c-ontwerpbegroting-2026-od-ijmond
Tekst van het document
Begroting 2026 Omgevingsdienst IJmond
Inhoud 1
Inleiding ...................................................................................................................... 1 1.1 Landelijke ontwikkelingen & onze opgave ................................................................... 2
2
Ontwikkelingen omgevingsdiensten ............................................................................ 4 2.1 (Externe) ontwikkelingen .......................................................................................... 4
3
Opzet en opbouw begroting 2026 ................................................................................ 7 3.1 Deel 1 – Begroting 2026 | regulier ....................................................................... 7 3.1.1 Uitgangspunten voor de berekening van het uurtarief ......................................... 7 3.1.2 Kosten personeel, CAO-ontwikkelingen en prijsontwikkelingen ............................. 7 3.1.3 Ramingen voor begrotingsaanpassingen 2026 ................................................. 10 3.2 Deel 2 – Begroting 2026 | incidentele bijdrage ................................................... 11 3.2.1 Toelichting incidentele lasten ......................................................................... 12 3.3 Planning- & Control ................................................................................................ 14
4
Wijze van financieren ................................................................................................ 15 4.1 Verdeelsleutel berekening deelnemersbijdrage 2026 .................................................. 15 4.1.1 Tarief ......................................................................................................... 16 4.1.2 Financieel beleid .......................................................................................... 16
5
Verplichte paragrafen ................................................................................................ 17 5.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................. 17 5.2 Uitgangspunten en aanpak benodigde weerstandscapaciteit ........................................ 17 5.3 Benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit ........................................................ 18 5.4 Beoordeling weerstandsvermogen ............................................................................ 20 5.5 Conclusie weerstandsvermogen ............................................................................... 20 5.6 Financiële kengetallen ............................................................................................ 21 5.7 Onderhoud kapitaalgoederen................................................................................... 22 5.8 Treasury/financiering ............................................................................................. 23 5.9 Verbonden partijen ................................................................................................ 23 5.10 Wet Open Overheid ................................................................................................ 24
6
Financiële begroting | inclusief overhead .................................................................. 25
7
Financiële positie ....................................................................................................... 29 7.1 Geprognotiseerde balans ........................................................................................ 29 7.2 EMU-saldo ............................................................................................................ 30
8
Meerjarenraming ....................................................................................................... 31
9
Bijlage I - Financiële bijlage ...................................................................................... 33 9.1 Formatie overzicht ................................................................................................. 33 9.2 Specificatie overhead ............................................................................................. 33 9.3 Stemverhoudingen................................................................................................. 33 9.4 Verbonden partijen ................................................................................................ 34
9.5 Verdeelsleutel incidentele bijdrage ........................................................................... 35 9.6 Overzicht van dienstverleningsovereenkomsten en projectenbijdragen per deelnemer ............................................................................................................ 36 10 Bijlage II - Vergelijking: stappen van begrotingswijziging 2025 naar kadernota 2026 .......................................................................................................................... 41 11 Bijlage III - Voortgang financiële aanpak en toekomstvisie ...................................... 42 11.1 Terugblik – analyse ................................................................................................ 42 11.2 Terugblik – aanpak ................................................................................................ 43 11.3 Aanpak & voortgang .............................................................................................. 46 11.4 Aansturing van de onderdelen ................................................................................. 46 11.5 Voortgang meerjarenprogramma ............................................................................. 47 11.6 Positie deelnemers .................................................................................................
51 11.7 Conclusie .............................................................................................................. 52 11.8 Financiële verantwoording ...................................................................................... 52
1 Inleiding Deze begroting 2026 biedt een overzicht van de financiële kaders en prioriteiten van Omgevingsdienst IJmond (hierna: ODIJmond) met als doel een effectieve en efficiënte uitvoering van onze taken in lijn met onze strategische doelstellingen. De begroting 2026 maakt onderdeel uit van een meerjarig traject om de organisatie operationeel en financieel in controle te brengen. In dit traject werken wij samen met onze deelnemers om de organisatie toekomstbestendig te maken voor de huidige én toekomstige opgave. Tegelijkertijd pakken we de achterstanden in de uitvoering van de wettelijke taken aan die de afgelopen jaren zijn ontstaan en we actualiseren het juridische en financiële kader (programma GR, DVO en financieringsstructuur) tussen de organisatie en haar deelnemers. Middelen voor korte en lange termijn Het Algemeen Bestuur (hierna: AB) van ODIJmond heeft in 2024 aanleiding gezien om een verdiepende analyse te laten uitvoeren waar de organisatie staat. Dit resulteerde in de rapportage ‘Twee zijden van de medaille’ en een begrotingswijziging 20251. Hierin zijn de uitkomsten van deze analyse, oplossingsrichtingen en de benodigde middelen toegelicht aan het bestuur van ODIJmond.
Het AB besloot een proces te starten om de organisatie toekomstbestendig door te ontwikkelen en besloot daarvoor bij haar deelnemers voor de jaren 2024, 2025 en 2026 incidentele middelen op te vragen. Zij stelde hiervoor de begrotingswijziging 2025 op. De incidentele middelen voor 2026 vraagt het bestuur op via deze begroting. Dit ziet het bestuur als de korte termijn. Met dit traject werkt het bestuur aan keuzes voor de lange termijn (vanaf 1 januari 2027). De eventuele middelen die voor de lange termijn structureel noodzakelijk zijn, zullen worden opgenomen in de Kadernota 2027. Met de begroting 2026 vraagt het bestuur daarmee het tweede gedeelte van deze incidentele middelen op bij de deelnemers. Met dit document lichten wij dit verzoek toe, doordat wij u inzicht geven in; •
de voortgang van het programma GR, DVO en financieringsstructuur
•
de eerst stap op de inhaalslag
•
het onderzoek naar de toekomstscenario’s
•
de vervolgstappen en de wijze waarop de raden en staten betrokken worden.
In bijlage II nemen wij u mee in de voortgang en planning van deze bovenstaande punten. Financiële positie gemeenten Het bestuur vindt het belangrijk om al vroeg in dit document stil te staan bij de financiële positie van de diverse deelnemers in ons werkgebied. Zij hebben komende jaren te maken met stevige financiële uitdagingen. Deze opgave is aanleiding geweest om aan ons te verzoeken scenario’s uit te werken waarbij wij rekening houden met een lagere gemeentelijke bijdrage met ingang van het begrotingsjaar 2026. Dit verzoek komt op hetzelfde moment dat wij in een proces zitten om onze organisatie enerzijds operationeel en financieel in controle te brengen, anderzijds stappen te zetten
1 https://www.odijmond.nl/publish/pages/147/begrotingswijziging_2025_omgevingsdienst_ijmond_1.pdf
Begroting 2026
1
om onze organisatie toekomstbestendig te maken, waarbij wij ook oog hebben voor de landelijke criteria waaraan omgevingsdiensten per 1 april 2026 dienen te voldoen. Hoewel wij voor 2026 nog niet kunnen voldoen aan de bezuinigingsvraag vanuit onze deelnemers, omdat dat ten koste gaat van de voortgang van ons traject doorontwikkeling ODIJmond, streven wij ernaar via deze begroting met een financiële staat te laten zien welke stappen wij hebben gezet om het kostenniveau voor incidentele middelen te dempen. Via de zienswijzen op onze begrotingswijziging 2025 verzochten onze deelnemers om tegenvallers primair waar mogelijk op te vangen in de eigen begroting. In lijn van dit verzoek zetten wij ons in om de noodzakelijke incidentele bijdrage zoveel mogelijk te dempen. Deze inspanning zorgt voor grofweg een halvering van de gevraagde middelen, dit staat beschreven hoofdstuk 10 (bijlage II) van deze begroting. Deze aanpak zorgt ervoor dat we de financiële impact voor de deelnemers - waar mogelijk - beperken, terwijl we onze uitvoering op peil kunnen houden. Hiermee zorgen we voor het benodigde inzicht voor onze deelnemers om keuzes te kunnen maken voor de langere termijn.
