b-primaire-begroting-2026-en-meerjarenraming2027-2029-werkom
Tekst van het document
Primaire begroting 2026 gewijzigde begroting 2025 en meerjarenraming 2027-2029
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
Referentie Organisatie Directie Datum Versie
: Participatiebedrijf Zaanstad Purmerend h.o.d.n Werkom : Bas van Drooge, secretaris-directeur : 14-04-2024 : 2.0
2
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
Inhoudsopgave Inhoud 1
Inleiding ..................................................................................................... 4 Algemeen ................................................................................................... 4
2
Kaders en ontwikkelingen ............................................................................. 5 2.1 Ontwikkelingen ...................................................................................... 5 2.2 Strategische herijking ............................................................................. 5 2.3 Kaders begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029.............................. 6 2.4 Huisvesting ........................................................................................... 7
3
Beleidsbegroting 2026 ................................................................................. 8 3.1 Inleiding ............................................................................................... 8 3.2 Wat willen we bereiken ........................................................................... 8 3.3 Wat gaan we daarvoor doen .................................................................... 8
4
Financiële begroting 2026 ............................................................................15 4.1 Toelichting op de baten ..........................................................................15 4.2 Toelichting op de lasten .........................................................................17 4.3 Reserves en voorzieningen .....................................................................19 4.4 Gemeentelijke ontwikkelingen financiën ...................................................20
5
Producten begroting 2026 ...........................................................................22
6
Paragrafen .................................................................................................25 6.1 Inleiding ..............................................................................................25 6.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................25 6.3 Onderhoud kapitaalgoederen ..................................................................28 6.4 Financiering ..........................................................................................28 6.5 Bedrijfsvoering .....................................................................................29 6.6 Verbonden partijen ................................................................................29
Bijlage 1 Geprognosticeerde balans BVO..............................................................30 Bijlage 2 Kasstroomoverzicht BVO ......................................................................31
3
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
1
Inleiding
Algemeen Hierbij bieden wij u de primaire begroting 2026 van de Gemeenschappelijke regeling ‘participatiebedrijf Zaanstad Purmerend’ handelend onder de naam Werkom aan, inclusief de gewijzigde begroting 2025 en de meerjarenraming 2027-2029. In de gewijzigde begroting 2025 zijn een aantal wijzigingen verwerkt ten opzichte van de primaire begroting 2025. Bij de gewijzigde begroting 2025 kon als resultaat van onze inspanningen de extra bijdrage van Gemeenten verlaagd worden van €3,2 mln. naar € 1,9 mln. De extra bijdrage voor 2025 conform het koersdocument bedroeg € 2,9 mln. exclusief indexatie. Voor een toelichting verwijzen wij naar hoofdstuk 5.3. De gewijzigde begroting 2025 kent een negatief resultaat van € 299.388. Dit wordt gedekt door een onttrekking uit de algemene reserve. De primaire begroting 2026 sluit aan op de strategische herijking en de koersdocumenten van de gemeenten Purmerend en Zaanstad en houdt rekening met de toezichthouder, de Provincie Noord-Holland en het Besluit Begroting en Verantwoording.
4
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
2
Kaders en ontwikkelingen
2.1 Ontwikkelingen Werkom voert ten behoeve van de gemeenten Zaanstad en Purmerend de taken in het kader van de Participatiewet en de Wet sociale werkvoorziening (WSW) uit. Het primaire doel van deze gemeenschappelijke regeling is mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt zoveel mogelijk naar regulier werk te begeleiden. Daarnaast bieden we mensen met een indicatie WSW of Beschut Werk een passende werkplek. Als gevolg van een dalende WSW-populatie en een stijgende populatie Beschut Werk wordt de druk op het financiële resultaat groter. Reden om in 2020 gezamenlijk met de betrokken gemeenten Purmerend en Zaanstad een zogenaamde strategische herijking te starten. De uitkomsten van dit proces zijn vastgelegd in een tweetal koersdocumenten met een bevestiging van de primaire opdracht van de beide raden van Purmerend en Zaanstad. De opdracht aan Werkom is om aan de hand van een strategisch plan Werkom financieel gezond te houden, zonder dat daarmee de primaire opdracht onder druk komt te staan. De meest belangrijke opgaven voor 2026 en verder zijn: 1. Het formuleren en realiseren van het strategische plan; 2. Continueren van de primaire opdracht voor mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt; 3.
Samen met de arbeidsmarktpartners in het Regionaal Werkbedrijf de dienstverlening aan werkzoekenden te verbeteren en de verwachte toestroom van nieuwe en steeds moeilijker te plaatsen groepen werkzoekenden op te vangen. 4. Uitvoering geven aan de aanbevelingen uit het rapport Berenschot ter verbetering van het financieel resultaat.
2.2 Strategische herijking De ontwikkeling van het aantal doelgroep medewerkers in relatie tot de omzet van Werkom: Met het beëindigen van de Wet sociale werkvoorziening 2015 is er geen instroom in deze voorziening meer mogelijk. Jaarlijks stroomt meer dan 5% van de WSWmedewerkers met een indicatie uit deze voorziening. Dit als gevolg van het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, na langdurig verzuim, bij overlijden of door verhuizing uit de regio. Dit zet druk op de Werkleerbedrijven omdat ze over steeds minder mensen beschikken om opdrachten uit te voeren. De gemiddelde loonwaarde van de instroom medewerkers met een Beschut Werk indicatie is lager dan de uitstroom uit de medewerkers uit de WSW. De omzet van Werkom zal dientengevolge op termijn een dalende trend laten zien. De taken van Werkom in relatie tot het P-Budget: De financiering van de medewerkers met een Beschut Werk indicatie vindt momenteel plaats vanuit een gelijkblijvend Participatiebudget of P-budget (exclusief indexatie) dat Werkom van de gemeenten ontvangt. Omdat de groep medewerkers met een Beschut Werk indicatie groeit, krimpt het deel van het P-budget waarmee werkzoekende
5
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
kandidaten naar werk kunnen worden begeleid. Bovendien neemt de inspanning om kandidaten die nu nog in de Participatiewet vallen naar werk te begeleiden toe. Tenslotte: werkzoekenden met een baanindicatie die een baan vinden worden blijvend door Werkom begeleid. Ook deze groep groeit en daarmee de lasten van deze begeleiding die uit het P-budget worden betaald. Deze ontwikkelingen bij gelijkblijvend P-budget zetten flinke druk op de prestaties en begroting van Werkom. Vanaf 2026 is de groei van het P-budget dan ook gecorrigeerd voor deze autonome ontwikkeling. Voor kandidaten uit de Participatiewet dienen voldoende en gedifferentieerde ontwikkeltrajecten/werksoorten aangeboden te kunnen worden middels interne en externe Werkleertrajecten. Om met de hierboven genoemde ontwikkelingen tot een zo gunstig mogelijke financiering van Werkom te komen, adviseerde het door de gemeenten ingeschakelde adviesbureau Berenschot een aantal maatregelen:
Verbeter het operationele resultaat van de verschillende werksoorten; hiervoor bestaat ruimte. Zorg voor een stevige taak en rol van Werkom in de arbeidsmarktregio. Zet in op detacheren van doelgroep medewerkers. Maak gebruik van de SROI-verplichting die bedrijven bij de gemeenten hebben. Onderzoek op termijn de mogelijkheid van samenwerken/verbinden met arbeidsmatige dagbesteding en/of andere sociaal ontwikkelbedrijven. Maak een strategisch plan. Voer productfinanciering in om beter aan te sluiten op de gemeentelijke begrotingssystematiek.
Met betrekking tot bovenstaande realiseert Werkom in deze begroting een ombuiging van het resultaat met circa € 800.000 ten opzichte van de herijkingsnota. Verder wordt met ingang van de begroting 2025 naast de vereisten uit het BBV, gewerkt met een productentabel die aansluit bij de begrotingssystematiek van de gemeenten. Werkom blijft streven naar verbetering van het financiële resultaat dan werd voorzien in de herijkingsnota van 2022. Het tekort van Werkom zal echter blijven groeien zoals ook aangegeven in die herijkingsnota.
