B-ontwerp-kwaliteitsplan-digitaal-toegankelijke-versie
Tekst van het document
Een aantal aspecten is hierbij van belang: het aantal fietsplekken per woning, de eisen aan de inpandige berging in de woning, de bereikbaarheid en het beheer van de gemeenschappelijke fietsenberging. Dit sluit overigens niet uit dat ook andere oplossingen mogelijk zijn. Voor het Waterlandkwartier zijn aanvullend eisen op de Purmerendse bouwbrief van toepassing. Deze zijn opgenomen in het MPvE Waterlandkwartier Spelregel 5.6: Voor bezoekers en gebruikers (werknemers van de voorzieningen) van het Waterlandkwartier worden voldoende fietsparkeerplekken voorzien. Voor gebruikers en bezoekers van het gebied worden voldoende publieke fietsenstallingen voorzien in de mobiliteitshubs en de openbare ruimte voorzien. De normering voor het fietsparkeren voor bezoekers en gebruikers van het gebied is opgenomen in het MPvE Waterlandkwartier.
Richtlijnen: Om het inpandig stallen van fietsen aantrekkelijk te maken, gelden voor de gebouwde fietsenstallingen in het Waterlandkwartier de volgende richtlijnen: • De gebouwde fietsenstallingen in het Waterlandkwartier liggen zo veel mogelijk op maaiveld. Waar dit niet mogelijk is wordt gewerkt met flauwe hellingbanen of fietsliften • Fietsenstallingen zijn ruim opgezet, goed verlicht en sociaal veilig • Voor bewoners is de eerste fiets direct bereikbaar vanaf het maaiveld • Van de fietsparkeerplaatsen moeten voldoende plekken geschikt zijn voor speciale fietsen incl. laadplekken • (cargobikes, fietsen met mandjes, e-scooters)* • De fietsenberging bevat voldoende enkellaags parkeerplaatsen* • Fietsenstallingen worden ontsloten vanuit de openbare ruimte, zijn representatief en hebben een goed zichtbare entree * Er is aandacht voor speciale fietsen en enkellaagse parkeerplaatsen voor fietsen is terug te vinden in het andere beleid.
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 47
AFVAL (INDICATIEF)
Stadstraat Afval uitgangspunten situatie afval punten project grens
LOGITSTIEK (INDICATIEF)
Stadstraat buurtontsluitingsweg Opstelplekken
GROF VUIL (INDICATIEF)
Stadstraat Grof vuil uitgangspunten project grens
NOODDIENSTEN
5.3 Logistiek en afval In het Waterlandkwartier zijn twee soorten logistiek van belang: de bouwlogistiek (aangezien het om een organische ontwikkeling gaat en er nog gebouwd gaat worden terwijl er al mensen wonen) en de bevoorrading van bedrijven, afvalophaal en pakketbezorging. Van belang is om te streven naar zo weinig mogelijk logistieke bewegingen (bundeling van leveringen door gebruik te maken van logistieke hubs buiten het Waterlandkwartier en ‘white label’ pakketdiensten) en om de bewegingen die gemaakt worden duurzaam te laten zijn. Het Waterlandkwartier is beperkt toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer. Grote leveringen en bevoorrading met groot vrachtvervoer vindt plaats vanuit de opstelplaatsen in de buurtontsluitingswegen. Voor service- en consumentenlogisitiek (bezorgen van onder andere pakketten) kan ook gebruik gemaakt worden van de woonerven en de pakketwanden in het Waterlandkwartier (bijvoorbeeld in de mobiliteitshubs, gebouwentrees of publieke gebouwen). Kleine leveringen, bijvoorbeeld voor boodschappen, maaltijden en detailhandel, vinden zo veel mogelijk plaats met zero emissie vervoer (LEV’s, cargobikes en handkarren) van een beperkte omvang en gewicht. Deze kleine logistiek is ondergeschikt aan voetgangers en fietsers (10km/u) en heeft beperkte toegang tot het Waterlandkwartier; niet alle straten zijn hierop ingericht.
Afval In het Waterlandkwartier wordt gebruik gemaakt van ondergrondse perscontainers voor de inzameling van het afval van de bewoners aan de buurtontsluitingswegen. Er worden afvalcontainers voor bewoners voorzien voor restafval, papier, PMD en textiel. Daarnaast worden faciliteiten voorzien voor de inzameling van bioafval. Bedrijfsafval wordt in het Waterlandkwartier zo veel mogelijk gecombineerd met de afvalstromen van de bewoners. Als bedrijfsafval apart wordt ingezameld dan worden aanvullende logistieke bewegingen zo veel mogelijk vermeden door in te zetten op het meenemen van afval door leveranciers in het gebied. Er zijn nog een aantal aanvullende keuzes te maken en vraagstukken te beantwoorden om het afval en de logistieke impact te verminderen. • Hoe kan de hoeveelheid afval worden verminderd en of hoe kan een groter deel van het afval hergebruikt worden? • Hoe kan GFE op een verantwoorde manier ingezameld worden in het Waterlandkwartier? Richtlijnen: • Het ophalen van het bedrijfsafval wordt in het Waterlandkwartier zo veel mogelijk als tegenstroom gekoppeld aan de leverancier.
• Bedrijfsafval wordt indien mogelijk inpandig opgeslagen • Ondergrondse afvalcontainers worden zo veel mogelijk geclusterd in de openbare ruimte; de clusters bestaan uit glas, papier, pmd en restafval • Afvalclusters kunnen meegroeien in de toekomst Grof afval Grof huishoudelijk afval wordt door de bewoners van het Waterlandkwartier zo veel mogelijk zelf weggebracht naar de milieustraat. Wanneer dit niet mogelijk is kan grof huishoudelijk afval beperkt en op afspraak opgehaald worden in het Waterlandkwartier. Daarbij heeft de bewoner de verantwoordelijkheid om zelf een afspraak in te plannen en zijn afval op de afgesproken, daarvoor bestemde plek, in de wijk aan te bieden. In het Waterlandkwartier liggen deze inzamelingsplekken aan de buurtontsluitingswegen.
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 49
6
GEZOND EN DUURZAAM
GROENE WIJK
6.1 Gezond en duurzaam De manier waarop wijken bedacht en gebouwd worden, verandert in rap tempo. Dat is hoogstnoodzakelijk, want steden zijn grote vervuilers en zijn in tegenstelling tot wat wordt gedacht, niet heel geschikt als gezonde leefomgeving. Dat kan beter, zeker in het licht van de grote opgaven waar de wereld, Nederland en ook Purmerend voor staat. Purmerend heeft hiervoor een ambitieus beleid opgesteld met o.a. de ondertekening van het klimaat convenant. Het Waterlandkwartier sluit op deze ambities aan en wordt een integrale duurzame wijk. Dat gebeurt op basis van de vier onderstaande doelstellingen. Hiervoor is het noodzakelijk om ruimte te creëren in de openbare ruimte om de ambities en doelstellingen op water, groen en natuurontwikkeling te behalen. Om deze ruimte vrij te spelen is er gekozen om compact te bouwen in hoge dichtheid. Naast dat dit duurzamer is dan de stad uitbreiden zorgt dit er ook voor dat er straks meer openbare ruimte is in de wijk. Bovendien zorgt een compacte stad ervoor dat mensen meer bewegen met de fiets of voet waar voorzieningen en openbaar vervoer op korte afstand liggen en eenvoudig te bereiken zijn. Om in de openbare ruimte meer ruimte beschikbaar te maken worden voorzieningen, zoals onder andere parkeren, zoveel mogelijk in het gebouw opgelost.
De auto wordt hiermee minder dominant in de straat waardoor er ruimte ontstaat voor mens en natuur.
Doelstelling: Het Waterlandkwartier wordt als natuurinclusieve wijk onderdeel van een goedwerkend stedelijk ecosysteem voor mens en dier. Elke ruimte in het gebied, zowel dak, gevel, grond en water, wordt zoveel gebruikt om bij te dragen aan de biodiversiteit en beleving van de stadsnatuur. Samen creëren de ruimtes een goed werkend ecosysteem bestaande uit verschillende biotopen en habitats, welke niet alleen goed is voor het plant- en dierleven maar ook een goed leefklimaat voor de mens vormt.
