D 1 Bestemmingsplan Gedempte Where 1, toelichting en regels
Tekst van het document
68
Gedempte Where 1
daarom naar beneden worden bijgesteld naar laag. De top van het veenpakket is enkel in boring 1 nog aanwezig, en is sterk kleiig en niet veraard of amorf. De verwachting voor laat neolithicum t/m vroege middeleeuwen kan naar beneden worden bijgesteld naar laag. Op het veenpakket ligt een restant komklei of oeverklei, mogelijk afkomstig van de natuurlijke Where. Boring 4 laat een geul zien die zich diep heeft ingesneden in het veenlandschap. In boring 105 zijn de verrommelde venige pakketten mogelijk afkomstig van een sloot die dwars op de Where heeft gelopen en op de historische kaarten is te herkennen. Een houten staakje met de punt op ca. 3,1 m -mv (3,87 m -NAP) laat menselijke activiteit zien in het plangebied. Mogelijk heeft het onderdeel uitgemaakt van kadewerken of een brug bij de sloot. De hoge verwachting voor archeologisch resten die te maken hebben met de Where, kadewerken, bruggen en waterwerken van de stad uit de nieuwe tijd kan gehandhaafd blijven. De bovenste delen van de gedempte gracht en sloot worden op basis van het veldonderzoek geschat op 1,85 of 2 m -mv (vanaf een diepte van 1,26 m -NAP). De Where is gedempt, en de landpunt ter plaatse van het plangebied is gesloopt, vergraven en opgehoogd. Later is er bij de aanleg van de huidige bebouwing nog bouwzand gestort en zijn grote delen van het plangebied in het bouwvlak verstoord geraakt.
Het aanwezige puin waarop de helft van de boringen is gestuit, betreft in boring 5 waarschijnlijk recent puin op 0,5 m -mv (0,19 m +NAP) onder of in het aanwezige ophoogzand. In boringen 2 en 3 ligt het op 1,3 en 1,5 m -mv (1 m en 0,98 m -NAP). In boring 3 ligt het onder ophoogzand, in boring 2 lijkt het puin massief. De hoge verwachting voor resten van bewoning uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd kan naar beneden worden bijgesteld naar middelhoog. De geplande werkzaamheden in het kader van het onderhavige plan en het project PostNL, hebben een verstoringsdiepte tot 0,9 m -NAP voor de aanleg van de fundering van het bouwblok, en een maximale verstoringsdiepte van de liftputten van ca. 1,4 m -NAP. Op basis van de resultaten van het bureau- en inventariserend veldonderzoek, reiken de werkzaamheden rond de aanleg van de fundering tot in het ophoogzand. De puinlagen liggen dieper: op 1,3 tot 1,5 m -mv (vanaf 0,98 m -NAP). De mogelijke dempingen en vullingen van de Where worden verwacht vanaf een diepte van 1,85 m -mv (vanaf 1,68 m -NAP). Archeologische resten worden met de aanleg van de fundering daarom zeer waarschijnlijk niet geraakt. Voor de aanleg van liftputten wordt er op vier locaties een put uitgegraven tot een diepte van 1,4 m -NAP, met een grootte van 2,75 m bij 3,75 m (ca. 10,3 m2). Bij deze werkzaamheden worden mogelijk archeologische resten verstoord.
De omvang is echter zo gering, dat vervolgonderzoek op deze locaties niet zinvol wordt geacht. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Het rapport van RAAP geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Purmerend, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
4.8.3 Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan. Voor de uitvoering van het plan is wel een omgevingsvergunning met betrekking tot archeologie in relatie tot bouwen, werkzaamheden en bodemverstoring benodigd, voor de realisatie van het project PostNL waarvoor het onderhavige plan is opgesteld. Uit het verrichte archeologisch onderzoek blijkt dat de betreffende omgevingsvergunning kan worden verleend.
Gedempte Where 1
69
4.9
Cultuurhistorische waarden
4.9.1 Beleidskader In de toelichting van ruimtelijke plannen moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het doel hiervan is om cultuurhistorische belangen meer te laten meewegen in de ruimtelijke ordening. Hiertoe is op 1 januari 2012 het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij dit voorschrift in artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a is opgenomen. De in de grond aanwezige waarden komen in paragraaf 4.8 (Archeologie) aan bod, de overige cultuurhistorische aspecten worden in deze paragraaf besproken. Op 2 november 2017 heeft de gemeenteraad het Erfgoedbeleid Purmerend 2017 vastgesteld. Dit beleid richt zich op het behoud van het Purmerendse erfgoed. Het spreekt de visie uit dat het erfgoed belangrijk is voor de stad. De gemeente heeft vier ambities met betrekking tot het erfgoed: 1. de karakteristieke historische waarden van Purmerend blijven zo veel mogelijk behouden. Dit wil niet zeggen dat erfgoed onaantastbaar is, ontwikkelingen aan en rond cultuurhistorische waarden blijven mogelijk, mits dit gebeurt met respect voor het 'verhaal' van het object; 2. de historische waarden van onze stad worden versterkt door bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een zichtbare relatie met het erfgoed te leggen.
Dit geldt vooral voor locaties in de binnenstad en op bijzondere historische locaties; 3. de kennis over het erfgoed wordt toegankelijker; 4. de gemeente werkt samen met de Purmerendse burgers en ondernemers aan de ambities met betrekking tot het erfgoed. Bij dit beleid is een Cultuurhistorische Waardenkaart opgesteld, waar al het erfgoed van Purmerend op is afgebeeld.
4.9.2 Analyse De Cultuurhistorische Waardenkaart laat zien dat de Gedempte Where behoort tot het historisch stratenpatroon van de binnenstad en dat de Where behoort tot de vestingwerken. Deze waarden worden niet aangetast met het onderhavige plan. Verder blijkt uit de Cultuurhistorische Waardenkaart dat er in en direct nabij het plangebied geen sprake is van actuele cultuurhistorische waarden.
