b.-verbrede-duurzaamheidsagenda-werk-aan-de-toekomst
Tekst van het document
2024 Verbrede duurzaamheidsagenda
Werk aan de toekomst
Voorwoord We werken dagelijks aan het Purmerend van de toekomst. In de openbare ruimte zoeken we actief naar mogelijkheden om de hoeveelheid grijs te verminderen en te zoeken naar oplossingen waarbij groen en water meer ruimte krijgen. In de toekomstige woonwijken van onze gemeente nemen we aan de voorkant klimaatbestendige, natuurinclusieve en energiezuinige ambities mee richting ontwikkelaars om de nieuwe wijken toekomstbestendig te bouwen. We ondersteunen bewoners financieel en met advies in de energietransitie en helpen ze om woningen energiezuiniger te maken en houden op die manier de energierekening betaalbaar. En waar het gaat om onze eigen organisatie maken we ons eigen vastgoed energiezuiniger en kopen we op een verantwoorde wijze diensten en goederen in.
Het werken aan de toekomst van onze gemeente doen we zodat het ook dan leefbaar en veilig is, voor onze kinderen en voor iedereen die zich verbonden voelt met onze gemeente. Om onze leefomgeving mooier te maken en zorg te dragen voor een gemeente waarin het ook in 2050 fijn is om te wonen en te werken. Met meer ruimte voor groen en waarin je graag in de parken in de binnenstad verblijft. Met woningen die energiezuinig zijn en waarin een groot deel van ons energieverbruik lokaal of in de regio wordt opgewekt. Waarin we aandacht hebben voor onze leefomgeving en zorg dragen voor onze gemeente. Dat doen we samen met iedereen die daar een rol in heeft: bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en woningbouwcorporaties. Met vriendelijke groet,
De manier waarop we aan het toekomstige Purmerend werken is uiteenlopend en zit zowel in ons beleid als in het werk wat we doen in de wijken. Van de Nota Ecologie waarin we stappen zetten om de ecologie en natuurwaarden te beschermen, tot aan de Klimaatadaptatiestrategie 2025 – 2030 waarin we aandacht hebben voor het veranderende weer en om schade daarvan te beperken. Maar ook het stimuleren van ondernemers in het hergebruik van materialen en het stimuleren van kringlooplandbouw zijn voorbeelden van werken aan de toekomst van Purmerend. Dat is ook waarom het een belangrijke plek in neemt in de in voorbereiding zijnde Omgevingsvisie. Met dit overzichtsdocument zetten we daar een stap naartoe en brengen we meer samenhang en overzicht aan in onze opgave tot 2050.
Coen Lageveen Wethouder Duurzaamheid
2
Pascal Verkroost Wethouder Openbare Ruimte
Werk aan de toekomst van Purmerend We werken dagelijks aan de toekomst van Purmerend. Bij woningbouwprojecten houden we bij het maken van afspraken met ontwikkelaars en bij de vergunningverlening rekening met de energiezuinigheid van woningen, het klimaat van de toekomst en met het bouwen in samenhang met de natuur. Wat houdt het werken aan de toekomst in?
In de visie op de Oostflank hebben we met BPD en Staatsbosbeheer een visie opgesteld waarin we rekening houden met het veranderende klimaat en natuurinclusiviteit. Als we zelf aan de slag gaan in de straten voor het vervangen van riolering en wegen, richten we de nieuwe openbare ruimte als het kan klimaatadaptief en toekomstbestendig in. Met bijvoorbeeld groene waterbuffers, meer ruimte voor bomen, waterdoorlatende verharding, vergroot oppervlaktewater, natuurvriendelijke oevers en verbrede duikers. Omdat zo’n 75% van de woningen in Purmerend al is aangesloten op Stadsverwarming zijn we landelijk koploper op het gebied van aardgasvrije wijken. Met subsidieregelingen en door te ondersteunen stimuleren we bewoners om huizen energiezuiniger te maken. Kortom: op veel plekken in de stad en in de organisatie wordt er nagedacht over en gewerkt aan het Purmerend van de toekomst.
We beseffen dat een andere omgang met onze omgeving en natuur nodig is. Doorgaan op de huidige voet is niet houdbaar en heeft gevolgen voor planeet, mens en dier. Voor ons is duurzaamheid dat we met respect omgaan met onze omgeving en streven naar een balans tussen natuur en bebouwd gebied. Het betekent dat we de nadelige effecten van ons handelen met gevolgen voor onze omgeving proberen te beperken. Dat doen we om de gemeente ook in de toekomst leefbaar en veilig te houden, voor onze kinderen en voor iedereen die zich verbonden voelt met onze ondernemende gemeente. Voor de gemeente zien we in de klimaataanpak een actieve, stimulerende en faciliterende rol. Daarom zijn we al op veel plekken in de stad bezig met het werken aan het Purmerend van de toekomst. We nemen verantwoordelijkheid om verduurzaming te stimuleren en hebben daarbij oog voor de betaalbaarheid en ondersteuning voor mensen met minder financiële mogelijkheden.
3
Wat is er nodig?
Overzicht in onze opgave
De opgave om onze gemeente voor te bereiden op de toekomst en om op een toekomstbestendige manier om te gaan met onze omgeving en natuur blijft de komende jaren constant aandacht vragen. Veel nationale doelstellingen lopen immers tot 2050. En de opgave is divers: van het energiezuinig maken van woningen en het opwaarderen van de parken, tot het meer vasthouden van water voor tijden van droogte en het inzetten op meer elektrisch vervoer. En ook het behouden van biodiversiteit, het bouwen in samenhang met de omgeving en het gebruiken van minder vervuilende materialen. Al deze inspanningen raken aan de verduurzaming van onze gemeente. We bevinden ons middenin een overgang naar een andere omgang met zaken als energie, afval, vervoer en bouwen. Dat noemen we transities. Die zijn de komende jaren actueel en vragen iets van iedereen in de samenleving. Met deze nota brengen we het werk wat we al doen of gaan doen dat raakt aan duurzaamheid of de omgang met onze omgeving in overzicht en meer in samenhang.
Purmerend ook in de toekomst leefbaar en veilig houden blijft de komende jaren actueel. In deze grote opgave herkennen we een aantal deelopgaven, waaronder het anders omgaan met energie of het vinden van een balans tussen mens, natuur en bebouwing. Met dit document brengen we alles wat er al is of wat we al doen meer in samenhang met elkaar om vanuit duidelijke deelopgaven te blijven werken aan de ontwikkeling van onze gemeente. Dat geeft overzicht in wat we doen en stelt in staat te kijken naar waar extra inspanning nodig is. We herkennen daarin 5 deelopgaven: 1. We gaan anders om met energie. 2. We vinden een balans tussen mens, natuur en bebouwing. 3.
We gaan anders om met water en houden het hoofd koel.
4. We vergroenen onze economie en hergebruiken grondstoffen. 5.
We vervoeren ons op een andere en schonere manier.
Ieder van deze deelopgaven bestaat uit (1) het landelijk of regionale beleid, (2) al vastgesteld lokaal beleid, (3) beleid dat in voorbereiding is en (4) de werkzaamheden die we al doen of de komende jaren uitvoeren. Zo bestaat de deelopgave ‘we gaan anders om met energie’ uit alles wat we doen om energiezuiniger te worden, schonere energie op te wekken en woningen met duurzame warmte te verwarmen. We geven per deelopgave weer welke ontwikkelingen we zien gebeuren die relevant zijn voor Purmerend, welk landelijk en lokaal beleid er is of wordt ontwikkeld en wat we nu al doen en wat we de komende jaren gaan doen. In het overzicht op pagina 5 zijn de 5 paden opgenomen en op hoofdlijnen uitgelegd.
We doen al het nodige. Zo hebben we meerdere visies die raken aan de ontwikkeling van onze gemeente en voeren we al meerdere dingen uit: van het Parkenplan 2021-2040 en het opwaarderen van de parken, tot aan de Warmtevisie en het werk in de proeftuin. Op sommige vlakken zijn we verder dan op andere vlakken. Zo zijn we door de historische keuze om gemeentelijk Stadsverwarming aan te leggen landelijk koploper in de warmtetransitie. De basisdoelstellingen uit het Parijs- en nationaal Klimaatakkoord zijn belangrijk: 95% minder CO2-uitstoot in 2050 en 55% minder in 2030. We zien die maatstaf van CO2-uitstoot als een instrument om te kijken of we op de goede weg zijn, bijvoorbeeld met isolatie en energieopwekking. Maar dat is niet het enige. Ook willen we in 2050 beter bestand zijn tegen extremere wateroverlast, langdurigere droogte, periodes van hitte en de toegenomen kans op overstromingen. In de kern gaat het over al het werk wat we doen en beleid dat we ontwikkelen om te werken aan de toekomst van Purmerend.
