CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

C -ontwerpbegroting-2024-2027-vervoerregio-amsterdam

Gemeenteraad 28 september 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Begroting 2024 en Uitvoeringsprogramma Mobiliteit Vervoerregio Amsterdam22.778 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

ONTWERPBEGROTING 2024-2027 Versie ter agendering voor rekeningcommissie 26 juni 2023 en regioraad 11 juli 2023 Op 16 juni 2023 verzonden aan gemeenteraden Vervoerregio voor zienswijzeprocedure

INHOUD Visie van het dagelijks bestuur

4

Leeswijzer

6

Strategische opgaves en Bestuurlijke speerpunten

7

Samenvattend Financieel beeld

9

PROGRAMMABEGROTING

12

Programma Verkeer & Vervoer

12

Investeringsagenda Mobiliteit

12

Amsteltram

14

Grote projecten Schaalsprong OV

14

Concessies

16

Assetmanagement Railinfrastructuur (AMRI)

19

Activa GVB

21

Onderzoek, Studie en Samenwerking (OSS)

23

Apparaatskosten

24

Programma Overhead

25

Programma Algemene dekkingsmiddelen

26

Paragrafen

27

Paragraaf Risicobeheersing en weerstandsvermogen

27

Paragraaf Financiering

33

Paragraaf Bedrijfsvoering

37

Paragraaf Verbonden partijen

40

Openbaarheidsparagraaf (Wet open overheid)

42

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

42

BEGROTING IN CIJFERS

43

pagina 2 van 51

Overzicht Baten en Lasten 2022-2027

43

Overzicht Incidentele baten en lasten

44

Ontwikkeling BDU-saldo 2024-2027 en meerjarenperspectief 2023-2034

44

Overzicht baten en lasten per taakveld

45

Uiteenzetting financiële positie

46

BIJLAGEN

47

Bijlage 1: Organogram

47

Bijlage 2: Meerjarenperspectief 2023-2034

48

Bijlage 3: Grafische weergave meerjarenperspectief 2022-2033

49

Bijlage 4: EMU-Saldo 2022-2026

50

Bijlage 5: Afkortingenlijst

51

pagina 3 van 51

VISIE VAN HET DAGELIJKS BESTUUR Voor u ligt de begroting 2024 van de Vervoerregio Amsterdam. Daarin leest u al onze voorgenomen mobiliteitsmaatregelen. Ze staan hier in samenhang beschreven. Deze begroting is het resultaat van enkele belangrijke ontwikkelingen en afspraken die we de afgelopen jaren hebben gemaakt. Deze zijn samengevat in de Kaderbrief 2024. Daarin staat ook onze toezegging in BO MIRTverband om bij te dragen aan de grote projecten die een schaalsprong in het OV mogelijk maken. Zoals het doortrekken van de Noord/Zuidlijn, het sluiten van de Amsterdamse metroring, Zuidasdok en een 3e perron op station Zuid. In de begroting hebben we ook middelen vrijgemaakt voor een herstelbudget voor het OV. Hierdoor konden we in 2023 onder meer een succesvolle tariefactie met gratis OV-kaartjes neerzetten. Met deze begroting streven we ernaar onze ambities te realiseren. Daarnaast willen we een solide basis leggen voor alle lopende en toekomstige ontwikkelingen. Als eerste grote mijlpaal verwachten we vanaf medio 2024 de Amsteltram naar Uithoorn te laten rijden. Daarmee is dit grote project binnen planning en budget afgerond. Dit alles betekent niet dat voor alle ambities geld is. Integendeel, we hebben te maken met financiële krapte. Ook schaarste van personeel en energie maken het lastig om onze ambities te verwezenlijken.

Hoewel we ons bewust zijn van zowel de schaarste als de financiële krapte, willen we met deze begroting tóch de nodige ruimte creëren om onze ambities te verwezenlijken. Dit kunnen we doen door goede en slimme keuzes te maken. Zo blijven we zelf op krachtige wijze aan het stuur staan. En zijn we minder afhankelijk van toevallige en onverwachte externe ontwikkelingen. In deze begroting besteden we specifieke aandacht aan diverse belangrijke elementen die ons mobiliteitslandschap beïnvloeden. Zo houden we rekening met verschillende ontwikkelingen in het reizigersgedrag. Er is onder meer een structurele toename van het thuiswerken, er zijn veranderingen in reizigeropbrengsten en andere verschuivingen in het vervoergedrag. Daarnaast besteden we aandacht aan initiatieven zoals spitsmijden, de mogelijkheid om in te checken met je betaalpas en de impact van het toerisme op ons vervoerssysteem. Vanaf 2024 kan de Vervoerregio geen beroep meer doen op externe financiële ondersteuning van het Rijk voor het weer op niveau brengen van het openbaar vervoer na de coronacrisis. Mede hierdoor zullen we onze concessies op een lager niveau beheren. Daarbij leggen we de focus op bereikbaarheid, het verminderen van dubbele lijnen en kostenbeheersing.

Beleidskader mobiliteit 2023

We hebben belangrijke investeringen in deze begroting opgenomen voor verbeterslagen. We willen het openbaar vervoer beter laten functioneren en milieuvriendelijker maken. Ook willen we meer comfort bieden aan onze reizigers. Daarnaast blijven we trouw aan het principe van STOMP (Stappen, Trappen, Openbaar, Mobiliteitsdiensten en Privéauto). Mede hierdoor zetten we ons in voor de bevordering van fietsgebruik als een integraal onderdeel van ons mobiliteitsbeleid.

ONTWERPBEGROTING 2024-2027 versie zienswijzeprocedure

pagina 4 van 51

Een ander cruciaal aspect dat in deze begroting naar voren komt, is verkeersveiligheid. We willen ervoor zorgen dat het verkeer en specifiek onze infrastructuur en vervoerssystemen - zo veilig mogelijk is voor alle weggebruikers. We werken als Vervoerregio intensief samen met veertien gemeenten, de vervoerders en andere wegbeheerders om dit doel te bereiken. Tot slot hebben we de hogere BDU (Brede Doeluitkering Verkeer & Vervoer) opgenomen in deze begroting. Deze verhoging is bedoeld om toekomstige ontwikkelingen en de behoefte aan openbaar vervoer (OV) in gebieden met een groeiende woningbouwopgave te ondersteunen. Mobiliteit en bereikbaarheid zijn daarbij essentiële pijlers. We zullen de BDU ook inzetten op de noodzakelijke aanpassingen aan prijsstijgingen op het gebied van energie, lonen, grondstoffen en materialen. Op die manier kunnen we flexibel inspelen op veranderingen in de markt. Zoals gezegd: met deze begroting streven we naar het realiseren van de ambities van de Vervoerregio. Tegelijkertijd leggen we hier een solide financiële basis voor. Dit is nodig om de mobiliteitsdoelstellingen in de Vervoerregio Amsterdam te kunnen verwezenlijken en tegelijkertijd in te spelen op nieuwe toekomstige ontwikkelingen. We kijken ernaar uit om met alle betrokken partijen samen te werken aan de realisatie van onze ambities.

Met als uiteindelijk doel een duurzaam, efficiënt en toegankelijk vervoerssysteem voor de Vervoerregio Amsterdam. Dagelijks bestuur Vervoerregio Amsterdam

ONTWERPBEGROTING 2024-2027 versie zienswijzeprocedure

pagina 5 van 51

LEESWIJZER De Begroting 2024-2027 bestaat uit drie hoofdonderdelen: het algemeen deel, de programmabegroting en de financiële begroting. In het algemene deel gaan we in op de achtergronden en uitgangspunten die aan de basis liggen van de begroting. Het onderdeel programmabegroting bevat de beleidsmatige toelichting op de programma’s Verkeer & Vervoer, Overhead en Algemene dekkingsmiddelen. De programmabegroting wordt aangevuld met enkele (verplichte) paragrafen. In deze paragrafen geven we een doorsnee-inzicht in enkele thema’s die relevant zijn voor de begroting. Dat zijn: financiering, weerstandsvermogen & risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen, verbonden partijen en bedrijfsvoering. De daarop volgende ‘Begroting in cijfers’ bevat op detailniveau de financiële gegevens, het meerjarenperspectief en de ontwikkelingen van onze belangrijkste financiële buffer. Dat is het saldo BDU (Brede Doeluitkering Verkeer & Vervoer) dat uit de voorgaande jaren is opgespaard. Als bijlage bij de begroting is een tienjarige doorkijk van het financieel perspectief opgenomen.