4.9.3 Conclusie Het plan heeft geen invloed op cultuurhistorische waarden.
4.10
Milieuzonering
4.10.1 Beleidskader Milieuzonering legt een relatie tussen de milieuaspecten van een bedrijf - geluid, geur, gevaar en stof en de omgeving. Daarnaast is de mate waarin een bedrijfstype personen- of goederenverkeer genereert mede bepalend voor de mate van hinder, en dus voor de mogelijkheid tot vestiging of uitbreiding. Bij milieuzonering staan vier vragen centraal: 1. Welke afstand is aanvaardbaar tussen nieuwe bedrijven en nieuwe woningen? 2. Welke afstand is aanvaardbaar tussen nieuwe bedrijven en bestaande woningen? 3. Welke afstand is aanvaardbaar tussen bestaande bedrijven en nieuwe woningen? 4. Mag een concreet bedrijf zich op een bepaalde locatie vestigen?
70
Gedempte Where 1
Voor het opstellen van een milieuzonering hanteert de gemeente Purmerend de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. Met behulp van richtafstanden kan worden bepaald welke afstand aanvaardbaar is. Het plangebied ligt in het centrum van Purmerend en is te typeren als een gebied met functiemenging. In gebieden met functiemenging heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Voor een dergelijk gebied wordt in principe een specifieke Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging gehanteerd, indien relevant. Daarin zijn categorieën opgenomen die aangeven onder welke omstandigheden activiteiten inpasbaar zijn. Richtafstanden zijn niet van toepassing. De Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging is voor het onderhavige plan(gebied) niet relevant, omdat het geen bedrijven mogelijk maakt die zijn geclassificeerd onder Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging Purmerend, maar wel bedrijven die vallen onder de Staat van Horeca-activiteiten. Horeca en de Staat van Horeca-activiteiten: Om overlast voor woningen als gevolg van de nabijheid van horeca te beperken, kan in een bestemmingsplan een horecazonering worden gehanteerd. Anderzijds kunnen horeca-activiteiten specifiek worden bestemd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de Staat van Horeca-activiteiten.
Aanwezige of te vestigen horecagelegenheden worden volgens deze staat ingeschaald. In de Staat van Horeca-activiteiten wordt door middel van verschillende categorieën aangegeven of de milieubelasting van een horecagelegenheid toelaatbaar kan worden geacht. De zwaarste categorie (3) zijn de horecabedrijven die voor een goed functioneren ook 's nachts moeten zijn geopend, een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen (verkeersaantrekkende werking, daarmee gepaard gaande hinder op straat en parkeeroverlast), zoals dancings, discotheken en partycentra. Deze bedrijven zijn alleen toelaatbaar in specifiek voor dergelijke horecabedrijven aangewezen gebieden. Voor een algemene toelichting op de Staat van Horeca-activiteiten wordt verwezen naar bijlage 1. De in het plangebied te vestigen horeca-activiteiten zijn volgens de Staat van Horeca-activiteiten ingeschaald in de categorieën 1a en 1b.
4.10.2 Analyse Het onderhavige plan maakt geen bedrijven mogelijk die vallen onder de Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging Purmerend. De horeca-activiteiten van het plan staan vermeld in de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Het onderhavige plan heeft betrekking op nieuwe woningen en een nieuw horecabedrijf. Voor de te vestigen horeca-activiteit(en) is de Staat van Horeca-activiteiten van toepassing. De horecafunctie in het onderhavige plan(gebied) valt onder de categorieën 1a en 1b van de Staat van Horeca-activiteiten. In het onderhavige bestemmingsplan is geen milieuzonering van toepassing. De horeca wordt gevestigd in de nieuwbouw van het plan zelf, en bevindt zich op meer dan 30 meter van bestaande woningen buiten het plangebied. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstand voor een café, bar en restaurant zoals opgenomen in de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' editie 2009. De bestaande horeca buiten het plangebied bevindt zich op meer dan 30 meter van de woningen van het onderhavige plan. Voor een beperkt aantal van de nieuwe woningen geldt dat deze op minder dan de richtafstand van 10 meter liggen, van de horeca van het plan. Bij deze woningen wordt echter een hoogwaardige gevelgeluidwering gerealiseerd, waardoor de korte afstand tussen de nieuwe woningen en horeca aanvaardbaar is.
In de omgeving van het plan zijn geen bedrijven aanwezig met een milieuzonering/richtafstand die reikt tot aan het plangebied. De bedrijven in de binnenstad langs de Gedempte Where, aan de overzijde van het plangebied, vallen onder bedrijven die gemengd kunnen worden met woningen (in een centrumgebied). Deze bedrijven vormen geen belemmering voor de woningbouw in het onderhavige plangebied, en vice versa. Het onderhavige bestemmingsplan bevat geen bedrijven waar een milieuzonering op van toepassing is.
Gedempte Where 1
71
4.10.3 Conclusie Voor het onderhavige plan vormt milieuzonering van bedrijven geen belemmering. In het onderhavige bestemmingsplan is geen sprake van milieuzonering, maar is voor het voorgestane horecabedrijf de Staat van Horeca-activiteiten van toepassing. De horeca vormt geen belemmering.
4.11
Horeca
4.11.1 Beleidskader Ook bij horeca wordt ernaar gestreefd de milieubelasting voor de omliggende woningen zoveel mogelijk te beperken. Dit gebeurt door eisen te stellen aan de toelaatbaarheid van deze activiteiten. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de Staat van Horeca-activiteiten: aanwezige horecagelegenheden worden volgens deze staat ingeschaald. In de Staat van Horeca-activiteiten wordt middels verschillende categorieën aangegeven of de milieubelasting van een horecagelegenheid toelaatbaar kan worden geacht. De zwaarste categorie (3) zijn de horecabedrijven die voor een goed functioneren ook 's nachts moeten zijn geopend en die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen (verkeersaantrekkende werking, daarmee gepaard gaande hinder op straat en parkeeroverlast), zoals dancings, discotheken en partycentra. Deze bedrijven zijn alleen toelaatbaar in specifiek voor dergelijke horecabedrijven aangewezen gebieden.
