b-nota-van-beantwoording-zienswijzen-koggenland-Luitje-Broekemastraat
Tekst van het document
Gemeentelijke reactie Het onderzoek van Regelink Ecologie en Landschap is gebaseerd op gebiedsbrede onderzoeken die om de paar jaar worden uitgevoerd. Het onderzoek geeft zodoende voldoende inzicht in de aanwezigheid van beschermde soorten en het functioneren van het gebied. Dit is recentelijk bevestigd door de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake het bestemmingsplan Tarwestraat (Uitspraak 202305295/1/R1, 17 juli 2024). Uit het onderzoek is gebleken dat het groen en het water van Park De Driegang onderdeel uitmaken van het essentieel foerageergebied van de gewone dwergvleermuis en dat de Purmerringvaart ten westen van het plangebied deel uitmaakt van het essentiële foerageergebied van de meervleermuis 2 zie https://scientias.nl/wetenschappers-luisteren-boven-veld-vol-zonnepanelen-naar-het-geluid-van-
vleermuizen-en-dat-levert-een-verontrustende-ontdekkingop/#:~:text=Zo%20blijkt%20dat%20vleermuizen%20de,vergelijking%20met%20de%20velden%20zonder
23
en de watervleermuis. Ook vormt het een essentiële vliegroute voor de vleermuizen. De dijksloot tussen deelgebied Koggenland en de dijk van de Purmerringvaart vormt ook een essentiële vliegroute van de gewone dwergvleermuis. Verder maken de groenstructuren in het plangebied, welke buiten het park zijn gelegen, onderdeel uit van het grote leefgebied van de buizerd. De aantasting van het leefgebied in het plangebied heeft geen negatief effect op het functioneren van het gehele leefgebied en daarmee op eventuele overlevingskansen van de buizerd in Purmerend. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Om significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden uit te kunnen sluiten is een voortoets stikstof uitgevoerd. Deze is als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Uit deze voortoets stikstof blijkt dat de voorgenomen werkzaamheden aan het Koggenland en de Luitje Broekemastraat niet leiden tot een toename aan stikstofdepositie groter dan 0,00 mol N/ha/jr op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van Natura 2000-gebieden. Met betrekking tot stikstofdepositie kan worden opgemerkt dat er geen significante effecten zijn op Natura 2000gebieden. Een vergunning hiervoor is niet noodzakelijk. Om mogelijk negatieve effecten van de nieuwbouw op soorten te voorkomen dienen maatregelen te worden getroffen.
Deze maatregelen worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol voor de Luitje Broekemastraat en Koggenland. Tijdens de werkzaamheden zal volgens dit protocol gewerkt worden. Naar aanleiding van de opmerking van reclamanten zal aan de omgevingsvergunning een voorschrift wordt toegevoegd dat conform het protocol gewerkt moet worden. Gelet op het voorgaande is de benodigde zorgvuldigheid betracht en is er geen strijd is met wet- en regelgeving. Verder nader onderzoek wordt niet nodig geacht. Opmerking c.3: Broedvogels Opmerking gemaakt door reclamant(en): 4 De vijver is broedgebied en er zijn ook nesten in bosjes en bomen. Gemeentelijke reactie Broedende vogels zijn beschermd. Het kappen en rooien van bomen en struiken mag daarom niet uitgevoerd worden in het broedseizoen van vogels, dat globaal loopt van 15 maart tot en met eind juli. De overige verstorende werkzaamheden zullen zoveel mogelijk buiten het broedseizoen plaatsvinden om de broedende vogels en nesten niet onnodig te verstoren. Opmerking c.4: Borging ecologische voorwaarden Opmerking gemaakt door reclamant(en): 1 De randvoorwaarden uit het rapport van Regelink zijn niet geborgd. Ook is in de regels geen voorwaardelijke verplichting opgenomen om de voorwaarden waarmee negatieve effecten op flora en fauna voorkomen kunnen worden, te borgen.
Gemeentelijke reactie Hoewel de zorgplicht voor soortenbescherming reeds in de Wet natuurbescherming is geregeld, is in de planregels (artikel 9) ook een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de natuurwaarden te beschermen: Er mag slechts worden gebouwd ten behoeve van de geldende bestemmingen onder voorwaarde dat is aangetoond dat bouwen niet leidt tot significant negatieve effecten op beschermde soorten en functies. In hetzelfde artikel is ook een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de in het plangebied aanwezige bomen te beschermen: Er mag slechts worden 24
gebouwd ten behoeve van de geldende bestemmingen onder voorwaarde dat is aangetoond dat geen onevenredige negatieve effecten op de aanwezige bomen optreden. Zie ook beantwoording onder c.1. Opmerking c.5: Waterkering Opmerking gemaakt door reclamant(en): 1, 4 Er is geen rekening gehouden met de ligging binnen de beschermingszone van de regionale waterkering. Op gronden met de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterkering geldt in principe een bouwverbod, tenzij het waterkeringbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad (artikel 6.3), dan kan binnenplans worden afgeweken. De ontwerp-vergunning staat dat hieraan wordt voldaan, maar het is niet duidelijk waarom en wat het hoogheemraadschap heeft geadviseerd. Ook is niet duidelijk wat bedoeld wordt met maatwerk in overleg met de waterbeheerders (paragraaf 5.14.2). Gemeentelijke reactie Ter bescherming van de waterkering is in het bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waterstaat Waterkering' opgenomen. Bouwen in deze zone is alleen toegestaan als de bouwregels uit het bestemmingsplan in acht worden genomen en het belang van de waterkering hierdoor niet onevenredig wordt geschaad. In de praktijk wordt er vooraf schriftelijk advies ingewonnen bij de water(kering)beheerder.
Bij het opstellen van het bestemmingsplan is bovendien regelmatig overleg geweest met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) over de plannen. Dit overleg wordt beschouwd als maatwerk en is niet noodzakelijk bij een ‘standaard’ watertoets. Op 13 december 2023 is het hoogheemraadschap per e-mail gevraagd om definitief een reactie te geven op het bestemmingsplan Koggenland - Luitje Broekemastraat te Purmerend. Zij hebben geconstateerd dat al hun opmerkingen en adviezen een plek hebben gekregen in het bestemmingplan en hebben een positief wateradvies afgegeven (bijlage D). Het hoogheemraadschap heeft ook de aanvraag omgevingsvergunning beoordeeld en van een positief advies voorzien, waardoor binnenplans kan worden afgeweken van het bouwverbod (zie omgevingsvergunning). Op basis van de Waterschapsverordening geldt voor het bouwen binnen de waterkeringszone een Watervergunningsplicht (vanaf 1 januari 2024: Omgevingsvergunning voor een wateractiviteit). Opmerking c.6: Onderzoek waterhuishouding ontbreekt Opmerking gemaakt door reclamant(en): 1 Er is onvoldoende zekerheid dat de plannen de natuurlijke waterhuishouding ter plaatse niet zullen verstoren. Hiervoor is geen onderzoek verricht. Gemeentelijke reactie De nieuwbouw voorziet niet in kelderbouw, zodat de grondwaterstromen niet worden verstoord. Ook wordt er geen water gedempt.
Daarbij zijn de beide plandelen grotendeels al verhard. Onderzoek naar de waterhuishouding is daarom niet nodig. Daarnaast geldt een Watervergunningsplicht (vanaf 1 januari 2024; Omgevingsvergunning voor een wateractiviteit), waarbij de plannen door het HHNK worden getoetst op wateraspecten.
25
Opmerking c.7: Schriftelijk advies en overleg HHNK Opmerking gemaakt door reclamant(en): 4 Waarom wordt voor deze plannen de normale procedure doorlopen, waarbij maatwerk nodig is in overleg met de waterbeheerders. Het advies van het HHNK ontbreekt bij de stukken en het is niet duidelijk hoe dit maatwerk zich heeft voltrokken. Gemeentelijke reactie Maatwerk is voor dit project nodig, omdat de locatie binnen de beschermingszone van een regionale waterkering ligt. Voor de onderhavige ontwikkeling heeft vooroverleg plaatsgevonden met het hoogheemraadschap. Op 13 december 2023 is het hoogheemraadschap per e-mail gevraagd om definitief een reactie te geven op het bestemmingsplan Koggenland - Luitje Broekemastraat te Purmerend. Zij heeft geconstateerd dat al hun opmerkingen en adviezen een plek hebben gekregen in het bestemmingplan en heeft een positief wateradvies gegeven (zie bijlage E). Opmerking c.8: Compensatie verharding Opmerking gemaakt door reclamant(en): 4 Waarom komt er geen compensatie voor extra verharding vanwege tijdelijke situatie? Er is nu overal al veel wateroverlast. Gemeentelijke reactie Overeenkomstig het beleid van het hoogheemraadschap is watercompensatie nodig als er meer dan 800 m2 extra verharding wordt gerealiseerd. De gewenste nieuwbouw zorgt voor een toename van 630 m2 verharding (zie paragraaf 5.14 van de toelichting op het bestemmingsplan).
