CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

B1-bestemmingsplan-rotterdamhaven-2021-toelichting-(gewijzigde-versie)

Gemeenteraad 30 maart 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bestemmingsplan Rotterdamhaven 202118.834 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gewijzigde versie n.a.v. raadsmemo 21 maart 2023 nummer 1582794

Bestemmingsplan

Rotterdamhaven 2021 Vastgesteld

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

4 Inleiding

4

1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

4 4 5 5

Hoofdstuk 2

Projectbeschrijving

6

Hoofdstuk 3

Beleidskader

9

3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 4

Omgevingsanalyse

4.1 Huidige en toekomstige situatie

Hoofdstuk 5

Randvoorwaarden / omgevingsaspecten

5.1 Archeologie 5.2 Bezonning 5.3 Bodemkwaliteit 5.4 Cultuurhistorische waarden 5.5 Externe veiligheid 5.6 Geluid 5.7 Luchtkwaliteit 5.8 Milieuzonering 5.9 Natuurwaarden 5.10 Verkeer en parkeren 5.11 Water 5.12 Milieu-effectrapportage

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

6.1 Privaatrechtelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7

Juridische planbeschrijving

7.1 Planvorm 7.2 Bestemmingsregeling

9 12 13 14

26 26

29 29 29 30 31 33 36 37 39 40 43 45 47

49 49 49 49

51 51 51

Bestemmingsplan "Rotterdamhaven 2021" (vastgesteld)

Toelichting Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op de voorgenomen ontwikkeling ter plaatse van de kavel op de kruising Rotterdamhaven en Wolgalaan, ook wel bekend als kavel 8. Het plan voorziet in de realisatie van 19 nieuwbouwappartementen in combinatie met een kantoorfunctie. Het project is niet passend binnen het vigerende bestemmingsplan ''Weidevenne 2012''. In paragraaf 1.3 wordt hierop verder ingegaan. Het onderhavige bestemmingsplan geeft een planologisch kader - bouw- en gebruiksregels - waarbinnen het project planologisch mogelijk wordt gemaakt.

1.2

Ligging plangebied

De projectlocatie is gelegen op de kruising Rotterdamhaven en Wolgalaan. Het perceel is ook wel bekend als kavel 8 en kadastraal bekend onder nummer 1238, sectie K van de kadastrale gemeente Purmerend. De kavel heeft een grootte van circa 518 m². Het plangebied ligt in de wijk 'Weidevenne' en wordt globaal begrensd door: Een groenstrook met daarachter de A7 (ten westen); Wolgalaan (ten noorden); Rotterdamhaven (ten oosten); Parkeerplaats en braakliggende kavel (ten zuiden). Figuur 1.1: globale ligging plangebied (bron: maps.google.nl)

4

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Op het plangebied geldt tot op het moment van inwerkingtreding van het onderhavige bestemmingsplan het bestemmingsplan ''Weidevenne 2012'', vastgesteld op 28 maart 2013. Ter plaatse van het plangebied vigeert tevens het "Parapluplan Parkeernomen Purmerend 2018". Het plan ''Weidevenne 2012'' geeft de volgende bouw- en gebruiksmogelijkheden. Ter plaatse van de locatie gelden de bestemmingen 'Kantoor' en 'Groen'. Ter plaatse van de kantoorbestemming geldt een bouwvlak waarbinnen gebouwd mag worden tot een maximum bouwhoogte van 13 meter. Daarnaast geldt een maximum oppervlakte van 840 m². Binnen de kantoorbestemming zijn de gronden bestemd voor kantoren, zakelijke dienstverlening en de bij de bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, fiets- en voetpaden, nutsvoorzieningen en water. Het onderhavige plan is op meerdere punten in strijd met het bestemmingsplan. 1. Wonen is niet toegestaan (artikel 8.1 jo 7.1 bestemmingsplan). 2. De overstek komt buiten het bouwvlak (artikel 8.2.1 onder b bestemmingsplan). 3. De maximum bouwhoogte wordt overschreden (artikel 8.2.1. onder c bestemmingsplan|). Dit mag 13 meter zijn, maar wordt 17 meter hoog. Voorliggend bestemmingsplan maakt de voorgenomen ontwikkeling juridisch en planologisch mogelijk.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van het project. Hoofdstuk 3 geeft een samenvatting van het relevante actuele beleidskader. Hoofdstuk 4 bevat een omgevingsanalyse waarin wordt nagegaan welke functies en bouwwerken zich voorafgaand aan vaststelling van het bestemmingsplan in het plangebied bevinden en in hoeverre het nieuwe project hierin past. In hoofdstuk 5 worden de relevante randvoorwaarden en omgevingsaspecten behandeld en in hoofdstuk 6 de uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 7 wordt een toelichting gegeven op de gekozen planvorm en de gedachten die ten grondslag liggen aan de juridische regeling zoals deze op de verbeelding en in de regels is opgenomen.

Bestemmingsplan "Rotterdamhaven 2021" (vastgesteld)

Hoofdstuk 2

Projectbeschrijving

Kavel 8 is het laatste perceel van een rij percelen welke zijn bedoeld om kantoorgebouwen te ontwikkelen. Terwijl dit bestemmingsplan wordt geschreven (mei 2021), wordt kavel 7 ontwikkeld door andere partijen. In verband met de beperkte vraag naar kantoorruimte maar de grote woningnood in de gemeente Purmerend en de MRA, bestaat de wens om op dit perceel een combinatie kantoor en wonen toe te staan. Het plan omvat een gebouw met vijf kantoorruimten (ca 285 m² bvo) op de begane grond en negentien appartementen (ca 2.115 m² bvo) op de verdiepingen. De maximale bouwhoogte van het gebouw is 17 meter. Er wordt bij de verkoop van de kantoorunits een optionele kelder aangeboden. Op de begane grond en in de kelder zijn de fietsenbergingen gesitueerd. Het gebouw staat op eigen grond en heeft alleen eigen buitenterrein onder het overstek van de verdiepingen. De grond rondom het gebouw blijft eigendom van de gemeente. De gemeente heeft in haar beleid als norm gesteld dat woningbouwprojecten dienen te bestaan uit minimaal 30% sociale huur, 30% doorstroomwoningen (middeldure huur en betaalbare koop) en 40% vrije keuze. Afwijking van deze norm is mogelijk indien het ruimtelijk, maatschappelijk of financieel niet haalbaar of wenselijk is om ter plaatse sociale huur te realiseren.

De gemeente acht het ruimtelijk en maatschappelijk aanvaardbaar dat op deze locatie geen sociale woningen worden gebouwd. De ontwikkelaar 'Pakhuis Ontwikkeling' heeft tevens reeds op een andere locatie al voor 100% sociale huurwoningen gerealiseerd, waardoor onderhavig plan voor deze 30% eis is vrijgesteld. Waarom er door de ontwikkelaar is gekozen om op de andere locatie 100% sociaal te maken heeft te maken met de koper van deze andere locatie, dit betreft een woningbouwvereniging. De wens van de woningbouwvereniging is om het gehele complex te verhuren in de sociale huur. Aangezien door de 70% extra sociale huur op de door de woningbouw gekochte locatie een exploitatieverlies ontstond dient deze te worden gecompenseerd op deze locatie. Voordeel hiervan is dat ook 100% van de verhuur van de sociale woningen is ondergebracht bij de woningbouwvereniging. Hierdoor bestaat 30% van de woningen in dit plan uit doorstroomwoningen en 70% is vrije keuze. Dit houdt in dat er zes woningen met vloeroppervlak ca 55-60 m² worden gerealiseerd als doorstroomwoning. De overige dertien woningen hebben een vloeroppervlak van 65 tot 100 m² (vrije keuze). Ten behoeve van dit plan wordt in de openbare ruimte, naar gelang de behoefte, voorzien in ondergrondse afvalcontainers. Er wordt één extra afvalcontainer naast de huidige container langs de Wolgalaan geplaatst.

