CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

c-toelichting-regels-bestemmingsplan-buitengebied-beemster-2012-reparatie

Gemeenteraad 28 november 2024, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - reparatie partiële herziening 202132.054 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Van in de zienswijze benoemde strijd is geen sprake, omdat volgens de begripsbepaling in 1.19 ook feitelijk en planologisch legale situaties vallen wanneer een vergunning als bedoeld in het eerste lid van die bepaling ontbreekt.

34

Bijlage 2 Geluidsrapport Nekkerweg 52 Zuidoostbeemster

Bijlage 2

Rapportage in het kader van Toezicht en handhaving Straatnaam/huisnr.

: 5.1.2.e

Postcode/woonplaats

: 5.1.2.e

Gebruiker/eigenaar

: 5.1.2.e

Aanleiding controle

: Klacht met betrekking tot geluidsoverlast

Datum controle

: 14 juli, 14:40 uur en 16 juli, 10:45 uur

Constatering

: Geconstateerd dat er regelmatig een camper of caravan vertrekt of terugkomt op deze locatie. Als er geen beheerder aanwezig is, dan is de slagboom gesloten. Gasten die arriveren moeten vervolgens eerst het nummer bellen om de slagboom te openen en het terrein op te rijden. Geconstateerd dat dit tot enige overlast leidt. Daarom gaat er een geluidsmeting plaatsvinden. Tijdens de meting geconstateerd dat de Nekkerweg, die vlak naast de woning loopt, voor meer geluidsbelasting zorgt dan Stalling 31.

Gesproken met

: 5.1.2.e (5.1.2.e Stalling 31) en 5.1.2.e (klager wonende op nummer 5.1.2.e

Stalling 31

Beschrijving situatie:

Zwart: Huis en tuin waar de overlast plaats vindt van de heer 5.1.2.e Geel: Stalling voor campers die dit weekend vertrekken Rood: Stalling voor caravans die dit weekend vertrekken Blauw: Parkeerplaats voor auto’s kort en lang parkeren

1

De heer 5.1.2.e heeft verschillende locaties op het terrein gemaakt, hierboven te zien op de afbeelding. De heer 5.1.2.e heeft een lijst met welke caravans/campers er dagelijks komen en gaan. Hij zet zelf de caravans/campers die vertrekken buiten. Mensen die hun caravan of camper op komen halen hoeven dus niet veel tijd door te brengen op het terrein. Zij kunnen in principe direct vertrekken. Ook caravans/campers die worden gebracht zet de heer 5.1.2.e zelf weer binnen in de kas. Alle caravans/campers staan gestald in de kas. Alleen datgene dat net is aangekomen of dit weekend zal vertrekken staat buiten. In de kas is ruimte voor zo’n 420 caravans/campers. Volgens de heer 5.1.2.e zitten zij nu al 5 tot 6 jaar helemaal volgeboekt. Om het overlast voor de omwonenden in het weekend zoveel mogelijk te beperken, is het niet mogelijk een caravan/camper op te halen of te brengen van 16:00 uur op de zaterdag tot 07:30 uur op de maandag. Ook het terrein is ingedeeld om zoveel mogelijk overlast te voorkomen. Aan het begin van het terrein staat een slagboom. Deze gaat alleen open als de gasten een nummer bellen. Van te voren wordt bij de gasten aangegeven dit nummer op te slaan op de telefoon, zodat zij zo kort mogelijk voor de slagboom met draaiende motor staan te wachten. De oprit naar Stalling 31 wordt naast de gasten ook door verschillende buren gebruikt.

In het verleden zat op deze locatie een bloemenkwekerij, vandaar de grote kas. Toentertijd vonden er ook veel verkeersbewegingen plaats op het terrein. Met name van vrachtwagens. Hieronder is een afbeelding te zien waar de overlast plaats vindt. Rood omcirkeld is de woning van de heer 5.1.2.e De gele lijnen zijn de oprit naar Stalling 31. Het gaat voornamelijk om de voertuigen die het terrein opkomen/verlaten. Direct na binnenkomst rijden de voertuigen door naar achter. Ook dit valt te horen door de heer 5.1.2.e Echter is het terrein dermate groot dat wat er achter op het terrein gebeurd, niet voor een overschrijding van de geluidsnormen gaat zorgen. De caravans worden door middel van een elektrisch voertuig uit de kas gereden door de heer 5.1.2.e De heer 5.1.2.e gaf ook aan hier last van te hebben. Ook dit vindt plaats op geruime afstand van de woning en zorgt bij lange na niet voor een overschrijding van de geluidnormen. Bij de meting gaan wij alleen de activiteiten meten die in het begin van het terrein plaatsvinden.

2

Controle 14 juli: Woensdag 14 juli 2021 ben ik naar de Nekkerweg 5.1.2.e geweest om te inventariseren waar de klacht over gaat. Tijdens deze controle zowel de heer 5.1.2.e (5.1.2.e van Stalling 31) als de heer 5.1.2.e (klager) gesproken. De heer 5.1.2.e woont naast Stalling 31 en klaagt onder andere over geluid van auto’s/caravans/campers, dichtslaan van deuren, optrekkende voertuigen, stationair draaiende voertuigen, te snel rijdende voertuigen, voertuigen die voor of op zijn erf parkeren, mensen die harde muziek aan hebben in de auto en de foodtrucks die dagelijks vertrekken en terugkomen. De heer 5.1.2.e had het over dagen dat er 200 verkeersbewegingen plaatsvinden. De heer 5.1.2.e gaf aan dat dit al een tijdje speelt. Hij had goed contact met de heer 5.1.2.e Dit goede contact is helaas verslechterd. De klager geeft aan dat hij zich niet gehoord voelt en dat hij te veel overlast ervaart. De gesprekken tussen de heer 5.1.2.e en de heer 5.1.2.e lopen niet meer goed. Ook heb ik gesproken met de heer 5.1.2.e De heer 5.1.2.e gaf aan al veel gedaan te hebben om de overlast te verminderen. Zo staan op het begin van het terrein de campers en achter aan het terrein de caravans. De caravans geven meer overlast omdat deze eerst nog vastgekoppeld moeten worden. Ook gaf de heer 5.1.2.e aan een slagboom te hebben geplaatst om hardrijden tegen te gaan.

Aangezien de heer 5.1.2.e nu klaagt over voertuigen die stoppen voor de slagboom, gaf de heer 5.1.2.e aan het oké te vinden de slagboom weer geheel open te laten. Aangezien er woensdag ten tijde van mijn controle geen voertuigen arriveerden of werden opgehaald, heb ik afgesproken vrijdag terug te komen voor een geluidmeting. Controle 16 juli: Op 16 juli 2021 ben ik nogmaals langs geweest. Deze keer voor een geluidmeting. Tijdens deze controle beide heren gesproken. De heer 5.1.2.e gaf nogmaals aan veel overlast te ervaren. Hij gaf ook aan overlast te ervaren van andere buren. Bijvoorbeeld de zwembadpomp van de buren en het hout zagen van een andere buur. De heer 5.1.2.e werkt thuis. Vandaar dat hij veel thuis is en de overlast ervaart. Tijdens deze controle heb ik van 10:45 tot 12:15 uur een meting uitgevoerd. Ik heb alleen gemeten als er voertuigen vertrokken en/of arriveerden. Ook heb ik een achtergrond meting gedaan. Hierbij heb ik de weg, die vlak naast de woning ligt, niet meegenomen in de meting. Deze achtergrondgeluid meting kwam uit op 39 dB(A). Tijdens deze meting werden er achterop het terrein voertuigen klaar gezet. In dit anderhalf zijn er meerdere campers, caravans en andere voertuigen gearriveerd/vertrokken.

