b-nota-van-beantwoording-zienswijzen-koggenland-Luitje-Broekemastraat
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan 'Koggenland Luitje Broekemastraat 2024’ en gecoördineerde omgevingsvergunning t.b.v. de realisatie van een appartementencomplex met 53 sociale huurwoningen en een maatschappelijke functie in de plint aan het Koggenland en een appartementencomplex met 11 middeldure huurwoningen aan de Luitje Broekemastraat
Afbeelding: Sfeerimpressie Luitje Broekemastraat
Afbeelding: Sfeerimpressie Koggenland
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
p. 3
2.
Zienswijzen
p.4
3.
Inhoudelijke behandeling zienswijzen Wijzigingen gedurende het ontwerpproces a. Inpassing plan 1. Nieuwbouw niet passend in directe omgeving en in Purmer Zuid 2. Situering bouwvlak 3. Cultuurhistorische waarde 4. Verlies stuk park 5. Uitgangspunten nieuwbouw b. Beleid 1. Strijd met beleid 2. Nota omgevingskwaliteit en Leidraad Landschap & Cultuurhistorie niet meegenomen 3. Beleid verouderd 4. Aanpassing Groenkoers c. Ecologie, water, groen en klimaatadaptatie. 1. Vleermuizen 2. Nader ecologisch onderzoek ontbreekt 3. Broedvogels 4. Borging ecologische voorwaarden 5. Waterkering 6. Onderzoek waterhuishouding ontbreekt 7. Schriftelijk advies en overleg HHNK 8. Compensatie verharding 9. Bomenkap 10. Bouwplan in strijd met vergroenen 11. Boom Effect analyse 12. Klimaatadaptief bouwen 13. Klimaatverandering d. Verkeer, parkeren en luchtvervuiling 1.Verkeersveiligheid- en -overlast 2. Parkeerdruk 3. Luchtvervuiling e. Privacy, uitzicht, waardevermindering, schaduwwerking, rechtszekerheid en financiële uitvoerbaarheid 1. Aantasting privacy 2. Verslechtering uitzicht 3. Waardevermindering 4. Schaduwwerking 5. Rechtszekerheid 6. Financieel niet rendabel f. Bouwfase 1. Onveilige situatie tijdens bouw 2.Trilllinghinder tijdens bouw g. Communicatie en participatie 1. Afstemming 2. Open bestuur
p. 5 p. 5 p. 8
1
p.14
P.22
p.29
p.33
p.38 p.39
h.
4.
3. Geen participatie verschuiving bouwvlak Overig 1. Noodgebouwen van tijdelijke aard 2. Kwaliteit en leefbaarheid 3. Concrete voorstellen ontbreken 4. Ontwerp-omgevingsvergunning 5. Huisnummering Luitje Broekemastraat 6. Fundering dijkhuis 7. Beschrijving nieuwe situatie
Wijzigingen bestemmingsplan en gecoördineerde omgevingsvergunning naar aanleiding van de zienswijzen
p.41
p. 45
Bijlagen: A. B.
C D
Persoonsgegevens reclamanten 1. Verslag keukentafelgesprek 26 juni 2023 2. Bewonersbrief september 2023 3. Verslag keukentafelgesprek 17 oktober 2023 (E-mail aan voorzitter bewonerscommissie Luitje Broekemastraat) 4. Verslag keukentafelgesprek 14 december 2023 5. Nieuwsbrief december 2023 Ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan en gecoördineerde omgevingsvergunning Positief wateradvies hoogheemraadschap
2
1. Inleiding Burgemeester en wethouders hebben bij besluit van 12 december 2023 het ontwerpbestemmingsplan ‘Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024’ en de ontwerp-omgevingsvergunning vrijgegeven voor terinzagelegging via een gecoördineerde procedure. De kennisgeving van de terinzagelegging is op donderdag 14 december geplaatst in het Nieuwsblad van Purmerend en op vrijdag 15 december 2023 gepubliceerd in het Gemeenteblad en op de website van de gemeente. Het ontwerp-bestemmingsplan en de ontwerp-omgevingsvergunning hebben overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening met ingang van 18 december 2023 tot en met 29 januari 2024 ter inzage gelegen. Het ontwerpbestemmingsplan is digitaal beschikbaar gesteld via de landelijke voorziening op www.ruimtelijkeplannen.nl. In de kennisgeving is aangegeven dat de ontwerpstukken op verzoek konden worden toegestuurd of in aanwezigheid van een betrokken ambtenaar op het stadhuis digitaal konden worden ingezien na het maken van een afspraak. Gedurende de periode van terinzagelegging is een ieder in de gelegenheid gesteld (schriftelijk of mondeling) zienswijzen omtrent de ontwerpbesluiten naar voren te brengen. Hiermee is aan de wettelijke kennisgevings- en terinzageleggingsvereisten voldaan.
Daarnaast heeft de gemeente ervoor gekozen om de omwonenden ook door middel van een bewonersbrief, een bewonersavond en tijdens keukentafelgesprekken te informeren over de terinzagelegging en de mogelijkheden om op de stukken te reageren of vragen te stellen. Ten tijde van de terinzagelegging van de ontwerpstukken is op 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking getreden. In de Omgevingswet zijn 26 bestaande wetten gebundeld. Zo zijn de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet ruimtelijke ordening, de Wet natuurbescherming en de Waterwet vervangen door de Omgevingswet. Ook het Activiteitenbesluit en het Bouwbesluit zijn vervangen. Omdat het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpbesluit omgevingsvergunning voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage zijn gelegd, geldt voor de verdere procedure van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning het oude recht. In de voorliggende Nota van beantwoording zienswijzen wordt daarom uitgegaan van de oude wet- en regelgeving en hierbij horende terminologie.
3
2. Zienswijzen Er zijn zes reacties met zienswijzen ontvangen. De persoonsgegevens zijn in bijlage A bij deze Nota opgenomen. De zienswijzen zijn binnen de daarvoor openstaande termijn ontvangen. Ze zijn ontvankelijk en worden in behandeling genomen. Omdat diverse onderwerpen door meerdere personen in de zienswijzen zijn aangehaald, is ervoor gekozen om de zienswijzen per inhoudelijk onderwerp te beantwoorden. Daarbij is aangegeven in welke zienswijze dit onderwerp naar voren is gebracht. Ter verduidelijking van de beantwoording is naar aanleiding van de zienswijzen tevens een algemene reactie opgenomen over gewijzigde inzichten die tijdens het ontwerpproces naar voren zijn gekomen en hebben geleid tot aanpassingen in het plan. Dat de zienswijzen in deze nota per onderwerp samengevat zijn, betekent niet dat onderdelen van de zienswijzen die niet expliciet worden genoemd niet bij de beoordeling zijn betrokken. De zienswijzen zijn in hun geheel en in onderlinge samenhang beoordeeld. De reactie van de gemeente is dus gebaseerd op de volledige reactie van de indieners van de zienswijzen. Voor een opsomming van de ambtshalve op te nemen wijzigingen in het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning wordt verwezen naar bijlage C bij deze nota.
4
3. Inhoudelijke behandeling zienswijzen Een aanzienlijk deel van de opmerkingen in de zienswijzen heeft betrekking op wijzigingen die ten opzichte van het eerdere plan zijn doorgevoerd in het ontwerp van het gebouw (en daarom ook zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage is gelegd). Voordat per thema op de zienswijzen wordt ingegaan (zie punten a t/m h) wordt eerst een uitleg gegeven over hoe en waarom bepaalde wijzigingen tot stand zijn gekomen. Het betreft de vorm van het bouwvolume aan de Luitje Broekemastraat en de verschuiving van de bouwvlakken Wijzigingen gedurende het ontwerpproces Gedurende het ontwerpproces van de nieuwbouw zijn aanpassingen gedaan aan de gebouwen om aan alle gestelde eisen te kunnen voldoen. Zowel stedenbouwkundig als bouwtechnisch (modulaire bouw) zijn in verschillende fases in het ontwikkelproces uitgangspunten en randvoorwaarden geformuleerd. Ook is rekening gehouden met de randvoorwaarden van de ontwikkelende partij om huurappartementen in het middensegment te kunnen realiseren. Stedenbouwkundig is de verwantschap tussen de twee gebouwen gelegen aan twee zijden van de loper van Park de Driegang meegegeven.
