CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

C gewijzigd Overzicht wijzigingen en toelichting Algemene plaatselijke verordening Purmerend

Gemeenteraad 30 juni 2021, gemeente PurmerendBij agendapunt: Wijziging APV Purmerend 202149.346 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

22 alinea's met “sluiting”: 143 144 146 147 149 152 154 174 176 204 220 222 332 336 356 357 358 359 414 416 418 420

Dit artikel volgt uit de model Apv en was al opgenomen in de Apv van Beemster. Vanwege de harmonisatie is dit artikel daarom ook in de nieuwe Apv van Purmerend opgenomen. Dit artikel is overigens door de VNG recentelijk gewijzigd. Zo zijn de leden 2 en 3 nieuw toegevoegd. Zie voor een toelichting in dit verband de VNG ledenbrief 20/075 - Wijziging

18

Artikel 113 Aanmelding evenementen Vervallen AFDELING 2 Toezicht op openbare inrichtingen Paragraaf 1 Toezicht op horecabedrijven Vervallen. Artikel 23 Ordeverstoring Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren. Artikel 24 Vervallen. Artikel 25 Vervallen. Artikel 26 Vervallen. Artikel 27 Vervallen Artikel 110a Begripsomschrijvingen 1. In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. horecabedrijf: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis of daaraan verwante inrichting waar tegen vergoeding logies wordt verstrekt, dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt; b. terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt; c. houder: degene die een horecabedrijf exploiteert op grond van het bepaalde in artikel 110b; d. nachtzaak: een horecabedrijf, tevens horecabedrijf in de zin van artikel 1 van de Drank- en Horecawet, waarvoor, voor de uren tussen 0.00 uur en 5.00 uur, ontheffing is verleend, als bedoeld in artikel 110c, tweede lid. 2.

Onder horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan: een bij dit bedrijf behorend terras en andere aangehorigheden. 3. Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers: a. de gezinsleden van de houder, alsmede zijn elders wonende bloed- en aanverwanten, in de

3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. n.v.t.

Model-APV (OMG) van 15 oktober 2020.

Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen

Voorheen was deze afdeling opgenomen in hoofdstuk 5. In de nieuwe Apv wordt de model Apv gevolgd en daarom is de afdeling nu opgenomen in hoofdstuk 2. Dit artikel is niet meer opgenomen in de model Apv.

n.v.t.

Artikel 2:27 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, motel, restaurant, pension, café, cafetaria, een inrichting waar waterpijp wordt gerookt, snackbar, bar, automatiek, croissanterie, crêperie, broodjeswinkel, afhaalen bezorgzaak, shoarmazaak, koffiehuis, ijssalon, discotheek, buurthuis, clubhuis of daaraan verwante inrichting waar tegen vergoeding logies wordt verstrekt, dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid en/of verstrekt. 2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.

Artikel van model Apv grotendeels overgenomen. Ten opzichte van het artikel van de model Apv zijn de volgende onderdelen toegevoegd aan het artikel in de nieuwe Apv van Purmerend: - Een inrichting waar waterpijp wordt gerookt en afhaal- en bezorgzaak zijn toegevoegd aan lid 1. Verder wordt in de nieuwe Apv gewerkt met de definitie ‘openbare inrichting’. Onder openbare inrichting wordt ook verstaan een afhaal- en bezorgzaak, waardoor het verboden is om een dergelijke zaak zonder vergunning van de burgemeester te exploiteren. Net zoals in de Apv 2003, maakt een terras, ook in de nieuwe Apv, onderdeel uit van de openbare inrichting.

19

rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad; b. de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht; c. de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is. Artikel 110b Exploitatievergunning horecabedrijf 1. Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid indien de vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met het geldend bestemmingsplan. 3. De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het horecabedrijf. 4. Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van het horecabedrijf. 5.

