleiding ..................................................................................................... 4
2
Kaders en ontwikkelingen ............................................................................. 5
3
4
5
6
7
2.1
Ontwikkelingen ..................................................................................... 5
2.2
Beleidsherijking gebaseerd op de maatschappelijke waarde van werk .......... 6
2.3
Verbetering Werkom Methode ................................................................. 8
2.4
Dienstverlening werkgevers n.a.v. coronacrisis ......................................... 9
2.5
Kaders begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 ............................. 9
2.6
Werk genereren om SW-plekken en werkleerplekken te realiseren .............10
2.7
Organisatieontwikkeling ........................................................................11
2.8
Huisvesting..........................................................................................12
Organisatie ................................................................................................13 3.1
Bestuur en directie ...............................................................................13
3.2
Participatiebedrijf .................................................................................13
3.3
Doelgroepen Participatiewet...................................................................14
3.4
Werkgeversdienstverlening ....................................................................14
Beleidsbegroting 2022 ................................................................................16 4.1
Inleiding..............................................................................................16
4.2
Wat willen we bereiken: ........................................................................16
4.3
Wat gaan we daarvoor doen: .................................................................16
Financiële begroting 2022 ............................................................................23 5.1
Toelichting op de baten .........................................................................24
5.2
Toelichting op de lasten ........................................................................26
5.3
Toelichting gewijzigde begroting 2021 ....................................................26
Paragrafen .................................................................................................28 6.1
Inleiding..............................................................................................28
6.2
Bedrijfsvoering.....................................................................................28
6.3
Algemene reserve en risicobeheersing ....................................................30
6.4
Financiering .........................................................................................33
6.5
Verbonden partijen ...............................................................................34
6.6
Fiscale positie ......................................................................................35
Bijlagen.....................................................................................................36 Bijlage 1 Geprognosticeerde balans BVO ..........................................................37 Bijlage 2 Kasstroomoverzicht BVO ...................................................................38
3
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
1
Inleiding
Algemeen Hierbij bieden wij u de primaire begroting 2022, gewijzigde begroting 2021 en de meerjarenbegroting 2023-2025 aan van de Gemeenschappelijke regeling ‘participatiebedrijf Zaanstad Purmerend’, handelend onder de naam ‘Werkom’. De gewijzigde begroting 2021 kent een aantal wijzigingen ten opzichte van de primaire begroting 2021. De primaire begroting had een negatief resultaat van € 346.015. Dit is in de gewijzigde begroting € 1.019.890. Voor een toelichting verwijzen wij u naar hoofdstuk 5.3 bladzijde 26 en 27. De kengetallen zijn geactualiseerd. De werkelijke aantallen van 2020 zijn verwerkt. Ter uitvoering van de taken in het kader van de Participatiewet en Wet sociale werkvoorziening hebben de gemeenten Purmerend en Zaanstad een Gemeenschappelijke regeling Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend opgericht. Deze gemeenschappelijke regeling opereert onder de naam Werkom. De colleges van beide gemeenten hebben de bevoegdheden uit de Wet sociale werkvoorziening overgedragen aan Werkom met dien verstande dat bevoegdheid beleidsregels te stellen blijft toekomen aan de colleges. Ten aanzien van de taken in het kader van de uitvoering van de Participatiewet is aan de secretaris-directeur mandaat verleend. Deze begroting kent één programma Werk bestaande uit drie taakvelden: arbeidsparticipatie, begeleide participatie en overhead.
Deze begroting sluit aan bij het beleidsherijkingsproces dat de gemeenten Purmerend en Zaanstad in 2020 zijn gestart. Tegelijkertijd kreeg ook Werkom in 2020 te maken met de directe en indirecte gevolgen van de coronacrisis. Tenslotte vinden in 2021 verkiezingen plaats die mogelijk tot bijstellingen in Rijksbeleid en de uitvoering van de Participatiewet gaan leiden. In deze begroting vertalen wij deze ontwikkelingen naar een aantal bijstellingen in de begroting 2021 en naar maatregelen voor de begroting 2022. Met deze maatregelen bouwen we voort op de in gang gezette beleidsherijking, de benodigde extra inspanningen in 2021 als gevolg van de coronacrisis en bereiden we Werkom voor op mogelijke toekomstige veranderingen in wet- en regelgeving.
4
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
2
Kaders en ontwikkelingen
2.1 Ontwikkelingen Ter uitvoering van de taken in het kader van de Participatiewet en de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) hebben de gemeenten Zaanstad en Purmerend per 1 januari 2018 een gemeenschappelijke regeling opgericht. Het doel van deze gemeenschappelijke regeling is mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt zoveel mogelijk naar regulier werk te begeleiden. Alhoewel meer bedrijven de afgelopen jaren bereid zijn gevonden werkzoekenden met een arbeidsbeperking of een afstand tot de arbeidsmarkt op te nemen, blijken eind 2019 nog steeds teveel mensen aan de kant te staan. Dat zien we binnen Werkom, maar is ook landelijk onderwerp van debat, zoals blijkt uit rapporten van het SCP en de voorstellen van de commissie Borstlap. Tegelijkertijd wordt in 2019 binnen Werkom het effect zichtbaar van de uitstroom van de Wsw op de werkleerinfrastructuur. Ontwikkelingen die voor Werkom aanleiding zijn een maatschappelijke kostenbatenanalyse (MKBA) te laten uitvoeren. De ontwikkelingen zijn ook aanleiding om met de gemeenten in gesprek te gaan over beleid voor de toekomst. De gemeenten zijn daarom in 2020 gestart met een traject om tot een beleidsherijking voor Werkom te komen, die in 2022 wordt voortgezet.
Begin 2020 krijgt de hele wereld te maken met de coronapandemie die de overheid dwingt om ongekend ingrijpende maatregelen te nemen in de samenleving en in de economie. Nederland krijgt te maken met afwisselende periodes van lock down, waarin hele sectoren op slot gaan, medewerkers massaal gaan thuiswerken en het begrip ‘1,5 metersamenleving’ in het openbaar leven en binnen bedrijven wordt doorgevoerd. De wereldwijde pandemie leidt tot acute uitval van de vraag in een aantal sectoren, vertraging of stilstand in wereldwijde productieketens en grote groepen werknemers die tijdelijk stil komen te staan. Daartegenover zijn er juist ook sectoren die het extra druk hebben in deze situatie, zoals de foodsector, de (web)retail en de zorg. De overheid komt met ongekende steunpakketten om de werkgelegenheid op peil te houden en bedrijven en zzp-ers door de crisis heen te loodsen. Ten tijde van het opstellen van deze kadernota zit Nederland opnieuw in een strenge lockdown waarvan het einde nog niet in zicht is. Voor Werkom leidt de lockdown in 2020 tot een terugval in omzet en dalende resultaten in termen van uitstroom. Omdat Werkom grotendeels haar werkzaamheden heeft in sectoren die vooralsnog beperkte economische schade ervaren van de lockdown, hebben we de omzetdaling beperkt kunnen houden.
Het ziekteverzuim neemt echter toe, een deel van de gedetacheerde medewerkers verliest haar externe werkplek en het begeleiden van kandidaten op afstand boet in aan effectiviteit. Het lukt nog steeds mensen naar werk te begeleiden, maar in mindere mate dan voor de crisis. Tegen de achtergrond van deze crisis neemt Werkom maatregelen om: 1. invulling te geven aan de gemeentelijke beleidsherijking gebaseerd op de maatschappelijke waarde van werk en te anticiperen op nieuw landelijk beleid; 2. haar kernopgave voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te verbeteren;
5
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
3. samen met de arbeidsmarktpartners in het Regionaal Werkbedrijf de dienstverlening aan werkgevers te verbeteren en de verwachte toestroom van nieuwe groepen werkzoekenden op te vangen. We lichten dit hieronder kort toe.