1.1 Landelijke ontwikkelingen & onze opgave In dit hoofdstuk geven wij een samenvatting van de aanleiding van ons traject doorontwikkeling ODIJmond. Voor de uitgebreide toelichting verwijzen naar de begrotingswijziging 2025. De opgave voor omgevingsdiensten verandert sterk. Er ontstaat meer zicht op de impact van menselijk handelen op milieu en gezondheid, waardoor nieuwe thema’s ontstaan en bestaande thema’s verdiepen. Met de komst van de Omgevingswet veranderde voor omgevingsdiensten het wettelijk kader onder vrijwel alle taken. Om de keten van vergunningverlening, toezicht en handhaving te versterken, wordt op landelijk niveau sinds 2022 gewerkt aan criteria om het functioneren van omgevingsdiensten te objectiveren2. Ten aanzien van deze criteria is ODIJmond in de huidige vorm niet robuust en heeft in de huidige situatie niet de omvang om alle nieuwe taakvelden zelfstandig op te kunnen pakken. Verdiepende analyse Ons bestuur verzocht ons om een verdiepende analyses op te stellen om een volledig beeld te krijgen van de positie van de organisatie in de uitvoering van haar opdracht. Zo krijgen we inzicht in de noodzakelijke stappen om toekomstbestendig te worden. Bij het opstellen van deze analyse is ODIJmond ondersteund door externe adviesbureaus.
Vanuit deze verdiepende analyse ontstond het beeld dat de organisatie enerzijds te sterk steunt op incidentele middelen en anderzijds dat het juridisch kader, de governance én de financieringsstructuur op belangrijke onderdelen niet is geactualiseerd en daarmee niet meer aansluit op de huidige situatie. Verder kwam uit de analyse dat de opdracht en middelen al meerjarig uit balans zijn, waardoor de organisatie qua middelen en capaciteit niet in staat is om de gehele opdracht uit te voeren. We constateerden dat hier tussen de deelnemers en de organisatie geen gemeenschappelijk beeld bij was. De huidige wijze waarop managementtaken en de centrale 2 https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/vergunningverlening-toezicht-handhaving/kwaliteitscriteria-
vergunningverlening-toezicht/
Begroting 2026
2
sturing zijn geborgd zijn onvoldoende om medewerkers goed te kunnen ondersteunen bij het uitvoeren van de opdracht. Daarnaast is er is sprake van een verdringingseffect in de uitvoering van taken. De uitvoering van nieuwe taken, zoals de implementatie van de Omgevingswet en de prioritering van ondermijning, is ten koste gegaan van de uitvoering van de wettelijke taken op het gebied van toezicht, handhaving en vergunningverlening. In de praktijk betekent dit dat er geen goed zicht is op de werkelijke situatie buiten, maar heeft ook geresulteerd in een achterstand in de gecontracteerde opdracht. Dit effect wordt veroorzaakt door een gebrek aan sturing op de opdracht en het onvoldoende goed koppelen van de opdracht en nieuwe taken aan middelen. Vanuit de aanbevelingen van een extern adviesbureau komt naar voren dat het, zonder versterking van de VTH-taken via een formatieuitbreiding, niet mogelijk is om achterstanden binnen de VTH-taken in te lopen en zodoende milieurisico’s te beperken en voorkomen. Hoewel de financiële situatie van de organisatie op orde lijkt, is dit niet het geval. De omvang van de incidentele middelen is verhoudingsgewijs te groot. Evenals het aantal vaste contracten dat gefinancierd wordt uit incidentele middelen. Het positieve resultaat over voorgaande jaren is gerealiseerd door werkzaamheden niet uit te voeren en oneigenlijk rendement te maken.
Als je dit normaliseert is het resultaat direct negatief. Oplossingsrichting (korte en lange termijn) Onze opdrachtgevers zijn tevreden over de kwaliteit, flexibiliteit en mate van klantgerichtheid waarmee de dienst opereert. Dit ontstaat omdat de werkzaamheden die wel worden uitgevoerd kwalitatief goed zijn en de belangrijkste klantvragen met voorrang worden opgepakt. Echter is er onvoldoende zicht op de totale opdracht en de werkzaamheden die de dienst niet uitvoert of kan uitvoeren. Onze deelnemers hebben aangegeven de huidige situatie te willen aanpakken maar ook kritisch te kijken naar wat de beste oplossingsrichting is voor de taakuitvoering op de lange termijn. Gezien de veranderende opgaven, context en stappen die de organisatie moet zetten richting de toekomst willen de deelnemers vanuit inzicht keuzes maken. Korte termijn (tot 1 januari 2027): •
Gericht op het uitvoeren van beheersmaatregelen op de achterstanden op de uitvoering van wettelijke taken.
•
Verbeteren van de centrale sturing op de opgaven.
•
Het actualiseren van de GR, DVO en financieringsstructuur (inclusief governance) én het extern laten ontwikkelen van scenario’s richting de toekomst.
Lange termijn (vanaf 1 januari 2027): •
Maken van bestuurlijke keuzes op basis van inzicht in de opgaven en kosten, zodat de uitvoering van de taken naar de toekomst toe geborgd zijn. Keuzes betreffende de lange termijn dienen te worden gemaakt voor 1 januari 2027.
Begroting 2026
3
2 Ontwikkelingen omgevingsdiensten 2.1 (Externe) ontwikkelingen Speelveld omgevingsdiensten verandert Afgelopen jaar hebben wij op verschillende momenten op ambtelijk en bestuurlijk niveau met onze deelnemers stilgestaan bij onze veranderde opgave. Bedrijven hebben een impact op de kwaliteit van de leefomgeving en daarmee op de gezondheid van de inwoners. De kennis van deze impact neemt toe. Ook is het steeds beter mogelijk om de impact te meten en te duiden, waardoor deze tastbaarder en zichtbaarder wordt. Het werkveld van omgevingsdiensten verbreedt. Aan de ene kant door het ontstaan van nieuwe thema’s en aan de andere kant door verdieping van bestaande thema’s. Zoals de energietransitie, stikstof, zeer zorgwekkende stoffen en de Kaderrichtlijn Water (indirecte lozingen). Ook worden opgaven steeds complexer waardoor de opgaven voor omgevingsdiensten steeds vaker van lokaal naar regionaal of provinciaal niveau verschuiven. Als laatste belangrijke ontwikkeling geldt dat omgevingsdiensten landelijk de ambitie hebben om meer datagericht te werken. Risicogericht- en informatie gestuurd handhaven moet naar de toekomst toe een belangrijke onderlegger worden voor de uitvoering van de VTH-taken. Om dit effectief te maken vraagt dit inzet van alle partijen in de VTH-keten, maar ook van andere overheden.