Daarnaast worden nabij het gebouw zes extra parkeerplaatsen in het openbare gebied gerealiseerd. De woningen worden aangesloten op het stadsverwarmingssysteem van de gemeente. Figuur 2.1: noordoostgevel en noordwestgevel (bron: EWP, maart 2022, gevelaanzichten en doorsneden)

6

Figuur 2.2: zuidoostgevel (bron: EWP, maart 2022 gevelaanzichten en doorsneden)

Figuur 2.3: 3D beelden (bron: EWP, maart 2022)

Figuur 2.4: 3D beelden (bron: EWP, maart 2022)

Bestemmingsplan "Rotterdamhaven 2021" (vastgesteld)

8

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Het kader voor een bestemmingsplan wordt gevormd door diverse nationale, provinciale, (deel-)regionale, en (deel)gemeentelijke nota's. Dit beleid stelt planologische en bestuurlijke beleidskaders (randvoorwaarden) aan de ruimtelijke (on)mogelijkheden voor het plangebied waarmee rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk wordt voor het plangebied het relevante algemene beleid beknopt samengevat.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale omgevingsvisie nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. Figuur 3.1: Afwegen met de NOVI. (bron: Nationale Omgevingsvisie)

De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's;

Bestemmingsplan "Rotterdamhaven 2021" (vastgesteld)

4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied, Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken & identiteit; 3. Afwentelen voorkomen. Relatie tot ontwikkeling Uit de uitwerking van prioriteit 3 (Sterke en gezonde steden en regio’s) volgt onder andere dat sprake dient te zijn van een duurzame stedelijke ontwikkeling en dat het woningaanbod moet aansluiten bij de vraag.

Eén van de beleidskeuzes (beleidskeuze 3.3.) onder prioriteit 3 is: “Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio, toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op ruimte- en mobiliteitsefficiënte wijze ingepast. Het woningaanbod in de regio’s sluit daarbij aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklasse”. Onderhavig plan sluit aan op prioriteit 3 en de beleidskeuze door woningen te realiseren binnen het bestaand stedelijk gebied, conform een programma waar grote behoefte aan is bestaat en is afgestemd op de behoefte. In onderhavig plan wordt aandacht besteed aan de ruimtelijke aspecten en inpassing van het plan zodat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (fysieke leefomgeving) wordt gerealiseerd, zie hiervoor hoofdstuk 4. De opgave bij Nationaal belang 5 is het vergroten van de woningvoorraad in een fijne leefomgeving om te voorzien in de huidige behoefte aan woningen. De beoogde appartementen dragen bij aan de woningbehoefte binnen de gemeente Purmerend en er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Het plan past binnen de uitgangspunten van de Nationale omgevingsvisie. Op het projectgebied zijn geen nationale belangen van toepassing. Hiermee is de Nationale Omgevingsvisie niet relevant voor het projectgebied aan de Rotterdamhaven.

Beleid voor deze specifieke locatie dan wel ontwikkeling wordt daarom overgelaten aan de provincie en de gemeente. 3.1.2 AmvB Ruimte (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid zoals dat in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vastgelegd. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Voor Purmerend hebben deze regels geen gevolgen.

10

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 juli 2017 is het besluit tot wijziging van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Het betreft een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking (duurzaamheidsladder). De laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De behoefte aan deze stedelijke ontwikkeling moet dan worden aangetoond. De behoefte is het saldo van de aantoonbare behoefte naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, looptijd bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten en indien nog niet gerealiseerd. Indien er reeds gerealiseerd is dan is namelijk een aan een deel van de behoefte tegemoet gekomen en wordt die in principe kleiner. De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de plantoelichting worden vermeld. Voor uitwerkings- en wijzigingsplannen kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering van deze behoefte wordt doorgeschoven naar de toelichting behorende bij het uitwerkings- of wijzigingsplan.

Als stedelijke ontwikkeling wordt bedoeld: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor een minimale omvang vastgelegd van wat een stedelijke ontwikkeling is. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor overige stedelijke functies wordt gesteld dat 'in beginsel' geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m² bedraagt. Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van overprogrammering en de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand. In het geval in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, bevat de toelichting een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

De motivering van de behoefte aan die ontwikkeling dient in het licht te worden geplaatst van een goede ruimtelijke ordening en dient zich te richten op het motiveren van de behoefte aan die ontwikkeling met het oog op het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. De behoefte wordt onderbouwd en afgewogen op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. Dit betekent dat de aard en omvang van de ontwikkeling bepalend zijn voor de reikwijdte van de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de resultaten ook zijn opgenomen in de beschrijving. De provincie Noord-Holland wil vraag en aanbod op de woningmarkt zo goed mogelijk laten aansluiten. Daartoe hebben de gemeenten op verzoek van de provincie actieprogramma's wonen opgesteld voor de zes regio's binnen de provincie. De gemeente Purmerend is opgenomen in het Woonakkoord Zaanstreek Waterland 2021-2025. De voorziene woningen passen binnen zowel de kwantitatieve als kwalitatieve woningbehoefte die het woonakkoord voor deze regio aantoont. Met kwantitatieve woningbehoefte wordt het aantal woningen bedoeld, met kwalitatieve woningbehoefte wordt het woonmilieu en de typen woningen bedoeld.

In het woonakkoord wordt beschreven dat er binnen de gehele regio bovenop de al bestaande harde plancapaciteit voor woningen nog behoefte is aan plancapaciteit in alle prijssegmenten binnen de koop- en huursector. Er is behoefte aan elk type woning en woonmilieu. Een van de speerpunten van het woonakkoord is bovendien om nieuwe plekken voor woningbouw voornamelijk te realiseren in binnenstedelijk gebied. Ook passen de voorziene woningen in de Woonvisie en de Structuurvisie van de gemeente Purmerend.

Bestemmingsplan "Rotterdamhaven 2021" (vastgesteld)

Relatie tot ontwikkeling In de Woonvisie wordt benadrukt dat onder andere de vraag van kleine huishoudens in de toekomst zal toenemen en dat met de nieuwbouw van meer appartementen beoogd wordt te voorzien in de diversiteit van de vraag naar woningen. In principe is er behoefte aan elk type woning en woonmilieu. In totaal worden er zes woningen met een vloeroppervlak van ca 55-60 m² gerealiseerd als doorstroomwoning. De overige dertien woningen hebben een vloeroppervlak van 65 tot 100 m². Dit past binnen speerpunten uit de Woonvisie, waarin wordt benadrukt dat de vraag naar woningen voor kleine huishoudens zal toenemen. Voor wat betreft de vijf kantoorruimtes die worden gerealiseerd, geldt dat de kantoorruimte op basis van het bestemmingsplan reeds zijn toegestaan. Voor deze functie is de behoefte in het voorgaande bestemmingsplan dus reeds toegelicht. De Laddertoets is hiermee succesvol doorlopen.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 hebben Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie van de provincie op de fysieke leefomgeving beschreven. De provincie zet in op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid, zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. De Omgevingsvisie bevat het provinciale beleid op het gebied van wonen en werken. De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. De voorgenomen ontwikkeling, betreffende 19 appartementen en vijf kantoorruimten, liggend in bestaand stedelijk gebied, is in lijn met de Omgevingsvisie NH2050. 3.2.2 Omgevingsverordening Op 22 oktober is de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld door Provinciale Staten (PS). De omgevingsverordening is op 16 november in werking getreden. De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie worden verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland.