4
Samen naar toekomstbestendigheid
Omgevingsvisie
De verantwoordelijkheid voor onze leefomgeving en het werken aan toekomstbestendigheid en leefbaarheid is iets van ons allemaal: bewoners, ondernemers, woningbouwcorporaties, zorgorganisaties en overheden. Iedereen heeft een rol in die opgave. We zien onze rol als gemeente in het werken richting 2050 om overzicht te brengen in waar we naartoe bewegen, waar mogelijk verzachting aan te brengen van de gevolgen van de transities en om onze bewoners en ondernemers veilig te houden. Als het gaat om de energieopgave van bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties adviseren en faciliteren we, onder andere door te ontzorgen op het gebied van isolatie en het bijdragen aan de kosten om de overstap naar schonere en zuinigere energie te kunnen maken.
De Omgevingsvisie is in voorbereiding. In dat document worden de opgaven die Purmerend heeft in samenhang met elkaar gezien. Het is de strategische langetermijnvisie met de (gewenste) ontwikkelrichting van onze gemeente. Dit document is op de opgave duurzaamheid een tussenstap: het verbindt al het bestaande beleid. Dat is voor nu nog met name het ruimtelijke beleid. Concrete uitwerking op gebieds- of straatniveau of in projecten gaat via de gebiedsontwikkelingen, de ruimtelijke initiatieven en uitvoeringsagenda’s van bijvoorbeeld klimaatadaptatie of het groenbeleid. Ambities op de (deel) thema’s als groen of warmte worden doorvertaald naar wijkuitvoeringsplannen, waarbij zoveel mogelijk naar integraliteit wordt gezocht.
Als het gaat om gebiedsontwikkelingen en projecten in de openbare ruimte besteden we aan de voorkant aandacht aan toekomstbestendigheid. Zo nemen we onze ambities mee in de uitgangspunten en overeenkomsten voor nieuw te ontwikkelen gebieden als de Oostflank. Als het gaat om herinrichting van de openbare ruimte of herontwikkeling van kavels in eigen bezit dan nemen we ambities mee in het ontwerp, bijvoorbeeld met de waterberging in het dak van de parkeergarage van het stadhuis. Maar we hebben ook iets te doen in onze eigen bedrijfsvoering: het klimaatakkoord schrijft voor dat de uitstoot van de gemeentelijke organisatie in 2030 55% lager is dan in 1990.
Contact Voor vragen over de inhoud van dit document, wat we de komende jaren gaan doen of om een initiatief of suggestie te delen – kunt u contact opnemen met de gemeente via duurzaamheid@purmerend.nl.
5
Werk aan de toekomst van Purmerend Dit betekent dat we langs vijf deelopgaven werken om Purmerend energiezuiniger maken, regen- en hittebestendiger, groener en biodiverser, circulair en waarin we ons anders vervoeren. Voor iedere deelopgave geven we weer: 1. 2. 3. 4. 5.
Welke opgave we voor ons zien Wat we om ons heen zien gebeuren Welk landelijk en regionaal beleid er is Wat voor lokaal beleid we al hebben of voorbereiden Wat we al doen en wat we de komende jaren gaan doen
1. We gaan anders om met energie In het Klimaatakkoord staat dat we in 2050 95% minder CO2 uitstoten. Een belangrijk deel van die uitstoot wordt veroorzaakt door ons energieverbruik. Dat betekent dat we anders om moeten gaan met energie: zuiniger, slimmer en schoner. Dat helpt ook bij het verlagen van de energierekening. We zitten al middenin de energietransitie. Door de elektrificatie is de netcapaciteit onvoldoende en dat vraagt de komende jaren onze aandacht. In deze deelopgave zitten het energiezuiniger worden, het opwekken van schone energie en de overgang naar andere bronnen van verwarming.
Pagina 8
6
2. We vinden een balans tussen mens, natuur en bebouwing We hebben een grote opgave om de komende jaren voldoende en betaalbare woningen te bouwen. Ook wordt het drukker in de gemeente en neemt het gebruik van de straten, parken en pleinen toe. Daarom is het belangrijk dat er voldoende ruimte blijft voor groen, water en dieren. We hebben daarom aandacht voor de balans tussen mens, natuur en bebouwing, door bij gebiedsontwikkelingen aandacht te besteden aan dierenwelzijn, ecologie, natuurinclusiviteit en biobased bouwen. Pagina 13
3. We gaan anders om met water en houden het hoofd koel Het klimaat verandert nu al, maar zal nog anders zijn in 2050. Om Purmerend ook in de toekomst leefbaar en veilig te houden, bereiden we ons daar nu al op voor. Dat doen we door klimaatadaptatie. We nemen maatregelen om ons te beschermen tegen meer warmte, meer en extremere regenval, meer en langere droogte en een hoger risico op overstromingen. Bij gebiedsontwikkelingen nemen we het klimaat van de toekomst aan de voorkant mee, zodat we toekomstbestendige woningen bouwen.
4. We vergroenen onze economie en hergebruiken grondstoffen Het ondernemerschap zit overal in de gemeente Purmerend. De economie gaat ook over leefbaarheid, gezondheid en het welzijn van bewoners. We werken daarom aan een toekomstbestendige economie en faciliteren en ondersteunen ondernemers bij de overgang naar een groene economie. We werken aan steeds meer hergebruik van materialen en het terugdringen van afval. Zelf besteden we maatschappelijk verantwoord aan.
Pagina 17
Pagina 22
7
5. We gaan ons schoner en anders verplaatsen Mobiliteit is goed voor 20% van de CO2-uitstoot en gebruikt schaarse ruimte in de stad. De elektrificatie van voertuigen zorgt daarnaast voor extra belasting van het stroomnetwerk. In een groeiende stad proberen én moeten we de manier waarop we ons vervoeren veranderen in een blijvende manier van vervoer waarin zelf bewegen voorop staat. We werken aan het terugdringen van de uitstoot en de bereikbaarheid van belangrijke voorzieningen.
Pagina 25
1. We gaan anders om met energie 1.1.
Welke opgave zien we voor ons?
Iedere dag gebruiken we energie. Voor het verwarmen van onze woningen, de verlichting in de straat en het opladen van de telefoon. Door het vrijkomen van schadelijke stoffen bij het gebruiken van fossiele brandstoffen verandert het klimaat. Daardoor is de gemiddelde temperatuur de afgelopen eeuw gestegen. Zonder maatregelen stijgt de temperatuur steeds verder en dat kan gevolgen hebben voor de leefbaarheid en veiligheid, ook van onze gemeente. Daarom houden we steeds meer rekening met ons energieverbruik en de schadelijke stoffen die vrijkomen bij het gebruik van fossiele brandstoffen zoals olie en gas. De energietransitie gaat over hoe we meer schone energie opwekken, energiezuiniger zijn en hoe we onze woningen verwarmen. De vraag is hoe we in 2050 aan onze steeds grotere energievraag voldoen. We maken de komende jaren daarom een beweging om anders om te gaan met energie: slimmer, schoner en met andere bronnen. Omdat het beter is voor onze leefomgeving, maar ook omdat het helpt geld te besparen. We sluiten daarbij aan bij de doelen uit het landelijke klimaatakkoord: 55% minder CO2-uitstoot in 2030 en 95% minder in 2050. In de transitievisie hebben we bovendien opgenomen dat het doel is om alle woningen in 2050 van het aardgas af te krijgen.
Voor Purmerend zien we in de opgave om anders om te gaan met energie 3 aandachtsgebieden: Purmerend van het aardgas, zorgen dat we schonere energie produceren en gebruiken en zuiniger met energie omgaan. We hebben daarbij oog voor de betaalbaarheid voor bewoners.
8
Gelukkig betekent energiezuiniger worden vaak ook minder lasten. In het coalitieakkoord ‘Samen op Koers’ staat centraal dat de gemeente een actieve, stimulerende en faciliterende rol vervult. Daar geven we invulling aan door bewoners te ondersteunen en te ontzorgen bij de overstap naar energiezuiniger worden.
