B-ontwerp-kwaliteitsplan-digitaal-toegankelijke-versie
Tekst van het document
binnenterrein binnenterrein
ca. 2,5m ca. 2,5m
Zorgvuldig ontworpen overgangen tussen openbaar en prive
Fietsenberging is niet dominant in het straatbeeld
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 93
MATERIAALGEBRUIK ONDERBOUW
Materiaalgebruik Het materiaal van de onderbouw staat in contrast met de bovenbouw. De onderbouw is geïnspireerd op de jaren 70 groeikern architectuur en bestaat voornamelijk uit natuurlijke materialen.
Richtlijnen • Een gebouw heeft één basismateriaal (baksteen, beton en/of hout) of kleur. • Er worden ‘eerlijke’ (je ziet wat het is) en natuurlijke materialen toegepast met duurzame eigenschappen. • Materialen worden zoveel mogelijk in hun natuurlijke uitstraling getoond (geen geverfde oppervlakken). • Gebruik materialen die verouderen, niet of zo min mogelijk vervuilen. • Een afwijken van het hoofdmateriaal wordt gebruikt om bijzondere elementen van de onderbouw te benadrukken (bijvoorbeeld een bijzondere dakvorm, een entree of voorziening in de plint) • Er zijn tintverschillen tussen aangrenzende panden. Er wordt rekening gehouden met de kleuren van bestaande panden.
Elk pand heeft overwegend één kleur
Materiaal vervuit niet in de loop van de tijd
Er wordt rekening gehouden met aangrezende panden.
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 95
21STE EEUWSE BOVENBOUW
21STE EEUWSE BOVENBOUW De bovenbouw in het Waterlandkwartier vormt een eigentijdse 21ste eeuwse skyline. De bovenbouw bestaat uit optoppingen, hogere gebouwen en stedelijke accenten. De hogere gebouwen en stedelijke accenten zijn slank, licht, hebben een eenvoudig silhouet en zijn contrasterend met de onderbouw. De Bovenbouw oogt ‘licht’. Er wordt veel gebruik gemaakt van glas, hout, groen en andere transparante materialen.
Hoofdvorm De bovenbouw verschilt zichtbaar van de onderbouw. Ze is licht en heeft een eenvoudig silhouet. Richtlijnen • De bovenbouw heeft een eenduidige en heldere basisvorm. • De bovenbouw onderscheidt zich zichtbaar van de onderbouw (in materiaal, volume en architectuur). • Hoge gebouwen en optoppingen in de bovenbouw kunnen onderling van elkaar verschillen, maar er is sprake van samenhang. Dat kan bereikt worden door een afstemming in materiaalgebruik, vorm, architectonische uitstraling en kleur. • Balkons en galerijen en ondergeschikte bouwdelen zijn een geïntegreerd onderdeel van het gebouwconcept.
Basisvorm
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 97
VERSCHIJNINGSVORM BOVENBOUW
Verschijningsvorm De bovenbouw heeft een herkenbare plastiek met reliëf, tactiliteit en zorgvuldige detaillering. De bovenbouw is niet uitbundig sculpturaal of spectaculair volumetrisch van opzet, maar heeft een relatief eenvoudige hoofdvorm met aandacht voor materialiteit en detaillering.
Richtlijnen • Dakterrassen bevinden zich achter een verhoogde borstwering. • Ondergeschikte bouwdelen (zoals dak installaties) en liftschachten worden in aantal en omvang zo veel mogelijk beperkt, uit het zicht geplaatst, dan wel architectonisch of groen ingepast. Hoe lager het dakvlak, hoe meer aandacht hiervoor. • Er is aandacht voor materialiteit, detaillering, reliëf in de gevel en tactiliteit. • De bovenbouw is alzijdig; alle gevels worden als volwaardige gevels ontworpen. • Natuurinclusieve elementen zijn onderdeel van de architectuur van het pand. • Groene gevels en zonnepanelen aan de gevel worden als integraal onderdeel van het gevelbeeld ontworpen en zijn volwaardig onderdeel van de beeldtaal en gevelcompositie.
Dakterrassen achter een verhoogde borstwering
De bovenbouw heeft natuurinclusieve elementen en zijn aandachtig ontworpen
Ondergeschikte bouwdelen zijn uit het zicht geplaatst.
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 99
MATERIAALGEBRUIK BOVENBOUW