De Omgevingsverordening vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. De Omgevingsverordening geeft aan dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen zoveel mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd dienen te worden. De onderhavige ontwikkeling is daarmee in lijn met de Omgevingsverordening. 3.2.3 Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 De Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland voor de periode 2020-2025. De provincie gaat gemeenten met raad en daad helpen om de flinke ambitie op het gebied van wonen waar te maken. Via 'woonakkoorden' worden afspraken gemaakt met regio's en gemeenten daarbinnen over woningbouw, programmering en fasering van woningbouwplannen. Uitgangspunt is de juiste balans tussen vraag en aanbod, zowel kwantitatief als kwalitatief. De provincie biedt kennis, meedenkkracht en hulp om de woningbouwproductie te verhogen en sneller te realiseren. Er is behoefte aan elk type woning en woonmilieu. Door de realisatie van de appartementen, levert de voorgenomen ontwikkeling een bijdrage aan de bestaande behoefte.

12

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Regiovisie Waterland 2040 (Vitaal met Karakter) Voor de lange termijn heeft de regio een ontwikkelingskader tot 2040 opgesteld, de Regiovisie Waterland 2040. In deze visie staat behoud en zo mogelijk versterking van het kenmerkende authentieke karakter van de regio Waterland voorop, maar wel met de noodzakelijk sociaal-economische en infrastructurele impulsen om de kernen vitaal te houden en het gebied binnen de Metropoolregio Amsterdam bereikbaar te maken. Naast maatregelen om het authentieke karakter van het landelijk gebied te bewaren, vergt dat op vele locaties een forse inspanning in de kwaliteit van de leefomgeving, selectieve uitbreiding voor noodzakelijke sociaal-economische ontwikkelingen en duurzame oplossingen voor beheer en terugdringing van het woon-werkverkeer. Op die manier ontstaat een duurzame vitale regio met een herkenbaar eigen karakter. Onderhavige ontwikkeling past goed in het beleid zoals weergegeven in de Regiovisie. Het bepaalde in dit bestemmingsplan is niet strijdig met dit beleid. 3.3.2 Metropoolregio Amsterdam Purmerend maakt onderdeel uit van Metropoolregio Amsterdam (MRA). Dit is een samenwerkingsverband van de provincies Noord-Holland en Flevoland, 33 gemeenten en de Vervoerregio Amsterdam. De MRA behoort tot de Europese top vijf van economisch sterke regio's.

De rode draad van de samenwerking is het behouden en versterken van die internationale concurrentiepositie. De door de partners geformuleerde hoofdopgaven zijn (thematisch) neergelegd in de 'Gebiedsagenda 2013' en richten zich m.n. op het optimaliseren van het fysieke vestigingsklimaat (economie), het tijdig voorzien in kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte in 2040 (verstedelijking) en het op orde brengen en houden van een goed functionerend mobiliteitsnetwerk (bereikbaarheid). De agenda levert een 'voorraadkamer' op voor de besluitvorming over programma's en projecten in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT). De agenda richt zich voornamelijk op het verbeteren van de infrastructuur en het milieu. De agenda verzet zich niet tegen het realiseren van woningen met kantoorruimtes. De agenda bevestigt bovendien dat er binnen de deelregio Zaanstreek/Waterland, waar Purmerend onder valt, een aanzienlijk aantal nieuwe woningen dient te worden gerealiseerd. De te realiseren woningen passen dan ook goed in het beleid van de MRA. De MRA heeft een eigen langeretermijnvisie in de vorm van het Ontwikkelingsbeeld 2040 uit 2007.

De MRA wil een internationaal concurrerende regio zijn met compacte steden in een voor recreanten aantrekkelijk landschap en met een infrastructureel netwerk dat de kernen met elkaar, het landschap en de rest van de wereld verbindt. De regio zet in op woningbouw, de creatieve industrie, de maakindustrie en de circulaire economie, wil een omslag naar duurzame energiebronnen en koestert grote bedrijven als het Havenbedrijf Amsterdam. In 2014 verscheen een overzicht van accentverschuivingen ten opzichte van dit Ontwikkelingsbeeld: Doorbouwen op het fundament. Op basis van nieuwe trends en inzichten focust de MRA o.a. op meer stedelijke verdichting, intensivering van de transformatieopgave, beter benutten van OV-knooppunten en – naast bescherming – een betere benutting van het landschap. Om dit te bereiken is voor de korte termijn een Ruimtelijk-economische Actie-Agenda 2016-2020 opgesteld, met een doorkijk naar de komende tien jaar. Woonakkoord Zaanstreek Waterland 2021-2025 Op 29 juni 2021 zijn de colleges van de acht gemeenten in Zaanstreek-Waterland (Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zaanstad) en de provincie Noord-Holland het Woonakkoord 2021-2025 met elkaar aangegaan.

Het bestuursakkoord bestaat uit doelen voor de komende vijf jaar en concrete acties, rondom vier thema's: nieuwbouw, betaalbare voorraad, wonen en zorg en duurzaamheid, klimaatadaptatie en

Bestemmingsplan "Rotterdamhaven 2021" (vastgesteld)

circulair bouwen. Om deze ambitie te realiseren heeft de regio een plancapaciteit voor ongeveer 16.700 woningen t/m 2024 en bijna 14.000 woningen voor de periode 2025 t/m 2029. Deze woningen bouwen de gemeenten in verschillende woonmilieus, prijsklassen en woningtypen. Om het landschap en de natuurwaarden in de regio te sparen, bouwen de gemeenten zoveel mogelijk binnen de stadscentra en dorpskernen en door bestaande gebouwen om te vormen tot woningen. De regiogemeenten willen de toenemende vraag naar woningen gebruiken om de kwaliteit van de steden en vitaliteit van de kernen te verhogen. De nieuwbouw wordt zoveel mogelijk geclusterd rondom bestaande of toekomstige OV-knooppunten. In Purmerend is dit het stationsgebied. Ook gaan de provincie en gemeenten samen een visie op het versterken van de kernen in het landelijk gebied opstellen. 3.3.3 Uitvoeringsstrategie bedrijven en kantoren (Plabeka) In het Platform Bedrijventerreinen en Kantoorlocaties (Plabeka) werken gemeenten als Purmerend, Almere, Amsterdam, Haarlem, Haarlemmermeer en Zaanstad (en andere) samen met Flevoland, Noord-Holland en de Vervoerregio Amsterdam om als Metropoolregio Amsterdam (MRA) beter op de wensen van het internationale bedrijfsleven in te kunnen spelen. De Noordvleugelsamenwerking is nog weer groter dan de MRA en Plabeka is van de MRA-gemeenten.