Compensatie is daardoor niet noodzakelijk. Wel moeten worden voldaan aan het basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw 3.0, zoals vastgelegd in de 'Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en NoordHolland' en de voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan. Daardoor zal de nieuwbouw bijdragen aan het opvangen van hemelwater. Opmerking c.9: Bomenkap Opmerking gemaakt door reclamant(en): 3, 4 en 6 Er zullen meer bomen worden gekapt dan waar de raad oorspronkelijk toestemming voor heeft gegeven. Er wordt uitgegaan van de kap van 4 bomen, waarvan 2 met beschermde status. Door het samengaan van de gemeente Purmerend en de gemeente Beemster was de status van de beschermde bomen ineens herzien zonder gegronde onderbouwing. Er is navraag gedaan over de beschermde status van de bomen, maar de projectleider had hier geen antwoord op. Wel is aangegeven dat dit niet correct was en teruggedraaid zou worden. Gemeentelijke reactie Bij de fusie van de gemeente Purmerend en de gemeente Beemster zijn inderdaad abusievelijk een aantal beschermde bomen weggevallen van de bomenkaart. Deze fout is hersteld en de bomen zijn teruggeplaatst op de bomenkaart. Dat betekent dat deze bomen niet zomaar gekapt mogen worden, maar dat ze kapvergunningplichtig zijn, waarbij het college het bevoegd gezag is
26
Voor de ontwikkeling aan het Koggenland zullen drie kapvergunningplichtige bomen gekapt worden. De kap is noodzakelijk om een toegankelijk terrein voor auto's en de aanleg van voldoende parkeerplaatsen voor het toekomstige woongebouw mogelijk te maken. Ter compensatie worden drie iepen teruggeplant. Twee daarvan worden in het verlengde van de rij bomen langs het fietspad geplant en één komt tussen de huidige iepen in het plantvak (NW-ZO richting). Na de werkzaamheden zullen er ook minimaal twee kleinere bomen nabij de zuidoosthoek van het gebouw buiten het plangebied geplant worden. Deze bomen volgen de oorspronkelijke symmetrische inrichting van de terreinen aan weerzijden van het park De Driegang waar nu wat bosschages zijn gesitueerd. Voor de ontwikkeling aan de Luitje Broekemastraat wordt een kapvergunningplichtige boom gekapt ter plaatse van de beoogde inrit naar het parkeerterrein. Ter compensatie wordt een iep geplant in het verlengde van de aanwezige bomenrij tussen het water en de rijweg (langs de Luitje Broekemastraat). Daarnaast zullen ten behoeve van de toegankelijkheid van het terrein voor bouwverkeer drie kapvergunningplichtige bomen gekapt worden. Na de bouwwerkzaamheden zal de oorspronkelijke bomenstructuur hersteld worden door het planten van drie nieuwe bomen op deze plekken. Daarmee wordt de huidige bomenstructuur en de verschijningsvorm hersteld.
Ook zijn de bouwvlakken van de beoogde nieuwbouw in het bestemmingsplan opgeschoven om de verschijningsvorm van de bestaande bomen te behouden. Opmerking c.10: Bouwplan in strijd met vergroenen Opmerking gemaakt door reclamant(en): 3 De gemeente heeft de ambitie dat de tuinen van bewoners moeten 'vergroenen' in verband met hitte. Dit bouwplan is dus in strijd met hun eigen voornemen. Gemeentelijke reactie De gemeente stimuleert vergroening onder particulieren. Los daarvan wordt er ook rekening gehouden met het realiseren van groen binnen de beide plandelen (natuurinclusief bouwen). In dit verband wordt verwezen naar de omgevingsvergunning. Opmerking c.11: Boom Effect Analyse (BEA) Opmerking gemaakt door reclamant(en):3, 4 De BEA 2023 is gebaseerd op onjuiste informatie. Er is geen rekening gehouden met ronde kroonprojectie, zoals in 2020 wel is gebeurd. Daarnaast wordt aangegeven dat de voet van de stam niet het midden vormt van de kroonprojectie omdat ze scheef staan richting bouwprojectie. Waarschijnlijk door storm Poly. Waarop is dat gebaseerd en waarom blijft het bij een vermoeden en geen bewijs? In de locatierapportage van het raadsbesluit (25-03-2021) is destijds het advies gegeven dat er 10 meter afstand gehouden moet worden vanuit hart boom tot rand gebouw bij Luitje Broekemastraat. Hier is door het ontwikkelteam vanaf geweken door het gebouw groter te maken.
Vervolgens is er een nieuwe bomeneffectenanalyse gemaakt (16-11-2023) waardoor het gebouw vier meter verplaatst moest worden. Wil de gemeente binnen de afspraken van de raad blijven, dan zou het gebouw per definitie vier meter kleiner moeten worden. Gemeentelijke reactie In de eerste BEA (2020) ontbreekt een beschrijving van de bomen en hun groeiwijze. Het feit dat de boomkroon eenzijdig en richting het oosten gegroeid is, is niet vermeld. Dit was destijds ook niet relevant, omdat het oorspronkelijke ontwerp op grotere afstand van de bomen was geprojecteerd. 27
Hierbij is aangenomen dat de kroon een evenwichtig groei kende. Met deze aanname is de positie van het gebouw en het effect daarvan op de kroon gecontroleerd. Om te kunnen voldoen aan de complexe randvoorwaarden is bij de uitwerking van de plannen de vorm en positionering van het gebouw voor de Luitje Broekemastraat gewijzigd (zie ook de algemene reactie). Na aanpassing van de plannen, kwam het nieuwe gebouw richting de bomenrij. Door de westenwind en omdat boomkronen naar het licht groeien, bleek de projectie van de boomkronen op het midden van de stam niet realistisch te zijn. De bomen staan schuin, zodat de uitgangspositie aangepast moest worden. In 2023 is daarom een nieuwe BEA opgesteld. In de recente BEA is het meest recente ontwerp van de nieuwbouw getoetst aan de bestaande situatie ten aanzien van de bomen en zijn de gegevens uit de bomeneffectanalyse uit 2020 geactualiseerd en aangepast. Uit deze actuele rapportage blijkt dat de bomen nog jaren meekunnen, maar dat de bomen aan de kant van de dijk wel flink gesnoeid moeten worden, als de nieuwbouw op de plek komt waar die eerder was ingetekend. Het snoeien zou zo drastisch zijn dat de bomen aan één zijde een groot deel van de kroon zouden verliezen en er daardoor heel anders uit zouden komen te zien. Bovendien zou ingrijpend snoeien de bomen kunnen verzwakken.
Om de bomen - die verder gezond zijn - in de huidige verschijningsvorm te kunnen behouden is het bouwvlak voor het gebouw aan het Koggenland drie meter naar het oosten opgeschoven. Het bouwvlak voor het gebouw aan de Luitje Broekemastraat is vier meter naar het oosten opgeschoven. Door deze verschuiving kan voldoende afstand worden bewaard tot de bestaande bomen. Zowel beheerstechnische aspecten van bomenbeheer als de waarde van de bomen voor milieu, landschap, biodiversiteit en het tegengaan van hittestress in het nieuwe appartementencomplex zijn aanleiding geweest om het gebouw vier meter in oostelijke richting te verschuiven. De bomenrij maakt onderdeel uit van de vliegroute van verschillende soorten vleermuizen en de bomenkroon langs de dijk is van belang om de hoeveelheid licht vanuit de Purmer Zuid richting de ringvaart te beperken, aangezien de meervleermuis boven het water foerageert. Deze vleermuis is extra gevoelig voor licht. Zie ook beantwoording onder a.2. Opmerking c.12: Klimaatadaptief bouwen Opmerking gemaakt door reclamant(en): 4 en 6 Gesteld wordt dat de gehele inrichting klimaatbestendig moet zijn, maar er wordt geen concrete oplossing gegeven voor klimaatbestendige nieuwbouw of natuurinclusief bouwen. Verhoogd bouwen wordt niet gezien als oplossingsrichting en het plan leidt tot meer verharding.