Doelstelling: Het Waterlandkwartier is een stuk stad dat gericht is op een gezonde leefstijl en waar pleinen en parken liggen die mensen uitnodigen en uitdagen om er te bewegen, te ontmoeten en te ontspannen. De voetgangers en fietsers staan centraal. De inrichting van de wijk beïnvloed de gezondheid van de bewoners. Door een goed en divers aanbod van voorzieningen, bijpassende (vernieuwende) concepten, en programma te voorzien wordt bewegen en ontmoeten gestimuleerd. Dit gaat samen met inrichting van de wijk vanuit perspectief van de fietser en voetgangers waardoor er meer gefietst en gewandeld gaat worden.
Doelstelling: Het Waterlandkwartier wordt een klimaatadaptieve en veerkrachtige wijk met een schoon en aangenaam leefklimaat, dat bestand is tegen, bodemdaling, hevige regenval en extreme temperatuurschommelingen. Alle onderdelen van de wijk, gebouw, tuin, straat, park en water zijn integraal verbonden in een duurzaam watersyteem. Welke samen met een robuuste groenstructuur zorgt voor een aangenaam klimaat. Water is hierin een zichtbaar en beleefbaar onderdeel van de stad en de wijkstructuur.
Doelstelling: Het Waterlandkwartier wordt een duurzame en circulaire wijk. Zowel de openbare ruimte als de gebouwen worden duurzaam en circulair aangelegd/gebouwd. Er wordt gewerkt met duurzame en herbruikbare bouwmaterialen, gebouwen en ruimtes worden zo gemaakt dat ze flexibel in gebruik en programma zijn, afval word gescheiden ingezameld en energie wordt duurzaam opgewekt en spaarzaam gebruikt. Er is geen ruimte in het waterlandkwartier voor fossiele brandstoffen.
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 53
6.2 Energie en circulariteit De gemeente Purmerend heeft in 2019 “Intentieovereenkomst Klimaatbestendige nieuwbouw MRA + Noord-Holland” ondertekend en zich daardoor geconformeerd aan de doelstellingen uit het Klimaatakkoord. Dit betekent o.a. dat alle nieuwbouw in het Waterlandkwartier aardgasvrij moet worden en dat de ambitie is om de bestaande bebouwing aardgasvrij te maken. Er kan gebruik worden gemaakt van Stadsverwarming en worden ingezet op zonnepanelen op daken. De doelstellingen uit het Klimaatakkoord zijn ook vertaald in landelijke normen. Zo moet alle nieuwbouw voldoen aan de BENG norm (Bijna Energie Neutrale Gebouwen).
Energie Het is belangrijk om alternatieve energievoorzieningen collectief per cluster te organiseren, verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de ontwikkelende partij. Tijdens het opstellen van het clusterpaspoort worden de mogelijkheden onderzocht en dient er een keuze gemaakte te worden voor efficiënt en duurzaam collectief systeem. Het systeem is schaalbaar en kan in een latere fase ook bestaande bebouwing aansluiten. Tussentijds wordt ook gestimuleerd om bestaande woningen te verduurzamen. De doelstelling is om de energieopgave per ontwikkelfase te bekijken en per situatie een optimaal systeem te kiezen. Elektriciteit wordt zoveel mogelijk zelf opgewekt met onder andere zonnepanelen. Er kan er ook energie opgewekt worden in de openbare ruimte en in/op publieke gebouwen zoals parkeergarages. Energieopwekking door middel van zonnepanelen wordt altijd geoptimaliseerd door deze te combineren met groene daken voor betere prestaties. Overmaat aan elektra kan tijdelijk worden opgeslagen in de accu’s van elektrische auto’s, nieuwe methodes en experimenten worden aangemoedigd. Bij eigen energieopwekking op cluster- en plotniveau bij voorkeur in combinatie met groene daken voor de hoogste efficiëntie en slim dubbelgebruik. Er volgt nog een Energieplan voor het gebied, de gemeente neemt hierin in het voortouw. Deze biedt een basis aan welke dient gevolgd te worden per fase.
Circulariteit en afval In het Waterlandkwartier wordt overal ingezet op duurzaam materiaal gebruik, zowel in gebouwen als in de openbare ruimte. Dit betekent het gebruik van materialen die eenvoudig opnieuw zijn te gebruiken en een lange levensduur hebben. Bij gebouwen wordt gewerkt met een materialenpaspoort en wordt ingezet op modulair bouwen. Niet alleen de materialen zijn gemakkelijk te hergebruiken, maar ook de gebouwen zelf. Gebouwen dienen bovendien ingericht te worden voor een flexibel gebruik, zoals parkeergarages met hogere plafonds die op termijn kunnen transformeren naar kantoren of woningbouw. Deelgebruik van o.a. auto, gereedschap, boeken etc. wordt gestimuleerd en gefaciliteerd in het gebouw. Er zijn dus plekken nodig waar deelauto’s en – fietsen kunnen staan, maar ook kunnen er ruimtes worden aangeboden waar spullen kunnen worden uitgewisseld, zoals een minibibliotheek of uitruil plek voor planten. In het Waterlandkwartier wordt afvalscheiding gestimuleerd met voldoende containers op logische locaties en altijd complete clusters. Een goed onderhoudsregime zorgt ervoor dat de bakken nooit vol zitten. Hiermee zijn bewoners er zeker van dat ze altijd hun afval weg kunnen gooien, zonder op zoek te hoeven gaan naar de juiste en lege container. Bij elk container cluster worden ook reserveringen gemaakt voor de toekomst, wanneer mogelijk ook gft los wordt ingezameld.
SPELREGELS Spelregel 6.1: Gasvrij maken van Purmerend en Waterlandkwartier • Nieuwbouw is gasvrij. • Mogelijk maken om bestaande bebouwing gasvrij te maken door aan te sluiten bij nabijgelegen nieuwbouw. › Beleid: Uitvoeringsagenda Purmerend 2020-2030. Spelregel 6.2: Toepassen van duurzame en collectieve energiesystemen Spelregel 6.3: Alle nieuwbouwprojecten zijn duurzaam opgezet en gematerialiseerd • Voor elk project wordt een materialenpaspoort opgemaakt. • Nieuwe materialen zijn duurzaam, hebben een lange levensduur en zijn bij voorkeur bio-based. • Zoveel mogelijk gebruik van biologisch afbreekbare producten. • Verwachtte gebruiksduur wordt kritisch bekeken en gebouwen worden flexibel en transformeerbaar gebouwd om de levensduur te vergroten. • Materialen zijn bij voorkeur van lokale oorsprong. › Beleid: Visie leefbare stad 2040. Spelregel 6.4: Materialen en straatmeubilair in de openbare ruimte zijn herbruikbaar of opnieuw gebruikt en bij voorkeur van lokale oorsprong. Spelregel 6.5: Restafval zo veel mogelijk beperken en hergebruik van grondstoffen stimuleren door afvalscheiding en inzameling zo makkelijk mogelijk te maken* • Altijd complete clusters van ondergrondse containers voorzien (glas, papier, pmd en restafval) • Clusters op logische locaties nabij woningen • Zorgen dat afvalclusters kunnen meegroeien in de toekomst * Zie ook 5.3 Logistiek en afval.
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 55
LOMMERIJKE, ZONNIGE PLEKKEN
Lommerijke park- en pleingebieden Zonnige park- en pleingebieden
SCHADUWROUTES
Schaduwroutes
6.3 Microklimaat Het klimaat bepaalt voor een belangrijk deel of de wijk gezond is en goed kan functioneren: heeft het een aangename temperatuur? Is de lucht schoon? Is er geen wateroverlast? In de stedelijke context van het Waterlandkwartier liggen verschillende klimaat gerelateerde opgaven. Een daarvan is het creëren van een aangenaam microklimaat in de gebouwen en in de openbare ruimte. Door klimaatverandering zal het vaker fors warmer en natter worden. Dit vereist een aangepaste inrichting van de openbare ruimte, bijvoorbeeld door het toevoegen van groen en water, groene gevels en groene daken en het zorgen voor voldoende schaduwrijke plekken.
Zon en schaduw Het waterlandkwartier kent een balans tussen zonnige plekken en voldoende schaduwrijke plekken. In de openbare ruimte worden schaduwroutes gemaakt met boomkronen waarlangs langzaam verkeer zich kan verplaatsen. Diverse plekken in de wijk worden opengehouden van beplanting en bebouwing voor zonnige plekken welke aangenaam zijn in het voor- en najaar.