ONTWERPBEGROTING 2024-2027 versie zienswijzeprocedure

pagina 6 van 51

STRATEGISCHE OPGAVES EN BESTUURLIJKE SPEERPUNTEN Onze ambitie is om onze regio bereikbaar te houden. Binnen de mogelijkheden zoeken we naar een aantal oplossingen die elkaar aanvullen. Verminderen van het aanbod is mogelijk en noodzakelijk. Maar dat kan alleen op een manier die groei van het ovgebruik straks opnieuw mogelijk maakt. Want onze regio groeit intussen door. Ook zijn de woningbouwopgaven onverminderd groot. Deze ontwikkelingen vragen om scherpere keuzes dan dat tot nu toe noodzakelijk was.

STRATEGISCHE OPGAVES Het inhoudelijke beleid van de Vervoerregio is nu nog te vinden in het Beleidskader Mobiliteit uit 2018. Ons nieuwe Beleidskader Mobiliteit, Verbinden in Verscheidenheid, ligt momenteel ter inzage. We voorzien de vaststelling door de regioraad op 31 oktober 2023. De maatschappelijke opgaven die op ons afkomen op het gebied van klimaat, energie, woningbouw, werkgelegenheid, verkeersveiligheid en de toenemende ongelijkheid vragen namelijk om scherpere keuzes. We pakken die opgaven aan vanuit het concept ‘Brede Welvaart’. We kijken eerst vanuit de mens. Pas daarna volgt het systeem. Die opgaven vertalen we in vijf samenhangende thema’s: bereikbaarheid, duurzaamheid, verkeersveiligheid, gezondheid en inclusiviteit. Wij willen de bijdrage van mobiliteit aan onze brede welvaart in onze regio optimaliseren. Daarvoor hanteren we de volgende principes: De mens als startpunt voor comfortabel, veilig en ontspannen reizen – Reizigers in onze regio moeten comfortabel, veilig, vlot en onbezorgd hun bestemmingen kunnen bereiken. We nemen gedragsbeïnvloeding en de vraagkant van mobiliteit als uitgangspunt. Vervolgens kijken we welke maatregelen in de infrastructuur daar het beste op aansluiten. STOMP is de basis – We willen de mobiliteit in onze regio verminderen, veranderen en verduurzamen.

Verminderen betekent inzetten op slimme ruimtelijke keuzes, mijden van de spits en vaker thuiswerken. Voor veranderen hanteren we het STOMPprincipe (Stappen – Trappen – Openbaar - Mobiliteitsdiensten – Privéauto). Dit betekent dat we inzetten op vervoersopties die minder ruimte innemen en veiliger, gezonder en duurzamer zijn. We maken het kiezen voor deze opties makkelijker en aantrekkelijker. Dat doen we zonder bepaalde vervoersopties te verbieden of onmogelijk te maken. De consequente inzet van STOMP draagt ook bij aan verduurzaming. Verder zetten we in op minder uitstoot van schadelijke stoffen, het gebruik van schone energie en zo min mogelijk grondstoffen. Om STOMP als basis te kunnen hanteren, ligt er in 2024 een opgave voor het behoud en herstel van het openbaar vervoer in onze regio. Elk gebied vraagt om een andere oplossing – De Vervoerregio is in alle opzichten een diverse regio. We maken daarom onderscheid tussen vijf verschillende gebiedstypen: van hoogstedelijk tot landelijk. Elk gebiedstype vraagt om een andere invulling van de mobiliteit volgens het STOMP-principe. In landelijk gebied houdt de auto een grotere rol. Wel moeten de alternatieven hier verbeteren. In dorps- en stadscentra is er juist veel ruimte voor lopen en fietsen. Doorgaand verkeer loopt eromheen. We geven onze inwoners keuzemogelijkheden die passen bij de omgeving.

Die keuzemogelijkheden sluiten ook aan op onze doelen. Mobiliteit en ruimte versterken elkaar – De Vervoerregio heeft geen zeggenschap over de openbare ruimte en is ook geen wegbeheerder. Maar de mobiliteit heeft wel grote belangen bij een optimale ruimtelijke ordening en een goede, prettige en klimaatbestendige openbare ruimte. Dit bepaalt namelijk hoe mensen kunnen en willen reizen. Samen met onze partners streven we naar nabijheid van dagelijkse activiteiten. En prettig ingerichte wijken, buurten en straten. We helpen gemeenten om bereikbaarheid een goede plek te geven binnen ruimtelijke plannen.

BESTUURLIJKE SPEERPUNTEN Vanuit eerder vastgesteld beleid en de actuele vraagstukken voorzien we de onderstaande bestuurlijke hoofdthema’s. Deze sluiten ook nog steeds goed aan bij het nieuwe (ontwerp-)Beleidskader Mobiliteit ‘Verbinden in verscheidenheid’. Werken aan verkeersveiligheid De afgelopen jaren stagneerde de daling van het aantal verkeersslachtoffers in Nederland. In 2021 nam het aantal verkeersslachtoffers in onze regio juist toe. Gelukkig nam dat aantal in 2022 weer wat af. We willen toe naar een echte trendbreuk. Maar zover zijn we nog niet. Eind 2019 sloten bestuurders van Rijk, provincies, vervoerregio’s en gemeenten een akkoord. Daarmee ligt er nu een aanpak die erop gericht is om gevaarlijke wegen, fietspaden, kruispunten en rotondes versneld aan te pakken. Hiervoor stelde de minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) vanuit het ‘Strategisch Plan Verkeersveiligheid’ (SPV) landelijk een half miljard euro beschikbaar als cofinanciering voor deze verkeersveiligheidsmaatregelen. ONTWERPBEGROTING 2024-2027 versie zienswijzeprocedure

pagina 7 van 51

De Vervoerregio en haar gemeenten hebben daarop voorstellen voor extra verkeersveiligheidsmaatregelen ingediend. Daarvoor is in 2022 € 8 miljoen en in 2023 € 3 miljoen miljoen rijksgeld beschikbaar gesteld. De uitvoering van deze maatregelen is nu in volle gang. Komend jaar willen we extra inzetten op snelheidsverlaging, veilige fietsvoorzieningen en de aanpak van risicovolle 50km-wegen. Ook zetten we fors in op campagnes die de aandacht vestigen op kwetsbare doelgroepen in het verkeer. Schoon & Duurzaam De Vervoerregio werkt aan het verduurzamen van alle onderdelen van ons mobiliteitssysteem. Dat doen we onder meer met de inzet op schonere energie en voertuigen, infrastructuur & productie. Én door duurzaam inkopen en opdrachtgeverschap. Een van de belangrijkste punten is het verschonen van het openbaar vervoer met de zero-emissiedeal, waarmee we onze vervoerders ondersteunen. Op dit moment is ongeveer de helft van het busvervoer in de Vervoerregio emissievrij. We willen dit in 2025 naar 95% verhogen. En uiteindelijk naar 100% in 2030. Het behalen van deze doelen staat momenteel onder druk als gevolg van de negatieve ontwikkelingen in het afgelopen jaar. De Vervoerregio gaat daarom extra investeren in zero-emissiebussen en de bijbehorende laadinfrastructuur.

Voor Zaanstreek en Waterland gaan we gelijk bij de start van de nieuwe concessie al met een 100% zero-emissievloot rijden. Daarnaast faciliteert de Vervoerregio een financieringsconstructie om de kapitaallasten van de aanschaf van materieel en laadinfrastructuur voor de Vervoerregio te beperken. Naast de inzet op schone voertuigen, breiden we de ambitie verder uit met het verduurzamen van de infrastructuur, schone logistiek en de samenwerking rond maatregelen vanuit het landelijke klimaatakkoord. We kijken daarbij ook goed naar de kansen die er liggen bij de samenwerking met gemeentelijke programma’s rond luchtkwaliteit en de autoluwe stad. En naar hoe we verder kunnen verduurzamen binnen de organisatie. Schaalsprong OV en bereikbare nieuwe woningen In het programma ‘Samen bouwen aan bereikbaarheid’ (Sbab) werken overheden en andere organisaties in de Metropoolregio Amsterdam samen met het Rijk aan de bereikbaarheid van de metropool. Dit gebeurt tegen de achtergrond van de verdere groei met ruim 250.000 woningen tot 2040. In het Multimodaal Toekomstbeeld (MTB) maken de partijen inzichtelijk welke maatregelen noodzakelijk zijn om deze woningen ook goed bereikbaar te maken. Het programma bevat kortetermijn-maatregelen die zorgen voor gespreid-over-de-dag-reizen en afspraken hierover met werkgevers. Ook hebben we de bereikbaarheidsopgaven op de langere termijn scherp in beeld.