3

Foto’s De slagboom

5.1.2.e

Afscheiding tussen het terrein van Stalling 31 en van de heer 5.1.2.e

4

5

5.1.2.e

5.1.2.e

6

5.1.2.e

5.1.2.e

5.1.2.e

5.1.2.e

7

5.1.2.e

5.1.2.e

8

5.1.2.e

9

5.1.2.e

10

Resultaten: Ik heb de gegevens van de bedrijfsvoering van afgelopen maand opgevraagd. Dit zijn de gegevens van 15 juni tot 16 juli. Hieronder een overzicht van het brengen/ophalen van voertuigen. Datum 15 juni 16 juni 17 juni 18 juni 19 juni 20 juni 21 juni 22 juni 23 juni 24 juni 25 juni 26 juni 28 juni 29 juni 30 juni 1 juli 2 juli 3 juli 4 juli 5 juli 6 juli 7 juli 8 juli 9 juli 10 juli 12 juli 13 juli 14 juli 15 juli 16 juli

Aantal 7 19 22 9 19 1 20 12 14 14 13 17 35 11 15 12 17 20 1 29 16 23 12 20 36 32 13 18 15 8

Zonder zondagen komt dit uit op 28 dagen. Op deze dagen vertrekken er gemiddeld 18. Aangezien mensen komen met de auto en een caravan/camper ophalen of andersom, moet het aantal bewegingen verdubbeld worden. Dit betekent afgelopen maand gemiddeld 36 bewegingen. Ook staan hier twee foodtrucks gestald die bijna dagelijks vertrekken en arriveren. Ook deze tel ik erbij op, dan komt het uit op 40 verkeersbewegingen per dag, met een uitschieter van 76 verkeersbewegingen op 10 juli. Afgelopen maand is representatief. Mensen gaan vaak kleine korte vakanties vanwege de corona. Hierdoor worden ze de laatste tijd vaker opgehaald en/of gebracht. Ook was het weer redelijk. Auto’s die aan komen rijden en wachten voor de slagboom doen ongeveer 45 seconden over het wachten voor de slagboom en het terrein oprijden. Terug gaat sneller aangezien de slagboom dan automatisch opent.

11

Meting: Vrijdagochtend van 10:45 tot en met 12:15 uur heeft er een geluidsmeting plaatsgevonden uitgevoerd overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (VROM, 1999). Bij deze meting zijn verschillende voertuigen gemeten. De resultaten staan hieronder vermeld. Tijd* 11:20 11:27

voertuig

Vertrekken/arriveren

LAeq** dB(A) 44,2 49,3

LAFmax*** dB(A) 53,3 54,4

1 camper en 1 auto Vertrekken 1 oude VW bus en een Vertrekken auto 11:37 1 oude diesel Mercedes Vertrekken 42,5 51,7 + dichtslaan deur 11:48 Meting omgevingsgeluid 39 exc. weg 12:00 2 auto’s met caravan Arriveren 50,2 61,1 *Van de gemeten waarden in de tabel is de gevelcorrectie van 3 dB(A) al afgehaald. **LAeq staat voor het gemiddelde gemeten geluidsniveau in dB(A) ***LAFmax staat voor de maximaal gemeten piek in dB(A)

Geluid dienen wij te meten op de gevel van een geluidsgevoelig object. In dit geval de woning van de heer 5.1.2.e De woning bevindt zich op 20 meter van de slagboom. De wind kwam uit het noorden en was windkracht 2. Het was onbewolkt. De meetomstandigheden waren goed. Op de laatste meting na, zijn alle metingen verricht op de gevel van de heer 5.1.2.e Tussen het terrein van de heer 5.1.2.e en de heer 5.1.2.e bevindt zich een zeecontainer en een groene afscheiding. Dit houdt al een aantal dB(A) tegen. De laatste meting heb ik daarom ook op het open gedeelte tussen beide terreinen gemeten. Tijdens deze meting arriveerde er 2 auto’s met caravan. Een auto trok rustig op, de ander behoorlijk hard. Dit was dan ook goed te horen. Echter zorgde dit niet voor een overschrijding. Zelfs op deze korte afstand bleef het geluidsniveau dus binnen de normen. Aangezien er weerkaatsing van geluid vanaf de gevel plaats vindt waartegen ik heb gemeten, gaat er standaard 3 dB(A) van het aantal dB(A) af. Deze correctie is al verwerkt in de tabel. Normaliter moet er van de gemeten waarden nog een correctie af voor het achtergrondgeluid en voor de bedrijfsduur. Er vind namelijk niet 12 uur lang overlast plaats, maar een klein gedeelte hiervan. Omdat de gemeten waarden geen normen overschrijden, is het ook niet nodig de extra correcties toe te passen.

Er is namelijk zonder het toepassen van de correcties al geen sprake van een overschrijding. Na het toepassen van de correcties zal het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (geluidsniveau gemiddeld over de dag periode) flink lager uitvallen. Het is dan ook niet aannemelijk, ook al vinden er 80 verkeersbewegingen per dag plaats, of de 200 zoals de heer 5.1.2.e omschreef, dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau overschreden gaat worden. De heer 5.1.2.e klaagt over geluid tijdens het buiten zitten. Een tuin is niet beschermt voor geluid. De normen gelden alleen op de gevel van de woning. Ook voor het maximale piekgeluid is geen overschrijding gemeten. Wel is het mogelijk dat er ergens op de dag het piekgeluid overschreden gaat worden, echter is dat in deze meting niet gemeten. En als dit voor zal komen, dan is het niet aannemelijk dat dit vaak voor zal komen. In de tabel hieronder zijn de maximaal toelaatbare waarden te zien.

12

Conclusie: Het is niet aannemelijk dat er een overschrijding op het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau gaat plaatsvinden, ook niet als er volgens de heer 5.1.2.e 200 verkeersbewegingen per dag plaatsvinden. Over het algemeen blijven de voertuigen onder de 50 dB(A) gemiddeld. Dit gemiddeld over de gehele dag periode zal een flink lager aantal dB(A) geven. Tijdens de controle ook geen overschrijding op de piek geluiden gemeten. Zelfs niet bij het hard optrekken, een oude VW bus of het dichtslaan van een deur. Het is begrijpelijk dat de heer 5.1.2.e overlast ervaart. Echter is het niet aannemelijk dat er door Stalling 31 geluidsnormen overschreden worden. De overlast vindt voornamelijk plaats rondom de slagboom. Na de slagboom rijden de voertuigen direct door naar achter. Het terrein van Stalling 31 is groot. De activiteiten die achter op het terrein gebeuren zijn wel te horen, maar zorgen niet voor een overschrijding van de geluidsnormen. De Nekkerweg, gelegen naast de woning van de heer 5.1.2.e geeft een grotere geluidsbelasting dan Stalling 31.

