c-toelichting-regels-bestemmingsplan-buitengebied-beemster-2012-reparatie
Tekst van het document
Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik ten behoeve van het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens. b. het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen bestemd en gereed voor onmiddellijk gebruik of verbruik; c. het gebruik van de gebouwen ten behoeve van veredelingsbedrijven. 4.4.2 Ondergeschikte nevenactiviteiten Naast de functie genoemd in artikel 4.1 onder a Binnen de bestemming 'Agrarisch Hulpbedrijf' is de uitoefening van ondergeschikte nevenactiviteiten in de vorm van een aan huis verbonden beroep of bedrijfsactiviteiten toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de ondergeschikte nevenactiviteiten mogen alleen plaatsvinden in de bestaande gebouwen; b. de gezamenlijke vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 50% van het bruto vloeroppervlak van de bestaande gebouwen; c. ondergeschikte nevenactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan als ze zijn genoemd in categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels of daarmee wat betreft de milieuhinder vergelijkbare activiteiten. Daarbij zijn in ieder geval de
Bestemmingsplan "Buitengebied Beemster 2012 - Reparatie partiële herziening 2021" (vastgesteld)
d.
e.
f. g. h. i. j.
volgende functies (ook) toelaatbaar: 1. veeartsenpraktijk; 2. hoefsmederij; 3. ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten (kaasmakerij, imkerij, etc.); 4. agrarisch natuur- en landschapsbeheer; 5. hoveniersactiviteiten; 6. kinderboerderij; 7. kano-, roeiboot- en fietsenverhuur; 8. sociale functie, zoals een kinderopvang of een zorgboerderij; 9. milieueducatie / rondleidingen; 10. musea / tentoonstellingsruimte / atelier; detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van de verkoop van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf en daaraan ondergeschikt gerelateerde producten uit de streek tot een oppervlakte van maximaal 50 m2; horeca is niet toegestaan, met uitzondering van kleinschalige horeca in de vorm van een theeschenkerij, een proeverij, een boerderijcafé, of vergelijkbare functie met aan maximale oppervlakte van 100 m2; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gevoelige objecten en/of bedrijven mogen niet onevenredig worden aangetast; er vindt geen opslag en/of stalling van goederen en materiaal plaats buiten de bedrijfsgebouwen; parkeren vindt plaats op eigen erf; het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige toename van het verkeer; de activiteit mag uitsluitend worden uitgeoefend door de bewoner.
92
Artikel 5
Agrarisch - Intensieve veehouderij
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch - Intensieve veehouderij' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. intensieve veehouderijbedrijven; b. wonen ten behoeve van het bedrijf, tenzij staat aangegeven dat een woning niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' alsmede voor: c. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' het behoud en bescherming van karakteristieke bouwwerken. 5.2
Bouwregels
5.2.1 Algemeen a. Op deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. b. Indien een bouwwerk nader is aangeduid als karakteristiek bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dient de uitwendige hoofdvorm van het betrokken bouwwerk, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte gehandhaafd te worden; c. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; d. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen. 5.2.2
Bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen
De volgende gebouwen mogen worden gebouwd: a. bedrijfsgebouwen, met in achtneming van de volgende regels: 1. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; in aanvulling hierop geldt dat er ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' uitsluitend binnen het bouwvlak, achter de gevellijn, mag worden gebouwd, met dien verstande dat: bestaande legale bebouwing vóór de gevellijn is toegestaan; het regelvrij bouwen zoals geregeld in artikel 22.36 van het omgevingsplan niet van toepassing is voor de gronden vóór de gevellijn; 2. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' mogen de goothoogte, de bouwhoogte en het bebouwingspercentage niet meer bedragen dan is aangegeven; 3. gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder mag bedragen dan 15° en niet meer dan 60°; 4. de voorgevel van een bedrijfsgebouw is minimaal 10 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning gelegen; b. per bouwvlak één bedrijfswoning, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten', met inachtneming van de volgende regels: 1. de bedrijfswoning mag uitsluitend vooraan binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m; 3. de inhoud mag inclusief aan- en uitbouwen niet meer bedragen dan 750 m3 ; 4.
gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder mag bedragen dan 30° en niet meer dan 60°; 5. de afstand van een vrijstaande of aan één zijde aangebouwde woning tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 2,5 m;
Bestemmingsplan "Buitengebied Beemster 2012 - Reparatie partiële herziening 2021" (vastgesteld)
6. de bedrijfswoning mag niet eerder worden gebouwd dan nadat of tegelijkertijd de bedrijfsgebouwen met een gezamenlijke inhoud van niet minder dan 1.500 m3 zijn of worden gerealiseerd. 5.2.3 Pronkgevels Uitsluitend bij een stolpwoning en ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is een verbijzondering van de voorgevel in de vorm van een pronkgevel toegestaan met inachtneming van de volgende regels: a. de goothoogte mag niet meer dan tweemaal de bestaande goothoogte van de stolpwoning bedragen; b. de breedte mag niet meer dan 1/3 van de voorgevel van de stolpwoning bedragen; c. de bouwdiepte vanaf de voorgevel mag niet meer dan 0,5 m bedragen; d. het aantal bouwlagen mag niet meer dan 2 bedragen; e. het midden van de pronkgevel mag uitsluitend op het midden van de voorgevel van het hoofdgebouw liggen; f. de dakhelling van de kap van de pronkgevel mag niet meer bedragen dan die van het hoofdgebouw. 5.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; in aanvulling hierop geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' de bouwwerken uitsluitend binnen het bouwvlak, achter de gevellijn, mogen worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. bestaande legale bebouwing vóór de gevellijn is toegestaan; 2.
landhekken als bedoeld onder e, buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen in het achtererfgebied mag niet meer 2 m bedragen; c. de bouwhoogte van antennes en vlaggenmasten mag niet meer dan 6 m bedragen; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, waaronder overkappingen, mag niet meer dan 5 m bedragen; e. de bouwhoogte van landhekken mag niet meer dan 1,5 m bedragen. 5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a. lid 5.2.1 sub b indien de woning ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' door een calamiteit teniet is gegaan en/of handhaving van hetdat lid bepaalde, niet in redelijkheid kan worden gevergd van de eigenaar en/of gebruiker van de woning; b. lid 5.2.2 sub a onder 1, voor het bouwen buiten het bouwvlak, mits: de oppervlakte van de denkbeeldige rechthoek waarvan het bestaande bouwvlak deel uitmaakt, niet meer dan 2 ha bedraagt; er geen m.e.r.-plichtige activiteiten mogelijk worden gemaakt en tevens is voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. voor de concrete situatie moet zijn aangetoond dat er binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende ruimte is; 2. er moet sprake zijn van een niet-grondgebonden (intensief) veehouderijbedrijf dat moet uitbreiden in verband met wettelijke eisen op het gebied van milieu en/of dierenwelzijn; 3.
er moet sprake zijn van een goede landschappelijke/stedenbouwkundige inpassing die uitgevoerd en duurzaam in stand wordt gehouden; 4. bij de inpassing van nieuwe bouwwerken moet rekening worden gehouden met de belangen van de omgevingsaspecten en moet de bestaande ruimtelijke kwaliteit worden behouden of versterkt in overeenstemming met het ruimtelijk 94
kwaliteitskader voor agrarische erven, dat in Bijlage 3 is opgenomen; en moeten de volgende kernkwaliteiten worden behouden of versterkt: de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster, zoals die in bijlage 2 zijn aangegeven; de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 zijn aangegeven; 5. de omgevingsvergunning is voorbereid door middel van een keukentafeloverleg. c. lid 5.2.2 sub a onder 2 voor het bouwen tot een goothoogte van maximaal 4 m, mits de bestaande ruimtelijke kwaliteit wordt behouden of versterkt in overeenstemming met het ruimtelijk kwaliteitskader voor agrarische erven, dat in Bijlage 3 is opgenomen; met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 2 en 4 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; d. lid 5.2.2 sub a onder 2, voor het bouwen van bedrijfsgebouwen met een grotere oppervlakte dan op basis van het op de planverbeelding aangegeven 'maximum bebouwingspercentage (%)' is toegestaan, mits dit voortvloeit uit wettelijke bepalingen op het gebied van milieu, dierenwelzijn of diergezondheid en mits dit niet leidt tot het houden van meer dieren; e.
