B Bijlage Toelichting en regels bestemmingsplan Vijfhoek 2021
Tekst van het document
Ter plaatse van een hoge en middelhoge verwachtingswaarde dient bij grondwerkzaamheden eerst een verkennend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd door een hiertoe gecertificeerd bureau. De Vijfhoek ligt in het historisch centrum van Purmerend, in een gebied met een hoge verwachtingswaarde. De bodemverstoring is meer dan 30 m2, waardoor archeologisch onderzoek verplicht is."
(Vastgesteld)
31
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021' Doorwerking planinitiatief Om de archeologische waarde binnen het plangebied in kaart te brengen heeft archeologisch adviesbureau Salisbury BV een bureauonderzoek (Rapportnummer 342) uitgevoerd. Het bureauonderzoek is als bijlage 2 toegevoegd aan de toelichting van voorliggend bestemmingsplan. Het plangebied ligt in de historische kern van Purmerend. Zowel binnen als direct buiten het plangebied zijn bij ontgravingen intacte archeologische resten aangetroffen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd, onder meer een waterkelder, kademuren, ophogingslagen en een vermoedelijk riool. Er zijn dus goede aanwijzingen dat archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn. Dit kan echter pas tijdens veldonderzoek daadwerkelijk worden bevestigd. Op basis van het bureauonderzoek is geconcludeerd dat in het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. De archeologisch relevante niveaus bevinden zich waarschijnlijk direct onder het maaiveld tot een diepte van 2 - 4 meter - mv. Indien archeologische resten voorkomen binnen de voorgenomen ontgravingsdiepte dan kunnen deze verstoord raken door de plannen. Ook wanneer wordt gefundeerd op palen zal het archeologische niveau plaatselijk worden verstoord.
Conclusie Op basis van het bureauonderzoek is een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied vastgesteld. Deze verwachting is gebaseerd op de resultaten van onderzoek in de omgeving, de ligging in de historische binnenstad en de bebouwing die in ieder geval tot de 17e eeuw te traceren is. Het bureauonderzoek is voorgelegd aan de gemeente Purmerend ter beoordeling. De gemeente Purmerend heeft op 14 mei 2020 een selectiebesluit genomen waarin de getrokken conclusies uit het bureauonderzoek worden onderschreven. Door middel van voortgezet archeologisch onderzoek, in de vorm van een inventariserend veldonderzoek in het onbebouwde gedeelte en een archeologische sloopbegeleiding in het bebouwde gedeelte, dienen eventuele archeologische resten te worden veiliggesteld. De gemeente Purmerend en de initiatiefnemer zullen de noodzakelijke vervolgstappen gezamenlijk zetten. De gemeente Purmerend heeft het noodzakelijk Programma van Eisen (PvE) inmiddels goedgekeurd. De initiatiefnemer zal een gecertificeerd archeologisch bedrijf opdracht verlenen tot het uitvoeren van het inventariserend veldonderzoek en de archeologische begeleiding Toevalsvondst archeologie Ook in een vrijgegeven plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen.
Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Over de bevindingen en aanbevelingen uit dit onderzoek dient contact opgenomen te worden met het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Purmerend.
32
(Vastgesteld)
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
4.3
Cultuurhistorie
4.3.1
Beleidskader
In de toelichting van ruimtelijke plannen moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het doel hiervan is om cultuurhistorische belangen meer te laten meewegen in de ruimtelijke ordening. Hiertoe is op 1 januari 2012 het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij dit voorschrift in artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a is opgenomen. De in de grond aanwezige waarden komen in de paragraaf over Archeologie aan bod, de overige cultuurhistorische aspecten worden in deze paragraaf besproken.
4.3.1.1 Beleidskader gemeente Purmerend
Op 2 november 2017 heeft de gemeenteraad het Erfgoedbeleid Purmerend 2017 vastgesteld. Dit beleid richt zich op het behoud van het Purmerendse erfgoed. Het spreekt de visie uit dat het erfgoed belangrijk is voor de stad. De gemeente heeft vier ambities met betrekking tot het erfgoed: 1. de karakteristieke historische waarden van Purmerend blijven zo veel mogelijk behouden. Dit wil niet zeggen dat erfgoed onaantastbaar is, ontwikkelingen aan en rond cultuurhistorische waarden blijven mogelijk, mits dit gebeurt met respect voor het 'verhaal' van het object; 2. de historische waarden van onze stad worden versterkt door bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een zichtbare relatie met het erfgoed te leggen. Dit geldt vooral voor locaties in de binnenstad en op bijzondere historische locaties. 3. de kennis over het erfgoed wordt toegankelijker; 4. de gemeente werkt samen met de Purmerendse burgers en ondernemers aan de ambities met betrekking tot het erfgoed. Bij dit beleid is een Cultuurhistorische Waardenkaart opgesteld, waar al het erfgoed van Purmerend op is afgebeeld. Per ontwikkeling dient beoordeeld te worden in hoeverre bestaande cultuurhistorische waarden ingepast kunnen worden.
