CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

B-rapport-groenbeleid-rekenkamer-purmerend

Gemeenteraad 30 maart 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Aanbevelingen rekenkamer - onderzoek groenbeleid14.090 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2022 Rekenkamer Purmerend

Onderzoek Groenbeleid

2

Colofon Rekenkamer Purmerend Leden Barbara IJsselmuiden Rob Duijker Jack Koster Daniël Tor

Bezoekadres Rekenkamer Purmerend Purmersteenweg 42 1441 DM Purmerend

Postadres Gemeente Purmerend t.a.v. griffie o.v.v. rekenkamer Purmerend Postbus 15 1440 AA Purmerend

Datum December 2022

Secretaris / onderzoeker Niek Wijmenga rekenkamer@purmerend.nl

3

Observaties De meeste doelen van het groenbeleid zijn bereikt In het door de raad vastgestelde groenbeleid zijn negen doelen vastgelegd. Bij de meeste van deze doelen kan worden geconcludeerd dat deze ook zijn behaald. In de afgelopen jaren is de tevredenheid van bewoners en de beeldkwaliteit van het groen aantoonbaar verbeterd. Bij de doelstelling om de regie te versterken en de doelstelling om het belang van “frame en franje” (term uit het groenbeleid) te verduidelijken is het voor de rekenkamer lastig gebleken om te beoordelen of deze doelstellingen zijn gerealiseerd. Wel kan geconcludeerd worden dat bij die doelen ook inspanning is geleverd om deze te bereiken.

Biodiversiteit krijgt meer aandacht Er zijn in de afgelopen jaren succesvolle projecten gerealiseerd voor de versterking van de biodiversiteit. Een aandachtspunt was dat er naast deze “losse” projecten meer aandacht zou kunnen zijn voor het structureel inbrengen van biodiversiteit in de groenstructuur. Door meer natuurvriendelijk maaibeleid en het gericht inzaaien van bermen met inheemse, bloemrijke zadenmengsels zijn hier in de afgelopen jaren stappen vooruit gezet.

Krappe arbeidsmarkt is een risico voor uitvoering groenbeleid Voor de komende jaren is het een uitdaging om voldoende mensen met vakkennis te werven voor de uitvoering van het groenbeleid. Er is veel groen dat aan vervanging toe is. Eén van de geleerde lessen van de afgelopen jaren is het belang van continuïteit van onderhoud, zodat er geen achterstanden opgelopen worden. Ook is het belang van goede vakkennis in de uitvoering cruciaal om dit onderhoud goed te kunnen blijven uitvoeren.

Verdichtende stad maakt uitvoering groenbeleid complex De concurrentie om de ruimte neemt doe. Groenbeleid lijkt in het verleden vaak de sluitpost te zijn geweest van de inrichting van de openbare ruimte. Ook wanneer vooraf zorgvuldig wordt nagedacht over de consequenties op de langere termijn voor leefbaarheid, biodiversiteit en kosten, is het niet altijd mogelijk aan alle wensen tegemoet te komen. De consequentie van de keuze voor een meer verdichte stad staat op gespannen voet met het behalen van de doelen van het groenbeleid binnen het beschikbare budget, omdat technische oplossingen voor groen in een hoogstedelijke omgeving relatief duur zijn. Daktuinen en de plaatsing van bomen in een verdichte ondergrond zijn technisch mogelijk, maar vereisen hogere investeringen dan op plekken waar meer ruimte is.

Economische recessie is een risico voor uitvoering groenbeleid Een belangrijke les die in de afgelopen jaren is geleerd is dat continuïteit van budgetten erg belangrijk is voor succesvol groenbeleid. De realiteit is dat groenbudgetten in tijden van bezuinigingen vaak sterk omlaaggaan, omdat dit één van de posten is die geen wettelijke taakstelling hebben. Wanneer er weer meer geld is, gaan de uitgaven vaak weer snel omhoog, omdat groenbeleid belangrijk wordt gevonden voor de leefbaarheid. De slechte economische vooruitzichten die mede het gevolg zijn van de energiecrisis, vergroten de kans op toekomstige bezuinigingen. In dat geval zal ook de gemeentebegroting in Purmerend onder druk kunnen komen te staan. Dit is een risico voor degelijk meerjarig groenbeleid, omdat achterstanden in groenbeleid heel moeilijk zijn in te lopen.

4

Aanbevelingen 1. Maak doelen voor versterking ecologie en biodiversiteit scherper Er is veel aandacht in het beleid voor versterking van ecologie en biodiversiteit. Ook zijn hier de afgelopen jaren mooie resultaten in behaald. Door de grote concurrentie om de ruimte is het belangrijk om heel duidelijk te hebben wat je op welke plek precies wilt bereiken qua versterking van ecologie en biodiversiteit. Wanneer ruimteclaims niet goed onderbouwd zijn, is de kans groter dat groen de concurrentie verliest ten opzichte van andere ruimteclaims die ook een maatschappelijk of politiek belang hebben. Het kan dan meerwaarde hebben om de doelen voor biodiversiteit en ecologie scherp te hebben, zodat de discussie hierover beter gevoerd kan worden. In dit onderzoek is duidelijk geworden dat door het ambtelijk apparaat al wel gewerkt wordt aan uitwerking van de beleidsdoelen voor versterking van de biodiversiteit.

2. Organiseer “het goede gesprek” tussen interne en externe groenspecialisten Bij de inrichting van de openbare ruimte en keuzes voor nieuwe groenprojecten zijn veel verschillende deskundigen betrokken, zowel binnen de gemeentelijke organisatie als daarbuiten. Door meerdere deskundigen is aangegeven dat er kansen zijn om de kwaliteit van de uitvoering van het groenbeleid te verhogen wanneer “het goede gesprek” op een meer gestructureerde manier georganiseerd zou worden. Een regelmatig terugkerend overleg waar lokale groenondernemers in gesprek kunnen met groenspecialisten van de gemeente zou hierbij kunnen helpen. Hierbij zal – i.v.m. de aanbestedingswetgeving – voor een vorm gekozen moeten worden die open toegankelijk is voor alle geïnteresseerde deelnemers.

3. Maak een “worst-case” scenario voor bezuinigingen Bij economische recessie is de kans groot dat de Rijksbijdrage naar gemeenten omlaag gaat en ook Purmerend gedwongen zal zijn om te bezuinigen, om de meerjarenbegroting robuust te houden. Omdat groenbeleid geen wettelijke taakstelling heeft, is de kans mogelijk groter dat hierop bezuinigingen plaats vinden. Het is complex om dit op een doeltreffende manier te doen, omdat achterstanden in groenonderhoud lastig in te lopen zijn. Omdat het risico op economische recessie nu aanwezig is, lijkt het de rekenkamer verstandig om nu na te denken over de manier waarop met minder budget het groenbeleid zo doeltreffend mogelijk zou kunnen worden uitgevoerd.

4. Ga door met succesvolle groencampagnes Purmerend heeft verschillende succesvolle campagnes gevoerd om inwoners bewust te maken van wat zij zelf kunnen doen aan versterking van de biodiversiteit. Project Steenbreek, geveltuinen en de inzet van vrijwilligers bij groenprojecten zijn een aantal voorbeelden hiervan. De potentie van het gebruik van particuliere tuinen bij verhoging van de kwaliteit van het groen is nog steeds heel groot. Het verdient daarom aanbeveling om door te gaan met nieuwe acties om mensen te stimuleren en te informeren hoe zij zelf een bijdrage kunnen leveren aan de verhoging van de kwaliteit van het Purmerendse groen.