2.3 Kaders begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 Er zijn de volgende begrotingstechnische uitgangspunten geformuleerd:
De personele index die in de begroting wordt gehanteerd is 5% (2025) en 2% (2026). Voor materieel is dit 3% in 2025 en 2% (2026). De indexatie van de individueel gehanteerde tarieven voor externe opdrachten zijn afgestemd op de markt en wijken af van de in de begroting gehanteerde indexen. Vanaf 2027 is geen indexatie toegepast op de begroting.
De personeelsformatie is gebaseerd op het geldende formatieplaatsenplan. De ambtelijke functies begroten we tegen de functionele schaal met een anciënniteit van trede 10.
De ontwikkeling van de loonkosten van de WSW-medewerkers volgt de cao Sociale Werkvoorziening. De bijdrage van de gemeente Zaanstad en Purmerend, voor het uitvoeren of doen uitvoeren van taken voortkomend uit of samenhangend met de Wet sociale werkvoorziening, bestaat uit een volledige vergoeding van de door het participatiebedrijf gemaakte WSW-loonkosten, inclusief de loonindexatie.
De afschrijving van de vaste activa vindt lineair plaats. Er wordt pas geactiveerd bij investeringen boven € 10.000. Voor het afschrijven van de vaste activa hanteren we de afschrijvingstermijnen uit de financiële verordening:
6
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
-
Gronden en terreinen: geen;
-
Terreinvoorzieningen: 20 jaar;
-
Gebouwen 40 jaar;
-
Installaties 15 jaar;
-
Machines en apparaten, inventaris en overige materiële vaste activa: 5 of 10 jaar.
Overige materiële vaste activa worden in minimaal 5 jaar afgeschreven.
2.4 Huisvesting Werkom heeft onder andere vestigingen aan de Einsteinstraat in Purmerend en de Slachthuisstraat in Zaanstad. In voorgaande jaren is het pand aan de Einsteinstraat dusdanig aangepast dat er een open karakter is ontstaan ten behoeve van de bezoeker (kandidaat, werknemer, klant of leverancier). De meeste andere panden heeft Werkom afgestoten in het kader van haar krimp. Onze vestiging in Zaanstad in de Slachthuisstraat moet op termijn verlaten worden en daarom wordt onderzoek gedaan naar alternatieve huisvesting. Een volwaardige aanwezigheid van Werkom in Zaanstad is noodzakelijk, voor een goede dienstverlening aan de bewoners van Zaanstad en voor een goede samenwerking met de ketenpartners aldaar. Verder werkt Werkom ook mee aan ‘punt in de wijk’ vanuit de Spaansgroenstraat in Zaandam.
7
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
3
Beleidsbegroting 2026
3.1 Inleiding De beleidsbegroting bestaat uit één programma ‘Werk’, met drie taakvelden: arbeidsparticipatie, begeleide participatie en overhead.
3.2 Wat willen we bereiken
Mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk helpen, bij voorkeur bij een reguliere werkgever. Dit geldt voor zowel de reguliere participant, als ook kandidaten met een indicatie baanafspraak of met een indicatie Beschut Werk.
Een leerwerktraject bieden aan mensen die dit (nog) niet bij een reguliere werkgever kunnen vinden, om daarmee de ontwikkeling van de mensen te ondersteunen. In samenwerking met het onderwijs en het bedrijfsleven zorgen voor (om)scholingsmogelijkheden om de vaardigheden te leren die nu en straks op de arbeidsmarkt worden gevraagd.
Werkgevers adviseren en ondersteunen bij inclusief ondernemen.
3.3 Wat gaan we daarvoor doen Werkom voert in deze begrotingsperiode de Wet sociale werkvoorziening (WSW) uit en delen van de Participatiewet, te weten de toeleiding naar werk van mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt en Beschut Werk. Iedereen die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt onder de Participatiewet. De wet is er om zoveel mogelijk mensen met of zonder arbeidsbeperking werk te laten vinden. Het doel was om te komen tot één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Doelgroepen die we onder de Participatiewet scharen zijn:
De groep werkzoekenden die regulier kan werken.
De groep die als gevolg van een arbeidsbeperking niet het wettelijk minimumloon (WML) kan verdienen en om die reden in het doelgroep-register is opgenomen. Dit is de groep waarvoor de banenafspraak is gemaakt. Bij plaatsing van deze groep op regulier werk wordt hun reële loonwaarde bepaald en ontvangen werkgevers loonkostensubsidie. Ook kunnen werkgevers een verzoek doen voor inzet van job coaching, no risk polis, scholingsvoucher e.d.
De groep die als gevolg van een arbeidsbeperking als Beschut is geïndiceerd. Deze groep heeft permanente of zeer intensieve begeleiding nodig (en soms vergaande werkplekaanpassingen). Voor hen worden gesubsidieerde arbeidsplaatsen gecreëerd.
Daarnaast zijn er regelingen, die sinds 1 januari 2015 afgesloten zijn en geen nieuwe instroom meer hebben maar waarvan de populatie nog wel werkzaam is bij Werkom, te weten:
8
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
De Wet sociale werkvoorziening met beschut werk ‘oud’ en Begeleid Werken bij werkgevers. Dit aantal gaat omlaag, omdat er geen nieuwe instroom meer is en daalt uiteindelijk tot nul. Werkom voert deze regeling uit.
Wajong oud (met werkregeling, studieregeling en uitkeringsregeling).
3.3.1 Taakveld begeleide participatie Onder dit taakveld vallen twee activiteiten: de bestaande sociale werkvoorziening (WSW) en de regeling voor Beschut Werk.
Beschut Werk Werkom geeft ook steeds meer invulling aan Beschut Werk en past de organisatie daarop aan. Sinds 1 januari 2017 is voor elke gemeente binnen de Participatiewet een verplichting met taakstelling ontstaan. Het betreft personen, die zoveel begeleiding en ondersteuning nodig hebben dat van reguliere werkgevers niet kan worden verwacht dat zij deze begeleiding kunnen bieden of de werkplek kunnen aanpassen. De minimale loonwaarde van deze mensen is 30%.
Sociale werkvoorziening Werkom verwacht in 2026 binnen de werkleerbedrijven werk te bieden aan ongeveer 288 FTE WSW-medewerkers van de gemeenten Zaanstad (inclusief Over-gemeenten) en Purmerend en (op inkoopbasis) van andere regiogemeenten.
Indicatoren taakveld Begeleide participatie De verwachting ten aanzien van het aantal plekken Beschut Werk is als volgt: Tabel 1: FTE en aantallen Beschut werk Gem.fte beschut werk
Totaal Gem.aantallen beschut werk
Totaal
Realisatie 2024
2025
2026
2027
2028
2029
77
92
110
128
146
164
Realisatie 2024
2025
2026
2027
2028
2029
101
119
145
170
195
220
De gemeentelijke taakstellingen vanuit de Ministeriele Regeling voor Beschut Werk liggen hoger. Het UWV heeft in het indiceren van deze doelgroep een centrale rol. Gebaseerd op de huidige ontwikkeling wordt een groei verwacht naar circa 220 personen in 2029. Als gevolg van de jaarlijkse uitstroom (pensioen, langdurig ziek, overlijden en vanwege verhuizing) daalt de populatie WSW-medewerkers gestaag. Tabel 2: FTE WSW en WSW begeleid werken per gemeente Gemiddelde fte WSW bij Werkom per Gemeente Zaanstad Zaanstad (Oostzaan) Zaanstad (Wormerland) Purmerend Totaal deelnemende gemeenten Overige Gemeenten Totaal
Realisatie 2024
195,45
131,40 326,85 11,54 338,39
2025
2026
2027
2028
2029
164,40 4,29 10,07 125,45 304,21 11,24 315,45
155,05 4,29 10,07 119,41 288,82 11,24 300,06
147,30 4,08 9,57 113,44 274,38 11,24 285,62
139,93 3,87 9,09 107,77 260,66 11,24 271,90
132,94 3,68 8,63 102,38 247,63 11,24 258,87
9
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
Gemiddelde fte WSW begeleid werken
Zaanstad Purmerend Totaal
Realisatie 2024
2025
2026
2027
2028
2029
27,57 19,57 47,14
27,57 19,57 47,14
27,57 19,57 47,14
27,57 19,57 47,14
27,57 19,57 47,14
27,57 19,57 47,14
3.3.2 Taakveld arbeidsparticipatie (uitvoering van de Participatiewet-taken) Dit taakveld heeft betrekking op uitvoering van de Participatiewet. Dit taakveld omvat alle op arbeid en uitstroom gerichte participatie- en re-integratievoorzieningen, zoals proefplaatsingen, participatieplaatsen, detacheringsbanen en scholing. Daarnaast houdt het in dat als netwerkorganisatie de samenwerking wordt gezocht met regiopartners, zorginstellingen, gemeenten en scholen. In de komende jaren zullen naar verwachting de doelgroepen met een indicatie banenafspraak en met een indicatie Beschut Werk toenemen. Werkom stelt voor beide groepen structurele ondersteuning beschikbaar middels job coaching of beschutte werkplekken. Werkom heeft hiervoor de infrastructuur, de netwerken en deskundigheid om werkzoekenden te begeleiden in hun ontwikkeling naar betaald werk naar vermogen, in huis. In het kader van de strategische agenda zijn de interne werkleertrajecten verbeterd en wordt de Werkom-aanpak verder geoptimaliseerd.