Hitte en koelte Zon en schaduw spelen ook een belangrijke rol in de opwarming van de wijk. Het verminderen van de hitte eilanden in de wijk gebeurt dus o.a. met het creëren van veel schaduw door bomen. Gebouwen dienen ervoor te zorgen dat de buitenruimte niet te veel opwarmt, bijvoorbeeld door het gebruik van lichte, niet reflecterende materialen en groen daken. De openbare ruimte kent niet alleen veel schaduw maar ook veel groen om de opwarming ervan tegen te gaan. Wind kan ook ingezet worden voor verkoeling van gebouwen en of openbare ruimte. Voor hete zomerdagen zijn er voldoende koele plekken in de wijk. In de openbare ruimte worden plekken voorzien, bijvoorbeeld rondom het water. Publieke gebouwen worden gekoeld zodat ook koele plekken worden in de wijk, bijvoorbeeld de bibliotheek.
SPELREGELS Spelregel 6.6: Gebouwen en openbare ruimte worden goed bezond • Bij ontwikkelingen in de bouwvelden wordt rekening gehouden met de toetreding van zonlicht tot het straatniveau en de binnenterreinen • Het geveloppervlak van bestaande en nieuwe panden wordt efficiënt bezond in relatie tot opwarming in de zomer, met als doel zonwering en airco te vermijden. Spelregel 6.7: Zorg ervoor dat er aangename verblijfsplekken en routes zijn in de openbare ruimte; • Er wordt gestreeft naar 30% schaduw van boomkronen in de openbare ruimte tijdens de hoogste zonnestand • Balans tussen lommerrijke plekken en zonnig plekken zodat er jaarrond fijne verblijfsplekken zijn › Beleid o.a. basisveiligheidsniveau: Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 57
KOELGEBIEDEN
Koelgebieden
Wind Het doel is om een prettig verblijfklimaat te realiseren in de openbare ruimte rondom gebouwen. In een vroeg stadium wordt nadrukkelijk gekeken naar windhinder en de eventuele negatieve effecten wat dit kan hebben op de openbare ruimte. Op basis van de NEN normering wordt getoetst of hieraan voldaan wordt. Voor elk gebouw dat onderdeel is van de bovenbouw (alles boven 25m hoog) dient een windonderzoek gedaan te worden. De inrichting van de openbare ruimte en buitenruimtes dient zo ingericht te worden dat eventuele windoverlast wordt tegengegaan zodat er een goed windverblijfsklimaat is.
SPELREGELS Spelregel 6.8: Mogelijke effecten van de windhinder worden in een vroeg stadium getoetst en mogen geen negatief effect hebben op de openbare ruimte. • Verblijfsplekken zijn nooit lager dan klasse A, NEN norm 8100 • Langzaam verkeerroutes zijn nooit lager dan klasse B, NEN norm 8100 • Bij gebouwen boven de 25m dient er altijd windonderzoek plaats te vinden
Richtlijnen • Optimalisatie van het microklimaat in en rondom gebouwen; - Gebruik zoveel mogelijk materialen die weinig warmte vasthouden en/of reflecteren. - Gebouwen worden gekoeld door verdamping van regenwater via groene gevels en daken. - Optimaliseer windcirculatie door middel van open bouwblokken en set backs tegen windval. - Bij binnentuin zorgdragen dat geluid gedempt wordt om het klankkas effect te beperken. • Optimalisatie van het microklimaat in de openbare ruimte; - Uitgangspunt is ‘Groen tenzij’, ofwel alleen verharding toepassen als dat echt noodzakelijke is. - Stimuleren van geveltuinen en groene voortuinen. - Elke straat is waar mogelijk voorzien van bomen. - Inrichting van openbare ruimte wordt rekening gehouden met potentiële ventilatie. - Toevoegen van bomen en groen voor schaduw en zodat er verdamping kan optreden. - Gebruik van waterelementen met een verkoelend effect bij verblijfsplekken (bijvoorbeeld fontein).
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 59
BEOOGDE WATERSYSTEEM
Systeem waterretentie vertraagde afvoer
Straten
Gebouwen gebouw binnentuin binnentuin op dak afvoer op straat
Parken en pleinen zoekgebied grote waterretentieplek afvoer naar water
plantvak geschikt voor waterbuffering waterstraat
Oppervlaktewater water overstroombare oever afstroming
6.4 Waterstructuur Om extreem droge en natte omstandigheden op te kunnen vangen, is in het Waterlandkwartier een veerkrachtig watersysteem noodzakelijk dat door de hele wijk verweven is, in zowel gebouw als openbare ruimte. Niet alleen is het watersysteem veerkrachtig, het is ook een gezond systeem dat voldoende water en schoon water heeft. Er is voldoende doorstroming en er zijn waterplanten en helofytenfilters langs de oevers aanwezig. Het veerkrachtige watersysteem is belangrijk om voor een aangenaam klimaat te zorgen in de wijk. Voldoende groot water heeft een verkoelend effect en zorgt bovendien voor veel verblijfsmogelijkheden voor lokale flora en fauna.
Systeem Het watersysteem past binnen het grotere systeem van het waterschap en de gestelde klimaatdoelen. Er zijn vier lagen te onderscheiden, die met elkaar verbonden zijn: gebouwen en binnentuinen, straten, parken en tot slot oppervlaktewater. Gebouwen en binnentuinen worden ingezet om regenwater te bufferen. Het gebufferde water wordt zoveel mogelijk lokaal gebruikt, voor bewatering van de tuinen, doorspoelen wc’s etc. Overtollig water wordt vertraagd afgevoerd naar de straten. Niet essentiële straten kunnen ook gebruikt worden als tijdelijke waterbuffer tijdens noodweer, zowel boven als ondergronds. Het verzamelde regenwater in de straten wordt afgevoerd naar de groengebieden in de wijk. Deze performatieve groenzones die naast hun functie als openbare ruimte ook in grote mate bijdragen aan het tegengaan van het hitte-eilandeffect (meer dan andere openbare ruimte) door de aanwezigheid van bomen of stromend water, in deze gebieden kan regenwater gebufferd worden in verhoogde plantvakken of op grotere laaggelegen grasweides. Het gebufferde water wordt vastgehouden en over een langere periode geleidelijk afgevoerd. Uiteindelijk wordt het water afgevoerd via het verbrede oppervlaktewater. Het kaartbeeld laat het beoogde systeem zien en zoekgebied waterbergingslocaties. Water wordt bewust niet geïnfiltreerd door dat er beperkingen aanwezig zijn in de ondergrond.
Daarnaast is het vanuit (groen) beheerstechnisch oogpunt onwenselijk om kleine wadi structuren te maken langs straten en wegen. Verhoogde plantvakken zijn wel geschikt voor regenwaterbuffer.
Beleving en bewustwording Regenwater wordt in de wijk op plekken zichtbaar afgevoerd, bijvoorbeeld via molgoten, en gebufferd in waterpleinen bijvoorbeeld. Op deze manier wordt water en de verwerking daarvan zichtbaar en beleefbaar en geeft het aanleiding tot spelen.
Nadere uitwerking Een verdere uitwerking van het watersysteem volgt in het nog op te stellen waterplan. Deze wordt in samenspraak met gemeentelijke diensten en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier opgesteld. Aandachtspunten hierin zijn onder andere de probleemgebieden in de tunnel Waterlandlaan en de voet van de Purmerdijk.
Gebouw
Straat
Park en plein
Water
DOORSNEDE BEOOGD WATERSYSTEEM
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 61
OVERSTROMINGSGEVAAR
Locatie overstromingsgevaar Vitale infrastructuur Aandachtsgebieden (tunnels en lager gelegen gebieden)
NATUURLIJK AFSTROMINGSRICHTING
Afstromingrichting Hoogteverloop
Ideeën voor buffering en gebruik van regenwater. Bufferen van regenwater; • Gebruik van water robuuste straten • Omvormen van oevers naar natuurlijke en brede oevers langs openwater • Water bufferen in verhoogde plantvakken • Paden langs oppervlaktewater lager en water robuust uitgevoerd, zodat er meer buffer ruimte is. • Dubbel gebruik van ruimtes zoals blauwe groene schoolpleinen (waterpleinen) Gebruik van regenwater; • Bewatering planten • Toilet doorspoelen • Aanvullen grondwaterpeil
SPELREGELS Spelregel 6.9: Scheiden van afval- en regenwater • Zowel in gebouwen als openbare ruimte › Beleid: Gemeentelijk rioleringsplan Purmerend 2018-2030 Spelregel 6.10: Maximaal bufferen en gebruiken van regenwater • Bij nieuwbouw en renovatie wordt rekening gehouden met ten minste 70mm regenwaterbuffer op eigen plot in combinatie met een slim watersysteem. • In de openbare ruimte wordt rekening gehouden met 70mm in 1 uur, 130mm in twee dagen (100mm openbare ruimte en 30mm gebouwen) • Langs wegen, in parken, op pleinen, op oppervlaktewater en langs oevers, wordt zoveel mogelijk regenwater gebufferd en gezuiverd › Beleid basisveiligheidsniveau: Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en NoordHolland Spelregel 6.11: Alle vitale en kwetsbare infrastructuur en voorzieningen blijven bij een bui van 90 mm in 1 uur functioneren en bereikbaar en zijn bestand tegen langdurige droogte › Beleid basisveiligheidsniveau: Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en NoordHolland Spelregel 6.12: Waterlandkwartier is bestendig tegen overstromeningen • Bij overstromingen mag er geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen begaanbaar. • Er dienen maatregelen genomen te worden om schade te beperken in een geval van een overstroming, mits deze doelmatig zijn.
