CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

c-ontwerpbegroting-2026-vrzw

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente PurmerendBij agendapunt: Zienswijze begroting Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland13.137 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwerpbegroting 2026

Datum 24-03-2025 05-09-2025

Status Voorlopig; 1e aanbieding AB Definitief

Vastgesteld door het Algemeen Bestuur in de vergadering van 5 september 2025, namens deze, voorzitter, J. Hamming

secretaris, S. van den Broek

1

Voorwoord Met deze begroting stuurt het bestuur van Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland (VrZW) zowel op de inhoudelijke als de financiële kaders, taken en activiteiten voor het jaar 2026 als ook op het meerjarig perspectief. Bij het opmaken van de begroting 2026 is een aantal majeure financiële ontwikkelingen nog niet uitgekristalliseerd. Bij de Voorjaarsnota 2025 van het kabinet komt er helderheid over voor veiligheidsregio’s relevante vragen: Wordt de in de miljoenennota 2025 verwerkte korting op de brede doeluitkering rampenbestrijding en crisisbeheersing (BDuR) teruggedraaid? Geeft de rijksoverheid een aanvullende bijdrage voor een verplichte wijziging van het brandweerstelsel nu het structureel kazerneren en consigneren van brandweervrijwilligers juridisch niet meer is toegestaan? Draagt de minister financieel bij aan de landelijke regeling voor veiligheidsregio’s waarin PTSS als beroepsziekte wordt erkend in navolging van defensie en politie? Vertaalt de waarschijnlijke aanwijzing van veiligheidsregio’s tot vitale sector in Nederland zich in extra financiële middelen voor het vergroten van de informatieveiligheid? De door het kabinet aangekondigde korting op de rijksbijdrage en het onverhoopt uitblijven van een aanvullende rijksbijdrage noodzaakt mij een begroting met een tekort aan te bieden. Een ongebruikelijke maar helaas onvermijdelijke stap.

Hierdoor is een kritische beschouwing van het budgettair kader vanaf 2026 noodzakelijk. VrZW wil uit samenwerking doelmatigheidswinst realiseren. En daarnaast aanpassingen in de taakuitvoering doorvoeren. De concrete financiële vertaling van deze twee lijnen naar de begroting 2026, wordt bij het definitief vaststellen van de begroting in september 2025 vastgelegd. In een snel veranderende samenleving is een wendbare veiligheidsregio nodig om in te kunnen spelen op nieuwe eisen, samen te werken met partners en om talentvol personeel aan te trekken en te behouden. VrZW voert de navolgende strategische opgaven uit: • Toekomstgerichte crisisbeheersing • Toekomstbestendige brandweerzorg • Samenwonen en samenwerken met de GGD • Toekomstbestendige organisatie en werkgeverschap: Diversiteit & Inclusie en Vitaliteit Het realiseren van onze strategische doelen valt of staat met de beschikbaarheid van goed gekwalificeerd personeel. Omdat we als veiligheidsregio continu in contact staan met de samenleving, zoeken we naar een brede variëteit aan collega’s om zo goed mogelijk de samenleving in onze regio te representeren. De belangstelling voor een functie bij VrZW blijkt groot. We slagen er in de 24uursdienstfuncties in te vullen en daarmee de paraatheid bij de brandweerzorg te vergroten. Ook lukt het expertise aan te trekken voor de toekomstgerichte crisisbeheersing.

U kunt erop vertrouwen dat onze veiligheidsregio paraat staat voor uw veiligheid mits er keuzes worden gemaakt waarmee wij de paraatheid van onze veiligheidsregio op het gewenste niveau kunnen garanderen. Saskia van den Broek Directeur

Begroting 2026 Versie 1.0

2

Inhoudsopgave

1. Hoofdlijnen 1.1 Wie zijn wij? 1.2 Wat willen we bereiken? 1.3 Wat gaan we doen? 1.4 Wat mag het kosten?

4 4 6 6 8

2. Programma Crisisbeheersing 2.1 Thema Crisisbeheersing (incl. Bevolkingszorg) 2.2 Thema Geneeskundige hulpverlening (GHOR)

122 12 144

3. Programma Brandweerzorg 3.1 Thema Brandweerzorg 3.2 Thema Risicobeheersing 3.3 Thema Gemeenschappelijke meldkamer 3.4 Thema Kazernes

15 15 18 20 21

4. Programma Organisatie (Overhead) 4.1. Thema Bedrijfsvoering

22 22

5. Algemene dekkingsmiddelen

244

6. Specificatie gemeentelijke bijdrage

255

7. Heffing vennootschapsbelasting

277

8. Mutaties reserves en voorzieningen

288

9. Meerjarenraming 2026-2029

30

10. Overzicht incidentele baten en lasten

311

11. Geprognosticeerde balans 2024-2029

322

12. EMU Saldo

344

Paragrafen Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf Financiering Paragraaf Verbonden partijen

355 355 399 40 422

Bijlagen I Meerjarig investeringsplan 2026-2029 II Uitvoeringsinformatie III Specificatie begroting 2026 op basis van categorie

455 466 477 488

3

1. Hoofdlijnen Inleiding

Voor u ligt de begroting 2026 van Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland. Het beleidsmatig kader wordt gevormd door het meerjarig beleidsplan 2025 – 2028 VrZW. In deze begroting is per programma en thema uitgewerkt wat het beoogde maatschappelijke effect is (wat willen we bereiken?), de wijze waarop we dit willen realiseren (wat gaan we doen?) en het overzicht van baten en lasten (wat mag het kosten?).

1.1 Wie zijn wij? VrZW

Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland (VrZW) houdt zich bezig met de voorbereiding op en bestrijding van rampen en crises. We doen dat in een samenwerkingsverband dat bestaat uit de brandweer, GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio), politie en de gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zaanstad. Het gaat om een vorm van verlengd lokaal bestuur die is vastgelegd in een gemeenschappelijke regeling. De veiligheidsregio voert twee soorten taken uit: taken die in de Wet veiligheidsregio’s staan en taken die zijn opgenomen in de gemeenschappelijke regeling. Brandweerzorg, risicobeheersing en de gemeenschappelijke meldkamer zijn zulke taken. Net als crisisbeheersing waar bevolkingszorg en geneeskundige hulpverlening onder vallen. Crisisbeheersing Bij een (dreigende) ramp, een grote brand of ernstig ongeluk in onze regio komt VrZW direct in actie en coördineert de inzet van brandweer, GHOR, politie, betrokken gemeenten (bevolkingszorg) en andere (crisis)partners. VrZW analyseert welke partijen betrokken moeten worden en zorgt dat informatie wordt verzameld en geduid (informatiemanagement), om tot een goed gemeenschappelijk beeld van de situatie te komen.

Dit betreft bijvoorbeeld situaties van een (grote) stroomstoring, aanhoudende droogte/hitte, de openbare effecten van een cyberaanval, een grote brand, een overstroming of maatschappelijke onrust. VrZW heeft in de voorbereiding al afspraken gemaakt over samenwerking en informatiedeling met (vitale) partners zoals de politie, Defensie, het Hoogheemraadschap, Pro-Rail, Rijkswaterstaat, het KNMI en Liander. Vanuit de GHOR zijn afspraken gemaakt met ziekenhuizen en zorginstellingen. Crisiscommunicatie zorgt dat namens (en door) de gemeente voorlichting wordt ingezet om inwoners handelingsperspectief en informatie te bieden. Bevolkingszorg organiseert voor (en door) gemeenten bijvoorbeeld dat mensen tijdelijk opgevangen worden en dat ze daarbij de passende zorg krijgen. De inzet bij een ramp of crisis vraagt veel van de ingezette mensen. Daarom worden mensen multidisciplinair getraind en geoefend. Ook is ondersteunende planvorming opgesteld en beschikbaar. De sectie bevolkingszorg binnen VrZW draagt zorg voor de coördinatietaken op de voorbereiding van de gemeentelijke bevolkingszorgtaken en het opleiden van de gemeentelijke functionarissen.