4.11.2 Analyse In het onderhavige bestemmingsplan zijn horeca-activiteiten t/m categorie 1b mogelijk gemaakt op een klein deel van de begane grond laag van de nieuwbouw. In totaal kan maximaal 150 m2 bvo horeca worden gevestigd. De beoogde horecafunctie betreft een restaurant en/of café, met terras. Voor het terras is een functieaanduiding opgenomen, en dus een locatie aangewezen, in het bestemmingsplan. De horecafunctie zal 's nachts niet geopend zijn; dit maakt het bestemmingsplan niet mogelijk. In de paragraaf 4.2.4 wordt ingegaan op het aspect geluid ten aanzien van de horeca-activiteiten die worden toegestaan in het appartementengebouw, namelijk het terras van het restaurant/café. Hieruit blijkt dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de (directe) omgeving van het plangebied, en in het onderhavige woongebouw. Daarnaast blijkt uit de informatie in paragraaf 4.1.2.3 dat er voldoende parkeerplaatsen in de openbare ruimte beschikbaar zijn voor de bezoekers en werknemers van de horecafunctie.
4.11.3 Conclusie Binnen het bestemmingsplan wordt horeca t/m categorie 1b van de Staat van Horeca-activiteiten mogelijk gemaakt. Uit de onderzoeken ten aanzien van geluid en parkeren blijkt dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het plangebied en de omgeving.
4.12
Bezonning / Schaduwhinder
Ten behoeve van het (bouw)plan voor het appartementengebouw op de PostNL-locatie is een bezonningsstudie verricht door het bureau iTX. In de Toelichting van dit bestemmingsplan is gebruik gemaakt van informatie uit het rapport "Bezonningsstudie Gedempte Where en Hoornselaan [PostNL-locatie] Purmerend" (versie 2, d.d. 15 mei 2020) van iTX, dat is bijgevoegd als bijlage 15.
72
Gedempte Where 1
Uit de bezonningsstudie blijkt het volgende (voor wanneer de zon schijnt): In relatie tot het onderhavige plan, en de realisatie van het PostNL-project, blijven alle appartementen in de omgeving van de PostNL-locatie voldoen aan de lichte TNO-norm van minimaal 120 minuten bezonning op een woning. Echter is er voor met name de specifiek bekeken appartementen in de directe omgeving van het plangebied wel sprake van een afname van de zonuren te verwachten. Uit het vier-seizoenen zon- en schaduwonderzoek komt naar voren dat in de maand maart, in de ochtend, er schaduw als gevolg van de voorgenomen nieuwbouw zal ontstaan op de gevels van de appartementen aan de Tuinhof, ten westen van het plangebied. Deze schaduw loopt echter snel terug, en 's middags is er geen enkel appartement ten westen van de voorgenomen nieuwbouw die schaduw ondervindt. Voor de geprojecteerde woontoren aan de Wagenweg, ten noorden van het plangebied, zal er enige schaduw zijn ongeveer vanaf eind september tot eind maart. Het zwaartepunt van deze schaduw ligt in de maanden december en januari, in de (na)middag. Conclusie De voorgenomen nieuwbouw op de PostNL-locatie zal voor een zekere mate van zonafname zorgen voor een beperkt aantal appartementen gelegen aan het Molenplantsoen, de Tuinhof en de Wagenweg.
Voor de binnenstedelijke situatie zoals deze in het centrum van Purmerend, is de afname acceptabel te noemen temeer omdat er voor alle onderzochte appartementen ruim wordt voldaan aan de eis van 120 minuten zonlicht die de lichte TNO-norm stelt. Het plan voor de PostNL-locatie heeft wat betreft bezonning en schaduw geen onevenredige hinder tot gevolg voor de bestaande woningen in de omgeving van het plan. Dit blijkt uit het verrichte onderzoek naar de bezonning. Het aspect bezonning/schaduwhinder vormt geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan.
4.13
Wind
Ten behoeve van het (bouw)plan voor het appartementengebouw op de PostNL-locatie is een windhinderstudie verricht door het bureau Actiflow. In de Toelichting van dit bestemmingsplan is gebruik gemaakt van informatie uit het rapport "PostNL te Purmerend - Kwalitatief windhinderonderzoek Gedempte Where 1" (d.d. 22 april 2020) van Actiflow, dat is bijgevoegd als bijlage 16. De analyse en conclusie in het windonderzoek worden hierna beschreven. Voor de meeste regio's in Nederland geldt dat zuidzuidwesten (ZZW) en westzuidwesten (WZW) de meest dominante windrichtingen zijn. Voor het onderhavige appartementengebouw zijn met name de bouwvolumes met façades richting het zuiden (Z) en zuidwesten (ZW) gevoelig voor twee effecten: het 'downwash' effect en het hoekstroom-effect. Het downwash-effect houdt in dat wind van op grotere hoogte als het ware naar beneden valt en op voetgangersniveau hinder veroorzaakt. Het hoekstroom-effect houdt in dat wind versnelt rond de hoeken van het gebouw en daarmee ook lokaal tot windhinder kan leiden. Voor het onderhavige project PostNL wordt echter niet verwacht dat deze effecten een significante invloed zullen hebben op het lokale windklimaat. De reden hiervoor is dat deze effecten met name voorkomen wanneer er een groot verschil is in hoogte tussen de nieuwbouw en de omliggende bebouwing, wat hier niet het geval is.
Het hoekstroomeffect wordt verder in de hand gewerkt door scherpe randen aan het gebouw. Aangezien de zuidelijke en westelijke hoeken van het project appartementengebouw PostNL als het ware afgerond zijn (stompe hoeken), wordt het hoekstroomeffect al grotendeels opgelost. Van belang is wel dat er oncomfortabele condities kunnen ontstaan nabij de ingang van de parkeergarage. De reden hiervoor is dat deze doorgang precies is uitgelijnd met de meest voorkomende windrichting (ZW), waardoor lokaal relatief hoge windsnelheden kunnen worden verwacht. Om deze reden is het advies om deze locatie niet te gebruiken voor 'langdurig zitten/staan' voor voetgangers en/of fietsers.
