B-najaarsrapportage-2022-Purmerend-(aangepast)
Tekst van het document
Periode 1 januari - 30 september Periode 1 januari - 30 september
Najaarsrapportage 2022 Purmerend
Inhoudsopgave 1 Inleiding
3
2 Samenvatting en financieel resultaat
7
3 Corona/Covid-19 en Oekraïne
14
4 De Programma's
20
5 Financiële overzichten
37
a. Algemene dekkingsmiddelen, overhead, onvoorzien
38
en VPB b. Resultaatbestemming en reservemutaties
Bijlage (structurele) effecten 2023-2026 Najaarsrapportage
2
47
52
1 Inleiding
3
Inleiding Voor u ligt de Najaarsrapportage. Met deze rapportage legt het college van B&W tussentijds verantwoording af aan de raad over de vorderingen die zijn gemaakt in het realiseren van de doelen zoals opgenomen in de programmabegroting 2022, en de inzet van middelen hiervoor. In deze Najaarsrapportage gaan wij in op de stand van zaken per programma en welke afwijkingen wij verwachten voor 2022. Verder geven wij inzicht in de stand van zaken van de uitvoering van investeringsprojecten, de grondexploitaties, corona effecten, opvang vluchtelingen uit Oekraïne en de bedrijfsvoering van de gemeente Purmerend.
Algemeen beeld Ongeplande opgaven vragen veel capaciteit Op het maatschappelijk terrein zien we de afgelopen jaren veel ontwikkelingen die onze inzet -misschien wel meer dan ooit- vragen. Ouderen die langer thuis (moeten) wonen met de nodige thuiszorg, jongeren die geen woning kunnen vinden, spanningen in gezinssituaties, krapte op de arbeidsmarkt, druk op de zorg, mensen die het financieel niet meer redden, de enorme woonopgave etc. We hadden het al druk door alle opgaven die de afgelopen jaren op ons af zijn gekomen. En toen kwam 2022; een ongewoon jaar. Aan het begin van het jaar was Nederland nog in lockdown. De coronapandemie en alle maatregelen hebben het nodige effect gehad op onze samenleving. Terwijl in maart de laatste maatregelen zijn vervallen en de samenleving weer werd heropend, viel op 24 februari Rusland Oekraïne binnen. Veel Oekraïners hebben in de periode daarna hun land noodgedwongen moeten verlaten en er is een groot beroep gedaan op gemeenten om de Oekraïners van opvang te voorzien. Later in het jaar hebben wij extra geïnvesteerd om de gevolgen van bijvoorbeeld de energieprijsstijgingen te dempen en is extra inzet nodig geweest om statushouders op te vangen tijdens de huidige asielcrisis. De gemeente is dit jaar met veel extra opgaven geconfronteerd die we niet konden voorzien. Dat heeft het nodige gevraagd van de organisatie.
Onze organisatie heeft zich flexibel getoond en gedaan wat nodig is. We zijn trots op iedereen die daaraan heeft mee gewerkt en op wat we met elkaar in korte tijd hebben weten te realiseren. Wel heeft dit alles impact gehad op de reguliere taken. De druk op het ambtenarenapparaat is groot, waardoor we prioriteiten hebben moeten stellen in wat we wel en niet doen. Vanwege de krapte op de arbeidsmarkt is dit ook niet zomaar op te lossen. We stellen daarom in deze Najaarsrapportage voor om een aantal budgetten van 2022 naar 2023 over te hevelen. Ook dat is spannend omdat we voor 2023 óók een ambitieuze opgave hebben. Maar we blijven ons met veel enthousiasme inzetten. Resultaat op hoofdlijnen De Najaarsrapportage sluit met een ruim positief saldo van € 6,6 miljoen. Daardoor stijgt de begrotingsruimte naar bijna € 12,1 miljoen. Dit komt grotendeels door de nodige overhevelingen (€ 3,3 miljoen) en de extra ontvangen middelen vanuit het Rijk in de mei- en septembercirculaire (€ 7,1 miljoen). Ook voor de gemeente nemen de kosten door de (hoge) inflatie toe. Hiervoor is budget beschikbaar in de stelpost loon- en prijsontwikkeling, maar de invulling van deze post wordt
4
meegenomen in de begrotingswijziging 2023 bij de Kadernota 2024. Het structurele beeld in de Programmabegroting 2023 blijft hetzelfde. Investeringsopgave Bij het opmaken van de Najaarsrapportage is circa € 15 miljoen aan investeringsuitgaven gedaan. Dit bedrag blijft fors achter op de beoogde investeringsopgave van € 87 miljoen. Onder andere door onderbestedingen van begrote investeringen voor het integraal huisvestingsplan (€33 miljoen), tijdelijke woningen (€ 7 miljoen), wegen / bruggen / riolering (€ 14 miljoen) en parkeergarage (€ 7 miljoen). Dit zien we ook terug in de schuldontwikkeling. De geraamde financieringsbehoefte dit jaar betrof afgerond € 69 miljoen, maar tot op heden is er nog geen nieuwe langlopende lening afgesloten en dit zal mogelijk dit jaar ook niet meer gebeuren. We hebben veel bereikt op grote projecten, maar waar we ook mee te maken hebben, zijn de ontwikkelingen zoals de interne capaciteit, de capaciteit van aannemers en schaarste van materiaal. Dit beïnvloedt de fasering. Gezien deze ontwikkelingen moeten we anders gaan plannen. Daar wordt op dit moment aan gewerkt. In de afgesproken financiële update van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) waarover u in november wordt geïnformeerd, wordt de fasering realistischer ingepland.
We werken er ook aan om de investeringen die nodig zijn om gebiedsontwikkelingen te realiseren (zoals wegen en riolering) voor de komende jaren te plannen op een manier die meer aansluit bij de huidige situatie. Die herfasering heeft consequenties omdat de prijsstijgingen invloed hebben op de voorgenomen investeringen. Voor een aantal investeringen, zoals tractiemiddelen (voertuigen, werkmateriaal en gereedschappen), de parkeergarage en de nieuwbouw Da Vinci, worden in deze Najaarsrapportage indexeringsvoorstellen aan u voorgelegd. Grondexploitaties-vennootschapsbelasting Het jaar 2022 geeft voor wat de grondverkopen betreft nog een positief beeld. De prognose is dat er voor circa € 17 miljoen aan grondverkopen plaatsvindt. Een groot deel van dit bedrag is afkomstig van 1 transactie. Voor de gemeentelijke grondexploitaties als geheel is een relatief onzekere tijd aangebroken. De bouw- en materiaalkosten stijgen snel en dat maakt de kosten voor het bouw- en woonrijp maken van kavels en ook voor de te ontwikkelen bebouwing onzeker. Offertes worden in sommige gevallen als dagprijzen opgesteld, waar een langere termijn gebruikelijk was. Het geeft aan hoe snel de wereld / economie om ons heen verandert en dat maakt plannen lastiger. Ook het tempo van de grootste grondexploitatie, de Baanstee-Noord, komt onder druk te staan.
Dat heeft met name te maken met beperkingen op het elektriciteitsnetwerk. Nieuwe bedrijven kunnen voorlopig geen stroomaansluiting krijgen. Door de gemeente wordt er actief gestuurd om dit probleem zo snel mogelijk op te lossen. Het is echter denkbaar dat het achterblijven van de uitbreiding van het stroomnet enkele jaren vertraging in de gronduitgifte gaat betekenen. De grondexploitatie Baanstee-Noord is de belangrijkste voedingsbron voor de reserve gronden en kan daardoor minder dekking geven aan nieuwe gebiedsinitiatieven. De meest actuele inzichten in de actualisatie van de grondexploitatie worden per 1 januari 2023 verwerkt. Aangezien de grondexploitaties van Purmerend en die van de Beemster Compagnie in 2022 een positief beeld geven, is er sprake van een aanzienlijke last vennootschapsbelasting in de jaarrekening. Deze is in de Najaarsrapportage opgenomen.
5
Begrotingswijzigingen bij de Najaarsrapportage Bij de Najaarsrapportage wordt de vijfde begrotingswijziging 2022 aan de raad voorgelegd (de eerste is besloten bij de Programmabegroting 2022, de tweede bij de Uitbreiding van De Vlieger, de derde bij de Inrichting locatie Waterlandlaan 252 en de vierde bij de Kadernota 2023). De bijstellingen die een effect hebben op 2023 en verder worden meegenomen als 2e wijziging op de programmabegroting 2023. Op deze manier wordt 2023 gestart met de meest actuele stand van de budgetten.