Werkgeversdienstverlening Voorvloeiend uit de Participatiewet ondersteunt Werkom werkgevers om inclusief te ondernemen. Werkom werkt hierbij samen met het UWV en de regiogemeenten in het Werkgeversservicepunt Zaanstreek Waterland (WSP). De dienstverlening aan werkgevers vergroot het netwerk van Werkom en daarmee de mogelijkheden om (op termijn) ook mensen met een grotere afstand tot werk naar regulier werk te bemiddelen. De werkgeversdienstverlening bestaat uit: -
Informatie & advies over de wettelijke regelingen, de mogelijkheden om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen en de mogelijkheden om het werk inclusief te organiseren;
-
Ondersteuning bieden aan werkgevers door de inzet van werkgeversinstrumenten zoals loonkostensubsidie, no risk polis en job coaching;
-
Invulling van vacatures/match met mensen uit de Participatiewet, de WW, de Wajong en de WIA. Voor de uitvoering van de werkgeversdienstverlening hebben de samenwerkingspartners in het WSP een gezamenlijk uitvoeringsplan en een communicatieplan opgesteld. Voor de uitvoering van deze plannen willen de partners gezamenlijk investeren in zowel de aansturing als de uitvoering van de diensten.
Inclusieve arbeid Om te bevorderen dat reguliere werkgevers meer mensen met een arbeidsbeperking in dienst nemen, wil Werkom inclusieve arbeid organiseren en meer onder de aandacht brengen bij werkgevers. De jobcoaches en adviseurs van Werkom hebben kennis over ‘jobcarving’ opgedaan. Werkom organiseert regelmatig werkgeversbijeenkomsten, waarin werkgevers elkaar inspireren om inclusieve arbeid te organiseren.
10
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
Indicatoren taakveld Arbeidsparticipatie De maatschappelijke waarde van de activiteiten is belangrijk voor Werkom. Maatschappelijke waarde voor mensen die werk zoeken, voor werkgevers en voor de gemeenten. Voor mensen die werk zoeken biedt werk de mogelijkheid te voorzien in het eigen inkomen. Maar werk is meer dan inkomen. Werk geeft mensen de mogelijkheid zich te ontwikkelen, biedt mensen sociale contacten, bevordert de gezondheid en verhoogt het welzijn van mensen. Veel werkgevers willen naast omzet, winst en marktaandeel ook een bijdrage leveren aan de maatschappij. En gemeenten zijn verantwoordelijk voor het sociale domein waarin werk een belangrijke sleutel is om de maatschappelijke doelen te realiseren. De verwachting van de omvang van het aantal participanten gebaseerd op verwachte economische ontwikkelingen en in het verleden gerealiseerde instroom is als volgt: Instroom Tabel 3: Instroom participanten (in aantallen) Instroom per jaar bij Werkom Instroom Zaanstad Instroom Purmerend Totaal instroom begeleiding Werkom Instroom WAP Zaanstad Instroom WAP Purmerend Totaal Instroom Werkcafe aan de poort
realisatie Begroot Begroot Begroot Begroot 2024 2025 2026 2027 2028
Begroot 2029
331 344
450 350
450 350
450 350
450 350
450 350
675 61 113
800 90 110
800 90 110
800 90 110
800 90 110
800 90 110
174
200
200
200
200
200
Kandidaten in begeleiding Binnen de caseload onderscheiden we kandidaten die een indicatie baanafspraak of een indicatie Beschut Werk hebben, reguliere kandidaten en kandidaten die via Werkcafé aan de Poort bemiddeld kunnen worden naar werk. Werkcafé aan de Poort wordt ingezet voor mensen met een relatief korte afstand tot de arbeidsmarkt, die met slechts een korte ondersteuningsinterventie en gerichte bemiddeling al in staat zijn om aan het werk te gaan. Tabel 4: Aantal kandidaten in begeleiding per gemeente verwacht gemiddeld aantal kandidaten in begeleiding per jaar
realisatie Begroot Begroot Begroot Begroot 2024 2025 2026 2027 2028
Begroot 2029
Zaanstad Purmerend
465 306
500 330
500 330
500 330
500 330
500 330
Zaanstad Purmerend
771 232 192
830 275 225
830 275 225
830 275 225
830 275 225
830 275 225
424 27 43 70 1.265
500 30 40 70 1.400
500 30 40 70 1.400
500 30 40 70 1.400
500 30 40 70 1.400
500 30 40 70 1.400
Totaal Reguliere kandidaten (incl statushouders, nuggers, jongeren)
Totaal indicatie banenafspraak en beschut werk
WAP Zaanstad WAP Purmerend Totaal Werk cafe aan de Poort Totale caseload
11
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
Uitstroom “Totaal uitstroom” staat gelijk aan het einde van het gehele Werkom-traject. Een kandidaat stroomt dan (deels) uit de uitkering en is aan het werk (“Totaal Uitstroom begeleiding Werkom” en “Totaal Uitstroom Werkcafé aan de Poort bij elkaar opgeteld) of wordt terug gemeld. Bij terugmelding naar de gemeente zijn kandidaten (nog) niet klaar om de stap naar de arbeidsmarkt te maken. In 2024 was de uitstroom naar werk van kandidaten afkomstig uit Zaanstad uitzonderlijk laag t.o.v. de voorgaande jaren waarbij we ervan uitgaan dat deze zich in 2025 herstelt. Tabel 5: Uitstroom in aantallen per gemeente Uitstroom per jaar bij Werkom Uitstroom Zaanstad Uitstroom Purmerend Totaal Uitstroom begeleiding Werkom Uitstroom WAP Zaanstad Uitstroom WAP Purmerend Totaal Uitstroom Werkcafe aan de poort Terugmelding Zaanstad Terugmelding Purmerend Totaal Terugmelding Totaal Uitstroom
realisatie Begroot Begroot Begroot Begroot 2024 2025 2026 2027 2028
Begroot 2029
139 155
230 170
230 170
230 170
230 170
230 170
294 24 53
400 30 50
400 30 50
400 30 50
400 30 50
400 30 50
77 176 145 321 692
80 220 110 330 810
80 220 110 330 810
80 220 110 330 810
80 220 110 330 810
80 220 110 330 810
Een plaatsing houdt in dat een kandidaat een arbeidscontract aangeboden krijgt (niet altijd gelijk aan uitstroom uit de uitkering). Tabel 6: Plaatsingen naar omvang dienstverband per gemeente Aantal plaatsingen plaatsing Zaanstad plaatsing Purmerend
realisatie Begroot Begroot Begroot Begroot 2024 2025 2026 2027 2028
175 196
195 190
195 190
195 190
195 190
Begroot 2029
195 190
Binnen werkleertrajecten begroten we de komende jaren alleen nog kandidaten op een werkleertraject (WLT) bij Werkom. Tabel 7: Participanten Werkleertraject (WLT) Participanten in werkleertraject Werkleertraject
realisatie Begroot Begroot Begroot Begroot 2024 2025 2026 2027 2028
45
50
50
50
50
Begroot 2029
50
De huidige arbeidsmarkt kent grote verschillen tussen vraag en aanbod. Er is veel vraag naar werknemers in de horeca, de zorg, de bouw en andere sectoren, maar het gevraagde niveau is hoger dan het niveau van onze doelgroep. Om deze kloof te overbruggen probeert Werkom bedrijven te adviseren hun werkprocessen dusdanig aan te passen dat onze doelgroep wel inzetbaar is. De arbeidsmarkt is de afgelopen jaren sterk in beweging, wat invloed heeft gehad op de samenstelling van de doelgroepen die ondersteuning nodig hebben bij het vinden
12
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
van werk. Er is een duidelijke verschuiving zichtbaar, mede door de invoering van de Participatiewet en het stopzetten van de instroom naar de Wajong. In het afgelopen jaar zagen we een duidelijke verschuiving in onze doelgroep. Waar we voorheen voornamelijk mensen ondersteunden die relatief zelfstandig waren, nam dit aantal af. Tegelijkertijd groeide het aantal kandidaten met een indicatie voor de banenafspraak of beschut werk aanzienlijk. Deze ontwikkeling vroeg om een intensievere en meer specialistische begeleiding. Veel van onze kandidaten hadden extra ondersteuning nodig bij het ontwikkelen van sociale vaardigheden en het creëren van een stabiel werkritme. Onze casemanagers en jobcoaches toonden veel geduld en doorzettingsvermogen. Regelmatig waren meerdere gesprekken nodig om vertrouwen op te bouwen en de motivatie te versterken. Het stellen van kleine, haalbare doelen en het bieden van continuïteit in de begeleiding zorgt voor stapsgewijze vooruitgang richting duurzame werkhervatting. Ook na de plaatsing bij een werkgever bleef vaak begeleiding noodzakelijk om de overgang naar werk succesvol te laten verlopen. Werkom heeft de taak om mensen met een ondersteuningsbehoefte te begeleiden naar werk. Dit kan werk zijn binnen Werkom zelf, maar ook bij reguliere werkgevers.
