CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

B-voorjaarsnota-2023

Gemeenteraad 8 juni 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Voorjaarsnota 202317.157 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De precieze invulling van de plannen per deelgebied zijn nog niet bekend zodat deze investering als exploitatiebudget is geraamd.

H. Dekkingsplan H. Dekkingsplan (bedragen x € 1.000)

2023

2024

2025

2026

2027

I/S

1

Aframen eigen middelen duurzaamheid en opramen klimaatmiddelen Rijk

-

04. Milieu

-

561

608

858

858

S

2

Inkomensafhankelijke bijdrage Wmo huishoudelijke hulp vanaf 2025

-

02. Samenleving

-

-

100

250

400

S

3

Ophogen stelpost onderuitputting kapitaallasten

-

Diversen

-

100

125

150

175

S

4

Indexering OZB en leges 2024

-

Diversen

-

1.089

1.077

1.064

1.094

S

Aframen standaard toevoeging aan de algemene reserve

-

Overzicht Algemene dekkingsmidddelen

-

-

-

714

714

S

Totaal Dekkingsplan

-

-

1.750

1.910

3.036

3.240

5

Krediet

23

1. Aframen eigen middelen duurzaamheid en opramen klimaatmiddelen Rijk Op 25 oktober 2022 heeft minister Jetten per brief aangekondigd dat de middelen voor klimaat middels een kasschuif naar voren worden gehaald. Deze gelden worden middels een brede doel uitkering in de jaren 2023, 2024 en 2025 uitgekeerd aan gemeenten. Voorgesteld wordt om deze middelen direct te oormerken voor duurzaamheid (0pnemen op een stelpost binnen de bestaande budgetten). In de komende periode zal in college- en raadsvoorstellen de verdere uitwerking worden gepresenteerd hoe deze gelden binnen de gemeente Purmerend worden in gezet. Op basis van de ontvangen brief worden over de drie jaren de volgende bedragen per jaar ontvangen: 2023 : € 1.537.781; 2024 : € 1.551.731 en 2025 : € 1.565.681. De verwachting is dat deze middelen structureel worden. Om die reden kunnen de bestaande eigen middelen voor het duurzaamheidsbeleid worden ingezet als dekkingsmiddel 2. Inkomensafhankelijke bijdrage Wmo huishoudelijke hulp vanaf 2025 Om de houdbaarheid van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) te verbeteren, voert het kabinet een aantal aanpassingen door in het stelsel. De belangrijkste aanpassing is de invoering van een passende eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp per 1 januari 2025 waarbij meer rekening wordt gehouden met de draagkracht van huishoudens.

Praktisch betekent dit dat huishoudens met een inkomen boven 185% van het sociaal minimum (in 2021 was dit circa € 30.000 voor een alleenstaande AOW-gerechtigde) een hogere eigen bijdrage zullen betalen. Er wordt van dit beleid een voordeel verwacht waar het afschaffen destijds een nadeel opleverde. Hiervoor is nu een stelpost ingerekend. 3. Ophogen stelpost onderuitputting kapitaallasten Er wordt in de begroting rekening gehouden dat een deel van de investeringen vertraagd gerealiseerd wordt en dat betekent een voordeel op de begrote kapitaallasten. Vanwege de diverse kredietophogingen wordt ook de stelpost hiervoor opgehoogd. 4. Indexering OZB en leges 2024 Op grond van de Consumentenprijsindex (CPI) van het CBS worden de opbrengsten van belastingen en de leges verhoogd met 7,6%. Dit is meer dan was ingerekend in de begroting en leidt tot de opgenomen bijraming. 5. Aframen standaard toevoeging aan de algemene reserve In de begroting 2016 is vanwege de financiële situatie besloten tot versterking algemene reserve en hiervoor jaarlijks een storting van € 714.000 te doen. Inmiddels is de solvabiliteit op 20% aan beland en kan deze post worden ingezet als dekkingsmiddel voor deze Voorjaarsnota.

24

3 Op weg naar de begroting 2024 Een gemeentebegroting maken is zelden zo lastig geweest als nu. Op basis van de huidige gegevens krijgen gemeenten in 2027 € 5 miljard minder inkomsten uit de algemene uitkering. Althans dat is het huidige beeld, maar het is omgeven door onzekerheden. Onzekerheden of het zo erg wordt en of de gemeenten dat hele gat kunnen opvangen met mogelijk nieuwe belastingen is nog de vraag die voorligt. In de meicirculaire 2023 wordt meer duidelijkheid verwacht, maar geen volledige duidelijkheid. Daarom kiest het college voor het vasthouden aan de koers van vorig jaar en trekt de Rijksinkomsten 2026 door naar 2027 (zonder indexatie). Daar zit een aantal lastigheden in die we nu nog niet hebben uitgewerkt. Dit betreft de ophoging van de budgetten 2027 voor loon- en prijsontwikkeling, de berekeningen van de kostendekkende heffingen, de actualisatie van de kapitaallasten 2027 en een nieuwe schijf voor de Investeringsagenda (€ 925.000). Om deze onderdelen in te vullen, is echt de informatie over de loon- en prijsontwikkeling uit de meicirculaire 2023 voor nodig. Mogelijk dat dit ook leidt tot herberekening van de aannames uit bijlage 1. Daarnaast hebben we voor de algemene uitkering en de OZB, leges etc de groei in de begroting verlaagd omdat er de komende jaren naar verwachting minder woningen bijkomen dan eerder verwacht (vertraging in de realisatie).

Door de koppeling van de Onroerendezaakbelasting (OZB) aan de CPI-index stijgt deze in 2023 met 7,6%. Het rioolrecht zal de komende jaren ook stijgen door de omvangrijke vervangingsprogramma’s en klimaatdoelstellingen. De afvalstoffenheffing kan door de omvangrijke voordelen van de afgelopen jaren hierop tegengewicht geven met een gematigder ontwikkeling. Er is zoals gezegd geen ruimte op dit moment voor meer indexatie en voor een aantal zaken waar het college de komende jaren op wil inzetten. Richting de Begroting 2024 zal het college een voorstel maken om door keuzes, gebruik van incidentele middelen en wellicht enige ruimte vanuit de meicirculaire 2023 om voor deze onderwerpen een oplossing te vinden. Er is daarmee een stevige ‘agenda richting de begroting’. Achtereenvolgens wordt behandeld: • loon- en prijsontwikkeling; • actualisatie Investeringsprogramma; • investeringsagenda; • lokale heffingen; • ambities Coalitieakkoord 2024; • meicirculaire 2023; • reserves.

25

Loon- en prijsontwikkeling Op diverse onderdelen in de begroting 2023 hebben we te maken met meer dan reguliere kostenstijgingen. De structurele doorwerking daarvan zit in de begrotingswijziging bij deze Voorjaarsnota. Voor de Begroting 2024 gaan we vervolgens uit van meer reguliere indexering. Waar dit om de exploitatiebudgetten gaat, zijn dit de bestaande uitgangspunten (zie bijlage): • loonontwikkeling: 3,0%; • prijsontwikkeling: 1,5%; • prijsontwikkeling Jeugd/Wmo 4,0%; • prijsontwikkeling Subsidies: 2,5%. In de voorbereiding van de begroting zal bekeken moeten worden waar deze uitgangspunten incidenteel of voor een langere periode niet meer kloppen en waar er ruimte is minder verstrekte compensatie ook te compenseren. Te denken valt aan met name de budgetten voor IBOR. Die worden dan in de Begroting 2024 aan u voorgelegd. Actualisatie investeringsprogramma Het investeringsprogramma voor de komende jaren is groot. De stad groeit. Daarnaast is er op veel onderdelen sprake van prijsstijgingen door grondstof- en personeelstekorten. Het gevolg is dat verleende kredieten voor projecten als bijvoorbeeld bruggen, wegen en scholen niet meer afdoende zijn. Een deel van die kredietophogingen is al opgenomen in deze Voorjaarsnota, maar nog lang niet alles. Ook is het nodig opnieuw naar de fasering van kredieten te kijken. Dat is bijvoorbeeld voor het IHP al in deze Voorjaarsnota opgenomen.

