c-ontwerpbegroting-2026-od-ijmond
Tekst van het document
Over de saldi die op onze schatkistbankieren bankrekeningen staan ontvangen wij rente. In de begroting is deze rente baten ingeschat en opgenomen als baten. Lening Ten behoeve van de nieuwbouw hebben wij een lening van € 3.700.000,- bij BNG Bank afgesloten met de looptijd van 10 jaar. In 2026 bedragen de rentelasten voor deze lening € 14.430,-. Bij het aantrekken van vreemd vermogen zijn in de Wet FIDO grenzen gesteld in hoeverre dit mag plaatsvinden met kort vreemd vermogen en de mate waarin renterisico mag worden gelopen over de vaste schulden. De kasgeldlimiet ligt voor gemeenschappelijke regelingen op 8,2% en de renterisiconorm op 20% van de jaarbegroting met een minimumbedrag van € 2.500.000,-. De kasgeldlimiet is voor ons niet van belang omdat er geen kasgeldleningen zijn aangetrokken. Per 2 januari 2021 is de lening van de BNG voor tien jaar geherfinancierd, waardoor per heden de minimum risiconorm volgens de Wet FIDO niet wordt overschreden.
5.9 Verbonden partijen Wij zijn per 31 december 2024 primair verbonden aan onze deelnemende gemeenten: Beverwijk, Edam-Volendam, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Uitgeest, Velsen, Waterland, Wormerland en Zandvoort en de Provincie Noord-Holland.
Begroting 2026
23
VvE Stationsplein ODIJmond en gemeente Beverwijk zijn gezamenlijk eigenaar van het pand aan het Stationsplein 48, 48a en 48b. In overeenstemming met de akte van splitsing is een VvE geformeerd. Het bestuur is tweeledig en bestaat uit een bestuurslid van ODIJmond en een bestuurslid vanuit gemeente Beverwijk. Voor beide partijen is sprake van financiële aansprakelijkheid. Als de VvE haar verplichtingen niet nakomt, zal dit worden verhaald bij de eigenaren.
5.10 Wet Open Overheid De Wet open overheid (Woo) is ingegaan op 1 mei 2022 en legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid. De wet vereist dat in de begroting en jaarrekening wordt aangegeven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. De Wet Open Overheid kent een viertal belangrijke aspecten: 1.
De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo contactfunctionaris aan te wijzen.
2.
Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking.
3.
Verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking.
4.
Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding.
ODIJmond heeft een Woo-coördinator in dienst.
Begroting 2026
24
6 Financiële begroting | inclusief overhead BATEN - GR-bijdragen
Gemeente Beverwijk
Realisatie 2024
Gewijzigde begroting 2025
Begroting 2026
1.201.498
1.290.000
1.352.000
Gemeente Bloemendaal
152.688
161.000
169.000
Gemeente Edam-Volendam
278.377
293.000
308.000
1.788.705
1.881.000
1.972.000
Gemeente Heemskerk
666.796
727.000
763.000
Gemeente Heemstede
150.404
159.000
166.000
Gemeente Landsmeer
156.244
165.000
173.000
Gemeente Oostzaan
135.022
142.000
149.000
Gemeente Purmerend
413.391
436.000
457.000
Gemeente Uitgeest
297.280
313.000
328.000
Gemeente Velsen
2.083.525
2.339.000
2.306.000
Gemeente Waterland
180.451
190.000
199.000
Gemeente Wormerland
194.669
205.000
215.000
Gemeente Zandvoort
174.150
184.000
192.000
Provincie Noord-Holland bodemtoezichttaken
132.817
334.000
350.000
Provincie Noord-Holland VTH plustaken
316.679
140.000
147.000
8.322.696
8.959.000
9.246.000
Gemeente Haarlem
GR-bijdragen deelnemers *
*de bijdragen gemeenschappelijke regeling zijn inclusief de bijdrage voor de uitvoering van omgevingsveiligheid en de uitvoering van bodemtaken. Voor de gemeente Velsen is uitvoering van de secretarisrol van KIMO Nederland & België vanaf 2026 niet begroot. BATEN -Incidentele extra bijdrage
Realisatie 2024
Gewijzigde begroting 2025
Begroting 2026
Gemeente Beverwijk
240.000
87.000
Gemeente Bloemendaal
66.000
27.000
Gemeente Edam-Volendam
46.000
20.000
Gemeente Haarlem
279.000
126.000
Gemeente Heemskerk
167.000
53.000
Begroting 2026
25
Gemeente Heemstede
55.000
23.000
Gemeente Landsmeer
73.000
31.000
Gemeente Oostzaan
83.000
29.000
Gemeente Purmerend
81.000
41.000
Gemeente Uitgeest
83.000
27.000
Gemeente Velsen
358.000
144.000
Gemeente Waterland
78.000
30.000
Gemeente Wormerland
122.000
42.000
Gemeente Zandvoort
203.000
38.000
70.000
32.000
2.004.000
750.000
Provincie Noord-Holland -
Incidentele extra bijdrage deelnemers
**In de bijlagen is de uitwerking van de bijdrage 2026 toegelicht. Voor het vergelijk is de bijdrage van 2025 hier gepresenteerd in plaats van als onderdeel van de overeenkomsten en subsidie bijdragen. BATEN - Overeenkomsten en (subsidie)projecten
Realisatie 2024
Gewijzigde begroting 2025
Begroting 2026
Dekking vanuit dienstverleningsovereenkomsten
5.670.474
5.137.000
5.477.000
Dekking ten behoeve van extern projectkosten
3.300.227
1.034.000
472.000
802.178
1.125.000
867.000
9.772.879
7.296.000
6.816.000
158.220
27.000
321.000
-
-
100.000 -
9.931.099
7.323.000
7.237.000
BATEN - Totaal
18.253.795
18.286.000
17.233.000
LASTEN
Realisatie 2024
Formatiedekking projecten Subtotaal overeenkomsten en (subsidie)projecten Overige baten Rentebaten Nagekomen baten Overeenkomsten en (subsidie)projecten
Gewijzigde begroting 2025
Begroting 2026
Personele lasten Salarissen en sociale lasten
11.382.257
12.831.000
13.996.000
Werving & personeelsbeleid
102.126
74.000
76.000
Begroting 2026
26
Inhuur personeel
1.271.919
200.000
250.000
Scholing & employability
193.613
335.000
335.000
Overige personeelslasten
251.942
215.000
220.000
13.201.857
13.655.000
14.877.000
Afschrijvingslast Gebouw
65.260
65.000
65.000
Afschrijvingslast Verbouwing & inventaris
100.090
102.000
127.000
169
5.000
5.000
Afschrijvingslast ICT
80.772
156.000
156.000
Rentelast vaste schuld (aanschaf pand)
15.093
14.000
15.000
Subtotaal kapitaalslasten
261.384
342.000
368.000
PZ-zaken/ salarisadministratie
49.062
48.000
53.000
Organisatieontwikkeling
60.059
632.000
25.000
Accountants- en advieskosten
147.833
41.000
42.000
Huisvestingskosten
270.935
274.000
315.000
Facilitaire kosten
31.590
27.000
32.000
ICT-kosten
472.123
424.000
599.000
Handhavingskosten
47.971
40.000
41.000
Algemene kosten
380.697
385.000
418.000
1.325
1.000
1.000
Subtotaal overige bedrijfslasten
1.461.595
1.872.000
1.526.000
Externe projectkosten
3.300.227
2.433.000
472.000
Subtotaal personele lasten Kapitaalslasten
Afschrijvingslast Vervoermiddelen
Overige bedrijfslasten
Bankkosten
Nagekomen baten en lasten
16.345
Vennootschapsbelasting
-
-
-
-
LASTEN - Totaal
18.241.408
18.302.000
17.243.000
SALDO BATEN - LASTEN
Realisatie 2024
Baten - Totaal
18.253.795
18.286.000
17.233.000
Lasten - Totaal (direct)
13.996.176
13.136.000
12.509.335
Begroting 2026
Gewijzigde begroting 2025
Begroting 2026
27
Overhead
4.245.232
Saldo van baten en lasten Dotatie aan reserves
12.387 -
Onttrekking aan reserves
111.846
Resultaat na reservemutaties
124.233
5.166.000 -16.000 15.000 1.000
Gewijzigde begroting 2025
4.733.665 10.000 10.000 -
INCIDENTELE BATEN - LASTEN
Realisatie 2024
Begroting 2026
Totaal incidentele baten
9.772.879
6.027.000
4.357.000
Totaal incidentele lasten
4.688.430
3.121.000
797.000
Specificatie naar taakveld 2026 Taakveld
Baten
Lasten
Mutaties reserves
8.3 Wonen en bouwen
2.932.000
2.051.000
881.000
7.4 Milieubeheer
14.080.000
10.322.000
3.758.000
-
4.734.000
-4.734.000
121.000
121.000
-
-
-
-
100.000
15.000
17.233.000
17.243.000
-
85.000 10.000
10.000
10.000
0.4 Overhead 4.1 Openbaar basisonderwijs 0.9 Vennootschapsbelasting (VPB) 0.5 Treasury Gerealiseerd saldo van baten en lasten 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening baten en lasten
Begroting 2026
-
28
7 Financiële positie 7.1 Geprognotiseerde balans Balans
Realisatie 2024
Materiële vaste activa
3.469.447
3.641.314
3.028.000
Financiële vaste activa
10.338
11.520
10.000
Vlottende activa
10.610.730
5.823.343
6.000.000
Balanstotaal activa
14.090.514
9.476.177
9.038.000
Algemene reserve
467.359
467.360
Gerealiseerd resultaat
124.232
592.000 -
Bestemmingsreserve
150.500
150.500
20.000
Voorzieningen
1.124.329
1.009.779
1.317.000
Vaste schulden
3.700.000
3.700.000
3.700.000
Vlottende passiva
8.524.093
4.148.538
3.409.000
14.090.514
9.476.177
9.038.000
Balanstotaal passiva
Gewijzigde begroting 2025
Begroting 2026
Toelichting op de geprognotiseerde balans Omdat het resultaat van 2024 nog niet is bestemd, is dit op deze manier in de balans verwerkt. Onze vaste activa dalen licht, als gevolg van verwachte investeringen, maar verminderen ook met de afschrijvingen hierop. Ook is van belang te noemen dat er jaarlijks terugkerende, niet uit de balans blijkende verplichtingen bestaan. Dit gaat om jaarlijks terugkerende arbeidskosten voor niet boventallige verlofdagen, de rentelasten uit hoofde van de financiering van de huisvesting, de kosten voor telefonie, het leasecontract van het wagenpark en het leasecontract van de printers. Het is niet toegestaan om deze verplichtingen op de balans als schuld of verplichting op te nemen. Deze verplichtingen bedragen in 2024 € 557.306,-. Investeringen Wij doen geen investeringen van maatschappelijk nut. Alle investeringen zijn van economisch nut. De kapitaalslasten zijn begroot voor alleen vervangingsinvesteringen die noodzakelijk zijn. Pas na het door het bestuur te bepalen toekomstrichting wordt de investeringsbegroting bijgesteld. De kapitaallasten zijn alleen verhoogd voor de verwachte noodzakelijke investering in de elektronische installaties van het pand.