Hiervoor werken we in MIRT-studies en uitwerkingen aan opgaven in corridors zoals Amsterdam–Hoorn, Amsterdam–Almere, en de OV-verbindingen Amsterdam – Haarlemmermeer en Sloterdijk – Amsterdam Centraal. Voor kleinere en middelgrote steden bestaat het programma Bereikbare Steden. Dit wil de bouw van tienduizenden woningen en het scheppen vanarbeidsplaatsen organiseren en mogelijk maken. In het BO MIRT (Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) 2022 zijn over al deze grote opgaven afspraken met het Rijk gemaakt voor een bedrag van een totale omvang van ruim zes miljard euro. Voor iedereen toegankelijke mobiliteit In mei 2020 stelde de regioraad het beleidskader Inclusieve Mobiliteit vast. Met dit beleid wil de Vervoerregio ervoor zorgen dat zoveel mogelijk mensen zelfstandig kunnen reizen. Zo hebben zij meer vrijheid in hun mobiliteit. Want meer zelfredzaamheid betekent voor veel mensen dat zij beter kunnen deelnemen aan de maatschappij. Voorbeelden van acties vanuit dit beleid zijn de aanleg van toegankelijke haltes, het aanbrengen van geleidelijnen en brailleknoppen en het verlagen van de incheckdisplays in trams. Ook is er de inzet van de OV-coach die mensen helpt te reizen met het openbaar vervoer. En er zijn proeven met de Haltebuddy en de Haltehulp. GVB heeft de laatste geïntroduceerd in de vernieuwde app.

Concessies openbaar vervoer Bij onze openbaarvervoerconcessies is de onzekerheid over de mobiliteitsontwikkelingen nu het grootst. De Vervoerregio is trots op de verantwoordelijkheid die onze vervoerders namen tijdens de coronacrisis om dóór te rijden. Zo konden reizigers met een vitaal beroep naar hun werk blijven gaan. Samen met het Rijk en de vervoerders is het ons gelukt het openbaar vervoersysteem in stand te houden. Dit ondanks het feit dat we een groot deel van de opbrengsten missen vanwege de daling van het aantal reizigers. Met de vervoerbedrijven maken we voor de concessies Amsterdam en Amstelland-Meerlanden afspraken om het aanbod beter in overeenstemming te brengen met de verwachte vraag. Tegen deze achtergrond is de concessie voor de samengevoegde concessie Zaanstreek-Waterland verleend. Die zal EBS vanaf 10 december 2023 gaan verzorgen. Financieel perspectief en personele inzet De uitdaging blijft voor de Vervoerregio om de ambities te realiseren binnen de daartoe beschikbaar gestelde middelen in de komende jaren. De voortgang daarop monitoren we continu. Door gedegen financieel beleid, integrale afwegingen en een goede agendering & programmering, zorgt de Vervoerregio ervoor dat de beschikbare middelen op een efficiënte en effectieve manier worden ingezet. Daar waar nodig prioriteren we tijdig en op een juiste manier.

Bij dit alles vinden we openheid naar de partners belangrijk. Daar houden we aan vast. ONTWERPBEGROTING 2024-2027 versie zienswijzeprocedure

pagina 8 van 51

Het bestuursakkoord ‘Stap Vooruit’ geeft invulling aan onze ambities, ideeën en plannen om samen naar een duurzame bereikbare regio te groeien. Dat akkoord presenteerde het dagelijks bestuur op 11 oktober 2022. Met het vervullen van onze ambities en het uitvoeren van onze opgaven groeit de organisatie. Onze groeiende organisatie heeft naast meer inzet voor onze primaire taken ook behoefte aan een verdere professionalisering van de ondersteunende functies. Daarnaast is er een aantal wettelijke taken dat vraagt om inzet. Dat geldt bijvoorbeeld voor de bestrijding van cybercriminaliteit. Ook hebben onze gemeenten behoefte aan ondersteuning om mobiliteitsbeleid te ontwikkelen en uit te voeren. De Vervoerregio kan daarbij ondersteunen. In deze begroting hebben we daarom rekening gehouden met extra personele capaciteit. Daarmee kunnen we onze kwaliteit borgen. En zo zorgen we voor meer continuïteit en versterken we onze mogelijkheden.

SAMENVATTEND FINANCIEEL BEELD De Kaderbrief 2024 vormt het uitgangspunt voor deze ontwerpbegroting. De Vervoerregio, de deelnemende gemeenten en de vervoerders staan voor forse uitdagingen. Een van die uitdagingen is de toegenomen omvang van de mobiliteitsvraagstukken vanuit de woningbouwopgaven. Daarbij kennen we ook financiële uitdagingen. Zoals het aflopen van de Transitie Vergoeding Openbaar Vervoer (TVOV) eind 2023. Én de prijsstijgingen die niet altijd worden gecompenseerd door de indexatie die wij op de BDU ontvangen. De voorliggende begroting biedt niet veel vrije ruimte. Maar we schetsen er wel de ontwikkelingen van de afgelopen jaren mee in een sluitende en realistische begroting. Daarmee vormt deze begroting - inclusief de doorwerking voor de latere jaren - een sobere maar stevige basis. We gaan daarbij uit van een structurele bijdrage van € 461 miljoen per jaar (met als basis het prijspeil 2023). Want we verwachten niet dat de beschikbare middelen in de toekomst substantieel wijzigen voor het werk en de taken van de Vervoerregio. Wel is er sprake van een jaarlijkse indexatie van de rijksbijdrage Brede Doeluitkering Verkeer & Vervoer (BDU V&V - of kortweg BDU). In de meerjarenbegroting op de volgende pagina (zie tabel 1) zijn enkele nieuwe belangrijke ontwikkelingen na de Kaderbrief 2024 verwerkt: 1.

2.

3. 4. 5. 6. 7.

Binnen het subprogramma Concessies is het herstelbudget beschikbaar. Dit budget wordt verdeeld zodat de vervoerders hun vervoerplannen volgens de doelstellingen van 2024 en de jaren erna kunnen uitvoeren. Daarmee kunnen we een acceptabel peil van openbaar vervoer in stand houden. Op 1 mei 2023 is vanuit de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur als systeemverantwoordelijke volgens de Wet Lokaalspoor ook het metrosysteem Signalling & Control (S&C) van de gemeente Amsterdam overgenomen. Dit wordt aan de scope van het AMRI (Assetmanagement Railinfrastructuur) contract toegevoegd. Daarvoor zijn zowel eenmalige budgetoverdrachten als de structurele ophoging voor beheer en onderhoud nodig. Deze structurele ophoging is jaarlijks € 2 miljoen vanaf 2024. De herijking van de budgettaire gevolgen voor de ingebruikname van de Uithoornlijn. De ophoging van de budgetten naar prijspeil 2023 op basis van de verwachte BDU-indexatie van 4% over 2023. Het opnemen van budgetten die uit 2022 zijn doorgeschoven naar 2024 om de verplichtingen voor lopende projecten te kunnen voldoen. Dit betreft het AMRI-contract. Het naar voren halen van budget voor de MIRT-verkenning van de OV-verbinding Amsterdam - Haarlemmermeer in 2023 en 2024. Dit betreft het doortrekken van de Noord/Zuidlijn.

Het opnemen van extra budget voor uitbreiding van de personeelscapaciteit om de ambities waar te kunnen maken, te voldoen aan onze wettelijke taken en gemeenten ondersteuning te kunnen bieden bij hun mobiliteitsbeleid.

Overige wijzigingen hebben betrekking op budgetneutrale wijzigingen tussen de subprogramma’s of over de jaren heen (kasritmewijzigingen). In de Kaderbrief 2024 zijn de volgende onzekerheden genoemd. Die kunnen de uiteindelijke uitvoering van de begroting beïnvloeden: • • • • • •

Uitwerking en uitvoering van de herstelplannen van de vervoerders. Ontwikkeling van de reizigersaantallen en -opbrengsten. Overige prijsontwikkelingen. Voortgang bouw en aanleg van infraprojecten als gevolg van stikstofruimte. Besluiten van het Rijk inzake de woningbouwontwikkelingen. Ontwikkelingen en krapte op de arbeidsmarkt.