Maar dit zal bij de begroting over de volle breedte van het investeringsprogramma worden gedaan. Voor de kredieten die naar verwachting in 2026 worden afgesloten, moeten dan de kapitaallasten in de schijf 2027 worden geraamd. Op basis van de actualisatie kunnen bij de Begroting 2024 voorstellen worden voorgelegd voor indexering van kredieten, fasering en prioritering. Daarbij zal ook gekeken worden naar de ontwikkeling van de schuld. De schuld is de afgelopen jaren gedaald. Voor 2023 is het beeld dat voor € 50 miljoen aan nieuwe leningen wordt afgesloten, waarvan € 25 miljoen voor herfinanciering bestaande schuld. Investeringsagenda Bij deze Voorjaarsnota ontvangt u de Investeringsagenda. De investeringsagenda bevat het plan voor de investeringen die nodig zijn om Purmerend kwalitatief goed te laten groeien. Het gaat op dit moment vooral om scholen, sportvoorzieningen, mobiliteit en parken. In de begroting 2023 is hiervoor een jaarlijkse schijf van € 20 miljoen krediet in beeld gebracht met een jaarschijf van € 925.000 aan kapitaallasten. Elk jaar wordt de invulling ervan naar de noodzaak van dat moment aan de gemeenteraad voorgelegd. Om hier ook de komende jaren over te kunnen beschikken, moet er in de Begroting 2024 een bedrag van € 925.000 worden geraamd.

Lokale heffingen De niet-kostendekkende heffingen worden in de begroting regulier gecorrigeerd voor inflatie op basis van het CPI cijfer van januari 2023. Deze index is van januari 2022 tot januari 2023 met 7,6% gestegen. De niet-rijksleges en de lokale belastingen (OZB, roerende zaakbelasting, precariobelasting, reclamebelasting, toeristenbelasting, hondenbelasting en parkeerbelastingen) zullen om die reden met dit percentage worden aangepast. In de jaren erna is de reguliere index van 1,5% opgenomen. 26

Het tarief rioolheffing zal worden bepaald op basis van het nieuwe GRP. In de tariefsberekening 2023 hielden we rekening met 4% voor 2024, maar die zal hoger uitvallen door kostenstijgingen. In de voorziening afvalstoffenheffing zit een ruime buffer die na de jaarrekening 2022 nog hoger is zodat deze kan worden aangewend om de tariefstijging te matigen. In de tariefsberekening 2023 hielden we rekening met 1% voor 2024. Het streven is hier dicht bij te blijven. In de Eerste Kamer is inmiddels besloten dat per 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking treedt. Daarvoor wordt de huidige legestabel veranderd. U bent hier bij het voorstel lokale heffingen 2023 al over geïnformeerd. Coalitieakkoord Vorig jaar is een groot aantal ambities voor stad en dorpen in de begroting opgenomen. Een aantal zaken kon toen nog niet worden meegenomen omdat de plannen nog niet gereed zijn (niet uitgewerkte IBOR onderdelen, Mobiliteitsplan, Visie Binnenstad). Daarnaast zijn er enkele zaken in de begroting die naar verwachting meer geld vragen dan er nu beschikbaar is waarvan de kosten van de brandweerzorg in de Veiligheidsregio en de transitie lokale jeugdzorg de belangrijkste zijn. Het college kan deze niet ‘laten liggen’. Daarvoor moeten keuzes gemaakt worden.

De komende periode wordt er daarom gekeken naar waar het minder kan, waar het incidenteel kan (we hebben nog begrotingsruimte in de jaren 2024-2026) en of er mogelijk nog financiële ruimte komt. Dat wordt in het licht van de stijgende kosten en de onzekerheid over de financiën geen gemakkelijke opgave. Meicirculaire 2023 Als we alle vraagstukken in beeld hebben gebracht, is natuurlijk de spannende vraag: ‘Wat krijgen we van het Rijk vergoed?’. De verwachting op dat punt is niet groot. Het volume van het gemeentefonds is voor deze kabinetsperiode bevroren. Enkel op het punt van de loon/ prijsontwikkeling is er nog extra ruimte te verwachten waardoor de schijven 2026/2027 opgehoogd kunnen worden. Wij vertalen de uitkomsten van de circulaire om het budgettaire kader voor de programmabegroting te bepalen. Reserves Purmerend heeft nog een beperkt aantal bestemmingsreserves. De mutaties daarvan zullen worden geactualiseerd: • Woonvisie (voor de exploitatie tijdelijke woningen); • Parkeren (voor kosten en opbrengstenontwikkeling straat- en garageparkeren); • Woningbouwprogrammering (voor plannen met sociale woningbouw); • Duurzaamheid (voor de uitgaven gasvrij en Duurzaamheidsagenda); • Gronden (voor de kosten van ruimtelijke ontwikkelingen); • Regionale Samenwerking ZaWa (voor de regionale afspraken; • IBOR (voor de plannen openbare ruimte).

27

4 Risico's, onzekerheden en kansen In de Jaarstukken 2022 treft u -in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersingeen integrale risicoparagraaf aan. Het beeld dat daaruit naar voren komt, is dat we meer weerstandscapaciteit hebben door de stijging van de algemene reserve. We hebben daarnaast ook veel meer benodigd weerstandsvermogen. Dat zit in een paar grote ontwikkelingen: • Algemene spoedbuffer; • Rentestijging; • Loon- en prijsstijgingen; • Grondexploitaties en strategische aankopen; • Algemene uitkering. De spoedbuffer is nodig omdat de gemeente in de afgelopen jaren is geconfronteerd met grote rijksopgaven (covid-19, opvang vluchtelingen Oekraïne en de energietoeslag) waar de gemeente de uitgaven samenhangend met deze opgaven eerst moest voorfinancieren alvorens de compensatie is ontvangen vanuit het Rijk. Ook is er meer buffer nodig voor de stijgende rente, stijgende lonen en stijgende prijzen. Die stijgingen hebben grote effecten op de begroting van de gemeente en maatschappelijke partners. Maar ook van ontwikkelaars die woningen bouwen in de stad. Dit heeft financiële gevolgen in de grondexploitaties. Voor de mogelijke effecten van kostenstijging en rente zijn posten meegenomen in het weerstandsvermogen.

