B toelichting-regels-bestemmingsplan-Hobrederweg-19
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN HOBREDERWEG 19, Middenbeemster 2022
BESTEMMINGSPLAN HOBREDERWEG 19, MIDDENBEEMSTER 2022 TOELICHTING Inhoud 1. INLEIDING ........................................................................................................................ 4 1.1.
Aanleiding en doel .................................................................................................. 4
1.2
Ligging en begrenzing plangebied ....................................................................... 5
1.3
Geldend bestemmingsplan ................................................................................... 5
1.4
Leeswijzer ................................................................................................................ 6
2. BESCHRIJVING VAN HET PLAN...................................................................................... 7 2.1
Beschrijving huidige situatie ................................................................................ 7
2.2
Beschrijving van het initiatief............................................................................... 7
3 BELEIDSKADER ................................................................................................................ 9 3.1
Rijksbeleid ............................................................................................................... 9
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ................................................................ 9
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ............................ 10
3.1.3
Visie erfgoed en ruimte ................................................................................ 11
3.1.4
Ladder voor Duurzame Stedelijke Ontwikkeling ...................................... 13
3.1.5
Conclusie Rijksbeleid .................................................................................... 13
3.2
Provinciaal beleid.................................................................................................. 13
3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid.................................................................................................................. 13 3.2.2
Omgevingsverordening NH2020 ................................................................. 14
3.2.3
Leidraad Provincie ......................................................................................... 17
3.3
Beleid Hoogheemraadschap ............................................................................... 18
3.4
Gemeentelijk beleid ............................................................................................. 19
3.4.1
Beemstermaat Structuurvisie van de gemeente Beemster' .................. 19
3.4.2
Hoe de kwaliteit van De Beemster te bewaken? ..................................... 19
3.4.3 De Tien Gouden regels ..................................................................................... 19 3.4.4 Beemster Omgevingsnota ............................................................................... 20 3.5 Gezamenlijk beleid Provincie en Gemeente “Ruimtelijk beleidskader De Beemster & De Stelling van Amsterdam .................................................................... 22 3.5.1 De kernkwaliteiten van de Beemster............................................................. 22 3.5.2 Kopergravure ..................................................................................................... 22
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
2
3.5.3 Beleidsuitgangspunten ..................................................................................... 22 4. OMGEVINGSASPECTEN ................................................................................................. 23 4.1
Bedrijven en milieuzonering ............................................................................... 23
4.2
Geluid (wegverkeerslawaai) ............................................................................... 27
4.3
Ecologie en mer-beoordeling.............................................................................. 28
4.4
Archeologie en cultuurhistorie ........................................................................... 29
4.5
Water ...................................................................................................................... 30
4.6
Bodem .................................................................................................................... 31
4.7
Luchtkwaliteit ........................................................................................................ 34
4.8
Besluit Gevoelige bestemmingen ...................................................................... 34
4.9
Externe veiligheid ................................................................................................. 35
4.10
Kabels en leidingen .......................................................................................... 35
4.11 Verkeer en parkeren ............................................................................................. 36 5. JURIDISCHE PLANOPZET.............................................................................................. 37 5.1 Het digitale bestemmingsplan ............................................................................... 37 5.2 Toelichting op de regels .......................................................................................... 38 6. UITVOERBAARHEID ....................................................................................................... 42 6.1 Grondexploitatie en economische uitvoerbaarheid ............................................ 42 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid......................................................................... 42 BIJLAGEN ............................................................................................................................. 44
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
3
1. INLEIDING 1.1.
Aanleiding en doel
Het perceel Hobrederweg 19 te Middenbeemster is een voormalig agrarisch bedrijf. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn in 2012 beëindigd. Alle voormalige agrarische bedrijfsgebouwen zijn nog aanwezig. De agrarische gronden zijn in gebruik bij een ander agrarisch bedrijf. De huidige eigenaar wil de woning op het perceel gebruiken als burgerwoning en de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen gebruiken ten dienste de woning en ten dienste van zijn aan-huis-gebonden-bedrijf. De eigenaar heeft een kleinschalig (mini)kraanverhuurbedrijf. De werkzaamheden van het kraanverhuurbedrijf worden niet op het perceel uitgeoefend maar vinden uitsluitend op locatie plaats. De voormalige bedrijfsgebouwen worden deels gebruikt voor opslag en stalling ten behoeve van het kraanverhuurbedrijf.
Fig. 1: impressie van de voormalige bedrijfswoning (bron: google.com/maps)
Om het toekomstige gebruik te planologisch te regelen moet het bestemmingsplan worden herzien. Het huidige bouwvlak omvat ook een deel van de agrarische gronden. Om te voorkomen dat er agrarische bedrijfsgebouwen op deze agrarische gronden achter het perceel worden gebouwd, wordt het restant van het oorspronkelijke bouwvlak wegbestemd.
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
4
Om de ontwikkeling planologisch-juridisch mogelijk te maken, dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Onderhavig bestemmingsplan voorziet hierin. 1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt op het perceel Hobrederweg 19 te Middenbeemster en betreft nu nog agrarisch gebied met een voormalige bedrijfswoning en bedrijfsbebouwing. In omgeving liggen meerdere woningen of zijn voormalige agrarische bedrijfswoningen bestemd als burgerwoning. Het wijzigen van de bestemming van het perceel naar een woonfunctie met ondergeschikte en kleinschalige bedrijfsactiviteiten is passend in de omgeving. De wijziging draagt bij aan de leefbaarheid van het buitengebied en aan het in standhouden van de oorspronkelijke bebouwing. De ligging van het plangebied is globaal weergegeven op onderstaande luchtfoto (figuur 2).
Fig. 2: ligging plangebied (bron: www.google.com)
1.3
Geldend bestemmingsplan
Het vigerende planologische regime betreft het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2012’, Partiële herziening 2021. De herziening is vastgesteld op 26 oktober 2021. Op grond van dit bestemmingsplan is voor het plangebied de enkelbestemming ‘Agrarisch’ van toepassing. Daarnaast ligt over het plangebied de
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
5
Dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ ter bescherming en het behoud van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden. De oorspronkelijke stolpboerderij heeft de nadere aanduiding ‘karakteristiek’. Het plangebied mag slechts ten behoeve van een agrarisch bedrijf worden gebruikt. In figuur 3 is een uitsnede van de verbeelding ingevoegd.
Fig. 3: uitsnede verbeelding vigerend bestemming (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De regels en de verbeelding zijn juridisch bindend. In deze toelichting wordt een beschrijving van het plan gegeven en wordt ingegaan op de planologische randvoorwaarden waaraan het plan moet voldoen. 1.4
Leeswijzer
De toelichting is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de huidige en de toekomstige situatie van het plangebied beschreven. In hoofdstuk 3 worden enkele beleidsuitgangspunten genoemd die van toepassing zijn. Hoofdstuk 4 gaat in op de planologische randvoorwaarden. Hoofdstuk 5 betreft de juridische toelichting op het bestemmingsplan. Hierin is nader ingegaan op de bestemmingsplanprocedure en is een toelichting op de regels van dit bestemmingsplan gegeven. In hoofdstuk 6 is de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan geschetst. Hierbij is ingegaan op de economische als wel maatschappelijke uitvoerbaarheid. De resultaten van de ter inzagelegging en overleg komen hier ook aanbod.
