C Nota van Beantwoording inspraak beleidsplan
Tekst van het document
6.
Situatiepunten
6.1
Positieve reacties op het verlenen van situatiepunten en voorstel voor uitbreiding
Situatiepunten gaan helpen in de eigen situatie van woningzoekenden. Het is positief dat er gekeken wordt naar de situatie van de woningzoekende. Een systeem met situatiepunten is een mooie eerste stap, volledig maatwerk is beter. Er moet goede controle komen op de situatiepunten. Zoekpunten zijn positief, maar te ingewikkeld voor doelgroep. Er is steun voor de situatiepunten voor jongeren, starters en gezinnen met kinderen. De situatiepunten moeten worden gezien als een extra steun in de rug. Vooral in combinatie met zoekpunten kan dit de kansen voor een nieuwe woning echt vergroten. De drie categorieën voor situatiepunten komen rechtsreeks naar voren uit de regionale enquête. In deze enquête is de vraag gesteld hoe men punten zou verdelen over verschillende groepen. Bij de invoering van het systeem komt er veel aandacht voor uitlegbaarheid.
6.2
Situatiepunten voor ‘relatiebreuk met kinderen’
Er wordt gepleit voor situatiepunten bij een relatiebreuk met kinderen als er geen co-ouderschap is. Positief vanwege persoonlijke situatie waarbij de punten zullen helpen. Ouders die gaan scheiden en gezamenlijk kinderen hebben kunnen situatiepunten aanvragen. De kinderen moeten jonger zijn dan achttien jaar en één van de ouders heeft geen zelfstandige woning. In het najaar worden deze voorwaarden verder uitgewerkt en vastgelegd in nadere regels.
26
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
6.3
Extra groepen die in aanmerking moeten komen voor situatiepunten/steun in de rug
In de inspraak is gepleit om voor specifieke groepen ook situatiepunten te verlenen als oplossing voor de woonproblematiek. → Alle thuiswonende jongeren → Jong volwassenen → Starters In het nieuwe systeem maken starters meer kans door actief te zoeken naar woningen. Met de zoekpunten vergroten ze de kansen voor hen op een eerste woning. Er is niet voor gekozen om alle jongere daarnaast ook nog situatiepunten te geven, alleen de jongeren die door omstandigheden meer in de knel zitten krijgen een extra steun in de rug. → (Economisch)Daklozen → Mensen uit de opvang De omstandigheden van dak- en thuislozen zijn schrijnend. Het geven van situatiepunten biedt geen oplossing, het duurt immers nog een tijd voordat de woningzoekende kans maakt op een woning. Het college neemt deze voorstellen niet over maar verwijst naar de gemeentelijke regelgeving voor het huisvesten van kwetsbare groepen. → Beroepsgroepen (o.a. vitale beroepsgroepen (verplegers), leraren 27+) → Brandweervrijwilligers (moeten 4 minuten van kazerne wonen). Een aantal gemeenten heeft voorrangsregelingen voor beroepsgroepen in hun lokale huisvestingsverordening opgenomen. Deze voorrang wordt benut in de lokale ruimte voor toewijzing binnen de gemeente.
→ Mantelzorgers → Senioren die dichter bij hun mantelzorgers (kinderen) willen wonen Mantelzorg is een wettelijke urgentie grond en de voorwaarden daarvoor zijn opgenomen in de Huisvestingsverordening. Om voor urgentie op grond van mantelzorg in aanmerking te kunnen komen, moeten beide partijen minimaal 5 kilometer van elkaar wonen. Omdat dit al een urgentiegrond is, is het niet nodig deze categorie toe te voegen voor situatiepunten. Voor de situatiepunten voor jonge mantelzorgers geldt dat de jongeren voorrang zou krijgen juist om uit het ouderlijk huis te gaan, dit omdat het voor de ontwikkeling van de jongeren als positief gezien wordt om meer op afstand te wonen. In het beleidsvoorstel wordt nu voorgesteld om deze categorie te schrappen, zie voor de wijzigingen in het beleidsvoorstel hoofdstuk VII. Mensen die (nog) niet voor medische urgentie in aanmerking komen Met het opbouwen van situatiepunten (een punt per maand) heb je nog geen woning, dit kost meer tijd. Het biedt geen oplossing voor mensen in noodsituaties en mensen die wachten op een sociaal medische
27
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
urgentie. → Alleenstaande ouders → Mensen met een ziek/ gehandicapt kind → Oudere inwonende kinderen met een rugzakje. → Huishoudens die te krap wonen/ Te klein wonend met kind → Thuiswonenden jongeren die een kind krijgen → Huishoudens van koppels met relationele problemen/ scheiding met kinderen zonder gelegaliseerde vorm van samenwonen
28
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Ouders met inwonende minderjarige kinderen hebben extra aandacht nodig en dat er gezinssituaties met woonproblematiek zijn. Met situatiepunten voor de categorieën ‘Inwonend met kinderen’ en ‘Relatiebreuk met kinderen’ krijgt een zo groot mogelijk deel van deze groep extra kansen op de sociale woningmarkt. Bij het toekennen van extra punten speelt mee dat hoe meer categorieën je toevoegt, hoe minder de situatiepunten waard zullen zijn op het geheel aan punten. Er is op basis van de participatie in 2019 gekozen om drie situaties te benoemen, waarin woningzoekenden extra punten kunnen opbouwen. Dit zijn 1) relatiebreuk met kinderen, 2) inwonend met kinderen en 3) problematisch thuiswonende jongeren. Om voldoende ruimte te behouden voor gewone woningzoekenden wordt dit aantal situaties voorlopig niet uitgebreid.
6.4
Vragen m.b.t. werking situatiepunten
Voor welke situaties gelden situatiepunten? Situatiepunten gelden voor de categorieën ‘ Inwonend met kinderen’, ‘Relatiebreuk met kinderen’ en ‘Problematisch thuiswonenden jongeren (18-35 jaar)’. De wettelijke kaders van deze categorieën worden uitgewerkt in de verordening en nadere regels. De omschrijving en voorwaarden worden in informatiemateriaal verder omschreven en bekend gemaakt.
Kan bezwaar en beroep worden aangetekend? Bij afwijzing van aanvragen voor één van de drie categorieën situatiepunten uit het beleidsvoorstel geldt dat er bezwaar en beroep kan worden aangetekend.
Kunnen situatiepunten ook met terugwerkende kracht worden toegekend? Situatiepunten kunnen niet met terugwerkende kracht worden opgebouwd. Als de aanvraag wordt toegekend zal er een beschikking worden afgegeven. Vanaf dat moment worden de situatiepunten opgebouwd.
6.5
Negatieve reacties op het verlenen van situatiepunten- algemeen
Insprekers die negatief zijn over de situatiepunten vinden vaak dat deze punten een beloning van verkeerd gedrag zijn. Ook zijn er twijfels over het toepassen van de situatiepunten, het wordt gezien als bureaucratisch en fraudegevoelig. Hieronder de hoofdpunten van de negatieve reacties op de situatiepunten:
Oneerlijk dat mensen die problemen maken extra punten krijgen. Probleemgezinnen krijgen eerder een woning, dit is niet eerlijk. De categorieën voor situatiepunten zijn gebaseerd op wat is aangegeven in het participatietraject van het voorjaar 2019. Deze woningzoekenden verdienen volgens veel mensen een extra steun in de rug.
29
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
College ziet niet dat dit huishoudens of personen zijn die problemen maken, ze zitten enkel in moeilijker omstandigheden.
Situatiepunten zijn willekeurig, bureaucratisch en zijn fraudegevoelig (want moeilijk te controleren). Met medische problemen, maar zonder urgentie of situatiepunten heb je extra pech. Wees voorzichtig met uitzonderingen en zorg dat deze objectief te beoordelen zijn. Bij de uitwerking van situatiepunten is veel aandacht voor objectieve criteria, die eenduidig en goed toetsbaar zijn. Doel is het systeem zo transparant mogelijk te maken en duidelijk te kunnen communiceren wanneer iemand in aanmerking komt. Toetsing vindt plaats op basis van juridische documenten en gegevens uit de basisregistraties van gemeenten. Er vallen woningzoekenden buiten de boot die wel in een dringende situatie verkeren. Voor de drie genoemde categorieën is echter het meeste draagvlak en daarom wordt hier mee gestart.