Gedempte Where 1
73
Voor het windklimaat aan de noordzijde van het project PostNL worden er weinig problemen verwacht. De bestaande bebouwing ten noorden van het plangebied vormt weinig tot geen belemmering voor de wind, mede omdat wind uit het noorden zo weinig voorkomt, dat deze wind zelden leidt tot een slecht lokaal windklimaat. Aan de noordwestgevel van de projectbebouwing is er wel nog een doorgang naar de binnentuin die onderhevig kan zijn aan wind uit het westen. Echter, aangezien de doorgang erg smal is ten opzichte van de hoogte van de bebouwing, is het risico op windhinder laag. Ook voor de binnentuin zal het windklimaat comfortabel zijn, aangezien dit gebied wordt afgeschermd door de omringende bebouwing. Conclusie In het algemeen kan gesteld worden dat het lokaal windklimaat niet significant beïnvloed zal worden door het nieuwbouwproject PostNL. Er wordt een comfortabel windklimaat verwacht, en het risico op windhinder wordt gekwalificeerd als laag. Het aspect windhinder vormt geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan.
4.14
Milieueffectrapportage (m.e.r.)
4.14.1 Beleidskader Het instrument en de procedure milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in (samenhang met) het Besluit milieueffectrapportage. Voor alle projecten en plannen waarbij de activiteit is opgenomen in (Bijlage D van) het Besluit milieueffectrapportage (Besluit mer) moet door het bevoegd gezag worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Via een m.e.r.-beoordeling worden de milieueffecten van de gewenste ontwikkeling onderzocht. Op basis hiervan wordt beoordeeld en beslist of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Volgens onderdeel D 11.2 van de Bijlage bij het Besluit mer dient er voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen een m.e.r.-beoordeling te worden gedaan. De inhoudelijke vereisten voor de m.e.r-beoordeling staan benoemd in bijlage III van de Europese richtlijn mer. Hierin staat dat de voorgenomen activiteiten aan de volgende drie aspecten moeten worden getoetst: 1. kenmerken van het project; 2. plaats van het project; 3. kenmerken van het potentiële effect.
4.14.2 Analyse Het onderhavige plan betreft een stedelijk ontwikkelingsproject. Daarom is beoordeeld of voor het onderhavige bestemmingsplan een milieueffectrapport (MER) moet worden gemaakt. In het kader van de m.e.r.-beoordeling is een aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling voor het project PostNL opgesteld, die is aangeleverd door de initiatiefnemer. De aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling project PostNL (d.d. 26 oktober 2020), van Metafoor RO, is bijgevoegd als bijlage 17. Uit de m.e.r.-beoordelingsnotitie blijkt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen vanwege het project PostNL en het onderhavige plan. Het college heeft hierop besloten dat geen MER opgesteld hoeft te worden. Bij de m.e.r.-beoordeling - de notitie en het besluit - zijn de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect in acht genomen.
74
Gedempte Where 1
4.14.3 Conclusie Gezien de kenmerken van de potentiële effecten van het voornemen in combinatie met de kenmerken/gevoeligheid van de omgeving waarin deze optreden, is de impact van het plan op het milieu gering te noemen. Er is geen sprake van belangrijke nadelige milieugevolgen vanwege het plan. Het is dus niet noodzakelijk om een MER op te stellen en een m.e.r.-procedure te voeren.
Gedempte Where 1
75
76
Gedempte Where 1
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Planvorm
Het onderhavige plan is een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan is opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een actueel en adequaat juridisch kader voor ontwikkeling en beheer van het plangebied. Gezien de duidelijke voorgestane ontwikkeling is gekozen voor een gedetailleerde planvorm. Deze planvorm maakt het mogelijk de functies in het plangebied te voorzien van een gedetailleerde bestemmingsregeling waardoor de ruimtelijke kwaliteit in het gebied als zodanig kan worden beheerd en behouden. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het direct mogelijk is om met het bijbehorende renvooi (verklaring van de bestemmingen) te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied gegeven zijn. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft omtrent de in acht te nemen horizontale en verticale maten. In de bijbehorende regels zijn de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de gebruiksbepalingen alsmede de eventuele afwijkingsmogelijkheden te vinden. Voor een goede ruimtelijke ordening is het noodzakelijk dat de in het bestemmingsplan gestelde regels zodanig zijn opgesteld dat deze (goed) te handhaven zijn.
Het gemeentebestuur is van oordeel dat de regels in het onderhavige plan voldoen aan deze eis. Ten behoeve van de flexibiliteit is een aantal afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Opbouw van het bestemmingsplan Een bestemmingsplan bestaat uit drie delen: de Verbeelding, de Toelichting en de Regels. Hierbij geven de Regels de juridische bepalingen van het bestemmingsplan en geeft de Verbeelding de locaties en aanduidingen van die juridische bepalingen weer. Hieronder worden deze onderdelen van het onderhavige bestemmingsplan "Gedempte Where 1" beschreven. De Regels zijn, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen SVBP2012, ondergebracht in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1: Inleidende regels. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. Hoofdstuk 3: Algemene regels. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels.
5.2
Bestemmingsregeling
De in het plangebied opgenomen hoofdfunctie is niet overeenkomstig het huidige c.q. voormalige gebruik bestemd. In het plangebied is sprake van een nieuwe ontwikkeling met woningbouw en herinrichting, die nagenoeg het gehele plangebied beslaat. De regelingen in het bestemmingsplan zijn hieronder toegelicht. Inleidende regels In Hoofdstuk 1 van de Regels worden begrippen verklaard die worden gebruikt in de Regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Vervolgens is in artikel 2 'Wijze van meten' bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden.
Gedempte Where 1
77
Bestemmingsregels Ten aanzien van de bestemmingen geldt dat voor bouwwerken geen gebouwen zijnde, de toegestane bouwhoogtes grotendeels in de algemene bouwregels zijn opgenomen. Het parkeren voor de bestemming 'Wonen' is geregeld in de algemene gebruiksregels. De algemene bouwregels en gebruiksregels staan in Hoofdstuk 3 van de Regels. In het onderhavige bestemmingsplan zijn de volgende bestemmingen opgenomen. Artikel 3 Groen Een groot deel van het nieuwe groen met een structurerele functie is bestemd als 'Groen'. Kleine stukjes siergroen vallen onder de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Binnen de bestemming 'Groen' is een beperkt aantal gebruiksvormen toegestaan, zoals groen, voet- en fietspaden, water, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen en kunstobjecten. Er mogen binnen deze bestemming in principe slechts bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Artikel 4 Verkeer - Verblijfsgebied De bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' wordt toegekend aan wegen, fietspaden en voetpaden met een verkeers- of verblijfsfunctie, of anderzijds gebieden met een verblijfsfunctie (met overwegend verhard oppervlak) in de openbare ruimte. Binnen deze bestemming is een aantal daarin passende gebruiksvormen toegestaan, zoals parkeren, het verzamelen van huisvuil, groen- en waterpartijen en kleine nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen en dergelijke.
