c-ontwerpbegroting-2026-2029-vra
Tekst van het document
Openbaar vervoer
Schadegevoeligheid van de bussen en gebrek aan onderdelen om dit te herstellen
Grote opgaven
Assetmanagement en beheerplan voor AMRI is nog in ontwikkeling: onvoldoende rapportages en meerjarendoorkijk met volledige gedragen risico-analyse ontbreekt
Organisatie
Een organisatie die niet goed functioneert
Pagina 49 van 73
Kentallen De netto schuldquote geeft inzicht in de omvang van de schuldenlast ten opzichte van de totale begroting. Het is een indicatie van de mate waarin rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Het saldo BDU is opgebouwd uit ontvangen rijkssubsidie en kan alleen worden uitgegeven aan de taak Verkeer & Vervoer binnen de vervoerregio. Daarmee is dit saldo volgens de regelgeving van de BBV geoormerkt en wordt als schuld gecategoriseerd. Daarom heeft de Vervoerregio een positieve schuldquote. Ook al zou je verwachten dat bij verstrekte bussenleningen een negatieve schuldquote hoort. Bij dit kengetal maken we onderscheid tussen de netto schuldquote inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Door dit onderscheid is het aandeel zichtbaar van verstrekte leningen in de exploitatie. De netto schuldquote wordt vrijwel geheel bepaald door de bussenleningen die de Vervoerregio heeft verstrekt. De hogere netto schuldquote ten opzichte van de begroting 2022 wordt veroorzaakt door de relatief grotere toename van de vlottende passiva. Gecorrigeerd voor de leningen is de netto schuldquote gelijk aan de begroting. Dit omdat tegenover de stijging van de vlottende passiva een stijging van de uitstaande leningen (bussenleningen ) is komen te staan. De solvabiliteitsratio geeft het eigen vermogen (EV) in een percentage weer ten opzichte van het totale vermogen.
Het geeft aan in hoeverre de Vervoerregio in staat is aan haar financiële verplichtingen op lange termijn te voldoen. De Vervoerregio wordt voornamelijk bekostigd vanuit de subsidie BDU. Deze stelt dat ontvangen gelden alleen aan de toegekende taken mogen worden uitgegeven. Daarom is het voor de Vervoerregio niet mogelijk eigen vermogen vanuit de niet bestede middelen op te bouwen. De teller van deze ratio (EV) is nel, terwijl de noemer relatief hoog is door de vooruit ontvangen gelden. Dit is de verklaring voor de zeer lage solvabiliteitsratio van de Vervoerregio. De ratio structurele exploitatieruimte geeft aan in welke mate de structurele lasten zijn gedekt door structurele baten. Hierdoor kan de Vervoerregio laten zien in welke mate zij in staat is om de eigen lasten te dragen. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken (de baten zijn hoger dan de lasten, het verschil wordt toegevoegd aan de reserves). Ook deze ruimte is bij de Vervoerregio gering, omdat bijna alle lastenbudgetten structureel van karakter zijn. De toekomstige BDU-bijdragen zijn vrijwel geheel bestemd voor specifieke budgetten als de Investeringsagenda Mobiliteit, de concessies en het beheer, onderhoud en meerjarige vervanging van de railinfrastructuur en rollend materieel. Tabel 15 Kengetallen weerstandsvermogen
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Jaarrekening 2024
Gewijzigde begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
32,1%
33,0%
30,7%
28,3%
25,5%
21,6%
0,5%
0,4%
0,3%
0,3%
0,2%
0,2%
0,0% 0,0%
0,0% 2,8%
0,0% 4,8%
0,0% 9,7%
0,0% 9,8%
0,0% 9,1%
Pagina 50 van 73
PARAGRAAF FINANCIERING In de paragraaf Financiering is opgenomen hoe de Vervoerregio haar activiteiten financiert en wat daarvan de gevolgen zijn. De paragraaf geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente eventueel aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. Financieringsbehoefte en financiële instrumenten Inkomsten en Solvabiliteit De Vervoerregio ontvangt middelen van het Rijk, met de Brede Doeluitkering Verkeer & Vervoer (BDU) als belangrijkste inkomstenbron (96% van de totale baten). Wij keren deze middelen uit aan openbaarvervoerbedrijven en aan wegbeheerders die infrastructuur aanleggen, beheren en onderhouden. De wet BDU biedt de mogelijkheid de jaarlijks niet bestede middelen te reserveren voor toekomstige uitgaven of financiering van activa van vervoerders. Op basis van de huidige ontwerpbegroting bedraagt het saldo van de ‘nog niet uitgegeven BDU’ eind 2025 naar verwachting € 338 miljoen. Eind 2026 zal dit € 344 miljoen zijn. De solvabiliteit geeft de verhouding van het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen weer. Aangezien de Vervoerregio geen eigen vermogen kent en het saldo nog niet uitgegeven BDU formeel als vreemd vermogen wordt beschouwd, is de solvabiliteit nihil.
Uitgangspunten Treasuryfunctie en beleid Het doel van het treasurybeleid is het beheersen, sturen, verantwoorden en toezichthouden op de financiële vermogenswaarden, geldstromen en posities en de hieraan verbonden risico’s. De wettelijke kaders voor de uitvoering van de treasuryfunctie liggen vast in de Wet Financiering Decentrale Overheden (wet Fido) en de daarbij horende ministeriële regelingen. Het in 2024 vastgestelde treasurystatuut geeft de regioraad nadere aanwijzingen en regels aan het dagelijks bestuur ten aanzien van: •
Het beheersen van financiële risico's
•
Het continu verzorgen van voldoende liquiditeit voor de organisatie
•
Zorgdragen voor een kosteneffectief en efficiënt betalingsverkeer
•
Het verzorgen van financieringsovereenkomsten en uitzettingen ten behoeve van de publieke taak
Schatkistbankieren
De (tijdelijk) overtollige middelen zijn in overeenstemming met de Regeling Schatkistbankieren decentrale overheden ondergebracht bij het Rijk. Het drempelbedrag voor de Vervoerregio is gebaseerd op Artikel 7. Uitgezonderde middelen van de Regeling lid 2. De drempel is 2% van het begrotingstotaal, indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Indien het begrotingstotaal hoger is dan € 500 miljoen, is de drempel gelijk aan € 10 miljoen plus 0,2% van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. Voor 2026 komt dit neer op € 11,2 miljoen wat de Vervoerregio buiten de Schatkist zou mogen aanhouden. Verstrekte bussenleningen De Vervoerregio kent sinds april 2015 de verordening op de subsidieverstrekking voor bussenlening. De subsidie wordt verstrekt ten behoeve van de financiering van het verwerven van bussen of de herfinanciering van al verworven bussen. Die bussen worden ingezet voor openbaar personenvervoer ter uitvoering van een concessiebesluit. De bussenlening draagt bij aan het verduurzamen van het ov. En het biedt de mogelijkheid voor een gemakkelijke overdracht van de voertuigen naar een andere vervoerder, bij afloop van de concessie. De bussenleningen worden afgelost vanuit de jaarlijkse verleningsbeschikkingen voor de concessies.
Hierdoor loopt de Vervoerregio beperkt risico gedurende de looptijd van de concessie. Tijdens de concessies worden de restbedragen volledig afgelost. De laatste tranches worden verrekend met de laatste termijnen van de bevoorschotting van de exploitatie.
