CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

B toelichting-regels-bestemmingsplan-Hobrederweg-19

Gemeenteraad 15 september 2022, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bestemmingsplan Hobrederweg 19, Middenbeemster23.280 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

kano-, roeiboot- en fietsverhuur; 8. sociale functie, zoals een kinderopvang of een zorgboerderij; 9. milieueducatie/ rondleidingen; 10.musea/ tentoonstellingen/ atelier. d. detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van de verkoop van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf en daaraan ondergeschikt gerelateerde producten uit de streek tot een oppervlakte van maximaal 50m² e. horeca is niet toegestaan, met uitzondering van kleinschalige horeca in de vorm van een theeschenkerij, een proeverij, een boerderijcafé, of vergelijkbare functie met een maximale oppervlakte van 100m²; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gevoelige objecten en/of bedrijven mogen niet onevenredig worden aangetast; g. er vindt geen opslag en/of stalling van goederen en materiaal plaats buiten de bedrijfsgebouwen; h. parkeren vindt plaats op eigen erf;

i. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige toename van verkeer; j. de activiteit mag uitsluitend worden uitgeoefend door de bewoner. 3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Intensieve veehouderijactiviteiten Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in artikel 3.1, onder b voor het vergroten van de bedrijfsvloeroppervlakte voor intensieve veehouderijactiviteiten meer dan 750m², mits de activiteiten: a. als neventak worden uitgevoerd bij een volwaardig grondgebonden agrarisch bedrijf; b. uitsluitend plaatsvinden in bestaande agrarische bebouwing; c. niet m.e.r.-plichtig zijn. 3.5.2 Plattelandswoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 3.1, sub i, voor: a. het gebruik van een agrarische bedrijfswoning door derden die geen binding hebben met het agrarisch bedrijf, mits: 1. er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (plattelandswoning); 2. er geen sprake is van een onevenredige beperking van de gebruiks- en bouwmogelijkheden van omliggende gronden en bedrijven; b. het bouwen en gebruiken van aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij deze plattelandswoning, waarbij de regels die zijn opgenomen in 5.2.3 van overeenkomstige toepassing zijn.

3.5.3 kleinschalig kamperen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 3.4.1, sub c, ten behoeve van een kampeerterrein, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster of van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in de bijlage 2 en 3 zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; b. het kampeerterrein mag uitsluitend worden gebruikt gedurende de periode van 1 maart tot en met 31 oktober; c. het aantal standplaatsen voor kampeermiddelen mag niet meer bedragen dan 20;

d. per kampeerterrein mogen niet meer dan zes standplaatsen worden ingenomen door demontabele verblijfsaccommodaties; e. per kampeerterrein mag niet meer dan één standplaats worden ingenomen door één trekkershut; f. de oppervlakte van het kampeerterrein mag niet meer bedragen dan 5.500m²; g. het kampeerterrein dient binnen het bouwvlak gesitueerd te zijn. Indien daar onvoldoende ruimte beschikbaar is, mag ten hoogste 1.500m² buiten het bouwvlak worden gesitueerd, waarbij het aanvullende kampeerterrein zijdelings direct aansluit op de grens van het agrarische bouwvlak; h. sanitaire en andere voorzieningen ten behoeve van het kleinschalig kampeerterrein mogen uitsluitend worden gerealiseerd binnen de bestaande bedrijfsgebouwen in het agrarische bouwvlak; i. het inrichten of hebben van een kleinschalig kampeerterrein mag niet gepaard gaan of gevolgd worden door uitbreiding van het bouwvlak vanwege de oorspronkelijke bestemming; j. het kleinschalig kampeerterrein en de daarbij behorende parkeervoorzieningen dienen gesitueerd te zijn achter de achtergevelrooilijn van de agrarische bedrijfswoning; k. de afstand van een trekkershut vanaf de gevellijn mag niet meer dan 18m bedragen; l. de inrichting van het kampeerterrein dient plaats te vinden conform een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan; m.