5

Ruimtelijk Domein

Rekenkamer Purmerend t.a.v. leden van de Rekenkamer Purmersteenweg 42 1441 DM Purmerend

Uw brief van

Uw kenmerk

Ons kenmerk

Datum

--

--

1580015

3 februari 2023

Onderwerp

Bestuurlijke reactie op rapportage ‘Onderzoek Groenbeleid’

Geachte leden van de Rekenkamer,

Hartelijk dank voor het toesturen van de rapportage ‘Onderzoek Groenbeleid’. De Rekenkamer heeft uitgebreid en gedegen onderzoek uitgevoerd naar de doelmatigheid van het in 2014 vastgestelde groenbeleid. Naast bureauonderzoek heeft u gesproken met externe partijen, eigen buitenobservaties gedaan en diverse interne medewerkers gesproken die betrokken zijn bij het beleid en de uitvoering daarvan. Dit omvangrijke onderzoeksproces heeft geleid tot een onderzoeksrapport met heldere observaties en aanbevelingen. Wij willen u hartelijk danken voor het resultaat en de inspanningen om tot dit resultaat te komen. In deze brief vindt u de bestuurlijke reactie van het college op uw rapport. Het college reflecteert op de waargenomen observaties en neemt de gedane aanbevelingen over. Observaties De meeste doelen van het groenbeleidsplan zijn gehaald In 2014 heeft de gemeenteraad het huidige groenbeleidsplan – ‘Groenkoers’ – vastgesteld. Destijds stond de kwaliteit van het openbaar groen in Purmerend onder grote druk, onder meer door onvoldoende middelen en gedateerde groenontwerpprincipes. In de Groenkoers zijn negen doelstellingen geformuleerd om het tij te keren.

Deze doelstellingen hebben betrekking op het verbeteren van de kwaliteit van het openbaar groen, het verhogen van de betrokkenheid van inwoners bij hun leefomgeving, het borgen van de omvang en kwaliteit van groenstructuren en het uitdragen van het brede belang van groen. Uit uw rapportage blijkt dat nagenoeg alle doelstellingen uit het groenbeleidsplan zijn gehaald. Het college deelt uw observatie en is verheugd met de bereikte resultaten. Sinds 2018 is de aandacht voor groen nog verder toegenomen. De ambitie voor het beeldkwaliteitsniveau is verhoogd evenals de budgetten voor het dagelijks onderhoud en vervanging van beplanting en bomen. Ook is er beleidsmatig meer aandacht voor groen in relatie tot woningbouw en mobiliteit, bijvoorbeeld

Bezoekadres

Postadres

Telefoon & e-mail

Purmersteenweg 42 1441 DM Purmerend

Postbus 15 1440 AA Purmerend

(0299) 452 452 info@purmerend.nl

purmerend.nl

door het handboek ‘Natuurinclusief Bouwen Purmerend’ en de ‘Visie Leefbare Stad’. Daarnaast schetst het ‘Bomenplan 2020-2040’ de lange termijn visie hoe Purmerend met bomen omgaat. Tot slot is het ‘Parkenplan 2021-2040’ het richtinggevende document voor de ontwikkeling van de Purmerendse parken, als belangrijke groene parels van de gemeente. Biodiversiteit krijgt meer aandacht Er is toenemende aandacht voor het belang van biodiversiteit en ecologie, zowel binnen de organisatie als buiten bij aanleg en beheer van de openbare ruimte. Ecologische uitgangspunten en adviezen zijn steeds beter opgenomen in de werkvoorbereiding en uitvoering. De personeelsformatie voor ecologie is dan ook de laatste jaren toegenomen. De aanleg van natuurvriendelijke oevers, de aangelegde natuurzone ter compensatie van de realisatie van industrieterrein Baanstee-Noord, aanpassingen in het maaibeheer en de aanleg van geveltuintjes zijn enkele zichtbare voorbeelden in de buitenruimte. Krappe arbeidsmarkt is een risico voor uitvoering groenbeleid De arbeidsmarkt staat sinds enige tijd onder druk. In nagenoeg alle sectoren is sprake van arbeidskrapte door personeelstekorten. Dit geldt ook voor de groensector. Werken in het groen is fysiek belastend werk en vraagt om specialistische (groen)kennis.

De laatste jaren is de gemeente succesvol gebleken in het werven van nieuw personeel om te komen werken in het groen. Het resultaat hiervan is dat de continuïteit is gewaarborgd en de gemeente zelf het dagelijks groenonderhoud in vier wijken kan verzorgen. In de andere wijken verzorgen externe aannemers het dagelijks groenonderhoud. Het maaiwerk is gemeentebreed uitbesteed. Daarnaast voert ook Werkom diverse werkzaamheden uit in het groen. Al deze inzet is nodig om de kwaliteit van het groen te borgen en daarmee potentiële achterstanden te voorkomen. Het is daarom cruciaal om blijvend te investeren in goed gemotiveerd en gekwalificeerd personeel en alle bijkomende inzet van externe partijen om het groen op het afgesproken kwaliteitsniveau te kunnen en te blijven onderhouden. Verdichtende stad maakt uitvoering groenbeleid complex Het college herkent de steeds toenemende strijd om ruimte. De ruimte in absolute zin neemt niet toe maar de belangen daarin des te meer. Dit leidt soms tot lastige dilemma’s die alleen te doorbreken zijn door duidelijke keuzes en/of met technische innovaties. Met de vaststelling van de Groenkoers is het brede belang van groen meer onder de aandacht gekomen. Groen is meer dan alleen aankleding van de openbare ruimte. Groen zorgt voor leefbare wijken voor mens en dier en is daarmee net zo belangrijk voor inwoners als woningbouw en mobiliteit.

Dit inzicht is relatief nieuw maar wint – letterlijk en figuurlijk – steeds meer terrein. Niet alleen in de buitenruimte maar ook politiek-bestuurlijk gezien, getuige de eerder genoemde opgestelde beleidsdocumenten evenals in financieel opzicht, met het zeer recent vaststellen van het ‘Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2026 (IBOR)’. Economische recessie is een risico voor uitvoering groenbeleid Zorg voor stedelijk openbaar groen is een zeer intensieve taak waarbij het uitvoeren van structurele, steeds terugkerende, werkzaamheden van absoluut belang is. Daarnaast zijn de steeds vaker veranderende weersomstandigheden van grote invloed op de ontwikkeling van het groen. Verlaging van de intensiteit van structurele werkzaamheden leidt onherroepelijk tot grote achterstanden. Deze achterstanden zijn vaak alleen nog op te lossen met grootschalige en kostbare groenrenovaties. Het college onderschrijft daarom het belang van deze observatie en het blijven volgen van de in 2014 ingezette koers, ook wanneer de gemeentelijke begroting door macro-economische omstandigheden onder druk komt te staan.

Aanbevelingen 1. Maak doelen voor versterking ecologie en biodiversiteit scherper Het nastreven van biodiversiteitsdoelen staat soms op gespannen voet met de ambitie voor het minimaliseren van het aantal meldingen over groen. De natuurlijke ontwikkeling die nodig is om biodiversiteit en ecologie te bevorderen vraagt soms om minder ingrijpen. De natuurlijke uitstraling die daarbij ontstaat past niet altijd in het beeld dat onze inwoners hebben van stedelijk openbaar groen. Op plekken is daarom het maaibeheer aangepast om zowel de biodiversiteit en ecologie te versterken, maar ook aandacht te hebben voor de beleving van groen en de ondersteunende functie van groen bij o.a. verkeer, spelen en hondenbeleid. Om doelen voor de versterking van ecologie en biodiversiteit scherper te maken werkt de gemeente aan een visie op ecologie. Deze visie beschrijft onder meer trekroutes van zoogdieren en amfibieën, binnen de gemeente en de direct omliggende omgeving buiten de gemeente. De visie vormt een belangrijk ruimtelijke afwegingskader en draagt bij aan de verdere ontwikkeling van een robuuste ecologische structuur. De visie geeft tevens de inhoudelijke onderbouwing waarom en op welke plekken biodiversiteit en ecologie prioriteit hebben en geeft daarmee uitleg over het daarbij behorend groenbeeld. 2.

Organiseer “het goede gesprek” tussen interne en externe groenspecialisten Er zijn veel partijen betrokken bij het beheer en onderhoud van het groen. Dit vereist een goede samenwerking tussen interne vakafdelingen en externe aannemers. Intern vinden er diverse structurele overlegmomenten plaats. Met externe aannemers vinden er eveneens structurele overleggen plaats. In zogeheten ‘bouwvergaderingen’ spreken groenspecialisten van de gemeente met externe groenspecialisten over de voortgang van de werkzaamheden die aannemers namens de gemeente uitvoeren. Hierin komen ook adviezen en knelpunten ter sprake die externe aannemers en de gemeente zelf signaleren. Deze adviezen en knelpunten worden vervolgens intern besproken en de uitkomsten daarvan weer teruggekoppeld aan de externe aannemers. Ondanks de huidige werkwijze blijkt uit uw onderzoek dat externe groenspecialisten aanvullende behoeften hebben om “het goede gesprek” te blijven aangaan met medewerkers van de gemeente. Dat externe groenspecialisten aangeven deze aanvullende behoeften te hebben geeft blijk van de mate van betrokkenheid die zij hebben bij het Purmerends groen. Het college vindt dit een wenselijke en zeer positieve ontwikkeling en biedt graag ruimte om dit gesprek te voeren. 3.