Naast de werkplekken die we zelf bieden aan mensen met een arbeidsbeperking, kunnen er ook mensen met een ondersteuningsbehoefte aan de slag bij reguliere werkgevers, mits ze de juiste begeleiding krijgen. Deze mensen blijven ook de ondersteuning krijgen van een jobcoach om hun werkplek succesvol te behouden. Medewerkers die tot de doelgroep Beschut Werk behoren, zijn mensen die uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden kunnen werken. Zij hebben zodanige lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen dat van een reguliere werkgever niet kan worden verwacht dat deze hen in dienst neemt, ook niet met extra voorzieningen van gemeente of UWV. Het UWV geeft advies over de indicatie. Werkom biedt ook aan deze groep een geschikte werkplek. Eind 2024 bood Werkom aan 123 Beschut-medewerkers een baan; 116 uit de gemeenten Zaanstad en Purmerend en 7 medewerkers vanuit een andere gemeente. De verwachting is dat de instroom blijft aanhouden. Daarnaast merken we dat er ook mensen met een beschut werkindicatie zijn die toch bij een reguliere werkgever aan de slag gaan. In 2024 gaat het om 28 inwoners.
3.3.3 Meerjarige begroting taakvelden Onderstaande tabel betreft de financiële weergave van de verschillende taakvelden1. Tabel 8: Baten en lasten per taakveld Taakvelden gew. 2025 0.4 Overhead -6.986.324 lasten -10.116.452 baten 3.130.128 6.4 Begeleide participatie 4.002.905 lasten -22.176.151 baten 26.179.056 6.5 Arbeidsparticipatie 2.684.031 lasten -7.620.843 baten 10.304.874 Resultaat voor bestemming -299.388
primair 2026 -6.703.987 -9.979.069 3.275.082 3.877.909 -22.307.155 26.185.064 2.826.078 -7.535.740 10.361.818 -1
primair 2027 -6.702.984 -9.958.127 3.255.143 3.695.349 -22.109.818 25.805.168 3.007.634 -7.838.184 10.845.818 -0
primair 2028 primair 2029 -6.706.513 -6.707.099 -9.941.645 -9.926.321 3.235.132 3.219.222 3.517.321 3.337.352 -21.941.977 -21.748.202 25.459.299 25.085.554 3.189.190 3.369.747 -8.140.628 -8.443.071 11.329.818 11.812.818 -1 0
Het taakveld treasury is niet opgenomen omdat er geen rentebaten en -lasten zijn begroot. 1
13
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
Begeleide participatie De lasten van het taakveld begeleide participatie bestaan uit de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening en Beschut Werk. Gemeente Zaanstad en Purmerend dekken 100% van de WSW-loonkosten en verstrekken een loonkostensubsidie uit het BUIGbudget voor Beschut Werk. De verder benodigde kosten voor Beschut Werk komen uit het Participatiedeel dat de gemeenten aan Werkom beschikbaar stellen. Hieruit wordt ook de subsidie voor begeleiding Beschut Werk voor externe organisaties betaald.
Arbeidsparticipatie De lasten van het taakveld Arbeidsparticipatie (Participatiewet) zijn begroot op basis van het toegekende participatiebudget vanuit de gemeenten en de daaraan verbonden kosten voor bedrijfsvoering en overhead.
Overhead Alle indirecte kosten (personeel en materieel) die niet rechtstreeks aan een taakveld kunnen worden toegewezen, worden betiteld als “overhead”. Dit betreft de centrale ondersteuning (Directie, HR, ICT, Huisvesting, Facilitair, Salaris- en Financiële Administratie). De overhead wordt door middel van een sleutel doorbelast naar de overige bedrijfsonderdelen op basis van m2 en fte per bedrijfsonderdeel. Alle indirecte kosten (personeel en materieel) die niet rechtstreeks aan een kandidaat of doelgroep medeweker worden uitgegeven, maar binnen een taakveld vallen (bijvoorbeeld werkvoorbereiding en begeleiding), worden betiteld als “bedrijfsvoeringkosten”. Als het indirecte kosten betreft die niet binnen een taakveld vallen, dan worden deze betiteld als “overhead” (centrale ondersteuning, management en staf). Bedrijfsvoeringkosten en overhead worden door middel van een sleutel doorbelast naar de diverse bedrijfsonderdelen op basis van m2, FTE of aantal medewerkers per bedrijfsonderdeel.
Beleidsindicatoren Tabel 9: Externe inhuur en overhead Indicatoren Externe inhuur Externe inhuur als % totale loonsom Overhead % van totale lasten
gew. 2025 237.682 1,8% 17,5%
primair 2026 242.436 1,8% 16,8%
primair 2027 primair 2028 242.436 242.436 1,8% 1,8% 16,8% 16,8%
primair 2029 242.436 1,8% 16,7%
De externe inhuur bestaat in de komende jaren uit inzet voor projecten en de flexibele schil van medewerkers.