Doorwerking planinitiatief
Figuur 12: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Purmerend (bron: gemeente Purmerend)
(Vastgesteld)
33
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
Binnen het plangebied zijn geen rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten aanwezig. Aan de Beemsterburgwal grenst het plangebied aan een rijksmonument. Het gevelaanzicht aan de Beemsterburgwal wordt met voorliggend bestemmingsplan en het bouwplan in ere hersteld, hiermee wordt eer gedaan aan de historisch uitstraling van de panden aan de kade. Alhoewel de ontwikkeling geen direct invloed heeft op het rijksmonument, zal de algehele uitstraling aan de Beemsterburgwal verbeteren, dit heeft een positief effect op de cultuurhistorische beleving. Binnen het plangebied heeft in het verleden een oude meelfabriek gestaan, deze is niet meer aanwezig. De architect heeft bij de bouwtekeningen rekening gehouden met deze oude architectuur. Om de relatie met het verleden extra kracht bij te zetten zal in de gevel aan de Kanaalstraat het woord 'Landbouw' worden verwerkt, zoals vroeger ook bij de meelfabriek het geval was.
4.4
Planologisch relevante leidingen
Het kan voorkomen dat er in of nabij het plangebied planologische relevante kabels en/of leidingen liggen. Planologisch relevant zijn hoofdnutsvoorzieningen, zoals leidingen voor het transport van giftige, brandbare en/of ontplofbare stoffen, aardgasleidingen, hoogspanningsleidingen of afvalwaterleidingen. Als dergelijke leidingen in of vlakbij het plangebied voorkomen worden deze als zodanig bestemd.
Doorwerking planinitiatief De gemeente Purmerend heeft onderzoek gedaan naar de mogelijke aanwezigheid van planologisch relevante kabels in en/of nabij het plangebied. De vigerende bestemmingsplannen zijn van zeer lang geleden. Het is niet duidelijk of planologisch relevante leidingen al in de tijd dat 'Slotplein e,o, 1977' werd opgesteld, in bestemmingsplannen werden opgenomen. Op basis van bureauonderzoek kan geconcludeerd dat er geen hoofdgastransportleiding en andere belangrijke leidingen waar niet op gebouwd mag worden, door dit gebied lopen. Naast planologisch relevante kabels en leidingen kunnen er binnen het plangebied wel andere kabels en leidingen aanwezig zijn. Voorafgaand aan graafwerkzaamheden dient er middel een KLIC melding informatie vergaard te worden ten aanzien van de mogelijke aanwezigheid van overige kabels en leidingen binnen het plangebied. Dit aspect wordt bij het aanvragen van de omgevingsvergunning beoordeeld. Kabels en leidingen vormen geen belemmering voor het beoogde planinitiatief en de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
34
(Vastgesteld)
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
4.5
Externe veiligheid
Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid voor de omgeving van een inrichting met gevaarlijke stoffen en/of transport van gevaarlijke stoffen. Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wet ruimtelijke ordening getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en groepsrisico. Daarbij kunnen de volgende bronnen worden onderscheiden: Inrichtingen: risico's van onder andere tankstations met LPG, gevaarlijke stoffen (PGS-15)opslagplaatsen en ammoniakkoelinstallaties; Transport van gevaarlijke stoffen over de weg; Transport van gevaarlijke stoffen per spoor; Transport van gevaarlijke stoffen over het water; Transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een denkbeeldige persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De norm (één op één miljoen per jaar) geldt voor kwetsbare objecten als grenswaarde en voor beperkt kwetsbare objecten als richtwaarde. Dit betekent dat er als gevolg van een ongeval - in theorie - per jaar slechts één persoon op een miljoen mensen mag overlijden. Dit geldt ook als deze objecten geprojecteerd zijn. Het plaatsgebonden risico van 10-6 contour is niet aan de orde binnen het plangebied.
Alle risicobronnen zijn ver verwijderd van de beoogde ontwikkeling, waardoor het plangebied niet in de veiligheidszones ligt. Daarnaast verblijven personen slechts zeer kortstondig op het parkeerterrein. Hierdoor is het terrein niet aan te merken als kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object. Het plaatsgebonden risico van de externe veiligheid vormt dus geen belemmering voor het plan. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is de kans op een ongeval met veel dodelijke slachtoffers. Hierbij wordt gekeken naar de werkelijk aanwezige bevolking en de verspreiding van die bevolking rond een risicobron. Bepaald wordt hoe groot de kans is op tien, honderd of meer slachtoffers tegelijk onder die bevolking. Groepsrisicoberekeningen beogen maatschappelijke ontwrichting inzichtelijk te maken. Het groepsrisico is afhankelijk van de omvang van het ongeval. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet het groepsrisico worden verantwoord (VGR). Vanzelfsprekend speelt de hoogte van het groepsrisico een rol, ook de mogelijkheden voor zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid maken onderdeel uit van de verantwoordingsplicht. De risicomaten zijn vastgelegd in diverse besluiten en beleidsnota's.