Maak een “worst-case” scenario voor bezuinigingen Het college onderschrijft het belang van de continuïteit voor het uitvoeren van alle groenwerkzaamheden. Niet alleen vanwege het brede belang van groen maar ook vanwege de consequenties en kapitaalvernietiging die een lager onderhoudsfrequentie tot gevolg heeft. Hoewel een lagere intensiteit dus niet wenselijk is, neemt het college de aanbeveling voor het opstellen van “worst-case” scenario’s voor bezuinigingen wel over. In tijden van economische recessie moet de gemeenteraad namelijk de vrijheid hebben om over de volledige gemeentebegroting het gesprek over bezuinigingen aan te kunnen gaan. Om daarin een goede afweging te kunnen maken is het belangrijk dat het college hierop voorbereid is en de gemeenteraad van goed en degelijk advies kan voorzien over de gevolgen van eventuele bezuinigingen op groen. 4. Ga door met succesvolle groencampagnes De gemeente investeert al lange tijd in de betrokkenheid van inwoners bij het groen. In 2017 concludeerde een onafhankelijke vakjury van de nationale groencompetitie Entente Florale dat bewonersparticipatie één van de sterkste punten is van het Purmerends groenbeleid. Het college is verheugd om te lezen dat ook de Rekenkamer het succes van de diverse groencampagnes onderschrijft. De diverse groencampagnes

leiden niet alleen tot meer betrokken inwoners in relatie met het groen maar ook tot meer betrokkenheid tussen onze inwoners onderling. Naast voortzetting van de huidige groencampagnes blijft de gemeente daarom zoeken naar nieuwe initiatieven om zo de bewustwording van het brede belang van groen verder te vergroten. Wij danken u nogmaals voor het onderzoeksrapport, de geleverde inspanningen om dit rapport op te stellen en de heldere observaties en duidelijke aanbevelingen die u heeft geformuleerd. Wij gaan met de gedane aanbevelingen aan de slag!

Met vriendelijke groet,

Burgemeester en wethouders van Purmerend

E. van Selm burgemeester

A. Heiner gemeentesecretaris

Inhoud H1 Onderzoeksopzet

8

1.1

Inleiding

8

1.2

Onderzoeksvraag en afbakening

8

1.3

Aanpak

9

1.4

Samenstelling rapport

9

H2 Plannen & doelen

11

2.1

Gemeentelijk beleid

11

2.2

Beleid vanuit EU, Rijk, Provincie en Waterschap

13

H3 Uitvoering & kosten

16

3.1

Doelen groenbeleid

16

3.2

Kosten

29

H4 Risico’s & kansen

31

4.1

Voorbereiding alternatieven bij bezuinigingen

31

4.2

Biodiversiteit en groen

31

4.3

Groen in een verdichtende stad

33

4.4

Sociale kant groenbeheer

34

4.5

Doelmatigheid en doeltreffendheid

34

H5 Conclusies

37

Bijlage A: memo analyse beeldkwaliteit openbaar groen

41

7

H1 Onderzoeksopzet 1.1 Inleiding De taak van de rekenkamer(commissie) van Purmerend is: “Het uitvoeren van beleidsevaluaties en doelmatigheidsonderzoeken die een bijdrage leveren aan de doeltreffendheid van het beoogde gemeentelijk beleid, alsmede de doelmatige en rechtmatige voorbereiding en uitvoering daarvan.” (Artikel 2 lid 2 verordening rekenkamer Purmerend). De basis voor het groenbeleid van Purmerend is in 2014 vastgelegd. Inmiddels zijn de uitgangspunten voor het beleid ook in Beemster van kracht, alhoewel een groot deel van de uitvoering van het groenbeheer door het Hoogheemraadschap wordt gedaan. In Purmerend is in vanaf 2018 meer budget toegekend, waardoor een inhaalslag gemaakt kon worden in de uitvoering van het beleid. Ook zijn in de afgelopen jaren verschillende plannen vastgesteld voor de uitvoering van het groenbeleid. Hier wordt in paragraaf 2.1 verder op ingegaan. In dit hoofdstuk worden de onderzoeksvragen, de afbakening en de aanpak van het onderzoek toegelicht. In paragraaf 1.4 wordt de samenstelling van het hele rapport beschreven.

1.2

Onderzoeksvraag en afbakening

Goed beheer van het groen is belangrijk voor een prettige leefomgeving. In voorgaande onderzoeken van de rekenkamer is de kwaliteit van de openbare ruimte onder andere aan de orde gekomen in relatie tot het woonplezier (onderzoek woonbeleid, 2019) en het belang van een veilige omgeving om te kunnen sporten en bewegen (onderzoek sportbeleid, 2020) . Het uitgangspunt bij rekenkameronderzoek is om terug te blikken en te beoordelen in hoeverre de beleidsdoelen zijn behaald. Voor dit onderzoek is gekozen voor de volgende hoofdvraag en deelvragen: Hoofdvraag:

In hoeverre zijn de doelen van het Groenbeleid in Purmerend en Beemster uit 2014 en 2018 gerealiseerd? Deelvragen: 1. Zijn er in de praktijk verschillen in de uitvoering tussen de verschillende gebieden in Purmerend en Beemster? 2. Op welke manier is het beleid van Beemster geïntegreerd in de uitvoering in Purmerend? 3. Wat waren de grootste uitdagingen bij de uitvoering van het groenbeleid in de afgelopen jaren? 4. Welke externe factoren beïnvloeden de kwaliteit van het groen in de openbare ruimte? 5. Welke lessen zijn er in de afgelopen jaren geleerd in de verbetering van de (beeld)kwaliteit van het groen en het beheer van het groen?

8

Gedurende het onderzoek is gebleken dat de uitvoering van het groenbeleid deels ook tot stand is gekomen in relatief recent vastgestelde plannen, zoals het Parkenplan. De rekenkamer heeft er voor gekozen om in het onderzoek hier ook aandacht aan te besteden, ook al gaat het om relatief recente ontwikkelingen waarvan nog niet helemaal duidelijk is hoe deze gaan uitpakken.

1.3 Aanpak In de onderzoeksopzet was voorgenomen dat een aantal beleidsplannen die relatief kortgeleden zijn vastgesteld, zoals het Bomenplan en het Parkenplan, te recent waren vastgesteld om nu al onderdeel uit te maken van het rekenkameronderzoek. In dit onderzoek hebben we gezien dat deze plannen deels ook een uitwerking zijn van het Groenbeleid zoals in 2014 en 2018 is vastgesteld. Er zal daarom wel aandacht in het rapport zijn voor deze plannen, maar het zijn niet de primaire onderzoeksobjecten. Primair zal de aandacht zijn voor de evaluatie van de doelen uit het groenbeleid in Purmerend en Beemster. De belangrijkste documenten waar dit onderzoek betrekking op heeft, zijn dan: Primair: Groenkoers, 2014 Groenplan 2018 Beheerplan groen Beemster, 2018 Secundair Bomenplan, 2020 Nota omgevingskwaliteit Purmerend 2021 Woonvisie Purmerend, 2017 Energiek en Vitaal Beemster 2018-2025 Klimaatadaptatieplan Zaanstreek-Waterland en Purmerend 2021-2024 Parkenplan 2021-2040 Visie Leefbare Stad Naast bovenstaande documenten, heeft groenbeleid in Purmerend en Beemster veel raakvlakken met andere domeinen, zoals mobiliteit, sport, cultuur etc. Bij de start van ieder onderzoek wordt gevraagd aan de ambtelijke organisatie om de rekenkamer hier zo goed mogelijk over bij te praten en voor te bereiden. Bij dit onderzoek is dat ook gebeurd via een kick-off gesprek.