Leeswijzer • In hoofdstuk 2 wordt een samenvatting gegeven van de veranderingen van alle programma’s die leiden tot een toe- of afname van de begrotingsruimte. • In hoofdstuk 3 zijn net als de voorgaande twee jaren de coronamaatregelen van het college, overige corona-effecten en de compensatie vanuit het Rijk opgenomen. Aan dit hoofdstuk zijn dit jaar ook de financiën van de opvang van Oekraïense vluchtelingen toegevoegd. • In hoofdstuk 4 is een totaaloverzicht opgenomen van de veranderingen op de programma’s en de beleidsvelden. De stand tot en met de Kadernota 2023 (jaarschijf 2022) is weergegeven. Als de afwijkingen meer dan € 100.000 per programma en beleidsveld, of een toezegging in een eerdere berichtgeving, betreffen dan worden deze toegelicht. Risico’s worden apart benoemd als er nieuwe ontwikkelingen zijn. • In hoofdstuk 5 zijn de financiële overzichten weergegeven. Deze bestaan uit de ontwikkeling van de algemene dekkingsmiddelen, de overhead, onvoorzien en de vennootschapsbelasting (VBP). Ook wordt het resultaat en het verloop van de reserves verder toegelicht. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen veranderingen in de bestemmingsreserves en de algemene reserve. In de tabellen kunnen afrondingsverschillen zichtbaar zijn tussen de som van de afzonderlijke producten en het gehele programma.
6
2 Samenvatting en financieel resultaat
7
Samenvatting In onderstaande tabel staan alle bijstellingen ten opzichte van de Programmabegroting 2022. In de hoofdstukken die hierop volgen wordt verder ingegaan op wat dit betekent voor de programma’s en de financiële overzichten. ( bedragen x € 1.000)
Primitieve begroting 2022
Mutaties Bijgestelde Kadernota 2023 begroting 2022 (incl. 1e (wijziging 1 t/m 4) wijziging)
Mutaties Najaarsrapportage
Bijgestelde begroting 2022 (wijziging 1 t/m 5)
De programma's: PGR01 Publieksdiensten
-3.496
-102
-3.598
-121
-3.719
-119.641
-15.384
-135.025
3.219
-131.805
PGR03 Wonen
-97
-144
-242
-41
-282
PGR04 Milieu
-1.225
-1.761
-2.986
2.178
-809
-814
44
-770
-89
-859
PGR06 Beheer openbare ruimte
-18.365
-379
-18.744
-1.223
-19.967
PGR07 Ruimtelijke ordening
-2.495
583
-1.912
-2.024
-3.936
PGR08 Veiligheid
-9.747
-262
-10.009
-46
-10.056
PGR09 Economie
-1.204
0
-1.204
-62
-1.266
PGR10 Bestuur & concern
-5.372
-373
-5.745
-207
-5.952
Subtotaal programma's
-162.458
-17.778
-180.236
1.584
-178.652
Algemene dekkingsmiddelen
190.203
5.008
195.211
21.529
216.740
Overhead, Vpb en onvoorzien
-25.931
-538
-26.470
-1.998
-28.468
Subtotaal financiële overzichten
164.272
4.470
168.741
19.530
188.272
78
-78
-
-
-
Bestemmingsreserves
4.930
2.523
7.452
-7.037
415
Algemene reserve
-1.635
11.200
9.565
-7.526
2.039
Subtotaal reserves
3.373
13.645
17.017
-14.563
2.454
Totaal financieel resultaat Najaarsrapportage 2022
5.186
337
5.523
6.551
12.074
PGR02 Samenleving
PGR05 Bereikbaarheid
Financiële overzichten:
Resultaatbestemming en reservemutaties: Egalisatiereserves
Voordelig
Voordelig
Voordelig
Voordelig
In de primitieve begroting 2022 was er sprake van een positief begrotingsbeeld van bijna € 5,2 miljoen door met name de extra middelen vanuit jeugdzorg. Het begrotingssaldo steeg na de Kadernota 2023 beperkt, maar na deze Najaarsrapportage verbetert het positieve beeld aanzienlijk: het resultaat stijgt met afgerond € 6,6 miljoen naar bijna € 12,1 miljoen. De grootste wijzigingen worden hieronder toegelicht.
8
Voordelig
• De mei- en septembercirculaire pakt incidenteel € 7,1 miljoen voordelig uit voor de gemeente in 2022. Dit voordeel wordt met name veroorzaakt door een stijging van het volume-accres doordat het kabinet Rutte IV meer gaat uitgeven (o.a. hogere inflatie, hogere defensie uitgaven, hogere kosten van opvang vluchtelingen, inkomstenbelasting box 3) en daarnaast een hogere loon- en prijsontwikkeling (€ 5,1 miljoen). Verder zien we een extra voorschot op lagere besteding van het Btw-compensatiefonds 2022 en een afrekening op het BCF-plafond 2021 (€ 2 miljoen). • Het doorschuiven van werkzaamheden inclusief budgetten van 2022 naar 2023 bedraagt € 3,3 miljoen in 2022. Dit zijn vooral overhevelingen van de middelen naar 2023 voor het maatregelenpakket a.g.v. van de economische crisis voor de bijzondere bijstand, extra tijdelijke woonplekken met begeleiding voor dak- en thuislozen en vertraging in de bouw van de school Da Vinci College. • In het sociaal domein zijn de extra uitgaven en lagere inkomsten op gebied van jeugd en de gebundelde uitkering (bijstand), tezamen goed voor een nadeel van € 2,2 miljoen. Bij jeugd (€ 1,1 miljoen) zien we een daling van het aantal jeugdigen, terwijl de kosten van de gespecialiseerde jeugdhulp stijgen.
Een wijziging in de rekenmethode (van historisch naar objectief) bij de fusie tussen Beemster en Purmerend en de definitieve vaststelling van de Rijksbijdrage 2022 geven een behoorlijke daling in het budget voor de gebundelde uitkering (BUIG). De gevolgen daarvan zijn al verwerkt in de begroting 2023. Met de coronacrisis achter de rug was de verwachting dat het aantal uitkeringen zou toenemen. Mede door de krapte op de arbeidsmarkt zien we een tegenovergestelde beweging; mensen vinden over het algemeen sneller een baan en het aantal uitkeringen neemt juist af. De hogere kosten op jeugd hebben een structureel karakter. • Met ingang van 2017 is Purmerend vennootschapsbelastingplichtig. Voor 2021 en 2022 is een prognose opgesteld van de mogelijke VPB-lasten. Voor 2022 wordt winst uit de grondexploitaties verwacht en krijgen we te maken met een hogere belastbare winst. Hier moet vennootschapsbelasting over worden afgedragen. Vanuit de jaarrekening 2021 (aangifte 2017 tot en met 2020) en de inschatting 2021 en 2022 dient er dan ook € 1.855.000 incidenteel te worden bijgeraamd. Een bedrag van € 255.000 kan worden gedekt uit de bestemmingsreserve gronden. De winstneming wordt bij de jaarrekening bekeken. • Nu de meeste coronamaatregelen niet meer gelden en Nederland weer open is, zijn er nog steeds sectoren die te maken hebben met de gevolgen van de coronacrisis.
Om dit herstel te bevorderen heeft het college voor maatschappelijke instellingen een extra sociaal steunpakket beschikbaar gesteld voor de periode 2022-2026 en is voor de ondernemers de precario kwijtgescholden voor het 1e halfjaar 2022. Het gaat hier om een totaalpakket van € 0,8 miljoen (inclusief compensatie).