Begroting 2026 Versie 1.0

4

VrZW zorgt ook dat samen met (vitale) partners geoefend wordt op de samenwerking in de crisisteams. Het samen voorbereiden en elkaars organisaties kennen is één van de belangrijkste randvoorwaarden om gezamenlijk goed op te kunnen treden bij een (dreigende) ramp of crisis. Om te zorgen dat we blijven leren en verbeteren, evalueren we de oefeningen en de inzetten die plaats hebben gevonden en passen zo nodig training, oefeningen en planvorming aan. De GHOR wordt inhoudelijk aangestuurd door de Directeur Publieke Gezondheidzorg. De coördinerend gemeentesecretaris is namens de gemeenten verantwoordelijk voor de inhoudelijke aansturing van de sectie bevolkingszorg. Brandweerzorg In het kader van brandweerzorg en risicobeheersing is VrZW verantwoordelijk voor het voorkomen, beperken en bestrijden (van de effecten) van branden en andere onveilige situaties. VrZW adviseert gemeenten in Zaanstreek-Waterland over brandveiligheid op het gebied van de fysieke leefomgeving, op basis van de Omgevingswet en de Wet veiligheidsregio’s en de daarbij behorende besluiten en instrumenten. Onder andere over het brandveilig bouwen en gebruiken op grond van de BBL (Besluit bouwwerken leefomgeving) en over vraagstukken op het gebied van externe veiligheid op grond van het besluit activiteiten leefomgeving (BAL).

Maar ook voor niet-bouwwerken, zoals tenten bij evenementen en tribunes op grond van het besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (BGBOP). Ook controleert VrZW op de naleving van evenementenvergunningen en houdt toezicht op (brandveilig) gebruik van bouwwerken. De verkregen informatie wordt verwerkt in aanvalsplannen en bereikbaarheidskaarten voor de repressieve brandweermensen, zodat ze veilig en efficiënt kunnen optreden bij incidenten. Daarnaast geeft VrZW ook voorlichting op het gebied van brandveiligheid. Naast planvorming is het vakbekwaam worden én het vakbekwaam blijven van repressieve brandweermensen noodzakelijk om veilig en efficiënt te kunnen optreden. Daarom doorlopen de repressieve brandweermensen jaarlijks een verplicht aantal opleidings-, trainings- en oefenmomenten. De Brandweerschool Noord-Holland zorgt voor de uitvoering van alle basis brandweeropleidingen tot officiersniveau. De repressieve brandweerorganisatie in Zaanstreek-Waterland is erop gericht om in geval van een incident of calamiteit waarvoor de brandweer nodig is, zo snel en veilig mogelijk naar de locatie te gaan, waar nodig levens te redden en de schade en impact zoveel mogelijk te beperken. De gemeenschappelijke meldkamer De meldkamer is een cruciaal onderdeel van VrZW.

De centralisten nemen 112-meldingen aan, doen de eerste beoordeling van een incident en coördineren en ondersteunen ingezette eenheden. De uitvoering van deze taak wordt opgepakt door de Meldkamer Noord-Holland in Haarlem.

5

1.2 Wat willen we bereiken? Beleidskader

De ontwikkelingen in het meerjarig beleidsplan 2025 – 2028 Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland (hierna: beleidsplan) zijn maatgevend voor de begroting. In de Kaderbrief 2026 zijn de strategische opgaven verwoord. Beleidsplan 2025 - 2028 De kerntaak van VrZW is het voorkomen en bestrijden van rampen en crises. Maar ontwikkelingen in de maatschappij en mondiale thema’s zoals klimaatverandering, energietransitie en digitalisering van de samenleving eisen een bredere blik. Dit vraagt verdergaande samenwerking met partijen. Het beleidsplan geeft richting aan de ambities van VrZW op basis van maatschappelijke ontwikkelingen en wettelijke taken. Kaderbrief 2026 De begroting 2026 is opgesteld op basis van de uitgangspunten uit de Kaderbrief 2026. Het Algemeen Bestuur heeft de Kaderbrief 2026 op 11 december 2024 vastgesteld. De gemeentelijke bijdrage stijgt met de toevoeging van de derde tranche Toekomstbestendige Brandweerzorg en door indexering. Van loon- en prijsstijgingen. Scenario’s voor toekomstige uitvoering van het takenpakket Het Algemeen Bestuur heeft VrZW op 10 juli 2024 gevraagd scenario’s voor aanpassingen in de uitvoering van het takenpakket voor te bereiden. Uit de bespreking over de scenario’s is een aantal bestuurlijke overwegingen naar voren gekomen. Deze redeneerlijnen draaien primair om de maatschappelijke betekenis van de activiteiten van VrZW.

Daarnaast spelen bedrijfseconomische aspecten een rol in de afweging. Het centrale uitgangspunt van het bestuur is dat VrZW met het oog op de veiligheid, wil inzetten op intensivering van samenwerking. Dit is noodzakelijk om een robuuste veiligheidsregio in Zaanstreek-Waterland te behouden. Deze weg draagt via de lijn van de beleidsinhoud bij aan de toekomstbestendigheid van VrZW en levert zonder dat onomkeerbare maatschappelijke schade wordt aangebracht op de middellangere termijn een daling van het budgettair kader op.

1.3 Wat gaan we doen? Prioriteiten in 2026

Verwachte strategische ontwikkelingen per programma Toekomstgerichte crisisbeheersing Na de langdurige crises in de periode 2020-2023, en de rollen van de veiligheidsregio’s daarbij, is landelijk besloten om de crisisbeheersing toekomstgericht te versterken. Dit betekent dat de veiligheidsregio invulling moet geven aan nieuwe taken op het gebied van landelijke en (inter-)regionale informatiedeling, de inzet bij langdurige en nieuwe crises en het weerbaarder maken van de samenleving. Verwacht wordt dat Nederland in de toekomst vaker te maken krijgt met vraagstukken die om landelijke coördinatie en (boven)regionale inzet vragen. Sinds 2023 is er, op basis van bestuurlijke afspraken van augustus 2022, structureel geld beschikbaar gesteld om invulling te geven aan deze opgave. De extra middelen zijn expliciet bedoeld om de regionale en landelijke slagkracht en de

Begroting 2026 Versie 1.0

6

informatiepositie te versterken en zo de crisisbeheersing toekomstgericht en robuust te maken. Toekomstbestendige Brandweerzorg In een wereld die voortdurend verandert is het essentieel dat de brandweerorganisatie zich aanpast aan nieuwe uitdagingen en kansen. Door te investeren in technologie, opleiding, samenwerking en duurzaamheid kan de brandweerorganisatie zich voorbereiden op de uitdagingen van morgen en blijven bijdragen aan een veilige en veerkrachtige samenleving. Bij het opstellen van het Regionaal repressief dekkingsplan 2022-2025 zijn knelpunten geconstateerd rondom de gegarandeerde beschikbaarheid van voldoende medewerkers. Het Algemeen Bestuur heeft in 2023 gekozen voor implementatie van het volledig toekomstbestendige scenario dat zich richt op versterking van de basisbrandweerzorg in Zaanstad-Zuid en redvoertuigen en duikteams in de gehele regio. De implementatie van dit scenario is uiterlijk 31 december 2026 gereed. De veranderingen binnen de brandweerorganisatie zijn ingrijpend. Voor het volledig realiseren van dit scenario is rekening gehouden met een rijksbijdrage om de implementatie van bouwsteen verplichtend karakter vorm te geven. Er is tot dusverre nog geen zekerheid over deze bijdrage wat er toe kan leiden dat of gemeenten om een extra bijdrage wordt gevraagd of dat een deel van het toekomstbestendige scenario niet wordt uitgevoerd.

Het financiële knelpunt betreft €1.000.000 structureel) Samen sterker: VrZW en GGD-ZW samen op het Prins Bernhardplein Op 22 december 2023 is het bestuurlijk besluit genomen om samen wonen voor GGD Zaanstreek-Waterland en VrZW mogelijk te maken. De feitelijke verbouwing van het pand vindt plaats van medio 2025 tot medio 2026. Rond de zomer 2026 huist de GGD in en keert VrZW (gefaseerd) terug naar het verbouwde pand. GGD en VrZW kunnen langs deze weg allebei doorgroeien naar stevige, open netwerkorganisaties voor en met de gemeenten, partner- en samenwerkingsorganisaties en in de regio. De verbouwing luidt ook een nieuw tijdperk in op het gebied van werkomstandigheden en modern werkgeverschap. Het werkplekconcept gaat uit van ‘activiteit gericht werken’, hetgeen inhoudt dat iedereen de werkplek kiest die past bij de werkzaamheden van dat moment. Het gebouw is toegankelijk voor verschillende doelgroepen en houdt rekening met de verschillende behoeftes die medewerkers hebben. De thema’s ‘ontmoeten’ en ‘samenwerken’ staan centraal, zowel intern als met partners, naast mogelijkheden om geconcentreerd te kunnen werken. Tijdens de verbouwing zullen voor een groot deel van de medewerkers werkplekken worden ingericht op andere locaties, deels op de eigen posten, deels elders.