gedurende de periode van 1 november tot 1 maart mogen geen kampeermiddelen of demontabele verblijfsaccommodaties worden geplaatst en/of geplaatst worden gehouden. 3.5.4 Bed and Breakfast Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van bepaalde in lid 3.4.1 sub c, ten behoeve van een bed and breakfast, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de bed and breakfast mag uitsluitend worden gerealiseerd in de bestaande bedrijfswoning en/of de bestaande bedrijfsgebouwen; b. de bed and breakfast verschaft aan niet meer dan 8 personen gelijktijdig nachtverblijf; c. parkeren ten behoeve van de bed and breakfast vindt plaats op eigen terrein; d. een bed and breakfast in de bedrijfswoning is uitsluitend toegestaan in combinatie met de woonfunctie. 3.5.5 Recreatie-eenheden en groepsaccommodatie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 3.4.1 sub c, ten behoeve van het realiseren van recreatie-

eenheden of een groepsaccommodatie in bestaande bedrijfsgebouwen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de vloeroppervlakte van een recreatie-eenheid mag ten hoogste 75m² bedragen of de inhoud van een recreatie-eenheid mag ten hoogste 200m³ bedragen; b. parkeren ten behoeve van de recreatie-eenheden dient op eigen terrein plaats te vinden; c. per agrarisch bedrijf mag één groepsaccommodatie worden gerealiseerd; d. de realisering van een groepsaccommodatie/recreatie-eenheden in een bedrijfsgebouw mag niet leiden tot noodzakelijke uitbreiding van de agrarische bedrijfsbebouwing; e. de recreatieve activiteiten dienen voor wat betreft inkomsten, oppervlakte en tijdsbesteding ondergeschikt te zijn aan de agrarische hoofdfunctie van het bedrijf; f. de verkeersaantrekkende werking mag niet onevenredig toenemen. 3.5.6 Huisvesting tijdelijke seizoenarbeiders/arbeidsmigranten Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 3.1 sub n voor de huisvesting van seizoenarbeiders/arbeidsmigranten in bestaande agrarische bedrijfsgebouwen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er moet sprake zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf; b. het betreft uitsluitend huisvesting van arbeidsmigranten die werkzaam zijn bij het agrarisch bedrijf gevestigd op het perceel waar de huisvesting mogelijk wordt gemaakt; c.

het aantal seizoenarbeiders/arbeidsmigranten mag ten hoogste 16 per bedrijf bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - huisvesting van arbeidsmigranten' het aantal genoemd in artikel 3.1 sub n genoemde aantal met ten hoogste 10 mag worden vergroot tot maximaal 40; d. de maximale gebruiksoppervlakte mag niet meer dan 200m² exclusief recreatieruimten bedragen (i.c. 12,50m² p.p.); e. de kwaliteit van de huisvesting moet voldoende hoog zijn voor een acceptabel woon- en leefklimaat; f. het parkeren vindt plaats op eigen erf; g. met het gebruik de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCOwerelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 2 en 3 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt. 3.5.7 Paardenbakken

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.4.1 sub h, voor het aanleggen van een paardenbak binnen het bouwvlak, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. per bouwvlak is maximaal één paardenbak toegestaan; b. de bouwhoogte van de omheining mag niet meer bedragen dan 1,5m; c. de bouwhoogte van lichtmasten ten behoeve van de paardenbak mag niet meer bedragen dan 5m. Artikel 4

Tuin

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor "Tuin" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; b. ontsluiting aanliggende percelen; c. erfpad met bijbehorende beplanting ter plaatse van de aanduiding ‘pad’; d. water. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen a. Op deze gronden mogen uitsluitend erkers aan aanliggende woningen, en bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd met uitzondering van karakteristieke bouwwerken. b. Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘pad’ is een toegangspoort, waarbij de volgende regels gelden: 1. de toegangspoort mag alleen in het voorerfgebied gebouwd worden; 2. de bouwhoogte van de poort en bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 4m bedragen. 4.2.2 Bijbehorende bouwwerken (erkers) Voor het bouwen van een erker gelden de volgende regels: a. erkers zijn niet toegestaan bij karakteristieke bouwwerken b. de diepte mag niet meer bedragen dan 1,5m; c. de breedte mag niet meer bedragen dan 2/3 van de gevelbreedte van de woning. 4.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. uitsluitend op het achtererf mag worden gebouwd; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; c. de oppervlakte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 15m². Artikel 5

Water

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterhuishouding; b. waterberging; c. waterlopen; d. bruggen en dammen, uitsluitend voor zover aanwezig ten tijde van de ter inzage legging van dit bestemmingsplan; e. steigers ter plaatse van de aanduiding 'steiger' met de voor de hiervoor en voor het verkeer in en over het water noodzakelijke bouwwerken, geen gebouw zijnde en met inachtneming van de aangegeven dwarsprofielen ter plaatse van de aanduiding 'dwarsprofiel' dan wel in de bijlagen opgenomen dwarsprofielen. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Gebouwen Er mogen geen gebouwen worden gebouwd. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. per bouwperceel mag maximaal één brug of dam worden gebouwd; b. bestaande bruggen en dammen mogen op dezelfde locatie worden vervangen; c. de breedte van bruggen en dammen mag niet meer bedragen dan de breedte ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; d. een dam dient te worden voorzien van een duiker, waarvan de doorsnede tenminste 1 m bedraagt;

e. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m, gemeten ten opzichte van de hoogte van de aangrenzende oever; f. er moet worden voldaan aan de regels van de keur en de geldende beleidsregels van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. 5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 5.2.2 voor het vervangen van een brug of een dam op een andere locatie, voor het verbreden van een bestaande brug of dam of voor het bouwen van een tweede brug of dam ten behoeve van de ontsluiting van een agrarisch perceel, mits: a. bij het vervangen van een brug of dam op een andere locatie de bestaande brug of dam wordt gesloopt; b. er in geval van het bouwen van een tweede brug of dam sprake is van een bedrijfseconomische noodzaak; c. de rijbreedte van de brug of dam bij een woonperceel niet meer bedraagt dan 3 m, waarbij de bruto-breedte van de brug of dam in technische verhouding moet staan tot de rijbreedte; d. de rijbreedte van de brug of dam bij een (agrarisch) bedrijfsperceel niet meer bedraagt dan 6 m, waarbij de bruto-breedte van de brug of dam in technische verhouding moet staan tot de rijbreedte; e. een bredere inrit alleen wordt overwogen wanneer dat schriftelijk wordt aangetoond met een draaicirkeldiagram. Dit geldt voor alle gebruikers in het buitengebied.

Gelet op de smalste wegbreedtes aanwezig in Beemster i.c.m. de langste voertuigcombinaties, is over het algemeen max. 10 m rijbreedte voor alle gebruikers voldoende. Indien nodig kan hier in maatwerk gevallen van worden afgeweken mits onderbouwd; f. met de verbrede of nieuwe brug of dam of de verplaatste brug of dam de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster, zoals die in bijlage 2 zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; g. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de verkeersveiligheidssituatie; h. er kan worden voldaan aan de regels uit de keur en de geldende beleidsregels van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. 5.4 Specifieke gebruiksregels Tot een verboden gebruik van deze gronden wordt in ieder geval gerekend het gebruik als ligplaats voor woonschepen of recreatie- of pleziervaartuigen. 5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

5.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, sloten en andere watergangen te vergraven en/of te dempen. 5.5.2 Uitzonderingen Het onder 5.5.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op: a. werken of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen of die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; b. bouwwerkzaamheden zoals de aanleg van een dam met duiker overeenkomstig lid 5.2.2. 5.5.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden wordt geweigerd indien door de uitvoering van de onder lid 20.5.1 bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de natuurwaarden en cultuurhistorische waarden in onevenredige mate kunnen worden aangetast. Artikel 6

Wonen

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor "Wonen" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor beroeps- en bedrijfsuitoefening aan huis; b. detailhandel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘detailhandel’; c. erfpad met bijbehorende beplanting ter plaatse van de aanduiding ‘pad’; d. recreatiewoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - recreatiewoning’; e. drie recreatie-eenheden, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – recreatie-eenheid’ alsmede voor: f. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – rijksmonument’ het behoud en bescherming van rijksmonumenten;

g. ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ het behoud en bescherming van karakteristieke bouwwerken. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen a. Op deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming worden gebouwd; b. Indien een bouwwerk nader is aangeduid als karakteristiek bouwwerk ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ dient de uitwendige hoofdvorm van het betrokken bouwwerk, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte gehandhaafd te worden; c. De zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6m bedragen; d. De zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2m bedragen. 6.2.2 Woningen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: a. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, waarbij per bouwvlak maximaal één woning is toegestaan, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’; b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4m, tenzij anders is aangegeven; c. het hoofdgebouw moet zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 30º en niet meer dan 60º mag bedragen; d. de inhoud van het woning inclusief aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan 750m³ e.

de afstand van vrijstaande en aan één zijde aaneengebouwde hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens, mag niet minder dan 2,5m bedragen. 6.2.3 Aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen worden gebouwd binnen bestemmingsvlakken, waarbij aanbouwen, uitbouwen en overkappingen niet zijn toegestaan bij karakteristieke bouwwerken;