De burgemeester weigert de vergunning bedoeld in het eerste lid indien de aanvrager van de vergunning geen verklaring omtrent het gedrag overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven. 6. In afwijking van het bepaalde in artikel 13 beslist de burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die betrekking heeft op een of meer bij het horecabedrijf behorende terrassen voor zover deze zich op de weg bevinden over de ingebruikneming van die weg ten behoeve van het terras. 7. Het in het zesde lid bepaalde is niet van toepassing op terrassen, die voldoen aan de door de

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De vergunningplicht treedt voor degenen die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel reeds een afhaal- en bezorgzaak exploiteren zes maanden na inwerkingtreding van dit artikel in werking. 3. De burgemeester weigert de vergunning als: - de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; - de aanvrager geen VOG van zichzelf, en indien hij niet zelf de leidinggevende is met betrekking tot de leidinggevende, overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven. 4. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 5. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a.

winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; d. bedrijfskantine of -restaurant; of e. crematorium en uitvaartcentrum. 6. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3

Artikel van model Apv grotendeels overgenomen. Ten opzichte van het artikel van de model Apv zijn de volgende onderdelen toegevoegd aan het artikel in de nieuwe Apv van Purmerend: - Lid 2 zodat er een overgangstermijn geldt voor degenen die reeds een afhaal- en bezorgzaak exploiteren en met de inwerkingtreding van de nieuwe Apv vergunningplichtig worden. - Lid 3 tweede aandachtsstreepje (VOG). - Lid 5 sub e. - Een ambtshalve vrijstelling van het verbod een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning, zoals in de model Apv is opgenomen, is niet overgenomen. In de toelichting op de model Apv is te lezen dat de exploitant van de inrichting een belangrijke rol speelt in de wijze van exploitatie en dus ook in de wijze waarop deze exploitatie het woon- en leefklimaat en de openbare orde beïnvloedt. Volgens de VNG kan het daarom raadzaam zijn om een verplichting voor de aanvrager op te nemen om een recente VOG voor de leidinggevende te overleggen. Gelet op het voorgaande en het gegeven dat in Purmerend al om een VOG werd gevraagd is de VOG plicht ook in de nieuwe Apv opgenomen. De leidinggevende kan de aanvrager zelf zijn, maar ook een werknemer. Nieuw is dat een aantal openbare inrichtingen zijn vrijgesteld van de vergunningplicht (lid 5).

20

burgemeester vastgestelde algemene eisen inzake terrassen. 8. Onverminderd het bepaalde in het derde en vierde lid kan een vergunning bedoeld in het zesde lid worden geweigerd indien: a. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; b. het beoogde gebruik een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. 9. Het in het zesde, zevende en achtste lid bepaalde geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement van toepassing is. 10. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid. Artikel 110c Sluitingstijden en leeftijdsgrens 1. Het is de houder van een horecabedrijf verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 0.00 uur en 7.00 uur. 2. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 3. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 4 andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk horecabedrijf of een daartoe behorend terras. 4. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing zijn. 5.

Het is de houder van een nachtzaak verboden tussen 0.00 uur en sluitingstijd de aanwezigheid toe te staan van een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt. 6. Het verbod, als bedoeld in het vijfde lid, geldt niet voor een houder van een restaurant, mits de persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, wordt begeleid door een persoon van wie is vastgesteld dat deze de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt. 7. De ontheffing, bedoeld in het tweede lid, wordt geweigerd indien door de verstrekking daarvan de

van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Het is verboden openbare inrichtingen voor bezoekers geopend te hebben en bezoekers toe te laten of te verblijven tussen 01:00 uur en 07:00 uur. 2. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 3. De burgemeester kan middels een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 1:4 andere sluitingsvoorschriften vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras. 4. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vijfde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 5. Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

De sluitingstijden zijn geharmoniseerd. Er zat een verschil in de tijden die in de Apv’s van Purmerend en Beemster waren opgenomen. In de Apv van Beemster was het op doordeweekse dagen mogelijk om zonder ontheffing tot 01:00 uur open te zijn en op zaterdag en zondag tot 02:00 uur. In het kader van de harmonisatie is ervoor gekozen om een eenduidige tijd voor de gehele nieuwe gemeente te hanteren en in dat verband is ervoor gekozen om 01:00 uur te hanteren. Uiteraard kan de burgemeester ontheffing van dit verbod verlenen. Het derde lid is niet in de model Apv opgenomen, maar volgt uit de Apv Purmerend 2003. Het vierde en zesde lid zijn nieuw en zijn conform de model Apv. De leden 5 en 6 van de Apv 2003 en die betrekking hebben op leeftijdsgrenzen komen terug in het nieuwe artikel 2:34d.

