CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

c.-begroting-2025-2028-vervoerregio-amsterdam

Gemeenteraad 26 september 2024, gemeente PurmerendBij agendapunt: Begroting 2025 en Uitvoeringsprogramma Mobiliteit 2025 Vervoerregio Amsterdam24.056 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ontwerpbegroting 2025 - 2028

1

In deze begroting 2025-2028 leest u met welke activiteiten, maatregelen en projecten de Vervoerregio aan de slag gaat en welke budgetten we daarvoor nodig hebben. In onze kadernota schreven we eerder dit jaar wat de belangrijkste ontwikkelingen zijn op het gebied van verkeer en vervoer en welke keuzes we daarbij maken. Die zijn in deze begroting verder uitgewerkt. Onze belangrijkste wens is dat we overal in de regio een passend vervoersaanbod krijgen. Daar moeten we en kunnen we nog iets extra’s voor doen. De eind vorig jaar door het kabinet vrijgemaakte Bikker-gelden zetten we in om de belangrijke rol van het openbaar vervoer te behouden, ook voor mensen voor wie de toegang tot het ov beperkt is, op wat voor manier dan ook. We werken aan Publieke Mobiliteit, per gebied zorgen we ervoor dat mensen meer en beter passende reisopties krijgen. Dat kan met (hoogwaardig) ov, maar ook met deelmobiliteit en flexvervoer. Op die twee nieuwe thema’s zijn we al begonnen met kleine projecten en experimenten. Dit schroeven we op de middellange termijn verder op. Zo verwachten we nog aan het eind van dit jaar een volgende stap in de richting van een regionaal deelmobiliteitssysteem. Vanuit het BDU-saldo richten we ons extra op het verbeteren van het netwerk van doorfietsroutes in de regio en zorgen we voor veilige 50km wegen.

Deze investeringen kunnen we al op korte termijn doen, waarbij we zorgen voor een goede spreiding over de regio. Het gaat in alle gevallen om actuele opgaven die verbonden zijn met het Beleidskader Mobiliteit. Op langere termijn staan grote investeringen in schaalsprongprojecten en de ontsluiting van grote woningbouwlocaties gepland. We reserveren bijdragen voor projecten die een groei in het openbaar vervoer (ov) mogelijk maken, zoals het doortrekken van de Noord/Zuidlijn, de ov-verbinding Sloterdijk Amsterdam-Centrum, Zuidasdok en een derde perron op station Zuid. Met een reservering voor de Oostbrug maken we de sprong over het IJ. In onder meer de gemeenten Zaanstad, Haarlemmermeer en Purmerend investeren we samen met rijk en gemeenten in mobiliteitsmaatregelen die extra woningbouw mogelijk maken. Voorbeelden van projecten die cruciaal zijn voor de bereikbaarheid van die nieuwe woningen zijn bijvoorbeeld de HOV ZaanIJ, HOV Nieuw Vennep West en HOV Purmerend. U leest ook over alle lopende activiteiten en projecten, waarvoor deze begroting de financiële basis legt. Zo is goed beheer en onderhoud van de railinfrastructuur onverminderd belangrijk. De Vervoerregio stuurt hierbij vanuit het AMRI-contract al op prestaties (KPI’s) zoals betrouwbaarheid, veiligheid, duurzaamheid, betaalbaarheid en toekomstvastheid.

De wens van de Regioraad om deze sturing breder toe te passen, vullen we in deze begroting verder in. We maken de inzet van onze middelen beter meetbaar. Zo kunt u als raadslid beter bepalen of u tevreden bent, extra inzet wil of een bijstelling van ons beleid nodig is. Nieuw is ook dat we onze ov-concessies apart indelen in één subprogramma voor de streek concessies en één subprogramma voor de concessie Amsteram. De regioraad krijgt zo meer inzicht en meer mogelijkheden om mee besluiten over eventuele verschuivingen binnen de begroting. Volgend jaar verwachten we een nieuwe bijdrage vanuit het Rijk voor kleine gemeentelijke verkeersveiligheidsprojecten. Grote uitgaven verwachten we in 2025 bij projecten zoals de Thorbeckeweg en Guisweg in Zaanstad, de Multimodale Knoop Schiphol en een aantal grote fietsenstallingen bij treinstations. Deze inzet op infrastructuur vullen we aan met een doelgroepgerichte inzet op gedragsmaatregelen. Hiermee willen we mensen stimuleren de nieuwe STOMPmogelijkheden van fiets, deelmobiliteit en ov ook echt te gaan gebruiken. Ook willen we ermee bereiken dat de verkeersdrukte beter spreidt over de week én over de dag. Want we zien nu vooral op dinsdag en donderdag dat mensen tijdens de spits massaal in de file staan of in overvolle treinen zitten.

We kunnen ons netwerk beter benutten door verkeersbewegingen meer te spreiden via gedragscampagnes of prijsprikkels, net zoals we dat steeds vaker op het volle energienetwerk zien. Toch zullen we met meer geld niet ineens alle problemen oplossen: we hebben te maken met de beperkingen van een krappe arbeidsmarkt. Vervoerders kampen met grote personeelstekorten en dat merken de reizigers. Ook zien we bij vooral de kleinere gemeenten dat zij moeite hebben om voldoende menskracht in te zetten. Waar mogelijk probeert de Vervoerregio te helpen bij deze – ook voor ons – nieuwe opgave. Tot slot hebben we een hogere BDU opgenomen in deze begroting. Deze verhoging komt door de van het Rijk verkregen Bikker-gelden en door indexatie. Hiermee ondersteunen we onder meer de toekomstige mobiliteitsontwikkelingen en de behoefte aan ov in gebieden met een grote woningbouwopgave. Zoals gezegd: met deze begroting willen we de ambities van de Vervoerregio waarmaken. We kijken ernaar uit om met alle betrokken partijen samen te werken aan het bereiken van onze ambities. Met als uiteindelijk doel een duurzaam bereikbare regio waarin iedereen veilig, betaalbaar, soepel en prettig kan reizen van deur tot deur. Dagelijks bestuur Vervoerregio Amsterdam

Pagina 2 van 54

Leeswijzer De Begroting 2025-2028 bestaat uit drie hoofdonderdelen: het algemene deel, de programmabegroting en de financiële begroting. In het algemene deel gaan we in op de achtergronden en uitgangspunten die de basis zijn van de begroting. Het onderdeel programmabegroting bevat de beleidsmatige toelichting op de programma’s Verkeer & Vervoer, Overhead en Algemene dekkingsmiddelen. In dit onderdeel gaan we ook in op de nieuwe set van beleidsindicatoren waarop we willen gaan sturen. De programmabegroting is aangevuld met enkele (verplichte) paragrafen. In deze paragrafen geven we een algemeen inzicht in enkele thema’s die belangrijk zijn voor de begroting. Dat zijn: financiering, weerstandsvermogen & risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen, verbonden partijen en bedrijfsvoering. De daarop volgende ‘Begroting in cijfers’ bevat op detailniveau de financiële gegevens, het vooruitzicht over meerdere jaren en de ontwikkelingen van onze belangrijkste inkomsten.

Pagina 3 van 54

Strategische opgaves en bestuurlijke speerpunten We willen een bereikbare regio zijn voor de mensen die hier wonen, werken, leren en recreëren. Nu en in de toekomst. Dat vraagt om verantwoorde keuzes die voor de mens, onze omgeving en de planeet het beste zijn. Meer dan ooit moeten we in deze drukste regio van het land zorgen voor schone en gezonde vervoersopties die passen bij de verschillende gebieden. Dat is nodig om ervoor te zorgen dat al onze inwoners en bezoekers hun bestemming kunnen bereiken. Daarom werken we samen met onze partners aan een duurzaam bereikbare regio waarin onze reizigers veilig, betaalbaar, soepel en prettig kunnen reizen van deur tot deur. Om dat te bereiken, werken we aan vijf doelen, volgens vier samenhangende principes. Deze zijn vastgelegd in het Beleidskader Mobiliteit. Dit is de inhoudelijke leidraad voor ons handelen. In de begroting van 2025 zetten we extra in op drie speerpunten die voortkomen uit het beleidskader.