Door data op een uniforme wijze te registeren en uitwisselbaar te maken tussen partijen neemt de kwaliteit van analyses toe en kan de beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk worden ingezet. Dit is een belangrijke ontwikkeling waarin omgevingsdiensten landelijk samen optrekken. Ook ODIJmond sorteert hierop voor door, aansluitend op de landelijke criteria, in te zetten op data-analyse. Samenwerking provinciaal en landelijk De veranderende opgaven vragen om een andere aanpak. Per thema bepalen we gericht of we dit zelfstandig oppakken, samenwerken op provinciaal niveau of aansluiten bij landelijke initiatieven. In 2024 is een start gemaakt met de professionalisering van de ODNL-vereniging. ODNL groeit door naar een vereniging van omgevingsdiensten, waarin kennisplatforms, een opleidingsacademie en datagericht werken op landelijk niveau worden georganiseerd. Dit ontsluit specifieke kennis, zodat individuele diensten dit niet meer zelf hoeven te regelen én zorgt voor de ontwikkeling van landelijke standaarden die diensten kunnen implementeren. Daarnaast benutten we schaalvoordelen, bijvoorbeeld door gezamenlijk met alle diensten opleidingen in te kopen. Een andere belangrijke samenwerking vindt plaats op provinciaal niveau.
In de 'Samenwerkingsagenda 2022-2024' van de vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten is afgesproken om toe te werken naar een gezamenlijke strategie gericht op een gelijk speelveld voor inwoners, bedrijven en overheden. In 2025 geven wij hier een vervolg aan door onze samenwerkingsagenda te actualiseren. Daarnaast benoemen we ook onderwerpen die we echt gezamenlijk gaan uitvoeren, bijvoorbeeld door dat een van de diensten de uitvoering oppakt en/of taken dienen in gezamenlijkheid uitvoeren. Vanuit ODIJmond zien we dit als een belangrijke stap richting een toekomstbestendige uitvoering.
Begroting 2026
4
Versterking vergunningen, toezicht en handhaving Omgevingsdiensten hebben een belangrijke positie in het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Daarmee is er momenteel veel aandacht voor het functioneren van omgevingsdiensten en het versterken van de keten vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). In het rapport; ‘Om de leefomgeving, Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur3’ van de Commissie Van Aartsen (2021) staat een aantal stevige aanbevelingen die zijn omgezet in landelijke (kwaliteit en robuustheid)criteria, waaraan omgevingsdiensten moeten gaan voldoen. Om uitvoering te geven aan de aanbevelingen vanuit dat rapport startte het ministerie van IenW het Interbestuurlijk Programma Versterking-VTH (IBP-VTH). Het programma kende zes pijlers waaruit alle omgevingsdiensten in Nederland gezamenlijk meerdere producten ontwikkeld hebben die bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit in de uitvoering, het versterken van het gelijke speelveld en uniformering van de wijze waarop omgevingsdiensten de taken uitvoeren. In september 2024 is het programma afgerond en heeft ODIJmond een start gemaakt met het implementeren van de producten uit het IPB-VTH. In onze voortgangsrapportages in 2025 houden we u op de hoogte van welke stappen er zijn al gezet.
Bestuurlijk toekomstbeeld ODIJmond Voldoen aan de landelijke criteria betekent dat een dienst in staat is de opgedragen taken zo uit te voeren dat ze bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving (bescherming bewoners), het voorkomen van (vermijdbare) milieuschade en het aanpakken van de (milieu)problemen. In 2025 voldeden slechts twee van de 28 omgevingsdiensten aan de criteria. Voor de andere diensten ligt er een opgave om hier voor 1 april 2026 aan te gaan voldoen. In de huidige situatie voldoet ODIJmond als kleine dienst aan meerdere eisen niet. Via een plan van aanpak beschreef elke omgevingsdienst de noodzakelijke stappen om te kunnen gaan voldoen. In ons plan van aanpak, dat het bestuur opstelde, spreekt ons bestuur de ambitie uit om te komen tot een toekomstbestendige organisatie. Gedurende 2024 en 2025 onderzoekt het bestuur, ondersteund door adviesbureau Galan Groep, langs welke route ODIJmond toekomstbestendig kan worden. Daarbij wordt ook gekeken naar de kansen van verregaande regionale samenwerking en fusie. Omgevingswet en advisering voor onze deelnemers In 2024 zijn wij gestart met werken onder de Omgevingswet4. Het eerste jaar stond vooral in het teken van het leren werken vanuit de nieuwe wetgeving en de werkwijze, processen en systemen hiervoor inrichten. Voor ons lag de focus in de eerste plaats op de VTH-taken voor bouw en milieu.
In het tweede gedeelte van het jaar zijn we ook met advisering aan de slag gegaan. Onze deelnemers maken gebruik van de bruidsschat5 maar zullen deze gefaseerd gaat omzetten naar omgevingsvisie en omgevingsplannen. Wij ondersteunen onze deelnemers in dit proces voor de milieuthema’s maar zien ook een nadrukkelijke kans om breder te ondersteunen bij het
3 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/03/04/rapport-om-de-leefomgeving-omgevingsdiensten-
als-gangmaker-voor-het-bestuur
4 https://www.raadvanstate.nl/omgevingswet/ 5 https://vng.nl/artikelen/de-bruidsschat
Begroting 2026
5
opstellen van deze plannen. Niet alleen opdat wij de inhoudelijke- en gebiedskennis hebben maar ook om waar mogelijk te streven naar uniformiteit. Een andere belangrijke ontwikkeling is de ruimtelijke advisering. Vanuit de nieuwe wetgeving en het maatschappelijke belang om de transitie opgaven op het gebied van onder andere energie en circulariteit te realiseren, komen er complexe ruimtelijke puzzels op onze regio af. Denk hierbij aan de mogelijke realisatie van de Energiehaven, wind op zee, netcongestie of vloeibaar gas of waterstof als alternatieve energiebron. Zowel vanuit ruimtelijke advisering als VTH gaan deze onderwerpen veel vragen van onze deelnemers en de omgevingsdienst. Wij voeren momenteel al gesprekken met al onze deelnemers om met elkaar de voorbereiden te starten.
Begroting 2026
6
3 Opzet en opbouw begroting 2026 De begroting 2026 is opgebouwd in dezelfde lijn als de Kadernota 2026. De opzet en opbouw wijkt af van onze voorgaande begrotingen. We splitsen deze begroting in twee delen; -
een regulier deel waarin indexeringen en onvermijdbare structurele lasten worden berekend en de bijdrage worden berekend op basis van de afspraken in de huidige gemeenschappelijke regeling en dienstverleningsovereenkomsten;
-
een incidenteel deel, waarin de beschreven incidentele middelen voor 2026 worden aangevraagd, deze zijn als aparte bijdrage gepresenteerd in hoofdstuk 6.
3.1 Deel 1 – Begroting 2026 | regulier In deze begroting nemen wij geen ontwikkelingen op die onderdeel zijn van het lopende proces om onze organisatie toekomstbestendig door te ontwikkelen, waaronder de herijking van onze GR en financieringsstructuur. Ook maken we geen keuzes die vooruitlopen op het onderzoek naar toekomstscenario’s. Dit zorgt ervoor dat het reguliere gedeelte van deze begroting zowel inhoudelijk als financieel beperkt is. In de praktijk betekent dit dat we ontwikkelingen met een meerjarige impact (en dus ook het eventuele financiële effect) doorschuiven richting de kadernota 2027. In dit deel schetsen we wel de belangrijkste ontwikkelingen en vragen we noodzakelijke, structurele middelen. 3.1.1 Uitgangspunten voor de berekening van het uurtarief Voor het begrotingsjaar 2026 formuleerden wij een aantal uitgangspunten. 1. Bij de begroting 2026 gaan wij uit van de huidige wijze van tariefberekening (gebaseerd op het structurele kostengedeelte van de begroting en de gegarandeerde uren uit de dienstverleningsovereenkomsten). 2. Formatie rekenen wij door op basis van werkelijke loonkosten. Gewogen loon/ prijscompensatieberekening die wij sinds jaar en dag hanteren. 3. Als productiviteitsnorm gaan wij uit van 1.340 uur, zijnde een percentage van 73% van de totale beschikbare uren per fte (1.836).