• Er worden maatregelen getroffen worden om veilig te kunnen schuilen of te evacueren in het geval › Beleid basisveiligheidsniveau: Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en NoordHolland
Richtlijnen • Gebouwen water robuust ontwerpen, met o.a. voldoende ontwateringsdiepte, geen negatieve invloed op grondwater. • Gebruik de natuurlijk afstromingrichting in de wijk. • Vergroten van bewustzijn en beleving door water zichtbaar af te voeren en water te combineren met recreatie (bijvoorbeeld natuurspeeltuin of vlonderpad door het riet).
Voor het bouwen van een bouwwerk dient op eigen terrein ten minste voldaan te worden aan de klimaatadaptieve basisveiligheidsniveaus V3.0, zoals vastgelegd in de ‘Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland’ (ondertekend op 11 november 2021)
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 63
OMLIGGENDE GROENSTRUCTUREN
BEOOGDE GROENSTRUCTUUR ROBUUST TOT FIJN
Robuuste structuren Fijnmazige structuren Groengebieden Binnentuinen
6.5 Groenstructuur Kijkgroen bestaat niet en de dagen dat parken gezien werden als een plek om de hond uit te laten zijn allang voorbij. Ook Purmerend gaat hierin mee en onderkent dat groen vele functies vervult: als plek voor plant en dier om te schuilen, voedsel te vinden en voort te planten, maar ook als uitnodigende en uitdagende omgeving voor de mens om te ontmoeten, bewegen en ontspannen. Maar er is nog meer: groen zorgt voor een aangenaam en klimaat in de stad: nu en in de toekomst. Groen levert een belangrijke bijdrage aan de fysieke en mentale gezondheid van bewoners en heeft een positieve invloed op het ervaren van geluk. Daarom is het belangrijk dat er in het Waterlandkwartier voldoende groen aanwezig is, dat het groen toegankelijk is, en dat het te beleven is. Hiervoor wordt er per woning (bestaand en nieuw) 8m2 gebruiksgroen aangeboden in de wijk. Gebruiksgroen is een groene gebruiksruimte welke te minste 60% groen inricht is, bijvoorbeeld een buurtplantsoen. Het Waterlandkwartier wordt een natuurinclusieve leefomgeving waarin ruimte is voor plant, dier en mens. Dit betreft de straten, groengebieden en pleinen van de openbare ruimte, en de tuinen,
gevels en daken van gebouwen, groot en klein. In een natuurinclusieve wijk worden al deze plekken aangewend om de wijk natuurlijker en biodiverser te maken. Hiervoor wordt er te minste 8m2 ecosysteemgroen in de wijk per woning (bestaande en nieuw) en 0,1m2 per BVO. Ecosysteem groen is er voor de klimaatdoelen; bergen van water, koelen en versterken biodiversiteit. Ecosysteem groen is een met beplantingen ingerichte ruimte, te minste 70%. Groenstructuur De wijk kent een robuuste en natuurlijke basisstructuur van voornamelijk bomen langs de Wilhelminalaan, de Spaarbekkenkade, de Waterlandlaan en de Purmerweg. Deze sluit aan op de structuur laag van het groenplan en de omliggende groenstructuren. Deze structuur wordt verfijnd vervolledigd met een fijnmazige dooradering van groene pleintjes en straten in de wijk. Dit brengt groen tot aan de voordeur. De derde laag is het (semi-)private groen op en rondom de bouwblokken in de vorm van binnentuin, geveltuinen en daktuinen. De gehele structuur vormt samen een aangesloten ecologische structuur bestaande uit corridors en hotspots.
SPELREGELS Spelregel 6.13: Er is voldoende groene ruimte aanwezig voor mens en dier • Er is ten minste 8m2 gebruiksgroen per woning (gebruiksgroen is voor te minste 60% groen ingericht speeltuinen en sportvelden tellen mee) • Er is ten minste 8m2 ecosysteemgroen per woning en 0,1m2 per m2 BVO-bedrijfsruimte, maatschappelijk en commerciële voorzieningen, kantoor inclusief groen op kavels en daken) Spelregel 6.14: Gebouwen en plots worden groen ingericht • Ten minste 50% van de daken is groen ingericht, bij voorkeur de lagere daken(bruikbaar van het dakoppervlakte) • Ten minste 50% van de binnenplaatsen zijn groen ingericht (binnentuinen) • Beplantingen in de binnentuinen bestaan te minste uit 40% opgaand groen. Per binnentuin is minimaal 1 boom van de eerste orde of voor binnentuinen op parkeergarages 3 bomen van de derde orde Spelregel 6.15: Er wordt gewerkt met de 3-30-300 spelregel; • In iedere straat staan bomen (vanuit ieder huis zijn minimaal 3 bomen zichtbaar). • 30% van de primaire langzaamverkeersroutes en verblijfsruimtes moeten voorzien zijn van een bladerdak. • De maximale afstand vanuit een woning naar een park, buurtpark of plantsoen is 300m. Spelregel 6.16: Mogelijk maken van het aanbrengen van geveltuinen • Als er verharding is tot aan de gevel zorg dan dat de kabels en leidingen 60cm uit de gevel te liggen, zodat het mogelijk is op geveltuin aan te leggen.
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 65
BESTAANDE (WAARDEVOLLE) BOMEN
Beschermde bomen >10m 10-15m 15m< Bomen >10m 10-15m Bomen omgeving zie voor meeste recent versie datalab purmerend
Beplantingen De groenstructuur wordt opgebouwd met een grote diversiteit aan voornamelijk inheemse beplantingen. Alle beplantingen krijgen zowel bovengronds als ondergronds voldoende voorzieningen om in de toekomst goed te kunnen groeien. Bovendien worden de soorten aangepast op de ondergrond en het verwachte klimaat, dat betekent ook de introductie van Zuid-Europese soorten. Deze maatregelen zorgen voor een duurzaam beplantingsbestand dat veerkrachtig en gezond is.
SPELREGELS Spelregel 6.17: Planten hebben grote toekomstwaarde; • Ze hebben een goede groeiplaats, waarbij ze zowel boven- als ondergronds voldoende ruimte hebben. • De minimale afstand van(af het hart van) een boom tot kabels en leidingen is 2m. Kabels en leidingen niet in plantstroken leggen. • Ondergronds is minimaal 30m3 groeiruimte voor bomen van eerste grootte, 20m3 voor bomen van tweede grootte, 10m3 van derde grootte. Zowel in de openbare ruimte als in dak- en binnentuinen. • Soorten passen bij de locatie, de aanwezige ondergrond en bodemsamenstelling. › Beleid, Handboek bomen en de HIOR Spelregel 6.18: Gekapte bomen worden naar waarde gecompenseerd binnen de wijk voor nieuwe bomen. • Als er bomen gekapt dienen te worden voor een project worden deze gecompenseerd naar financiële waarde. In eerste instantie binnen het projectgebied. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient er financiële bijdrage te worden gemaakt ten gunste van bomenaanplant binnen het Waterlandkwartier. Waardestelling wordt opgesteld door bomentaxateur van de gemeente Purmerend. • Zie diagram bestaande waardevolle bomen Spelregel 6.19: In het Waterlandkwartier wordt gebruik gemaakt van gevarieerde en gelaagde beplanting; • Verschillende soorten en groottes • Gevarieerd bomenbestand (soorten, groottes en leeftijd)
Richtlijnen • Uitgangspunt is ‘Groen tenzij’, ofwel alleen verharding toepassen als dat echt noodzakelijk is. bijvoorbeeld om toegankelijkheid te garanderen. • Zorg dat beplantingen rondom verblijfsplekken en routes open en overzichtelijk is. • Bescherm bestaande grote (monumentale) bomen en plant bomen die kunnen doorgroeien tot monumentale bomen. • Creëer rijkere beplantingstypologieën door stadslandbouw en zelfbeheer te stimuleren.