Pagina 4 van 54

STRATEGISCHE OPGAVES Het Beleidskader Mobiliteit ‘Verbinden in Verscheidenheid’ is het centrale, strategische beleidsdocument van de Vervoerregio. Het geeft onze doelen weer en geeft richting aan al onze activiteiten, uitgaven en de keuzes die we daarbij moeten maken. Een goed ingericht mobiliteitssysteem draagt bij aan een krachtige en aantrekkelijke regio om in te wonen, werken en recreëren. Mobiliteit is een middel om brede welvaart te vergroten, zowel voor reizigers als voor niet-reizigers. Vijf samenhangende doelen staan daarbij centraal:   

Bereikbaarheid: We bieden iedereen mogelijkheden om binnen redelijke tijd, tegen redelijke kosten en op een prettige en soepele manier de plaatsen te bereiken waar men wil zijn. Inclusiviteit: We willen dat iedereen, ongeacht leeftijd, fysieke of mentale gesteldheid, sociaaleconomische status of waar diegene vandaan komt, genoeg kansen heeft om voorzieningen, sociale contacten, opleiding of werkplek te bereiken. Duurzaamheid: We werken aan een CO2-neutraal mobiliteitssysteem, het verminderen van stikstofuitstoot, verminderd grondstoffenverbruik, verminderde invloed van ons mobiliteitssysteem op het milieu, het voorkomen van de verslechtering van de biodiversiteit en klimaatadaptatie. Verkeersveiligheid: Vervoerregio Amsterdam wil in 2050 zo dicht mogelijk bij het doel van nul verkeersdoden en ernstig gewonden komen. Door meer op risico’s te sturen, willen we op korte termijn een trendbreuk realiseren en de stijging van ongevallen omzetten in een daling. Gezondheid: Met de juiste mobiliteitsoplossingen en -keuzes dragen we positief bij aan de fysieke en mentale gezondheid van onze reizigers en inwoners.

Om deze doelen te bereiken, werken we volgens vier principes:   

De mens als startpunt voor comfortabel, veilig en ontspannen reizen. We nemen gedragsbeïnvloeding en de vraagkant van mobiliteit als uitgangspunt en kijken welke maatregelen in de infrastructuur daar het beste op aansluiten. STOMP is de basis: Met het STOMP-principe (Stappen – Trappen – Ov – Mobiliteitsdiensten – Privéauto) moedigen we de manieren van vervoer aan die het meeste bijdragen aan onze doelen, en passend zijn bij het gebied waar je reist. Ieder gebied vraagt om een andere oplossing: We hanteren vijf verschillende gebiedstypen met een andere invulling van mobiliteit volgens het STOMP-principe. We geven onze inwoners keuzemogelijkheden die passen bij de omgeving en aansluiten op onze doelen. Mobiliteit en ruimte versterken elkaar: Samen met onze partners streven we naar nabijheid van dagelijkse activiteiten en prettig ingerichte wijken, buurten en straten. We helpen gemeenten om bereikbaarheid een goede plek te geven binnen ruimtelijke plannen.

Met het beleidskader kijken wij anders naar de mobiliteitsopgave in onze regio dan voorheen:    

We denken minder vanuit het systeem en meer vanuit de mens en brede welvaart. Voor brede welvaart moeten we anders, breder en verder kijken dan alleen naar bereikbaarheid. Om brede welvaart te bereiken gaan we van infra als startpunt naar gedrag als startpunt. We gaan van beter maken wat al goed is (maximalisatie) naar overal de basis op orde.

Deze nieuwe blik leidt tot een andere mix van projecten, andere benodigde vaardigheden en kennis en om meer samenwerking, ook met andere, nieuwe partijen.

BESTUURLIJKE SPEERPUNTEN Het Beleidskader Mobiliteit is pas kortgeleden vastgesteld en we zijn al goed op weg om doelen ervan te realiseren. Bestaande investeringen via bijvoorbeeld het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit en onze concessies dragen bij aan de doelen. Maar er zijn ook zaken in het beleidskader die we nog niet doen. En er zijn zaken waar intensivering of andere inzet nodig is. Dit is mede vanwege de grote woningbouwopgave in onze regio: we willen dat mensen ook daar duurzame, gezonde, veilige en inclusieve mobiliteitsopties hebben. Concreet zien wij drie bestuurlijke speerpunten: actuele opgaven, die verbonden zijn met het Beleidskader Mobiliteit en die de komende tijd extra (financiële) inzet vragen: 1.

Waarborgen van de belangrijke rol van ov binnen STOMP Pagina 5 van 54

2. 3.

Het STOMP-aanbod beter spreiden over de regio en de mensen/doelgroepen Een trendbreuk in de verkeersveiligheid bereiken.

Deze inzet en investeringen gaan we bovendien goed spreiden over onze regio.

Figuur 1: drie bestuurlijke speerpunten, afgeleid van de doelen en principes van het Beleidskader Mobiliteit

Waarborgen van de belangrijke rol van ov binnen STOMP

Het openbaar vervoer speelt een belangrijke rol in het Beleidskader Mobiliteit: binnen het STOMP-principe vormt het ov hét (ruimte)efficiënte en duurzame vervoermiddel op de (middel)lange afstand. Maar het ov staat momenteel onder druk. Vanwege veranderend reizigersgedrag blijft het aantal reizigers achter. Daar is kwaliteitsvermindering (o.a. rituitval, drukke voertuigen etc.) in het regionale ov bijgekomen, door personeelstekorten die hardnekkig en waarschijnlijk langdurig zijn. Het gevolg: een verslechterd aanbod van het openbaar vervoer. Het ov kan zo de beloften aan de reiziger moeilijker waarmaken. We willen deze negatieve ontwikkeling zo snel mogelijk omdraaien, vanuit de nieuwe werkelijkheid: ander reizigersgedrag en minder personeel. Daarbij bouwen we aan publieke mobiliteit, waarin ov, flexvervoer en deelmobiliteit samen de reiziger optimaal bedienen. Het jaarlijkse extra geld van de Motie Bikker levert goede financiële mogelijkheden voor extra investeringen in ov/publieke mobiliteit. Korte termijn Op korte en mogelijk middellange termijn is het personeelstekort in het ov beperkend. Vervoerders werken er hard aan dit op te lossen en ook wij kijken welke maatregelen het tekort sneller kunnen oplossen. Tot die tijd zetten we in op kwaliteit: zorgen dat meer reizigers makkelijker het ov kunnen gebruiken en dat ook positief ervaren.

Denk hierbij aan meer haltes en reisinformatie versneld toegankelijk maken, fietsenrekken bij haltes, speciale tarieven voor specifieke doelgroepen die we vaker in het ov willen krijgen en (gedrags)campagnes samen met bijv. werkgevers om mensen vaker en/of buiten de spits met het ov te laten reizen. Ook experimenteren we waar mogelijk en zinvol op korte termijn met deelmobiliteit en flexvervoer. Middellange en lange termijn Op middellange en lange termijn komt uitbreiding van het aanbod weer in beeld. Daar willen we klaar voor zijn door geld te reserveren voor investeringen in het ov van de toekomst, vaak gekoppeld aan grote ruimtelijke ontwikkelingen. Voor de Noord/Zuidlijn, Zuidasdok en de ov-verbinding Sloterdijk Amsterdam-Centrum hebben we voor het zuiden en Pagina 6 van 54

voor Amsterdam die reserveringen al gemaakt. Het ov in het noorden gaan we ook verder versterken met investeringen in BRT / R-net Metrobus op de ZaanIJ-corridor. Na de experimenten op korte termijn rollen we op middellange termijn deelmobiliteit en flexvervoer verder uit, zeker in gebieden waar geen hoogwaardig ov is. Ook corridorhubs zijn daarin een belangrijke schakel: hubs langs snelwegen, in of buiten de vervoerregio, waar reizigers kunnen overstappen van auto naar ov of deelmobiliteit. Het STOMP-aanbod beter spreiden over de regio en de mensen/doelgroepen

Door te werken volgens het STOMP-principe willen we mensen meer mogelijkheden geven om te reizen met gezonde en duurzame manieren van vervoer die relatief weinig ruimte innemen. Met de e-bike zijn veel nieuwe mogelijkheden ontstaan. Toch zijn nog niet altijd en voor iedereen goede mogelijkheden voorhanden. Bijvoorbeeld omdat ov niet overal een aantrekkelijke oplossing biedt, of omdat de fietsinfrastructuur nog niet overal voldoet. Of als het gaat om een nieuwe woningbouwlocatie, waar voorheen nog weinig mobiliteit was. Bovendien leiden menselijke keuzes ertoe dat reizigers, vooral op dinsdag en donderdag, tijdens de spits massaal in de file staan of in overvolle treinen zitten. We spannen ons daarom extra in om overal en voor iedereen mobiliteitsopties in lijn met STOMP te krijgen. Verschillen in het STOMP-aanbod tussen gebieden, momenten én mensen zullen er altijd blijven, maar we willen in ieder geval meer opties bieden. En bij grote nieuwbouwlocaties zorgen we dat die opties goed zijn én er ook zo vroeg mogelijk zijn. Naast de inzet op ov en publieke mobiliteit (zie speerpunt 1) zetten we vooral extra in op de fiets. De fiets is voor heel veel mensen namelijk een goed vervoermiddel op de korte en middellange afstand. Ook in gebieden waar ov minder goed is. We willen de uitvoering van het metropolitane doorfietsnet versnellen.