1.2.
Wat zien we om ons heen?
Hoogspanning Op hoogspanningsniveau (380KV) is de opdracht van TenneT om meer ruimte te maken. Dit is nodig voor elke gemeente in Noord-Holland. Onder aansturing van de Rijksoverheid en Provincie komt er een nieuwe hoogspanningskabel ergens vanaf het Noordzeekanaal naar Middenmeer. De ministers van Economische Zaken en Binnenlandse Zaken besluiten waar het bovengrondse kabeltracé komt te liggen. De bouw van het tracé wordt naar verwachting in de loop van 2030 afgerond. Midden- en laagspanning Om op het elektriciteitsnetwerk voldoende ruimte te houden moet het net verzwaard worden. Wat er precies moet gebeuren verschilt per plaats. Gemiddeld verdubbelt Liander de ruimte van het netwerk. Voor Purmerend betekent het dat er een nieuw station komt in Baanstee-Noord. De capaciteit van het station aan de Schaepmanstraat wordt verdubbeld. Ook heeft Liander een plan gemaakt voor de wijk aanpak in Noordbeemster. We weten nu dat er ongeveer 200 transformatorhuisjes bijkomen, om het netwerk klaar te maken voor de toekomst. Om dit in de gemeente goed te laten verlopen is er bij de begroting 2024 een keuze gepresenteerd om hiervoor geld vrij te maken.
Niet alleen uitbreiden Naast uitbreiding van het netwerk is het nodig om beter gebruik te maken van de capaciteit die er al is. De landelijke netcapaciteit is gebaseerd op pieken. Die pieken vinden maar een paar uur op een dag plaats. We moeten energie zo veel mogelijk gaan gebruiken als deze beschikbaar is. Daarom zijn er nieuwe ideeën. Bijvoorbeeld elektriciteit op locatie opwekken en in een (thuis)batterij opslaan, zodat je het tijdens een piek kunt gebruiken. Voor bedrijven gebeurt dit op grotere schaal. Het gebruik van elektriciteit vanuit het netwerk verschuift dan naar een moment buiten de piek. Om dit in goede banen te leiden werken we nauw samen met netbeheerders. Zo delen we met hen maandelijks onze gemeentelijke ruimtelijke plannings- en capaciteitsplanning.
Samenhang met provinciale plannen Liander is de netbeheerder voor Noord-Holland en een aantal andere provincies. De planning en prioriteiten worden niet alleen afgestemd op de behoeften die gemeenten en waterschappen hebben. Er is ook aansluiting nodig op het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK). Het Liander-investeringsplan en het provinciaal plan voor de komende jaren en de energievisie worden elke 2 jaar opnieuw bepaalt. Het is voor onze gemeente belangrijk dat we bij de provincie aangeven wat nodig is voor Purmerend, zodat het pMIEK en Liander-investeringsplan op elkaar aansluiten.
Verdeling van energie ten tijden van schaarste Er is te weinig ruimte op het elektriciteitsnet. Er zijn geen nieuwe (grote) aansluitingen mogelijk. Dat speelt bijvoorbeeld bij de verdere ontwikkeling van de Baanstee-Noord. Het is voor te stellen dat Liander de volgende jaren sommige typen aansluitingen voor laat gaan. Ook het kabinet heeft aangegeven hier betrokken bij te willen zijn. De overheid krijgt een grotere rol bij het bepalen wat wel en geen stroom krijgt. Lokaal onderzoeken we de mogelijkheid van een energiehub. Voor de behoefte aan stroom voor de verschillende maatschappelijke en ruimtelijke opgaven wordt een afwegingskader gemaakt.
9
Bronnenstrategie van Stadsverwarming Purmerend Met Stadsverwarming Purmerend (SVP) lopen we voor in Nederland. Landelijk is er een beweging gaande (zie Wet collectieve warmte) om warmtenetten meer in publiek bezit te krijgen. In Purmerend is dit al zo. Het duurzame warmtenet van SVP heeft ongeveer 27.000 aansluitingen. Ruim 75% van de woningen is al van het aardgas af en daarmee zijn we landelijk koploper. SVP kijkt in nauwe samenwerking met de gemeente naar de ontwikkeling van aardwarmte (geothermie). Geothermie is duurzaam omdat de warmte uit de diepe ondergrond komt. Met warmte uit verschillende bronnen wordt de leveringszekerheid van SVP in onze gemeente groter.
1.4.
Welk beleid hebben we lokaal?
1.3.
• Duurzaamheidsagenda Purmerend & Beemster 2019 - 2023
De deelopgave ‘we gaan anders om met energie’ bouwt met name voort op de Duurzaamheidsagenda Purmerend & Beemster 2019 – 2023 (energiezuiniger worden), de Regionale Energiestrategie Noord-Holland Zuid (RES) (schonere energie) en de Transitievisie Warmte (TVW) (anders verwarmen). Op dit moment wordt er gewerkt aan een uitwerking van de TVW: het Warmteprogramma. Dit programma wordt naar verwachting in 2026 aangeboden en is de uitwerking van de TVW op wijk- en projectniveau. In de energieregio NoordHolland Zuid is recent de Herrijking RES voor 2024 gepubliceerd.
Welke landelijke wetgeving of beleid is er?
• Regionale Energiestrategie Noord-Holland Zuid • Transitievisie Warmte
• Parijs-akkoord
• Isolatieprogramma
• Klimaatakkoord
• Rekenkameronderzoek ‘Zon op dak en Energiebesparing’
• EU Green Deal
• Regionale Energiestrategie 2.0 (in voorbereiding)
• Wet collectieve warmte (in voorbereiding)
• Warmteprogramma (in voorbereiding)
• Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) (in voorbereiding)
10
1.5.
Wat doen we nu en wat gaan we komende jaren doen? • Veel bewoners maken gebruik van de duurzaamheidslening: een lening waarmee tot maximaal € 25.000 kan worden geleend om energiebesparende maatregelen te nemen in een woning. Deze zetten we de komende jaren door. Huiseigenaren die willen investeren in een energiezuiniger huis kunnen ook kiezen voor een energiebespaarlening met een speciale rente bij het Nationaal Warmtefonds.
We gaan door met het aardgasvrij maken. Dit doen we door zoveel mogelijk te isoleren en het verwijderen van (kook)gas. Als het betaalbaar is sluiten we aan op het warmtenet of een all-electric oplossing om energie betaalbaar te houden. Het zorgt voor CO2-reductie en het wooncomfort neemt toe. Naast de grondgebonden woningen geven we extra aandacht aan de bewoners van VVE’s. Verduurzaming bij de VVE’s loopt achter op woningen die geen onderdeel zijn van een VVE. We zien kansen in het koppelen van gemeentelijk budget aan rijkssubsidies voor VVE’s. Daarnaast gaan we door met het aardgasvrij maken van de woningen in de proeftuin, zolang het van het rijk verkregen geld voldoende is. We maken een start met het warmteprogramma als opvolger van de transitievisie warmte.
• We werken samen met de andere gemeenten en de provincie aan de uitvoering van het energiebesparingsakkoord, om bedrijven te ondersteunen bij energiezuinigheid. • Als gemeente zijn we eigenaar of beheerder van een groot aantal (maatschappelijke) panden. In de Nota Duurzaam Vastgoedbeheer staat beschreven hoe we toewerken naar bijna energieneutraal vastgoed in 2050. Tot 2030 maken we de panden die nog geen A-label hebben energiezuiniger. Als panden worden gerenoveerd maken we keuzes voor duurzame alternatieven.
We gaan zuiniger om met energie • Om bewoners te adviseren over de omgang met energie hebben we een lopende samenwerking met het Duurzaam Bouwloket. Bewoners kunnen op de website van het duurzaam bouwloket meer informatie vinden over energiebesparing, een huisscan of een lokaal bedrijf om maatregelen uit te voeren.
• Om meer zicht te krijgen op de uitstoot van de gemeentelijke organisatie berekenen we onze eigen CO2-voetafdruk. Dat geeft meer richting in hoe we kunnen verduurzamen en tot 55% CO2 kunnen besparen in 2050.