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 67
BIOTOPEN/ HABITATEN KAART
Biotopen Hollands polderwater Statige boulevard Bloemrijke dijkstructuur 19e eeuws plantsoen Nieuwe wildernis Stadsnatuur
Habitats Watergang Water Natte ruigte Grond- en waterkerende constructies Bebouwing Verharding
Bos en bomen Lage beplanting Bloemrijk hooiland Nat hooiland Struweel en hagen Droge ruigte Kale bodem
6.6 Natuurinclusief De stad is natuurlijker dan gedacht. Vele soorten planten en dieren vinden er hun plek om te schuilen, voedsel te zoeken of zich voort te planten. Een stad met een rijke stadsnatuur staat gelijk aan een stad met een goed leefklimaat. Bovendien, zorgt een stad met een rijke stadsnatuur ervoor dat mensen uiteindelijk gezonder en gelukkiger zijn en beter voor elkaar en voor de stad zorgen. Het Waterlandkwartier is een wijk met bestaande populaties van bijvoorbeeld huismussen, gierzwaluwen, vleermuizen, en aanwezige groenstructuren zoals het Spaarbekken. Er is in het gebied dus al een aardige biodiversiteit, maar een gebied met de omvang van het Waterlandkwartier kan bij herontwikkeling in een nog grotere biodiversiteit voorzien. Ook kan het gebied een grotere rol gaan spelen in de ecologische hoofdstructuur van de stad Purmerend. In het Waterlandkwartier worden 6 verschillende biotopen voorzien met elke hun eigen habitats en (doel)soorten. Openbare ruimte en bebouwing worden zo ingericht dat deze de juiste habitats voorzien, om op deze manier de 6 biotopen te realiseren. 1. 2. 3.
Hollands polderwater Stadsboulevard Bloemrijke dijkstructuur
4. 5. 6.
19e eeuws plantsoen Nieuwe wildernis Stadsnatuur
Zie ook bijlage 1 met beoogde doelsoorten. Naast het voorzien van nieuwe habittaten wordt ook het met beheer rekening gehouden met de natuur. Onderdeel hiervan is onder meer en toepassen van ecologisch groenbeheer, zoal ecologische maaibeheer van de grasweides.
SPELREGELS Spelregel 6.20: (Bouw)ontwikkelingen dragen bij aan het versterken van de stadsnatuur. • Gebouw: Voor de gebouwde ontwikkeling geldt een verhoogd ambitieniveau op de “Puntensysteem Natuur inclusief bouwen” van Purmerend. Er dienen 50 punten te worden behaald conform het puntensysteem. Hiervan dienen minimaal 3 punten gescoord te worden op het onderdeel gevelkasten. Spelregel 6.21: Het groen in het Waterlandkwartier draagt aantoonbaar bij aan de stedelijke biodiversiteit; • Versterking ecologisch netwerk van de stad • Creëer ecologische plekken in de wijk • Er is diversiteit in planten en bomen welk jaarrond nectar en voedsel aanbiedt voor dieren. Spelregel 6.22: In de openbare ruimte en in de gebouwen zijn schuil-, foerageer- en reproductieplekken voor dieren. Spelregel 6.23: Bestaande natuurkwaliteiten worden gewaarborgd • Habitats die verdwijnen door herontwikkeling worden (elders) terug gebracht, bijvoorbeeld op het dak • Op basis van flora en fauna onderzoek komen onder andere de volgende dieren voor; gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, huismus en gierzwaluw. * * let op flora en fauna onderzoek is slechts een indicatie en niet een compleet ecologisch onderzoek
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 69
FORMELE SPORT- EN SPEELPLEKKEN
Stedelijke sporten (skaten, parcours, breakdance e.d.) Actief sporten (korfbal, voetbal, fitness e.d.) Ontspannen sporten (jeux de boules, kaatsen e.d.) Ouderen beweging Natuurspelen (3-16 jaar) Binnentuinen mogelijke geschikt voor spelen (0-3 jaar) Speelaanleidingen/-elementen (0-3 jaar)
6.7 Gezondheid en bewegen De gezondheid van de bewoners wordt beïnvloed door de inrichting van de wijk. Het aanbod en de locatie van voorzieningen bepaalt voor een deel wat mensen eten, hoe ze bewegen en hoeveel sociale interactie er plaatsvindt. Het is voor de sociale veiligheid en gezondheid belangrijk om met elkaar na te denken over gearrangeerde (en dus ontworpen) momenten van sociale interactie in de wijk, zoals een op het oog onbeduidende ontmoeting met de buurman bij de eik in de binnentuin onderweg naar de parkeergarage of een kort gesprek met een onbekende medebewoner bij de watertap tijdens je hardloopronde. Om het Waterlandkwartier een plek te laten zijn voor gezond stedelijk leven, wordt de openbare ruimte ingericht op beweging en ontmoeting. Beweging in de stand van sport, spel en verplaatsing. De openbare ruimte is als uitdagende plek om rondjes te wandelen, te rennen, of om echt een sportieve prestatie te leveren; dat kan allemaal! Daarnaast is het een plek om te ontmoeten: om af te spreken met vrienden, familie, collega’s. Ook daktuinen en binnentuinen zijn daarin semipublieke ontmoetingsplekken. Het Waterlandkwartier kan zowel uitdagend als uitnodigend zijn.
Sport en spel In de wijk worden voldoende beweeg gelegenheden aangeboden voor alle doelgroepen. Er worden aangename routes gemaakt waar langs mensen kunnen bewegen welke aansluiten op het grotere stedelijke netwerk. De routes worden aangevuld met diverse plekken welke elk hun eigen identiteit en doelgroep hebben. Sport: • Stedelijke sporten langs de stadsboulevard, zoals een skateplek, urban dance plein en parcours plek • Actief sporten en bewegen langs de Whileminalaan, onder andere informele voetbal weide, urban fitness plek en een basketbalplein (in combinatie met waterberging) • Ontspannen sporten in de Cramwinkcel plantsoen, onder andere jeu de boules, kaatsen en een senioren beweegplek Spel: • Grote natuurspeelplek voor kinderen van 4 – 12 jaar langs de Whileminalaan, dubbel functie met waterberging • Diverse kleine spelaanleidingen en elementen verspreid in de woonstraten voor kinderen van 0-3 jaar
SPELREGELS Spelregel 6.24: Bij de (her)ontwikkeling van de openbare ruimte wordt deze zo ingericht dat de ruimte ook benut wordt voor, en stimuleert tot, beweging. Met onder andere de volgende punten; • Speel en sportplekken zijn voor zien duurzame multi-gebruikers oplossingen om te kunnen sporten, bewegen en ontmoeting. • Er is een diversiteit aan sport en spelmogelijkheden in de buurt: van voetbalkooien tot fitnesapparaten voor ouderen. Spelregel 6.25: Er worden voldoende aangename zit- en rustgelegenheden in groengebieden, pleinen, sportplekken en speeltuinen en langs routes; op hoofdlooproutes is er tenminste elke 200 meter een zitgelegenheid met arm- en rugleuningen. Spelregel 6.26: Schoolplein zijn na schooltijd geopend als speeltuinen. Spelregel 6.27: Water is makkelijk toegankelijk en aantrekkelijk voor recreatie met o.a. wandelroutes langs het water, kayakroutes en vissteigers. • Creëer recreatie plekken langs het water • Zorg voor schoon water door middel van doorstroming en zuivering.