Pagina 51 van 73
Voor de concessie Zaanstreek-Waterland heeft de regioraad een bedrag van maximaal € 183 miljoen beschikbaar gesteld. Daarvan heeft tot op heden EBS € 140 miljoen aangevraagd. In de loop van 2025 zal de concessie Amstelland-Meerlanden de resterende € 5,2 miljoen in de lopende lening opvragen en van de € 47 miljoen ruimte die nog niet is aangevraagd € 30 miljoen aanvragen. Tabel 16 Verstrekte bussenleningen (bedragen in x € 1.000) Verstrekte bussenleningen
2025
2026
2027
2028
2029
Connexxion Lening I 15 jaar Connexxion Lening I restant Connexxion Lening II 15 jaar EBS ZaWa
51.281 5.035 28.723 122.891
44.964 4.587 26.170 113.145
38.648 4.140 23.617 103.675
32.332 3.692 21.064 94.449
26.016 3.245 18.511 85.223
Totaal leningen
207.930
188.867
170.080
151.537
132.994
Tabel 17 Nog te verstrekken leningen/garanties (bedragen in x € 1.000)
Nog te verstrekken bussenleningen dan wel garantstellingen
2026
Concessie ZaWa Concessie AML
0 17.000
Totaal leningen
17.000
Financieringswijze strategische activa GVB In 2019 besloot de regioraad dat de Vervoerregio garant staat voor de GVB-leningen voor investeringen in de strategische activa. Dat is voor de volgende maximale bedragen: 1. Externe financiering door GVB Activa BV, voor een bedrag van maximaal € 725 miljoen. Daarvan is € 150 miljoen langlopende vastrentende lening, € 350 miljoen rekening-courant faciliteit (RCF) en € 225 miljoen in optie (‘accordion’). Eind 2024 heeft het GVB van de optie € 77 miljoen opgevraagd. 2. Zogenaamde ‘forward starting’ leningen vanaf 2025 (te converteren vanuit de rekening-courant faciliteit die onder 1 is genoemd) voor een bedrag van € 142 miljoen (investering 15G-trams en M7-metro’s) en € 56 miljoen (investering zero-emissiebussen EB1 en EB2). Op het aan te schaffen materieel wordt een pandrecht gevestigd. De Vervoerregio subsidieert de kapitaallasten (afschrijvings- en rentekosten) van de voertuigen aan GVB Exploitatie BV. Daarmee wordt GVB in staat gesteld om aan de aflossing- en renteverplichtingen van de financiële instellingen te kunnen voldoen. Daarbij staat de Vervoerregio garant voor de termijnbetalingen, maar niet voor de hoofdsom van de lening (met andere woorden: de hele lening is niet in één keer opvorderbaar als de vervoerder niet aan de betalingsverplichtingen kan voldoen).
Door de garantstelling is de rente die de banken in rekening brengen lager. In de loop van 2025 en 2026 zal de (her)financiering van GVB na 2026 worden uitgewerkt. Tabel 18 Verstrekte garanties (bedragen in x € 1.000) Specificatie Garantstellingen Activa x 1000
Nummer 1 2 3a 3b 4
Organisatie
Soort
Einddatum
GVB Activa BV GVB Activa BV GVB Activa BV GVB Activa BV GVB Activa BV
Revolving credit facility Revolving credit facility - optie Vaste faciliteit A Vaste faciliteit B Vaste lening
Verleend tot 2026 Verleend tot 2026 2.054 2.036 2.050 Totaal
2025 (maximaal) 350.000 77.000 137.267 51.333 135.000
2026 (maximaal) 350.000 77.000 125.433 46.667 130.000
750.600
729.100
2027 (maximaal)
2028 (maximaal)
2029 (maximaal)
113.600 42.000 125.000
101.767 37.333 120.000
89.933 32.667 115.000
280.600
259.100
237.600
Pagina 52 van 73
Liquiditeitsprognose De Vervoerregio hanteert voor het presenteren van financiële cijfers het stelsel van baten en lasten. Daarnaast biedt de Vervoerregio subsidies aan in de vorm van bussenleningen. Deze elementen, samen met de afschrijvingen op de investeringen, maken dat de exploitatieresultaten niet synchroon lopen met de kasstromen (liquiditeiten). Op basis van de huidige prognose komt de liquiditeitspositie van de Vervoerregio eind 2026 uit op een positief saldo van ongeveer € 301 miljoen. De ervaring leert dat de budgetten niet altijd helemaal worden besteed en gedeeltelijk doorschuiven naar het volgende jaar. Over de periode tot aan 2028 is een positieve ontwikkeling te zien. In 2029 wordt een daling verwacht. Bij elke financiële rapportage aan de regioraad wordt ingegaan op de liquiditeitsontwikkeling. In tabel 19 is de liquiditeitsontwikkeling (met verloop) door de jaren heen inzichtelijk gemaakt. Naast de hierboven vermelde ontwikkelingen in 2026 en 2027 neemt op langere termijn de liquiditeit volgens de huidige prognoses weer gestaag toe. De BDU-middelen worden nog niet ingezet, maar doorgeschoven naar latere jaren (zie hiervoor het meerjarenperspectief tabel 25a). In de periode 2029 – 2035 is de verwachting dat er € 176 miljoen uit het BDU-saldo zal worden onttrokken ter dekking van grote projecten en onderhoud. Tabel 19 Liquiditeitsprognose (bedragen in x € 1.000)
Liquiditeitsprognose
Gewi jzi gde begroti ng na 1e Bes tuurs ra pporta ge 2025
Begroti ng 2026 Begroti ng 2027 Begroti ng 2028 Begroti ng 2029
Bedra gen x € 1.000 Begi ns ta nd Ka s s troom ui t fi na nci eri ngs a cti vi tei ten Overi ge i nkoms ten Overi ge ui tga ven Af te s l ui ten l eni ngen Ei nds ta nd
305.358 1.944 579.351 -589.577 297.076
297.076 7.473 619.621 -622.853 301.317
301.317 7.473 608.438 -608.096 309.131
309.131 7.197 615.344 -601.013 330.659
330.659 6.952 607.228 -622.563 322.276
Kasgeldlimiet en Renterisiconorm Decentrale overheden kunnen niet zomaar leningen afsluiten. Om te voorkomen dat fluctuaties in rentepercentages een te grote invloed hebben op de begroting, bestaan twee wettelijke beperkingen. Deze zijn vastgelegd in de Wet Fido. Dit zijn de kasgeldlimiet (van toepassing op korte leningen met een rentetypische looptijd van maximaal een jaar) en de renterisiconorm (lange leningen). Beide beperkingen hebben tot doel de leningportefeuille van decentrale overheden te behoeden voor een onverantwoord grote gevoeligheid voor rentefluctuaties. Ze stellen een grens aan de structuur van de leningen, niet aan de hoogte. De kasgeldlimiet stelt dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van een decentrale overheid in een bepaald kwartaal niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal (het totaal van de lasten). Het percentage kasgeldlimiet geeft de ruimte voor korte financiering aan bij aanvang van het begrotingsjaar. De renterisiconorm beperkt het renterisico op de langlopende financiering. De norm bevordert de spreiding van de looptijden van de kapitaalmarktleningen (looptijd van de lening > 1 jaar) door de omvang te beperken van de leningen waarvoor de rente in een bepaald jaar moet worden aangepast of afgelost.