Grootste onzekerheid op dit moment is echter de toekomstige algemene uitkering met de bevriezing van het accres en de opschalingskorting in het verschiet (ravijnjaar vanaf 2026). Naast de hiervoor genoemde zaken wordt in het verband van deze Voorjaarsnota nog enkele zaken onder uw aandacht gebracht die van belang zijn voor de Begroting 2024. • Baanstee Noord is naast belangrijk voor de economische vitaliteit van Purmerend ook de belangrijkste voedingsbron van de reserve gronden. Uit de reserve gronden worden nieuwe gebiedsontwikkelingen bekostigd. Door de stroomproblematiek worden er de komende jaren minder gronduitgiften en de daarmee samenhangend winst verwacht. Met het huidige uitgavenniveau is er daardoor een risico op uitputting van de reserve gronden. • De gemeente voert steeds vaker een actieve grondpolitiek ook voor grote ontwikkelingen. Voor Wheermolen-Oost is de grondexploitatie al vastgesteld. Voor het Waterlandkwartier wordt deze voor de zomer aangeboden aan de gemeenteraad. Mogelijk wordt op termijn ook een grondexploitatie geopend voor De Koog. Deze grondexploitaties zijn binnenstedelijk en hebben gewoonlijk een negatief saldo. Omdat ook de kosten voor de baat uitgaan is er een hoog risicoprofiel. In combinatie met de verwachte lagere voeding van de reserve gronden is er het risico dat een beroep op de algemene reserve moet worden gedaan.

• In deze Voorjaarsnota zitten diverse kredietophogingen, maar lang niet alle kredieten met prijsstijgingen zijn al opgenomen in deze Voorjaarsnota omdat nog niet de benodigde details beschikbaar zijn. Waar het krediet naar verwachting niet afdoende is, zijn de projecten van de nieuwe Werf/Milieustraat en P3. Hiervoor ontvangt u te zijner tijd aanvullende voorstellen. 28

• De komende jaren zal gewerkt worden aan de invulling van de Woonplek. Naar verwachting zal met ingang van 2025 opvang in de woonplek verzorgd kunnen worden. De omvang van de gemeentelijke lasten zal nog nader worden bepaald, maar er is een risico dat het huidig budget van € 640.000 niet afdoende is. • Op 14 maart 2023 heeft het college ingestemd met de Uitgangspuntennotitie Wegenoverdracht Hoogheemraadschap Hollands Noordenrkwartier (HHNK) en opdracht geven voor het opstellen van een businesscase voor de wegenoverdracht. Bij overdracht gaat regulier de wegenheffing van het waterschap naar beneden en de OZB omhoog. Vanuit het coalitieakkoord is afgesproken: enkel indexering van de OZB. Omdat de CPI de afgelopen 2 jaar hoog was, is het OZB tarief in Purmerend al opgelopen • Stadsverwarming Purmerend (SVP) werkt aan een betrouwbare, duurzame en betaalbare warmtevoorziening voor haar klanten. Daarbij staat SVP de komende jaren voor een aantal grote opgaven. De volatiele ontwikkelingen in de energiemarkten hebben invloed op het door SVP te voeren beleid. Daarnaast is in 2022 besloten de bouw van BWC2 geen doorgang te laten vinden. Tegelijkertijd zal SVP onverminderd doorgaan met de verdere verduurzaming van de warmtebronnen en kijkt zij daarbij nu vooral naar andere bronnen zoals aardwarmte (geothermie) en warmte uit afval- en/of oppervlaktewater.

Daarnaast staat SVP voor een aantal belangrijke investeringsopgaven, onder andere met betrekking tot. het bestaande netwerk en het aansluiten van nieuwbouw en gasvrij. Deze investeringsopgaven hebben impact op de financieringspositie van SVP. SVP zal in het najaar van 2023 een geactualiseerde prognose van de in de komende jaren benodigde financiering opstellen. Op basis daarvan zal een voorstel voor het nieuwe leningplafond door het college aan de gemeenteraad worden aangeboden. De gemeenteraad kan conform artikel 7 van de financiële verordening 2023 haar wensen en bedenkingen aan het college geven ten aanzien van de garantstelling die de gemeente afgeeft voor de door SVP aan te trekken leningen. • Het zijn onzekere tijden en daarmee blijft de onzekerheid over de economische vooruitzichten groot. We zien op allerlei vlakken in de samenleving ontwikkelingen waar we moeilijk grip op kunnen krijgen: onder andere krapte op de arbeidsmarkt, prijsstijgingen (waaronder energie en loonkosten), krapte op de huizenmarkt, werkloosheid, consument- en producentenvertrouwen en de overheidsfinanciën. Deze macro-effecten laten zich niet makkelijk vertalen naar de lokale situatie. Naast de risico’s zijn er ook kansen. In de afgelopen periode zijn er op veel dossiers subsidies binnengehaald zoals de WBI subsidies en BO MIRT gelden. We blijven actief en alert op subsidiemogelijkheden.

Met de Investeringsagenda hebben we een instrument en middelen om ook de vaak benodigde cofinanciering richting de partners aan te tonen. Ook zijn we succesvol in kostenverhaal waardoor ontwikkelaars meebetalen aan nieuwe voorzieningen in de stad zoals de nieuwe parkeergarage en de parken. Dat wordt gelukkig ook gezien. Op 15 maart 2023 is in Purmerend de Woondeal Metropoolregio Amsterdam (MRA) ondertekend. Namens het Rijk werd een handtekening gezet door minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) Hugo de Jonge. Een andere kans is digitalisering. Innovaties en technologische ontwikkelingen dienen zich voortdurend aan. Mits goed geregeld, draagt digitalisering bij aan de maatschappelijke opgaven waar we voor staan. Dit vraagt om heldere kaders en regels voor het verwerken van alle informatie. Er is behoefte aan een duidelijke visie om de kansen die de digitalisering ons biedt, optimaal 29

te benutten en daarmee te zorgen voor toegankelijke, betrouwbare en transparante informatie. De komende maanden zullen we een analyse maken van de huidige inrichting en de benodigde ontwikkeling voor de toekomst. Richting de Begroting 2024 zal dit verder uitgewerkt worden Het voornemen was de nota Purmerend financieel op koers uit 2020 te actualiseren om zo het uitgesproken streven naar een verbetering van de financiële positie te bezien. Gelet op het vele werk voor de nota, de positieve ontwikkeling van het eigen vermogen en de schuld in 2022 is het voorstel om de nota in 2024 op te stellen. Zo wordt in een 4 jaarlijkse cyclus naar het structurele financiële beeld van de gemeente gekeken. Dit is steeds halverwege een bestuursperiode.

30

5 Slot Voor u ligt een Voorjaarsnota met een groot aantal aanpassingen van de lopende begroting en een vooruitblik op de route naar de begroting 2024. Het algemene beeld van de Voorjaarsnota is dat de begroting grotendeels wordt aangepast aan loon- en prijsstijgingen zodat er niet in de ambities hoeft te worden gesneden. Ook is er ruimte voor versterking van de organisatie en investeringen van de Investeringsagenda. Maar het ontbreekt aan ruimte om alle stijgingen te compenseren en er zijn enkele prioriteiten die nu niet van dekking kunnen worden voorzien. Die moeten goed worden uitgewerkt voor de begroting 2024. Mogelijk dat de incidentele ruimte in de begrotingsjaren 2024-2026 hieraan kan bijdragen, maar er kunnen ook andere keuzes nodig zijn. Hier hebben we tijd voor nodig en de laatste informatie van de meicirculaire. In de begroting ontvangt u hiervoor onze voorstellen. We leggen deze Voorjaarsnota aan u voor in de overtuiging dat we hiermee een goede koers voor dit moment hebben. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend, de secretaris,