Begroting 2026
29
Bestemmingsreserve nieuwbouw Het doel van deze reserve is om de kosten van het huidige kantoorpand van Omgevingsdienst IJmond gelijkmatig te verdelen over meerdere jaren. De uitputting van de reserve gebeurt volgens de begroting. De verwachting is dat de reserve eind 2028 volledig zal zijn gebruikt.
7.2 EMU-saldo Decentrale overheden rapporteren hun aandeel in het EMU-saldo aan het CBS. ODIJmond valt niet onder de steekproef voor gemeenschappelijke regelingen met een exploitatie boven twintig miljoen. Het EMU-saldo wordt wel in de begroting opgenomen, zijnde het verschil tussen inkomsten en uitgaven. De categorieën die van invloed zijn en niet voorkomen bij de ODIJmond, zijn niet in de tabel opgenomen. EMU-saldo
Realisatie 2024
Gewijzigde begroting 2025
Begroting 2026
Exploitatiesaldo
12.386
15.000
-
+ afschrijvingen
246.291
328.000
197.000
+ dotatie voorzieningen
136.577
20.000
33.000
- onttrekking voorzieningen
36.180
40.000
40.000
+ toevoeging reserves
105.467
-
-
- onttrekking reserves
111.846
15.000
10.000
EMU-saldo
352.696
278.000
180.000
Begroting 2026
30
8 Meerjarenraming De lange termijn richt zich op de periode vanaf 1 januari 2027. IJkpunt voor het bepalen van deze richting is de tweede helft van 2025. Wanneer ons bestuur inzicht heeft in welke middelen er nodig zijn om de uitvoering van de opdracht met borging van kwaliteit en continuïteit op het huidige ambitieniveau uit te voeren. Op basis van dit inzicht zal het bestuur keuzes maken en richting bepalen rekening houdend met de uitkomsten van externe onderzoeken en toekomstscenario's. De voorliggende meerjarenraming is gebaseerd op de begroting 2026, waarbij een indexatie van 2,5 procent is doorgevoerd. De meerjarenraming toont aan dat de nu gevraagde incidentele middelen op termijn een structureel karakter zullen gaan krijgen. We beseffen dat veel van onze deelnemers in dezelfde periode te maken krijgen met een financiële zware periode. Ons bestuur is echter van mening dat de inzichten, die het lopende programma oplevert, belangrijk zijn om weloverwogen besluitvorming over mogelijke besparingen of herverdeling van taken te kunnen laten plaatsvinden. Het definitief doorrekenen van de meerjarenraming is daarom afhankelijk van de strategische keuzes die medio 2025 door het Algemeen Bestuur zullen worden gemaakt. Op basis van deze inzichten kunnen we gerichte beslissingen nemen die zowel recht doen aan de financiële realiteit van onze deelnemers als aan onze kerntaken.
De implementatie van de gekozen richting zal, afhankelijk van de bestuurlijke besluitvorming, in 2026 of 2027 starten. Het bestuur heeft besloten om de financiële effecten hiervan te verankeren in de kadernota 2027. Tot en met 2026 ontvangen wij een stevige bijdrage vanuit het energiebesparingsakkoord en de SPUK Toezicht Handhaving en Energie. Over het voortzetten van deze bijdrage zijn geen afspraken bekend, daarom is bij de meerjarenraming geen rekening meer gehouden met de financiering van deze bijdrage door het Rijk en de Provincie. Omdat dit een basistaak betreft komen de personele lasten hiervoor ten laste van haar deelnemers. BATEN - GR-bijdragen
Gemeente Beverwijk
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
1.386.000
1.421.000
1.457.000
Gemeente Bloemendaal
173.000
177.000
181.000
Gemeente Edam-Volendam
316.000
324.000
332.000
2.021.000
2.072.000
2.124.000
Gemeente Heemskerk
782.000
802.000
822.000
Gemeente Heemstede
170.000
174.000
178.000
Gemeente Landsmeer
177.000
181.000
186.000
Gemeente Oostzaan
153.000
157.000
161.000
Gemeente Purmerend
468.000
480.000
492.000
Gemeente Haarlem
Begroting 2026
31
Gemeente Uitgeest
336.000
344.000
353.000
Gemeente Velsen
2.364.000
2.423.000
2.484.000
Gemeente Waterland
204.000
209.000
214.000
Gemeente Wormerland
220.000
226.000
232.000
Gemeente Zandvoort
197.000
202.000
207.000
Provincie Noord-Holland bodemtoezichttaken
359.000
368.000
377.000
Provincie Noord-Holland VTH plustaken
151.000
155.000
159.000
GR-bijdragen deelnemers
9.477.000
9.715.000
9.959.000
BATEN -Benodigde extra bijdrage
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Benodigde bijdrage deelnemers
1.657.000
1.870.000
2.489.000
BATEN - Overeenkomsten en (subsidie)projecten
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Dekking vanuit dienstverleningsovereenkomsten
5.380.000
5.380.000
5.380.000
Dekking ten behoeve van extern projectkosten
484.000
496.000
508.000
Formatiedekking projecten Subtotaal overeenkomsten en (subsidie)projecten
419.000
396.000
-
6.283.000
6.272.000
5.888.000
Overige baten
82.000
82.000
54.000
Rentebaten
100.000
100.000
100.000
-
-
-
Overeenkomsten en (subsidie)projecten
6.465.000
6.454.000
6.042.000
SALDO BATEN - LASTEN
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Baten - Totaal
17.599.000
18.039.000
18.490.000
Lasten - Totaal (direct)
12.747.000
13.065.000
13.393.000
Overhead
4.852.000 -
4.974.000 -
5.097.000 -
-
-
-
Nagekomen baten
Saldo van baten en lasten Dotatie aan reserves
-
Onttrekking aan reserves Resultaat na reservemutaties
Begroting 2026
-
-
-
32
9 Bijlage I - Financiële bijlage 9.1 Formatie overzicht Formatie
Realisatie 2024
Gewijzigde begroting 2025
Begroting 2026
GR-formatie
65
63
63
Formatie overeenkomsten en (subsidie-) projecten
34
44
49
Overheadformatie
36
30
31
Formatie Regeling Generatiepact
3
2
3
138
140
146
Realisatie 2024
Gewijzigde begroting 2025
Begroting 2026
Totaal formatie
9.2 Specificatie overhead Specificatie Overhead
Personele lasten Overige personele lasten Afschrijvingen Rentelasten ICT
2.113.685
2.451.742
2.986.000
748.203
671.300
305.000
165.519
163.988
197.000
15.093
14.430
15.000
213.706
148.446
303.000
Externe projectkosten
874.000
Overige bedrijfslasten Totaal
989.472
841.738
927.000
4.245.678
5.165.644
4.733.000
9.3 Stemverhoudingen In overeenstemming met artikel 8 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Stemrecht is de stemverhouding, wanneer opgeroepen wordt tot gewogen stemmen, als volgt bepaald: Vaststelling door het Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur stelt de verhouding van de stemmen vast aan de hand van de vastgestelde begroting voor het volgende jaar. Dit betekent dat de begroting niet alleen een financieel document is, maar ook direct invloed heeft op de stemverhoudingen binnen het bestuur. Aanpassing bij wijziging van de begroting
Begroting 2026
33
Als de begroting gedurende een jaar wordt gewijzigd, stelt het Algemeen Bestuur de stemverhouding opnieuw vast. Deze aanpassing gebeurt direct met het besluit tot vaststelling van deze gewijzigde begroting. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de stemverhouding op basis van financiële inbreng van de GR. Deelnemer