Naast documentenonderzoek is bij dit onderzoek veldwerk en het spreken van deskundigen een belangrijk onderdeel van het onderzoek geweest. In de werkwijze van de rekenkamer is er voor gekozen om geen namenlijst openbaar te maken. De gesprekken worden altijd op basis van anonimiteit gedaan. De achterliggende reden is dat de mensen die voor het onderzoek gesproken worden zich comfortabel voelen bij het gesprek en geen politiek gewenste antwoorden geven. De mening van de rekenkamer is dat volledige anonimiteit hierbij het beste werkt.

1.4

Samenstelling rapport

In hoofdstuk 2 worden de plannen en doelen van de gemeente Purmerend beschreven. De basis hiervan is het beleid dat in 2014 en 2018 is vastgesteld, maar dit is in latere plannen verder uitgewerkt. Dit wordt toegelicht in dit hoofdstuk. Ook wordt in dit hoofdstuk een tijdlijn gegeven

9

met de belangrijkste tussentijdse ontwikkelingen. Vervolgens wordt de relatie met het beleid vanuit de EU, provincie en waterschap toegelicht. Hoofdstuk 3 richt zich op de concrete doelen die in het beleid zijn genoemd. Per doel wordt geëvalueerd in welke mate dit doel aantoonbaar is behaald. In 3.2 worden de kostenontwikkelingen in de afgelopen jaren beschreven. Hoofdstuk 4 gaat in op een aantal thema’s die van belang zijn in het groenbeheer en die naar voren kwamen in de gesprekken die de rekenkamer met deskundigen hierover heeft gevoerd: het risico op fluctuerende budgetten, biodiversiteit, de verdichtende stad, de sociale kant van het groenbeheer en de invloed van verschillende maatregelen op doelmatigheid en doeltreffendheid. In hoofdstuk 5 (conclusies ) worden tot slot de onderzoeksvragen beantwoord.

10

H2 Plannen & doelen In het gemeentelijke groenbeleid geeft de raad kaders en richting mee aan de manier waarop het groen wordt onderhouden. Naast een overkoepelende strategie is de raad ook op verschillende manieren betrokken geweest bij de manier waarop die strategie wordt uitgevoerd. In dit hoofdstuk wordt een tijdlijn gegeven met daarin de belangrijkste documenten. In paragraaf 2.2. wordt het relevante beleid en regelgeving vanuit EU, provincie en waterschap beschreven.

2.1 Gemeentelijk beleid In 2014 is het beleid Groenkoers vastgesteld. Omdat dit document de strategie beschrijft over het groenbeleid in Purmerend, en de doelen hiervan in de loop van de tijd in principe niet veel zijn veranderd, worden vanaf 2014 tot heden de belangrijkste richtinggevende plannen behandeld. Voor de geïnteresseerde lezer die de documenten wil inzien, zijn er hyperlinks gemaakt om de documenten zelf te benaderen. Hieronder wordt kort per document (zeer beknopt) samengevat wat de strekking is geweest: November 2014 Groenkoers (Purmerend) De basis van het groenbeleid in Purmerend is verwoord in het plan Groenkoers (2014). In 2018 zijn deze doelen in het Groenplan verder uitgewerkt. Daarnaast komen de plannen ook terug in eerdergenoemde beleidsstukken (1.3). De ambities voor het groenbeleid zijn: 1. Kwalitatief beter en duurzamer openbare groen. 2. Dreigende achteruitgang met kapitaalvernietiging, functieverlies en aansprakelijkheid tegengaan. 3. Kosten in de hand houden door meer regie: groen dat eenvoudiger beheerd kan worden voor nagenoeg hetzelfde, bestaande structurele budget. 4. Betrokkenheid en meer invloed van bewoners op het groen in hun directe omgeving. 5. Vermindering regeldruk door de omkering van het systeem van kapvergunningen en het vergemakkelijken van de uitgifte van restgroen. 6.

De functie en het belang van Frame en Franje verduidelijken en daar ook naar handelen. 7. Bijdrage leveren aan de integrale aanpak van de openbare ruimte, waarbij groen haar rol in de relatie met overige functies beter vervult. 8. Op termijn het aantal klachten met betrekking tot groen verminderen. 9. Mee invulling geven aan de herziening van de structuurvisie. Deze doelen worden aan het eind van het rapport geëvalueerd. December 2016 Wijziging APV Deze wijziging van de APV had als doel om de administratieve lasten te verlichten, waarbij specifiek een verwijzing naar Groenkoers wordt genoemd.

11

Januari 2018 Beheerplan Groen Beemster 2018-2022 In het beheerplan Groen van de gemeente Beemster zijn de doelen vastgesteld voor de periode 2018-2022. Per 1 januari 2022 zijn de gemeenten Purmerend en Beemster gefuseerd en is dit document niet meer vigerend. In dit plan is aandacht voor verschillende aspecten van het groenbeheer in Beemster, zoals de beeldkwaliteit, invasieve soorten, veiligheid etc. Februari 2018 Kwaliteitsimpuls groen Naar aanleiding van de begrotingsbehandeling op 9 november 2017 zijn er wijzigingsvoorstellen ingediend over het verbeteren van het openbaar groen in Purmerend. Op basis van deze wijzigingsvoorstellen is de toezegging gedaan om in januari 2018 met een voorstel te komen voor een kwaliteitsimpuls groen. De gemeenteraad stemt in met het éénmalig beschikbaar stellen van € 500.000,-. December 2018 Groenplan Purmerend In het Groenplan zijn de doelen vanuit de Groenkoers verder uitgewerkt en stemt de raad in met een structurele uitbreiding van het budget met €700.000,- per jaar. Dit geld is o.a. bedoeld om de beeldkwaliteit van het openbaar groen te verbeteren van niveau C naar B. Februari 2020 Visie leefbare stad 2040 In de Visie Leefbare Stad wordt ingegaan op verschillende uitdagingen die een relatie hebben met het groenbeleid. O.a. wordt ingegaan op klimaatadaptatie, de verdichtende stad en het combineren daarvan met ruimte voor groen.

Het is een visie op hoofdlijnen, de uitwerking volgt in het Parkenplan, Bomenplan, Klimaatadaptatieplan en het plan voor Natuurinclusief bouwen. Maart 2020 Bomenplan Het Bomenplan beschrijft de uitdagingen en kansen op het gebied van bomenbeheer. In het Bomenplan wordt een koppeling gemaakt met de parken, omdat die in de Visie Leefbare Stad 2040 worden gezien als kans voor de leefbaarheid in de stad. Bomen kunnen in parken tot volle wasdom komen en maximaal bijdragen aan het groen, de luchtkwaliteit en schaduwvorming. Het bomenplan is één van de uitwerkingen van deze integrale visie. Met dit plan wordt een incidenteel budget van €525.000,- toegekend en een structureel budget van € 326.000,- voor het bomenbeheer. December 2020 Klimaatadaptatieplan Zaanstreek-Waterland en Purmerend In het klimaatadaptatieplan worden de plannen voor de regio beschreven over hoe omgegaan kan worden met de gevolgen van klimaatverandering. Voor het Purmerends beleid betekent dit o.a. meer ruimte voor groen en water in de stad, klimaatbestendige bebouwing die als een “spons” kan werken en een inzet op minder verharding, o.a. in particuliere tuinen. Aan dit laatste punt wordt invulling gegeven d.m.v. (communicatie)campagnes, zoals Steenbreek. Juni 2021 Parkenplan 2021-2040 In het parkenplan worden de plannen voor de herinrichting van de Purmerendse parken beschreven.

Een deel van de beschrijving gaat over het proces: hoe worden alle geluiden uit de samenleving zoveel mogelijk gehoord en uiteindelijk verwerkt in een voorlopig ontwerp per park. De businesscase voor het parkenplan wordt bijgewerkt met de ervaringen vanuit de eerste twee parken die aan de beurt zijn: het Kooimanpark en park De Noord.

12

Juni 2021 Natuurinclusief bouwen In de nota natuurinclusief bouwen en ontwerpen wordt ingegaan op de mogelijkheden die er zijn om groen meer te integreren in gebouwen. Hierbij kan gedacht worden aan groene daken, groene gevels, nestkasten voor vogels en vleermuizen en het vergroenen van tuinen met veel verharding. Een groot deel van de beoogde resultaten kan alleen indirect bereikt worden, door te inspireren en is niet afdwingbaar. September 2021 Nota omgevingskwaliteit Purmerend Met deze nota zijn de Nota omgevingskwaliteit Purmerend 2020 en de Omgevingsnota Beemster 2012 samengevoegd. Er is geen sprake van inhoudelijke wijzigingen, het is een beleidsarme harmonisatie in de voorbereiding op de bestuurlijke fusie.