ONTWERPBEGROTING 2024-2027 versie zienswijzeprocedure

pagina 9 van 51

Tabel 1 Meerjarenbegroting 2023-2027 (bedragen in x € 1.000) (Sub-)Programma

Jaarrekening 2022

Gewijzigde begroting 2023 (na 1e Bestuursrapportage 2023)

Ontwerp Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

0

280

137

24

0

0

11.475

13.558

13.249

13.306

13.261

13.261

132.680

155.477

108.559

118.919

118.865

118.865

0

20.950

1.750

15.500

35.000

40.000

Amsteltram

45.060

42.967

31.718

0

0

0

Concessies

218.111

166.838

125.472

110.926

101.420

95.420

Asset Management Rail Infrastructuur (AMRI) Acitva GVB

88.817

166.220

141.320

134.675

134.475

132.575

17.705

55.252

42.905

37.684

43.550

33.834

Onderzoek, Studie en Samenwerking

7.896

8.363

8.368

8.368

8.368

8.368

Apparaatskosten

8.975

12.594

11.826

12.376

12.376

12.376

Totaal Verkeer & Vervoer

519.244

628.661

471.918

438.449

454.054

441.438

TOTAAL LASTEN

530.719

642.499

485.303

451.778

467.315

454.699

BDU jaarbijdrage

443.265

461.198

461.198

461.198

461.198

461.198

BDU saldo voorgaande jaren

-63.952

130.632

8.430

-22.638

-4.834

-15.427

Rentebaten

2.991

1.750

1.607

1.494

1.381

1.258

Overige baten

-20

0

0

0

0

0

382.284

593.580

471.235

440.054

457.745

447.029

314

202

202

202

202

202

Investeringsagenda Mobiliteit

2.081

5.609

0

0

0

0

Amsteltram

28.660

1.692

0

0

0

0

Concessies

115.334

38.952

8.297

8.254

6.100

6.100

AMRI

94

1.100

3.000

1.900

1.900

0

Acitva GVB

31

0

1.200

0

0

0

1.634

1.363

1.368

1.368

1.368

1.368

LASTEN Algemende dekkingsmiddelen Overhead Verkeer & Vervoer: Investeringsagenda Mobiliteit Grote projecten schaalsprong OV

BATEN Algemene dekkingsmiddelen:

Totaal Algemene dekkingsmiddelen Overhead Verkeer & Vervoer:

Onderzoek, Studie en Samenwerking Apparaatskosten

65

0

0

0

0

0

Totaal Verkeer & Vervoer

147.899

48.717

13.865

11.522

9.368

7.468

TOTAAL BATEN

530.497

642.499

485.303

451.778

467.315

454.699

-222

0

0

0

0

0

Toevoeging aan reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekking van reserves

222

0

0

0

0

0

TOTAAL MUTATIES RESERVES

222

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

RESULTAAT VOOR BESTEMMING

MUTATIES RESERVES

RESULTAAT

ONTWERPBEGROTING 2024-2027 versie zienswijzeprocedure

pagina 10 van 51

•

De daling van de kosten voor de Investeringsagenda Mobiliteit in 2024 (ten opzichte van 2023) is het gevolg van het doorschuiven van ongebruikte fondsen van voorgaande jaren naar het volgende begrotingsjaar. Er is structureel € 119 miljoen beschikbaar. Voor meer uitleg verwijzen we naar het subprogramma.

•

De daling van de begrotingspost concessies in 2024 (ten opzichte van 2023) is het gevolg van het wegvallen van de Rijkssubsidie voor TVOV. Die wordt in 2023 voor het laatst uitgekeerd (€ 32 miljoen). Daarnaast wordt er ongeveer € 12 miljoen minder ingezet vanuit het herstelplan budget.

•

In 2023 vindt de afrekening plaats van het oude BORI/MVP-contract. Vanaf 2023 wordt het nieuwe AMRI-contract gehanteerd op basis van de meerjarenreeks voor het Beheer & Onderhoud van de railinfrastructuur en het Meerjaren Vervangingsprogramma (BORI/MVP).

•

De afrekening van enkele AMSYS en S&C subsidies in 2023 zorgt voor een aanzienlijk verschil tussen 2023 en 2024 in de Activa GVB reeks.

Tot en met 2023 werd het ‘BDU-saldo voorgaande jaren’ ingezet om de begrote kosten te dekken. Dit zetten we onder meer in voor mobiliteitsprojecten en het project Amsteltram. Ook gebruikten we het voor extra maatregelen voor projectversnellingen die eind 2020 waren vastgesteld. Voor 2024 nemen we een kleine aanvulling van € 8,4 miljoen vanuit het BDU-saldo op om de begrote kosten te dekken. Er is momenteel geen inzet vanuit het ‘BDU-saldo voorgaande jaren’ gepland om de lasten te dekken vanaf 2025. Hierdoor ontstaat er een vrije ruimte van ongeveer 3% van de begroting voor de jaren 2025 tot en met 2027. Deze financiële ruimte wordt toegevoegd aan het BDU-saldo voorgaande jaren. De toename van het BDU-saldo vanaf 2025 (zie tabel 2) is een gevolg van deze toevoeging. Beklemd en niet beklemd deel van het saldo BDU Het ‘beklemd’ deel van de BDU verwijst naar het resterende saldo van de BDU dat nog beschikbaar is. Het dient voor de volgende doeleinden: 1. 2. 3.

Dekking voor reeds aangegane verplichtingen die in voorgaande jaren waren begroot maar vanwege vertraging in de uitvoering niet in dat jaar zijn uitgegeven. Daarom zijn ze doorgeschoven naar latere jaren. Inzet in toekomstige begrotingsjaren bovenop de jaarlijkse BDU-ontvangsten. Buffer om eventuele risico's op te vangen. De kwantificering van deze risico's bedraagt gemiddeld € 42 miljoen per jaar tot en met 2026.

Vanaf 2025 neemt het saldo van de BDU gestaag toe. Deze toename is noodzakelijk om als voorzorgmaatregel een zekere buffer te creëren voor de genoemde verplichtingen en risico's. Dit noemen we het weerstandsvermogen. Het saldo van de BDU is namelijk de belangrijkste bron hiervoor. In de paragraaf ‘Risicobeheersing en weerstandvermogen’ wordt hier uitgebreider op ingegaan. Tabel 2 Ontwikkeling saldo BDU 2023-2027 (bedragen in x € 1.000)

Ontwikkeling saldo BDU

Begroting 2023 (na 1e BestuursBegroting 2024 rapportage 2023)

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Beginstand saldo BDU Beschikte jaarbijdrage Totaal Beschikbare BDU begin van het jaar

250.892 461.198

120.260 461.198

111.830 461.198

134.469 461.198

139.303 461.198

712.091

581.458

573.028

595.667

600.501

Inzet BDU in begrotingsjaar

-591.830

-469.628

-438.560

-456.364

-445.771

Stand saldo BDU ultimo jaar Hiervan beklemd:

120.260

111.830

134.469

139.303

154.730

18.800

0

0

0

0

42.000 60.800

84.000 84.000

123.000 123.000

168.000 168.000

168.000 168.000

198%

133%

109%

83%

92%

Beklemd als gevolg van overheveling van budgetten naar latere jaren Benodigde buffer voor risico's Deel BDU beklemd Dekkingspercentage weerstandsvermogen versus risico's

ONTWERPBEGROTING 2024-2027 versie zienswijzeprocedure

pagina 11 van 51

PROGRAMMABEGROTING De begroting van de Vervoerregio bestaat uit drie programma’s. Deze programma’s zijn Verkeer & Vervoer, Overhead en Algemene Dekkingsmiddelen. Binnen het programma Verkeer & Vervoer kent de Vervoerregio diverse subprogramma’s. Deze dragen allen bij aan de strategische doelstellingen van het Beleidskader Mobiliteit.

PROGRAMMA VERKEER & VERVOER Het programma Verkeer & Vervoer bestaat uit meerdere subprogramma’s en de daarbij horende kosten van personele inzet (de apparaatskosten). De begroting geeft op hoofdlijnen aan wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat het mag kosten. Een gedetailleerde opgave van projecten komt aan bod in het uitvoeringsprogramma Mobiliteit.

INVESTERINGSAGENDA MOBILITEIT Wat willen we bereiken in 2024? Het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit (UPM) van de Vervoerregio Amsterdam is het programma waarin we al onze voorgenomen mobiliteitsmaatregelen in samenhang beschrijven. Het is de nadere uitwerking van het nieuwe Beleidskader Mobiliteit. Dat wordt in oktober aan de regioraad voorgelegd. We laten zien waarin de Vervoerregio investeert, wanneer dat gebeurt en wat dat oplevert. Belangrijke thema’s in dit uitvoeringsprogramma zijn onder meer schaalsprongprojecten, verkeersveiligheid, doorfietsroutes, inclusieve mobiliteit en mobiliteit gekoppeld aan de woningbouwopgaven. Met het investeren in duurzaam busvervoer, spitsmijden en doorstromingsmaatregelen kunnen we een aantal problemen aanpakken. We verhogen de kostendekkingsgraad van het openbaar vervoer. Ook geven we deelmobiliteit een impuls. Daarnaast reduceren we het aantal vervuilende bussen dat nu nog rondrijdt. Met de afspraken uit het BO MIRT van eind 2022 komt de OVverbinding Amsterdam - Haarlemmermeer een stuk dichterbij. En met hulp van de rijksbijdrage uit het Strategisch Plan Verkeersveiligheid versnellen we intussen de investeringen in fiets en verkeersveiligheid. Zo zorgen we voor een duurzame bereikbaarheid. Op 8 februari 2023 heeft de regioraad het Uitvoeringsprogramma MRA (Metropoolregio Amsterdam) Doorfietsroutes vastgesteld.