21

openbare orde ter plaatse van de inrichting naar het oordeel van de burgemeester op ontoelaatbare wijze negatief wordt beïnvloed. Artikel 110d Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor een of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan krachtens artikel 110c geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijke sluiting bevelen. 2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel 13b van de Opiumwet van toepassing is. n.v.t.

n.v.t.

Artikel 110e Het college als bevoegd orgaan Indien een horecabedrijf als bedoeld in artikel 110a geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt niet de burgemeester, maar het college op als bevoegd bestuursorgaan ten behoeve van artikelen 110b tot en met 110d. n.v.t. Paragraaf 2 Paracommerciële inrichtingen

Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

Artikel van model Apv overgenomen.

Artikel 2:31 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras. Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt. Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.

Dit artikel volgt uit de model Apv en was al opgenomen in de Apv van Beemster. Vanwege de harmonisatie is dit artikel daarom ook in de nieuwe Apv van Purmerend opgenomen.

Dit artikel volgt uit de model Apv en was al opgenomen in de Apv van Beemster. Vanwege de harmonisatie is dit artikel daarom ook in de nieuwe Apv van Purmerend opgenomen.

Artikel van model Apv overgenomen. Inhoudelijk ongewijzigd.

Artikel 2:34 (Vervallen) Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Dranken Horecawet

22

Artikel 110f Begripsbepalingen 1. In deze paragraaf wordt verstaan onder paracommerciële inrichting: een inrichting waarin een paracommerciële rechtspersoon, als bedoeld in de Drank- en Horecawet, in eigen beheer het horecabedrijf exploiteert. 2. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder de overige begrippen verstaan hetgeen de Drank- en Horecawet daaronder verstaat. Artikel 110g Schenktijden paracommerciële inrichtingen Paracommerciële rechtspersonen verstrekken in een paracommerciële inrichting uitsluitend alcoholhoudende drank gedurende de periode beginnende met één uur voor aanvang en eindigende met twee uur na beëindiging van activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon. Artikel 110h Bijeenkomsten in paracommerciële inrichtingen Het is paracommerciële rechtspersonen verboden alcoholhoudende drank te verstrekken in een paracommerciële inrichting: a. tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen, of b. tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de beherende paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken. Artikel 110i Ontheffing Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid van de Drank- en Horecawet. n.v.t.

Artikel 2:34a Definities Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder de daarin gebezigde begrippen verstaan dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet.

Artikel van model Apv overgenomen. Inhoudelijk ongewijzigd.

Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen 1. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken in een paracommerciële inrichting uitsluitend alcoholhoudende drank gedurende de periode beginnende met twee uur voor aanvang en eindigende met twee uur na beëindiging van activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon. 2. Het is paracommerciële rechtspersonen verboden alcoholhoudende drank te verstrekken in een paracommerciële inrichting: a. tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen, of b. tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de beherende paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken. 3. Op de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid van de Drank- en Horecawet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

De artikelen uit de Apv 2003 zijn samengevoegd tot 1 nieuw artikel. De schenktijden zijn in verband met de harmonisatie aangepast. In Beemster gold namelijk al de regel van twee uur voor aanvang. Deze regel wordt nu ook in Purmerend ingevoerd, zodat dit verschil tussen Beemster en Purmerend gelijk is getrokken.

Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven (Gereserveerd)

Dit artikel uit de model Apv is facultatief. Op grond van dit artikel kan de gemeente de verstrekking verbieden van sterke of alcoholhoudende drank in inrichtingen die gelegen zijn in bepaalde aangewezen gebieden en/of die beschikken over nader aangegeven aard en/of gedurende nader bepaalde tijdsruimten. Het artikel wordt vooralsnog niet overgenomen. Reden hiervoor is dat een dergelijk verbod verstrekkende gevolgen heeft en bij overlastsituaties al kan worden opgetreden (bijvoorbeeld het

23

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Artikel 2:34d Koppeling toegang aan leeftijden 1. Het is verboden personen jonger dan 16 jaar toe te laten tussen 00.00 uur en sluitingstijd in een horecalokaliteit en op een terras waarvoor een ontheffing van de sluitingstijden is verleend als bedoeld in artikel 2:29, tweede lid. 2. Het verbod geldt niet voor een houder van een restaurant, mits de persoon jonger dan 16 jaar wordt begeleid door een persoon van 21 jaar of ouder. Artikel 2:34e Beperkingen voor andere detailhandel dan slijtersbedrijven (Gereserveerd)

Artikel 2:34f Verbod ‘happy hours’ Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd. Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf

intrekken van de exploitatievergunning of ontheffing sluitingsuur). Op advies van handhaving zijn de huidige regels over sluitingstijden en leeftijdsgrenzen (zie hiervoor artikel 110c lid 5 en 6) overgenomen en verwerkt in het nieuwe artikel 2:34d.