Bijdrage GR 2026
Stemrecht 2026
€ Gemeente Beverwijk
% 1.352.000
14,62
Gemeente Bloemendaal
169.000
1,83
Gemeente Edam-Volendam
308.000
3,33
1.972.000
21,33
Gemeente Heemskerk
763.000
8,25
Gemeente Heemstede
166.000
1,80
Gemeente Landsmeer
173.000
1,87
Gemeente Oostzaan
149.000
1,61
Gemeente Purmerend
457.000
4,94
Gemeente Uitgeest
328.000
3,55
Gemeente Velsen
2.306.000
24,94
Gemeente Waterland
199.000
2,15
Gemeente Wormerland
215.000
2,33
Gemeente Zandvoort
192.000
2,08
Provincie Noord-Holland bodemtoezichttaken
350.000
3,79
Provincie Noord-Holland VTH plustaken
147.000
1,59
9.246.000
100,00
Gemeente Haarlem
Totaal bijdrage gemeenschappelijke regeling
9.4 Verbonden partijen Gegevens over 2024 van de VvE: a.
Naam en vestigingsplaats
VVE Stationsplein 48 te Beverwijk
b.
Openbaar belang dat wordt behartigd
c.
Belang in de verbonden partij
Gezamenlijk onderhoud en beheer van het pand 1-1-2024 en 31-12-2024: 3/16 deel. Voor het overige deel is de gemeente Beverwijk eigenaar. De stemverhouding is 50/50.
d.
Verwachte omvang van het EV
1-1-2024: € 47.908,31-12-2024: € 47.908,-
Verwachte omvang van het VV
1-1-2024: € 597.245,31-12-2024: € 597.245,-
Begroting 2026
34
e.
Verwachte omvang van het financiële resultaat
Het VV bestaat per 31-12-2024 nagenoeg geheel uit het reservefonds voor groot onderhoud. € 32.473,- positief resultaat verwacht (op basis van concept jaarrekening)
(*)
*Dit op basis van de jaarrekening over 2023. Nog geen definitieve jaarrekening ontvangen. Gedurende het boekjaar 2024 hebben wij geen bestuurlijke en financiële belangen in andere partijen gehad.
9.5 Verdeelsleutel incidentele bijdrage Voor het opvragen van de incidentele middelen voor 2025 koos het AB van ODIJmond voor een specifieke, eenmalige verdeelsleutel die gebaseerd is op de totale financiële inbreng. Naar aanleiding van de zienswijzen op de begrotingswijziging 2025 koos ons bestuur ervoor om voor 2026 de dienstverleningsovereenkomsten, die betrekking hebben op de bouwtaak, niet mee te nemen in de verdeling van de bijdrage voor de versterking van de kritische posities. Om een eerlijke en transparante verdeling van de incidentele lasten te waarborgen, hanteren we de volgende uitgangspunten: -
Basis van verdeling: We verdelen de bijdrage op basis van de financiële inbreng van de ingebrachte taken per deelnemer. Deze verdeling staat los van het reguliere tarief en behandelen wij als programmabudget.
-
Referentiepunt: We gebruiken de begroting 2025 als referentiepunt, wat zorgt voor een stabiele en actuele berekeningsbasis.
-
Inbegrepen bijdragen: In de berekeningen nemen we zowel de bijdragen van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) als de bijdragen via dienstverleningsovereenkomsten mee, met uitzondering van dienstverleningsovereenkomsten die per 1 januari 2024 ingebrachte taken. Voor de verdeling van de bijdrage voor de versterking van de kritische positie zijn de dienstverleningsovereenkomsten die betrekking hebben op de bouwtaak uitgezonderd. Deze aanpak zorgt voor een complete weergave van de financiële betrokkenheid van alle deelnemers.
-
Uitsluiting projectbijdragen: Projectbijdragen worden bewust buiten de berekeningen gehouden vanwege de vermenging met projectkosten en subsidies. Dit zorgt voor een zuivere berekening van de incidentele lasten.
Begroting 2026
35
Deelnemer
Verdeling versterking kritische posities in het primaire proces 2026
Inzet op centrale sturing en implementatie ICT syteem t.b.v. centrale sturing
Verdeling versterking kritische posities in het primaire proces 2026
Inzet op centrale sturing en implementatie ICT syteem t.b.v. centrale sturing
Incidentele demping verwachte rente baten en bijdrage I&W
Incidentele bijdrage 2026
%
%
€
€
€
€
Beverwijk
11,44
12,18
73.216
51.765
-38.367
86.614
Bloemendaal
3,71
3,13
23.744
13.303
-9.860
27.187
Edam-Volendam
2,68
2,26
17.152
9.605
-7.119
19.638
Haarlem
17,25
14,54
110.400
61.795
-45.801
126.394
Heemskerk
6,77
8,65
43.328
36.763
-27.248
52.843
Heemstede
3,17
2,68
20.288
11.390
-8.442
23.236
Landsmeer
4,23
3,56
27.072
15.130
-11.214
30.988
Oostzaan Provincie NoordHolland
3,81
4,07
24.384
17.298
-12.821
28.861
4,36
3,68
27.968
15.597
-11.560
32.005
Purmerend
5,64
4,76
36.096
20.230
-14.994
41.332
Uitgeest
3,43
4,14
21.952
17.595
-13.041
26.506
Velsen
19,61
16,53
125.504
70.253
-52.070
143.687
Waterland
4,03
4,07
25.792
17.298
-12.821
30.269
Wormerland
5,57
5,89
35.648
25.033
-18.554
42.127
Zandvoort
4,29
9,87
27.456
41.948
-31.091
38.313
99,99
100,01
640.000
425.000
-315.000
750.000
Totaal
De verwachte incidentele baten uit schatkistbankieren en de rijksbijdrage zijn in mindering gebracht op de bijdrage van deelnemers en verwerkt in de begroting onder overige baten.