14
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
4
Financiële begroting 2026
De financiële begroting houdt rekening met de wensen van de gemeenten zoals vastgelegd in het koersdocument van de gemeenten en de besluiten van beide raden. In de begroting wordt rekening gehouden met een gestage daling van de WSWpopulatie met 5 % per jaar (pensioen, administratieve uitstroom, langdurige ziekte en overlijden). De realisatie kan hiervan afwijken omdat niet alle uitstroom voorspelbaar is. Ook houden we rekening met autonome groei van “Beschut Werk” naar de taakstelling voor de gemeenten, de autonome ontwikkeling van “langdurige begeleiding” en met effecten van de cao-SW, de cao ADS, de cao SGO en stijgingen van de materiële kosten. Tabel 10: Raming meerjarenbegroting 2025-2029 Raming meerjarenbegroting Ntw Loonkosten en loonsuppl WSW Loonkosten Aan de slag Overige kosten PW/WSW Personeelskosten ambtenaren Directe PW kosten Overige bedrijfskosten Mut voorziening Mut EV Bijdrage gemeenten PW Bijdrage gemeenten SW Overige bijdrage gem. Overige baten Totaal
Realisatie 2024 primair 2025 Gew. begroting 2025begroting 2026 begroting 2027 begroting 2028 begroting 2029 9.005.124 8.666.642 9.196.899 9.094.591 8.902.330 8.714.399 8.474.550 -13.405.424 -13.187.575 -13.752.895 -13.321.348 -12.695.814 -12.101.557 -11.537.013 -1.364.397 -1.414.422 -1.611.714 -1.946.392 -2.248.836 -2.551.279 -2.853.723 -162.400 -93.907 -137.113 -135.551 -135.551 -135.551 -135.551 -12.876.548 -13.010.146 -14.365.936 -14.573.575 -14.573.575 -14.573.575 -14.573.575 -562.608 -355.600 -361.800 -369.036 -369.036 -369.036 -369.036 -3.725.736 -5.017.969 -5.406.969 -4.708.577 -4.730.904 -4.755.909 -4.726.427 -432.414 9.016.080 9.193.996 9.629.000 10.207.000 10.691.000 11.175.000 11.658.000 13.501.455 13.218.109 13.810.655 13.432.499 12.839.996 12.277.119 11.742.386 432.069 1.828.146 2.510.486 2.320.389 2.320.389 2.320.389 2.320.389 574.799 172.720 190.000 0 -6 -299.388 -1 -0 -1 0
De gewijzigde begroting 2025 eindigt met een negatief resultaat van € 299.388. Dit is het gevolg van incidentele baten en lasten. Deze worden toegelicht in tabel 17. Het tekort wordt gedekt door een onttrekking uit de algemene reserve.
4.1 Toelichting op de baten De netto toegevoegde waarde (NTW, omzet minus directe orderkosten) begroten we, ondanks de uitstroom van WSW’ers, voor deze periode op een blijvend hoog niveau, te realiseren door efficiencyverbeteringen en meer begeleiding. Dit ondanks de uitstroom van WSW-medewerkers (en weliswaar instroom van medewerkers met een Beschut Werk indicatie maar van een lagere loonwaarde) De vergoeding voor loonkosten WSW en Begeleid Werken (BW) daalt structureel als gevolg van de uitstroom van deze doelgroep.
15
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
4.1.1 Overdracht budgetten gemeenten
Tabel 11: Budgetten per gemeente Budgetten van gemeenten x 1.000 Participatiebudget Zaanstad Purmerend Ontwikkelbudget Zaanstad Purmerend Totaal P budget Extra middelen (koersdocument) Zaanstad (koersdocument) Purmerend (koersdocument) Extra middelen impulsgelden Zaanstad gidsfunctie RWC Purmerend gidsfunctie RWC
2024 gew
2025
2025 gew
202 6
202 7
202 8
202 9
5.511 2.755
5.783 2.890
6.072 3.035
6.440 3.222
6.763 3.383
7.085 3.545
7.407 3.706
332 166 8.763 1.365 910 455
348 174 9.194 1.828 1.219 609
348 174 9.629 1.885 1.256 628 99 66 33
363 182 10.207 2.217 1.478 739 104 69 35
363 182 10.691 2.217 1.478 739 104 69 35
363 182 11.174 2.217 1.478 739 104 69 35
363 182 11.658 2.217 1.478 739 104 69 35
Extra middelen tegemoetkoming SW bedrijven Zaanstad Purmerend Totaal gemeentelijke bijdragen Totaal WSW budget Zaanstad Purmerend
527
1.365 13.235 7.744 5.491
1.828 13.106 7.596 5.510
288 239 2.511 13.724 7.953 5.771
2.321 13.344 7.824 5.520
2.321 12.752 7.491 5.260
2.321 12.189 7.175 5.014
2.321 11.654 6.875 4.779
Totaal
23.363
24.128
25.864
25.872
25.763
25.684
25.633
2025 7.117.970 5.196.097 477.783 313.773 112.482 13.218.105
2025 gew 7.528.969 5.447.955 423.932 323.401 86.398 13.810.655
2026 7.396.144 5.193.422 428.171 326.635 88.127 13.432.499
2027 7.063.313 4.933.751 428.171 326.635 88.127 12.839.997
2028 6.747.123 4.687.064 428.171 326.635 88.127 12.277.120
2029 6.446.743 4.452.710 428.171 326.635 88.127 11.742.386
Tabel 12: Specificatie budgetten WSW Specificatie Budgetten WSW Zaanstad Purmerend loonsuppl.begl.werk Zaan loonsuppl.begl.werk Purm Over gemeenten
2024 gew 7.262.896 5.188.587 481.291 302.432 49.215 13.284.421
4.1.2 Toelichting: Participatiebudget De participatie budgetten zijn geïndexeerd zoals vastgelegd in de bijdrage verordening. Voor de indexering van de budgetten 2026 is uitgegaan van indexcijfers van het CEP: 2,0% voor personele lasten en 2,0% voor overige lasten. Vanaf de gewijzigde begroting 2025 is een verhoging van het participatiebudget geraamd in verband met het wegvallen van de LIV (lage inkomens voordeel), en de autonome groei van de aantallen medewerkers met een Beschut Werk indicatie in dienst van Werkom. Extra middelen koersbesluit De bedragen in het koersdocument zijn niet geïndexeerd. Ter wille van de vergelijking met de voorliggende begroting hebben we de bedragen uit het koersdocument geïndexeerd (niet geïndexeerd € -2,9 miljoen in 2025, geïndexeerd € -3,2 miljoen). De structurele ombuiging zoals toegezegd bedraagt € 0,8 miljoen per jaar. Hier bovenop is een extra inspanning van 5% zijnde € 0,2 miljoen te realiseren. Dit zou dan resulteren in extra financiële middelen van 2,2 miljoen. In 2025 komt de extra gemeentelijke bijdrage ruim 0,3 miljoen lager uit op 1,9 miljoen. Extra middelen tegemoetkoming SW bedrijven Voor de tijdelijke tegemoetkoming 2024 sociaal ontwikkelbedrijven is 527k begroot in 2025. Purmerend en Zaanstad hebben met Werkom gesproken voor invulling van de
16
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
tijdelijke tegemoetkoming sociaal ontwikkelbedrijven. Hier zijn de volgend drie prioriteiten uit naar voren gekomen:
Prioriteit 1: Samenwerking met andere organisaties in de keten. Doordat de doelgroep die Werkom bemiddelt meer te maken krijgt met complexere problematiek, is samenwerking binnen de keten steeds belangrijker. Dit betreft de inschakeling van professionals van andere organisaties bij trajecten van kandidaten op het moment dat de casemanager of jobcoach signaleert dat dit nodig is. Naast het voordeel voor de kandidaten denken we dat hierdoor ook extra kennis en ervaring gaat ontstaan bij de casemanagers en jobcoaches. Ook verwachten we dat de contacten die ontstaan meerjarig waarde zullen hebben. Prioriteit 2: Stageplekken ontwikkelen van leerlingen van de PRO/VSO scholen. De meerjarige waarde en het belang om deze jongeren te helpen bij de overgang van school naar werk is groot. Prioriteit 3: Het trainen van cultuursensitief werken. Dit betreft het zoeken van aansluiting op de achtergronden en behoeften van de anderstalige kandidaten en werkgevers hierbij betrekken. Dat kan over taal gaan, basisvaardigheden en werkcultuur.