Dit betreft de ‘declarabele’ uren, de uren die direct gerelateerd zijn aan productie voor deelnemers. 4. Jaarlijks stellen wij een begroting op, op basis van de gegarandeerde, gecontracteerde uren die voor onbepaalde tijd per gemeente zijn vastgelegd in de GR. Een aantal gemeenten participeert in de verdeelsleutel. Daarnaast hebben deelnemers aanvullende dienstverleningsovereenkomsten met ons afgesloten. De formatie en vaste kosten zijn hierop afgestemd; de begroting is zo tenminste budgettair neutraal. 3.1.2 Kosten personeel, CAO-ontwikkelingen en prijsontwikkelingen Op dit moment is de nieuwe CAO voor 2026 nog niet bekend. Voor de kosten van ons personeel gebruiken we daarom de ramingen van het Centraal Planbureau. Deze staan in de 'Aanvullende kerngegevens Actualisatie MLT september 2024'.
Begroting 2026
7
Tabel aanvullende kerngegevens | actualisatie MLT-september 2024
Indexatie
% lasten
Indexatie 2
Loonvoet voor de overheidssector
4
85%
3,40%
Prijs materiële overheidsconsumptie
2,3
15%
0,35%
Indexatie tarief 2026
3,75%
Aantal ontwikkelingen vraagt om budgetverhoging Wij voorzien een aantal ontwikkelingen die de bovenstaande, reguliere indexatie overstijgen. Om deze reden zijn wij genoodzaakt onze budgetten bij te stellen. Landelijke kwaliteitscriteria doen een beroep op ons opleidingsbudget De afgelopen jaren kenden wij veel instroom van personeel, waaronder trainees en zij-instromers. Via onze eigen opleiding en de extra training-on-the-job leiden wij hen op om zelfstandig hun werkzaamheden uit te kunnen voeren. Daarbij hebben wij aandacht voor zowel vakkennis als de benodigde vaardigheden. De kwaliteitscriteria waaraan omgevingsdiensten dienen te voldoen stellen daarnaast nog veel andere kennis- en vaardigheidseisen. Via ons opleidingsbudget zullen wij extra investeren in de kennis- en vaardigheidseisen waaraan wij nog onvoldoende of niet aan voldoen. Dit begroten wij binnen ons opleidingsbudget, dat gelijk is aan andere jaren en is gesteld op een percentage van 2,5-3% van de loonsom. Deze ontwikkeling past daarom binnen de reguliere indexatie. Goed werkgeverschap vraagt nieuwe secundaire arbeidsvoorwaarden Medewerkers voelen zich snel thuis in onze organisatie. Onze bedrijfscultuur kenmerkt zich door enerzijds een laagdrempelige, informele cultuur, maar anderzijds een professionele werkomgeving, gericht op de ontwikkeling van onze collega’s.
Om als werkgever ook naar de toekomst toe aantrekkelijk te blijven voor nieuwe medewerkers zullen wij in 2025 en 2026 onze arbeidsvoorwaarden moderniseren en harmoniseren, zoals vitaliteitsbeleid ter vervanging van het generatiepact. Ook is vastgesteld dat het functiewaardering in het functiegebouw van onze organisatie laag is ten opzichte van de markt. De precieze financiële effecten van deze modernisering zijn op dit moment nog niet te berekenen. Verlenging contract VTH-pakket zorgt voor nieuwe voorwaarden In 2026 loopt het contract af voor onze belangrijkste ICT-applicatie, het VTH-pakket voor zaakgericht werken. Omdat wij meebouwden aan dit open source pakket, profiteerden wij van gunstige voorwaarden en tarieven. Met de verlenging van het contract vervallen deze voordelen. Wij houden er rekening mee dat wij deze applicatie openbaar moeten aanbesteden. De applicatie is inmiddels ondergebracht in een community met negen andere omgevingsdiensten. Deze nieuwe samenwerkingsvorm is voor ons waardevol. Het draagt bij aan uniformiteit in registratie en werkwijzen onder omgevingsdiensten en met de extra expertise zijn we als omgevingsdiensten in staat de applicatie door te ontwikkelen.
Begroting 2026
8
Overstap naar een nieuwe applicatie voor tijdschrijven De applicatie waarmee wij onze uren schrijven voor onze deelnemers wordt niet langer ondersteund door de leverancier. Wij maken momenteel kosteloos gebruik van deze applicatie. Tijdschrijven is voor onze bedrijfsvoering, maar ook voor de verantwoording aan onze deelnemers, essentieel. Wij onderzoeken momenteel welke applicatie past bij onze bedrijfsvoering. Daarbij kijken wij scherp naar de kosten van de applicatie. Een van de mogelijkheden is de uitbreiding van ons huidige HR-systeem met een tijdschrijffunctionaliteit. Gezien de huidige minimale kosten, leidt elke oplossing tot een stijging van de licentiekosten. Daarnaast zal de inrichting van dit systeem eenmalige implementatiekosten vragen. We nemen deze als onderdeel van de incidentele bijdrage 2026. Sterke organisatiegroei vraagt om meer Microsoft licenties De sterke organisatiegroei van afgelopen jaren, zorgt ook voor een toename in licenties voor applicaties die wij gebruiken. De Microsoft-licentiekosten zijn niet voorzien in de huidige budgettering. Om dat naar de toekomst toe wel te borgen, werken wij via de herijking financieringsstructuur toe naar een systematiek waarbij de dekking meebeweegt met de omvang van de organisatie. De sterke organisatiegroei vraagt niet alleen om een budgetbijstelling voor 2027, maar vraagt ook om extra budget in 2026.
Het belang van voldoende licenties enerzijds en de substantiële afwijking anderzijds maken dat uitstel tot 2027 niet verantwoord is. Uitstel van de verhoging van dit budget leidt mogelijk tot een negatief resultaat. Meerjarenonderhoudsplan en benodigde investeringen in het pand Ons meerjarenonderhoudsplan vraagt om actualisatie. Dat staat gepland voor 2025. Daarbij krijgen wij te maken met prijsaanpassingen en tegelijkertijd krijgen wij ook te maken met de noodzakelijke vervanging van installaties. Aangezien het pand de nieuwbouwfase ontgroeit, vragen de complexere installaties extra aandacht. Wij werken hierin samen met de gemeente Beverwijk. Beide zijn wij eigenaar van het pand. Als uitstel van de benodigde investeringen niet mogelijk is, verwachten wij hogere, onvoorziene afschrijvingslasten en een stijging van het meerjarenonderhoudsplan voor deze installaties. Over de planning en vervolgstappen vindt overleg plaats met de gemeente Beverwijk. Als mede-eigenaar van 3/16e deel van het pand hebben wij evenredig stemrecht. De uitvoering van de VvE-taken vraagt om expertise Op dit moment voeren wij de Vereniging van Eigenaren taken alleen administratief uit, waarbij de praktische uitvoering bij de gemeente Beverwijk ligt. Wij hebben de capaciteit en expertise intern niet opgebouwd en dit bij gemeente Beverwijk belegd.
Gemeente Beverwijk heeft expliciet aangegeven hier naar de toekomst geen extra capaciteit voor beschikbaar te hebben. Om deze reden starten we in 2025 een gezamenlijk aanbestedingstraject om deze taken uit te besteden aan een externe partij. Hoewel we verwachten dat dit een kostenstijging met zich meebrengt, is deze stap noodzakelijk om de kwaliteit en continuïteit van het onderhoud op lange termijn te waarborgen en meer zicht en grip te krijgen op de benodigde financiering in de toekomst. Voor ODIJmond is het geen mogelijkheid deze expertise intern op te bouwen.