• In het kader van het isolatieprogramma is er voldoende subsidie om in 2025 zo’n 800 woningen zonder energielabel of met een van de minder energiezuinige labels (G, F, E en D) te subsidiëren. Bewoners kunnen hiervoor een aanvraag indienen.
Het gebruiken van schonere energie
• We blijven inzetten op het isoleren van de bestaande woningvoorraad. Om dat aantrekkelijker te maken voor bewoners zetten we deze subsidieregeling voort. Tot en met 2028 stellen we jaarlijks een budget van € 530.000 beschikbaar aan subsidie voor isolatie.
• De plaatsing van kleine windturbines op agrarische gronden is door de provincie in de Purmer toegestaan. Voor de Beemster wordt in samenwerking met de Provincie Noord-Holland en de Rijksdienst voor cultureel erfgoed nagegaan in hoeverre dit ook hier mogelijk is.
• Voor het werken aan meer opwek van schone energie wordt er gewerkt met energieregio’s. Daar wordt weergegeven hoe en waar er meer schone energie opgewekt wordt. De RES 1.0 is in 2024 herijkt.
11
Lokale aanpak Nationaal Isolatie Programma (NIP) In 2023 hebben we subsidie aangevraagd bij het NIP om de woningen met een energielabel G, F, E of D energiezuiniger te maken. We doen dat door eigenaren te ontzorgen met een gratis woningscan, rekening te houden met regels uit de Flora- en Faunawet en ondersteuning te bieden bij het offertetraject. Extra aandacht in het programma krijgen de woningen met een ‘Overige’ energielabel. Deze groep krijgt de mogelijkheid voor een woningscan en, wanneer ze voldoen aan de voorwaarden voor NIPsubsidie, de mogelijkheid om hun woning ook verder te verduurzamen. Energiearmoede • In 2022 hebben we gemerkt wat een sterk stijgende energierekening kan doen met het huishoudboekje. Ook hebben we gemerkt dat energie een eerste levensbehoefte is. Als energie in verhouding te duur wordt noemen we dat energiearmoede. De woningen (veelal huurwoningen) worden door de corporaties opgewaardeerd. Wij ondersteunen diegenen die dat het hardst nodig hebben met inkomensregelingen. Wat doen we nog meer? • In 2023 is voor de eerste keer de Week van de Duurzaamheid georganiseerd. Voor 2025 zijn we van plan weer een evenement te organiseren, dit keer samen met geïnteresseerde regiogemeenten. Wel houden we er rekening mee dat vanwege het ravijnjaar dit evenement mogelijk kan komen te vervallen.
12
2. We vinden een balans tussen natuur, mens en bebouwing 2.1.
Wat zien we voor ons?
We staan voor een grote uitdaging om de komende jaren voldoende en betaalbare woningen te bouwen. Met alle woningen, bedrijfspanden, straten en stoepen hebben we al het nodige steen in de gemeente. Met de opgave om woningen te bouwen neemt dit toe. Het wordt drukker in de gemeente en daarmee ook in de openbare ruimte (straten, parken en pleinen). Daarom is het belangrijk dat er voldoende ruimte blijft voor groen, water en dieren. Om daar de komende jaren ruimte voor te maken, hebben we aandacht voor de balans tussen natuur, mens en bebouwing. In de Visie Leefbare Stad 2040 is voor de eerste keer weergegeven hoe we dit voor ons zien. Met het oog op de toekomst gaat het erom dat we steen en groen in een verdichtende stad in balans brengen. Zo willen we biodiversiteit versterken door groene gebieden in de gemeente met elkaar te verbinden, en waar dat kan natuurvriendelijke oevers toe te passen. We zoeken via dat soort projecten een balans tussen natuur, mens en bebouwing. Die balans gebeurt met aandacht voor 5 deelonderwerpen: groen, ecologie, dierenwelzijn, natuurinclusiviteit en biobased bouw.
Groen Goed en voldoende groen vormt de belangrijkste bouwsteen voor een gezonde en leefbare stad. Groen draagt bij aan de fysieke en mentale welzijn van mens en dier, nodigt uit tot bewegen en recreatie, zorgt elk seizoen voor een andere beleving en brengt mensen bij elkaar. Naast ruimte voor groen is goed en regelmatig onderhoud een absolute voorwaarde om de kwaliteit van het groen te waarborgen. De gemeente stemt de inrichting, beheer en onderhoud af op de primaire functie die het groen op elke plek vervult. Waar het kan zijn we terughoudend met ingrijpen om zo rust en ruimte te geven aan biodiversiteit. Waar het moet grijpen we wat vaker in om het groen veilig en verzorgd te houden. Ook geven we ruimte aan inwoners om zelf invulling te geven aan een groene leefomgeving, bijvoorbeeld door het aanleggen van geveltuintjes en inwoners de mogelijkheid te geven zelf stukjes openbaar groen te onderhouden via adoptiegroen. Het huidige groenbeleidsplan, de Groenkoers, wordt in 2025 geactualiseerd.
13
Ecologie Ecologie gaat over de verhouding tussen mensen, dieren en natuur. Als we spreken over ecologie hebben we het over al het leven dat in relatie staat met elkaar. Mensen maken daar deel van uit. De relatie staat echter onder druk door de toename van menselijke invloeden op de omgeving en het klimaat. Soorten van het landelijk gebied worden verdrongen en maken ruimte voor meer stedelijk gebied en ook de soorten die het voorheen goed deden in de stad (huismussen, merels, gierzwaluwen en diverse vleermuizen) nemen af. Zo ook in Purmerend. Deze relatie herstellen we door in te zetten op het behoud van verbonden groenstructuren, inheemse en kruidenrijke vegetatie, stimuleren van gevelgroen en het creëren van rustgebieden in de hectische stad waar vogels kunnen broeden in afwezigheid van mensen en huisdieren. Dierenwelzijn Als mens verhouden we ons tot de natuur, en dieren maken daar onlosmakelijk deel van uit. Van honden, katten, tot het houden van dieren voor commercieel gebruik. Met de Nota Dierenwelzijn 2024 – 2028 proberen we een balans te vinden tussen dieren (gehouden, wilde of ongewenste), mensen en de leefbaarheid van onze stad en dorpen. Bij wilde dieren zetten we in op het beheer van de ganzenpopulatie en ratten en laten we gewonde dieren verzorgen om weer op eigen benen te (leren) staan.
Bij verdwaalde gehouden dieren of zwerfdieren laten we deze opvangen en zorgen we voor een snelle hereniging met de (nieuwe) eigenaar.
kunnen leven. Door natuurinclusief bouwen te bevorderen, zorgen we ervoor dat bijvoorbeeld de gierzwaluwen die 9000 kilometer hebben afgelegd om in de gemeente te komen broeden, niet voor een dichte deur staan. Biobased bouw Bij het bouwen van woningen komt CO2-, stikstof- en fijnstofuitstoot vrij. Gemiddeld is dat voor CO2 zo’n 300 tot 400 kilogram per vierkante meter 1. Vaak bouwen we met materialen die we niet (goed) kunnen hergebruiken als woningen gesloopt moeten worden. Daarom is er in gebiedsontwikkeling en het bouwen van woningen steeds meer aandacht voor de overgang naar het bouwen met meer natuurlijke materialen, zoals hout, vlas en hennep. Het meest bekende hiervan is houtbouw. In 2021 hebben we het convenant houtbouw van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) getekend. In de regio streven we ernaar dat in 2025 zo’n 20% van de nieuwbouw met natuurlijke materialen is gebouwd. Daarbij is het belangrijk om in de ‘keten’ samen te werken: met scholen, landbouw, houtbouwproducenten, regionale bouwers en gebiedsontwikkelaars.
Natuurinclusiviteit We hebben als Purmerend een grote opgave om woningen te bouwen voor iedereen die in Purmerend wil wonen. Dat staat soms op gespannen voet met behoud van de natuur. Maar er zijn ook diersoorten die kunnen profiteren van de door mensen gemaakte omgeving. Deze soorten kunnen we stimuleren om de ecologie in stedelijk gebied te bevorderen. Natuurinclusiviteit speelt hierbij een sleutelrol. Het betekent rekening houden met de natuur bij ontwikkelingen. Door bijvoorbeeld het inbouwen van kasten voor de huismus, gierzwaluw en vleermuizen en het groenbeheer en de beplanting op deze soorten aan te passen zorgen we voor een omgeving waar niet alleen mensen, maar ook diersoorten
1 https://aedes.nl/nieuwbouw/co2-barometer-geeft-inzicht-uitstoot-nieuwbouwwoningen 14
2.2.