Ter plaatse van de functieaanduiding 'terras' op de verbeelding is een terras ten behoeve van de horecafunctie in de bestemming 'Wonen' toegestaan. Aan het gebruik van het terras zijn speficieke gebruiksregels verbonden. De gebruiksregels voor het terras borgen een aanvaardbare geluidsbelasting vanwege het terras op en in woningen, binnen en buiten het plangebied. Artikel 5 Wonen De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor de bewoning door personen, en de bij de woningen behorende voorzieningen, zoals parkeerplaatsen, bergingen, tuinen, erf- en terreinafscheidingen, speeltoestellen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen. Aan-huis-verbonden beroepen, (kleinschalige) bedrijvigheid en bed & breakfast zijn toegestaan, zolang de woonfunctie in overwegende mate aanwezig blijft en er geen hinder voor de omgeving optreedt. In het woongebouw zijn tevens een tweelaags parkeergarage en een horecafunctie voorzien, in de bestemming 'Wonen'. Voor de parkeergarage en de horeca is een functieaanduiding op de verbeelding opgenomen. De horecafunctie is mogelijk ter plaatse van de zuidoosthoek van het hoofdgebouw, enkel op de begane grond laag, met een maximale oppervlakte van 150 m2 bvo. De toegestane horeca-activiteiten betreffen de categoriën 1a en 1b van de Staat van Horeca-activiteiten, die is opgenomen als bijlage bij de regels.
Het bestemmingsvlak Wonen is gebaseerd op de omtrek van de wanden (aan de straatzijde) van het hoofdgebouw, en op de situering van balkons aan de noordoostzijde van het woongebouw. Het bouwvlak is grotendeels gelijk aan het bestemmingsvlak. De toegestane maximale bouwhoogtes van het hoofdgebouw zijn weergegeven op de verbeelding, zoals aangegeven in de regels. In de bouwregels is het volgende opgenomen: het maximum aantal woningen bedraagt 161 woningen indien er geen horeca wordt gerealiseerd, en bedraagt 158 woningen indien er 150 m2 bvo horeca wordt gerealiseerd.
78
Gedempte Where 1
Artikel 6 Waarde - Archeologie Gebieden die op de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart, bijlagen van de Beleidsnota Archeologie in Purmerend (2009) zijn aangewezen als gebieden met een middelhoge of hoge archelogische verwachtingswaarde, worden beschermd via de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie'. Voor het plangebied geldt, behoudens het bouwvlak van Wonen, de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Artikel 7 Waterstaat - Waterkering De in het plangebied aanwezige gronden die zijn aangewezen voor waterstaatkundige doeleinden worden beschermd via de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Voor bouwwerken of bouwwerkzaamheden binnen de grenzen van het waterstaatswerk gelden beperkingen.
Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Het doel van deze bepaling is te voorkomen dat grond die al in aanmerking is genomen of betrokken is bij het verlenen van een vergunning niet nog een keer wordt betrokken bij een aanvraag om omgevingsvergunning. Hierdoor wordt voorkomen dat met gebruikmaking van privaatrechtelijke overeenkomsten, de publiekrechtelijke regels worden ondergraven. Artikel 9 Algemene bouwregels In dit artikel worden regels gegeven voor de toegestane overschrijding van bouwgrenzen. Tevens worden in dit artikel regels gegeven voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die op twee of meer bestemmingen (en dus meer algemeen) van toepassing zijn. Objecten van beeldende kunst zijn toegestaan tot een hoogte van 6 meter. Burgemeester en wethouders kunnen binnenplans afwijken om objecten tot een hoogte van maximaal 15 meter toe te staan. Voor ondergrondse bouw zijn in dit artikel bepalingen opgenomen. De regels die van toepassing zijn op bovengrondse bouw zijn ook van toepassing op ondergrondse bouw. Het onderhavige bestemmingsplan verbindt daar de regel aan dat qua diepte ondergrondse bouw beperkt moet blijven tot ten hoogste één bouwlaag. Artikel 10 Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksbepaling is opgenomen wat onder verboden gebruik van de gronden wordt verstaan.
Ten aanzien van bewonersparkeren is een bepaling opgenomen, die is gebaseerd op het aantal parkeerplaatsen van het PostNL-project en op het parkeer- en mobiliteitsbeleid voor de binnenstad van Purmerend: Bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk geldt het volgende: Voor de bewoners van de woningen in het plangebied dienen minimaal 0,4 parkeerplaatsen per woning op eigen terrein beschikbaar te zijn. Van de parkeerplaatsen voor de bewoners kunnen er 5 tot 10 parkeerplaatsen voor deelauto's worden gebruikt. Het niet voorzien in en het niet in stand houden van de parkeerplaatsen wordt gerekend tot strijdig gebruik. De lage parkeernorm haakt aan op het doel van een autoluwe binnenstad en de aanwezige nul-vergunningenregeling voor de omgeving van het plangebied, en het toch bieden van parkeerplaatsen ten behoeve van een bredere doelgroep. Voor het onderhavige plan(gebied) is maatwerk van toepassing.
Gedempte Where 1
79
Artikel 11 Algemene afwijkingsregels Dit artikel geeft een regeling voor het geval dit voor een betere technische realisering van bouwwerken dan wel in verband met de werkelijke toestand van het terrein noodzakelijk is. Deze afwijkingsregel dient bij uitzondering te worden toegepast. De noodzaak om van de bestemmingsregeling af te wijken dient te worden aangetoond.
Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit in werking treedt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Daarnaast zijn overgangsregels opgenomen ten aanzien van het bouwen. Een bouwwerk dat afwijkt van de bouwregels van het bestemmingsplan op het moment dat dit in werking treedt, mag gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, of na een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De afwijking mag daarbij naar aard en omvang niet worden vergroot. Daarvan mag eenmalig worden afgeweken tot maximaal 10% van de inhoud van het bouwwerk. Het overgangsrecht is niet van toepassing op bouwwerken die reeds in strijd waren met het voorgaande geldende bestemmingsplan.
80
Gedempte Where 1
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
De gemeente mag op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) alleen meewerken aan planontwikkelingen die haalbaar en uitvoerbaar zijn. Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient de toelichting van een bestemmingsplan inzichten te bevatten over de uitvoerbaarheid van een plan.
6.1
Privaatrechtelijke uitvoerbaarheid
Door de gesloten overeenkomst tussen de ontwikkelaar (eigenaar perceel voormalig postkantoor) en de gemeente, vindt er een verschuiving plaats in het grondeigendom in het plangebied. De ontwikkelaar is eigenaar van het nieuwe bouwvlak in het onderhavige plan(gebied). Voor de rest van het plangebied is de gemeente de grondeigenaar. De gronden buiten het bouwvlak betreffen de (nieuwe) openbare ruimte. Onder meer vanwege de gesloten anterieure overeenkomst tussen de ontwikkelaar/initiatiefnemer en de gemeente, is het plan uitvoerbaar. Er is zonder meer sprake van recht van overpad. De ruimte direct naast het bouwvlak (en dus het appartementengebouw project PostNL) is openbaar toegankelijk, waarmee het gebouw toegankelijk/bereikbaar is en kan worden aangesloten op de nutsvoorzieningen (kabels en leidingen). De overhangende balkons e.d. (buiten het bouwvlak) zijn privaat- en publiekrechtelijk toegestaan.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de Toelichting inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Als bouwplan als bedoeld in artikel 6.12 eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), wordt, in artikel 6.2.1 van het Bro, onder meer aangewezen, een bouwplan voor de bouw van één of meer woningen. Bij het onderhavige bestemmingsplan "Gedempte Where 1" is sprake van een bouwplan ex artikel 6.2.1 Bro. Indien sprake is van een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro is de gemeente verplicht een exploitatieplan op te stellen. De gemeenteraad kan op basis van artikel 6.12, tweede lid Wro echter besluiten om geen exploitatieplan vast te stellen wanneer: a. het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of de vergunning begrepen gronden anderszins verzekerd is; b. het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13 eerste lid, onder c, 4° onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is, en c. het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.
Het kostenverhaal kan worden verzekerd via bijvoorbeeld een gemeentelijke grondexploitatie, waarbij sprake moet zijn van gemeentelijke gronduitgifte, of via een anterieure overeenkomst met de grondeigenaar over de ontwikkeling.
Gedempte Where 1
81
Het kostenverhaal, met betrekking tot de bouwplanontwikkelingen, ten aanzien van het bestemmingsplan "Gedempte Where 1" is verzekerd middels een anterieure overeenkomst. De gemeente heeft een anterieure overeenkomst gesloten met de ontwikkelaar Noord Hollandse Projectontwikkeling Maatschappij 2 B.V., de enige eigenaar en ontwikkelaar van de particuliere grond in het plangebied van het onderhavige bestemmingsplan. De gemeentelijke kosten worden op basis van de overeenkomst verhaald op de ontwikkelaar. Uit paragraaf 3.1.3 van de Toelichting van dit bestemmingsplan, en het verrichte woningbehoefte-onderzoek en horecabehoefte-onderzoek, blijkt dat er voldoende additionele behoefte aan woningen (en bovendien appartementen) en horeca is in Purmerend en de relevante marktregio, om met dit plan in een relevante behoefte te voorzien. Op basis van de anterieure overeenkomst, en de grote behoefte aan de functies in dit plan, blijkt dat het onderhavige bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is.
6.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.3.1 Algemeen In deze paragraaf wordt ingegaan op het draagvlak dat in de maatschappij en bij andere (overheids-) instanties leeft voor de ontwikkeling. Het moet aannemelijk zijn dat er voldoende draagvlak is, waarbij opgemerkt wordt dat het is niet mogelijk is iedereen tevreden te stemmen. Bij het tegen elkaar afwegen van de diverse belangen kan het altijd mogelijk zijn dat één belang minder gewicht wordt toegekend dan het ander.
6.3.2 Omgevingsparticipatie Op 10 juli 2019 is er reeds een inloopavond voor o.a. het PostNL-project geweest. Het betrof een presentatie van drie projecten: PostNL, en Veld I en Veld J op Kop West. De uitnodiging hiervoor was gemeentebreed. Het uitgangspunt was om in 2020 een inloopavond/bijeenkomst te organiseren voor omwonenden en belanghebbenden in de omgeving van het plangebied. In verband met de 'corona-situatie' was dit niet mogelijk. Daarom heeft er op 2 juni 2020 een digitale informatiebijeenkomst plaatsgevonden, met een presentatie en de gelegenheid om vragen te stellen. Het verslag van de bijeenkomst, en het overzicht van de vragen en antwoorden, zijn bijgevoegd als bijlagen 18 en 19.
6.3.3 Overleg ingevolge artikel 3.1.1 Bro Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat een bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een ruimtelijk plan, daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van Rijk en provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Artikel 3.1.6 Bro bepaalt daarnaast dat in de toelichting de uitkomsten van dit overleg worden beschreven. Het concept van dit bestemmingsplan is met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier besproken. Het concept van dit bestemmingsplan is tevens voorgelegd aan de regiogemeenten. De aard van het plan maakt het niet nodig dat het plan wordt voorgelegd aan andere instanties. Enkel van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is een inhoudelijke reactie ontvangen.
82
Gedempte Where 1
Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) heeft om verduidelijking en nadere toelichting gevraagd op een aantal onderdelen in de watertoets, en om de toevoeging van de functies water en waterhuishoudkundige voorzieningen. De vragen van het HHNK zijn beantwoord, en de watertoets is aangepast. In de bestemmingen 'Groen' en 'Wonen' zijn de functies water en waterhuishoudkundige voorzieningen toegevoegd.