Tegelijk is er gekeken naar de eisen die worden gesteld aan de inrichting van de openbare ruimte om te voldoen aan de parkeernorm, bestaande natuur, bomen met beschermde status, klimaatbestendige inrichting, groenbeheer (met name bomenbeheer) en algemeen beheer (toegankelijkheid voor de ophaaldienst). In een eerdere fase zijn ook de omwonenden betrokken geweest in schetssessies. Dat heeft mede geleid tot het raadsbesluit in 2019 om op de locatie Luitje Broekemastraat het voorgestelde bouwvlak minimaal te halveren en zo (ruimte voor) het goed gebruikte speelveld en de bomenrij te behouden. In een later stadium is het gebouwontwerp aangepast omdat de ontwikkelende partij (woningcorporatie Rochdale), na geruime tijd aan ontwerpstudies te hebben gewerkt, tot de conclusie kwam dat de beschikbare ruimte (voetafdruk x aantal toegestane bouwlagen) nauwelijks tot een haalbaar plan kon leiden. Het kleine aantal toegestane woningen ligt namelijk in een verhouding tot de noodzakelijke voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een lift. Het ontwerp zat op de grens van wat verantwoord is voor een ontwikkelingsinvestering. De toren-ontsluiting aan het Koggenland is omwille van de haalbaarheid daarom omgevormd tot een galerij-ontsluiting, waardoor het gebouw langer, maar ook smaller is geworden.
Daarmee wordt ook de stedenbouwkundige verwantschap tussen de te realiseren gebouwen aan het Koggenland en de Luitje Broekemastraat tot uitdrukking gebracht. Het langwerpige gebouw aan het Koggenland wordt aan de centrale waterpartij beantwoord door het langwerpige gebouw aan de Luitje Broekemastraat. De symmetrie die het hele park de Driegang bepaalt, wordt op deze manier versterkt (zie ook afbeelding op de volgende pagina). Voor het ontwerpproces is gebruik gemaakt van twee Bomen Effect Analyses (BEA). De eerste BEA (opgesteld in 2020) behelst geen advies over de minimale afstand van het gebouw tot de kronen van de bomen, omdat de gebouwen in de oorspronkelijke ontwerpen op een veilige afstand van de bomen geprojecteerd waren. De eerste BEA gaf aan wat de minimaal te houden afstand is van de werkzaamheden zoals graven en de aanleg van parkeerplaatsen tot de bomen om geen schade aan de bomen te veroorzaken. Daarvoor is gekeken naar de structuur van het wortelsysteem van de bomen. Voor de te houden afstand tot de kroon van de bomen verwijst de BEA naar het advies overgenomen uit het Handboek Bomen van het Bomen Instituut.
5
Afbeelding: Stedenbouwkundige verwantschap tussen de twee gebouwen
Het in het raadsvoorstel benoemde advies van de ’10 meter afstand tot de gevel voor bomen van de eerste grootte (12-15 meter of meer)’ maakt geen onderdeel uit van de eerste BEA. De 10 meter afstand is een algemeen advies dat gebruikt wordt voor het planten van bomen van de eerste grootte in nieuwe situaties en is met name belangrijk voor het bepalen van de nodige groei ruimte voor een gezonde groei van de bomen. De 10 meter is geen harde eis en de afstand wordt uiteindelijk bepaald op basis van de gebruikte boomsoort en andere technische aspecten tijdens het ontwerpproces. Het gebruik van deze informatie in een locatierapportage in het raadsvoorstel heeft helaas geleid tot een onjuiste interpretatie en is vervolgens in verschillende documentatie een eigen leven gaan leiden. In het geval van de Luitje Broekemastraat en het Koggenland is geen sprake van nieuwe aanplant, maar sprake van bestaande volgroeide bomen (34 jaar anno 2024). Om over de afstand tot het gebouw te kunnen adviseren, is daarom uitgegaan van de huidige kroonmaat van de bomen, zodat het gebouw de kroon niet aanraakt. Daarmee blijven (boom)beheerwerkzaamheden beperkt en zullen de bewoners van de nieuwe appartementengebouwen geen last ervaren van de bomengroei te dicht op de woningen. De tweede BEA is gemaakt om de nieuwe gebouwvorm en het effect daarvan op de bomen te toetsen en te beschouwen.
Uit de tweede BEA is de groeiwijze van de kroonvorm en de scheve groei van de kroon onder de aandacht gekomen. In de eerste BEA stond geen beschrijving van de groeiwijze. Gezien het ontwerpproces, waarin gewerkt wordt van grof naar fijn, is deze informatie pas later in het ontwerp verwerkt. Het eerste vermoeden dat de storm Poly aanleiding is geweest voor de scheve stand van de kroon is later gecontroleerd en bleek niet juist. Op basis van de tweede BEA is besloten de gebouwen iets te verschuiven. Het gebouw aan het Koggenland is drie meter verschoven in oostelijke richting en het gebouw aan de Luitje Broekemastraat vier meter in oostelijke richting (zie afbeelding op volgende pagina).
6
Afbeelding: Verschuiving van de twee gebouwen in oostelijke richting
Dit komt de gezondheid van de bomenrij, de huidige natuur en de biodiversiteit ten goede. Zo maakt de bomenrij onderdeel uit van de vliegroute van verschillende soorten vleermuizen en wordt door de bomenkroon langs de dijk de hoeveelheid licht vanuit de Purmer Zuid richting de ringvaart waar de meervleermuis boven het water foerageert - beperkt. Daarnaast heeft het behoud van de bomenrij ook een meerwaarde voor de bestaande en toekomstige gebruikers van de openbare ruimte rond de twee gebouwen en zorgt de bomenkroon voor verkoelende schaduw op de langzame verkeersroutes en de nieuwe gebouwen. Bij de Luitje Broekemastraat wordt alleen het gebouw verschoven en niet het parkeerterrein. Ten oosten van dat parkeerterrein bevindt zich een informeel trapveldje met mini doeltjes. Als barrière voor de ballen wordt langs het parkeerterrein een haag gerealiseerd van 1,5-2 m hoog. Het linkerdoeltje wordt herplaatst waarbij een afstand van 20 meter tussen de minidoeltjes resteert. Zie ook de reactie van de gemeente onder a.2, c.1 en c.2, c.11 en g.3 Hierna wordt gereageerd op de meer specifieke opmerkingen in de ontvangen zienswijzen.
7
a. Inpassing plan Opmerking a.1: Nieuwbouw niet passend in directe omgeving en in Purmer-Zuid Opmerking gemaakt door reclamant(en): 1, 3, 4 en 6 De maximum bouwhoogte van het appartementencomplex aan het Koggenland bedraagt 20 meter. Dit is veel hoger dan de omliggende bebouwing, waar alleen sprake is van laagbouw. Het bouwvolume is derhalve niet stedenbouwkundig inpasbaar. Het gebouw zou de hoek van het park de Driegang met de Purmerringvaart markeren, maar niet alle belangrijke assen in de Purmer worden afgesloten met een stedenbouwkundig ensemble. De markering in de vorm van een hoogteaccent is groter dan andere hoogteaccenten en er wordt niet goed gemotiveerd waarom dit inpasbaar zou zijn. De bouw van het hoogteaccent is verder niet in lijn met het park, de watergangen en de ringvaart van de Purmer. De keuze om af te wijken van laagbouw bij Koggenland past niet in de visie zoals omschreven in de toelichting van het geldende bestemmingsplan De Purmer 2016 (voornamelijk laagbouw en een enkele hoogbouw op markante plekken, historisch belang van de singelstructuur en het behoud ervan). De hogere bouw heeft op deze plek geen meerwaarde voor de bewoners van de Purmer Zuid. Gemeentelijke reactie In de context van de huidige woningbehoefte, is een nieuw bestemmingsplan opgesteld, om de bouw van in totaal 64 woningen mogelijk te maken, gecombineerd met maatschappelijke ruimte.