13

Rapportage opgesteld d.d.

: Zondag 18 juli 2021

Opsteller

:

Functie

:

Handtekening

:

Afgesproken

: Afgesproken de resultaten terug te koppelen aan beide partijen. Dit is inmiddels gebeurd.

5.1.2.e

14

Regels

Bestemmingsplan "Buitengebied Beemster 2012 - Reparatie partiële herziening 2021" (vastgesteld)

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan: het bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Reparatie partiële herziening 2021 met identificatienummer NL.IMRO.0439.BPBG2012REPHER21-VA02 van de gemeente Purmerend; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlage; 1.3 bestaande bebouwing bebouwingssituaties op het erf, al of niet volgens de leidraad van 'het Beemster erf', die om (toen) moverende redenen zijn ontstaan; 1.4 caravanstalling: een opslagplaats voor recreatieobjecten die niet langdurig vrij op de openbare weg geplaatst mogen worden; onder recreatieobjecten worden begrepen caravans en andere kampeer- en vervoersmiddelen, zoals campers, boten, vouwwagens en oldtimers; 1.5

kopergravuresloot:

een waterloop met cultuurhistorische waarde, die op de oorspronkelijke kopergravure uit 1644 is aangegeven; 1.6 Van toepassing verklaring Voor zover in dit bestemmingsplan niet genoemd of gewijzigd zijn de begrippen, wijze van meten en algemene regels van toepassing zoals genoemd in het bestemmingsplan 'Buitengebied Beemster - Partiële herziening 2021'. Dit bestemmingsplan is een aanvulling op het bestemmingsplan 'Buitengebied Beemster - Partiële herziening 2021'. Het bepaalde in het laatstgenoemde bestemmingsplan blijft van toepassing, met dien verstande dat in geval van strijdigheid van regels, de regels van dit reparatieplan voorgaan op de regels die ingevolge het bestemmingsplan 'Buitengebied Beemster - Partiële herziening 2021' op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. De wijzigingen in de regels ten opzichte van het bestemmingsplan 'Buitengebied Beemster Partiële herziening 2021' zijn vet weergegeven en geel gearceerd.

76

Hoofdstuk 2 Artikel 2

Bestemmingsregels

Agrarisch

2.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. grondgebonden agrarische bedrijven; b. ondergeschikte neventak in de vorm van een intensieve veehouderij, met een maximale bedrijfsvloeroppervlakte van 750 m2; c. caravanstalling, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'caravanstalling'; d. hoveniersbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'hovenier'; e. kampeerterrein met 30 standplaatsen, waarbij voor het overige wordt voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in lid 2.5.3, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein'; (Volgerweg 86) f. agrarisch kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kinderdagverblijf'; (Jisperweg 134) g. erfpad met bijbehorende beplanting ter plaatse van de aanduiding 'pad'; h. fruitboomverkoop, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarischfruitboomverkoop'; (Noorddijk 25) i. agrarisch hulpbedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch hulpbedrijf'; j. transportbedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch transportbedrijf'; k. delfstofwingebied, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf delfstofwingebied'; l. oorlogsmonument, ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - oorlogsmonument'; m.

wonen ten behoeve van het bedrijf, tenzij staat aangegeven dat een woning niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten'; n. huisvesting van ten hoogste 30 arbeidsmigranten ten behoeve van de bedrijfsvoering van het ter plaatse gevestigde agrarisch bedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - huisvesting arbeidsmigranten'; alsmede voor: o. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – rijksmonument' het behoud en bescherming van rijksmonumenten; p. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' het behoud en bescherming van karakteristieke bouwwerken. 2.2

Bouwregels

2.2.1 Algemene bouwregels a. Op deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. b. Indien een bouwwerk nader is aangeduid als karakteristiek bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dient de uitwendige hoofdvorm van het betrokken bouwwerk, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte gehandhaafd te worden; c. De zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; d. De zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen. e. ter plaatse van de aanduiding 'relatie' is sprake van één agrarisch bedrijf;

Bestemmingsplan "Buitengebied Beemster 2012 - Reparatie partiële herziening 2021" (vastgesteld)

f.

bestaande (historisch ontstane) bebouwingssituaties worden gerespecteerd, ook bij verdere aanpassing van deze bedrijfsgebouwen voor haar agrarische doeleinden; g. bestaande (historisch ontstane) bebouwing in een niet bij het 'Beemster erf' passende situatie, mogen geen belemmering zijn bij bedrijfsontwikkelingen, waarbij zo nodig bestaande lijnen van bebouwing mogen worden voortgezet; h. bestaande (historisch ontstane) slootpatronen mogen geen beletsel vormen bij het zoeken naar compenserend water ten gevolge van bedrijfsontwikkeling en dito verharding. 2.2.2 Bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen De volgende gebouwen mogen worden gebouwd: a. bedrijfsgebouwen, met inachtneming van de volgende regels: 1. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak, achter de gevellijn, worden gebouwd, met dien verstande dat: bestaande legale bebouwing vóór de gevellijn is toegestaan; het regelvrij bouwen zoals geregeld in artikel 22.36 van het omgevingsplan niet van toepassing is voor de gronden vóór de gevellijn; 2.

indien de afstand van bedrijfsgebouwen tot de gevellijn niet meer dan 18 m bedraagt, gelden de volgende regels: de goothoogte mag niet meer dan 3 m bedragen; de bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen; de bouwhoogte is niet hoger dan de bouwhoogte van de bedrijfswoning; gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; 3. indien de afstand van bedrijfsgebouwen tot de gevellijn meer dan 18 m bedraagt, gelden de volgende regels: de goothoogte mag niet meer dan 5,5 m bedragen; de bouwhoogte mag niet meer dan 12 m bedragen; gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 15° en niet meer dan 30° mag bedragen; 4. indien een bouwwerk zowel binnen als buiten de afstand van 18 m van de aangegeven gevellijn, als bedoeld onder 2 en 3 is gelegen, gelden de regels als genoemd onder 2; 5. teeltondersteunende kassen mogen worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: teeltondersteunende kassen zijn alleen toegelaten bij vollegrondstuinbouwbedrijven; op een agrarisch bouwvlak is maximaal 2.000 m2 aan teeltondersteunende kassen toegestaan; de goothoogte en bouwhoogte van teeltondersteunende kassen mag niet meer dan respectievelijk 4 en 6 m bedragen; b.