Het rijk heeft de maximale omvang van leningen met een renteaanpassing/aflossing vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal.
Pagina 53 van 73
Tabel 20 Kasgeldlimiet en Renterisiconorm (x 1.000)
Begrotingstotaal
percentage
€ 621.539
Kasgeldlimiet
8,20%
€ 50.966
Renterisiconorm
20,0%
€ 124.308
De Vervoerregio heeft in 2023 externe financiering aangetrokken voor de bussenlening van EBS. Het uitgangspunt hierbij is dat we deze leningen met dezelfde rente (met risico-opslag) doorzetten naar de aanvrager. Deze methodiek zorgt ervoor dat de karakteristieken van de aangetrokken en de verstrekte lening (voor wat betreft looptijd en leningsvorm) gelijk blijven. Voor de Vervoerregio is er geen renterisico aanwezig. Deze opzet zal worden gevolgd bij de leningen voor de concessie Amstelland-Meerlanden, die worden afgesloten in 2025. Het restant (€ 5,2) van de lopende lening van AML zal uit eigen middelen worden gefinancierd, zodat dat de financieringswijze aansluit bij het al opgevraagde deel. Renteresultaat (Rentelasten en Rentebaten) In de begroting 2026 is rekening gehouden met een rentelast van € 4,4 miljoen. Dit zijn volledig de te betalen rente over de bij banken afgesloten leningen ter dekking van de bussenleningen voor de concessies. De rentebaten (€ 16,2) bestaan uit: • •
rente over de verstrekte bussenleningen inclusief de marktconformiteitsopslag (over de leningen en garantiestelling) ( € 9,0 miljoen) rente over het uitstaande saldo in het schatkistbankieren (€ 7,2 miljoen)
Rentevisie Voor zover nodig baseert de Vervoerregio haar visie op de rentevisies van banken en DNB. Toerekening rentelasten aan Eigen Vermogen en taakvelden De Vervoerregio rekent geen rente toe aan bestemmingsreserves/eigen vermogen of taakvelden.
Pagina 54 van 73
PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING Personeelscapaciteit Vervoerregio De Vervoerregio blijft de komende jaren gericht investeren in de strategische groei en ontwikkeling van het personeelsbestand, in lijn met onze ambities en opgaven. We werken aan een toekomstbestendige personeelsinzet door proactief te anticiperen op de benodigde capaciteit en expertise die aansluiten bij de ontwikkeling van de organisatie. Dit betekent dat we vacatures zorgvuldig en doelgericht invullen, met een focus op het duurzaam versterken van onze vaste formatie. Inhuur zetten we doelgericht in voor specialistische kennis en tijdelijke projecten. Daarnaast stimuleren we waar mogelijk de overstap van externe inhuurkrachten naar interne dienstverbanden, om kennis binnen de organisatie te behouden en kosten te beheersen. Zo bouwen we aan een wendbare organisatie die voorbereid is op toekomstige uitdagingen. Tabel 21 Ontwikkeling formatie
Formatie
Begroting 2024
Primitief begroting 2025
Begroting 2026
150 fte
200 fte
200 fte
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
200 fte
200 fte
200 fte
Tabel 22 Formatie - en inhuurbudgetten (bedragen x € 1 miljoen)
Jaarrekening 2024
Primitief begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Formatiebudget – m.b.t. apparaatskosten Verkeer & Vervoer (zie tabel 11)
9,4
10,9
10,9
10,9
10,9
10,9
Formatiebudget – m.b.t. overhead (zie tabel 12)
7,3
8,4
8,4
8,4
8,4
8,4
Formatiebudget – totaal
16,7
19,3
19,3
19,3
19,3
19,3
Inhuurbudget – m.b.t. apparaatskosten Verkeer & Vervoer (zie tabel 11)
1,1
1,5
1,0
1,0
1,0
1,0
Inhuurbudget – m.b.t. overhead (zie tabel 12)
2,2
1,2
2,1
1,8
1,7
1,7
Inhuurbudget
3,3
2,7
3,1
2,8
2,7
2,7
Totaal kosten personele inzet
20,0
22,0
22,4
22,1
22,0
22,0
Het formatiebudget wordt begroot op basis van het aantal fte’s, inclusief werkgeverslasten. Voor elke formatieplaats wordt het benodigde budget berekend op basis van de hoogste inschalingstrede. Hierbij wordt een correctie van 8% toegepast, omdat niet alle medewerkers het maximale salaris ontvangen. In 2025 starten we met de aanbesteding van een nieuw financieel en begrotingssysteem, waarvan de implementatie gepland staat voor 2026 en deels 2027. Vanwege de extra projectwerkzaamheden is in 2025 en 2026 aanvullende inhuur binnen de overhead voorzien, bovenop de oorspronkelijk begrote inhuur. Pagina 55 van 73
Financiën De planning en control cyclus draagt bij aan het sturen en verantwoorden van de kosten en opbrengsten van de Vervoerregio. We zetten ons in om het P&C-proces steeds verder te optimaliseren, de stukken transparanter te maken en om aan te sluiten op het Beleidskader ‘Verbinden in verscheidenheid’, zodat we meer inzicht krijgen in de kosten en opbrengsten van de vijf thema’s bereikbaarheid, duurzaamheid, inclusiviteit, verkeersveiligheid en gezondheid. Een nieuw systeem voor het opstellen van de planning en control producten zal ons verder ondersteunen bij deze sturing en verantwoording. Dit systeem verwachten we uiterlijk in 2027 in gebruik te nemen. Vanaf jaarschijf 2025 is het spoorboekje voor de P&C-producten gewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren. De belangrijkste wijziging is dat het vaststellen van de Begroting ruim 3 maanden eerder plaatsvindt. Voorheen werd de ontwerpbegroting in juli in de regioraad geagendeerd, waarna deze voor zienswijze aan de gemeenten werd aangeboden, om in november definitief vastgesteld te worden. Deze planning had een aantal nadelen die we met het vervroegen van het proces proberen weg te nemen.
Op deze manier is de zienswijzeperiode voor gemeenten namelijk niet langer in de zomerperiode, wordt het proces korter en efficiënter en is geen uitstel van de toezichthouder nodig voor het aanleveren van begroting op uiterlijk 15 september. We zullen de nieuwe opzet van het spoorboekje evalueren en in 2026 verder optimaliseren als dat mogelijk is. We kijken hierin bijvoorbeeld ook naar het aantal bestuursrapportages en de planning hiervan gedurende het jaar. Fiscaliteit is en blijft een belangrijk onderwerp binnen onze (project-)organisatie. Ondersteund door onze contractpartner Fiscaliade blijven we werken aan interne bewustwording en kennisniveau. We houden onze kennis op pijl middels incompany trainingen, bijvoorbeeld ook op het gebied van Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Bestuur en Communicatie In 2026 staat de communicatie naast het verder vergroten van de zichtbaarheid van de Vervoerregio ook in het teken van de gemeenteraadsverkiezingen. Verkiezingsjaren vragen extra inzet op het positioneren van de organisatie en de mobiliteit in de regio. We dragen communicatief bij aan de lobbyinzet om de regionale mobiliteit in de verkiezingsprogramma's en coalitieakkoorden te krijgen. We communiceren langs de thema’s van het beleidskader: bereikbaarheid, veiligheid, duurzaamheid, inclusiviteit en gezondheid.