30
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Met situatiepunten maak je ook geen kans want er zijn te veel urgenten. Sociale huurwoningen zijn schaars, daardoor zijn de wachttijden voor iedereen hoog. Ook met situatiepunten kom je niet gelijk in aanmerking voor een woning. Doel is echter wel dat iemand van 2-5 jaar inschrijfduur binnen drie jaar na opbouw van volledige situatie en zoekpunten moet kunnen slagen voor een woning. Een flink deel van de woningen wordt gereserveerd voor urgenten. Dit zijn huishoudens in dusdanig levensontwrichtende situaties dat zij direct een woning nodig hebben. De criteria hiervoor zijn zeer streng. Kan het wettelijk gezien wel dat deze mensen extra voorrang krijgen? De gemeenteraad is verantwoordelijk voor het vaststellen van de huisvestingsverordening en moet daarbij rekening houden met de kaders die de Huisvestingswet geeft. Via de huisvestingsverordening kan een gemeente sturen op onevenredige en onevenwichtige effecten van schaarste. Het beleidsvoorstel past binnen die wettelijke ruimte. Er is veel draagvlak om woningzoekenden op basis van hun omstandigheden een extra steun te geven. Deze woningzoekenden worden naar oordeel van het college nu verdrongen als gevolg van onevenwichtige en onevenredige effecten van schaarste.
6.6
Negatieve reacties situatiepunten relatiebreuk met kinderen
Situatiepunten voor huishoudens met kinderen gaan te veel ten koste van anderen. Het nodigt uit tot misbruik; door een kind te krijgen kan het huishouden in aanmerking komen voor situatiepunten. Steeds meer mensen gaan scheiden, dit is niet op te lossen en voorrang is daarom ook oneerlijk. De situatiepunten zijn een extra steun in de rug, maar bieden geen oplossing voor directe woningnood. Het is dan ook te betwijfelen of mensen hiervoor situaties gaan creëren. Gescheiden huishoudens krijgen een te groot huis voor een deel van de tijd, wijs ze liever tijdelijk een grotere woning toe, tot de kinderen 18 zijn Wijs het huis toe aan de kinderen tot de jongste 19 jaar wordt en uit huis kan. Om de week woont één van de ouders bij de kinderen. Als iemand minder dan 50% van de tijd de dagelijkse zorg voor de kinderen heeft, wordt geen gezinswoning toegewezen. De opbouwsnelheid gaat niet snel genoeg bij problematische scheidingen. Dit is geen oplossing. Er zijn veel mensen in een problematische woonsituatie, helaas kan niet iedereen per direct worden geholpen. Wanneer er een zeer problematische situatie ontstaat kan een urgentie worden aangevraagd bij de gemeente, waardoor een snellere oplossing mogelijk is. Een ouderschapsplan kost 1.200 euro, dat is niet voor iedereen weggelegd.
De exacte voorwaarden voor toetsing worden verder uitgewerkt en de hoge kosten van een ouderschapsplan worden daarbij meegenomen. Deze voorwaarden worden op een later moment vastgelegd in de nadere regels bij de verordening.
6.7
Negatief situatiepunten inwonende gezinnen
Hierdoor krijgen statushouders meer kansen, dit is niet eerlijk. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen autochtone Nederlanders en mensen die pas een
31
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
verblijfsstatus verworven hebben. Het gaat om de omstandigheid. Bovendien worden statushouders over het algemeen vaak naar een passende woning bemiddeld omdat er vanuit het Rijk aan gemeenten een taakstelling voor huisvesting van deze groep wordt opgelegd. Zonder urgentie is die niet te realiseren in deze krappe woningmarkt.
32
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
6.8
Negatief situatiepunten problematisch thuiswonenden jongeren
Het is niet eerlijk dat problematisch thuiswonende jongeren beloond worden. Gaan jongeren ruzies verzinnen om in aanmerking te komen voor situatiepunten? Andere jongeren hebben meer recht op een woning, zij worden nu verdrongen. Hoe kun je beoordelen of jongeren problemen hebben? Voor het verlenen van de situatiepunten voor problematisch thuiswonenden jongeren zijn vijf categorieën omschreven in het beleidsvoorstel. Het gaat hier niet om jongeren met gedragsproblemen maar om jongeren die in dringende omstandigheden zitten, medisch of door de gezinssituatie. Het college is van mening dat deze jongeren nog harder een woning nodig hebben dan andere jongeren, om te voorkomen dat hun situatie verslechterd. Voor deze categorieën is een regionaal afwegingskader opgesteld. Alleen als jongeren onder de criteria vallen en de bijbehorende bewijslast kunnen leveren worden situatiepunten toegekend. Bij de uitwerking is het uitgangspunt dat er een eenvoudige en eenduidige manier van toetsen moet zijn om te controleren dat de jongeren binnen de opgestelde categorieën valt. Dit omdat het anders een ingewikkeld wordt voor zowel de aanvrager als de beoordelaar. Bij drie categorieën bleken verschillende bezwaren om verder te gaan in de uitwerking. Er is onder andere geconstateerd dat er overlap was met de andere categorieën en dat de criteria erg lastig te beoordelen zijn.
Om deze reden is het voorstel ook drie van de vijf categorieën problematisch thuiswonenden jongeren te schrappen. Dit zijn de categorieën ‘Jonge Mantelzorgers’ , de categorie ‘Jongeren van ouders met sociaal- medische urgentie als ze niet meetellen met de huishoudgrootte na verhuizing’ en de categorie ‘Jongeren met ouders met een verslaving en of zware psychische/psychiatrische problematiek’. Het voorstel is hiermee het eerste jaar te beginnen met de overgebleven categorieën;
1 Pleegjongeren 2 Jongeren met een indicatie voor ambulante ondersteuning Aan deze categorieën zijn kaders met criteria en voorwaarden verbonden. Voor de categorie Jongeren met een WMO indicatie geldt bijvoorbeeld dat alleen jongeren die al een jaar lang ambulante WMO- ondersteuning hebben gehad en voor wie geldt dat de ondersteuning geactualiseerd wordt voortgezet in aanmerking komen. Vanaf de start wordt gemonitord om in beeld te brengen wat de ervaringen zijn met het verlenen van de punten.
7.
Sancties op weigeren en no-show
7.1
Positieve reacties op het beleid ten aanzien van weigeren
Het is terecht dat woningen niet onbeperkt geweigerd kunnen worden, terwijl andere heel dringend een woning nodig hebben. Het is rechtvaardig dat er sancties worden ingevoerd ten aanzien van weigeren en no-show. In het nieuwe woonruimteverdeelsysteem is gezocht naar een balans tussen het opbouwen van zoekpunten en dit tegelijkertijd niet te vrijblijvend te maken. Daarnaast is het streven in dit beleidsvoorstel meer prioriteit te geven aan woningzoekenden die dringend een woning nodig hebben. Daar staat tegenover dat deze woningzoekenden dan ook wel bereid moeten zijn een woning te accepteren, als dat aanbod er is. Dat is de reden dat er bij no-show of meermaals weigeren van een woning
33
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
sancties worden toegepast. Uiteraard kan het voorkomen dat een woning dusdanige gebreken vertoont, dat deze ongeschikt is voor een woningzoekende. Dat is soms alleen duidelijk als de woning ter plekke wordt bezichtigd. Daarom is het weigeringsbeleid bijgesteld. Het afzien van een woning na bezichtiging telt niet als weigering. Pas als een woningzoekende de woning heeft geaccepteerd, maar dan alsnog het huurcontract niet ondertekent, wordt dit gezien als een weigering.