b. de bouwhoogte van aan- of uitbouwen mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning, met een maximum van 4m, onverminderd het bepaalde wat betreft de maximum inhoud van 750m³; c. de diepte van aan- of uitbouwen mag niet meer bedragen dan 3m loodrecht gemeten vanuit de gevel waaraan wordt aangebouwd onverminderd het bepaalde wat betreft de maximum inhoud van 750m³; d. aan de zijgevel van de woning gebouwde aan- of uitbouwen mogen tot maximaal 1m achter het verlengde van de achtergevel van de woning worden gebouwd, onverminderd het bepaalde wat betreft de maximum inhoud van 750m³; e. de goothoogte en bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3m en 6m; f. bijgebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg, waarvan de dakhelling niet minder dan 30º en niet meer dan 60º mag bedragen; g. ten aanzien van de maximale oppervlakte aan-, uit-, en/of bijgebouwen gelden de volgende regels: 1. voor zover de oppervlakte van het bebouwingsgebied 100m² of kleiner is bedraagt de oppervlakte ten hoogste 50% van het bebouwingsgebied; 2. voor zover de oppervlakte van het bebouwingsgebied groter dan 100m² en kleiner dan 300m² is bedraagt de oppervlakte ten hoogste 50m² plus 20% van de oppervlakte van het deel van het bebouwingsgebied groter dan 100m²; 3.

voor zover de oppervlakte van het bebouwingsgebied groter dan 300m² is bedraagt de oppervlakte ten hoogste 90m² plus 10% van de oppervlakte van het deel van het bebouwingsgebied groter dan 300m² met een maximum van 150m²; h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen recreatiewoning' is uitsluitend de bestaande bebouwing toegestaan; i. de karakteristiek van karakteristieke bouwwerken mag niet worden aangetast. 6.2.4 Pronkgevels Uitsluitend bij een stolpwoning en ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is een verbijzondering van de voorgevel in de vorm van een pronkgevel toegestaan met inachtneming van de volgende regels: a. de goothoogte mag niet meer dan tweemaal de bestaande goothoogte van de stolpwoning bedragen; b. de breedte mag niet meer dan 1/3 van de voorgevel van de stolpwoning bedragen; c. de bouwdiepte vanaf de voorgevel mag niet meer dan 0,5m bedragen; d. het aantal bouwlagen mag niet meer dan 2 bedragen; e. het midden van de pronkgevel mag uitsluitend op het midden van de voorgevel van het hoofdgebouw liggen;

f. de dakhelling van de kap van de pronkgevel mag niet meer bedragen dan die van het hoofdgebouw. 6.2.5 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van een erf- of terreinafscheiding mag 1m achter de voorgevel of het verlengde daarvan niet meer dan 2m en daarvoor niet meer dan 1m bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouw of overkapping zijnde, mag niet meer bedragen dan 5m. 6.3 Afwijking van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in: a. lid 6.2.1 sub b indien de woning ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ door een calamiteit teniet is gegaan en/of handhaving van het in dat lid bepaalde, niet in redelijkheid kan worden gevergd van de eigenaar en/of gebruiker van de woning; b.

lid 6.2.2 sub a voor het splitsen van een bestaande woning met inachtneming van de volgende regels: 1 de uitwendige hoofdvorm van het betrokken gebouw, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte blijft zoveel mogelijk gehandhaafd bij karakteristieke gebouwen; 2 het aantal te splitsen eenheden van een gewoon hoofdgebouw, een woning zijnde, mag niet meer dan 4 bedragen en het aantal te splitsen eenheden van een karakteristiek hoofdgebouw, een woning zijnde, mag niet meer dan 2 bedragen; 3 de inhoud van enige wooneenheid mag niet minder bedragen dan 120m³; 4 lid 6.2.3 sub g is van overeenkomstige toepassing. c. lid 6.2.2 sub a ten behoeve van het deels bouwen buiten het bouwvlak en/of het vergroten van de woning met inachtneming van de volgende regel: 1. de afwijking mag uitsluitend worden toegepast op gronden aansluitend aan het bestaande bouwvlak; d. lid 6.2.2 sub c voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg mits de openheid van het landschap niet wordt aangetast; e. lid 6.2.3 sub f voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster, zoals die in bijlage 2 zijn aangegeven worden behouden en/of versterkt;

f. lid 6.2.3 sub g voor een grotere gezamenlijke oppervlakte dan 48m² voor percelen die groter zijn dan 5.000m², met inachtneming van de volgende regels: 1. afwijking kan worden verleend tot 5m² per 0,1 hectare berekend over de eerste hectare, vermeerderd met 10m² per hectare berekend over de volgende hectares; 2. voor de berekening worden delen van 0,1 hectare of delen van een hectare naar boven toe op een geheel afgerond; 3. de afwijking mag uitsluitend worden toegepast ten behoeve van bijgebouwen voor hobbyboeren; 4. voor de berekening van de oppervlakte worden gronden met de agrarische bestemming samengeteld met gronden met de bestemming 'Wonen' voor zover deze gronden direct aan elkaar grenzen en de agrarische gronden in eigendom zijn bij de aanvrager; 5. de gezamenlijke oppervlakte van de met toepassing van deze afwijkingsmogelijkheid op te richten bijgebouwen mag niet meer dan 100m² bedragen; g. lid 6.2.3 sub g voor een grotere gezamenlijke oppervlakte dan 48m² ter vervanging of vernieuwing van bestaande legale bijgebouwen, die ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan de in lid 6.2.3 onder b tot en met g genoemde maten overschrijdt, mits de afwijking niet wordt vergroot. 6.4 Specifieke gebruiksregels 6.4.1 Strijdig gebruik Als strijdig gebruik wordt aangemerkt: a.