6.3.4 Voorbereiding ingevolge artikel 3.8 Wro / Zienswijzenprocedure Artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Deze afdeling bevat bepalingen omtrent de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Het ontwerp van dit bestemmingsplan is zes weken ter inzage gelegd, met in die periode de gelegenheid voor een ieder om een zienswijze op het plan in te dienen. Zienswijzenprocedure Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 9 november t/m 21 december 2020 ter inzage gelegen, met de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Er zijn twee zienswijzen ingediend. De zienswijzen gaven geen aanleiding om het plan te wijzigen. Voor de beantwoording van de zienswijzen over het bestemmingsplan wordt verwezen naar de Nota van zienswijzen. Deze nota is opgenomen als bijlage 22 van dit bestemmingsplan. Ambtshalve wijzigingen Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan is het vast te stellen bestemmingsplan enigszins aangepast. Het betreft één wijziging in de Regels, namelijk de toevoeging van een specifieke gebruiksregel met betrekking tot middeldure huurwoningen in de bestemming 'Wonen'. Daarnaast is de Toelichting geactualiseerd ten aanzien van nieuw gemeentelijk beleid.
Voor het overzicht van de aanpassingen wordt verwezen naar bijlage B van de Nota van zienswijzen (zie bijlage 22 van dit bestemmingsplan). Vaststelling Na de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad zal het bestemmingsplan opnieuw zes weken ter inzage worden gelegd voor de beroepstermijn. Een belanghebbende die op het ontwerpbestemmingsplan een zienswijze naar voren heeft gebracht, en andere belanghebbenden die niet eerder een zienswijze hebben ingediend, kunnen tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan beroep instellen (volgens artikel 6:13 Awb en artikel 8.1 Awb).
Gedempte Where 1
83
84
Gedempte Where 1
Regels
Gedempte Where 1
85
86
Gedempte Where 1
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan 'Gedempte Where 1' met identificatienummer NL.IMRO.0439.BPGedempteWhere1-va01 van de gemeente Purmerend. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aan- en uitbouw een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.6 aan-huis-gebondenberoep een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.7 antennedrager een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 1.8 antenne-installatie een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.
1.9 archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die beschikt over een certificaat als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de Erfgoedwet. 1.10 archeologischewaarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.11 bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.12 bedrijf een onderneming gericht op het produceren, vervaardigen, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen.
Gedempte Where 1
87
1.13 bestaandeafstands-,hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.14 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.15 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.16 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.17 bijgebouw een gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.18 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.19 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.20 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor woonfuncties geschikt of geschikt te maken is. 1.21 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.22 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.23 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.24 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.25 bruto vloeroppervlakte (bvo) de vloeroppervlakte van de ruimte, dan wel van meerdere ruimten, van een vastgoedobject, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de (buitenste) opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte(n) omhullen.
88
Gedempte Where 1
1.26 café een horecabedrijf, niet zijnde een discotheek of bar/dancing, uitsluitend of overwegend gericht op het verstrekken van dranken voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van kleine etenswaren, al dan niet ter plaatse bereid. 1.27 dakkapel een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst. 1.28 dakopbouw a. een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich in geval van gebouwen met een hellend dakvlak tussen de dakgoot en de nok bevindt en waarvan de onderzijde van de constructie in het verlengde van het gevelvlak is geplaatst; b. een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich in geval van gebouwen met een platte afdekking boven de dakgoot dan wel het boeibord bevindt. 1.29 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
1.30 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren, internetwinkels en bankfilialen. 1.31 discotheek of dancing een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van dranken voor consumptie ter plaatse, in combinatie met het doen beluisteren van overwegend mechanische muziek en het gelegenheid geven tot dansen, feesten en andere daarmee vergelijkbare evenementen. 1.32 erker een hoek- of rondvormig ondergeschikte toevoeging aan de verblijfsruimte van de woning (woonkamer) gelegen aan de voorgevel op de begane grond en aan drie zijden geheel of gedeeltelijk voorzien van glas. 1.33 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.34 geluidsgevoelige objecten woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en artikel 1.2 van het Besluit geluidhinder. 1.35 hoofdgebouw een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
1.36 horecabedrijf het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf.
Gedempte Where 1
89
1.37 hotel een horecabedrijf, dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies (per nacht) met - al dan niet - als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden en dranken voor consumptie ter plaatse. 1.38 kampeermiddelen niet als een bouwwerk aan te merken vouwwagens, kampeerauto's, caravans of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief verblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. 1.39 kap constructie ter afdekking van een gebouw waarop de dakbedekking rust, niet zijnde een muur, en die bestaat uit ten minste twee hellende dakvlakken die elkaar snijden op het hoogste punt. 1.40 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer geldt en waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past. 1.41 middeldure huurwoning geliberaliseerde woning voor middenhuur, als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder j van het Besluit ruimtelijke ordening. 1.42 NEN door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan.
1.43 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.44 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. 1.45 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.46 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.47 peil a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.48 perceelsgrens de grens van een bouwperceel.
90
Gedempte Where 1
1.49 platte afdekking een horizontaal vlak, ter afdekking van een gebouw, dat meer dan tweederde van het grondoppervlak van het gebouw beslaat. 1.50 prostitutie het zich beschikbaar stellen voor seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.51 reclamemast een bouwwerk, geen gebouwen zijnde, specifiek bedoeld voor de uiting van bedrijfsmatige reclame. 1.52 restaurant een horecabedrijf, uitsluitend of overwegend gericht op het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van dranken. 1.53 seksinrichting het bedrijfsmatig - of in een omvang of frequentie die daarmee overeenkomt - gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of in een vaartuig, verrichten van seksuele handelingen. 1.54 Staat van Horeca-activiteiten de Staat van Horeca-activiteiten die van deze regels deel uitmaakt. 1.55 verblijfsmiddelen voor verblijf geschikte - al dan niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken - voer- en vaartuigen, arken, caravans, tenten en andere soortgelijke constructies, voor zover geen bouwwerken en geen kampeermiddelen zijnde. 1.56 vloeroppervlak het totale oppervlak van vloeren van alle bouwlagen van een gebouw.