34
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
7.2
Negatieve reacties op beleid ten aanzien van weigeren
Woningzoekenden moeten keuzevrijheid hebben. Het toepassen van sancties op weigeren dwingt mensen een woning te accepteren. Sancties op weigeren zijn niet eerlijk, omdat de aangeboden woningen vaak in slechte staat verkeren, er sprake is van overlastsituaties, of de woning past niet bij de specifieke omstandigheden van de woningzoekende. Insprekers benadrukken dat het belangrijk is om ter plekke te kunnen beoordelen of de woning geschikt is. Het weigeringsbeleid moet alleen worden toegepast als je daadwerkelijk als eerste eindigt voor een woning. Weigeren moet vaker dan drie keer mogelijk worden. In de inspraak is veel gereageerd ten aanzien van het voorstel om sancties in te voeren bij het meermaals weigeren van woningen, of het niet komen opdagen bij bezichtiging. Tegenstanders van het invoeren van sancties op weigeren en no-show geven als argument dat je als woningzoekende keuzevrijheid moet hebben. Bovendien kun je een woning pas goed beoordelen op het moment dat je er daadwerkelijk rondloopt. Dan kun je ook pas beoordelen of een woning passend is. Het college erkent dat een woning pas goed ter plekke beoordeeld kan worden door de woningzoekende en dat wonen een belangrijke basisbehoefte is. Daarom wordt de mogelijkheid ingebouwd voor woningzoekenden om na bezichtiging aan te geven of er nog steeds interesse in de woning is.
Als een woningzoekende aangeeft geen interesse meer te hebben, geldt dat niet als weigering. Dit wordt dan geregistreerd als afmelden voor een woning. Net als bij het afmelden voor een bezichtiging volgt dan 1 punt aftrek op de door woningzoekende opgebouwde zoekpunten. Pas als de woningzoekende heeft aangegeven nog wel interesse te hebben, de woning daadwerkelijk aan de woningzoekende wordt aangeboden en de woning alsnog wordt geweigerd door woningzoekende, treden de sancties op weigeren in werking. Bij de eerste weigering van een woning volgt 1 punt aftrek op de door woningzoekende opgebouwde zoekpunten. Bij de tweede weigering volgt aftrek van alle door woningzoekende opgebouwde zoekpunten. In het beleidsvoorstel was sprake van inwerkingtreding van de sancties na drie keer weigeren. Omdat woningzoekenden nu de kans krijgen om na bezichtiging aan te geven of zij nog interesse hebben in de woning wordt de sanctie nu al na twee keer weigeren ingevoerd. Weigeren na bezichtiging en aangegeven interesse zorgt immers voor extra gemaakte kosten en een langere periode dat de woning leegstaat.
De informatie die voor bezichtiging van een woning beschikbaar is, is niet voldoende om te kunnen beoordelen of een woning geschikt is. De woning kan heel anders zijn dan op de foto. Daarom is het voorgestelde weigeringsbeleid niet eerlijk. Voorgesteld wordt meer gebruik te maken van de zogenaamde bezichtigingsfilmpjes, die in deze periode ook gebruikt worden. Deze filmpjes geven goede informatie en zijn vaak vollediger dan de beschrijving op internet. Het is belangrijk dat woningzoekenden, voorafgaand aan de bezichtiging meer informatie te verstrekken over de woning zodat zij beter kunnen beoordelen of zij daadwerkelijk op een woning willen reageren. Het gaat dan om goede foto’s, informatie over de buurt en grotere gebreken zoals beperkte isolatie van
35
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
de woning, waardoor snel geluidsoverlast ontstaat. In het beleidsvoorstel zijn een aantal basiscriteria hiervoor opgenomen. Op basis van de reacties wordt deze lijst met criteria uitgebreid, ook het voorstel ten aanzien van de bezichtigingsfilmpjes wordt hierin meegenomen.
Vindt puntenaftrek plaats als woningen te veel geweigerd worden? In het beleidsvoorstel is opgenomen dat puntenaftrek plaats vindt na drie keer een woning weigeren. Onder het kopje ‘reacties weigeren negatief’, wordt uitgelegd dat het voorstel met betrekking tot weigeren wordt aangepast en hoe dat eruit gaat zien.
Worden er ook financiële sancties toegepast? In het voorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling is er geen sprake van het opleggen van geldboetes. Wel worden sancties opgelegd bij no-show, of meerdere keren weigeren. De sancties bestaan uit aftrek van zoekpunten of situatiepunten.
36
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
7.3
Sancties op no-show
In het beleidsvoorstel is niet duidelijk wat geldige redenen voor afmelding zijn bij no-show. Dit moet duidelijk worden uitgewerkt om discussie te voorkomen. De criteria hiervoor moeten transparant zijn, net als de beoordeling daarvan. Verzocht wordt het uitnodigingsbeleid voor bezichtiging van een woning aan te passen en mensen meer opties te geven om een woning te bezichtigen, in plaats van één vastgesteld moment. Verzocht wordt mensen tot kort van tevoren gelegenheid te geven zich af te melden voor een bezichtiging. In het beleidsvoorstel is niet opgenomen wat geldige redenen zijn voor het niet komen opdagen bij bezichtiging. Terecht dat hier in de inspraak naar gevraagd wordt. Bij de uitwerking van dit punt is gebleken dat het moeilijk is om een dekkende definitie te geven van wat geldige redenen zijn. Bovendien is dit in de praktijk bijna niet te toetsen. Daarom is besloten woningzoekenden de gelegenheid te geven om zich af te melden voor bezichtiging. De termijn voor afmelding wordt daarbij aangepast. Er zullen vaak situaties zijn waardoor woningzoekenden pas op de dag zelf weten of zij in staat zijn om te komen, bijvoorbeeld bij ziekte. Daarom wordt het mogelijk om op de dag van bezichtiging een afmelding door te geven, zonder opgaaf van redenen. Deze afmelding telt dan als het niet accepteren van een uitnodiging en kost één zoekpunt.
Om woningzoekenden beter in staat te stellen tijd in te ruimen om bij de bezichtiging aanwezig te zijn wordt een minimale termijn afgesproken, de woningzoekende ontvangt minimaal drie dagen (72 uur) van tevoren een uitnodiging voor bezichtiging. Om te lange leegstand te voorkomen wordt deze termijn niet verder opgerekt. Dat is ook de reden om niet te veel momenten voor bezichtiging in te plannen. Dit vergroot tevens de werkdruk bij corporaties te veel.
7.4
Uitnodigingsbeleid
Hoe wordt omgegaan met mensen die minder kunnen komen door chronische ziekte? Er is begrip voor dat sommige chronisch zieken niet elk moment van de dag naar een bezichtiging kunnen
komen. Het college hoopt dat het ruimer van tevoren aankondigen van de datum voor bezichtiging (minimaal 72 uur) ook meer gelegenheid biedt om goede vervanging te regelen, of op een ander moment de directe woonomgeving te bezichtigen. Praktisch is het helaas niet mogelijk om op alle momenten van de dag een bezichtiging te organiseren. Door een aantal corporaties wordt in deze situatie wel maatwerk toegepast. U kunt hiervoor het beste contact opnemen met de betreffende corporatie.
8.
Doe meer voor jongeren
8.1
Jongeren/ starters algemeen
Er moeten meer kansen komen voor starters, maak een regeling voor starters. De voorliggende wijziging van de woonruimteverdeling is er op gericht om staters meer kans te bieden op een sociale huurwoning. De zoekpunten geven woningzoekenden met weinig wachttijd meer slaagkans ten opzichte van de huidige woonruimteverdeling waarbij alleen inschrijfduur meetelt. In het voorliggende voorstel is een balans gevonden tussen de slaagkansen voor starters en doorstromers. Starters nog meer kans geven ten opzichte van het huidige voorstel voor de nieuwe woonruimteverdeling gaat teveel ten koste van de doorstromers en is daarom ongewenst.