Extra middelen impulsgelden Uit het impulsbudget Infra budget is Regionaal Werkcentrum is een bedrag van €99.000 opgenomen om de gidsrol voor Zaanstad en Purmerend door Werkom bij het Regionaal Werkcentrum nader vorm te geven. WSW budget De budgetten voor uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening zijn gebaseerd op de geraamde loonkosten van de WSW-medewerkers aangevuld met de kosten van loonkostensubsidie bij Begeleid Werken. De werkelijke loonkosten 2024 vormen de basis van de gewijzigde begroting 2025. Daarnaast is voor 2025 rekening gehouden met een cao-verhoging, het wegvallen van de compensatie voor de LIV (lage inkomensvoordeel) en het afschaffen van een tegemoetkoming in de transitievergoeding van het UWV (die naar het zich laat aanzien pas een jaar later ingaat). De afschaffing van de regeling lage inkomensvoordeel voor werkgevers betekent dat de WSW-loonkosten voor Werkom hoger worden. Voor 2026 is rekening gehouden met een index van 2%. De afname van de budgetten wordt veroorzaakt door de afname van de WSW-populatie.
4.2 Toelichting op de lasten Personeelskosten De geraamde ambtelijke personeelskosten inclusief inhuur stijgen in 2026 ten opzichte van 2025 met circa € 200.000. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door de effecten van de cao SGO. De loonkosten in de gewijzigde begroting 2025 zijn € 1,4 miljoen hoger dan in de oorspronkelijke begroting. Dit is voor ongeveer de helft het gevolg van een hogere indexatie dan eerder voorzien voor 2024 en 2025. De andere helft komt door een uitbreiding van de formatie. Dit betreft 3 fte bij Mens & Werk, waarvan 1 fte gefinancierd wordt met regionale budgetten. De overige twee zijn noodzakelijk door de autonome stijging van het aantal kandidaten in langdurige begeleiding, de instroom van het aantal mensen met een beschut indicatie en de extra taken uit de eenmalige tegemoetkoming. De instroom van 3 fte bij de staf is ter vervanging van inhuur. Bij
17
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
het Werkleerbedrijf betreft het 5 fte: 1 fte voor een potentieel nieuw werkleertraject naar de horeca, 1 fte voor voorraadbeheer, 1 fte accountmanagement en 1 fte specialistische werkbegeleider ter accommodatie van nieuwe klanten en 1 fte teamleider groepsdetacheringen die de jaren hiervoor werd betaald uit het ontwikkelbudget. De loonkosten van medewerkers met een indicatie Beschut Werk stijgen van 2025 naar 2026 met € 330.000. Dit komt door autonome groei en indexatie. Overige kosten bedrijfsvoering De afname van de overige bedrijfskosten met € 700.000 wordt met name veroorzaakt doordat de kosten die gemaakt zijn ten laste van de tijdelijke tegemoetkoming sociaal ontwikkelbedrijven alleen in 2025 zijn begroot. Daarnaast zijn in 2025 kosten geraamd voor de verbouwing van de productie ruimten.
Toelichting gewijzigde begroting 2025 De gewijzigde begroting 2025 heeft € 682.000 meer kosten c.q. meer opbrengsten. Primair was een bijdrage begroot van € 1.828.146. In de gewijzigde begroting is dit € 1.885.000. Daarnaast zijn een tweetal bijdragen uit de impuls gelden begroot van € 99.000 en € 527.000. De gemeentelijke bijdrage komt daardoor op € 2.511.000. Daarnaast is een onttrekking uit de algemene reserve begroot ter dekking van de verbouwingskosten van de productie hallen. De extra gemeentelijke bijdrage vanuit het koersdocument is geïndexeerd en er is rekening gehouden met een ombuiging van ten minste € 800.000. De belangrijkste verschillen ten opzichte van de primaire begroting 2025 zijn: Tabel 13: verklaring gewijzigde begroting t.o.v. primaire begroting
Omzet en directe orderkosten NTW Loonkosten aan de slag Personeelskosten Overige bedrijfskosten verbouwing productie hallen Onttrekking reserve Verhoging participatiebudget i.v.m. wegvallen LIV en autonome groei Totaal
530.257 -197.292 -1.355.790 -94.179 -300.000 300.000 435.004 -682.000
Netto Toegevoegde Waarde (NTW): Bij de aanpassing van de NTW is rekening gehouden met het structurele resultaat uit de jaarrekening 2024. Loonkosten aan de slag Enerzijds neemt het aantal verwachte dienstverbanden toe van 71 naar 92 fte. Dat heeft een opwaartse druk op de kosten van beschut werk. Anderzijds blijkt de loonwaarde van mensen met een beschut werk indicatie lager, waardoor meer loonkostensubsidie wordt ingezet. Dat heeft een verlagend effect op de netto loonkosten voor beschut werk. Ambtelijke personeelskosten De stijging van de loonkosten is voor € 100.000 het gevolg van de verhoging van de reiskostenvergoeding voor het ambtelijk personeel. Het restant is voor ongeveer de
18
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
helft indexering en voor iets meer dan de helft stijging van de formatie met 11 fte zoals beschreven onder personeelskosten hierboven. Overige bedrijfskosten: De mutatie van de overige bedrijfskosten is een saldo van plussen en minnen. Zo zijn de afschrijvingskosten en de autokosten verlaagd in de gewijzigde begroting. De huisvestingkosten zijn daarentegen weer hoger. In de begroting is rekening gehouden met een verbouwing van de productiehallen. Deze is nodig omdat de ruimte in de huidige staat gedateerd overkomt bij potentiële nieuwe opdrachtgevers. Om de omzet op peil te houden, is een herinrichting/verbouwing nodig. Om de kosten te dekken wordt een onttrekking uit de algemene reserve begroot. Participatiebudget: Het participatiebudget is verhoogd om de verwachte loonkostenstijging van medewerkers met een Beschut Werk-indicatie door het vervallen van de LIV en de nieuwe instroom te dekken. Voor de volledigheid is een gewijzigde productentabel 2025 toegevoegd. Voor een onderbouwing van de diverse producten, zie hoofdstuk 5. Tabel 14: Productentabel 2025
Gewijzigde begroting 2025
Financieel resultaat dienstverband per fte 1. Bruto loonkosten 2. Subsidies 2a LKS 2b Kosten/opbrengsten werkplek 3a. opbrengsten uit werk 3b. kosten bedrijfsvoering 5. kosten begeleiding Financieel resultaat per dienstverband
Jobcoaching Beschut werk baanindicatie
WSW
-42.944 43.134 23.129 -28.092
bij andere werkgever onbekend -35.453 onbekend -265 19.854 19.428 onbekend -28.092 onbekend -28.156
-3.339 -3.604
92,0
394
-3.893
-4.773
Overig WLB
-
aantal fte (jaargemiddelde)
304,2
Reintegrat ie
-7.897
4.423 7.771 21.983 -28.092 -1.812 18,86
-7.039 -7.039 900
4.3 Reserves en voorzieningen Reserves 1. Algemene reserve: Deze is gemaximaliseerd via de financiële verordening op 5% van de exploitatie. 2. Bestemmingsreserve voor duurzaamheid en energietransitie: Deze dient in de toekomst om hogere kapitaallasten te compenseren. 3. Bestemmingsreserve voor de verplichting voor WSW-vakantiegeld: Deze reserve is ontstaan bij de overname van Baanstede naar Werkom. Door de steeds kleiner worden populatie wordt deze reserve kleiner en anderzijds door de loonsverhoging wordt deze hoger. Voorzieningen 1. Spaarverlof: Een aantal medewerkers (WSW en ambtelijk) heeft een deel van hun verlofuren omgezet in spaarverlof. Deze voorziening is de financiële vertaling van
19
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
de daaruit voorvloeiende verplichting, rekening houdend met de mutaties in dit boekjaar, het actuele uurloon en enkele directe opslagen. 2. Personeelskosten: Deze voorziening heeft betrekking op kosten waarvan de oorzaak in 2024 of eerder ligt, doch waarvan afwikkeling in 2025 of later zal volgen. Het gaat om WW-uitkeringen of ontslagregelingen voor ambtelijke medewerkers. 3. Voorziening openstaande verplichtingen: Deze voorziening heeft betrekking op aangegane contractuele verplichtingen over het boekjaar heen terwijl de financiering van de gemeente al in voorgaande jaren als bate is genomen. Tabel 15: Stand en gespecificeerd verloop van de voorzieningen
Voorzieningen Voorziening spaarverlof Voorziening Personeelskosten Voorziening niet uitgevoerde contractverplichting Voorziening nog af te dragen pensioenkosten Voorzieningen
1-1-2026 740.858 134.612 875.470
toevoeging -
Onttrekking -
31-12-2026 740.858 134.612 875.470
4.4 Gemeentelijke ontwikkelingen financiën De gemeenten Purmerend en Zaanstad hebben Werkom gevraagd te verkennen wat een bezuiniging van 5% op het gemeentebudget zou betekenen. Dit verzoek komt voort uit de bredere financiële uitdagingen waarmee gemeenten worden geconfronteerd. Werkom ontvangt van de gemeenten Zaanstad en Purmerend drie inkomstenstromen: bijdrage WSW, bijdrage inzake Participatiewet en een overige gemeentelijke bijdrage. Werkom heeft inzichtelijk gemaakt wat de consequenties zijn van deze bezuinigingen voor de verschillende financiële stromen. Het WSW-budget Het budget is uitsluitend bedoeld voor de dekking van salariskosten van WSWmedewerkers. Deze salariskosten worden vastgesteld in de cao en zijn daarom niet beïnvloedbaar. Als gevolg hiervan is een budgetkorting niet realiseerbaar. Het participatiebudget Uit dit budget worden salariskosten voor nieuw beschut werk, jobcoaching/banenafspraak en re-integratie betaald. Een bezuiniging op het participatiebudget heeft directe gevolgen voor de dienstverlening aan de inwoners van de gemeente Zaanstad en gemeente Purmerend. Gevolgen van een 5% budgetverlaging: • Wachtlijsten beschut werk: Mensen met een indicatie krijgen geen tijdige plek, in strijd met wettelijke verplichtingen. Dit verlaagt de uitstroom uit de bijstand en mensen blijven aan te kant staan.