de burgemeester,

31

Bijlage I Kaders en uitgangspunten Algemene kaders en uitgangspunten • De ontwikkeling van de loonkosten van de gemeenteambtenaren volgt de cao. Begin 2023 is er een principeakkoord bereikt voor de cao gemeenten. De nieuwe cao loopt van 2 januari 2023 tot en met 1 januari 2024. De verwachting is dat de bekrachtiging van dit akkoord door de afzonderlijke partijen in april 2023 plaatsvindt. In dit principeakkoord stijgen alle loonschalen met € 240 per maand en vervolgens een loonsverhoging van 2%. Verder stijgt de thuiswerkvergoeding van € 2 naar € 3 per dag en is het minimum loon voor iedereen gesteld op € 14 per uur. Daarnaast wordt het bovenwettelijk verlof verhoogd naar 7 dagen en geldt 5 mei vanaf 2024 als een doorbetaalde feestdag. De uitwerking van het principeakkoord inclusief de pensioen- en werkgeverspremies valt hoger uit dan was begroot in 2023. De gemiddelde stijging van de loonsom komt uit op 7,23% voor 2023. In de loonkostenbegroting 2023 was rekening gehouden met een stijging van 4% voor cao en werkgeverspremies. Per 1 januari 2023 is het werkgeversdeel van de pensioenpremie verhoogd met 1,56% maar daalt de premie arbeidsongeschiktheid met 0,07% en vervalt de werkgeverspremie voorwaardelijk pensioen van 3%. De ruimte in de begroting komt door de verlaging van de premies van in totaal 1,51% plus de begrote 4% uit op samen 5,51 %.

Dit is 1,72% lager dan de uitkomst van het principeakkoord. Het financiële effect van de ophoging van de loonkosten 2023 met 1,72% is meegenomen in deze Voorjaarsnota. Voor de begroting wordt voor de jaren na 2023 vooralsnog een indexatie aangehouden van 3% per jaar voor loonsverhogingen en (pensioen-)premies. • De personeelsformatie is gebaseerd op de situatie per 1 april 2023, inclusief besluitvorming Voorjaarsnota 2023. De ambtelijke functies begroten we tegen de functionele schaal met een anciënniteit van trede 10. • De domeinen geven per team aan hoe de personeelskosten moeten worden verdeeld over de programma's en beleidsvelden (procentuele verdeling), tenzij er sprake is van tijdschrijven. Een belangrijk onderscheid hierbij is de verdeling tussen overhead- en lijnfuncties. De overheadkosten worden uitgedrukt in een percentage van de loonsom van de lijnafdelingen. Dit percentage wordt gehanteerd bij de toerekening van overheadkosten aan investeringen, grondexploitaties en projecten (anterieure overeenkomsten) en kostendekkende lokale heffingen. Aan producten waar de buitendienst voornamelijk aan werkt (riool, afval) is de overheadopslag 53%. Voor de overige leges is de overheadopslag 66%. Dit percentage wordt herijkt bij de begroting 2024 (volgens de methode van de programmabegroting 2023). • Voor de subsidies houden we rekening met een jaarlijkse indexatieverhoging van 2,5%.

Indien instellingen zelf een hogere cao-ontwikkeling hebben, volgt er geen aanvullende compensatie. De jaarlijkse indexatieverhoging vindt plaats bij de verleningsbeschikking voor het subsidie. • De kosten van derden zijn goederen en diensten die aan de gemeente worden geleverd. Het gaat hier bijvoorbeeld om de kosten van energie, kantoorartikelen, accountantsdiensten, onderhoud aan gebouwen en infrastructuur, schoonmaak en softwarelicenties. In afwijking 32

van de CBS-indexering gaan we uit van een jaarlijkse groei van 1,50%. Hiermee onderstrepen we de blijvende inzet om goedkoper en met een hogere kwaliteit in te kopen. In de budgetten is de groei niet functioneel verwerkt. In het geval van excessieve stijgingen kan met onderbouwing aanspraak worden gemaakt op de collectieve stelpost. In deze Voorjaarsnota is ruim aanspraak gemaakt op deze collectieve stelpost voor de huidige stijgingen van de kosten. Bij de uitwerking van de begroting 2024 zal een herberekening worden gemaakt om de collectieve stelpost weer aan te vullen om de prijs- en loonstijgingen voor de komende jaren mee te dekken. • Voor de leges, afvalstoffen- en rioolheffing geldt het criterium van 100% kostendekkendheid. Dit betekent enerzijds dat niet meer mag worden geheven dan de begrote kosten die gedekt worden met de heffing. Het betekent anderzijds dat kostenstijgingen, bijvoorbeeld als gevolg van cao-ontwikkelingen, in deze tarieven worden doorberekend. De hoogte van deze tarieven zijn onder meer afhankelijk van de tijdsbesteding en de kosten van overhead. De opbrengsten worden gebruikt om de kwaliteit van de activiteit te waarborgen en om personeels-, huisvestingsen materiaalkosten te dekken.

Van een aantal tarieven wordt het maximaal te heffen bedrag vastgesteld door de Rijksoverheid, zoals de tarieven voor reisdocumenten, het rijbewijs en de tarieven voor aktes uit de registers van de burgerlijke stand. • De OZB, RZB en de overige heffingen (precario-, toeristen-, honden-, reclame- en parkeerbelasting en marktgelden) stijgen jaarlijks nominaal met de consumentenprijsindex (CPI) zoals gepubliceerd door het CBS in januari van het jaar voorafgaand aan de begroting. Voor 2024 bedraagt de indexering 7,60% (CPI januari 2023). In de meerjarenraming gaan we voor de jaren na 2024 uit van 1,50%. Dit passen we bij de volgende Voorjaarsnota aan op basis van de CPI van januari 2024. Door areaaluitbreiding (verbouw woningen en niet-woningen) verhogen wij jaarlijks de opbrengst OZB. Bij een algehele waardedaling c.q. waardestijging van de onroerende zaken verhogen dan wel verlagen wij het tarief van OZB, om de begrote opbrengst te realiseren. • Als gevolg van ontwikkelingen op de kapitaalmarkt is het renteomslagpercentage van 1% in de Voorjaarsnota niet aangepast. Dit percentage gebruiken we ook als uitgangspunt voor de berekening van de lasten van (toekomstige) investeringen. De renteomslag zal voor de begroting 2024-2027 worden herberekend conform de bepalingen, zoals opgenomen in de Financiële verordening en de notitie rente van de commissie BBV.

De verwachting is dat dit percentage zal stijgen. • Voor de doorberekening van rente aan Bouwgronden in Exploitatie (BIE's) is de toegestane toe te rekenen rente gebaseerd op de daadwerkelijk te betalen rente over het vreemd vermogen. Hierbij wordt het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille naar de verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen berekend. Om te voorkomen dat de renteparameter jaarlijks fluctueert, kiezen we in de meerjarenprognose voor een stabiel rentepercentage van 1,25%. • De afschrijving van de vaste activa vindt lineair plaats. Voor het afschrijven van de vaste activa hanteren we een afschrijvingstermijn conform de financiële verordening. De afschrijvingen starten in het jaar na ingebruikname. Op gronden en terreinen schrijven we niet af. Investeringen beneden € 50.000 nemen we rechtstreeks in de exploitatie op, uitgezonderd de jaarlijkse vervanging van kleinere auto's die samen worden geactiveerd. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. • Voor verbonden partijen gaan we uit van dezelfde financiële uitgangspunten als voor de eigen begroting. De budgetten worden dus ook geïndexeerd. Het betreft de Veiligheidsregio, de Metropoolregio Amsterdam, de GGD, Werkom, Omgevingsdienst IJmond, het Waterlands Archief 33

en het recreatieschap Twiske-Waterland. De meerjarenbegrotingen van de verbonden partijen hebben we verwerkt zoals aangegeven in de zienswijze die door de raad is vastgesteld. Mogelijke financiële effecten uit de zienswijze(n) worden verwerkt via de begrotingsruimte. • Voor de post onvoorzien ramen wij conform de bestendinge gedragslijn een jaarlijks bedrag van € 50.000. Dit budget wordt alleen gebruikt om onvoorziene, onuitstelbare en onontkoombare uitgaven op te vangen. Als wij hier een beroep op moeten doen, dan informeren wij uw raad hierover bij de voor- en najaarsrapportage en/of het jaarverslag.