37
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Doe meer voor jongeren, zeker voor starters met sociale rol. Het idee achter de nieuwe woonruimteverdeling is dat woningzoekenden met een dringend huisvestingsprobleem meer kansen krijgen door punten voor inschrijfduur te combineren met punten voor omstandigheden en de mate van zoeken. Om in aanmerking te komen voor situatiepunten gelden scherpe criteria, zodat de omvang van de groep beperkt blijft. Naar aanleiding van een publieksenquête en een participatietraject is gekozen voor drie groepen met een dringend huisvestingsprobleem: inwonende huishoudens met kinderen, relatiebreuk met kinderen en problematisch thuiswonende jongeren. Nu al meer groepen toevoegen is ongewenst omdat hierdoor de overige woningzoekenden minder kans krijgen.
38
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Leeftijdsgrens jongerenwoning verhogen naar de leeftijd van 35. Nu kunnen jongeren tot 28 jaar terecht in een jongerenwoning. Deze leeftijd verhogen naar 35 jaar vergroot de vraag naar jongerenwoningen, maar het aanbod blijft even groot waardoor de wachttijd langer wordt. Gezien het feit dat veel jongeren nu al moeten wachten tot ze bijna 28 jaar zijn voordat ze in een jongerenwoning terecht kunnen, maakt het aannemelijk dat deze grens bij een verhoging naar 35 jaar ook daar komt te liggen. Dat is ongewenst. Daarnaast willen corporaties jongerenwoningen vooral op basis van tijdelijke contracten (van vijf jaar) verhuren, zodat er doorstroming is en nieuwe jongeren ook kans maken. Het is wettelijke niet mogelijk om tijdelijke huurcontracten af te sluiten met huurders vanaf 28 jaar, de Wet Dorstroming Huurmarkt heeft het sinds 2016 voor corporaties mogelijk gemaakt om tijdelijke contracten af te sluiten met jongeren, mits ze jonger zijn dan 28 jaar. Verder is de nieuwe woonruimteverdeling is er op gericht om starters meer kans te geven. Niet alleen op een jongerenwoning, maar juist ook op een reguliere huurwoning met een contract voor onbepaalde tijd.
8.2
Studenten
Voorrang voor woningzoekenden die studentenwoning achterlaten. Doordat studenten zich tegelijkertijd voor studentenwoningweb en WoningNet kunnen inschrijven, hebben ze aan het einde van hun studietijd al vier jaar inschrijfduur. Voor hun 23e maken ze dan redelijke kans op een jongerenwoning voor jongeren tot 23 jaar. De jongeren en studentencontracten, met een contractduur van 5 jaar, zijn bedoeld om te voorzien in tijdelijke huisvesting van een groep woningzoekenden, waarvan verwacht wordt dat een (groot) deel van hen tijdelijk op de sociale huur is aangewezen. Dit geldt zeker voor studenten. Het college realiseert zich dat een deel van de groep die hiervan gebruik maakt, ook na afloop van het tijdelijke contract, qua inkomen nog aangewezen is op sociale huur. Zeker nu door prijsstijging in de afgelopen jaren het aanbod in het lage middeldure huursegment en het goedkope koopaanbod is afgenomen. Om hun kansen te bevorderen geldt dat de inschrijving op WoningNet bij aanvaarding van een tijdelijk contract, gewoon blijft doorlopen. Hiermee hebben zij gelijke kansen ten aanzien van starters op de woningmarkt die geen tijdelijk contract hebben. Het tijdelijk contract moet daarom nadrukkelijk gezien worden als een extra optie voor tijdelijke huisvesting, bijvoorbeeld in verband met studie, en niet als een opstap naar sociale huur.
9.
Doe meer voor gezinnen
Er zijn meer kansen nodig voor gezinnen. Er is grote schaarste op de woningmarkt. Dat geldt voor alle woningzoekenden, ook voor gezinnen. Uit
jaarcijfers over de woonruimtebemiddeling blijkt niet dat hun positie veel slechter is dan die van andere woningzoekenden. De gemiddelde inschrijfduur bij toewijzing in 2019 was voor kleine gezinnen 13 jaar en voor grote gezinnen 11 jaar. Dit is ongeveer gelijk aan de gemiddelde inschrijftijd die nodig is om een
39
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
woning te krijgen. Wel blijkt uit het participatietraject in het voorjaar van 2019 groot draagvlak voor extra steun aan gezinnen in moeilijke omstandigheden. Daarom worden situatiepunten gegeven bij de omstandigheden relatiebreuk met kinderen en inwonend met kinderen.
Meerderjarige kinderen moeten ook meetellen voor huishouden. Kinderen van 18 jaar of ouder tellen niet meer mee in de grootte van het huishouden en bijbehorende voorrang voor gezinswoningen. Hier is voor gekozen, omdat de kans dat die kinderen binnen enkele jaren een eigen woning zoeken reëel is. Omdat grote woningen schaars zijn, is er voor gekozen deze grote woningen vooral te benutten voor gezinnen met jonge kinderen, die naar verwachting nog langer thuis zullen blijven wonen.
40
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Hopelijk biedt het nieuwe systeem meer kansen voor gezinnen. Het nieuwe systeem biedt meer mogelijkheden voor huishoudens die actief zoeken. Daarnaast komen er situatiepunten voor de omstandigheden 1) relatiebreuk met kinderen, 2) inwonend met kinderen en 3) problematisch thuiswonende jongeren. Bij twee van de drie situaties gaat het om gezinnen. Deze gezinnen maken straks in het nieuwe systeem meer kans.
Voorrang voor grote gezinnen beperkt hun aanbod, zij kunnen niet meer op woningen voor kleine gezinnen reageren. Heeft dit te maken met landelijke regelgeving? Er zijn geen landelijke regels ten aanzien van toewijzing van woningen aan grote gezinnen. Om te zorgen voor een evenwichtige verdeling labelen gemeenten in de regio de woningen voor bepaalde doelgroepen. In bijvoorbeeld Amsterdam worden grote woningen gelabeld voor grote gezinnen. Dit zijn woningen die qua aantal kamers het meest geschikt zijn. Uit de cijfers is gebleken dat de gemiddelde wachttijd voor grote gezinnen ongeveer even hoog is als de gemiddelde wachttijd van woningzoekenden in het algemeen en iets lager dan de wachttijd voor kleine gezinnen. Overigens kunnen grote gezinnen ook reageren op andere woningen, zolang aan de woonbezettingsnormen wordt voldaan. Zij krijgen dan alleen geen voorrang op deze woningen.
10.
Doe meer voor doorstromers
Beloon doorstroming, doe meer voor doorstromers, bijvoorbeeld door woningen apart te houden voor deze groep. Er bestaan diverse mogelijkheden voor doorstromers. Binnen de sociale huur bestaan de
verhuisregelingen. Corporatiewoningen in de vrije sector (middensegment) worden met voorrang aangeboden aan huurders die een sociale huurwoning achterlaten. Ook gebeurt het dat corporaties koopwoningen met voorrang aanbieden aan sociale huurders. Komende jaren wordt verder onderzocht welke mogelijkheden er zijn om de doorstroming te bevorderen.
41
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Geef ook punten voor woningzoekenden die een sociale huurwoning achterlaten door te gaan samenwonen. In het verleden is de mogelijkheid onderzocht om inschrijfduur samen te voegen. Conclusie was toen dat het niet uitvoerbaar is vanwege fraudegevoeligheid. Bovendien worden woningzoekenden aangemoedigd om zich individueel in te schrijven. Na relatiebreuk hebben zij dan meer kans op een andere woning.
11.