Er ontbreekt een concrete oplossing om hotspots van hittestress te voorkomen. Er is geen vertrouwen dat er een klimaatbestendige inrichting komt. Gemeentelijke reactie In het bestemmingsplan zijn de kaders vastgelegd waarbinnen de ontwikkeling plaats moet vinden. Om te zorgen dat de nieuwbouw daadwerkelijk klimaatbestendig is, is in artikel 10.3 van de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Als het plan hier niet aan voldoet, wordt dit gerekend als strijdig gebruik. Bij de verdere uitwerking van de plannen is dit aspect nader ingevuld en is de aanvraag omgevingsvergunning daarop aangescherpt. Zie ook de beantwoording onder h.4.
28
Opmerking c.13: Klimaatverandering Opmerking gemaakt door reclamant(en): 6 Bij de beschrijving van het geldend bestemmingsplan (paragraaf 1.2) is geen rekening gehouden met enorme klimaatverandering die na 2016 heeft plaatsgevonden. Nieuw en gericht onderzoek op dit punt wordt wenselijk geacht. Gemeentelijke reactie De beschrijving van het geldende bestemmingsplan is bedoeld om de planologische regeling, zoals door de raad is vastgesteld in het bestemmingsplan ‘De Purmer 2016’, inzichtelijk te maken. Eventuele klimaatverandering na 2016 valt daar niet onder. Een bestemmingsplan bevat de kaders waarbinnen een ontwikkeling plaats kan vinden. Klimaatverandering is hierbij een belangrijk aspect dat terugkomt in verschillende beleidsdocumenten, zoals het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie 2020 en het Klimaatadaptatieplan Zaansteek - Waterland en Purmerend 2021 - 2024. Op basis van dit beleid moet bij elke ontwikkeling in de stad onderbouwd worden wat er is gedaan op het gebied van klimaatadaptatie. Zo moet bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen' worden voldaan aan het basisveiligheidsniveau klimaatadaptatie zoals afgesproken in de 'Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland' die ook de gemeente Purmerend heeft ondertekend.
In artikel 10.3 van de bestemmingsplanregels is hiervoor een voorwaardelijke verplichting opgenomen, zodat dit ook daadwerkelijk gebeurd. Nieuw en gericht onderzoek is voor het bestemmingsplan niet nodig. In dit geval is sprake van een gecoördineerde procedure, waarbij de omgevingsvergunning procedureel gelijk oploopt met het bestemmingsplan. De klimaatadaptieve maatregelen zijn nader uitgewerkt en worden door middel van voorschriften aan de omgevingsvergunning gekoppeld. Zie ook reactie gemeente onder h.3. d. Verkeer, parkeren en luchtvervuiling Opmerking d.1: Verkeersveiligheid- en -overlast Opmerking gemaakt door reclamant(en): 2, 3, 4 en 6 De bewoners vrezen voor nog meer verkeersoverlast door een hogere verkeersintensiteit. Door een hogere verkeersintensiteit wordt ook de verkeersveiligheid slechter. Bij het Koggenland steken kinderen over naar de sporthal en er is geen duidelijke in- en uitgang. De verdubbeling van het aantal auto’s zal leiden tot ongewenste verkeerssituaties: de wegen zijn te smal om het verkeer op te vangen, de hoeveelheid geparkeerde auto’s wordt verdubbeld en 2x per week wordt de straat extra versmald door afvalbakken. De Luitje Broekemastraat is als woonerf ingericht en is daarmee niet goed ontsloten.
Gemeentelijke reactie In het onderhavige plan worden 53 sociale en 11 middeldure huurappartementen toegevoegd en er is plek voor 150 m² maatschappelijke voorzieningen. Dit heeft een toename van de verkeersgeneratie tot gevolg ten opzichte van de bestaande situatie. Zoals is verwoord in de toelichting op het bestemmingsplan is voor de berekening van de toekomstige verkeersgeneratie gebruik gemaakt van de CROW publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' (december 2018). Zoals ook in subparagraaf 5.13.2 van de toelichting op het bestemmingsplan is onderbouwd leidt de beoogde herontwikkeling tot een extra bruto verkeersgeneratie van afgerond gemiddeld 323 motorvoertuigen per etmaal, waarvan 40 motorvoertuigen per etmaal toegeschreven kan worden aan het plandeel aan de Luitje Broekemalocatie en 283 motorvoertuigen per etmaal aan het plandeel aan het Koggenland. 29
Bij de aanleg van wegen wordt uitgegaan van een bepaalde capaciteit, het aantal voertuigbewegingen dat moet kunnen worden afgewikkeld. Hier zijn kencijfers voor opgesteld. De toename van het aantal verkeersbewegingen die door de nieuwbouw verwacht mag worden, is relatief beperkt en door de aanwezige wegenstructuur goed op te vangen, ook omdat deze verkeersbewegingen grotendeels verspreid over de dag zullen plaatsvinden. In onderstaande afbeeldingen zijn de bestaande en de nieuwe inrit naar het parkeerterrein aan het Koggenland weergegeven:
Afbeelding: Bestaande inrit naar het parkeerterrein aan het Koggenland
Afbeelding: Nieuwe inrit naar het parkeerterrein aan het Koggenland
30
Voetgangers kunnen de nieuwe inrit veilig oversteken (zie blauwe pijl in bovenstaande afbeelding). De inrit wordt voorzien van inritblokken die behoorlijk de snelheid zullen remmen. De inrit wordt tevens langer en ruimer van opzet, waardoor automobilisten meer opstelruimte hebben voor ze het fiets- en voetpad passeren. In de oude situatie staan ze voor een deel op de rijbaan. Daarnaast komt deze inrit in een hoek van 90 graden te liggen, waardoor de snelheid er flink uit gaat. De veiligheid van de inrit wordt derhalve flink verbeterd. Ook de veiligheid bij de Luitje Broekemastraat is bezien en akkoord bevonden. De bestaande wegbreedte is daar over het algemeen 5,00 meter. Ook op de locatie waar de vuilcontainers staan is de overgebleven ruimte 5,00 meter. Dit is voldoende ruimte voor twee voertuigen om elkaar te kunnen passeren. Uiteraard met gepaste snelheid, maar de toegestane maximum snelheid ter plaatse is ook maar 15 km/uur. Waar de rijbaan iets smaller is dan 5,00 meter dienen voertuigen die elkaar in tegengestelde richting tegenkomen op elkaar te wachten en elkaar de ruimte te geven. Dat is nu ook al het geval. Opmerking d.2: Parkeerdruk Opmerking gemaakt door reclamant(en): 2, 3, 4 en 6 Het parkeeronderzoek is onjuist uitgevoerd: er zijn 17 parkeerplaatsen nodig voor Luitje Broekemastraat in plaats 15,6.
In de wijk is een chronisch tekort aan parkeerplaatsen omdat destijds een parkeernorm van 1,3 is gehanteerd (t.o.v. 1,7 nu). Van de 5 extra plekken zijn er nu al 2 verloren gegaan door laadplaatsen voor elektrische auto’s. Ook is er maar 1 meetmoment geweest. Bij de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen lijkt geen rekening te worden gehouden met het bezit van meerdere auto’s en diverse maatschappelijke voorzieningen die dezelfde parkeerplaatsen gebruiken. Gebruikers-bezoekers van de sporthal, sportschool, kinderopvang, school, wijkcentrum en dagbesteding maken al gebruik van de bestaande parkeerplaatsen op en rondom Koggenland. Dit zal met de voorgestelde uitbreiding verergeren. De parkeerplaatsen op Koggenland zijn niet voldoende om extra auto’s voor bewoners op te vangen. De gemeente geeft aan dat tijdens evenementen in de sporthal enige parkeeroverlast zal ontstaan in de wijk, maar dat er voldoende ruimte zal zijn bij het winkelcentrum. Dit komt niet overeen met de praktijk. Bezoekers maken gebruik van de parkeerplaatsen op Koggenland, Peelland, Delfland en Kempenland en schromen er niet voor om ook dubbel te parkeren en voetpaden als parkeerplaats te gebruiken. De overlast hiervan wordt gebagatelliseerd. Gemeentelijke reactie In paragraaf 5.13.2 van de toelichting op het bestemmingsplan wordt ingegaan op de parkeerbehoefte van het onderhavige plan.