Begroting 2026
9
Huidige organisatie vraagt meer expertise op inkoop en aanbesteding Momenteel hebben wij niet de benodigde expertise op inkoop in huis. Het gaat hier om expertise op de langere termijneffecten van inkoopafspraken in relatie tot bijvoorbeeld de groei van onze organisatie en om kennis over complexere regelgeving. Dit signaal beschreven wij ook in het rapport ‘Twee zijden van de medaille’. Een aantal ontwikkelingen vraagt om het opstarten van inkoopprocessen en we zullen intern nauwgezet moeten sturen op het goed naleven van het inkoopbeleid en de geldende wet- en regelgeving. Voor de onderwerpen die we in 2025-2026 noodzakelijkerwijs moeten oppakken lenen wij deze expertise in vanuit een andere organisatie of kopen wij deze in. Hiermee zijn we in staat keuzes van ons bestuur over de toekomst van onze organisatie af te wachten, voordat wij structurele keuzes ten aanzien van maken. Ten tijde van het opstellen van deze begroting zijn de financiële effecten hiervan nog niet in te schatten. Intensievere inzet op toezicht en handhaving maakt uitbreiding van ons wagenpark noodzakelijk Door de intensievere inzet op toezicht & handhaving – waarmee wij enerzijds uitvoering geven aan de gehele opdracht van onze deelnemers, maar anderzijds achterstanden inlopen - en daarmee de groei van het aantal medewerkers, neemt de druk op ons wagenpark toe.
Dit vraagt om een uitbreiding van het aantal dienstauto’s. We kijken hierbij enkel naar de noodzakelijke uitbreiding om de huidige behoefte van de uitvoering te dekken. Een volledig herziening van het wagenpark wordt pas overwogen na dat het bestuur de toekomstrichting van de organisatie heeft bepaald. Deze uitkomsten gaan richting geven aan een structurele aanpak voor een toekomstbestendig wagenpark. 3.1.3 Ramingen voor begrotingsaanpassingen 2026 De bedragen zijn ramingen gebaseerd op actuele inzichten. Ze kunnen wijzigen door toekomstige ontwikkelingen. Post
Bedrag (€)
Ontwikkelingen ICT -
verlenging contract VTH-applicatie
-
nieuw tijdschrijfsysteem
-
stijging licentiekosten
Ontwikkelingen onderhoud kantoorpand -
35.000
expertise ten behoeve van uitvoering VvE-taken
Ontwikkelingen wagenpark -
25.000
afschrijvingslasten voor noodzakelijke investeringen in installaties
Ontwikkelingen onderhoud kantoorpand -
90.000
25.000
intensievere inzet op toezicht en handhaving maakt uitbreiding van ons wagenpark noodzakelijk
Totaal
Begroting 2026
175.000
10
Bijdragen projecten en programma’s Duurzame leefomgeving Voor het jaar 2026 verwachten we dezelfde inkomsten als in 2025. Dit geld komt van onze projecten, programma's en afspraken met gemeenten over onze dienstverlening. Op deze manier kunnen we ons werk goed blijven uitvoeren. Formule 1 Zandvoort De Formule 1 blijft nog één jaar in Zandvoort. Dit betekent dat we in onze begroting voor 2026 rekening houden met nog één jaar verlenging van dit project. Met deze middelen kunnen wij met behoud van de juiste mensen en expertise dit evenement goed begeleiden. Project Buitengebied Heemskerk In 2026 stopt het project Buitengebied in gemeente Heemskerk. We hebben op dit moment nog geen nieuwe afspraken gemaakt over een mogelijk vervolg van dit project. Daarom is deze bijdrage niet verwerkt in deze begroting. Programma Gezonde Leefomgeving 2021-2025 Eind 2025 loopt het programma Gezonde Leefomgeving 2021-20256 af. We zijn nog in gesprek over de ontwikkeling en financiering van een nieuw programma. Er zijn nog geen concrete afspraken gemaakt over een vervolg. Daarom is deze bijdrage niet verwerkt in deze begroting. Programma IJmond Bereikbaar In 2025 maken we nieuwe afspraken over het programma IJmond Bereikbaar. In de begroting van 2026 houden we rekening met de nieuwste ontwikkelingen rond dit project. We blijven ons best doen om subsidies te krijgen.
Met deze subsidies kunnen we het project voortzetten en onze bijdrage leveren aan duurzame mobiliteit in de IJmond. Omdat de afspraken hierover nog niet bekend zijn tijdens het opstellen van deze begroting is deze niet opgenomen in deze begroting. Wij houden rekening met afbouw van onze inzet op dit programma.
3.2 Deel 2 – Begroting 2026 | incidentele bijdrage In dit gedeelte van de begroting 2026 geven we invulling aan de bestuurlijke afspraak over de noodzakelijke incidentele middelen voor 2026. Waar we in de oorspronkelijke berekening nog uitgingen van 1,5 miljoen euro, vragen wij met deze begroting 750.000 euro op bij onze deelnemers. Dit lagere bedrag komt deels tot stand doordat we in 2024 scherp stuurden op onze uitgaven. Daarnaast zochten we - zoals verzocht door onze deelnemers - zoveel als mogelijk binnen de eigen begroting naar mogelijkheden om de bijdrage te verlagen. Ook houden we in de begroting rekening met de toegekende IenW subsidie. Daarnaast hebben we rentebaten mee begroot als demping op de bijdrage, al brengt dit een onzekerheid met zich mee, omdat niet gegarandeerd is dat deze baten daadwerkelijk worden gerealiseerd.
6 Dit programma heette programma Gezondheid en Luchtkwaliteit IJmondgemeenten 2021-2025
Begroting 2026
11
3.2.1 Toelichting incidentele lasten De incidentele middelen die wij via deze begroting 2026 opvragen zijn nodig voor de voortzetting van het programma herijking GR, DVO en financieringsstructuur. In 2025 zijn hiervoor al middelen beschikbaar gesteld via een begrotingswijziging, maar het programma loopt door tot uiterlijk 2026 Daarnaast zijn, gelijk aan het verzoek in de begrotingswijziging 2025, ook voor 2026 incidentele middelen nodig voor de versterking van centrale sturing en kritische posities. Met de doorontwikkeling van onze organisatie, waaronder het programma herijking GR en financieringsstructuur valt, werken wij aan essentiële inzichten en keuzemogelijkheden voor de toekomstige koers van ODIJmond. De financiële vertaling van de uitkomsten zal landen in de kadernota 2027. De gevraagde incidentele middelen voor 2026 zijn daarom een noodzakelijke overbrugging om de continuïteit en kwaliteit van onze dienstverlening te waarborgen en te voorkomen dat achterstanden opnieuw oplopen. De incidentele bijdrage vragen wij op als project- en programmabudget. Een belangrijk onderscheid is dat deze bijdrage niet wordt verwerkt in het reguliere tarief, in tegenstelling tot de indexatie en de stijging van onze overige bedrijfskosten. De personele lasten en inhuur worden apart gefinancierd met deze incidentele bijdrage.
Voor de opbouw van het incidentele gedeelte volgen we de indeling zoals wij deze hanteerden in onze begrotingswijziging 2025. Voor de verdeling hiervan verwijzen wij u naar hoofdstuk 4.1 voor een toelichting en naar hoofdstuk 9.5 van bijlage I voor gedetailleerde toelichting en een overzicht van de bedragen. Versterking van kritische posities als voorbereiding op 2027 Een belangrijk onderdeel om onze organisatie operationeel in controle te brengen is de versterking van kritische posities richting 2027. Wij richten ons op vijf specifieke tijdelijke maatregelen die ons een solide basis bieden om onze taken in 2026 op het vereiste niveau te blijven uitvoeren en tegelijkertijd – terwijl ‘de winkel open blijft’ - te werken aan een soepele overgang naar structurele oplossingen vanaf 2027. 1. Inlopen op milieucontroles en actualisatie vergunningen: In 2026 zetten we in op het inlopen van achterstanden op milieucontroles bij bedrijven met een hoger risicoprofiel en het actualiseren van milieuvergunningen. Dit creëert een actueel beeld van de situatie in ons werkgebied, verlaagt de kans op calamiteiten en verbetert het naleefgedrag van ondernemers. 2.