Plabeka wil duidelijk maken welke investeringen, afspraken en eventuele beleidswijzigingen binnen de kantoren en bedrijvenmarkt noodzakelijk zijn om de internationale concurrentiepositie van de Metropoolregio Amsterdam te versterken. Sinds de start tien jaar geleden is het platform erin geslaagd om 75% van de bouwplannen voor nieuwe kantoren te schrappen of te faseren. Daarnaast is door sloop en herontwikkeling 1,5 miljoen m2 aan bestaande kantoorruimte verdwenen. Zo zijn alleen al in Amsterdam ongeveer 45 voormalige kantoorpanden getransformeerd naar hotels. Voor bedrijventerreinen is 30% van de planvoorraad geschrapt en krijgt de kwaliteitsverbetering steeds meer vorm. Voor de voorgenomen ontwikkeling is de Uitvoeringsstrategie 3.1 geraadpleegd. Belangrijkste punten hieruit zijn: In lijn met de eerdere koerswijziging tussen Plabeka 2.0 en Plabeka 3.0 is ook bij deze actualisatie light naar voren gekomen dat de kwalitatieve aansluiting van vraag en aanbod op de werklocatiemarkt van groot belang is. Nog meer dan in Plabeka 3.0 is er behoefte aan aandacht voor de kwaliteit van werklocaties. Er is behoefte aan meer aandacht voor werken in de stad op informele, gemengde werkmilieus. Gedacht wordt aan een inventarisatie van de plannen voor grootschalige gemengde milieus en/of een analyse van de ruimtebehoefte van bedrijven aan informele werkplekken.

In verband met de beperkte vraag naar kantoorruimte maar de grote woningnood bestaat de wens om op dit perceel een combinatie kantoor en wonen toe te staan. Hierbij wordt bijgedragen aan de ambitie om meer gemengde werkmilieus te realiseren. Daarnaast wordt door de nieuwbouw voorzien in nieuwe, duurzame, hoogwaardige kantoorruimte. Dit sluit aan bij de ambitie om kwaliteit boven kwantiteit te plaatsen. De voorgenomen ontwikkeling is daarom in lijn met de Uitvoeringsstrategie.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Purmerend 2005-2020 In de Structuurvisie Purmerend 2005-2020, vastgesteld op 2 maart 2006, heeft de gemeenteraad van Purmerend een toetsingskader neergelegd voor gewenste en bestaande ontwikkelingen binnen de gemeente. In de structuurvisie worden vier ambities verwoord die leidend dienen te zijn bij de ontwikkeling van de stad Purmerend tot 2020. 1. Purmerend is het centrum van Waterland: Uiteen wordt gezet dat Purmerend wil investeren in haar functies waarin zij een regionale rol heeft, om de positie als centrum van Waterland te 14

behouden. De manier waarop Purmerend dit wil bereiken is door te investeren in een veelzijdig, herkenbaar en toegankelijk centrum met kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte en door te streven naar een hoog niveau van voorzieningen in zowel het centrum als in andere delen van de stad. 2. Purmerend werkt aan een evenwichtigere woon-werkbalans. In de structuurvisie wordt beschreven dat Purmerend voor de werkgelegenheid sterk afhankelijk is van Amsterdam. Dit is een kwetsbaar punt. Belangrijk is daarom dat Purmerend haar economische punten verder ontwikkelt. Dit is onder meer van belang voor jongeren die in Purmerend zijn geboren en zich nu op de arbeidsmarkt gaan begeven, omdat zij meer geneigd zullen zijn om in Purmerend te werken. 3. Purmerend versterkt haar verbindingen in groen, blauw en grijs. Gesteld wordt dat de kwaliteit van de ligging van de stad veel beter benut kan worden. De kwaliteiten van het buitengebied zijn in de wijken ruimschoots aanwezig, maar zijn op het niveau van de stad te weinig herkenbaar en andersom worden de kwaliteiten van de stad daarbuiten nauwelijks (h)erkend. Uiteen wordt gezet dat de aantrekkelijke ligging van Purmerend veel meer benut kan worden om de kwaliteit van het wonen in de stad te verhogen, om de kansen voor toerisme te vergroten en om het beeldmerk van de stad neer te zetten.

Tevens wordt gesteld dat het versterken van de stedelijke structuren kan helpen mensen zich meer verbonden te laten voelen met hun stad en om een betere oriëntatie te krijgen op de stad en haar omgeving. 4. Purmerend kiest voor bloei in plaats van groei. Purmerend heeft zich decennia lang gericht op groei. Nu moet de omslag komen naar het investeren in identiteit en kwaliteit. Beschreven wordt dat het doel niet langer is om woningen te bouwen en nieuwe wijken te ontwikkelen, maar toe te werken naar een complete stad die op basis van kwaliteit de concurrentie aan kan met de steden in de omgeving en die toegesneden is op de demografische veranderingen. In 2013 is de strategische plankaart, behorende bij de structuurvisie Purmerend 2005 - 2020, als eerste stap in het proces om te komen tot en vooruitlopend op een integrale herziening, aangepast aan de actuele stand van zaken. Het betreft een beleidsneutrale actualisering, waarbij op de plankaart de wijzigingen zijn verwerkt, die in de achterliggende periode (sinds 2006) doorgevoerd zijn in of op grond van het gemeentelijk beleid. Deze kaart gaat vergezeld van een toelichting daarop. De locatie is direct grenzend aan zone '11 - A7-zone op de Kop van West'. De A7-zone wordt als snelweglocatie gezien en zal worden ingevuld met kantoren en perifere en/of grootschalige detailhandel.

Als programma voor dit cluster wordt ingezet op 20.000 m² kantoren en 24.000 m² grootschalige en/of perifere detailhandel. Dit cluster ligt tegen de binnenstad aan, doch moet als eigen eenheid in Purmerend worden gezien en niet als onderdeel van die binnenstad. De beoogde verbinding over het Noordhollands Kanaal maakt dit gebied beter bereikbaar, ook vanuit de stad en de omliggende gemeenten.

Bestemmingsplan "Rotterdamhaven 2021" (vastgesteld)

Het voorgenomen plan is in zekere zin passend binnen de visie voor cluster 1, waar de projectlocatie direct aan grenst, maar net niet binnen valt, gezien de realisatie van de kantoorruimte, maar in verband met de huidige beperkte vraag naar kantoorruimte en de grote woningnood in de gemeente Purmerend en de MRA, is ervoor gekozen om op dit perceel een combinatie van kantoor met wonen toe te staan. Het plan omvat daarom een gebouw met vijf kantoorruimten (ca 285 m² bvo) op de begane grond en negentien appartementen (ca 2.115 m² bvo) op de verdiepingen. Hiermee wordt juist bijgedragen aan de ambitie van Purmerend om te investeren in identiteit en kwaliteit. De ontwikkeling draagt bij aan een complete stad. Geconcludeerd wordt dat dit plan aansluit op de doelen van de structuurvisie. 3.4.2 Ruimte voor Purmerend (omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040) Het stuk 'Ruimte voor Purmerend (omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040) is een dynamische agenda die naast politiek-bestuurlijke focus vooral duidelijkheid biedt over de ambities van de gemeente Purmerend. Purmerend wordt hierin neergezet als compacte woonstad met sterke OV-verbindingen naar de hoofdstad maar ook uitstekende fietsverbindingen naar de omgeving en buitengebied. Een stad waarin de wijken een zelfvoorzienend karakter hebben op het gebied van voorzieningen.