Voorrang voor eigen inwoners
Doe meer voor de jongeren uit de eigen gemeente. Voorrang voor eigen inwoners in de gemeente. Voorrang in de eigen wijk. Positie eigen inwoners mag niet ten koste gaan van nieuwkomers. De nieuwe verdeling maakt de positie voor jongeren aanzienlijk beter door startpunten en situatiepunten
in te voeren die flink zwaarder kunnen wegen dan inschrijfduur. Gemeentes behouden daarnaast ook de mogelijkheid om lokale binding als voorrangscriterium te gebruiken in de woonruimteverdeling. Deze laatste mogelijkheid blijft ook in het nieuwe systeem bestaan, de mate waarin het toegepast wordt is afhankelijk van de situatie en bestuurlijke voorkeuren per gemeente. Voorrang voor Amsterdamse jongeren die voor studie buiten Amsterdam hebben gewoond en weer terug willen keren. Amsterdamse jongeren die elders gaan wonen om te studeren, kunnen nog maximaal vier jaar gebruik maken van de voorrangsregeling voor jongerenwoningen. Dat is krap maar niet onmogelijk. Degenen die na een afgeronde studie zich weer in Amsterdam willen vestigen vallen grotendeels buiten de inkomensgroep voor sociale huurwoningen, zeker na enkele jaren te hebben gewerkt. Daarom wordt dit voorstel niet overgenomen.
12.
Uitstroom tijdelijke contracten/jongerencontracten
Neem maatregelen om de uitstroom uit alle tijdelijke contracten te bevorderen. Woningzoekenden geven aan dat zij of hun naasten in een problematische situatie verkeren door het aflopen van een tijdelijk contract. Jongerencontracten leveren veel stress op bij mensen. Geef voorrang bij de uitstroom uit een jongerencontract. Schaf het werken met jongerencontracten helemaal af. De jongeren en studentencontracten, met een contractduur van 5 jaar, zijn bedoeld om te voorzien in tijdelijke huisvesting van een groep woningzoekenden, waarvan verwacht wordt dat een (groot) deel van hen tijdelijk op de sociale huur is aangewezen. Het college realiseert zich dat een deel van de groep die hiervan gebruik maakt, ook na afloop van het tijdelijke contract, qua inkomen nog aangewezen is op sociale huur. Zeker nu door prijsstijging in de afgelopen jaren het aanbod in het lage middeldure huursegment en het goedkope koopaanbod is afgenomen. Om hun kansen te bevorderen geldt dat de inschrijving op WoningNet bij aanvaarding van een tijdelijk contract, gewoon blijft doorlopen. Hiermee hebben zij gelijke kansen ten aanzien van starters op de woningmarkt die geen tijdelijk contract hebben.
42
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Het tijdelijk contract moet daarom nadrukkelijk gezien worden als een extra optie voor tijdelijke huisvesting, bijvoorbeeld in verband met studie, en niet als een opstap naar sociale huur.
Het perspectief van studenten, die moeten uitstromen uit een woning met campuscontract is daarbij anders dan het perspectief van jongeren zonder studie die een sociale huurwoning betrekken. Zij zullen vaker langdurig op sociale huur aangewezen zijn. Daarom wordt het via een tijdelijk experiment mogelijk om specifiek de jongeren, die na afloop van een jongerencontract geen alternatief hebben, te ondersteunen bij het zoeken naar een woning in de reguliere sociale huur. Deze jongeren kunnen, bij bijzondere omstandigheden, in aanmerking komen voor extra startpunten. Die voorwaarden zijn bijvoorbeeld het aantoonbaar langdurig gezocht hebben naar een woning in de sociale huursector of het hebben van kinderen.
13.
Loten voor jongerencontracten
Loten is voor gelukszoekers en daarom niet wenselijk als manier om de volgorde te bepalen waarin woningzoekenden in aanmerking komen voor een sociale huurwoning. Loten zou moeten ingevoerd voor alle woningen waar jongeren (18-35 jaar) voor in aanmerking komen. Zoals ook aangegeven bij het voorstel om loten in te voeren als alternatief verdeelsysteem, is het college geen voorstander van het invoeren van loten als enige manier om woningen te verdelen. Voor jongerenwoningen wordt loten echter wel gezien als een aanvulling op de reguliere verdeling via wachten, zoeken en situatie. Reden is dat het hier gaat om verdeling van woningen aan starters, die over het algemeen nog geen wachtpunten hebben kunnen opbouwen. Op dit moment komen bij een reguliere jongerenwoning alleen jongeren in aanmerking die bijna de maximale leeftijdsgrens bereikt hebben en al vanaf hun 18e ingeschreven staan. Loten zou dan als doel hebben meer spreiding in leeftijd bij de jongerenwoningen te bewerkstelligen en ook jongere mensen kans te bieden op een sociale huurwoning.
14.
Transparantie van het nieuwe systeem
Insprekers hebben kritiek op de wijze waarop WoningNet op dit moment is ingericht. Woningzoekenden hebben behoefte aan meer duidelijkheid over de woningen en de kansen die ze maken op een woning. Er zijn specifieke kritiekpunten beschreven en suggesties gedaan voor verbetering.
14.1
Opmerkingen transparantie
Laat zien hoe veel punten een woningzoekende heeft. Hopelijk komt er beter inzicht in de verdeling van de woningen in het nieuwe systeem. Hopelijk komt er meer zicht op de wachttijd in het nieuwe systeem. Met het huidige systeem zie je wanneer je aan de beurt bent. Reageerhistorie is niet goed zichtbaar en het is niet duidelijk aan welke woningzoekende de woning is toegewezen. WoningNet is een kwalitatief slechte website.
43
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Woningzoekenden die naar een sociale huurwoning zoeken mogen goede en heldere informatie verwachten op de websites van WoningNet en Woonmatch. Met de overgang naar het nieuwe systeem wordt ook gekeken naar de inrichting van de websites van WoningNet en Woonmatch. Goed zicht op het totaal aantal punten, aantal reacties op een woning en de kans op woningtoewijzing worden meegenomen in de uitwerking. Goede informatie over het aanbod van woningen op WoningNet is essentieel. Een aangeboden woning moet voorzien zijn van goede foto’s, een plattegrond van de woning, buurtinformatie, een uitgebreide woningomschrijving en benoeming van bekende gebreken. Eventueel kan een filmpje worden toegevoegd. Om zo transparant mogelijk uitleg te geven is gebruik van filmpjes, eenvoudige stroomschema’s en instructies noodzakelijk. Informatie moet zowel digitaal als in print worden geleverd. Vormgeving, fotografie, kleur- en tekstgebruik kunnen bijdragen aan heldere en duidelijke informatie.
14.2
Vragen en opmerkingen begeleiding
Het is onduidelijk waar de woningzoekende geholpen kan worden wanneer daar behoefte aan is bij dit ingewikkelde systeem. Is hulp bij het zoeken van een woning ook mogelijk? Senioren zonder netwerk gaan aankloppen bij corporaties die geen baliefunctie hebben. Door corporaties wordt niet goed geïnformeerd over WMO-urgenties. Een goede ondersteuning bij de invoering van het nieuwe systeem is nodig. Zeker voor woningzoekenden die (digi)taal minder vaardig zijn. In de huidige situatie kunnen mensen in bijna alle gemeenten al terecht bij het sociaal wijkteam. Ook in de toekomst blijft het belangrijk dat woningzoekenden een lokale plek hebben waar zij terecht kunnen. Wel is die ondersteuning gericht op (digitale) zelfredzaamheid. Dit najaar wordt nader in beeld gebracht welke extra begeleiding voor onder andere ouderen nodig is. Er wordt gedacht aan incidentele en structurele persoonlijke begeleiding op lokale plekken, informatie- en instructieboekjes, instructiefilmpjes, stroomschema’s met pictogrammen en een toegankelijke en heldere inrichting van het nieuwe systeem op WoningNet en Woonmatch.
15.
Uitlegbaarheid
Veel inspraakreacties vragen aandacht voor de uitlegbaarheid van het nieuwe systeem. Ook bestuurders hebben aangegeven veel waarde te hechten aan een goede uitleg. Daarnaast wordt verwacht dat, na invoering van het nieuwe systeem extra begeleiding nodig is om doelgroepen te helpen het nieuwe systeem te begrijpen. Ook daarna blijft begeleiding nodig voor met name de minder (digi-)taalvaardigen. Deze begeleiding is er op gericht
44
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
woningzoekenden zoveel mogelijk zelfredzaam te maken.