9
Financieel resultaat Onderstaande tabel geeft aan uit welke onderdelen het financieel resultaat over 2022 is samengesteld. Het gaat om bedragen x € 1.000, waarbij een '+' staat voor voordelig en een '-' voor nadelig. Een nadere toelichting op deze (en alle overige) bijstellingen is te vinden in hoofdstuk 4 bij de financiële afwijkingen per programma en beleidsvelden. Saldo primitieve begroting 2022 (besluit 1555341)
5.186
1e wijziging op de primitieve begroting 2022 (besluit 1559156)
887
Kadernota 2023 (besluit 1566760)
-550
Saldo na bijstelling begroting 2022 (wijzigingen 1 t/m 4)
5.523
Voorgestelde bijstellingen Najaarsrapportage 2022:
Programma
Achterstallige pensioenverplichting Stichting NKT Theaterschool
02. Samenleving
-115
Actualisatie jeugdbudget
02. Samenleving
-1.080
Prognose leerlingenvervoer open-einde-regeling
02. Samenleving
-100
Actualisatie budgetten werk en inkomen (BUIG en Werkom)
02. Samenleving
-1.148
Verschuiving budget tijdelijke huisvesting de Vlieger
02. Samenleving
-250
Actualisatie budgetten maatschappelijke opvang (beschermd wonen en Blokhuisgelden)
02. Samenleving
600
Budgetten beheer openbare ruimte (bestrijding invasieve soorten, droogte/ watergeven en afvoer gronddepot)
06. Beheer openbare ruimte
-260
Hogere beheer en onderhoudskosten wegen en kunstwerken
06. Beheer openbare ruimte
-193
Actualisatie huren vastgoed
07. Ruimtelijke ordening
-169
Aanpassing voorziening Meerjarige onderhoudsplannen (MJOP) gemeentelijke gebouwen
07. Ruimtelijke ordening
-821
Vrijval deel fusiebudget 2022
10. Bestuur en concern
250
Actualisatie deelnemingen
Algemene dekkingsmiddelen
227
Actualisatie eigen financieringsmiddelen
Algemene dekkingsmiddelen
585
Ontwikkeling gemeentefonds (mei/septembercirculaire 2022, brieven1570826/1578554)
Algemene dekkingsmiddelen
7.122
Heffing vennootschapsbelasting (VPB)
Vennootschapsbelasting
-1.600
Coronamaatregelen: Rijkscompensatie
Diverse programma's
381
Coronamaatregelen: via de programma's/beleidsvelden
Diverse programma's
-1.145
Overheveling programmabudgetten
Diverse programma's
3.260
Actualisatie kapitaallasten kredieten incl. activeringsgrens < € 50.000
Diverse programma's
446
Actualisatie lonen en salarissen inclusief pensioenen
Diverse programma's
923
Diverse afwijkingen kleiner dan € 100.000
Diverse programma's
-361
Totaal voorgestelde bijstellingen Najaarsrapportage 2022:
6.551
Prognose rekeningsaldo 2022 (wijzingen 1 t/m 5)
12.074
10
Overige begrotingsaspecten Najaarsrapportage Vacatureruimte en kosten inhuur derden De beschikbare vacatureruimte met daaraan toegevoegd het in de begroting opgenomen inhuurbudget dient als dekking voor de kosten van inhuur van personeel. De kosten van inhuur bedragen t/m september 2022 € 8,8 miljoen. Daarnaast zijn er t/m september (voor heel 2022) verplichtingen aangegaan voor een bedrag van ruim € 4,2 miljoen. Totaal € 13,0 miljoen. Dit bedrag kan nog hoger uitvallen als er nieuwe inhuur nodig blijkt. Ter vergelijking, in 2021 is € 11,5 miljoen aan inhuurkosten verantwoord. De hogere inhuurkosten worden deels veroorzaakt door inhuur in verband met Oekraïne. Deze worden gedekt door een Rijksbijdrage. We verwachten dat de inhuurkosten binnen de bestaande budgetten kunnen worden opgevangen. Investeringsschema 2022 In de financiële verordening (artikel 5, lid 3) staat dat afwijkingen vanaf 5%, met een minimum van € 10.000, op investeringskredieten tot € 2 miljoen moeten worden toegelicht. Bij overschrijdingen op investeringskredieten vanaf € 2 miljoen geldt dat afwijkingen groter dan € 100.000 worden toegelicht. Daarnaast moet een aanvullende kredietaanvraag aan de raad ter goedkeuring worden voorgelegd.
Hieronder vindt u de kredieten terug die worden overschreden en/of onvermijdelijk zijn in de bedrijfsvoering en waar instemming op wordt gevraagd: • Prijsverhogingen op tractiemiddelen € 121.000: haakarmwagen en een tweetal kraankippers. • Prijsverhoging nieuwbouw basisschool de Wheermolen door plaatsen tijdelijke noodstroomvoorziening € 165.000. • Prijsverhoging nieuwbouw Da Vinci College vanwege indexering en begeleidingskosten € 3.372.564. • Prijsverhoging aanleg 02 velden VV ZOB en wijziging in het lichtplan € 30.368. • Uitvoeren ICT-werkzaamheden uit 2021 vertraagd in verband met de harmonisatie van de fusie € 525.000. • Opruimen puinresten voormalige sporthal Beukenkamp € 90.000. • Extra inzet ambtelijke organisatie inzake voorbereidingskrediet Karekietpark € 30.000. • Voor de parkeergarage stadhuisplein moet het bestaande parkeer route informatiesysteem (PRIS) uitgebreid worden en is er sprake van een prijsverhoging en extra juridische kosten € 1.115.029. We hebben aan de hand van de jaarrekening 2021 het investeringsschema voor 2022 geactualiseerd. Een deel van de geplande investeringen in 2022 is helemaal niet of ten dele niet gerealiseerd. Deze investeringen worden doorgeschoven naar volgende boekja(a)r(en). Dat houdt in dat de investering niet wordt afgesloten in 2022 en dat er in 2023 nog niet wordt gestart met afschrijven op de investering.
Dat heeft jaarlijks een positief gevolg op onze begroting. In 2022 bedraagt dit ruim € 1 miljoen. Het is van belang om het investeringsschema te actualiseren en beter te faseren, zodat we een stabieler beeld krijgen van de solvabiliteit. Zie hiervoor ook de inleiding van de Najaarsrapportage. In artikel 9, lid 5 van de financiële verordening staat dat materiële vaste activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 50.000 niet worden geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Met de harmonisatie van de fusie tussen Beemster en Purmerend is een aantal kredieten komen te vervallen en/of overgeheveld naar de exploitatie. Voor 2022 geeft dit een nadelig effect
11
van € 0,6 miljoen. Tegenover dit eenmalige nadeel in 2022 staat meerjarig een vrijval van de kapitaallasten (rente en afschrijving). Zoals in de inleiding aangegeven hebben we te maken met een grote onzekerheid rondom prijsstijgingen. De coronacrisis en de energieprijzen hebben een groot effect op de economie om ons heen. Dat is de afgelopen maanden door de oorlog in Oekraïne alleen maar erger geworden. Naast de prijsstijgingen zijn er ook onzekerheden over de beschikbaarheid van grondstoffen en (deel)producten. Voor bouwmaterialen zien we dit nu al bij de beschikbaarheid van hout, maar we verwachten ook dat er minder staal in de toekomst beschikbaar is. Dat leidt tot hogere prijzen. Ook zien we dat er krapte op de arbeidsmarkt is voor vaktechnisch personeel. Dat leidt tot hogere kosten en minder beschikbaarheid om projecten binnen de gestelde termijn af te ronden. Bij aanbestedingen zien we dat de offertes en prijzen steeds vaker maar een dag geldig zijn. Dat doen leveranciers om het risico van de prijsstijgingen niet zelf te dragen en bij de gemeente neer te leggen. Wel is er met de stelpost loon- en prijsontwikkeling rekening gehouden met prijsstijging van grondstoffen, personeel en (deel)producten. De kostenstijgingen hebben de nodige gevolgen voor de gemeente en de uitvoering. Het investeringsbudget is taakstellend en totdat de raad anders besluit moeten de stijgende kosten worden opgevangen.
Dat kan o.a. worden gedaan door opnieuw te prioriteren of mogelijk de kwaliteit te verlagen. De onzekerheid over de beschikbaarheid van bouwmateriaal en personeel beperkt de gemeente in de uitvoering. Het is denkbaar dat we onze ambities voor nieuwbouw en beheer niet volgens de planning kunnen realiseren en we opnieuw moeten faseren. Concreet zien we deze kostenstijging nu bijvoorbeeld terug bij de vertraging van het het nieuw te bouwen Da Vinci College. Dit alles betekent dat we richting de Kadernota 2024 nauwgezet het investeringsschema (met name het IHP) bekijken. Overheveling programmabudget en resterende bestedingen reserves We hebben keuzes moeten maken. Voor de uitvoeringsplannen betekent dit dat een aantal activiteiten niet (geheel) is uitgevoerd in 2022. Dat komt mede door de vaak omvangrijke nieuwe taken (zoals de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne), krapte op de arbeidsmarkt en de capaciteit van de organisatie in combinatie met het ambitieuze programma van een groeigemeente. Naast de overheveling van reguliere exploitatiebudgetten geldt dit ook voor uitgaven die ten laste van de reserves zijn geraamd. Hiervoor wordt in het raadsbesluit expliciet instemming gevraagd om deze budgetten over te hevelen naar volgende begrotingsja(a)ren. Voorstellen voor budgetoverheveling zijn getoetst aan de volgende criteria: • Beleidsinhoudelijke noodzaak.
• Inbedding in de werkplanning/jaarplan van het nieuwe ja(a)ren. • Effect op de voortgang/uitvoering van de reguliere werkzaamheden/activiteiten. • De overheveling heeft betrekking op incidentele budgetten. In hoofdstuk 4 bij de programma's en in hoofdstuk 5 bij het onderdeel resultaatbestemming en reservemutaties worden de overhevelingen van budgetten nader toegelicht.