We vinden het daarbij belangrijk dat we ook tijdens de verbouwing van het PBP de onderlinge verbondenheid in stand houden. Financiële gevolgen VrZW trekt in 2025 een geldlening aan voor de kosten van de verbouwing. Na afronding van de verbouwing komen de afschrijvings- en rentelasten in beeld. Naar verwachting is dat vanaf begrotingsjaar 2027. Tegenover hogere kapitaallasten staan lagere huisvestingslasten als gevolg van

7

gedeeld gebruik met de GGD. Per saldo zal dit waarschijnlijk een kleine besparing voor VrZW opleveren. Deze besparing wordt na afronding van de verbouwing, als alle kosten in beeld zijn, in het budgettair kader opgenomen.

1.4 Wat mag het kosten? Financieel kader

Het begrotingstotaal van VrZW bedraagt in 2026 afgerond € 49 miljoen. Het budget van VrZW wordt gevormd door de bijdrage van het Rijk in de Brede doeluitkering Rampen (BDuR) en de bijdragen van de gemeenten. Beleidsmatige ontwikkelingen Bezuiniging Brede Doeluitkering Rampenbestrijding en Crisisbeheersing In het hoofdlijnenakkoord van het kabinet Schoof is het voornemen opgenomen de specifieke uitkeringen over te hevelen naar het gemeentefonds met een korting van 10%. De brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR) zou dan per 2026 komen te vervallen. De minister heeft bevestigd dat deze beoogde afschaffing van de BDuR als specifieke regeling een onbedoeld effect is van het hoofdlijnenakkoord. De wijziging is wel als zodanig verwerkt in de Miljoenennota 2025. Uit correspondentie tussen het Rijk en het Veiligheidsberaad blijkt dat overhevelen van de BDuR naar het gemeentefonds niet doorgaat maar de bezuiniging van 10% nog niet van tafel is. Aanvullende bijdrage van het rijk voor toekomstbestendige brandweerzorg In de financiering van fase 1 van toekomstbestendige brandweerzorg is rekening gehouden met een aanvullende bijdrage van het Rijk (€ 0,5 mln. in 2025 en ruim € 1 mln. vanaf 2026).

In het verleden heeft de minister van Justitie & Veiligheid aangegeven dat aan de brandweerkorpsen extra middelen beschikbaar worden gesteld voor het oplossen van het reële risico dat elementen in de rechtspositie van de brandweervrijwilligers in strijd zijn met de normen uit Europese en internationale regelgeving en jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. De middelen voor deze ‘verplichte bouwsteen 1’ zijn nog niet beschikbaar gesteld. Bij het onverhoopt uitblijven van de aanvullende rijksbijdrage wordt in 2025 de uitvoering van toekomstbestendige brandweerzorg getemporiseerd en vanaf 2026 mogelijk heroverwogen. Indexering gemeentelijke bijdrage Ten aanzien van het jaarlijks indexeren van de gemeentelijke bijdrage heeft het Algemeen Bestuur op 22 februari 2012 een rekenmethode vastgesteld. De gegevens van het Centraal Planbureau geven de objectieve ramingsuitgangspunten voor de begroting. De gemeenschappelijke regeling moet deze methode toepassen omdat de begroting al in maart voor een eerste bespreking wordt aangeboden aan het Algemeen Bestuur en daarom kunnen de indexcijfers uit de meicirculaire gemeentefonds niet worden gebruikt. De gemeentelijke bijdrage voor 2026 is geïndexeerd met 4,8 %. Overige ontwikkelingen: technologie stuwt de prijs op Bij alle veiligheidsregio’s zien we dat de kapitaallasten in meerjarig perspectief oplopen.

In de meerjarenbegroting zijn de kapitaallasten, in

Begroting 2026 Versie 1.0

8

afwachting van herschikking, op gelijk niveau opgenomen. De redenen voor de stijging zijn: • In 2023 en 2024 heeft een inhaalslag plaatsgevonden op geplande investeringen (vanwege leveringsproblemen in de COVID-19 periode was een achterstand ontstaan); • Toekomstige investeringen zijn naar voren gehaald zodat deze nog kunnen worden aangeschaft in een gunstig met meerdere regio’s afgesloten raamcontract; • De kosten van toekomstige investeringen lopen op doordat leveranciers technologische vernieuwing doorvoeren en de reguliere inflatie heeft een effect. We voorzien nieuwe technologische ontwikkelingen (o.a. drones en blusrobots) waardoor de kapitaallasten in de toekomst verder toenemen. In onderzoek is in hoeverre de trend van oplopende kapitaallasten weer kan worden ‘teruggebogen’ dan wel binnen het budgettair kader kan worden geaccommodeerd. We betrekken deze opdracht bij de verdere uitwerking van fase 2 van de toekomstbestendige brandweerzorg. Vooruitlopend op de uitwerking van deze opdracht zijn de kapitaallasten in deze begroting voor de jaren 2027, 2028 en 2029 op gelijkblijvend niveau opgenomen.

9

Bedragen x € 1.000

Tabel: Meerjarig overzicht baten en lasten per thema Baten en lasten

2024 realisatie

2025 begroting

2026 begroting

2027 begroting

2028 begroting

2029 begroting

Baten Crisisbeheersing

-196

-17

-17

-17

-17

-17

Brandweerzorg

-2.781

-3.413

-4.063

-4.063

-4.063

-4.063

510

1.020

1.020

1.020

1.020

-698

-596

-650

-650

-650

-650

-38.546

-41.827

-43.815

-43.849

-43.849

-43.849

Heffing vennootschapsbelasting

0

0

0

0

0

0

Bedrag onvoorzien

0

0

0

0

0

0

-42.221

-45.342

-47.526

-47.560

-47.560

-47.560

Uitblijven bouwsteen 1 Organisatie (overhead) Algemene dekkingsmiddelen

Totaal baten Lasten Crisisbeheersing

3.729

4.348

4.710

4.710

4.710

4.710

Brandweerzorg

27.427

30.419

32.975

32.597

32.627

32.593

Organisatie (overhead)

10.680

11.013

11.451

11.752

11.730

11.763

Algemene dekkingsmiddelen

287

115

117

119

112

112

Heffing vennootschapsbelasting

0

0

0

0

0

0

Bedrag onvoorzien

0

0

0

0

0

0

42.125

45.896

49.252

49.178

49.179

49.178

Saldo van baten en lasten Toevoegingen reserves

-96 0

554 0

1.726 0

1.619 0

1.619 0

1.619 0

Onttrekkingen reserves Geraamd resultaat

-45 141 V

0 -554 N

-112 -1.614 N

0 -1.619 N

0 -1.619 N

0 -1.619 N

Totaal lasten

*Begroting 2025 is de primitieve begroting plus de structurele wijzigingen als gevolg van Buraps in 2024. Negatief saldo De begroting 2026 sluit met een negatief saldo ter grootte van € 1.614 k. Het is ongebruikelijk een begroting met een tekort aan te bieden aan het Algemeen Bestuur. Helaas noopt de aangekondigde verlaging van de rijksbijdrage (BDuR) en het waarschijnlijk uitblijven van de bijdrage voor wijziging van het brandweerstelsel ons tot deze stap.

Begroting 2026 Versie 1.0

10

Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage De scenario’s vertalen zich in een structurele aanpassing van de gemeentelijke bijdrage. Na uitwerking van de scenario's in concrete maatregelen wordt het effect op de gemeentelijk bijdrage ingeboekt. Gemeente

Bijdrage 2025

Edam-Volendam Landsmeer Oostzaan Purmerend Waterland Wormerland Zaanstad Totaal Temporiseren verduurzaming Doelmatigheidswinst binnen 3 jaar

3.632.736 1.123.490 917.930 9.817.248 1.917.376 1.711.816 16.320.731 35.441.327

Doelmatigheidswinst binnen 7 jaar

Bijdrage 2026 3e tranche TBBZ index 4,79% 3.879.892 1.199.927 980.382 10.485.172 2.047.826 1.828.281 17.431.124 37.852.604 -50.000

Effect op Bijdrage 2026-2028 (indicatief)

Effect op Bijdrage vanaf 2028 (indicatief)

37.852.604

37.852.604

-712.000 -2.079.000

11

2. Programma Crisisbeheersing 2.1 Thema Crisisbeheersing (incl. Bevolkingszorg) 2.1.1 Wat willen we bereiken? Beleidskader

Samen met onze crisispartners brandweer, bevolkingszorg, Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) en politie, en waar nodig met veiligheidspartners, zorgen we voor de voorbereiding van de crisisbeheersing op zowel de flitsincidenten alsmede de langdurige crises.