De ambitie is het volledige netwerk van doorfietsroutes binnen de vervoerregio vóór 2035, zoveel als mogelijk, gerealiseerd te hebben. De bereikbaarheidsmaatregelen wegen we in samenhang af. Het doel daarbij is niet de modaliteit maar de mobiliteit centraal te stellen: de reis van deur tot deur. Bij het beoordelen van de juiste oplossingen, kijken we nadrukkelijk naar de CO2-balans. Net als naar de aangename beleving van de reis. We streven daarbij naar een vervoerwijze die passend is bij de omgeving. Binnen het Uitvoeringsprogramma verzorgt de Vervoerregio het programmamanagement en start samen met de partners nieuwe projecten. De Vervoerregio voert ook zelf verkenningen en planstudies uit. Wat gaan we daarvoor doen? Alle mobiliteitsprojecten waarvan de Vervoerregio het voornemen heeft om bij te dragen, staan in het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit. Dit programma presenteert daarmee de totale ambitie. Daarbij presenteert het subprogramma ‘Investeringsagenda Mobiliteit’ vooral de beschikbare budgetten. Veel van de belangrijke projecten die de komende tijd in uitvoering gaan, zijn mobiliteitsprojecten met meervoudige doelen. Zo bevorderen ze de doorstroming van het OV en/of verbeteren ze de weg. Daarnaast brengen we voor fietsers zaken als tunnels en fietsparkeervoorzieningen aan. Tegelijkertijd treffen we maatregelen voor verkeersveiligheid.

Ondertussen maken we ook het vervoerssysteem voor meer mensen goed toegankelijk. Al deze elementen komen bijvoorbeeld terug bij projecten als de aanleg van het project Guisweg in Zaandijk. Daar komt een fietsen voetgangerstunnel onder de bestaande spoorwegovergang bij de Guisweg. Ook leggen we een extra op- en afrit aan bij de A8aansluiting én een nieuwe verbindingsweg tussen de Guisweg en de provinciale weg. Dergelijke projecten hebben we ook op knooppunten zoals Amsterdam Lelylaan of Hoofddorp. Het vergroten van de verkeersveiligheid gebeurt onder meer door het verbeteren van de infrastructuur (Duurzaam Veilig). We financieren daarvoor projecten in de regio. Denk daarbij aan schoolzones, drempels en verkeerslichten, 30km zones en veilige oversteekplekken. Hiervoor was in 2021 en 2022 een extra verkregen ONTWERPBEGROTING 2024-2027 versie zienswijzeprocedure

pagina 12 van 51

rijksimpuls Verkeersveiligheid uit het SPV van € 8 miljoen beschikbaar. Een nieuwe tranche van het SPV heeft nog eens € 3 miljoen extra rijksbudget opgeleverd tot 2027. De Vervoerregio werkt aan het verduurzamen van alle onderdelen van ons mobiliteitssysteem. Dat doen we onder meer met de inzet op schonere energie, schonere voertuigen, infrastructuur & productie en door duurzame inkoop en opdrachtgeverschap. Met ons inclusiviteitsbeleid wil de Vervoerregio ervoor zorgen dat zoveel mogelijk mensen zelfstandig kunnen reizen en daarmee meer vrijheid hebben in hun mobiliteit. Voorbeelden van acties die hieruit voorkomen en in het Uitvoeringsprogramma hun plek krijgen, zijn het realiseren van toegankelijke haltes, het aanbrengen van liften op knooppunten, duidelijke reisinformatie en de inzet van de OV-coach. Die helpt mensen bij het zelfstandig reizen met het OV. De Vervoerregio neemt ten aanzien van de MRA Doorfietsroutes een initiërende en pro-actieve rol. Dat doen we in aanvulling op de bestaande nauwe samenwerking bij gemeentelijke initiatieven. De eerste projecten en initiatieven uit het Uitvoeringsprogramma MRA Doorfietsroutes zijn dan ook integraal en herkenbaar in dit Uitvoeringsprogramma Mobiliteit opgenomen. Ieder jaar brengen we verslag uit en leggen we verantwoording af over de realisatie van alle projecten en maatregelen van het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit.

We leggen daarin helder uit welke effecten en resultaten ons beleid heeft. In het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit (UPM) staan al onze projecten en maatregelen opgesomd. Het UPM stellen we ieder jaar tegelijk met de begroting op en leggen we ter besluitvorming voor. Onderstaande kaarten zijn afkomstig uit het UPM en geven per deelregio de belangrijkste projecten weer. [invoegen kaarten gebeurt in volgende versie, zie ook kaartjes in UPM] Wat mag dat kosten? Tabel 2 IA Mobiliteit | Baten & Lasten (bedragen in x €1.000)

Investeringsagenda Mobiliteit

Jaarrekening 2022

Gewijzigde begroting 2023 na 1e Bestuursrapp

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Investeringsagenda mobiliteit Uitvoeringsbudgetten en studies

132.680

155.477

108.559

118.919

118.865

118.865

Totaal lasten

132.680

155.477

108.559

118.919

118.865

118.865

Bijdragen derden BDU Absoluut

1.755 326

5.609 -

-

-

-

-

Totaal baten Saldo Investeringsagenda Mobiliteit

2.081

5.609

-

-

-

-

-130.599

-149.868

-108.559

-118.919

-118.865

-118.865

Voor kleine projecten en mutaties (< € 5 miljoen) fluctueert het jaarbudget rond de € 30 miljoen. Voor projectenstudies in verkenningen en planstudiefase hanteren we een stelpost van € 5 miljoen. Net zoals vorige jaren baseren we deze bedragen op een inschatting van de acties van het programma en de ervaringscijfers van de vorige jaren. In de raming van de begroting is het jaarlijkse bedrag stabiel begroot. Dit betekent niet dat er een subsidieplafond wordt gehanteerd. Maar de meeste projecten leiden voor de Vervoerregio pas tot uitgaven na het afgeven van een subsidiebeschikking of het verlenen van een opdracht. We weten dat niet alle projecten binnen de vooraf gestelde planning en budgetten ten uitvoer komen. Het is daarmee het saldo van projecten die sneller worden uitgevoerd dan verwacht en projecten die tussentijds sneuvelen of vertragen. Daardoor komen eerder gereserveerde middelen vrij. De Vervoerregio monitort dit beeld continu. Ze stuurt actief op programmering en hanteert, indien nodig, een overprogrammering van 15%. Dat is een percentage dat niet ongebruikelijk is bij overheden. De realisatiegraad van de Vervoerregio lag afgelopen jaren tussen de 80% en 90%. Het overzicht van de totale omvang van de ambitie en daarbij horende investeringen de komende jaren is te vinden in het UPM. Het laat zien dat er keuzes gemaakt moeten.

Keuzes die verband houden met het beschikbare budget. Samen met de partners kijken we ook naar het vergroten van de rijksbijdragen en andere inkomstenbronnen. Zoals de eerdergenoemde Verkeersveiligheidsimpuls, de klimaatgelden en Europese Fondsen. Waar nodig treedt de Vervoerregio in gesprek met de deelnemende gemeenten en andere regionale partijen, waaronder de provincie Noord-Holland. Op die manier zorgen we ervoor dat er op een adequate manier wordt omgegaan met de beschikbare middelen. In 2024 is € 10 miljoen minder beschikbaar dan het structurele niveau van € 119 miljoen. Dit is omdat bij de bestuursopdracht uit 2020 budget van de jaren 2022 tot en met 2024 naar 2021 is overgeheveld. Dit met als doel om ‘investerend de crisis uit te komen’.

ONTWERPBEGROTING 2024-2027 versie zienswijzeprocedure

pagina 13 van 51

AMSTELTRAM Wat willen we bereiken in 2024? De Vervoerregio is bestuurlijk en ambtelijke opdrachtgever voor (de realisatiefasen van) de Amsteltram: de Ombouw Amstelveenlijn en de verlenging naar Uithoorn (Uithoornlijn). De Amsteltram zorgt voor kortere reistijden van deur tot deur. Hij staat voor een verbetering van de kwaliteit en veiligheid van het OV. Het versterken van het OV-netwerk levert een bijdrage aan het reduceren van de CO2-uitstoot. Aandacht is er voor beleving van de reiziger en de inpassing in de omgeving. De Amsteltram vergroot de nabijheid van het zuiden van de regio en zorgt voor een kostenefficiënter mobiliteitssysteem. Wat gaan we daarvoor doen? Ombouw Amstelveenlijn - De laatste restwerkzaamheden voor de aanleg van de tijdelijke eindhalte op de Strawinskylaan (light variant) zijn afgerond in 2023. In 2024 verwachten we geen kosten meer. Uithoornlijn - Het komend jaar staat in het teken van het indienststellingsproces van het project Amsteltram. Dat houdt in: de start van de exploitatie in juli 2024, de decharge van de projectorganisatie en de financiële afsluiting. Zoals het er nu naar uitziet, kunnen wij trots zijn op tijdige oplevering binnen budget! Om in juli 2024 de daadwerkelijke exploitatie met reizigers te starten, moeten eerst de uitvoering en de integrale testfase succesvol zijn afgerond.