Daarnaast zal hierdoor de netto toegevoegde waarde van Werkom afnemen t.o.v. begroot. • Minder begeleiding banenafspraak: Beperking van jobcoaching betekent dat mensen met een baanindicatie niet aan het werk gaan en blijven. Dit verlaagt de uitstroom uit de bijstand en betekent dat mensen aan de kant blijven staan.
20
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
• Verminderde re-integratie: Minder middelen betekenen dat minder mensen richting werk worden begeleid. Dit verlaagt de uitstroom uit de bijstand en betekent dat mensen aan de kant blijven staan. Deze gevolgen leiden tot meer bijstandsgerechtigden, hogere maatschappelijke kosten, extra druk op de bedrijfsvoering van de WSW, en minder kansen voor kwetsbare groepen. Een structurele bezuiniging verzwakt de uitvoering van de Participatiewet en belemmert de ondersteuning van mensen naar werk.
Een bezuiniging van 5% op het Participatiebudget komt neer op € 510.350. In de productentabel 2025 staan de volgende kosten: Resultaat 1 FTE Beschut werk: € 28.156 per jaar. Kosten job coaching/banenindicatie: € 3.604 per jaar. Kosten re-integratie: € 7.039 per jaar. Als de bezuiniging van € 510.350 wordt verdeeld over deze drie producten, resulteert dit in 18 FTE minder dienstverbanden Beschut Werk, 142 minder kandidaten die job coaching ontvangen of 73 minder kandidaten die begeleid kunnen worden naar werk. Dit kan ook een combinatie zijn van verschillende producten. Het is belangrijk om te weten dat de genoemde bedragen ook bedrijfsvoerings- en overheadkosten omvatten, die deels vastliggen en minder flexibel zijn. Dit betekent dat de werkelijke besparing lager zal uitvallen. Als we aannemen dat iemand in de bijstand € 19.000 per jaar kost aan uitkeringslasten2, dan zullen de hogere kosten van 29 mensen die niet uitstromen uit de bijstand aanzienlijk groter zijn dan de besparing die de verlaging oplevert.
De extra financiële bijdrage Een bezuiniging van 5% komt neer op een bedrag van ~€ 100k. Voor de tweede fase van de strategische agenda van Werkom staat een doorgaande ombuigingsinspanning in de plannen (implementatie Berenschot aanbevelingen 2022). De € 100k is in de begroting verwerkt.
2 Prijsniveau 2023
21
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
5
Producten begroting 2026
Vanaf 2025 wordt op verzoek van Gemeenten een productenbegroting geleverd. Omdat de begroting moet voldoen aan de vereisten conform het Besluit begroting en verantwoording wordt dit als apart hoofdstuk aan de begroting toegevoegd. In het najaar van 2022 heeft Berenschot, in opdracht van beide gemeenten, een adviesrapport uitgebracht over Werkom. Eén van de adviezen uit het rapport is om over te stappen op een PXQ-systematiek (Prijs x Hoeveelheid) voor de financiering. Dit model zorgt voor meer transparantie en voorspelbaarheid in de kostenberekening door een koppeling te maken tussen de prijs en het aantal geleverde diensten of producten. Berenschot heeft binnen deze systematiek enkele categorieën onderscheiden en daarbij 'algemeen erkende rekenprijzen' benoemd. Deze rekenprijzen, die zijn gebaseerd op cijfers uit 2021, dienen geactualiseerd te worden (door middel van indexatie), zodat ze aansluiten op de huidige economische situatie Tabel 16: Productentabel 2026
Primaire begroting 2026 Financieel resultaat dienstverband per fte 1. Bruto loonkosten 2. Subsidies 2a LKS 2b Kosten/opbrengsten werkplek 3a. opbrengsten uit werk 3b. kosten bedrijfsvoering 5. kosten begeleiding Financieel resultaat per dienstverband
WSW
-43.825 44.210 23.007 -28.349 -4.957 -
aantal fte (jaargemiddelde)
288,8
Jobcoaching Overig ReWLB integratie Beschut werk baanindicatie bij andere werkgever onbekend -9.011 -36.147 onbekend -286 20.242 5.046 8.867 19.326 onbekend 21.732 -28.349 onbekend -28.349 -7.136 -3.950 -3.394 -28.878 -3.680 -1.716 -7.136 110,0 372 16,86 900
De tabel bevat de productindeling die ook door Cedris, de brancheorganisatie voor werk-ontwikkelbedrijven, wordt gehanteerd: WSW Betreft kosten per fte van de WSW-medewerkers die bij het Werkleerbedrijf werken. De kosten voor de WSW-medewerkers die bij de staf werken, zitten in de kosten bedrijfsvoering. De totale kosten van het product WSW op de Werkleerbedrijven is € 4.957,- negatief per fte. De netto toegevoegde waarde die WSW-medewerkers verdienen is niet meer toereikend om de kosten van de werkleerbedrijven te dekken. In 2026 begroten we gemiddeld 288,80 fte in de werkleerbedrijven. Dat aantal neemt de komende jaren verder af (dit is een autonoom proces). De meest recente benchmark sector informatie Cedris dateert uit 2023. Om deze reden worden de cijfers uit de voorlopige jaarrekening 2024 gebruikt om te vergelijken met de cijfers uit de benchmark.
22
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
Het saldo bedrijfsvoering uit het rapport Cedris betreft - € 2.320,- in 20233. Ter vergelijk in 2024 heeft Werkom bij de WSW een resultaat op de bedrijfsvoering van -/- € 394,-. We vergelijken het resultaat op de bedrijfsvoering, omdat bij Werkom de volledig loonkosten vergoed worden, terwijl de benchmark uit gaat van een vergoeding voor de loonkosten op basis van het bedrag per SE dat door het rijk beschikbaar wordt gesteld.
Beschut werk Betreft kosten per fte van de doelgroep Participatiewet die met een indicatie Beschut Werk bij het werkontwikkelbedrijf aan het werk zijn. De kosten per fte Beschut Werk op de werkleerbedrijven zijn € 28.878,- negatief in de begroting 2026. Voor 2026 begroten we 110 fte met een indicatie Beschut werk. Dit aantal neemt de komende jaren verder toe (zolang de taakstelling van het rijk niet is ingevuld, heeft iedereen die de indicatie beschut werk krijgt, recht op een beschutte werkplek). Het meest recente rapport om dit resultaat te benchmarken is het rapport van Significant APE prijspeil 2021. Volgens dit rapport is de gemiddelde kostprijs van een beschutte werkplek € 18.002,-. 4 Geïndexeerd naar 2024 zou de kostprijs € 23.114 bedragen. Ter vergelijking de kostprijs beschut conform de voorlopige cijfers 2024 bij Werkom is € 22.696,-.