per bouwvlak één bedrijfswoning, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' en ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten', met inachtneming van de volgende regels: 1. de bedrijfswoning mag uitsluitend vooraan binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m; 3. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m; 4. de bedrijfswoning moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling van niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; 5. de inhoud van een bedrijfswoning, niet zijnde een stolp, inclusief aan- en uitbouwen mag niet groter zijn dan 750 m3 ; 6. de bedrijfswoning mag in afwijking van het gestelde onder b2, b4 en b5 als een stolpwoning worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: de oppervlakte mag niet minder dan 225 m2 (15 x 15 m) en niet meer dan 400 m2 (20 x 20 m) bedragen; de goothoogte mag niet meer dan 3,5 m bedragen; 78

de dakhelling van de piramidekap mag niet minder dan 45º en niet meer dan 52º bedragen; 7. de afstand van een vrijstaande of aan één zijde aangebouwde bedrijfswoning tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 9 m; 8. als de bestaande afstand minder dan 9 m bedraagt, dan geldt deze mindere afstand als minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens; 9. de bedrijfswoning mag niet eerder worden gebouwd, dan nadat of tegelijkertijd de bedrijfsgebouwen met een gezamenlijke inhoud van niet minder dan 1.500 m3 zijn of worden gerealiseerd; 10. in afwijking van het gestelde onder b1 tot en met b9 geldt voor het adres Oosthuizerweg 78 in Noordbeemster dat de tweede bedrijfswoning uitsluitend binnen de bestaande gebouwen mag worden gerealiseerd. 2.2.3 Pronkgevels Uitsluitend bij een stolpwoning en ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is een verbijzondering van de voorgevel in de vorm van een pronkgevel toegestaan met inachtneming van de volgende regels: a. de goothoogte mag niet meer dan tweemaal de bestaande goothoogte van de stolpwoning bedragen; b. de breedte mag niet meer dan 1/3 van de voorgevel van de stolpwoning bedragen; c. de bouwdiepte vanaf de voorgevel mag niet meer dan 0,5 m bedragen; d. het aantal bouwlagen mag niet meer dan 2 bedragen; e.

het midden van de pronkgevel mag uitsluitend op het midden van de voorgevel van het hoofdgebouw liggen; f. de dakhelling van de kap van de pronkgevel mag niet meer bedragen dan die van het hoofdgebouw. 2.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak, achter de gevellijn, worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. bestaande legale bebouwing vóór de gevellijn is toegestaan; 2. landhekken als bedoeld onder f, buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van een voedersilo mag niet meer dan 15 m bedragen en de bouwhoogte van een mestsilo mag niet meer dan 6 m inclusief afdekking bedragen; c. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen in het achtererfgebied mag maximaal 2 m bedragen; d. de bouwhoogte van antennes en vlaggenmasten mag niet meer dan 6 m bedragen; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, waaronder overkappingen, mag niet meer dan 5 m bedragen; f. buiten het bouwvlak mogen uitsluitend landhekken met een bouwhoogte van niet meer dan 1,5 m worden gebouwd; g. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'pad' is een toegangspoort toegestaan, waarbij de volgende regels gelden: 1. de toegangspoort mag alleen in het voorerfgebied gebouwd worden; 2. de bouwhoogte van de poort mag niet meer dan 4 m bedragen.

2.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a. lid 2.2.1 sub b, indien de woning ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' door een calamiteit teniet is gegaan en/of handhaving van het in dat lid bepaalde, niet in redelijkheid kan worden gevergd van de eigenaar en/of gebruiker van de woning; b. lid 2.2.2 sub a onder 1, voor het bouwen buiten het bouwvlak, mits: de oppervlakte van de denkbeeldige rechthoek waarvan het bestaande bouwvlak deel

Bestemmingsplan "Buitengebied Beemster 2012 - Reparatie partiële herziening 2021" (vastgesteld)

uitmaakt, niet meer dan 2 ha bedraagt; er geen m.e.r.-plichtige activiteiten mogelijk worden gemaakt; en tevens is voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. voor de concrete situatie moet zijn aangetoond dat er binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende ruimte is; 2. er moet sprake zijn van een grondgebonden agrarisch bedrijf óf van een niet-grondgebonden (intensief) veehouderijbedrijf dat moet uitbreiden in verband met wettelijke eisen op het gebied van milieu en/of dierenwelzijn en/of -gezondheid; 3. er moet sprake zijn van een goede landschappelijke/stedenbouwkundige inpassing die uitgevoerd en duurzaam in stand wordt gehouden; 4. bij de inpassing van nieuwe bouwwerken moet rekening worden gehouden met de belangen van de omgevingsaspecten en moet de bestaande ruimtelijke kwaliteit worden behouden of versterkt in overeenstemming met het ruimtelijk kwaliteitskader voor agrarische erven, dat in Bijlage 3 is opgenomen; en moeten de volgende kernkwaliteiten worden behouden of versterkt: de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster, zoals die in bijlage 2 zijn aangegeven; de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 zijn aangegeven; 5. er moet worden voldaan aan de regels van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Eventuele verhardingstoename die leidt tot versnelde afvoer van hemelwater, moet worden gecompenseerd in overeenstemming met de regels van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier; 6. de omgevingsvergunning is voorbereid door middel van een keukentafeloverleg; c. lid 2.2.2 sub a onder 2, voor het bouwen in overeenstemming met het gestelde in 2.2.2 sub a onder 3; d. lid 2.2.2 sub a onder 3, voor het bouwen tot een goothoogte van maximaal 7 m, mits de bestaande ruimtelijke kwaliteit wordt behouden of versterkt in overeenstemming met het ruimtelijk kwaliteitskader voor agrarische erven, dat in Bijlage 3 is opgenomen; met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 2 en 4 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; e.

lid 2.2.2 sub a onder 4, voor het bouwen van een bouwwerk dat zowel binnen als buiten de afstand van 18 m van de aangegeven gevellijn is geprojecteerd, in overeenstemming met de bouwmaten die zijn gesteld in 2.2.2 sub a onder 2 voor het deel van het gebouw dat binnen de afstand van 18 m van de aangegeven gevellijn is geprojecteerd en in overeenstemming met de bouwmaten die zijn gesteld in 2.2.2 sub a onder 3 voor die delen van het bouwwerk die buiten de afstand van 18 m van de aangegeven gevellijn is geprojecteerd, mits: 1. de bestaande ruimtelijke kwaliteit wordt behouden of versterkt in overeenstemming met het ruimtelijk kwaliteitskader voor agrarische erven, dat in Bijlage 3 is opgenomen; met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 2 en 4 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; 2. er sprake is van een goede landschappelijke/stedenbouwkundige inpassing; 3. de omgevingsvergunning is voorbereid door middel van een keukentafeloverleg. f. lid 2.2.2 sub a onder 5, ten behoeve van de bouw van teeltondersteunende kassen bij niet vollegrondstuinbouwbedrijven met inachtneming van de volgende regels: 1. per agrarisch bedrijf mag maximaal één kas worden gebouwd; 2.

de oppervlakte van de kas mag niet meer dan 100 m2 bedragen; 3. de kas dient noodzakelijk te zijn voor de uitoefening van het ter plaatse gevestigde 80

agrarische bedrijf; 4. de goothoogte en bouwhoogte van een kas mag niet meer bedragen dan respectievelijk 4 m en 6 m; g. lid 2.2.2 sub b onder 7 en 8, wat betreft het bouwen tot op de zijdelingse perceelsgrens; h. lid 2.2.2 sub a onder 3 en 4 of b onder 4 voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg, mits de bestaande ruimtelijke kwaliteit wordt behouden of versterkt in overeenstemming met het ruimtelijk kwaliteitskader voor agrarische erven, dat in Bijlage 3 is opgenomen; met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster, zoals die in de bijlage 2 zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; i. lid 2.2.4 sub d en toestaan dat vlaggenmasten worden gebouwd tot een hoogte van ten hoogste 1 m onder de nokhoogte van het hoofdgebouw tot een maximum van 12 m. 2.4