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 71
INFORMELE SPORT- , SPEEL, EN ONTMOETINGPLEKKEN
Zoekgebied sport- en spel Binnenhoven Autovrije straten Semipublieke daktuinen
ROUTES AANSLUITEND OP BESTAANDE ROUTES
Wandelroutes binnenstad Hardloopronde Kayakroute Stedelijke routes
Richtlijnen • Creëer verschillende routes door de wijk en verbind deze met de omgeving en programma in openbare ruimte en markeer deze routes; - Wandelroutes - Hardlooproutes - Fietsroutes - Hondenroute • Situeer dagelijkse voorzieningen op loopafstand van woningen • Op 250 meter afstand van iedere woning moet een hondenuitlaat voorziening zijn. • Zorg dat op veilige loopafstand van elke woning en in elke buurt een goede plek te vinden is voor sporten, spelen, bewegen en ontmoeten voor jong en oud. - Zowel in de openbare ruimte als op en rondom het woongebouw. - Zorg dat sportplekken goed beheerd zijn - Zorg voor openbare watertappunten op centrale plekken - Rust standaard banken uit met leuningen en een hogere zitting, zodat ze toegankelijk zijn voor ouderen • Zorg voor community hubs waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten en activiteiten kunnen organiseren. Bijvoorbeeld een gezamenlijke kas of woonkamer. • Zorg ervoor dat gebruikers van het openbaar gebied en openbaar toegankelijke binnentuinen geen overlast veroorzaken voor bewoners - Beperk geluidsoverlast door te werken met geluiddempende en groene begrenzing en plaats ze op afstand van bebouwing - Zorg dat elk gebouw minimaal één aangename en rustige zijde heeft (geluid, frisse lucht, uitzicht).
• Situeer voordeuren en leefruimtes van woningen zoveel mogelijk georiënteerd aan de stoep, straat of gemeenschappelijke tuintjes. • Maak gebouwen en openbare ruimte beweegvriendelijk, maak het bijvoorbeeld aantrekkelijk om de trap te gebruiken. • Zorg ervoor dat gebouwen en openbare ruimte goed toegankelijk zijn voor minder valide.
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 73
7
GROEIKERN VAN DE TOEKOMST
EENENTWINTIGTE-EEUWSE SKYLINE
+
GROEIKERN ONDERBOUW
7.1 Stedenbouwkundige principes GROEIKERN VAN DE TOEKOMST Het Waterlandkwartier is door haar hoge(re) dichtheid, bereikbaarheid, menging van wonen, werken en voorzieningen een bijzonder milieu in Purmerend. Wonen en werken in het Waterlandkwartier betekent bewust kiezen voor een stedelijke omgeving met een hoge dichtheid. Om de gewenste stedelijkheid met hoge kwaliteit en levendigheid te bieden is voor het Waterlandkwartier een compact eigentijds en herkenbaar stedenbouwkundig concept ontwikkeld dat voortbouwt op de bijzondere historie van Purmerend en het Waterlandkwartier als groeikern. Het stedenbouwkundig concept voor de ontwikkeling van het Waterlandkwartier is gebaseerd op de principes van de groeikernen architectuur, vertaald naar de 21ste eeuwse stad. Uitgangspunten uit de architectuur van de jaren zeventig komen terug in de ambities van vandaag. Er wordt in het Waterlandkwartier gebouwd in hoge dichtheid met meervoudig ruimtegebruik, levendige plinten een aantrekkelijke en betekenisvolle openbare ruimte en aandacht voor de menselijke maat en de stad op ooghoogte. Het Waterlandkwartier is opgebouwd uit poreuze stadsblokken, stroken en gebouwen die ieder op zich zijn samengesteld uit bestaande en nieuwe panden.
De bebouwing in het Waterlandkwartier bestaat uit een ‘onderbouw’ die gestoeld is op de uitgangspunten van de ‘groeikernarchitectuur’ uit de jaren zeventig en een ‘21ste eeuwse skyline’ bestaande uit optoppingen, hogere gebouwen en stedelijke accenten. De bovenbouw is daarbij zichtbaar anders dan de onderbouw. Zij wordt gekenmerkt door lichte transparante volumes van glas, hout, beton en groene gevels en elementen. De 21ste eeuwse skyline is daarbij niet bedoeld als beeldbepalende laag, maar maakt onderdeel uit van het gevarieerde dakenlandschap. Door de splitsing van de bebouwing in een onderbouw en een bovenbouw ontstaat een unieke beeldtaal met setbacks, schaalverkleining binnen de panden, gevelopbouw, wisselende bouwhoogtes, de vele terrassen en groene daken. Op straat zal dit door de vele gevelvlakken een gelaagd beeld opleveren, dat onder verschillende hoeken steeds een ander perspectief oplevert. De combinatie van nieuwe en bestaande gebouwen en de toevoeging van de 21ste eeuwse skyline zorgen voor een bijzondere gelaagdheid van de bebouwing in het Waterlandkwartier welke samen met het raamwerk resulteert in een unieke woonkwaliteit, een hoge verblijfskwaliteit in de openbare ruimte, een groen en bruikbaar dakenlandschap en een uniek stadsbeeld: ‘groeikern van de toekomst’.
Doelstelling: Ontwerp vanuit het stedenbouwkundig DNA van Purmerend (groeikern) Met aandacht voor verleden, heden en toekomst • identiteit en tijdlagen • samenhang en contrast • herkenbaarheid en expressie Doelstelling: Ontwerp met toegevoegde waarde voor bewoners en gebruikers Met aandacht voor het publieke domein: • interactie tussen binnen en buiten • hiërarchie, oriëntatie en ordening van de openbare en collectieve ruimte • ruimtelijke kwaliteiten van maat en schaal • stad op ooghoogte Doelstelling: Ontwerp met hoge kwaliteit en zorgvuldigheid Met aandacht voor mens en ruimte: • volume, opbouw en geleding • organisatie en oriëntatie van gebouwen • detaillering, textuur en reliëf • toekomstbestendig en duurzaam
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 77
OPENINGEN IN HET BOUWBLOK
Bestaande opening Openingen, nader te bpealen; positie aan deze zijde alle panden in de rooilijn > 80% panden in de rooilijn doorgang bouwblok incl. entree
SAMENGESTELDE POREUZE BOUWBLOKKEN, STROKEN EN GEBOUWEN Het Waterlandkwartier bestaat uit 20 bouwvelden (poreuze bouwblokken, stroken en gebouwen) waarvan de rooilijnen zijn bepaald. Elke poreus bouwblok en strook bestaat uit meerdere panden waarbij alle bebouwing volledig valt binnen de gedefinieerde bouwvelden, met uitzondering van balkons. De bouwblokken en stroken zijn duidelijk afleesbaar doordat de hoeken van elk blok in de rooilijn worden gebouwd en de panden in de blokken veelal schouder aan schouder staan. Voordeuren en de gebouwentrees liggen in het Waterlandkwartier aan de openbare ruimte. Gebouwen in de bouwblokken liggen rondom een binnentuin of binnenhof. Die is groen ingericht en -onder wisselend regime- toegankelijk voor het publiek. Door openingen in het bouwblok toe te passen, wordt een relatie gelegd tussen de openbare ruimte en de binnenterreinen en kan (zon)licht tot diep in de binnentuin doordringen. De binnenterreinen zijn anders vormgegeven dan de openbare ruimte, waardoor helderheid over eigendom ontstaat. Binnenterreinen kunnen op maaiveld en verhoogd worden uitgevoerd.
SPELREGELS Spelregel 7.1: Bebouwing staat voornamelijk in de rooilijn Het plaatsen van de bebouwing in de rooilijn helpt om de samengestelde bouwblokken afzonderlijk van elkaar te lezen. Op enkele plekken in het plan is dit verplicht omdat daarmee een plein of een park wordt omsloten. Op andere plekken staan gebouwen voornamelijk in de rooilijn en kan een gering aantal gebouwen beperkt worden teruggelegd ten opzichte van de rooilijn. Op de hoeken van een bouwveld staat altijd een gebouw. Spelregel 7.2: De bouwblokken zijn doorwaadbaar De binnenterreinen van de poreuze bouwblokken zijn collectief en toegankelijk. Elk poreus bouwblok krijgt meerdere openingen. De openingen in een bouwblok hebben meerdere doelen. Ze maken de bouwblokken doorwaadbaar en toegankelijk, ze helpen om (zon)licht en wind tot diep in de straten en binnenterreinen door te laten dringen en het bouwblok transparant te houden. De openingen zorgen voor voldoende toegankelijkheid en lucht, maar zijn nadrukkelijk smaller dan de straten om het blok als geheel leesbaar te houden. Voor elk blok is de zijde van het blok waarin een opening kan komen in de kaart aangegeven. Openingen aan de Waterlandlaan kunnen, vanwege de hogere geluidsoverlast gebouwd worden opgenomen. Een bebouwde opening, bijvoorbeeld een toegankelijke serre of een opening op de eerste bouwlagen, is minimaal zes meter hoog.