Verlichting van werkdruk: Door kritische posities tijdelijk te versterken voorkomen we uitval of vertrek van onze medewerkers, verbeteren we hun perspectief en herstellen we de balans tussen de gecontracteerde opdracht en beschikbare middelen. 3. Oog voor de ontwikkeling van onze medewerkers en organisatie: Deze versterking biedt ruimte om te werken aan structurele oplossingen, zoals de doorontwikkeling van interne medewerkers en het verkennen van een mogelijke reorganisatie om te voldoen aan landelijke criteria vanuit het IBP-VTH.
Begroting 2026
12
4. Operationele sturingsinformatie door verbeteren van datakwaliteit: We verbeteren de datakwaliteit van milieutoezicht en ontwikkelen daarop aansluitend operationele sturingsinformatie om onze capaciteit efficiënter in te zetten. Dit bouwt voort op eerdere investeringen in datagericht toezicht. 5. Advies binnen de Omgevingswet: Wij onderscheiden ons als organisatie doordat wij niet alleen uitvoering geven aan de VTH-taken, maar ook beschikken over een brede expertise op het gebied van milieuadvisering ten behoeve van het beschermen en bevorderen van een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving. Goede advisering is belangrijk binnen de Omgevingswet om de juiste afwegingen te kunnen maken. Maar advisering vraagt ook integrale samenwerking en afstemming tussen ons en onze deelnemers. Wij verwachten dat onze expertise een belangrijke aanvulling is op de expertise bij gemeenten. Via onze expertise dragen wij bij aan het opstellen van regels in het Omgevingsplan en het maken van integrale afwegingen. Wij verwachten dat de vraag naar onze milieuadvisering (zowel rondom ruimtelijke plannen, transitieopgaven, als op vergunningverlening bij bedrijven) mede als gevolg van de schaarse milieuruimte binnen ons werkgebied zal toenemen.
Om een kwalitatieve uitvoering te kunnen garanderen en blijvend te kunnen voldoen aan de te verwachte vraag van onze deelnemers, achten wij een gerichte investering in adviescapaciteit en expertise in 2026 als essentieel. Versterking kritische posities in het primaire proces 2026
Bedrag (€)
Toezicht & handhaving milieu
210.000
Vergunningverlening milieu
210.000
Data-analyse
105.000
Advies
115.000
Totaal
640.000
Versterking Centrale Sturing Hoewel wij 2026 als een overbruggingsjaar zien binnen het proces dat wij doorlopen, blijft een bijdrage voor het versterken van onze centrale sturing noodzakelijk. We werken aan het versterken van onze centrale sturing en verbetering van onze planning & controle cyclus (P&C-cyclus) met heldere sturingsinformatie en controlemechanismen. Hiermee borgen we een concrete en realistische uitvoering, een heldere verantwoording en zijn wij in staat onze capaciteit efficiënt in te zetten en onze opdrachten effectief uit te voeren. Hiervoor maken wij ruimte voor extra managers, waarmee wij de afhankelijkheid van onze directeur verkleinen, zoals dat ook is aanbevolen in het TwynstraGudde-rapport (2019). Inzet op centrale sturing en borgen managementtaken 2026
Bedrag (€)
Management
500.000
Bezuiniging/ ombuiging gerealiseerd
-150.000
Begroting 2026
13
Totaal
350.000
Incidentele implementatiekosten ICT-systemen In de Kadernota 2026 beschreven wij een aantal ICT-gerelateerde ontwikkelingen die om een investering vragen. Voor specifiek de implementatie van een nieuw tijdschrijfsysteem zijn incidentele kosten benodigd. Deze kosten hebben betrekking op de inrichting en overgang naar de nieuwe applicatie. Omdat het hier gaat om een eenmalige investering, zijn deze opgenomen in de incidentele bijdrage 2026? Eenmalige kosten
Bedrag (€)
Eenmalige kosten inrichten applicatie
75.000
Totaal
75.000
3.3 Planning- & Control ODIJmond werkt in opdracht van het openbare bestuur. Dat vraagt om een transparante werkwijze inzicht in de voortgang van de uitvoering van onze opdracht. Wij maken daarbij gebruik van een Planning & Controle (P&C) cyclus. Uitvoeringsprogramma Ons Uitvoeringsprogramma (UP)7 vormt het hart van onze P&C-cyclus. Wij stellen jaarlijks een UP op en onze deelnemers stellen deze bestuurlijk vast. In ons uitvoeringsprogramma beschrijven wij: -
Activiteiten die worden uitgevoerd voor vergunningen, toezicht en handhaving. Leidend hierbij zijn de prioriteiten die onze opdrachtgevers vastlegden in ons Beleidskader VTHmilieu 2023-20268.
-
De wijze waarop dit bijdraagt aan de doelstellingen van het strategisch beleidskader.
-
Concrete operationele afspraken met andere (keten)partners.
-
Overige uitvoeringstaken bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en energie.
Rapportages & evaluatie Gedurende het jaar stellen wij viermaandelijks een rapportage op. Het gaat hierbij om twee tussentijdse rapportages en een jaarverslag, inclusief inzicht in de financiële voortgang. Hierin rapporteren wij over de voortgang van ons werk en de afwijkingen ten opzichte van onze begroting en uitvoeringsprogramma. De tussentijdse rapportages bieden ons bestuur de ruimte om bij te sturen of opnieuw te prioriteren naar aanleiding van lokale ontwikkelingen. Jaarrekening Daarnaast ontvangt het bestuur een keer per jaar de jaarrekening inclusief controleverklaring van de accountant van het vorige jaar. We stellen onze jaarrekening op in het eerste kwartaal volgend
7 https://www.odijmond.nl/over-ons/rapportages/ 8 https://www.odijmond.nl/over-ons/rapportages/
Begroting 2026
14
op het begrotingsjaar, in overeenstemming met de bepalingen van het Besluit begroting en verantwoording (BBV).
4 Wijze van financieren Onze financiële exploitatie is gebaseerd op de bijdragen van onze deelnemers. Die kent op dit moment de vorm van inputfinanciering. Jaarlijks stellen wij een begroting op op basis van de gegarandeerde, gecontracteerde uren die voor onbepaalde tijd, per gemeente, zijn vastgelegd in de GR en DVO’s. De begroting is zo tenminste budgettair neutraal. Structureel is onze begroting niet in evenwicht, dit wordt gecorrigeerd door de incidentele baten. Er worden in de komende jaren stappen gezet om dit evenwicht meerjarig te herstellen.
4.1 Verdeelsleutel berekening deelnemersbijdrage 2026 Evenals bij onze begrotingswijziging 2025 koos ons bestuur ervoor om bij beide delen van de begroting een aparte verdeelsleutels te hanteren. •
Het reguliere gedeelte wordt berekend op basis van de ingebrachte taken via de Gemeenschappelijke Regeling, de afgesloten dienstverleningsovereenkomsten en beschikte projectbijdragen, vermenigvuldigd met de kostprijs
•
Voor het opvragen van de incidentele middelen voor 2025 koos het AB van ODIJmond voor een specifieke, eenmalige verdeelsleutel die gebaseerd is op de totale financiële inbreng. Naar aanleiding van de zienswijzen op de begrotingswijziging 2025 koos ons bestuur ervoor om voor 2026 de dienstverleningsovereenkomsten, die betrekking hebben op de bouwtaak, niet mee te nemen in de verdeling van de bijdrage voor de versterking van de kritische posities.