2.2 Beleidsherijking gebaseerd op de maatschappelijke waarde van werk Ondanks de grote krapte op de arbeidsmarkt zagen we de kansen voor mensen met een grote afstand tot die arbeidsmarkt in de periode 2015-2019 slechts beperkt toenemen. Bij de groep statushouders, die door Werkom begeleid wordt, signaleren we taalachterstand, niet aansluitende diploma’s en onbekendheid met de arbeidsmarkt. Het aandeel mensen met een doelgroepindicatie, dat bij Werkom begeleid wordt naar werk, is het afgelopen jaar fors gestegen. Duurzame plaatsing bij reguliere werkgevers blijkt voor deze groepen moeilijker te realiseren en is onder invloed van de coronacrisis in 2020 nagenoeg tot stilstand gekomen. Dit wordt ook bevestigd door de landelijke evaluatie van de Participatiewet door het SCP. Reguliere werkgevers bieden sinds de invoering van de Participatiewet wel meer kansen aan mensen met een arbeidsbeperking, maar per saldo zijn de kansen op werk voor deze groepen kleiner dan voor de invoering van de Participatiewet. Ook in onze praktijk blijkt dat het niet voor alle typen werkgevers mogelijk is om deze groep goed op te nemen in hun reguliere bedrijfsprocessen. Ze kunnen niet de juiste arbeidsomstandigheden organiseren of begeleiding bieden om mensen die kwetsbaar zijn op gezondheid, taal, sociale vaardigheden, of psychische beperking, een permanente arbeidsplaats te bieden.
Deze doelgroepen laten binnen Werkom zien dat ze wel gemotiveerd zijn om te werken. Werk is voor hen van grote toegevoegde waarde. Bovendien blijkt dat ze wel in staat zijn productief werk te leveren en een deel van hun loon terug te verdienen. De werkleertrajecten vormen voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt een essentieel onderdeel van de Werkom Methode. Werkom biedt deze werkleertrajecten voor een groot deel aan binnen haar eigen werkleerbedrijven zoals het groenbedrijf, businesspost, de printafdeling en de afdeling elektromontage. In deze werkleerbedrijven is ook nog een groot deel van de mensen met een Wsw-baan werkzaam. Het aantal mensen met een Wsw-baan binnen Werkom is sinds de invoering van de Participatiewet gedaald met ca 6% per jaar. Onderstaande figuur illustreert dit.
6
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
Bij de start van Werkom in 2018 werkten er nog zo’n 625 mensen met een Wsw-baan in de verschillende werkleerbedrijven. De uitstroom van Wsw-medewerkers, die een vast dienstverband bij Werkom hebben, begint nu in toenemende mate druk te zetten op de productiviteit van de werkleerbedrijven en de leidinggevende capaciteit (in verband met uitstroom WSW leiding) binnen de werkleerbedrijven. Nog steeds laten veel bedrijven uit de regio delen van hun productie door Werkom uitvoeren. Op deze wijze leveren ze niet alleen een bijdrage aan het financieel resultaat van Werkom, maar ook aan het maatschappelijk resultaat, omdat dit kansen biedt voor mensen om te werken en te leren. Het werk binnen de werkleerbedrijven moet door de uitstroom van de Wsw-medewerkers met steeds minder mensen gedaan worden. De instroom van nieuwe doelgroepen, zoals mensen met een indicatie beschut werk of een doelgroepindicatie, is vooralsnog zeer beperkt. Iemand die vanuit de Participatiewet instroomt in een werkleertraject, kan het productieverlies van een Wsw-medewerker die uitstroomt maar zeer beperkt compenseren. De duur van een werkleertraject is in beginsel 3 maanden. In een kortdurend werkleertraject bereikt iemand niet de productiviteit die mogelijk is bij een langduriger dienstverband. Dit heeft tot gevolg dat de netto toegevoegde waarde (NTW)1 van Werkom daalt.
Een negatief bijeffect is ook dat een deel van de werkcoaches binnen Werkom bestaat uit mensen die vanuit de Wsw deze taak vervullen. Bij het uitstromen van deze medewerkers worden deze vervangen door ambtelijk personeel. Deze kosten komen volledig ten laste van de exploitatie van Werkom, zelfs als het iemand is die vanuit de doelgroep wordt ingezet. Dit in tegenstelling tot de situatie voorheen met de invulling vanuit de WSW. Bij ongewijzigd beleid zal Werkom daarom haar werkleerbedrijven moeten krimpen. Daarmee gaat niet alleen omzet en werk verloren voor de Wsw-medewerkers, maar op termijn ook de hele werkleerinfrastructuur, die van groot belang is om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kansen te bieden op een baan bij bedrijven in de regio. Met het oog op de hiervoor geschetste ontwikkelingen in de werkleerbedrijven en de ontwikkeling van de Werkom Methode heeft Werkom in 2019 het bureau LPBL gevraagd een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) van Werkom op te stellen. Uit de MKBA blijkt dat het werk, dat Werkom biedt in haar werkleerbedrijven, een positieve maatschappelijke businesscase kent van 1,1. Dat betekent dat voor elke euro die de gemeenten investeren in Werkom het maatschappelijk rendement 1,10 euro is.
Deze baten van Werkom bestaan enerzijds uit economische baten als een verhoogd inkomen voor de werknemer, de geleverde productiewaarde en belastingen (BTW en loonbelasting). Anderzijds bestaan deze baten uit maatschappelijke baten zoals verbeterde kwaliteit van leven voor de werknemer, bespaarde zorgkosten door het positieve effect van werk op de eigenwaarde en het voorkomen van kosten voor overlast en criminaliteit door het hebben van een zinvolle dagbesteding. De maatschappelijke businesscase van Werkom verslechtert als de werkleerinfrastructuur krimpt. De maatschappelijke businesscase van Werkom verbetert als meer werk en werkleertrajecten geboden worden aan die doelgroepen waarbij de maatschappelijke baten het hoogst zijn, zoals jongeren en statushouders. De beide gemeenten Purmerend en Zaanstad zijn op basis van deze inzichten in 2020 een beleidsherijkingstraject gestart voor de opdracht van Werkom. Onderstaande uitgangspunten zijn ambtelijk besproken en gepresenteerd in de raadspresentatie van 9 december 2020: 1
Netto toegevoegde waarde (NTW) is bij Werkom het verschil tussen de omzet en de bij derden daarvoor ingekochte materialen.
7
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
1. Leren en ontwikkelen hebben prioriteit boven produceren. 2. Innovatiekracht is nodig want de vraag van de (arbeids)markt is leidend voor de werkleeromgevingen die Werkom biedt. 3. Diverse werkleeromgevingen zijn nodig voor de verschillende doelgroepen die Werkom ondersteunt. 4. Het aanbod aan dienstverlening moet werkgevers blijven helpen, want dat creëert baankansen voor de mensen. 5. Het doel van de Participatiewet is uitstroom naar betaald werk. Daar zijn de inspanningen op gericht. 6. De WSW moet uitgevoerd blijven worden met passende werkleeromgevingen. 7. Het spanningsveld tussen leren, ontwikkelen en produceren moet hanteerbaar zijn binnen Werkom. 8. Werkom is er voor inwoners die het zonder hulp van de overheid niet redden op de arbeidsmarkt. Op basis van deze uitgangspunten is door de gemeenten een aantal scenario’s uitgewerkt. Daaruit is gezamenlijk geconcludeerd dat een adequate opdracht voor Werkom, die recht doet aan de vastgestelde uitgangspunten, meer inzicht vraagt in het vraagstuk, dat er meer ontwikkeltijd nodig is en dat daarin ook de aansluiting op landelijk beleid gezocht moet worden. De oplossing zal niet alleen inhoudelijk gezocht moeten worden. Er moet ook gekeken worden naar het financieringsmodel, en de mogelijkheid tot proces verbetering binnen Werkom.
2.3 Verbetering Werkom Methode Werkom heeft zoals gezegd in 2019 een eigen Werkom Methode ontwikkeld om mensen met een overbrugbare afstand naar werk te begeleiden. De Werkom Methode is weergegeven in onderstaande figuur.