Samenvatting uitgangspunten 2024-2027 Loonontwikkeling 2023 Loonontwikkeling 2024-2027 Prijs-/inflatieontwikkeling Prijsindexatie jeugd/Wmo 2023 Prijsindexatie jeugd/Wmo 2024-2027 Omslagrente Rente voor grondexploitaties 2023-2027 Subsidies gesubsidieerde instellingen 2023 Subsidies gesubsidieerde instellingen 2024-2027 Leges, afvalstoffen- en rioolheffing (100% kostendekkend) Gemeentelijke belastingen en overige heffingen 2024 (CBS-CPI januari 2023) Gemeentelijke belastingen en overige heffingen 2025-2027

34

7,23% 3,00% 1,50% 5,29% 4,00% 1,00% 1,25% 6,50% 2.50% n.t.b. 7,60% 1,50%

Bijlage II Budgetneutraal In deze bijlage worden de budgetneutrale mutaties verwerkt en toegelicht per programma. Omschrijving (bedragen x € 1.000)

Krediet

2023

2024

2025

2026

2027

I/S Effect

Regisseur vooroverleg Omgevingswet

-91

-94

-97

-100

-103

S

hogere lasten

Dekking regisseur vooroverleg Omgevingswet: uit leges en programmabudget

91

94

97

100

103

S

hogere baten

-31

-34

-37

-40

-37

S

hogere lasten

Energietoeslag 2023 (dekking: algemene reserve)

-6.000

-

-

-

-

I

hogere lasten

Opvang vluchtelingen Oekraïne

-12.853

-

-

-

-

I

hogere lasten

Dekking opvang vluchtelingen Oekraïne: uit specifieke uitkering

12.853

-

-

-

-

I

hogere baten

Noodopvang Baanstede

-2.000

-

-

-

-

I

hogere lasten

Dekking Noodopvang: uit specifieke uitkering/bijdrage Veiligheidsregio

2.000

-

-

-

-

I

hogere baten

Uitbreiding jobcoach (van BV onderwijs naar BV werk & inkomen)

-15

-15

-15

-15

-15

S

hogere lasten

Dekking uitbreiding jobcoach uit programmabudget inhuur kinderboerderij

15

15

15

15

15

S

lagere lasten

Programma 1 Publiekdiensten

Programma 2 Samenleving

Actualisatie business case tijdelijke woningen (dekking: reserve woonvisie)

Overheveling formatie en materieel budget kunstobjecten (van prg 2 naar 6)

67

69

70

71

71

S

Hogere lasten

Overheveling formatie administratie (van overhead naar prg 2)

-60

-62

-64

-66

-66

S

Hogere lasten

Uitgaven lokaal preventieakkoord beschikking

-50

-

-

-

-

I

hogere lasten

Dekking lokaal preventieakkoord beschikking: uit specifieke uitkering

50

-

-

-

-

I

hogere baten

Opvoeren budget conform de voorlopige toekenning OAB

-297

-297

-297

-297

-297

S

hogere lasten

Dekking OAB uit specifieke uitkering

297

297

297

297

297

S

hogere baten

-75

-

-

-

-

I

hogere lasten

Programma 3 Wonen Opstellen woonvisie (dekking: reserve woonvisie) Programma 4 Milieu Inzameling bio afval hoogbouw

-

-

-32

-63

-62

S

hogere lasten

Uitbreiding formatie afvalinzameling

825

-30

-62

-64

-66

-68

S

hogere lasten

Dekking inzameling bio afval hoogbouw en formatie uitbreiding afvalinzameling: uit afvalstoffenheffing

30

62

96

129

130

S

hogere baten

Bijstorten SVn Duurzaamheidsleningen (beheerskosten)

-5

-4

-3

-2

-6

S

hogere lasten

Dekking duurzaamheidsleningen: uit programmabudget duurzaamheid

5

4

3

2

6

S

lagere lasten

-19

-6

-9

-16

-16

S

hogere lasten

-

-

-

-

-

S

hogere lasten

-96

-127

-127

-126

-126

S

hogere lasten

-705

-965 -1.001 -1.051 -1.082

S

hogere lasten

Programma 5 Bereikbaarheid Actualisatie parkeergarages (dekking: reserve parkeren) Verkeersveiligheid Purmer Noord (Van Osweg en de Grotehuysweg)

2.500

Programma 6 Beheer openbare ruimte Vervoer toezicht onderhoud groen uit programmabudget

550

Formatieuitbreiding medewerkers IBOR/Riolering (13 fte) Dekking formatieuitbreiding IBOR/riolering: uit rioolheffing

44

91

94

97

100

S

hogere lasten

Dekking formatieuitbreiding IBOR/riolering: kredieten en programmabudget

660

873

907

954

982

S

lagere lasten

35

Speelvoorziening Weidelandpad (dekking: reserve IBOR)

161

-

-12

-12

-12

-

S

hogere lasten

Aanvullend krediet 2023 riolering (Gemeentelijk RioleringsPlan 2018-2023)

2.072

-

-71

-71

-70

-70

S

hogere lasten

Project integrale rioolvervanging Overwhere-Zuid

1.450

-

-13

-26

-37

-43

S

hogere lasten

Dekking GRP en Overwhere-Zuid: uit rioolheffing

-

84

97

107

113

S

hogere baten

Overheveling formatie en materieel budget kunstobjecten (van prg 2 naar 6)

-67

-69

-70

-71

-71

S

hogere lasten

Herschikking baten en lasten rioolheffing (RH)

-119

-160

-164

-168

-168

S

hogere lasten

Herschikking baten en lasten rioolheffing (RH)

119

160

164

168

168

S

hogere baten

Doorschuiven revitalisering Overwhere-Zuid (2022 naar 2027, dekking: reserve IBOR)

532

-

-

-

-532

I

Lagere L/B

Aanpassing budget wegen t.b.v. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

-150

-152

-155

-157

-157

S

hogere lasten

Aanpassing budget wegen t.b.v. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

150

152

155

157

157

S

hogere baten

Formatie manager projectbeheerser en projectondersteuner (IPM-rol)

-126

-183

-188

-194

-199

S

hogere lasten

Dekking formatie projectbeheerser- en ondersteuner: uit kredieten

Programma 7 Ruimtelijke ordening

126

183

188

194

199

S

Lagere lasten

Structurele capaciteit programmamanager Binnenstad

-

-97

-133

-137

-141

S

hogere lasten

Dekking programmamanager Binnenstad: uit programmabudget RO

-

97

133

137

141

S

Lagere lasten

Voortzetting programma Purmerend 2040 (dekking: reserve gronden)

-

-150

-150

-150

-150

S

hogere lasten

Wettelijk onderzoek flora/fauna (dekking: reserve gronden)

-

-

-

-180

-

I

hogere lasten

Onderzoek uitbreiding huisvesting woonwagenstandplaatsen (dekking: reserve gronden)