Specifieke gebruiksregels

2.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het opslaan of opgeslagen hebben, in enigerlei vorm, van stoffen en materialen van welke soort dan ook, anders dan ter plaatse tijdelijk noodzakelijk voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf; b. het opslaan of opgeslagen hebben, in enigerlei vorm, van stoffen en materialen voor statische opslag, voor zover deze opslag meer ruimte inneemt dan 1.000 m2, alsmede het aanwezig of opgeslagen hebben van één of meer aan hun gebruik onttrokken, gerede dan wel onklare machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, dan wel onderdelen daarvan; c. het gebruik voor verblijfsrecreatie, met uitzondering van het kampeerterrein ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein'; d. het gebruik als manege; e. het bedrijfsmatig ten behoeve van derden vervaardigen of herstellen van goederen, uitgezonderd het verwerken van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf; f. het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen bestemd en gereed voor onmiddellijk gebruik of verbruik, uitgezonderd de verkoop of het ten verkoop aanbieden van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf en daaraan ondergeschikt gerelateerde producten uit de streek tot een oppervlakte van maximaal 50 m2; g. het gebruik van gronden ten behoeve van bosbouw; h. het aanleggen of aanwezig hebben van een paardenbak; i.

het aanleggen of aanwezig hebben van een paddock buiten het bouwvlak; j. het houden van vee op een verdieping; k. het verwijderen van een erfpad en/of de bijbehorende beplanting, de toegangspoort en/of de toegangsbrug ter plaatse van de aanduiding 'pad'. 2.4.2 Ondergeschikte nevenactiviteiten Binnen de bestemming 'Agrarisch' Naast de functie genoemd in artikel 2.1 onder a is de uitoefening van ondergeschikte nevenactiviteiten in de vorm van een aan huis verbonden beroep of bedrijfsactiviteiten toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de ondergeschikte nevenactiviteiten mogen alleen plaatsvinden in de bestaande gebouwen; b. de gezamenlijke vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 50% van het bruto vloeroppervlak van de bestaande gebouwen; c. ondergeschikte nevenactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan als ze zijn genoemd in categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels of daarmee wat betreft de milieuhinder vergelijkbare activiteiten. Daarbij zijn in ieder geval de volgende functies (ook) toelaatbaar: 1. veeartsenpraktijk; 2. hoefsmederij; 3. ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten (kaasmakerij, imkerij, etc.);

Bestemmingsplan "Buitengebied Beemster 2012 - Reparatie partiële herziening 2021" (vastgesteld)

d.

e.

f. g. h. i. j. 2.5

4. agrarisch natuur- en landschapsbeheer; 5. hoveniersactiviteiten; 6. kinderboerderij; 7. kano-, roeiboot- en fietsenverhuur; 8. sociale functie, zoals een kinderopvang of een zorgboerderij; 9. milieueducatie / rondleidingen; 10. musea / tentoonstellingsruimte / atelier; detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van de verkoop van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf en daaraan ondergeschikt gerelateerde producten uit de streek tot een oppervlakte van maximaal 50 m2; horeca is niet toegestaan, met uitzondering van kleinschalige horeca in de vorm van een theeschenkerij, een proeverij, een boerderijcafé, of vergelijkbare functie met aan maximale oppervlakte van 100 m2; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gevoelige objecten en/of bedrijven mogen niet onevenredig worden aangetast; er vindt geen opslag en/of stalling van goederen en materiaal plaats buiten de bedrijfsgebouwen; parkeren vindt plaats op eigen erf; het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige toename van het verkeer; de activiteit mag uitsluitend worden uitgeoefend door de bewoner. Afwijken van de gebruiksregels

2.5.1 Intensieve veehouderijactiviteiten Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 2.1 sub b, voor het vergroten van de bedrijfsvloeroppervlakte voor intensieve veehouderijactiviteiten meer dan 750 m2, mits de activiteiten: a. als neventak worden uitgevoerd bij een volwaardig grondgebonden agrarisch bedrijf; b. uitsluitend plaatsvinden in bestaande agrarische bebouwing; c. niet m.e.r.-plichtig zijn. 2.5.2 Plattelandswoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 2.1 sub i, voor: a. het gebruik van een agrarische bedrijfswoning door derden die geen binding hebben met het agrarisch bedrijf, mits: 1. er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (plattelandswoning); 2. er geen sprake is van een onevenredige beperking van de gebruiks- en bouwmogelijkheden van omliggende gronden en bedrijven; b. het bouwen en gebruiken van aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij deze plattelandswoning, waarbij de regels die zijn opgenomen in lid 10.2.3 van overeenkomstige toepassing zijn. 2.5.3 Kleinschalig kamperen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 2.4.1 sub c, ten behoeve van een kampeerterrein, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

de bestaande ruimtelijke kwaliteit wordt behouden of versterkt in overeenstemming met het ruimtelijk kwaliteitskader voor agrarische erven, dat in Bijlage 3 is opgenomen; de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster of van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in de bijlage 2 en 4 zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; b. het kampeerterrein mag uitsluitend worden gebruikt gedurende de periode van 1 maart tot en 82

met 31 oktober; c. het aantal standplaatsen voor kampeermiddelen mag niet meer bedragen dan 20; d. per kampeerterrein mogen niet meer dan zes standplaatsen worden ingenomen door demontabele verblijfsaccommodaties; e. per kampeerterrein mag niet meer dan één standplaats worden ingenomen door één trekkershut; f. de oppervlakte van het kampeerterrein mag niet meer bedragen dan 5.500 m2; g. het kampeerterrein dient binnen het bouwvlak gesitueerd te zijn. Indien daar onvoldoende ruimte beschikbaar is, mag ten hoogste 1.500 m2 buiten het bouwvlak worden gesitueerd, waarbij het aanvullende kampeerterrein zijdelings direct aansluit op de grens van het agrarische bouwvlak; h. sanitaire en andere voorzieningen ten behoeve van het kleinschalig kampeerterrein mogen uitsluitend worden gerealiseerd binnen de bestaande bedrijfsgebouwen in het agrarische bouwvlak; i. het inrichten of hebben van een kleinschalig kampeerterrein mag niet gepaard gaan of gevolgd worden door uitbreiding van het bouwvlak vanwege de oorspronkelijke bestemming; j. het kleinschalig kampeerterrein en de daarbij behorende parkeervoorzieningen dienen gesitueerd te zijn achter de achtergevelrooilijn van de agrarische bedrijfswoning; k. de afstand van een trekkershut vanaf de gevellijn mag niet meer dan 18 m bedragen; l.