Wat zien we om ons heen?
2.3.
Welke landelijke wetgeving of beleid is er?
Verdichting van de stad We verdichten als gemeente en de druk op de ruimte in Purmerend neemt toe. We hebben meer ruimte nodig om te wonen. In 2040 hebben we meer woningen in de stad plus de voorzieningen die daarbij horen. Er maken dus meer mensen gebruik van dezelfde ruimte en dat vraagt wat van de inrichting en hoe we de ruimte efficiënt gebruiken. Willen we de stad leefbaar houden, dan moet er ook voldoende aantrekkelijk groen zijn voor ontspanning, spelen en sporten.
• Wet natuurbescherming
Natuur uit balans De natuur is uit balans geraakt. Er is een afname van (inheemse) dier- en plantsoorten. Voorbeelden van deze onbalans zijn bijvoorbeeld het veel voorkomen van de essentaksterfte. Door droogte zijn deze bomen kwetsbaarder. Ze zijn aangeplant als een (onnatuurlijke) monocultuur en/of deze bomen hebben een slechte groeiplaats. De eikenprocessierups bezorgt bewoners overlast en de tuinvogels en roofinsecten die zich met deze beestjes voeden zijn er te weinig. We hebben dit ook gezien bij de buxusmot die zonder veel tegenstand van natuurlijke vijanden flinke schade heeft aangebracht aan buxusplanten in de gemeente. Daarnaast zijn er ook weer minder insecten die een belangrijk onderdeel vormen voor de bestuiving en de voedselketen voor mens en dier.
Sinds de Groenkoers uit 2014 en het Groenbeleidsplan uit 2018 zijn er de nodige stappen gezet op het gebied van de balans tussen mens, natuur en bebouwing. Met de Visie Leefbare Stad is er een stip op de horizon gezet over hoe we groen afwegen tegen verdichting en woningbouw. Daaruit zijn het Bomenplan 2020 – 2040 en het Parkenplan 2021 – 2024 voort gekomen, die beschrijven hoe we omgaan met onze bomen en parken. Om de woningen die we bouwen beter aan te laten sluiten op de dieren en het groen uit de omgeving, hebben we het handboek en het puntensysteem natuurinclusief bouwen opgesteld. In 2025 presenteren we de Nota Ecologie met een ecologisch hoofdnetwerk dat kan dienen als richtinggevend kader bij gebiedsontwikkelingen. Later dat jaar actualiseren we het groenbeleidsplan.
Drukte onder de grond Onder de grond wordt het steeds drukker. Steeds meer leidingen eisen hun ruimte op: stadsverwarming, extra rioolbuizen voor de scheiding van vuil- en hemelwater, elektriciteitsleidingen. We hebben steeds meer ondergrondse leidingen nodig voor onder andere het opladen van elektrische auto’s, aardgasloze huizen en digitalisering. Maar ook omdat we steeds meer terugleveren aan het net door het toenemende aantal zonnepanelen op daken van bewoners en ondernemers. Dit heeft invloed op de inrichting van de openbare ruimte. Een grote boom bijvoorbeeld heeft veel ruimte onder de grond nodig en leidingen kunnen dan flink in de weg zitten. Ook de plaatsing en het legen van ondergrondse containers heeft invloed op de beschikbare onder- en bovengrondse ruimte voor bomen.
• Visie Leefbare Stad 2040
• Wet dieren • Omgevingswet
2.4.
Welk beleid hebben we lokaal?
• Bomenplan Purmerend 2020 – 2040 • Parkenplan Purmerend • Notitie natuurinclusief bouwen en ontwerpen • Nota Dierenwelzijn 2024 – 2028 • Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur (AVOI). • Nota Ecologie gemeente Purmerend 2025 - 2030 (in voorbereiding) • Groenbeleidsplan (in voorbereiding)
15
2.5.
Wat doen we nu en wat gaan we de komende jaren doen?
• Bij nieuwbouwontwikkelingen nemen we natuurinclusiviteit en materiaalkeuze mee aan de voorkant van ontwikkelingen. Zo willen we bijvoorbeeld voor het IKC in Middenbeemster dat duurzame en natuurlijke materialen worden gebruikt, maar zorgen we ook voor meer groene daken en gevels. Ook kijken we met de woningbouwcorporaties of in Wheermolen-Oost in hout gebouwd kan worden. Veel van deze ambities nemen we mee in de uitwerking van de Oostflank.
• We zoeken balans tussen de verschillende functies van openbaar groen door aan te geven waar ruimte is voor natuurlijk groen (ter bevordering van biodiversiteit) en voor ‘cultuurlijk’ groen, waarbij netjes en verzorgd het belangrijkste doel is.
• Door uitbreiding van de stad komt het groen onder druk te staan. Dit heeft gevolgen voor de leefomgeving van mens en dier. Om een gezonde leefomgeving te waarborgen wordt er gekeken naar de meest optimale inrichting van de openbare ruimte. Bijvoorbeeld door een duidelijker onderscheid te maken tussen groen voor gebruik door de mens en groen voor ecologie, het toepassen van technische innovaties of duidelijke keuzes te maken in relatie tot verharding.
• We werken aan een gezond bomenbestand in onze gemeente. Als we bomen kappen zorgen we ervoor dat nieuwe bomen goede groeiomstandigheden hebben. Daarnaast planten we in straten en lanen verschillende boomsoorten en cultivars aan (planten die speciaal geselecteerd zijn op bepaalde eigenschappen) om de biodiversiteit te versterken en het bomenbestand minder kwetsbaar te maken voor ziekten en plagen. • Bij de opwaardering van de parken worden (waar het kan) beschoeide oevers vervangen door natuurvriendelijke oevers. Hierdoor ontstaat meer ruimte om water op te vangen en wordt de biodiversiteit vergroot. Het onlangs vernieuwde Kooimanpark is hier een mooi voorbeeld van. • We willen een goed functionerend ecologisch hoofdnetwerk in onze gemeente en dit versterken en uitbreiden. Hiervoor willen we knelpunten in het huidige netwerk opheffen, zodat de migratie van plant- en diersoorten wordt bevorderd. Het ecologisch hoofdnetwerk maakt onderdeel uit van de gemeentelijke groenstructuur en wordt in februari 2025 geactualiseerd. • Natuurinclusief bouwen wordt al toegepast bij gemeentelijke kavels. De ambitie is om dit ook bij particuliere bouwontwikkelingen randvoorwaardelijk te gaan maken via het nieuwe deel van het omgevingsplan.
Totdat het omgevingsplan op dat punt is gewijzigd wordt natuurinclusief bouwen als randvoorwaarde meegenomen bij de beoordeling van vergunningaanvragen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa).
16
3. We gaan anders om met water en houden het hoofd koel 3.1.
Wat zien we voor ons? • Hitte en hittestress. Langdurige hitteperioden hebben invloed op de (geestelijke) gezondheid, nachtrust, productiviteit, leefbaarheid en sterfte. Vooral ouderen, zieken, mensen met bepaalde medicijnen, jonge kinderen en mensen die buiten actief zijn lopen extra risico op de gevolgen van (langdurige) warmte.
Het weer verandert sneller dan gedacht. Dit zien we nu al en de verwachting is dat dit in 2050 verder toeneemt. Dat betekent dat in 2050 de zomers in Purmerend gemiddeld heter zijn, er meer en onregelmatiger neerslag valt en dat er langere periodes van droogte zijn. De kans op overstromingen vanuit de dijken, de rivieren of de zee neemt door onvoorspelbaardere regenval en stijging van de zeespiegel toe. We bereiden ons op dit andere weer voor door maatregelen te nemen die de mogelijke gevolgen van dit extreme weer beperken. Dat noemen we klimaatadaptatie (zie kader). Binnen de deelopgave ‘we gaan anders om met water en houden het hoofd koel’ streven we naar meer ruimte voor water en groen, een andere omgang met regenwater en stimuleren van klimaatbestendige nieuwbouw. We werken aan een groenere en hittebestendigere gemeente in 2050.