-44

-

-

-

-

I

hogere lasten

Invulling moties college Beemster (Beemster erf, stolpenbeleid en vrijkomende agrarische bebouwing)

-150

-

-

-

-

I

hogere lasten

Inbreiding woonwagenterrein Slaperdijk (besluit 1577293)

-22

-

-

-

-

I

hogere lasten

Inbreiding woonwagenterrein Slaperdijk (besluit 1577293)

22

-

-

-

-

I

hogere baten

-52

-

-

-

-

I

hogere lasten

Pilot werkervaringsplaatsen Handhaving (naar prg 8)

52

-

-

-

-

I

lagere lasten

Overheveling medewerker administratie (van overhead naar prg 2)

60

62

64

66

66

S

lagere lasten

150

-

-

-

-

I

lagere lasten

Reserve woonvisie (onttrekking)

106

34

37

40

37

I/S hogere baten

Reserve parkeren (onttrekking)

19

6

9

16

16

S

hogere baten

Programma 8 Veiligheid Pilot werkervaringsplaatsen Handhaving (dekking: overzicht overhead) Overzicht Overhead

Algemene dekkingsmiddelen Dekking stelpost invulling moties college Beemster Resultaatbestemming

Reserve IBOR (onttrekking)

-532

12

12

12

532

S

hogere baten

Reserve gronden (onttrekking)

44

150

150

330

150

S

hogere baten

Algemene reserve (onttrekking)

6.000

-

-

-

-

I

hogere baten

-

-

-

-

-

Saldo

Programma 1 Publiekdiensten Regisseur vooroverleg Omgevingswet In januari 2022 is het Omgevingsteam gestart. Door het Omgevingsteam worden de omgevingsvergunningen verleend. Dit vindt nu nog plaats op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en per 1 januari 2024 op grond van de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet krijgt het vooroverleg, dit is de afstemming tussen de gemeente en initiatiefnemer voorafgaand aan een ingediende omgevingsvergunning, een prominente rol. In 2022 is hier al positieve ervaring mee opgedaan. Om blijvend te kunnen voldoen aan de eisen die de 36

Omgevingswet stelt ten aanzien van vergunningverlening, is het nodig om het vooroverleg binnen het Omgevingsteam goed te positioneren en te borgen. Hiervoor moet structureel capaciteit beschikbaar worden gesteld voor invulling van de functie Regisseur vooroverleg Omgevingswet (1,0 FTE). Voor deze functie wordt binnen het geheel van de legesopbrengsten voor de dekking gezorgd. De volledig herziene tarieventabel bij de legesverordening 2024 wordt in het najaar ter besluitvorming aan de raad voor te leggen.

Programma 2 Samenleving Actualisatie business case tijdelijke woningen De business case tijdelijke woningen is aangepast aan de resultaten van de jaarrekening en de nieuwe aanbesteding van het beheer. Dit leidt tot een nadeel op jaarbasis. Dit nadeel wordt verrekend met de reserve Woonvisie. Energietoeslag Op Prinsjesdag kondigde het kabinet aan dat gemeenten ook in 2023 de mogelijkheid krijgen om energietoeslag te verstrekken. Evenals in 2022 heeft het kabinet hiervoor een richtbedrag genoemd van € 1,3 miljard. De begroting wordt voor deze uitkering inclusief uitvoeringskosten budgettair neutraal aangepast met € 6 miljoen. In afwachting van de financieringssystematiek van het kabinet volgen we de algemene lijn die we ook bij corona hebben gedaan: dekken uit de algemene reserve en bij compensatie weer terug laten vloeien. Noodopvang Baanstee-Noord en opvang vluchtelingen Oekraïne Voor de noodopvang van de Baanstee Noord en de opvang van vluchtelingen wordt voor 2023 rekening gehouden respectievelijk € 2 miljoen en bijna € 12,9 miljoen aan uitgaven in 2023. Beide regelingen worden gedekt door een specifieke uitkering. Uitbreiding jobcoach (van BV onderwijs naar BV werk & inkomen) Overheveling formatie en materieel budget kunstobjecten (van prg 2 naar 6) Overheveling medewerker administratie (van overhead naar prg 2) Op dit programma wordt op 3 onderdelen de formatie aangepast.

Dit betreft de uitbreiding van een jobcoach die wordt gedekt uit het inhuurbudget van de kinderboerderij en het budget sociaal rendement. Daarnaast wordt de beheerder kunstobjecten in de openbare ruimte met materieel budget overgeheveld naar programma 6. Tenslotte komt er vanuit administratie contractbeheer formatie over dat voorheen werd geraamd op het overzicht overhead. Lokaal preventieakkoord Purmerend heeft voor 2023 een specifieke uitkering lokaal preventieakkoord ontvangen van incidenteel € 50.000. Deze beschikking is toegekend om meer in te zetten op gezondheidspreventie. Het bevat concrete maatregelen om roken, overgewicht en overmatig alcoholgebruik tegen te gaan. Daarnaast is er ruimte om dit in te zetten voor achterliggende problematiek zoals schulden, armoede en eenzaamheid. Purmerend bepaalt zelf welke problematiek centraal staat: de lokale behoefte is vaak leidend. Tegenover deze hogere baten staan ook hogere lasten. De verantwoording over de besteding van deze specifieke uitkeringen verloopt via de verantwoordingsmethode SiSa.

37

Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) Voor het OAB heeft voor 2023 een voorlopige toekenning vanuit de specifieke uitkering plaatsgevonden. Het onderwijsachterstandenbeleid (OAB) is er op gericht om achterstanden bij jonge kinderen en bij leerlingen in het basisonderwijs vroegtijdig op te sporen en te bestrijden. OAB richt zich op kinderen van alle leeftijden. De lasten en de baten worden geraamd.

Programma 3 Wonen Opstellen Woonvisie Begin 2023 heeft het college ingestemd met de startnotitie “Op weg naar een nieuwe woonvisie”. Door de veranderingen die in de afgelopen jaren op de woningmarkt en het beleidsveld Wonen hebben plaatsgevonden, is het van belang om opnieuw inzicht te krijgen in onder andere de voornaamste knelpunten en welke huishoudens deze knelpunten het sterkst ervaren. Met de nieuwe inzichten kunnen vervolgens de ambities opnieuw worden bepaald. De startnotitie beschrijft de voornaamste thema’s van de nieuwe woonvisie, de uitgangspunten en het stappenplan. Voor het opstellen van de Woonvisie is incidenteel € 75.000 in 2023 benodigd. Dit wordt gedekt uit de reserve Woonvisie.

Programma 4 Milieu Inzameling bio afval hoogbouw en uitbreiding formatie afvalinzameling (krediet € 825.000) Ruim 40% van het restafval bestaat uit bioafval, een afvalstroom die voor bijna 100% hergebruikt kan worden. Het streven is om de hoeveelheid restafval die naar de afvalverbranding gaat te verminderen. Een verbetering van de gescheiden inzameling van bioafval kan hier aan bijdragen. Om gefaseerd de inzameling van bio afval bij de hoogbouw te realiseren is een totaal krediet benodigd van € 825.000 (2024 € 412.500 en 2025 € 412.500) met een afschrijvingstermijn van 15 jaar. Van dit krediet kunnen er 220 bovengrondse brengvoorzieningen voor bioafval, voorzien van toegangssysteem, worden aangeschaft en geplaatst bij de hoogbouw. De dekking van de kapitaallasten komt uit de afvalstoffenheffing. Door de groei van de stad is het noodzakelijk om het aantal monteurs containeronderhoud uit te breiden om de gevraagde dienstverlening op het gebied van onderhoud en reparatie van 766 ondergrondse- en bovengrondse containers te kunnen waarborgen. Om invulling te geven aan deze groei is het nodig de formatie met 1 FTE uit te breiden. Dekking voor de loonkosten en overhead komt uit de afvalstoffenheffing.