de inrichting van het kampeerterrein dient plaats te vinden conform een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan; m. gedurende de periode van 1 november tot 1 maart mogen geen kampeermiddelen of demontabele verblijfsaccommodaties worden geplaatst en/of geplaatst worden gehouden. 2.5.4 Bed and breakfast Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van bepaalde in lid 2.4.1 sub c, ten behoeve van een bed and breakfast, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de bed and breakfast mag uitsluitend worden gerealiseerd in de bestaande bedrijfswoning en/of de bestaande bedrijfsgebouwen; b. de bed and breakfast verschaft aan niet meer dan 8 personen gelijktijdig nachtverblijf ; c. parkeren ten behoeve van de bed and breakfast vindt plaats op eigen terrein; d. een bed and breakfast in de bedrijfswoning is uitsluitend toegestaan in combinatie met de woonfunctie. 2.5.5 Recreatie-eenheden en groepsaccommodatie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 2.4.1 sub c, ten behoeve van het realiseren van recreatie-eenheden of een groepsaccommodatie in bestaande bedrijfsgebouwen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de vloeroppervlakte van een recreatie-eenheid mag ten hoogste 75 m2 bedragen of de inhoud van een recreatie-eenheid mag ten hoogste 200 m3 bedragen; b.

parkeren ten behoeve van de recreatie-eenheden dient op eigen terrein plaats te vinden; c. per agrarisch bedrijf mag één groepsaccommodatie worden gerealiseerd; d. de realisering van een groepsaccommodatie/recreatie-eenheden in een bedrijfsgebouw mag niet leiden tot noodzakelijke uitbreiding van de agrarische bedrijfsbebouwing; e. de recreatieve activiteiten dienen voor wat betreft inkomsten, oppervlakte en tijdsbesteding ondergeschikt te zijn aan de agrarische hoofdfunctie van het bedrijf; f. de verkeersaantrekkende werking mag niet onevenredig toenemen. 2.5.6 Huisvesting tijdelijke seizoensarbeiders/arbeidsmigranten Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 2.1 sub n voor de huisvesting van seizoensarbeiders/arbeidsmigranten in bestaande agrarische bedrijfsgebouwen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er moet sprake zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf; b. het betreft uitsluitend huisvesting van arbeidsmigranten die werkzaam zijn bij het agrarisch

Bestemmingsplan "Buitengebied Beemster 2012 - Reparatie partiële herziening 2021" (vastgesteld)

bedrijf gevestigd op het perceel waar de huisvesting mogelijk wordt gemaakt; c. het aantal seizoenarbeiders/arbeidsmigranten mag ten hoogste 16 per bedrijf bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - huisvesting van arbeidsmigranten' het aantal genoemd in artikel 3.1 sub n genoemde aantal met ten hoogste 10 mag worden vergroot tot maximaal 40; d. de maximale gebruiksoppervlakte mag niet meer dan 200 m2 exclusief recreatieruimten bedragen (i.c. 12,50 m2 p.p.); e. de kwaliteit van de huisvesting moet voldoende hoog zijn voor een acceptabel woon- en leefklimaat; f. het parkeren vindt plaats op eigen erf; g. de bestaande ruimtelijke kwaliteit wordt behouden of versterkt in overeenstemming met het ruimtelijk kwaliteitskader voor agrarische erven, dat in Bijlage 3 is opgenomen. met het gebruik de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 2 en 4 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt. 2.5.7 Paardenbakken Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 2.4.1 sub h, voor het aanleggen van een paardenbak binnen het bouwvlak, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. per bouwvlak is maximaal één paardenbak toegestaan; b.

de bouwhoogte van de omheining mag niet meer bedragen dan 1,5 m; c. de bouwhoogte van lichtmasten ten behoeve van de paardenbak mag niet meer bedragen dan 5 m.

84

Artikel 3

Agrarisch - Glastuinbouw

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch - Glastuinbouw' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

glastuinbouwbedrijven; kassen ter plaatse van de aanduiding 'kas'; caravanstalling, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'caravanstalling'; wonen ten behoeve van het bedrijf, tenzij staat aangegeven dat een woning niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten';

alsmede voor: e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument' het behoud en bescherming van rijksmonumenten; f. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' het behoud en bescherming van karakteristiek bouwwerken. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Algemeen a. Op deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. b. Indien een bouwwerk nader is aangeduid als karakteristiek bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dient de uitwendige hoofdvorm van het betrokken bouwwerk, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte gehandhaafd te worden; c. De zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; d. De zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen. 3.2.2 Bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen De volgende gebouwen mogen worden gebouwd: a. bedrijfsgebouwen, met inachtneming van de volgende regels: 1. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak, achter de gevellijn, worden gebouwd, met dien verstande dat: bestaande legale bebouwing vóór de gevellijn is toegestaan; het regelvrij bouwen zoals geregeld in artikel 22.36 van het omgevingsplan niet van toepassing is voor de gronden vóór de gevellijn; 2. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' mogen de goothoogte, de bouwhoogte en het bebouwingspercentage niet meer bedragen dan is aangegeven; 3.

indien de afstand vanaf de gevellijn niet meer dan 18 m bedraagt, gelden de volgende regels: de goothoogte mag niet meer dan 4 m bedragen; de bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen; de bouwhoogte is niet hoger dan de bouwhoogte van de bedrijfswoning; gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling van de kap niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; 4. indien de afstand vanaf de gevellijn meer dan 18 m bedraagt, gelden de volgende regels: de goothoogte mag niet meer dan 5,5 m bedragen; de bouwhoogte mag niet meer dan 12 m bedragen; gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling van de kap niet minder dan 15°en niet meer dan 30° mag bedragen;

Bestemmingsplan "Buitengebied Beemster 2012 - Reparatie partiële herziening 2021" (vastgesteld)

5. indien een bouwwerk zowel binnen als buiten de afstand van 18 m van de gevellijn, als bedoeld onder 3 en 4 is gelegen, gelden de regels als genoemd onder 3; 6. voor kassen geldt dat: deze alleen zijn toegelaten ter plaatse van de aanduiding 'kas'; de goothoogte en bouwhoogte van kassen mag niet meer dan respectievelijk 6 en 8 m bedragen; b. per bouwvlak één bedrijfswoning, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten', met inachtneming van de volgende regels: 1. de bedrijfswoning er mag uitsluitend vooraan binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m; 3. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m; 4. gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; 5. de inhoud van een bedrijfswoning, niet zijnde een stolp, inclusief aan- en uitbouwen mag niet groter zijn dan 750 m3 ; 6. de bedrijfswoning mag in afwijking van het gestelde onder b2, b4 en b5 als een stolpwoning worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: de oppervlakte mag niet minder dan 225 m2 (15 x 15 m) en niet meer dan 400 m2 (20 x 20 m) bedragen; de goothoogte mag niet meer dan 3,5 m bedragen; de dakhelling van de piramidekap mag niet minder dan 45º en niet meer dan 52º bedragen; 7.