het aanleggen of aanwezig hebben van een paardenbak, tenzij de gronden zijn aangeduid als ‘rijbak’; b. het aanleggen of aanwezig hebben van een paddock, tenzij de gronden zijn aangeduid als ‘specifieke vorm van agrarisch – paddock’. 6.4.2 Beroep- en bedrijfsuitoefening aan huis Een woning en de daarbij behorende aan-, uit- en bijgebouwen op gronden als bedoeld lid 6.2.2 onder a mogen worden gebruikt voor beroeps- en bedrijfsuitoefening aan huis, mits: a. de gezamenlijke vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 50% van het bruto vloeroppervlakte van de betreffende woning en de bijbehorende aan-, uit- en bijgebouwen; b. het beroeps- en/of bedrijfsuitoefening aan huis betreft van milieucategorie 1 of 2, opgenomen in bijlage 1 bij deze regels of daarmee wat betreft de

milieuhinder vergelijkbare activiteiten. Daarbij zijn in ieder geval de volgende functies (ook) toelaatbaar: 1. veeartsenpraktijk; 2. hoefsmederij; 3. ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten (kaasmakerij, imkerij, etc.); 4. agrarisch natuur- en landschapsbeheer; 5. hoveniersactiviteiten; 6. kinderboerderij; 7. kano-, roeiboot- en fietsenverhuur; 8. sociale functie, zoals een kinderopvang of een zorgboerderij; 9. milieueducatie/ rondleidingen; 10.musea/ tentoonstellingsruimte/ atelier; c. het geen detailhandel of horeca betreft; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gevoelige objecten en/of bedrijven niet onevenredig worden aangetast; e. er geen opslag en/of stalling van goederen en materiaal buiten de bedrijfsgebouwen plaatsvindt; f. parkeren plaatsvindt op eigen erf; g. het gebruik niet leidt tot een onevenredige toename van het verkeer; h. de activiteit uitsluitend wordt uitgeoefend door de bewoner. 6.5 Afwijken van de gebruiksregels 6.5.1 Paardenbak In afwijking van lid 6.4.1 mag een paardenbak worden aangelegd onder de volgende voorwaarden: a. uitsluitend eigendomspercelen groter dan 3.500m² komen voor deze afwijking in aanmerking; b. per perceel mag slechts één paardenbak worden aangelegd op gronden binnen het bestemmingsvlak en buiten het bouwvlak; c.

de paardenbak en/of paddock dient op het achtererf achter het hoofdgebouw te worden gerealiseerd; d. voor de aanleg gelden dezelfde voorwaarden als gesteld in artikel 3.5.7. 6.5.2 Kleinschalig kamperen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 6.1 sub a ten behoeve van een kampeerterrein bij woningen die op de verbeelding als ‘Karakteristieke bouwwerken’ zijn aangeduid, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er moet sprake zijn van een goede landschappelijke inpassing waarmee de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster of

van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in de bijlage 2 en 3 zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; b. het kampeerterrein mag uitsluitend worden gebruikt gedurende de periode van 1 maart tot en met 31 oktober; c. het aantal standplaatsen voor kampeermiddelen bedraagt niet meer dan 20; d. per kampeerterrein worden niet meer dan zes standplaatsen ingenomen door demontabele verblijfsaccommodaties en niet meer dan één standplaats door een trekkershut; e. de oppervlakte van het kampeerterrein bedraagt niet meer dan 5.500m²; f. het kampeerterrein is gelegen binnen het bouwvlak en, indien daar onvoldoende ruimte beschikbaar is, ten hoogste 1.500m² op gronden buiten het bouwvlak, waarbij het aanvullende kampeerterrein zijdelings direct aansluit op de grens van het agrarisch bouwvlak; g. sanitaire en andere voorzieningen ten behoeve van het kampeerterrein worden uitsluitend gerealiseerd binnen bestaande gebouwen binnen het bestemmingsvlak; h. het inrichten of hebben van een kampeerterrein gaat niet gepaard met of wordt gevolgd door uitbreiding van het bouwvlak vanwege de oorspronkelijke bestemming; i. het kampeerterrein en de daarbij behorende parkeervoorzieningen beginnen achter de achtergevelrooilijn van de agrarische bedrijfswoning; j. de trekkershut wordt zo dicht mogelijk tegen de bestaande op het perceel aanwezige bebouwing gesitueerd; k.