8
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
Met de Werkom Methode beoogt Werkom meer mensen met een Participatiewetuitkering uit te laten stromen naar regulier werk. In lijn met de door de gemeenten in de beleidsherijking geformuleerde uitgangspunten investeert Werkom in een aantal maatregelen ter versterking van haar methode: 1. Ontwikkelen van nieuwe leerwerkfaciliteiten bij reguliere werkgevers in een aantal kanssectoren. Werkom wil in elk geval een leerwerkfaciliteit in de zorg en in de installatietechniek inrichten welke tot concrete uitstroomresultaten moet leiden. 2. Ontwikkelen van nieuwe leerwerkfaciliteiten in publiek-private samenwerkingsverbanden (PPS) tussen Werkom en een private partij. 3. Pilots praktische vaardigheden in kraptesectoren. Werkom wil binnen haar eigen werkleerbedrijf pilots starten om mensen op te leiden in nieuwe sectoren. 4. Ontwikkelen detacheringsfaciliteit. Werkom ontwikkelt in 2021 een detacheringsfaciliteit om werkgevers te faciliteren werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen. De effecten daarvan worden omgezet naar resultaten in 2022. 5. Versterken WSP. Werkom investeert samen met UWV en de regiogemeenten in de doorontwikkeling van het WSP. 6. Versterken kennis en vaardigheden professionals Werkom. Werkom investeert in de ontwikkeling van haar professionals op gebied van kennis, gespreksvaardigheden en acquisitievaardigheden.
2.4 Dienstverlening werkgevers n.a.v. coronacrisis Als gevolg van de coronacrisis zijn bedrijven in een aantal sectoren in 2020 en begin 2021 acuut tot stilstand gekomen en ondervinden andere sectoren in meer of mindere mate productieverlies en knelpunten in hun aanvoer- en afzetketens. Het thuiswerken, het massaal inzetten van online vergader- en overlegfaciliteiten en de vlucht van de verschillende thuisbezorgdiensten zullen ook in 2022 nog doorwerken in de ontwikkeling van de arbeidsmarkt. Werkom verwacht dat de komende 2 jaar nieuwe doelgroepen met geen of een korte afstand tot de arbeidsmarkt een beroep zullen doen op publieke dienstverlening. Ook werkgevers zullen via het WSP andere dienstverlening van Werkom en haar partners verwachten, bijvoorbeeld om mensen tijdelijk uit te lenen naar andere bedrijven. Werkom sluit daarom aan bij de initiatieven die hiervoor vanuit het Regionaal Werkbedrijf en het nog op te richten regionale mobiliteitsteam worden genomen.
2.5 Kaders begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 •
De ontwikkeling van de loonkosten van de ambtenaren volgt de CAO. De laatst afgesloten CAO heeft een looptijd tot 1-1-2021. Voor het jaar 2022-2025 houden wij rekening met een stijging van de totale loonkosten met 3,1%. Dit is gelijk aan het bedrag waarmee voor 2021 is gerekend. Dit is inclusief de ontwikkeling van de werkgeverspremies.
•
De Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) is 1 januari 2020 in werking getreden. De wet brengt belangrijke wijzigingen aan in de regels rond flexwerk en ontslagrecht. Deze wijzigingen hebben mogelijk aanvullende kosten voor Werkom tot gevolg. Op dit moment kunnen deze gevolgen nog niet ingeschat worden. In de ramingen is er derhalve nog geen rekening mee gehouden.
•
De personeelsformatie is gebaseerd op het geldende organogram. De ambtelijke functies begroten we tegen de functionele schaal met een anciënniteit van trede 11.
•
De ontwikkeling van de loonkosten van de SW-medewerkers volgt de cao sociale werkvoorziening. De bijdrage van de gemeente Zaanstad en Purmerend, voor het uitvoeren of doen uitvoeren van taken voortkomend uit of samenhangend met de
9
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
Wet sociale werkvoorziening, bestaat uit een volledige vergoeding van de door het participatiebedrijf gemaakte WSW loonkosten. •
De kosten van derden zijn goederen en diensten die aan Werkom worden geleverd. Het gaat hier bijvoorbeeld om de kosten van energie, kantoorartikelen, accountantsdiensten, onderhoud aan gebouwen en infrastructuur, schoonmaak en softwarelicenties. We gaan uit van een jaarlijkse groei van circa 1,7%.
•
De afschrijving van de vaste activa vindt lineair plaats. Voor het afschrijven van de vaste activa hanteren we de afschrijvingstermijnen uit de financiële verordening: -
gronden en terreinen: geen;
-
terreinvoorzieningen: 20 jaar;
-
gebouwen 40 jaar;
-
installaties 15 jaar;
-
machines en apparaten, inventaris en overige materiële vaste activa: 5 of 10 jaar
•
Voor vervoermiddelen uit het wagenpark wordt per stuk een contract afgesloten met de leverancier, waarin, afhankelijk van het aantal te rijden kilometers per jaar, de gebruiksduur en de restwaarde zijn vastgelegd. Deze elementen worden gebruikt om de jaarlijkse afschrijvingskosten te bepalen;
•
Overige materiële vaste activa worden in minimaal 5 jaar afgeschreven.
•
De afschrijvingen starten in de maand na ingebruikname. Op gronden en terreinen schrijven we niet af. Investeringen beneden € 10.000 nemen we rechtstreeks in de exploitatie op.
Voor deze primaire begroting 2022 is voor wat betreft de opbrengsten een aantal uitgangspunten gehanteerd: • • •
• • • •
•
de gecontracteerde omzet die voortkomt uit de verwachte contracten met derden; de gecontracteerde omzet die voortkomt uit de diensten die aan de omliggende gemeenten worden geleverd; de bijdragen van de gemeenten Zaanstad en Purmerend die bestaat uit budgetten voor de uitvoering van de participatiewet gericht op projecten en trajecten en budgetten voor dekking van de loonkosten en overhead van het overgekomen personeel van de gemeenten. de budgetten van Zaanstad en Purmerend om de werkelijke salarislasten van de SW-ers te dekken; de budgetten van de Overgemeenten ter dekking van de salarislasten van de extra overgenomen SW medewerkers; er wordt gewerkt met een ontwikkelbudget bestemd voor innovaties en het verder ontwikkelen van de dienstverlening; bij een positieve uitspraak van de belastingdienst inzake de koepelvrijstelling zullen de middelen worden ingezet voor de investering in een aantal innovaties en vernieuwingen ter ondersteuning van de Werkom Methode en de ontwikkeling van werkleerbedrijven; Voldoende middelen in de algemene reserve van Werkom om toekomstige exploitatietekorten te kunnen dekken.
2.6 Werk genereren om SW-plekken en werkleerplekken te realiseren Van oudsher vindt de financiering van de infrastructuur van Werkom plaats door dekking uit de door Sw-ers gegenereerde omzet. Met de daling van deze populatie met 4 tot 6 % per jaar komt deze dekking onder druk te staan. De daling van deze dekking en de financiële consequenties zijn aanleiding voor een beleidsherziening. Onderdeel van deze
10
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
beleidsherziening is een scenarioanalyse naar kansrijke sectoren voor betaald werk, onderzoek naar nieuwe instrumenten, meer differentiatie in werkleermogelijkheden of een andere financieringsstructuur.
2.7 Organisatieontwikkeling Medewerkers zijn het belangrijkste kapitaal van Werkom om haar doelen te realiseren. De opgave van de managers en leidinggevenden, maar ook van casemanagers en jobcoaches, verandert fors. Door de veranderende doelgroep worden casemanagers en jobcoaches uitgedaagd om op individueel klantniveau de juiste trajecten te vinden die leiden tot duurzame plaatsing. Om medewerkers aan te laten haken bij deze hernieuwde opgave moet er geïnvesteerd worden in kennis en kunde maar ook in samenwerking onderling en partnership met afnemers en andere stakeholders. Mede onder invloed van de coronacrisis is het ziekteverzuim onder zowel de regeling gebonden en de niet regeling gebonden medewerkers opgelopen. Ter versterking van de integrale verzuimaanpak, waarbij de managers en leidinggevenden meer in de rol van casemanager komen, stelt Werkom tijdelijk een extra casemanager verzuim aan met als doel het verhoogde ziekteverzuim terug te brengen tot branchegemiddelde.