• Extreme buien en regenval. Er valt steeds meer regen en met meer piekmomenten. Extreme buien en regenval kan leiden tot schade aan gebouwen, ondergelopen kelders, onbegaanbare wegen of overstromingen vanuit het oppervlaktewater. • Droogte en bodemdaling. Extreme droogte kan bodemdaling en schade aan gewassen veroorzaken. Dan verzakt de grond, met mogelijke schade aan funderingen, wegen, kabels en leidingen. Het is niet uitgesloten dat er periodes zullen zijn waarin het waterschap een sproeiverbod instelt om niet de tuin te sproeien of zwembaden te vullen. Dat kan een grote impact hebben op de agrarische sector.
Klimaatadaptatie Bij het veranderende weer houden we rekening met 4 veranderingen of risico’s: meer en langere hitte, meer en onvoorspelbaardere neerslag, meer en langere droogte en een grotere kans op overstromingen. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en herinrichting van de openbare ruimte houden we zoveel mogelijk rekening met dit veranderende weer en die risico’s en proberen de gevolgen van een grote piekbui te beperken. Het gaat om de volgende risico’s:
• Overstromingen. Door een stijgende zeespiegel en dat de regen ook in de andere landen onvoorspelbaarder valt, neemt het risico op overstromingen vanuit zee en rivier toe.
17
We gaan anders om met het stedelijk afvalwater Er valt meer regen en met meer piekmomenten. Het (afkoppelen van) het riool speelt daar een belangrijke rol in. De riolering is in beginsel ontworpen om de volksgezondheid te beschermen en voert zowel regen- als afvalwater af. Omdat de bestaande riolering niet is ontworpen om zoveel regenwater in korte tijd te verwerken, kan extreme neerslag een overbelasting zijn en ervoor zorgen dat afvalwater direct in het oppervlaktewater wordt geloosd. Dat verhoogt het risico op verontreiniging van het milieu en kan gevaarlijk zijn voor de gezondheid. Daarom proberen we schoon en vies water zo goed mogelijk te scheiden en houden we het regen- en oppervlaktewater zo schoon mogelijk. Ook proberen we afvalwater zo veel mogelijk vrij te houden van ‘zeer zorgwekkende stoffen’ en rekening te houden met verdichting.
3.2.
Wat zien we om ons heen?
(Klimaat)extremen in Purmerend Het jaar 2023 was een extreem nat jaar en Purmerend was de natste gemeente van Nederland. Door die nattigheid en een slappe bodem, met de bomen vol in het blad, heeft zomerstorm Poly veel schade veroorzaakt aan het openbaar groen. Op 6 augustus 2023 viel er meer dan 74 millimeter regen in een dag en dat betekende veel schade. De parkeergarage bij Triton overstroomde, de tunnel onder de A7 bij de Laan der Continenten werd onbegaanbaar en er ontstond op veel plekken wateroverlast. Tegelijkertijd waren de jaren 2018, 2019 en 2022 weer extreem droog. Dit veroorzaakt schade aan groen, dat niet goed bestand is tegen langere perioden van droogte. Dat heeft ook gevolgen voor de agrarische sector en het verbouwen van gewassen. In 2019 is het nationaal hitterecord verbroken. Het was toen in Purmerend 37 graden maar op andere plekken in Nederland kwam de temperatuur uit boven de 40 graden. Landelijk klimaatadaptief beleid In 2023 is de ‘Maatlat groene en klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ gepresenteerd. Deze maatlat maakt duidelijk wat er onder klimaatadaptief bouwen verstaan wordt. In de maatlat zijn de landelijke afspraken en richtlijnen voor nieuwbouw rondom 6 thema’s (wateroverlast, droogte, hitte, biodiversiteit, bodemdaling en overstromingen) opgenomen.
Die afspraken staan bij ons regionaal ook in de ‘basisveiligheidsniveaus klimaatbestendige nieuwbouw’ van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). ‘Dik water’ Water zuiveren kost heel veel energie. Dat is een taak van het Hoogheemraadschap. Na Schiphol, Tata Steel en Google is het Hoogheemraadschap Noord-Hollands Noorderkwartier (HHNK) de grootste energieverbruiker van Noord-Holland. Door minder water aan te leveren bij de rioolwaterzuivering kunnen we energie besparen. Dat betekent dat het water dat we wel aanleveren
18
‘dikker’ is. Het bevat meer afval. Want hoe dikker het water hoe energiezuiniger het zuiveringsproces. Ook het aanpakken van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) is voor het watersysteem van groot belang voor de volksgezondheid en het milieu. ZZS omvatten onder andere een groep stoffen zoals zware metalen, PFAS, pesticiden en medicijnresten. Het zijn stoffen die slecht afbreekbaar zijn door het lichaam en mogelijk kunnen leiden tot kanker of onvruchtbaarheid. De aanpak begint aan de bron en daarom werken we nauw samen met het HHNK, de Omgevingsdienst en bedrijven om het afvalwater zo vrij mogelijk te houden van ZZS. Herinrichting en Bouwopgave Bij de inrichting van gebiedsontwikkelingen en de openbare ruimte proberen we, al dan niet samen met ontwikkelaars, zoveel mogelijk rekening te houden met het veranderende weer. Het is goedkoper om nieuw te bouwen gebieden klimaatbestendig in te richten. Maatregelen die bij wateroverlast helpen zijn bijvoorbeeld waterbergende groene daken met vertraagde afvoer van regenwater en het afkoppelen van het regenwaterstelsel van de riolering. Eigenaren van woningen kunnen daarom een subsidie aanvragen voor een groen dak.
Maatregelen om de gevolgen van hittestress te verminderen zijn warmtewerende of lichte bouwmaterialen (isolatie, zonwering, zonnepanelen, houtbouw of gevelgroen) en andere manieren van koelen en verwarmen (warmtepomp, warmte-/koudeopslag).
3.3.
Welke landelijke wetgeving of beleid is er?
• Deltaplan Ruimtelijk Adaptatie (DPRA) • Nationale Adaptatie Strategie (NAS) • Maatlat Groene en Klimaatadaptieve bebouwde omgeving • Kamerbrief Water en Bodem sturend. Ruimtelijk afwegingskader voor klimaatadaptieve locatiekeuzes, waarbij water en bodem sturend worden.
Als we wegen herinrichten of de riolering vervangen, denken we meteen na over duurzaam inrichten van de openbare ruimte: groene waterbuffers, meer bomen, waterdoorlatende verharding, waterberging onder wegen of parkeerplaatsen, het vergroten van oppervlaktewater, natuurvriendelijke oevers en het verbreden van duikers. Door meer stenen weg te halen en te vervangen door groen (zie ook hoofdstuk 2) met betere groeiplaatsen wordt de sponswerking van Purmerend vergroot. Dit zorgt ervoor dat we beter kunnen verkoelen en water kunnen vasthouden om te gebruiken in periodes van droogte.
• Handreiking Groen in en om de stad. Door het Rijk wordt momenteel verkent of een landelijke groen norm juridisch geborgd moet worden.
19
3.4.
Welk beleid hebben we regionaal en lokaal?
De belangrijkste beleidsmatige kaders voor deze deelopgave zijn de klimaatadaptatiestrategie Zaanstreek – Waterland en Purmerend 2021 – 2024 en het Gemeentelijk Rioleringsplan Purmerend (ZaanstreekWaterland) 2018 – 2023 (GRP). Daarin zijn uitgangspunten opgenomen over meer groen in woonwijken en meer ruimte voor water. In het GRP staat hoe we omgaan met de ontwikkeling van de riolering in de wijken en tegen welke kosten dat wordt gedaan. Om deze kaders te vernieuwen worden in 2025 het klimaatadaptatieplan 2025 – 2030 en het Water- en Rioleringsprogramma vastgesteld.
3.5.
Wat doen we al of gaan we doen?
Meer ruimte voor water • In de parken wordt meer ruimte voor water gemaakt, gecombineerd met natuurvriendelijke oevers. Dit geeft meer capaciteit aan het watersysteem, vermindert de kans op wateroverlast en versterkt de biodiversiteit. • Duikers in ons watersysteem worden vergroot daar waar nodig. De capaciteit van ons watersysteem wordt daarmee vergroot. De kans op wateroverlast wordt verminderd, verbetert de waterkwaliteit en versterkt de biodiversiteit. • In Overwhere-Zuid zijn grotere rioolbuizen en groene waterbuffers aangebracht. Dit zorgt voor minder wateroverlast op straat en verkleint de kans op schade aan woningen.