Dit artikel uit de model Apv is facultatief en wordt vooralsnog niet overgenomen. Reden hiervoor is dat op dit moment al geldt dat er geen blurring mag ontstaan bij andere bedrijven dan slijtersbedrijven. Er kan namelijk worden opgetreden op grond van artikel 3 Drank- en horecawet (het verbod om zonder vergunning het horecabedrijf of slijtersbedrijf uit te oefenen). Dit (niet-facultatieve) artikel volgt uit de model Apv en is nieuw voor Purmerend. De kortingsactie kan maximaal 40% zijn.

De verplichtingen genoemd in deze afdeling volgen al uit het Wetboek van Strafrecht. Daarom was deze afdeling niet opgenomen in de Apv van 2003. De afdeling volgt uit de model Apv en was al opgenomen in de Apv van Beemster. Vanwege de harmonisatie is er toch voor gekozen om deze afdeling ook in de nieuwe Apv van Purmerend opgenomen.

Artikel 2:35 Definitie In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft. Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht daarvan binnen drie dagen daarna

24

n.v.t. n.v.t.

Paragraaf 2 Toezicht op speelgelegenheden Artikel 28 Kansspelautomaten 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. Wet: de Wet op de Kansspelen; b. Kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet; c. Hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet: d. Laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet. 2. In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee kansspelautomaten toegestaan. 3. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan. n.v.t.

schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester. Artikel 2:37 (Vervallen) Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid achternaam, woonplaats, datum van aankomst en de datum van vertrek te verstrekken.

Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden Artikel 2:38a Definities 1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.

Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen of de Speelautomatenhallenverordening. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3

De sinds 25 mei 2018 geldende AVG heeft, net als de daarvoor geldende Wbp, als uitgangspunt dat er niet meer wordt uitgevraagd dan nodig. Er worden alleen de gegevens uitgevraagd die artikel 438 van het WvSr noemt. Op advies van de politie is, ten opzichte van het artikel van de model Apv: - de dag van aankomst gewijzigd in datum van aankomst, - de dag van vertrek gewijzigd in datum van vertrek, - de naam gewijzigd in achternaam. Artikel van model Apv overgenomen.

Dit artikel volgt uit de model Apv en was al opgenomen in de Apv van Beemster. Vanwege de harmonisatie is dit artikel daarom ook in de nieuwe Apv van Purmerend opgenomen.

25

Zie artikel 28

Paragraaf 3 Toezicht op grow-, smart- en headshops

Artikel 28a Begripsomschrijvingen 1. In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer wordt aangeduid als smartof headshop; b. exploitant: de natuurlijke persoon of vertegenwoordiger van een rechtspersoon die een inrichting exploiteert. Artikel 28b Vergunningplicht 1. Het is verboden een inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De vergunning wordt uitsluitend verleend aan de exploitant en kan niet worden overgedragen. 3. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid. Artikel 28c Afnemend maximum 1. Vergunning kan worden verleend voor een beperkt aantal inrichtingen, waarbij het maximum wordt bepaald op het aantal inrichtingen, volgens vaststelling door de burgemeester, dat op het moment van inwerkingtreding van deze verordening wordt geëxploiteerd. 2. Indien de exploitatie van een inrichting wordt beëindigd, neemt het in het eerste lid bedoelde maximum evenredig af. Artikel 28d Weigeringsgronden

van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:40 Kansspelautomaten 1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee kansspelautomaten toegestaan. 2. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan. n.v.t.

Ongewijzigd.