Daarmee blijkt dat er sprake is van een integraal werkende traminfrastructuur (met aansluitende weginfrastructuur). Daarop volgt de vervroegde ingebruikname door GVB. Dan wordt ook de indienststellingsvergunning aangevraagd. Als die er is, stelt GVB de infrastructuur in bedrijf. En onze stadsvervoerder start de fase voor Opleiden, Trainen en Oefenen (OTO). Deze fase focust op de operationele en organisatorische gereedheid: een betrouwbare dienstregeling conform de concessieafspraken en een robuust beheer van de Uithoornlijn. Hieronder vallen ook het gebruik en beheer van de hal op het opstelterrein in de Legmeerpolder. Die leidt tot een significante daling van het aantal remiseritten door de stad. Na een succesvolle OTO-periode start in juli 2024 de daadwerkelijke exploitatie met reizigers. Na de start van de exploitatie volgt een periode van definitieve oplevering, de overdracht, decharge van de projectorganisatie op basis van het eindverantwoordingsdocument en financiële afsluiting van de Amsteltram. Wat mag dat kosten? Tabel 3 Amsteltram | Baten & Lasten (bedragen in x €1.000)

Amstelveenlijn Uithoornlijn

1.359 43.701

Gewijzigde begroting 2023 na 1e Bestuursrapp 1.053 41.914

Totaal lasten

45.060

42.967

31.718

-

-

-

Bijdragen derden BDU Absoluut

28.660 -

1.692 -

-

-

-

-

Amsteltram

Jaarrekening 2022

begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

31.718

-

-

-

Totaal baten

28.660

1.692

-

-

-

-

Saldo Amsteltram

-16.400

-41.275

-31.718

-

-

-

GROTE PROJECTEN SCHAALSPRONG OV Wat willen we bereiken in 2024? Een nationale alliantie van zeven partijen wilde oorspronkelijk een substantiële gezamenlijke bijdrage leveren van € 1,025 miljard voor het realiseren van twee nieuwe metroprojecten: het doortrekken van de Noord/Zuidlijn richting Schiphol/Hoofddorp én het sluiten van de Ringlijn. Maar na een overleg met het Rijk, stelde ‘Den Haag’ als eis dat er een sluitende dekking voor de totale ONTWERPBEGROTING 2024-2027 versie zienswijzeprocedure

pagina 14 van 51

investering van € 5,4 miljard voor vier projecten zou moeten komen. Naast het doortrekken van de Noord/Zuidlijn en het sluiten van de Ringlijn betrof dat ook Zuidasdok en de aanleg van het 3e perron op station Zuid. Als aan die eis zou worden voldaan, zou het Rijk 75% bijdragen. Daarom heeft de alliantie de regionale bijdrage aangevuld tot € 1,366 miljard. De eerdere bijdrage vanuit de Vervoerregio van € 225 miljoen is daarvoor met € 145 miljoen opgehoogd tot € 370 miljoen. Die is in de begrotingsjaren 2023 tot en met 2034 opgenomen. Daarnaast garandeert de Vervoerregio dat voor deze projecten een bedrag van € 300 miljoen beschikbaar is voor de aanschaf van het benodigde metromaterieel. Met dit bedrag neemt de Vervoerregio het exploitatierisico voor de dekking van deze lasten. Ook onderstrepen we zo onze langetermijn verbintenis aan de metrolijnen. In 2023 en 2024 wordt de MIRT-verkenning uitgevoerd. Die moet in 2025 leiden tot een definitief besluit van de minister van Infrastructuur en Waterschap (IenW) over de realisatie van de beoogde OV-verbinding Amsterdam - Haarlemmermeer (het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp). Wat gaan we daarvoor doen? De Vervoerregio gaat samen het Ministerie van IenW de rol van gedelegeerde opdrachtgever vervullen namens de acht betalende partijen als de opdrachtgevers van deze MIRT-Verkenning.

In deze fase worden diverse alternatieven, waaronder de doortrekking Noord/Zuidlijn naar Schiphol, nader uitgewerkt. Ook vindt participatie plaats met de omgeving. En er wordt een milieueffectrapportage (MER) uitgevoerd. Met al deze informatie wordt de definitieve keuze voor het voorkeursalternatief nader onderbouwd. De rol van de Vervoerregio in het opdrachtgeverschap is tweeledig: ten eerste is de Vervoerregio ambtelijk opdrachtgever en eerste contactpersoon voor de aansturing van de projectorganisatie. Daarnaast vervult ze de rol van kasbeheerder namens alle opdrachtgevers. Wat mag dat kosten? Tabel 5 Grote projecten schaalsprong OV| Baten & Lasten (bedragen in x €1.000)

Grote projecten schaalsprong OV

Jaarrekening 2022

Gewijzigde begroting 2023 na 1e Bestuursrapp

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Bijdrage doortrekken Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp, sluiten metroring, Zuidasdok en 3e perron en terminal Station Zuid Exploitatiekosten

-

20.950 -

1.750 -

15.500 -

35.000 -

40.000 -

Totaal lasten

-

20.950

1.750

15.500

35.000

40.000

Bijdragen derden BDU Absoluut

-

-

-

-

-

-

Totaal baten

-

-

-

-

-

-

Saldo Grote projecten schaalsprong OV

-

-20.950

-1.750

-15.500

-35.000

-40.000

De bovenstaande verdeling naar jaren is op basis van eerdere besluitvorming opgenomen. Hierin kunnen wijzigingen optreden als gevolg van nadere afspraken die de partners maken voor de vier beoogde projecten. De eerste stap daarvan is de MIRTverkenning voor de OV-verbinding Amsterdam – Haarlemmermeer. Daarvoor is een globale raming opgesteld met een omvang van circa € 30 miljoen. Dit is inclusief de kosten van de ambtelijk opdrachtgeversorganisatie van de Vervoerregio. Volgens de MIRT-spelregels worden de kosten van een Verkenning voor 50% door het Rijk vergoed. De overige 50% zal door de regionale partijen moeten worden gedekt. In onderstaand overzicht is de bijdrage van partijen naar rato van hun inbreng in de totale opgave berekend. In de begroting 2024 wordt een bedrag van € 1,75 miljoen opgenomen.

ONTWERPBEGROTING 2024-2027 versie zienswijzeprocedure

pagina 15 van 51

Tabel 6 Bijdrage partners bedragen x €1.000.000

CONCESSIES Wat willen we bereiken in 2024? Ons doel is het openbaar vervoer sterk uit de crisis te laten komen. En klaar te zijn voor de toekomstige OV vraag terwijl de middelen beperkt zijn. Onzekere factor daarbij is dat we nog niet weten hoe snel het OV-gebruik en daarmee de opbrengsten zich zullen herstellen. Om toch zo dicht mogelijk bij onze doelen te blijven, hebben we onze ambities en activiteiten gebaseerd op de prognoses van de vervoerders die in Nationaal Openbaar Vervoer Beraad (NOVB) verband zijn gemaakt. Die geven aan dat in 2025 de reizigersopbrengsten weer op het niveau van 2019 zullen uitkomen. De jaren 2023 en 2024 zijn overbruggingsjaren. Daarom is het noodzakelijk de kwaliteit van het openbaar vervoer hoog te houden en geen maatregelen te nemen die het reizigersherstel vertragen. Toch moeten voor de periode 2024 en 2025 (en verder) afspraken gemaakt worden, over hoe om te gaan met de huidige contractafspraken. Het behoud van de hoogwaardigheid van het netwerk is van belang. Het Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) is het fundament van het openbaar vervoersysteem. Door hoge frequenties te behouden, zorg je dat het ov aantrekkelijk blijft. Ook faciliteer je de groei. Dit leidt tot eerder herstel van opbrengsten. Naast het hoogwaardige netwerk is het logisch goed te kijken naar de aansluitingen van het onderliggende openbaar vervoernetwerk.