In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen, zoals deze op dit moment luiden (REVI II), zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen vastgelegd. De normstelling voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (voor zowel weg, spoor als water) is gebaseerd op de Nota Risico Normering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (RNVGS) die reeds is vervallen. De nota heeft geen wettelijk bindende werking, maar is niet vrijblijvend. Voor buisleidingen geldt sinds 1 januari 2012 de regeling 'Besluit externe veiligheid buisleidingen'
(Vastgesteld)
35
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021' Doorwerking plangebied plaatsgebonden risico Onderhavig bestemmingsplan maakt de realisatie van 54 woningen mogelijk. Nieuwe woningen worden in de regelgeving aangemerkt als 'kwetsbare objecten', waardoor dit aspect nader beschouwd dient te worden. Op basis van de risicokaart (figuur 13) ligt de locatie niet in het invloedsgebied van een transportroute, buisleiding of een inrichting. In onderstaande afbeelding is het plangebied weergegeven middel de letter A. De volgende risicobronnen zijn in de nabijheid van het plangebied aanwezig: B: een LPG-reservoir gevestigd. C: een buisleiding van Gasunie. D: een LPG-reservoir gevestigd. Geen van deze 10-6 contouren reiken tot het plangebied van onderhavig plangebied. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
Figuur 13: Uitsnede risicokaart (bron: www.risicokaart.nl) Groepsrisico Ten aanzien van het groepsrisico is het binnen de gemeente Purmerend gebruikelijk om gedurende de procedure van een bestemmingsplan advies in te winnen bij de Veiligheidsregio. Het advies zal gedurende de procedure worden toegevoegd aan het bestemmingsplan.
36
(Vastgesteld)
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
4.6
Water
Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan (NWP)
Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan (NWP) is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande nota's waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet die met ingang van 22 december 2009 van kracht is. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Het NWP 2016-2021 bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het ruimtelijk beleid. Het kabinet actualiseert in het nieuwe NWP het waterbeleid op een aantal terreinen. Het beleid met betrekking tot waterveiligheid en zoetwater is met vastgestelde deltabeslissingen in 2014 fundamenteel veranderd. Het rijksbeleid dat voortvloeit uit de voorstellen voor deze deltabeslissingen, is in 2014 met een tussentijdse wijziging verankerd in het NWP 2009-2015 en opgenomen in de actuele versie van het NWP voor de periode 2016-2021; Het kabinet heeft de afgelopen jaren over verschillende beleidsterreinen afspraken gemaakt die raakvlakken hebben met water, zoals afspraken over energie (Energieakkoord), natuur (Natuurvisie), internationale inzet en vernieuwde bestuurlijke verhoudingen (SVIR, bestuursakkoord water en Deltaprogramma).
Deze afspraken zijn verwerkt in het NWP en de betreffende beleidsdocumenten blijven van kracht; Met de vaststelling van het NWP voldoet Nederland tevens aan de Europese eisen om actuele plannen en maatregelenprogramma's op te stellen volgens de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico (ROR) en de Kaderrichtlijn mariene Strategie (KRM) Het NWP formuleert antwoorden op ontwikkelingen op het gebied van klimaat, demografie en economie en investeren in een duurzaam waterbeheer. Een goede bescherming tegen overstromingen, het zoveel mogelijk voorkómen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit zijn basisvoorwaarden voor welvaart en welzijn. Nederland als aantrekkelijk waterrijk land met een hoge mate van veiligheid levert een positieve bijdrage aan het vestigingsklimaat.
Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Acht wetten zijn samengevoegd tot één wet, de Waterwet. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten.
Doorwerking planinitiatief Water is een belangrijk aspect binnen de ruimtelijk ordening. In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen moet een watertoets plaatsvinden; een procedure waarbij de initiatiefnemer in een vroeg stadium overleg voert met de waterbeheerder over de ruimtelijke ontwikkeling. De watertoets heeft als doel te voorkomen dat (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. De watertoets is middels de online tool 'De digitale Watertoets' uitgevoerd en het conceptadvies is toegevoegd als bijlage 3 aan de toelichting In de waterparagraaf wordt onder andere aandacht besteed aan de waterdoorlatendheid van de ondergrond, het bepalen van de meest optimale afwatering en de eventuele noodzaak voor watercompensatie. Ten aanzien van het aspect watercompensatie kan geconcludeerd worden dat het plangebied in de bestaande situatie volledig verhard is, de hoeveelheid verharding zal derhalve niet toenemen.
(Vastgesteld)
37
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021' Initiatiefnemer heeft inmiddels de noodzakelijke documenten bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier aangeleverd voor beoordeling. Het hoogheemraadschap zal op basis van de aangeleverde gegeven beoordelen of er aanvullende eisen gesteld worden aan de te verlenen watervergunning.
4.7
Bedrijven en milieuzonering
Bij het opstellen van een ruimtelijk plan dient de invloed van bestaande (of nieuw te vestigen) bedrijvigheid op de leefomgeving afgewogen te worden. Door middel van milieuzonering dient een ruimtelijke scheiding te worden aangebracht tussen milieubelastende functies en milieugevoelige functies, zoals wonen. De VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering (2009) geeft richtlijnen voor de in acht te nemen afstanden. Deze afstanden worden gemeten tussen de grens van de bestemming die bedrijven/milieubelastende activiteiten toestaat en de uiterste situering van de gevel van woningen. Aan de hand van de VNG-brochure is beoordeeld of de nieuwe bedrijvigheid (het parkeren) problemen oplevert voor de milieugevoelige functies in de omgeving (zoals wonen). De richtwaarden zijn gebaseerd op de nieuw vestiging van inrichtingen in een rustige woonwijk. Voor gebieden met functiemenging wordt in het algemeen uitgegaan van de toelaatbaarheid van kleinere afstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies. Voor bestaande inrichtingen die zich bevinden op een kortere afstand dan de richtwaarde wordt uitgegaan van een overgangsrechtelijke situatie waarbij overlastsituaties kunnen worden voorkomen door het stellen van maatwerkvoorschriften.