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
6
2.
BESCHRIJVING VAN HET PLAN
2.1
Beschrijving huidige situatie
Het plangebied ligt aan de Hobrederweg 19 in Middenbeemster en bestaat uit een voormalige agrarische bedrijfswoning binnen een agrarisch bouwvlak. Op het perceel staan ook nog agrarische bedrijfsgebouwen die niet meer als zodanig worden gebruikt. De voormalige agrarische bedrijfswoning, de stolpboerderij, verkeert in slechte bouwkundige staat en moet grondig gerenoveerd worden. Het bouwwerk is op dit moment niet geschikt om te bewonen. De eigenaar is voornemens de voormalige agrarische bedrijfswoning weer geschikt te maken voor bewoning. 2.2
Beschrijving van het initiatief
Nu er geen agrarische bedrijfsactiviteiten meer plaats vinden op het perceel en het perceel wordt gebruikt als wonen met daaraan ondergeschikt stalling en opslag ten behoeve van het kleinschalig (mini)kraanverhuurbedrijf, kan de agrarische bestemming met haar bebouwings- en gebruiksmogelijkheden worden beëindigd en worden omgezet in bestemming ‘Wonen’.
Fig. 4: uitsnede vigerende verbeelding met bouwvlak en kadastrale grenzen (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
In figuur 4 is het huidige bouwvlak weergegeven op de vigerende verbeelding. De omvang van het huidige bestemmingsvlak wordt beperkt tot het kadastrale perceel, welke in eigendom is van de initiatiefnemer. Het huidige perceel bestaat
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
7
uit de deelpercelen 1763, 1805 en 1807. Het bouwvlak op het perceel wordt beperkt tot de bedrijfswoning. De overige bebouwing vallen onder erfbebouwing. Het perceel met kadastraal nummer 1808 behoort niet meer tot het voormalige agrarische perceel Hobrederweg 19. Dit kadastrale perceel is wel in het bouwvlak van onderhavig bestemmingsplan opgenomen. Het bouwvlak op dit deel van het plangebied moet worden wegbestemd, om te voorkomen dat hier bebouwing wordt opgericht. Dit kan alleen door het in onderhavig bestemmingsplan op te nemen. Hoewel bedrijven die geen directe relatie hebben met de agrarische sector eigenlijk op een bedrijventerrein gevestigd moeten zijn, is deze kleinschalige bedrijfsactiviteit, ondergeschikt aan de woonfunctie, ruimtelijk inpasbaar in het buitengebied. De voormalige agrarische bedrijfsgebouwen worden gebruikt voor opslag en stalling ten dienste van de woonfunctie en het (mini)kraanverhuurbedrijf. De voormalige agrarische bedrijfswoning verkeerd door achterstallig onderhoud bouwkundig in een dermate slechte staat dat deze moet worden gerenoveerd.
Fig. 5: luchtfoto van de erfsituatie met voormalige bedrijfsbebouwing (bron: bing maps)
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
8
De eigenaar woont op dit moment, gezien de bouwkundige staat van de voormalige agrarische bedrijfswoning in een van de agrarische bedrijfsgebouwen. Dit agrarisch bedrijfsgebouw is omgebouwd tot tijdelijke stalwoning. Op grond van artikel 3 ‘Agrarisch’ van de vigerende regels kan in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning worden verleend voor het realiseren van een recreatie-eenheid of groepsaccommodatie in een van de bestaande bedrijfsgebouwen. De eigenaar is voornemens om, als de oorspronkelijke stolpboerderij gerenoveerd is, de huidige stalwoning als recreatie-appartement te verhuren. Het toekomstig gebruik van dit voormalige bedrijfsgebouw wordt in het onderhavig bestemmingsplan opgenomen met een aanduiding ‘recreatie-eenheid’ op de verbeelding. 3
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid voor het planvoornemen op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Dit beleid vormt het kader van toetsing van de huidige situatie en nieuwe ontwikkelingen. Het beschreven beleidskader is daarmee één van de belangrijkste bouwstenen voor de visie op het plangebied en de opzet van de juridische regelingen. 3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de vaststelling van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) komen te vervallen. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. De NOVI komt in de plaats van gebiedsdekkende structuurvisies, de relevante delen van de natuurvisie, verkeersen vervoersplannen, strategische gedeelten van nationale en provinciale waterplannen en milieubeleidsplannen. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft richting voor keuzes, inspireert, stelt kaders en zorgt voor een integrale aanpak van strategische opgaven in de fysieke leefomgeving. Vier prioriteiten staan centraal: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
9
De NOVI stelt een integrale aanpak voor, waarbij samengewerkt wordt met andere overheden en maatschappelijke organisaties. De opgaven rond wonen, klimaat, energie, circulaire economie, verkeer en vervoer en landbouw zijn zo groot en ingewikkeld dat meer sturing vanuit het Rijk nodig is. Behoud van omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle ontwikkelingen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid plaatsvinden. De NOVI maakt hierbij gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.
combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; afwentelen wordt voorkomen.
Het rijk heeft de volgende inhoudelijke keuzes vastgelegd in de NOVI: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Daarvoor is nodig dat functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) worden ingepast; de transitie van de energievoorziening, bij de inpassing van duurzame energie is er oog voor de omgevingskwaliteit; de transitie naar een circulaire economie met behoud van concurrentiekracht en een aantrekkelijk vestigingsklimaat; de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland; hiermee stuurt het rijk op de verstedelijking in samenhang met bereikbaarheid. Woningbouw wordt versneld met oog voor omgevingskwaliteit; concentratie van de stedelijke ontwikkeling/logistieke functies en behoud van de openheid van het landschap; herindeling van het landelijk gebied in evenwicht met natuur en landschap. Werken aan de omslag naar de kringlooplandbouw.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De AMvB Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als: Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Voortaan moeten gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigings-of uitwijkingsplannen maar ook bij projectuitvoeringsbesluiten rekening houden met het Barro. In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. De AMvB Ruimte is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. De Wet ruimtelijke ordening zoals die sedert 1 juli 2008 geldt, geeft aan de regering de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur (AmvB) regels te stellen over onder andere de inhoud van
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
10
bestemmingsplannen. Dat zijn regels waarmee gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen in het vervolg rekening moeten houden. Het gaat dan niet alleen om procedurele regels, maar ook om de inhoud van bestemmingsplannen. In het Barro wordt een aantal projecten die van Rijksbelang zijn, met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. In het Barro zijn voorlopig zes “projecten” beschreven: • • • • • •
Mainport ontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en Waddengebied; Defensie; Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.