Deze ontwikkeling is naar de mening van ons gemeentebestuur stedenbouwkundig aanvaardbaar en ruimtelijk inpasbaar. De bewust vormgegeven ensembles zijn passend voor de stedenbouwkundige denkbeelden uit de tijd van het ontstaan van deze wijk vanaf de jaren 80. De Purmer is eind jaren zeventig ontworpen in reactie op de vormvrije ‘bloemkool’-wijken uit de periode die hieraan vooraf ging, namelijk vanaf het begin van de jaren zeventig. Stedelijkheid en formele kwaliteiten waren hierbij belangrijke leidraden. Die formele kwaliteit vertaalt zich in grotere aaneengesloten lineaire straatruimten zoals de Overlanderstraat of aaneengesloten ruimten zoals het Drechterland of de Driegang. Opvallend zijn de ensembles die op belangrijke knoop- of eindpunten van deze straten of ruimten liggen.
Afbeelding: Overzicht assen en knooppunten (links) en woongebouw Veersemeer (rechts)
Het woongebouw bij het Veersemeer bijvoorbeeld sluit de centrale watergang in het midden van de Purmer Zuid aan de noordkant af. Dit soort stedenbouwkundige ensembles zorgen voor herkenbaarheid van de betreffende stedelijke ruimte. De oriëntatie binnen de stad wordt daarmee ondersteund. Verschillende ruimten in de stad krijgen op deze manier betekenis en worden minder inwisselbaar. Vooral locaties waar verschillende assen bij elkaar komen, zoals de Driegang en de 8
Purmerringvaart, lenen zich voor de plaatsing van herkenningspunten in de vorm van bijvoorbeeld hoogteaccenten. De Purmerringvaart is binnen Purmerend een belangrijk ruimtelijk element, terwijl het park het begin-/eindpunt is van de centrale oost-westsingel binnen de wijk Purmer Zuid. Voorliggend plan pakt de karakteristiek van de wijk Purmer op en vertaalt deze naar de situatie: de symmetrie van het parkontwerp heeft geleid tot twee woongebouwen aan weerszijden van het park, die in de architectonische vormgeving familie van elkaar zijn. De gebouwen hebben verschillende bouwhoogten om hiermee in te spelen op de bouwhoogten in de directe omgeving: lager aan de kant van Luitje Broekemastraat en hoger aan de kant van Koggenland. In de ‘Hoogbouwvisie Purmerend’ wordt voor verschillende situaties de bouwhoogte van accenten gedefinieerd. Voor accenten op wijkniveau wordt een hoogte van 8 bouwlagen als passend omschreven. Een hoogte van 8 lagen zou ook in voorliggend ontwerp goed werken om onderscheidend te zijn ten opzichte van de omgeving. In het kader van een eerder inspraakmoment is de oorspronkelijke hoogte van 8 lagen verlaagd naar 6 lagen om tegemoet te komen aan bezwaren in de omgeving. 6 bouwlagen zijn nog steeds voldoende om als herkenningspunt te dienen en boven het weelderige groen en de hoge bomen in het park uit te komen.
Een voldoende grote hoogte is noodzakelijk om de herkenbaarheid van de plek en de oriëntatiefunctie mogelijk te maken. De hoogte van 20 meter die het gebouw aan het Koggenland zal tellen is iets lager dan de circa 28 meter die het hoogste punt van het wooncomplex aan het Gooimeer heeft. Dit wooncomplex ligt op een afstand van ongeveer 370 meter van het plangebied vandaan. Het woongebouw dat de centrale waterpartij aan de zuidkant afsluit bij het Rosa Luxemburgpark is ook zes bouwlagen hoog met een bouwhoogte van ongeveer 18 meter. De twee gebouwen flankeren de centrale afsluitende waterpartij van de Driegang. Daarbij komen de volumes centraal binnen de rechthoekige kamers te liggen die door de bomenstructuur wordt gevormd. De bomenrij langs de ringvaartdijk, de twee gebouwen haaks op de dijk en de kegelvormige verhoging in het park vormen een ruimte rond de centrale waterpartij.
Afbeelding: Bomenstructuur, waterstructuur en padenstructuur
9
De lijnvoering van het landschapsontwerp is in het inpassingsontwerp overgenomen. In de padenstructuur is een wijziging opgenomen aan de kant van Koggenland waarbij erop gelet is het kenmerkende cirkelvormige beloop van het betreffende pad in het ontwerp op te nemen. Al met al zijn alle belangrijke elementen van het oorspronkelijke ontwerp, vooral de bomenstructuur, gehandhaafd. Daar waar ondergeschikte aanpassingen nodig zijn is de historische karakteristiek leidend geweest bij het ontwerp. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, is een nieuw bestemmingplan noodzakelijk. Het geldende bestemmingsplan De Purmer Zuid 2016 is een zogeheten actualisatieplan, waarin alleen de bestaande situatie is vastgelegd. In paragraaf 3.3 van de toelichting is daarbij wel aangekondigd dat er in de toekomst mogelijk enkele nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden, waaronder ook Koggenland 90 e.o./Luitje Broekemastraat 35. Er is in de toelichting van het nu nog geldende bestemmingsplan aangegeven dat vorm en inhoud van eventuele ontwikkelingen vooralsnog niet bekend zijn en dat deze in de komende jaren gefaseerd zullen worden opgepakt. Omdat de eventuele ontwikkelingen zelf en daarmee de haalbaarheid en uitvoerbaarheid nog onbekend waren, zijn deze ontwikkelingen niet juridisch vertaald in het nu nog geldende bestemmingsplan.
Er is volstaan met het noemen van deze potentiële ontwikkelingen in de toelichting. Daarbij is vermeld dat op het moment dat een concreet plan bestaat voor de (her)ontwikkeling van een locatie(s), daarvoor separaat een projectbestemmingsplan op zal worden gesteld. De nu voorliggende herontwikkeling van het plangebied is passend binnen de visie zoals opgenomen in de toelichting van het geldende bestemmingsplan. Het voorliggende bestemmingsplan is het projectbestemmingsplan als benoemd in de toelichting van het geldende bestemmingsplan. Opmerking a.2: Situering bouwvlak Opmerking gemaakt door reclamant(en): 3, 4 en 6 Het bouwvlak van de nieuwbouw bij de Luitje Broekemastraat is vier meter verplaatst vanaf de bomenrij richting het speelveld. De vier meter naast de bomenrij heeft geen meerwaarde voor de bewoners, terwijl het speelveld kleiner wordt of zelfs wordt gesplitst. Het te bebouwen terrein is niet verplaatst maar vergroot. In het raadsbesluit (d.d. 25-03-2021) is geadviseerd om een afstand aan te houden van 10 meter vanuit het hart van de boom tot aan de rand van het gebouw. Door het gebouw groter te maken is hiervan afgeweken. De scheve groei van de bomen vanwege storm Polly is niet de reden voor de wijziging van het bouwvlak.
Er zijn 4 mogelijke redenen voor de wijziging: (1) het ontwerp is te groot om de correcte afstand tot de bomen te kunnen waarborgen, (2) er is in de BEA een verkeerde afstand tot de bomen meegenomen omdat het gebouw maar 28,8 meter lang is, (3) storm Poly heeft er voor gezorgd dat de kruin van de boom 4 meter is opgeschoven of (4) het advies (10 meter afstand) is niet overgenomen. Geconcludeerd wordt dat het ontwerp 3 meter te lang/breed is. Gemeentelijke reactie In de locatierapportage voor Luitje Broekemastraat, die als bijlage bij het raadsbesluit (d.d. 25-032021) is gevoegd, staat beschreven dat in een bomeneffectanalyse uit 2020 het advies is opgenomen om een afstand aan te houden van 10 meter tussen de bomen en de gevel van het gebouw. Het advies van 10 meter betreft een richtlijn die meestal wordt meegegeven bij situaties waar nieuwe bomen van eerste grootte geplant worden. Dit zijn bomen die hoger worden dan 12 meter. De afstand is globaal berekend op basis van de toekomstmaat van de boom, maar kan aangepast worden op basis van de vorm van de te gebruiken boomsoort bij volwassenheid. 10
De genoemde maat van 10 meter is dus een algemeen advies dat vooral van belang is voor het bepalen van de nodige ruimte voor een gezonde groei van de nieuw aan te planten bomen. De 10 meter is geen harde eis en de afstand wordt uiteindelijk bepaald op basis van de gebruikte boomsoort en andere technische aspecten tijdens het ontwerpproces. Het gebruik van deze informatie in een locatierapportage heeft helaas geleid tot een onjuiste interpretatie en is vervolgens in verschillende documentatie een eigen leven gaan leiden. Op de locatie aan de Luitje Broekemastraat is namelijk geen sprake van nieuwe aanplant, maar van bestaande volwassen bomen (34 jaar oud anno 2024 - Ulmus Plantijn, geplant in 1990). In de eerste BEA (2020) ontbreekt een beschrijving van de bomen en hun groeiwijze. Het feit dat de boomkroon eenzijdig en richting het oosten gegroeid is, wordt niet vermeld. Dit was destijds ook niet relevant, omdat het oorspronkelijke ontwerp op grotere afstand van de bomen was geprojecteerd. Hierbij is aangenomen dat de kroon een evenwichtig groei kende. Met deze aanname is de positie van gebouw en het effect daarvan op de kroon gecontroleerd. Om te kunnen voldoen aan de complexe randvoorwaarden is bij de uitwerking van de plannen de vorm van het gebouw voor de Luitje Broekemastraat gewijzigd (zie ook onder Wijzigingen gedurende het ontwerpproces).