Het parkeerbeleid van de gemeente Purmerend is vastgelegd in de Nota Parkeernormen. De parkeerbehoefte van het onderhavige plan is berekend aan de hand van de parkeertoets zoals was vastgelegd in deze Nota ten tijde van de start van de ontwikkeling. Het doel daarbij is om te zorgen voor voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van de nieuwbouw, zodat de nieuwbouw geen parkeeroverlast veroorzaakt in de omgeving. In het parkeerbeleid zijn parkeernormen opgenomen. Aan de hand van deze parkeernormen dient de bruto parkeerbehoefte te worden berekend. Bij het berekenen van de netto parkeerbehoefte is het ook gebruikelijk rekening te houden met het dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Dubbelgebruik wordt toegepast omdat de gemeente zo goed mogelijk de openbare ruimte wil benutten. Bewoners zijn namelijk niet altijd op hetzelfde tijdstip thuis en bezoekers komen niet allemaal op hetzelfde moment langs. Hierdoor kunnen parkeerplaatsen optimaal benut worden. De 11 nieuw te bouwen appartementen aan de Luitje Broekmastraat vallen onder de categorie 'wonen 65 - 120 m² gestapeld'. Hiervoor geldt een parkeernorm van 1,7 parkeerplaatsen per woning. 31
Voor de 11 appartementen zijn bruto 18,7 parkeerplaatsen nodig. Omdat uit parkeerdrukonderzoek blijkt dat in de bestaande straten geen parkeerplaatsen beschikbaar zijn om het parkeren voor de nieuwe bewoners en de daarbij behorende bezoekers op te vangen, dient de parkeerbehoefte te worden opgelost binnen het plangebied. De onderhavige ontwikkeling hoeft conform vaste jurisprudentie geen reeds bestaande parkeerproblematiek op te lossen. Het parkeerdrukonderzoek is beperkt tot één meetmoment, omdat daaruit al duidelijk werd dat er in de omgeving geen restcapaciteit is en de parkeerbehoefte als gevolg van de onderhavige ontwikkeling volledig op eigen terrein moet worden opgelost. In de toelichting van het bestemmingsplan is bij de netto parkeerbehoefte voor het plandeel Luitje Broekemastraat abusievelijk uitgegaan van de zaterdagavond als maatgevend moment. Het maatgevend moment moet zijn: werkdag avond. Voor de ontwikkeling van 11 woningen aan de Luitje Broekemastraat 35 moeten zodoende netto ten minste 17 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Dit zal in de toelichting worden gewijzigd. Er zullen ten behoeve van het plandeel aan de Luitje Broekemastraat 17 parkeerplaatsen worden aangelegd, waarmee wordt voldaan aan de Nota parkeernormen 2016.
Voor de locatie Koggenland is uitgegaan van 53 sociale huurappartementen met een oppervlak van 40 - 65 m² en een maatschappelijke functie van 150 m². Voor de woningen dient een parkeernorm te worden aangehouden van 1,5 parkeerplaats/woning, voor de maatschappelijke functie is een parkeernorm van 4,5 parkeerplaats/100 m2 bvo van toepassing. Dit is vergelijkbaar met de parkeerbehoefte voor een klein wijkcentrum. Voor de naastgelegen sporthal geldt een parkeernorm van 2,65 parkeerplaats/100 m² bvo. De bruto parkeerbehoefte (zonder dubbelgebruik) voor het Koggenland bedraagt 139,3 parkeerplaatsen, inclusief de sporthal3. De netto parkeerbehoefte, waarbij rekening is gehouden met dubbelgebruik, bedraagt 123,6 parkeerplaatsen. Er worden 124 parkeerplaatsen aangelegd, waarmee ook hiermee wordt voldaan aan de Nota parkeernormen zoals die gold ten tijde van de start van de planvorming. Naast dat er voor de beide plandelen wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor de nieuwbouw is naar aanleiding van overleg met de buurt besloten om in de nabijheid van de Luitje Broekemastraat vijf extra parkeerplaatsen buiten het plangebied te realiseren om zo de bestaande hoge parkeerdruk in de omgeving van het plangebied enigszins te verlagen.
Wat betreft de overlast die veroorzaakt wordt door evenementen in de sporthal: navraag wijst uit dat SPURD de locatie gebruikt ten tijde van vakanties en voor naschoolse activiteiten. Dit is een organisatie voor sport en sportieve recreatie in Purmerend/Beemster. De parkeerbehoefte voor deze activiteiten is beperkt. Andere -grotere- evenementen vinden beperkt plaats: de hal wordt 2 á 3x per jaar gebruikt voor vlooienmarkten en de GGD gebruikt de sporthal incidenteel als priklocatie. De mogelijk te ervaren overlast blijft hiermee beperkt. Opmerking d.3: Luchtvervuiling Opmerking gemaakt door reclamant(en): 6 Een toename van het verkeer leidt tot luchtvervuiling, waardoor de kwaliteit van wonen wordt aangetast. Gemeentelijke reactie Zoals aangegeven in de toelichting op het bestemmingsplan vormt voor de luchtkwaliteit titel 5.2 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen), beter bekend als de Wet luchtkwaliteit, het kader. Daarin is bepaald dat in ruimtelijke plannen moet worden voldaan aan grenswaarden voor onder 3 Voor de overige voorzieningen in de buurt is reeds op andere plekken in de parkeerbehoefte voorzien.
32
meer stikstofdioxide en fijn stof. In navolging van artikel 5.16 lid 1 van de Wet milieubeheer kan worden gesteld dat een ruimtelijke ontwikkeling vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit doorgang kan vinden indien wordt voldaan aan één van de volgende punten: a. b. c. d.
Er is geen sprake van normoverschrijding ten gevolge van het project; Er is per saldo sprake van een verbetering (saldo-benadering); Het project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit; Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen‘ is voor een aantal specifieke projecten een berekening gemaakt bij welk bouwprogramma er nog sprake is van niet in betekenende mate’. Dit is als het project betrekking heeft op maximaal 1.500 woningen of 100.000 m² kantoren (bij één ontsluitingsweg) of een combinatie van beide. Er worden in totaal 64 woningen en 150 m² maatschappelijke voorzieningen gebouwd op de ontwikkelingslocaties Koggenland en Luitje Broekemastraat. Dit leidt tot een extra verkeersgeneratie van maximaal 322 voertuigbewegingen (CROW, publicatie 381, zie ook paragraaf 5.13 van de toelichting op het bestemmingsplan). Uit toepassing van de NIBM-tool blijkt dat dit als 'niet in betekenende mate' (NIBM) is aan te merken. Het project waarvoor het onderhavige bestemmingsplan wordt opgesteld draagt zodoende niet bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend is ook de NSL-monitoringskaart geraadpleegd, om te kijken of in de huidige situatie de luchtkwaliteit voldoende is. Uit deze kaart blijkt dat de concentraties stikstofdioxide, fijnstof en zeer fijnstof in 2020 in Purmerend niet hoger zijn dan 35 microgram per m³. Voor fijnstof (PM2.5 concentratie) zijn de waarden niet hoger dan 20 microgram per m³. Hiermee bevinden de concentraties stikstofdioxide en fijnstof zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 40 microgram per m3. e.