12
(Structurele) effecten 2023-2026 Najaarsrapportage In de inleiding is aangegeven dat het structurele financiële beeld, zoals dit in de Programmabegroting 2023 is opgenomen, niet veranderd. Wel zijn er in de begrotingswijziging 2023 bij deze Najaarsrapportage bijstellingen meegenomen die een effect hebben op 2023 en verder. Deze zijn voor u toegelicht in de bijlage. De belangrijkste zijn: • Doorschuiven budgetten van 2022 naar 2023 (€ 3,26 miljoen). • Doorschuiven budgetten duurzaamheid en gasvrij van 2022 naar 2023 via de reserve duurzaamheid (€ 2,597 miljoen). • Kapitaallasten ophogen kredieten ICT, Da Vinci College en Parkeergarage met dekking uit reserves en stelposten. • Reserveren middelen loon- en prijsontwikkelingen septembercirculaire gemeentefonds op stelpost voor Kadernota 2024 (2023: € 1,78 miljoen). • Invulling stelposten ambtelijke fusie, organisatieontwikkeling en verbetering dienstverlening. • Diverse kleinere ontwikkelingen. Per saldo is de begrotingsruimte 2023 na verwerking bovenstaande bijstellingen: € 22.995 voordelig. Het meerjarenbeeld is nagenoeg gelijk aan het beeld na de 1e wijziging van de primitieve begroting 2023. De budgetoverheveling van 2022 naar 2023 kan dus volledig uit de begrotingsruimte worden bekostigd zonder een beroep op de algemene reserve te doen.
In het besluit wordt gevraagd om in te stemmen met de (structurele) effecten voor het meerjarenbeeld 2023-2026 en deze als 2e wijziging op de primitieve begroting 2023 te verwerken. Tabel financieel beeld begroting 2023-2026 na 2e wijziging primitieve begroting 2023 Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
Stand primitieve Begroting 2023 (raadsbesluit 1574029)
13.169
13.629
16.058
40
1e wijziging op de primitieve begroting (raadsbesluit 1574029)
-9.989
-10.213
-11.884
214
2e wijziging op de primitieve begroting 2023: Najaarsrapportage 2022
-3.157
-25
43
12
23
3.391
4.217
265
Stand na 2e wijziging op de primitieve begroting 2023
2026
Voordelig Voordelig Voordelig Voordelig
13
3 Corona/Covid-19 en Oekraïne
14
Corona/Covid-19 Algemeen We moeten rekening houden met de onzekere tijden die voor ons liggen. Het coronavirus lijkt nu onder controle, maar het is niet te voorspellen hoe dit het najaar zal zijn. Op dit moment lopen de besmettingen langzaam weer op. Het uitgangspunt van de langetermijnstrategie voor corona is de samenleving zo open en veilig als mogelijk houden. Om dit te kunnen doen heeft het kabinet een basisparaatheid voor vaccineren, monitoren, testen en traceren. Ook wordt een juridisch instrumentarium voorbereid om maatregelen, zoals afstand houden, te kunnen treffen als dat nodig is. Het Rijk legt een nadrukkelijke rol weg voor verschillende sectoren, maatschappelijke doelgroepen en de samenleving zelf. Preventief kunnen we al veel doen met elkaar. We zien in diverse sectoren dat plannen worden opgesteld over hoe zij omgaan mocht het coronavirus beginnen aan een opmars. Als we toch weer maatregelen moeten treffen die leiden tot extra kosten, dan vindt er overleg plaats over compensatie van die kosten tussen het Rijk en de gemeenten. Effecten en compensatie coronacrisis a. Stimuleringsmaatregelen vanuit het college en overige effecten door landelijke maatregelen Corona heeft de economie en de samenleving geraakt. Veel organisaties hebben beperkt bezoekers gehad terwijl die vaak nodig zijn om draaiende te blijven.
Het college heeft aanvullend op de maatregelen vanuit het Rijk door corona stimuleringsmaatregelen moeten nemen om de gevolgen te verzachten (in de tabel hieronder soort A). In onderstaande tabel zijn de financiële maatregelen die we hebben genomen om inwoners, ondernemers en instellingen te ondersteunen. Hierover bent u door het college in het tussentijdse corona-actualiteiten overzicht geïnformeerd. We ondersteunen de culturele en creatieve sector met een extra sociaal steunpakket voor de jaren 2022 – 2026. In hoofdstuk 4 lichten we deze maatregelen verder toe. Naast de stimuleringsmaatregelen door het college zijn er effecten die direct gerelateerd kunnen worden aan de landelijke maatregelen vanwege de coronacrisis en de anderhalvemeter samenleving (in de tabel hieronder soort B). Onderstaande tabellen zijn in tegenstelling tot de tabellen in overige hoofdstukken in hele euro's. Onderwerp
Programma
Sociaal steunpakket 1e/2e tranche maatschappelijk veld
02. Samenleving
Opbrengsten evenemententerrein GGD Huuropbrengsten
02. Samenleving
Kwijtschelding huren Spurd en horecapachters
02. Samenleving
Bijdrage IntergemeentelijkTeam (IGT)
10. Bestuur en concern
Kwijtschelding precario
AD/Economie
Onttrekking algemene reserve najaarsrapportage 2022
Najaarsrapportage
Periode
Soort
Lasten / Baten
723.573
2022-2026
A
Hogere uitgave
-141.014
2022
B
Hogere inkomst
310.341
2021
B
Hogere uitgave
180.000
2022
B
Hogere uitgave
72.000
Q2 2022
A
Lagere inkomst
1.144.900
Van deze maatregelen is € 1.144.900 bij de Najaarsrapportage verwerkt.
15
b. Compensatie corona vanuit het Rijk Het Rijk heeft aan de gemeente extra gelden gegeven om de kosten van corona te compenseren. Het gaat om eenmalige bedragen. Het kabinet heeft in de mei- en septembercirulaire compensatie verstrekt via het gemeentefonds voor een bijdrage in het exploitatietekort van SW-bedrijven en handhaving op de quarantainemaatregelen (totaal € 34.255). Al eerder was er compensatie verstrekt in de decembercirculaire 2021 voor re-integratie, bijzondere bijstand en het gemeentelijke schuldenbeleid (€ 392.070). In hoofdstuk 5 (onder algemene dekkingsmiddelen), vindt u in de tabel per onderwerp en programma de compensatie die Purmerend heeft ontvangen vanuit het gemeentefonds. Voor Purmerend bedraagt de (voorlopige) compensatie voor 2022 € 426.325. Aanvullend is er voor de sportsector in Purmerend een verzoek om extra steun ingediend bij het Rijk (de Rijksregeling SPUK IJZ) om de huren van het Leeghwaterbad, sportaccommodaties, sportzalen, sportparken en horecapachten van 2021 (€ 346.249) kwijt te schelden. Ook ligt er een aanvraag voor het sociaal steunpakket bij de provincie voor een bijdrage vanuit het Provinciaal noodfonds. Hiervoor is nog geen toezegging ontvangen. Van deze compensatie is € 380.504 bij de Najaarsrapportage verwerkt. Compensatie (in €)
1e wijziging begroting 2022
Najaars rapportage
Totaal
a. via het Rijk: - Gemeentefonds (besluit 1559156: decembercirculaire 2021)
392.070
-
392.070
- Gemeentefonds (mei/septembercirculaire 2022)
-
34.255
34.255
- Rijksregeling Spuk IJZ (Najaarsrapportage 2022)
-
346.249
346.249
b. via de Provincie: - Provinciaal noodfonds (onderdeel steunpakket maatschappelijk veld) Totaal (voorlopig) gecompenseerd Rijk/Provincie in 2022 via algemene reserve
-
pm
-
392.070
380.504
772.574
In totaliteit wordt aan hogere kosten en lagere inkomsten in de begroting een nadeel van € 1,14 miljoen verwacht. Dit bedrag kan niet geheel worden opgevangen vanuit de compensatie vanuit het Rijk en de Provincie. Deze is namelijk € 0,77 miljoen. Deze mutaties lopen via de algemene reserve. Overigens vindt er nog compensatie plaats vanuit het gemeentefonds voor 2021 inzake de afrekening inkomstenderving en de gemaakte meerkosten bij de Wmo en jeugdwet.