Daarbij kwam het nieuwe gebouw richting de bomenrij. Door de westenwind en omdat boomkronen naar het licht groeien, bleek de projectie van de boomkronen op het midden van de stam niet realistisch te zijn. De bomen staan schuin, zodat de uitgangspositie aangepast moest worden. In 2023 is daarom een nieuwe BEA opgesteld. Daarbij is het meest recente ontwerp van de nieuwbouw getoetst aan de bestaande situatie ten aanzien van de bomen en zijn de gegevens uit de bomeneffectanalyse uit 2020 geactualiseerd en aangepast. Uit deze actuele rapportage blijkt dat de bomen nog jaren meekunnen, maar dat de bomen aan de kant van de dijk wel flink gesnoeid moeten worden, als de nieuwbouw op de plek komt waar die eerder was ingetekend. Het snoeien zou zo drastisch zijn dat de bomen aan één zijde een groot deel van de kroon zouden verliezen en er daardoor heel anders uit zouden komen te zien. Bovendien zou ingrijpend snoeien de bomen kunnen verzwakken. Om de bomen - die verder gezond zijn - in de huidige verschijningsvorm te kunnen behouden is het bouwvlak voor het gebouw aan het Koggenland drie meter naar het oosten opgeschoven. Het bouwvlak voor het gebouw aan de Luitje Broekemastraat is vier meter naar het oosten opgeschoven. Door deze verschuiving kan voldoende afstand worden bewaard tot de bestaande bomen. Daarmee kunnen de bomen en de biodiversiteit behouden blijven.
De bomenrij maakt onderdeel uit van de vliegroute van verschillende soorten vleermuizen. De bescherming van de bomenkroon langs de dijk is ook van belang om de hoeveelheid licht vanuit de Purmer Zuid richting de ringvaart te beperken, aangezien de meervleermuis, die in het gebied voorkomt, boven het water foerageert. De meervleermuis is extra gevoelig voor licht. Tenslotte heeft de bomenrij onderaan het dijktalud landschappelijke waarde. De gemeente acht het verschuiven van het gebouw de beste oplossing: de bomenrij kan behouden blijven en het speelveld wordt weliswaar iets kleiner, maar is nog steeds groot genoeg om als zodanig te kunnen blijven functioneren. Daarnaast draagt het behoud van de bomen in hun huidige vorm bij aan klimaatadaptatie (hittestress). Zie verder ook de beantwoording bij c.11 en g.3 over dit onderwerp.
11
Opmerking a.3: Cultuurhistorische waarde Opmerking gemaakt door reclamant(en): 3, 4 en 6 In het geldende bestemmingsplan uit 2016 wordt gesteld dat het karakteristieke hoogteverschil aan de oostzijde van de ringvaart behouden moet blijven. Door de nieuwbouwplannen gaat het karakteristieke hoogteverschil tussen het hoge deel van Purmerend ten westen van de Ringvaart en de lage droogmakerij ten oosten van de Ringvaart verloren. Aan de lage kant is nergens een gebouw hoger dan 10 meter gebouwd. Er heeft geen toetsing plaatsgevonden aan de Cultuurhistorische verkenning Purmer en de Strategische gebiedsvisie De Purmer 2035. Verder is er geen rekening gehouden met de cultuurhistorische waarde van de Ringdijk. De locatie bevindt zich rondom cultuurhistorische en ecologische waarden, maar door het bouwplan wordt de ruimte zo gebruikt dat er niet meer gesproken kan worden van zichtbare of beleefbare cultuurhistorische kernwaarden van dit gebied. Gemeentelijke reactie In de toelichting van het geldende bestemmingsplan is bij de beschrijving van de ruimtelijke hoofdstructuur ingegaan op de groen- en waterstructuur van De Purmer. Zo is beschreven dat de westzijde van het plangebied wordt begrensd door de Purmerringvaart.
Deze ringvaart, die rondom de droogmakerij De Purmer loopt, vormt de grens tussen het hoge deel van Purmerend ten westen van de ringvaart en de lage droogmakerij ten oosten ervan. In de beschrijving is benoemd dat het hoogteverschil aan de oostzijde van de ringvaart is vormgegeven door een groen talud. Het betreft een regionale waterkering die behouden dient te blijven en als groene rand van De Purmer in stand gehouden moet worden. Het voorliggende bestemmingsplan heeft geen gevolgen voor het groene talud van de regionale waterkering. Het plangebied bevindt zich namelijk ten oosten van de dijksloot, onderaan het groene talud. Daarnaast geldt dat het hoogteverschil aan weerszijden van de ringvaart niet zozeer wordt bepaald door de hoogte van de bebouwing, maar door de hoogte van het maaiveld. Dit verandert niet of nauwelijks door de nieuwbouw. De ringdijk zelf blijft vrij en herkenbaar en voor de nieuwbouw wordt eenzelfde afstand aangehouden tot de dijk als voor reeds bestaande (woon)bebouwing in de omgeving is gehanteerd. Hiermee worden de waarden gerespecteerd, zoals geformuleerd in de Cultuurhistorische verkenning Purmer. In de droogmakerij waar De Purmer is gerealiseerd zijn op diverse plekken gebouwen gerealiseerd met een hoogte van meer dan 10 meter. Zo is bijvoorbeeld de bouwhoogte van het gebouw Gooimeer (op circa 400 meter afstand) 27 meter.
Ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan was de Strategische gebiedsvisie De Purmer 2035 nog niet vastgesteld. In deze strategische gebiedsvisie, die is opgesteld door de gemeentes Purmerend, Edam - Volendam en Waterland, worden aan de te ontwikkelen locaties zelf geen bijzondere cultuurhistorische of landschappelijke waarden toegekend. Ook wordt met de beoogde nieuwbouw geen afbreuk gedaan aan de omliggende waarden. Voor wat betreft de ecologische waarden wordt verwezen naar de beantwoording onder 3c over dit onderwerp. Inmiddels is op 25 april 2024 de gebiedsvisie vastgesteld door de gemeente Purmerend. Doordat de gemeente Waterland een amendement heeft aangenomen moeten alle drie de raden nog een gewijzigde versie vaststellen. Opmerking a.4: Verlies stuk park Opmerking gemaakt door reclamant(en): 3 en 4 De waterpartij is in het Waterplan januari 2006 benoemd als Parel van de natuur. Dit zijn specifieke locaties die van belang zijn voor recreatie of natuur. Voorgenomen ontwikkeling is in dat kader niet
12
gepast. Het inleveren van een mooi stukje park, ook wel 'de parel van de Purmer-Zuid' genoemd, wordt ingeruild naar meer stenen en meer afgesloten voor de huidige bewoners. Gemeentelijke reactie In het Parkenplan Purmerend 2021-2040 zijn de grenzen en de overgang naar woongebieden van ieder afzonderlijk park bepaald en vastgesteld. De bouwlocaties Luitje Broekemastraat en Koggenland vallen buiten de grenzen van Park de Driegang en hebben de indicatie ‘bouwlocatie / gebiedsontwikkeling’, zoals ook is te zien in de afbeelding bij de beantwoording van opmerking b.2. Verkleining en verstening van het park is daarmee niet aan de orde. Daarbij geldt ook nog dat de beide locaties inmiddels al geruime tijd grotendeels in gebruik zijn geweest voor bebouwing en daarbij behorende verharding. Ook in de praktijk is dus geen sprake van het inleveren van een stuk park. Zie verder de beantwoording bij b.2. Opmerking a.5: Uitgangspunten nieuwbouw Opmerking gemaakt door reclamant(en): 6 De gehanteerde uitgangspunten voor de nieuwbouw zijn niet goed: - De landschapsstructuur wordt niet gekoesterd, maar verslechterd. - Een front aan park en water: dit tast de kwaliteit van de huidige bewoners aan en zou juist vrijgehouden moeten worden - Ogen/levendigheid op maaiveld: dit is juist rustig en donker gemaakt om de natuur en vleermuizen te beschermen.