Privacy, uitzicht, waardevermindering, schaduwwerking, rechtszekerheid en financiële uitvoerbaarheid Opmerking e.1: Aantasting privacy Opmerking gemaakt door reclamant(en): 1, 3, 4 en 5 Reclamanten maken bezwaar tegen de nieuwbouwplannen omdat balkons en ramen zijn voorzien aan de kant van de ringvaart. Dat is een inbreuk op de privacy van bewoners van de Brunelhof en Purmerdijk, omdat vanuit de nieuwbouw zo in de tuin en op alle verdiepingen van de huizen naar binnen gekeken kan worden. Tijdens de raadsvergadering is gezegd dat aan de kant van de ringvaart geen balkons of ramen zouden komen. Op de informatieavond van 11 januari 2024 zijn tekeningen getoond waarop wel balkons en ramen waren ingetekend. Door de architect werd bevestigd dat dit de bedoeling is. Gemeentelijke reactie Het plan voor de locatie Koggenland is uitvoerig besproken in de commissievergadering van 4 maart 2021 en de raadsvergadering op 25 maart 2021. In het raadsbesluit worden geen toezeggingen gedaan over ramen en balkons. In een verstedelijkt gebied is ‘ruimte’ een schaars goed dat intensief gebruikt wordt. Een volledig ongestoord en blijvend gebruik (privacy, uitzicht) is derhalve niet aan de orde.
33
De afstand tussen de woningen aan de Brunelhof en de nieuwbouw bedraagt meer dan 100 meter. Bij een dergelijke onderlinge afstand speelt een vermindering van privacy geen doorslaggevende rol. Bij de woning aan de Purmerdijk is de afstand ten opzichte van de nieuwbouw circa 40 meter, maar vanuit de nieuwbouw is slechts schuin zicht mogelijk richting de betreffende woning. Bij een dergelijke onderlinge afstand in een verstedelijkt gebied en een schuine oriëntatie is geen relevante vermindering van privacy aan de orde. Vanwege de onderlinge afstanden en de oriëntatie van de nieuwbouw zijn er binnen een stedelijke omgeving als de Purmer-Zuid geen onevenredig nadelige gevolgen te verwachten. Naar de mening van ons gemeentebestuur zal de te ervaren inperking van de privacy niet van dien aard zijn dat sprake is van een onevenredige aantasting. Opmerking e.2: Verslechtering uitzicht Opmerking gemaakt door reclamant(en): 1, 3, 4 en 6 Door het zicht op hoge bebouwing van 20 meter aan het Koggenland verslechtert het uitzicht vanuit de woning en tuin aan de Purmerdijk. Er is geen onderzoek gedaan naar het zicht vanuit de Luitje Broekemastraat 98-118. De hoogte van het gebouw Koggenland wordt hoger dan de mast bij sporthal de Vaart en heeft gevolgen voor het uitzicht.
De bewoners aan de Luitje Broekemastaat hebben een hogere prijs betaald voor de aanschaf van de huizen dan de overige huizen in de naaste omgeving. Dit omdat de woningen direct grenzen en uitzicht hebben op het mooie groen van het park. De bewoners betalen dan ook jaarlijks een hogere onroerende zaakbelasting (OZB). Middels dit plan zullen er bewoners in goedkopere woningen komen die werkelijk een uniek uitzicht gaan krijgen en daar jaarlijks een stuk minder OZB voor gaan betalen. Terwijl de bewoners aan de Luitje Broekemastraat die veel meer OZB belasting betalen het unieke uitzicht ontnomen gaat worden. Gemeentelijke reactie Gelet op de enorme woningbehoefte en het feit dat een groot deel van de woonopgave dient plaats te vinden in het bestaand stedelijk gebied, heeft de gemeente op de verschillende binnenstedelijke ontwikkellocaties een balans gevonden tussen steen en groen en de diverse belangen tegen elkaar afgewogen. De nieuwbouw zal zichtbaar zijn vanuit de woningen en de tuinen, maar vanwege de onderlinge afstand, het omliggend en tussengelegen groen en de maximum bouwhoogtes zijn er geen significant nadelige gevolgen te verwachten voor wat betreft het uitzicht van omwonenden.
Bij de beschrijving van de nieuwe situatie in paragraaf 4.2 in de toelichting op het bestemmingsplan is bij de Luitje Broekemastraat 35 ingegaan op het effect voor de woning op nummer 98 en de woningen op de nummers 120 t/m 130, omdat vanuit deze woningen direct zicht is op de nieuwbouw. Voor de woningen op de nummers 100 t/m 118 geldt dat er geen sprake is van direct zicht. Vanuit deze woningen is alleen schuin zicht op de nieuwbouw, die gelegen is op een afstand van ongeveer 35 meter.
34
Afbeelding: zichtlijnen omwonenden Luitje Broekemastraat (google maps). (Geel is de woonbestemming en grijs de verkeersbestemming).
Naar de mening van ons gemeentebestuur is de voorliggende ontwikkeling stedenbouwkundig aanvaardbaar en ruimtelijk inpasbaar en is de verslechtering van het uitzicht niet van dien aard dat die reden vormt om geen medewerking te verlenen aan de voorliggende ontwikkeling. Als bewoners het in de toekomst niet eens zijn met de door de gemeente bepaalde WOZ-waarde van hun woning, kunnen zij daartegen bezwaar maken. Deze procedure ligt buiten het bereik van de onderhavige procedure. Opmerking e.3: Waardevermindering Opmerking gemaakt door reclamant(en): 1 en 6 De woning zal door de gewenste ontwikkeling in waarde verminderen. Een groot deel hiervan valt onder normaal maatschappelijk risico. Dit had bij de besluitvorming betrokken moeten worden. De woningen zijn destijds voor veel geld gekocht, vanwege ligging aan en uitzicht op het groen van het park. Nu komen er goedkopere woningen die dit unieke uitzicht krijgen en minder hoeven te betalen. Dit is in strijd met het plan De Purmer 2016 (bloei in plaats van groei, investeren in identiteit en kwaliteit). Gemeentelijke reactie In paragraaf 4.2 van de toelichting op het bestemmingsplan is ingegaan op mogelijke nadelige gevolgen op het gebied van privacy, schaduw en zicht op de nieuwbouw. Uit de schaduwstudie blijkt dat van significante schaduwwerking geen sprake is.
Ook zijn er vanwege de onderlinge afstanden en de oriëntatie van de nieuwbouw binnen een stedelijke omgeving als de Purmer-Zuid geen onevenredige nadelige gevolgen te verwachten op het gebied van privacy. 35
De nieuwbouw zal zichtbaar zijn vanuit de woningen en de tuinen, maar vanwege de onderlinge afstand, het omliggend en tussengelegen groen en de maximum bouwhoogtes zijn er geen significant nadelige gevolgen te verwachten voor wat betreft het uitzicht van omwonenden. Van een onevenredige verslechtering van de woonomgeving is naar de mening van ons gemeentebestuur dan ook geen sprake. Zie ook de reactie onder e.2. Voor het al dan niet toekennen van planschade (onder de Omgevingswet nadeelcompensatie genoemd) geldt een aparte procedure, buiten het bereik van deze bestemmingsplanprocedure. Indien reclamanten vinden dat het bestemmingsplan tot een waardevermindering van hun woning leidt, dan kan er een (onderbouwd) verzoek tot nadeelcompensatie worden ingediend bij de gemeente, zodra het bestemmingsplan onherroepelijk is. Dat verzoek zal dan worden behandeld door een externe adviseur die het verzoek beoordeelt aan de hand van de wettelijke regeling. Opmerking e.4: Schaduwwerking Opmerking gemaakt door reclamant(en): 1 en 4 Gevreesd wordt voor schaduwwerking in de tuin en woning aan de Purmerdijk, wat ten koste gaat van het woongenot. Hier is bij de belangenafweging onvoldoende rekening mee gehouden. In de bezonningsstudie voor de Luitje Broekemastraat is een groter gebouw mee genomen (geen verschoven gebouw) en geen nieuwe boom ter plaatse waar de nieuwe boom komt.
In de bezonningsstudie voor Koggenland is geen datum en norm opgenomen. Gemeentelijke reactie Gelet op de positie van de nieuwbouw ten opzichte van de bestaande woningen en de onderlinge afstanden werden op voorhand geen relevante schaduweffecten verwacht bij de bestaande woningen. Dit blijkt ook uit de bezonningsstudies die zekerheidshalve zijn uitgevoerd en geactualiseerd naar aanleiding van de verschuiving van de bouwvlakken. Hierin is gekeken naar de schaduweffecten van de nieuwbouw op verschillende tijdstippen van een jaar en op een dag. Er is getoetst aan de lichte TNO-norm4. Bomen worden in een bezonningsstudies buiten beschouwing gelaten. Uit de geactualiseerde bezonningsstudies is gebleken dat alleen aan het begin van de avond in het voor- en najaar bij enkele bestaande woningen aan het Koggenland sprake is van enige schaduw op de voorgevel als gevolg van de nieuwbouw in het plandeel Koggenland. Deze beperkte afname aan bezonning acht ons gemeentebestuur in de gehele belangenafweging aanvaardbaar. Opmerking e.5.: Rechtszekerheid Opmerking gemaakt door reclamant(en): 1 De rechtszekerheid van adressanten is in het geding: ze hebben er altijd op vertrouwd dat de gronden achter hun woning gebruikt zouden worden voor groene doeleinden (en niet voor wonen).