Het wegnemen van barrières is daarbij heel belangrijk, juist ook in de verbindingen tussen het noorden en zuiden, bijvoorbeeld met de Oostbrug over het IJ. Deze inzet op infrastructuur vullen we aan met structurele doelgroepgerichte inzet op gedragsmaatregelen. Hiermee willen we mensen stimuleren de nieuwe STOMP-mogelijkheden van fiets, deelmobiliteit en ov ook daadwerkelijk te gaan gebruiken. Juist ook op verandermomenten zoals een verhuizing. Maar ook willen we ermee bereiken dat de verkeersdrukte (met name ov en auto) beter verspreid wordt over de week én over de dag. Zo benutten we de bestaande infrastructuur beter.

Een trendbreuk in de verkeersveiligheid bereiken

Verkeersveiligheid is voor ons een topprioriteit. We willen in 2050 geen verkeersdoden en ernstige slachtoffers meer. Om daar te komen mikken we nu op een trendbreuk. We krijgen steeds beter inzicht in verkeersonveilige locaties en aantallen verkeersongevallen. Daaruit blijkt helaas dat de trend de verkeerde kant op gaat: we zien meer verkeersslachtoffers, ook in onze regio. Het goede nieuws is: daar kunnen we iets aan doen. Want behalve inzicht in locaties en aantallen, hebben we ook steeds beter inzicht in de oorzaken en risico’s. Zo zijn wegen waar auto’s 50 km/u rijden het meest risicovol. En we zien dat fietsers de meest kwetsbare groep verkeersdeelnemers zijn. Met een ‘veiligheidsinvestering 50 km/u’ geven we een extra impuls aan het tegengaan van de risico’s op ongevallen op de meest risicovolle wegen. Bijvoorbeeld door veilige inrichting en het stimuleren van het omzetten van 50 km/u naar 30 km/u. Naast de aanpak van onze infrastructuur, zetten we ons in voor verkeersveilig gedrag. De bestaande inzet, die zich al richt op kinderen en ouderen, breiden we uit met een extra impuls gericht op de doelgroep 18-35 jaar (de ‘na school’-leeftijd). Deze groep vertoont het vaakst risicovol verkeersgedrag.

Pagina 7 van 54

Samenvattend financieel beeld De opgave in onze regio is fors. Anderzijds blijkt het door personeelstekorten en overige externe factoren een opgave om projecten gerealiseerd te krijgen. De uitdagingen op gebied van mobiliteitsvraagstukken en woningbouwopgave leiden structureel tot hoge uitgaven. Ook op het gebied van verkeersveiligheid en het aantrekkelijk houden van het openbaar vervoer zijn structureel middelen nodig. De Vervoerregio heeft mede dankzij de extra middelen uit de motie Bikker meer ruimte om in te zetten op deze uitdagingen. De voorliggende begroting biedt meer ruimte dan voorheen, echter kan het geld maar één keer uitgegeven worden. Het is dus noodzakelijk om bestendige keuzes te maken die voor de lange termijn bijdragen aan de doelstellingen van de Vervoerregio.

Pagina 8 van 54

Tabel 1 Meerjarenbegroting 2025-2028 (bedragen in x € 1.000) (Sub-)Programma

Jaarrekening 2023

Gewijzigde begroting 2024 (na 1e Bestuursrapportage)

Ontwerp Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

162

2.536

3.916

3.637

3.358

3.079

12.843

14.205

14.268

14.223

14.223

14.216

128.872

141.814

131.734

131.680

134.478

126.478

0

1.750

5.000

5.000

10.000

20.000

Amsteltram

42.633

16.500

8.014

3.200

4.003

0

Concessies Amsterdam

57.786

113.167

96.654

95.540

78.997

81.134

LASTEN Algemene dekkingsmiddelen Overhead Verkeer & Vervoer: Investeringsagenda Mobiliteit Grote projecten schaalsprong OV

Concessies Streek

100.261

159.427

164.571

156.755

152.530

150.705

Asset Management Rail Infrastructuur (AMRI)

144.421

143.051

152.434

148.003

145.605

145.605

Onderzoek, Studie en Samenwerking

6.270

8.108

8.049

8.049

8.049

8.249

Apparaatskosten

10.431

11.719

12.381

12.381

12.381

12.381

Totaal Verkeer & Vervoer

490.674

595.536

578.838

560.608

546.044

544.552

TOTAAL LASTEN

503.679

612.276

597.022

578.468

563.625

561.847

BATEN Algemene dekkingsmiddelen: BDU jaarbijdrage

470.401

573.989

573.989

573.989

573.989

573.989

BDU saldo voorgaande jaren

7.503

-6.199

-2.852

-16.239

-26.349

-27.537

Rentebaten

10.051

12.696

12.355

7.154

6.623

6.094

0

0

0

0

0

0

487.955

580.485

583.491

564.903

554.263

552.545

388

208

208

208

208

208

10.958

2.713

0

0

0

0

464

548

0

1.900

0

0

-3.455

7.502

1.928

1.008

865

865

Concessies Streek

4.155

16.509

7.500

7.500

7.240

6.980

AMRI

2.323

3.203

2.846

1.900

0

0

763

1.108

1.049

1.049

1.049

1.249

Overige baten Totaal Algemene dekkingsmiddelen

Overhead Verkeer & Vervoer: Investeringsagenda Mobiliteit Amsteltram Concessies Amsterdam

Onderzoek, Studie en Samenwerking Apparaatskosten

129

0

0

0

0

0

Totaal Verkeer & Vervoer

15.336

31.583

13.322

13.357

9.154

9.094

TOTAAL BATEN

503.679

612.276

597.022

578.468

563.625

561.847

0

0

0

0

0

0

Toevoeging aan reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekking van reserves

0

0

0

0

0

0

TOTAAL MUTATIES RESERVES

0

0

0

0

0

0

RESULTAAT

0

0

0

0

0

0

RESULTAAT VOOR BESTEMMING

MUTATIES RESERVES

Vanaf 2025 gaan we uit van een structurele bijdrage van € 574 miljoen per jaar. Na toevoeging van de Bikker – gelden is de structurele bijdrage verhoogd met € 85 miljoen. Jaarlijks is er ook sprake van de indexatie van de rijksbijdrage Brede Doeluitkering Verkeer & Vervoer (BDU). In de meerjarenbegroting 2025 zijn de volgende zaken verwerkt: 1.

2. 3. 4.

Toevoeging van de gelden voor motie Bikker en motie Krul (2024). Het deel voor het compenseren van het verhogen van de tarieven is verwerkt binnen subprogramma concessie Amsterdam & subprogramma concessies Streek. Het resterende bedrag is opgenomen binnen een aparte rubriek en zal toegekend worden aan de correcte subprogramma’s wanneer er besluitvorming heeft plaatsgevonden door de regioraad; De ophoging van de budgetten naar prijspeil 2024 voor de indexatie van de BDU. Voor de ontwerpbegroting is deze ingeschat op 4% , +/- € 18 miljoen per jaar; Het opnemen van budgetten die uit 2023 zijn doorgeschoven naar latere jaren om de verplichtingen voor lopende projecten te kunnen voldoen; Extra budget in 2025 – 2028 voor de volgende intensiveringen uit de kadernota 2025; a. Het STOMP-aanbod beter spreiden over de regio en de mensen/doelgroepen: € 2 miljoen per jaar. Pagina 9 van 54

5.

b. Een trendbreuk in de verkeersveiligheid bereiken: € 4 miljoen in 2025 en 2026 en € 6 miljoen in 2027. c. De verbetering van de rol van het Openbaar vervoer wordt vanuit de Bikker gelden opgepakt. Extra budget voor het op niveau brengen van de volwassenheid op gebied van data infrastructuur & veiligheid.