Dit brengt focus aan in onze communicatie en zorgt ervoor dat we op deze thema’s herkend worden als aanvoerder. De vernieuwde website waarin wijnemenjemee.nl, werkenbij.vervoerregio.nl en vervoerregio.nl zijn samengevoegd, draagt bij aan herkenbaarheid en eenduidigheid van onze communicatie. Verder zetten we in op onze sociale mediakanalen, vooral LinkedIn. Op dit platform stijgt het aantal volgers met ongeveer 1000 per jaar. Dit is een mooie gestage groei. De Vervoerregio heeft de afgelopen jaren stevig ingezet op lobbywerk. Dit heeft geleid tot mooie successen en hier gaan we in 2026 ook mee verder. Dat betekent concreet ons netwerk op verschillende schaalniveaus nog meer verstevigen. Hierdoor weten relevante partijen en personen (het belang van) de Vervoerregio nog beter te duiden. We nemen nadrukkelijk de voortrekkersrol in de verdere positionering van de Vervoerregio als vervoersautoriteit. De afgelopen jaren hebben we een enorme professionaliseringsslag gemaakt op het gebied van Public Affairs. Dat zetten we in 2026 voort. We zorgen ervoor dat we nog meer dan eerst dé gesprekspartner zijn in Den Haag. Door input te leveren op de voor ons belangrijke debatten zoals Notaoverleg MIRT, OV & Taxi, Verkeersveiligheid, Spoor en Duurzame Mobiliteit. In 2026 moet ook een MIRT voorkeursbesluit vallen voor OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer.
We maken de politiek bekend met onze MIRT projecten en zorgen ervoor dat daar draagvlak voor is. In Europa zetten we ons in via verschillende Europese netwerken op het gebied van mobiliteit. We vertalen de ontwikkelingen op Europees gebied naar wat dat voor de Vervoerregio betekent. In 2026 komen ook de nieuwe Europese Commissie en het nieuwe Europese Parlement op stoom. We zorgen ervoor dat de Nederlandse leden van de transportcommissie bekend zijn met de Vervoerregio en haar prioriteiten.
Pagina 56 van 73
Ook voor public affairs staat 2026 in het teken van de gemeenteraadsverkiezingen. Het beïnvloeden van verkiezingsprogramma’s ligt weliswaar achter ons, maar we zullen de toekomstige colleges moeten overtuigen te investeren in mobiliteit in het algemeen en in hun relatie met de Vervoerregio in het bijzonder. Daarnaast willen wij het momentum van de gemeenteraadsverkiezingen gebruiken om extra aandacht te trekken voor ons beleid en beleidsdoelen. Bijvoorbeeld door een verkiezingsevenement, net zoals in 2022. Via het platform Mobiliteit MRA bundelen wij als vanouds onze krachten in de MRA, zodat wij namens de provincies Noord-Holland en Flevoland met één mond richting het Rijk praten. De investeringsafspraken voor ontsluiting woningbouw zijn gemaakt in 2025 en is het geld verdeeld. We bereiden werk voor vooruitkijkend naar een volgend kabinet met inzet voor meer geld in het mobiliteitsfonds, maken alvast ons huiswerk gereed met goede koppeling op gebied van woningbouw en economie via NOVEX MRA. De gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026 brengen veranderingen met zich mee voor de Vervoerregio. Na de verkiezingen starten (gedeeltelijk) nieuwe regioraadsleden, nieuwe portefeuillehouders Verkeer en Vervoer en een nieuw dagelijks bestuur (DB).
Het cluster Bestuurszaken richt zich hierbij op het faciliteren van kennismakingen, het bijbrengen van kennis over de Vervoerregio en het vastleggen van nieuwe ambities. We organiseren introductiebijeenkomsten en kennismakingsgesprekken om de nieuwe regioraadsleden en wethouders Verkeer en Vervoer bekend te maken met het nut van en de kansen voor regionale samenwerking. Ook zorgen we dat voor hen direct een duidelijk aanspreekpunt binnen Bestuurszaken bekend is, zodat we onze bestuursorganen zo goed mogelijk bedienen. In samenwerking met de werkgroep Verkeer en Vervoer brengen we wensen uit de coalitieakkoorden die regionale samenwerking vragen in kaart. Het gesprek hierover vindt vervolgens ook in het portefeuillehoudersoverleg plaats, zodat er een gezamenlijk beeld ontstaat welke thema’s spelen of prioriteit hebben. We ondersteunen het dagelijks bestuur om te komen tot het Bestuursakkoord 2026-2030, dat de ambities en plannen voor deze bestuursperiode bevat. Daarnaast blijft Bestuurszaken zich structureel inzetten voor een verantwoord bestuurlijk besluitvormingsproces, en geeft daar advies over. Ook werken we op verschillende manieren aan politiek-bestuurlijke sensitiviteit bij alle collega's.
Pagina 57 van 73
PARAGRAAF VERBONDEN PARTIJEN De Vervoerregio is een samenwerking van 14 gemeenten volgens de Wet Gemeenschappelijke Regeling. Voor een verbonden partij is het een eis dat er sprake is van zowel bestuurlijke zeggenschap als een financieel belang in een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie. Omdat de Vervoerregio vanaf 23 december 2021 een prioriteitsaandeel in GVB Holding N.V. heeft, is deze als verbonden partij aangemerkt. Naast deze verbonden partij neemt de Vervoerregio deel aan diverse samenwerkingsverbanden op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Zo neemt de Vervoerregio deel in het regionale samenwerkingsverband van de MRA. Voor een gebied groter dan de vervoerregio vindt in de MRA afstemming plaats op het gebied van mobiliteit, de inbreng richting het Rijk via het Programma Sbab en het Bestuurlijk Overleg MIRT. Vanuit haar rol en verantwoording op het gebied van ov wordt regelmatig opgetrokken met andere decentrale ovautoriteiten in het Samenwerkingsverband DOVA en het Nationaal OV Beraad. Intensiever samenwerking is er met de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). In de toelichting bij het subprogramma OSS worden de landelijke en regionale samenwerkingsverbanden genoemd waar de Vervoerregio personele inzet voor levert en inhoudelijk en financieel aan bijdraagt.