2.1.2 Wat gaan we doen? Prioriteiten in 2026

Toekomstgerichte crisisbeheersing VrZW werkt aan een verdere versterking van de crisisbeheersing (zie ook paragraaf 1.3). Hierbij ligt de opgave op zowel de traditionele acute flitsramp/ -crisis als de nieuwe taken die VrZW heeft bij een langdurige crisis. De Landelijke Agenda Crisisbeheersing is één van de richtinggevende documenten voor de ontwikkelingen op het gebied van de toekomstgerichte crisisbeheersing. Het document heeft een horizon van zes jaar (2024-2029), met een focus op de eerste drie jaar. De vaststelling van deze agenda heeft plaatsgevonden in het Veiligheidsberaad samen met de minister van Justitie en Veiligheid. Op basis van deze agenda loopt een aantal trajecten door in 2026 e.v. en zal een aantal nieuwe activiteiten gestart worden. Zo zal er aandacht besteed worden aan de uitwerking van de verbinding tussen Opleiden, Trainen, Oefenen, Testen en Evalueren. Op basis hiervan kan de crisisorganisatie nog beter voorbereid worden op rampen en crises. Hierbij zal VrZW een meer trekkende en uitvoerende rol op een aantal onderwerpen nemen in plaats van alleen faciliteren. Deze ontwikkeling komt alle kolommen en crisispartners ten goede en ondersteunt deze partijen in het verhogen van de kwaliteit van de voorbereiding, uitvoer en vakbekwaamheid van de crisisfunctionarissen.

Informatiemanagement/VIK’s De tweede grote opgave bestaat uit het verbeteren van de informatievergaring, duiding en deling bij een (dreigende) crisis of incident. Deze opgave is deels lokaal en deels landelijk gericht. Veiligheidsregio’s hebben grotendeels hun informatiepositie versterkt door het inrichten van zogenaamde veiligheidsinformatieknooppunten (VIK’s). Hierin wordt per fase informatie van de eigen regionale partners, landelijke partijen en kennisinstituten verzameld, geanalyseerd en geduid. Deze informatiepositie is van belang om mogelijke verstoringen van de continuïteit van de samenleving vroegtijdig en compleet in beeld te krijgen. Deze ontwikkeling helpt alle bij een (mogelijke) crisis betrokken partijen van informatie te voorzien om zich voor te bereiden op eventuele taken. Dit jaar zal ook verder gekeken worden naar de technologische en business intelligence mogelijkheden ten behoeve van de verbeteringen rondom de VIK’s van veiligheidsregio’s onderling. En ook naar de verbinding met de landelijke

Begroting 2026 Versie 1.0

12

informatieorganisatie (KCR2) waar informatie wordt uitgewisseld tussen het Rijk en de veiligheidsregio’s.

2.1.3 Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000

Tabel: Crisisbeheersing 2026

2027

2028

2029

0

0

0

0

0

0

0

0

2.992 0

2.992 0

2.992 0

2.992 0

400

400

400

400

3.392

3.392

3.392

3.392

3.392

3.392

3.392

3.392

Baten Opbrengsten

Lasten Salarissen en inhuur Kapitaallasten Overige kosten

Saldo Toelichting

In de crisisbeheersing bestaat het leeuwendeel van de kosten uit personeelslasten

13

2.2 Thema Geneeskundige hulpverlening (GHOR) 2.2.1 Wat willen we bereiken? Beleidskader

De GHOR vormt een netwerk met de zorginstellingen in de regio, met als doel voorbereiding op rampen en crises zodat ook de zorg aan burgers geborgd is. Tijdens een ramp of crisis heeft de GHOR een coördinerende en adviserende rol en verbindt zij zorgpartners met de partners binnen de veiligheidsregio en het openbare bestuur. Daarnaast adviseert de GHOR bij evenementen aan gemeenten, op gezondheidskundige aspecten. Mogelijk wordt de adviestaak uitgebreid met de nieuwe Omgevingswet.

2.2.2 Wat gaan we doen? Prioriteiten in 2026

Toekomstgerichte crisisbestrijding De GHOR verkent in 2025 samen met Ambulance Amsterdam of de OvDG (Officier van Dienst Geneeskundig)-poule robuuster kan worden georganiseerd, met oog voor medewerkers die zowel een crisisfunctie als OvDG als een parate functie op de ambulance vervullen. Uitkomsten

hiervan worden in 2026 geïmplementeerd. Aanleiding voor de verkenning zijn onder meer de toegenomen kosten die gelieerd zijn aan dienstwissels en voertuigwissels maar ook knelpunten in rooster en planning. Doelen zijn beheersen van de kosten en invulling geven aan gezamenlijk werkgeverschap. Advisering Omgevingswet De GHOR in Zaanstreek-Waterland heeft vooralsnog geen adviestaak in Omgevingswet en heeft daartoe ook geen middelen beschikbaar. Landelijk beleid hierover wordt nog afgewacht. 2.2.3 Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000

Tabel: Geneeskundige hulpverlening (GHOR) 2026

2027

2028

2029

-17

-17

-17

-17

-17

-17

-17

-17

1.067 0

1.067 0

1.067 0

1.067 0

251

251

251

251

1.318

1.318

1.318

1.318

1.301

1.301

1.301

1.301

Baten Opbrengsten

Lasten Salarissen en inhuur Kapitaallasten Overige kosten

Saldo Toelichting

De verwachte kosten voor de geneeskundige hulpverlening zijn meerjarig redelijk stabiel. De verwachte baten betreffen een doorbelasting van kosten van de crisisorganisatie aan zorgpartners en NIPV.

Begroting 2026 Versie 1.0

14

3. Programma Brandweerzorg 3.1 Thema Brandweerzorg 3.1.1 Wat willen we bereiken? Beleidskader

Als betrouwbare en vooruitstrevende partner in (brand)veiligheid, werken we aan vraag- en risicogericht brandweerzorg. Op basis van een sterke informatiepositie streven we naar minder incidenten, minder slachtoffers en minder schade. Dit doen we, vanuit vakmanschap en een goede balans tussen mens en werk, mede in samenwerking met onze netwerkpartners.

3.1.2 Wat gaan we doen? Prioriteiten in 2026

Toekomstbestendige Brandweerzorg Bij het opstellen van het Regionaal repressief dekkingsplan 2022-2025 zijn knelpunten geconstateerd rondom de gegarandeerde beschikbaarheid van voldoende medewerkers. Het Algemeen Bestuur heeft in 2023 gekozen voor implementatie van het volledig toekomstbestendige scenario dat zich richt op versterking van de basisbrandweerzorg in Zaanstad-Zuid en redvoertuigen en duikteams in de gehele regio. De implementatie van dit scenario is uiterlijk 31 december 2026 gereed. In 2026 blijven we streven naar een versterking van ons personeelsbestand om de operationele capaciteit en paraatheid te optimaliseren. Dit doen we door middel van de volgende (concrete) maatregelen: 1. Werving en selectie: het aantrekken van nieuwe vrijwilligers en beroepskrachten om de huidige teams te versterken en de dekking in de regio te verbeteren 2. Opleiding en training: investeren in geavanceerde trainingsprogramma’s voor zowel nieuwe als bestaande medewerkers met de focus op moderne brandbestrijdingstechnieken en crisisbeheersing. 3. Diversiteit en inclusie: bevorderen van een inclusieve werkomgeving door diversiteit binnen het team te vergroten, met specifieke aandacht voor gendergelijkheid en culturele diversiteit. 4.

Gezondheid en welzijn: implementeren van welzijnsprogramma’s gericht op fysieke en mentale gezondheid van het personeel, inclusief regelmatige gezondheidschecks en toegang tot psychologische ondersteuning. 5. Loopbaanontwikkeling: het creëren van duidelijke loopbaanpaden en doorgroeimogelijkheden binnen de organisatie om de motivatie en betrokkenheid van het personeel te verhogen. Met deze doelstellingen willen we niet alleen de veiligheid en efficiëntie van onze operaties verbeteren, maar ook een aantrekkelijke werkgever zijn voor zowel de huidige als toekomstige generatie medewerkers. Eind 2023 is gestart met een brede toekomstverkenning brandweer, gericht op de hele brandweerketen van risicobeheersing tot en met incidentbestrijding (fase 2 – toekomstverkenning). Het bestuur heeft verzocht eerst het regionale beeld en de opgave scherper te maken en pas daarna

15

aan de slag te gaan met het oplossen ervan. Op 10 juli 2024 is de toekomstverkenning gepresenteerd. Om te komen tot gezamenlijke beeld- en oordeelsvorming over de trends, vraagstukken en ontwikkelopgaven heeft begin 2025 een bestuurlijke themabijeenkomst plaatsgevonden, waarna verdere uitwerking plaatsvindt. De verwachting is dat dit proces ook in 2026 nog doorloopt. Technologische innovatie De snelle vooruitgang in technologie, zoals robotica en kunstmatige intelligentie, biedt zowel kansen als uitdagingen. De brandweer zal moeten investeren in nieuwe technologieën en tegelijkertijd zorgen voor de juiste training en integratie in de operatie. Hierbij moet gedacht worden aan het inzetten van (blus)robots en drones. VrZW werkt deze innovaties zoveel mogelijk in landelijke en bovenregionale samenwerkingen uit. Verduurzaming brandweervoertuigen De verduurzaming van brandweervoertuigen is een belangrijk onderdeel van de bredere duurzaamheidsagenda binnen VrZW. Dit vereist samenwerking tussen verschillende veiligheidsregio’s en partners. Door kennis en ervaringen te delen, kunnen best practices worden geïdentificeerd en geïmplementeerd. Zo kan de brandweer niet alleen bijdragen aan een duurzamere toekomst, maar ook de operationele efficiëntie en veiligheid verbeteren. Afgelopen jaren is bij VrZW veel ingezet op het verduurzamen van de gebouwen en het wagenpark.