Bijstorten Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) duurzaamheidsleningen (krediet € 2.000.000) Voor de duurzaamheidsleningen is recent aan de gemeenteraad gevraagd om € 2 miljoen extra te storten bij SVn. De beheerslasten die hieruit voortvloeien worden gedekt uit het duurzaamheidsbudget.

Programma 5 Bereikbaarheid Actualisatie parkeergarages Nu de parkeergarages niet meer via uitbesteding geëxploiteerd gaan worden, was het nodig de 38

huurbaten af te ramen en exploitatiekosten en parkeeropbrengsten te ramen voor de parkeergarage Claxonate en de parkeergarage Stadhuisplein. De realisatie in de jaarrekening voor de Claxonate was hiervoor de referentie. Deze actualisatie muteert met de reserve parkeren. Verkeersveiligheid Purmer Noord (krediet € 2.500.000) In de programmabegroting 2023 is budget voor kapitaallasten opgenomen om in het kader van groot onderhoud de verkeersveiligheid op de Grotenhuysweg en de Van Osweg te vergroten. Hier zijn abusievelijk geen kredietbesluiten over genomen waardoor de kapitaalkredieten niet in de lijst met investeringen zijn opgenomen. In het raadsbesluit bij deze Voorjaarsnota wordt dit hersteld.

Programma 6 Beheer openbare ruimte Vervoer toezicht onderhoud groen (krediet € 550.041) In de afgelopen jaren zijn de groenteams behoorlijk gegroeid en heeft de gemeente steeds meer groen zelf in onderhoud in plaats van bij een aannemer. Ook dit jaar is er sprake van een wijk die overkomt van Werkom: Wheermolen en industrieterrein de Koog. Bij de aanwas in de afgelopen jaren zijn er steeds tweedehands auto’s gekocht, die rechtstreeks uit het bestaande budget zijn betaald. Deze voertuigen zijn daardoor nooit in de vervangingsinvesteringen meegenomen, maar inmiddels wel aan het einde van hun levensduur. Voor de bomenploeg is er daarnaast behoefte aan meer materiaal, zijnde een snippertruck. Voor het geven van extra water vanwege klimatologische omstandigheden heeft de gemeente een grote trekker inclusief grote watertankwagen en kleine trekker zonder watertankwagen. De rest wordt door aannemers gedaan. De gemeente wil hier meer regie op en daarvoor is nodig: een aanpassing bestaande grote watertank, aanschaf kleine watertank en aanpassingen voor een kleine tank op een auto. Tenslotte biedt het huidige rooster van het gebruik bedrijfsauto’s geen ruimte voor het dagelijks gebruik van twee voertuigen voor toezichtswerkzaamheden van het Ingenieursbureau. Het is daarom noodzakelijk om twee nieuwe auto’s aan te schaffen voor uitvoering van deze werkzaamheden.

In totaliteit gaat het om een investering van € 550.041. De dekking van de kapitaallasten, brandstof en onderhoud komt uit de budgetten IBOR. Uitbreiding formatie openbare ruimte De gemeenteraad heeft ingestemd met het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) 2023-2026, waarmee in lijn met de ambitie in het coalitieakkoord wordt toegewerkt naar een CROW-beeldkwaliteitsniveau B. Ook staat er een groot investeringsprogramma voor riolering in de planning. In lijn met de stijgende investeringen in 2023 tot en met 2026 neemt de werkvoorraad toe. In de programmabegroting 2023 was de verhouding tussen materieel budget en formatiebudget nog niet volledig uitgewerkt. Dat is thans wel het geval. Daarom worden de volgende mutaties in de formatie openbare ruimte voorgesteld: • Uitbreiding formatie ondergrondse Infrastructuur (1 FTE) en nieuwe functie strategisch coördinator ondergrondse Infrastructuur (1 FTE) voor advies en aanspreekpunt over de weten regelgeving en de richtlijnen (WION, WIBON, CROW500) voor ondergrondse infrastructuur, voor zowel externe netbeheerders als collega’s binnen de gemeente.

De loonkosten en overhead worden voor 50% gedekt uit het exploitatiebudget IBOR en voor 50% uit de rioolheffing; • Nieuwe functie operationeel beheerder openbare verlichting voor opdrachten voor de realisatie van onderhoud, aanpassingen en uitbreidingen van verkeersvoorzieningen en werkzaamheden door derden (1 FTE). Dekking uit het exploitatiebudget IBOR. 39

• Nieuwe functie strategisch beheerder/Installatieverantwoordelijke (1 FTE) voor de borging van de veiligheid van de bedrijfsvoering van de elektrotechnische Installaties. Dekking uit het exploitatiebudget IBOR. • Nieuwe functie strategisch coördinator ondergrondse infrastructuur (1 FTE) voor de borging van de veiligheid van de bedrijfsvoering van de elektrotechnische Installaties. Dekking uit het exploitatiebudget IBOR. • In de meerjarenbegroting is er extra geld beschikbaar gesteld om meer schoffelrondes per jaar uit te voeren. Een deel van het budget dat door aannemers wordt uitgevoerd, wordt omgezet voor meer mankracht eigen dienst (5 FTE). Dekking uit het exploitatiebudget IBOR. • Idem voor het goed voorbereiden en vervolgens in de markt weg te zetten van omvormingen (1 FTE). Dekking uit het exploitatiebudget IBOR. • Voor de realisatie van de investeringen IBOR is meer inzet van het team ingenieursbureau nodig op met name de disciplines wegen en kunstwerken. Dit betreft een projectleider, een senior werkvoorbereider en een senior toezichthouder (3 FTE). De dekking vindt plaats door tijdschrijven op de investeringskredieten. • Na de mutaties wordt op de circa € 4,5 miljoen IBOR uitbreiding structureel zo’n € 0,9 miljoen eigen personeelslasten ingezet. Daarnaast wordt via de kredieten ook nog een deel personeel aan IBOR doorbelast (kapitaallasten).