Uitgaande van de huidige ontwerpbegroting zien we dat het saldo BDU richting 2028 gaat oplopen en daarna zet het een dalende beweging in door onder andere de geprogrammeerde uitvoering van het verlengen van de Noord/Zuidlijn. Het oplopende saldo wil niet zeggen dat wij als Vervoerregio besparen op onze uitgaven. Op dit moment worden de investeringen in strategische activa voor de concessie Amsterdam gedaan via een financieringsconstructie. Ondanks de grote bedragen die hiermee zijn gemoeid heeft dit een minder hoge impact op de jaarlijkse lasten van de Vervoerregio. Dit omdat we de kapitaallasten (aflossing & rente) dienen op te nemen. Deze constructie heeft ook hoge rentelasten als gevolg. Kijkende naar het meerjarige beeld zal er met stakeholders bekeken worden of we (gedeeltelijk) kunnen en moeten afwijken van deze constructie. Dit zou ervoor kunnen zorgen dat we op korte termijn het saldo BDU efficiënt kunnen inzetten. Op de langere termijn zou er dan, door de lagere kapitaallasten, meer budget beschikbaar zijn. Korte analyse op Tabel 1 

   

De Investeringsagenda Mobiliteit wordt in 2025 wat lager dan 2024. Dit komt omdat de niet gerealiseerde uitgaven uit 2023 zijn opgenomen in 2024 en er voor 2025 wordt uitgegaan van een realisatie in lijn met 2023; De budgetreeks uit de vastgestelde begroting is geïndexeerd (+/- € 5 miljoen per jaar) en voor 2025 – 2028 zijn de budgetten voor intensiveringen uit de kadernota opgenomen; De grote projecten schaalsprong OV kennen een ander kasritme dan eerder opgenomen in de vastgestelde begroting 2024. Door vernieuwde inzichten in de mogelijke uitvoering van deze projecten worden de hoge uitgaven pas na 2027 verwacht. We houden wel vast aan de toegezegde totaalbudgetten; Bij de Amsteltram zijn de budgetten ook verspreid naar later jaren, conform de uitvoering van het project. Budgetten zijn gelijk gebleven met de eerdere begroting van 2024; Bij de concessies zijn de gelden uit de motie Bikker (€85 miljoen) en de indexatie op de concessies (+/- €10 miljoen) toegevoegd; De AMRI – reeks in de begroting is tevens geïndexeerd; Bij de Apparaatskosten zijn budgetten van +/- € 0,9 miljoen toegevoegd voor IT-infrastructuur en organisatieontwikkeling.

Meer toelichting over de budgetten zijn opgenomen in de individuele subprogramma’s.

Beklemd en niet beklemd deel van het saldo Brede Doeluitkering Verkeer & Vervoer (BDU) 1.

2. 3.

Het ‘beklemd’ deel van de BDU verwijst naar het resterende saldo van de BDU dat nog beschikbaar is. Het dient voor de volgende doeleinden: Dekking voor reeds aangegane verplichtingen die in voorgaande jaren waren begroot maar vanwege vertraging in de uitvoering niet in dat jaar zijn uitgegeven. Daarom zijn ze doorgeschoven naar latere jaren; Inzet in toekomstige begrotingsjaren boven op de jaarlijkse BDU-ontvangsten; Buffer om eventuele risico's op te vangen. De kwantificering van deze risico's bedraagt € 90 miljoen.

Tabel 2 Ontwikkeling saldo BDU 2025-2028 (bedragen in x € 1.000)

Ontwikkeling saldo BDU

Jaarrekening 2023

Primitieve begroting 2024

Begroting 2024 (na 1e BestuursBegroting 2025 rapportage 2024)

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Beginstand saldo BDU

125.281

243.389

249.589

252.441

268.680

295.028

Beschikte jaarbijdrage

470.401

573.989

573.989

573.989

573.989

573.989

Totaal Beschikbare BDU begin van het jaar

595.682

817.378

823.577

826.429

842.668

869.017

Inzet BDU in begrotingsjaar

-472.964

-567.789

-571.136

-557.749

-547.640

-546.451

243.389

122.718

249.589

252.441

268.680

295.028

322.566

Beklemd als gevolg van overheveling van budgetten naar latere jaren

101.925

0

0

0

0

0

0

Benodigde buffer voor risico's Deel BDU beklemd

90.000 191.925

84.000 84.000

90.000 90.000

90.000 90.000

90.000 90.000

90.000 90.000

90.000 90.000

Dekkingspercentage weerstandsvermogen versus risico's

127%

146%

277%

280%

299%

328%

358%

Stand saldo BDU ultimo jaar Hiervan beklemd:

Pagina 10 van 54

Programmabegroting De begroting van de Vervoerregio bestaat uit drie programma’s. Deze programma’s zijn Verkeer & Vervoer, Overhead en Algemene Dekkingsmiddelen. Binnen het programma Verkeer & Vervoer kent de Vervoerregio diverse subprogramma’s. Deze dragen allen bij aan de strategische doelstellingen van het Beleidskader Mobiliteit. Investeringsagenda Mobiliteit Amsteltram Grote Projecten Schaalsprong OV Concessie Amsterdam Concessies Streek Onderzoek, studie en Samenwerking Apparaatskosten

Pagina 11 van 54

PROGRAMMA VERKEER & VERVOER

Het programma Verkeer & Vervoer bestaat uit meerdere subprogramma’s en de daarbijhorende kosten van personele inzet (de apparaatskosten). De begroting geeft op hoofdlijnen aan wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat het mag kosten. Een gedetailleerde opgave van projecten komt aan bod in het uitvoeringsprogramma Mobiliteit.

INVESTERINGSAGENDA MOBILITEIT Wat willen we bereiken in 2025? Het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit (UPM) van de Vervoerregio is het programma waarin we al onze voorgenomen mobiliteitsmaatregelen in samenhang beschrijven. Het is een nadere uitwerking van het Beleidskader Mobiliteit ‘Verbinden in verscheidenheid’. We laten zien waarin de Vervoerregio investeert, wanneer dat gebeurt en wat dat oplevert. Het UPM presenteert daarmee de totale ambitie. Het subprogramma ‘Investeringsagenda Mobiliteit’ presenteert de daarvoor beschikbare budgetten.

Wat gaan we daarvoor doen? Belangrijke opgaven in het Uitvoeringsprogramma zijn onder meer duurzaam openbaar vervoer, verkeersveiligheid en voor iedereen toegankelijke mobiliteit dat goed aansluit op de forse woningbouwopgaven. Zoals dat met project HOV ZaanIJ het geval is. Zo investeren we meer in beter toegankelijke haltes, verbeteren we de doorstroming van het ov door aanpassingen in verkeerslichten en zorgen we voor betere reisinformatie door vernieuwing van DRIS-panelen. De Vervoerregio wil daarnaast de actieve modaliteiten lopen en fietsen stimuleren en zet daarom extra in op (door)fietsroutes, gedragsmaatregelen, deelmobiliteit en hubs. Ondanks onze inzet in veiliger infrastructuur, educatie en campagnes daalt het aantal verkeersslachtoffers niet meer. Analyses tonen aan dat met name de veiligheid op 50km wegen achterblijft. Daarom willen we een grotere rol spelen in een verkeersveilige aanpak van juist deze wegen, ook omdat daarop een groot deel van de regionale verplaatsingen plaatsvindt. Veel winst valt te behalen met een verkeersveiliger inrichting van fietspaden. Met bijdragen aan quick-wins gaan we overbodige paaltjes verwijderen en de toepassing van bijvoorbeeld schuine trottoirbanden of attentie verhogende markering stimuleren.

Voor dit type maatregelen is tevens de extra verkregen Rijksimpuls Verkeersveiligheid uit het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 (SPV) beschikbaar. Het vergroten van de verkeersveiligheid doen we verder door educatie, campagnes en het programma ‘Doortrappen’. Veel van de belangrijke maatregelen die worden uitgevoerd, hebben meervoudige doelen, waarbij naast bereikbaarheid ook duurzaamheid, veiligheid, inclusie en gezondheid belangrijk zijn. Al deze elementen komen terug bij projecten, zoals we zien in Zaanstad bij de Guisweg en de Aanpak Verkeersdruk Thorbeckeweg N516. Met extra capaciteit en ongelijkvloerse kruisingen verbeteren we de doorstroming van het openbaar vervoer en het fietsverkeer met aandacht voor de inpassing in de omgeving. Een vergelijkbare aanpak hebben we ook op knooppunten zoals Amsterdam Lelylaan, Duivendrecht en Hoofddorp. Verduurzamen doen we onder meer met investeringen in schone energie, schonere voertuigen, infrastructuur & productie en door duurzame inkoop en opdrachtgeverschap. Met ons inclusiebeleid wil de Vervoerregio ervoor zorgen dat zoveel mogelijk mensen zelfstandig kunnen reizen en daarmee meer vrijheid hebben in hun mobiliteit.