de afstand van een vrijstaande of aan één zijde aangebouwde bedrijfswoning tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 9 m; 8. als de bestaande afstand minder dan 9 m bedraagt, dan geldt deze mindere afstand als minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens; 9. de bedrijfswoning mag niet eerder worden gebouwd, dan nadat of tegelijkertijd de bedrijfsgebouwen met een gezamenlijke inhoud van niet minder dan 1.500 m3 zijn of worden gerealiseerd. 3.2.3 Pronkgevels Uitsluitend bij een stolpwoning en ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is een verbijzondering van de voorgevel in de vorm van een pronkgevel toegestaan met inachtneming van de volgende regels: a. de goothoogte mag niet meer dan tweemaal de bestaande goothoogte van de stolpwoning bedragen; b. de breedte mag niet meer dan 1/3 van de voorgevel van de stolpwoning bedragen; c. de bouwdiepte vanaf de voorgevel mag niet meer dan 0,5 m bedragen; d. het aantal bouwlagen mag niet meer dan 2 bedragen; e. het midden van de pronkgevel mag uitsluitend op het midden van de voorgevel van het hoofdgebouw liggen; f. de dakhelling van de kap van de pronkgevel mag niet meer bedragen dan die van het hoofdgebouw. 3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a.

de bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak, achter de gevellijn, worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. bestaande legale bebouwing vóór de gevellijn is toegestaan; 2. landhekken als bedoeld onder e, buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen in het achtererfgebied mag niet meer 2 m bedragen; c. de bouwhoogte van antennes en vlaggenmasten mag niet meer dan 6 m bedragen; 86

d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, waaronder overkappingen, mag niet meer dan 5 m bedragen; e. de bouwhoogte van landhekken mag niet meer dan 1,5 m bedragen. 3.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a. lid 3.2.1 sub b indien de woning met de aanduiding als karakteristiek bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' door een calamiteit teniet is gegaan en/of handhaving van het dat lid bepaalde, niet in redelijkheid kan worden gevergd van de eigenaar en/of gebruiker van de woning; b. lid 3.2.2 sub a onder 3 en 4 en b onder 4 voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg, mits de bestaande ruimtelijke kwaliteit wordt behouden of versterkt in overeenstemming met het ruimtelijk kwaliteitskader voor agrarische erven, dat in Bijlage 3 is opgenomen; met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 2 en 4 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; c.

lid 3.2.2 sub a onder 5, voor het bouwen van een bouwwerk dat zowel binnen als buiten de afstand van 18 m van de aangegeven gevellijn is geprojecteerd, in overeenstemming met de bouwmaten die zijn gesteld in 3.2.2 sub a onder 3 voor het deel van het gebouw dat binnen de afstand van 18 m van de aangegeven gevellijn is geprojecteerd en in overeenstemming met de bouwmaten die zijn gesteld in 3.2.2 sub a onder 4 voor die delen van het bouwwerk die buiten de afstand van 18 m van de aangegeven gevellijn is geprojecteerd, mits: 1. de bestaande ruimtelijke kwaliteit wordt behouden of versterkt in overeenstemming met het ruimtelijk kwaliteitskader voor agrarische erven, dat in Bijlage 3 is opgenomen; met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 2 en 4 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; 2. er sprake is van een goede landschappelijke/stedenbouwkundige inpassing; 3. de omgevingsvergunning is voorbereid door middel van een keukentafeloverleg. d. lid 3.2.4 sub c en toestaan dat vlaggenmasten worden gebouwd tot een hoogte van ten hoogste 1 m onder de nokhoogte van het hoofdgebouw tot een maximum van 12 m. 3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het opslaan of opgeslagen hebben in enigerlei vorm van stoffen en materialen van welke soort dan ook, anders dan ter plaatse noodzakelijk voor de uitoefening van het glastuinbouwbedrijf; b. het opslaan of opgeslagen hebben, in enigerlei vorm, van stoffen en materialen voor statische opslag, voor zover deze opslag meer ruimte inneemt dan 1.000 m2, alsmede het aanwezig of opgeslagen hebben van één of meer aan hun gebruik onttrokken, gerede dan wel onklare machines, voer-, vaar- en vliegtuigen dan wel onderdelen daarvan; uitgezonderd zijn caravanstallingen ter plaatse van de aanduiding 'caravanstalling' en het daarbij behorende gebruik van de gronden buiten de aanduiding 'caravanstelling' voor het ophalen en terugbrengen van de caravans en andere kampeer- en vervoersmiddelen; c. het bedrijfsmatig ten behoeve van derden vervaardigen of herstellen van goederen, uitgezonderd het verwerken van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf; d. het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen bestemd en gereed voor onmiddellijk gebruik of verbruik,uitgezonderd de verkoop of het ten verkoop aanbieden van producten afkomstig van betrokken glastuinbouwbedrijf tot een oppervlakte van 50 m2; e.

het bedrijfsmatig beoefenen of laten beoefenen van de ruiter-, zwem- of tennissport, dan wel

Bestemmingsplan "Buitengebied Beemster 2012 - Reparatie partiële herziening 2021" (vastgesteld)

het bedrijfsmatig exploiteren of laten exploiteren van zwembaden en sauna's; f. het bedrijfsmatig stallen of laten stallen van (klein)vee; g. het gebruik ten behoeve van intensieve veehouderij; h. het gebruik ten behoeve van het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens. 3.4.2 Ondergeschikte nevenactiviteiten Binnen de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' is de uitoefening van ondergeschikte nevenactiviteiten in de vorm van een aan huis verbonden beroep of bedrijfsactiviteiten toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de ondergeschikte nevenactiviteiten mogen alleen plaatsvinden in de bestaande gebouwen; b. de gezamenlijke vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 50% van het bruto vloeroppervlak van de bestaande gebouwen; c. ondergeschikte nevenactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan als ze zijn genoemd in categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels of daarmee wat betreft de milieuhinder vergelijkbare activiteiten. Daarbij zijn in ieder geval de volgende functies (ook) toelaatbaar: 1. veeartsenpraktijk; 2. hoefsmederij; 3. ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten (kaasmakerij, imkerij, etc.); 4. agrarisch natuur- en landschapsbeheer; 5. hoveniersactiviteiten; 6. kinderboerderij; 7. kano-, roeiboot- en fietsenverhuur; 8.

sociale functie, zoals een kinderopvang of een zorgboerderij; 9. milieueducatie / rondleidingen; 10. musea / tentoonstellingsruimte / atelier; d. detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van de verkoop van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf en daaraan ondergeschikt gerelateerde producten uit de streek tot een oppervlakte van maximaal 50 m2; e. horeca is niet toegestaan, met uitzondering van kleinschalige horeca in de vorm van een theeschenkerij, een proeverij, een boerderijcafé, of vergelijkbare functie met aan maximale oppervlakte van 100 m2; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gevoelige objecten en/of bedrijven mogen niet onevenredig worden aangetast; g. er vindt geen opslag en/of stalling van goederen en materiaal plaats buiten de bedrijfsgebouwen; h. parkeren vindt plaats op eigen erf; i. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige toename van het verkeer; j. de activiteit mag uitsluitend worden uitgeoefend door de bewoner. 3.5

Afwijken van de gebruiksregels

3.5.1 Plattelandswoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 3.1 sub d, voor: a. het gebruik van een agrarische bedrijfswoning door derden die geen binding hebben met het agrarisch bedrijf, mits er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (plattelandswoning) en b. het bouwen en gebruiken van aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij deze plattelandswoning, waarbij de regels die zijn opgenomen in lid 10.2.3 van overeenkomstige toepassing zijn.