de inrichting van het kampeerterrein dient plaats te vinden conform een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan; l. gedurende de periode van 1 november tot 1 maart mogen geen kampeermiddelen of demontabele verblijfsaccommodaties worden geplaatst en/of geplaatst worden gehouden. 6.5.3 Bed and breakfast Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 6.1 sub a ten behoeve van een bed and breakfast, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de bed and breakfast mag uitsluitend worden gerealiseerd in de bestaande woning en/of de bestaande aan- en uitbouwen en/of bijgebouwen; b. de bed and breakfast verschaft aan niet meer dan 8 personen gelijktijdig nachtverblijf; c. parkeren ten behoeve van de bed and breakfast vindt plaats op eigen terrein; d. een bed and breakfast in de woning is uitsluitend toegestaan in combinatie met de woonfunctie. e. het gebruik van aan- en uitbouwen en bijgebouwen als bed and breakfast mag niet meer dan 70m² bedragen mits wordt voldaan aan lid 6.2.3.

Artikel 7

Waarde - Cultuurhistorie

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde – Cultuurhistorie’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden: 7.2 Bouwregels Op deze gronden mag ten behoeve van de onderliggende bestemming worden gebouwd met in acht name van aanwezige cultuurhistorische waarden. 7.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan voor de bouw van bouwwerken bij afwijking van de bouwregels ten dienste van de onderliggende bestemming eisen dat: a. de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport overlegt waaruit blijkt dat de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het terrein dat wordt verstoord in voldoende mate is vastgesteld en met deze waarden actief rekening wordt gehouden; b. alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend, advies wordt ingewonnen bij een door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige; c. de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 2 en 3 zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt.

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Artikel 9

Algemene bouwregels

9.1 Bouwregels bestaande situatie a. Wanneer een bestaand gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, een grotere bouwhoogte, een grotere goothoogte, een grotere oppervlakte en/of een grotere dan wel kleinere dakhelling heeft dan in de bouwregels in de van toepassing zijnde bestemming is toegestaan, dan mag:

1. de goot- en/of bouwhoogte en/of oppervlakte en/of dakhelling ten hoogste de bestaande goot- en/of bouwhoogte en/of oppervlakte en/of dakhelling bedragen; 2. de dakhelling ten minste de bestaande dakhelling bedragen. 9.2 Bouwregels bij in acht te nemen onderlinge afstand a. Het is verboden op een terrein of bouwperceel zodanig te bouwen, dat daardoor op een aangrenzend terrein of bouwperceel een toestand zou ontstaan, die ter plaatse niet meer met de regels zou overeenstemmen, of voor zover al daar een afwijking van de regels bestaat, zodanig te bouwen, dat deze afwijking nog zou worden vergroot. b. Voor het bouwen van gebouwen op en onder de onder a genoemde gronden geldt dat een op grond van de hoofdbestemming toelaatbaar geluids- en gevaargevoelig gebouw of een uitbreiding van een geluids- en gevaargevoelig gebouw niet mag worden gebouwd. c. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde onder b ten behoeve van het bouwen van nieuwe dan wel het uitbreiden van bestaande geluids- en gevaargevoelige gebouwen, mits: 1. de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein op de gevels van geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verkregen hogere waarde; 2.

het externe veiligheidsrisico voor gevaargevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de toegestane waarden voor individueel een groepsrisico in de Wet milieubeheer. Artikel 10 Algemene gebruiksregels 10.1. Gebruik bestaande situatie a. Wanneer het bestaand gebruik van gronden of een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, een grotere oppervlakte beslaat dan in de gebruiksregels in de van toepassing zijnde bestemming is toegestaan, dan mag de oppervlakte voor dit gebruik ten hoogste de bestaande oppervlakte bedragen. 10.2 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het bouwen en het gebruik van gronden en bebouwing binnen het plan, indien dit leidt tot een toename van de stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar ten opzichte van de bestaande situatie (stikstofdepositie) -