Doelen 2.7.1. Managers stellen een opleidingsplan op voor 2021 en 2022 dat aansluit bij de behoefte van medewerkers en de gewenste ontwikkeling van Werkom. 2.7.2. Iedere manager stelt voor zijn afdeling eigen verzuimdoelen, waarbij het gemiddelde niet mag uitkomen boven het branchegemiddelde (voor ambtenaren 6,0 %; voor niet-ambtenaren 15 %). Managers dienen plannen te maken om deze percentages te realiseren. Ter ondersteuning van deze taak wordt in 2021 en mogelijk overlopend naar 2022 een verzuimmanager ingezet. 2.7.3. In 2021 wordt een tevredenheidsonderzoek onder het personeel van Werkom uitgevoerd. Naar aanleiding van de uitkomsten worden specifieke plannen gemaakt om de tevredenheid te verhogen. Doelen worden gesteld voor 2021 en 2022. Werkom is een relatief jonge organisatie (opgericht op 1 januari 2018). Na de oprichting heeft Werkom tot medio 2019 alle aandacht besteedt aan de verdere professionalisering van het proces van intake tot plaatsing. Hiertoe is de Werkom Methode geïntroduceerd en geïmplementeerd. Doelen 2.7.5. We werken zo veel mogelijk projectmatig. Er wordt een projectmanagementoverleg ingericht dat initiatieven gaat beoordelen, plannen van aanpak gaat accorderen en monitoren. 2.7.6. Werkom geeft extra aandacht aan eisen vanuit recente wetgeving zoals AVG, BIO en Archiefwet 2021. 2.7.7.
Er wordt verder invulling gegeven aan het inkoopbeleid en het duurzaamheidsbeleid. 2.7.8. Er is in 2022 een strategische personeelsplanning geïmplementeerd en werkend die in tijd gezien bijdraagt aan een voortdurende afstemming tussen vraag en aanbod.
11
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
2.8 Huisvesting Werkom heeft vestigingen aan de Einsteinstraat in Purmerend, Slachthuisstraat in Zaanstad en De Roode Wildeman in Wormerveer. Van de Roode Wildeman in Wormerveer is de huur opgezegd en loopt af per 31 januari 2021. Ten aanzien van alle locaties was het noodzakelijk in 2020 een keuze te maken over continuering dan wel afstoten. Voor de (middel)lange termijnvisie op huisvesting zijn inmiddels verschillende scenario’s verkend van nieuwbouw tot het blijven in de huidige bestaande huisvesting. Inmiddels is het huurcontract aan de Einsteinstraat voor 10 jaar verlengd, de Roodewildeman opgezegd en de activiteiten op de Slachthuisstraat verhoogd. Het is van belang de kernwaarden van Werkom terug te laten komen in de huisvesting, wat voornamelijk nog doorgevoerd moet worden op de locatie Einsteinstraat. Het bestuur heeft ingestemd met de verbouwing maar stelt als voorwaarde dat een eventuele beleidsherziening binnen de kaders en vierkante meters van de bestaande gebouwen moet plaatsvinden. De plannen zijn inmiddels geconcretiseerd en de aanpassing worden uitgevoerd medio 2021.
12
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
3
Organisatie
3.1 Bestuur en directie De Gemeenschappelijke Regeling participatiebedrijf Zaanstad-Purmerend, Werkom, is een bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO). De BVO is beleidsarm. Het bestuur bestaat uit twee wethouders van de deelnemende gemeenten. Voor de dagelijkse aansturing van de operationele activiteiten is de algemeen directeur verantwoordelijk. Werkom BVO heeft een besloten vennootschap opgericht, Werkom Diensten BV, waarvan het 100% van de aandelen houdt. Deze BV bedient alle klanten met uitzondering van Zaanstad en Purmerend. Hieronder vallen particuliere klanten en andere gemeenten in de regio. Inmiddels is besloten tot opheffing van de BV Werkom Diensten in de loop van 2021. Het bestuur van Werkom wordt gevormd door de wethouders financiën van de gemeenten Purmerend en Zaanstad. De opdrachtgevers voor uitvoering van de Participatiewettaken zijn de colleges van de gemeenten Zaanstad en Purmerend. De directie, in de uitvoerende rol, is mevrouw Yolanda F.W. Hoogtanders.
3.2 Participatiebedrijf De uitvoeringsorganisatie bestaat in 2022 naar verwachting uit een bedrijfsonderdeel Mens en werk en een bedrijfsonderdeel waarin drie werkleerbedrijven zijn ondergebracht (Industrie en diensten, Groen en schoon en Post en print). Daarnaast beschikt de organisatie over een aantal stafonderdelen die de directeur, het bestuur en de organisatie ondersteunen. Afbeelding 1: organogram Werkom
Werkleerbedrijven Industrie en diensten
Mens en werk
Post en print
Groen en schoon
Financiële adm., ICT, controlling en facilitair
P&O
Directie- en bestuursondersteuning
Directie
13
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
3.3 Doelgroepen Participatiewet Iedereen die kan werken, maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt onder de Participatiewet. De wet is er om zoveel mogelijk mensen met of zonder arbeidsbeperking werk te laten vinden. Het doel was om te komen tot één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt. •
De groep werkzoekenden die regulier kan werken (met bijstandsuitkering, niet uitkeringsgerechtigden). De bijbehorende arbeidsmarktinstrumenten zijn in de regio Zaanstreek Waterland door de gemeenten op elkaar afgestemd.
•
De groep die o.g.v. een arbeidsbeperking niet het WML kan verdienen en door het UWV om die reden in het doelgroep-register is opgenomen. Dit is de groep waarvoor de banenafspraak is gemaakt. Dit zijn de werkzoekenden die voorheen in de Wsw en in de ‘oude’ Wajong instroomden. Bij plaatsing van deze groep op regulier werk wordt hun reële loonwaarde bepaald en ontvangen werkgevers loonkostensubsidie om deze aan te vullen tot WML. Ook kunnen werkgevers een verzoek doen voor inzet van jobcoaching voor deze groepen.
•
De groep die o.g.v. een arbeidsbeperking door het UWV als ‘nieuw beschut’ is geïndiceerd. Deze groep heeft permanente of zeer intensieve begeleiding nodig (en soms vergaande werkplekaanpassingen). Voor hen worden gesubsidieerde arbeidsplaatsen gecreëerd. Gemeenten hebben hiervoor o.g.v. een ministeriële regeling een taakstelling. Als er minder indicaties door het UWV zijn dan de taakstelling, dan hoeft de gemeente minder beschutte werkplekken te creëren (taakstelling 2020: Zaanstad 78 en Purmerend 47).
Daarnaast zijn er regelingen, die sinds 1 januari 2015 afgesloten zijn en geen nieuwe instroom meer hebben. •
De Wet sociale werkvoorziening met beschut werk ‘oud’ en begeleid werken bij werkgevers. Dit aantal gaat omlaag, omdat er geen nieuwe instroom meer is en daalt uiteindelijk tot nul. Werkom voert deze regeling uit.
•
Wajong oud (met werkregeling, studieregeling en uitkeringsregeling).
3.4 Werkgeversdienstverlening Naast bovengenoemde doelgroepen zijn de investeringen in het verbeteren van de werkgeversdienstverlening vanuit maatschappelijk perspectief van belang. Voor een vitale regionale economie is het van belang dat ZZP-ers en mensen met een korte afstand tot werk snel weer een nieuwe baan vinden. Voor een deel van deze groep kan deze nieuwe baan nu wellicht ook in een van de kraptesectoren liggen, die op deze wijze versterkt kunnen worden. De dienstverlening aan werkgevers vergroot het netwerk van Werkom en daarmee de mogelijkheden om (op termijn) ook mensen met een grotere afstand tot werk naar regulier werk te bemiddelen. Werkom wil daarom vanuit breder maatschappelijk perspectief zowel investeren in de groep werkzoekenden met een afstand tot werk evenals in het opvangen van de effecten van de coronacrisis voor werkgevers.