9.6 Overzicht van dienstverleningsovereenkomsten en projectenbijdragen per deelnemer Gemeenten
Omschrijving begroting
Begroting 2026 €
Alkmaar
Uitvoering strategische nota Schiphol
13.365
Bergen
Uitvoering strategische nota Schiphol
13.365
Beverwijk
Bijdrage Natuur milieueducatie
80.557
Beverwijk
Verduurzaming bedrijven (Greenbiz IJmond)
25.658
Begroting 2026
36
Beverwijk
Energiebesparingsakkoord
30.522
Beverwijk
Meetnet
25.000
Beverwijk
Bijdrage uitvoering duurzaamheidslening
10.000
Beverwijk
Steunpunt JTF-regio IJmond
1.750
Beverwijk
6.667
Beverwijk
Bijdrage personele dekking mobiliteitsfonds Uitvoering applicatiebeheer VTH-systeem OpenWave (nacalculatie)
Beverwijk
Doorberekening toelage overgangsecht overname personeel
-
Beverwijk
Doorberekening van constructeurslasten
-
Beverwijk
Dienstverleningsovereenkomst Bouw- en woningtoezichtstaken
146.794
Beverwijk
Dienstverleningsovereenkomst Bouw- en woning vergunningverlening niet complex
198.171
Bloemendaal
Dienstverleningsovereenkomst DOR Digitaal Opkopers Register
Bloemendaal
Dienstverleningsovereenkomst Volledige milieutakenpakket
258.532
Bloemendaal
Dienstverleningsovereenkomst Toezicht en Handhaving Drank en horecawetgeving
32.864
Bloemendaal
Energiebesparingsakkoord
19.949
Castricum
Uitvoering strategische nota Schiphol
13.365
Castricum
Steunpunt JTF-regio IJmond
1.500
Edam - Volendam
Dienstverleningsovereenkomst Milieu toezicht en handhaving
146.794
Edam - Volendam
Dienstverleningsovereenkomst activiteitenbesluit leefomgeving
16.432
Edam - Volendam
Energiebesparingsakkoord
6.927
Haarlem
Uitvoering strategische nota Schiphol
7.559
Haarlem
Energiebesparingsakkoord
78.571
Heemskerk
Bijdrage Natuur milieueducatie
80.557
Heemskerk
Dienstverleningsovereenkomst Bouw- en woning vergunningverlening niet complex
301.256
Heemskerk
Bijdrage personele dekking mobiliteitsfonds
6.667
Heemskerk
98.593
Heemskerk
Dienstverleningsovereenkomst Bouw- en woningtoezichtstaken Uitvoering applicatiebeheer VTH-systeem OpenWave (nacalculatie)
Heemskerk
Meetnet
14.000
Heemskerk
Bijdrage uitvoering duurzaamheidslening
10.000
Heemskerk
Versnelling van het verduurzamen van bedrijfsterreinen, de Trompet en de Houtwegen (Greenbiz IJmond)
50.000
Begroting 2026
-
6.573
-
37
Heemskerk
Bijdrage programma Gezondheid en schone lucht (luchtkwaliteit en gezondheid)
Heemskerk
Energiebesparingsakkoord
20.834
Heemskerk
Steunpunt JTF-regio IJmond
1.625
Heemskerk
Doorbelasting Licentiekosten VTH applicatie OpenWave
20.000
Heemstede
Dienstverleningsovereenkomst - Toezicht en handhaving Dranken horecawetgeving
32.864
Heemstede
Dienstverleningsovereenkomst DOR Digitaal Opkopers Register (nacalculatie)
6.573
Heemstede
Dienstverleningsovereenkomst - Volledig Milieu
191.489
Heemstede
Energiebesparingsakkoord
12.960
Heemstede
Advisering bestemmingsplannen - nacalculatie
Heiloo
Uitvoering strategische nota Schiphol
13.365
Landsmeer
Dienstverleningsovereenkomst volledig milieutakenpakket
279.784
Landsmeer
Dienstverleningsovereenkomst brandveiligheid taken
29.468
Landsmeer
21.909
Landsmeer
Dienstverleningsovereenkomst Alcoholwet Uitvoering applicatiebeheer VTH-systeem OpenWave (nacalculatie)
Landsmeer
Dienstverleningsovereenkomst bouwvergunningverlening
179.658
Landsmeer
Dienstverleningsovereenkomst bouw Juridische handhaving
146.794
Landsmeer
Dienstverleningsovereenkomst bouw en woningtoezicht
132.552
Landsmeer
Dienstverleningsovereenkomst bouw ondersteuning
29.468
Landsmeer
Doorbelasting Licentiekosten VTH applicatie OpenWave
12.500
Landsmeer
Energiebesparingsakkoord
3.137
Oostzaan
Dienstverleningsovereenkomst Volledig Milieutakenpakket
228.735
Oostzaan
Dienstverleningsovereenkomst Toezicht en handhaving Drank en horecawetgeving
21.909
Oostzaan
Dienstverleningsovereenkomst Ruimtelijke Ordening toezicht
21.909
Oostzaan
Dienstverleningsovereenkomst Brandveiligheidstaken (factureren aan veiligheidsregio)
60.470
Oostzaan
Energiebesparingsakkoord
4.909
Oostzaan
Dienstverleningsovereenkomst Bouw en woningtoezichttaken
94.211
Oostzaan Provincie NoordHolland
Doorbelasting Licentiekosten VTH applicatie OpenWave
-
Schone en slimme mobiliteit/ IJmond Bereikbaar
-
Beverwijk
Bijdrage Indirecte Lozingen
Begroting 2026
-
-
-
16.367
38
Uitgeest
Bijdrage Indirecte Lozingen
5.275
Edam - Volendam
Bijdrage Indirecte Lozingen
14.184
Heemskerk
Bijdrage Indirecte Lozingen
15.241
Landsmeer
Bijdrage Indirecte Lozingen
4.496
Oostzaan
Bijdrage Indirecte Lozingen
3.749
Purmerend
Bijdrage Indirecte Lozingen
35.874
Waterland
Bijdrage Indirecte Lozingen
6.745
Wormerland Provincie NoordHolland Provincie NoordHolland Provincie NoordHolland
Bijdrage Indirecte Lozingen
6.371
Hergebruik stedelijk waterafval
5.250
Steunpunt JTF-regio IJmond Uitvoering applicatiebeheer VTH-systeem OpenWave (nacalculatie)
16.667
Purmerend
Dienstverleningsovereenkomst volledig milieutakenpakket
343.103
Purmerend
Energiebesparingsakkoord
15.198
Rijks overheid
SPUK THE (2022-2026)
232.113
Uitgeest
Bijdrage uitvoering duurzaamheidsprogramma
90.000
Uitgeest
Dienstverleningsovereenkomst Brandveiligheidstaken
60.251
Uitgeest
Dienstverleningsovereenkomst Bouw- en woningtoezichtstaken
170.346
Uitgeest
Dienstverleningsovereenkomst Toezicht en handhaving Alcoholwet
26.072
Uitgeest
Bijdrage EBP 2023-2026
26.093
Uitgeest
Energiebesparingsakkoord
4.927
Uitgeest
Steunpunt JTF regio IJmond
583
Velsen
Dienstverleningsovereenkomst Havenverordening
74.000
Velsen
Verduurzaming bedrijven (GreenBiz IJmond)
60.000
Velsen
Meetnet
39.000
Velsen
Energiebesparingsakkoord
36.573
Velsen
Bijdrage programma Gezondheid en schone lucht (luchtkwaliteit en gezondheid)
Velsen
Steunpunt JTF-regio IJmond
2.875
Velsen
Bijdrage personele dekking mobiliteitsfonds
6.667
Waterland
Dienstverleningsovereenkomst Milieu specialistische regelgeving Milieu evenementen - Milieu specialistische regelgeving Ruimtelijke plannen en bouwplannen
Begroting 2026
-
-
110.314
39
Waterland Waterland
Energiebesparingsakkoord Dienstverleningsovereenkomst toezicht (volledig milieutakenpakket)
152.490
Wormerland
Dienstverleningsovereenkomst - Bouw- en woningtoezichtstaken
141.316
Wormerland
Dienstverleningsovereenkomst - Ruimtelijke Ordeningstoezicht
21.909
Wormerland
Dienstverleningsovereenkomst Brandveiligheidstaken (factureren aan veiligheidsregio)
90.705
Wormerland
Dienstverleningsovereenkomst - Volledig milieutakenpakket
355.153
Wormerland
Dienstverleningsovereenkomst - Toezicht en handhaving Dranken horecawetgeving
21.909
Wormerland
Energiebesparingsakkoord
7.066
Wormerland
18.775
Zandvoort
Doorbelasting Licentiekosten VTH applicatie Open Wave Dienstverleningsovereenkomst Milieu (Volledige milieutakenpakket)
153.366
Zandvoort
Dienstverleningsovereenkomst Bouw- en woningtoezichtstaken
704.609
Zandvoort
Dienstverleningsovereenkomst Toeristische verhuur + APV
173.179
Zandvoort
146.794
Zandvoort
Uitbreiding formatie (Bouw- en woning vergunning) Dienstverleningsovereenkomst Verlenging Formule1 2024-2025 2026
Zandvoort
Energiebesparingsakkoord
11.751
Zandvoort
Bijdrage Geluidsmetingen Circuit
15.000
IJmond
JTF IJmond circulaire cofinanciering
63.250
Uitgeest
JTF netcongestie cofinanciering
17.600
Begroting 2026
6.736
70.110
40
10 Bijlage II - Vergelijking: stappen van begrotingswijziging 2025 naar kadernota 2026 Via deze bijlage informeren wij gemeenteraden en Provinciale Staten welke stappen wij hebben gezet om de benodigde incidentele middelen voor onze deelnemers zo laag mogelijk te houden. Voor de uitvoering van de maatregelen, om toe te werken naar een toekomstbestendige organisatie, maakten wij een eerste inschatting van de benodigde overbrugging per jaar tot en met 2027. Het bestuur koos daarbij om in te zetten op enkel incidentele middelen. Wij raamden deze op € 980.000,- voor specifiek de dekking van de noodzakelijke versterking van onze organisatie en het programma herijking GR, DVO en financieringsstructuur. Daarnaast raamden wij de kosten voor formatie ten behoeve van centrale sturing en het versterken van kritische posities op € 1.510.000,-. Dit gaf een totaalbedrag van € 2.490.000,- (zie de 2e kolom). Op basis van deze berekening koos het bestuur voor het opvragen van een incidentele bijdrage van € 2.005.000,- (zie de 3e kolom). Hiervoor stelden wij een begrotingswijziging 2025 op, die ons Algemeen Bestuur op 18 december 2024 vaststelde.