Milieucategorie
Gemengd gebied
Rustige woonwijk
1
0 meter
10 meter
2
10 meter
30 meter
3.1
30 meter
50 meter
3.2
50 meter
100 meter
4.1
100 meter
200 meter
4.2
200 meter
300 meter
Tabel 1 richtafstandentabel VNG-brochure Bedrijven- en Milieuzonering
Doorwerking plangebied Op basis van de omgeving van het plangebied kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een gemengd gebied. De aangrenzende gronden binnen het bestemmingsplan 'Vijfhoek en Hazepolder' hebben de enkelbestemming 'Centrum'. Binnen de enkelbestemming centrum zijn zowel wonen als gering bedrijfsactiviteiten toegestaan. De bedrijfsactiviteiten zijn derhalve mengbaar met de functie wonen. De bedrijven die in de nabijheid van het plangebied aanwezig zijn, zijn allen mengbaar met de functie 'Wonen'. Tevens zal de nieuwe woonbestemming geen belemmering opleveren voor bestaande bedrijven en rechten, voor alle bedrijven in de omgeving geldt dat er in de bestaande situatie reeds op korte afstand woonfuncties zijn toegestaan.
Conclusie De realisatie van 54 nieuwe wooneenheden stuit ten aanzien van het aspect bedrijven en milieuzonering niet op belemmeringen. Het aspect vormt geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
38
(Vastgesteld)
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
4.8
Geluid
In de Wet geluidhinder zijn geluidsnormen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai opgenomen. Wanneer een nieuwe geluidsgevoelige bestemming wordt gerealiseerd en deze locatie binnen (één van) de geluidszones van wegverkeer, spoorwegverkeer of industrie valt, moet een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. Onder meer woningen, scholen en ziekenhuizen worden als een geluidsgevoelige bestemming aangemerkt. Wegverkeer Het geluidsniveau ten gevolge van het wegverkeer dient op de gevels van nieuwe (of te wijzigen) woningen in de geluidszone van een weg te voldoen aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (voorkeursgrenswaarde). Deze bedraagt 48 dB. Indien dit geluidsniveau wordt overschreden, kan de gemeente een hoger geluidsniveau toestaan, de zogenaamde 'hogere waarde'. Tot vaststelling daarvan kan worden besloten, indien uit onderzoek is gebleken dat bron-, overdrachts- of gevelmaatregelen om het geluidsniveau terug te brengen onder de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, niet mogelijk zijn. Voor nieuwe woningen in binnenstedelijke situaties geldt een maximale hogere waarde van 63 dB. Spoorwegverkeer Het geluidsniveau ten gevolge van het railverkeer dient op de gevels van nieuwe (of te wijzigen) woningen in de geluidszone van een weg te voldoen aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (voorkeursgrenswaarde). Deze bedraagt 55 dB.
Indien dit geluidsniveau wordt overschreden, kan ook hiervoor onder voorwaarden een hoger waarde worden vastgesteld van 68 dB. Industrielawaai Op basis van artikel 40 van de Wet geluidhinder kunnen (delen van) industrieterreinen worden aangewezen als gezoneerd industrieterrein met een zonegrens. Dit betreft industrieterreinen waarop zich gronden bevinden die zijn aangewezen voor mogelijke vestiging van zogenaamde "zware lawaaimakers" als genoemd in artikel 41 lid 3 van de Wet geluidhinder en artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht. Buiten de zonegrens mag de geluidbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB niet te boven gaan. De op 1 januari 2007 geldende ten hoogste toelaatbare geluidsbelastingen voor woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen - vastgelegd in eerder genomen besluiten - blijven gelden.
Doorwerking plangebied De Wet geluidhinder verlangt een akoestisch onderzoek in het geval nieuwe geluidgevoelige objecten, zoals woningen, binnen een zone van een weg, spoorlijn of gezoneerd industrieterrein worden gerealiseerd. Het plangebied is gelegen in de zone van de Beemsterburgwal, de Keermuur en de Kanaalstraat, waardoor een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai nodig is. De locatie ligt niet in de zone van een spoorlijn of een gezoneerd industrieterrein Nabij het plangebied komen geen gezoneerde industrieterreinen voor en nabij het plangebied komen ook geen spoor-, tram- of metrowegen voor. Ten aanzien van spoorwegverkeer en industrielawaai is een nadere onderbouwing niet noodzakelijk.