Deze afdeling komt niet meer voor in de model Apv. Reden hiervoor is dat per 1 maart 2015 voorbereidingshandelingen voor illegale hennepteelt strafbaar zijn gesteld in artikel 11a van de Opiumwet. Door deze strafbaarstelling is er in de Apv geen plaats meer voor een vergunningstelsel.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

26

Onverminderd de bepalingen van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur wordt de vergunning geweigerd indien: a. het in artikel 28C bedoelde maximum aantal inrichtingen is bereikt; b. de vestiging of exploitatie strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan en/of leefmilieuverordening; c. de exploitant binnen vijf jaar voor de aanvraag een inrichting dan wel een horeca-inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde gesloten is geweest; d. de exploitant de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt; e. de exploitant niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a en b, en derde lid, van de Drank- en Horecawet aan leidinggevenden gestelde eisen; f. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de inrichting; g. redelijkerwijze moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. Artikel 28e Intrekking vergunning 1. Onverminderd de bepalingen van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur wordt de vergunning al dan niet voor een bepaalde termijn ingetrokken indien: a.

de exploitant van de inrichting handelt in strijd met het bepaalde in deze paragraaf; b. de exploitant van de inrichting handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften; c. de exploitant niet of niet langer voldoet aan de eisen gesteld in deze paragraaf; d. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de inrichting;

n.v.t.

27

Artikel 28f Openingstijden 1. Op de openingstijden van de inrichting is het bij of krachtens de Winkeltijdenwet bepaalde van toepassing. 2. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of meer inrichtingen, tijdelijk andere dan de krachtens de Winkeltijdenwet geldende openingstijden vaststellen of al dan niet tijdelijke sluiting bevelen. Artikel 28g Sluiting Onverminderd het bepaalde in artikel 28F en in artikel 13b van de Opiumwet sluit de burgemeester een inrichting al dan niet voor een bepaalde termijn indien de exploitant niet beschikt over een geldige exploitatievergunning. Artikel 28h Aanwezigheid in gesloten inrichting 1. Het is verboden gedurende de tijd dat een inrichting ingevolge artikel 28F eerste lid, of krachtens een op grond van artikel 28F tweede lid dan wel artikel 28G genomen besluit voor bezoekers gesloten dient te zijn, een inrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin een of meer bezoekers toe te laten of te laten verblijven, of zich als bezoeker daarin te bevinden. 2. Onder bezoeker wordt niet verstaan: de personen wier aanwezigheid in de inrichting om bedrijfstechnische redenen dringend noodzakelijk is. AFDELING 3 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Artikel 29 Betreden gesloten woning of lokaal 1.

Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 2. Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een krachtens artikel 35f gesloten voor publiek openstaand gebouw of een daarbij behorend erf te betreden. 3. Het is verboden een krachtens artikel 13b Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf en een voor publiek toegankelijk

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 1. Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 2. Het is verboden een krachtens artikel 2:80 gesloten voor publiek openstaand gebouw of een daarbij behorend erf te betreden. 3. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.

Het artikel is grotendeels ongewijzigd. Het oude artikel 35f komt in de nieuwe Apv terug onder artikel 2:80 en het oude artikel 51h komt in de nieuwe Apv terug onder artikel 2:87. Dit is aangepast in het nieuwe artikel 2:41.

28

lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 4. Het is verboden een krachtens artikel 51h gesloten gebouw of locatie te betreden. 5. Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is. 6. De burgemeester is bevoegd van de in het eerste lid bedoelde verboden ontheffing te verlenen.

Artikel 30 Plakken en kladden 1. Het is verboden de weg of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. 2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op de weg of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is: a. een aanplakbiljet of een ander geschrift, afbeelding, letter, cijfer of teken aan te plakken of te doen aanplakken of op een andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; b. met kalk, krijt, teer of een kleurof verfstof enige afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen. 3. Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt krachtens een wettelijk voorschrift. 4. Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. 5. Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. 6. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, deze regels mogen geen betrekking hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen. 7. De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerst vordering terstond ter inzage af te geven. Artikel 31 Vervoer van plakgereedschap e.d. 1.

Het is verboden tussen 22.00 uur en 06.00 uur op de weg of

4. Het is verboden een krachtens artikel 2:87 gesloten gebouw of locatie te betreden. 5. Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is. 6. De burgemeester is bevoegd van de verboden ontheffing te verlenen. 7. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:42 Plakken en kladden 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. 2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; b. met kalk, teer of een kleur- of verfstof of middels ‘reverse graffiti’ een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. 4.