Ook is de sociale controle hoog in deze wijk en zijn er geen extra ogen nodig. - De entree komt op een ongelukkige plek, waar je niet lekker snel en veilig op de doorgaande wegen in de wijk komt. - Er is geen sprake van een aantrekkelijke toegang tot het park, de gebouwen staan al in het park. De meest essentiële reden: we hebben woningnood en moeten koste wat het kost alles volbouwen, wordt niet eens benoemd. Gemeentelijke reactie Gelet op de enorme woningbehoefte en het feit dat een flink deel van de woonopgave plaats dient te vinden in het bestaand stedelijk gebied, streeft de gemeente op de verschillende binnenstedelijke ontwikkellocaties naar een zo groot mogelijke hoeveelheid woningen. Daarbij is zorgvuldig gekeken naar wat op de betreffende locatie passend is. Passend in ruimtelijke zin ('wat past er?') maar ook passend in maatschappelijke zin ('wat past hier in deze buurt, rekening houdend met de verschillende belangen die spelen?'). Daarnaast is gekeken naar optimalisatie van het programma, waarbij de inzet is geweest op een zo groot mogelijk aantal sociale huurwoningen. De raad heeft op 26 september 2019 besloten dat de locaties Koggenland en Luitje Broekemastraat onderdeel zijn van de binnenstedelijke ontwikkellocaties. Eén van de randvoorwaarden om tot herontwikkeling te komen is dat de beide ontwerpen van de nieuwbouw familie van elkaar moeten worden.
De reden om de bebouwing familie van elkaar te laten worden is dat de twee te ontwikkelen locaties aan weerszijden van de uitlopen van het park De Driegang liggen. Dit park volgt de lijnvoering van de historische watergang die dienstbaar was aan de droogmaling van De Purmer. Aan de westkant mondt het groen uit in een verbreding van de ruimte en van de waterpartij. De nieuwe gebouwen komen in een ruime en groene setting te staan die veel omgevingskwaliteit biedt. Het park kent het vormgevingshandschrift van de jaren tachtig en zal met zorg in stand worden gehouden, wat met name tot uiting komt in het behoud van de water- en bomenstructuur. De nieuwbouw zal het punt gaan markeren waar het park De Driegang overgaat in
13
de ruimte langs de Purmerringvaart. Zoals veel belangrijke assen in de Purmer wordt deze ruimte met een stedenbouwkundig ensemble afgesloten. Op basis daarvan zijn uitgangspunten geformuleerd voor de nieuwbouw op beide ontwikkellocaties. Deze uitgangspunten zijn: • het koesteren van de landschapsstructuur • een front aan park en water • ogen/levendigheid op maaiveld • een landschappelijk ingericht parkeerveld • een herkenbare entree, niet achteraf • aantrekkelijke toegangen tot het park De gemeente is van mening dat de beoogde nieuwbouw aan deze uitgangspunten voldoet. De landschapsstructuur blijft intact en hoewel door de nieuwbouw het zicht op het park voor sommige omwonenden verandert, wordt de kwaliteit van de leefomgeving niet significant minder. Ook met de natuurwaarden en de bereikbaarheid is voldoende rekening gehouden. In dit verband wordt verwezen naar het gestelde in paragraaf 5.11 en 5.13 van de toelichting op het bestemmingsplan. b.
Beleid Opmerking b.1: Strijd met beleid Opmerking gemaakt door reclamant(en): 1, 3, 4 en 6 Het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met de NOVI, Ladder duurzame verstedelijking, Omgevingsvisie 2050, Regiovisie Waterland 2040, Metropoolregio Amsterdam, Gebiedsplan Purmerend, Ruimte voor Purmerend (omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040), Woonprogramma uit structuurvisie 2005-2020, Nota kaders en instrumenten woningbouwprogrammering: spelregels 30-30-4o, Klimaatadaptatieplan Zaanstreek Waterland en Purmerend 2021-2024, Visie leefbare stad 2040, Waterplan, Duurzaamheidsagenda 2020-2023, Nota Groenkoers, Woonvisie 2016, Bomenkaart Purmerend en Beemster en Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. Gemeentelijke reactie In hoofdstuk 3 van de toelichting op het bestemmingsplan is uitgebreid ingegaan op de diverse beleidsstukken die kaderstellend (kunnen) zijn voor de herontwikkeling van het plangebied. Daaruit blijkt dat de beoogde herontwikkeling passend is in het geldende beleidskader. Volledigheidshalve wordt hierna ingegaan op de in de zienswijzen genoemde beleidsstukken. NOVI De Nationale omgevingsvisie heeft geen directe werking op dit bestemmingsplan. Het is een nationale visie die zelfbindend is voor het Rijk en geeft een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland.
Ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan werden de rijksbelangen juridisch geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat het rijksbelang dat verstedelijking op duurzame wijze plaatsvindt. Wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt moet er getoetst worden aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' (zie hierna).
14
Omdat met de woningbouwontwikkeling die in voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt geen nationale belangen worden geraakt, is er geen strijd met de Nationale Omgevingsvisie. Ladder duurzame verstedelijking Als sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de ladder van duurzame verstedelijking worden doorlopen, ook wel ‘laddertoets’ genoemd. Bij het doorlopen van de laddertoets moet worden aangetoond dat er behoefte is aan deze stedelijke ontwikkeling. De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de toelichting van het bestemmingsplan worden vermeld. In paragraaf 3.1.4 is aangetoond dat de voorziene woningen passen in de Woonagenda en de Structuurvisie van de gemeente Purmerend. Dat beide locaties goed ontsloten zijn voor autoverkeer geeft aan dat de plannen uitvoerbaar zijn op deze locatie. De herontwikkeling voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Zie ook de beantwoording onder d.1. Omgevingsvisie NH2050 De Omgevingsvisie NH2050 heeft geen directe werking op dit bestemmingsplan. Het is een provinciale visie die zelfbindend is voor de provincie. Desondanks volgt uit de omgevingsvisie dat woningbouw vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden wordt gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends.
De beide locaties bevinden zich op de plek waar het park De Driegang overgaat in de ruimte langs de Purmerringvaart en zijn beide onderdeel van het binnenstedelijk gebied. Dat de locatie aan de Luitje Broekemastraat volgens de Nota Omgevingskwaliteit onderdeel uitmaakt van de Groene Krans betekent niet dat de locatie buiten stedelijk gebied is gelegen. De ontwikkeling van de beide locaties levert een bijdrage aan zowel de kwalitatieve als de kwantitatieve woningbehoefte en draagt bij aan uitbreiding/herstel van de woningvoorraad. Het project ziet toe op verdichting in binnenstedelijk gebied en versterkt zo de bestaande stedelijke structuur. De beschikbare binnenstedelijke ruimte wordt zo optimaal mogelijk benut en het landschap blijft gespaard. De omliggende cultuurhistorische en ecologische waarden blijven behouden. Het project past daarmee binnen de hoofddoelstellingen in het provinciale beleid. Het project is zodoende in overeenstemming met de Omgevingsvisie NH2050. Regiovisie Waterland 2040 De regiovisie is vooral gericht op het behoud en zo mogelijk versterken van het kenmerkende authentieke karakter van de regio Waterland. Het project ziet toe op verdichting in binnenstedelijk gebied. Hierdoor kan het authentieke karakter van het landelijk gebied behouden blijven, waarmee het plan aansluit bij de doelstellingen uit de Regiovisie.