Conclusie Om de akoestische situatie binnen het plangebied in kaart te brengen heeft onderzoeksbureau NIPA Milieutechniek een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het onderzoek is toegevoegd als bijlage 4. In onderstaande conclusie zal een korte toelichting gegeven worden, voor een uitgebreide onderbouwing wordt verwezen naar het bijgevoegde rapport. De nieuwe woonbestemmingen zijn geprojecteerd in de wettelijke geluidzone van de Zuiddijk, de Gedempte Where, de Gedempte Singelgracht en de Sluisbrug-Neckerdijk in Purmerend.
(Vastgesteld)
39
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021' Wet geluidhinder De geluidbelasting ter plaatse van de voorgevel de woningen aan de Beemsterburgwal vanwege het verkeer op de Zuiddijk inclusief de correctie ex art. 110g van de Wet geluidhinder, bedraagt ten hoogste 56 dB. Bij deze locatie wordt de voorkeursgrenswaarde op de maatgevende gevel van 48 dB met ten hoogste 8 dB overschreden. Het bevoegd gezag dient een hogere waarde voor de nieuwe bestemming vast te stellen. Voor de geluidbelastingen en de motivatie wordt verwezen naar het uitgevoerde onderzoek in bijlage 4. Bouwbesluit en Woon- en leefklimaat Op grond van het Bouwbesluit is de geluidwering van een nieuwe woning tenminste 20 dB. Hieruit volgt dat de (gecumuleerde) geluidbelasting niet hoger mag zijn dan 53 dB om aan de richtwaarde van het binnengeluidniveau van 33 dB te voldoen. Bij een berekende geluidbelasting van ten hoogste 61 dB is het woon- en leefklimaat niet in alle woningen zonder nader onderzoek naar de geluidwering gewaarborgd. In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning zal de vereiste karakteristieke geluidwering moeten worden getoetst. In het kader van het bestemmingsplan kan geconcludeerd worden dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
40
(Vastgesteld)
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
4.9
Verkeer en parkeren
De reikwijdte van het begrip 'goede ruimtelijke ordening' bestrijkt ook het goed omgaan met verkeer en parkeren. Ten aanzien van verkeer is het van belang dat de nieuwe functie aantoonbaar geen onevenredige verkeersaantrekkende werking heeft en dat er sprake is van een acceptabele verkeerssituatie. Daarnaast dienen er voldoende parkeerplaatsen voor de beoogde functie aanwezig te zijn. In het plangebied is de parkeernota "Nota parkeernormen Gemeente Purmerend 2016" van toepassing. Nieuwe ontwikkelingen dienen aan de parkeernormen van de parkeernormennota te voldoen.
Doorwerking plangebied Parkeren Op basis van de parkeernota van de gemeente Purmerend is de parkeerbehoefte berekend, daarbij is tevens rekening gehouden met de bezettingsgraad op verschillende momenten in een reguliere week. Onderstaande tabellen geven de parkeerbalans weer behorende bij de ontwikkeling van Vijfhoek weer.
Oppervlakte appartement
Parkeernorm
Aantal
Totaal
tot 40 m2
0,5
7
3,5
40 - 65 m2
1,2
23
27,6
2765 - 120m2
1,3
22
28,6
>120 m2
1,4
2
2,8
54
54,7
Totaal Tabel 2: Parkeerbalans ontwikkeling Vijfhoek
De parkeerbehoefte is niet op elk moment gelijk. De parkeernota van de gemeente Purmerend maakt onderscheid tussen bijvoorbeeld werkdagen en weekenden, hierbij wordt ook rekening gehouden met de vaste gebruikers (bewoners) en de flexibele gebruikers (bezoekers). Op basis van dit onderscheid kan de parkeerbehoefte voor de gewenste ontwikkeling nog nader onderbouwd worden.
Parkeerbehoefte beoogde ontwikkeling werkdag werkdag werkdag koopavond werkdag zaterdag overdag middag avond nacht middag
zaterdag avond
zondag middag
Vaste 23,2 gebruikers
23,2
41,7
37
46,3
27,8
37
32,3
Flexibele 1,6 gebruikers
3,2
13
11,3
0
9,7
16,2
11,3
Totaal
26,4
54,7
48,3
46,3
37,5
53,2
43,7
24,8
Tabel 3: Parkeerbalans ontwikkeling Vijfhoek naar bezettingsgraad
(Vastgesteld)
41
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021' Op basis van de parkeerberekening kan geconcludeerd worden dat de maximale parkeerbehoefte op een werkdagavond afgerond 55 bedraagt. De maximale parkeerdruk wordt ook wel het maatgevende moment genoemd. De ruimtelijke ontwikkeling moet op het maatgevende moment kunnen voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Het uitgangspunt is dat de initiatiefnemer de parkeereis (op eigen terrein) realiseert. Afwijken van de parkeereis kan alleen indien de initiatiefnemer aantoont dat de parkeereis niet (volledig) op eigen terrein kan worden opgelost. Indien realisatie van de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein niet mogelijk is, wordt beoordeeld of mogelijk andere oplossingen kunnen leiden tot het wel voldoen aan de parkeereis. Parkeervoorzieningen plangebied Binnen het plangebied worden 40 openbare parkeerplaatsen gerealiseerd, daarmee kan nog niet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor het maatgevende moment. In ieder geval dient aangetoond te worden dat er ten alle tijden voldoende parkeerplaatsen zijn voor de vaste gebruikers. Omdat niet volledig op eigen terrein kan worden voorzien in de parkeerbehoefte is afwijking van de parkeernota noodzakelijk.