De grote voertuigen zijn tot dusverre buiten beschouwing gelaten. Inmiddels is de techniek zover dat er tankautospuiten en redvoertuigen in elektronische uitvoeringen zijn. Ook de ontwikkeling van op watergas rijdende voertuigen zet zich voort. Om ons hierop voor te bereiden, willen we ervaring opdoen met duurzame grote voertuigen, om de impact te kunnen beoordelen. In het perspectief van begroting 2026 leggen we bestuurlijke keuzes over de aanschaf van duurzame voertuigen aan het bestuur voor. Oefencentrum Het oefencentrum van de brandweer op het Prins Bernhardplein te Zaandam speelt een cruciale rol in de training en voorbereiding van brandweerlieden in de regio Zaanstreek-Waterland. De huidige installatie in het oefencentrum is in 2006 opgeleverd. In vergelijking met de start wordt het oefencentrum nu intensiever gebruikt. Daarbij speelt ook mee dat er inmiddels sprake is van een verouderde installatie en bijbehorende verouderde software. Hierdoor is het aannemelijk dat in de toekomst het systeem vaker met storingen zal kampen en dat onderdelen niet meer vervangen kunnen worden, omdat deze niet meer leverbaar zijn. Om de continuïteit van het oefencentrum te kunnen waarborgen, is er een onderzoek nodig naar mogelijke opties voor een doorontwikkeling van het oefencentrum.

Het doel is om het oefencentrum te vernieuwen naar een centrum dat aansluit bij de visie van een toekomst bestendige brandweer. Gezien de intensieve gebruiksfrequentie van het oefencentrum, is het essentieel dat het vernieuwde centrum voldoet aan de hoogste standaarden Begroting 2026 Versie 1.0

16

op het gebied van brandveiligheid en operationele prestaties. De samenwerking met de gemeente Zaanstad is hierbij van groot belang, aangezien zij als eigenaar van het pand een sleutelrol heeft in de besluitvorming en implementatie. Door gezamenlijk te investeren in de doorontwikkeling van het oefencentrum, kan het oefencentrum ook in de toekomst blijven bijdragen aan de veiligheid en paraatheid van de brandweer in de regio.

3.1.3 Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000

Tabel: Brandweerzorg algemeen 2026

2027

2028

2029

Opbrengsten

-1.744

-1.744

-1.744

-1.744

Uitblijven bouwsteen 1

1.020

1.020

1.020

1.020

-724

-724

-724

-724

Lasten Salarissen en inhuur

16.844

16.844

16.844

16.844

Kapitaallasten

2.963

2.837

2.867

2.832

Overige kosten

6.835

6.583

6.589

6.595

26.642

26.264

26.299

26.270

25.918

25.540

25.575

25.546

Baten

Saldo

Toelichting

Het betreft hier met name kosten voor vakbekwaamheid en de repressieve dienst, bijbehorend materiaal / materieel en huisvesting.

17

3.2 Thema Risicobeheersing 3.2.1 Wat willen we bereiken? Beleidskader

Risicobeheersing zet zich in om risico’s in de fysieke leefomgeving te voorkomen en te beperken, en richt zich op bescherming van personen en omgeving. De basis werkzaamheden bestaan uit advisering vergunningen, toezicht, evenementen, bluswater en bereikbaarheid en brandveilig leven. Wij werken vanuit een brede risicogerichte blik aan maatschappelijke vraagstukken met fysieke veiligheidsaspecten. Onze inzet draagt bij aan het verhogen van het veiligheidsbewustzijn en bijbehorende gedragsverandering bij initiatiefnemers, partners en burgers.

3.2.2 Wat gaan we doen? Prioriteiten in 2026

Risicogerichte advisering en verdere implementatie Omgevingswet In 2026 wordt de transitie van ‘regelgerichte’ naar ‘risicogerichte’ advisering doorgezet. Hiervoor worden de kaders en werkwijzen, die in landelijke samenwerking tussen de veiligheidsregio’s zijn ontwikkeld, in gebruik genomen. Daarnaast wordt in het kader van de implementatie van de Omgevingswet nader invulling gegeven aan de aanvullende adviestaak aan gemeenten via deelname aan de ‘omgevingstafel’. Om invulling aan deze opgave te geven: • Wordt geïnvesteerd in verdere kennisontwikkeling van de medewerkers; • Blijven we aangesloten op landelijke projecten om kaders en richtlijnen op te stellen; • Worden systemen aangepast aan de nieuwe werkwijzen; • Wordt geïnvesteerd in de samenwerking en verbinding met bestaande en nieuwe partners; • Sluiten adviseurs aan bij gemeentelijke omgevingstafels. Risicogericht toezicht In 2026 zijn de belangrijkste ontwikkelingen voor toezicht: • Differentiëren van manieren hoe toezicht wordt uitgevoerd • Aansluiten op het landelijke project om risico’s op objectniveau te kunnen duiden aan de hand van data. Door risico’s op objectniveau te duiden kan gerichter ingezet worden op brandveiligheid. Daarnaast zorgt differentiatie van manieren van toezicht dat meer tijd beschikbaar komt om toezicht op risicolocaties uit te voeren.

Om tot een goede onderbouwing van prioritering te komen, worden landelijk meer data verzameld en regionaal meer data uitgewisseld met onder andere de omgevingsdiensten. Risicogerichte voorlichting Voorlichting wordt in 2026 verder ingezet op die plekken waar het meeste resultaat is te behalen. Dit betekent dat minder voorlichting op verzoek plaats vindt en dat actief contact gezocht wordt met partijen waar voorlichting een bijdrage kan leveren aan een hogere brandveiligheid. Prioritering wordt bepaald op basis van incidenten die plaats hebben gevonden in Zaanstreek-

Begroting 2026 Versie 1.0

18

Waterland en Nederland én inzichten die opgedaan zijn bij toezichtmomenten en bestuurlijke wensen. Ook wordt in 2026 deelgenomen aan projecten met woningcorporaties en bijvoorbeeld aan lokale Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) projecten van ondernemers.

3.2.3 Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000

Tabel: Risicobeheersing 2026

2027

2028

2029

0

0

0

0

0

0

0

0

2.793 4

2.793 4

2.793 0

2.793 0

290

290

290

290

3.087

3.087

3.083

3.083

3.087

3.087

3.083

3.083

Baten Opbrengsten

Lasten Salarissen en inhuur Kapitaallasten Overige kosten

Saldo

Toelichting

De kosten van risicobeheersing betreffen de salariskosten van medewerkers. De overige kosten bestaan met name uit kosten voor voorlichting en bijdragen aan enkele bovenregionale samenwerkingsverbanden.

19

3.3 Thema Gemeenschappelijke meldkamer 3.3.1 Wat willen we bereiken? Beleidskader

De meldkamer Noord-Holland staat aan het begin van de veiligheidsketen en draagt eraan bij burgers in nood sneller en efficiënter te helpen en de ambulancezorg, brandweer, marechaussee en politie beter te faciliteren bij hulpverlening en bij bestrijding van crises en rampen.

3.3.2 Wat gaan we doen? Prioriteiten in 2026

Doorontwikkeling meldkamer brandweer In samenwerking met de veiligheidsregio’s wordt nagedacht over hoe de meldkamer brandweer er over 5 tot 10 jaar uit moet zien, en welke tools daarvoor nodig zijn. Daarnaast blijft de focus liggen op de harmonisatie van processen en procedures met de veiligheidsregio’s. Er is een meerjarenvisie op vakbekwaamheid die rekening houdt met de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van het analyseren en duiden van data. Een belangrijke ontwikkeling hierin binnen het meldkamerdomein is die van het inrichten van een veiligheidsinformatieknooppunt (VIK). Hiermee wordt op verbeterde wijze aan informatie gestuurde incidentbestrijding vorm en inhoud gegeven. Daarnaast blijft er gewerkt worden aan de doorontwikkeling van de samenwerking tussen de tien gemeenschappelijke meldkamers.