De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht deze aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven. 5. Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. 6. Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. 7. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan. Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke 1. Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet,

Artikel van model Apv overgenomen. Daarom wordt niet meer het begrip ‘weg’, maar het ruimere begrip ‘openbare plaats’ gebruikt. Het artikel is verder tekstueel aangepast. Daarnaast is de volgorde van de artikelleden gewijzigd. Ten opzichte van de model Apv is reverse graffiti aan lid 2 onder b toegevoegd. Reverse graffiti is een vorm van reclame waarbij met behulp van water, een sjabloon en een hogedrukreiniger reclame op de grond wordt aangebracht. Reverse graffiti is in het nieuwe artikel 2:42 opgenomen om ongewenste uitingen op de bestrating tegen te gaan. Ook andere gemeenten hebben een dergelijk verbod op reverse graffiti in de Apv opgenomen.

Artikel van model Apv overgenomen.

29

openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstoffen of verfgereedschap. 2. Dit verbod is niet van toepassing, indien genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 30. Artikel 32 Vervoer inbrekerswerktuigen en geprepareerde tassen 1. Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben: lopers, valse sleutels, touwladders, lantaarns of enig ander gereedschap, voorwerp of middel, dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen. 2. Dit verbod is niet van toepassing indien de genoemde gereedschappen, voorwerpen of middelen niet bestemd of gebruikt zijn voor de in het eerste lid bedoelde handelingen. 3. Het is verboden op de weg in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben eentas die er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken. 4. Het in het derde lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid bedoelde tas niet is bestemd voor de in dat lid bedoelde handelingen. Zie hierboven.

n.v.t.

aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42. Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen, waaronder in ieder geval wordt verstaan lopers, valse sleutels, touwladders, lantaarns of enig ander gereedschap, voorwerp of middel dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen, te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.

In het nieuwe artikel wordt het ruimere begrip ‘openbare plaats’ gebruikt in plaats van ‘weg’. Het artikel is verder inhoudelijk ongewijzigd, maar is anders geformuleerd. De leden 3 en 4 van het artikel van de Apv 2003 komen terug in het nieuwe artikel 2:44a.

Artikel 2:44a Vervoer geprepareerde tassen 1. Het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van winkels een tas die er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de tas niet is bestemd voor het vergemakkelijken van het plegen van winkeldiefstal. Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke 1. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, plantsoenen, groenstroken of

Zie hierboven.

Dit artikel volgt uit de model Apv en was al opgenomen in de Apv van Beemster. Vanwege de harmonisatie is dit artikel daarom ook in de nieuwe Apv van Purmerend opgenomen.

30

n.v.t.

Artikel 35a Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 1. Het is verboden: a. op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair; b. zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan weggebruikers of bewoners van nabij de openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis, 431 of 461 van het wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel 35b Verboden aanwezigheid op openbare plaatsen 1. Ter voorkoming van overlast voor de omgeving is het verboden zich op een door het college aangewezen plaats te bevinden gedurende de door het college aangewezen uren. 2. Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing op calamiteitenverkeer. Artikel 33 Verboden drankgebruik 1. Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te

grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of paden. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke 1. Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist. 2. Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of Wegenverordening Noord-Holland. Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 1. Het is verboden op een openbare plaats: a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair; b. zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Dit artikel volgt uit de model Apv en was al opgenomen in de Apv van Beemster. Vanwege de harmonisatie is dit artikel daarom ook in de nieuwe Apv van Purmerend opgenomen.

Artikel van model Apv overgenomen. Inhoudelijk ongewijzigd.

Artikel 2:47a Verboden aanwezigheid op openbare plaatsen 1. Ter voorkoming van overlast voor de omgeving is het verboden zich op een door het college aangewezen plaats te bevinden gedurende de door het college aangewezen uren. 2. Het verbod is niet van toepassing op calamiteitenverkeer.

Ongewijzigd.

Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college aangewezen

Artikel van model Apv overgenomen.

31

gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; b. de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a., waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Dranken Horecawet. Artikel 35d Verbod lachgas Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw of terrein op welke manier dan ook lachgas kennelijk bedoeld als drug te gebruiken, te bezitten en te verkopen als daardoor hinder ontstaat voor personen of de openbare orde en veiligheid in gevaar komt of het milieu belast wordt.

Artikel 34 Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen 1. Het is verboden: a. zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden; b. zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen. 2. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen, die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van een zodanig gebouw.

gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Dranken Horecawet. Artikel 2:48a Lachgasverbod 1. Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te verkopen, te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te verkopen, te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen 1.

Het is verboden zonder redelijk doel: a. zich in een portiek of poort op te houden; b. in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen. 2. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.