lid 5.2.2 sub a onder 3 en 4 en b onder 4 voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg, mits de bestaande ruimtelijke kwaliteit wordt behouden of versterkt in overeenstemming met het ruimtelijk kwaliteitskader voor agrarische erven, dat in Bijlage 3 is opgenomen; met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 2 en 4 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; f. lid 5.2.4 sub c en toestaan dat vlaggenmasten worden gebouwd tot een hoogte van ten hoogste 1 m onder de nokhoogte van het hoofdgebouw tot een maximum van 12 m . 5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik ten behoeve van het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens. b. het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen bestemd en gereed voor onmiddellijk gebruik of verbruik, uitgezonderd de verkoop of het ten verkoop aanbieden van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf tot een oppervlakte van maximaal 50 m2; c. het houden van vee op een verdieping. 5.4.2 Ondergeschikte nevenactiviteiten Binnen de bestemming 'Agrarisch - Intensieve veehouderij' is de uitoefening van ondergeschikte nevenactiviteiten in de vorm van een aan huis verbonden beroep of bedrijfsactiviteiten toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de ondergeschikte nevenactiviteiten mogen alleen plaatsvinden in de bestaande gebouwen; b. de gezamenlijke vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 50% van het bruto vloeroppervlak van de bestaande gebouwen; c. ondergeschikte nevenactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan als ze zijn genoemd in categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels of daarmee wat betreft de milieuhinder vergelijkbare activiteiten. Daarbij zijn in ieder geval de volgende functies (ook) toelaatbaar: 1. veeartsenpraktijk; 2. hoefsmederij; 3.
ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten (kaasmakerij, imkerij, etc.); 4. agrarisch natuur- en landschapsbeheer;
Bestemmingsplan "Buitengebied Beemster 2012 - Reparatie partiële herziening 2021" (vastgesteld)
d.
e.
f. g. h. i. j.
5. hoveniersactiviteiten; 6. kinderboerderij; 7. kano-, roeiboot- en fietsenverhuur; 8. sociale functie, zoals een kinderopvang of een zorgboerderij; 9. milieueducatie / rondleidingen; 10. musea / tentoonstellingsruimte / atelier; detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van de verkoop van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf en daaraan ondergeschikt gerelateerde producten uit de streek tot een oppervlakte van maximaal 50 m2; horeca is niet toegestaan, met uitzondering van kleinschalige horeca in de vorm van een theeschenkerij, een proeverij, een boerderijcafé, of vergelijkbare functie met aan maximale oppervlakte van 100 m2; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gevoelige objecten en/of bedrijven mogen niet onevenredig worden aangetast; er vindt geen opslag en/of stalling van goederen en materiaal plaats buiten de bedrijfsgebouwen; parkeren vindt plaats op eigen erf; het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige toename van het verkeer; de activiteit mag uitsluitend worden uitgeoefend door de bewoner.
5.5 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 5.1 sub d, voor het gebruik van een agrarische bedrijfswoning door derden die geen binding hebben met het agrarisch bedrijf, mits er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
96
Artikel 6
Agrarisch - Paardenhouderij
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch - Paardenhouderijj' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. productiegerichte paardenhouderij; b. ondergeschikte neventak in de vorm van een niet-grondgebonden (intensief) veehouderijbedrijf, met een een maximale bedrijfsvloeroppervlakte van 750 m2; c. gebruiksgerichte paardenhouderij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - gebruiksgerichte paardenhouderij', met dien verstande dat ter plaatse van het perceel Oostdijk 27 te Zuidoostbeemster tevens het in pension houden van paarden is toegestaan; d. manege voor stalling van paarden en het uitoefenen van de ruitersport ter plaatse van de aanduiding 'manege'; e. erfpad met bijbehorende beplanting ter plaatse van de aanduiding 'pad'; f. wonen ten behoeve van het bedrijf, tenzij staat aangegeven dat een woning niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten'. 6.2
Bouwregels:
6.2.1 Algemeen a. Op deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. b. Indien een bouwwerk nader is aangeduid als karakteristiek bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dient de uitwendige hoofdvorm van het betrokken bouwwerk, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte gehandhaafd te worden; c. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; d. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen. 6.2.2 Bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen De volgende gebouwen mogen worden gebouwd: a. bedrijfsgebouwen, met inachtneming van de volgende regels: 1. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak, achter de gevellijn, worden gebouwd, met dien verstande dat: bestaande legale bebouwing vóór de gevellijn is toegestaan; het regelvrij bouwen zoals geregeld in artikel 22.36 van het omgevingsplan niet van toepassing is voor de gronden vóór de gevellijn; 2. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m) mogen de goothoogte en de bouwhoogte niet meer bedragen dan is aangegeven; 3.
ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' mogen de goothoogte, de bouwhoogte en het bebouwingspercentage niet meer bedragen dan is aangegeven; 4. indien de afstand vanaf de gevellijn niet meer dan 18 m bedraagt, gelden de volgende regels: de goothoogte mag niet meer dan 3 m bedragen; de bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen; de bouwhoogte is niet hoger dan de bouwhoogte van de bedrijfswoning; gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling van de kap niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; 5. indien de afstand vanaf de gevellijn meer dan 18 m bedraagt, gelden de volgende regels: de goothoogte mag niet meer dan 5,5 m bedragen; de bouwhoogte mag niet meer dan 12 m bedragen; gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling
Bestemmingsplan "Buitengebied Beemster 2012 - Reparatie partiële herziening 2021" (vastgesteld)
van de kap niet minder dan 15° en niet meer dan 30° mag bedragen; 6. indien een bouwwerk zowel binnen als buiten de afstand van 18 m van de gevellijn, als bedoeld onder 4 en 5 is gelegen, gelden de regels als genoemd onder 4; b. per bouwvlak één bedrijfswoning, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten', met inachtneming van de volgende regels: 1. de bedrijfswoning mag uitsluitend vooraan binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m; 3. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m; 4. gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; 5. de inhoud van een bedrijfswoning, niet zijnde een stolp, inclusief aan- en uitbouwen mag niet groter zijn dan 750 m3 ; 6. de bedrijfswoning mag als een stolpwoning worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: de oppervlakte mag niet minder dan 225 m2 (15 x 15 m) en niet meer dan 400 m2 (20 x 20 m) bedragen; de goothoogte mag niet meer dan 3,5 m bedragen; de dakhelling van de piramidekap mag niet minder dan 45º en niet meer dan 52° bedragen; 7. de afstand van een vrijstaande of aan één zijde aangebouwde bedrijfswoning tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 9 m; 8.
als de bestaande afstand minder dan 9 m bedraagt, dan geldt deze mindere afstand als minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens; 9. de bedrijfswoning mag niet eerder worden gebouwd, dan nadat of tegelijkertijd de bedrijfsgebouwen met een gezamenlijke inhoud van niet minder dan 1.500 m3 zijn of worden gerealiseerd. 6.2.3 Pronkgevels Uitsluitend bij een stolpwoning en ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is een verbijzondering van de voorgevel in de vorm van een pronkgevel toegestaan met inachtneming van de volgende regels: a. de goothoogte mag niet meer dan tweemaal de bestaande goothoogte van de stolpwoning bedragen; b. de breedte mag niet meer dan 1/3 van de voorgevel van de stolpwoning bedragen; c. de bouwdiepte vanaf de voorgevel mag niet meer dan 0,5 m bedragen; d. het aantal bouwlagen mag niet meer dan 2 bedragen; e. het midden van de pronkgevel mag uitsluitend op het midden van de voorgevel van het hoofdgebouw liggen; f. de dakhelling van de kap van de pronkgevel mag niet meer bedragen dan die van het hoofdgebouw. 6.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak, achter de gevellijn, worden gebouwd, met dien verstande dat bestaande legale bebouwing vóór de gevellijn is toegestaan; b.
de bouwhoogte van een voedersilo mag niet meer dan 15 m bedragen en de bouwhoogte van een mestsilo mag niet meer dan 6 m inclusief afdekking bedragen; c. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen in het achtererfgebied mag maximaal 2 m bedragen d. de bouwhoogte van antennes en vlaggenmasten mag niet meer dan 6 m bedragen; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, waaronder overkappingen, mag niet meer dan 5 m bedragen; 98
f.
uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'pad' is een toegangspoort toegestaan, waarbij de volgende regels gelden: 1. de toegangspoort mag alleen in het voorerfgebied gebouwd worden; 2. de bouwhoogte van de poort mag niet meer dan 4 m bedragen.