De gemeente Purmerend biedt hiervoor 3 opties: De nulvergunningenregeling; Gebruik maken van restcapaciteit in de openbare ruimte; Het faciliteren van alternatieve parkeervoorzieningen op loopafstand. De bestaande situatie is een openbaar parkeerterrein met 60 parkeerplaatsen aan de Kanaalstraat. Hiervan wordt een deel verkocht aan de initiatiefnemer ten behoeve van woningbouw. Het resterende deel bestaat uit 40 parkeerplaatsen en blijft een openbaar parkeerterrein dat door de ontwikkelaar wordt heringericht. De toegang tot dit openbare parkeerterrein wordt in de nieuwe situatie via een poort onder het woongebouw door aan de Kanaalstraat gerealiseerd. Grenzend aan dit parkeerterrein heeft de initiatiefnemer terrein en panden verworven aan de Beemsterburgwal. Op de locaties Kanaalstraat en Beemsterburgwal samen worden in totaal 54 woningen gerealiseerd. Gezien het feit dat er voor de nieuwe woningen geen nieuwe parkeerplaatsen worden aangelegd, is de nulvergunningenregeling conform vigerende parkeerverordening van toepassing. Deze regeling stelt dat er geen parkeervergunningen worden afgegeven op deze adressen. Bewoners woonachtig of bedrijven gevestigd op deze adressen komen dus niet in aanmerking voor een parkeervergunning.
Op deze adressen worden ook geen bezoekersvergunningen afgegeven, De desbetreffende adressen worden vastgelegd in de zogeheten nulvergunningenadressenlijst behorend bij het vigerende uitvoeringsbesluit parkeerverordening. De nulvergunningenregeling geldt niet voor een vijftal woningen van dit project. Deze uitzondering is gemaakt omdat het bouwinitiatief een aantal panden sloopt dat een parkeervergunningrecht had. De ontwikkelaar dient aan te geven welke vijf woonadressen het parkeervergunningrecht krijgen zodat dit besluit geborgd wordt in het vigerende uitvoeringsbesluit parkeerverordening. Verkeer Het plangebied is in de huidige situatie deels in gebruik als openbaar parkeerterrein, er is dus al sprake van een groot aantal verkeersbewegingen. De bestaande infrastructuur kan de (hooguit) kleine toename van verkeersbewegingen ten opzichte van de bestaande situatie opvangen. Conclusie Op basis van de opgestelde parkeerbalans kan geconcludeerd worden dat er op eigen terrein niet kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Het plan voorziet in 40 openbare parkeerplaatsen, het maatgevende moment vraagt echter een parkeerbehoefte van 55 parkeerplaatsen. Dit wordt conform de nulvergunningenregeling van de gemeente Purmerend opgelost, deze afspraken zijn vastgelegd tussen de gemeente en de initiatiefnemer.
42
(Vastgesteld)
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
4.10
Luchtkwaliteit
Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer, titel 5.2; ofwel de Wet luchtkwaliteit. Het uitgangspunt bij ruimtelijke planvorming is dat een project niet leidt tot overschrijding van luchtkwaliteitsnormen. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn grenswaarden opgenomen voor een aantal stoffen die als verontreiniging in de lucht voorkomen. In de praktijk richt de aandacht zich vooral op de stoffen stikstofdioxide en fijn stof (PM 10 en PM2,5). Van deze stoffen komen in Nederland concentraties voor die in de buurt van de grenswaarde liggen. De overige stoffen die in bijlage 2 zijn genoemd liggen over het algemeen ver onder de grenswaarden. De grenswaarden van de stikstofdioxide en fijn stof zijn in onderstaande figuur weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet.
Stof
Toetsing van
Grenswaarde
Geldig
Stikstofdioxide (NO2)
Jaargemiddelde concentratie
40 µg/m3
Vanaf 2015
Fijn stof (PM10)
Jaargemiddelde concentratie
40 µg/m3
Vanaf 11 juni 2011
24-uurgemiddelde concentratie
Max. 35 keer p.j. meer Vanaf 11 juni 2011 dan 50 µg/m3
Jaargemiddelde concentratie
25 µg/m3
Fijn stof (PM2,5)
Tabel 4 Grenswaarden luchtkwaliteit Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit uitoefenen indien: de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid onder b1); bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); het voorgenomen besluit is genoemd of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d). In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied.
Met grof stof wordt rekening gehouden bij de milieuzonering en wordt niet in het kader van luchtkwaliteit meegenomen.
(Vastgesteld)
43
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021' Besluit niet in betekenende mate (nibm) De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate, ofwel niet in betekenende mate (nibm), leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. In het Besluit niet in betekenende mate (nibm) is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: Een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; Een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of niet meer dan 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil een rekentool ontwikkeld waarmee de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen en verkeersplannen aan de luchtkwaliteitseisen kan worden vastgesteld. Alleen het extra aantal voertuigbewegingen en het aandeel vrachtverkeer worden ingevoerd. Voor de overige invoergegevens is de NIBM-tool uitgegaan van worst-case omstandigheden.