3.3.3 Wat mag het kosten?

Bedragen x € 1.000

Tabel: Gemeenschappelijke meldkamer 2026

2027

2028

2029

-680

-680

-680

-680

-680

-680

-680

-680

Baten Opbrengsten

Lasten Salarissen en inhuur

723

723

723

723

Kapitaallasten

0

0

0

0

Overige kosten

682

682

682

682

1.406

1.406

1.406

1.406

726

726

726

726

Saldo

Toelichting

Begroting 2026 Versie 1.0

De kosten van centralisten en calamiteitencoördinatoren (die in dienst zijn van VrZW) worden periodiek doorbelast aan de gemeenschappelijke meldkamer. Dit leidt tot de opgenomen opbrengsten in bovenstaande tabel. Aanvullend verrekent de meldkamer periodiek de totale gemeenschappelijke kosten over de deelnemende partijen (onderdeel van ‘overige kosten’).

20

3.4 Thema Kazernes 3.4.1 Wat willen we bereiken? Beleidskader

VrZW zal de panden die in gebruik zijn van de gemeenten gebruiken zoals van een goed huisvader verwacht mag worden.

3.4.2 Wat gaan we doen? Prioriteiten in 2026

VrZW zal de panden die in gebruik zijn van de gemeenten gebruiken zoals van een goed huisvader verwacht mag worden. Panden in eigendom In 2014 is bij de regionalisering van de brandweer afgesproken dat de kazernes in gebruik bij VrZW in eigendom van gemeenten blijven en om niet ter beschikking worden gesteld aan VrZW. Panden Huisvesting – gebruikslasten De gebruikerslasten van de panden (gas, water, licht, gemeentelijke belastingen en schoonmaak) zijn bij de regionalisering overgedragen aan VrZW waarbij zowel de voor- als nadelen voor rekening zijn van VrZW. In 2022 en 2023 zijn deze lasten door inflatie sterk toegenomen. Deze ontwikkeling zet zich naar verwachting door in 2026. Huisvesting – gebruikersonderhoud Gemeenten droegen tot 2024 de zorg voor het groot en klein onderhoud aan de kazernes. De verantwoordelijkheid voor het klein gebruikersonderhoud is in 2025 aan VrZW overgedragen. De budgettaire vertaling wordt opgenomen in de wijziging van de begroting in de eerste bestuursrapportage over 2025.

3.4.3 Wat mag het kosten? Tabel: Brandweerkazernes Brandweerkazernes

2026

2027

Bedragen x € 1.000 2028 2029

-1.005

-1.005

-1.005

-1.005

-1.005

-1.005

-1.005

-1.005

0 42

0 42

0 42

0 37

1.163

1.163

1.163

1.163

1.206

1.206

1.205

1.200

200

200

200

195

Baten Opbrengsten

Lasten Salarissen en inhuur Kapitaallasten Overige kosten

Saldo Toelichting

Aan de lastenkant van de begroting zijn de kosten voor het gebruik van de panden opgenomen. Aan de batenkant is het specifieke budget zichtbaar.

21

4. Programma Organisatie (Overhead) 4.1. Thema Bedrijfsvoering 4.1.1. Wat willen we bereiken? Beleidskader

Het thema bedrijfsvoering is ondersteunend en adviserend aan de beleidsinhoudelijke programma’s en bestaat uit de activiteiten met betrekking tot personeel & organisatie, financiën, control, informatievoorziening, ICT, facilitair, huisvesting, inkoop, juridische zaken, kwaliteitszorg en communicatie. Gerichte sturing en aandacht voor bedrijfsvoering die toekomstbestendig is, maakt het voor de organisatie mogelijk om in te kunnen spelen op ontwikkelingen, mee te kunnen bewegen met de omgeving en haar taken optimaal te kunnen blijven uitvoeren. We zetten in op een goede samenwerking met onze buurregio’s en landelijk, als tevens uiteraard met onze directe partners zoals de GGD. We werken de mogelijkheden uit tot synergie op bedrijfsvoering met onze directe partners zoals GGD-ZW.

4.1.2. Wat gaan we doen? Prioriteiten in 2026

Samen Sterker Deze prioriteit wordt vanuit het programma Organisatie ingevuld. Wat we gaan doen is beschreven in paragraaf 1.3. Landelijke samenwerking We blijven de samenwerking en daarmee onze robuustheid versterken. Naast onze informatievoorziening, inkoop en goed werkgeverschap waarop we landelijk en bovenregionaal inzetten, versterken we ook de samenwerking met onze lokale partners. De samenwerking met de GGD is daarvan een belangrijk voorbeeld. Goed werkgeverschap Duurzame inzetbaarheid van medewerkers blijft in 2026 van groot belang. Het beleid dat we in 2025 samen met onze ondernemingsraad hebben neergezet gaan we verder versterken. Onze thema’s zijn: gezondheid en welzijn, werkplezier en betrokkenheid, leren en ontwikkelen en flexibiliteit en balans. Medewerkers weten wat deze thema’s voor ze kunnen betekenen en wat ze waar kunnen vinden. We blijven investeren in persoonlijk leiderschap en diversiteit & inclusie. Hieraan werken we met alle leidinggevenden in ons leiderschapsprogramma. We zullen onze medewerkers regelmatig inspireren op deze thema’s en bieden ze de mogelijkheid tot verdieping met opleiding en coaching. Door verantwoordelijkheden lager in de organisatie te leggen, ervaren medewerkers meer persoonlijk leiderschap en werkplezier.

Informatievoorziening Voor het begrotingsjaar 2026 zijn onder andere informatiebeveiliging, privacybescherming, artificiële intelligentie (AI) en verdere

Begroting 2026 Versie 1.0

22

digitalisering van documentstromen belangrijke thema’s. We zorgen dat onze informatievoorziening blijft voldoen aan de algemeen geldende kaders op dit gebied zoals de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), de ISO 27001 norm alsook de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Op het vlak van de informatiebeveiliging willen we certificeren op de ISO 27001 norm. In het kader van de AVG willen we onze bewustwordingscampagne omtrent de privacy intensiveren. Dit heeft met name te maken met het nieuwe kantoorconcept waarin we nog meer werkplekonafhankelijk gaan werken en het kantoor delen met de GGD. Daarnaast willen we onze medewerkers meenemen in nieuwe ontwikkelingen zoals AI en de voordelen die dit heeft voor het efficiënter en effectiever uitvoeren van de dagelijkse werkzaamheden. Hierbij leggen we ook de nadruk op het verantwoord toepassen van AI zodat dit voldoet aan eisen voor de informatiebeveiliging en privacybescherming. We werken verder aan de digitalisering van documentstromen en zorgen dat onze documentaire informatievoorziening voldoet aan de eisen van de nieuwe Archiefwet.

4.1.3 Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000

Tabel: Organisatie (overhead) 2026

2027

2028

2029

-650

-650

-650

-650

-650

-650

-650

-650

Lasten Salarissen en inhuur Kapitaallasten

7.530 928

7.530 1.290

7.530 1.152

7.530 1.165

Overige kosten

2.992

2.932

3.048

3.068

11.451

11.752

11.730

11.763

10.800

11.101

11.079

11.113

Baten Opbrengsten

Saldo

Toelichting

De kosten programma Organisatie (overhead) bestaan met name uit personeelslasten en materiële kosten. Een deel van deze lasten wordt doorbelast (opbrengsten) naar overige programma’s en Brandweerschool Noord-Holland. VrZW ondersteunt Brandweerschool Noord-Holland op het gebied van bedrijfsvoeringstaken.