Volgens de toelichting van de Rijksoverheid draagt het Barro bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en “vermindering van de bestuurlijke drukte”. De bedoeling is duidelijk: belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt. Dat zal inderdaad kunnen leiden tot een versnelde uitvoering van die projecten. Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden; gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakt aan een belang van één van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten checken. Gebeurt dat niet, dan lopen zij het risico op een reactieve aanwijzing van Gedeputeerde Staten of van de Minister. Het effect daarvan is dat bepaalde onderdelen van het bestemmingsplan niet in werking treden. Ook traden een aantal eerder vastgestelde Barro-regels in werking, omdat deze regels samenhangen met de wetswijziging van de Wro, waarbij de eerste uiteraard van groot belang is voor onderhavig plan: •
het erfgoed de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Romeinse Limes werden ruimtelijk beschermd;
Het wijzigen van de bestemming en het gebruik van de voormalige agrarische bedrijfswoning heeft geen gevolgen voor het unieke karakter van het erfgoed De Beemster. De structuur van het erfgoed in de directe omgeving van het plangebied wordt door onderhavige wijziging niet gewijzigd of aangetast. 3.1.3 Visie erfgoed en ruimte Enkele delen van de Visie erfgoed en ruimte zijn door de inwerkingtreding van de NOVI nog relevant.
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
11
De opgave is cultureel erfgoed en (inter)nationale unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten te ontwikkelen, te behouden, te versterken en te benutten bij gebiedsontwikkeling en transformatie. Zo werkt het Rijk aan een herkenbare leefomgeving met karakter. Verlies van identiteit en de herkenbaarheid van landschap en de gebouwde omgeving liggen op de loer en er is behoefte aan een herkenbare leefomgeving met karakter. Dit vraagt extra aandacht voor hoogwaardige gebiedsontwikkeling waarin landschappelijke kwaliteit en cultureel erfgoed, zoals historische wandelpaden en stads- en dorpsgezichten, beschermd worden en als inspiratiebron blijven dienen bij het vormgeven van de toekomstige leefomgeving. Deze opgave is te zien in het landelijk gebied en de gebouwde omgeving. Behoud, versterken en benutten van de bestaande kwaliteiten van (gebouwd) erfgoed en landschap wordt verbonden aan de groei en ontwikkeling van steden, dorpen en wijken. De voor Nederland kenmerkende landschappen verliezen langzaamaan identiteit als gevolg van een gestage erosie van kenmerkende landschapselementen. Leegstand van agrarische gebouwen neemt naar verwachting sterk toe. Verrommeling en crimineel gebruik van leegstaande gebouwen tasten de leefbaarheid in landelijke gebieden aan. Onder invloed van de groei van de economie en het transport neemt de ‘verloodsing’ van het landschap sterk toe.
Schaalvergroting en intensivering in de landbouwsector hebben het landelijke gebied al sterk veranderd. Het Nederlandse gebouwde erfgoed staat er goed bij, maar bepaalde categorieën als kerken en agrarisch erfgoed zijn kwetsbaar door het (op termijn) verdwijnen of veranderen van hun bestaande functie. Onder invloed van verwachte veranderingen in de landbouw, de noodzakelijke aanpassingen om de effecten van de klimaatverandering op te vangen (klimaatadaptief en -bestendig en waterrobuust), de bodemdaling, de energie- en de verstedelijkingsopgave en de aanleg van wegen, zal de druk op landschap en cultureel erfgoed de komende decennia groot blijven. Bodemdaling vormt ook een bedreiging voor het cultureel en archeologisch erfgoed in de bodem. Instrument
Uitwerking
Regels
Borging van de cultuurhistorische waarden van de Stelling van Amsterdam, Beemster, Nieuwe Hollandse Waterlinie en Limes in de Amvb infrastructuur en ruimte. Bescherming overige sites middels Monumentenwet als beschermd stads- of dorpsgezicht of als rijksmonument. Borging afspraken PKB 3e Nota Waddenzee en ruimtelijke bescherming Waddenzee Periodieke actualisatie van managementplannen door de betrokken overheden i.s.m. het rijk Monitoring instandhouding
Bestuurlijke afspraken
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
12
Financieel
Kennis
Prioriteit werelderfgoed bij de inzet van rijksmiddelen voor instandhouding en restauratie. Ondersteuning koepel van wererlderfgoedbeheerders Werelderfgoed.nl bij de omvorming tot een professioneel netwerk gericht op kennisuitwisseling en publieksbereik. Samenwerking RCE in vraagstukken rondom instandhouding werelderfgoederen en instandhouding werelderfgoederen.
3.1.4 Ladder voor Duurzame Stedelijke Ontwikkeling Ruimtelijke initiatieven dienen te voldoen aan de eisen die worden gesteld aan de hand van de Ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Hierbij dient te worden bepaald of sprake is van een stedelijke ontwikkeling en zo ja, of hierbij sprake moet zijn van regionale afstemming van het project. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, omdat slechts een voormalige bedrijfswoning wordt omgezet naar een enkele burgerwoning, waarbij het overgrote gedeelte van het perceel wordt omgezet naar een woonbestemming (met tuin).Het gedeelte van het perceel dat is gekocht als voormalige agrarische bedrijfswoning met tuin wordt geheel omgezet naar een bestemming die wonen en tuin mogelijk maakt. Het bouwblok wordt geheel opgeheven. Dit is geen ontwikkeling die wordt bezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling. 3.1.5 Conclusie Rijksbeleid Het plan is niet in strijd met de NOVI omdat het omzetten van agrarische bedrijvigheid naar wonen geen aspect is waar het Rijksbeleid op ziet. Wel is, ook in het kader van het Barro en de Visie erfgoed en ruimte, van belang dat het plangebied is gelegen binnen het UNESCO gebied De Beemster.
Het rijksbeleid geeft aan dat voor UNESCO-gebieden specifiek beleid moet worden opgesteld door de provincie en de gemeente, om deze gebieden te beschermen en regels op te stellen voor ontwikkelingen in en rond deze gebieden. Verder is het plan niet in strijd met het beleidskader van de Stelling van Amsterdam, omdat bestaande bebouwing wordt herbestemd tot een andere functie. De bouwmogelijkheden nemen verder af, nu een deel van het agrarisch bouwblok wordt wegbestemd. 3.2
Provinciaal beleid
Het beleid van de provincie Noord-Holland is met name vervat in de Provinciale Structuurvisie en de Omgevingsvisie NH2020. De Structuurvisie geeft het beleidskader en de Verordening bevat bindende regels. 3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid De Omgevingsvisie NH2050 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid is vastgesteld op 19 november 2018. De Omgevingsvisie richt zich op de lange
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
13
termijnambities en – doelen, met het oog voor kwaliteiten die de provincie langjarig wil koesteren en die probeert in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. De visie spreekt zich dus uit over het Waarom en ten dele over het Wat. Onder de hoofdambitie, Balans tussen economische groei en leefbaarheid, zijn samenhangende ambities geformuleerd. De omgevingsvisie zorgt voor ruimte en flexibiliteit bij het waarmaken van de ambities. Met de Omgevingsvisie denkt de provincie de juiste koers te hebben uitgezet om ook in 2050 een economisch concurrerende en leefbare provincie Noord-Holland te zijn en te blijven. Noord-Holland beschikt over een unieke en rijke variatie aan (open) landschappen, ruimtelijk structuren, aardkundige en archeologische waarden, cultuurhistorie en gebouwd (wereld)erfgoed. De provincie onderscheidt zich door haar openheid, de grote afwisseling en de contrasten in het landschap. Deze karakteristieken reflecteren de rijke ontstaansgeschiedenis en maken het aantrekkelijk voor mensen hier te wonen, voor bedrijven om zich hier te vestigen en voor recreanten en toeristen om hier te verblijven. Voor de leefomgevingskwaliteit is het essentieel deze waarden en karakteristieken van landschap en cultuurhistorie te benoemen, te behouden, waar nodig adequaat te herstellen en waar mogelijk te versterken en te ontwikkelen.