Aan bovenstaande beschrijving kunnen troeven en waardevolle aspecten worden toegevoegd waaruit ambities voortvloeien. De nabijheid van Amsterdam, het voorzieningenaanbod, het OV-netwerk en de betaalbare woningvoorraad zijn bekende troeven. Waardevolle aspecten zijn het dorpse karakter, de tevredenheidsstabiliteit en het brede scala en diversiteit van voorzieningen, omgeving en activiteiten. De ambities die hieruit zijn geformuleerd (samengevat): De urgentie en noodzaak om verder te bouwen aan woongelegenheid in een grotere diversiteit voor zowel huidige als toekomstige generaties; een flink deel van de opgave dient plaats te 16

vinden in het bestaande stedelijke gebied. Regionale functie van 'de zorg' waarborgen. De compacte en consequente wijkstructuur van Purmerend leent zich al goed voor dagelijkse voorzieningen en zorg (ziekenhuis, EHBO, verpleeghuis, opvang o.m.), voldoende aangepaste huisvesting is ook aanwezig. De ambitie is om deze regionale functie met het oog op de toekomst (vraag naar zorg) te behouden en versterken. Versterking van de toeristische sector door Purmerend als pleisterplaats en verblijfsstad op de kaart te zetten voor iedereen die Laag Holland bezoekt. Om vorm te geven aan de groei van Purmerend worden scenario's bekeken. Gelet op de Ladder voor duurzame verstedelijking ligt intensivering van (vastgoed in) de bestaande stad als eerste mogelijkheid voor de hand en vervolgens wordt het verstedelijken van de randen nader als mogelijkheid bezien. Onderhavig plan voorziet in het ontwikkelen van woongelegenheid in bestaand stedelijk gebied. Gezien de woningambitie van circa 10.000 woningen in Purmerend, is er behoefte aan de 19 woningen die in het plangebied worden gerealiseerd. Het voornemen is daarmee in overeenstemming met de 'Agenda: Purmerend koers naar 2040'. 3.4.3

Wonen

3.4.3.1 Woonvisie 2017-2022 In de Woonvisie Purmerend 2017-2022 heeft de gemeente haar visie tot 2022 op het gebied van wonen geformuleerd. De gemeente wil een prettige woonstad blijven, de vraag naar woningen van inwoners goed kunnen blijven bedienen en een bijdrage leveren aan de regionale woningbouwopgave. Veel aandacht gaat uit naar de positie van huishoudens die zichzelf niet of moeilijk kunnen redden op de woningmarkt. In een achttal speerpunten heeft Purmerend deze ambitie verder uitgewerkt, waaronder ook de ambitie om tot 2040 10.000 extra woningen te bouwen. Dit om tevens de kwaliteit van de stad te versterken door vergroting van de differentiatie van het aanbod en van verschillende woonmilieu's en de woningvoorraad meer passend te maken voor de toekomstige bevolkingssamenstelling. Het plan omvat een gebouw met vijf kantoorruimten (ca 285 m² bvo) op de begane grond en negentien appartementen (ca 2.115 m² bvo) op de verdiepingen. De ontwikkeling voegt aansprekende en diverse woningen toe aan de huidige woningvoorraad. Hiermee past de voorgenomen ontwikkeling in dit beleid. 3.4.3.2 Woonprogramma uit Structuurvisie 2005-2020 De speerpunten van het Woonprogramma uit de Structuurvisie Purmerend 2005-2020 zijn: 1.

meer differentiatie in woonmilieus aanbrengen door toevoegen of herstructureren naar centrumstedelijke woonmilieus, woningen in lage dichtheden, starterswoningen, duurdere huur- en koopwoningen en seniorenwoningen; 2. inzetten op behoud van het suburbane wonen, groen en rustig, dit kan door dit mee te nemen in de plannen voor de herstructurering van de wijken; 3. nieuwe concepten voor het combineren van wonen en zorg ontwikkelen In Zaanstreek-Waterland als geheel neemt de woningbehoefte volgens de prognose van de provincie Noord-Holland in de periode 2015-2025 toe met 12.760 woningen (6.900 tot 2020 en 5.860 tot 2025). In de tien jaar daarna gaat het om nog 8.600 woningen. Dat is in totaal bijna 20.000 woningen tot 2035. Onderhavige ontwikkeling levert een bijdrage aan het eerste speerpunt.

Bestemmingsplan "Rotterdamhaven 2021" (vastgesteld)

3.4.3.3 30-30-40-regel In het coalitieprogramma 2018-2022 ('Samen werken aan de stad') heeft het college het voornemen uitgesproken om voor nieuwe woningbouwinitiatieven de zogenaamde 30-30-40-regel te hanteren. Dit houdt in dat voor een nieuwbouwprojecten vanaf vier woningen minimaal 30% sociale huur moet zijn, 30% doorstroomwoningen (middeldure huur en betaalbare koop). De resterende 40% is vrije keuze. Deze ambitie is verder in detail uitgewerkt in het document Nota kaders en instrumenten woningbouwprogrammering; spelregels 30-30-40. Afwijking van deze norm is mogelijk indien het ruimtelijk, maatschappelijk of financieel niet haalbaar of wenselijk is om ter plaatse sociale huur te realiseren. De ontwikkelaar 'Pakhuis Ontwikkeling' heeft tevens reeds op een andere locatie al voor 100% sociale huurwoningen gerealiseerd, waardoor onderhavig plan voor deze 30% eis is vrijgesteld. Hierdoor bestaat 30% van de woningen in dit plan uit doorstroomwoningen en 70% is vrije keuze. Dit houdt in dat er zes woningen met vloeroppervlak ca 55-60 m² worden gerealiseerd als doorstroomwoning. De overige dertien woningen hebben een vloeroppervlak van 65 tot 100 m² (vrijekeuze).

3.4.3.4 Huisvestingsverordening Op 23 januari 2019 is een gewijzigde huisvestingsverordening in werking getreden, waarmee het bouwkundigsplitsen van al bestaande woningen wordt gereguleerd door middel van een vergunningstelsel. Aanvragen voor woningsplitsing worden getoetst op een minimale oppervlakte van de nieuwe woningen van 40 m2 en het aspect leefbaarheid. Ook kamergewijze verhuur wordt met deze gewijzigde huisvestingsverordening gereguleerd door middel van een vergunningstelsel. Dergelijke aanvragen worden eveneens getoetst op het aspect leefbaarheid. 3.4.4 Economische visie 2021 De gemeenteraden van Beemster en van Purmerend hebben in het voorjaar van 2021 de economische visie Beemster+Purmerend#datwerkt vastgesteld. In deze visie wordt aan de hand van een viertal ambities het economisch perspectief beschreven van de (nieuwe) gemeente die per 1 januari 2022 ontstaat. De ambities zijn: 1. 2. 3. 4.

Ons verhaal waarmaken; Investeren in onze mensen; Ons gebied verder ontwikkelen; Onze economische basis versterken.

Deze ambities zijn vertaald in een aantal concrete thema's: voedselkamer van Amsterdam circulaire makers IT en esports zorg en welzijn leren en pionieren centrumimpuls bedrijventerreinen en knooppunt werelderfgoed. De thema's haken aan bij de gemeentelijke waarden en kracht en ze vormen de basis voor het economisch profiel. De bedoeling is, dat de uitwerking van de diverse thema's wordt ondergebracht in een uitvoeringsagenda. De gemeente stimuleert ontwikkeling en beweging, 18

zeker ook op economisch vlak, en staat open voor initiatieven die waarde toevoegen aan de stad, het gebied en de plek. De gemeente faciliteert deze op een wijze die voor dat initiatief en dat moment passend is. Kavel 8 is het laatste perceel van een rij percelen welke zijn bedoeld om kantoorgebouwen te ontwikkelen. In verband met de beperkte vraag naar kantoorruimte maar de grote woningnood in de gemeente Purmerend en de MRA, bestaat de wens om op dit perceel een combinatie kantoor en wonen toe te staan. Op deze manier wordt voorzien in een ontwikkeling waar daadwerkelijk behoefte aan is. 3.4.5 Bedrijven en kantoren In 2018 had de gemeente Purmerend behoefte aan een actuele analyse van de kantorenmarkt, mede van belang vanwege Toekomstverkenning Purmerend 2040 en de ontwikkelingsmogelijkheden voor diverse locaties in de gemeente. Bureau Stedelijke Planning heeft deze analyse uitgevoerd en de gemeente geadviseerd hoe optimaal kan worden ingespeeld op de (nieuwe) ontwikkelingen. Er blijkt de komende tien jaar behoefte aan nieuw aanbod van kantoorpanden. De volgende aanbevelingen werden gedaan: Blijf verouderde kantoren uit de markt halen en zorg voor nieuwbouw; Vernieuw en versterk de A-kantorenlocatie van Purmerend; Voeg op termijn een nieuw type kantorenlocatie toe op Baanstee.