GVB Holding NV De Vervoerregio is samen met de gemeente Amsterdam eigenaar van GVB Holding. De Vervoerregio heeft op 23 december 2021 één prioriteitsaandeel verworven. De gemeente Amsterdam bezit 20.000 aandelen in GVB Holding NV, die zijn volgestort. Van het maatschappelijk kapitaal van GVB Holding N.V. zijn 79.999 aandelen niet geplaatst. Wijze van belang: de Vervoerregio bezit een prioriteitsaandeel. Dit betekent dat bepaalde besluiten (overwegend diegene die betrekking hebben op de dochters GVB infra BV en GVB Exploitatie BV), alleen in unanimiteit met de gemeente Amsterdam genomen kunnen worden. Openbaar belang: het prioriteitsaandeel geeft de Vervoerregio de mogelijkheid tot het inbesteden van de concessie Amsterdam. Én tot het voeren van een betere governance op aanschaf, beheer en onderhoud van strategische activa en railinfrastructuur. Grootte van het belang: per 23/12/2021 : 1 aandeel ad nominaal € 1.000 Tabel 23 Kerngegevens deelneming GVB Holding NV (bedragen in € 1.000)
Bron: Jaarverslag GVB 2023
Pagina 58 van 73
Het financieel risico voor de Vervoerregio met betrekking tot deze deelneming is beperkt tot de nominale waarde van het prioriteitsaandeel. De Vervoerregio heeft met het prioriteitsaandeel geen economisch belang in GVB Holding NV. De Vervoerregio heeft met het krijgen van een deelneming in GVB Holding NV een deelnemingenbeleid opgesteld. Hierin zijn de volgende uitgangspunten benoemd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
De Vervoerregio richt zich op de lange-termijn-continuïteit van de deelneming; Voor beheersing en de sturing van de deelneming nemen we de Nederlandse Corporate Governance code als leidraad; De deelneming hanteert maatschappelijk verantwoord ondernemen als uitgangspunt; De deelneming hanteert een passend beloningsbeleid binnen de Wet Normering Topinkomens; De deelneming hanteert een passend winst- en dividendbeleid met het principe dat winst en dividend ten goede komen aan mobiliteit in de regio; Binnen de Vervoerregio worden bestuurlijke en ambtelijke verantwoordelijkheden met een heldere rolverdeling tussen eigenaarschap en opdrachtgeverschap vastgelegd. Deze rollen en bijbehorende bevoegdheden worden ondergebracht bij verschillende portefeuillehouders (bestuurlijk) en teams (ambtelijk).
GVB Holding NV houdt statutair minstens twee algemene vergaderingen voor aandeelhouders. De eerste vergadering – in mei – is voor de vaststelling van de jaarstukken. Tegen het einde van het jaar vindt de tweede vergadering plaats. Hierin wordt het jaarplan vastgesteld, de begroting en de begrotingen van de onderliggende vennootschappen besproken. In geval van nood kan de aandeelhouders gevraagd worden om een besluit buiten de vergadering te nemen.
Pagina 59 van 73
OPENBAARHEIDSPARAGRAAF (WET OPEN OVERHEID) Openbaarheid is belangrijk voor het vertrouwen tussen de samenleving en de overheid en voor de democratische legitimatie. Zeker voor een gemeenschappelijke regeling als Vervoerregio Amsterdam is dat belangrijk. Onze bestuurlijke organen zijn immers niet gekozen, maar worden benoemd door en uit de deelnemende gemeenten. Vervoerregio Amsterdam is proactief waar het gaat om de openbaarheid van informatie. We voldoen niet alleen aan de normen van de Woo zoals die nu gelden, ook zijn de agenda’s van, stukken voor en besluiten van de regioraad en het dagelijks bestuur voor iedereen toegankelijk via het bestuurlijk informatiesysteem (BIS). De uitzondering die geldt voor vertrouwelijke stukken beperken we zoveel mogelijk. Het gaat dan vooral om documenten met bedrijfsgegevens van vooral vervoerders, economische of financiële belangen van de Vervoerregio, of het goed kunnen functioneren van onze organisatie. In 2026 investeren we in samenhang met de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer verder in digitale systemen, procesoptimalisatie en training van medewerkers om de uitvoering van de Woo te versterken en de dienstverlening aan organisaties en burgers te verbeteren.
Pagina 60 van 73
PARAGRAAF ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN Deze paragraaf gaat over het onderhoud van de kapitaalgoederen in bezit van de Vervoerregio. In het geval van de Vervoerregio gaat het om de huisvesting waarvoor langlopende investeringen nodig zijn. Het beheer en onderhoud hiervan is gericht op de duurzaamheid. Eventuele toekomstige investeringen worden gepland en begroot vanuit een investeringsplan dat deel uitmaakt van begroting(swijzigingen) die door het dagelijks bestuur wordt vastgesteld. Op 6 februari 2023 is de nieuwe huisvesting aan Termini 179 in Amsterdam in gebruik genomen. Bij de investering zijn de afschrijvingstermijnen vastgesteld.
Pagina 61 van 73
BEGROTING IN CIJFERS OVERZICHT BATEN EN LASTEN 2026-2029 Tabel 24 Overzicht baten & lasten (bedragen in x € 1.000) (Sub-)Programma
Jaarrekening Primitieve 2024 begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
LASTEN Algemene dekkingsmiddelen
1.856
3.916
4.375
4.023
3.671
3.319
Overhead
14.366
14.268
16.151
15.728
15.347
15.347
150.579
145.184
159.700
154.047
146.047
146.047
912
5.000
5.000
10.000
20.000
50.000
Amsteltram
14.861
8.014
1.451
9.800
0
0
Concessies Amsterdam
97.180
96.654
99.430
82.209
84.379
83.168
Concessies Streek
103.278
143.621
157.489
158.152
154.501
148.040
Asset Management Rail Infrastructuur (AMRI)
133.633
159.934
157.351
153.363
149.292
148.867
Onderzoek, Studie en Samenwerking
7.621
8.049
8.749
9.049
16.049
16.049
Apparaatskosten
10.561
12.381
11.843
11.843
11.843
11.843
Totaal Verkeer & Vervoer
518.624
578.838
601.013
588.463
582.112
604.014
TOTAAL LASTEN
534.847
597.022
621.539
608.213
601.130
622.680
BDU jaarbijdrage
578.674
573.989
599.165
599.165
599.165
599.165
BDU saldo voorgaande jaren
-96.384
-2.852
-5.554
-7.697
-13.907
8.256
Rentebaten
16.329
12.355
16.219
7.339
6.725
6.113
0
0
0
0
0
0
498.619
583.491
609.829
598.806
591.983
613.533
353
208
224
224
224
224
Investeringsagenda Mobiliteit
9.793
0
0
0
0
0
Amsteltram
2.436
0
0
0
0
0
50
0
0
0
0
0
Concessies Amsterdam
7.531
1.928
1.037
894
894
894
Concessies Streek
11.371
7.500
7.500
7.240
6.980
6.980
AMRI
3.203
2.846
1.900
0
0
0
Onderzoek, Studie en Samenwerking
1.189
1.049
1.049
1.049
1.049
1.049
Verkeer & Vervoer: Investeringsagenda Mobiliteit Grote projecten schaalsprong ov
BATEN Algemene dekkingsmiddelen:
Overige baten Totaal Algemene dekkingsmiddelen
Overhead Verkeer & Vervoer:
Grote projecten schaalsprong ov
Apparaatskosten
302
0
0
0
0
0
Totaal Verkeer & Vervoer
35.875
13.322
11.486
9.182
8.922
8.922
TOTAAL BATEN
534.847
597.022
621.539
608.213
601.130
622.680
0
0
0
0
0
0
Toevoeging aan reserves
0
0
0
0
0
0
Onttrekking van reserves
0
0
0
0
0
0
TOTAAL MUTATIES RESERVES
0
0
0
0
0
0
RESULTAAT
0
0
0
0
0
0
RESULTAAT VOOR BESTEMMING
MUTATIES RESERVES
Voor een toelichting op de schommelingen in de baten en lasten per jaar verwijzen we naar de toelichting van de desbetreffende subprogramma’s.