De reguliere bijdrage Onze financiering komt uit drie hoofdbronnen die elk op een eigen manier worden berekend: 1. Bijdrage via de Gemeenschappelijke Regeling (GR)
o
Deze is gebaseerd op het aantal uren dat elke deelnemer inbrengt voor:
▪
Reguliere GR-taken (Onze deelnemers hebben met ingang van 2025 alle basistaken ingebracht)
▪
Bodemtaken
▪
Omgevingsveiligheid
o
Deze uren vermenigvuldigen we met het tarief (de integrale kostprijs)
o
Voor sommige deelnemers gebruiken we nog de oude verdeling uit 2019-2023
2. Bijdrage via dienstverleningsovereenkomsten (DVO's)
o
Voor extra diensten buiten de GR maken we aparte overeenkomsten
o
We berekenen deze bijdrage door het afgesproken aantal uren te vermenigvuldigen met hetzelfde tarief
3. Bijdrage voor projecten en programma's
o
Deze worden apart berekend volgens specifieke afspraken of subsidiebeschikkingen
Deze drie stromen samen vormen de totale bijdrage per deelnemer.
Begroting 2026
15
Incidentele bijdrage Voor 2026 vragen wij een incidentele bijdrage die wij niet zullen verdelen via de reguliere kostprijs, maar via een speciaal ontwikkelde verdeelsleutel. Deze verdeelsleutel brengt de financiële bijdragen van alle deelnemers op transparante en eerlijke wijze in kaart. De verdeling is gebaseerd op de financiële inbreng van taken per deelnemer, waarbij de begroting 2025 als stabiel referentiepunt dient. In deze berekening nemen we zowel bijdragen uit de Gemeenschappelijke Regeling als uit dienstverleningsovereenkomsten mee, met uitzondering van taken die vanaf 1 januari 2024 bij ons zijn ingebracht. Voor het onderdeel 'versterking kritische posities' zijn bouwtaken uitgezonderd van de berekening. Projectbijdragen blijven bewust buiten beschouwing om vermenging met projectkosten en subsidies te voorkomen. Dit waarborgt een zuivere berekening van de incidentele lasten. Deze incidentele bijdrage behandelen we als programmabudget, los van het reguliere tarief. Een gedetailleerde toelichting van deze verdeelsystematiek, inclusief de bedragen vindt u in hoofdstuk 9.5 van bijlage I. 4.1.1 Tarief De incidentele bijdrage voor het herstel van centrale sturing en het versterken van de kritische posities is apart berekend, deze lasten zijn niet verwerkt in het uurtarief.
Het basistarief van onze diensten bedraagt voor 2026 € 109,55 (begroting 2025 was dat: € 104.50) 4.1.2 Financieel beleid De begroting 2026 is niet structureel in evenwicht. De totale begroting is wel in evenwicht door de dekking van incidentele baten. Dit betekent dat wij structurele lasten dekken uit incidentele baten. De oorzaak hiervan is de toenemende trend van financiering voor projecten korter dan vijf jaar en de binnen vijf jaar aflopende DVO’s. Voor 2026 herstellen wij de balans met de incidentele middelen die wij opvragen middels deze begroting. Er worden alleen meerwerkprojecten en/of subsidietrajecten gestart als wij deze kunnen bemensen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de wettelijke en primaire taken voor milieu en bouw. Wij willen dit beter in balans brengen door onze manier van financieren te vernieuwen. Wanneer de – structurele – begroting op de lange termijn in evenwicht is, geldt het laagste niveau van financieel toezicht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Lukt dit niet, dan kan het Ministerie strengere financiële controle opleggen.
Begroting 2026
16
5 Verplichte paragrafen 5.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen is de verhouding tussen beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit. De omvang van reserves bepaalt de mogelijkheden om financiële tegenvallers op te vangen. Het beleid streeft ernaar dat de beschikbare weerstandscapaciteit voldoende is om gekwantificeerde risico's te dekken. Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bestaat de weerstandscapaciteit uit vrij aanwendbare middelen die ODIJmond kan gebruiken om financiële risico's op te vangen. Het gaat hierbij om risico's die niet op andere wijze kunnen worden ondervangen.
5.2 Uitgangspunten en aanpak benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is de financiële waardering van relevante risico's. Deze wordt bepaald via een risico-inventarisatie, waarbij niet-reguliere risico's worden geanalyseerd. Reguliere risico's met beperkte financiële gevolgen worden verondersteld binnen de begroting opvangbaar te zijn. Voor niet-reguliere risico's wordt de kans van optreden en het financiële gevolg ingeschat. Door middel van een Monte Carlo-simulatie is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op basis van de P90-waarde. ODIJmond heeft deze berekening in 2020 laten uitvoeren en door het Algemeen bestuur laten vaststellen. Algemene reserve Het vrij besteedbare deel van de algemene reserve kan voor de berekening van de incidentele weerstandscapaciteit worden ingezet. De huidige omvang van de algemene reserve voor resultaat bestemming bedraagt € 467.359,-. Bestemmingsreserves Dit zijn reserves met een bestedingsfunctie waarbij geld is weggezet voor toekomstige uitgaven of investeringen. Ondanks deze bestedingsfunctie zou besloten kunnen worden, indien noodzakelijk, de bestemmingsreserve bestedingsvrij te maken om risico’s financieel op te vangen. Omdat dit ten koste zou gaan van bestaand beleid, hebben wij ervoor gekozen om de bestemmingsreserves niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit te rekenen.
Begrotingsruimte en stille reserves De begroting van ODIJmond is sluitend, daarnaast zijn stille reserves niet aanwezig. De eventuele begrotingsruimte wordt niet als bestanddeel van de weerstandscapaciteit gerekend. Voorzieningen In 2024 bestaan de voorzieningen uit een voorziening voor de onderhoudskosten van het kantoorpand en een voorziening voor financiële verplichtingen van specifieke medewerkers. Laatstgenoemde is zeer gering. De voorziening voor het onderhoud van ons pand is ontstaan voor 2021. De personele voorziening is gevormd in 2021. Omdat naast deze specifieke medewerkers, dit risico aanwezig blijft ten aanzien van andere medewerkers, wordt het risico en de weging in de
Begroting 2026
17
benodigde weerstandscapaciteit gehandhaafd. De voorzieningen worden niet meegerekend in de beschikbare weerstandscapaciteit. Het uitgangspunt is dat alleen de Algemene Reserve en eventueel gerealiseerd resultaat in een boekjaar van ODIJmond tot de beschikbare weerstandscapaciteit wordt gerekend.
5.3 Benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit (per 31 december 2024, vóór resultaatbestemming 2024) Indicatie beschikbare weerstandscapaciteit
€
Algemene reserve
467.359
Totaal
467.359
Benodigde weerstandscapaciteit Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen is een risico-inventarisatie uitgevoerd. Deze heeft tot de onderstaande lijst geleid.
Begroting 2026
18
Op basis van gekwantificeerde risico’s is een Monte Carlo-simulatie uitgevoerd. Het resultaat daarvan is weergegeven in figuur 1 tot en met 3.