Het stationsgebied en de centrale As van Purmerend zijn kantorenlocaties die het beste aansluiten bij de huidige vraag van kantoorhoudende bedrijven. Deze vraag is gericht op kantoren op centrale locaties, die zowel met de auto als openbaar vervoer goed bereikbaar zijn, met genoeg parkeerfaciliteiten en (horeca)voorzieningen in de nabijheid. Grofweg zal 10.000 m² kantoorruimte nieuw ontwikkeld moeten worden om aan de toekomstige vraag te voldoen. Dit betreffen vooral kleinschalige kantoren onder de 1000 m2 voor lokale bedrijven. Om op de langere termijn ook in de vraag naar kantoren in Purmerend te kunnen blijven voorzien is de Baanstee Noord geschikt voor het ontwikkelen van een nieuwe kantorenlocatie met zichtlocaties langs de N244. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van vijf kantoorruimten (ca 285 m² bvo) op de begane grond. Door de afnemende vraag is gekozen om minder kantoorruimten te realiseren dan het huidige bestemmingsplan toestaat. Dit sluit aan bij de (beperkte) huidige vraag naar nieuwbouw kantoorruimtes en toenemende behoefte aan woningen. 3.4.6 Duurzaamheidsagenda 2020-2023 Het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 vormt de basis voor het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid zoals verwoord in de Duurzaamheidsagenda 2020-2023. Het accent van de Duurzaamheidsambities ligt op de energietransities.

Gelet op de effecten op de woonlasten van eigenaren vindt op dit punt ook de grootste financiële inzet plaats. De Agenda gaat uit van een groeiende inzet op het terrein van de laadinfrastructuur, Klimaatadaptatie en vanaf 2023 versterking van de circulaire mogelijkheden. De basis voor het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid zijn verwoord in: Het coalitieakkoord 2018-2022 Routekaart –naar een aardgasvrij Purmerend in 2035 Programmabegroting 2020 De volgende thema's staan centraal:

1. Duurzaamheid in de gebouwde omgeving: Uitvoering Proeftuin Aardgasvrij. Uitbreiding capaciteit en netwerk van Stadsverwarming Purmerend.

Bestemmingsplan "Rotterdamhaven 2021" (vastgesteld)

Transitievisie Warmte die wordt vertaald in Wijkuitvoeringsplannen, waarbij per wijk wordt aangegeven welke niet-fossiele warmtebronnen in aanmerking komen. Verduurzaming van de bestaande woningvoorraad ondersteunen met subsidies en duurzaamheidsleningen. 2. Duurzame bedrijven: Verminderen CO2-uitstoot bedrijven; Bedrijfsterreinen duurzaam revitaliseren; Gebruik van duurzame grondstoffen. Versterking circulariteit van grondstoffen. 3. Duurzame mobiliteit: Streven naar instandhouding van het fijnmazig openbaar vervoerssysteem; Versterken laadinfrastructuur elektrische voertuigen door inventariseren mogelijke locaties voor het plaatsen van laadpalen; Uitbreiding aantal laadpunten met in achtneming voldoende spreiding over de gemeente. Toepassen van alternatieve (bio-)motorbrandstoffen; Vermindering CO2-uitstoot voertuigen. 4. Duurzame energie: Aanjagen initiatieven voor duurzame energieproductie. 5. Duurzame stad en regio: Regionale Energiestrategie waarin wordt aangegeven welke niet-fossiele energiebronnen kunnen worden benut en waar deze ruimtelijk kunnen worden ingepast. Benutting van subsidie-mogelijkheden. 6.

Duurzame gemeente: Streven naar 75% van het hgescheiden ophalen; Klimaatbestendigheid bebouwde kom Purmerend vergroten; Klimaatadaptief bouwen; Duurzaam inkoop- en aanbestedingsbeleid gemeente; Actieve informatieverstrekking over investeringsmogelijkheid en in energieopwekking en -besparing door invulling van een lokaal informatieloket. Verduurzamen gemeentelijk vastgoed; Stimulering verduurzaming Schoolgebouwen. Stimuleren Duurzame vaarrecreatie. De beoogde woningen worden gasloos uitgevoerd en worden aangesloten op stadsverwarming. Het gebouw wordt voorzien van hoogwaardige isolatiematerialen in de muren en tevens worden vogels en vleermuiskasten in het mestelwerk geïntrigeerd. Zodoende wordt voorzien in de duurzaamheidsdoelstellingen van gemeente Purmerend 'Duurzaamheid in gebouwde omgeving'.

20

3.4.7 Visie leefbare stad 2040 Purmerend is een leefbare stad en moet dat blijven; aantrekkelijk om te wonen, verblijven en werken ondanks dat er 10.000 woningen bijkomen. In het bebouwd gebied wil de gemeente efficiënt omgaan met de beschikbare ruimte door functies te combineren en oog te hebben voor hoe gebouwen in verbinding staan met de ruimte eromheen. De gemeente vergroot de duurzaamheid van gebouwen en stapelen functies (bijvoorbeeld door ondergronds parkeren, bedrijven op de begane grond, woningen erboven en op het dak een tuin). Zo blijft er in een dichter bebouwde stad genoeg ruimte voor mens en dier en blijft de stad leefbaar.

De ambities en kansen in bebouwing zijn:

1. Ambities duurzaamheid Locatie is vertrekpunt van ontwerp; Bouwen met natuurlijke materialen; Natuurinclusief bouwen; 1. Groene daken en daktuinen; 2. Groene gevels; Overtollig regenwater vertraagd afvoeren; 1. Nestkasten; 2. Insectenmuur; 3. Verduistering voor nachtdieren; 4. Diervriendelijke bloemen en planten; 2. Sociaal-maatschappelijke ambities Aansluiting gebouw op openbaar gebied; Flexibel gebruik; De kavel is gelegen in de groenzone langs de rijksweg A7, deze strook kenmerkt zich door een bebouwingstypologie van kleine bedrijfsruimten en kantoorvilla's. Alle gebouwen hebben een eigenzinnig ontwerp, gebaseerd op een naar een steltloper verwijzend principe. Bij het plan is dat ook het geval, het ontwerp bestaat uit een basement van metselwerk in combinatie met een stedelijke gevel richting de reeds bestaande bebouwing aan de Rotterdamhaven. De begane grond is goed herkenbaar en anders t.o.v. de bovenliggende gevels. Vervolgens is er gekozen om een blok in het ontwerp te laten zweven en te laten rusten op een stelt. De bouwhoogte is 5 lagen, welke duidelijk te onderscheiden is van de achterliggende gevelwand. Het gebouw is naar 4 zijden georiënteerd. Er wordt gebruik gemaakt van natuurlijke kleuren en materialen; metselwerk, zink, glas en lichteffecten geven het pand zowel overdag als s 'nachts de juiste uitstraling.