Tijdens het opstellen van de begrotingswijziging maar ook in het proces om deze vast te stellen is via zienswijzen vanuit onze deelnemers verzocht om kritisch te kijken naar mogelijkheden om het kosteneffect voor de deelnemers zo laag mogelijk te houden. Wij hebben ons onder andere ingespannen om een rijksbijdrage te ontvangen voor de versterking van omgevingsdiensten. We schrapten één formatieplaats en benutten rente-inkomsten als aanvullende dekking. Dit geeft een totaalbedrag van € 750.000 als aanvraag voor 2026 (zie de 4e kolom). Financiële bijdragen
Oorspronkelijke
Aanvraag 2026
Beschikbaar
aanvraag
gesteld budget
incidenteel
d.m.v. begroting
budget
wijziging 2025
€
€
374.000
374.000
-
606.000
606.000
-
-
-
75.000
Eenmalige bijdragen
980.000
980.000
75.000
4.
810.000
525.000
640.000
700.000
500.000
350.000
1.
Vernieuwen GR, DVO en
€
financieringsstructuur 2.
Organisatieontwikkeling
3.
Implementatiekosten ICT
Versterking kritische posities in het primaire proces 2025
5.
Inzet op centrale sturing en borgen managementtaken
Demping
Rentebaten
-115.000
Demping
Subsidie IenW 2025
-200.000
Incidentele bijdragen
1.510.000
1.025.000
675.000
Totaal
2.490.000
2.005.000
750.000
Begroting 2026
41
11 Bijlage III - Voortgang financiële aanpak en toekomstvisie 11.1 Terugblik – analyse In de begrotingswijziging 2025 hebben wij ons bestuur geïnformeerd dat de huidige situatie bij ODIJmond niet langer houdbaar is. De opdracht van onze deelnemers kan al meerjarig niet volledig worden uitgevoerd, zonder een goed gezamenlijk inzicht. Voor de volledige analyse verwijzen we naar de begrotingswijziging 20259. Hieronder vatten we de kern samen. Aansluiting opdracht en middelen verbeteren Vastgesteld is dat de uit te voeren opdracht en beschikbare middelen al meerjarig uit balans is. Er is een analyse uitgevoerd over de belangrijkste productgroepen. Hieruit bleek dat de organisatie 17-21 FTE te klein is om alle werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Daarnaast bleken ook de bedragen voor overhead en bedrijfsvoering te laag en mogelijk niet evenredig verdeeld over de deelnemers. Dit is ontstaan omdat het financiële volume van de organisatie al over een lange periode niet was herijkt (herijkingeffect). Daarnaast zijn externe ontwikkelingen wel inhoudelijke gevolgd, maar deze zijn operationeel niet altijd goed doorvertaald naar de organisatie. Daarnaast zijn de externe ontwikkelingen niet altijd goed gekoppeld aan de benodigde inzet, capaciteit en middelen.
Meer nog, ze zijn binnen de bestaande begroting opgevangen, waardoor een verdringingseffect is ontstaan; hierbij verdringt de ene taak de andere taak, doordat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn om beide taken uit te voeren. Actualisatie juridisch- en financieel kader noodzakelijk De gemeenschappelijke regeling (GR), dienstverleningsovereenkomsten (DVO) en de financieringsstructuur zijn niet meer actueel. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de dienst en haar deelnemers. Gebrek aan een actueel kader zorgt voor onduidelijkheid en gebrek aan inzicht tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. In de praktijk is dit ook merkbaar; er is onvoldoende rolscherpte naar elkaar toe en het is onduidelijk wat er precies wordt geleverd voor de beschikbaar gestelde middelen. Vanuit deelnemers perspectief is er een hybride- en complex model van contracteren ontstaan. Dit heeft als risico dat er mogelijk scheefgroei is in de bijdrage vanuit de deelnemers en het risico niet juist verdeeld is. Centrale sturing en organisatievorm herzien De huidige organisatievorm is in de praktijk onvoldoende uitgewerkt, geïmplementeerd en financieel vertaald. Medewerkers die belast zijn met het uitvoeren van de primaire VTH-taken en overige dienstverlening worden niet goed gefaciliteerd. Hierbij is tevens vastgesteld dat het overhead percentage het laagste is van Nederland.
Geconcludeerd is dat de huidige organisatievorm en de te beperkte overhead (management & stafcapaciteit) zorgt voor onvoldoende sturing en prioritering van de opgaven. Hierdoor worden werkzaamheden onvoldoende effectief en efficiënt uitgevoerd en ontbreekt sturingsinformatie en grip op de uitvoering. 9 https://www.odijmond.nl/publish/pages/147/begrotingswijziging_2025_omgevingsdienst_ijmond_1.pdf
Begroting 2026
42
Conclusie en effect Doordat er geen aansluiting is tussen de opdracht en de beschikbare middelen, het huidige juridische- en financiële kader niet actueel is én de organisatievorm de uitvoering van de werkzaamheden onvoldoende ondersteund, is er een te beperkt inzicht op de omvang en de specifieke milieuproblematiek in de leefomgeving. Om ervoor te zorgen dat er voldoende zicht is op de situatie buiten en te voorkomen dat schadelijke activiteiten leiden tot lozingen, verontreiniging, onnodige uitstoot en/of het onjuist gebruik of opslaan van gevaarlijke stoffen, is het noodzakelijk om op korte termijn vervolgstappen te nemen. Effecten algemeen: -
Onze deelnemers hebben geen actueel en volledig beeld van potentiële risico’s, omdat er momenteel geen volledig en actueel beeld is van de bedrijven die milieubelastende activiteiten uitvoeren
-
Er is geen ook totaaloverzicht van overtredingen en mogelijke inhoudelijke risico’s, omdat het ‘level playing field’ niet aanwezig is. Dit komt omdat niet alle soortgelijke bedrijven op eenzelfde wijze en met eenzelfde frequentie worden gecontroleerd.
-
Minder toezicht leidt onvermijdelijk tot een lager naleef gedrag van regelgeving bij bedrijven.
-
Een aantal bedrijven beschikt niet over een actuele vergunning, waarbij de kans bestaat dat de werkelijke situatie niet overeenkomt met wat bij de bedrijven vergund is.
-
Door gebrek aan capaciteit om vergunningen te actualiseren loopt dit aantal de komende jaren substantieel op, wanneer er geen actie ondernomen wordt.
Effecten op interne organisatie: -
De disbalans tussen de opdracht en middelen resulteert in de praktijk dat medewerkers ervaren dat de werkdruk (te) hoog is. Ook zien medewerkers dat er aan bepaalde werkzaamheden niet wordt toegekomen.
-
De P&C-cyclus (programmering, realisatie en verantwoording) en de praktijk zijn in onvoldoende mate op elkaar afgestemd. Hierdoor is er geen centrale richting en worden prioriteiten vaak individueel bepaald. Er is een sterke klantgerichtheid zonder een goed inzicht en wat deze klantgerichte houding betekend voor de reguliere werkzaamheden en contractafspraken.
-
Het werkgeverschap richting de medewerkers is in onvoldoende mate geborgd. Dit ligt in belangrijke mate binnen de teams, zonder duidelijke kaders. Uit de in 2023 uitgevoerde evaluatie onder het personeel blijkt dat dit zorgt voor onduidelijkheid, gebrek aan transparantie en onveilige situaties.
11.2 Terugblik – aanpak De interne en externe uitdagingen die voorliggen zijn stevig en vragen om een organisatiebrede verbetering. Dit komt op een moment dat de gemeentelijke financiën landelijk zwaar onder druk staan en de komende jaren verslechteren. Het ODIJmond-bestuur realiseert zich dat dit de situatie
Begroting 2026
43
complex maakt en dat het een extra aanleiding geeft om kritisch te kijken naar wat de beste keuzen voor de lange termijn zijn. Hierbij wordt ook nadrukkelijk gekeken naar de veranderende opgave en de aangescherpte landelijk kwaliteit- en robuustheidscriteria. Om colleges, raden en staten in positie te brengen zodat zij gedegen bestuurlijke keuzes kunnen maken, is gekozen voor een aanpak waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen de korte- en lange termijn. Korte termijn tot 2027 De korte termijn richt zich op de periode tot 1 januari 2027. In deze periode zetten wij een aantal noodzakelijke stappen om de operationele- en financiële positie op orde te houden. Deze bestaan uit de volgende punten. Inlopen achterstand Hierbij wordt voor de korte termijn alleen gefocust op de achterstanden die ontstaan zijn in de uitvoering naast de primaire VTH-taken. Het gaat hier om een inhaalslag in toezicht & handhaving voornamelijk in situaties waar het risico op omgevingsveiligheid het groot is. Hierbij wordt ook een inventarisatie gemaakt van de achterstand op het gebied van vergunningverlening. Dit is een beheersmaatregel voor 2024, 2025 en 2026. Om dit te realiseren is het noodzakelijk om op een aantal kritische uitvoerende- en aansturende posities de capaciteit (tijdelijk) uit te breiden.