En het gaat er om ontwikkelingen en transities te benutten om een goede landschapskwaliteit in stand te houden en zo nodig te creëren. Het plangebied ligt in het erfgoed De Beemster. Het wijzigen van het gebruik – en de bestemming van de voormalige agrarische bedrijfswoning heeft geen negatieve gevolgen voor de leefomgevingskwaliteit. Het renoveren, bewonen en hergebruiken van de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen versterkt de landschappelijke waarden en de karakteristieke waarde van het landschap. 3.2.2 Omgevingsverordening NH2020 Provinciale Staten vinden het wenselijk om, vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet en ter uitvoering van de Omgevingsvisie NH2020, samenhangende, overzichtelijke en gebruiksvriendelijke regels te stellen over de fysieke leefomgeving. Bestemmingsplannen, wijzigings-en uitwerkingsplannen, beheersverordeningen en (tijdelijke) omgevingsvergunningen waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan dienen aan deze regels te voldoen. Het is aan gemeenten om hun ruimtelijke plannen in overeenstemming te brengen met de Omgevingsverordening NH2020. De Omgevingsverordening bevat regels, waaraan een ontwikkeling dient te voldoen. Een nieuwe ontwikkeling mag niet ten koste gaan van de ambities en ontwikkelprincipes van de toepasselijke provinciale structuren en moet rekening houden met de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van de omgeving.
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
14
Voor onderhavig bestemmingsplan is artikel 6.5 en artikel 6.9 van belang. Artikel 6.5 Voormalige agrarische bouwpercelen 1. Ter plaatse van het werkingsgebied Landelijk Gebied kan een ruimtelijk plan voorzien in de mogelijkheden dat de bestaande bebouwing op een voormalig agrarisch bouwperceel, inclusief de agrarische bedrijfswoning(en) en uitgezonderd kassen, wordt gebruikt voor kleinschalige vormen van bijzondere huisvesting, werken, recreatie, gebruiksgerichte paardenhouderij of zorgfuncties indien: - de bedrijfsactiviteiten van het agrarisch bedrijf volledig zijn beëindigd; - de nieuwe ontwikkelingen op het voormalige agrarisch perceel de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van omringende agrarische bedrijven en de woonfunctie van omringende woningen niet beperkt; - er geen buitenopslag plaatsvindt; - de nieuwe ontwikkeling geen verkeersaantrekkende werking en/of verkeersoverlast tot gevolg heeft; - benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd; - in geval van bijzondere huisvesting uitsluitend sprake is van afhankelijke woonruimten of woningen als onderdeel van zorgfuncties, en; - in geval van recreatiefuncties permanente bewoning wordt verboden 2. Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen over de aard en omvang van genoemde functies.
Artikel 6.5 ziet op functiewijzigingen op een voormalig agrarisch bouwperceel, dus na bedrijfsbeëindiging. Er wordt voorzien in een aantal specifieke functies die zich kunnen vestigen in de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing Artikel 6.9 MRA Landelijk gebied Het perceel Hobrederweg 19 ligt in het werkingsgebied MetropoolRegio Amsterdam (MRA) Landelijk Gebied. Dit artikel richt zich op het onder voorwaarden toestaan van woningbouw in het werkingsgebied MRA Landelijk gebied. Kleinschalige woningbouwontwikkeling op locaties waar nog geen bouwperceel is, is daarbij uitgesloten. Wel is bij beëindiging van agrarische bedrijven of bij beëindiging van stedelijke functies het mogelijk om kleinschalige woningbouw toe te staan in de vorm van maximaal 2 woningen als vervolgfunctie bij bijvoorbeeld voormalige agrarische bouwpercelen (VAB’s). De regeling geldt ook voor transformatie van stedelijke functies met bebouwing, zoals een bedrijf, een horecafunctie of een maatschappelijke functie, naar wonen.
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
15
Hierbij is van belang dat de bedrijfslocatie wordt opgeheven en hiervoor een woonbestemming wordt toegevoegd. De voortuin zal voldoen aan de normen dat deze aansluiten bij de erven en de structuur van het gebied. Voorts worden de bestaande bouwmogelijkheden sterk teruggebracht, wat de openheid van het landschap ten goede komt. Concluderend kan worden gesteld dat wordt voldaan aan de vereisten van artikel 6.5. Toetsing aan artikel 6.9: Zoals reeds aangegeven zijn de agrarische bedrijfsactiviteiten beëindigd. Onderhavig bestemmingsplan is gericht op het wijzigen van de bestemming en op het opheffen van het (agrarische) bouwblok. De agrarische bouwmogelijkheden binnen dit bouwblok worden ook ontnomen aan het perceel. Als compensatie worden de bedrijfswoning en de voormalige bedrijfsgebouwen omgezet naar een bestemming ‘Wonen’. Het betreft een particulier initiatief en is het niet relevant of er vraag is naar dergelijke ontwikkelingen. Onderhavig bestemmingsplan is gericht op een passende invulling van het voormalig agrarisch bedrijf. De transformatie van het voormalig agrarisch bedrijf naar een woonfunctie met daaraan ondergeschikt een aan-huis-gebonden-bedrijf in de vorm van kleinschalig (mini)kraanverhuurbedrijf. Het toekennen van een nieuwe functie aan het bouwperceel draagt bij aan de leefbaarheid van het platteland.
De ondergeschikte bedrijfsfunctie gaat niet ten koste van de kernkwaliteiten van de landschapstypen, aardkundige waarden en/of historische structuurlijnen van het gebied. Het toekennen van de bestemming ‘Wonen’ ten behoeve van de woonfunctie met als nevenactiviteit het kleinschalige (mini)kraanverhuurbedrijf heeft geen negatieve effecten op de openheid van het landschap en de objecten die cultuurhistorisch waardevol zijn. Het voorgenomen initiatief voldoet daarmee aan de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Artikel 6.49 Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Gemeenten dienen in hun ruimtelijke plannen regels op te nemen die ervoor zorgen dat de kernkwaliteiten van de werelderfgoederen in stand blijven of versterkt worden. Het plangebied ligt in De Beemster. De Beemster is aangewezen als werelderfgoed van uitzonderlijke universele waarde. Werelderfgoed Beemster kenmerkt zich door:
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
16
1. Het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, vroeg zeventiendeeeuwse (landschaps)architectonische geheel van de droogmakerij. De Beemster bestaat uit: • het vierkante gridpatroon van wegen en waterlopen en rechthoekige percelen; • de ringdijk en ringvaart (continuïteit en eenheid in vormgeving); • het centraal gelegen dorp (Middenbeemster) op een assenkruis van wegen; • bebouwing langs de wegen; • de relatief hooggelegen wegen met laanbeplanting; • de monumentale en typerende (stolp)boerderijen en restanten van buitens; • de oude negentiende-eeuwse gemalen en molengangen; • de structuur en het karakter van het (beschermde) dorpsgezicht van Middenbeemster. 2. Grote openheid; 3. Voor zover het werelderfgoed De Beemster samenvalt met het werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zijn de uitgewerkte universele waarden van het werelderfgoed De Stelling van Amsterdam tevens van toepassing op het werelderfgoed De Beemster. In artikel 6.49 wordt aangegeven dat bij een ruimtelijk plan de kernkwaliteiten van deze erfgoederen dienen te worden behouden of versterkt. Onderhavige ontwikkeling m.b.t. het omzetten van de agrarische bestemming naar een bestemming ‘Wonen’ met ondergeschikte bedrijfsactiviteit brengt geen aantasting van de openheid van De Beemster teweeg, sterker nog, de bebouwingsmogelijkheden zullen significant afnemen.