Spelregel 7.3: Grote poreuze bouwblokken hebben een publieke doorsteek Om de doorwaadbaarheid van het Waterlandkwartier te garanderen krijgen de grote bouwblokken een publieke doorsteek. Doorsteken maken het bouwblok doorwaadbaar, transparant en bebouwing mogelijk in het bouwblok, maar zijn beperkt in afmeting. De publieke doorsteken vallen samen met de openingen in het bouwblok.
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 79
LEVENDIGE PLINT
SPELREGELS Spelregel 7.4: De adressen en hoofdentrees van de gebouwen bevinden zich altijd aan de openbare zijde De hoofdentrees van de gebouwen, parkeergarages en (publieke) fietsenstallingen bevinden zich aan de buitenzijde van de poreuze bouwblokken en stroken of aan een publieke doorsteek. Spelregel 7.5: Iedere woning heeft recht op een (collectieve) buitenruimte In het plan wordt het mogelijk gemaakt om uitkragende balkons te maken, zij het niet overal even ver. De mogelijkheid voor uitkragende balkons wordt bepaald door de inrichting van de openbare ruimte. Spelregel 7.6: Alle binnenterreinen zijn tenminste overdag (onder wisselend regime) toegankelijk voor het publiek Binnenterreinen zijn verbonden met het netwerk van straten, pleinen en parken in het Waterlandkwartier. Dit geldt ook voor de balken en blokken met een verhoogd binnenterrein. Bij de binnenterreinen van de relatief kleinere bouwblokken zijn uitzonderingen mogelijk wat betreft de toegankelijkheid. Voor de binnenterreinen geldt dat: • • •
Zoveel mogelijk woningen in een gebouw hebben een directe toegang tot het binnenterrein, die tenminste overdag is opengesteld voor het publiek. Daarbij zijn alle (verhoogde) binnenterreinen op minimaal één plek toegankelijk voor mindervaliden. Om de collectieve waarde van de binnenterreinen te borgen zijn private buitenruimtes van woningen aan het binnenterrein beperkt in omvang, zodat de collectieve waarde van het binnenterrein is geborgd. Op deze manier voorzien de buitenruimtes in voldoende privacy, maar belemmeren ze geen interactie. eventuele erfafscheidingen dienen meeontworpen te worden en zijn onderdeel van het geheel.
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 81
Stedelijke accenten zoekgebied stedelijke accent Hogere gebouwen max. 14 bouwlagen max. 11 bouwlagen max. 8 bouwlagen
Onderbouw max. 6 bouwlagen max. 5 bouwlagen max. 4 bouwlagen
BOUWHOOGTE
De bebouwing in het Waterlandkwartier bestaat uit een ‘onderbouw’ die gestoeld is op de uitgangspunten van de ‘groeikernarchitectuur’ uit de jaren zeventig en een ‘21ste eeuwse skyline’ bestaande uit optoppingen en hogere gebouwen. De bovenbouw is daarbij zichtbaar anders dan de onderbouw. De bovenbouw wordt in zijn geheel of getrapt teruggelegd. Deze setbacks zorgen voor meer daglicht, bezonning en lucht op straatniveau en in de binnentuinen, ze dragen bij aan het terugdringen van windval bij hogere gebouwen en worden ingezet om de menselijk maat en schaal te vinden in een wijk met een hoge dichtheid. De Waterlandlaan is als stedelijke boulevard een logische plek om een belangrijk deel van het programma te situeren – vanwege de bezonning, het uitzicht, haar rol als verbindende schakel in het lineaire centrum van Purmerend met het station en de HOV haltes. De bouwvelden langs de Waterlandlaan en de Gorslaan zijn dan ook relatief dichter en hoger. De bouwvelden die verder van de Waterlandlaan liggen hebben een lagere dichtheid en maximale bouwhoogte is er lager dan aan de Waterlandlaan. Hierdoor ontstaat een goede overgang met de omliggende bebouwing.
Plint De beleving op ooghoogte – hoe we de ruimte ervaren als we er doorheen lopen – speelt een sleutelrol in de waardering van het Waterlandkwartier. Het gaat dan om de inrichting en de dimensionering van straten, gebouwen en programma, en dan met name de onderste bouwlagen. Aan de straatzijde is aandacht voor de plinten die zoveel mogelijk zijn geactiveerd met publieke en commerciële functies, met gebouwentrees en woon(werk)ruimten, en dus niet alleen met slaapkamers. Functies en voordeuren op straatniveau vergroten niet alleen de levendigheid, maar ook de sociale controle.
Menselijke maat Basisuitgangspunt van het Kwaliteitsplan is het borgen van de menselijke maat. De straatbreedtes, de afmetingen van de binnentuin, de hoogte en de uitstraling van de gebouwen zijn daarbij allesbepalend. In het Waterlandkwartier bereiken we dat onder andere door hoger gelegen gevels terug te laten springen en een onderbouw met een beperkte hoogte die in relatie staat met de breedte van de straten.
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 83
SPELREGELS Spelregel 7.7: Plinten zijn door het gehele gebied minimaal 3,5 meter hoog (vrije hoogte). De onderbouw krijgt aan de straatzijde zo veel mogelijk een levendige plint. Plinten zijn door het gehele gebied minimaal 3,5 meter hoog, om functiewijziging en flexibiliteit in invulling mogelijk te maken, met uitzondering van plekken waar mag worden verwacht dat deze voornamelijk de functie wonen hebben. Spelregel 7.8: De groeikern onderbouw heeft een maximumhoogte van 4 tot 6 bouwlagen. In het Waterlandkwartier maken we gebruik van een aflopende hoogte van de onderbouw om een goede overgang naar de omliggende bebouwing te garanderen. In het Waterlandkwartier zijn drie zones met voor elke zone een maximale hoogte, een goothoogte, die varieert tussen 14 meter (4 bouwlagen) aan de randen van het Waterlandkwartier, 17 meter (5 bouwlagen) in het Waterlandkwartier en 20 meter (6 bouwlagen) aan de Waterlandlaan. Spelregel 7.9: De 21ste eeuwse skyline bestaat uit optoppingen, hogere gebouwen en stedelijke accenten en is zichtbaar gevarieerd met een maximum dakhoogte van 29 meter (optoppingen), 44 meter (hogere gebouwen) en 56 meter (stedelijke accenten). Gebouwdelen boven de onderbouw (goothoogte) worden aan de straatzijde teruggelegd.
Het terugleggen, ofwel een setback, zorgt voor meer daglicht, bezonning en lucht op straatniveau en binnentuinen, voor het terugdringen van windval bij hogere gebouwen en stedelijke accenten en een duidelijk onderscheid tussen onder- en bovenbouw. Voor de 21ste eeuwse skyline geldt: • Optopping van 1-2 bouwlagen = een vertrapping van minimaal 1:3 • Bovenbouw van 3-5 bouwlagen (tot een maximale hoogte van 10 bouwlagen = minimaal 2 meter setback • Bovenbouw van meer dan 5 bouwlagen en gebouwen hoger dan 10 bouwlagen = minimaal 3 meter setback In specifieke gevallen is het mogelijk om een pand geen of kleinere setback te geven. Bij een bovenbouw op de hoek van een bouwveld is het mogelijk om slechts aan een zijde een setback te maken. De hoge gebouwen staan op voldoende afstand van elkaar en komen in het hele plan voor. In het Waterlandkwartier is ruimte voor twee stedelijke accenten. Voor de stedelijke accenten is een zoekgebied bepaald. Voor de hoge gebouwen en stedelijke accenten gelden speciale richtlijnen die in specifieke situaties mogelijk anders worden uitgewerkt dan voorgeschreven, mits het geen afbreuk doet aan de stedenbouwkundige principes en de ruimtelijke kwaliteit. Hoogbouwinitiatieven in het Waterlandkwartier worden getoetst aan de uitgangspunten van de hoogbouwvisie van Purmerend.