Ook in de nieuwe Apv is een lachgasverbod opgenomen. Het artikel is anders geformuleerd, omdat ervoor is gekozen om het artikel van de model Apv over te nemen dat ruimer is dan het artikel uit de Apv 2003 van Purmerend. Op grond van het nieuwe artikel 2:48a kan het college ook openbare plaatsen aanwijzen waar het in het geheel verboden is om lachgas te gebruiken, voorbereidende handelingen te verrichten etc. Het is op die plaatsen sowieso verboden; hinder of gevaar hoeft bij overtreding niet te worden aangetoond. Ten opzichte van de model Apv is in het nieuwe artikel 2:48a ook het verkopen expliciet opgenomen in het eerste en tweede lid.

De titel van het artikel is gewijzigd. Inhoudelijk is het artikel ongewijzigd.

32

Artikel 35 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten Het is verboden zich zonder redelijk doel of op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen dan wel te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd. Artikel 35e Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek opstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Artikel 36b Parkeren van fiets of bromfiets Het is verboden een fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel te parkeren als daardoor: a. op de weg de doorgang of het uitzicht wordt gehinderd of belemmerd; b. de veiligheid voor het verkeer wordt gehinderd; c. de doorstroming van het verkeer wordt gehinderd of belemmerd; d.

op of aan een openbare plaats schade of overlast wordt veroorzaakt; e. voor een bewoner of gebruiker van een gebouw waartegen of waarvoor de fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel staat geparkeerd de doorgang of het uitzicht wordt belemmerd.

Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen. Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek opstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen of bromfietsen 1.

Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt. 2. Het is verboden op of aan de weg een fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel te parkeren als daardoor: a. op de weg de doorgang of het uitzicht wordt gehinderd of belemmerd; b. de veiligheid voor het verkeer wordt gehinderd; c. de doorstroming van het verkeer wordt gehinderd of belemmerd; d. op of aan een openbare plaats schade of overlast wordt veroorzaakt; e. voor een bewoner of gebruiker van een gebouw waartegen of waarvoor de fiets, bromfiets of

Artikel van model Apv overgenomen. Het artikel is inhoudelijk ongewijzigd.

Ongewijzigd.

Het eerste lid van het nieuwe artikel is conform de model Apv. Het ‘oude’ artikel 36b van de Apv 2003 is terechtgekomen in het tweede lid van het nieuwe artikel.

33

Artikel 36a Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d. Het is verboden zich te bevinden met een fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel of deze te parkeren op de door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is gemaakt aan de bezoekers van het terrein. n.v.t.

n.v.t. n.v.t. n.v.t. Artikel 37 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op de weg of op een andere voor het publiek toegankelijke plaats, zonder dat die hond aangelijnd is; b. in het Purmerbos ten zuiden van de Groeneweg of op een andere door het college aangewezen plaats 2. Het in het eerste lid, onder a, bepaalde is niet van toepassing op het, op de bij deze verordening behorende situatietekening, fijn gearceerde gebied en op andere door het college aangewezen plaatsen. 3. Het college kan van het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod ontheffing verlenen. 4. Het verbod onder a geldt niet voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden en de hond als

vergelijkbaar vervoermiddel staat geparkeerd de doorgang of het uitzicht wordt belemmerd. Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke Het is verboden zich op door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein. Artikel 2:53 Bespieden van personen 1. Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon of een persoon die zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindt, te bespieden. 2. Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander optisch instrument een persoon die zich in een gebouw, woonwagen of woonschip bevindt te bespieden. Artikel 2:54 (Vervallen) Artikel 2:55 (Vervallen) Artikel 2:56 (Vervallen) Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a.

op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak, speelweide, de directe omgeving van een school of op een andere door het college aangewezen en zo nodig afgebakende plaats; b. op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd; 2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 3. Het eerste lid, aanhef en onder a en b is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

Artikel van model Apv overgenomen.