Maak het niet te ingewikkeld, goede communicatie is belangrijk. Voorstel maakt het nog ingewikkelder, is nu al moeilijk. Veel te ingewikkeld. Denk aan de gewone woningzoekende. We onderschrijven het belang van goede communicatie. In de eerste periode na invoering van het nieuwe systeem worden eenmalige acties ingezet om woningzoekenden op de hoogte te brengen van de wijzigingen. Met een informatiecampagne, (digitale) bijeenkomsten, informatieboekjes, stroomschema’s en instructiefilmpjes willen we woningzoekenden bereiken en helpen het nieuwe systeem te begrijpen. En zoals bij punt 8 is aangegeven: ook transparantie van het nieuwe systeem en begeleiding is aandacht voor.
45
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
De communicatie is gericht op alle woningzoekenden die te maken krijgen met het nieuwe woonruimteverdeelsysteem, ook de gewone woningzoekende. Specifieke aandacht is er voor de doelgroepen in dringende situaties, jongeren, gezinnen, senioren en mensen die minder (digi-)taal vaardig zijn.
16.
Voorstellen voor een alternatief systeem
Geef meer prioriteit aan mensen die bijdragen een de groentaakstelling. Voer motivatiepunten in, waarbij goed gedrag van huurders en maatschappelijke betrokkenheid beloont wordt. Geef puntenaftrek voor negatief gedrag. Geef mensen die willen verhuizen uit een felbegeerde woonplaats voorrang. Maak WoningNet/Woonmatch hiervoor landelijk. Belangrijk aandachtspunt is dat de gemeente stuurt op de woonruimteverdeling omdat er sprake is van schaarste in het sociale huursegment. Via de Huisvestingswet kunnen gemeenten sturen op verdeling van sociale huurwoningen om onevenredige en onevenwichtige effecten van die schaarste tegen te gaan. Daarbij is het niet mogelijk om te sturen op leefbaarheid. Dat is alleen mogelijk in afgebakende gebieden op basis van de wet grootstedelijke problematiek. Daarom is het niet mogelijk en wenselijk om breed voorrang te geven aan mensen die naar oordeel van B&W zich goed/ wenselijk gedragen, zoals de voorbeelden die genoemd worden ten aanzien van groentaakstellingen en motivatie/ goed gedrag. Zo is ook het voorrang geven van mensen uit een gewilde woonplaats een onwenselijke vorm van discriminatie. Zij worden niet meer van de woningmarkt verdrongen dan mensen uit andere gemeenten.
Geef meer prioriteit op mensen die al lange tijd op zoek zijn, of bijvoorbeeld al 25 jaar gewacht hebben. Geef mensen die jarenlang gespaard hebben extra inschrijfduur mee. Laat mensen die een nieuwe woning accepteren hun wachtpunten behouden, om de doorstroming te bevorderen. Geef mensen die selectief reageren meer punten, net als mensen die een woning achterlaten. Alle bovenstaande voorstellen hebben gemeen dat ze bedoeld zijn om de doorstroming te bevorderen. Om dat te bereiken krijgen mensen die nu in een woning wonen een bepaalde mate van voorrang. Het breed geven van voorrang aan mensen die al een woning hebben past niet bij de doelstellingen van deze herziening. Het gaat er juist om, om de positie van woonstarters en groepen die nu bijna helemaal geen kans hebben te bevorderen. Maak het mogelijk om punten te doneren aan andere woningzoekenden die dat harder nodig hebben. Het doneren van punten is een sympathiek voorstel dat de woningzoekende die deze punten ontvangt ook daadwerkelijk meer kansen geeft. Bezwaar ertegen is echter dat mensen dan afhankelijk worden van de bereidheid van hun netwerk om punten te doneren. Dat vermindert de kansen van mensen zonder sociaal netwerk, terwijl zij juist soms ook een steun in de rug nodig hebben bij het zoeken naar een woning.
Geef mensen meer kans naarmate het inkomen lager is. Gevraagd wordt mensen met een lager inkomen meer kans te geven. Het college ziet voor alle huishoudens die aangewezen zijn op de sociale huur een grote schaarste. Er is voor al deze huishoudens bijna geen alternatief, omdat de huursprong naar de vrije sector te groot is en er vaak ook geen mogelijkheden zijn om een woning te kopen, behalve bij een groot eigen vermogen. Bovendien wordt via Rijksbeleid gestuurd op het passend toewijzen van woningen naar inkomen. Daarom is er geen aanleiding extra voorrang te geven aan deze groep.
46
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Verdeel woningen via loten. Dit levert gelijke kansen op voor starters en kan toegepast worden voor spoedzoekers. Voorgesteld wordt meer woningen te verloten. Gedachte daarbij is dat iedereen dan evenveel kans maakt. Het college vindt echter dat het breed toepassen van loten in grote schaarste niet voldoende recht doet aan het uitgangspunt om meer woningen beschikbaar te stellen voor mensen die dat het hardste nodig hebben. Bovendien zullen sommige mensen de ‘pech’ hebben dat zij altijd uitgeloot worden. Er is dan ook geen enkel zicht meer op het perspectief voor een woning en hoe lang dat duurt. Juist duidelijkheid over wachttijden maakt dat mensen zich realiseren dat ze zich ook op alternatieven voor het sociale huursegment zullen moeten beraden.
47
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Uit het participatietraject in het voorjaar van 2019 is ook heel duidelijk gebleken dat voor het puur verdelen van woningen op basis van loten, geen draagvlak is. Loten voor jongerenwoningen blijft overigens mogelijk.
Maak een fast tracksysteem om woningen te zoeken voor echt behoeftigen. Vijf jaar wachten is voor hen te lang. Jaren wachten is te lang in noodsituaties. In echt levensontwrichtende situaties wordt daarom gewerkt met urgenties. Uitgangspunt bij een urgentiestatus is dat de woningzoekende binnen een half jaar aan een woning is geholpen. Voor alle andere woningzoekenden is er geen garantie op een termijn waarbinnen een woning gevonden kan worden. Dat hangt af van het beschikbare aanbod en het type en de plek van de woning waarop gereageerd wordt. Hoe gewilder een woning, hoe langer daarvoor gewacht moet worden. De zoekpunten en situatiepunten zijn bedoeld om mensen in moeilijke situaties een steun in de rug te geven bij het zoeken, om hun kansen op een woning te vergroten. Daarbij wordt ook het evenwicht gezocht, zodat mensen zonder deze situaties ook nog in aanmerking kunnen komen voor een woning. Dat biedt geen ruimte om woningen ‘apart’ te reserveren voor mensen die niet binnen de urgentieregeling van de gemeente passen. Deze urgentieregeling is noodgedwongen streng. Een groot deel van het woningaanbod wordt nu al verhuurd aan mensen met een urgentiestatus.
Zorg voor een speciaal voor mantelzorg geschikte sociale huurwoning waar verzorger en hulpbehoevende samen kunnen wonen. Initiatieven voor bijzondere woonvormen vallen buiten de scope van dit voorstel. Het idee zou besproken kunnen worden bij de lokale gemeente en corporatie, hopelijk is daar een ingang te vinden voor dit initiatief.
17.
Planning en proces
17.1
Reacties-positief: voer het voorstel zo snel mogelijk in
Zorg voor een snelle invoering van de plannen, er wordt uitgekeken naar de invoeringsdatum. Omdat er sprake is van grootschalige wijzigingen, zijn er geen mogelijkheden de huidige planning te versnellen. Wel wordt er hard aan gewerkt om de huidige planning te realiseren. Eind 2020 is besloten het voorstel, inclusief de wijzigingen die volgden uit de inspraak, aan te bieden aan de 15 colleges van B&W en gemeenteraden in de regio. Na vaststelling van dit beleidsvoorstel in maart 2021 worden de afspraken vastgelegd in de huisvestingsverordeningen. Ook moeten de aanbodsites waarop de sociale huurwoningen worden aangeboden, WoningNet en Woonmatch, worden aangepast. Dit is een vrij ingewikkelde aanpassing, omdat de programmering van deze systemen op de nieuwe verdeling moet worden aangepast. Verwacht wordt dat de nieuwe woonruimteverdeling daarom per mei 2022 van kracht wordt.