Metropoolregio Amsterdam (MRA) Binnen de MRA is Purmerend een geliefde stad om in te wonen en te werken en de vraag naar nieuwe woningen en werklocaties is groot. De dagelijkse pendel is vooral gericht op Amsterdam en de Metropoolregio Amsterdam en is een belangrijk ontwikkelpunt in de polycentrische ontwikkeling van de regio. Deze combinatie vraagt om een specifieke benadering van de verdichtings- en verbindingsopgave. Daarom is Purmerend één van de MRA Sleutelgebieden. In de Sleutelgebieden worden grote regionale opgaven opgelost, namelijk de woningbouwopgave, het efficiënt gebruiken van de ruimte en het tot stand brengen van de metropolitane verbinding. Dit betekent verdichten in de binnenstedelijke kernen, dichtbij knooppunten, voorzieningen en bedrijvigheid. De binnenstedelijke ontwikkellocaties, waarvan Koggenland 90-92 en Luitje Broekemastraat 35 deel uitmaken, sluiten hierbij aan en passen binnen de ontwikkelrichting van de MRA. Het herhaaldelijk uitvallen van bussen, waardoor geen sprake zou zijn van hoogwaardig openbaar vervoer, is vervelend maar kan geen reden zijn om geen nieuwe woningen meer te realiseren. 15
Gebiedsplan Purmerend In het Gebiedsplan Purmerend is ook ingegaan op verdwenen molens. Het is onmiskenbaar dat de molens in Purmerend een historische waarde hebben gehad en dat de plekken waar voorheen de molens gestaan hebben historisch waardevol zijn. In het park de Driegang hebben in het verleden twee molens gestaan: aan de kant van de Clara Visserstraat en aan de kant van de Purmerringdijk.
Afbeelding: Locaties waar vroeger molens hebben gestaan
De beoogde nieuwbouw die met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt wordt, verandert niets aan deze locaties en de historische waarde ervan, aangezien de beide plandelen geen betrekking hebben op de locaties van de verdwenen molens. In het gebiedsplan Purmerend wordt voortgeborduurd op de aanwijzing door de MRA als sleutelgebied. Dit betekent verdichten in de binnenstedelijke kernen, dichtbij knooppunten, voorzieningen en bedrijvigheid. De binnenstedelijke ontwikkellocaties, waaronder Koggenland en Luitje Broekemastraat sluiten hierbij aan. De 64 appartementen leveren een bijdrage aan de woningbehoefte, waarbij appartementen worden beschouwd als woningen die deel uitmaken van een groot gebouw. Ruimte voor Purmerend (omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040) De omgevingsagenda (2017) is een startnotitie, bedoeld om politiek-bestuurlijke focus aan te brengen en om duidelijkheid te bieden over ambities. De inhoud van de agenda nodigt uit tot gesprek en is daarmee dynamisch. De organisatie wordt aangestuurd aan de hand van deze agenda en de voortschrijdende inzichten hierover. Het is niet bedoeld als toetsingskader voor bestemmingsplannen, maar een richtinggevend document dat als leidraad gebruikt kan worden bij toekomstige ontwikkelingen.
In de omgevingsagenda wordt de urgentie en noodzaak weergegeven om verder te bouwen aan de woongelegenheid, waarbij een flink deel van de opgave dient plaats te vinden in het bestaande stedelijke gebied. De onderhavige ontwikkeling is daarmee in overeenstemming. Woonprogramma uit structuurvisie 2005-2020 Het woonprogramma uit de structuurvisie 2005-2020 ziet toe op differentiatie van woonmilieus door de hele stad. Daartoe behoort ook sociale woningbouw en middeldure huur. Per 16
ontwikkellocatie is gekeken naar wat passend is en voor de Luitje Broekemastraat zijn dat 11 middeldure huurwoningen en voor Koggenland 53 sociale huurwoningen. Het betreft hier een kleinschalige ontwikkeling, passend bij de omgeving. De woningdichtheid zal door toevoeging van in totaal 64 woningen niet significant veranderen. Beide locaties zijn eerder bebouwd geweest en maken geen deel uit van de groenstructuur van Purmerend. Het park wordt niet aangetast. Nota kaders en instrumenten woningbouwprogrammering: spelregels 30-30-40 Op basis van deze beleidsnota moet voor nieuwe woningbouwinitiatieven in beginsel de zogenaamde 30-30-40 regel worden gehanteerd. Dit houdt in dat voor nieuwbouwprojecten vanaf vier woningen minimaal 30% sociale huur moet zijn, 30% doorstroomwoningen (middeldure huur en betaalbare koop). De resterende 40% is vrije sector. Gelet op de grote woningbouwopgave streeft de gemeente op de verschillende binnenstedelijke ontwikkellocaties naar een zo groot mogelijke hoeveelheid woningen, zonder dat dat onevenredig ten koste gaat van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. De raad heeft op 26 september 2019 ingestemd met de (her)ontwikkeling van de zeven Binnenwijkse ontwikkellocaties (kortweg: BOL), waaronder het Koggenland en de Luitje Broekemastraat.
Op alle binnenstedelijke ontwikkellocaties worden in totaal 190 woningen gerealiseerd (waarvan 145 in het sociale, 38 in het middeldure en 7 in het vrije woonsegment) en ca. 1.500 m² bruto vloeroppervlak aan maatschappelijke voorzieningen. De verhouding sociaal/middelduur/vrij is ongeveer 76 - 20 - 4 procent en wijkt af van de Nota kaders en instrumenten woningbouwprogrammering. In dezelfde raadsvergadering is besloten om juist op de eigen locaties, waar financieel mogelijk, het maximale aan sociale huur te realiseren. Dit past bij het streven naar het vergroten van de sociale huurvoorraad. Het idee van het combineren van verschillende ontwikkellocaties is dat verlieslijdende locaties worden gecompenseerd door winstgevende locaties. Per locatie is gekeken naar wat passend is bij de omgeving. Dat kan op de ene locatie 100% sociale huur zijn, terwijl op de andere locatie 100% vrije sector beter aansluit. Voor het Koggenland is gekozen voor sociale huurwoningen, omdat er meer ruimte is en het terrein slechts in beperkte mate grenst aan bestaande woningen. De locatie aan de Luitje Broekemastraat wordt meer geschikt geacht voor het middeldure segment, omdat de locatie kleiner is en dichter op bestaande woningen ligt. Het middeldure segment sluit aan op de bestaande woningvoorraad in de buurt. Zie verder de beantwoording bij e.6 en h.2.
Klimaatadaptatieplan Zaanstreek-Waterland en Purmerend 2021 – 2024 Voor de ambities in het klimaatadaptatieplan, waarin gestreefd wordt naar meer bomen, meer ruimte voor tijdelijke wateropvang en het stimuleren van vergroening onder particulieren wordt gekeken naar de hele regio c.q. gemeente en niet naar een enkele ontwikkellocatie. Als dat laatste het geval zou zijn, kan er nergens meer een ontwikkeling plaatsvinden en dat is niet wenselijk. Wel moet de nieuwe ontwikkeling klimaatbestendig zijn en moeten er maatregelen worden getroffen in het kader van duurzaamheid en klimaatadaptatie. Om te zorgen dat de nieuwbouw daadwerkelijk klimaatbestendig is, is in artikel 10.3 van de regels van het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Als het plan hier niet aan voldoet, wordt dit gerekend als strijdig gebruik. Bij de verdere uitwerking van de plannen is dit aspect nader ingevuld. In dit kader wordt verwezen naar de omgevingsvergunning. Zie verder beantwoording onder c.12 en c.13. Visie Leefbare Stad 2040 De gemeente Purmerend heeft een flinke woningbouwopgave, waarvan een groot deel binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd moet worden. De stad gaat verdichten, en de druk op de openbare ruimte, zowel bovengronds als ondergronds, wordt groter. Het groen in de stad staat 17
onder druk en er treedt klimaatverandering op. Dit vraagt om een andere inrichting van het openbare gebied, gebouwen en de particuliere terreinen. In de visie Leefbare Stad 2040 zijn de kansen benoemd hoe steen en groen in balans blijven voor een leefbare stad. De ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie gaan snel en wat vandaag de meest gunstige maatregel is, kan volgende maand alweer achterhaald zijn. Om te zorgen dat de nieuwbouw daadwerkelijk klimaatbestendig is, is in artikel 10.3 van de regels van het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Als het plan hier niet aan voldoet, wordt dit gerekend als strijdig gebruik. Bij de verdere uitwerking van de plannen is dit aspect verder uitgewerkt. In dit kader wordt verwezen naar de omgevingsvergunning. Waterplan In het Waterplan presenteert het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) de koers voor de periode 2022-2027. Voor de onderhavige ontwikkeling heeft vooroverleg plaatsgevonden met het hoogheemraadschap. Op 13 december 2023 is het hoogheemraadschap per e-mail gevraagd om definitief een reactie te geven op het bestemmingsplan Koggenland - Luitje Broekemastraat te Purmerend. Zij heeft geconstateerd dat al hun opmerkingen en adviezen een plek hebben gekregen in het bestemmingplan en geven een positief wateradvies.