Ook heeft de ontwikkeling geen gevolgen voor zichtlijnen naar en contactmogelijkheden met het open landschap. Geconcludeerd kan dan ook worden dat de ontwikkeling geen afbreuk doet aan de aanwezige kernkwaliteiten en dat de universele waarden behouden blijven. 3.2.3 Leidraad Provincie In de leidraad van de Provincie is beleid ontwikkeld, waarbij de nadruk is gelegd op ontwikkeling volgens de kwaliteiten van de verschillende landschapstypen binnen de provincie. Voor de Beemster speelt vooral het zicht op het open landschap. De landschappen die nog open zijn, dienen zo open mogelijk te worden behouden. Het huidige agrarische bouwblok kan vrijwel helemaal worden bebouwd, in die zin dat ter plaatse geen sprake meer is van openheid op het perceel. In onderhavig bestemmingsplan waarbij het agrarisch bouwvlak wordt gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’, ‘Tuin’ en ‘Agrarisch’ (zonder bouwvlak) worden de bouwmogelijkheden sterk terug gebracht, wat de openheid van het landschap zal waarborgen. De bouwmogelijkheden binnen de bestemming ‘Wonen’ worden beperkt tot de bestaande bebouwde oppervlakte.
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
17
Conclusie Onderhavig bestemmingsplan raakt geen provinciale belangen wat betreft de ruimtelijke kwaliteit. Het plan past binnen het provinciaal beleid. Er zijn geen provinciale belangen in het geding. 3.3
Beleid Hoogheemraadschap
Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is beheerder van het water, de bermen, wegen en bomen langs de wegenstructuur. Het water wijzigt niet, evenals de wegenstructuur. Door het herzien van het bestemmingsplan wijzigt ook de ontsluiting op de weg niet. Via de Digitale watertoets heeft het Hoogheemraadschap aangegeven dat er geen waterbelang is. Waterparagraaf Het Rijk, de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten), het IPO (Interprovinciaal Overleg) en de Unie van Waterschappen hebben in februari 2001 de startovereenkomst Waterbeheer 21ste eeuw ondertekend. Deze startovereenkomst is in 2003 omgezet in het Nationaal Bestuursakkoord Water dat is geactualiseerd in juni 2008. Hiermee hebben deze partijen elkaar gecommitteerd om een watertoets toe te passen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De watertoets is een instrument om bij alle ruimtelijke plannen en besluiten waarin waterhuishoudkundige aspecten voorkomen te toetsen of in voldoende mate rekening wordt gehouden met die aspecten. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor de waterkwantiteit (ruimte voor water, berging, infiltratie, aan-en afvoer), aandacht voor effecten op de waterkwaliteit en aandacht voor de veiligheid (overstroming). De verharding neemt door onderhavig initiatief niet toe, ten opzichte van de verharding die reeds is toegestaan. Om deze reden is geen compensatie van waterberging nodig.
Watertoets Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is geïnformeerd over onderhavig bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’ via de Digitale watertoets (www.dewatertoets.nl). Hiermee is bepaald dat het plan geen invloed heeft op de waterhuishouding en/of de afvalwaterketen. Verder overleg met Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is niet nodig. Het hoogheemraadschap geeft een positief wateradvies. Voorts heeft het Hoogheemraadschap het volgende aangegeven. In het plangebied is geen gemeentelijke riolering aanwezig. Mocht er een nieuwe woning komen, dat iedere woning een aparte voorziening moet hebben voor het
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
18
afhandelen van het afvalwater. Voor deze lozing wordt een IBA I (= 6m³ septic tank) als minimale zuiveringstechniek beschouwd. Deze zuiveringstechniek voldoet aan het beleid van het hoogheemraadschap ten aanzien van nieuwe lozingen van huishoudelijk afvalwater op het oppervlaktewater in niet-kwetsbaar gebied. In een 6m³ septic tank wordt al het afvalwater (toiletwater én was-, spoel- en douchewater) behandeld voordat er op het oppervlaktewater wordt geloosd. De septic tank dient, zo vaak als voor de goede werking noodzakelijk is, te worden geleegd. De hierbij vrijkomende afvalstoffen mogen niet op het oppervlaktewater worden geloosd. Hemelwater en drainagewater dienen buiten de zuiveringstechnische voorzieningen om te worden geleid. Deze waterstromen kunnen rechtstreeks op de sloot (blijven) worden geloosd. Voor een lozing op het oppervlaktewater moet op grond van de Waterwet een vergunning worden aangevraagd of moet een melding worden gedaan. 3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Beemstermaat Structuurvisie van de gemeente Beemster' De structuurvisie Beemstermaat is een strategisch document over de ruimtelijke en functionele ontwikkeling in de gemeente Beemster. Deze visie vormt het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen en geeft aan waar welke functies wenselijk zijn en waar niet. Het is een richtinggevend document dat voor de gemeenteraad, overheidsinstanties, maatschappelijke organisaties, private partijen en burgers duidelijk maakt welk ruimtelijk beleid de gemeente Beemster nastreeft, ook voor de langere termijn. Tegelijkertijd met de structuurvisie, heeft het gemeentebestuur de Omgevingsnota vastgesteld, zodat de visie en kaders zijn gekoppeld. De omgevingsnota geeft sturing aan de gewenste ruimtelijke kwaliteit voor objecten zelf en deze objecten in haar omgeving. 3.4.2 Hoe de kwaliteit van De Beemster te bewaken? De essentie van de werkwijze van de gemeente is om, vanuit een goed begrip van de identiteit en principes van het ontwerp en de ontwikkeling van De Beemster, samen met belanghebbenden passende oplossingen uitte werken voor ruimtelijke opgaven. Hiertoe zijn een set van uitgangspunten, de Gouden Regels, ontwikkeld. 3.4.3 De Tien Gouden regels 1. De Beemster is werelderfgoed en daarom moeten alle nieuwe ontwikkelingen voldoen aan de criteria van ‘Des Beemsters’.