Voorbeelden van acties die hieruit voortkomen - en in het Uitvoeringsprogramma hun plek krijgen - zijn het realiseren van toegankelijke haltes, het aanbrengen van liften op knooppunten, duidelijke reisinformatie en de inzet van de OV-coach. Die helpt mensen bij het zelfstandig reizen met het OV. Binnen het Uitvoeringsprogramma verzorgt de Vervoerregio het programmamanagement en start samen met de partners nieuwe initiatieven. De Vervoerregio voert ook zelf als opdrachtgever projecten uit en pakt bijvoorbeeld bij de MRA Doorfietsroutes een initiërende en proactieve rol. Ieder jaar brengen we verslag uit en leggen we verantwoording af over de realisatie van alle maatregelen in het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit. We leggen daarin helder uit welke effecten en resultaten ons beleid heeft. Het UPM stellen we ieder jaar tegelijk met de begroting op en leggen we ter besluitvorming voor.

Pagina 12 van 54

De top10 grootste projecten, die in 2025 tot uitgaven komen zijn: 1.

ZuidasDok OV-Terminal en no-regret maatregel doortrekken Noord/Zuidlijn

2. 3.

Aanpak Verkeersdruk Thorbeckeweg - N516 Multimodale Knoop Schiphol

4. 5.

Fietsenstalling Amsterdam CS Zuidoost Oranje Loper Amsterdam

6. 7.

Binnenring Amsterdam Verlengen IJtram 1e fase Strandeiland

8. 9.

Fietsenstalling Amsterdam Amstel Westzijde Guisweg Zaanstad planuitwerking

10. Sprong over het IJ-Oostbrug planuitwerking

Wat mag dat kosten? Tabel 3 IA Mobiliteit | Baten & Lasten (bedragen in x €1.000)

Investeringsagenda Mobiliteit

Jaarrekening 2023

Primitieve begroting 2024

Gewijzigde begroting 2024 na 1e Bestuursrapp

Ontwerp begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Investeringsagenda mobiliteit Uitvoeringsbudgetten en studies

123.797

110.651

141.814

131.734

131.680

134.478

126.478

Totaal lasten

123.797

110.651

141.814

131.734

131.680

134.478

126.478

Bijdragen derden BDU Absoluut

919 -

-

1.263 1.450

-

-

-

-

Totaal baten

919

-

2.713

-

-

-

-

-131.734

-131.680

-134.478

-126.478

Saldo Investeringsagenda Mobiliteit

-122.878

-110.651

-139.100

Ten aanzien van de vastgestelde begroting 2024 is het subprogramma geïndexeerd naar prijspeil 2024. Dekking voor deze verhoging komt vanuit de indexatie BDU. In het Uitvoeringsprogramma staan veel kleine projecten (< € 1 miljoen) die in kort tijdbestek tot uitvoering en uitgaven komen. Om op voorhand rekening te kunnen houden met deze projecten nemen we in het jaarbudget een stelpost op van € 12 miljoen. Voor projectenstudies in verkenningen en planstudiefase hanteren we binnen het jaarbudget een stelpost van € 4 miljoen. Net zoals vorige jaren baseren we deze bedragen op een inschatting van de acties van het programma en de ervaringscijfers van de vorige jaren. In de raming van de begroting is het jaarlijkse bedrag stabiel begroot. Dit betekent niet dat er een subsidieplafond wordt gehanteerd. Maar de meeste projecten leiden voor de Vervoerregio pas tot uitgaven na het afgeven van een subsidiebeschikking of het verlenen van een opdracht. We weten dat niet alle projecten binnen de vooraf gestelde planning en budgetten ten uitvoer komen. Het is daarmee het saldo van projecten die sneller worden uitgevoerd dan verwacht en projecten die tussentijds stoppen of vertragen. Daardoor komen eerder gereserveerde middelen vrij. De Vervoerregio monitort dit beeld continu. De organisatie stuurt actief op programmering en hanteert, indien nodig, een overprogrammering van maximaal 15%.

Dat is een percentage dat niet ongebruikelijk is bij overheden. De realisatiegraad van de Vervoerregio lag afgelopen jaren tussen de 80% en 90%. Tenslotte zorgen we voor extra budget voor de drie genoemde intensiveringen. Het waarborgen van de belangrijke rol van ons openbaar vervoer (1) doen we met de inzet van de Bikker-gelden. Voor het STOMP-aanbod beter spreiden over de regio en de mensen / doelgroepen (2) en voor intensiveringen op het gebied van Verkeersveiligheid (3) stellen we extra budget beschikbaar via de Investeringsagenda Mobiliteit.   

Thema 1: Dit is opgenomen in het voorstel voor besteding Bikker-gelden Thema 2: € 2 miljoen voor 2025 tot en met 2028 Thema 3 : € 4 miljoen in 2025 en 2026 en 6 miljoen in 2028

In de uitvoering van de begroting zullen hier specifieke projecten aan gekoppeld worden.

Pagina 13 van 54

AMSTELTRAM Wat willen we bereiken in 2025? De Vervoerregio is bestuurlijk en ambtelijk opdrachtgever voor (de realisatiefasen van) de Amsteltram: de ombouw Amstelveenlijn, de verlenging naar Uithoorn (Uithoornlijn) en de realisatie van de Tijdelijke Eindhalte Amsteltram aan de Parnassusweg (heavy variant). De Amsteltram zorgt voor kortere reistijden van deur tot deur en een verbetering van de kwaliteit en veiligheid van het OV in de zuidelijke vervoerregio. Het versterken van het OV-netwerk levert een bijdrage aan het reduceren van de CO2-uitstoot. Aandacht is er voor beleving en inpassing in de omgeving. Zo verbetert de Amsteltram de nabijheid en het STOMP-aanbod voor de mensen in het zuiden van de regio. Wat gaan we daarvoor doen? Uithoornlijn: De verwachting is dat in 2024 decharge wordt verleend aan de projectorganisatie Uithoornlijn nadat de restwerkzaamheden zijn afgerond dan wel expliciet zijn belegd bij het GVB of derden. In 2025 zullen mogelijk alleen nog laatste financiële transacties plaatsvinden.

Tijdelijke Eindhalte Amsteltram – Parnassusweg: In 2024 is op basis van het DO en RAW-bestek de civiele aannemer gecontracteerd en de scopeverdeling met GVB overeengekomen. De projectorganisatie werkte daarnaast aan de planning en de afstemming met raakvlakprojecten en stakeholders in het gebied, zodat de eerste fase van de uitvoering van de tijdelijke eindhalte in de zomer van 2025 kan plaatsvinden. De tweede uitvoeringsfase en oplevering is voorzien in het eerste kwartaal van 2026, als binnen Zuidasdok de Brittenpassage wordt geopend en de Minervapassage wordt afgesloten.

Wat mag dat kosten? Tabel 4 Amsteltram | Baten & Lasten (bedragen in x €1.000)

Jaarrekening 2023

Primitieve begroting 2024

117.793 2.520

31.718

Totaal lasten

120.313

31.718

16.500

8.014

3.200

4.003

-

Bijdragen derden BDU Absoluut

26.192 -

-

548 -

-

1.900 -

-

-

Amsteltram

Amstelveenlijn Uithoornlijn Tijdelijke eindhalte Parnassusweg

-

Totaal baten

26.192

-

Saldo Amsteltram

-94.122

-31.718

Gewijzigde begroting 2024 na 1e Bestuursrapp 15.500 1.000

548 -15.952

Ontwerp begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

6.014

-

-

-

2.000

3.200

4.003

-

-

1.900

-

-

-8.014

-1.300

-4.003

-

Uithoornlijn: De geraamde kosten hebben betrekking op de uitvoering van de laatste financiële transacties. Ten aanzien van de vastgestelde begroting 2024 - waarin alle uitgaven in 2024 stonden geprogrammeerd - zijn er conform de realisatie van het project, budgetten doorgeschoven naar overige jaren. Het betreft hier een verschuiving van de kasritmes en geen toevoeging van budgetten. Tijdelijke Eindhalte Amsteltram – Parnassusweg: Op basis van het db-besluit eind 2023, is in 2024 het hele budget van de Tijdelijke Eindhalte toegevoegd aan het subprogramma Amsteltram. Ten aanzien van de vastgestelde begroting 2024 zijn er geen extra middelen toegevoegd aan het subprogramma en betreft het puur een spreiding van de lasten op basis van inzichten in de uitvoering van het project.