Het plan is in overeenstemming met het beleid van het HHNK. Duurzaamheidsagenda 2020 – 2023 Een van de thema’s in de duurzaamheidsagenda is ‘Duurzame mobiliteit’. In dat kader wordt gestreefd naar onder meer de instandhouding van het fijnmazig openbaar vervoersysteem, het versterken van de laadinfrastructuur en het verminderen van de CO2-uitstoot van voertuigen. Het bestemmingsplan staat deze ambities niet in de weg, maar doet - naar de aard van het instrument verder geen uitspraak over het openbaar vervoer en de door reclamanten genoemde uitvallende bussen. Ook regelt het geen door reclamanten aangekaarte laadplaatsen voor elektrische auto’s of hoe de CO-2 uitstoot van voertuigen verminderd kan worden. Wel is gekeken naar de gevolgen van de ontwikkeling voor de luchtkwaliteit. Zie hiervoor de beantwoording onder d.3. Nota Groenkoers De nota Groenkoers bevat de visie en beleid op hoofdlijnen voor het groen van Purmerend. Dit beleid op hoofdlijnen is verder uitgewerkt in de groenstructuurkaarten, waar eenduidig is vastgelegd wat Frame en wat Franje is. De te ontwikkelen locaties zijn geen onderdeel van zowel frame als franje en daarmee is het bestemmingsplan in overeenstemming met de Nota Groenkoers. Zie ook beantwoording onder b.4. Woonvisie 2016 Deze woonvisie is niet langer actueel en is inmiddels vervangen door de Woonvisie 2017-2022.
Bomenkaart Purmerend en Beemster Bij de fusie van de gemeente Purmerend en de gemeente Beemster zijn abusievelijk een aantal beschermde bomen weggevallen van de bomenkaart. Deze fout is inmiddels hersteld en de bomen zijn teruggeplaatst op de bomenkaart. Dat betekent dat ze niet zomaar gekapt mogen worden, maar dat ze kapvergunningplichtig zijn. Zie verder de beantwoording onder c.9.
18
Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. De Nota vergunningverlening is, zoals reclamant aangeeft, inmiddels vervangen door de Beleidsnota uitvoering en handhaving Purmerend 2024-2028. Dit zal in de toelichting worden aangepast, maar heeft inhoudelijk geen gevolgen voor het bestemmingsplan. Opmerking b.2: Nota omgevingskwaliteit en Leidraad Landschap & Cultuurhistorie niet meegenomen Opmerking gemaakt door reclamant(en): 3, 4 en 6 De locatie Luitje Broekemastraat bevindt zich niet zomaar in stedelijk gebied, maar in de Groene krans. Daar is de ambitie gericht op behoud en versterken van het landschappelijke en groene karakter. Dit staat in de nota Omgevingskwaliteit die niet is meegenomen in de plannen. Door hier te bouwen wordt het openbaar gebruik van het park significant kleiner en verminderd. Daarnaast wordt de historische waarde van de molens in Purmerend gemist en is de Leidraad Landschap & Cultuurhistorie van de provincie niet meegenomen, waarin zowel een algemene richtlijn voor ringvaarten en een specifieke voor de Purmer is opgenomen. De 11 appartementen aan de Luitje Broekemastraat passen niet op de locatie en zijn niet passend in het groen. Gemeentelijke reactie In de Nota omgevingskwaliteit (juli 2021) staat de bouwlocatie Luitje Broekemastraat als onderdeel van de genoemde Groene krans, waartoe onder andere de parken van Purmerend behoren.
Bij deze kaart is de volgende kanttekening geplaatst: “Deze indeling is gebaseerd op de feitelijke situatie gebaseerd op huidige functie, gebruik en uitstraling. Nieuwe ontwikkelingen kunnen daarvan afwijken. Zie daarvoor ook hoofdstuk 6 ‘Richtlijnen grotere ontwikkelingen’. Gewenste ontwikkelingen zijn weergegeven op de ‘Kansenkaart Purmerend 2040’.”
Afbeelding: uitsnede kaart gebiedsindelingen, (paragraaf 3.1 nota omgevingskwaliteit)
19
In het ‘Parkenplan Purmerend 2021-2040’ zijn de grenzen en overgang naar woongebieden van ieder afzonderlijk park bepaald en vastgesteld1. In deze nota hebben de locaties Luitje Broekemastraat en Koggenland de indicatie ‘bouwlocatie / gebiedsontwikkeling’.
Afbeelding: Park de Driegang, pagina 26 Parkenplan Purmerend 2021-2040
Aandachtspunt bij de ontwikkeling is een goede aansluiting met het park. Om een goede aansluiting op het park te verzekeren is een aantal uitgangspunten vastgelegd, waaronder het behoud van de huidige beeldbepalende bomenstructuur (gerelateerd aan de geschiedenis van de plek en de herkenbare lijnen van de polderstructuur) met zowel ecologische als cultuurhistorische waarde. De ambities die in de Nota Omgevingskwaliteit zijn opgenomen voor de gebieden die vallen onder de ‘Groene krans’, worden waar mogelijk ook toegepast aan de aangrenzende gebieden van de parken door het landschappelijke en groene karakter van het aangrenzende gebied te verzekeren, de herkenbaarheid en zichtbaarheid van de cultuurhistorische waarden te respecteren en de natuurwaarden en ecologische verbindingszones/-structuren te beschermen. Omdat de bouwlocatie niet binnen de grenzen van het park de Driegang valt, is er geen sprake van aantasting van de mogelijkheid tot openbaar gebruik van het park. Door de welstandscommissie is de aanvraag omgevingsvergunning getoetst aan de Nota omgevingskwaliteit en van een positief advies voorzien. Het plan doet geen afbreuk aan de ambities die in de nota zijn verwoord. In het park de Driegang hebben in het verleden twee molens gestaan: aan de kant van de Clara Visserstraat en aan de kant van de Purmerringdijk (zie ook de reactie gemeente onder opmerking b.1).
De beoogde nieuwbouw die met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt wordt, verandert niets aan deze locaties en de historische waarde ervan, aangezien de beide plandelen geen betrekking hebben op de locaties waar vroeger molens stonden. In de toelichting op het bestemmingsplan is niet ingegaan op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 van de provincie Noord-Holland. Deze Leidraad is verankerd in artikel 6.59 van 1 Zie pagina 26 Park de Driegang, Parkenplan Purmerend 2021 – 2040.