1.57 voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt, mede gezien de situering van het huisnummer, brievenbus, voordeur en uitrit. 1.58 voorgevelrooilijn denkbeeldige lijn waarin een (of meer) gevel(s) van een gebouw word(t)(en) geplaatst en die is gelegen aan de zijde van de aan de weg gelegen perceelsgrens. 1.59 woning (een gedeelte van) een gebouw geschikt en bestemd voor de huisvesting van personen, anders dan voor recreatieve doeleinden.
Gedempte Where 1
91
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2 de bouwhoogte van een antenne-installatie a. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; b. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 de breedte, lengte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.5 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
2.7 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.9 de vloeroppervlakte de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.
92
Gedempte Where 1
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Bestemmingsregels
Groen
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen en groenvoorzieningen; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. speelvoorzieningen; d. voetpaden en fietspaden; e. erftoegangswegen; f. nutsvoorzieningen; g. objecten van beeldende kunst; h. bij deze bestemming behorende bouwwerken. 3.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend ten behoeve van de bestemming bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen voor nutsvoorzieningen alsmede openbare toiletvoorzieningen; b. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de maximale bouwhoogten zoals aangegeven in artikel 9.2 van deze regels.
Gedempte Where 1
93
Artikel 4
Verkeer - Verblijfsgebied
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen met een functie voor verblijf en verplaatsing; b. verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen; c. fietspaden en voetpaden; d. parkeren en parkeervoorzieningen; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - in- en uitrit parkeergarage', tevens de inen uitrit, dan wel toegangsweg, van een parkeergarage; f. infrastructurele kunstwerken; g. groenvoorzieningen; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; i. speelvoorzieningen; j. nutsvoorzieningen; k. ondergrondse containers; l. objecten van beeldende kunst; m. reclame-uitingen; n. ter plaatse van de aanduiding 'terras', tevens een terras ten behoeve van horeca, zoals bedoeld in 5.1, onder c; o. bij deze bestemming behorende voorzieningen en bouwwerken. 4.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen; b. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de maximale bouwhoogtes zoals aangegeven in artikel 9.2 van deze regels.
4.3 Specifieke gebruiksregels Gebruik terras Het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'terras' als (horeca)terras, ten behoeve van de horecafunctie ter plaatse aanduiding 'horeca' van de bestemming 'Wonen', is uitsluitend toegestaan indien: a. uit akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidsbelastingen, vanwege het stemgeluid op het terras, op de gevels van woningen liggende buiten het plangebied, voldoen aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit milieubeheer; b. uit akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidsbelastingen, vanwege het stemgeluid op het terras, binnen woningen (bij gesloten ramen), voldoen aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
94
Gedempte Where 1
Artikel 5
Wonen
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, en de hierbij behorende voorzieningen alsmede de aan de woonfunctie ondergeschikte aan-huis-verbonden beroepen, (kleinschalige) bedrijvigheid en bed & breakfast; b. ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage', tevens een parkeergarage; c. ter plaatse van de aanduiding 'horeca', tevens horecabedrijven t/m categorie 1b van de Staat van Horeca-activiteiten opgenomen in Bijlage 1, met dien verstande dat de oppervlakte van een horecabedrijf ten hoogste 150 m2 bvo bedraagt en een horecabedrijf uitsluitend op de begane grond laag gevestigd mag zijn; d. parkeervoorzieningen; e. voetpaden en fietspaden; f. tuinen en daktuinen; g. groenvoorzieningen; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; i. speelvoorzieningen; j. pv-panelen (zonnepanelen); k. nutsvoorzieningen; l. bij deze bestemming behorende bouwwerken. 5.2 Bouwregels Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. maximum bouwhoogte: zoals op de verbeelding staat aangegeven; c. het maximum aantal woningen bedraagt 161 woningen indien er geen horeca wordt gerealiseerd, en bedraagt 158 woningen indien er 150 m2 bvo horeca wordt gerealiseerd.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de maximale bouwhoogtes zoals aangegeven in artikel 9.2 van deze regels. 5.3 Specifieke gebruiksregels Indien middeldure huurwoningen als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder j van het Besluit ruimtelijke ordening worden gerealiseerd, dan dienen deze woningen te worden gerealiseerd als middeldure huurwoning conform het thans geldende beleid van de "Doelgroepenverordening gemeente Purmerend 2020", met dien verstande dat elke middeldure huurwoning gedurende ten minste 10 jaar vanaf het eerste moment van ingebruikname als middeldure woning moet worden gebruikt. 5.4 Afwijken van de gebruiksregels Afwijken van de Staat van Horeca-activiteiten Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van lid 5.1: a. om horecabedrijven toe te laten in één categorie hoger dan in lid 5.1, voor zover het betrokken horecabedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of de bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën zoals in lid 5.1 genoemd; b. om horecabedrijven toe te laten die niet in de Staat van Horeca-activiteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken horecabedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de horecacategorieën, zoals in lid 5.1 genoemd.
Gedempte Where 1
95
Artikel 6
Waarde - Archeologie
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) - tevens bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. 6.2 Bouwregels Het bouwen ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en), is verboden. 6.3 Nadere eisen a. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige archeologische waarden aanwezig zijn. b. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond kunnen worden behouden. 6.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het in lid 6.2 gestelde. Voor afwijken gelden de volgende regels: a. afwijken geschiedt alleen indien de bij de bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen en op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; b. het in a. bedoelde onderzoek dient alleen gedaan te worden indien de bodemverstoring een oppervlakte van meer dan 30 m2 dan wel 100 m2 beslaat, waarbij de oppervlakte in acht moet worden genomen die is weergegeven op de archeologische waardenkaart opgenomen in Bijlage 2; c.
aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden tot: 1. het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische waarden in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; 2. het doen van inventariserend veldonderzoek, een archeologische begeleiding en opgravingen door een gecertificeerde dienst, bedrijf of instelling en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; 3. het afwijken geschiedt pas nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 6.5 Omgevingsvergunningvoor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.