• MRA Basisveiligheidsniveaus klimaatbestendige nieuwbouw
• Op de Binnenstedelijke Ontwikkellocaties (Tarwestraat, Torenmolen, Luitje Broekema en Koggenland) worden waterbergende parkeerplaatsen aangelegd. Bij klimaatbuien staat er minder water op straat en is de kans op schade aan het gebouw lager.
• Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Zaanstreek-Waterland en Purmerend 2021 – 2024
Anders omgaan met regenwater
• Intentieovereenkomst klimaatbestendige nieuwbouw MRA + Noord-Holland
• Gemeentelijk Rioleringsplan Purmerend (Zaanstreek-Waterland) 2018 – 2023 • Klimaatadaptatieplan 2025 – 2030 (in voorbereiding) • Water- en Rioleringsprogramma Purmerend (in voorbereiding)
• Onder het Stadhuisplein is waterberging aangelegd. Hierin kan regenwater opgeslagen worden. Het opgeslagen regenwater wordt ingezet voor de bewatering van het nieuwe groen op het Stadhuisplein. Het groen op het Stadhuisplein biedt tijdens hete zomerse dagen meer verkoeling. • In Wheermolen-Oost is een waterbergende weg gerealiseerd. Bij extreme regenval staat er veel minder water op straat. Zo blijven de wegen beter begaanbaar voor (calamiteiten)verkeer en het vermindert de kans op schade aan gebouwen. Het opgeslagen regenwater kan rustig de bodem in trekken en vermindert de gevolgen van bodemdaling. Tijdens lange droge periodes kan het oppervlaktewater in de waterberging onder de weg ingelaten worden. Hiermee krijgt het groen water en het beperkt schade en overlast aan groen als gevolg van droogte.
20
Meer ruimte voor groen
• Schoolpleinen zijn vaak versteend. Daar willen we verandering in brengen. Om die meer groen en meer waterbestendig te maken, is er jaarlijks een subsidiebedrag van €75.000 beschikbaar.
• Bij reconstructie van wegen en/of riolering maken we ruimte voor bomen. Meer kwaliteit boven kwantiteit, in lijn met het Bomenplan. Grotere bomen bieden meer schaduw en verkoeling. Daarnaast is het goed voor de biodiversiteit.
• We maken jaarlijks prestatieafspraken met woningbouwcorporaties en besteden aandacht aan klimaatadaptie, onder andere door gezamenlijke regentonnen- en vergroeningsacties.
• Grotere en betere groeiplaatsen voor het groen. Vergroot de sponswerking van de bodem en kan meer en beter water vast houden. Dit vermindert wateroverlast en de gevolgen van droogte. Betere groeiplaatsen voor groen en bomen versterken de (ondergrondse)biodiversiteit.
Wat gaan we de komende jaren doen? • Binnen grote gebiedsontwikkelingen (de Oostflank, de Vurige Staart, de Koog, het Waterlandkwartier, het Wagenweggebied) houden we rekening met klimaatverandering. Dat doen we omdat het vaak kostbaarder is achteraf aanpassingen te doen.
• Minder verharding en aanpakken van hitte-eilanden. Het centrum heeft veel verharding en is warmer tijdens hete zomerse dagen. Daarom halen we, als het kan, stenen weg voor groen, leggen we geveltuinen aan, zorgen we voor schaduw en realiseren we watertappunten. Dat is goed voor mens en dier.
• Via het Parkenplan werken we aan het versterken van ecologie en het bieden van meer ruimte voor oppervlaktewater.
Klimaatbestendige nieuwbouw
• Op verschillende plekken in de stad pakken we hitte-eilanden aan. Met de pilot Tilburyplein zetten we in op meer groen en minder steen in de openbare ruimte. Dit versterkt de leefbaarheid, sponswerking en biodiversiteit.
• Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn klimaatbestendig en water robuust. Dit is een gedeelde verantwoordelijkheid. De basisveiligheidsniveaus klimaatbestendige nieuwbouw worden toegepast met een wisselwerking tussen nieuwbouw en de openbare ruimte.
• De huidige gemalen zijn op sommige plaatsen verouderd en gebruiken veel energie. We werken samen met het Hoogheemraadschap om deze de komende jaren energiezuiniger te maken.
Wat doen we voor bewoners?
• We ontwikkelen een lokale ‘maatlat’ voor gebiedsontwikkelingen, waarin alle deelopgaven verwerkt zitten en waarop gebiedsontwikkelingen een score kunnen behalen. Op die manier nemen we onze toekomstbestendige ambities transparant mee aan de voorkant van ontwikkelingen.
• Bewoners kunnen zelf ook veel doen. Zo zijn er subsidies voor groene daken, isolatie, zonwerend glas en een regenton. Ook is er voor nieuwbouwontwikkelingen een legeskorting als er een groen waterbergend dak wordt aangelegd.
• We zijn trots op onze binnenstad. Maar door al het steen kan het hier in de zomer flink warm worden. Om onze binnenstad in de toekomst ook koel te houden, zetten we in op vergroening van de binnenstad en het aanleggen van watertappunten.
• Om vergroening te stimuleren is het mogelijk om een gratis geveltuin aan te vragen. Dan halen we een aantal tegels weg om ruimte te maken voor planten.
21
4. We vergroenen onze economie en hergebruiken grondstoffen 4.1.
van de processen. Afvalscheiding is niet als enige van belang in de overgang naar het grondstofdenken. Ook afvalpreventie speelt een rol. Het voorkomen van afval ligt op het bord van zowel inwoners als ondernemers. Door slim kopen en consumeren kan veel restafval voorkomen worden. Communicatie is hierbij belangrijk. Wat is een circulaire economie? In Purmerend produceren we jaarlijks zo’n 452 kilo afval per inwoner (cijfers 2023). Daarvan wordt 57% gescheiden ingezameld (cijfers 2023). De overige 43% wordt verbrand om nieuwe energie van te maken. In een circulaire economie wordt afval voorkomen door (delen van) producten en materialen zo lang mogelijk te blijven gebruiken. Onze spullen gaan langer mee of worden vaker gerepareerd of gebruikt om weer nieuwe producten van te maken. Zo werken we aan een circulaire economie waarin afval zo veel als mogelijk wordt hergebruikt.
Wat zien we voor ons?
Het ondernemerschap zit in de genen van de gemeente Purmerend. Het ‘ondernemende’ past bij wie we zijn. Maar economie gaat ook over leefbaarheid, gezondheid en welzijn van onze bewoners. Tegelijkertijd zien we dat de economie verandert en dat dit kansen oplevert voor onze gemeente en regio. Dat staat in de economische visie ‘Beemster + Purmerend, #dat werkt’. Maar, de uitdagingen waar we voor staan over hoe we omgaan met energie en onze natuur, of hoe we ons voorbereiden op het veranderende klimaat, zijn ook uitdagingen voor onze lokale economie. We hebben de nodige bedrijven waar hoogwaardige producten worden gemaakt voor de Nederlandse markt, hebben in de Beemster herkenbare levensmiddelen en zetten met het Programma Binnenstad in op een levendige en toekomstbestendige binnenstad. De opgave die we hebben om huizen en ons vervoer energiezuiniger te maken geldt ook voor het maken van spullen of levensmiddelen. Landelijk is het doel om in 2050 een circulaire economie (zie kader) te hebben.