88

Artikel 4

Agrarisch - Hulpbedrijf

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch - Hulpbedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van het agrarisch hulpbedrijf, al dan niet in combinatie met een agrarisch bedrijf; b. wonen ten behoeve van het bedrijf. alsmede voor: c. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' het behoud en bescherming van karakteristiek bouwwerken. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Algemeen a. Op deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. b. Indien een bouwwerk nader is aangeduid als karakteristiek bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dient de uitwendige hoofdvorm van het betrokken bouwwerk, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte gehandhaafd te worden. c. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; d. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen. 4.2.2 Bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen De volgende gebouwen mogen worden gebouwd: a. bedrijfsgebouwen, met inachtneming van de volgende regels: 1. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; in aanvulling hierop geldt dat er ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' uitsluitend binnen het bouwvlak, achter de gevellijn, mag worden gebouwd, met dien verstande dat: bestaande legale bebouwing vóór de gevellijn is toegestaan; het regelvrij bouwen zoals geregeld in artikel 22.36 van het omgevingsplan niet van toepassing is voor de gronden vóór de gevellijn; 2.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' mogen de goothoogte, de bouwhoogte en het bebouwingspercentage niet meer bedragen dan is aangegeven; 3. gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling van de kap niet minder dan 15° en niet meer dan 60° mag bedragen; 4. de voorgevel van een bedrijfsgebouw is minimaal 10 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning gelegen; b. per bouwvlak één bedrijfswoning met inachtneming van de volgende regels: 1. de bedrijfswoning mag uitsluitend vooraan binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m; 3. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m; 4. gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; 5. de inhoud van een bedrijfswoning, niet zijnde een stolp, inclusief aan- en uitbouwen mag niet groter zijn dan 750 m3 ; 6. de bedrijfswoning mag in afwijking van het gestelde onder b2, b4 en b5 als een stolpwoning worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: de oppervlakte mag niet minder dan 225 m2 (15 x 15 m) en niet meer dan 400 m2 (20 x

Bestemmingsplan "Buitengebied Beemster 2012 - Reparatie partiële herziening 2021" (vastgesteld)

20 m) bedragen; de goothoogte mag niet meer dan 3,5 m bedragen; de dakhelling van de piramidekap mag niet minder dan 45º en niet meer dan 52º bedragen; 7. de afstand van een vrijstaande of aan één zijde aangebouwde bedrijfswoning tot de zijdelingse perceelsgrens magneet minder bedragen dan 9 m; 8. als de bestaande afstand minder dan 9 m bedraagt, dan geldt deze mindere afstand als minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens; 9. de bedrijfswoning mag niet eerder worden gebouwd, dan nadat of tegelijkertijd de bedrijfsgebouwen met een gezamenlijke inhoud van niet minder dan 1.500 m3 zijn of worden gerealiseerd. 4.2.3 Pronkgevels Uitsluitend bij een stolpwoning en ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is een verbijzondering van de voorgevel in de vorm van een pronkgevel toegestaan met inachtneming van de volgende regels: a. de goothoogte mag niet meer dan tweemaal de bestaande goothoogte van de stolpwoning bedragen; b. de breedte mag niet meer dan 1/3 van de voorgevel van de stolpwoning bedragen; c. de bouwdiepte vanaf de voorgevel mag niet meer dan 0,5 m bedragen; d. het aantal bouwlagen mag niet meer dan 2 bedragen; e. het midden van de pronkgevel mag uitsluitend op het midden van de voorgevel van het hoofdgebouw liggen; f. de dakhelling van de kap van de pronkgevel mag niet meer bedragen dan die van het hoofdgebouw.

4.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; in aanvulling hierop geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' de bouwwerken uitsluitend binnen het bouwvlak, achter de gevellijn, mogen worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. bestaande legale bebouwing vóór de gevellijn is toegestaan; 2. landhekken als bedoeld onder e, buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen in het achtererfgebied mag niet meer 2 m bedragen; c. de bouwhoogte van antennes en vlaggenmasten mag niet meer dan 6 m bedragen; d. de bouwhoogte van overige bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 5 m bedragen; e. de bouwhoogte van landhekken mag niet meer dan 1,5 m bedragen; f. de bouwhoogte van overige bouwwerken, waaronder overkappingen, mag niet meer dan 4 m bedragen. 4.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a. lid 4.2.1 sub b indien de woning ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' door een calamiteit teniet is gegaan en/of handhaving van het in dat lid bepaalde, niet in redelijkheid kan worden gevergd van de eigenaar en/of gebruiker van de woning; b.

lid 4.2.2 sub a onder 1, voor het bouwen buiten het bouwvlak, mits: de oppervlakte van de denkbeeldige rechthoek waarvan het bestaande bouwvlak deel uitmaakt, niet meer dan 2 ha bedraagt; er geen m.e.r.-plichtige activiteiten mogelijk worden gemaakt; en tevens is voldaan aan de volgende voorwaarden: 90

1. voor de concrete situatie moet zijn aangetoond dat er binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende ruimte is; 2. er moet sprake zijn van een grondgebonden agrarisch bedrijf óf van een niet-grondgebonden (intensief) veehouderijbedrijf dat moet uitbreiden in verband met wettelijke eisen op het gebied van milieu en/of dierenwelzijn en/of -gezondheid; 3. er moet sprake zijn van een goede landschappelijke/stedenbouwkundige inpassing die uitgevoerd en duurzaam in stand wordt gehouden; 4. bij de inpassing van nieuwe bouwwerken moet rekening worden gehouden met de belangen van de omgevingsaspecten en moet de bestaande ruimtelijke kwaliteit worden behouden of versterkt in overeenstemming met het ruimtelijk kwaliteitskader voor agrarische erven, dat in Bijlage 3 is opgenomen; en moeten de volgende kernkwaliteiten worden behouden of versterkt: de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster, zoals die in bijlage 2 zijn aangegeven; de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 zijn aangegeven; 5. de omgevingsvergunning is voorbereid door middel van een keukentafeloverleg. c.

lid 4.2.2 sub a onder 2, voor het bouwen tot een goothoogte van maximaal 7 m, mits de bestaande ruimtelijke kwaliteit worden behouden of versterkt in overeenstemming met het ruimtelijk kwaliteitskader voor agrarische erven, dat in Bijlage 3 is opgenomen; met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 2 en 4 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; d. lid 4.2.2 sub a onder 3 en b onder 4 voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg, mits de bestaande ruimtelijke kwaliteit worden behouden of versterkt in overeenstemming met het ruimtelijk kwaliteitskader voor agrarische erven, dat in Bijlage 3 is opgenomen; met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 2 en 4 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; e. lid 4.2.4 sub c en toestaan dat vlaggenmasten worden gebouwd tot een hoogte van ten hoogste 1 m onder de nokhoogte van het hoofdgebouw tot een maximum van 12 m . 4.4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14698612/2