Nu de belangen niet bij vergunningverlening zijn betrokken en onvoldoende gemotiveerd, is het besluit in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Gemeentelijke reactie
•
4 De 'lichte' TNO-norm gaat uit van ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van
19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden ) in midden vensterbank binnenkant raam. Deze normen worden alleen toegepast op gevels die zon kunnen ontvangen. Noordgevels ontvangen immers - hoogbouw of niet - nooit direct zonlicht.
36
Het nu nog geldende bestemmingsplan De Purmer Zuid 2016 is een zogeheten actualisatieplan, waarin alleen de bestaande situatie is vastgelegd en geen ontwikkeling mogelijk is gemaakt. In paragraaf 3.3 van de toelichting van het geldende bestemmingsplan is reeds aangekondigd dat er in de toekomst mogelijk enkele nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden, waaronder ook Koggenland 90 e.o./Luitje Broekemastraat 35. Er is in de toelichting aangegeven dat vorm en inhoud van eventuele ontwikkelingen vooralsnog niet bekend zijn en dat deze in de komende jaren gefaseerd zullen worden opgepakt. Omdat de eventuele ontwikkelingen zelf en daarmee de haalbaarheid en uitvoerbaarheid nog onbekend waren, zijn deze ontwikkelingen niet juridisch vertaald in de regels en op de verbeelding van het geldende bestemmingsplan. Er is volstaan met het noemen van deze potentiële ontwikkelingen in de toelichting. Daarbij is vermeld dat op het moment dat een concreet plan bestaat voor de (her)ontwikkeling van een locatie(s), daarvoor separaat een projectbestemmingsplan op zal worden gesteld. Het voorliggende bestemmingsplan is het projectbestemmingsplan zoals benoemd in de toelichting van het nu nog geldende bestemmingsplan. Naar de mening van ons gemeentebestuur is het thans voorliggende plan stedenbouwkundig aanvaardbaar en ruimtelijk inpasbaar.
In dit verband wordt ook verwezen naar het gestelde in de toelichting op het bestemmingsplan In verstedelijkt gebied is ruimte een schaars goed, dat intensief wordt gebruikt. Men kan derhalve niet zonder meer recht doen gelden op een bestaande situatie. Ons gemeenbestuur begrijpt het belang van de bestaande bewoners, maar heeft meerdere belangen tegen elkaar af te wegen. Zo is er een grote vraag naar woningen en heeft binnenstedelijk verdichten de voorkeur boven woningbouw in het buitengebied. De gemeenteraad van de gemeente Purmerend heeft in 2o19 besloten de locaties Koggenland en Luitje Broekemastraat aan te wijzen als mogelijke binnenstedelijke ontwikkellocatie. In 2021 is besloten om de locaties daadwerkelijk te gaan ontwikkelen. Opmerking e.6.: Financieel niet rendabel Opmerking gemaakt door reclamant(en): 6 De raad heeft op 26 september 2019 besloten om juist op de eigen locaties, waar financieel mogelijk, het maximale aan sociale huur te realiseren. Vertegenwoordigers van Rochdale hebben op de voorlichtingsavond in sporthal De Vaart verteld dat de bouw aan de Luitje Broekemastraat financieel niet rendabel is. Dit staat haaks op eerdere doelstelling. Gemeentelijke reactie De bouw aan de Luitje Broekemastraat staat niet op zichzelf maar is onderdeel van meerdere ontwikkellocaties.
Het idee van het combineren van verschillende ontwikkellocaties is dat verlieslijdende locaties worden gecompenseerd door winstgevende locaties. De kleinschaligheid van het gebouw leidt tot hoge bouwkosten per woning, denk hierbij aan gevelen dakoppervlak, de fundering, ontsluitingskosten (zoals lift, trap, noodtrap) etc. Daarbij komt dat het hier relatief grote woningen betreft, variërend van circa 60 tot meer dan 80 m2 gebruiksoppervlak. Daartegenover staat een genormeerde huur in het middeldure segment. Deze combinatie (hoge bouwkosten/genormeerde huren) staat op gespannen voet met de rendementseisen die normaal gesproken worden gesteld aan woningen in het middensegment. De vraag naar woningen in het middensegment is echter groot en het aanbod is klein (en wordt door de markt nauwelijks opgepakt). Vandaar dat Rochdale en de gemeente het zeer waardevol vinden om deze woningen te realiseren en hiermee een bijdrage te leveren aan de volkshuisvesting. De grond is momenteel nog in eigendom van de gemeente. Voor het beoogde project is door de gemeenteraad een grondexploitatie vastgesteld. In een grondexploitatie zijn alle aan het project verbonden kosten en opbrengsten opgenomen. Door de vaststelling van de grondexploitatie zijn de kosten gedekt. 37
f. Bouwfase Opmerking f.1: Onveilige situaties tijdens bouw Opmerking gemaakt door reclamant(en): 3 en 6 Gevreesd wordt voor onveilige situaties met betrekking tot hulpdiensten tijdens de bouw door het blokkeren van wegen en ten aanzien van verkeersveiligheid. Ook zijn er zorgen over de communicatie en het nakomen van afspraken over de voorbereiding van de werkzaamheden. Bij de sloop van het gebouw reden vrachtwagens door de straat naar het bouwterrein en niet over de aangegeven route. Hierdoor is de straat verzakt en zijn de drempels hoger geworden. Gemeentelijke reactie Om overlast tijdens de bouw zo veel als mogelijk te beperken wordt door de aannemer een BLVCplan opgesteld, dat door de gemeente zal worden getoetst. In het BLVC-plan zijn maatregelen, verantwoordelijkheden en afspraken beschreven rondom bouwprojecten. Een BLVC-plan omvat vier belangrijke aspecten waar tijdens een bouwproject veel aandacht naar moet uitgaan: Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie. Het BLVC-plan wordt geborgd in de omgevingsvergunning door middel van een voorschrift. Opmerking f.2: Trillinghinder tijdens bouw Opmerking gemaakt door reclamant(en): 3 Gevreesd wordt voor schade aan aangrenzende woningen door heiwerkzaamheden.
Ook is er een mogelijkheid dat de ringdijk verzwakt of beschadigd raakt en dat de 2 grote bomen die op de dijk staan kunnen omvallen en voor een dijkdoorbraak zorgen. Gemeentelijke reactie De aannemer van Rochdale is zelf verantwoordelijk voor eventuele ontstane schade door de door hem uitgevoerde werkzaamheden. In dit kader heeft hij voor de bouw van de 2 appartementencomplexen onderzoek laten verrichten naar het risico op schade ten gevolge van trillingen aan de belendende bebouwing in de omgeving en het naastgelegen dijklichaam. Uit dit onderzoek blijkt dat de berekende trillingsintensiteit ter plaatse van de belendende panden voldoet aan de grenswaarde conform SBR-A5. Derhalve is de kans op schade kleiner dan 1% en acceptabel gering. Voor beide appartementenblokken wordt ter plaatse van het dijklichaam voldaan aan de grenswaarde van trillingsgevoelige fundering. Hierom wordt geen zetting verwacht ter plaatse van het dijklichaam. Aan de omgevingsvergunning zijn voorschriften gekoppeld voor de maximale trillingssterkte veroorzaakt door het uitvoeren van bouwwerkzaamheden. De aannemer gaat trillingsmeters plaatsen en een monitoringsplan opstellen.
5 De meet- en beoordelingsrichtlijn voor trillingen van Stichting Bouwresearch Rotterdam (SBR-richtlijn) vormt
de basis voor het bepalen van trillingen.