14
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
Doelen 1. Werkom verzamelt in overleg met de beide gemeenten gegevens over de nieuwe doelgroepen die een tijdelijke werkleerbaan krijgen ter vervanging van de uitstroom WSW en organiseert dat er onderzoek gedaan wordt en analyses gemaakt om gezamenlijk tot een verantwoorde aanpak te komen voor onze kwetsbare doelgroep. We zullen onderzoeken van welke kandidaten de maatschappelijke baten het hoogst zijn. 2. Werkom investeert samen met het UWV en de regiogemeenten in de verdere ontwikkeling van het WSP. Hiervoor zijn in het programma Perspectief op Werk regionale middelen vrijgemaakt, die nog doorlopen in 2022. 3. Werkom investeert vanuit het Regionaal Werkbedrijf samen met de partners in het opzetten van mobiliteitsteams om werkgevers en werkzoekenden te ondersteunen.
15
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
4
Beleidsbegroting 2022
4.1 Inleiding De beleidsbegroting bestaat uit één programma ‘Werk’, met drie taakvelden: arbeidsparticipatie, begeleide participatie en overhead.
4.2 Wat willen we bereiken: •
Mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk helpen, bij voorkeur bij een gewone werkgever. Dit geldt voor zowel de reguliere participant, als ook kandidaten met een doelgroepindicatie of nieuw beschut.
•
Werk bieden aan mensen die dit nog niet bij een reguliere werkgever kunnen vinden.
•
In samenwerking met het onderwijs en het bedrijfsleven zorgen voor omscholingsmogelijkheden om de vaardigheden te leren die nu en straks op de arbeidsmarkt worden gevraagd.
•
Werkgevers adviseren en ondersteunen bij inclusief ondernemen.
4.3 Wat gaan we daarvoor doen: Werkom voert in deze begrotingsperiode de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) uit en delen van de Participatiewet, te weten de toeleiding naar werk van mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt en Nieuw Beschut Werk.
4.3.1 Taakveld begeleide participatie Onder dit taakveld vallen twee activiteiten: de bestaande sociale werkvoorziening (Wsw) en de regeling voor Nieuw Beschut Werk.
4.3.1.1 Sociale werkvoorziening Werkom biedt in 2022 in de werkbedrijven werk aan circa 418 SW-medewerkers (personen) van de gemeenten Zaanstad en Purmerend inclusief Beemster en (op inkoopbasis) van de regiogemeenten. Jaarlijks verlaat gemiddeld circa 4%-6% van de doelgroep de huidige Wsw-regeling. De werkbedrijven worden stapsgewijs omgevormd tot werkleerbedrijven, waarin een krimpende groep vaste SW-werknemers werk heeft. Werkom zet voor de begroting 2022 door op de lijn om de leeggekomen plekken binnen het werkleerbedrijf in te vullen met nieuwe doelgroepen. Het gaat dan om mensen uit de participatiewet met een indicatie beschut werk, mensen met een doelgroep indicatie waarvoor een loonkostensubsidie beschikbaar is, en mensen uit de participatiewet zonder indicatie. Werkom streeft er naar het negatieve effect van deze keuze op de NTW te beperken door: • • •
16
Efficiënter te werken (optimaliseren processen) Effectiviteit te vergroten (Focus op leren voor de gehele organisatie) Openvallende plekken opvullen om capaciteit te blijven gebruiken
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
•
Verzuim te reduceren
Uitgangspunt bij het op peil houden van de werkleerinfrastructuur is het aantal Wswwerkplekken uit 2018. De daling van de Wsw-medewerkers wordt opgevangen door dienstverbanden met mensen uit de Participatiewet. Dit heeft een negatieve invloed op het resultaat van Werkom. De Wsw loonkosten worden volledig gesubsidieerd. Dit is niet het geval voor dienstverbanden met mensen uit de participatiewet. Tegenover de extra investeringen in dit scenario staat een stijging van de maatschappelijke baten.
4.3.1.2 Nieuw beschut werk Tenslotte worden de werkleerkbedrijven van Werkom ook ingezet voor de uitvoering van het ‘nieuw beschut werken'. Sinds 1 januari 2017 is voor elke gemeente binnen de Participatiewet een verplichting met taakstelling ontstaan. Het betreft personen die qua arbeidsvermogen en beperking sterk vergelijkbaar zijn met SW-geïndiceerden onder de oude WSW-regeling, die werkzaam zijn in 'beschut binnen' (het huidige bedrijfsonderdeel 'Industrie en diensten').
4.3.1.3 Indicatoren taakveld Begeleide participatie De verwachtingen ten aanzien van de omvang van het aantal SW-medewerkers is als volgt (2020 betreft gerealiseerd): Gemiddelde Fte SW bij Werkom2 Werkom2 020
20 21
20 22
20 23
202 4
202 5
Zaanstad
243,3
248,4
242,6
237,5
231,3
217,56
Purmerend en Beemster
176,3
169,7
165,0
158,5
151,2
146,96
4 19 ,6
4 18 ,1
4 07 ,6
3 96 ,1
38 2 ,5
36 4 ,5
16,6
15,6
14,7
13,8
13,0
d eeln emen de gemeen ten : Werkom Wormerland
13,4
Oostzaan
5,3
Edam-Volendam
16,8
Waterland Landsmeer
1,4
1,0
0,9
0,9
0,8
0,8
sub to taal:
3 6,9
17 ,6
16 ,5
15 ,5
1 4 ,6
1 3 ,7
eind to taal:
4 56 ,5
4 35 ,7
4 24 ,2
4 11 ,6
39 7 ,1
37 8 ,3
Gemiddelde Fte SW Begeleid werken
2020
2021
2022
202 3
202 4
2025
Zaanstad
30,4
32,2
30,3
28,9
26,6
Purmerend en Beemster
22,6
22,4
20,1
18,1
17,0
16,5
5 3,0
5 4 ,6
5 0 ,4
4 7 ,0
4 3,6
4 0 ,3
5 4 ,6
5 0 ,4
4 7 ,0
4 3,6
4 0 ,3
d eeln emen d e gemeen ten : Wormerland
4,1
Oostzaan
1,0
23,8
Edam-Volendam Waterland
2,1
Landsmeer sub to taal:
7,2
eind to taal:
6 0,2
De verwachting ten aanzien van het aantal plekken Nieuw beschut werk is als volgt: Aantallen Nieuw beschut begroting Werkom gemiddeld
202 0
2 02 1
20 22
20 23
202 4
2 02 5
17
35
47
59
72
75
17
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
De gemeentelijke taakstellingen vanuit de Ministeriele Regeling voor Nieuw beschut werk liggen aanzienlijk hoger. In overleg met de beide gemeenten zal afgesproken worden hoe deze streefaantallen gerealiseerd moeten worden. Daarbij speelt overigens de indicatiestelling door het UWV een centrale rol. Taakstelling Nieuw beschut Zaanstad2 020 en Purmerend 202 1
2 022
2023
2024
Zaanstad
78
90
100
108
117
Purmerend (incl Beemster)
47
55
60
65
70
Totaal
125
145
160
173
187
4.3.2 Taakveld arbeidsparticipatie (uitvoering van de Participatiewet-taken) Dit taakveld heeft betrekking op uitvoering van de Participatiewet. Daarmee behoren tot dit taakveld alle op arbeid en uitstroom gerichte participatie en re-integratievoorzieningen zoals proefplaatsingen, participatieplaatsen, detacheringsbanen, scholing et cetera. Een ander onderdeel van het taakveld is, om als netwerkorganisatie met de andere partners, zorg, gemeenten, scholen et cetera op basis van een stevige innovatieagenda nieuwe projecten op te zetten en/of de handen ineen te slaan. In de komende jaren zullen naar verwachting de doelgroepen in het doelgroep-register en de groep ‘nieuw beschut’ toenemen. Voor deze beide groepen is structureel jobcoaching noodzakelijk. Beschut werken noemen we hier wederom, omdat Werkom tracht mensen als eerste te laten aansluiten bij het reguliere arbeidsproces. Als dit niet lukt, dan stelt Werkom een plek beschikbaar en wordt het begeleide participatie. Werkom heeft de infrastructuur, netwerken en deskundigheid om werkzoekenden te begeleiden in hun ontwikkeling naar betaald werk naar vermogen. Ook in deze tijd, waarin het vinden en behouden van betaald werk juist voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt onder druk staat. Dat maakt de opgave niet onmogelijk, wel ingewikkelder.