Verbeteren P&C-cyclus We investeren in tijdelijk capaciteit om de P&C-cyclus (het sturingsmechanisme) te verbeteren, zodat de beschikbare capaciteit effectiever en efficiënter kan worden ingezet. Hiermee gaan we toewerken naar een betere en centrale prioriteitstelling, verbetering van de focus op de realisatie van het uitvoeringsprogramma (UP) en het verbeteren van inzicht en verantwoording richting de deelnemers. Dit is een proces waarbij zowel instrumentarium, administratie en cultuur zullen moeten worden aangepakt. Dit zal een meerjarige aanpak vergen, waarvoor we in 2024, 2025 en 2026 de basis zullen leggen. Actualiseren GR, DVO en financieringsstructuur Een belangrijke stap op korte termijn is samen met de deelnemers inzicht krijgen in wat er op lange termijn nodig is. Hierbij is het noodzakelijk de GR, DVO en financieringsstructuur te actualiseren zodat deze aansluit op de huidige- en waar mogelijk toekomstige situatie. In dit proces verscherpen wij het zicht op de gecontracteerde opdracht, vernieuwen wij de basis waarop deelnemers- en organisatie financieel verrekenen en ontwikkelen we spelregels zodat deze naar de toekomst actueel blijven en zodat er rolscherpte ontstaat tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.
Voor de actualisatie van de financieringsstructuur heeft het bestuur de volgende kaders gesteld; ‘maak inzichtelijk wat het kost huidige takenpakket uit te voeren, tegen het huidig bestuurlijke ambitieniveau, met borging van kwaliteit en continuïteit en een geactualiseerd bedrijvenbestand. Extern onderzoek naar toekomstscenario’s
Begroting 2026
44
Een commissie van het AB en DB van de ODIJmond heeft een extern bureau opdracht gegeven om toekomstscenario’s uit te werken. In deze opdracht is besloten om vanuit alle mogelijke scenario’s op basis van een onderbouwd advies, te komen tot voorkeursscenario’s. Deze scenario’s worden opgebouwd vanuit waar de dienst nu staat en afgezet tegen de toekomstige opgaven en criteria waaraan omgevingsdiensten moeten voldoen. Dit levert de deelnemers inzicht op welke wijze de toekomstige opdracht van haar deelnemers op een goede wijze kan worden uitgevoerd en welke mogelijke keuzes het bestuur kan maken om de verwachte structurele kostenstijging te dempen of (gedeeltelijk) op te vangen. Lange termijn De lange termijn richt zich op de periode vanaf 1 januari 2027. IJkpunt voor het bepalen van deze richting is de tweede helft 2025. Wanneer ons bestuur inzicht heeft in welke middelen er nodig zijn om de uitvoering van de opdracht met borging van kwaliteit en continuïteit op het huidige ambitieniveau uit te voeren. Op basis van dit inzicht zal het bestuur keuzes maken en richting bepalen rekening houdend met de uitkomsten van het externe onderzoek naar toekomstscenario’s. De implementatie zal afhankelijk van de richting in 2026 of 2027 starten. Het bestuur heeft besloten het financiële effect te verankeren in de Kadernota 2027. Hierbij worden de volgende resultaten richting 2027 verwacht: -
Een toekomstscenario, inclusief de operationele, financiële en maatschappelijke effecten voor de uitvoering van de opdracht van de deelnemers. Tevens een toekomst richting voor de dienst in een zelfstandige, samenwerking of gefuseerde vorm.
-
Een geactualiseerde GR- en DVO zodat er voor alle partijen weer inzicht is in de gecontracteerde opdracht, de samenwerkingsvorm en er uniforme afspraken en werkbare afspraken zijn tussen de dienst en haar deelnemers en de deelnemers op gelijke wijze participeren in de samenwerking.
-
Een vernieuwde financieringsstructuur waarbij de balans tussen de gecontracteerde opdracht en de middelen is hersteld inclusief spelregels hoe deze verrekend worden met de deelnemers en hoe deze naar de toekomst toe actueel blijven.
-
De disbalans tussen incidentele- en financiële middelen is hersteld en er is sprake van een landelijke conform tarief zodat de dienst kan inspelen op noodzakelijke ontwikkelingen. Hierdoor zal het financiële volume (inbreng deelnemers) wijzigingen.
-
Een P&C-cyclus die het operationele proces ondersteunt, zodat er op een effectieve- en efficiënte wijze kan worden gewerkt. Er intern en extern sturingsinformatie beschikbaar is, zodat er verantwoording kan worden afgelegd richting de deelnemers.
De keuze voor een toekomstscenario zal invloed hebben op de ontwikkelingsrichting van de organisatie op de lange termijn, de periode van 2027 tot 2030. Het actualiseren van de GR- en DVO-structuur en het herijken van het financiële volume inclusief de financieringsstructuur is een verwachte noodzakelijke stap, vooruitlopend op de uitwerking van alle toekomstscenario’s. Eerst moet er extra inspanning worden geleverd op zowel operationele als financiële controle.
Begroting 2026
45
11.3 Aanpak & voortgang Het Bestuur van ODIJmond heeft besloten een zogenaamd meerjarenprogramma te starten om de ontwikkellijnen die de organisatie samen met haar deelnemers oppakt, te sturen. In dit meerjarenprogramma onderscheiden we drie ontwikkelingen, te weten: 1. Herijking GR- en DVO en financieringsstructuur, inclusief governance 2. Herijking van de financieringsstructuur 3. Uitwerken toekomstscenario’s
11.4 Aansturing van de onderdelen −
De aansturing van herijken GR- en DVO en financieringsstructuur, inclusief governance en het herijken financieringsstructuur is belegd bij de organisatie.
−
De aansturing van de ontwikkeling waarbij gekeken wordt naar de mogelijke toekomstscenario’s is belegd bij een commissie die is samengesteld uit AB en DB leden van ODIJmond. De directeur ondersteunt de commissie.
−
De andere stappen; het inlopen van achterstanden, verbeteren van de P&C-cyclus en herstellen van de centrale sturing worden gezien als interne bedrijfsvoering en pakt de organisatie zelfstandig op.
Programmaplan en -planning −
Over dit programma legt de organisatie verantwoording af over de voortgang richting het DB.
−
Er is een zogenaamd programmaplan en dito planning opgesteld.
−
Een accounthouder organiseert overleggen waarin werk- en klankbordgroepen samenwerken met de deelnemers aan de uitvoering.
−
De programmaplanning houdt rekening met de bestuurlijke afstemming met het AB en DB
−
De programmaplanning houdt rekening met de afstemming en bijbehorende rol van gemeenteraden en Provinciale Staten.
Begroting 2026
46
11.5 Voortgang meerjarenprogramma Deze begroting 2026 maakt onderdeel uit van dit meerjarenprogramma om ODIJmond operationeel- en financieel in controle te brengen. Dit betekent dat wij ook in deze begroting rapporteren over de voortgang, tot op publicatie van dit document. Dit gebeurt op hoofdlijnen zodat de gemeenteraden en Provinciale Staten geïnformeerd worden. Ontwikkellijn
Status
Toelichting
Deadline
Gedurende Q3, Q4 (2024) en Q1 (2025) er is een volledige analyse gemaakt van de huidige 208 documenten waarin contractuele afspraken tussen de dienst en deelnemers zijn opgenomen. De huidige GR is getoetst op actualisatie, volledigheid en samenhang met de Herijken GR en DVO structuur
huidige DVO’s.
(algemeen: analyse en uitgangspunten)
Er zijn interviews afgenomen met een AB-delegatie, de deelnemers ambtelijk en intern.
16 april 2025: AB ontvangt rapportage.
Er is met een ambtelijke werkgroep met vertegenwoordigers van de deelnemers gewerkt om te komen tot een analyse en uitgangspunten voor een toekomstig juridisch kader. Gedurende Q1, Q2 (2025) wordt in afstemming met deelnemers bepaald welke Herijken GR, DVO structuur en
taken verplicht moeten worden afgenomen binnen de GR en welke taken
9 juli 2025:
governance
facultatief kunnen worden afgenomen.