Begeleiding intern (LKS bij) Betreft de kosten per fte van de doelgroep Participatiewet die met loonkostensubsidie bij het werkontwikkelbedrijf aan het werk zijn. Werkom heeft dit product de afgelopen jaren wel ingezet, maar nu niet meer in de begroting voor 2026 opgenomen.
Jobcoaching baanindicatie bij andere werkgever Naast de groep kandidaten met baanindicatie die de werkontwikkelbedrijven zelf in dienst kan hebben, is er de groep die via het werkontwikkelbedrijf en/of gemeentelijke uitvoeringsorganisatie bij reguliere werkgevers is geplaatst (LKS-via). De plaatsing kan in de eigen gemeentelijke organisatie zijn, maar ook bij andere publieke werkgevers of bij private werkgevers en sociale ondernemingen. Deze werkgevers betalen zelf de loonkosten, zijn verantwoordelijk voor de eigen bedrijfsvoeringkosten en genereren met deze medewerkers opbrengsten door de bedrijfsactiviteiten. De werkgevers ontvangen loonkostensubsidie voor de lagere loonwaarde van deze medewerkers en jobcoaching. Werkom is verantwoordelijk voor de begeleiding van deze medewerkers en hun werkgevers. We verwachten dat dit aantal verder toeneemt. Een groter wordende groep die met baanindicatie (en dus loonkostensubsidie) bij reguliere werkgevers werkt is in lijn met de doelen van de Participatiewet, maar vraagt van Werkom steeds meer inzet op langdurige begeleiding.
3
Cedris Sectorinformatie 2023, pagina 35
4 De kosten van beschut werkplekken in Nederland, pagina 55
23
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
Als we de kostprijs van externe begeleiding uit het rapport van Berenschot 2021 5 indexeren dan volgt daar een bedrag uit van € 2.875. Werkom zit hier met € 3.234,in 2024 iets boven, maar SZW ging bij de invoering van de participatiewet uit van €4.600 (geïndexeerd) bij een caseload van 25 personen/jaar.
Overig Werkleerbedrijf (WLB) Betreft alle andere werkzaamheden van Werkom die niet passen in de andere categorieën zoals bijvoorbeeld WIW en WSW-medewerkers van overige gemeenten.
Kandidaten Re-integratie Dit betreft de kosten van het begeleiden van kandidaten naar werk. Hier worden ook de kosten voor deelname aan het werkgeversservicepunt (WSP) meegenomen. Als we de kostprijs van re-integratie uit het rapport van Berenschot 2021 indexeren naar 2024 dan volgt daar een bedrag uit van € 2.875 tot € 13.800. Werkom zit daar met € 7.091,- in 2024 tussenin. De kostprijs van € 7.136,- zoals begroot voor 2026 is een uitwerking van de kosten van de afdeling Mens en Werk bij Werkom. Deze afdeling houdt zich, naast reintegratiewerkzaamheden, bezig met diverse andere activiteiten. Dit omvat deelname aan het Werkgeversservicepunt, Spaansgroen en PACT Zaandam-Oost, het uitvoeren van werkgeverssubsidies, individuele detacheringen binnen de WSW, loonwaarde metingen, en het opzetten van en deelnemen aan netwerkorganisaties. De hiermee samenhangende bezetting/kosten vormen een deel van de verklaring voor de (hoger dan de ondergrens zijnde) kostprijs per re-integratietraject.
3a Opbrengsten uit werk Voor WSW en Beschut Werk zijn de opbrengsten uit werk naar rato verdeeld. We hebben rekening gehouden met een lagere loonwaarde van Beschut Werkmedewerkers ten opzichte van de WSW-medewerkers. De opbrengsten uit werk worden niet per persoon geregistreerd.
Gebruik productentabel Bovenstaande is een eerste uitwerking van de productenbegroting door Werkom en daarom is het verstandig voorzichtig te zijn met conclusies. Voor vergelijking met de benchmark is nog veel werk nodig om zeker te kunnen zijn over eventuele conclusies. Die willen we dan ook nog niet trekken. We zullen deze productbegroting de komende jaren verder ontwikkelen.
.
5
Vertrouwelijke bijlage Financiële benchmark rapport Berenschot van 5 oktober 2022, hoofdstuk 3.1
24
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
6
Paragrafen
6.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de beleidslijnen toegelicht met betrekking tot beheersmatige aspecten. Paragrafen zoals benoemd in het BBV, maar niet van toepassing voor Werkom (lokale heffingen en grondbeleid) worden niet toegelicht. De volgende onderwerpen komen aan bod:
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen
6.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Aan de hand van een risicoanalyse worden de grootste risico’s in beeld gebracht en beoordeeld. Daar waar nodig en noodzakelijk worden beheersmaatregelen getroffen om een risico te reduceren tot aanvaardbare proporties. Eventuele restrisico’s dienen opgevangen te worden middels verzekeren of de algemene reserve. Ter dekking van de restrisico’s wordt een algemene reserve aangehouden. In de volgende paragrafen worden de volgende punten nader uitgewerkt. 1. 2. 3. 4.
Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; Een inventarisatie van de risico’s; Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s; Kengetallen voor de a. Netto schuldquote; b. Solvabiliteitsratio; c. Structurele exploitatieruimte; 5. Een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.
6.2.1 Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit Het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader GTK 2022 gemeenschappelijke regelingen stelt ten aanzien van het weerstandsvermogen dat dit afgestemd dient te zijn op de risico’s. In de financiële verordening is het maximaal toelaatbaar weerstandsvermogen (met ingang van 1 januari 2023) afgesproken van 5%. Het weerstandsvermogen is gelijk aan de algemene reserve.
6.2.2 Een inventarisatie van de risico’s Jaarlijks maakt Werkom een risicoanalyse die risico’s identificeert, analyseert, classificeert in relatie tot de doelen van de organisatie. Daar waar deze analyse laat zien dat de risico’s onaanvaardbaar zijn worden maatregelen genomen om de risico’s tot een aanvaard niveau te reduceren. Voor het begrotingsjaar 2026 en het jaar van de gewijzigde begroting 2025 ziet Werkom de volgende risico’s:
25
P r i m a i r e b e g r o t i n g 2 0 2 6 e n m e e r j a r e n r a m i n g | Werkom
Afnemende verdiencapaciteit als gevolg van een afnemende WSW-populatie. Er is wel instroom medewerkers Beschut Werk, maar de loonwaarde bepaling ligt hier lager. Voor 2025 en 2026 wordt dit risico vooralsnog ingeschat op € 0
Onvoldoende financiering van het rijk voor de uitvoering van de Participatiewet in combinatie met de autonome groei van het aantal arbeidsplaatsen voor medewerkers Beschut Werk en het ‘ravijnjaar’ in 2026. Het risico van bezuinigingen wordt ingeschat op ~€ 1,3 miljoen.
6.2.2.1 Toenemende druk op het operationele resultaat en de omzet De WSW-populatie blijft structureel afnemen waarmee druk komt te staan op het realiseren van voldoende netto toegevoegde waarde (omzet minus directe orderkosten). De gemiddelde loonwaarde van de achterblijvende populatie neemt langzaam af. Complexere opdrachten worden daarmee lastiger om uit te voeren. Met de introductie van de Participatiewet heeft de overheid berekend dat drie medewerkers WSW worden vervangen door één medewerker Beschut Werk. Zoals op basis van de productentabel valt op te maken is het operationele resultaat van drie fte WSW-medewerkers circa € 15.500 negatief. Eén fte medewerker Beschut Werk kent een operationeel resultaat van circa € 29.000 negatief. Door deze autonome ontwikkeling verslechtert het operationele resultaat met circa € 13.500 bij iedere toename Beschut Werk.