Pagina 62 van 73
OVERZICHT INCIDENTELE BATEN EN LASTEN Tabel 25 Incidentele baten & lasten (bedragen in x € 1.000) Incidentele baten en lasten
Jaarrekening 2024
Primiteve begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
2.436
0
0
0
0
0
50
0
0
0
0
0
8.926
1.583
663
260
0
0
0
2.846
1.900 0
BATEN Amsteltram Grote projecten schaalsprong OV Absolute BDU en SPUK Gemeentelijke bijdrage AMRI Investeringsagenda mobiliteit
1.450
0
0
0
0
Rente baten
11.394
4.671
7.200
0
0
0
Totaal incidentele baten
24.256
9.100
9.763
260
0
0
14.861
8.014
1.451
9.800
0
0
912
5.000
5.000
10.000
20.000
50.000
Ontwikkelfonds OV
8.589
15.479
12.830
16.500
9.947
0
Investeringsagenda mobiliteit
1.450
0
15.000
15.000
15.000
15.000
0
0
700
1.000
0
0
Totaal incidentele lasten
25.812
28.493
34.281
51.300
44.947
65.000
SALDO INCIDENTEEL
1.556
19.394
24.518
51.040
44.947
65.000
Jaarrekening 2024
Primiteve begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
-94.784
-2.852
-5.554
-5.554
-7.697
-13.907
0
0
0
0
0
0
-94.784
-2.852
-5.554
-5.554
-7.697
-13.907
1.556
19.394
24.518
51.040
44.947
65.000
-93.228
16.542
18.963
45.485
37.249
51.093
LASTEN Amsteltram Grote projecten schaalsprong OV
OSS- Deelmobiliteit
Tabel 26 Structureel begrotingssaldo 2024-2029 (bedragen in x € 1.000) Structureel begrotingssaldo
Saldo baten en lasten voor verrekening met BDU-saldo Toevoegingen en onttrekkingen aan reserevs Begrotingssaldo na bestemming
Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo
Pagina 63 van 73
ONTWIKKELING BDU-SALDO 2026-2029 EN MEERJARENPERSPECTIEF 202 6-2036 Tabel 27 Ontwikkeling saldo BDU (bedragen in x € 1.000)
Ontwikkeling saldo BDU
Jaarrekening 2024
Primitieve begroting 2025
Begroting 2026 *
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Beginstand saldo BDU
243.389
249.589
338.588
344.143
351.840
365.746
Beschikte jaarbijdrage
578.674
573.989
599.165
599.165
599.165
599.165
Totaal Beschikbare BDU begin van het jaar
822.063
823.577
937.753
943.307
951.005
964.911
Inzet BDU in begrotingsjaar
-482.290
-571.136
-593.610
-591.467
-585.258
-607.420
Stand saldo BDU ultimo jaar Hiervan beklemd:
339.773
252.441
344.143
351.840
365.746
357.491
Beklemd als gevolg van overheveling van budgetten naar latere jaren
36.650
10.250
0
0
0
0
Inzet in toekomstige begrotingsjaren bovenop de jaarlijkse BDU-ontvangsten
48.790
48.790
140.580
148.278
162.184
153.929
Beklemd als gevolg bussenlening
57.597
56.316
49.552
42.788
36.025
29.261
Benodigde buffer voor risico's
130.000
90.000
130.000
130.000
130.000
130.000
Deel BDU beklemd
273.037
205.356
320.132
321.066
328.209
313.190
Niet-belegde BDU-saldo Weerstandsratio
66.737 1,51
47.085 1,52
24.011 1,18
30.774 1,24
37.538 1,29
44.301 1,34
Elk jaar wordt de eindstand van het BDU-saldo bepaald door de beginstand, die gelijk is aan de eindstand van het voorgaande jaar, plus de jaarlijkse bijdrage, oftewel de BDU-bijdrage die het Rijk beschikbaar stelt. Van dit totaalbedrag worden de middelen afgetrokken die gedurende het jaar zijn ingezet. In 2026 komt het eindsaldo van de BDU uit op 344 miljoen. Dit betekent echter niet dat er 344 miljoen volledig vrij beschikbaar is. Van het eindsaldo worden namelijk nog de beklemde delen afgetrokken. Beklemde delen van het BDU-saldo zijn bedragen die voor specifieke doeleinden zijn gereserveerd en niet vrij besteedbaar zijn. Dit kunnen bijvoorbeeld middelen zijn die bestemd zijn voor toekomstige verplichtingen, zoals contractuele afspraken, specifieke projecten, of juridische verplichtingen. Deze beklemde bedragen kunnen ook gelden voor bepaalde reserveringen of voor het dekken van toekomstige kosten die al zijn ingepland, zoals investeringen, leningen, of subsidies. Het idee achter beklemde middelen is dat ze niet voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt dan waarvoor ze zijn gereserveerd, waardoor ze niet direct beschikbaar zijn voor andere uitgaven. In dit geval bestaan de beklemde delen uit de volgende componenten: 1.
Beklemd door de overheveling van budgetten naar latere jaren: Dit betreft middelen die in het huidige jaar zijn gereserveerd, maar die pas in toekomstige jaren kunnen worden ingezet. Deze bedragen zijn daarom niet beschikbaar voor andere doeleinden in het lopende jaar.
2.
Inzet in toekomstige begrotingsjaren bovenop de jaarlijkse BDU-ontvangsten: Deze middelen zijn gereserveerd voor uitgaven in de komende jaren, zoals beschreven in het meerjarenperspectief. Ze worden dus al in de begroting van de komende jaren meegenomen en kunnen niet worden aangewend voor andere doeleinden in het huidige jaar.
3.
Beklemd als gevolg van de bussenlening: Het beklemde deel van de bussenlening betreft de middelen die zijn gereserveerd voor de financiering van de lening. Aangezien de lening uit eigen middelen is gefinancierd, hebben we een deel van het BDU-saldo ingezet om de lening te dekken. Dit bedrag wordt nu als beklemde middelen beschouwd, wat betekent dat het niet direct beschikbaar is voor andere doeleinden. Echter, over de jaren heen ontvangen we dit bedrag terug in de vorm van aflossingen. De aflossingen worden van het Pagina 64 van 73
beklemde deel afgehaald, waardoor het niet-beklemde BDU-saldo uiteindelijk stijgt naarmate de lening wordt afgelost. 4.
Benodigde buffer voor risico's: Dit betreft middelen die gereserveerd zijn om financiële risico's of onverwachte uitgaven op te vangen. Deze buffer zorgt ervoor dat er voldoende middelen beschikbaar zijn voor onvoorziene omstandigheden, maar is daardoor niet beschikbaar voor andere uitgaven. Voor een nadere toelichting op het gebruik van deze middelen en het beheer van financiële risico's wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing in hoofdstuk 5.
Deze beklemde delen zorgen ervoor dat een deel van het BDU-saldo niet direct vrij besteedbaar is, omdat het voor specifieke, vooraf geplande doeleinden is gereserveerd. Na aftrek van de beklemde delen blijft er in 2026 een saldo van 64 miljoen euro over in het niet-belegde BDU-saldo. Dit saldo is beschikbaar voor andere bestedingen. * De beginstand van het BDU-saldo in de begroting voor 2026 komt overeen met de "Stand saldo BDU ultimo jaar" uit de gewijzigde begroting in de eerste bestuursrapportage van 2025, die op 8 juli 2025 in de regioraad wordt besproken. Dit saldo is een momentopname per 1 maart 2025 en kan nog worden beïnvloed door wijzigingen in de bestuursrapportage 2025 die op dat moment nog niet bekend waren.