Mocht er toch verder afgeschaald moeten worden, dan moeten de aansluitingen gegarandeerd zijn. Toch zien we dat we door de tekorten ook op dat vlak wel degelijk maatregelen moeten nemen die pijn doen. Naar verwachting houdt het personeelstekort ook in 2024 aan. Dit zorgt er mogelijk voor dat we ondanks reizigersgroei het netwerk niet uit kunnen breiden. Vervoerders doen er alles aan om dit zo snel mogelijk op orde te brengen. De Vervoerregio zal afspraken maken over hoe we hiermee omgaan. Als regio willen wij aansluiten op toekomstige ontwikkelingen. Dat betekent ook dat wij in onze keuzes voor iedereen aantrekkelijk moeten zijn. En geen onherstelbare schade aan het totale netwerk moeten aanrichten waardoor wij in de nabije toekomst niet aan de vraag kunnen voldoen. Zoeken naar alternatieven voor het reisgedrag geeft ons als regio een zetje in de goede richting bij onze ambities schoon, efficiënt en kosteneffectief OV aan te bieden. Onze grootste concurrent is niet de auto maar onaantrekkelijk openbaar vervoer. Waarbij de reiziger ‘snel en comfortabel’ als belangrijkste argument noemt om van de auto naar het OV over te stappen. De begroting gaat uit van een gelijkblijvende inzet van middelen voor de exploitatie ten aanzien van de begroting van 2023. Daarbij worden incidentele middelen uit het herstelbudget OV ingezet om het OV op peil te houden.

Wat gaan we daarvoor doen? De Vervoerregio gaat na wat coulance in de coronajaren in 2024 weer sturen op de contractafspraken. Er spelen nog steeds grote personeelsproblemen die waarschijnlijk geheel 2024 zullen aanhouden. Ook is de verwachting dat in 2024 nog niet alle reizigers terug zullen zijn op het niveau voor 2019. Tegelijkertijd wordt een hoge indexatie verwacht voor de OV-tarieven. Dat maakt het niet aantrekkelijker voor de reiziger om weer vaker met het OV te reizen. We staan voor grote uitdagingen in 2024. We zoeken daar de komende tijd gepaste oplossingen voor.

ONTWERPBEGROTING 2024-2027 versie zienswijzeprocedure

pagina 16 van 51

Het contact met de vervoerder is nog steeds zeer goed en de gesprekken over herijking en herstelplannen 2024 verlopen dan ook constructief en professioneel. Beide partijen hebben de intentie hier op een goede manier uit te komen. Tot nu toe zijn er nog geen concrete afspraken gemaakt voor 2024. Met het uitvoeren van het concessiebeheer willen we: • • • • • • •

Een partnerschap met duidelijke taak- en rolverantwoordelijkheid waardoor vernieuwing en uitdagingen de ruimte krijgen. Een hoogwaardig en efficiënt openbaar vervoer (metro, tram en bus) dat het gehele jaar onze reizigers kan vervoeren. Beperkte rituitval van maximaal 1%. Een hoge score van klanttevredenheid (minimaal een 7,5). Strategisch materieel van de vervoerders (railinfra en voertuigen) dat een bijdrage levert aan een betrouwbare en efficiënte dienstuitvoering. Samen met onze regiogemeenten ervoor zorgen dat het wegennet bij onderhoud en verbetering het OV zo goed mogelijke doorstroming garandeert. En hier al in het project op voorhand extra middelen voor reserveert. Openbaar vervoer dat 100% zero emissie is.

Concessie Amstelland-Meerlanden •

• •

Voor de concessie Amstelland-Meerlanden geldt dat de Uithoornlijn in dienst wordt genomen. De reiziger reist nu via een rechtstreekse, hoogfrequente R-net buslijn naar Amstelveen busstation. Als de Uithoornlijn gaat rijden, vervallen er enkel hoogfrequente lijnen. Die worden dan overgenomen door de Uithoornlijn, die Uithoorn met Amstelveen en Amsterdam verbindt. Vervoerkundig betekent dit een aantal veranderingen voor de reiziger. Connexxion rijdt straks niet meer naar het centrum van Amsterdam vanuit Uithoorn. Ook verandert een aantal ontsluitende lijnen. De invoering van 30km/u in de gemeente Amsterdam heeft impact op de dienstregeling met als gevolg langere reistijd. In 2023 maakt de Vervoerregio afspraken met Connexxion over 2024 en de jaren erna. Het uitgangspunt is dat de maximaal begrote exploitatiesubsidie beschikbaar is. Tegelijkertijd zet Connexxion zich volledig in om het personeelstekort op te lossen en het vervoeraanbod te laten groeien wanneer het aantal reizigers verder herstelt.

Concessie Zaanstreek en Waterland •

•

De nieuwe samengevoegde concessie Zaanstreek-Waterland start 10 december 2023. De implementatie is in volle gang. De nieuwe bussen zijn besteld en de stallingen zijn in aanbouw. Het hele proces loopt voorspoedig. De grote opgave is ook in deze concessie het personeelsprobleem. De Vervoerregio is in gesprek met EBS om een plan te maken om het personeelstekort op te lossen. Voor de nieuwe gecombineerde concessie Zaanstreek-Waterland is in 2024 een budget beschikbaar van ongeveer € 43 miljoen. Dit bestaat uit eenmalige subsidies: de exploitatiesubsidie en overige kosten voor de concessie.

Amsterdam •

• •

•

Naast de aangepaste frequenties in 2023 worden ook routes aangepast. Daar waar een alternatief is, worden routes gebundeld. Hiermee wordt een robuust basisnetwerk gecreëerd. Hiermee kunnen we de groei van de komende jaren en uitbreidingen in het netwerk te faciliteren. De ambitie is om te sturen op herstel van reizigersaantallen tegen een marktconform kostenniveau. Waarbij we de juiste balans willen vinden tussen snelheid, nabijheid en directheid. De invoering van 30km/u in de gemeente Amsterdam heeft impact op de dienstregeling met als gevolg langere reistijden. Aan de andere kant worden de reizigersopbrengsten hoger omdat de verwachting is dat meer reizigers de overstap maken van de auto naar het openbaar vervoer. De productie in 2024 zal afnemen naar maximaal 82,5% t.o.v. 84% in 2023. Dit komt door frequentiewijzigingen en routewijzigingen. Als 100% referentie geldt 2019 (pre-corona).

Wat mag dat kosten? Door achterblijvende reizigersopbrengsten en kostenstijgingen blijven de financiële tekorten groot in 2024. De wens is weer terug te gaan naar de contractafspraken waarbij de vervoerder opbrengstverantwoordelijk is. Naast de verantwoordelijkheid voor de uitvoering en de daarmee samenhangende kwaliteit daarvan. De lijn die we hanteren, is de volgende: terug naar de economische verhoudingen van het contractuitgangspunt: een zo goed mogelijk ov-product voor de reiziger (kwantiteit en kwaliteit). Prikkel in ONTWERPBEGROTING 2024-2027 versie zienswijzeprocedure

pagina 17 van 51

de afspraken om kwaliteit te verbeteren. Sturen op kwaliteit en afspraken over groei en herstel meenemen. Plannen moeten nog worden uitgewerkt ook afhankelijk vanaf de start van de Uithoornlijn. In het overzicht Concessies (zie tabel 7) zijn de volgende elementen verwerkt: • De bedragen voor de concessies zijn aangepast aan het voorlopig prijspeil 2023. Dit is een verhoging van € 3,6 miljoen conform de concessieafspraken • Bij de business-case voor de aanleg Uithoornlijn is uitgegaan van een besparing van € 6 miljoen per jaar. De uitgangspunten zijn nu getoetst aan de huidige situatie en concessies. Dit lijdt tot een bijstelling van € 3,5 miljoen per jaar die nog niet in de begroting was opgenomen. In 2024 is dit incidenteel hoger: € 4,8 miljoen. Dit omdat de besparing pas vanaf 1 juli ingaat, • Het Covid-OV-herstelbudget is geactualiseerd op basis van de uitgaven in 2022 en 2023. Hierdoor is € 4,6 miljoen verschoven van 2024 naar 2023 • In 2024 is een bijdrage van € 20 miljoen aan de concessie Amsterdam toegevoegd vanuit het OV herstelbudget zodat in het laatste jaar van de huidige concessie een realistisch vervoersplan opgesteld kan worden. Dit bedrag is de maximale bijdrage voor de helft van het eventuele verlies van GVB exploitatie in 2024. Voor de concessie Amstelland-Meerlanden worden in de loop van 2023 afspraken gemaakt over 2024 en verder.