AB ontvangt
(verplichte en facultatieve taken)
Hiermee ontstaat een basis van solidariteit tussen de deelnemers en voor de
rapportage.
organisatie de basis waarop zij kan organiseren. Gedurende Q3, Q4 (2024) en Q1 (2025) is er een IST–SOLL analyse opgesteld. Hierbij is een vergelijking gemaakt van de huidige opdracht tegen de huidige middelen (IST-situatie) en de huidige opdracht tegen de benodigde middelen Herijken financieringsstructuur (financieel volume | analyse IST-SOLL)
als dit in balans wordt gebracht en de situatie wanneer de bestuurlijk
16 april 2025:
vastgestelde uitgangspunten worden gehanteerd (SOLL-situatie).
AB ontvangt
De IST-SOLL analyse geeft de deelnemers enerzijds inzicht in wat de uitvoering
analyse.
van de opdracht werkelijk zou moeten kosten. Anderzijds maakt hij ook zichtbaar of er scheefgroei is tussen de deelnemers en deelnemers die te veel of te weinig bijdragen.
Begroting 2026
47
Gelijktijdig aan het opstellen van de IST-SOLL analyse is tevens de huidige financieringsstructuur en spelregels onderzocht. Er was al vastgesteld dat deze Herijking financieringsstructuur
niet actueel was en daarmee niet aansluit op de huidige situatie. In deze
(Analyse Knel- & uitgangspunten)
analyse is vastgesteld waar de knelpunten zitten en wordt aangegeven over welke onderwerpen er nagedacht dient te worden richting een toekomstige
16 april 2025: AB ontvangt rapportage.
structuur. Herijking financieringsstructuur (Uitgangspunten toekomstige structuur)
Vanaf Q2-2025 zal samen met de deelnemers gewerkt gaan worden aan de uitgangspunten van de toekomstige financieringsstructuur.
juli 2025: AB ontvangt uitgangspunten.
Vanaf Q3- 2024 tot op heden wordt er vanuit de organisatie gewerkt aan het actualiseren van het bedrijvenbestand. Een bedrijvenbestand is de basis waar Herijking financieringsstructuur
vanuit de VTH-milieu activiteiten de kern van een omgevingsdienst worden
(Actualiseren bedrijvenbestand)
opgebouwd. Daarnaast wordt een proces ontwikkeld om dit bestand naar de toekomst toe
10 juni 2025: informeren AB over voortgang.
actueel te houden Gedurende Q4-2024 en Q1-2025 wordt door een extern bureau scenario’s op hoofdlijnen ontwikkeld. Deze scenario’s geven het bestuur inzicht van de Toekomstscenario’s
mogelijke opties. Gelijktijdig wordt een wegingskader voorgesteld waarmee de
(Hoofdlijn scenario’s)
scenario’s onder andere worden afgezet tegen de opgave, landelijke kwaliteiten robuustheid eisen en wat realistisch is. Hiermee ontstaat inzicht welke
16 april 2025 AB ontvangt rapportage.
richtingen mogelijk zijn. Toekomstscenario’s (Voorkeur scenario’)
Gedurende Q2, Q3 (2025) worden twee tot drie voorkeursscenario’s van het AB
9 juli 2025: AB
uitgewerkt in detail. Hierbij ontstaat inzicht in de haalbaarheid, maar ook in de
ontvangt
financiële, operationele en maatschappelijke impact van de scenario’s.
rapportage.
Dit meerjarenprogramma loopt op dit moment door tot 1 januari 2027. De belangrijkste stappen om te komen tot een toekomstrichting worden in 2025 gezet. Voor de vervolgstappen verwijzen wij naar de programmaplanning die is gemaakt voor de herijking GR, DVO, financieringsstructuur én governance en het uitwerken van toekomstscenario’s.
Begroting 2026
48
Inlopen achterstanden VTH In 2024 en 2025 zetten wij een extra stap om de belangrijkste achterstanden op het gebied van VTH-milieu in te lopen. Hierbij ligt de focus op bedrijven met een potentieel hoger risico op omgevingsveiligheid. Dit zijn in elk geval de vergunningplichtige bedrijven maar ook bedrijven waar grote volumes brandbare of schadelijke stoffen worden opgeslagen. Wij zijn deze extra stap gestart met het uitvoeren toezicht controles. Voor deze jaren hebben we 500 bedrijven extra opgenomen in de programmering. Hiermee voldoen we vanaf 2024 weer aan de bestuurlijke ambitie om vergunningplichtige bedrijven 10 jaarlijks te controleren. Vanuit de bedrijven die een melding milieubelastende activiteit (MBA) moeten doen11 is de achterstand +/- 2.600 bedrijven op een bestand van 6.000 bedrijven én te groot om volledig in te lopen. Hier hebben we de bedrijven geselecteerd met een potentieel hoger risico op omgevingsveiligheid en specifieke sectoren. Voor 2024 en 2025 ligt de focus op de inhaalslag, vanaf 2026 zal het een combinatie van inhalen en reguliere uitvoering worden. In april 2025 ontvangen de deelnemers de eerste voortgangsrapportage op dit onderdeel. Overzicht vergunningen Vanuit de toezichtcontroles ontstaat een beeld wat de actualiteit en volledigheid is van de vergunningen.
Tot 2019 werden trends in de vergunningverlening geregistreerd, daarna is dit losgelaten. Hierdoor is er geen actueel overzicht van alle vergunningen én is er een meerjarige achterstand van de actualisatie hiervan. Vanuit de toezichtcontroles krijgen wij zicht op onrechtmatigheden en het aantal overtredingen. Echter geeft dit geen directe reflectie op de vergunning. Daarnaast gebruiken we onze controles om de WABO12 om te zetten naar de Omgevingswet. Hierbij registreren we het aantal milieubelastende activiteiten (MBA’s) bij bedrijven (een bedrijf kan dus meerdere MBA’s hebben waarop wij controleren). Op basis van de MBA’s kan ook beoordeeld worden of de vergunning volledig en actueel is. Gedurende 2025 ontstaat een betrouwbaarder beeld van waar we staan met de vergunningverlening. Adviseringstaak Voor advisering is het beeld dat wij over de afgelopen jaren alleen de vragen vanuit de deelnemers oppakken. Dit beeld blijft voor 2024 en 2025 gelijk. Eigenlijk zou vanuit advisering ook proactief geadviseerd moeten worden ten aanzien van ontwikkelingen, beleid of wijzigende wetgeving. Zo is het mogelijk om aan de voorkant te sturen. Om dit te kunnen doen is er structureel meer capaciteit nodig. Dit is niet vanuit de incidentele middelen te organiseren omdat inhuur op expertise in de huidige arbeidsmarkt niet realistisch is. In 2025 zetten wij een stap om het kennisniveau van onze
10 Het gaat hier om bedrijven die een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit (MBA) nodig hebben.
Dit betreft doorgaans grotere, complexere en milieubelastende bedrijven die onder het Europese IPPC-regime (Integrated Pollution Prevention and Control) vallen of waarvoor specifieke milieuregels gelden. Voorheen aangeduid als WABO type-C bedrijven. 11 Dit zijn voornamelijk middelgrote bedrijven met enige milieubelasting, waarvoor algemene rijksregels gelden (zoals het Besluit activiteiten leefomgeving, Bal), maar die geen omgevingsvergunning voor milieu nodig heeft. Voorheen aangeduid als WABO type-B bedrijven. 12 De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht was een Nederlandse wet die in 2010 werd ingevoerd om allerlei vergunningen op het gebied van bouwen, milieu en ruimtelijke ordening samen te voegen tot één omgevingsvergunning. Dit maakte het vergunningsproces eenvoudiger en efficiënter. De Wabo is per 1/1/24 vervangen door de Omgevingswet, die regels voor de fysieke leefomgeving verder integreert en vereenvoudigt.