als bedoeld in 1.14 - op de maatgevende voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden; b. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, sekswinkel, thuiswerk, raamprostitutie en straatprostitutie; c. het gebruik van bijgebouwen bij een woning als zelfstandige woning. 10.3 Parkeervoorzieningen a. Bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk of het gebruiken van gronden of bouwwerken geldt dat in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het gemiddelde (afronding naar boven) bepaalde in de actuele ASVV. b. In afwijking van sub a hoeft niet voldaan te worden aan de ASVV-norm in het geval Burgemeester en wethouders besloten hebben af te wijken van deze norm op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, c. In het geval de gemeenteraad gedurende de planperiode beleidsregels heeft vastgesteld die parkeernormen bevatten, dient hieraan voldaan te worden. Hetzelfde geldt voor eventuele wijzigingen of vervanging van deze beleidsregels. 10.4 afwijken van de gebruiksregels a.

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 10.2, voor het bouwen en het gebruik van gronden en bebouwing binnen het plan wanneer dat leidt tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar, mits: 1. deze stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar geheel wordt gecompenseerd door vermindering van stikstofdepositie elders én 2. hiervoor een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is verleend óf 3. hiervoor een door GS afgegeven Verklaring van geen bedenkingen is verleend die in het kader van een omgevingsvergunning is verstrekt, waarbij de toestemming op grond van artikel 2.2aa onderdeel a van het Besluit omgevingsrecht is aangehaakt. b. De onder a.2 bedoelde vergunning of de onder a.3 bedoelde verklaring is niet vereist wanneer het bouwactiviteiten, sloopwerkzaamheden of aanlegactiviteiten betreft die op grond van de in werking getreden Wet stikstofreductie en natuurverbetering hiervoor zijn vrijgesteld. Artikel 11 Algemene afwijkingsregels

11.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van de in het plan gestelde regels ten aanzien van de navolgende afwijkingsmogelijkheden, met uitzondering van de gronden met de bestemming 'Natuur': a. voor het afwijken van de in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages. Deze afwijking is niet van toepassing op woningen, bedrijfswoningen en recreatiewoningen en bebouwing binnen 18m van de gevellijn in de agrarische bestemming; b. voor het afwijken voor de bouw van utilitaire bouwwerken, waaronder transformatorhuisjes, gasdrukregel- en meetstations en gemalen, met inachtneming van de volgende regels: 1. de oppervlakte mag niet meer dan 25m bedragen; 2. de goothoogte mag niet meer dan 3,5m bedragen; 3. de bouwhoogte mag niet meer dan 6m bedragen; c. het afwijken voor het overschrijden van de voorgeschreven bouwregels voor (bedrijfs)woningen ten behoeve van een vervangende (bedrijfs)woning, met inachtneming van de volgende regels: 1. de afwijking van de goothoogte en voorgevelbreedte voor woningen mag niet meer dan 60cm bedragen; 2. de inhoud van de (bedrijfs) woning mag niet meer dan de bestaande inhoud van de (bedrijfs)woning of maximaal 750m³ bedragen; 3.

een (bedrijfs)woning mag vervangen worden door een stolp, met inachtneming van de volgende regels: • het bouwperceel heeft een oppervlakte van niet minder dan 1 ha; • de oppervlakte van de stolp mag niet minder dan 225m² (15 x 15m) en niet meer dan 400m² (20 x 20m) bedragen; • de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5m; • de dakhelling mag niet minder dan 45º en niet meer dan 52 º bedragen; • de afstand van de stolp tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 5m; • het met niet meer dan 5m afwijken van een vastgesteld onderdeel van de grens, richting of het profiel van een weg, indien bij definitieve uitmeting blijkt, dat een zodanige afwijking noodzakelijk is; d. voor het afwijken van in de bouwregels aangegeven minimale afstand van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige sloten; e. voor het afwijken van in de bouwregels aangegeven minimale afstand van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten;

f. voor het afwijken van de in de bouwregels opgenomen verplichting om binnen een bouwvlak te bouwen, waarbij tot maximaal 5m buiten de grens van een bouwvlak mag worden gebouwd. De bovengenoemde afwijkingen kunnen uitsluitend worden verleend, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 2 en 3 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt én mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de sociale veiligheid; d. de milieusituatie; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. De bovengenoemde afwijkingen genoemd onder d. tot en met f. kunnen uitsluitend worden verleend, wanneer er sprake is van een goede landschappelijke/stedenbouwkundige inpassing die uitgevoerd en duurzaam in stand wordt gehouden. De omgevingsvergunning moet door middel van een keukentafeloverleg zijn voorbereid. 11.2 Ondergeschikt wonen a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in artikel 1.33, 1.53 en 1.54 voor het huisvesten van één extra huishouden in het hoofdgebouw, dan wel in een bestaand, al dan niet vrijstaand, bedrijfsgebouw of bijgebouw, mits: 1.