Verzocht wordt alle inspraak te betrekken bij de besluitvorming.
48
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Alle inspraak is verwerkt in deze Nota van beantwoording. Omdat er sprake is van bijna 1000 reacties in alle gemeenten die samenwerken bij dit beleidsvoorstel, zijn de reacties wel gegroepeerd en waar mogelijk samengevat. Daarbij wordt zo veel mogelijk recht gedaan aan alle inspraakreacties. Deze nota van beantwoording is betrokken bij de besluitvorming van de samenwerkende partijen in de regio, en voorgelegd aan de 15 colleges van B&W van alle gemeenten in de regio. De nota van beantwoording wordt ook toegestuurd aan de 15 gemeenteraden, zodat zij de reacties mee kunnen wegen in hun besluitvorming. De raden stellen het beleidsvoorstel vast. In een aantal gevallen hebben de reacties geleid tot voorstellen tot wijziging van het beleidsvoorstel. U vindt deze voorstellen voor wijziging in deze nota van beantwoording.
49
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
17.2
Negatief- niet voldoende tijd om in te spreken
Insprekers vinden dat zij te laat zijn geïnformeerd over de inspraak en dat zij daardoor te kort de tijd hebben om te reageren. De communicatie is te karig. De gemeente informeert bewust mensen slecht om de besluitvorming erdoor te krijgen. Dat er onvoldoende en te laat is gecommuniceerd over de inspraak is incorrect. Bij de start van de inspraakperiode op 2 juni 2020 is veel communicatie ingezet om het beleidsvoorstel en de mogelijkheid tot inspraak kenbaar te maken. Alle gemeenten en corporaties hebben informatie op hun website en sociale media geplaatst. In alle lokale kranten in de gemeenten hebben advertenties gestaan. Daarnaast zijn advertenties geplaatst in De Telegraaf, Het Parool en Noord-Hollands dagblad. Er zijn posters en folders uitgegeven en op meer dan honderd plaatsen verspreid in de gemeenten. En corporaties hebben artikelen geplaatst in hun bladen. Ook huurdersverenigingen hebben informatie verspreid. In een aantal kranten hebben interviews gestaan en Pakhuis de Zwijger heeft een digitale bijeenkomst gehouden over het nieuwe voorstel. Vanuit het project is een eigen website ontwikkeld. Met een animatie, iconen en korte, eenvoudige teksten is uitleg gegeven over het beleidsvoorstel.
18.
Monitoring
Monitor of gestelde doelen worden gehaald. Monitoring is een belangrijk onderdeel van de het nieuwe systeem. Vanaf de invoering zal nauwlettend in de gaten worden gehouden of de effecten die worden beoogd ook worden gehaald en of er geen ongewenste bijkomende effecten zicht voordoen. Daarnaast zal na 3 jaar een uitgebreide evaluatie plaatsvinden. Dan zijn de volle effecten van de zoekpunten goed zichtbaar. Het voordeel van dit nieuwe systeem is dat er meer variabelen zijn dan in het huidige om de effecten zonder veel extra moeite bij te stellen.
III. Inspraak op aanpalend beleid, niet op het voorstel 19.
Vergroot het aanbod, ook in het middensegment
19.1
Vergroot het aanbod
Vergroot aanbod in plaats van sturen op verdeling schaarste, minder verkoop en/of liberalisatie, meer middensegment. Een deel van de insprekers wijst er op dat de nieuwe woonruimteverdeling de schaarste niet op gaat lossen. Sommige insprekers gaan verder en zijn van mening dat de moeite die gestopt is in het voorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling beter gestopt had kunnen worden in de bouw van nieuwe sociale huurwoningen. Of in het stoppen van de verkoop van sociale huur. Of in het niet langer liberaliseren van sociale huurwoningen. Kortom: zorg voor meer aanbod.
50
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Het is waar dat een nieuwe woonruimteverdeling de schaarste niet gaat oplossen. Woonruimteverdeling in de regio Amsterdam is in de huidige marktomstandigheden per definitie een manier om de schaarste te verdelen, niet om deze op te lossen. Dat er gewerkt wordt aan een nieuwe woonruimteverdeling, betekent niet dat er geen werk verzet wordt in de nieuwbouw. Om het woningtekort aan te pakken, hebben gemeenten en corporaties in de regio maatregelen genomen. Er is een fors bouwprogramma, ook voor nieuwbouw van sociale huurwoningen. Zo is in de Woondeal tussen de Metropoolregio Amsterdam en het Rijk afgesproken dat er tot en met 2025 100.000 woningen gebouwd worden, waarvan een substantieel deel sociale huur. Een groot deel van deze woningen wordt gebouwd in Amstelland-Meerlanden, Amsterdam en ZaanstreekWaterland. Ondanks deze inspanningen is de verwachting dat de schaarste voorlopig niet afneemt. De bevolking blijft namelijk groeien. De vraag naar sociale huurwoningen wordt ook diverser. Er zijn meer woningzoekenden met een spoedvraag die voorheen zelf oplossingen vonden buiten de sociale huurmarkt om. In Amsterdam zijn samenwerkingsafspraken gemaakt tussen de huurders, corporaties en de gemeente. Hierin is een aanzienlijke toename van de voorraad sociale huurwoningen afgesproken met in totaal 3.000 woningen in de periode 2020-2023.
Dat betekent een trendbreuk: want voor het eerst in een kwart eeuw groeit het aantal sociale huurwoningen in eigendom van corporaties weer. Daarnaast komen er tot en met eind 2023 ook nog eens 1.100 middeldure corporatiewoningen bij. Neem particuliere huursector ook onder de regels op. De gemeente kan alleen regels opleggen voor huurwoningen die vallen onder de vergunningsplicht van de huisvestingsvergunning. In Purmerend en Beemster is er voor gekozen om voor particuliere huurwoningen een beperkter aantal regels op te nemen. De omvang van het aantal aangeboden woningen is soms heel klein, bovendien is er sprake van heel veel verschillende partijen waar dan gelijkluidende regels mee afgesproken zouden moeten worden. Wel geldt er een inkomensgrens. Voor specifieke middeldure huurwoningen gelden aanvullende regels. Vergroot het aanbod voor specifieke groepen. Er moet meer aanbod komen voor specifieke categorieën, waaronder gezinnen, jongeren en 55+. De oproep is meer grote sociale huurwoningen te bouwen. Ook moet de nieuwbouw betaalbaar en voldoende groot zijn. Voor de nieuwbouw hebben huurders, corporaties en de gemeenten afspraken gemaakt in de vierjarige prestatieafspraken.
51
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Meer bouwen in (lage) middensegment. Er moet wel een reëel/betaalbaar alternatief zijn voor mensen die net te veel verdienen voor sociale huur. Het college beaamt dat het toevoegen van woningen in het middensegment meer doorstroming vanuit de sociale huur op gang kan brengen. Via de Nota Kaders en Instrumenten woningbouwprogrammering werkt de gemeente Purmerend hieraan. Overigens valt het bouwen en toewijzen van middeldure huurwoningen buiten de voorstellen die nu voorliggen. Stop verkoop, zeker van benedenwoningen, want juist die leveren doorstroming op van ouderen. Gepleit wordt voor de stop van de verkoop van benedenwoningen. Voor ouderen die niet meer de trap op kunnen is voldoende aanbod van deze woningen van belang. Gezien de ambitie om het aantal sociale huurwoningen van corporaties te laten groeien is het de verwachting dat het aantal benedenwoningen dat verkocht gaat worden wel lager zal zijn dan in de voorgaande jaren.