Speelvoorziening Weidelandpad (krediet € 161.000) De speeltoestellen aan het Weidelandpad verkeren in slechte staat en er zijn veel klachten ontvangen vanuit de buurt. Op dit moment is de zwemsteiger en het pontje wegens gevaar afgesloten. De vervanging van deze speeltoestellen staat geprogrammeerd in 2026. Hiervoor is reeds krediet beschikbaar. Om de overige toestellen tot die tijd in stand te houden, zijn de onderhoudskosten hoger dan de lasten van het naar voren halen van de totale investering (€ 161.000) in 2024 en 2025. Daarom wordt voorgesteld om het krediet naar voren te halen. Dekking van de kapitaallasten komt uit het reserve IBOR. Aanvullend krediet 2023 Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) (krediet € 3.522.000) De afgelopen tijd zijn stevige prijsverhogingen en oplopende levertijden opgetreden. Hier heeft ook het investeringsprogramma riolering mee te maken. Om kredieten op niveau te brengen wordt voor de volgende onderdelen aanvullend krediet gevraagd:

40

Omschrijving krediet

Bedrag

Afschrijvingstermijn

Ombouw telmetrie RTC

€ 150.000

45

Vervanging afsluiters/ontluchters

€ 100.000

45

Renovatie gemalen

€ 199.000

45

Diverse reinigingsprojecten

€ 300.000

45

Burgemeester de Geusstraat/Ninaberstraat riolering

€ 60.000

45

H. De Grootstraat riolering vervangen

€ 55.000

45

Vervanging persleiding Rivierenlaan

€ 400.000

45

Vervanging persleiding Binnenstad

€ 550.000

45

Vervangen pompen en kasten

€ 157.500

20

Vervangen duikers

€ 100.000

45

Project Integrale Rioolvervanging Overwhere-Zuid

€ 1.450.000

45

Totaal

€ 3.522.000

De dekking van de kapitaallasten komt uit de rioolheffing. Overheveling formatie en materieel budget kunstobjecten (van prg 2 naar 6) De beheerder kunstobjecten in de openbare ruimte wordt met materieel budget overgeheveld van programma 2. Herschikking baten en lasten rioolheffing Om de baten en lasten van rioolheffing goed te laten aansluiten op de tariefsberekening zijn de getallen in de begroting geactualiseerd. Per saldo budgettair neutraal. Revitalisering Overwhere-Zuid De uitvoeringsbudgetten voor revitalisering Overwhere-Zuid zijn uitgesteld en worden doorgeschoven naar 2027 via de reserves instandhouding openbare ruimte (IBOR). Het gaat hier om een bedrag van € 532.062. Aanpassing budget wegen t.b.v. HHNK De lasten en de baten van de wegentaak die HHNK uitvoert op gemeentelijke grondgebied zijn geactualiseerd. Per saldo budgettair neutraal.

Programma 7 Ruimtelijke ordening Manager projectbeheerser en projectondersteuner (IPM-rol) Het projectmanagementbureau heeft te maken met diverse complex en langjarige projecten. Dit soort projecten vraagt een andere manier van aansturing: Integraal Project Management. Om de toekomstige grote complexe projecten, zoals Overwhere-zuid, Wheermolen-Oost, OverwhereNoord etc. te kunnen blijven bedienen, is het noodzakelijk om de rol en functie van manager projectbeheerser toe te voegen. De manager projectbeheerser is noodzakelijk omdat deze voor de grote projecten een professionalisering gaat bieden op het gebied van planning, risico’s, financiën 41

en databeheer van grote projecten. Daarnaast is ook extra projectondersteuning nodig. De dekking vindt plaats door tijdschrijven op de investeringskredieten. Structurele capaciteit programmamanager Binnenstad Nu de Visie Binnenstad is vastgesteld, is het logisch de tijdelijk dekking van de formatie programmamanager Binnenstad uit het continuïteitsbudget projecten (programmabegroting 2021) worden omgezet in structurele dekking. Dit is budgettair neutraal. Voortzetting programma 2040 Het programma Purmerend 2040 heeft de afgelopen jaren in positieve zin bijgedragen aan de ontwikkelingen en waardevermeerdering van (de) projecten in onze gemeente. Voor de jaren na 2023 is geen budget gereserveerd voor het programma 2040. Het budget dat gevraagd wordt heeft o.m. betrekking op kosten inhuur capaciteit en expertise, opstellen deelrapportages, doen van verkenningen, opstellen en beheren van de website, organiseren van diverse activiteiten, zoals workshops en symposia. Dekking komt uit de reserve gronden. Wettelijk onderzoek Flora en fauna Om aan wet- en regelgeving te kunnen voldoen op het gebied van flora en fauna doet de gemeente elke 3 jaar een gemeentelijk breed ecologisch onderzoek. De resultaten hiervan dienen als onderbouwing van elk bouwplan in de gemeente. Deze methode is vele malen efficiënter en goedkoper dan bij elk bouwplan een onderzoek uitvoeren.

De kosten voor dit onderzoek dienen elke drie jaar in de begroting te worden opgenomen. Dit is voor 2026 nog niet gebeurd. Dekking komt uit de reserve gronden. Onderzoek uitbreiding huisvesting woonwagenstandplaatsen Het college staat een gelaagde aanpak van de wachtlijst voor woonwagenstandplaatsen voor. Naast de inbreiding van het woonwagenterrein Slaperdijk is het streven 11 tijdelijke standplaatsen te realiseren; op middellange termijn wordt een permanente oplossing in een nieuwe grote nieuwbouwontwikkeling nagestreefd. Er wordt een voorbereidingskrediet gevraagd voor het verder onderzoeken van de mogelijke realisatie van een nieuw tijdelijk woonwagenterrein op het Zuivelpad. De locatie is daarbij het resultaat van een uitgevoerd locatieonderzoek. Dekking komt uit de reserve gronden. Moties Beemster In de begroting 2023 is er extra budget gereserveerd van incidenteel € 150.000 voor de onderzoeken die noodzakelijk zijn voor de aangenomen moties door de gemeenteraad van de Beemster. Deze middelen worden ingezet voor de moties: a) onderzoek naar versterking toeristisch netwerk Beemster; b) veilige verkeerssituatie op, - en afrit N244 Purmerenderweg en c) Beemster Erf in samenhang met moties Vrijkomende agrarische bebouwing en UNESCO Werelderfgoed.

Dit budget van € 150.000 was opgenomen als stelpost binnen de algemene dekkingsmiddelen en wordt nu functioneel verwerkt op programma 7 ruimtelijke ordening. Woonwagenterrein Slaperdijk De inbreiding van het woonwagenterrein Slaperdijk met 2 standplaatsten omvat de oplevering van bouw- en woonrijpe grond en een herstel van de groene omzoming van het terrein. Met de uitbreiding van het woonwagenterrein op de Slaperdijk zal de gemeentegrond onder de kleine 42

speelplaats bouw- en woonrijp verkocht worden aan de Wooncompagnie. Kosten en opbrengsten zijn in evenwicht.

Programma 8 veiligheid Pilot werkervaringsplaatsen Handhaving Het is lastig om met de huidige arbeidsmarkt goede en met name ervaren handhavers binnen te krijgen. Bij de jongeren (19 tot 25 jaar) in de regio Zaanstreek-Waterland is er wel animo om bij handhaving aan de slag te gaan. Bij hun ontbreekt echter zowel de werkervaring als de levenservaring om gelijk als volleerd handhaver aan de slag te gaan. Het college van burgemeester en wethouders hecht grote waarde aan het adequaat opleiden van Boa’s. Door werkervaringsplekken (2 fte) beschikbaar te stellen voor afgestudeerde MBO’ers met de vakrichting handhaving, toezicht en veiligheid, krijgt deze doelgroep de mogelijkheid om de nodige werkervaring op te doen. Een andere doelgroep is jongeren uit Purmerend die interesse en affiniteit hebben in het vak van handhaver. De focus voor deze medewerkers zal liggen op het houden van parkeertoezicht. Dit onderdeel van het werk is leerzaam (veel contact met burgers) en je kunt het werk als toezichthouder uitvoeren. Een Boa-beëdiging neemt namelijk nogal wat tijd in beslag. Dekking vindt deels plaats uit de vacatureruimte en deels uit het centrale opleidingsbudget (overzicht overhead).

43

Bezoekadres

Purmersteenweg 42 1441 DM Purmerend Postadres

Postbus 15 1440 AA Purmerend Telefoon & e-mail

(0299) 45 24 52 info@purmerend.nl purmerend.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12591609/1