Met deze beperkte invoergegevens wordt vastgesteld of een plan 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan luchtverontreiniging.
Doorwerking planinitiatief Onderhavig bestemmingsplan maakt de realisatie van 54 woningen mogelijk. De ontwikkeling die hiermee mogelijk wordt gemaakt blijft hiermee ruim onder de drempelwaarden die zijn gesteld in het Besluit niet in betekende mate. Op basis van de kaart Nationale Samenwerking Luchtkwaliteit-tool (NSL-tool) kan worden vastgesteld hoe de luchtkwaliteit ter plaatse is. Zoals te zien in figuur 14 is de luchtkwaliteit ter plaatse aanvaardbaar en blijft de PM10 en NO2 concentratie onder de drempelwaarde 40 µg/m3. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.
Figuur 14: Uitsnede NSL - monitoringstool (bron: NSL - monitoringstool)
44
(Vastgesteld)
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
4.11
Stikstof
Voorheen diende op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) - dat juli 2015 van kracht werd - berekend te worden of een nieuwe (bouw)activiteit leidde tot een significante toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Onder het PAS golden enkele drempel- en grenswaarden die bepaalden of een toename van stikstofdepositie significant was en zo ja, of er dan een meldingsplicht of een vergunningplicht gold. Door te rekenen met het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS Calculator werd automatisch met die drempelwaarden rekening gehouden. In het geval van de meldingsplicht kon de planontwikkeling aanspraak kan maken op benutting van de ontwikkelingsruimte die voor een Natura 2000-gebied gold, totdat deze niet meer voorradig was. Als gevolg van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 mag het PAS niet meer gebruikt worden als toestemmingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot een toename van stikstofdepositie op (stikstofgevoelige habitattypen in) Natura 2000-gebieden. De drempel- en grenswaarden uit het PAS zijn daarmee ook niet meer van toepassing. Hierdoor kan een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunningplichtig zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb).
Oftewel, ook relatief kleinschalige projecten dienen zorgvuldig op hun stikstofdepositie getoetst te worden om aan Europese regelgeving te kunnen voldoen (en stand te houden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in geval van een beroep). Sinds de vernieuwing van AERIUS Calculator kan correct berekend worden of er überhaupt sprake is van stikstofdepositie op relevant Natura 2000-gebied. Daarbij dient zowel de realisatiefase als de gebruiksfase doorgerekend te worden.
Doorwerking planinitiatief Om de mogelijk stikstofdepositie in kaart te brengen heeft NIPA Milieutechniek een Aerius berekening uitgevoerd. De Aerius - berekening heeft betrekking op zowel de realisatiefase als de gebruiksfase. De berekening is toegevoegd als bijlage 5 In dit onderzoek zijn voor de bouw het gebruik van 54 appartementen in plangebied ‘Vijfhoek 2020’ te Purmerend de te verwachten stikstofdeposities ter plaatse van Natura 2000-gebieden berekend. Uit de rekenresultaten blijkt dat er in de realisatiefase en de gebruiksfase op géén van de Natura 2000-gebieden een stikstofdepositie optreedt die groter is dan 0,00 mol/ha/jaar. Op grond van de depositie van stikstof is er geen reden het initiatief te belemmeren. Op grond van de beoordelingssystematiek hoeft er geen vergunning in het kader van de Wnb te worden aangevraagd. Het aspect stikstof vormt geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
(Vastgesteld)
45
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
4.12
Flora en fauna
Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. De Wet natuurbescherming vervangt drie actuele wetten: de Flora- en faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. In de Wet natuurbescherming is de bescherming van soorten en gebieden vastgelegd.
Verantwoording soortenbescherming De toets aan de natuurwetgeving is een getrapte toets. Allereerst is een quickscan flora en fauna (natuurtoets) nodig. De resultaten van de quickscan bepalen of een vervolgonderzoek uitgevoerd moet worden. Een voorbeeld van een vervolgonderzoek is een onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen of andere beschermde soorten. Het plan kan soms onder bepaalde voorwaarden worden uitgevoerd als er negatieve effecten worden verwacht, bijvoorbeeld door het nemen van maatregelen om negatieve effecten te verminderen of te voorkomen. Er is meestal een ontheffing nodig van de provincie als negatieve effecten niet voorkomen kunnen worden.
Verantwoording gebiedsbescherming Vanuit de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn er natuurgebieden aangewezen die beschermd zijn. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden. Deze gebieden zijn uitgesplitst in Habitatrichtlijngebieden Vogelrichtlijngebieden. Binnen de diverse Natura 2000-gebieden komen een aantal stikstofgevoelige habitattypen voor.