Effect (maatschappelijke waarde) en resultaat gaat over meer mensen aan het werk, zowel parttime als fulltime, en over een verhoging van de zelfredzaamheid van mensen voor wie werk nog geen haalbare stap is. We zien, mede op basis van analyse van cijfers en gesprekken met medewerkers, dat we op vijf punten beter of anders kunnen werken voor verbetering van het resultaat en daarmee het verhogen van de maatschappelijke waarde: 1. werkgeversdienstverlening en de aansluiting met de (veranderende) arbeidsmarkt; 2. het instroomproces voor de kandidaten; 3. de in te zetten instrumenten; 4. de Werkom professionals; 5. de organisatie van ons werk. Doelen: 1. Onderzoek naar de door casemanagers en jobcoaches gebruikte methoden en technieken met als doel de effectiviteit van het plaatsingsproces te verbeteren. In 2022 streven we naar een stijging naar 29 %. 2. In 2022 wordt onderzocht welke nieuwe werksoorten kansrijk zijn voor deze nieuwe doelgroepen, getoetst aan sociale-, financiële- en strategische criteria. 3. In 2020 is de kandidaat tevredenheid gemeten. In 2022 wordt dit herhaald. Kandidaten dienen dan op alle meetgebieden beter te scoren dan in 2020.
4.3.2.1 Werkgeversdienstverlening Voorvloeiend uit de Participatiewet ondersteunt Werkom werkgevers om inclusief te organiseren. Werkom werkt hierbij samen met het UWV en de regiogemeenten in het Werkgeversservicepunt Zaanstreek Waterland (WSP). De werkgeversdienstverlening bestaat uit:
18
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
-
informatie & advies over de wettelijke regelingen, de mogelijkheden om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen en de mogelijkheden om het werk inclusief te organiseren;
-
informatie & advies te geven over ontwikkelmogelijkheden voor mensen die zelfstandig deze stap niet kunnen zetten bij werkgevers;
-
ondersteuning bieden aan werkgevers voor de inzet van werkgeversinstrumenten zoals loonkostensubsidie, no risk polis en jobcoaching;
-
invulling van vacatures met mensen uit de Participatiewet, de WW, de Wajong en de WIA. Voor de uitvoering van de werkgeversdienstverlening hebben de samenwerkingspartners in het WSP een gezamenlijk uitvoeringsplan en een communicatieplan opgesteld. Voor de uitvoering van deze plannen willen de partners gezamenlijk investeren in extra capaciteit in zowel de aansturing als de uitvoering van de diensten. Een aanvullende financiering is geregeld in het project ”Perspectief naar Werk” waar voor 2 jaar totaal €2 mln. is toegekend. Vooruitlopend hierop heeft Werkom in 2019 en 2020 geïnvesteerd in het verbeteren van de communicatie van het WSP en het versterken van de capaciteit voor werkgeversdienstverlening.
Doelen: 1. In 2021 en 2022 investeert Werkom samen met het UWV en de regiogemeenten in de verdere ontwikkeling van het WSP. Hiervoor zijn in het programma Perspectief op Werk regionale middelen vrijgemaakt. 2. In 2021 en 2022 investeert Werkom samen met de partners in het regionaal werkbedrijf in het opzetten van mobiliteitsteams om werkzoekenden van werk naar werk te begeleiden.
4.3.2.2 Inclusief organiseren Om te bevorderen dat reguliere werkgevers meer mensen met een arbeidsbeperking opnemen in hun bedrijven, wil Werkom inclusieve arbeid organiseren meer onder de aandacht brengen van werkgevers. Werkom heeft hiervoor in eigen huis diverse kennis opgedaan en gebracht binnen de groep jobcoaches. Ook organiseert Werkom regelmatig werkgeversbijeenkomsten, waarin werkgevers elkaar inspireren om inclusieve arbeid te organiseren.
4.3.2.3 Indicatoren taakveld Arbeidsparticipatie Werkom wil sturen op maatschappelijke waarde. Maatschappelijke waarde voor mensen die werk zoeken, voor werkgevers en voor de gemeenten. Voor mensen die werk zoeken biedt werk de mogelijkheid te voorzien in het eigen inkomen. Maar werk is meer dan inkomen. Werk geeft mensen de mogelijkheid zich te ontwikkelen, biedt mensen sociale contacten, bevordert de gezondheid en verhoogt het welzijn van mensen. Veel werkgevers willen naast omzet, winst en marktaandeel ook een bijdrage leveren aan de maatschappij. En gemeenten zijn verantwoordelijk voor het sociale domein waarin werk een belangrijke sleutel is om de maatschappelijke doelen te realiseren. Binnen de pilot zal nader onderzocht worden hoe we dit gaan monitoren.
19
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
De verwachting van de omvang van het aantal participanten is als volgt: Instroom per jaar bij Werkom
2020 realisatie Zaan Purm Totaal
2020 begroot Zaan Purm Totaal
2021 gew Zaan Purm Totaal
2022 Zaan Purm Totaal
2023 Zaan Purm Totaal
Instroom begeleiding
482
299
781
300
450
500
300
800
425
255
680
361
217
578
Instroom Werkcafe aan de poort
47
257
304
-
300
200
500
255
170
425
217
145
362
33
33
-
24
12
36
24
12
36
24
12
36
Zaan Purm
2020
Zaan Purm 2020
Zaan Purm
2021
Zaan Purm
2022
Zaan Purm
2023
618
309
927
883
442
1325
905
453
1358
908
454
1362
235
118
353
271
135
406
257
129
386
231
116
347
66
34
100
66
34
100
66
34
100
1220
611
1.831
1228
616 1.844
1205
Instroom nazorg verwacht gemiddeld aantal kandidaten in begeleiding per jaar Reguliere kandidaten (incl statushouders, nuggers, jongeren) Doelgroep en nieuw beschut
150
Werkcafe aan de poort 1034
456 1.490
853
427
1280
604 1.809
Uitstroom per jaar
Zaan Purm
2020
Zaan Purm 2020
Zaan Purm
2021
Zaan Purm
2022
Zaan Purm
2023
Werkom begeleiding
181
89
270
341
512
130
65
195
161
80
241
161
80
241
WAP
74
74
0
114
57
171
142
71
212
142
71
212
Nazorg
15
15
0
22
11
33
27
14
41
27
14
41
235
427
476
170
80
250
300
100
400
300
100
400
Terugmelding gemeente
192
317
171
159
Als de instroom en als gevolg daarvan de caseload zal gaan zoals in bovenstaande tabel verwacht, zal het budget voor Zaanstad zoals genoemd in H 5.1.2 ontoereikend zijn om iedereen te begeleiden die instoomt. Wij zullen hierover het gesprek aangaan. Dit wordt nader uitgewerkt in de ndvo 2022 die nog moet worden opgesteld. Gem Participanten op interne leerwerkplek (WEP)
2020
2020
2021
2022
2023
Industrie en diensten
43
86
90
78
65
BPP
14
23
20
17
14
Groen
18
41
25
22
18
Schoon
7
10
9
8
Overige
4
4
5
4
3
Totaal
86
154
150
130
108
Gem.Nieuw beschut op interne leerwerkplek
2020
2020
2021
2022
2023
Industrie en diensten
8,05
10
20
25
30
BPP
5,23
6
10
15
20
Groen en schoon
1,84
1
3
5
7
Overige
1,6
0
2
2
2
Totaal
16,72
17
35
47
59
Gem. Banenafspraak/inh doelgroep op interne werkplek
2020
2020
2021
2022
2023
Industrie en diensten
0,44
6,5
6,5
10
12
BPP
1,66
7,5
7,5
12
17
Groen en schoon
11,68
14,5
14,5
20
25
Overige
1,36
8
8
8
8
Totaal
15,14
36,5
36,5
50
62
Gemiddelde basisdienstverbanden
2020
2020
2021
2022
2023
Industrie en diensten
1,7 0,56
0,56
0,56
0,56
BPP
0,2
Groen
2,09
Schoon Staf
0,59
Overig
0,67
Totaal
5,25
3
3
3
3
5,4
72,84
71,3
71,0
8,96
76,4
74,9
74,6
Door de corona situatie is de situatie op de arbeidsmarkt verandert. Naar verwachting zal het aantal kandidaten dat instroomt hoger zijn dan de eerdere verwachting bij de primaire begroting 2021. Daarnaast zal het de aansluiting van kandidaten op de
20
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
arbeidsmarkt moeilijker worden door concurrentie tussen de beschikbare doelgroepen. Immers, de situatie is gewijzigd van een zeer krappe arbeidsmarkt naar een ruime arbeidsmarkt binnen 1 jaar tijd. Het aantal kandidaten in begeleiding (caseload) zal hierdoor, naar verwachting, toenemen. Het aantal plaatsingen nieuw beschut binnen Werkom, is afhankelijk van de indicatie adviezen van het UWV. Afgelopen jaar is het aantal mensen dat een indicatie heeft gekregen fors gegroeid. Een groot gedeelte van deze mensen wordt al door Werkom begeleid en stromen door naar een baan, het grootste gedeelte daarvan bij Werkom. In 2021 en verder is er voor langdurige ontwikkeltrajecten voor doelgroepen ruimte binnen de infrastructuur van Werkom om deze mensen een baan aan te bieden. Zoals besproken in de beleidsherziening zal een deel van deze groep nader bestudeerd worden tijdens het traject om te onderzoeken welk effect het heeft op de kansen van de kandidaat. De peildatum van 2018 wordt gebruikt om de omvang van de mogelijkheden weer te geven in het aantal beschikbare plekken.