2.2 Beleid vanuit EU, Rijk, Provincie en Waterschap Nationaal niveau De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. De wet zorgt ervoor dat de verschillende planten- en diersoorten blijven bestaan. Kwetsbare soorten worden met deze wet beschermd. De wet natuurbescherming is een samenvoeging van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Provincies hebben een grote rol in de uitvoering van deze wetgeving. Naast de wet natuurbescherming is op nationaal niveau verschillende algemene wetgeving die indirect met groenbeheer te maken heeft. Een groot deel daarvan (Wet ruimtelijke ordening, Wet milieubeheer, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) gaat over in de Omgevingswet. Naast wetgeving zijn er op nationaal niveau ook plannen en richtlijnen die niet direct bindend zijn, maar in de praktijk wel effect hebben op hoe op lokaal niveau omgegaan wordt met groenbeheer. Voorbeelden daarvan zijn de CROW1 richtlijnen en gedragscodes over hoe op lokaal niveau praktisch omgegaan kan worden met de verschillende regels die er zijn. CROW richtlijnen zijn niet wettelijk verplichtend, maar vaak wel uitgangspunt van beleid. Deze richtlijnen gaan bijvoorbeeld over hoe omgegaan kan worden boomveiligheid. Ook geeft het CROW advies over hoe verhardingen aangelegd kunnen worden zodat er weinig onkruidbestrijding nodig is.

Een voorbeeld van een gedragscode is de gedragscode soortbescherming gemeenten Hierin is samen met ecologen, hoveniers, boomspecialisten en deskundigen op het gebied van gemeentelijke groenvoorziening praktisch opgeschreven hoe wetgeving vertaald kan worden naar werkprotocollen voor beheer en onderhoud in gemeenten. Deze specifieke gedragscode is niet formeel opgenomen in het Purmerendse beleid. Naast bovengenoemd beleid zijn er op nationaal niveau veel plannen en ambities geformuleerd op het gebied van klimaatbeleid, klimaatadaptatie, natuurbeleid en biodiversiteit die deels overgenomen zijn in de gemeentelijke plannen.

1 CROW is een Nederlandse stichting die zich opstelt als kennisinstituut voor infrastructuur, openbare

ruimte, verkeer en vervoer, en werk en veiligheid.

13

Provinciaal niveau De provincie Noord-Holland heeft met het programma Natuurnetwerk 2022 een integraal plan voor natuurbeheer in de provincie. Belangrijkste onderdeel is de afronding van het Natuur Netwerk Nederland (NNN), andere onderdelen van het plan is de gebiedsgerichte aanpak voor stikstof, natuurherstelmaatregelen en de bossenstrategie. In de gebiedsaanpak ligt de focus rond Purmerend en Beemster op het creëren van ecologische verbindingen tussen de verschillende gebieden met waardevolle natuur, zoals de geïsoleerde moerasgebiedjes met moerasvogels aan de Beemsterringvaart. Het Purmerbos is een ingericht natuurgebied met bos en waar recreatie een belangrijk doel is. Als aandachtspunt wordt benoemd dat het ecologisch functioneren van het Purmerbos kan worden verbeterd door inrichting en aanplanting. Vermindering van de stikstofneerslag is belangrijk voor de soortenrijkdom. De natuur ten zuiden van Purmerend (o.a. Purmerland) wordt als waardevol gezien, o.a. door de orchideeënrijke veenmosrietlanden. Europese wetgeving De vogel- en habitatrichtlijn is verwerkt in de Nederlandse Wet Natuurbescherming. De vogelrichtlijn gaat over een lijst met soorten die beschermd moet worden. De habitatrichtlijn is de zeer actuele basis voor de stikstofdiscussie. Deze richtlijn heeft o.a. als doel om Natura 2000 gebieden te beschermen.

Nederland heeft in 2003 een lijst met 141 gebieden aangeleverd (later werden dit 162 gebieden). Daarmee verplichtte Nederland zich om de natuur in die gebieden te beschermen. Rond veel van de Natura 2000 gebieden is de ammoniakuitstoot te hoog. De neerslag daarvan in de natuurgebieden versterkt de groei van soorten (o.a. brandnetel, braam) en belemmert de groei van andere soorten. Daarmee komt de soortenrijkdom en biodiversiteit in die gebieden onder druk te staan. De Nederlandse Tweede Kamer heeft in 2003 (en later) zelf ingestemd met de aanwijzing van de natuurgebieden. Naast de vogel- en habitatrichtlijn zijn in EU verband ook het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, de Kaderrichtlijn Water en de Nitraatrichtlijn van indirect belang voor natuur en groenbeheer in Purmerend en Beemster. Op 31 maart 2016 is er een Europees besluit in werking getreden waarmee chemische bestrijdingsmiddelen voor de niet-landbouw sector verboden zijn. Er zijn wel ontheffingen voor bijvoorbeeld spoorwegen en voor bestrijding invasieve exoten. Voor de particuliere gebruiker en voor het gemeentelijk groenbeheer zijn chemische bestrijdingsmiddelen niet meer toegestaan voor het reguliere beheer. In Nederland is deze in maart 2016 verwerkt in de regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

De invasieve exoten verordening (EU verordening 1143/2014) heeft als doel de introductie, verspreiding en impact van invasieve exoten in Europa te beperken. De verordening is sinds 2015 vigerend, de lijsten met de invasieve exoten worden regelmatig aangepast. Op gemeentelijk niveau is afstemming over de bestrijding van exoten zoals de Japanse duizendknoop, de reuzenberenklauw en de Amerikaanse rivierkreeft met andere overheden van belang om de bestrijding op een doeltreffende manier te organiseren. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Het HHNK heeft in 2020 een visie op biodiversiteit opgesteld, waarin de organisatie aan heeft gegeven meer prioriteit te willen geven aan concrete projecten om de biodiversiteit te versterken. In het plan worden verschillende projecten toegelicht, zoals natuurvriendelijke oevers, natuurvriendelijk maaibeleid en ecologische verbindingen. In het Waterplan 2022 zijn deze maatregelen verder uitgewerkt. In dit onderzoek hebben wij verschillende deskundigen van het HHNK kunnen bevragen over hoe deze maatregelen in de praktijk uitgewerkt zijn.

14

15

H3 Uitvoering & kosten In dit hoofdstuk wordt eerst per doel ingegaan op het groenbeleid zoals dat door de raad is vastgesteld. De basis hiervoor is Groenkoers uit 2014 en Groenplan uit 2018. Daarna worden de belangrijkste financiële ontwikkelingen beschreven.

3.1 Doelen groenbeleid 1. Kwalitatief beter en duurzamer openbare groen. In Purmerend is de ambitie voor de “beeldkwaliteit” van het openbaar groen in de periode van 2014 tot 2020 een aantal keer aangepast: in 2014 is het ambitie bijgesteld van B naar C niveau, vanwege bezuinigingen. In 2018 is vervolgens meer geld beschikbaar gekomen en kon het ambitieniveau weer verhoogd worden naar B. Dit is vervolgens in de daaropvolgende begrotingen zo gebleven. In Beemster is de beeldkwaliteit volgens de rapportages op veel plekken op C niveau, maar wordt dit stapsgewijs verbeterd en gelijkgetrokken met de situatie in de hele nieuwe gemeente Purmerend. De prominente plekken in Beemster worden wel op A niveau onderhouden. Welk beeldkwaliteitsniveau het groenonderhoud precies heeft is een momentopname die i.v.m. de kosten eind 2020 voor het laatst extern is getoetst. In dit onderzoek is aan de organisatie gevraagd om specifieker een meer kwantitatieve analyse te geven van de ontwikkelingen in de afgelopen jaren. Dit is aangeleverd en kan in bijlage A in detail worden gelezen. Door de leden en onderzoeker van de rekenkamer is zowel met als zonder interne deskundigen een ronde gedaan door de gemeente om zelf te beoordelen of het beeld overeenkomt met beeldkwaliteit B.