38
g. Communicatie en participatie Opmerking g.1: Afstemming Opmerking gemaakt door reclamant(en): 3 De gemeente heeft bij de inspraakronde wel rekening gehouden met bewoners aan de overkant van de ringvaart, omdat ze vonden dat sprake was van horizonvervuiling, maar er is niet gekeken naar de gevolgen voor de zichtlijnen van de bewoners van de Luitje Broekemastraat. Die kijken straks tegen een massief blok huizen aan. En hoewel dit was toegezegd door Rochdale is er nooit een correcte tekening geweest met de afstand tussen de bebouwing aan de Luitje Broekemastraat en de bomenrij aan het voetpad langs de dijk. De afstanden van de bomen tot gebouw in de tekening van 18-07-2023 waren verkeerd vermeld. Gemeentelijke reactie De gemeente deelt deze mening niet: er is bij de ontwikkeling van de plannen wel degelijk rekening gehouden met de huidige bewoners aan de Luitje Broekemastraat. Zo is in het raadsbesluit van september 2019 besloten het aantal woningen en het bouwvlak te halveren ten opzichte van eerdere planvorming. Ook heeft nadien nog regelmatig overleg plaatsgevonden met omwonenden over de verdere invulling van het plandeel. Er is uitvoerig locatieonderzoek gedaan, waarbij alle ruimtelijke relevante aspecten en input vanuit bewonersavonden is betrokken. Ook is gekeken naar de gevolgen van de nieuwbouw voor omwonenden.
In dit verband wordt verwezen naar de toelichting op het bestemmingsplan en de reactie onder h.7.E De door reclamanten aangehaalde tekening met foutieve afstanden van de bomen tot het gebouw betrof de situatie van voor de schuif van het gebouw in oostelijke richting. Met die schuif was de eerdere tekening niet meer relevant. Opmerking g.2: Open bestuur Opmerking gemaakt door reclamant(en): 3 Ondanks toezegging en pogingen tot participatie, is er geen gevoel van open bestuur. Gedurende de gesprekken tussen de afvaardiging van de wijk en de gemeente zijn de plannen van de gemeente meerdere malen gewijzigd. De wijzigingen zijn steeds nadelig geweest voor de direct omwonenden. Dat wordt zeer teleurstellend gevonden. Gemeentelijke reactie Een transformatie van een (binnenstedelijke) locatie gaat vaak gepaard met emoties. Ons gemeentebestuur heeft daar alle begrip voor en wil met deze inbreng zorgvuldig omgaan. Tegelijkertijd is ons gemeentebestuur ook verantwoordelijk voor een evenwichtige afweging van alle belangen. Een belang dat ons gemeentebestuur ook in het oog wil houden, is het voorzien in de grote behoefte aan woningen, die primair in bestaand stedelijk gebied gerealiseerd moeten worden. Bij de afweging van verschillende belangen kan een besluit aan de orde zijn dat niet in lijn ligt met de wens van omwonenden.
De gemeente heeft bij de planvorming nadrukkelijk oog gehad voor omwonenden. Nadat de gemeenteraad in de raadsvergadering van 26 september 2019 heeft ingestemd met het voornemen om deze locatie te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw is een participatietraject gestart. Daarbij is op diverse momenten contact geweest met omwonenden:
39
Luitje Broekemastraat: •
•
2019: In de raadsvergadering van 26 september 2019 heeft de gemeenteraad besloten dat het aangewezen bouwvlak op de locatie Luitje Broekemastraat minimaal zal worden gehalveerd, zodat ruimte voor het goed gebruikte speelveld en de bomenrij blijft. De plannen zijn verder uitgewerkt en op 26 november 2019 aan omwonenden gepresenteerd. Tijdens deze avond zijn er verschillende varianten getoond en konden inwoners meedenken over de plannen. 2020: Op 2 september 2020 is er een bewonersavond geweest. Tijdens en na de bewonersavond hebben omwonenden vragen gesteld over het project.
Koggenland: • •
2019: In de raadsvergadering van 26 september 2019 heeft de gemeenteraad ingestemd met de plannen voor deze locatie. 2020: De plannen zijn verder uitgewerkt en in januari 2020 aan omwonenden gepresenteerd. Tijdens deze avond zijn verschillende varianten getoond en konden inwoners meedenken over de plannen. Op 9 september 2020 is opnieuw een digitale bewonersavond geweest waar de vragen en opmerkingen van bewoners zijn gebundeld en beantwoord.
Koggenland en Luitje Broekemastraat: 2021: Woensdag 3 en donderdag 11 februari 2021 konden omwonenden inspreken bij de commissie Stedelijke Ontwikkeling en Beheer (SOB). Donderdag 4 maart besprak de commissie alle binnenwijkse ontwikkellocaties, waaronder Koggenland en Luitje Broekemastraat. Op 25 maart 2021 is de gemeenteraad akkoord gegaan met de plannen voor het ontwikkelen van extra woningen (op sommige locaties aangevuld met een maatschappelijke instelling/zorglocatie) in de verschillende wijken van Purmerend. Voor de locatie Koggenland is de gemeente eerst samen met woningcorporatie Rochdale in gesprek gegaan over het ontwerpen van een gebouw dat past binnen de gestelde kaders die de gemeenteraad heeft meegegeven. De raad heeft deze kaders meegegeven, mede op basis van de reacties uit de buurt en de bijdragen van de insprekers bij de commissievergadering. •
2023: 26 juni heeft er een keukentafelgesprek plaatsgevonden met de bewonerscommissie Luitje Broekemastraat. Op 19 juli organiseerde de gemeente samen met Rochdale een bijeenkomst voor bewoners waarbij het concept-ontwerp van de gebouwen is gepresenteerd. Daarvoor is eerder een uitnodiging verstuurd. In september is een bewonersbrief rondgestuurd om omwonenden te informeren . Daarna heeft op 17 oktober een keukentafelgesprek met de bewonerscommissie Luitje Broekemastraat plaatsgevonden. In november zijn de gebouwen aan het Koggenland gesloopt en is het terrein bouwrijp gemaakt. Omwonenden zijn hierover vooraf per brief geïnformeerd. Op 14 december heeft een keukentafelgesprek met de bewonerscommissie Luitje Broekemastraat plaatsgevonden. Ook is er in december een nieuwsbrief aan omwonenden verzonden Van 18 december tot en met 29 januari 2024 hebben het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp-omgevingsvergunningen voor Koggenland en Luitje Broekemastraat ter inzage gelegen. In deze periode kon iedereen een zienswijze indienen om op de plannen te reageren. Ook is op 11 januari 2024 van 19.00 – 20.30 uur in De Vaart een bewonersavond georganiseerd waar belangstellenden vragen konden stellen.
Naar aanleiding van de diverse inspraakavonden, bewonersavonden en keukentafelgesprekken (zie ook bijlage B bij deze nota) zijn de plannen als volgt aangepast: • •
Het plan voor Koggenland is van 8 bouwlagen teruggebracht naar 6 bouwlagen. Het programma voor Koggenland is aangepast van 55 tot 65 woningen naar 53 woningen. 40
• • • • •
Het plandeel en het programma Luitje Broekemastraat zijn gehalveerd van 30 naar 15 woningen en uiteindelijk, na locatieonderzoek, heeft dat geresulteerd in het toestaan van maximaal 11 woningen in dit plandeel. Aan omwonenden is de toezegging van 5 extra parkeerplekken in de omgeving van het plandeel Luitje Broekemastraat gedaan vanwege de bestaande parkeeroverlast. De suggesties van de bewonerscommissie Luitje Broekemastraat zijn waar mogelijk opgenomen in het groenplan. Het trafohuisje wordt met ’groen’ afgedekt, zodat de trafo minder zichtbaar is. De gemeente gaat het trottoir bij het plandeel Luitje Broekemastraat aanpassen ten behoeve van het vergroten van de draaicirkel van voertuigen.