Dit artikel volgt uit de model Apv en was al opgenomen in de Apv van Beemster. Vanwege de harmonisatie is dit artikel daarom ook in de nieuwe Apv van Purmerend opgenomen.

n.v.t. n.v.t. n.v.t. Het artikel van de model Apv is overgenomen. Alleen ten aanzien van lid 1 onder c is er, in afwijking van de model Apv, voor gekozen om de eigenaar of houder van een hond niet te verplichten om de hond op de weg te voorzien van een halsband of een ander identificatiemiddel dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. Reden hiervoor is dat deze verplichting momenteel niet in Purmerend geldt en mogelijk van weinig toegevoegde waarde is omdat honden al zijn gechipt. Verder zijn het derde en vijfde lid van de Apv 2003 komen te vervallen. Voor Purmerend houdt dit verder in dat het eerste lid onder a nader is uitgewerkt. Op grond van het nieuwe artikel is het namelijk ook verboden om met de hond te lopen en laten verblijven op openbare kinderspeelplaats, zandbak, speelweide en in de directe omgeving van een school.

34

zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is of indien de eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond 5. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in het derde lid.

Artikel 38 Verontreiniging door honden 1. De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat, indien de hond zich van uitwerpselen ontdoet op de weg of op een andere voor het publiek toegankelijke plaats, deze uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd. 2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing: a. in de van gemeentewege onderhouden beplanting, niet zijnde (een) gras(veld); b. op de door burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen. c. op de in artikel 37 vierde lid bedoelde honden. Artikel 38a Verontreiniging door rij-, last-, en trekdieren: 1. De eigenaar of houder van een rij-, trek-, of lastdier is verplicht ervoor te zorgen dat het dier zich niet van uitwerpselen ontdoet op de openbare weg. 2. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde verbod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van het rij-, last-, en trekdier er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd. Artikel 39 Gevaarlijke honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen op of aan de weg of op het terrein van een ander:

Ten aanzien van de zinsnede ‘en zo nodig afgebakende plaats’ kan worden gedacht aan bijvoorbeeld adoptiegroen. Daarnaast wordt in het nieuwe artikel onder lid 1, sub b, niet meer gewerkt met de definitie ‘weg’, maar het ruimere begrip ‘openbare plaats’. Voor een toelichting op dit artikel, en de reden waarom het begrip ‘openbare plaats’ wordt gehanteerd, wordt verwezen naar de Ledenbrief VNG wijziging Apv zomer 2020. Artikel 1, sub c, van de nieuwe Apv is tevens nieuw voor Purmerend en dit volgt uit de model Apv.

Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

Artikel 2:58a Verontreiniging door rij-, last-, trekdieren en overig vee 1. De eigenaar of houder van een rij-, last-, of trekdier en overig vee is verplicht ervoor te zorgen dat het dier zich niet van uitwerpselen ontdoet op de openbare weg. 2. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde verbod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van het rij-, last-, en trekdier en overig vee er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd. Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod

Het expliciete verbod om een hond te laten verblijven of te laten lopen in het Purmerbos ten zuiden van de Groeneweg (lid 1 sub b van de Apv 2003) is in de nieuwe Apv komen te vervallen en wordt geregeld in een uitvoeringsbesluit. Artikel van model Apv overgenomen. Daarom wordt in het eerste lid van de nieuwe Apv gewerkt met het ruimere begrip ‘openbare plaats’. Ook is daarom de uitzondering van lid 2 sub a van de Apv 2003 komen te vervallen. De opruimplicht geldt in principe overal, dus geen uitzondering meer voor door van gemeentewegen onderhouden groen. De overige uitzonderingen van lid 2 van de Apv 2003 komen ook terug in de nieuwe Apv, al zijn ze iets anders geformuleerd.

Aan het artikel is ‘overig vee’ toegevoegd. Op deze manier kan ook worden opgetreden tegen overlast van ezels en schapen.

Artikel van model Apv overgenomen. Hierdoor is niet langer het college, maar de burgemeester het bevoegde bestuursorgaan in dit artikel. Daarnaast wordt in het nieuwe artikel het begrip ‘aanlijngebod’

35

a. anders, dan kort aangelijnd nadat het college aan de eigenaar of houder heeft bekend gemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag van de hond noodzakelijk vindt; b. anders, dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat het college aan de eigenaar of houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn- en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt. 2. In het eerste lid wordt verstaan onder: a. muilkorf: een muilkorf vervaardigd van stevige kunststof, of van stevig leer, of van beide stoffen, die door middel van een stevige leren riem rond de hals zodanig is aangebacht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is en die zodanig is ingericht dat de drager geen mens of dier kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn; b. kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is dan 1,5 meter

n.v.t.

opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. 2. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. 3. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die: a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. 4. Een hond als bedoeld in het eerste lid dient voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is. Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10320548/1