16

Een andere manier om de ontwikkelingen in het onderhoud van het groen te onderzoeken is via de Omnibus enquête. Hierbij wordt een grote groep Purmerenders en Beemsterlingen op verschillende onderwerpen gevraagd een rapportcijfer te geven:

Rapportcijfer omnibusenquête onderhoud groen 6,8 6,6 6,4 6,2 6 5,8 5,6 5,4 2013

2015

2017 Beemster

2019

2021

Purmerend

Figuur 1: verloop tevredenheid onderhoud groen. Bron: Omnibusenquêtes 2013-2021 Er lijkt zowel in Purmerend en Beemster een positieve ontwikkeling te zien over de tevredenheid van bewoners met betrekking tot het groen onderhoud. Naast tevredenheid gaat de ambitie ook over duurzaamheid. Dit begrip is lastiger meetbaar, maar bij navraag zijn hier in de praktijk op verschillende manieren invulling aan gegeven. In de eerste plaats is er een inzet op kwaliteit in plaats van kwantiteit geweest. Waar vroeger bomen werden geteld, wordt nu eerder gekozen voor een lager aantal bomen, maar wel op plekken waar de grond goed voorbereid is zodat de bomen een grotere kans maken om gezond te blijven. Een ander aspect van duurzaamheid is de inzet op biodiversiteit. Hier wordt op verschillende manieren invulling aan gegeven. Hierbij is aandacht voor flora en fauna. Er zijn in de afgelopen jaren verschillende projecten geweest, zoals de nestkasten voor vleermuizen in het Kwadijkerpark, de kerkuilentil in de Groenzoom en de Oeverzwaluwwand aan de Edammerweg. Op verschillende plekken zijn takkenrils en insectenhotels geplaatst. Ook wordt rekening gehouden met de keuze van planten en bomen. De voorkeur gaat uit naar inheemse soorten, omdat soorten die van nature voorkomen in Nederland het beste “samenwerken” met de planten en dieren in de omgeving.

Wanneer gekozen wordt voor exoten, gebeurt dit vooral vanwege de sierwaarde. Een punt van kritiek dat door interne deskundigen hierbij is geuit, is dat de inzet op biodiversiteit meer het karakter had van éénmalige, losse projecten en er nog onvoldoende een lange termijn perspectief is geschetst. Naast de positieve punten over de verbetering van tevredenheid van bewoners die naar voren zijn gekomen, zijn er ook zorgen. Uit de omnibusenquête blijkt o.a. dat bij de mensen die overwegen uit

17

Purmerend te vertrekken, de verdichtende stad en het verdwijnen van groen als reden wordt genoemd. Samenvattend is de conclusie dat verschillende indicatoren laten zien dat de inzet op duurzamer en kwalitatief beter groen in de afgelopen jaren succesvol is geweest. 2. Dreigende achteruitgang met kapitaalvernietiging, functieverlies en aansprakelijkheid tegengaan. In dit onderzoek zijn een aantal incidenten naar voren gekomen van kapitaalvernietiging, zoals het planten van bomen op plekken die qua grond ongeschikt zijn. De boom heeft dan heel weinig kans te overleven. Een voorbeeld van functieverlies kan zijn dat parken niet meer gebruikt kunnen worden wanneer er te weinig zichtlijnen zijn door onvoldoende snoeiwerk. Het park voelt dan sociaal onveilig en wordt minder gebruikt. Tot slot kan er sprake zijn van aansprakelijkheid wanneer de gemeente onvoldoende de risicobomen in kaart heeft. Hier lijkt in Purmerend geen sprake van te zijn. Dit doel is in 2014 is opgesteld, maar eind 2017 werd geconcludeerd dat het met het beschikbare budget niet haalbaar was om te voorkomen dat er sprake was van kapitaalvernietiging, functieverlies en aansprakelijkheid. Bij de uitbreiding van het budget in 2018 konden stappen gezet worden om stapsgewijs het afgeschreven groen2 te vervangen.

Uit een rondgang in verschillende wijken (zie afbeeldingen hieronder) is te zien dat her en der nog heestervakken te zien zijn die niet goed lijken te zijn onderhouden (bij het ambtelijk hoor bleek dit in veel gevallen niet om achterstallig onderhoud te gaan, maar om heestervakken die nog omgevormd moeten worden en waar nog geen budget voor is). Bij al deze voorbeelden is sprake van functieverlies, maar niet van een groot risico op aansprakelijkheid. Het is goed aan te geven dat deze voorbeelden niet representatief zijn voor het groenonderhoud, in het algemeen ziet het groen er veel beter uit dan deze voorbeelden laten zien.

2 Groen is afgeschreven op het moment dat er sprake is van functieverlies. Dit verschilt sterk per soort

en hangt ook af van de omstandigheden ter plekke. Afschrijving is niet altijd goed voorspelbaar.

18

Figuur 2: een aantal voorbeelden van functieverlies Deels kan kapitaalvernietiging niet helemaal voorkomen worden. Bomen kunnen omwaaien, vandalisme valt niet volledig uit te sluiten. In de organisatie van het groenbeheer is aandacht voor versterking van de vakkennis. Ook is een strategie gekozen om niet overal een beetje te investeren in vernieuwing, maar gefaseerd hele vakken te vernieuwen. Wanneer een heestervak deels dood is, kun je het beste in één keer het hele vak vervangen. Daarna zal het qua onderhoud (schoffelen) ook veel minder aandacht vragen. Het is in die zin dus logisch dat er op verschillende plekken in de stad nog achterstallig onderhoud is. Uit de schouw door de rekenkamer is inderdaad te zien dat op beeldbepalende plekken in Purmerend het groen er vaak goed voorstaat. Een aantal voorbeelden zijn hieronder te zien:

19

Figuur 3: voorbeelden goed verzorgde groenstroken en heestervakken De rekenkamer heeft voor dit onderzoek niet zelf een vergelijking kunnen maken met de situatie van het groenonderhoud vier jaar geleden. Gezien het beeld bij de schouw en de externe analyses tot eind 2020 (zie ook bijlage A) lijkt het wel aannemelijk en overtuigend dat het huidige beeldkwaliteit van het groen overeenkomt met het B niveau van CROW. Geconcludeerd kan worden dat er in de afgelopen jaren is ingezet op tegengaan van functieverlies, kapitaalvernietiging en aansprakelijkheid.

20

3. Kosten in de hand houden door meer regie: groen dat eenvoudiger beheerd kan worden voor nagenoeg hetzelfde, bestaande structurele budget. Op dit moment wordt de uitvoering van het groen deels door de eigen medewerkers gedaan en deels uitbesteed. Binnen de gemeente werken inhoudsdeskundigen met verschillende specialismen die bedenken wat waar moet gebeuren. Bij regulier onderhoud dat veel capaciteit vraagt, zoals schoffelen en maaien, wordt een deel uitbesteed. Doel is een gezonde balans tussen inzet van eigen mensen, uitbesteding aan aannemers en inzet door Werkom. Om de vraag te beantwoorden of er verbetering mogelijk is in de regie, hebben we ook contact opgenomen met bedrijven die een deel van het groenonderhoud voor Purmerend verzorgen. Uit de feedback van betrokken ondernemers komen een aantal punten naar voren waarvan zij vinden dat er verbetering mogelijk is: - De ambitie om meer lokaal in te kopen zou beter ontwikkeld kunnen worden. Door bedrijven uit de regio te betrekken, wordt onnodig reizen voorkomen en kunnen mensen ingezet worden die ook zelf uit de regio komen. - Door meer overleg met ondernemers kan – volgens de geïnterviewden- mogelijk winst behaald worden in de uitvoering door de uitvragen slimmer op te zetten.

Bij het ambtelijk hoor is aangegeven dat de organisatie open staat voor dergelijke gesprekken, maar dat hierbij wel rekening gehouden moet worden met de wetgeving en het gemeentelijk beleid voor inkoop en aanbestedingen. En er zit een grens aan de mate waarin aanbestedingen functioneel gespecificeerd kunnen worden, uiteindelijk moet je wel afspraken maken waar je elkaar aan kunt houden. Goed overleg met lokale ondernemers kan een manier zijn om uitvragen beter te maken, maar dergelijk overleg moet ook openstaan voor ondernemers van buiten. Anders zou dit op gespannen voet kunnen staan met de vereisten vanuit de aanbestedingswet voor objectieve, transparante en non-discriminatoire inkoop. Een ander punt in de regievoering is dat er aantoonbaar aandacht is voor waar welke ondernemer in gezet wordt en ook waar de capaciteit van Werkom het best tot zijn recht komt. Tot slot kunnen we constateren dat ook inhoudsdeskundigen van mening kunnen verschillen: Eén van de geïnterviewde deskundigen is bijvoorbeeld van mening dat de plantenbakken in het Kooijmanpark in de zomer te veel water nodig gaan hebben en daardoor te duur en niet klimaatadaptief zouden zijn. Een andere deskundige is van mening dat het prima kan, omdat het eigenlijk geen plantenbakken zijn, maar lage plantenvakken die in een nat park in de volle grond staan.