Gelet op het voorgaande kan de gemeente zich niet vinden in de stelling van reclamant dat er geen sprake is geweest van open bestuur. Naast het gevoerde participatietraject hebben omwonenden, conform de wettelijke verplichting, ook de mogelijkheid gehad om een zienswijze in te dienen op het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp-omgevingsvergunning. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan worden de ingediende zienswijzen door de gemeenteraad afgewogen ten opzichte van andere belangen. Opmerking g.3: Geen participatie verschuiving bouwvlak Opmerking gemaakt door reclamant(en): 4, 6 De bebouwing bij de Luitje Broekemastraat is zonder vermelding vooraf vier meter verschoven richting speelveld, waardoor er een groenstrook ontstaat bij de bomenrij en het speelveld vier meter kleiner is geworden. Hiermee is vier jaar bewonersparticipatie volledig aan de kant geschoven. Gemeentelijke reactie Het verschuiven van het bouwvlak is noodzakelijk gebleken om voldoende afstand te creëren tot de bestaande en te behouden bomenrij, die anders (deels) verloren zou gaan. De verschuiving is besproken tijdens een keukentafelgesprek met de bewonerscommissie Luitje Broekemastraat en een ieder heeft een zienswijze kunnen indienen tegen de verschuiving.
Hoewel het voorstel niet goed is ontvangen bij de bewonerscommissie, acht de gemeente dit - in het kader van de algehele belangenafweging - de beste oplossing: de bomenrij kan hiermee behouden blijven en het speelveld is nog steeds groot genoeg om als zodanig te kunnen functioneren. Zie ook reacties onder a.2 en c.11. h. Overig Opmerking h.1: Noodgebouwen van tijdelijke aard Opmerking gemaakt door reclamant(en): 3, 4 en 6 De gemeente heeft in het verleden noodgebouwen geplaatst die van tijdelijke aard zouden zijn. Er werd toegezegd dat dit voor maximaal 5 jaar was, waarna het veld hersteld zou worden in de oorspronkelijke staat. De noodgebouwen zijn pas 23 jaar later verwijderd. Er is niet vermeld dat dit bewust gedaan is, omdat de gemeente dan de toezegging had moeten nakomen om de groenzone te herstellen. In het bestemmingplan wordt ten onrechte vermeld dat de noodlokalen nog aanwezig zijn. Gemeentelijke reactie Het was destijds de bedoeling dat de noodgebouwen slechts tijdelijk voor een periode van maximaal 5 jaar geplaatst zouden worden, waarna het terrein weer in oorspronkelijke staat hersteld zou worden. Uiteindelijk is de noodbebouwing langer in gebruik gebleven dan 5 jaar. Ruimte is een schaars goed, zeker in een verstedelijkt gebied. De vraag naar woningen is momenteel groot en de beschikbare locaties om woningen te kunnen bouwen zijn beperkt. Om die reden is een 41
nieuwe belangenafweging gemaakt, waarin ook de balans groen en steen is meegewogen, waarna de locatie is aangewezen als ontwikkellocatie. Onlangs is de bebouwing op het Koggenland alsnog gesloopt, vooruitlopend op de onderhavige herontwikkeling. De toelichting op het bestemmingsplan wordt op dit punt nog geactualiseerd. Opmerking h.2: Kwaliteit en leefbaarheid Opmerking gemaakt door reclamant(en): 3 en 6 De nieuwbouw gaat ten koste van kwaliteit en leefbaarheid van de omgeving. De appartementen passen niet en zijn niet passend in het groen. Gemeentelijke reactie De vraag naar betaalbare huurwoningen in Purmerend is groot en de locaties waar woningen kunnen worden toegevoegd aan de voorraad zijn beperkt. De gemeente heeft in 2019 de locaties Koggenland en Luitje Broekemastraat aangewezen als ontwikkellocaties. Bij de uitwerking van de randvoorwaarden van de ontwikkeling is zorgvuldig gekeken naar wat passend is in de omgeving. Ons gemeentebestuur is van mening dat de nieuwbouwplannen aan de Luitje Broekemastraat en het Koggenland stedenbouwkundig aanvaardbaar en ruimtelijk inpasbaar zijn en geen onevenredige afbreuk doen aan de kwaliteit en leefbaarheid van de omgeving. In dit verband wordt verwezen naar het gestelde in de toelichting op het bestemmingsplan.
Opmerking h.3: Concrete voorstellen ontbreken Opmerking gemaakt door reclamant(en): 3 In de voorstellen van de gemeente wordt er vaak geschermd met de term "gedacht kan worden aan". Niets is gedefinieerd met concrete voorstellen en hoe dit gaat uitpakken is onbekend. Dit zorgt voor onrust. Gemeentelijke reactie In het bestemmingsplan zijn de kaders vastgelegd waarbinnen de ontwikkeling plaats moet vinden. Het betreft geen concreet, uitgewerkt bouwplan. Om te zorgen dat er maatregelen getroffen worden, zijn in het bestemmingsplan algemene regels opgenomen ten aanzien van onder meer klimaatadaptatie, het beschermen van bomen en natuurwaarden. Bij de omgevingsvergunning moet vervolgens worden aangetoond dat hieraan wordt voldaan. In dit geval is sprake van een gecoördineerde procedure, waarbij de omgevingsvergunning procedureel gelijk oploopt met het bestemmingsplan. De klimaatadaptieve maatregelen zijn nader uitgewerkt en worden door middel van voorschriften aan de omgevingsvergunning gekoppeld. Ook voor de bomen en natuurwaarden worden voorschriften aan de omgevingsvergunning gekoppeld. Opmerking h.4: Ontwerp-omgevingsvergunning Opmerking gemaakt door reclamant(en): 4 Gemeentelijk beleid schrijft voor dat er klimaatadaptief moet worden gebouwd (paragraaf 3.4.5 van de toelichting).
Middels een voorwaardelijke verplichting in artikel 10.3 van de regels is dit aspect doorgeschoven naar het vergunningstraject. Het is onduidelijk of wordt voldaan aan het basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw 3.0, zoals vastgelegd in de 'Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland’. Dit komt niet terug in de motivering van de ontwerp-omgevingsvergunning. 42
Op gronden met de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterkering geldt in principe een bouwverbod, tenzij het waterkeringbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad (artikel 6.3). Dan kan binnenplans worden afgeweken. De ontwerp-vergunning geeft alleen aan 'dat hieraan wordt voldaan’. Het is niet duidelijk waarom en wat het advies van het Hoogheemraadschap is geweest. Dit is geen onderdeel van de ter inzage gelegde stukken. In paragraaf 5.14.2 wordt gesproken over maatwerk in overleg met de waterbeheerders. Wat hieronder wordt verstaan is onduidelijk. De ontwerp-omgevingsvergunning is gelet op voorgaande in strijd met het ontwerpbestemmingsplan. Er kan niet enkel worden volstaan met de activiteiten ‘bouwen’ en ‘uitrit aanleggen of veranderen’, maar de vergunning moet ook voorzien in de activiteit 'handelen in strijd met de regels van het bestemmingsplan’. Tot die tijd kan de omgevingsvergunning niet worden afgegeven wegens strijd met artikel 2.10 lid 1 sub c Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Gemeentelijke reactie Bij de verdere uitwerking van de plannen is dit aspect nader ingevuld en is de omgevingsvergunning daarop aangescherpt. Het is juist dat op gronden met de dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering op grond van artikel 6.2 in beginsel alleen bouwwerken geen gebouw zijnde mogen worden gebouwd.
Het bestemmingsplan bevat echter een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid waarvan gebruik gemaakt kan worden als de bouwregels van de geldende enkelbestemming in acht genomen worden en het waterkeringsbelang niet onevenredig wordt geschaad. De aanvraag is van rechtswege aangemerkt als activiteit ‘handelen in strijd met de regels van het bestemmingsplan’ en is voorgelegd aan het hoogheemraadschap. Zij heeft positief geadviseerd, waardoor met gebruikmaking van artikel 6.3 van de planregels binnenplans kan worden afgeweken. Daarmee is de omgevingsvergunning in overeenstemming met het bestemmingsplan. Het advies van het hoogheemraadschap wordt bij de definitieve omgevingsvergunning gevoegd. Voor het overige wordt verwezen naar de gemeentelijke reactie onder c.5 Opmerking h.5: Huisnummering Luitje Broekemastraat Opmerking gemaakt door reclamant(en): 4 Bij de projectbeschrijving staat dat de gemeente het plan heeft de Luitje Broekemastraat te herontwikkelen. Dit betreft echter alleen het pand nummer 35. Gemeentelijke reactie Dat is juist. De toelichting wordt op dit punt aangepast. Opmerking h.6: Fundering dijkhuis Opmerking gemaakt door reclamant(en): 4 Er ontbreekt een onderbouwing van de risico’s bij het dijkhuis met betrekking tot funderingsproblemen.