Pagina 14 van 54

GROTE PROJECTEN SCHAALSPRONG OV Wat willen we bereiken in 2025? Het westelijke en zuidwestelijke deel van de Vervoerregio kent grote mobiliteitsopgaven. Er is een groeiende behoefte aan snelle ovverbindingen met name naar de plekken waar wonen, werk en onderwijs zich concentreert. De capaciteit van het spoor, waaronder de Schipholtunnel en knooppunten, beperkt de groei van het treinverkeer en de noodzakelijke modal-shift naar duurzame vervoerwijzen. Daarnaast is sprake van grootschalige gebiedsontwikkeling in Amsterdam en Haarlemmermeer, waarmee in een belangrijke nationale en regionale woningbouwbehoefte wordt voorzien. Met schaalspronginvesteringen, zoals de OV-verbindingen Amsterdam-Haarlemmermeer (doortrekken Noord/Zuidlijn) en Sloterdijk-Amsterdam Centrum (onder andere Ringlijn) wordt het mogelijk om meer regionale, nationale en internationale verbindingen te leggen. Het zijn bouwstenen om de beleidsambities van de Vervoerregio op het gebied van een bereikbare regio en duurzame en inclusieve mobiliteit, zoals verwoord in het in 2023 vastgestelde Beleidskader Mobiliteit 'Verbinden in verscheidenheid', te realiseren. Een nationale alliantie van zeven partijen heeft eind 2022 samen met het Rijk afspraken gemaakt over Zuidasdok, het derde perron op station Amsterdam Zuid en de start van MIRT-Verkenningen naar twee ov-verbindingen.

De eerdere bijdrage vanuit de Vervoerregio van € 225 miljoen is daarvoor met € 145 miljoen opgehoogd tot € 370 miljoen. Die is in de begrotingsjaren 2023 tot en met 2034 opgenomen. Daarnaast garandeert de Vervoerregio dat voor deze projecten een bedrag van € 300 miljoen beschikbaar is voor de aanschaf van het benodigde metromaterieel. Met dit bedrag neemt de Vervoerregio tevens het exploitatierisico voor de dekking van deze lasten (saldo van exploitatiekosten en –opbrengsten). Ook onderstrepen we zo onze lange termijn verbintenis aan de metrolijnen.

Wat gaan we daarvoor doen? De Vervoerregio is met de opdrachtgevende projectpartners twee samenwerkingsovereenkomsten (SOK) aangegaan. Hierin zijn onder andere afspraken vastgelegd met betrekking tot de rolverdeling, verantwoordelijkheden, scope van de verkenning, planning, kostenverdeling en risico's. In de fase van MIRT-verkenning worden diverse openbaar vervoeralternatieven, waaronder de doortrekking Noord/Zuidlijn en het sluiten van de metro Ringlijn, nader onderzocht. Ook vindt participatie met de omgeving plaats en wordt een milieu-effectrapportage (plan-MER) uitgevoerd. Met al deze informatie wordt de definitieve keuze voor het voorkeursalternatief nader onderbouwd. Uiteindelijk moet dit leiden tot een definitief voorkeursbesluit over de beoogde ov-verbindingen. In 2025 zijn beide MIRT-verkenningen volop in uitvoering. De Vervoerregio is ambtelijk opdrachtgever en kasbeheerder voor de MIRT-verkenningen namens alle opdrachtgevende partijen. Tweemaal per jaar wordt een bestuurlijke voortgangsrapportage beschikbaar gesteld aan de regioraad Voor Zuidasdok en derde perron Station Zuid levert de Vervoerregio een financiële bijdrage en is partner in deze projecten. De financiële bijdrage aan het lopende project Zuidasdok OV-terminal is onderdeel van het programma Investeringsagenda Mobiliteit en wordt gerapporteerd in het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit.

Zodra er verplichtingen voor de gereserveerde extra bijdrage Zuidasdok en derde perron station Amsterdam Zuid zijn voorzien volgt mogelijk een voorstel in nog komende begrotingen of begrotingswijzigingen om deze middelen over te hevelen naar het programma Investeringsagenda Mobiliteit.

Wat mag dat kosten? Tabel 5 Grote projecten schaalsprong OV| Baten & Lasten (bedragen in x €1.000)

Grote projecten schaalsprong OV

Jaarrekening 2023

Primitieve begroting 2024

Gewijzigde begroting 2024 na 1e Bestuursrapp

Ontwerp begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Bijdrage doortrekken Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp, sluiten metroring, Zuidasdok en 3e perron en terminal Station Zuid Exploitatiekosten

-

1.750 -

1.750 -

5.000 -

5.000 -

10.000 -

20.000 -

Totaal lasten

-

1.750

1.750

5.000

5.000

10.000

20.000

Bijdragen derden BDU Absoluut

-

-

-

-

-

-

-

Totaal baten

-

-

-

-

-

-

-

Saldo Grote projecten schaalsprong OV

-

-1.750

-1.750

-5.000

-5.000

-10.000

-20.000

Pagina 15 van 54

De regioraad heeft op 20 december 2022 ingestemd met een bijdrage van in totaal € 370 miljoen in de Nationale Alliantie. Hiervan is € 136,1 miljoen gereserveerd voor de ov-verbinding Amsterdam – Haarlemmermeer (OVAH) en € 87,4 miljoen voor de ov-verbinding Sloterdijk – Amsterdam Centrum (OVSA). De bovenstaande verdeling over de eerste jaren is gemiddeld circa € 20 miljoen per jaar lager dan een jaar geleden in de meerjarige begroting is gepresenteerd. Oorzaak is enerzijds dat de eerste uitgaven alleen de bijdrage aan de MIRT-Verkenning OVSA betreffen. Gemeente Amsterdam en Vervoerregio zijn overeengekomen het benodigd budget van € 25 miljoen 50/50 te verdelen. Voor de MIRT-Verkenning OVAH is in de op 20 december 2022 ondertekende SOK vastgelegd dat de kosten voor deze MIRT-verkenning van circa € 34 miljoen worden gedekt door het ministerie van IenW. De Vervoerregio heeft daarom hiervoor geen middelen begroot, maar financiert als kasbeheerder de uitgaven voor en dit wordt als vordering op de balans gezet. Anderzijds is op basis van de actuele inzichten in de planningen een nieuwe prognose van de uitgaven gemaakt. Voor de volgende projectfase van de ov-Verbindingen en voor de projecten Zuidasdok en derde perron Station Amsterdam Zuid zijn vanaf 2027 uitgaven geprognosticeerd. In de begroting 2025 wordt een bedrag van € 5 miljoen opgenomen.

Ten aanzien van de meerjarenreeks blijft er overeenkomstig eerdere besluitvorming nog steeds in totaal € 370 miljoen beschikbaar vanuit Vervoerregio Amsterdam. Ten aanzien van de vorige vastgestelde begroting vindt er dus een kasritme verschuiving plaats.

CONCESSIES Openbaar vervoer verbindt mensen. Mensen reizen naar werk, school, de sportclub of brengen een bezoek aan het ziekenhuis. Reizigers in onze regio moeten comfortabel, veilig, vlot en onbezorgd hun bestemmingen kunnen bereiken. We zorgen ervoor dat reizen een positieve beleving is. In ons beleidskader heeft en houdt het openbaar vervoer daarom een zeer belangrijke rol in de mobiliteit van mensen. Wel kijken we breder naar de publieke mobiliteit. En ook kijken we hoe we de ambities voor een beter ov zo goed mogelijk kunnen verenigen met bijvoorbeeld de ambitie om meer mensen te laten lopen en fietsen of de veiligheid te vergroten. Soms versterken die elkaar juist (lopen en fietsen als voor- en navervoer voor het ov), soms moeten soms lastige keuzes worden gemaakt (zoals bij de stap van 50 naar 30 km/u die op steeds meer plekken in de regio wordt gezet). In 2025 willen we dat het ov weer meer kan groeien en de vervoerders minder last hebben van het personeelstekort. Door de motie Bikker hebben we vanuit de BDU extra middelen gekregen om te investeren in het openbaar vervoer. We investeren dit in maatregelen die breed het ov ten goede komen. Zoals aan reisinformatie, toegankelijkheid van haltes en fietsparkeervoorzieningen op haltes. In 2025 blijven de exploitatiebudgetten op een hoog niveau.

Geld dat niet naar de exploitatie gaat, blijven we investeren in het ov via het Ontwikkelfonds ov. We zien nu positieve ontwikkelingen bij vervoerders op het gebied van personeel. We verwachten dat het personeelstekort stabiliseert en mogelijk ook weer leidt tot een verbetering van de betrouwbaarheid van het openbaar vervoer. Dat zal betekenen dat we minder of het liefst helemaal geen minderwerk in rekening hoeven te brengen bij onze vervoerders en de middelen besteed worden zoals begroot. In 2025 wordt de studenten ov bijdrage door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OC & W) opnieuw bepaald. Er reizen minder studenten met het ov. Hierdoor wordt de bijdrage mogelijk verminderd. In onze regio kan dit oplopen tot € 9 á € 10 miljoen. Op onze begroting dienen we hier rekening mee te houden. De ov tarieven voor 2024 zijn niet gestegen voor de reiziger. Het geld van motie Bikker wordt voor een deel gebruikt om de ov tarieven niet te laten stijgen voor de reiziger. De exploitatiesubsidie wordt vanaf 2024 nu structureel opgehoogd.