Pagina 65 van 73
Tabel 28 Meerjarenperspectief 2026-2036 (bedragen in x € 1.000) (Sub-)Programma LASTEN
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Begroting 2031
Begroting 2032
Begroting 2033
Begroting 2034
Begroting 2035
Algemene dekkingsmiddelen
4.375
4.023
3.671
3.319
2.520
2.241
1.962
1.793
1.134
1.047
961
Overhead
16.151
15.728
15.347
15.347
15.347
15.347
15.347
15.347
15.347
15.347
15.347
Investeringsagenda Mobiliteit
Begroting 2036
159.700
154.047
146.047
146.047
146.047
146.047
146.047
146.047
146.047
146.047
131.047
Grote projecten schaalsprong ov
5.000
10.000
20.000
50.000
55.000
55.000
50.000
45.000
45.000
28.250
1.750
Amsteltram
1.451
9.800
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Concessies Amsterdam
99.430
82.209
84.379
83.168
86.954
85.571
81.912
76.080
76.191
77.269
73.590
Concessies Streek
157.489
158.152
154.501
148.040
149.076
150.113
153.239
156.853
158.928
161.928
164.928
Assetmanagement Railinfrastructuur
157.351
153.363
149.292
148.867
148.897
150.964
176.802
176.802
176.802
170.549
180.549
Onderzoek, Studie en Samenwerking
8.749
9.049
16.049
16.049
15.376
15.376
15.376
15.376
15.376
15.376
15.376
Apparaatskosten
11.843
11.843
11.843
11.843
11.843
11.843
11.843
11.843
11.843
11.843
11.843
621.539
608.213
601.130
622.680
631.060
632.503
652.529
645.141
646.668
627.656
595.391
BDU jaarbijdrage
599.165
599.165
599.165
599.165
599.165
599.165
599.165
599.165
599.165
599.165
599.165
Overige baten
27.929
16.746
15.872
15.260
14.310
13.699
13.116
12.178
9.942
9.855
9.769
627.094
615.910
615.036
614.424
613.474
612.863
612.280
611.342
609.106
609.019
608.933
5.554
7.697
13.907
-8.256
-17.586
-19.639
-40.248
-33.799
-37.562
-18.636
13.542
302.269
309.966
323.873
315.617
298.031
278.392
238.143
204.345
166.783
148.146
161.688
TOTAAL LASTEN
TOTAAL BATEN SALDO OVER HET JAAR SPAARSALDO BDU
66
Figuur 1 Meerjarenperspectief 2026-2036 (bedragen in x € 1.000)
Pagina 67 van 73
OVERZICHT BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD Tabel 29 Overzicht baten en lasten per taakveld (bedragen in x € 1.000) Baten en lasten per taakveld (in € X 1000)
Jaarrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Lasten per taakveld 0.1 Bestuur 0.4 Overhead 0.5 Treasury 2.1 Verkeer & vervoer 2.5 Openbaar vervoer
Totaal lasten Baten per taakveld
0.1 Bestuur 0.4 Overhead 0.5 Treasury 2.1 Verkeer & vervoer 2.5 Openbaar vervoer
Totaal baten Resultaatbestemming
158 14.162 0 180.770 339.757 534.847
204 14.014 0 177.279 405.525 597.022
220 15.878 0 185.342 420.099 621.539
220 15.454 0 193.339 399.201 608.213
220 15.073 0 192.539 393.298 601.130
220 15.073 0 222.539 384.848 622.680
0 13.912 18.186 175.904 326.845 534.847
201 13.816 8.439 174.773 399.793 597.022
216 15.575 11.844 181.811 412.094 621.539
218 15.370 3.316 192.285 397.024 608.213
219 14.997 3.054 191.561 391.299 601.130
219 15.006 2.794 221.540 383.121 622.680
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0
0
0
0
0
0
0.10 Mutaties reserves
Totaal Resultaatbestemming Resultaat na Resultaatbestemming
UITEENZETTING FINANCIËLE POSITIE Geprognosticeerde balans Vanuit de BBV is ingezet op meer inzicht op de financiële positie. Om die reden wordt in de begroting een geprognosticeerde begin- en eindbalans van de begrotingsjaren opgenomen. Tabel 30 Geprognotiseerde balans 2024-2029 (bedragen in €) Activa
A1 Vaste activa A123 Materiële vaste activa: Bedrijfsgebouwen A126 Materiële vaste activa: Machines, apparaten en installaties A1311 Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekking aan deelnemingen A1331a Financiële vaste activa: Leningen aan openbare lichamen (art. 1a Wet Fido)
A1331b Financiële vaste activa: Overige langlopende leningen Totaal Vaste activa A2 Vlottende activa A221 Uitzettingen: Vorderingen op openbare lichamen A223a Uitzettingen: Rekening courant verhouding met het Rijk A223b Uitzettingen: Rekening courant verhoudingen overige niet-financiële instellingen A224 Uitzettingen: Overige vorderingen A225c Uitzettingen: Overige uitzettingen met een looptijd < 1 jaar A23 Liquide middelen (kas- en banksaldi) A29b Overlopende activa: Nog te ontvangen bijdragen van het Rijk A29c Overlopende activa: Nog te ontvangen bijdragen van overige overheid A29d Overlopende activa: Overige overlopende activa A29d Overlopende activa: Overige overlopende activa (niet-overheid) Totaal Vlottende activa Totaal Activa Passiva P1 Vaste passiva P112 Eigen vermogen: Bestemmingsreserves P12 Voorzieningen Totaal Vaste passiva
saldo eind 2024 (concept)
1.532.016 1.279.236 1.000 168.813.744
Prognose saldo eind 2025 Prognose saldo eind 2026 Prognose saldo eind 2027 Prognose saldo eind 2028 Prognose saldo eind 2029
1.414.919 1.075.168 1.000 207.929.620
1.297.823 871.100 1.000 188.866.716
1.180.726 667.032 1.000 170.079.904
1.063.629 516.183 1.000 151.537.183
946.532 370.173 1.000 132.994.463
18.964
18.964
18.964
18.964
18.964
18.964
171.644.960
210.439.671
191.055.602
171.947.625
153.136.959
134.331.132
17.307.718 305.358.466 0 0 0 402.456 0 935.966 70.019.098 8.794.238 402.817.942 574.462.902
13.500.000 296.676.390 0 0 0 400.000 0 0 13.841.690 0 324.418.080 534.857.751
13.500.000 300.917.050 0 0 0 400.000 0 0 13.841.690 0 328.658.741 519.714.342
13.500.000 308.731.423 0 0 0 400.000 0 0 13.534.360 0 336.165.782 508.113.407
13.500.000 330.258.961 0 0 0 400.000 0 0 13.778.426 0 357.937.388 511.074.347
13.500.000 321.876.452 0 0 0 400.000 0 0 13.743.026 0 349.519.479 483.850.611
saldo eind 2024
Prognose saldo eind 2024 Prognose saldo eind 2025 Prognose saldo eind 2026 Prognose saldo eind 2027 Prognose saldo eind 2028
0 100.000 100.000
0 100.000 100.000
0 100.000 100.000
0 100.000 100.000
0 100.000 100.000
0 100.000 100.000
Langlopende Leningen
109.933.128
148.348.026
136.757.756
125.167.486
113.577.216
101.986.946
P2 Vlottende passiva P213 Vlottende schuld: Overige vlottende schulden P29b Overlopende passiva: Vooruit ontvangen bijdragen van het Rijk