6.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a. lid 6.2.1 sub b indien de woning ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' door een calamiteit teniet is gegaan en/of handhaving van het in dat lid bepaalde, niet in redelijkheid kan worden gevergd van de eigenaar en/of gebruiker van de woning; b. lid 6.2.2 sub a onder 1, voor het bouwen buiten het bouwvlak, mits: wordt gebouwd binnen een denkbeeldige rechthoek (dan wel een vlak dat zoveel mogelijk de rechthoeksvorm benadert) met een oppervlakte van ten hoogste 2 ha, waarvan het bestaande bouwvlak deel uitmaakt; er geen m.e.r.-plichtige activiteiten mogelijk worden gemaakt en tevens is voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. voor de concrete situatie moet zijn aangetoond dat er binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende ruimte is; 2. er moet sprake zijn van een niet-grondgebonden (intensief) veehouderijbedrijf dat moet uitbreiden in verband met wettelijke eisen op het gebied van milieu en/of dierenwelzijn; 3. er moet sprake zijn van een goede landschappelijke/stedenbouwkundige inpassing die uitgevoerd en duurzaam in stand wordt gehouden; 4.
bij de inpassing van nieuwe bouwwerken moet rekening worden gehouden met de belangen van de omgevingsaspecten en moet de bestaande ruimtelijke kwaliteit worden behouden of versterkt in overeenstemming met het ruimtelijk kwaliteitskader voor agrarische erven, dat in Bijlage 3 is opgenomen; en moeten de volgende kernkwaliteiten worden behouden of versterkt: de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster, zoals die in bijlage 2 zijn aangegeven; de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 zijn aangegeven; 5. de omgevingsvergunning is voorbereid door middel van een keukentafeloverleg. c. lid 6.2.2 sub a onder 3, voor het bouwen van bedrijfsgebouwen met een grotere oppervlakte dan op basis van het op de planverbeelding aangegeven 'maximum bebouwingspercentage (%)' is toegestaan, mits dit voortvloeit uit wettelijke bepalingen op het gebied van milieu, dierenwelzijn of diergezondheid en dit niet leidt tot het houden van meer dieren; d.
lid 6.2.2 sub a onder 5 voor het bouwen tot een goothoogte van maximaal 7 m, mits de bestaande ruimtelijke kwaliteit wordt behouden of versterkt in overeenstemming met het ruimtelijk kwaliteitskader voor agrarische erven, dat in Bijlage 3 is opgenomen; met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 2 en 4 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; e. lid 6.2.2 sub a onder 6, voor het bouwen van een bouwwerk dat zowel binnen als buiten de afstand van 18 m van de aangegeven gevellijn is geprojecteerd, in overeenstemming met de bouwmaten die zijn gesteld in 6.2.2 sub a onder 4 voor het deel van het gebouw dat binnen de afstand van 18 m van de aangegeven gevellijn is geprojecteerd en in overeenstemming met de bouwmaten die zijn gesteld in 6.2.2 sub a onder 5 voor die delen van het bouwwerk die buiten de afstand van 18 m van de aangegeven gevellijn is geprojecteerd, mits: 1. de bestaande ruimtelijke kwaliteit wordt behouden of versterkt in overeenstemming met het ruimtelijk kwaliteitskader voor agrarische erven, dat in Bijlage 3 is opgenomen; met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De
Bestemmingsplan "Buitengebied Beemster 2012 - Reparatie partiële herziening 2021" (vastgesteld)
Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 2 en 4 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; 2. er sprake is van een goede landschappelijke/stedenbouwkundige inpassing die uitgevoerd en duurzaam in stand wordt gehouden; 3. de omgevingsvergunning door middel van een keukentafeloverleg is voorbereid; f. lid 6.2.2 sub b onder 4 voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg, mits de bestaande ruimtelijke kwaliteit wordt behouden of versterkt in overeenstemming met het ruimtelijk kwaliteitskader voor agrarische erven, dat in Bijlage 3 is opgenomen; met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 2 en 4 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; g. lid 6.2.2 sub b onder 7 voor het bouwen tot op de zijdelingse perceelsgrens; h. lid 6.2.4 sub d en toestaan dat vlaggenmasten worden gebouwd tot een hoogte van ten hoogste 1 m onder de nokhoogte van het hoofdgebouw tot een maximum van 12 m. 6.4
Specifieke gebruiksregels
6.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het opslaan of opgeslagen hebben, in enigerlei vorm, van stoffen en materialen van welke soort dan ook, anders dan ter plaatsenoodzakelijk voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf; b. het opslaan of opgeslagen hebben, in enigerlei vorm, van stoffen en materialen voor statische opslag, voor zover deze opslag meer ruimte inneemt dan 1.000 m2, alsmede het aanwezig of opgeslagen hebben van één of meer aan hun gebruik onttrokken, gerede dan wel onklare machines, voer-, vaar- ofvliegtuigen, dan wel onderdelen daarvan; c. het gebruik voor verblijfsrecreatie; d. gebruik als manege, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'manege'; e. het bedrijfsmatig ten behoeve van derden vervaardigen of herstellen van goederen, uitgezonderd het verwerken van productenvafkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf; f. het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen bestemd en gereed voor onmiddellijk gebruik of verbruik,uitgezonderd de verkoop of het ten verkoop aanbieden van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf tot een oppervlakte van 50 m2; g. het gebruik van gronden ten behoeve van bosbouw; h. het houden van vee op een verdieping; i.