• Voor de nieuwe concessie Zaanstreek-Waterland zijn een aantal incidentele posten verschoven. Dit betreft een budget neutrale verplaatsing over de jaren 2023, 2024 en 2025. In 2024 is daardoor sprake van een verlaging van € 2,5 miljoen. Tabel 7 Concessies | Baten & Lasten (bedragen in x €1.000)

Amstelland Meerlanden Amsterdam (Exploitatie) Waterland Zaanstreek CVV en buurtbussen Covid-OV-herstelbudget Voorfinanciering laadinfrastructuur concessie Zanstreek-Waterland R-net Uitvoeringskosten Zaansteek/Waterland (vanaf 2024)

66.388 103.725 29.954 14.606 69 2677

Gewijzigde begroting 2023 na 1e Bestuursrapp 61.796 50.658 29.402 13.745 150 5.000

424 2 266

725 156 5.205

42.981

42.394

38.887

38.887

Totaal lasten

218.111

166.838

125.472

110.926

101.420

95.420

Bijdragen derden BDU Absoluut Beschikbaarheidsvergoeding OV

6.758 108.576

6.143 32.809

8.297 -

8.254 -

6.100 -

6.100 -

Totaal baten

115.334

38.952

8.297

8.254

6.100

6.100

Saldo Concessies

-102.777

-127.886

-117.174

-102.672

-95.320

-89.320

Concessies

Jaarrekening 2022

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

51.801 20.902 67 9.720

50.703 5.763 67 12.000

50.703 2.763 67 9.000

50.703 -237 67 6.000

Toelichting op de concessie Amsterdam: Met de inbesteding van de nieuwe concessie voor Amsterdam voor 15 jaar vanaf 2025 is een jaarlijkse groei van 1% voorzien. Deze is bestemd voor uitbreiding van de lijnvoering of voor andere maatregelen die nog meer comfort aan de reiziger bieden. Met deze groei wordt een jaarlijkse toename in de opbrengsten van 2% verwacht. Die is als target in de afspraken opgenomen. De bijdrage van de Vervoerregio kan daardoor elk jaar afnemen. Elke 4 jaar worden de kosten- en opbrengstenontwikkeling getoetst aan de werkelijke cijfers. Dat kan leiden tot een herijking van de begrotingsreeks.

ONTWERPBEGROTING 2024-2027 versie zienswijzeprocedure

pagina 18 van 51

ASSETMANAGEMENT RAILINFRASTRUCTUUR (AMRI) Wat willen we bereiken in 2024? De beschikbaarheid van een goede functionele en veilige infrastructuur voor metro en tram is essentieel voor het vervoer van reizigers. Over het algemeen zijn de prestaties van het tram- en metronetwerk goed. Hierdoor draagt dit subprogramma bij aan de beleidsdoelen zoals opgenomen in het beleidskader van de Vervoerregio. Goed beheer en onderhoud van de railinfrastructuur draagt met name bij aan de strategische doelen. Daaronder vallen ‘van modaliteit naar mobiliteit’ en een prettige en veilige reis. De Vervoerregio is sinds 1 januari 2022 opdrachtgever van GVB Infra BV voor de activiteiten voor het beheer en onderhoud van het railinfrabedrijf (RIB). De Vervoerregio verricht als opdrachtgever een aantal activiteiten om deze nieuwe samenwerking te laten slagen. Kern van de nieuwe afspraken met GVB RIB is: assetmanagement in overeenstemming met de internationaal erkende ISO 55.000 norm. Dit is een professionele manier van assetmanagement, die is gebaseerd op goede asset informatie. Kosten, risico’s en prestaties wegen we daarbij zo goed mogelijk af. Om deze rol als opdrachtgever goed in te vullen, is een verdere professionalisering nodig van de organisatie. De Vervoerregio en GVB RIB zullen de komende jaren samen investeren in de nieuwe rolverdeling.

Daarvoor is de transitieperiode van 2022 – 2024 afgesproken. Vanuit het transitieprogramma wordt gestuurd op de verdere ontwikkeling van beide organisaties en de samenhang. Zowel in 2022 als 2023 worden er in deze transitie stappen gezet. Resultaat moet zijn dat in 2024 zowel GVB RIB als de Vervoerregio conform de assetmanagementsystematiek werken. Voor GVB RIB houdt dat is dat de organisatie zich conform de ISO 55.000 norm laat certificeren. De verwachting is wel dat dit ook na 2024 nog verdere doorontwikkeling en aandacht vraagt. De Vervoerregio stuurt samen met GVB RIB op prestaties (KPI’s) als betrouwbaarheid, beschikbaarheid, veiligheid, duurzaamheid, betaalbaarheid, toekomstvastheid, compliance en beleving. Meer grip krijgen op deze prestaties, in combinatie met de bijbehorende kosten en risico’s, is het speerpunt voor 2023. Dat zal het ook voor 2024 blijven. De verwachting is dat eind 2023 nieuwe KPI’s worden geïntroduceerd. Daardoor wordt een aanzienlijke slag gemaakt in het beheersen van de prestaties. Zowel binnen de Vervoerregio als GVB wordt actiever gestuurd op het nemen van integrale besluiten. Belangen van exploitatie, strategische activa en asset management moeten daarbij expliciet gewogen worden. Hierbij blijft de wettelijke taak van beheerder GVB Infra BV wel steeds goed zichtbaar.

Wat gaan we daarvoor doen? Het beheer en onderhoud wordt sinds 1 januari 2022 voor rekening en risico van de Vervoerregio uitgevoerd. GVB RIB voert het beheer en onderhoud in 2024 uit conform het Beheerplan 2024. GVB RIB stelt het beheerplan elk jaar tussen maart en mei op. Aansluitend wordt dit tussen partijen besproken. Het definitieve Beheerplan 2024 zal rond eind september 2023 voor instemming aan het dagelijks bestuur van de Vervoerregio worden aangeboden (conform de Wet Lokaalspoor). Voor het Beheerplan 2024 is nadrukkelijk de vraag gesteld om mede op basis van het Vervoerplan 2023-2024 te bepalen wat de impact is op het beheer en onderhoud. Ook de uitbreiding van het areaal in 2024 met de Uithoornlijn wordt opgenomen in het Beheerplan 2024. Daarmee voegen we het aan de scope van het beheer en onderhoud toe. Daarnaast is het beheer en de doorontwikkeling van S&C toegevoegd aan de AMRI overeenkomst. Hiervoor gaan we op portfolioniveau sturing geven aan GVB RIB om de efficiënte keuzes te maken binnen het beheer van S&C. Vanuit GVB RIB en de Vervoerregio gaan we in 2024 ook extra inzetten op de duurzaamheidskansen die er binnen het areaal en de werkzaamheden van AMRI liggen. Omdat het om beheer en onderhoud gaat, zal de scope van de werkzaamheden jaarlijks niet wezenlijk wijzigen. Met uitzondering van genoemde wijzigingen.

ONTWERPBEGROTING 2024-2027 versie zienswijzeprocedure

pagina 19 van 51

Wat mag dat kosten? Tabel 8 AMRI| Baten & Lasten (bedragen in x €1.000)

Assetmanagement Railinfrastructuur (AMRI)

Jaarrekening 2022

Gewijzigde begroting 2023 na 1e Bestuursrapp 40.599 18.678 20.813 20.818 12.929 40.608 715 180 10.880

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

39.404 19.531 21.220 22.366 12.291 18.277 850 180 7.200

39.404 19.531 21.220 22.366 12.291 15.182 180 4.500

39.404 19.531 21.220 22.366 12.291 15.582 180 3.900

39.404 19.531 21.220 22.366 12.291 15.582 180 2.000

Dagelijks Onderhoud Metro Dagelijks Onderhoud Tram MVP Tram MVP Metro Strategisch Beheer AMRI Overige kosten AMRI OV-Governance Bijdrage WLS S&C

88.817

Totaal lasten

88.817

166.220

141.320

134.675

134.475

132.575

94

1.100 -

3.000 -

1.900 -

1.900 -

-

Bijdragen derden BDU Absoluut

Totaal baten Saldo AMRI

94

1.100

3.000

1.900

1.900

-

-88.723

-165.120

-138.320

-132.775

-132.575

-132.575

In dze tabel zijn de volgende elementen verwerkt: •

Het sub-programma bestaat financieel voornamelijk uit de kosten voor de opdracht die de Vervoerregio verstrekt aan GVB RIB voor het uitvoeren van het beheer en onderhoud aan de railinfra. Dit is conform het door GVB RIB ingediende Beheerplan 2024. Op basis van de kaderbrief AMRI worden ook de financiële kaders meegedeeld. Die kaderbrief verstrekt de Vervoerregio jaarlijks eind april aan GVB RIB. Jaarlijks indexeren we de bedragen uit de financiële meerjarenreeks van de overeenkomst. Deze mutaties zijn verwerkt in bovenstaande begroting.

•

De bedragen in de begroting 2024 en verder zijn aangepast met een voorlopige indexatie 2023 van 4%, dit is een bedrag van € 5,1 miljoen.

•

Vervoerregio en GVB RIB hebben contractueel afgesproken dat er – onder bepaalde voorwaarden - geschoven kan worden binnen het totaal van de meerjarenreeks. Daardoor leidt een over – of onderschrijding niet meteen tot een noodzaak tot meer middelen, of het vrijvallen van middelen. Hierdoor zijn er vanuit 2022 middelen herverdeeld over latere begrotingsjaren. Dit zorgt voor € 8,3 miljoen hogere uitgaven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13025852/1