19.2
Betaalbaarheid van het wonen
Sociale huurwoningen worden te duur. Sommige insprekers geven aan dat ze de sociale huur te duur vinden (worden). Voor de betaalbaarheid hebben de huurders, de corporaties en de gemeente afgesproken dat in Beemster en Purmerend het Sociaal Huurakkoord wordt toegepast. Dit geldt ook voor de sociale huur in de nieuwbouw.
52
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Aandacht voor dure scheefwoners (te duur wonende mensen).
20. Verhuisregelingen Door verschillende insprekers worden suggesties gedaan om de doorstroming op gang te houden en te verbeteren, met name de doorstroming van ouderen naar een passende woning. Wat gebeurt er met regelingen als bijvoorbeeld Van groot naar beter? Verhuisregelingen verbeteren, ouderen willen vaak wel weg. Ook mensen die kleiner willen wonen/scheefwonen en van grote woning naar begane grond willen. Beloon een senior die van een grote woning naar een kleinere verhuist. Geef voorkeursrecht aan senioren die gebruik willen maken van de hoog/laagregeling. Zeker als ze een sociale huurwoning achterlaten. Maak doorstromen zonder huursprong mogelijk. Diverse insprekers adviseren om ouderen voorrang te geven voor passende en kleinere woningen, bijvoorbeeld op de begane grond, In een aantal andere gemeenten bestaan hier de zogenaamde verhuisregelingen voor: Van Hoog Naar Laag, en Van Groot Naar Beter. Via Van Hoog Naar Laag krijgen ouderen voorrang op een woning op de begane grond of 1 hoog, of een woning met lift. Met Van Groot naar Beter krijgen kleine huishoudens voorrang op een kleinere woning wanneer zij een grote woning achterlaten en kunnen ze hier een verhuiskostenvergoeding voor krijgen. Bij beide regelingen mag de huurder in bijna alle gevallen de huur van de oude woning meenemen naar de nieuwe woning.
Beemster en Purmerend kennen deze regelingen niet, maar hier wordt, samen met de andere gemeenten van Zaanstreek-Waterland, gewerkt aan een (tijdelijke) regionale verhuisregeling voor senioren. Deze geeft voorrang op bepaalde voor senioren geschikte woningen en voorziet in huurbehoud bij verhuizing en een verhuisvergoeding. Al dit soort regelingen blijven in het nieuwe systeem ook van kracht. Komende jaren zullen ze uitgebreider onder de aandacht worden gebracht. Voorrangsregeling van hoog naar laag 65+ vanuit geliberaliseerde huurwoning. Van Hoog Naar Laag is momenteel alleen ingericht voor huurders binnen de sociale huursector, zodat ook opnieuw een sociale huurwoning vrij komt. De 65+ers uit geliberaliseerde of particuliere huurwoningen hebben veelal een lange inschrijfduur en kunnen daardoor relatief snel een woning bemachtigen. Ook een voorrang medische indicatie/WMOindicatie/65+ geeft hun voorrang wanneer de woning in verband met gezondheid niet meer toegankelijk is en ze kunnen aanspraak maken op seniorenwoningen. Mensen die ‘te ruim’ of scheefwonen verplichten te verhuizen/ aanpakken scheefwonen. Verschillende keren is gevraagd om huurders die financieel of fysiek scheefwonen te verplichten om te verhuizen. Deze discussie is niet betrokken bij deze herziening van de woonruimteverdeling.
Wel kan een corporatie grotere huurverhogingen doorvoeren bij huurders die een te hoog inkomen hebben voor een
53
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
sociale huurwoning. Stimuleer de mogelijkheden voor woningruil. Woningruil is voor huurders een waardevol instrument om kansen op een andere woning te vergroten. In praktijk blijkt het vaak lastig om tot een ruil te komen waarbij beide partijen tevreden zijn en aan de voorwaarden voldoen. Het vergroten van de bekendheid van de mogelijkheden voor woningruil kan zeker bijdragen aan meer matches. Dit wordt gefaciliteerd door de websitewww.ruilmijnwoning.nl
IV. Vragen over het huidige systeem van woonruimteverdeling 21.
Aanbod en overige algemene vragen
Het is nu al zo moeilijk een woning te vinden, wachttijden zijn veel te lang. Het zal moeilijk blijven zolang schaarste niet is opgelost. Hiermee bieden we starters en mensen in bepaalde moeilijke situaties meer kansen waar deze nu eerst jaren wachttijd zouden moeten opbouwen. Wijs geen grote woningen toe aan jongeren (zoals De Key doet). Jongerenwoningen maximaal 40 m2. Geen grote woningen toewijzen aan eenpersoonshuishouden. Over het algemeen geldt dat grote woningen worden gereserveerd voor grotere huishoudens, via de passendheidsnormen. Alle corporaties zijn verplicht zich te houden aan deze normen uit de huisvestingsverordening. Waarom telt vermogen niet mee bij toewijzing, dat is niet eerlijk. In de gemeente Amsterdam is onderzocht of het vermogen zou moeten meetellen bij toewijzing. Daarbij werd vermogen gedefinieerd als een bedrag dat iemand in staat moet stellen om een andere woning in de vrije sector voor langere tijd te huren of een koopwoning te kopen. Uit dat onderzoek bleek dat er maar zeer weinig mensen zijn die over een dergelijk inkomen beschikken, terwijl dit ook altijd arbitrair blijft. Want hoe veel is voldoende om de oude dag door te brengen? Ook voor andere gemeenten zal dit beeld gelden. Voorkeur voor twee huren beleid. Woningcorporaties moeten van de Rijksoverheid passend toewijzen. Ze kunnen dit op verschillende manieren vormgeven.
Een daarvan is het toepassen van een twee hurenbeleid. De gemeente is hiervan voorstander, het vergroot de kansen van woningzoekenden die anders vanwege inkomensgrenzen veel moeilijker een woning kunnen vinden omdat ze in een bepaalde inkomenscategorie vallen of een
54
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
bepaalde gezinsgrootte hebben. De corporaties passen echter dit beleid toe en maken hierin keuzes. De gemeente heeft geen directe invloed op de uitvoering door de corporaties.
22.
Huidige urgentiesystematiek
Blijft sociaal-medisch urgentie mogelijk? Huishoudens met sociaal-medisch urgentie moeten voorrang krijgen. In het nieuwe systeem is er nog steeds sprake van een urgentieregeling. De voorstellen gaan vooral over de verdeling van woningen voor de overige woningzoekenden, die via WoningNet en Woonmatch reageren. In een aantal gemeenten kunnen sociaal-medisch urgenten op dit moment zelf zoeken. Verandering voor hen is dat zij in het nieuwe voorstel direct bemiddeld zullen worden. De urgentie categorie sociaal-medisch urgenten blijft in de nieuwe werkwijze gehandhaafd. De urgentiestatus betekent dat de huishoudens met sociaal-medische urgentie voorrang krijgen op andere woningzoekenden. De werkwijze per gemeente is daarbij verschillend. In een aantal gemeenten worden sociaal-medisch urgenten nu al direct bemiddeld. Dit is het geval in Purmerend en Beemster. In andere gemeenten kunnen sociaal-medisch urgenten nu zelf zoeken op de aanbodsites. Daarbij gelden soms beperkende voorwaarden. Zo krijgen urgenten niet op alle woningen voorrang. Dat is mede afhankelijk van het zoekprofiel dat bij de urgentie wordt afgegeven. Als op een woning buiten het zoekprofiel wordt gereageerd, telt de urgentiestatus niet mee in de volgordebepaling.
23.
Verblijfsgerechtigde statushouders
Geef statushouders geen voorrang. Elke gemeente in Nederland krijgt een taakstelling opgelegd ten aanzien van een jaarlijks aantal te huisvesten statushouders met verblijfsvergunning. Deze huishoudens hebben nog geen kans gehad om wachttijd op te bouwen. Om te voldoen aan de taakstelling heeft deze groep daarom voorrang nodig.