Of de ambitie om de regie op groenvoorziening te verbeteren gerealiseerd is kan uit dit onderzoek moeilijk geconcludeerd worden, maar wel kan geconstateerd worden dat er aandacht is om de beschikbare capaciteit zo goed mogelijk in te zetten. Ook staat de organisatie open om binnen de kaders van wetgeving voor inkoop en aanbestedingen het gesprek te voeren met lokale ondernemers over verbetering van de regie. 4. Betrokkenheid en meer invloed van bewoners op het groen in hun directe omgeving. Aan dit punt is op meerdere manieren invulling gegeven door bij omvorming van groen de mening van bewoners te vragen. Ook kunnen bewoners groen “adopteren”. De gemeente heeft hier een

21

proces voor ontwikkeld waarmee met eenvoudige contracten afspraken gemaakt kunnen worden over wie wat doet. Dit kan tot goede resultaten leiden, zoals op deze foto is te zien: De voordelen van adoptie van groen is dat bewoners die zelf geen een tuin hebben op deze manier toch kunnen genieten van het onderhouden van een stuk groen in hun buurt. Ook is er een sociaal aspect van betrokkenheid door buurtbewoners die met elkaar in de buurt aan de slag gaan. Het bespaart geld, doordat de gemeente dit dan niet zelf hoeft te onderhouden. Kritiekpunten op groenadoptie is dat het onzeker is; bewoners die dit leuk vinden kunnen verhuizen of slecht ter been worden, waarna het niet vanzelfsprekend is dat het onderhoud wordt overgenomen door iemand anders. Een ander kritiekpunt is het gebrek aan vakkennis en de focus op visueel attractieve plantensoorten in plaats van inheemse soorten die soms minder mooi zijn, maar wel beter voor de biodiversiteit. Dit laatste punt geldt ook voor vrijwilligers die grotere stukken groen onderhouden en soms keuzes maken in zaaigoed die ongelukkig zijn qua biodiversiteit. Eén van de voorbeelden van een succesvol adoptiegroen project is te zien in Purmer-Noord. Hieronder is de situatie voor het adoptiegroen te zien en op de volgende pagina de situatie er na. De gemeente heeft hier een aantal gemotiveerde buurtbewoners ondersteund om dit resultaat te bereiken.

Figuur 4a: Adoptiegroen in Schoofstraat Purmer-Noord (situatie vóór begin adoptiegroen)

22

Figuur 4b: Situatie adoptiegroen Schoofstraat Purmer-Noord na adoptiegroen Om het overzicht te bewaren op welke plekken er adoptiegroen is en waar niet, worden hier afspraken op papier gezet met bewoners. Dit voorkomt niet dat er sprake is van een continuïteitsrisico bij het onderhoud, maar dat lijkt een inherent gevolg van beleidskeuze om bewoners actiever te betrekken. Dit speelt naast adoptiegroen ook bij andere vormen van het betrekken van bewoners bij de uitvoering van het groenbeleid. In de Beemster is er een verschuiving plaatsgevonden van meer ad-hoc groenbeheer door interne medewerkers die meer deden dan alleen groen, naar de Purmerendse uitvoering met meer specialisatie en structuur. Het is hierbij opvallend dat het beleid dat in de gemeenteraad van

23

Beemster is vastgesteld geen grote rol lijkt te hebben gespeeld in de uitvoering in Beemster. Ook voor de harmonisatie leek de uitvoering los te staan van wat er op papier stond. De kritiek op de uitvoering in Beemster is dat die vroeger te veel reageerde op losse verzoeken van bewoners (of wethouders) en te weinig een lange termijn plan volgden. Geconcludeerd kan worden dat er meer aandacht lijkt te zijn gekomen voor samenwerking met bewoners bij de invulling van het groenbeleid, maar dat hier in de praktijk ook nadelen aan zitten qua continuïteit die niet altijd te voorkomen zijn. 5. Vermindering regeldruk door de omkering van het systeem van kapvergunningen en het vergemakkelijken van de uitgifte van restgroen. Het systeem van kapvergunningen is omgevormd naar primair een systeem van meldingen. De uitgifte van restgroen wordt jaarlijks gecommuniceerd via (o.a.) de jaarstukken. Die uitgifte (verkoop) van restgroen lijk voldoende toegankelijk. Via de jaarstukken wordt gecommuniceerd hoeveel restgroen er is verkocht. De ambitie is behaald. 6. De functie en het belang van Frame en Franje verduidelijken en daar ook naar handelen. Met “Frame en Franje” wordt in het groenbeleid verstaan dat er een basisstructuur is van groene verbindingszones die belangrijk zijn voor de ecologie en niet doorbroken zouden moeten worden.

Om dit “frame” heen kan er franje toegevoegd worden, zoals vaste plantenvakken die vooral voor de attractiviteit belangrijk zijn. In het franje is meer mogelijkheid te variëren en anders in te richten dan in het frame. In de verschillende plannen die aan het begin van dit rapport zijn genoemd en een rol spelen bij het groenbeleid wordt de basis van Frame en Franje benoemd. In de afgelopen jaren is meer structuur en overzicht aangebracht door o.a. het actualiseren van de groenstructuurkaart, invoering in Obsurv (ICT systeem openbare ruimte) en het actualiseren van het bomenboek in Beemster. Er lijkt daarmee aandacht te zijn geweest voor het verduidelijken van het belang van Frame en Franje en door het te verwerken in de relevante systemen zou daar ook naar gehandeld moeten zijn. Bij de bouw van de Oostflank is het frame doorbroken. Het belang van woningbouw kreeg daar hogere prioriteit dan het behoud van het frame. In die zin is dus niet overal ook gehandeld naar het belang van Frame en Franje. Conclusie: eerste deel ambitie (belang verduidelijken) is behaald, tweede deel is niet overal gelukt. 7. Bijdrage leveren aan de integrale aanpak van de openbare ruimte, waarbij groen haar rol in de relatie met overige functies beter vervult. Bij grote projecten in de openbare ruimte heeft het groenbeleid het risico om “kind van de rekening” te worden.

Een kritiekpunt op recente woningbouwprojecten is dat het groen te weinig aandacht krijgt. Grof gezegd: wanneer er na het realiseren van nutsvoorzieningen en de woningen zelf nog geld over is, worden ergens wat plantjes en bomen in de grond gestoken. Deskundigen die voor dit onderzoek zijn geïnterviewd, geven aan dat dit risico zich ook daadwerkelijk heeft voorgedaan, bijvoorbeeld bij de nieuwbouw in Zuidoostbeemster. De bomen

24

die daar zijn geplant waren op een aantal plekken ongeschikt voor de aanwezige grond. Dat is zonde van het werk en het geld. De afstemming tussen de afdelingen die bezig zijn met de nieuwbouw en de afdelingen die het beheer van de wijk moeten gaan overnemen zodra het klaar is, lijkt niet optimaal. Hierbij is ook het bewustzijn van “Total Cost of Ownership” van belang: kijk niet alleen naar de korte termijn kosten, maar naar het totale kostenplaatje op de lange termijn, inclusief de kosten van beheer en onderhoud. Hoewel het bestrijden van onkruid op verhardingen op veel plekken in lijn is met de afgesproken beeldkwaliteit, is het niet altijd voldoende om bewoners tevreden te houden. Overigens valt onkruid in verharding binnen de gemeente onder de stadsreiniging en niet onder groenbeheer. Onkruid in verhardingen is dus anders georganiseerd dan onkruid in openbaar groen. Onkruid kan snel groeien en er zijn veel rondes nodig om ervoor te zorgen dat het overal voldoende op orde is. In de afgelopen jaren zorgde de droge zomer er voor dat onkruid minder snel groeide, maar dit hoeft niet ieder jaar zo te zijn. Doordat sinds 2016 er geen chemische onkruidbestrijdingsmiddelen gebruikt mogen worden, is de bestrijding arbeidsintensiever geworden.