4.3.2.4 Meerjarige begroting taakvelden Taakvelden BV Overhead
prim. begroting 2021
Gew. Begr. 2021
begroting 2022
begroting 2023
begroting 2024
begroting 2025
-1.431.626
-1.686.844
-1.828.421
-2.139.177
-2.185.989
-2.181.478
Baten
51.310
1.014.484
756.537
481.554
498.583
454.781
Lasten
-1.482.936
-2.701.328
-2.584.958
-2.620.731
-2.684.571
-2.636.259
Begeleide participatie
1.305.868
1.687.185
1.828.813
2.140.419
2.186.394
2.181.754
Baten
6.659.405
5.800.013
5.886.355
5.976.543
6.070.603
6.168.601
Lasten
-5.353.537
-4.112.829
-4.057.542
-3.836.124
-3.884.209
-3.986.847
Arbeidsparticipatie
-
-
-
-
-
-
Baten
-
-
-
-
-
-
Lasten
-
-
-
-
-
-
Eindtotaal
-125.758
341
392
1.242
405
275
Taakvelden BVO
prim. begroting 2021
Gew. Begr. 2021
begroting 2022
begroting 2023
begroting 2024
begroting 2025 -4.506.540
-4.135.500
-5.265.863
-4.649.983
-4.343.290
-4.428.491
Baten
Overhead
1.235.703
1.008.694
1.498.728
1.876.477
1.993.048
2.281.683
Lasten
-5.371.203
-6.274.556
-6.148.710
-6.219.767
-6.421.539
-6.788.223
Begeleide participatie
2.066.403
2.104.504
2.002.436
1.813.906
1.757.853
1.674.127
Baten
18.027.107
18.277.468
18.629.133
18.736.375
18.661.557
18.473.993
Lasten
-15.960.704
-16.172.965
-16.626.697
-16.922.470
-16.903.704
-16.799.865
Arbeidsparticipatie
1.848.840
2.141.128
2.331.221
2.331.353
2.330.043
2.330.706
Baten
7.896.000
8.170.408
8.228.433
8.376.667
8.592.181
8.788.314
Lasten
-6.047.160
-6.029.280
-5.897.212
-6.045.314
-6.262.139
-6.457.608
Eindtotaal
-220.257
-1.020.231
-316.325
-198.031
-340.596
-501.707
21
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
Taakvelden BV en BVO Overhead
prim. begroting 2021
Gew. Begr. 2021
begroting 2022
begroting 2023
begroting 2024
begroting 2025 -6.688.019
-5.567.126
-6.952.707
-6.478.404
-6.482.467
-6.614.480
Baten
1.287.013
2.023.178
2.255.265
2.358.031
2.491.631
2.736.464
Lasten
-6.854.139
-8.975.885
-8.733.668
-8.840.498
-9.106.110
-9.424.482 3.855.881
Begeleide participatie
3.372.271
3.791.689
3.831.249
3.954.325
3.944.247
Baten
24.686.512
24.077.482
24.515.488
24.712.918
24.732.160
24.642.593
Lasten
-21.314.241
-20.285.793
-20.684.239
-20.758.594
-20.787.913
-20.786.712
Arbeidsparticipatie
1.848.840
2.141.128
2.331.221
2.331.353
2.330.043
2.330.706
Baten
7.896.000
8.170.408
8.228.433
8.376.667
8.592.181
8.788.314
Lasten
-6.047.160
-6.029.280
-5.897.212
-6.045.314
-6.262.139
-6.457.608
Resultaat voor onttrekking
-346.016
-1.019.890
-315.933
-196.789
-340.191
-501.431
Onttrekking algemene reserve
346.016
1.019.890
315.933
-
-0
-0
-196.789
-340.191
-501.431
Resultaat na ontrekking
4.3.2.5 Begeleide participatie: De lasten van het taakveld begeleide participatie bestaan uit de uitvoering van de Wet Sociale Werkvoorziening en het Nieuw beschut werken. Gemeente Zaanstad en Purmerend dekken 100% van de Wsw-loonkosten en verstrekken een loonkostensubsidie van 70% WML uit het BUIG-budget voor Nieuw beschut werken.
4.3.2.6 Arbeidsparticipatie: De lasten van het taakveld Arbeidsparticipatie (Participatiewet) zijn begroot op basis van het toegekende participatiebudget vanuit de gemeenten en de daaraan verbonden kosten minus de kosten van overhead (leidinggevenden, stafafdelingen, opleidingen en verzekeringen).
4.3.2.7 Overhead De lasten van de overhead hebben betrekking op de lasten van de ondersteunende activiteiten zoals afdelingen Personeel en organisatie, Financiën en control, ICT, Facilitair (inclusief huisvesting) en Directie en bestuursondersteuning. De overhead wordt doorbelast naar de overige bedrijfsonderdelen op basis van m2 en fte per bedrijfsonderdeel.
4.3.2.8 Werkom Diensten BV De begroting Werkom Diensten BV toont vooralsnog een positief resultaat.
4.3.3 Beleidsindicatoren BVO (conform vereisten uit BBV) Gew. Begr. begroting begroting begroting begroting Indicatoren BVO 2021 2022 2023 2024 2025 Externe inhuur 287.369 298.191 308.086 318.740 336.479 Externe inhuur als % totale loonsom 4,0% 4,2% 4,2% 4,2% 4,3% Overhead % van totale lasten -21,4% -19,7% -16,9% -17,0% -16,0%
De externe inhuur bestaat in de komende jaren uit inzet voor projecten en de flexibele schil van medewerkers.
22
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
5
Financiële begroting 2022
Zoals in hoofdstuk 2 is betoogd, zijn de gemeenten bezig met een beleidsherijking waarin de maatschappelijke waarde van werk het uitgangspunt vormt. Tegelijkertijd bereiden we ons voor op het opvangen van de effecten van de coronacrisis en anticiperen we op landelijke beleidswijzigingen als gevolg van de coronacrisis, de evaluaties van de Participatiewet en het werk van de commissie Borstlap. Werkom zet daarom voor de begroting 2022 door op de lijn om de leeggekomen plekken binnen het werkleerbedrijf in te vullen met nieuwe doelgroepen. Het gaat dan om mensen uit de Participatiewet met een indicatie beschut werk, mensen met een doelgroep indicatie waarvoor een loonkostensubsidie beschikbaar is, en mensen uit de Participatiewet zonder indicatie. Werkom streeft ernaar het negatieve effect van deze keuze op het resultaat te beperken door: • Efficiënter te werken (optimaliseren processen) • Effectiviteit te vergroten (Focus op leren voor de gehele organisatie) • Openvallende plekken opvullen om capaciteit te blijven gebruiken • Verzuim te reduceren Werkom richt de processen in om de productiviteit te verhogen en wil anderzijds de algemene reserve inzetten ter dekking van het resterende subsidietekort.