Ontwikkelingen Oekraïne Inleiding Door de oorlog in Oekraïne zijn veel mensen het land ontvlucht. Een deel van hen is ook in Nederland terecht gekomen. Wij leveren als gemeente onze bijdrage in de landelijke opgave van de opvang van deze vluchtelingen. De eerste vluchtelingen vanuit Oekraïne zijn begin maart 2022 opgevangen. Vanuit Purmerend is hard gewerkt om deze opvang in korte tijd mogelijk te maken. Dit is niet alleen van de grond gekomen door inzet van ambtenaren, maar samen met tal van maatschappelijke partners, inwoners en bedrijven. Naast de opvang in diverse gemeentelijke opvanglocaties hebben vele gastgezinnen onderdak geboden. 16
Het Rijk heeft toegezegd dat het deze kosten vergoedt. Bij aanvang was er echter nog geen financiële regeling. De gemeenteraad heeft bij de Kadernota 2023 daarom besloten dat, deze kosten voorlopig opgevangen zullen worden uit de algemene reserve (€ 8.000.000). Dit in afwachting van een financiële regeling door het Rijk. De inzet van de algemene reserve is later teruggedraaid. Het Rijk vergoedt de gemeentelijke kosten voor de opvang van vluchtelingen voor zowel de gemeentelijke als particuliere opvang op basis van een specifieke uitkering (SPUK). Situatie Purmerend De eerste vluchtelingen vanuit Oekraïne zijn begin maart 2022 opgevangen. In de loop der maanden hebben we stapsgewijs de capaciteit opgebouwd. In onderstaande tabel is een overzicht van het aantal opgenomen. Opvanglocatie
Aantal opvangplekken
Voormalig gemeentehuis Middenbeemster
75
BurgGolf hotel
225
Intermaris woningen
75
Tijdelijke woningen Verzetslaan
80
Van Ijssendijkstraat (vanaf 2023)
60
Totalen
515
Financieel beeld In onderstaande tabel zijn de kosten en compensatie voor de opvang in 2022 weergegeven. De inkomsten bestaan uit een bijdrage vanuit het Rijk via een speciale uitkering (SPUK) bestaande uit een normbedrag van € 100 (vanaf 15 oktober € 83) per dag per gerealiseerde opvangplek en de kosten voor de transitie van een opvanglocatie. € x 1.000
Baten
a. Bijdrage Rijk via verstrekking specifieke uitkering
Lasten
9.000
-
b1. Transitiekosten
-
2.336
b2. Kosten vanuit het normbedrag (verstrekkingen)
-
6.664
9.000
9.000
Totaal
Toelichting op de tabel a. De inkomsten bestaan uit een bijdrage vanuit het Rijk via een SPUK. Deze bijdrage geldt zowel voor de transitie van de locaties en voor de vergoeding (waaronder de uitvoeringskosten) voor verstrekking aan de ontheemde uit de Oekraïne. Purmerend ontvangt ter bekostiging van de kosten voor de verstrekking aan de ontheemden uit de Oekraïne een normbedrag van minimaal € 100 (vanaf 15 oktober € 83) per dag per gerealiseerde opvangplek. Uit dit normbedrag moeten zowel de verstrekkingen als de uitvoeringskosten worden betaald.
17
b1. De transitiekosten voor het realiseren en geschikt maken van een opvanglocatie worden op aanvraag en op voorhand beoordeeld. Deze kosten voor transitie, verbouwing en realisatie van gebouwen worden op basis van werkelijke kosten vergoed. b2. De kosten die vallen onder het normbedrag zijn: • Uitvoeren opvang w.o. huurkosten; • Catering op locatie; • Materiële uitgaven: energie, schoonmaak, beveiliging, administratiekosten, inventaris in de opvang en overige (gebruikers-)exploitatiekosten; • Overige uitgaven: tolken inclusief communicatiemiddelen, eenmalige verstrekkingen, bankkosten, uitvoeringskosten ambtelijk apparaat; • Verstrekkingen zoals beschreven in artikel 10 van de Regeling opvang ontheemden uit Oekraïne: leefgeld, voedsel, educatieve en receratieve activiteiten, WA-verzekering en buitengewone kosten. Oekraïne-opvang vraagt veel inzet De opvang van vluchtelingen uit Oekraïne heeft veel inzet gevraagd van de ambtelijke organisatie. Niet alleen voor het maken van de opvanglocaties, maar ook voor het uitvoeren van de (financiële en juridische) regelingen rondom deze vluchtelingen. Daarnaast is er ambtelijke inzet nodig geweest voor het faciliteren van de vluchtelingen in de particuliere opvanglocaties.
Naast het kernteam Oekraïne dat opvanglocaties gereed maakte, moesten ook de leefgeldregelingen, zorgvragen en het verzorgen van onderwijs en bijbehorend vervoer worden uitgevoerd. Bij burgerzaken, communicatie, projecten en vele andere afdelingen is extra inzet nodig gebleken om de opvang goed te kunnen organiseren. Om het ambtelijke apparaat niet teveel te belasten, hebben we mensen ingehuurd, zoals locatiemanagers. En niet te vergeten hebben maatschappelijke partners, inwoners en bedrijfsleven mee geholpen om de opvang mogelijk te maken. De kosten die de organisatie heeft moeten maken voor het opvangen van de vluchtelingen uit Oekraïne vallen onder het normbedrag. In totaliteit schatten we in dat hiervoor een budget van € 1.458.160 afdoende zou moeten zijn. Daarnaast zijn er nog andere tijdelijke regelingen, die hieronder worden toegelicht. Leerlingenvervoer Voor een deel van de Oekraïense kinderen die in onze gemeente gehuisvest worden is ook vervoer nodig. Het Rijk heeft een tegemoetkomen overgemaakt van € 50.167 voor de periode maart-juli 2022 (septembercirculaire 2022). Op basis van de huidige populatie, de tot op heden aangevraagde vergoeding leerlingenvervoer, zien wij nog geen stijging voor 2022. Compensatie voor zorg aan vluchtelingen Oekraïense vluchtelingen hebben recht op sociale en medische voorzieningen zoals maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg.
Ook hebben ze recht op het basistakenpakket jeugdgezondheidszorg en ondersteuning bij zwangerschap. Maar een klein deel van de vluchtelingen doet ook daadwerkelijk een beroep op de gemeente voor deze voorzieningen. Het 18
kabinet heeft besloten om gemeenten voor deze voorzieningen te compenseren voor het jaar 2022. De huidige raming op basis van 75.000 vluchtelingen is € 30,7 miljoen. Ook hier wordt met een normbedrag gewerkt. We verwachten dat het Rijk nog dit jaar (uiterlijk decembercirculaire) de compensatie uitkeert. Onderwijshuisvesting De gemeente is verantwoordelijk voor voldoende en adequate onderwijshuisvesting. Deze vergoeding vindt plaats via een specifieke uitkering, waarbij de gemeenten achteraf gecompenseerd worden voor gerealiseerde kosten. Gemeenten wordt gevraagd de kosten voor te schieten en achteraf op basis van de werkelijke kosten compensatie te krijgen. Daaronder vallen kosten voor inrichting van de lokalen, huur van gymzalen en sportvelden en het plaatsen van noodlokalen. Het is lastig om een inschatting van de gevolgen voor 2023 te maken. Daarvoor zijn er te veel wijzigingen in regelingen, taakstellingen voor gemeenten en in de mogelijkheden die de Oekraïense vluchtelingen zelf krijgen om een bestaan op te bouwen buiten de opvanglocaties en regelingen die er zijn. Hoewel de oorlog nog gaande is en de verwachting dat vluchtelingen op korte termijn terug te keren, blijft het onduidelijk hoe 2023 zal gaan verlopen. Blijvende onzekerheid Niemand weet wat de verdere gevolgen zijn van de oorlog in Oekraïne.
Wel is het zo dat de spelregels vanuit het Rijk voortdurend worden aangepast aan de omstandigheden. De stelregel daarbij is dat gemeenten er niet op achteruit mogen gaan. Aanvullend heeft de oorlog in Oekraïne ook andere indirecte effecten, zoals meer vraag naar zorg binnen de gemeente, onderwijsachterstanden, merkbare effecten op de prijs van energie, gas en benzine en de stijgende prijzen van andere grondstoffen. De gevolgen daarvan voor de begroting en de noodzaak tot bijstellingen zijn nog moeilijk in te schatten.