3.4.8 Groenkoers De nota Groenkoers, op 28 november 2014 door de gemeenteraad vastgesteld, geeft de richting aan die de gemeente opgaat met het gemeentelijke groen in zijn totaliteit. De essentie ervan is dat ingezet wordt op de verbetering van de kwaliteit van de beplanting om ook op lange termijn over een duurzame groenbasis te beschikken tegen acceptabele kosten. De Groenkoers schetst het belang van het groen voor de stad als integraal onderdeel van de openbare buitenruimte. Groen is mede bepalend voor de identiteit, het imago, de kwaliteit en de leefbaarheid van de stad. Het gebied rondom het gebouw blijft open, groen en herkenbaar.

Bestemmingsplan "Rotterdamhaven 2021" (vastgesteld)

3.4.9 Bomenlijst Purmerend heeft een Bomenlijst (https://www.purmerend.nl/kaarten/bomenlijst/). Op deze kaart staan de waardevolle bomen van de stad. De kap van deze bomen is alleen toegestaan met een ontheffing op het kapverbod. Om deze waardevolle bomen ook anderszins te beschermen dient bij nieuwe ontwikkelingen - in het geval dat er zich waardevolle bomen in of in de nabijheid van het plangebied bevinden - m.b.t. die beschermde bomen een Bomen Effect Analyse (BEA) conform het handboek Bomen van het norminstituut Bomen te worden uitgevoerd. Een BEA is een gestandaardiseerde beoordeling die alle mogelijke effecten van de bouw of aanleg op het duurzaam voorbestaan van de boom in beeld brengt. Hierin wordt ook omschreven hoe de nadelige effecten tot een minimum kunnen worden beperkt. Bovendien wordt onderzocht wat het meest boomvriendelijke alternatief is. In het voorjaar van 2020 is door de gemeente het Bomenplan 2020-2040 vastgesteld. In het plan worden elementaire keuzes gemaakt voor kwaliteit en herplanten van bomen. Ter plaatse van het plangebied zijn geen bomen aanwezig. Er worden dan ook geen bomen gekapt. 3.4.10 Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Purmerend 2016-2019 De Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Purmerend 2016-2019 is op 22 december 2015 door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld.

Deze nota beschrijft de bestuurlijke uitgangspunten en beleidskeuzes over de regelgeving op het gebied van het omgevingsrecht, APV en bijzondere wetten. Op basis van deze uitgangspunten, beleidskeuzes en een uitgevoerde omgevingsanalyse zijn prioriteiten en operationele doelstellingen voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving geformuleerd. In de nota wordt ook beschreven op welke wijze de gemeente Purmerend ervoor zorgdraagt dat wet- en regelgeving wordt nageleefd. De gemeente Purmerend wil een veilige, schone en gezonde woon-, werk- en leefomgeving voor haar burgers en bedrijven. Dat wil de gemeente bereiken door de duurzaamheid, veiligheid en leefbaarheid te vergroten en te waarborgen. Belangrijke waarden hierbij zijn 'schoon, heel, gezond en veilig'. Een servicegerichte, professionele dienstverlening op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving levert hieraan een belangrijke bijdrage. In het collegewerkprogramma 2014-2018 is aangegeven dat de gemeente Purmerend "van buiten naar binnen" werkt. In de aanpak van problemen krijgen de eigen verantwoordelijkheid en betrokkenheid van burgers en bedrijven een belangrijke rol. De gemeente Purmerend zet sterk in op wijkgerichte of gebiedsgerichte handhaving en gaat in gesprek met burgers en bedrijven.

Er wordt gehandhaafd met gezond verstand en er wordt niet alleen gekeken naar wat niet mag maar ook naar wat mogelijk is.

Om een veilige, schone en gezonde woon-, werk- en leefomgeving te realiseren zijn de volgende keuzes gemaakt: kwalitatief goede uitvoering van taken; rechtszekerheid voor burgers en ondernemers; nut en noodzaak centraal; redeneren vanuit oplossingen; gedeelde verantwoordelijkheid; risicogerichte benadering; wijkgericht toezicht; integrale benadering handhaving en beperken toezichtslast; maatwerk bij sanctioneren. 22

Deze nota is voor een termijn van 3 jaar verlengd, tot 2022, vanwege ontwikkelingen op het gebied van de Omgevingswet en de fusie. De nota is op twee aspecten aangepast, te weten een toevoeging van een vergunningenstrategie en een actualisatie van de sanctiestrategie. 3.4.11 Nota Gebiedsoverstijgende kosten Purmerend De nota GKP vervangt de Nota Planoverschrijdende ruimtelijke openbare faciliteiten uit 2012 (nota Prof). De nota GKP is te zien als een aanvulling op de Structuurvisie Purmerend 2005-2020 uit 2006 met als doel particuliere grondexploitanten te laten bijdragen aan de kosten van noodzakelijke, gemeentebrede gebiedsoverstijgende infrastructuur. De gemeente heeft de voorkeur dit te doen door anterieure overeenkomsten met initiatiefnemers te sluiten.

Dit bestemmingsplan bevat een of meerdere bouwplannen zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Bro. Voor deze bouwplan(nen) geldt een uit hoofde van de afdeling 'grondexploitatie' van de Wet ruimtelijke ordening (voortaan: Grondexploitatiewet) plicht tot kostenverhaal. Deze plicht houdt in dat de aan bouwplannen gerelateerde kosten van de grondexploitatie verzekerd moeten worden alvorens het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Samen met de Grondexploitatiewet geeft specifiek gemeentelijk beleid invulling aan het kostenverhaalbeleid in Purmerend. Het specifieke beleid is neergelegd in de Nota GKP. Uit dit gemeentelijke beleid vloeit voort dat onder de te verhalen kosten ook een bijdrage wordt meegenomen voor de kosten van bouwplanoverschrijdende openbare faciliteiten (bovenwijkse voorzieningen, bovenplanse verevening/kosten en bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen). Opname van nieuwe ontwikkelingen in dit bestemmingsplan is om deze redenen pas mogelijk als het blijkt dat de kosten van de grondexploitatie verzekerd zijn. Kosten kunnen worden verzekerd wanneer de gemeente deze kosten in haar begroting opneemt, wanneer de gemeente een exploitatieplan vaststelt, of wanneer de gemeente en de particuliere grondexploitant die het bouwplan gaat realiseren een anterieure overeenkomst sluiten.

De voorkeur van de gemeente gaat uit naar het verzekeren van de kosten via een anterieure overeenkomst. In hoofdstuk 6 zal concreet worden ingegaan op de vraag hoe de kosten van de grondexploitatie gerelateerd aan de in dit bestemmingsplan opgenomen bouwplan(nen) verzekerd zijn. 3.4.12 Verkeersplan Purmerend 2040 Het Verkeersplan Purmerend 2040 is op 28 maart 2019 vastgesteld door de gemeenteraad van Purmerend. Het Verkeersplan is het resultaat van een amendement bij de Visie op Mobiliteit 2040. Het plan gaat in op het effect van woningbouw op het parkeeraanbod en de verkeersafwikkeling in de binnenstad. Purmerend heeft een grote woningbouwopgave en moet tot 2040 10.000 woningen bouwen. Zonder verdere actie gaat deze opgave grote consequenties hebben voor de leefbaarheid, bereikbaarheid en veiligheid in de stad.