Pagina 16 van 54

CONCESSIE AMSTERDAM Wat willen we bereiken in 2025? Na de geplande start op 15 december 2024, is 2025 het eerste volledige kalenderjaar van de nieuwe concessie Amsterdam. We willen de belangrijke rol van het OV binnen het STOMP principe van het Beleidskader Mobiliteit waarborgen. Daarom streven we met het Programma van Eisen van de nieuwe concessie Amsterdam naar een OV-systeem dat inclusief, aantrekkelijk, veilig, duurzaam en passend bij haar omgeving is. Voor het realiseren van de ambities is er een fasering gedurende de looptijd van de concessie met daarbij een ontwikkelrol voor de Concessiehouder. Voor het invullen van deze ontwikkelrol zijn er binnen de concessie financiële middelen in een ontwikkelfonds en een kwaliteitsfonds voorzien. Voor het eerste dienstregelingsjaar van de nieuwe concessie zal het OV-aanbod in elk geval aansluiten bij het niveau van het Vervoerplan 2024-II. Strategische activa, zoals de bussen, trams en metro's, maakt in het Concessiebesluit onderdeel uit van de nieuwe concessie Amsterdam. De Vervoerregio subsidieert ook het materieel. Nieuw materieel en andere investeringen in Strategische Activa, zoals stallingen, werkplaatsen en ICT systemen dragen bij aan de doelstellingen binnen het beleidskader waarbij er ingezet wordt op bereikbaarheid, inclusiviteit en duurzaamheid. De komende jaren verwachten we weer groei van het aantal reizigers.

Vanuit de strategische activa moeten we hier met onze investeringen op de langere termijn in spelen. Daarnaast zetten we de laatste stappen in de transitie naar elektrisch vervoer. Dit gaat met name om investeringen in elektrische bussen en laadinfrastructuur, met als doel om in 2025 een volledige elektrische busvloot te hebben. Alleen binnen het metrodomein ziet de Vervoerregio een mogelijke behoefte voor groei in de vloot ten opzichte van de huidige vloot. Voor de andere modaliteiten is er op dit moment geen groei in de vloot voorzien. Maar we zullen wel doorlopend investeringen blijven doen voor vervanging van materieel dat aan het einde van de levensduur komt. De Vervoerregio verleent subsidie voor de afschrijvings- en rentekosten. De subsidie wordt verstrekt gedurende de levensduur van de voertuigen. Bij tram en metro is dat bijvoorbeeld over 30 jaar. Op deze wijze wordt de druk op de exploitatiebegroting van de Vervoerregio gespreid.

Wat gaan we daarvoor doen?

Voor het eerste dienstregelingsjaar van de nieuwe concessie wordt het Vervoerplan 2025 opgesteld. Dat gaat in op 15 december 2024. Het uitgangspunt voor dit vervoerplan is het OV-aanbod van het vervoerplan 2024-II met daarbij een aantal aanvullende maatregelen. Het Vervoerplan 2026 zal moeten voldoen aan de eisen van het nieuwe PVE en zal gedurende het jaar 2025 in samenwerking met de ontwikkeltafel Vervoer worden opgesteld. Hieraan nemen de concessiegemeenten en de Reizigers Advies Raad deel. In 2025 zullen alle 30 M7 metrovoertuigen uit de basisbestelling ingestroomd zijn. De eerste voertuigen presteren conform verwachting goed en zijn inmiddels ook gekoppeld inzetbaar. Daarmee is er afscheid genomen van het oude S1/S2 materieel en een deel van het S3/M4 materieel. In 2024 heeft de regioraad het besluit genomen over de optie voor het bestellen van extra M7 voertuigen. Dit om groei in het netwerk op te kunnen vangen en ambitie in groei van het metronet waar te kunnen maken. De verwachting is dat er in 2025 gestart wordt met de productie van deze voertuigen. De 15G tramvoertuigen presteren steeds beter. GVB blijft werken aan het verbeteren van de prestaties. GVB en Vervoerregio zijn inmiddels begonnen met de uitwerking van de, door het dagelijks bestuur vastgestelde, vlootstrategie tram (2022).

Hierin wordt toegewerkt naar meerdere gelijke deelvloten zodat er flexibeler ingespeeld kan worden op veranderingen in de stad. Er wordt met de mogelijke aanbesteding van 17G voertuigen, ter vervanging van een deel van de combinovoertuigen, een eerste invulling gegeven aan dit besluit. GVB en Vervoerregio verwachten eind 2024/begin 2025 een voorstel voor te kunnen leggen aan het dagelijks bestuur waarna de aanbesteding gestart wordt. 2025 staat in het teken van de laatste stap naar een elektrische busvloot. Naar verwachting zijn alle bussen van batch 4 in 2025 ingestroomd. In 2024 vindt tevens de bestelling van GVB voor batch 5 en 6 plaats welke bedoeld is als vervanging van de laatste dieselbussen. Door vertragingen bij leverancier VDL bestaat de kans dat deze voertuigen niet allemaal in 2025 instromen. Er zal volle aandacht zijn om dit toch mogelijk te maken. Voor deze elektrische bussen batch 4 maakt de Vervoerregio gebruik van de Specifieke Uitkering zero-emissiebussen (SPUK ZE). Die wordt gefaciliteerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Hierdoor verminderen wij de druk op onze reguliere BDU. Aan deze SPUK zijn verschillende voorwaarden verbonden, waar wij als Vervoerregio op sturen. Pagina 17 van 54

Wat mag dat kosten? De begroting 2025 wijkt in presentatie af in de vorm van de indeling vergeleken met de begroting 2024. Dit komt door de voorgestelde wijzigingen ten aanzien van de concessie Amsterdam 2025, waarvan de inbesteding op dit moment loopt. Strategische activa maakt onderdeel uit van het Concessiebesluit Amsterdam en is daarmee onderdeel van de inbesteding. Deze wijziging is in de kadernota opgenomen en geeft de regioraad op het niveau van de sub-programma’s goed inzicht. Na afronding van de inbesteding worden de bedragen aangepast aan de geaccepteerde bieding. De wijziging heeft een effect op Activa namelijk:  

We benoemen een nieuw sub-programma Concessie Amsterdam Het sub-programma Activa GVB gaat op in het nieuwe sub-programma Concessie Amsterdam

Doordat het Meerjaren Investeringsplan Strategische Activa 2024-2037 (MJIP) van GVB niet voldoet aan de verwachtingen van de Vervoerregio en niet aansluit op de door de Vervoerregio beschikbaar gestelde budgetten wordt het MJIP niet vastgesteld. Het gevolg hiervan is dat voor Activa de bedragen gelijk zijn gehouden. Alleen de al bekende mutaties voor 2025 en verder zijn verwerkt. Dit zijn ontwikkelingen binnen al opgenomen investeringen die een financieel effect hebben. De bedragen in de begroting blijven steeds in beweging tot het moment dat er een subsidiebeschikking afgegeven wordt. De huidige stand van de ontwerpbegroting is onderdeel van de vastgestelde financiële kaders voor de inbesteding die later dit jaar volgt. Eventuele wijzigingen binnen Strategische Activa worden in de komende bestuursrapportages gemeld. Tabel 6 Concessie Amsterdam | Baten & Lasten (bedragen in x €1.000)

Concessies Amsterdam

Amsterdam (Exploitatie) Strategische Activa - kapitaallasten en investeringsbijdragen Totaal lasten Bijdragen derden BDU Absoluut Specifieke Uitkering Totaal baten Saldo Concessies Amsterdam

Jaarrekening 2023

Primitieve begroting 2024

3.641

20.902

Gewijzigde begroting 2024 na 1e bestuursrapp 61.187

Ontwerp begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

55.522

49.227

42.932

36.637

54.145

42.905

51.980

41.132

46.312

36.065

44.497

57.786 859

63.807 843

113.167 865

96.654 865

95.540 865

78.997 865

81.134 865

-4.314 -3.455 -61.241

1.200 2.043 -61.764

6.637 7.502 -105.665

1.063 1.928 -94.726

143 1.008 -94.532

865 -78.132

865 -80.269

Voor de exploitatie en sociale veiligheid is de definitieve indexatie van 2024 verwerkt voor 2025 en verder. Het gaat hierbij om € 0,8 miljoen voor 2025 welke gedekt wordt uit de indexatie BDU.

De motie Bikker voor de LTI compensatie is opgenomen binnen het subprogramma. De lasten voor dit subprogramma zijn daarmee voor 2025 en verder met € 36,8 miljoen per jaar gestegen. Deze bedragen zijn nieuw ten aanzien van eerdere begrotingen.