18.506.636 348.392.784
8.386.495 342.897.752
7.984.976 346.297.395
7.702.352 352.701.766
7.302.352 365.746.398
7.302.352 357.490.859
P29c Overlopende passiva: Vooruit ontvangen bijdragen van overige overheid
5.720.021
5.720.021
5.720.021
5.720.021
5.720.021
5.720.021
P29d Overlopende passiva: Overige overlopende passiva
91.810.332
29.405.457
22.854.194
16.721.782
18.628.360
11.250.432
Totaal Vlottende passiva Totaal Passiva
464.429.774 574.462.902
386.409.725 534.857.751
382.856.586 519.714.342
382.845.921 508.113.407
397.397.131 511.074.347
381.763.665 483.850.611
68
Reserves en voorzieningen 2025-2029 De Vervoerregio Amsterdam heeft volgens de huidige besluitvorming in 2026 geen bestemmingsreserves. Tabel 31 Voorzieningen 2025-2029 (bedragen in €)
Stand Voorzieningen eind begrotingsjaar Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Voorziening Spaarverlof
100.000
100.000
100.000
100.000
100.000
Totaal Voorzieningen
100.000
100.000
100.000
100.000
100.000
Pagina 69 van 73
BIJLAGEN BIJLAGE 1 BELEIDSINDICATOREN Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten en provincies (BBV) moeten gemeenten in de programma’s in de begroting (artikel 8 BBV) en in de programmaverantwoording in het jaarverslag (artikel 25 BBV) de gewenste en de behaalde maatschappelijke effecten van de verschillende programma’s toelichten aan de hand van zogenaamde beleidsindicatoren. Deze zijn ook van toepassing op de Vervoerregio via de Wet gemeenschappelijke Regeling (Wgr). Voor de Vervoerregio betekent dit, na het vervallen van de indicatoren voor het taakveld Verkeer & Vervoer, dat alleen de indicatoren die betrekking hebben op het taakveld Bestuur en Ondersteuning opgenomen worden.
Gegeven Formatie
Bron Eigen gegevens
Begroting 2025 200 fte
Begroting 2026 200 fte
Bezetting Inwoners Apparaatskosten Totale loonsom Totale Overhead Totale inhuur Totale Lasten
Eigen gegevens CBS Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
nnb 1.638.939 € 21.994.767 € 19.327.349 € 14.060.041 € 2.667.418 € 597.021.719
nnb 1.662.044 € 22.367.088 € 19.327.349 € 15.927.140 € 3.039.738 € 621.539.047
Indicator Formatie
Meting Fte per 1.000 inwoners Kosten als % van totale apparaatskosten % van de totale lasten
2025 0,122
2026 0,120
12,1%
13,6%
2,4%
2,6%
Externe Inhuur Overhead
BIJLAGE 2 EMU-SALDO In het BBV (artikel 20) is de verplichting vastgelegd dat het geraamde EMU-saldo opgenomen moet worden in de programmabegroting over het vorig begrotingsjaar, het huidige begrotingsjaar en de drie daar op volgende jaren. EMU staat voor Economische en Monetaire Unie. Het EMU-saldo is het saldo van de inkomsten en uitgaven met derden (dus geen afschrijvingen, waardemutaties, etc.) van de overheid op transactiebasis in een bepaald jaar. Het EMU-saldo geeft aan of er in een bepaald jaar met reële transacties meer geld uitgegeven wordt dan in een jaar binnenkomt, of dat er geld overgehouden wordt. Het EMU-saldo is daarmee een indicatie voor de ontwikkeling van de liquiditeits- en financiële positie (eigen vermogen en schulden) van de Vervoerregio. Emu - saldo Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) Mutatie (im)materiële vaste activa Mutatie voorzieningen Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa Berekend EMU-saldo
2024
2025
2026
-
2027
2028
2029
-
-
-
-
-321 -
-321 -
-268 -
-263 -
-
-
-
-
-
373
321
321
268
263
-321 52 -
-321
Pagina 70 van 73
AFKORTINGENLIJST AVANT
Aanpak Verkeersdruk Ambacht N516 Thorbeckeweg
BBV
Besluit Begroting en Verantwoording (provincies en gemeenten)
BIO
Baseline Informatiebeveiliging Overheid
Burap
Bestuursrapportage
BNG
Bank Nederlandse Gemeenten
BDU
Brede Doeluitkering
BO MIRT
Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport
BORI
Beheer en Onderhoud Railinfrastructuur
BRT
Bus Rapid Transit
BVOV
Beschikbaarheidsvergoeding Openbaar Vervoer
CAO
collectieve arbeidsovereenkomst
CBR
Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen
CROW
Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek
CROW-KpVV
Samenwerking tussen CROW en KpVV (sinds 2011)
DOVA
Decentrale OV autoriteiten (samenwerkingsverband)
EBS
Egged Bus Systems
Fido (wet)
Wet Financiering Decentrale Overheden
GVB
Gemeentelijk Vervoerbedrijf Amsterdam
HOV
Hoogwaardig Openbaar Vervoer
IA
Investeringsagenda
IenW
Infrastuctuur en Waterstaat
KiM
Kennisinstituut voor Mobiliteit
KpVV
Kennisplatform Verkeer & Vervoer
MaaS
Mobility as a Service
MJIP
Meerjaren Investeringsplan
MKB
Midden- en kleinbedrijf
MIRT
Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimten en Transport
MRA
Metropoolregio Amsterdam
MRDH
Metropoolregio Rotterdam Den Haag
MVP
Meerjaren Vervangingsprogramma (metro) Pagina 71 van 73
NS
Nederlandse Spoorwegen
OCW
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
OSS
Onderzoek, Studie en Samenwerking
OV
Openbaar Vervoer
OVAH
OV-verbindingen Amsterdam Haarlemmermeer
OVSA
OV-verbindingen Sloterdijk-Amsterdam Centrum
RIB
GVB Railinfra BV
S&C
Signalling & Control
SBaB
Samen Bouwen aan Bereikbaarheid
SISA
Single Input Single Audit
SGO (CAO)
Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties
SOK
Samenwerkingsovereenkomsten
STOMP
Stappen, trappen, openbaar vervoer, mobility as a service en de personenwagen
SPUK
Specifieke uitkering
SPV
Strategisch Plan Verkeersveiligheid
TVOV
Transitievergoeding OV
UPM
Uitvoeringsprogramma Mobiliteit
VENOM
Verkeerskundig Noordvleugel Model (= een regionaal verkeersprognosemodel)
WNT
Wet Normering Topinkomens
Woo
Wet open overheid
Wls
Wet lokaal spoor
Pagina 72 van 73
Colofon Uitgave Vervoerregio Amsterdam
Postbus 626 1000 AP Amsterdam tel. 020 527 37 00 www.vervoerregio.nl Vormgeving
Vervoerregio Amsterdam: Fotografie
Voor vragen over de rapportage kunt u een mail sturen naar: info@vervoerregio.nl
Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming en zonder bronvermelding op enigerlei wijze worden overgenomen en/of verveelvoudigd.
Amsterdam, maart 2025 © Pagina 73 van 73