Circulariteit Veel ondernemers in onze gemeente zijn bouwers en makers. De mensen uit onze regio - van Edam tot Zaandam - staan bekend als de bouwers van de Metropoolregio Amsterdam. We hebben met de maakindustrie in de Beemster als in Purmerend spelers van wereldformaat. We zien daarin dat het niet voor alle ondernemers even gemakkelijk is om mee te gaan in verduurzaming of daarin te investeren. In de Economische visie hebben we uitgesproken dat we we koplopers willen zijn als circulaire makers van Noord-Holland. Dat is een ambitie wasarin we nadrukkelijk samen willen optrekken met onze buurgemeenten in de regio Zaanstreek-Waterland. We investeren daarom in het faciliteren en ondersteunen van onze maakindustrie bij de verduurzaming, ketenontwikkeling en het vergroten van kennis over circulariteit. Duurzaam en circulair inkopen en aanbesteden Jaarlijks besteden we zo’n € 175 miljoen (exclusief btw) aan leveringen, diensten en werken. Deze inkopen zijn zeer verschillend, zoals zorgaanbieders, dienstverlening in techniek (onderhoud en werkvoorbereiding van vervanging en nieuwbouw), aanneming van werken in de openbare ruimte (gebouwen, wegen,
Anders omgaan met afval Het gaat niet meer over afval, het gaat over grondstoffen; afvalbeheer wordt grondstoffenmanagement en dat vraagt om een andere aanpak en inrichting
22
4.4.
bruggen, riolering) en inhuur van personeel. Het effect van duurzaam en circulair inkopen is groot bij infrastructurele en civiele bouwprojecten. We nemen verantwoord inkopen op in onze ontwerpen en met behulp van marktconsultaties vragen we ook af en toe aan de markt om met ons mee te denken over toekomstbestendige alternatieven. Op dit moment wegen we het maatschappelijk verantwoord inkopen nog af tegen de meerprijs en het beschikbare budget. In 2018 hebben we ons verbonden aan de Green Deal MRA, waarin staat dat we in 2025 circa 50% verantwoord inkopen. We sluiten ons verder aan bij het Manifest MVOI (het Manifest maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen) dat ons verder helpt om als gemeente juiste en duurzame keuzes te maken
Welk beleid hebben we lokaal?
Het voornaamste beleid over de vergroening van de economie en bedrijventerreinen en het hergebruiken van grondstoffen zijn de Economische Visie ‘Beemster + Purmerend, #datwerkt’ en de MRA Green Deal afspraken. • Economische Visie ‘Beemster + Purmerend, #datwerkt’ • Uitvoeringsagenda Economische visie • Visie en Uitvoeringsprogramma Binnenstad • Notitie Toekomstbestendig Afvalbeheer Purmerend 2022 – 2025
4.2.
Wat zien we om ons heen?
Ontwikkelingen in de afvalbranche De afvalbranche is onverminderd in ontwikkeling. De afzetmarkten wisselen in bereikbaarheid en ook de tariefstructuren staan onder druk. De vergoedingen voor de grondstoffen vertonen een grillig karakter, zowel positief als negatief. De focus verschuift van zo hoog mogelijk niveau van afvalscheiding naar maximaal hergebruik van ingezamelde grondstoffen en het verminderen van de hoeveelheid te verbranden restafval. Verwerkers stellen steeds strengere eisen aan de kwaliteit van de grondstoffen die gemeenten aanleveren, om zo de herbruikbaarheid te vergroten. De uitdaging is om een goede combinatie van dienstverlening, kosten en milieurendement te vinden.
4.3.
Welk landelijk beleid of regelgeving is er?
• Klimaatakkoord • Nationaal Programma Circulaire Economie 2023 - 2030 • Wet milieubeheer • LAP3/CMP1 (landelijk afvalbeheerplan versie 3 dat vervangen wordt door het circulaire materialen plan per 2025) • UPV (uitgebreide producentenverantwoordelijkheid) 23
• We zijn trots op onze Beemster producten. Het is veel energiezuiniger om levensmiddelen die daar worden gemaakt ook in de buurt op het bord te hebben. We zetten in op korte ketens, door streekproducten in lokale winkels aan te bieden en door deze producten te gebruiken als ingrediënten voor gerechten in lokale horeca-inrichtingen. • We starten met een onderzoek naar een circulair ambachtscentrum naast de nieuwe milieustraat op de Baanstee-Noord. Het doel van dit centrum is (delen van) producten te hergebruiken of hieruit bruikbare producten te maken. • We zetten in op afvalpreventie. Als voorkomen kan worden dat afval ontstaat, verminderen we de hoeveelheid in te zamelen afval in onze gemeente. • We onderzoeken andere manieren van inzamelen, zoals bijvoorbeeld omgekeerd inzamelen. Door het gescheiden weggooien van grondstoffen makkelijk te maken, wordt restafval voorkomen.
4.5.
Wat doen we en wat gaan we de komende jaren doen?
Circulair en maatschappelijk verantwoord inkopen • Het afgelopen jaar is een aanbesteding afgerond voor de verkeers- en straatnaamborden, waarbij is ingezet op borden die gemaakt zijn van biobased- en duurzamere grondstoffen en hergebruik.
• We hebben een duurzaamheidscoach voor agrarische bedrijven en bedrijven op bedrijventerreinen, met als doel te ondersteunen bij de (verdere) verduurzaming van bedrijven. Het is de bedoeling deze inzet de komende jaren uit te breiden. Geïnteresseerde ondernemers kunnen contact opnemen via duurzaamondernemen@purmerend.nl.
• In 2024 is een raamcontract afgesloten voor de vervanging van de tientallen voet- en fietsbruggen. Deze worden uitgevoerd in kunststofcomposiet, een materiaal dat het vervangen vereenvoudigt, en langer houdbaar is dan hout of beton. • Om te ondersteunen bij maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) werken we verder aan implementatie van de milieukostenindicator (MKI). Dit is een instrument om alle milieueffecten in één score uit te drukken in euro’s, dit helpt bij duurzamere aanbestedingen.
• We doen mee aan het landelijke pilot KPI-Kringlooplandbouw waarbij lokale boeren uit Beemster duurzame stappen richting kringlooplandbouw onderzoeken. • De projecten ‘1001 hectare’ en ‘Biodiversiteit op het boerenerf’ helpen boeren te verduurzamen en de biodiversiteit te verhogen.
24
5. We gaan ons schoner en anders verplaatsen 5.1.
5.2.
Wat zien we om ons heen?
Elektrische voertuigen en infrastructuur De overgang naar elektrische voertuigen neemt toe, mede door dalende prijzen, verbeterde actieradius en overheidsstimulansen. Ook in Purmerend zien we steeds meer elektrische auto’s en fietsen in het straatbeeld. Dit draagt bij aan een verbetering van de luchtkwaliteit (waaronder het beperken van de uitstoot van fijnstof) en vermindering van geluidsoverlast. De laadinfrastructuur wordt uitgebreid, met laadpunten op strategische locaties in de stad. Dit sluit aan bij de nationale ambitie om vanaf 2030 alleen nog emissievrije voertuigen te verkopen.
Wat zien we voor ons?
Met de snelle groei van de gemeente, zowel qua aantal inwoners als aantal woningen, staan we voor de uitdaging om ons op een andere manier en schoner te verplaatsen. Dat vraagt om een andere manier van kijken naar hoe we de ruimte inrichten en hoe we de gemeente ook in de toekomst bereikbaar en leefbaar houden. In de toekomst zien we een gemeente waarin het aantrekkelijk is om je te verplaatsen via milieuvriendelijkere en innovatieve vervoersmiddelen. De binnenstad verandert in een plek waar de focus ligt op voetgangers, fietsers en openbaar vervoer, met voldoende groen, recreatieve ruimte en ontmoetingsplekken. Autoverkeer leiden we zoveel mogelijk naar de randen van de stad, waar goed bereikbare parkeervoorzieningen worden gecreëerd. Hierdoor ontstaat in de binnenstad een rustige, veilige en schone omgeving. Ideaal voor bewoners, bezoekers en ondernemers.
Regionale samenwerking en openbaar vervoer In de regio werkt Purmerend samen met partners zoals de Vervoerregio Amsterdam en de provincies Flevoland en Noord-Holland om het vervoer te verduurzamen. Elektrische bussen en verbeterde OV-verbindingen dragen bij aan schonere en efficiëntere mobiliteit, waardoor de afhankelijkheid van de auto afneemt. Deze ontwikkelingen sluiten aan bij de bredere doelen van het Klimaatakkoord. Samen met NS en door diverse gebiedsontwikkelingen in de stationsomgevingen zet Purmerend in op een toename van het OV-gebruik Deelmobiliteit en fietsgebruik Maatschappelijke voorkeuren verschuiven: steeds meer mensen, vooral jongeren, kiezen voor deelmobiliteit en het gebruik van de fiets in plaats van een eigen auto. Deelauto’s, deelfietsen en deelscooters worden in de nabije toekomst waarschijnlijk steeds populairder in Purmerend, wat bijdraagt aan minder verkeersdrukte en parkeerproblemen. Elektrische fietsen maken het ook aantrekkelijker om langere afstanden af te leggen, wat past bij de bredere trend naar actief en duurzaam vervoer. 25