In het kader van de inbesteding zijn de bedragen uit het vastgestelde financieel kader opgenomen. Hiermee zijn er voor 2025 tot en met 2028 vanuit het Ontwikkelfonds OV lasten verschoven naar Amsterdam (exploitatie). Dit gaat om de toevoegingen uit het huidige bestuursakkoord, voor 2025: € 12 miljoen; 2026: € 9 miljoen; 2027: € 6 miljoen; 2028: € 3 miljoen.

Voor Strategische Activa zijn de bedragen uit het vastgestelde financieel kader voor de inbesteding opgenomen. Hierin zijn de mutaties uit de 2de bestuursrapportage 2023 met een meerjarig effect en het MJIP 2023 verwerkt. De actualisatie betreft voor 2025: € 0,8 miljoen; 2026: € 0,8 miljoen; 2027: € 0,8 miljoen; 2028: € -4,6 miljoen.

Bij de Strategische Activa is de specifieke uitkering (SPUK) voor de Zero Emissie Bussen doorgeschoven. De baten en lasten zijn voor 2025 € 1 miljoen en voor 2026 € 0,1 miljoen lager. Dit is een gevolg van de latere levering van de bussen. De impact is budgetneutraal voor de Vervoerregio. Deze bedragen waren ook in eerdere begrotingen reeds opgenomen.

Voor de Strategische Activa is de voorlopige indexatie 2024 verwerkt voor 2025 en verder. Hierdoor stijgen de kosten in 2025: € 1,5 miljoen; 2026: € 1,8 miljoen; 2027: € 1,4 miljoen; en 2028: € 1,7 miljoen. Dit wordt gedekt uit de BDU indexatie die wij zelf ontvangen. Hiermee is dit op de begroting van de Vervoerregio budgetneutraal. Pagina 18 van 54

Geen verlaging van de totaalbudgetten voor Amsterdam In het subprogramma concessie Amsterdam zijn alle middelen opgenomen die in de inbesteding zijn meegenomen. Conform de afspraken uit de inbesteding heeft het dagelijks bestuur op 8 februari 2024 een financieel kader afgegeven. Hiervoor zijn de binnen de begroting beschikbare middelen samengevoegd conform de uitgangspunten uit de inbestedingsleidraad. Het gaat hierbij om de volgende budgetten: 1. Sociale Veiligheid 24 miljoen per jaar 2. Exploitatie conform vorige contractafspraken dus 3 miljoen minder per jaar vanwege stijgende reizigersinkomsten en jaarlijks 1% uitbreiding van het budget als gevolg van 1% meer dienstregelingkilometers 3. Resultaat herijking 2019 van € 6 miljoen per jaar, totaal 66 miljoen 4. Bijdrage vanuit bestuursakkoord voor 2025-2028 totaal 30 miljoen 5. Strategische Activa 6. Besparing Uithoornlijn Washal 0,8 miljoen per jaar, totaal € 8,8 miljoen 7. LTI compensatie motie Bikker € 36,8 miljoen per jaar, totaal € 404,8 miljoen Daarnaast is in de inbesteding uitgegaan van SOV compensatie naar het niveau van 2024. Dit is nog niet in de begroting opgenomen omdat de uitkomst van de herijking 2025 nog niet bekend is. Hiermee is er ten opzichte van de vorige contractafspraken € 104,8 miljoen toegevoegd voor de komende 11 jaar plus € 404,8 miljoen vanuit de motie Bikker.

Het bedrag van € 104,8 miljoen stond al in de begroting opgenomen maar zetten we nu specifiek in voor deze concessieafspraken. Ook hebben we het risico van de SOV budgetten eenmalig opgevangen. Voor activa stijgt daarnaast het budget de komende jaren omdat we steeds meer financieren via kapitaallasten van ongeveer 40 miljoen naar rond de 55 miljoen. Om de concessie Amsterdam te laten functioneren is ook onderhoud nodig aan de railinfrastructuur. Hiervoor zetten we jaarlijks naast de exploitatiesubsidies binnen het subprogramma AMRI gemiddeld ruim € 154 miljoen in. Dit bedrag loopt richting het einde van de concessie op naar € 170 miljoen om op de Noord/Zuidlijn de eerste grote vervangingen te kunnen gaan doen. Daarmee blijft het bedrag dat we de komende 11 jaar uitgeven aan de concessie Amsterdam jaarlijks ongeveer gelijk op een gemiddeld niveau van bijna € 236 miljoen. Dit is ruim 40% van het jaarlijkse BDU budget.

Tabel 7 Concessie Amsterdam inclusief AMRI | Baten & Lasten (bedragen in x €1.000) CONCESSIE AMSTERDAM INCLUSIEF AMRI LASTEN

Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035

Exploitatie incl bonus Sociale Veiligheid Strategische Activa Motie Bikker tarieven AMRI

-4.401 24.191 40.069 36.795 152.434 249.088

BATEN

Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035

Gemeentelijke bijdrage SPUK

-865 -1.063 -1.928

-11.616 24.191 46.169 36.795 148.003 243.543

-865 -143 -1.008

-18.054 24.191 36.065 36.795 145.605 224.603

-865 0 -865

-24.349 24.191 44.497 36.795 145.605 226.739

-865 0 -865

-30.643 24.191 49.667 36.795 145.605 225.615

-865 0 -865

-33.791 24.191 51.504 36.795 145.605 224.304

-865 0 -865

-36.938 24.191 53.374 36.795 145.605 223.027

-865 0 -865

-40.086 24.191 53.050 36.795 171.742 245.693

-865 0 -865

-43.233 24.191 50.772 36.795 166.922 235.446

-865 0 -865

-46.381 24.191 54.069 36.795 166.922 235.596

-865 0 -865

-49.528 24.191 57.172 36.795 164.315 232.945

-865 0 -865

CONCESSIES STREEK Wat willen we bereiken in 2025? Concessie Amstelland-Meerlanden De Vervoerregio en Connexxion willen zowel het OV-aanbod als het aantal reizigers weer laten groeien in de concessie AmstellandMeerlanden. In het concept Vervoerplan van Connexxion staat dan ook een uitbreiding van het aanbod op het programma voor onder andere lijn 300 (doorkoppelen op Haarlem Station aan andere R-net lijnen naar Haarlem Noord en evt. verder de regio in) en van lijn 180/181 (herstel frequentie op het kerntraject op knooppunt Schiphol Noord P30). Dit heeft als voordeel dat er vanuit Pagina 19 van 54

diverse bestemmingen buiten Schiphol (Zuidoost, De Aker, Badhoevedorp, Amstelveen) weer meer rechtstreekse verbindingen (minder vaak overstappen) zijn met Schiphol Airport/Plaza. Concessie Zaanstreek en Waterland Er is verbetering in de dienstverlening van EBS merkbaar. We zien dat nieuwe chauffeurs geworven worden en de nieuwe bussen stromen in. We willen deze verbeteringen borgen en verdere verbeteringen versnellen, zodat EBS zo snel mogelijk de dienstregeling gaat rijden die het bedrijf heeft aangeboden. De verwachting is dan ook dat EBS in de loop van 2025 het aangeboden vervoeraanbod gaat rijden.

Wat gaan we daarvoor doen? Amstelland-Meerlanden In 2024 wordt de herijking van het contract tussen de Vervoerregio en Connexxion vastgesteld voor de concessie AmstellandMeerlanden tot en met december 2032. De herijking geeft Connexxion de benodigde financiële middelen en comfort voor de toekomst om het OV-aanbod te laten groeien en te zorgen voor reizigersgroei in Amstelland-Meerlanden.

Zaanstreek-Waterland De Vervoerregio heeft afspraken gemaakt met EBS in de vorm van een verbeterplan. De basis van dit plan is een betrouwbare dienstregeling en het zo snel mogelijk opschalen naar het niveau van het bod. De Vervoerregio in vorm van contractbeheer heeft hier wekelijks overleg over en bewaakt daarin de voortgang. Het doel is om aan eind 2024 en uiterlijk Q1 2025 de gehele concessie op het niveau te hebben zodat de reiziger weer bediend kan worden met het ov-aanbod wat beloofd is. Ook rijden dan de nieuwe bussen van EBS, wat gelijk de kwaliteit van het ov fors verbetert. In 2024 wordt nog minderwerk ingehouden omdat EBS minder rijdt dan in het contract is afgesproken. Dit budget komt terug naar het ontwikkelfonds ov. Dit geldt blijft dan beschikbaar voor investeringen die ten goede komen aan het openbaar vervoer in de regio. In de loop van 2025 wordt hier invulling aan gegeven. Wat mag dat kosten? Tabel 8 Concessies STREEK (inclusief Algemeen) | Baten & Lasten (bedragen in x €1.000)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14464555/1