Dat houdt in dat elk ruimtelijk initiatief (bebouwing, water, wegen, landschap) opgevat moet worden als ontwerpopgave met de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten van De Beemster als uitgangspunt.
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
19
2. De Beemster is een werkpolder: binnen de historisch bepaalde hoofdstructuur moet (ruimtelijke en functionele) verandering mogelijk zijn. 3. De hiërarchie in de ruimtelijke structuur is van groot naar klein: van De Beemster als geheel naar het architectonisch detail. 4. De landschappelijke openheid is een belangrijke, maar kwetsbare kwaliteit van De Beemster. De droogmakerij bestaat visueel-landschappelijk uit een aantal ‘kamers’, begrensd door randen met bebouwing en opgaande beplanting: de dorpen, de beboomde wegen met agrarische erven en de ringdijk. Eventuele verdichting in het buitengebied vindt alleen plaats in dezelfde zones en langs dezelfde wegdelen waar nu bebouwing staat. De openheid van de kamers blijft zo gewaarborgd. H 5. Het hiërarchisch opgebouwde watersysteem, lopend vanaf de kavelsloten via het grid van de hoofdafwatering tot de Beemsterringvaart, is de blauwdruk voor de structuur. Dit watersysteem, zoals in kaart vastgelegd op de Kopergravure (1644), moet gerespecteerd worden, zowel het tracé als het dwarsprofiel. 6. De wegen vormen de functionele ontsluitingsstructuur van De Beemster en begrenzen de ‘landschappelijke kamers’ van de polder. De wegprofielen zijn van essentieel belang: de weg zelf, bermen en eventuele taluds, de doorgaande boomstructuur, flankerende sloten. Het erf is de ordenende bouwsteen van het buitengebied.
Erfinrichting en bebouwing zijn onlosmakelijk verbonden met De Beemster als geheel. 7. Bebouwingsstructuren worden vanuit het grotere geheel benaderd: vanuit het landschap naar de bebouwing. De randen van de dorpskernen zijn van groter belang dan de binnengebieden. 8. Middenbeemster is vanuit cultuurhistorisch oogpunt de belangrijkste bebouwde structuur en moet letterlijk als middelpunt van De Beemster herkenbaar blijven. 9. Forten en stolpen worden als gestolde cultuurhistorische artefacten in stand gehouden. 10.Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid is intensief waar het moet: namelijk op alles wat ‘Des Beemsters’ is en raakt aan deze Gouden Regels; en neutraal waar het kan: op alle overige aspecten. 3.4.4 Beemster Omgevingsnota De Omgevingsnota is op maat gemaakt voor het bijzondere karakter van de droogmakerij die werelderfgoed is en geeft drie schaalniveaus van bijzondere betekenis:
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
20
• • •
macro = De Beemster als geheel; meso = de structuur van De Beemster, van Beemsterkamer tot Beemsterkavel, met wegen en water en gebouwde structuren als kernen en reeksen bebouwing; micro = erfniveau (boerderijerf, tuinderserf, buitenplaatserf, ringdijkerf) en ‘binnengebieden’ in de kernen.
Deze schaalniveaus zijn onderling sterk op elkaar betrokken en lopen van groot naar klein. Daarom is het zaak bij de beoordeling van ruimtelijke ingrepen steeds vanuit het geheel (de hele Beemster) naar de details (een ingreep op een erf of in een kern) te kijken. De consequentie hiervan is dat in de beoordeling van ruimtelijke ingrepen het accent verschuift van het object als zodanig naar het object in zijn omgeving. Bovendien wordt in de Omgevingsnota onderscheid gemaakt tussen gebieden en objecten die een belangrijke rol spelen in het werelderfgoed-karakter van de polder, en gebieden en objecten die daarvoor van minder betekenis zijn. Regiekaart Zoals aangegeven worden er in de Omgevingsnota drie regieniveaus onderscheiden: • Beschermend:
• Bijzonder:
• Licht:
bij veranderingen en ontwikkelingen aan of nabij aangewezen monumenten of in het beschermde gezicht, is de regie gericht op het beschermen van die waarde. Nieuwe ontwikkelingen zijn mogelijk mits ze de te beschermen waarden ondersteunen. Bij beschermende regie is vaak –maar niet altijd -sprake van bescherming via de Monumentenwet. bij veranderingen en ontwikkelingen op plekken die primair ‘Des Beemsters ́ zijn, is de regie gericht op het accentueren van de bijzonderheid: de betekenis van de ingreep voor de omgeving en zelfs voor De Beemster als geheel. bij veranderingen of ontwikkelingen in de binnengebieden is de regie gericht op het voorkomen van ingrepen die ernstig afbreuk zouden doen aan de ruimtelijke kwaliteit. In deze woon-en werkgebieden is de vrijheid voor burgers en ondernemers groter.
Omdat de meerderheid van de inwoners van de gemeente in deze binnengebieden woont, betekent deze indeling voor de meerderheid van de bevolking meer vrijheid dan de huidige welstandsnota biedt. Onderhavige ontwikkeling ligt in lijn met de 10 gouden regels, en is passend binnen de structuurvisie en omgevingsnota.
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
21
3.5 Gezamenlijk beleid Provincie en Gemeente “Ruimtelijk beleidskader De Beemster & De Stelling van Amsterdam 3.5.1 De kernkwaliteiten van de Beemster De Beemster kenmerkt zich door lange lijnen (in gridvorm) waardoor ruimte is voor lange kavels en de kopergravure (zie 3.5.2) Deze gridvorm is ontstaan door de wijze van droogleggen van dit land. De kavels langs de Hobrederweg sluiten aan bij de Beemstermaat, waarvoor het Ruimtelijke kwaliteitskader Beemster Erven is vastgesteld. Deze erven vormen visueel een eenheid met de structuur van de weg zelf. Het is van groot belang om deze eenheid niet te doorbreken. Met onderhavig bestemmingsplan wordt deze eenheid niet doorbroken. 3.5.2 Kopergravure De cultuurhistorische oorsprong, de structuurwaarden van de Kopergravure, is nog grotendeels bewaard en gaaf gebleven. Deze kopergravure wordt door de gemeente als uitgangspunt gehanteerd voor de bescherming en ontwikkeling van De Beemster. 3.5.3 Beleidsuitgangspunten Voor De Beemster zijn beleidsplannen ontwikkeld die als uitgangspunt dienen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied. Bij de beleidsuitgangspunten voor de Beemster is de Beemster grid van groot belang, zoals reeds genoemd bij de Kopergravure en de Beemster erven, die ook al zijn genoemd. Dit zijn de erven die een eenheid zijn gaan vormen met de lange gerekte beplante wegen.
Voor de ruimtelijke kwaliteit is de Beemstermaat van groot belang. Samen met onderhavig beleidsstuk dient per ontwikkeling, groot of klein, te worden onderbouwd wat de invloed hiervan is op de polder en hoe hiermee is omgegaan. Van belang is, dat sprake is van een reeds bestaande bouwmassa, waarvan het gebruik wijzigt van agrarisch bedrijf naar een woonfunctie. Door de wijze van bestemmen, waarbij de bestaande openheid van het perceel wordt gewaarborgd, is het plan passen binnen De Beemster.