Figuur 1: Kansverdeling
Figuur 2: Berekening benodigde weerstandscapaciteit
Figuur 3: Tabel weerstandscapaciteit
Begroting 2026
19
Uit figuur 1 valt af te lezen dat bij een zekerheidspercentage van 90% het risicoprofiel van ODIJmond € 467.360,- bedraagt. Met andere woorden, in 90% van alle uitgevoerde simulaties is het bedrag dat uitgegeven dient te worden aan optredende risico’s niet hoger dan € 467.360,-. Risico’s die ontstaan zijn na de laatst uitgevoerde risico-inventarisatie In 2024 is geen specifieke risicoanalyse uitgevoerd om het weerstandsvermogen te herijken. Wel is in de rapportage "Twee zijden van de medaille" een integrale analyse van de organisatie opgenomen. Naar aanleiding van deze rapportage is het programma GR, DVO en financieringsstructuur gestart. Nadat de uitkomsten van dit project bekend zijn, zal een herijking van ons weerstandsvermogen worden uitgevoerd. Deze gefaseerde aanpak zorgt ervoor dat de beoordeling van risico's en benodigde buffers gebaseerd zal zijn op de meest actuele inzichten in onze financiële structuur en verplichtingen.
5.4 Beoordeling weerstandsvermogen Op basis van het in de vorige paragrafen geformuleerd beschikbare en benodigd weerstandsvermogen, kan voor ODIJmond de ratio van het weerstandsvermogen worden berekend.
5.5 Conclusie weerstandsvermogen De laatste herijking van het weerstandsvermogen vond plaats in 2020, en het huidige weerstandsvermogen is gebaseerd op dit rapport met een ratio van 1.0. In 2024 is geen specifieke risicoanalyse uitgevoerd voor een herijking, maar wel is een integrale analyse opgenomen in de rapportage "Twee zijden van de medaille". Naar aanleiding hiervan is het programma GR, DVO en financieringsstructuur gestart. Sommige risico's zijn in kans of omvang toegenomen en er zijn ook nieuwe risico's geïdentificeerd. De impact van deze ontwikkelingen op het benodigde weerstandsvermogen is echter nog niet berekend en daarom niet opgenomen in deze begroting.
Begroting 2026
20
Een volledige herijking van het weerstandsvermogen zal worden uitgevoerd nadat de uitkomsten van het project DVO-financiering bekend zijn. Deze tabel geeft inzicht in de betekenis van het de weerstandsratio. Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio > 2,0 1,4 -2,0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6
Betekenis Uistekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
5.6 Financiële kengetallen Kengetallen geven de verhouding weer tussen onderdelen van resultatenrekening en/of balans en helpen bij de beoordeling van onze financiële positie. Deze kengetallen geven inzicht in hoeveel (financiële) ruimte wij hebben om structurele en incidentele lasten te dekken. De verplicht op te nemen kengetallen staan in Artikel 113 van het BBV. Ratio’s
Begroting
Gewijzigde begroting
Realisatie
Netto schuldquote
2026
2025
2024
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio
-6.38%
-18.32%
-22,36%
-6.44%
-18.39%
-22,30%
Structurele exploitatieruimte
6.77%
4,49%
5,27%
-25,90%
-17,88%
-28,9%
Netto schuldquote, al dan niet gecorrigeerd voor alle leningen De netto-schuldquote toont de schuldenlast in verhouding tot de eigen middelen. Bij ODIJmond is de langlopende lening aflossingsvrij en hebben de kortlopende schulden geen rentelasten, voornamelijk bestaand uit nog te besteden specifieke uitkeringen. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio toont het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Omdat ODIJmond een gemeenschappelijke regeling is, wordt niet gestuurd op solvabiliteit. Het eigen vermogen bestaat uit gelden van deelnemende gemeenten Structurele exploitatieruimte Om te zien hoe groot de structurele exploitatieruimte is, kijken wij naar de structurele baten en lasten en vergelijken deze met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Bij onze omgevingsdienst is dit kengetal sterk negatief: -28%. Dit vormt een aanzienlijk financieel risico omdat we structurele uitgaven dekken met incidentele middelen. Om dit probleem aan te
Begroting 2026
21
pakken is het programma herziening GR, DVO en financieringsstructuur gestart, dat moet leiden tot een gezondere financiële basis. Grondexploitatie en belastingcapaciteit Wij exploiteren geen grond, waardoor dit kengetal niet van toepassing is. En omdat wij geen belastingen innen, is dit kengetal niet van toepassing.
5.7 Onderhoud kapitaalgoederen Voor het groot onderhoud van ons gebouw is een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) opgesteld door de afdeling Bouwkunde van gemeente Beverwijk. Het MJOP is opgesteld voor het grote onderhoud van het gehele gebouw en verdeeld in twee onderdelen:
•
Gemeente Beverwijk, het Stadhuis
•
Gemeente Beverwijk, het Verhuurkantoor (of marktkantoor)
Voor elk onderdeel is een apart MJOP opgesteld. Het huidige MJOP dateert van oktober 2020 en is door een extern bureau in opdracht van gemeente Beverwijk opgesteld. Alle partijen zijn zelf verantwoordelijk voor de inrichting van het door hen gebruikte gebouwdeel. Er is besloten om de gebouwonderdelen die gezamenlijk worden gebruikt en/of bij alle partijen voorkomen, gelijktijdig uit te voeren. Eind 2024 is een eerste analyse uitgevoerd ter voorbereiding op een nieuw MJOP. Uit deze analyse bleek dat het eerdere MJOP onvolledig is opgesteld doordat onder andere de elektronische installatie en ook de WKO-installatie niet volledig zijn meegenomen. Deze installaties blijken aan vervanging toe te zijn, omdat de economische levensduur is verstreken. Bovendien is het MJOP niet aangepast aan de huidige inflatie. Voor de eigen onderdelen vanuit het MJOP heeft ODIJmond vanaf boekjaar 2015 een voorziening groot onderhoud gevormd. Per 31-12-2024 bedraagt deze voorziening ongeveer € 208.000,-. Voor 2024 is wel aanpassing in de voorziening meegenomen in verband met een correctie voor de inflatie, deze correctie is gebaseerd op de inflatiecijfers van het CPB, wat heeft geleid tot een stijging van € 8.000,-. In 2025 actualiseren wij, samen met de gemeente Beverwijk, het MJOP. Hierbij herzien wij ook de rol van de VvE ten opzichte van de eigenaren.
Tot en met 2024 lag de uitvoering van het onderhoud bij medewerkers van de gemeente Beverwijk, maar dit past niet meer bij hun beschikbare capaciteit, mede door de toegenomen complexiteit van de installaties. Het gebouw is inmiddels de nieuwbouwfase gepasseerd, maar betreffende het MJOP is er onzekerheid over de toereikendheid van de hoogte van de voorziening voor deze nieuwe fase. Dit vraagt om een hernieuwde visie op het beheer en onderhoud van het gebouw voor de komende jaren. We stellen deze visie op in 2025.
Begroting 2026
22
5.8 Treasury/financiering In 2014 is het treasury statuut met daarin het treasury beleid opgesteld. Het treasury statuut heeft tot doel een kader te scheppen waarbinnen de financiële continuïteit van ODIJmond kan worden gewaarborgd. Hiervoor zijn enkele doelstellingen opgesteld, namelijk: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. Het beschermen van vermogen en resultaten van ODIJmond tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s; 3. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 4. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO), de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (RUDDO), het besluit Leningsvoorwaarden Decentrale Overheden en de limieten en richtlijnen van het treasury statuut; 5. Het realiseren van informatiestromen ter ondersteuning van de opstelling van het treasury beleid, de uitvoering van het beleid en de verantwoording daarover. In 2024 hebben wij actief op de hoogte van de saldi van onze betaalrekeningen gestuurd. De intentie is om de saldi van de bankrekeningen zo laag mogelijk te houden. De reden hiervoor is dat wij sinds 2014 aan verplichte schatkistbankieren meedoen.