23

5. Algemene dekkingsmiddelen Bedragen x € 1.000

Tabel: Algemene dekkingsmiddelen 2026

2027

2028

2029

-6.862 1.020 -37.853

-6.862 1.020 -37.853

-6.862 1.020 -37.853

-6.862 1.020 -37.853

-120

-154

-154

-154

-43.815

-43.849

-43.849

-43.849

Lasten Salarissen en inhuur Kapitaallasten (doorbelasting) Overige kosten

0 -509 0

0 -589 0

0 -662 0

0 -662 0

Rentelasten

626

709

774

774

117

119

112

112

-43.698

-43.729

-43.737

-43.737

-3

-35

-42

-42

Baten BDUR Uitblijven bouwsteen 1 Bijdragen gemeenten Rentebaten

Saldo Renteresultaat *

Toelichting

Onder de algemene dekkingsmiddelen zijn onder de baten de rijksbijdrage (BDuR, Brede Doel Uitkering Rampen) en de gemeentelijke bijdrage opgenomen. Aanvullend hierop zijn ook de verwachte rentebaten (vanuit schatkistbankieren) opgenomen. De korting op de rijksbijdrage ter grootte van 10% is in bovenstaande cijfers verwerkt. Bij de lasten zijn de rentelasten op huidige en toekomstige geldleningen opgenomen. Het saldo van de ontvangen rentebaten en te betalen rentelasten wordt doorbelast naar de programma’s (onder kapitaallasten). * Doordat met een vaste omslagrente wordt doorbelast, is een (beperkt) renteresultaat zichtbaar (zie onderste regel). Een nadere toelichting van dit resultaat is opgenomen in de paragraaf Financiering.

Begroting 2026 Versie 1.0

24

6. Specificatie gemeentelijke bijdrage In de kaderbrief voor begroting 2026 zijn onderstaande bedragen vastgelegd

Tabel: Gemeentelijke bijdragen Gemeente

Edam-Volendam Landsmeer Oostzaan Purmerend Waterland Wormerland Zaanstad Totaal

Bijdrage 2025

bedragen x € 1.000 Bijdrage 2026 3e trache TBBZ index 4,79%

3.632.736 1.123.490 917.930 9.817.248 1.917.376 1.711.816 16.320.731 35.441.327

Tabel: Bijdragen gebouwen – gebruikers Gemeente Vaste bijdrage gebouwen gebruikers 2025

Edam-Volendam Landsmeer Oostzaan Purmerend Waterland Wormerland Zaanstad Totaal Toelichting

53.812 6.501 12.560 119.514 42.885 39.443 697.687 972.402

3.879.892 1.199.927 980.382 10.485.172 2.047.826 1.828.281 17.431.124 37.852.604

Index 2026 3,4%

bedragen x € 1.000 Vaste bijdrage gebouwen gebruikers 2026

1.830 221 427 4.063 1.458 1.341 23.721 33.061

55.642 6.722 12.987 123.577 44.343 40.784 721.409 1.005.464

Vanaf 2017 ontvangt VrZW een vaste bijdrage (taakstellend budget) van de aangesloten gemeenten die jaarlijks wordt verhoogd op basis van de gewogen prijsindex voor de gemeentelijke bijdrage. Vanaf 2025 dragen gemeenten hun budgetten voor klein onderhoud van de panden over aan VrZW (zie ook 3.4.3). Deze (aanvullende) bijdrage wordt bepaald op basis van de meerjaren onderhoudsplannen per pand per gemeente. In de eerste bestuursrapportage over 2025 is dat proces afgerond. Met deze aanvullende bijdrage is daarom nog geen rekening gehouden in bovenstaande tabel.

25

Recapitulatiestaat per thema Tabel: Recapitulatiestaat Thema

Saldo 2026

Saldo 2027

bedragen x € 1.000 Saldo Saldo 2028 2029

Algemene dekkingsmiddelen

3.392 1.301 3.087 25.917 726 0 200 10.800 -43.698

3.392 1.301 3.087 25.540 726 0 200 11.101 -43.729

3.392 1.301 3.083 25.575 726 0 200 11.079 -43.737

3.392 1.301 3.083 25.546 726 0 195 11.113 -43.737

Subtotaal Toevoeging reserve Onttrekking reserve Totaal

1.726 0 -112 -1.614

1.619 0 0 -1.619

1.619 0 0 -1.619

1.619 0 0 -1.619

Crisisbeheersing Geneeskundigehulpverlening(GHOR) Risicobeheersing Brandweerzorg algemeen Gemeenschappelijke meldkamer Vakbekwaamheid Brandweerkazernes Organisatie(Overhead)

Begroting 2026 Versie 1.0

26

7. Heffing vennootschapsbelasting Toelichting

Op basis van de huidige inzichten en ervaring uit eerdere jaren is de verwachting dat VrZW over de geplande activiteiten geen vennootschapsbelasting hoeft af te dragen.

27

8. Mutaties reserves en voorzieningen bedragen x € 1.000

Tabel: Reserves Reserve

CAT

Onttrekking 2025

Saldo

Saldo

Saldo

Saldo

Saldo

31-12-24

Toevoeging 2025

31-12-25

31-12-26

31-12-27

31-12-28

31-12-29

Algemene reserve

691

141

0

832

832

832

832

832

Algemene reserve

691

141

0

832

832

832

832

832

229

0

0

229

117

117

117

117

395

0

0

0

0

0

Bestemmingsreserves* Bestemmingsreserve WNRA Bestemmingsreserve Huisvesting

B2 B2

Saldo

395

bestemmingsreserves

624

0

395

229

117

117

117

117

Totaal eigen vermogen

1.315

141

395

1.061

949

949

949

949

Weerstandsvermogen

691

832

832

832

832

832

* Conform de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing VrZW tellen alleen de bestemmingsreserves met de typering A1, A2 en B1 mee in de berekening van de weerstandscapaciteit

Toelichting

Bestemmingsreserves Bij de resultaatbestemming 2021 is een bedrag op zij gezet voor dekking van kosten voor aanpassingen van het kantoor als gevolg van hybride werken. In 2023 en 2024 is een deel van deze reserve ingezet ter dekking van de (externe) kosten voor het opstellen van een businesscase rondom de huisvesting. In 2025 vinden aanvullende onttrekkingen plaats ter dekking van de project-/ aanloopkosten van de verbouwing in het kader van samenwonen met de GGD. De in de begroting opgenomen onttrekking van aan de bestemmingsreserve WNRA sluit aan bij bestuurlijk vastgestelde bestemming in het kader van toekomstbestendige brandweerzorg. Gerealiseerd resultaat 2024 Op basis van de voorlopige jaarstukken wordt 2024 met een positief resultaat afgesloten. Het Algemeen Bestuur zal bij het vaststellen van de jaarrekening 2024 een besluit nemen voor bestemming van het resultaat.

Begroting 2026 Versie 1.0

28

bedragen x € 1.000

Tabel: Voorzieningen Voorziening

Voorziening wachtgeldverplichtingen

Saldo

Dotatie

31-12-24

2025

Aanwending 2025

Vrijval

Saldo

Saldo

Saldo

Saldo

Saldo

2025

31-12-26

31-12-26

31-12-27

31-12-28

31-12-29

0

0

0

0

0

0

0

0

0

237

75

25

0

287

337

387

437

487

Voorziening gebruikersonderhoud panden

0

450

450

0

0

0

0

0

0

Totaal voorzieningen

237

525

475

0

287

337

387

437

487

Voorziening verlofsparen

Toelichting

Voorziening wachtgeldverplichting Deze voorziening is in voorgaande jaren gevormd in verband met verwachte aanspraken die oud-medewerkers doen op een uitkering uit de werkeloosheidswet (WW). VrZW is hiervoor eigen risicodrager. Op moment van opstellen van deze begroting zijn er geen oud-medewerkers die aanspraken kunnen doen op uitkeringen WW (waardoor nihil saldo opgenomen). Voorziening verlofsparen Als gevolg van de invoering van het verlofsparen is een voorziening voor deze verplichtingen ingesteld. Omdat de komende jaren -naar verwachting- sprake is van een opbouw van spaarverlof, is jaarlijks een netto dotatie aan deze voorziening opgenomen. Voorziening gebruikersonderhoud panden Gemeenten dragen vanaf 2025 hun budgetten voor klein onderhoud van de panden (kazernes) over aan VrZW. Deze bijdrage per pand van naar verwachting € 450.000 op jaarbasis wordt in de eerste bestuursrapportage 2025 toegevoegd aan een voorziening ‘gebruikersonderhoud panden’. Vervolgens vinden onttrekkingen aan de voorziening per pand plaats als het onderhoud is uitgevoerd.