Voor kwalitatieve doeleinden (hogere plint- of verdiepingshoogte) kan met instemming van het kwaliteitsteam beperkt van de maximale goot- en bouwhoogtes worden afgeweken, voor zover de afwijking niet leidt tot een extra bouwlaag. Zone
Dakhoogte
Optopping
Hogere bouwen
Stedelijke accenten
1 2 3
≤ 4 bouwlagen (14m) ≤ 5 bouwlagen (17m) ≤ 6 bouwlagen (20m)
≤ 6 bouwlagen (20m) ≤ 8 bouwlagen (26m) ≤ 9 bouwlagen (29m)
≤ 8 bouwlagen (26m) ≤ 11 bouwlagen (35m) ≤ 14 bouwlagen (44m)
hoogte nader te bepalen
RICHTLIJNEN VOOR HOGERE GEBOUWEN EN STEDELIJKE ACCENTEN
B
B
B
B
B <B
B =B
MAXIMALE DIAGONAAL
BREEDTE OPTOPPING
bovenbouw >5 lagen optopping 1-2 lagen
lager dan de dakhoogte
≥3M
≥2M
setback niet nodig
OPTOPPINGEN OP ONDERBOUW
≥10V
setback ≥2M
setback ≥3M
GEBOUWDELEN BOVEN DAKHOOGTE
station VOLDOENDE AFSTAND
STEDELIJKE ACCENTEN ALS INTERESSANTE PLEK
Richtlijnen • Hoge gebouwen zijn torens (en geen ‘planken’). Om brede, hoge gebouwen te voorkomen die veel slagschaduw werpen, is een limiet gesteld aan de diagonaal van het gebouw. Dit geldt voor het deel van het gebouw dat boven de onderbouw uitsteekt. De diagonaal van een ‘hoger gebouw’ en ‘stedelijk accent’ boven de setback is maximaal 35 meter. • Optoppingen, stedelijke accenten en hogere gebouwen staan op één onderbouw pand. • Hogere gebouwen staan op voldoende (circa 40 meter hart gebouw tot gevel volgende gebouw) afstand van elkaar. • De stedelijke accenten in het Waterlandkwartier krijgen een programma, waardoor ze een interessate plek worden voor iedereen in de stad. Dit kan door bijvoorbeeld een publiek toegankelijk programma in de bovenste bouwlaag of een toegankelijk dak.
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 85
7.2 Beeldkwaliteit Onderbouw en bovenbouw De bebouwing in het Waterlandkwartier bestaat uit een ‘onderbouw’ die gestoeld is op de uitgangspunten van de ‘groeikernarchitectuur’ uit de jaren zeventig en een ‘21ste eeuwse skyline’ bestaande uit optoppingen en hogere gebouwen. De bovenbouw is daarbij zichtbaar anders dan de onderbouw. Zij wordt gekenmerkt door lichte transparante volumes van glas, hout, beton en groene gevels en elementen. Door het gebruik van goede maatverhoudingen, interessante gevels (met setbacks en toegevoegde beeldbepalende elementen; bijvoorbeeld balkons), schaalverkleining binnen de volumes, mooie materialen, voldoende groen en zon en goede overgangen van privé naar openbaar de beleving ontstaat er een unieke beeldtaal. Op straat zal dit door de vele gevelvlakken een gelaagd beeld opleveren, dat onder verschillende hoeken steeds een ander perspectief oplevert. De combinatie van nieuwe en bestaande gebouwen en de toevoeging van de 21ste eeuwse skyline zorgen voor een bijzondere gelaagdheid van de bebouwing in het Waterlandkwartier.
Stedelijk accent
Bovenbouw (21ste eeuwse skyline)
Hogere gebouwen (binnen de zone waarin speciale richtlijnen gelden)
Optopping (2 tot 3 lagen boven de dakhoogte; speciale richtlijnen zijn niet van toepassing)
Setback (Scheiding tussen boven- en onderbouw)
Dakhoogte (en maximale dakhoogte)
Onderbouw (groeikern)
Schaalverkleining
Plint VERKLARING BEGRIPPEN
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 87
ONDERBOUW
GROEIKERN ONDERBOUW De onderbouw is opgebouwd uit bestaande en nieuwe panden en wordt getypeerd door een jaren zeventig ‘groeikernen’ architectuur. De onderbouw bestaat uit panden die veelal breder dan hoog zijn. Typerend is de schaalverkleining in de gevel, waarmee een verticale geleding wordt verkregen door middel van detaillering, verkleiningen van bouwmassa’s, setbacks, erkers en dergelijke. De architectuur is robuust, veelal van baksteen en eerlijke, hernieuwbare materialen zoals hout.
Bestaande panden Bestaande panden worden opgenomen in de onderbouw. Bij een transformatie van een bestaand pand worden zo veel mogelijk de spelregels en richtlijnen van het Kwaliteitsplan gevolgd. Alle aanpassingen of uitbreidingen aan bestaande gebouwen moeten een eigentijdse uitwerking krijgen met respect voor het oorspronkelijke gebouw.
Hoofdvorm De hoofdvorm van de onderbouw is geïnspireerd op de ‘groeikern’ architectuur. De blokken zijn breed en verschillen van elkaar.
Richtlijnen • Panden in de onderbouw staan schouder aan schouder • Panden in de onderbouw zijn breder dan hoog • Panden in de onderbouw verschillen van elkaar. Dit kan onder meer door het spelen met de dakvorm, de breedte of de hoogte van het pand of de opbouw van de gevel • Elk pand in de onderbouw staat met haar voeten op de grond en de plint draagt het pand • Panden hebben een heldere eenduidige basisvorm • De scheiding tussen panden is een rechte lijn van dak tot maaiveld • Balkons en galerijen en ondergeschikte bouwdelen zijn een geïntegreerd onderdeel van het gebouwconcept
w>h h1
h2 w1
h3 w2
Panden zijn veelal breder dan hoog
h4 w3
w4
h5 w5
Integreer oud en nieuw
Wisselende dakvormen
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 89
VERSCHIJNINGSVORM ONDERBOUW
Verschijningsvorm Elk gebouw heeft een eigen vanzelfsprekende gevelopbouw die refereert aan de ‘groeikernen’ architectuur. Panden in het Waterlandkwartier zijn veelal breder dan hoog, maar krijgen een verticale geleding door gebruik te maken van schaalverkleining in de gevel. Richtlijnen • Er vindt Schaalverkleining plaats in de gevel, waarbij de panden een verticale geleding krijgen. Dit kan onder meer door middel van detaillering, verkleiningen van bouwmassa’s, setbacks, erkers en dergelijke. • Patroon en textuur zijn eigen en passen bij de ‘korrel’ van het gebouw. • Er is afwisseling in patroon en plasticiteit tussen gebouwen onderling. • Aandacht voor materialiteit en detaillering, reliëf in de gevel en tactiliteit. • Groene gevels natuurinclusieve elementen en zonnepanelen aan de gevel worden als integraal onderdeel van het gevelbeeld ontworpen en zijn volwaardig onderdeel van de beeldtaal en gevelcompositie. • Dakterrassen bevinden zich achter een verhoogde borstwering. • Ondergeschikte bouwdelen (zoals dak installaties) en liftschachten worden in aantal en omvang zo veel mogelijk beperkt, uit het zicht geplaatst, dan wel architectonisch of groen ingepast. Hoe lager het dakvlak, hoe meer aandacht hiervoor.
De onderbouw bestaat uit bouwblokken ie breder zijn dan hoog
Schaalverkleining vindt plaats binnen het volume
Een verdere schaalverkleining vindt plaats in de gevel
schaalverkleining
Schaalverkleining in de gevel door middel van detaillering, verkleiningen van bouwmassa’s, setbacks, erkers en dergelijke
Kwaliteitsplan Waterlandkwartier | 91
LEVENDIGE PLINT
Plint Een optimaal toegankelijke en comfortabele openbare en collectieve ruimte is belangrijk voor het open karakter in het Waterlandkwartier. De overgang van privé naar openbaar staat in dienst de gewenste samenhang in de buitenruimte.
Richtlijnen • Dichte gevels zijn niet toegestaan waar het gebouw grenst aan de openbare ruimte en het binnenterrein en waar de gevel in het zicht is gesitueerd. Er is een zorgvuldig ontworpen overgang van privé naar openbaar die uitnodigt tot verblijf. • Aan de openbare ruimte grenzende gevels en buitenruimten zijn levendig en nodigen uit tot ontmoeting, maar bieden ook voldoende privacy (zodat bewoners niet altijd de gordijnen dicht hebben). • Erfafscheidingen aan de openbare en collectieve ruimte zijn mee-ontworpen. • Er is voldoende ruimte voor fietsenstallingen op de begane grond, maar deze zijn met uitzondering van de entree van de publieke stallingen niet dominant in het straatbeeld. • Nutsvoorzieningen en toegangen tot (fiets)parkeergarages zijn zorgvuldig verwerkt en ingepast in het architectonisch beeld van de gevel.
Levendige plint in de onderbouw
private private buitenruimtes buitenruimtes
openbare ruimteruimte openbare
collectieve ruimte collectieve ruimte