19
4 De Programma's
20
Inleiding In dit hoofdstuk wordt een totaaloverzicht gegeven van de mutaties op de programma's en beleidsvelden. Hierbij wordt 2022 toegelicht vanuit de stand tot en met de Kadernota 2023. Het kan voorkomen dat er op bepaalde programma's- en beleidsvelden niets wordt toegelicht omdat mutaties kleiner zijn dan € 100.000, of omdat het om reeds genomen raadsbesluiten gaat. In de onderstaande tabel treft u de bijgestelde begroting aan met onder de tabel de toelichting per programma/beleidsveld met daarbij vermeld of dit effect structureel (S) en/of incidenteel (I) van aard is. Lasten na Kadernota 2023 (incl. 1e wijziging)
Baten na Kadernota 2023 (incl. 1e wijziging)
Saldo na Kadernota 2023 (incl. 1e wijziging)
-7.690
4.092
-3.598
-121
-
-121
BV021 Kunst en cultuur
-7.968
1.327
-6.641
-611
131
BV022 Sport en recreatie
-9.418
2.045
-7.373
-693
640
Programma's en beleidsvelden x € 1.000
PGR01 Publieksdiensten
Lasten Baten Totaal Najaars- Najaars- Najaarsrapportage rapportage rapportage
Bijgestelde Bijgesteld Bijgesteldebaten lasten na totaal na na NajaarsNajaarsNajaarsrapportage rapportage rapportage -7.811
4.092
-3.719
-481
-8.579
1.458
-7.121
-53
-10.111
2.685
-7.426
PGR02 Samenleving:
BV023 Wijkmanagement
-1.019
-
-1.019
-89
-
-89
-1.108
-
-1.108
BV024 Jeugd
-36.389
20
-36.369
-1.198
81
-1.117
-37.587
100
-37.486
BV025 Onderwijs
-14.127
2.819
-11.308
1.291
180
1.471
-12.836
2.998
-9.837
BV026 Maatschappelijke ondersteuning
-52.750
2.733
-50.017
-1.340
9.200
7.860
-54.090
11.933
-42.157
BV027 Werk en inkomen
-48.291
25.993
-22.298
-3.275
-1.096
-4.371
-51.567
24.897
-26.670
-382
141
-242
-41
-
-41
-423
141
-282
BV041 Milieu
-13.261
15.496
2.235
-260
353
92
-13.522
15.849
2.327
BV042 Duurzaamheid
-5.248
26
-5.221
2.085
-
2.085
-3.162
26
-3.136
PGR03 Wonen PGR04 Milieu:
PGR05 Bereikbaarheid
-4.136
3.366
-770
155
-243
-89
-3.981
3.122
-859
PGR06 Beheer openbare ruimte
-29.116
10.372
-18.744
-1.223
-
-1.223
-30.339
10.372
-19.967
PGR07 Ruimtelijke ordening
-35.756
33.844
-1.912
-14.449
12.425
-2.024
-50.205
46.269
-3.936
PGR08 Veiligheid
-10.010
1
-10.009
-46
-
-46
-10.057
1
-10.056
PGR09 Economie
-1.823
619
-1.204
-127
66
-62
-1.951
685
-1.266
PGR10 Bestuur & concern
-5.746
1
-5.745
-3.955
3.748
-207
-9.701
3.749
-5.952
-283.129
102.893
-180.236
-23.900
25.484
1.584
-307.029
128.377
-178.652
Totaal programma's
Programma 1 Publieksdienstverlening BV011 Publieksdienstverlening
Lasten
Digitaliseren bodemdossiers en inhuur content medewerker (website) (I) De invoering van de omgevingswet staat nu gepland voor juli 2023. Een gedeelte van de werkzaamheden kan niet voor de invoering worden uitgevoerd. Deze werkzaamheden werden doorgeschoven van 2021 naar 2022.
-120
Omgevingsvisie (I) Voor het 'opstellen Omgevingsvisie’ is er in 2022 een budget beschikbaar van € 100.000. Er is hiervoor een verplichting voor het actualiseren van de nota grondbeleid aangegaan in 2022. Voor het overige budget voor de start van de Omgevingsvisie wordt voorgesteld deze door te schuiven naar 2023.
21
81
Baten
BV011 Publieksdienstverlening
Lasten
Baten
Wet kwaliteitsborging bouwen (S) Voor de noodzakelijke voorbereidingen, die de gemeenten nog moeten treffen tot de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), ontvangen gemeenten in 2022 een bijdrage van € 25 miljoen. Dit is een aanvulling op de € 10 miljoen die eerder in 2021 is verstrekt. Het budget voor Purmerend komt neer op € 105.219 in 2022. Dekking hiervan is opgenomen in de algemene uitkering.
-105
Totaal
-144
Programma 2 Samenleving BV021 Kunst en cultuur
Lasten
Baten
Actualisatie kapitaallasten Purmaryn (I) De kapitaallasten van de Purmaryn zijn geactualiseerd op basis van het MeerjarenInvesteringsprogramma (MIP). Dit zorgt voor lagere lasten in 2022.
76
Bijdrage huur evenementen terrein (I) Voor de huur van het evenementen terrein aan de Purmerenderweg 1a (vaccinatie tent) zijn bijdrages in rekening gebracht bij de GGD. De hogere baten zijn geraamd voor heel 2022. De GGD ontvangt hiervoor een rijksbijdrage.
141
Hybride lesgeven en ondersteunen live streams (I) Binnen het tweede steunpakket COVID-19 voor het lokale culturele veld is geld beschikbaar gesteld voor het investeren in hybride lesgeven en het ondersteunen van live streams. Het is vorig jaar niet gelukt om dit in de coronatijd eenduidig op te pakken. Het beschikbare budget van € 74.000 is bij de jaarstukken 2021 opgenomen in de resultaatbestemming en hiermee doorgeschoven naar 2022. Dekking komt uit de algemene reserve.
-74
Kerkenvisie (I) In 2021 is voor de gemeente Beemster en voor de gemeente Purmerend subsidie van het Rijk ontvangen voor het opstellen van een kerkenvisie voor beide gemeenten. Het beschikbare budget € 50.000 is bij de jaarstukken 2021 opgenomen in de resultaatbestemming en hiermee doorgeschoven naar 2022. In oktober 2022 wordt opdracht gegeven aan een extern adviesbureau. De inventarisatie en het opstellen van kerkenpaspoorten zal in 2022 uitgevoerd worden (fase 1 € 20.000). Op basis van de resultaten in fase 1 komt er in 2023 een vervolg (fase 2 € 30.000). Voorgesteld wordt, voor de afronding van de visie, dit budget naar 2023 door te schuiven.
-20
Pensioenregeling NKT Theaterschool (I) Stichting NKT Theaterschool is geconfronteerd met een verplichte aansluiting bij het pensioenfonds Zorg en Welzijn met als gevolg achterstallige pensioenverplichtingen. Het college heeft besloten het NKT een projectsubsidie te verstrekken van € 115.000 ter financiering van de achterstallige pensioenverplichting.
-115
Steunpakket COVID-19 voor het brede maatschappelijke veld (I) Het steunpakket covid-19 voor het brede maatschappelijke veld (1e en 2e tranche) laat een ophoging van het budget van € 215.000 zien voor diverse instellingen binnen kunst en cultuur. Voorziening MeerJarenOnderhoudsPlan Purmaryn (S)
22
-215
BV021 Kunst en cultuur
Lasten
Baten
Er wordt een bijraming van de bijdrage aan de onderhoudsvoorziening/reserve van de Purmaryn gevraagd vanwege de actualisering van het meerjarenonderhoudsplan 2022-2026.
-285
Totaal
-633
141
Lasten
Baten
BV022 Sport en recreatie Actualisatie kapitaallasten 2022 binnensportaccommodaties (I) De kapitaallasten van de binnensportaccommodaties zijn geactualiseerd op basis van het MeerjarenInvesteringsProgramma (MIP). Dit zorgt voor lagere lasten in 2022.
106
Actualisatie kapitaallasten 2022 buitensportaccommodaties (I) De kapitaallasten van de buitensportaccommodaties zijn geactualiseerd op basis van het MeerjarenInvesteringsProgramma (MIP). Dit zorgt voor lagere lasten in 2022.
268
Actualisatie kapitaalslasten speelvoorzieningen (I) De kapitaallasten van de speelvoorzieningen zijn geactualiseerd op basis van het MeerjarenInvesteringsProgramma (MIP). Dit zorgt voor lagere lasten in 2022.
70
Overhevelen krediet sportaccommodaties (I) De uitgaven op kredieten die onder de activeringsgrens liggen, worden conform de financiële verordening, overgeheveld naar de exploitatie per sportaccommodatie. Dit resulteert in hogere lasten van ongeveer € 431.000. Zie ook de toelichting in hoofdstuk 2.
-431
Specifieke uitkering IJsbanen en Zwembaden (I) Vanwege de coronamaatregelen hebben we een specifieke uitkering IJsbanen en zwembaden aangevraagd ter compensatie van het exploitatietekort van het zwembad over de periode november 2021 tot en met januari 2022. Deze uitkering wordt weer overgemaakt aan de Stichting Spurd.
-346
346
-255
255
Sportakkoord 2020-2022 (I) In 2022 hebben we net als in 2020 en 2021 een specifieke uitkering ontvangen voor het sportakkoord en leefstijlinterventies. Het sportakkoord staat voor het stimuleren van inclusief sporten en bewegen, duurzame sportinfrastructuur, vitale sport en beweegaanbieders, positieve sportcultuur, vaardigheid in bewegen en topsport die inspireert. In deze Najaarsrapportage worden de lasten en de baten geraamd. Vervolgonderzoek buitenbad (I) Er is € 65.000 nodig voor het uitvoeren van een verdiepend onderzoek naar uitbreiding van het Leeghwaterbad met een hybride bassin (geschikt voor buiten en binnen zwemmen). Dit verdiepend onderzoek levert de onderbouwing voor de kredietaanvraag en het exploitatietekort voor de investering die in de programmabegroting 2023 is opgenomen.
-65
Watersportvoorzieningen (I) De totale kosten voor de aanpassingen bij de watersportvoorzieningen vallen € 50.000 hoger uit. Daartegenover staat dat we hiervoor een bijdrage krijgen van de huurder.