Daarnaast investeert Werkom in het versterken van de Werkom Methode om voor groepen met een relatief korte afstand tot werk meer uitstroomkansen te realiseren en sorteert Werkom voor richting de samenwerking en versterking van de regionale mobiliteitsteams en het WSP. Voor deze laatste twee investeringen worden regionale middelen ingezet, die buiten het kader van de begroting vallen. Om de begroting overzichtelijk te houden worden ook de cijfers van de BV weergegeven. Hierna volgt een samenvatting van de belangrijkste verschillen. Meerjarenbegroting BV Realisatie 2020 primair 2021 Gew. begroting 2021 begroting 2022 begroting 2023 begroting 2024 begroting 2025 Ntw 4.611.202 5.265.667 5.397.700 5.213.551 5.016.158 5.114.422 5.155.408 Loonkosten en loonsuppl WSW -8.264 Loonkosten PW/NBW -334.941 -664.165 -967.163 -861.193 -942.281 -1.018.183 -1.100.668 Overige kosten PW/WSW -150.643 -126.002 -38.690 -29.758 -29.574 -29.270 -12.775 Personeelskosten -1.605.257 -3.387.012 -3.545.960 -3.626.156 -3.717.560 -3.808.437 -3.855.035 Directe PW kosten 468.146 647.500 653.550 655.600 719.350 719.350 Overige bedrijfskosten -3.413.136 -1.214.245 -1.493.046 -1.349.602 -981.101 -977.478 -906.004 Mut EV 0 0 0 0 0 0 Bijdrage gemeenten PW Bijdrage gemeenten SW Overige bijdrage gem.
441.560 Overige baten 0 0 0 0 0 0 Totaal BV 8.667 -125.758 341 392 1.242 405 275 Meerjarenbegroting BVO Realisatie 2020 primair 2021 Gew. begroting 2021 begroting 2022 begroting 2023 begroting 2024 begroting 2025 Ntw 3.021.029 4.006.589 4.437.100 5.311.381 5.880.215 6.150.075 6.584.072 Loonkosten en loonsuppl WSW -13.922.658 -14.597.943 -14.554.078 -14.529.972 -14.470.813 -14.249.653 -13.943.177 Loonkosten PW/NBW -235.962 -2.034.786 -2.006.159 -2.462.312 -2.763.785 -3.106.464 -3.532.046 Overige kosten PW/WSW -45.713 -188.631 -111.062 -119.994 -120.179 -120.482 -122.577 Personeelskosten -8.927.331 -6.719.254 -7.498.767 -7.416.416 -7.633.176 -7.838.770 -8.183.008 Directe PW kosten -958.974 -450.000 -997.500 -1.003.550 -1.005.600 -1.069.350 -1.069.350 Overige bedrijfskosten -439.046 -2.897.769 -3.013.441 -2.850.651 -2.910.347 -2.925.256 -2.925.458 Mut EV 298.269 17.594 17.594 16.715 15.879 15.085 15.085 Bijdrage gemeenten PW 7.882.436 7.546.000 8.121.722 8.178.599 8.325.675 8.539.983 8.734.885 Bijdrage gemeenten SW 13.949.264 14.597.943 14.584.361 14.559.875 14.484.100 14.264.236 13.939.867 Overige bijdrage gem. 258.440 Overige baten € 61.204 500.000 0 0 0 0 0 Totaal BVO 940.958 -220.257 -1.020.231 -316.325 -198.031 -340.596 -501.707
23
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
Meerjarenbegroting BV en BVO Realisatie 2020 primair 2021 Gew. begroting 2021 begroting 2022 begroting 2023 begroting 2024 begroting 2025 Ntw 7.632.231 9.272.256 9.834.800 10.524.931 10.896.373 11.264.497 11.739.480 Loonkosten en loonsuppl WSW -13.930.921 -14.597.943 -14.554.078 -14.529.972 -14.470.813 -14.249.653 -13.943.177 Loonkosten PW/NBW -570.903 -2.698.951 -2.973.323 -3.323.505 -3.706.066 -4.124.647 -4.632.713 Overige kosten PW/WSW -196.356 -314.634 -149.752 -149.752 -149.752 -149.752 -135.352 Personeelskosten -10.532.588 -10.106.266 -11.044.727 -11.042.572 -11.350.736 -11.647.206 -12.038.043 Directe PW kosten -490.828 -450.000 -350.000 -350.000 -350.000 -350.000 -350.000 Overige bedrijfskosten -3.852.182 -4.112.014 -4.506.487 -4.200.254 -3.891.447 -3.902.734 -3.831.462 Mut EV 298.269 17.594 17.594 16.715 15.879 15.085 15.085 Bijdrage gemeenten PW 7.882.436 7.546.000 8.121.722 8.178.599 8.325.675 8.539.983 8.734.885 Bijdrage gemeenten SW 13.949.264 14.597.943 14.584.361 14.559.875 14.484.100 14.264.236 13.939.867 Overige bijdrage gem. 700.000 Overige baten € 61.204 500.000 0 0 0 0 0 Totaal BV en BVO 949.625 -346.015 -1.019.890 -315.933 -196.789 -340.191 -501.431 Toevoeging/onttrekking algemene reserve -949.625 346.015 1.019.890 315.933 Totaal BV en BVO na reserve -0 -0 -0 -196.789 -340.191 -501.431 stand reserve 2.015.026 1.669.011 995.136 679.203
Werkom heeft een grote inspanning geleverd de extra investering in maatschappelijke baten binnen het eigen financiële kader op te lossen. Het begrote tekort van 2021 en 2022 wordt gedekt uit een vrijval van de algemene reserve. Daar waar nodig is, bijvoorbeeld naar aanleiding van de financiële gevolgen van de maatregelen rondom het corona virus, zal een extra bijdrage van gemeenten benodigd zijn.
5.1 Toelichting op de baten 5.1.1 Omzet en budgetten 5.1.1.1 Omzet De totale omzet van Werkom zal op basis van het scenario “behoud werkleerinfrastructuur” (zie hoofdstuk 2 over het in stand houden van de bestaande infrastructuur op minimaal het niveau 2018) stijgen doordat de lege plekken van de SWmedewerkers worden opgevuld door PW-ers met een dienstverband waardoor meer productiviteit ontstaat. Hiervoor zijn passende opdrachten uit de markt benodigd.
5.1.1.2 Budget voor Sociale Werkvoorziening en begeleid werken De vergoeding voor loonkosten Wsw en Begeleid Werken (BW) hield tot 2021 gelijke tred met de werkelijke kosten. Door de overname van de Wsw medewerkers van de Overgemeenten is vanaf 2021 een gedeelte van het resultaat tussen de loonkosten en Wsw subsidie voor rekening van Werkom, conform de opdracht Groen Overgemeenten. De verwachting is dat zowel de uitgaven als de daarmee samenhangende budgetten zullen dalen door uitstroom uit de Sociale Werkvoorziening.
5.1.1.3 Overige baten De belastingdienst heeft in 2020 een uitspraak gedaan over de koepelvrijstelling 2018 voor Werkom en Gemeenten. De belastingdienst heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van een koepelvrijstelling, maar wel van een culturele vrijstelling. Ook dan heeft Werkom recht op per saldo een teruggave van ongeveer € 500.000. Dit wil Werkom in 2021 inzetten ter dekking van het verwachte exploitatietekort. In de primaire begroting was de teruggaaf van de belastingdienst nog als bate begroot. Inmiddels is een beschikking van de belastingdienst ontvangen, en is de teruggaaf in de jaarrekening 2020 verewerkt. In 2022 verwachten we geen teruggaaf van de belastingdienst.
24
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 2 , g e w i j z i g d e b e g r o t i n g 2 0 2 1 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom