CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

B Businesscase Parkenplan 2021-2040

Gemeenteraad 21 april 2022, gemeente PurmerendBij agendapunt: Businesscase Parkenplan 2021-204011.857 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2022 Business case

Parkenplan Purmerend 2021-2040

0

Inhoud 1.

2. 3.

4. 5. 6.

7. 8.

Inleiding

2

1.1 1.2 1.3

3 3 3

Business case Leeswijzer Bestuurlijke duiding

Parkenplan Purmerend 2021-2040 Investeringsopgave

5 6

3.1 3.2 3.3

6 9 10

Opbouw investeringsramingen Lasten investeringen Kapitaallasten per park 2023 -2040

Beheeropgave

11

4.1

11

Inleiding

Totale lasten Parkenplan Dekking

12 13

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

Inleiding Dekking via de nota GKP Rioolheffing Subsidie Totale dekking

13 13 14 15 15

Netto lasten Parkenplan Proces en besluitvorming

17 18

8.1 8.2 8.3

18 18 20

Inleiding Proces Besluitvorming

Bijlage 1: Onderbouwing weging parkelementen Bijlage 2: Factsheet per park

1

21 25

Business case Parkenplan 2021-2040

1. Inleiding Op 30 juni 2021 heeft de raad het Parkenplan Purmerend 2021-2040 als richtinggevend kader vastgesteld. Dit Parkenplan is een ‘verkenning hoe we in Purmerend met onze parken willen omgaan’. Deze verkenning is actueel en noodzakelijk gelet op de ‘klimaatontwikkelingen, de noodzaak voor biodiversiteit, maar vooral de verdichtingsopgave en de verandering in wensen van gebruikers, de behoefte om de drukte van de stad te ontvluchten en de behoefte om te bewegen’ Gelet op het verkennende karakter hebben wij u voorgesteld het Parkenplan uit te werken in een business case. Hierbij is het van belang om naast de investeringsopgave ook inzicht te verkrijgen in de kosten van beheer en onderhoud van de parken nadat de benodigde investeringen zijn uitgevoerd. De business case is het kader voor de definitieve parkontwerpen die aan de raad worden aangeboden ter vaststelling in de loop van de tijd. Voor u ligt thans de uitwerking van deze business case. Deze business case dient als financiële vertaling van het Parkenplan. Gelet op de lange doorlooptijd van het Parkenplan zal de besluitvorming over te verstrekken uitvoeringskredieten niet samenvallen met het vaststellen van deze business case. Dit omdat sommige van de investeringen buiten de scope van de huidige en volgende meerjarenbegrotingen vallen.

De komende jaren zullen wij dan ook via de opeenvolgende kadernota’s voorstellen doen om investeringskredieten beschikbaar te stellen voor de verschillende parken en daarnaast budget vragen voor de noodzakelijke kosten voor het samenhangend beheer en onderhoud. Op grond hiervan zijn de investeringsramingen en de (bij)ramingen voor beheer en onderhoud niet geïndexeerd. Overigens voorzien wij wel op korte termijn besluitvorming over een tweetal zaken die in deze business case naar voren komen. In de eerste plaats gaat het dan om een uitvoeringskrediet voor de opwaardering van het Kooimanpark. Voor dit park is eerder door de raad via de kadernota 20200 een voorbereidingsbudget ad € 60.000 beschikbaar gesteld. In de tweede plaats gaat het dan om voorbereidingsbudget (ten) voor de overige parken. Met deze gelden zullen we voor alle parken in een vroegtijdig stadium kunnen beschikken over een voorlopig ontwerp. Dit verschaft ons vroegtijdig inzicht in wat er moet gebeuren in de verschillende parken zodat wij geen investeringen doen die niet passen bij de toekomstige inrichting. Voor zover kredieten niet op korte termijn worden aangevraagd, zullen overige toekomstige kredietaanvragen kunnen afwijken van hetgeen hier wordt gepresenteerd. Dit omdat deze gebaseerd zullen zijn op een definitief ontwerp en tegen de dan geldende prijzen.

Deze business case geeft een goed inzicht in de omvang van de investeringen en het budgettaire beslag voor de komende jaren. Naarmate er meer inzicht is zal de business case worden geactualiseerd.

2

1.1 Business case Het is goed te beseffen dat er, met uitzondering van het Kooimanpark, voor de in deze business case opgenomen en doorgerekende parken nog geen voorlopig- of definitief ontwerp beschikbaar is. Dit maakt dat deze business case vooral ingaat op de te verwachten lasten die voortvloeien uit het Parkenplan 2021-2040. Om die lasten te kunnen berekenen, was het nodig een systematiek te bedenken om te komen tot een kostenraming. Hoewel hierbij grote zorgvuldigheid is betracht, moet de uitkomst worden bezien met een bandbreedte. Er zijn immers de nodige aannames gedaan. Investeringen genereren lasten, kapitaallasten natuurlijk, maar ook beheerlasten. We willen natuurlijk dat de gepleegde investering zo lang mogelijk rendeert! Ook bij de beheerlasten is gewerkt met inschattingen. Dit wordt mede veroorzaakt doordat ‘parken’ niet als zodanig zijn begroot. De onderhoudskosten van parken zijn onderdeel van budgetten voor groen, zwerfafval etc. Tenslotte gaat deze business case over de mogelijke dekking van de uit de investering en het beheer voortvloeiende lasten. Hierbij hebben we grofweg 4 dekkingsbronnen onderkend. Het gaat dan om het verhaal van kosten via de (nog te herziene) nota GKP, het verhaal van kosten (voor waterberging en grondwaterproblematiek) via de rioolheffing en subsidies.

Omdat deze verhaalsmogelijkheden op dit moment sterk in beweging zijn, hebben we ook hier gewerkt met aannames. De vierde dekkingsbron vloeit voort uit de eerste drie, het ‘ongedekte’ restant dat uiteindelijk ten laste komt van de algemene middelen.

1.2 Leeswijzer De op het voorlopig ontwerp van het Kooimanpark gebaseerde kostenraming is als uitgangspunt genomen voor het opstellen van de ramingen van de overige parken. Omdat het Kooimanpark het oudste park van de stad is en kampt met wateroverlast, is de (relatieve) investeringsopgave hier het grootst. De opbouw van de investeringsraming is beschreven in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 2 wordt nog kort ingegaan op het Parkenplan 2021-2040, de basis voor deze business case. Hoofdstuk 4 gaat in op de beheeropgave en in hoofdstuk 5 zijn de totale lasten die voortvloeien uit de investeringsopgave en de beheersopgave opgenomen. Hoofdstuk 6 gaat in op de dekking, waarbij 3 mogelijke dekkingsbronnen worden besproken; het kostenverhaal via de nota GKP en de toerekening van met name waterbeheertaken in de parken aan de rioolheffing en subsidies. In hoofdstuk 7 treft u een overzicht van de netto lasten aan die voortvloeien uit deze business case. Hoofdstuk 8 tenslotte geeft inzicht in het proces en de benodigde besluitvorming die nodig is om te komen tot de daadwerkelijke uitvoering van de business case.

1.3 Bestuurlijke duiding De raad heeft het Parkenplan 2021-2040 richtinggevend vastgesteld en besloten voor de financiële consequenties een business case op te stellen. Deze business case ligt thans voor u. Feitelijk en logischerwijs heeft deze business case ook een verkennend karakter. De business case moet dan ook als aanvullend gezien worden op het Parkenplan 2021-2040. Hoe nu verder? Hierbij speelt een aantal factoren een rol. 3

In de eerste plaats is dit de doorlooptijd van de uitvoering van het Parkenplan. Door deze lange doorlooptijd is het niet zinvol om nu in volle omvang te besluiten over het in uitvoering nemen van het Parkenplan en de in deze business case doorgerekende financiële consequenties. In de tweede plaats wordt deze business case opgeleverd op de drempel van een nieuwe raadsperiode. In de derde plaats is de in deze business case opgenomen planning zoveel mogelijk gekoppeld aan de ruimtelijke ontwikkelingen en de daarmee samenhangende dekking. Ruimtelijke ontwikkelingen die in zichzelf weer onzeker zijn qua planning. Voorts is het ook zo dat deze business case is doorgerekend naar huidige prijzen. Omdat de totale gemeentelijke exploitatie grotendeels gelijke tred houdt met deze inflatie is dat op zich niet problematisch. Anders wordt dat als deze business case nu wordt vastgesteld als een ‘in beton gegoten’ financieel kader. Ten slotte merken wij op dat bij de vertaling van het Parkenplan gebruik is gemaakt van nogal wat aannames. Goed beredeneerde aannames naar onze overtuiging, maar evengoed zonder precedent. Om deze redenen hebben wij in hoofdstuk 8 het proces en de besluitvorming uitgeschreven en gekoppeld aan de gemeentelijke p&c cyclus.

Op deze manier kan telkens voor de verschillende parken een (integrale) afweging worden gemaakt waarbij rekening wordt gehouden met de stand van zaken m.b.t. de verschillende bouwlocaties op dat moment, en uiteraard de financiële mogelijkheden op dat moment. Voorts is het zo dat deze business case qua aanpak paralellen heeft met het opstellen van een grondexploitatie. Grondexploitaties worden jaarlijks herijkt en aangepast aan de actuele ontwikkelingen. Wij kunnen ons voorstellen dat een periodieke herijking van deze business case ook nuttig zou kunnen zijn. Hiervoor zou een periode van 4 jaar kunnen worden aangehouden. Herijking valt dan samen met het aantreden van een nieuwe raad. Deze business case is de financiële uitwerking van het Parkenplan 2021–2040. Ze geeft inzicht in de investeringsomvang en de jaarlast van de voorgenomen upgrade van de Parken. Het is de basis voor de kredietaanvragen in de komende Kadernota’s en begrotingen. De concrete besluitvorming kan vervolgens, conform de uitwerking in hoofdstuk 8, gekoppeld worden aan de p&c cyclus.

4

2. Parkenplan Purmerend 20212040 Op 30 juni 2021 heeft de raad het Parkenplan Purmerend 2021-2040 als richtinggevend kader voor de ontwikkeling van de parken vastgesteld. De raad heeft ingestemd met het opstellen van een business case voor zowel de opwaarderingsopgave van het Parkenplan Purmerend 2021-2040 als de beheerlasten. Bij de groei van Purmerend kreeg elke wijk haar eigen wijkpark. Daardoor bevinden zich in de stad veel plekken waar je kunt recreëren en ontspannen. We hebben grote plannen voor Purmerend. In 2040 moeten er ruim 10.000 woningen zijn bijgebouwd, voegen we werkgelegenheid en voorzieningen toe en gaan we anders om met mobiliteit. Het grootste deel van de opgaven vinden binnenstedelijk plaats. De binnenstedelijke verdichting betekent dat de druk op de openbare ruimte zal toenemen, maar ook dat er kansen liggen. In de Visie Leefbare Stad 2040 geven we aan dat we ervoor willen zorgen dat de balans tussen steen en groen behouden blijft. Hiervoor zijn vier pijlers opgenomen: Bomenplan, Klimaatadaptatieplan, Natuurinclusief bouwen en Parkenplan. Het Parkenplan Purmerend 2021-2040 laat zien wat nodig is om onze parken op te waarderen zodat ze met de geplande ontwikkelingen mee kunnen groeien.

Om de stad goed aan te laten sluiten op de wensen en eisen van de stedelijke opgave, multifunctioneel in te richten, klimaatadaptatie in te bedden en de biodiversiteit te vergroten is het nodig om in de parken te investeren. Er zijn geen middelen gereserveerd voor modernisering van de parken. De wijkparken worden in stand gehouden met de huidige beheerbudgetten.

5

3. Investeringsopgave In deze business case is de (detail)raming voor het voorlopig ontwerp Kooimanpark van buro Sant en Co. als uitgangspunt genomen om te komen tot een (genormeerde) raming voor de overige parken. De raming voor het Kooimanpark is daarmee het referentiekader voor de overige parken.

3.1 Opbouw investeringsramingen De totale raming voor het Kooimanpark bedraagt € 1.577.286 (exclusief 18 % plankosten). Om te komen tot een eenduidige ordening van elementen is deze raming opgesplitst in 6 categorieën. Vervolgens is de totaalraming teruggerekend naar de kosten per element per vierkante meter. Het Kooimanpark beslaat in totaal 32.056 m2. De totale raming per m2 bedraagt dan € 49,20. Toegedeeld naar de aanwezigheid van de verschillende elementen in het voorlopig ontwerp Kooimanpark geeft dat het volgende beeld van de kosten per element per m2 en de totale kosten per element (bedragen x € 1.000). Kooimanpark (32.056 m2)

Percentage elementen

Prijs per m2

Investering

Waterkundig

28%

13,78

441.590

Verharding

19%

9,47

303.448

Groen

15%

7,44

238.601

Kunstwerken

13%

6,58

210.872

Inrichting

10%

5,00

160.354

Spelen en Sporten

14%

6,94

222.421

100%

49,20

1.577.286

Totaal Tabel 1 Investeringsraming Kooimanpark

Door de totale uitvoeringskosten van het voorlopig ontwerp Kooimanpark terug te rekenen naar de kosten per meter en per element hebben we de basis gelegd voor het opstellen van een investeringsraming voor de overige parken. Dit hebben we gedaan in de 3 hieronder beschreven stappen. Stap 1. De eerste stap in de berekening van de investeringskosten voor de overige parken is de vergelijking (weging) van de aanwezige elementen in het voorlopig ontwerp Kooimanpark met de aanwezigheid van die elementen in de overige parken. Zo is het bijvoorbeeld zo dat, daar waar in het Kooimanpark 28% van de kosten per m2 betrekking heeft op waterkundige elementen, dit in het Leeghwaterpark 25% ten opzichte van het Kooimanpark is. Feitelijk geeft dit aan dat de inschatting is dat, in vergelijking tot het Kooimanpark, voor het Leeghwaterpark 25 procent van de kosten per m2 behoeft te worden gemaakt voor waterkundige elementen. De weging van de 6 elementen van elk park maakt de van het Kooimanpark afgeleide bedragen per m2 ‘passend’ voor de huidige karakteristieken van de andere parken. 6

In bijlage 1 treft een u een onderbouwing aan van de wijze waarop de verschillende elementen zijn gewogen. Vervolgens worden de kosten weer gerelateerd aan het aantal vierkante meter van, in dit voorbeeld, het Leeghwaterpark. De kostenraming van de verschillende elementen van het Leeghwaterpark ziet er dan als volgt uit: Leeghwaterpark (234.672 m2)

Percentage elementen

Prijs per m2

Investering

Waterkundig

25%

3,44

808.186

Verharding

100%

9,47

2.221.448

Groen

100%

7,44

1.746.723

Kunstwerken

25%

1,64

385.932

Inrichting

100%

5,00

1.173.904

Spelen en Sporten

25%

1,73

407.069

28,73

6.743.262

Totaal Tabel 2 Investeringsraming Leeghwaterpark

De rekensom voor bijvoorbeeld waterkundige elementen is dan: • 25% X € 13,78 x 234.672 m2 = € 808.186 Stap 2. De volgende stap betreft de toepassing van de waarderingsfactor. Deze gradatie is gebaseerd op leeftijd van de parken, opgehaalde informatie tijdens de participatie, klimaatanalyse, beheerproblematiek en bouwontwikkelingen in de buurt. Het Kooimanpark is het oudste park in Purmerend, kampt met waterproblematiek, sluit niet goed aan op de veranderende omgeving en daarmee gepaard gaande behoeftes van de doelgroepen. Grote ingrepen in het gehele park zijn nodig om de waterproblematiek op te lossen en het park om te vormen van doorgangspark naar een aantrekkelijk verblijfspark afgestemd op verschillende doelgroepen. De gradatie is input voor de volgorde waarin de parken opgewaardeerd zullen worden. Het park waarin de meeste ingrepen nodig zijn heeft de meeste prioriteit om aangepakt te worden. Het park waarin beperkte verbeteringen nodig zijn verkeert over het algemeen nog in voldoende staat en is daarom naar achteren geschoven in de planning. De toepassing van de waarderingsfactor op het Leeghwaterpark (75 procent van het Kooimanpark) pakt dan als volgt uit:

7

Leeghwaterpark (234.672 m2)

Percentage elementen

Prijs per m2

Investering

Opwaarderingsfactor (75%)

Waterkundig

25%

3,44

808.186

606.139

Verharding

100%

9,47

2.221.448

1.666.086

Groen

100%

7,44

1.746.723

1.310.042

Kunstwerken

25%

1,64

385.932

289.449

Inrichting

100%

5,00

1.173.904

880.428

Spelen en Sporten

25%

1,73

407.069

305.302

28,73

6.743.262

5.057.446

Totaal Tabel 3 Opwaarderingsfactor Leeghwaterpark

In formule (waterkundige elementen): • 25% X € 13,78 x 234.672 m2 X 75 procent = € 606.139 Stap 3. De laatste stap om te komen tot een investeringsraming is de toevoeging van 18 procent plankosten. In een grondexploitatie zijn de plankosten normaliter uitgesplitst naar Planontwikkelingskosten (POK) en kosten voor Voorbereiding en Toezicht (VTU). Het POK percentage kan variëren, maar ligt vaak tussen de 12% en 16% t.o.v. de civieltechnische kosten. Het percentage VTU is vaak 18% t.o.v. de civieltechnische kosten. In een gemiddelde grex is een totaal percentage plankosten (POK + VTU) van 30% gangbaar. Hierin zitten dus alle ambtelijke kosten en eventuele externe onderzoekskosten om het plan mogelijk te maken. Dat strekt van een ontwerp tot aan de uiteindelijke oplevering. In het Parkenplan wordt gekozen om voor de ontwerpen (POK kosten) budgetten door de raad te laten vaststellen. De investeringen die vervolgens op basis van die investeringen aan de raad worden gevraagd bevatten dan hoofdzakelijk VTU. In het Parkenplan is daarom een percentage van 18% aan gemeentelijke plankosten opgenomen. In eerste instantie is gedacht dat dit percentage lager kon zijn omdat de upgrade van een park als minder complex werd verondersteld dan een gebiedsontwikkeling. Extern advies heeft dit doen herzien. Om die reden wordt het standaard percentage aangehouden.

De hierboven beschreven methodiek levert het volgende beeld op ten aanzien van de investeringskosten per park: Parken

M2 Inv. na weging

Opwaardering

Inv. na opwaardering

Inv. incl. plankosten

Inv. kosten per m2

Kooimanpark

32.056

1.577.286

100%

1.577.286

1.861.198

58,06

Park De Noord

87.456

3.778.420

75%

2.858.815

3.373.402

38,57

Leeghwaterpark

234.672

6.743.262

75%

5.057.446

5.967.786

25,43

Park De Dwarsgouw

197.442

3.017.600

75%

2.263.200

2.670.576

18,32

Gorsebos

61.622

2.273.454

50%

1.186.727

1.400.338

22,72

Park De Uitvlugt

62.326

910.333

50%

455.167

537.097

8,62

Park De Driegang

98.544

1.988.823

50%

994.411

1.173.405

11,91

Groengebied Purmerland

351.028

3.448.278

25%

862.069

1.017.242

58,06

15.255.121 18.001.044

16,77

Totaal

1.125.146 23.737.456

Tabel 4 Investeringsraming alle parken

Een volledige uitwerking van de investeringen per park is opgenomen in bijlage 2. 8

3.2 Lasten investeringen Voor de berekeningen van de jaarlijkse kapitaallasten die samenhangen met bovenvermelde investeringen zijn twee zaken van belang. In de eerste plaats gaat het dan om de gehanteerde afschrijvingsduur en in de tweede plaats om de planning wanneer welke kapitaallasten op de begroting drukken. Dit laatste is overigens weer afhankelijke van de verwachting wanneer welk park gereed zal zijn. Kapitaallasten Met de wijziging van het BBV per 1 januari 2017 zijn gemeenten verplicht om alle investeringen, dus ook investeringen met maatschappelijke nut, te activeren. Investeringen met maatschappelijk nut ‘in de openbare ruimte’ genereren geen inkomsten, maar vervullen wel een duidelijk publieke taak. Dit betekent dat de genoemde investeringen in het Parkenplan in principe geactiveerd moeten worden. In het BBV is voorts bepaald dat indien er sprake is van achterstallig onderhoud er een voorziening dient te worden gevormd. Gelet op het karakter van het Parkenplan zijn wij van mening dat er zonder uitzondering sprake is van (vervangings)investeringen, waardoor activering voor de hand ligt. In de ‘Financiële verordening gemeente Purmerend 2018’ zijn in bijlage 1 de te hanteren afschrijvingstermijnen vastgelegd. In deze business case is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de verordening.

Voor groen, dat niet expliciet in de financiële verordening is opgenomen, is aansluiting gezocht bij de te verwachten technische levensduur. In deze business case zijn de volgende afschrijvingstermijnen gehanteerd: Af te schrijven element

Termijn

Bron

Waterkundig

20

Fin. Verordening (oeverbeschoeiing)

Verharding

25

Fin verordening (asfalt)

Groen

20

BBV (technische levensduur)

Kunstwerken

25

Fin. Verordening (houten bruggen)

Inrichting

15

Fin. Verordening (speeltoestellen)

Spelen en Sporten

15

Fin verordening

Tabel 5 Afschrijvingstermijnen

Planning De doorlooptijd van het Parkenplan beslaat een periode van bijna 20 jaar. De doorlooptijd en prioritering zorgt voor niet alleen een spreiding van de werkzaamheden, maar ook voor een zekere mate van spreiding van de lasten die met het plan samenhangen.

9

Bij het prioriteren en plannen is zoveel mogelijk rekening gehouden met samenhangende ruimtelijke ontwikkelingen. Dit leidt tot de volgende inschatting wanneer welk park zal zijn afgerond: Park

Gereed

Activering per

Kooimanpark

2024

2025

Park De Noord

2025

2026

Leeghwaterpark

2026

2027

Park De Dwarsgouw

2027

2028

Gorsebos

2029

2030

Park De Uitvlugt

2031

2032

Park De Driegang

2033

2034

Groengebied Purmerland

2035

2036

Tabel 6 Planning

3.3 Kapitaallasten per park 2023 -2040 Op grond van de hierboven beschreven opbouw van de investeringsraming per park, de afschrijvingstermijnen van de verschillende elementen en de fasering voor wat betreft de uitvoering, kan het volgende inzicht worden geboden in de te verwachte kapitaallasten voor de periode 2023 -2040. Parken

M2

Inv.

Lasten 2025

Lasten 2028

Lasten 2031

Lasten 2034

Lasten 2037

Lasten 2040

Kooimanpark

32.056

1.861.198

117.784

114.239

110.695

107.150

103.606

69.950

Park De Noord

87.456

3.373.402

0

200.601

194.507

188.414

182.320

176.226

Leeghwaterpark

234.672

5.967.786

0

369.498

358.299

347.100

335.902

324.703

Park De Dwarsgouw

197.442

2.670.576

0

158.654

124.123

119.425

114.728

110.030

Gorsebos

61.622

1.400.338

0

0

64.738

62.248

59.758

57.268

Park De Uitvlugt

62.326

537.097

0

0

0

31.946

30.976

30.005

Park De Driegang

98.544

1.173.405

0

0

0

72.726

70.549

68.371

Groengebied Purmerland

351.028

1.017.242

0

0

0

0

59.464

57.689

Totaal

1.125.146

18.001.044 117.784 842.992 852.362 929.010 957.302 894.243

Tabel 7 Kapitaallasten parken

10

4. Beheeropgave 4.1 Inleiding Voor de berekening van de lasten die samenhangen met de beheeropgave die ontstaat nadat de parken zijn opgewaardeerd, is, met de begroting 2022 als uitgangspunt, geïnventariseerd wat de huidige beheerlasten per park zijn. Deze inventarisatie wordt gehinderd door het feit dat in de begroting 2022 de beheerlasten niet per park zijn gerangschikt. Om deze reden is aan de beheerder gevraagd om voor de elementen groen, wegen, zwerfafval, openbare verlichting en spelen de beheerlasten inzichtelijk te maken. Vervolgens is, wederom in overleg met de beheerders, er van uit gegaan dat de beschikbare budgetten voldoende zijn om een onderhoudsniveau B (met uitzondering van verharding dat niveau C heeft) te garanderen. Het is de inschatting van de beheerders dat er circa 25 procent extra budget nodig is om het huidige onderhoudsniveau van de verschillende elementen te verhogen naar het in het Parkenplan opgenomen niveau A. Deze uitgangspunten in acht nemend leidt dat tot het volgende financieel beeld: Parken

M2

Huidige beheerlasten Niveau B

Kooimanpark

32.056

26.057

25%

6.514

32.571

1,02

Park De Noord

87.456

45.982

25%

11.495

57.477

0,66

Leeghwaterpark

234.672

126.573

25%

31.643

158.217

0,67

Park De Dwarsgouw

197.442

40.165

25%

10.041

50.206

0,34

Gorsebos

61.622

42.331

25%

10.583

52.914

0,86

Park De Uitvlugt

62.326

54.751

25%

13.688

68.439

1,10

Park De Driegang

98.544

61.267

25%

15.317

76.583

0,78

Groengebied Purmerland

351.028

97.024

25%

24.256

121.279

0,35

1.125.146

494.150

123.537

617.687

0,58

Totaal

Verhoging Verhoging in Nieuwe niveau A Euro's beheerlasten BC

Tabel 8 Beheerlasten parken

11

Nieuwe beheerlasten per m2

5. Totale lasten Parkenplan Nu we de investeringslasten en de verhoogde beheerlasten voor de in deze business case opgenomen parken hebben berekend, kan inzicht worden geboden in de totale lasten van het Parkenplan 2021 -2040: Tabel 8 Beheerlasten parken Parken

M2

Lasten

Lasten

Lasten

Lasten

Lasten

Lasten

2025

2028

2031

2034

2037

2040

Kooimanpark

32.056

124.298

120.754

117.209

113.665

110.120

76.464

Park De Noord

87.456

0

212.096

206.003

199.909

193.815

187.722

Leeghwaterpark

234.672

0

401.141

389.942

378.744

367.545

356.346

Park De Dwarsgouw

197.442

0

208.860

134.164

129.466

124.769

120.071

Gorsebos

98.544

0

0

75.321

72.831

70.341

67.851

Park De Uitvlugt

62.326

0

0

0

45.634

44.663

43.693

Park De Driegang

61.622

0

0

0

88.042

85.865

83.688

Groengebied Purmerland

351.028

0

0

0

0

83.720

81.945

1.125.146

124.298

942.851

922.639 1.028.291 1.080.839

1.017.780

Totaal

Tabel 9 Totale lasten parken

12

6. Dekking

6.1 Inleiding De volledige uitvoering van het Parkenplan 2021 -2040 leidt tot een forse extra last op de toekomstige begroting(en). Omdat de opwaardering in het Parkenplan in sterke mate gekoppeld is aan de groeiopgave van Purmerend is het logisch om na te gaan in hoeverre deze lasten ‘verhaald’ kunnen worden. Op dit moment wordt gewerkt aan een herziening van de nota Gebiedsoverstijgende Kosten Purmerend (GKP). In deze business case zijn de verhaalmogelijkheden via de Nota GKP vooruitlopend op deze herziening opgenomen. Dit betekent dat gerekend is met uitgangspunten die (nog) niet zijn vastgelegd in gemeentelijk beleid. Omdat een deel van de kosten betrekking heeft op waterberging, is ook de toerekening van een deel van de lasten naar de gemeentelijke rioolheffing betrokken. Ook op dit punt is het beleid in beweging.

6.2 Dekking via de nota GKP Zoals gezegd wordt op dit moment gewerkt aan de herziening van de Nota GKP. Er is een scenario uitgewerkt voor kostenverhaal van het Parkenplan. Dit scenario is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: 1. Zekere bestedingen. We gaan ervan uit dat de in deze business case opgenomen investeringen t.z.t. in de begroting zullen worden opgenomen, waardoor met zekerheid is te stellen dat de investeringen ook daadwerkelijk zullen worden uitgevoerd. Hieruit volgt dat 100% van de investering kan worden verhaald. 2. De nota GKP wordt aangepast, alsook het bestaande Aanvullingsbesluit Wagenweggebied, en ook voor de andere locaties (zie tabel 10) wordt een aanvullingsbesluit gemaakt. 3. Niet alleen bouwplannen op private gronden worden aangeslagen, ook plannen op gemeentelijke gronden betalen middels een (interne) afdracht aan de nota GKP mee, dat is in de huidige vastgestelde de nota GKP nog niet het geval. 4. De bedragen zijn maximaal af te spreken bijdragen. Er bestaat door macro aftopping de kans dat de uiteindelijk werkelijk gecontracteerde bedragen lager uitvallen. 5. De investering in Park De Dwarsgouw is reeds volledig gedekt in grex Wheermolen Oost, 50% hoort ook bij dit gebied, en de andere 50% schiet de gemeente voor, in afwachting van inkomsten uit GKP. 6. Toerekenbaarheid (i.v.m. of bestaande stad betaalt of niet) a.

Nota GKP (bestaande stad dekt 70%): 30% b. Aanvullingsbesluiten (bestaande stad betaalt niet mee): 100% De maximaal te verhalen kosten in relatie tot het Parkenplan komt hiermee uit op € 8,8 miljoen. Zie tabel 10. Hierbij is uitgegaan van 100% zekerheid ten aanzien van de investeringen.

13

Parken

Totale investering

GKP

Toedeling

AB

(30 %)

Totaal

Totaal

AB

Kostenverhaal

Kooimanpark (Wagenweggebied)

1.861.198

50%

279.180

50%

930.599

1.209.779

Park De Noord (De Koog)

3.373.402

75%

759.015

25%

843.351

1.602.366

Leeghwaterpark (waterlandkwartier)

5.967.786

75%

1.342.752

25%

1.491.947

2.834.698

Park De Dwarsgouw (Grex Wheermolen O)

2.670.576

50%

400.586

50%

1.335.288

1.735.874

Gorsebos

1.400.338

100%

420.101

537.097

50%

80.565

Park De Driegang

1.173.405

100%

352.022

352.022

Groengebied Purmerland

1.017.242

100%

305.173

305.173

Park De Uitvlugt (Golfbaan/Oostflank)

Totaal

18.001.044

3.939.393

420.101 50%

2

268.549

4.869.733

349.113

8.809.126

Tabel 10 Verhaal via de nota GKP

Omdat Park De Dwarsgouw volledig is opgenomen in de grondexploitatie Wheermolen Oost is daar sprake van 100% kostendekking. Daarnaast is het een optie om Park De Dwarsgouw ook mee te nemen in het aanvullingsbesluit De Koog i.v.m. de gewenste onderdoorgang voor langzaam verkeer onder het spoor van de Koog naar Park De Dwarsgouw. Deze onderdoorgang zit namelijk niet in de grondexploitatie Wheermolen-Oost en is wel gewenst om Park De Dwarsgouw sociaal veiliger te maken. Deze tunnel zorgt er ook voor dat Park De Dwarsgouw beter toegankelijk wordt voor de toekomstige bewoners op de Koog.

6.3 Rioolheffing Evenals bij kostenverhaal is ook het beleid met betrekking tot de rioolheffing in beweging. Op dit moment is er een nieuw Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) in voorbereiding. Het is de bedoeling dat dit GRP bij de kadernota 2023 aan de raad wordt aangeboden. Het begrip “rioolheffing” is met invoering van de brede rioolheffing in 2008 feitelijk achterhaald. De verwerking van hemelwater en grondwater speelt tegenwoordig een minstens zo belangrijke rol als de verwerking van afvalwater. Het waterschap verwerkt het afvalwater en zuivert het. Het principe “de vervuiler betaalt” is dan ook nauwelijks van toepassing op de rioolheffing. Klimaatverandering speelt ook een steeds grotere rol bij besluiten over waterverwerking. De klimaatverandering heeft niet alleen gevolgen vanwege de toename van hevige neerslag, maar ook vanwege uitdroging van gronden. Dat kan leiden tot problemen met fundering, maar ook verdroging van natuur- en landbouwgronden. De traditionele riolering is daarom niet de oplossing voor alle waterproblemen. De nieuwe wijze waarop onder meer gemeenten duurzamer omgaan met de verwerking van water wordt watertransitie genoemd. De “rioolheffing” is tegenwoordig daarom een middel voor kostenverhaal van de totale waterhuishouding van een gemeente. De gemeente heeft een aantal zorgplichten op het terrein van water: 1. de zorgplicht voor afvalwater, 2.

de zorgplicht voor hemel- en grondwater. 14

GRP’s dienen aandacht te besteden aan de planverplichting voor de riolering en aan de zorgplichten voor hemel- en grondwater. Het GRP zal ook ten minste een overzicht bevatten van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater en de voorgenomen maatregelen ter voorkoming of beperking van nadelige gevolgen van de grondwaterstand. Dat laatste uiteraard alleen als er zich in de gemeente daadwerkelijk grondwaterproblemen voordoen. Hoofdregel is dat de gemeente de kosten verhaalt die ze maakt voor de nakoming van de zorgplichten. De gemeente moet aannemelijk maken dat de kosten zijn gemaakt om aan de zorgplichten te voldoen. De onderstaande driedeling bepaalt dan de toerekening van de kosten. 1. De voorziening dient volledig voor het nakomen van de zorgplichten. De kosten van de voorziening kunnen volledig worden verhaald via de rioolheffing. 2. De voorziening dient niet voor het nakomen van de zorgplichten. De kosten van de voorziening kunnen niet worden verhaald via de rioolheffing. 3. De voorziening dient voor een deel tot het nakomen van de zorgplichten maar dient ook andere doelen. Dient de voorziening slechts zijdelings (< 10%) voor het nakomen van de zorgplichten dan kunnen de kosten niet worden verhaald via de heffing. Als voorbeeld de kosten voor baggeren.

Als het baggeren samenhangt met het onderhoud van gemeentelijk oppervlaktewateren en vaarwegen, dan kunnen de kosten niet uit de rioolheffing worden bekostigd. Vindt het baggeren plaats vanwege de ruiming van slib voor één van de zorgplichten, dan mogen de kosten wel uit de heffing worden bekostigd. Het is om die reden logisch om bepaalde voorzieningen die in parken worden aangebracht als het gaat om de waterhuishouding te verhalen onder de rioolheffing. Deze voorzieningen worden in het kader van het nieuw op te stellen GRP op dit moment geïnventariseerd. In afwachting van deze inventarisatie en het nieuw op te stellen GRP ramen wij de mogelijke dekking vanuit de ‘brede’ rioolheffing vooralsnog PM.

6.4 Subsidie Voor klimaatadaptatie kan met de regio subsidie worden aangevraagd met de hele regio. De provincie Noord Holland wil gemeenten stimuleren tot meer maatregelen en helpen met een betere inrichting voor het klimaat, m.b.v. de Uitvoeringsregeling subsidie fysieke uitvoeringsprojecten klimaatadaptatie Noord-Holland. Subsidie kan worden verstrekt voor fysieke uitvoeringsprojecten die bijdragen aan klimaatadaptatie. Onder klimaatadaptatie wordt het proces verstaan waarbij de samenleving zich aanpast aan het actuele of verwachte klimaat en de effecten daarvan, om de schade die gepaard kan gaan met klimaatverandering te beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt te benutten. De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 100.000. Voor het Kooimanpark is deze subsidie aangevraagd en deze is inmiddels ook toegekend. In de cijfermatige opstelling is hier overigens nog geen rekening mee gehouden.

6.5 Totale dekking Onder 6.2 hebben we de maximale dekking geïnventariseerd die vanuit de herziene nota GKP zou kunnen worden gegenereerd. Voorts hebben we bekeken of een deel van de investeringen gedekt zou kunnen worden via de rioolheffing. Vooralsnog ramen we dit, in afwachting van het nieuwe GRP, P.M. 15

De dekking die wordt gegenereerd via kostenverhaal hebben we in deze business case gerelateerd aan de (gemiddelde) afschrijvingstermijnen (circa 20 jaar) en dus over een periode van 20 jaar ten gunste gebracht van de exploitatie. Deze handelswijze is ook toegepast bij de business case voor de parkeergarage. In een verkort overzicht geeft dit het volgende beeld: Parken

M2

Inv.

Baten

Baten

Baten

Baten

Baten

Baten

2025

2028

2031

2034

2037

2040

Kooimanpark

32.056

1.861.198

60.489

60.489

60.489

60.489

60.489

60.489

Park De Noord

87.456

3.373.402

0

80.118

80.118

80.118

80.118

80.118

Leeghwaterpark

234.672

5.967.786

0

141.735

141.735

141.735

141.735

141.735

Park De Dwarsgouw

197.442

2.670.576

0

86.794

86.794

86.794

86.794

86.794

Gorsebos

61.622

1.400.338

0

0

21.005

21.005

21.005

21.005

Park De Uitvlugt

62.326

537.097

0

0

0

17.456

17.456

17.456

Park De Driegang

98.544

1.173.405

0

0

0

17.601

17.601

17.601

Groengebied

351.028

1.017.242

0

0

0

0

15.259

15.259

1.125.146

18.001.044

Purmerland

Totaal

60.489 369.136 390.141 425.198 440.456 440.456

Tabel 11 Totale baten Parkenplan

16

7. Netto lasten Parkenplan Nu we in hoofdstuk 5 de totale lasten (kapitaallasten en kosten beheer) in beeld hebben gebracht, en in hoofdstuk 6 de dekking hebben geïnventariseerd, kan het volgende beeld worden gegeven van de netto belasting van de begroting:

Parken

M2

Inv.

Lasten

Lasten

Lasten

Lasten

Lasten

Lasten

2025

2028

2031

2034

2037

2040

Kooimanpark

32.056

1.861.198

63.809

60.265

56.720

53.176

49.631

15.975

Park De Noord

87.456

3.373.402

0

131.978

125.884

119.791

113.697

107.604

Leeghwaterpark

234.672

5.967.786

0

259.406

248.207

237.009

225.810

214.611

Park De Dwarsgouw

197.442

2.670.576

0

122.066

47.370

42.673

37.975

33.277

Gorsebos

61.622

1.400.338

0

0

54.316

51.826

49.336

46.846

Park De Uitvlugt

62.326

537.097

0

0

0

28.178

27.208

26.237

Park De Driegang

98.544

1.173.405

0

0

0

70.441

68.264

66.087

Groengebied

351.028

1.017.242

0

0

0

0

68.462

66.686

1.125.146

18.001.044

Purmerland

Totaal

63.809 573.715 532.498 603.094 640.383 577.324

Tabel 12 Netto lasten Parkenplan

Bovenstaande is te lezen als volgt: bij realisatie van het Parkenplan is de komende jaren een bedrag oplopend tot circa € 640.000 aan extra begrotingsruimte benodigd. De afweging hierover zal worden betrokken bij de Kadernota’s en de Programmabegrotingen. De bovenstaande berekening is met een aantal onzekerheden en met een aantal kansen omgeven. De onzekerheden zitten met name in: - De mate waarin kostenverhaal lukt - De mate waarin bij de uitwerking van de ontwerpen de uitgaven van de business case houdbaar blijken. De kansen zitten in: - De diverse kansen om subsidies binnen te halen voor de upgrade van de parken - De kansen om een deel van de kosten toe te rekenen aan kostendekkende heffingen. Er wordt om die reden ook voorgesteld om een buffer te vormen voor het Parkenplan. Hiermee kunnen incidentele voordelen met betrekking tot de parken en de groenopgave van de stad worden gereserveerd. De eerste storting in dit verband zou de onderhoudsbijdrage van de ontwikkeling van het Kwadijkerpark kunnen zijn voor het in eigendom nemen van het openbaar gebied. 17

8. Proces en besluitvorming 8.1 Inleiding Zoals opgemerkt is deze business case niet bedoeld als onderligger voor de besluitvorming over de totale kredietvotering van het Parkenplan. Immers, het parkenplan beslaat een periode van een kleine 20 jaar. Dit neemt niet weg dat deze business case en de daaruit voortvloeiende investeringsramingen onderdeel zijn van de (financiële) planning zoals die tot uitdrukking komt in de investeringsagenda waar op dit moment aan wordt gewerkt. Deze business case, samen met het parkenplan, kan worden gezien als onderbouwing van de structurele bijdrage die nodig is om de Parken op het gewenste niveau te krijgen. In het Parkenplan is vastgelegd waarom, met het oog op de woningbouw en de klimaatverandering, de investeringen nodig zijn. De business case noemt hier de bijbehorende bedragen en is daarmee de basis voor het kostenverhaal en voor de afweging om hier middelen voor vrij te maken in de begroting. Het in uitvoering nemen van het parkenplan heeft, naast de besluitvorming ook te maken met het proces om tot uitvoering te komen. Beide onderwerpen zijn in dit hoofdstuk (globaal) uitgewerkt.

8.2 Proces Ten aanzien van het proces om tot uitvoering van de opwaardering van de parken over te gaan onderkennen wij de volgende stappen. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Schetsontwerp Voorlopig ontwerp Participatieronde Definitief ontwerp Bestek Aanbesteding Uitvoering

Voor de stappen 1 t/m 2 zal een voorbereidingsbudget nodig zijn. Dit hangt samen met de wens vroegtijdig inzicht te verkrijgen in de benodigde gewenste ingrepen in de parken. Hierdoor kunnen reeds geplande vervangingsinvesteringen beter worden beoordeeld, en afgezet worden tegen het reeds beschikbare voorlopig ontwerp dat met behulp van de voorbereidingsbudgetten zal worden opgesteld. Het is dus de bedoeling om in een zo vroeg mogelijk stadium te kunnen beschikken over alle voorbereidingsbudgetten. Voor de stappen 3 t/m 7 is vervolgens een uitvoeringskrediet benodigd. Dit uitvoeringskrediet zal circa 2 jaar voor het geplande moment van gereedkomen (cf. tabel 6) via de verschillende toekomstige Kadernota’s worden aangevraagd.

18

De benodigde voorbereidingsbudgetten voor (Gorsebos, Park De Uitvlugt, Park De Driegang en Groengebied Purmerland) schatten wij in op 30 procent van de geraamde VAT kosten, met een minimum van € 40.000 i.v.m. de benodigde onderzoeken (zie tabel 13: heeft betrekking op park De Uitvlugt). De VAT kosten zijn geraamd op 18% van de investeringskosten. Het resterende deel (70%)van de VAT kosten is dan vervolgens beschikbaar voor de uitvoering. Dit geeft het volgende beeld als het gaat om de benodigde voorbereidingskredieten. Parken

Investering

VAT

Totaal

VAT

VAT

voorbereiding

uitvoering

Kooimanpark*

1.577.286

283.912

1.861.198

60.000

223.912

Park De Noord*

2.858.815

514.587

3.373.402

30.000

484.587

Leeghwaterpark*

5.057.446

910.340

5.967.786

70.000

840.340

Park De Dwarsgouw

2.263.200

407.376

2.670.576

122.213

285.163

Gorsebos

1.186.727

213.611

1.400.338

64.083

149.528

Park De Uitvlugt

455.167

81.930

537.097

40.000

41.930

Park De Driegang

994.411

178.994

1.173.405

53.698

125.296

Groengebied Purmerland

862.069

155.173

1.017.242

46.552

108.621

15.255.121

2.745.923

18.001.044

486.546

2.259.377

Totaal

Tabel 13 Benodigd voorbereidingskrediet

* Door de raad is op 30 juni 2021 (kadernota) een voorbereidingsbudget ad € 60.000 beschikbaar gesteld voor het Kooimanpark. Voor het Leeghwaterpark is, eveneens via de kadernota, een voorbereidingsbudget beschikbaar gesteld van € 70.000 en voor Park De Noord een voorbereidingsbudget van € 30.000. Deze budgetten blijken niet toereikend te zijn. Oorspronkelijk zijn enkel de kosten voor de ontwerpopgave voor een extern landschapsbureau geraamd. Het blijkt nu echter dat er nog aanvullende onderzoeks- en procedurele kosten gemaakt moeten worden om tot een robuust ontwerp te komen. Om het ontwerpproces voor het Kooimanpark en Park De Noord af te ronden en het ontwerpproces voor het Leeghwaterpark uit te voeren is er in 2022 nog extra voorbereidingsbudget nodig (ca € 125.000).