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
22
4.
OMGEVINGSASPECTEN
De laatste jaren is in toenemende mate het besef gegroeid dat ruimtelijke ordening en milieu twee beleidsvelden zijn die met elkaar te maken hebben, rekening met elkaar moeten houden en elkaar kunnen versterken. Het gemeenschappelijke doel dat aan beide beleidsvelden ten grondslag ligt, is het creëren van een goede kwaliteit van het leefmilieu (de omgevingskwaliteit). Om dit te bereiken geldt voor bestemmingsplannen dat toetsing plaats dient te vinden aan specifieke ruimtelijke milieunormen, zoals afstandsnormen en normen ten aanzien van geluid, bodem en luchtkwaliteit. Voor de initiatieven die meegenomen zijn in het ontwerp zijn de gebiedsaspecten onderzocht, voor zover relevant. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevings- en milieuaspecten. 4.1
Bedrijven en milieuzonering
Algemeen Vanuit milieuoogpunt kan een bepaalde afstand tussen een milieubelastende activiteit en een milieugevoelig object noodzakelijk zijn. Deze afstand dient dan bijvoorbeeld om ter plaatse van een kwetsbaar object, zoals woningen, een aanvaardbaar geur-, geluid- of veiligheidsniveau te realiseren. Deze afstand wordt een milieuzonering genoemd. Een milieuzonering vormt het indirecte ruimtegebruik van een milieubelastende activiteit. In de uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging Nederlandse Gemeenten zijn richtafstanden opgenomen, waarmee rekening moet worden gehouden ten opzichte van gevoelige functies. Regelgeving In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de ruimtelijk-functionele afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en hindergevoelige functies (waaronder woningen) noodzakelijk. Door middel van de milieuwet- en regelgeving wordt (milieu)hinder in woongebieden zo veel mogelijk voorkomen. Bedrijven en instellingen zijn verplicht te voldoen aan de eisen van een AMvB, dan wel een milieuvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrijf, waarbij rekening gehouden dient te worden met de omliggende woonbebouwing. Er dient te worden aangetoond dat het plan buiten de invloedssfeer van bedrijvigheid in de nabije omgeving valt. Tevens dient te worden aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor de nabijgelegen functies.
Uit de publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wordt de richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten gehanteerd, zowel voor bedrijven als maatschappelijke instellingen als scholen en sportvoorzieningen. Per bedrijfstype zijn voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar de minimale afstanden aangegeven die in de meeste
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
23
gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en woningen om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. De grootste afstand is bepalend. De genoemde maten zijn richtinggevend, maar met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken.
Onderhavig initiatief wijzigt de afstand tussen de voormalige agrarische bedrijfswoning op het perceel Hobrederweg 19 en het bestaande bedrijfsgebouw op het naastgelegen perceel. Daarnaast wordt het gebruik van het perceel gewijzigd. Op het naastgelegen perceel Hobrederweg 18 is een paardenhouderij gevestigd. Het perceel heeft de bestemming ‘Agrarisch – Paardenhouderij’. Ingevolge de VNG-brochure geldt bij een paardenhouderij een richtafstand van 50m in rustig buitengebied. In de bestaande situatie bedraagt de afstand tussen de stolp op het perceel Hobrederweg 19 en het bouwvlak op het perceel Hobrederweg 18, 25 meter. De afstand tussen het dichtstbij staande bedrijfsgebouw waar paarden worden gehuisvest bedraagt 38 meter. Hieruit blijkt dat niet aan de minimale afstand tussen een dierenverblijf en een geurgevoelig object van 50 meter kan worden voldaan.
Fig. 6: afstanden ten opzichte van de stolp op het perceel Hobrederweg 19 (bron: google maps)
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
24
Woon- en leefklimaat Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij en de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering, moet de afstand tussen een dierenverblijf en een woning van derden in het buitengebied 50m bedragen. Dit geldt zowel voor een agrarische bedrijfswoning als voor een burgerwoning. Op het perceel Hobrederweg 19 was tot 2012 een agrarisch bedrijf, een melkrundveebedrijf gevestigd. Op het naastgelegen perceel Hobrederweg 18 is een manege gevestigd. Uit het principebesluit van het college van de voormalige gemeente Beemster d.d. 31 maart 2017, kenmerk 1348517, blijkt dat er geen problemen werden voorzien om de bestemming ‘Agrarisch’ die van toepassing was voor het perceel Hobrederweg 19 te wijzigen naar de bestemming ‘Wonen’. Uit de toets aan het Activiteitenbesluit, die de voormalige gemeente heeft uitgevoerd ten behoeve van de beoordeling van het principeverzoek is naar voren gekomen dat alle feitelijke afstanden korter zijn dan de richtafstand van 50m. Zo staat de gevel aan de westzijde van de boerderij op het perceel Hobrederweg 19 op een afstand van ongeveer 23m van het bouwvlak van het perceel Hobrederweg 18. Deze gevel staat 34 m van het dichtstbijzijnde bedrijfsgebouw en 38m van het grootste bedrijfsgebouw op Hobrederweg 18. In het principebesluit staat aangegeven dat genoemde gebouwen geen dierenverblijven zijn.
De richtafstand van 50m die in de VNG-brochure wordt genoemd heeft betrekking op de afstand tussen een dierenverblijf en een geurgevoelig object. Hiervan mag gemotiveerd van worden afgeweken. Het principebesluit vermeldt ook dat de dierenverblijven op Hobrederweg 18 zich op meer dan 50m bevinden. Gelet hierop is, gelijk aan de situatie toen het nog een agrarische bedrijfswoning in gebruik was, particuliere bewoning van Hobrederweg 19 te verantwoorden. De feitelijke situering van de bebouwing is niet gewijzigd, echter het gebruik van een van de bedrijfsgebouwen op Hobrederweg 18 is sinds het gebruik van het perceel Hobrederweg 19 als burgerwoning wel gewijzigd. Een van de bedrijfsgebouwen is ingericht als dierenverblijf binnen de richtafstand van 50m. Hoewel het inrichten als dierenverblijf binnen de richtafstand geen significante negatieve gevolgen voor het woon- en leefklimaat op Hobrederweg 19 is met het realiseren van de dierenverblijven niet conform het Activiteitenbesluit gehandeld. Door het accepteren van de melding op grond van het Activiteitenbesluit en door daaraan geen voorwaarden op te nemen dat binnen de afstand van 50m van de woning op Hobrederweg 19 geen dierenverblijf mocht worden opgericht is de huidige situatie ontstaan. Dit is daarmee een feit. De bewoners van Hobrederweg
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
25
19 ervaren overigens geen enkele hinder van de aanwezigheid en zijn zeer content met het huidige woon – en leefklimaat. Door gebruik te maken van het Stand stil principe zoals opgenomen in artikel 4, lid 3 van de Wet geurhinder en veehouderij kan de bestemming van het perceel Hobrederweg 19 gewijzigd naar ‘Wonen’. Artikel 4, lid 3 Wvg luidt als volgt: 1. De afstand tussen een veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, en een geurgevoelig object bedraagt: a. ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en b. ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. 2. In afwijking van het eerste lid wordt de afstand of de geuremissiefactor voor pelsdieren vastgesteld bij ministeriële regeling. 3. Indien de afstand, bedoeld in het eerste of tweede lid, kleiner is dan aangegeven in dat lid, wordt een omgevingsvergunning, in afwijking van die leden, niet geweigerd indien de afstand tussen de veehouderij en het geurgevoelig object dat binnen de in het eerste of tweede lid bedoelde afstand is gelegen, niet afneemt en het aantal dieren van één of meer diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld niet toeneemt.
Nu de dierenverblijven zijn gerealiseerd en de voormalige agrarische bedrijfswoning sinds 2012 als reguliere woning wordt gebruikt, er totaal geen overlast wordt ervaren staat dit een wijziging van de bestemming van het perceel Hobrederweg 19 niet in de weg. Omgekeerd heeft de aanwezigheid van een geurgevoelig object, de voormalige bedrijfswoning op Hobrederweg 19, binnen de geurcontour van 50m niet in de weg gestaan om de dierenverblijven te realiseren. Zowel milieutechnisch als op basis van een goed woon- en leefklimaat voor Hobrederweg 19 is er sprake van een feitelijke situatie die als goed wordt ervaren en ook geen beperkingen oplevert voor beide percelen. Op grond van dit vast gegeven kan gezegd worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Conclusie Het bestemmingsplan is voor wat betreft het aspect bedrijfshinder uitvoerbaar.
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
26
4.2
Geluid (wegverkeerslawaai)
Wettelijk kader In de Wet geluidhinder zijn geluidsnormen opgenomen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Wanneer er een nieuwe geluidsgevoelige bestemming wordt gerealiseerd op een locatie waar momenteel geen geluidsgevoelige functie aanwezig is en deze locatie binnen de geluidszones van industrie, rail- of wegverkeer valt met een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. De Wet geluidhinder beschouwt een woning als een geluidsgevoelig gebouw. De 'geluidbelasting' op gevels van woningen en andere geluidsgevoelige objecten mag niet hoger zijn dan een in de wet bepaalde norm. Daarom dient er een toetsing plaats te vinden aan de eisen uit de Wet geluidhinder. Een akoestisch onderzoek is op grond van de Wet geluidhinder noodzakelijk wanneer een geluidgevoelig gebouw gelegen is binnen een door deze wet aangewezen geluidzone. Een uitzondering geldt voor: • •
wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; wegen waarvoor een maximum snelheid geldt van 30 km/uur.
Wel dient er sprake te zijn van een 'goede ruimtelijke ordening' om een goed woon- en leefklimaat te garanderen. Toetsing Er is sprake van het transformeren van een voormalige agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning. Ingevolge het gestelde in artikel 76 e.v. van de Wet geluidhinder is ook geen onderzoek vereist voor bestaande situaties, waarbij ofwel de woning dan wel de weg als bestaand kan worden beschouwd. Ook om deze reden is geen akoestisch onderzoek nodig. De Wet geluidhinder maakt geen onderscheid tussen een bedrijfswoning of een burgerwoning. Voor de Wet geluidhinder is sprake van een bestaande woning. Daarnaast is de Hobrederweg een gebiedsontsluitingsweg met relatief weinig verkeersbewegingen. Overigens is desondanks wel een akoestisch onderzoek uitgevoerd waarbij is uitgegaan van een locatie van een nieuwe woning die 10m dichter bij de Hobrederweg lag. Uit deze berekening is gebleken dat in die nieuwe situatie de geluidsbelasting minder was dan de voorkeurswaarde van 48dB. Conclusie Geluidhinder ten gevolge van wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen.
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
27
4.3
Ecologie en mer-beoordeling
Op grond van de mer-wetgeving moet worden beoordeeld of sprake is van een plicht tot een vormvrije mer-beoordeling. Hiervan is sprake als het project valt onder de C of D van de lijst uit het Besluit Mer. De genoemde projecten uit deze lijsten zijn grootschalige woningbouwprojecten. Onderhavig bestemmingsplan is gericht op het wijzigen van het gebruik van een bestaand voormalig agrarisch perceel en geeft geen aanleiding voor het opstellen van een vormvrije merbeoordeling. Algemeen Natuur en groen wordt over het algemeen positief gewaardeerd. Zowel in als buiten de bebouwde kom vertoeven veel mensen in hun vrije tijd graag in de bossen en parken. De aanwezigheid van voldoende groen op een bereikbare afstand bepaalt voor een belangrijk deel de leefbaarheid van een woongebied. Ook de aanwezigheid van dieren, bijvoorbeeld vogels, in bebouwd gebied wordt over het algemeen als positief ervaren. De aanwezigheid van voedsel-, nest- en rustgebied is voor deze dieren van essentieel belang. Regelgeving In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen dient getoetst te worden aan beschermde natuurwaarden. De effecten op natuurwaarden dienen te worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van soortenbescherming en gebiedsbescherming. De wettelijke grondslag hiervan ligt per 1 januari 2017 in de Wet natuurbescherming (Wnb).
Bij soortenbescherming van planten en dieren moet aandacht worden besteed aan de in het wild voorkomende vogels onder de vogelrichtlijn en de dier- en plantensoorten onder de habitatrichtlijn. Dier- en plantensoorten die in de bijlage van de wet genoemd worden vallen ook onder de beschermde soorten, op deze lijst mogen provincies een 'lijst met vrijstellingen' opstellen (Wnb art. 3.11). Gebiedsbescherming houdt in dat gebieden met belangrijke natuurwaarden wettelijk zijn beschermd. Het gaat hierbij om het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS), Natura 2000-gebieden, natuurreservaten en andere in bestemmingsplannen aangeduide natuurgebieden. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in, of in de directe omgeving van een Natura 2000-gebied en valt niet binnen het NNN (voorheen EHS). Negatieve effecten van de voorgenomen planontwikkeling op deze gebieden zijn uitgesloten. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op een afstand van ruim 3km. Een nadere
Bestemmingsplan ‘Hobrederweg 19, Middenbeemster 2022’
28
toetsing in het kader van het onderdeel gebiedsbescherming van de Wet natuurbescherming of NNN is niet aan de orde. Soortbescherming Geconcludeerd wordt dat op grond van de ligging, de afwezigheid van kritische biotopen en het ontbreken van watergangen of –partijen in of het plangebied de aanwezigheid van de volgende soortgroepen op voorhand kan worden uitgesloten: amfibieën, reptielen, insecten (dagvlinders, libellen en kevers) en andere ongewervelden, vissen en zoogdieren anders dan vleermuizen. Onderhavig bestemmingsplan is gericht op het wijzigen van het gebruik van het bestaande voormalige agrarisch perceel naar een woonfunctie. De bestaande bedrijfswoning is bouwkundig gezien in zeer slechte staat en wordt gerenoveerd. Bij de renovatie van de stolpboerderij zal rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Daarnaast wordt bij de werkzaamheden gekeken of beschermde dieren en/of vogels aanwezig zijn. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen. 4.4