Begroting 2026
49
eigen medewerkers te verdiepen en maken wij inzichtelijk hoeveel extra formatie er nodig is om de adviestaak goed in te vullen. Extra capaciteit op thema advies Ook zijn wij met de deelnemers en specifiek provincie Noord-Holland in gesprek om voor ruimtelijke advisering extra incidentele middelen voor 2025 tot 2027 aan te vragen en ontvangen. Grote dossiers die onderdeel zijn van de energietransitie, zoals aanlanding Wind op Zee, de Energiehaven en infrastructuur voor het tegengaan van netcongestie en/of het uitbreidingen naar waterstof vragen op korte termijn advisering. Het is nodig om in 2025 te starten met opbouwen van capaciteit, zodat we vanaf 2026 aan de vraag kunnen voldoen, omdat we dan de risico’s dat de transitie afgeremd wordt, kunnen vermijden. Voortgang herstel centrale sturing In 2024 hebben wij een aantal richtinggevende keuze gemaakt om de centrale sturing van onze primaire VTH-dienstverlening te verbeteren. Als belangrijk onderdeel hiervan wordt de P&C-cyclus verbeterd en zetten we de eerste stappen om de P&C-cyclus en de praktijk beter op elkaar aan te sluiten. Evaluatie organisatievorm ‘zelforganisatie’ en herziening In 2019 heeft ODIJmond gekozen voor de organisatievorm ‘zelforganisatie’.
Dit is een organisatievorm waarbij het management verantwoordelijk is voor ‘het WAT’ (de richting) en de medewerkers verantwoordelijk zijn voor ‘het HOE’ (hoe ze de richting realiseren). Dit geldt zowel voor de inhoudelijk taken als de bedrijfsvoering taken. Deze organisatievorm zorgt voor flexibiliteit en eigenaarschap én vraagt ook om verantwoordelijkheid, senioriteit en bereidheid om meer te doen dan de reguliere werkzaamheden. Deze organisatievorm vraagt om zowel duidelijke kaders en spelregels als om kennis van ‘zelforganisatie’ die actueel gehouden moe(s)t worden. De organisatievorm is, mits goed georganiseerd, niet financieel voordeliger dat ene hiërarchische structuur. De management- en staftaken die worden opgepakt door uitvoerend personeel zorgen voor productiviteitsverlies op dat vlak. Ook is een jaarlijkse forse investering in kennis van zelforganisatie en wat dit betekent voor de samenwerking nodig. Medewerkers moeten met elkaar goed in staat zijn afspraken te maken én in staat zijn elkaar daarop aan te spreken. In 2023 is onder de medewerkers een evaluatie uitgevoerd naar het functioneren van deze organisatievorm. Gedurende 2024 is in samenwerking met hen én de teams waar zij onderdeel van uitmaken. Geïnventariseerd wat er nodig is om ‘zelforganisatie’ te laten functioneren.
Hierbij is vastgesteld dat deze stap te groot is, de middelen hiervoor niet beschikbaar zijn en het draagvlak voor deze werkwijze inmiddels te beperkt is. Eind 2024 is besloten over te stappen naar een hiërarchisch model, waarbij staf- en bedrijfsvoeringstaken weer uitgevoerd gaan worden door staf- en management maar de medewerkers wel een hoge mate van verantwoordelijkheid (eigenaarschap) houden voor de uitvoerende werkzaamheden. De managementfuncties zijn beperkt en worden binnen de kaders van de begroting gerealiseerd.
Begroting 2026
50
Planning & controle cyclus In 2024 zijn we gestart met een proces om de P&C-cyclus te verbeteren. De eerste stap hierbij is gericht op het concreter en realistischer maken van ons uitvoeringsprogramma (UP). Dit document is voor het jaar 2025 opgesteld vanuit de focus dat het een intern- en extern sturingsdocument moet zijn. Daarnaast werken we organisatie breed eraan om de uitvoering buiten en de P&C-cyclus weer op elkaar aan te laten sluiten. Om dit te bereiken is een gezamenlijke richting, herstel van centrale sturing en het betrekken van de medewerkers bij de P&C-cyclus essentieel. Organisatie breed zal plan-do-check-act (PDCA) meer in het gedrag en de werkwijze moeten worden verankerd om de juiste feedback in de P&C-cyclus te krijgen. Dit wordt een meerjarige inspanning.
11.6 Positie deelnemers Financiële positie Het komt op een ongelegen moment dat in 2024 is vastgesteld dat stappen nodig zijn om de organisatie operationeel en financieel onder controle te krijgen, terwijl de Rijksoverheid de eisen voor gemeenten én omgevingsdiensten aanscherpt en de financiële positie van gemeenten vanaf 2026 sterk verslechtert. Geconcludeerd kan worden dat onze deelnemers de afgelopen jaren te weinig hebben betaald waardoor niet alle werkzaamheden zijn uitgevoerd én er is een achterstand ontstaan. Hier was geen gezamenlijk beeld op. Om rekening te houden met de financiële positie van de deelnemers, komt er in het proces ruimte voor keuzes maken. We presenteren mogelijke toekomstscenario’s voor de organisatie van de dienstverlening én laten het bestuur zien welke keuzes mogelijk zijn en wat de gevolgen van die keuzes zijn. Het is wel belangrijk hier het tijdspad te bewaken. Ons bestuur heeft gekozen voor een route waarbij 2024-2025 gebruikt wordt om inzichtelijk te maken waar we staan, welke (bestuurlijke) keuzes kunnen worden gemaakt inclusief een inschatting van de impact van deze keuze. Vanuit dit inzicht wordt vanaf april 2025 tot einde jaar richting bepaald en worden besluiten genomen. Het financieel effect hiervan land in de Kadernota 2027. Dit betekent dat eventueel bezuinigingen pas per 2027 kunnen worden geëffectueerd.
Echter dan wel vanuit een situatie dat er inzicht is en achterstanden met het hoogste risico zijn ingelopen. Het is belangrijk dat nog moet worden bekeken hoe bezuinigingen zich verhouden met de impact op de leefomgeving en hoe deze zich verhouden tot de landelijke verscherpte criteria. Wij verwachten dit beeld begin juli 2025 met het bestuur te delen. Betrokkenheid deelnemers −
De ontwikkellijn GR, DVO en financieringsstructuur wordt in actieve participatie met de deelnemers uitgevoerd. Alle deelnemers zijn ambtelijk betrokken en hebben onderling afgestemd wie op welk onderwerp een stap naar voren doet: door te participeren in de klankbord of werkgroepen.
−
Het Dagelijks Bestuur is intensief betrokken bij het tot stand komen van het programma (de aanpak) en wordt periodiek gerapporteerd op de voortgang.
−
Ook het AB wordt op regelmatige basis bijgepraat door de externe projectleiders die de verschillende onderdelen begeleiden.
−
Het ontwikkelen van toekomstscenario’s wordt aangestuurd door een commissie van DB en AB leden.
Begroting 2026
51
11.7 Conclusie We startten dit document met de conclusie dat het jaar 2026 dus onderdeel uitmaakt van een meerjarenprogramma. Dit gegeven geeft ook nadrukkelijk richting aan de begroting 2026. Wij hebben de structurele lasten beperkt tot strikt noodzakelijke punten. Hiermee sluiten we aan bij de bestuurlijke afspraak; ‘geen structurele keuzes maken die vooruitlopen op het bepalen van de toekomstrichting voor de lange termijn’ Daarnaast vragen we de incidentele kosten op om het programma (GR, DVO en financieringsstructuur), de toekomstscenario’s en het inlopen van de achterstanden te kunnen continueren. De doorloop van deze onderdelen is noodzakelijk omdat er anders geen inzicht ontstaat waarop structurele keuzes kunnen worden gemaakt en de organisatie operationeel- en financieel niet in controle komt. In 2024 is besloten de kosten 2024-2025 en 2026 apart van elkaar op te vragen. Destijds zijn de kosten voor 2026 becijferd op 1,5 miljoen euro. Vanuit de zienswijzen van de gemeenteraden en Provinciale Staten op de begrotingswijziging 2025 hebben wij besloten ons maximaal in te spannen om dit bedrag te verlagen. Door een scherper inzicht in de werkelijke situatie, ombuigingen, incidentele meevallers, interne bezuinigingen hebben wij dit bedrag kunnen verlagen tot 750k euro.
Dit bedrag is noodzakelijk om tot een neutraal operationeel resultaat te komen in de begroting 2026 en de gemaakte afspraken rond de inhaalslag en het programma GR, DVO, financieringsstructuur en de toekomstscenario’s uit te voeren. Met dit document hebben wij richting de gemeenteraden en Provinciale Staten een tussentijdse verantwoording willen geven op de voortgang van ontwikkellijnen en de besteding van de incidentele middelen 2024. In bestuursrapportage rapporteren wij over de voortgang en gaan we onder andere inhoudelijk in op wat de resultaten zijn van het inlopen van de achterstanden.
11.8 Financiële verantwoording De financiële verantwoording voor de besteding van de incidentele middelen nemen wij op in de bestuursrapportages 2025. Dit aangezien de middelen pas in 2025 beschikbaar zijn gesteld.
Begroting 2026
52
Contactpersoon: Omgevingsdienst IJmond Postbus 325 1940 AH Beverwijk 0251–263 863 info@odijmond.nl www.odijmond.nl 14 april 2025 | versie 2.0
Begroting 2026
53