het verwijderen van het erfpad en/of de bijbehorende beplanting, de toegangspoort en/of de toegangsbrug ter plaatse van de aanduiding 'pad'. 6.4.2 Ondergeschikte nevenactiviteiten Binnen de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij' is de uitoefening van ondergeschikte nevenactiviteiten in de vorm van een aan huis verbonden beroep of bedrijfsactiviteiten toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de ondergeschikte nevenactiviteiten mogen alleen plaatsvinden in de bestaande gebouwen; b. de gezamenlijke vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 50% van het bruto vloeroppervlak van de bestaande gebouwen; c. ondergeschikte nevenactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan als ze zijn genoemd in categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels of daarmee wat betreft de milieuhinder vergelijkbare activiteiten. Daarbij zijn in ieder geval de volgende functies (ook) toelaatbaar: 1. veeartsenpraktijk; 2. hoefsmederij; 3. ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten (kaasmakerij, imkerij, etc.); 4. agrarisch natuur- en landschapsbeheer; 100
d.
e.
f. g. h. i. j.
5. hoveniersactiviteiten; 6. kinderboerderij; 7. kano-, roeiboot- en fietsenverhuur; 8. sociale functie, zoals een kinderopvang of een zorgboerderij; 9. milieueducatie / rondleidingen; 10. musea / tentoonstellingsruimte / atelier; detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van de verkoop van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf en daaraan ondergeschikt gerelateerde producten uit de streek tot een oppervlakte van maximaal 50 m2; horeca is niet toegestaan, met uitzondering van kleinschalige horeca in de vorm van een theeschenkerij, een proeverij, een boerderijcafé, of vergelijkbare functie met aan maximale oppervlakte van 100 m2; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gevoelige objecten en/of bedrijven mogen niet onevenredig worden aangetast; er vindt geen opslag en/of stalling van goederen en materiaal plaats buiten de bedrijfsgebouwen; parkeren vindt plaats op eigen erf; het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige toename van het verkeer; de activiteit mag uitsluitend worden uitgeoefend door de bewoner.
6.4.3
Paardenbak
Binnen de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij' is de aanleg van een paardenbak toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. per bouwvlak is maximaal één paardenbak toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'manege' voor zover gelegen aan de Nekkerweg 13a te Middenbeemster maximaal 3 paardenbakken zijn toegestaan; b. de bouwhoogte van de omheining mag niet meer bedragen dan 1,5 m; c. de bouwhoogte van lichtmasten ten behoeve van de paardenbak mag niet meer bedragen dan 5 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van lichtmasten ter plaatse van de manege gevestigd aan de Nekkerweg 13a te Middenbeemster niet meer dan 10 m mag bedragen. 6.5
Afwijken van de gebruiksregels
6.5.1 Plattelandswoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 6.1 sub f, voor: a. het gebruik van een agrarische bedrijfswoning door derden die geen binding hebben met het agrarisch bedrijf, mits er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (plattelandswoning) en b. het bouwen van aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij deze plattelandswoning, waarbij de regels die zijn opgenomen in lid 10.2.3 van overeenkomstige toepassing zijn.