19

8.3 Besluitvorming Hetgeen bij 8.2 is opgemerkt over het proces rond de uitvoering van het Parkenplan 2021 -2040, gekoppeld aan de planning zoals die is opgenomen bij 3.2 leidt tot de volgende planning v.w.b. de besluitvorming: Parken

Voorbereidings

Uitvoerings

Gereed

Activering per

budget

krediet

Kooimanpark

R.B.G.

2022

2024

2025

Park De Noord

R.B.G.

2023

2025

2026

Leeghwaterpark

R.B.G.

2024

2026

2027

2023 via grex

2025 via grex

2027

2028

Gorsebos

2024

2027

2029

2030

Park De Uitvlugt

2024

2029

2031

2032

Park De Driegang

2025

2031

2033

2034

Groengebied Purmerland

2025

2033

2035

2036

Park De Dwarsgouw

Tabel 14 Besluitvormingsplanning

20

Bijlage 1: Onderbouwing weging parkelementen 1. Waterkundig • Kooimanpark (100%): het park is uiterst gevoelig voor wateroverlast (conclusie klimaatanalyse). Er blijft heel veel water staan na een extreme bui met waterhoogte vanaf 25 centimeter. Het fietspad de Doplaan wordt onbegaanbaar. Het park ligt laag waardoor hemelwater uit de directe omgeving naar het park toe stroomt. Vanuit verschillende punten vanaf Hoornselaan en Burgemeester D. Kooimanweg stroomt hemelwater het Kooimanpark in. Een sterke afstroming van regenwater vanaf de helling van Hoornsebrug naar het Kooimanpark. Extra water graven en bruggen nodig. Alle beschoeiing wordt vervangen door flauwe oevers. Aanleg kano plaats, vlonder aan het water, stapstenen door het water. • Leeghwaterpak (25%): Wateroverlast op kleine schaal aanwezig (conclusie klimaatanalyse). In het noordelijke deel verzameld hemelwater zich op een lager punt. Dit hoeft niet problematisch te zijn, maar moet wel verder worden uitgezocht, want het is kleigrond en dit laat moeilijk water door. Daarnaast wateroverlast op beide parkeerterreinen (bij kerk en zwembad). De parkeerterreinen worden intensief gebruikt. Het is ons stadspark met regionale voorzieningen. Daarom is hier ondanks de wateroverlast op kleine schaal een hoger percentage opgenomen. • Park De Noord (75%): Park De Noord is gevoelig voor wateroverlast (conclusie klimaatanalyse).

Het water aan de noordwestelijke kant van het park kan gemakkelijk buiten zijn oevers treden door het geringe hoogteverschil tussen land en water. Wateroverlast op verschillende delen in het park aanwezig. O.a. wateroverlast in groene uitloper langs het spelen en in het parkdeel dichtbij de woningen (Torenmolen) die aan het park grenzen (‘Praten in het Park’). • Park De Driegang (50%): De wateroverlast valt mee (conclusie klimaatanalyse) Bij het speeltuintje zijn bij extreme buien waterstanden van 25 centimeter mogelijk. Op een aantal plaatsen in het park kan plasvorming ontstaan. Het gaat om kleigrond en dit laat moeilijk water door. Water infiltrerende maatregelen zijn hier niet heel effectief. Drainage naar de watergangen is in polder gebied de beste manier om wateroverlast te verminderen. Bij de eilandje komt water buiten de oevers, maar dit is niet heel zorgelijk. Tijdens de participatie kwam werd aangegeven dat de aanwezige drainage niet goed werkt. • Park De Uitvlugt (30%): Het park is vrijwel niet gevoelig voor wateroverlast na een extreme bui (conclusie klimaatanalyse). Het oppervlakte water kan een klein beetje uit zijn oevers treden. De polderwijken hebben over het algemeen minder last van wateroverlast, omdat het bestaansrecht van een polder afhankelijk is van een goede waterhuishouding. In de participatie werd wel gesproken over wateroverlast op de paden.

Een iets hoger percentage opgenomen, omdat er voor waterberging bijv. bredere watergangen zouden kunnen komen met flauwe oevers. • Park De Dwarsgouw (20%): Het park is redelijk gevoelig voor wateroverlast en bepaalde delen van dit park kunnen onderlopen (conclusie klimaatanalyse). Het zuidelijk deel van het park met de volkstuintjes en de atletiekbaak zijn de laagste punten van het park. De waterkwaliteit in het gebeid is een aandachtspunt. Er zijn ingrepen nodig om de waterhuishouding te verbeteren. Het park is 6x zo groot als het Kooimanpark vandaar 20%. • Gorsebos (100%): Het Gorsebos is niet heel gevoelig voor wateroverlast (conclusie klimaatanalyse). Het water kan iets buiten de oevers treden en er is sprak van wat plasvorming. 21

•

De buurtjes rondom dit park hebben wel te maken met wateroverlast. Misschien een interessante koppeling voor deze omgeving om dit park in te zetten als tijdelijke waterbuffer? In de raming meenemen dat het park zo ingezet wordt dat het gebruikt kan worden als tijdelijke waterbuffer. Daar is het park in de huidige inrichting nog niet geschikt voor. Groengebied Purmerland (10%): De wateroverlast in Groengebied Purmerland valt mee (conclusie klimaatanalyse). Er is weinig verharding en er zijn veel watergangen. De gemiddelde hoogste grondwaterstand kan hoog zijn en dat is niet onbekend voor Waterland. Het stukje van Purmerend heeft hier minder last van. Het is van nature een veenweide moeras gebied en dat moeten we ook zo houden.

2. Verharding • Kooimanpark (100%): de toegankelijkheid voor minder validen scoort ruim voldoende in de internet enquête. Bij de participatie wordt aangegeven dat er wat stoeptegels ontbreken in het voetpad langs De Doplaan. Het park wordt omgevormd van doorgangspark naar verblijfspark. Er komen meer paden, zodat er meerdere rondjes door het park gelopen kan worden. • Leeghwaterpark (100%): De toegankelijkheid voor minder validen scoort goed in de internet enquête. De toegankelijkheid voor bevoorrading evenementen kan beter. Uit de participatie blijkt dat de toegangsweg vanaf de Van Osweg het park in te smal is. Daarnaast dient de evenementenweide geschikt gemaakt te worden voor evenementen. • Park De Noord (150%): De toegankelijkheid voor minder validen scoort laag, maar voldoende in de internet enquête. Ook uit de gesprekken met verschillende stakeholders komt naar voren dat de paden hobbelig en te smal zijn en dat een fietsroute ontbreekt. • Park De Driegang (50%) : de toegankelijkheid minder validen scoort goed in de internet enquête. De problematische goot tussen voet- en fietspad is inmiddels verholpen. Er zitten nog onoverzichtelijkheden in kruising van voet- en fietspaden. Een verbetering van de kwaliteit van de voet- en fietspaden is gewenst. • Park De Uitvlugt (50%): de toegankelijkheid scoort goed in de internet enquête.

Verbetering padenstructuur voor voet- en fietser (participatie). • Park De Dwarsgouw (100%): De toegankelijkheid voor minder validen scoort onvoldoende in de internet enquête. Met name de toegangen vanaf de dijk langs de ringvaart het park in zijn slecht begaanbaar (steil en smal). Het hoofdpad door het park is goed. • Gorsebos (75%): de toegankelijkheid voor minder validen scoort ruim voldoende in de internet enquête. De wandelpaden zijn slecht en de fietspaden worden daardoor vaak als wandelpad gebruikt (participatie). Het park heeft een belangrijke doorgaande route naar de voorzieningen en de aangrenzende Purmer. • Groengebied Purmerland (50%): de toegankelijkheid voor mindervaliden scoort ruim voldoende in de internet enquête. Uit de participatie komt naar voren dat de paden dieper het gebied in drassig zijn. De aansluiting van de paden op de bruggen zijn verzakt. Een deel van de bermen langs de paden dichter bij de woningen zijn verzakt, waardoor de paden ook verzakken. 3. Groen • Kooimanpark (100%): Het Kooimanpark is in de huidige situatie vrij open. In 2018 is er al drastisch beplanting gesnoeid en verwijderd. In het nieuwe ontwerp komt er meer diversiteit in beplanting door het toevoegen van vaste planten borders, flauwe oevers, nieuwe bomen en heestervakken. • Leeghwaterpak (100%): meer diversiteit in beplanting gewenst (participatie).

Het is ons stadspark daarom extra aandacht voor beplanting. • Park De Noord (150%): in de huidige situatie veel bosplantsoenvakken aanwezig die sterk verouderd zijn en omgevormd moeten worden. Meer variatie in beplanting gewenst (participatie). 22

• • • • •

Park De Driegang (50%): meer variatie in groen en beplanting, toevoegen extra bomen om hittestress tegen te gaan (participatie). Park De Uitvlugt (25%): er wordt kleur gemist in het park (participatie). Park De Dwarsgouw (75%): in het park meer openheid creëren voor meer zicht. Gorsebos 75%: het Gorsebos heeft veel verouderde bosplantsoenvakken die verjongd moeten worden. Groengebied Purmerland 25%: De beplanting in Groengebied Purmerland is in verhouding tot de overig parken nog relatief jong. De beplanting heeft een landschappelijk karakter. Omvorming van beplanting nodig waar beplanting te fors wordt. Daarnaast dienen de graskanten langs de paden aangevuld te worden en hersteld.

4. Kunstwerken (bruggen, duikers, tunnels, vlonders, vissteigers, etc.) • Kooimanpark (100%): Vier extra bruggen nodig. Bestaande brug krijgt andere leuningen. Alle beschoeiing wordt vervangen door flauwe oevers. Aanleg kano plaats, vlonder aan het water, stapstenen door het water. • Leeghwaterpak (25%): Het Leeghwaterpark heeft in de huidige inrichting verouderde verharde plekken aan het water. Het park ligt verdiept en wordt omgeven door taluds van dijk en weg. Er zijn verschillende viaducten, trappen en hellingbanen die naar het park leiden. • Park De Noord (25%): het park heeft in de huidige situatie een vissteiger en verschillende bruggen. • Park De Driegang (25%): Het park heeft in de huidige situatie verschillende bruggen. • Park De Uitvlugt (25%): Het park bevat verscheidene watergangen, bruggen en een vissteiger. Een goede aansluiting met de nieuwe inrichting van het golfterrein is gewenst. Het is mogelijk dat er in de huidige inrichting van kunstwerken iets moet wijzigen. Daarom een wat hoger percentage opgenomen. • Park De Dwarsgouw (10%): De waterkwaliteit in park De Dwarsgouw moet worden verbeterd. Om een betere doorstroming te krijgen zijn er extra kunstwerken nodig. Het park is 6x zo groot als het Kooimanpark vandaar 10%.

Daarnaast is in het ontwikkelplan Wheermolen-Oost voor park de Dwarsgouw een langzaam verkeerstunnel onder het spoor bedacht om een betere toegankelijkheid in het park te krijgen en hiermee de sociale controle te verbeteren. Deze tunnel is als een specifieke investering in de raming opgenomen. • Gorsebos (100%): heeft in de huidige situatie verschillende bruggen. Als het park ingezet gaat worden als tijdelijke waterbuffer voor de buurt zullen er extra kunstwerken nodig zijn. • Groengebied Purmerland (10%): het groengebied heeft verschillende bruggen 5. Inrichting (straatmeubilair, kunst & cultuur) • Kooimanpark (100 %): in het Kooimanpark komt een fontein terug. Er zitten nog aansluiting, maar deze zijn verouderd. Verder worden er op regelmatige afstand bankjes geplaatst, zodat het park ook goed toegankelijk is voor minder valide mensen. Er komt een omheining voor een uitrenveld. Speciale elementen rond de vaste planten borders. • Leeghwaterpak (100%): Het Leeghwaterpark is ons stadspark. In het nieuwe ontwerp dient het park ook meer de uitstraling van een stadspark te krijgen. Voldoende zitelementen, stallingsmogelijkheden voor de fiets en goede verlichting in het parkdeel dat regionale functies bevat. Tijdens de participatie kwamen wensen van een fontein naar voren. In het park bevinden zich ook verschillende kunstobjecten. Het park bevat een groot hondenlosloopgebied.

Waarschijnlijk en afscherming nodig om het park multifunctioneel te maken. Daarnaast dient de evenementenweide geschikt gemaakt te worden voor evenementen. • Park De Noord (25%): Park de Noord heeft een bolwerk (ronde stenen uitstulping in het water) met zitelementen. Het park heeft in de huidige situatie weinig straatmeubilair en scoort in de internet enquête als enige park op waardering bankjes en andere zitgelegenheden onvoldoende. Meer bankjes zijn gewenst. Er is waarschijnlijk een omheind deel nodig voor 23

•

• •

• •

hondenlosloopgebied om de problematiek tussen loslopende honden en andere doelgroepen op te lossen. Park De Driegang (50%): In het huidige park is een kunstobject poortelement aanwezig. Het vroegere molentje als beëindiging op de heuvel in de groene uitloper als kunstobject is verdwenen. Deze plek tussen de twee nieuwe bouwlocaties (Koggenland en Luitje Broekemastraat) leent zich echter wel voor een kunstwerk om het verhaal van Park De Driegang te vertellen. Een stukje cultuurhistorie. Het park bevat al een groot omheind hondenuitlaat gebied. Park De Uitvlugt (10%): Park de Uitvlugt bevat een bestaand kunstwerk. Een gemetseld element. Uit de participatie komt dat er meer bankjes gewenst zijn. En dat er een omheind honden uitlaatgebied gewenst is. Park De Dwarsgouw (10%): in de ontwikkelvisie Wheermolen-Oost is ook een idee voor opwaardering Park De Dwarsgouw opgenomen. Om de toegangen te accentueren zijn poorten voorgesteld. Het park bevat nu weinig zitplekken. Ook zal er doordat er losloopgebieden verdwijnen door de bouwactiviteiten iets voor honden in het park moeten komen. Een omheind gedeelte. Gorsebos (10%): uit de participatie komt naar voren dat er meer zitplekken gewenst zijn. In het park wordt al een omheind losloopgebied aangelegd.

Groengebied Purmerland (10%): Het park krijgt in de internet enquête parken gemiddeld het hoogste rapport cijfer voor waardering (zie Parkenplan bijlage2 internetpanel gebruik en waardering parken 2020, blz. 38.) Het is het enige park dat voor alle onderdelen ruim voldoende of goed scoort. Het onderdeel bankjes en zitmogelijkheden scoort bij dit park het laagst.

6. Spelen en sporten • Kooimanpark (100%): scoort in de internet enquête op speelmogelijkheden onvoldoende. Dit park bevat in de huidige situatie geen speelelementen. In het nieuwe ontwerp komt er een gevarieerde speelplek. • Leeghwaterpak (25%): scoort in de internet enquête op sport- en speelmogelijkheden ruim voldoende. Omdat het hier ons stadspark betreft dat in voorzieningen en uitstraling ook als een stadspark moet functioneren ligt dit percentage hoger. • Park De Noord (50%): scoort in de internet enquête op sportmogelijkheden als enige park onvoldoende en op speelmogelijkheden scoort dit park in de internet enquête ook onvoldoende. Omdat dit park op zowel sport als spelen onvoldoende scoort en dit park 2,5 x zo groot is als het Kooimanpark heb ik hier 50% genomen i.p.v. 100%. • Park De Driegang(10%): scoort in de internet enquête op sport- en speelmogelijkheden ruim voldoende. De kinderspeelplaats en het spelen op het eiland wordt al vernieuwd. Ook wordt de wateroverlast op het huidige voetbalveld al opgelost. • Park De Uitvlugt (25%): scoort goed in de internet enquête op speel- en sportmogelijkheden. In het park zijn t.o.v. de andere parken ook relatief veel sport en speelmogelijkheden aanwezig. Er zijn vrij recent fitnesstoestellen geplaatst. Een hoger percentage omdat dit ook allemaal weer vervangen moet worden.

• Park De Dwarsgouw (25%): scoort in de internet enquête op speelplaatsen onvoldoende. In het park zijn in de huidige situatie geen speelvoorzieningen aanwezig. Het park is qua oppervlakte ongeveer 6x zo groot als het Kooimanpark. Vandaar 25% i.p.v. 100%. • Gorsebos (25%): scoort in de internet enquête ruim voldoende op speelmogelijkheden en voldoende sportmogelijkheden. Meer sportmogelijkheden zijn gewenst (participatie). • Groengebied Purmerland (10%): Scoort goed in de internet enquête op speel- en sportmogelijkheden. Ook hier zijn vrij recent fitnestoestellen geplaatst.