er binnen het bouwperceel al een (bedrijfs)woning aanwezig is die huisvesting biedt en blijft bieden aan het huishouden van de hoofdbewoner; 2. de hoofdfunctie van het perceel behouden blijft; 3. deze afwijkingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast voor de huisvesting van één huishouden van eerste/tweede/derdegraads familieleden van de hoofdbewoner dan wel van één huishouden van de bedrijfsopvolger; en tevens wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: • • •

de ondergeschikte woning moet voldoen aan het Bouwbesluit; er blijft sprake van één hoofdtoegang; de bestaande bebouwing mag niet worden uitgebreid, tenzij sprake is van huisvesting in verband met mantelzorg en er wordt voldaan aan de hiervoor geldende wettelijke eisen;

• • • • •

de splitsing in meerdere woningen van woningen als bedoeld in lid 1.54, is uitgesloten; er is slechts één aansluiting voor de verschillende nutsvoorzieningen (één meterkast) aanwezig; er wordt gebruik gemaakt van de bestaande inrit en het erf wordt niet opgedeeld; er is geen sprake van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

b. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in artikel 1.33, 1.53 en 1.54 voor het huisvesten van één extra huishouden in een nieuw te bouwen gebouw, met inachtneming van de in sub a genoemde criteria en waarbij tevens wordt voldaan aan de volgende voorwaarde: 1. er moet sprake zijn van een goede landschappelijke/stedenbouwkundige inpassing die uitgevoerd en duurzaam in stand wordt gehouden; 2. de omgevingsvergunning moet door middel van een keukentafeloverleg zijn voorbereid. Artikel 12 Algemene regels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden Artikel 12.1 Vergunningplicht Het is verboden, met uitzondering van de gronden met de dubbelbestemming met artikel 7 ‘Waarde – Cultuurhistorie’, op of in de in dit plan bedoelde gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, geen normale onderhoudswerkzaamheden zijnde en niet zijnde werkzaamheden van ondergeschikte betekenis, uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren, zijnde: a. het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; b. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verbandhoudende constructies, installaties of apparatuur; c.

het aanleggen of verharden van wegen, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, uitgezonderd kavelpaden voor transport van vee en materiaal; d. het graven, vergraven of dichten van waterlopen;

e. het beplanten, aanbrengen van houtgewas op en bebossen van gronden, die ten tijde de inwerkingtreding van dit plan als niet zijnde beplant met houtgewas of niet als bosgronden konden worden aangemerkt; f. het aanbrengen van afbeeldingen of tekens voor commerciële doeleinden. 12.2 Toetsingscriterium a. Het bevoegd gezag verleent een vergunning zoals bedoeld in lid 11.1 als voldoende is gebleken dat de werkzaamheden de kernkwaliteiten van UNESCO- werelderfgoed Droogmakerij de Beemster of van UNESCOwerelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 2 en 3 zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; b. Alvorens te beslissen over de vergunning wordt door het bevoegd gezag zo nodig advies gevraagd van een daartoe aangewezen beoordelingscommissie van deskundigen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 13 Overgangsrecht 13.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2.

na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Artikel 14 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels behorende bij bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’. Bijlagen 1. Kernkwaliteiten UNESO De Beemster 2. Kernkwaliteiten UNESCO De Stelling van Amsterdam

LEGENDA PLANGEBIED Plangebied

BESTEMMINGEN bestemmingen Agrarisch

ART. 3

T

A Tuin

ART. 4

T Water

ART. 5

[ka]

WA

WA Wonen

ART. 6

W

dubbelbestemmingen Waarde - Cultuurhistorie

ART. 7

WR-C (sw-rw)

AANDUIDINGEN

W

functieaanduidingen specifieke vorm van wonen - recreatiewoning

(sw-rw)

bouwvlak bouwvlak

bouwaanduidingen karakteristiek

[ka]

VERKLARINGEN bestemmingsgrens

A

WR-C ondergrond

GEMEENTE PURMEREND Bestemmingsplan Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022 FORMAAT

A3

PLANSTATUS TEKENAAR

AD

PROJECTNUMMER W-?????

verbeelding

ontwerp PLANNUMMER

SCHAAL

DATUM

NL.IMRO.0439.2022Hobrederweg19-on01

1:1000

25-03-2021

Schoenaker 10 - 6641 SZ Beuningen

telefoon: 024 - 675 23 56

info@burowaalbrug.nl

www.burowaalbrug.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11708931/1