Het Verkeersplan bestaat uit twee delen: 1) parkeren en 2) verkeersafwikkeling.

Parkeren: drie pijlers

De voorgestelde parkeermaatregelen zijn geclusterd rond drie pijlers:

1. optimaliseren van het bestaande parkeeraanbod: Realisatie van een parkeerverwijssysteem;

Bestemmingsplan "Rotterdamhaven 2021" (vastgesteld)

Ruimere openingstijden parkeergarage Claxonate; Vergroten bekendheid avondopenstelling Eggertgarage (Q-park); Vergunninghoudersparkeerplaatsen omzetten naar betaalde parkeerplaatsen. 2. compenseren van het parkeertekort dat ontstaat door woningbouw: Haalbaarheidsonderzoek definitieve (ondergrondse) parkeergarage Schapenmarkt of (onderof bovengronds) omgeving stadhuis. 3. beïnvloeden van het parkeergedrag zodat de parkeerbehoefte afneemt: Aantrekkelijker maken van alternatieve vervoerswijzen zoals fiets en het ov; Beïnvloeden van het parkeertarief en het tarief voor de parkeervergunningen; Uitbreiden nulvergunningenregeling; Uitbreiden parkeerregulering. Inzet is om de verschillende parkeermaatregelen in de loop van 2019 met een doorloop in het eerste kwartaal van 2020 uit te voeren.

Verkeersafwikkeling: autoluwe, bereikbare binnenstad

Om de binnenstad autoluw te maken en aldus het doorgaand verkeer te ontmoedigen de route door de binnenstad te nemen, zijn er globaal vier knoppen waar aan gedraaid kan worden. Zo kunnen maatregelen getroffen worden die betrekking hebben op de:

Snelheid; Iinstelling vri’s (stoplichten); Op- en afritten A7; Verkeerscirculatiemaatregelen In paragraaf 5.10 Verkeer en parkeren van deze toelichting wordt nader ingezoomd op de verkeeren parkeersituatie voor onderhavig project. 3.4.13 Klimaatadaptieplan Zaanstreek Waterland en Purmerend 2021 - 2024 Op 17 december 2020 heeft de gemeenteraad van Purmerend het Klimaatadaptatieplan Zaanstreek Waterland en Purmerend 2021-2024 vastgesteld. Hierin wordt beschreven hoe de regio en de gemeente Purmerend zich voorbereiden op een veranderend klimaat. Het bevat de uitgangspunten en maatregelen die nodig zijn om de schadelijke effecten van hevige neerslag, extreme hitte, langdurige droogte en zeespiegelstijging zoveel mogelijk te beperken.

In lijn met het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is het klimaatadaptatieplan gebaseerd op de klimaatscenario's van het KNMI voor 2050. De ambitie is om in 2050 een klimaatbestendig en waterrobuuste gemeente te zijn. In regionaal verband zijn leidende principes geformuleerd en doorvertaald naar vier uitgangspunten voor een klimaatadaptieve gemeente, zoals meer groen en meer ruimte voor water in de stad, klimaatadaptief maatwerk en gedeelde verantwoordelijkheid. De gemeente 24

kiest bijvoorbeeld voor meer bomen, meer ruimte voor tijdelijke wateropvang, het hanteren van het MRA basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw (aanvulling bouwbesluit, bijlage I) en het stimuleren van vergroening onder particulieren. Aan het lokale plan is een uitvoeringsagenda met maatregelen, projecten en onderzoeken verbonden. Klimaatadaptatie dient in elk project meegenomen te worden. Op welke manier dit gebeurt is afhankelijk van zaken als de gebouwdichtheid, de grond en de ontwerpruimte. Voorliggend plan wordt gasloos gebouwd. Het gebouw wordt voorzien van hoogwaardige isolatiematerialen in de muren. De omliggende gronden van het gebouw blijven in gebruik als groen- en waterzone. De gehele onwikkeling van het gebied, waar voorliggend plan onderdeel van uitmaakt krijgt daar waar mogelijk een groene invulling. 3.4.14 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling om een gebouw met vijf kantoorruimten (ca 285 m² bvo) op de begane grond en negentien appartementen (ca 2.115 m² bvo) op de verdiepingen te realiseren ligt in lijn met het Rijks- provinciaal-, regionaal-, en gemeentelijk beleid.

Bestemmingsplan "Rotterdamhaven 2021" (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsanalyse

Huidige en toekomstige situatie

Het plangebied is gelegen in de groenzone langs de rijksweg A7. De strook kenmerkt zich door een bebouwingstypologie van kleine bedrijfsruimten en kantoorvilla's. Alle gebouwen hebben een eigenzinnig ontwerp, gebaseerd op een naar een steltloper verwijzend principe. De reeds aanwezige kantoorvilla's zijn voor kleinschalige bedrijven. De gebouwen staan als eigenzinnige niet-conventionele bouwwerken, als steltenlopers/weidevogels, in de open groene ruimte. Kavel 8 vormt de beëindiging van de reeks steltlopers langs de rijksweg met de bebouwing van de havens (Rotterdamhaven, Oslohaven, Helsinkihaven) als achtergrond decor. Vanwege het principe van decorvorming is in de stedenbouwkundige opzet (2005) uitgegaan van minimaal twee en maximaal vier bouwlagen, ondergeschikt aan het achterliggende decor. Destijds waren de plannen voor Kop West nog niet gevormd. Gelet op het feit dat kavel 8 niet alleen het einde van de reeks is, maar tevens met Rotterdamhaven de poort naar het gebied vormt en het feit dat de aansluitende bebouwing van Kop West behoorlijk massaal is, maar geen decor functie heeft, is het voorstel om deze steltloper een bijzondere te laten zijn met vijf bouwlagen. Hierdoor wordt samen met Rotterdamhaven de poort gevormd naar het achterliggende gebied en wordt tevens de route langs de Wolgalaan begeleid.

Het ontwerp van 19 woningen en 5 kantoorruimten bestaat uit een basement van metselwerk in combinatie met een stedelijke gevel richting de reeds bestaande bebouwing aan de Rotterdamhaven. De beganegrond is goed herkenbaar en anders t.o.v. de bovenliggende gevels. Vervolgens is er gekozen om een blok in het ontwerp te laten zweven en te laten rusten op een stelt. Het gebouw komt te liggen in het groengebied langs de rijksweg A7. Het gebouw heeft sprekende vormen en staat als zelfstandig en herkenbaar gebouw in de groene ruimte, heeft relatie met groen- waterstructuren welke tot uitdrukking komen in zowel uitdagende architectuur als terreininrichting van de kavel. Het gebouw heeft een alzijdige vormgeving, het heeft naar alle zijden toe een representatieve gevel met uitstraling. Dit gebouw voldoet hieraan. De entreezijde van het woongebouw is gericht naar de Wolgalaan. Het gebouw zelf is naar 4 zijden georiënteerd. Er wordt gebruik gemaakt van natuurlijke kleuren en materialen; metselwerk, zink en glas en geven het pand zowel overdag als 's nachts de juiste uitstraling. De entree van zowel de hoofdentree als de fietsenberging zijn in de representatieve gevel gepositioneerd en zorgvuldig gedetailleerd. De openbare ruimte om het gebouw is open en transparant. Het bestaande 'olifantenpad', het wandelpad langs het water, blijft behouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12535291/2