c.-was-wordt-lijst-wijziging-reintegratieverordening-participatiewet
Tekst van het document
Bij de beoordeling of de kosten proportioneel zijn wordt onder andere betrokken: a) de kosten van de vervoersvoorziening; b) de duur van de arbeidsovereenkomst in termen van looptijd (aantal maanden/jaren/bepaalde tijd/onbepaalde tijd); c) de omvang van de arbeidsovereenkomst in termen van het aantal uren dat de persoon gaat werken; en d) de opbrengsten in termen van besparing op de uitkeringslasten en eventuele andere lasten (bijvoorbeeld in het kader van de WMO) in relatie tot de kosten van de vervoersvoorziening. Verder dient steeds nagegaan te worden of de persoon geen aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening, zoals bijvoorbeeld een vervoersvoorziening via WMO.
Artikel 21m. Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij motorische beperking
79
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 21m. Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij motorische beperking Artikel 8a, tweede lid, onder f, onderdeel 2, van de Participatiewet bepaalt dat in de verordening moet worden geregeld hoe het college zorgdraagt voor het verstrekken van een noodzakelijke intermediaire activiteit in het geval er sprake is van motorische beperking. Dit artikel regelt dat het college de, als gevolg van een geheel of gedeeltelijk ontbrekende motorische lichaamsfunctie noodzakelijke, voorziening(en) verstrekt die nodig zijn ter vervanging of ondersteuning van de persoon. De specifieke aard van de voorziening is niet opgenomen, omdat dit sterk afhankelijk is van de behoefte van de persoon. Wel gelden de voorwaarden zoals opgenomen in de artikelen 3 en 21b. Voorbeelden van een intermediaire activiteit bij een motorische beperking zijn (niet uitputtend) een schrijftolk of hulp bij het openen van post.
Artikel 21m. Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 21m. Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen Artikel 8a, tweede lid, onder f, onderdeel 3, van de Participatiewet bepaalt dat in de verordening moet worden geregeld hoe het college zorgdraagt voor het verstrekken van meeneembare voorzieningen voor de inrichting van de werkplek, de productie- en werkmethoden, de inrichting van de opleidingslocatie of de proefplaats en bij het werk of opleiding te gebruiken hulpmiddelen. Hiervoor is geen limitatieve lijst. Gedacht kan worden aan een aangepaste bureaustoel, toetsenbord, koptelefoon, enzovoort. Wat een passende voorziening is, is sterk afhankelijk van de individuele behoefte van de persoon. Dit vraagt om maatwerk. Wel gelden de voorwaarden zoals opgenomen in de artikelen 3 en 21b. Het uitgangspunt is dat de voorzieningen
80
in bruikleen beschikbaar worden gesteld en dus weer bij het college worden ingeleverd op het moment dat deze niet langer nodig zijn.
Artikel 21n. Specifieke voorwaarden werkplekaanpassingen Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 21n. Specifieke voorwaarden toekenning werkplekaanpassingen In artikel 8a, tweede lid, onder f, onderdeel 3, van de Participatiewet wordt uitsluitend gesproken van meeneembare voorzieningen. In sommige gevallen zijn er andere voorzieningen nodig op de werkplek om ervoor te zorgen dat de persoon hier kan werken. Hierbij kan gedacht worden aan een aangepast toilet, een entree met automatische deuropener of een traplift. Dit artikel regelt de mogelijkheid om ook in deze behoefte te voorzien door het toekennen van een werkplekaanpassing. Daarmee wordt aansluiting gezocht bij de wetsgeschiedenis, waarin wel wordt gesproken van werkplekaanpassingen in plaats van meeneembare voorzieningen (Kamerstukken II 2019/20, 35 394, nr. 3, p. 20). De gemeente biedt de meest adequate en goedkoopste oplossing, kwalitatief verantwoord. De kosten van de werkplekaanpassing dienen proportioneel te zijn, dat wil zeggen dat de investering in de werkplekaanpassing moet opwegen tegen de opbrengsten van uitstroom naar werk.
Bij de beoordeling of de kosten proportioneel zijn wordt onder andere betrokken: a) de kosten van de werkplekaanpassing; b) de duur van de arbeidsovereenkomst in termen van looptijd (aantal maanden/jaren/bepaalde tijd/onbepaalde tijd); c) de omvang van de arbeidsovereenkomst in termen van het aantal uren dat de persoon gaat werken; en d) de opbrengsten in termen van besparing op de uitkeringslasten en eventuele andere lasten (bijvoorbeeld in het kader van de WMO) in relatie tot de kosten van de werkplekaanpassing
81
82