29

9. Meerjarenraming 2026-2029 bedragen x € 1.000

Tabel: Begrote baten en lasten per programma/taakveld Programma

Taakveld

2025

2026

2027

2028

2029

Baten Crisisbeheersing

Crisisbeheersing

0

0

0

0

0

-17

-17

-17

-17

-17

Brandweerzorg

Geneeskundige hulpverlening Brandweerzorg

-660

-724

-724

-724

-724

Risicobeheersing

0

0

0

0

0

-644

-680

-680

-680

-680

-1.599

-1.005

-1.005

-1.005

-1.005

-596

-650

-650

-650

-650

-41.827

-43.815

-43.849

-43.849

-43.849

0

0

0

0

0

-45.343

-46.892

-46.926

-46.926

-46.926

Gemeenschappelijke meldkamer Brandweerkazernes Organisatie Alg. dekkingsmid. Onvoorzien

Organisatie (Overhead) Algemene dekkingsmiddelen Bedrag onvoorzien

Totaal baten Lasten

0

0

0

0

0

Crisisbeheersing

Crisisbeheersing

3.037

3.392

3.392

3.392

3.392

1.312

1.318

1.318

1.318

1.318

Brandweerzorg

Geneeskundige hulpverlening Brandweerzorg

24.448

26.641

26.264

26.299

26.270

Risicobeheersing

2.805

3.087

3.087

3.083

3.083

Gemeenschappelijke meldkamer Brandweerkazernes

1.378

1.406

1.406

1.406

1.406

1.789

1.206

1.206

1.205

1.200

Organisatie (Overhead) Algemene dekkingsmiddelen Bedrag onvoorzien

11.013

11.451

11.752

11.730

11.763

115

117

119

112

112

0

0

0

0

0

45.897

48.618

48.545

48.545

48.545

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

554

1.726

1.619

1.619

1.619

Toevoegingen reserves

0

0

0

0

0

Onttrekkingen reserves

0

-112

0

0

0

-554 N

-1.614 N

-1.619 N

-1.619 N

-1.619 N

Organisatie Alg. dekkingsmid. Onvoorzien Totaal lasten

Resultaat

Begroting 2026 Versie 1.0

30

10. Overzicht incidentele baten en lasten In de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 zijn geen incidentele baten of lasten opgenomen.

31

11. Geprognosticeerde balans 2024-2029 bedragen x € 1.000

Tabel: Geprognotiseerde balans 2024-2029 ACTIVA ACTIVA

2024

2025

2026

2027

2028

2029

-Investeringen met economisch nut

19.852

21.698

22.743

23.511

23.780

24.819

Totaal vaste activa

19.852

21.698

22.743

23.511

23.780

24.819

198

693

427

795

910

1.502

0

0

0

0

0

0

-Overige vorderingen

325 358

400 300

400 300

400 300

400 300

400 300

Totaal korte uitzettingen

882

1.393

1.127

1.495

1.610

2.202

Liquide middelen -Kassaldi

0

0

0

0

0

0

-Banksaldi

57

250

250

250

250

250

Totaal liquide middelen

57

250

250

250

250

250

0

0

0

0

0

0

1.804

700

700

700

700

700

1.804

700

700

700

700

700

Totaal vlottende activa

2.743

2.343

2.077

2.445

2.560

3.152

Totaal activa

22.595

24.041

24.820

25.957

26.341

27.971

Vaste activa Materiële vaste activa

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar -Rekening-courantverhouding met het Rijk -Rekening-courant met niet-financiële instellingen -Vorderingen op openbare lichamen

Overlopende activa - de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel - Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal overlopende activa

Begroting 2026 Versie 1.0

32

bedragen x € 1.000

Tabel: Geprognotiseerde balans 2024-2029 PASSIVA PASSIVA

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Eigen vermogen -Algemene reserve -Bestemmingsreserves

691 624

832 229

832 117

832 117

832 117

832 117

-Restultaat vorig boekjaar

141

0

0

0

0

Totaal eigen vermogen

1.456

1.061

949

949

949

949

Voorzieningen - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's - Egalisatievoorzieningen

237

287

337

387

437

487

0

0

0

0

0

0

- Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden

0

0

0

0

0

0

237

287

337

387

437

487

13.138

15.730

18.070

20.158

21.992

23.572

0

0

0

0

0

0

Totaal langlopende schulden

13.138

15.730

18.070

20.158

21.992

23.572

Totaal vaste passiva

14.830

17.078

19.356

21.493

23.378

25.008

Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar: -Kasgeldleningen -Banksaldi

2.500 0

2.500 0

1.000 0

0 0

0 0

0 0

-Overige schulden

3.301

2.500

2.500

2.500

1.000

1.000

kortlopende schulden

5.801

5.000

3.500

2.500

1.000

1.000

1.963

1.963

1.963

1.963

1.963

1.963

-De van overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten in volgende begrotingsjaren

0

0

0

0

0

0

-Overige vooruit ontvangen baten die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

0

0

0

0

0

0

Totaal overlopende passiva

1.963

1.963

1.963

1.963

1.963

1.963

Totaal vlottende passiva

7.765

6.963

5.463

4.463

2.963

2.963

Totaal passiva

22.595

24.041

24.819

25.957

26.341

27.971

Totaal voorzieningen Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer -Onderhandse leningen van:binnenlandsebanken en overige financiële instelllingen -Waarborgsommen

Vlottende passiva

Overlopende passiva -Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen

In de jaarkolommen is telkens de (verwachte) stand aan het einde van het betreffende boekjaar opgenomen (ultimo-standen). 33

12. EMU Saldo bedragen x € 1.000

Tabel: EMU saldo Rubriek

2025

2026

2027

2028

2029

Exploitatie vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

-554

-1.726

-1.619

-1.619

-1.619

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Bruto dotaties aan de post voorziening ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie

3.009 50

3.400 50

3.706 50

3.756 50

3.708 50

Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd

4.855

4.445

4.475

4.025

4.747

Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overige, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4

0

0

0

0

0

Desinvesteringen in (Im)materiele vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiele vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord

0

0

0

0

0

Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met deren die niet op de exploitatie staan)

0

0

0

0

0

Baten Bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord

0

0

0

0

0

Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord

0

0

0

0

0

Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten

0

0

0

0

0

nee 0

nee 0

nee 0

nee 0

nee 0

-2.349

-2.721

-2.338

-1.838

-2.608

Verkoop van effecten: Gaat u effecten verkopen? (ja/nee) Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie? Berekend EMU- saldo

Noot: Onder ‘investeringen’ zijn ook investeringen die zijn doorgeschoven uit eerdere jaren opgenomen. Het investeringsniveau stijgt en deze stijging vertaalt zich niet één op één in een verhoging van de kapitaallasten omdat VrZW werkt met een zogenaamd afslagsysteem. In het eerste jaar van investeren nemen we 50% van de kapitaallasten op, in het tweede jaar 75%, het derde jaar 90% en vanaf het vierde jaar volledig.

34

Paragrafen Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Aanleiding en achtergrond Het is noodzakelijk risico’s die mogelijk van invloed zijn op de organisatie te beheersen. Door inzicht in de risico’s is de organisatie in staat op verantwoorde wijze beheersmaatregelen te nemen. Het beleid van VrZW is vastgelegd in de Nota weerstandsvermogen en risicobeheersing VrZW (vastgesteld op 18 december 2013). Op 20 oktober 2017 is het beleid geactualiseerd. Het Algemeen Bestuur heeft besloten dat het weerstandsvermogen in voldoende mate toereikend moet zijn voor het afdekken van risico’s. Risicoprofiel Jaarlijks actualiseert VrZW het risicoprofiel. De geactualiseerde risico’s zijn in onderstaand overzicht opgenomen. Dit zijn de risico’s die gezamenlijk ca. 99% van de totale benodigde weerstandcapaciteit voor hun rekening nemen. Overige risico’s hebben een dermate kleine impact dat ze in deze paragraaf niet zijn opgenomen. Risico

Maatregelen

Opgave: Samenwonen met de GGD. Voor de gezamenlijke huisvesting van VrZW en GGD-ZW wordt een pand van VrZW op Prins Bernhardplein in Zaandam verbouwd. De verbouwingskosten kunnen hoger uitvallen dan oorspronkelijk begroot en er kan vertraging ontstaan in de oplevering.

In de achterliggende business case is rekening gehouden met mogelijk onvoorziene kosten. Er is een 15% hiervoor geraamd. In de inkoopstrategie wordt gestuurd op gunning binnen het budgettair kader. Het voorlopig ontwerp van de architect geeft geen indicatie voor hogere bouwkosten. Het project start later dan oorspronkelijk gepland en dat kan leiden tot hogere projectkosten. Mogelijk hogere projectkosten laten zich lastig inschatting, dit risico is daarom in kwalitatieve zin opgenomen. Voor de verbouwing van de brandweerpost t.b.v. 24 uurs dienst in Zaandam op Prins Bernhardplein is € 1,2 mln. opgenomen in plan. De eerste calculatie van het voorlopig ontwerp van de architect laten een hogere prijs zien. In afstemming met de gemeente Zaanstad wordt gezocht naar aanvullende dekking. Mogelijk hogere projectkosten laten zich lastig inschatting, dit risico is daarom in kwalitatieve zin opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15613447/1