-50
50
Totaal
-703
651
Investeringen Aanvullend krediet realisatie Rugbyveld Bij de aanleg van een 2e rugbyveld (natuurgrasveld) ter afronding van sportcomplex de Beuk aan de 23
Van IJsendijkstraat 365 voor Rugbyclub Waterland (RCW) blijkt dat de aannemer bij het afgraven allerlei puinresten is tegengekomen van de voormalige sporthal de Beuk. De kosten om deze puinresten op te ruimen zijn geraamd op € 90.000. Voorgesteld wordt om hiervoor een extra krediet van € 90.000 in 2022 beschikbaar te stellen, dat in 10 jaar afgeschreven wordt. De hieruit voortvloeiende kapitaallasten vanaf 2023 zijn al gedekt in de primitieve begroting 2023. BV023 Wijkmanagement
Lasten
Baten
Steunpakket Covid-19 voor het brede maatschappelijke veld (I) In het steunpakket Covid-19 voor het brede maatschappelijke veld (1e en 2e tranche) is een ophoging van het budget van € 100.000 voor wijkbudgetten opgenomen.
-100
Totaal
-100
BV024 Jeugd
Lasten
Baten
Afrekening Sterklas (I) De afrekening van de Sterklas (zorg op school in speciaal onderwijs) over schooljaar 2021-2022 levert een incidentele baat op.
81
Bufferbudget nieuwe contractering (S) Op 1 januari 2022 is er een nieuw regionaal contract gesloten voor Duurzame zorg, Niet Duurzame zorg en Verblijf. Er is onder andere door het nieuwe contract sprake van aanpassing van de systemen, conversie van indicaties van jeugdigen en achterstand in facturatie bij een aantal zorgaanbieders. Dit maakt het prognosticeren van de totale uitgaven voor 2022 binnen de Jeugdwet dit jaar extra lastig en zorgt voor een grotere onzekerheid ten opzichte van voorgaande jaren. De prognose laat een overschrijding van het budget zien binnen de regionale contractering van € 554.000 terwijl dit in de facturering nog niet zichtbaar is. Gezien de onzekerheid van de prognose is het voorstel dit bedrag wel bij te ramen om een overschrijding in de jaarrekening te voorkomen.
-554
GGD (S) In het kader van de GGD 3.0 is een tweetal knelpunten gepresenteerd. Dit betreft het knelpunt in de bedrijfsvoering en het knelpunt Meldpunt en Advies Bijzondere Zorg (MABZ). Hiervoor is in de kadernota 2023 50% van het door de GGD aangevraagde budget op stelpost gezet omdat deze knelpunten deels als onvermijdelijk werden beschouwd. Voor 2022 zal er geen aanspraak worden gedaan op deze stelpost en daarom valt het bedrag van € 150.000 vrij. Daarnaast zijn er twee incidentele meevallers bij de GGD. Dat betreft de afrekening van de subsidie over 2021 van € 23.000 en een te hoog budget bij de huisvestingskosten door samenvoeging van de budgetten van Purmerend en Beemster van € 50.000.
223
Lager beroep op SMI (I) De prognose van SMI (Sociaal Medische Indicatie) is voor 2022 naar beneden bijgesteld. In 2021 is de regeling aangescherpt, waarbij meer ingezet wordt op tijdelijkheid en het terugleggen van verantwoordelijkheid bij de ouders. Dit betekent een aframing van het budget met € 61.000.
61
Uitvoering Jeugdwet (I) Het gemiddeld aantal jeugdigen in zorg is tot september 2022 ten opzichte van 2021 gedaald. Ondanks de daling van het aantal jeugdigen in zorg en de inspanningen in het voorliggend veld, stijgen de kosten van de gespecialiseerde jeugdhulp echter wel. Daarvoor zijn de volgende redenen te benoemen: - de duur van zorg, waarbij kinderen langer in zorg blijven; - de complexiteit van zorg, waarbij de problematiek steeds ingewikkelder wordt;
24
-993
BV024 Jeugd
Lasten
Baten
Totaal
-1.263
81
BV025 Onderwijs
Lasten
Baten
- de intensiteit van zorg, waarbij behandelingen steeds intensiever worden. Per saldo leidt de stijging van de kosten tot benodigd hoger budget van € 993.000. Hierbij valt het volgende op te merken: - De overschrijding van het budget is grotendeels ontstaan door een zeer beperkt aantal jeugdigen in dure vormen van verblijf omdat binnen het regionaal ingekochte aanbod geen passend verblijf gecombineerd met de benodigde zorg beschikbaar was. - Bij landelijke inkoop laat de prognose ook een overschrijding van de uitgaven zien. Het gemiddeld aantal kinderen in zorg blijft redelijk stabiel. Maar het gaat hier om duurdere vormen van zorg, waardoor er bij lage aantallen jeugdigen in zorg snel financiële fluctuaties kunnen ontstaan. - De prognose van het SVB van de bestedingen PGB is fors hoger dan het huidige budget en om die reden wordt hier bijgeraamd. - De bovenstaande ontwikkelingen kunnen deels dekking vinden in de inzet van het huidige bufferbudget, een onderschrijding op een aantal subsidies en Veilig Thuis en de afname van de inzet van Niet Duurzame zorg. - De inzet aan de preventieve kant en de inspanning in het voorliggend veld blijven van groot belang voor een verdere daling van het aantal jeugdigen in specialistische jeugdzorg. Waarschijnlijk is er ook sprake van een structureel effect, maar de omvang daarvan is op dit moment niet goed te bepalen.
Om die reden is het voorstel om dit in de kadernota 2024 te verwerken, zodat ook de jaarrekeningeffecten hierin kunnen worden meegenomen.
Actualisatie kapitaallasten 2022 huisvesting basisonderwijs (I) De kapitaallasten van de huisvesting basisonderwijs zijn geactualiseerd op basis van het MeerjarenInvesteringsProgramma (MIP). Dit zorgt voor lagere lasten in 2022.
434
Indexatie, sloopkosten en afboeken boekwaarde Da Vinci college (I) Ten tijde van het opmaken van de Najaarsrapportage wordt er gewerkt aan de toegezegde actualisatie van de bedragen en de fasering van het IHP2021. Dit vraagt iets meer tijd dan verwacht omdat voor de nieuwe fasering van de nog op te starten projecten overleg met de schoolbesturen belangrijk is. Ondertussen wordt doorgewerkt aan de afspraken met de schoolbesturen voor realisatie van de plannen. Voor de afspraken worden beschikkingen en overeenkomsten gemaakt. Bij het opmaken van de realisatieovereenkomst voor de nieuwbouw Da Vinci College is duidelijk geworden dat de indexering in de Kadernota niet goed op het krediet is doorgevoerd (10,3% over het krediet tot en met 2022 en 5% aanvullende over de kredieten van 2023 en later). Daarnaast is er nog geen budget voor gemeentelijke plankosten en onvoorzien. Om die reden wordt een aanvullend krediet van € 3.372.564 aangevraagd. Het voorstel is de dekking van de extra kapitaallasten voor de indexering te laten plaatsvinden uit de stelpost loon- en prijsontwikkeling en van de plankosten en onvoorzien te dekken bij de actualisatie van het IHP. In het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2021 (IHP) is voor 2022 de sloop en start bouw van het Da Vinci College ingepland. Dat wordt echter 2023.
Om die reden wordt het budget voor de sloopkosten en voor de afwaardering van de restant boekwaarde voor 2022 afgeraamd en het voorstel is het budget over te hevelen naar 2023. Het voorstel is de raming van de sloopkosten vervolgens ook te indexeren. Om die reden wordt bovenop de overheveling een bedrag van € 61.427 bijgeraamd in 2023.
1.662
Leerlingenvervoer (I) In de loop van het schooljaar is het aantal leerlingen dat gebruik maakt van het leerlingenvervoer gegroeid. Het gaat hier om kinderen die door verwezen worden naar
25
-100
BV025 Onderwijs
Lasten
Baten
-100
100
het speciaal onderwijs, nieuwe inwoners in Purmerend en statushouders. Dit is de oorzaak dat het budget leerlingenvervoer opgehoogd is met € 100.000 Nationaal Plan Onderwijs (I) De prognose van de lasten en baten voor het Nationaal Plan Onderwijs voor 2022 is € 100.000. De totale uitgaven voor het Nationaal Plan Onderwijs kunnen plaats vinden in het tijdvak 2021 - 2023. De eindverantwoording vindt plaats in de jaarrekening 2023. Noodlokalen Dr. A. Schweizerlaan 32a (Wheermolen) (I) De huur van de noodlokalen t.b.v. de tijdelijke huisvesting Wheermolen valt hoger uit. Om die reden is het nodig € 63.000 bij te ramen als budget huur noodlokalen. De school wordt eind 2022 opgeleverd.
-63
Noodlokalen Loirestraat 7 (De Weidevogels) (I) Het budget voor de huur van tijdelijke huisvesting Loirestraat 7 is niet volledig gebruikt in 2021. Met de achterliggende gedachte dat deze tijdelijke noodlokalen ook nog gebruikt worden in 2022 en 2023 en de huidige budgetten niet toereikend zijn, is het voorstel het restantbudget over te hevelen naar 2022.