In Purmerend gebeurt dit nu deels met borstelmachines en deels met heet water Purmerend heeft relatief veel meldingen over wortelopdruk (wortels van bomen die omhoogkomen en bestrating kapot maken). Dit probleem wordt veroorzaakt door de keuzes die in het verleden zijn gemaakt over type bomen en standplaats. Veel wijken in Purmerend zijn in de jaren ’70 gebouwd, gebaseerd op ideeën over inrichting die in die tijd in de mode waren. Wijken werden ruim opgezet, met veel groen en vaak dezelfde soorten bomen. Een aantal keuzes waren achteraf gezien ongelukkig. Veel dezelfde typen bomen bij elkaar zorgt voor een grotere kans op verspreiding van besmettelijke boomziekten. Om onkruidbestrijding op verharding goedkoper in onderhoud te maken, zijn er vanuit het CROW ideeën over soorten verhardingen waar onkruid moeilijker doorheen kan groeien. Sommige soorten verhardingen, zoals grasbetontegels voor groene parkeerplaatsen zijn weer beter voor de doorlatendheid van de grond bij grote hoeveelheden regenwater (interessant vanuit klimaatadaptatie), maar hier groeit onkruid makkelijker doorheen. Recentere nieuwbouwprojecten reflecteren ook een andere politieke tijdgeest. De noodzaak voor woningbouw is nu hoog en de beschikbare ruimte is kleiner. Hierdoor is er meer verdichting en minder ruimte voor groen.

De uitdaging is om met meervoudig ruimtegebruik er voor te zorgen dat groen en veel woningen op weinig oppervlak zo goed mogelijk samen kunnen gaan. Voor wijken waar werkzaamheden zijn (zoals renovatie) wordt nu vaker gewerkt met tijdelijk groen. Dit zijn verplaatsbare groenbakken waarmee gedurende de werkzaamheden al groenbeleving gerealiseerd wordt. Hiermee wordt voorkomen dat er kapitaalvernietiging plaatsvindt door groen aan te leggen dat vervolgens weer wordt weggehaald voor werkzaamheden. De conclusie is dat het groenbeleid in de praktijk een bijdrage levert aan de bredere vraagstukken over inrichting van de openbare ruimte.

25

Figuur 5: (Sier)groen

26

8. Op termijn het aantal klachten met betrekking tot groen verminderen. Via de kwartaalrapportages wordt de raad geïnformeerd over de verschillende ontwikkelingen in het groenbeheer. Hierbij wordt ook inzicht gegeven in de ontwikkeling van de meldingen en klachten over groen via de MOR (melding openbare ruimte):

MOR-meldingen groen 3500 3000 2500 2000 1500 1000 500 0 2019

2020

2021

Figuur 5: meldingen openbare ruimte over groen

Figuur 6: meldingen openbare ruimte groen 1e helft 2022 t.o.v. 1e helft 2021. Het systeem van MOR meldingen is in 2019 ingevoerd, er kan geen goede vergelijking gemaakt worden met de jaren ervoor. Door “groeizaam weer” of andere weersomstandigheden (zoals storm) kunnen meldingen incidenteel toenemen. Er is nog te weinig informatie om te kunnen concluderen of er een algemene trend is in het aantal meldingen. De meldingen geven wel gerichte informatie die ook wordt toegepast in het werkproces en zijn in die zin dus nuttig. In 2021 is de werkwijze iets veranderd door niet-urgente meldingen niet meer ad-hoc af te handelen, maar te verzamelen en mee te nemen in regulier onderhoud. Zo kan efficiënter gewerkt worden. Deze werkwijze zou mogelijk wel tot een toename van het aantal meldingen kunnen leiden, doordat meerdere mensen over hetzelfde punt een melding doen. Ook kan bij anonieme meldingen (ongeveer de helft van de meldingen is anoniem) geen terugkoppeling worden gegeven, omdat er dan geen contactgegevens worden bijgehouden.

27

Conclusie: het aantal meldingen over groen is nog niet afgenomen, ook al is de tevredenheid over groen tegelijkertijd wel omhoog gegaan. Dit kan ook te maken hebben met een betere toegankelijkheid van de systemen om klachten te melden bij de gemeente. 9. Mee invulling geven aan de herziening van de structuurvisie. Er is geen volledig nieuwe structuurvisie voor Purmerend en Beemster vastgesteld. Wel zijn onderdelen van de structuurvisie in ontwikkeling: In het programma Purmerend 2040 wordt toegewerkt naar een Omgevingsvisie. De contouren en richting daarvan zijn op verschillende momenten in de raad besproken, op 19 juni 2019 heeft de raad ingestemd met het uitgangspunt om circa 10.000 woningen tot 2040 toe te voegen binnen de eigen contouren van Purmerend/Zuidoostbeemster. Het programma Purmerend 2040 hangt inhoudelijk samen met de structuurvisie Waterlandkwartier, die in juni 2022 door de raad is vastgesteld. In het Masterplan Waterlandkwartier is veel aandacht voor inpassing van groen. De bedoeling is dat het een gemengde, stedelijke omgeving wordt waarin voetganger en fietser centraal staan. Het idee is dat er door meer gebruik van deelauto’s en deelfietsen minder parkeervoorzieningen op straat nodig zal zijn, waardoor er meer ruimte komt voor groen.

Bij het ambtelijk hoor is aangegeven dat in de laatste jaren de samenwerking tussen groen en andere afdelingen is verbeterd en er bij nieuwe ontwikkelingen steeds beter gekeken wordt hoe groen goed ingepast kan worden. Ook is aangegeven dat de Visie leefbare stad hier een positieve rol in heeft gespeeld. Conclusie: groen is meegenomen in nieuwe structuurvisies, uitwerking groen bij nieuwe ontwikkelingen vergt blijvende aandacht.

28

3.2 Kosten In de jaarstukken van Purmerend en Beemster zijn de kosten voor groenbeheer onderdeel van het budget voor beheer openbare ruimte, waarin vanuit de jaarstukken vanaf 2016 tot en met 2021 de volgende ontwikkelingen zijn te zien:

Purmerend, kosten beheer openbare ruimte (x €1 mln.)

Beemster, kosten beheer openbare ruimte (x 1 mln.) 2,5 2 1,5 1 0,5 0

16 15 14 13 2016

2017

2018

2019

2020

12

2021

2016

Figuur 7: kosten Beemster beheer openbare ruimte

2017

2018

2019

2020

2021

Figuur 8: kosten Purmerend beheer openbare ruimte

In de jaarstukken is in Purmerend is duidelijk de structurele verhoging van de budgetten vanaf 2018 te zien. Uit de jaarstukken van Beemster valt ook een groei te zien in de uitgaven. De stijging na 2018 volgt wel na een stevige daling tussen 2016 en 2017. In Beemster lijkt de fluctuatie kleiner. In Beemster wordt alleen het groen binnen de bebouwde kom door de gemeente onderhouden, het groen in het buitengebied (ruim het grootste gedeelte van het groen) wordt onderhouden door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. In beide grafieken vertekent de nieuwbouw het beeld, in Beemster is procentueel gezien meer nieuwbouw bijgekomen waarvan ook de nieuwe openbare ruimte in onderhoud genomen moet worden. Onder het budget voor kosten beheer openbare ruimte vallen meer zaken dan alleen groenbeheer, maar in de aangeleverde uitsplitsing naar groen is de stijging goed te zien:

Budget groene openbare ruimte Purmerend (€ mln.) 8 7 6 5 4 3 2 1 0 2016

2017

2018

2019

2020

2021

Figuur 9: verloop budget groene openbare ruimte Purmerend (x €mln.)

29

Bovenstaand budget is niet via de jaarstukken toegankelijk, maar wel via het financiële systeem van de gemeente. Het budget voor groen valt onder het budget openbare ruimte.

Budget Groen Beemster 1200 1000 800 600 400 200 0 2016

2017

2018

2019

2020

2021

Figuur 10: verloop budget groene openbare ruimte Beemster (x €1000.) Het budget in Beemster voor groen is sinds 2017 ook gestegen. De grote stijging in 2021 wordt veroorzaakt door incidenteel groot onderhoud aan bomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12445717/1