20
de Omgevingsverordening NH2020 en is bedoeld voor ruimtelijke kwaliteitseisen ingeval van een nieuwe ontwikkeling in het Landelijk gebied. Onderhavig bestemmingsplan en omgevingsvergunning hebben betrekking op stedelijk gebied. Uit de Leidraad volgt overigens dat de ringvaarten en ringdijken waterstaatkundig, ruimtelijk en cultuurhistorisch waardevol zijn voor Noord-Holland. Ze tonen de omtrek van de vroegere meren en vormen een fraaie omlijsting van de vaak geometrische indeling van de droogmakerijen. Kenmerkend is het grote contrast tussen het landschap binnen en buiten de ringvaart. In de leidraad worden richtlijnen gegeven voor behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit van ringvaarten in het algemeen en voor de Purmerringvaart en ringdijk in het bijzonder. In het algemeen is de ruimtelijke kwaliteit hier gebaat bij het versterken van de ringvaart als samenhangende en continue cultuurhistorische drager, zowel landschappelijk als recreatief en het herkenbaar houden/maken van de verschillende landschappen vanaf de dijk. Ten aanzien van de Purmerringvaart wordt gesteld dat deze een minder continu karakter heeft dan de andere in de leidraad beschreven ringvaarten. Bijzonder aan de Purmer is vooral dat de kreek die de verbinding vormde met de Zuiderzee (Purmer Ee) nog bestaat.
Om de cultuurhistorische waarden te behouden, dient de structuur van de Purmerringvaart en ringdijk zowel in het stedelijk als in het landelijk gebied herkenbaar te blijven. Daarnaast wordt aanbevolen de krachtige verschijningsvorm van de dijk te benadrukken en een royale zone langs de dijk vrij te houden van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Beide woningbouwontwikkelingen liggen op een afstand van ten minste 40 meter van de Ringvaart. De structuur blijft behouden, het dijklichaam wordt niet aangetast en de nieuwbouw doet geen afbreuk aan de herkenbaarheid. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. De gemeente acht de bouw van 11 appartementen aan de Luitje Broekemastraat passend voor de locatie zonder afbreuk te doen aan het groen en de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de ringvaart en de Purmerringdijk. Opmerking b.3: Beleid verouderd Opmerking gemaakt door reclamant(en): 1 en 4 Een aantal beleidsstukken waarnaar in de toelichting wordt verwezen is verouderd doordat de datum is verstreken. Het betreft de Structuurvisie 2005-2020, de Woonvisie 2017-2022, de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Purmerend 2016 – 2019 en de Keur 2023.
Nu de termijn waar het gemeentelijk beleid op ziet is verstreken, is het de vraag of de visies van de gemeenteraad zoals die in het beleid tot uitdrukking komen, nog wel actueel zijn. Een motivatie ontbreekt echter. Deze beleidsdocumenten zijn hiermee ten onrechte aan het ontwerpbestemmingsplan ten grondslag gelegd. Dit is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel van artikel 3:2 Awb en het motiveringsbeginsel van artikel 3:46 Awb. (4). Gemeentelijke reactie Zolang er geen nieuw beleid of visie door de gemeenteraad is vastgesteld en het oude beleid of visie niet is ingetrokken, geldt dit nog steeds als bestaand beleid en moeten de beleidsdocumenten worden beschouwd bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan. De tijdsperiode in de titel van een beleidsdocument doet daar verder niets aan af. In hoofdstuk 3 van de toelichting op het bestemmingsplan is het relevante algemene beleid beknopt samengevat en gekeken of onderhavig bestemmingsplan hiermee in overeenstemming is. De gemeente is van mening dat er geen strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
21
Opmerking b.4: Aanpassing Groenkoers Opmerking gemaakt door reclamant(en): 3 en 4 Het lijkt er op dat de Groenkoers is aangepast voorafgaand aan het raadsbesluit van 25-03-2021 over de ontwikkelplannen. Wanneer en hoe is Groenkoers aangepast? In paragraaf 3.4.6 van het ontwerpbestemmingsplan geeft de gemeente aan dat de locatie aan de Luitje Broekemastraat wordt beschouwd als ‘grijs’ gebied. Zo lijkt het alsof de noodgebouwtjes die nu verwijderd zijn al de bestemming ‘grijs’ hadden. Dat klopt niet. Gemeentelijke reactie De nota Groenkoers is vastgesteld op 27 november 2014 en in werking getreden op 23 juni 2015. Deze nota bevat de visie en het beleid op hoofdlijnen voor het groen van Purmerend. Deze nota is na deze datum niet gewijzigd. Naar aanleiding van de nota Groenkoers is de groenstructuurkaart geactualiseerd, waarbij onderscheid wordt gemaakt in frame en franje. Het frame beschrijft de hoofdgroenstructuur en is gebaseerd op groenblauwe verbindingen, historische en stedenbouwkundige lijnen. Het franje beschrijft de nevengroenstructuur. Het betreft een dynamisch document, dat regelmatig gewijzigd wordt. De laatste wijziging heeft plaatsgevonden op 1 februari 2020.
Afbeelding: categorisering openbaar groen
De locaties Koggenland en Luitje Broekemastraat (rood omkaderd) zijn volgens de openbaar groen frame en franje kaart geen onderdeel van het structuur- en binnenstedelijk groen. c. Ecologie, water, groen en klimaatadaptatie Opmerking c.1: Vleermuizen Opmerking gemaakt door reclamant(en): 3, 4 en 6 Als de singels, het park en de groene pleintjes bepalend zijn voor het groene karakter van de wijk en van belang voor de woonkwaliteit, waarom deze locatie volbouwen met twee gebouwen, die ook nog de vleermuizenroute verstoren? De twee flatgebouwen zullen voor 'lichtvervuiling' zorgen, waardoor de vliegroute van de vleermuizen verloren gaat. Ook zonnepanelen zijn nadelig voor vleermuizen en dit is niet onderzocht. In het verleden is gesteld dat het mogelijk was dat de gewone dwergvleermuis zich in het noodgebouw aan de Luitje Broekemastraat had genest. Dit staat niet meer aangegeven op de website van de ontwikkellocatie, dus dan heeft Regelink zich toen vergist. 22
In de notitie natuurwetgeving (bijlage 8) is geen rekening gehouden met nestlocaties in de Gors in relatie tot vliegroutes naar het Purmerbos. Gemeentelijke reactie In het Parkenplan Purmerend 2021-2040 zijn de grenzen en overgang naar woongebieden van ieder afzonderlijk park bepaald en vastgesteld. De beide locaties vallen buiten de grenzen van Park de Driegang. Dit park blijft ook na de nieuwbouwplannen in stand. De beperkte hoeveelheid groen dat verdwijnt bevindt zich buiten de grenzen van het park. Uit het rapport van het ecologisch adviesbureau Regelink Ecologie en Landschap (bijlage 8 bij de toelichting op het bestemmingsplan) blijkt dat mogelijk een klein deel van het foerageergebied in de omgeving van het park verdwijnt door de herontwikkeling. Dit deel van het foerageergebied is een minimaal onderdeel van het gehele essentiële foerageergebied, zijnde park De Driegang en haar directe omgeving. Bij de herontwikkeling blijft het overgrote deel van het essentiële foerageergebied in park De Driegang onaangetast. Aan de kant van de Purmerringvaart vinden er geen werkzaamheden plaats in of nabij de vliegroute en het essentiële foerageergebied over de Purmerringvaart. Voor de inmiddels gesloopte gebouwen waren geen aanwijzingen dat zich daar één of meerdere verblijfplaatsen van vleermuizen zouden bevinden.
De sloop heeft zodoende geen effect op de vleermuisverblijfplaatsen gehad. Dat zonnepanelen een nadelige werking zullen hebben op de vleermuizen wordt voor onderhavige ontwikkeling niet waarschijnlijk geacht. Het is bekend dat vleermuizen zonneparken eerder zullen mijden in vergelijking met een grasveld2. In dit geval is echter geen sprake van een zonnepark, maar van de bouw van twee gebouwen met op het dak zonnepanelen. Het plaatsen van zonnepanelen op daken is gebruikelijk en levert elders in stedelijk gebied ook geen problemen op met betrekking tot vleermuizen. Voor de herontwikkeling is een ecologisch werkprotocol opgesteld om te voorkomen dat de staat van instandhouding van de vleermuizen in het geding komt. Het werkprotocol, dat door een onafhankelijk ecologisch adviesbureau is beoordeeld, wordt als voorwaarde aan de omgevingsvergunning verbonden. Opmerking c.2: Nader ecologisch onderzoek ontbreekt Opmerking gemaakt door reclamant(en): 1 Het onderzoek van Regelink Ecologie en Landschap biedt onvoldoende zekerheid dat de plannen niet in strijd zijn met wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Zonder nader onderzoek kunnen de plannen niet worden vastgesteld en zijn deze in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.