-72
Onderwijsachterstanden beleid (I) De lasten en baten van het onderwijsachterstandenbeleid zijn geactualiseerd. De lasten worden gedekt uit de Rijksbijdrage.
-141
141
Tijdelijke huisvesting de Vlieger (I) Voor de plaatsing van de tijdelijke huisvesting benodigd voor de uitbreiding van de Vlieger is een raming gemaakt die is verdeeld over twee jaren. Omdat bij plaatsing van de gebouwen het grootste bedrag moet worden betaald, moet een deel van de raming 2023 naar 2022 worden gehaald. Dit betreft een bedrag van € 250.000.
-250
Totaal
1.370
241
BV026 Maatschappelijke ondersteuning
Lasten
Baten
Actualisatie business case 2022 tijdelijk woningen (S) De business case tijdelijke woningen is geactualiseerd. De lasten en de baten zijn met name lager door het later in gebruik nemen van de Verzetslaan dan begroot. De business case is in de actualisatie (1:1) afgestemd met de reserve woonvisie.
252
Actualisatie business case 2022 tijdelijke woningen (S) De business case tijdelijke woningen is geactualiseerd. De lasten en de baten zijn met name lager door het later in gebruik nemen van de Verzetslaan dan begroot. De business case is in de actualisatie (1:1) afgestemd met de reserve woonvisie.
-192
Beschermd wonen (S) Op beschermd wonen is een voordelig resultaat van € 570.000. Dit wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door lagere uitgaven voor de brede aanpak dak en thuisloosheid naar 2022. Het voorstel is € 400.000 over te hevelen naar 2023 voor extra (tijdelijke) woonplekken met begeleiding voor dak- en thuisloze mensen (conform de kadernota 2023). Deze brede aanpak van dak en thuisloosheid richt zich op het voorkomen van dak- en thuisloosheid, het vernieuwen van de maatschappelijke opvang en het organiseren van een zo snel mogelijke doorstroom naar zelfstandige woonplek met begeleiding.
570
Duvo gelden vrouwenopvang (I) In 2021 zijn er gelden ontvangen vanuit de gemeente Zaanstad m.b.t. de decentralisatie uitkering vrouwenopvang (zgn. DUVO gelden). Gemeente Zaanstad is hierin een
26
-131
BV026 Maatschappelijke ondersteuning
Lasten
Baten
centrumgemeente om gelden zelf of met omliggende regiogemeenten te besteden. De gelden die in 2021 zijn ontvangen en de nog onbestede gelden uit 2020 worden in 2022 besteed. Deze gelden zijn in 2022 toegevoegd vanuit de resultaatbestemming 2021. Hulpmiddelenkrediet (S) Op het hulpmiddelenkrediet is sprake van lagere uitgaven voor een bedrag van € 246.000.
246
Loon en prijscompensatie (S) Vanuit de meicirculaire 2022 is voor loon- en prijsbijstelling en volume-indexatie een bedrag van € 598.000 bijgeraamd. Dekking komt uit de algemene uitkering.
-598
Opvang ontheemden Oekraïne (I) Voor de opvang ontheemden uit de Oekraïne ramen we thans in totaal € 9 miljoen aan kosten. We hadden reeds € 8 miljoen geraamd met voorfinanciering uit de algemene reserve. Daar komt dus € 1 miljoen bij. Voor de opvang ontheemden Oekraïne is na de Kadernota een aanvraag gedaan voor een specifieke uitkering. De voorlopige baten en kosten zijn geraamd op € 9 miljoen. Het beroep op de algemene reserve is daarmee komen te vervallen.
-1.000
9.000
-412
412
Specifieke uitkering huisvesting kwetsbare groepen (I) In 2021 hebben we een bedrag van € 682.500 ontvangen voor de huisvesting van kwetsbare groepen doelgroepen. In 2021 hebben we hier € 270.000 van uitgegeven. Het restantbedrag van € 412.500 is beschikbaar in 2022 en wordt hier geraamd. Steunpakket Covid-19 (I) Het steunpakket Covid-19 voor het brede maatschappelijke veld (1e en 2e tranche) laat een ophoging van het budget van € 179.000 zien voor diverse instellingen binnen welzijnswerk.
-179
WMO vervoervoorzieningen (I) Bij de WMO vervoervoorziening is sprake van lagere uitgaven van € 78.000.
-78
Totaal
-1.330
9.220
BV027 Werk en inkomen
Lasten
Baten
Bijzondere bijstand (I) Op de bijzondere bijstand wordt naar verwachting € 600.000 minder uitgegeven dan begroot. Voorgesteld wordt dit bedrag over te hevelen naar 2023. We willen dit bedrag gaan inzetten om onze inwoners dar waar nodig extra te ondersteunen, waarbij ook naar een nieuwe draagkrachtmethode wordt gekeken, voor de vergoeding voor (extra) energielasten van huishoudens (schrijnende situaties, zoals medische gronden) waarbij de reguliere energietoeslag niet toereikend is en voor het anticiperen op een verwachte hogere taakstelling 2023 m.b.t. statushouders.
600
Buig (S) Door het samengaan van de gemeente Beemster en Purmerend zijn de BUIG budgetten veel lager. De oorzaak hiervan is dat de BUIG budgetten in Beemster volledig op basis van de historische rekeningmethode waren bepaald en Purmerend op basis van de objectieve rekenmethode. In de nieuwe gemeente Purmerend worden de BUIG budgetten op basis van de objectieve methode bepaald. Dit heeft per saldo een nadelig effect op de baten. De BUIG budgetten zijn gebaseerd op de definitieve Rijksbijdrage van oktober 2022. In de begroting 2023 is het nadeel al verwerkt. Energiearmoede (I)
27
-2.752
BV027 Werk en inkomen
Lasten
Baten
Voor de aanpak van energiearmoede hebben we een specifieke uitkering van € 1.006.000 ontvangen. Hiervan is € 194.200 voor de lokale isolatieaanpak en € 812.188 voor de energiearmoede, zoals het aanbieden en verstrekken van gratis energiebesparende middelen, inzet van energiecoaches voor advies en hulp bij het aanbrengen van energiebesparende middelen en bewustwordingscampagnes.
-1.006
1.006
Energietoeslag (I) Voor de energietoeslagen is € 3.497.000 extra budget nodig om de mensen met een laag inkomen de tweede tranche van € 500 uit te betalen. Dekking hiervan is opgenomen in de algemene uitkering.
-3.497
Participatie (S) We hebben € 709.000 extra bijgeraamd voor participatie (Werkom). Dit conform de zienswijze op de gewijzigde begroting 2022, primaire begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 van participatiebedrijf Werkom. Hiervan is € 300.000 overgeheveld van WSW en € 350.000 vanuit de uitwerking van de meicirculaire 2022.
-709
Sociale werkvoorziening (S) Op de sociale werkvoorziening zien we een voordeel op de lasten van per saldo € 300.000. Dit wordt veroorzaakt doordat er minder WSW-ers aan het werk zijn bij of via Werkom. Er sprake is van een hogere uitstroom dan waar in de begroting 2022 mee rekening was gehouden. Dit is conform de zienswijze op de gewijzigde gewijzigde begroting 2022, primaire begroting 2023 en meerjaren raming 2024-2026 Werkom.
300
Toeslagenaffaire (I) Voor de begeleiding van gedupeerden van de Toeslagenaffaire heeft de gemeente drie Specifieke Uitkeringen (SPUKS) ontvangen. Er is een SPUK voor de inzet van dienstverlening en er zijn twee SPUKS ontvangen voor kwijtschelden van gemeentelijke schulden. De SPUKS compenseren gemeenten voor gemaakte kosten. Daarnaast kunnen we lopende ondersteuning binnen de leefgebieden financiën, wonen, zorg, gezin en werk meenemen in de verantwoording over de Toeslagenaffaire. In deze Najaarsrapportage worden de baten en de lasten geraamd. Dat betreft de prognose van de kosten in 2022 voor de Participatiewet, de WMO en de Jeugwet ten behoeve van gedupeerden van € 500.000. Daarnaast betreft het de prognose van de loonkosten van de medewerkers die direct en indirect betrokken zijn bij de hulpverlening aan gedupeerden van de Toeslagenaffaire in 2022 van € 150.000. Op dit moment zijn de verschillende ministeries de SPUKS in het kader van de Toeslagenaffaire over 2021 aan het controleren. Hieruit is gebleken dat de regelingen op sommige punten onduidelijk zijn en ook verschillend worden geïnterpreteerd door gemeenten. Het huidig beeld is dat de purmerendse verantwoording conform de ministeriële regelingen is gedaan, maar pas na controles door de ministeries krijgen we hier zekerheid over.