24

Bijlage 2: Factsheet per park

25

Kooimanpark

Percentage weging elementen

Beheerkosten Huidige beheerkosten cf Begroting 2022 Beheerkosten onderhoudsniveau A Extra beheerkosten Parkenplan

Investering

Opwaarderi ngsfactor

Investering incl. plankosten

441.590 303.448 238.601 210.872 160.354 222.421 1.577.286

441.590 303.448 238.601 210.872 160.354 222.421 1.577.286

521.076 358.069 281.549 248.829 189.218 262.457 1.861.198

Afschrijving

Afschrijving per jaar

20 25 20 25 15 15

26.054 14.323 14.077 9.953 12.615 17.497

28% 19% 15% 13% 10% 14%

13,78 9,47 7,44 6,58 5,00 6,94 49,20

26.057 25%

Totale lasten Kooimanpark Dekking via Nota GKP/Aanv.besluit Dekking via rioolrecht Subsidie Totaal dekking

Rente percentage

Lasten 2025 Lasten 2026 Lasten 2028 Lasten 2030

Lasten 2032 Lasten 2034

Lasten 2035 Lasten 2040

32.056 100% 1.861.198 58,06 1.209.779 1,02 2024 2025 18%

Oppervlak (m2) Gradatie opwaardering Raming inclusief plankosten Investering per m2 Bijdrage Nota GKP/Aanvullingsbesluit Beheerlasten per m2 Planning gereed Activering vanaf Plankosten (VTU) Toedeling en weging elementen Waterkundig Verharding Groen Kunstwerken Inrichting Spelen en Sporten Subtotaal ìnvestering en lasten

Prijs per m2

20 P.M

Netto lasten exploitatie

26

1,25% 1,25% 1,25% 1,25% 1,25% 1,25%

27.682 16.113 14.957 11.197

32.567 18.799 17.597 13.064 14.980 20.778 117.784

32.242 18.620 17.421 12.939 14.822 20.559 116.602

31.590 18.261 17.069 12.690 14.507 20.122 114.239

30.939 17.903 16.717 12.441 14.191 19.684 111.876

30.288 17.545 16.365 12.193 13.876 19.247 109.513

29.636 17.187 16.013 11.944 13.561 18.809 107.150

29.311 17.008 15.837 11.819 13.403 18.591 105.969

69.950

26.057 32.571 6.514

26.057 32.571 6.514

26.057 32.571 6.514

26.057 32.571 6.514

26.057 32.571 6.514

26.057 32.571 6.514

26.057 32.571 6.514

26.057 32.571 6.514

124.298

123.117

120.754

118.391

116.028

113.665

112.483

76.464

60.489

60.489

60.489

60.489

60.489

60.489

60.489

60.489

60.489

60.489

60.489

60.489

60.489

60.489

60.489

60.489

63.809

62.628

60.265

57.902

55.539

53.176

51.994

15.975

Park De Noord Oppervlak (m2) Gradatie opwaardering Raming inclusief plankosten Investering per m2 Bijdrage Nota GKP/Aanvullingsbesluit Beheerlasten per m2 Planning gereed Activering vanaf Plankosten (VTU) Toedeling en weging elementen Waterkundig Verharding Groen Kunstwerken Inrichting Spelen en Sporten Skatebaan / sportfaciliteit De Noord Subtotaal obv oppervlak en €/m2 Beheerkosten Huidige beheerkosten cf Begroting 2022 Beheerkosten onderhoudsniveau A Extra beheerkosten Parkenplan

Percentage weging elementen

Prijs per m2

Investering

Opwaarderi ngsfactor

Investering incl. plankosten

903.568 1.241.812 976.436 143.827 109.371 303.408 100.000 3.778.420

677.676 931.359 732.327 107.870 82.028 227.556 100.000 2.858.815

799.657 1.099.003 864.146 127.287 96.793 268.516 118.000 3.373.402

Afschrijving

Afschrijving per jaar

20 25 20 25 15 15 15

39.983 43.960 43.207 5.091 6.453 17.901 5.900

Lasten 2025 Lasten 2026 Lasten 2028 Lasten 2030

Lasten 2032 Lasten 2034

Lasten 2035 Lasten 2040

87.456 75% 3.373.402 38,57 1.602.366 0,66 2025 2026 18% 75% 150% 150% 25% 25% 50%

10,33 14,20 11,16 1,64 1,25 3,47 42,06

45.982 25%

Totale lasten Park De Noord Dekking via Nota GKP/Aanv.besluit Dekking via rioolrecht Subsidie Totaal dekking

Rente percentage

20

Netto lasten exploitatie

27

1,25% 1,25% 1,25% 1,25% 1,25% 1,25% 1,25%

49.979 57.698 54.009 6.683 7.663 21.257 7.375 204.663

48.979 56.599 52.929 6.555 7.501 20.810 7.228 200.601

47.979 55.500 51.849 6.428 7.340 20.362 7.080 196.538

46.980 54.401 50.769 6.301 7.179 19.915 6.933 192.476

45.980 53.302 49.688 6.173 7.017 19.467 6.785 188.414

45.481 52.752 49.148 6.110 6.937 19.244 6.711 186.382

42.982 50.005 46.448 5.792 6.534 18.125 6.343 176.226

45.982 57.477 11.495

45.982 57.477 11.495

45.982 57.477 11.495

45.982 57.477 11.495

45.982 57.477 11.495

45.982 57.477 11.495

45.982 57.477 11.495

216.159

212.096

208.034

203.971

199.909

197.878

187.722

80.118

80.118

80.118

80.118

80.118

80.118

80.118

80.118

80.118

80.118

80.118

80.118

80.118

80.118

136.040

131.978

127.916

123.853

119.791

117.760

107.604

Leeghwaterpark Oppervlak (m2) Gradatie opwaardering Raming inclusief plankosten Investering per m2 Bijdrage Nota GKP/Aanvullingsbesluit Beheerlasten per m2 Planning gereed Activering vanaf Plankosten (VTU) Toedeling en weging elementen Waterkundig Verharding Groen Kunstwerken Inrichting Spelen en Sporten Subtotaal obv oppervlak en €/m2 Beheerkosten Huidige beheerkosten cf Begroting 2022 Beheerkosten onderhoudsniveau A Extra beheerkosten Parkenplan

Percentage weging elementen

Prijs per m2

Investering

Opwaarderi ngsfactor

Investering incl. plankosten

808.186 2.221.448 1.746.723 385.932 1.173.904 407.069 6.743.262

606.139 1.666.086 1.310.042 289.449 880.428 305.302 5.057.446

715.244 1.965.981 1.545.850 341.550 1.038.905 360.256 5.967.786

Afschrijving

Afschrijving per jaar

20 25 20 25 15 15

35.762 78.639 77.293 13.662 69.260 24.017

Lasten 2025 Lasten 2026 Lasten 2028 Lasten 2030

Lasten 2032 Lasten 2034

Lasten 2035 Lasten 2040

234.672 75% 5.967.786 25,43 2.834.699 0,67 2026 2027 18% 25% 100% 100% 25% 100% 25%

3,44 9,47 7,44 1,64 5,00 1,73 28,73

126.573 25%

Totale lasten Leeghwaterpark Dekking via Nota GKP/Aanv.besluit Dekking via rioolrecht Subsidie Totaal dekking

Rente percentage

20

Netto lasten exploitatie

28

1,25% 1,25% 1,25% 1,25% 1,25% 1,25%

44.256 102.231 95.649 17.761 81.381 28.220 369.498

43.362 100.265 93.717 17.419 79.649 27.620 362.032

42.468 98.299 91.785 17.077 77.918 27.019 354.566

41.574 96.333 89.853 16.736 76.186 26.419 347.100

41.127 95.350 88.886 16.565 75.321 26.119 343.367

38.891 90.435 84.056 15.711 70.992 24.617 324.703

126.573 158.217 31.643

126.573 158.217 31.643

126.573 158.217 31.643

126.573 158.217 31.643

126.573 158.217 31.643

126.573 158.217 31.643

401.141

393.675

386.209

378.744

375.011

356.346

141.735

141.735

141.735

141.735

141.735

141.735

141.735

141.735

141.735

141.735

141.735

141.735

259.406

251.940

244.475

237.009

233.276

214.611

Park De Dwarsgouw Oppervlak (m2) Gradatie opwaardering Raming inclusief plankosten Investering per m2 Bijdrage Nota GKP/Aanvullingsbesluit/Grex Beheerlasten per m2 Planning gereed Activering vanaf Plankosten (VTU) Toedeling en weging elementen Waterkundig Verharding Groen Kunstwerken Inrichting Spelen en Sporten Subtotaal obv oppervlak en €/m2 Beheerkosten Huidige beheerkosten cf Begroting 2022 Beheerkosten onderhoudsniveau A Extra beheerkosten Parkenplan

Percentage weging elementen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11322686/1