Doorwerking plangebied In februari 2020 is een quickscan Flora en Fauna uitgevoerd door Taharo omgevingsmanagement ter plaatse van het projectgebied. Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming, onderdeel soorten, in acht te worden genomen: Ten aanzien van vleermuizen dient nader (protocollair) onderzoek uit te wijzen of door de bouw van de woningen aan de Beemsterburgwal mogelijk rust- of verblijfplaats van een vleermuissoort worden ingesloten. Indien aanwezig dient een ontheffing aangevraagd te worden alvorens met de bouw kan worden begonnen. Ten aanzien van broedvogels zonder jaarrond beschermde nesten dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; Ten behoeve van (incidenteel) aanwezige algemene soorten dient de zorgplicht in acht te worden genomen. Daarnaast is met betrekking tot het onderdeel Natura 2000 inzichtelijk gemaakt dat er geen sprake is van een significantie toename van de stikstofdepositie ter plaatse van Natura 2000-gebieden.
Vervolgonderzoek ten behoeve van het NNN en/of toetsing aan het onderdeel houtopstanden is bij dit plan verder niet aan de orde. De Aerius berekening is reeds in paragraaf 4.11 besproken. Om het plangebied en de nabije omgeving in de toekomst aantrekkelijk te maken voor verschillende diersoorten worden er door initiatiefnemer en de architect voorzieningen opgenomen. Deze voorzieningen voor o.a. gierzwaluwen, vleermuizen en huismussen zullen in de bouwwerken worden geïntegreerd.
46
(Vastgesteld)
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021' Conclusies onderzoek vleermuizen Binnen het plangebied gaan geen vaste rust- of verblijfplaatsen van vleermuizen verloren en worden eveneens geen vleermuizen verstoord door de werkzaamheden. De paarplaats die aanwezig is zit op een plaats waar geen direct licht vanuit de bouwlocatie kan vallen, waardoor verstoring tot een aanvaardbaar minimum wordt beperkt. Er is geen sprake van wezenlijke verstoring tijdens de sloop en bouwwerkzaamheden. Het plangebied fungeert niet als essentieel foerageergebied of essentiële vliegroute voor de gewone dwergvleermuis. Met het uitvoeren van de werkzaamheden wordt de Wet natuurbescherming niet overtreden. Omdat het onderzoek heeft plaatsgevonden volgens de aanwijzingen van het vleermuisprotocol kan worden gesteld dat het plangebied afdoende is geïnventariseerd voor vleermuizen. Negatieve effecten van de ingreep op vleermuizen zijn niet te verwachten. De ingreep leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor wat betreft vleermuizen.
(Vastgesteld)
47
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
4.13
Duurzaamheid
De gemeente Purmerend heeft haar duurzaamheidsambities samengevat in de duurzaamheidsagenda 2019 - 2022. Dit beleid is de opvolger van de Duurzaamheidsagenda 2017-2020. Een belangrijk deel van de opgenomen beleidsvoornemens blijven gelden, maar er zijn ook nieuwe doelstelling bijgekomen. Deze agenda wordt jaarlijks bijgesteld, op basis van nieuwe inzichten en mogelijkheden op het gebied van duurzaamheid. De agenda is uitgewerkt in 6 onderdelen: 1. gebouwde omgeving; 2. duurzame bedrijven; 3. duurzame mobiliteit; 4. duurzame energie; 5. duurzame stad en regio; 6. duurzame gemeente. Doorwerking plangebied Het planvoornemen houdt rekening met de duurzaamheidsambities en -opgaven uit de Duurzaamheidsagenda 2019 - 2022. De appartementen voldoen aan het bouwbesluit en worden zoveel mogelijk energieneutraal uitgevoerd. Op deze binnenstad locatie is nu nog geen stadsverwarming aanwezig. Onderzocht is of een volledig elektrische oplossing met gebruik van een combi warmtepomp en zonnepanelen uitkomst kon bieden. Dit is financieel niet haalbaar gebleken omdat hiervoor het bestaande elektriciteitsnet in de binnenstad ingrijpend moet worden aangepast. Een oplossing met gebruik van bodemwarmte bleek evenmin financieel haalbaar.
Stadsverwarming Purmerend bekijkt op dit moment of doortrekken van het netwerk naar de Vijfhoek en het Slotplein als opvolging van de aansluiting van het bouwplan PostNL op korte termijn haalbaar is. Als dit lukt worden de woningen in de Vijfhoek op stadsverwarming aangesloten. Zo niet, dan komt er voorlopig nog een gasaansluiting. De gasaansluiting wordt in dat geval zodanig gemaakt dat te zijner tijd het omzetten van gas naar stadsverwarming eenvoudig mogelijk is. In het middengebied worden groene parkeerplaatsen aangelegd. Daarnaast is voor de vergroening van dit ontwikkelgebied een bedrag van € 30.000 gereserveerd. Dit zal in overleg met de ontwikkelaar gebruikt worden voor zaken zoals het aanbrengen van nestkasten voor o.a. gierzwaluwen, vleermuizen en huismussen en zo mogelijk beplanten van een zijgevel of maken van een groen dak
48
(Vastgesteld)
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
4.14
Milieueffectrapportage
De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk. Uit het Besluit m.e.r. volgt dat een m.e.r.-beoordeling verplicht is voor de vaststelling van een bestemmingsplan voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met een oppervlakte van 100 ha of meer en/of een aaneengesloten gebied van 2.000 woningen of meer en/of een bedrijfsvloeroppervlak van 200.000 m2 of meer (Besluit m.e.r., onderdeel D, categorie 11.2). Omdat de beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van ca.
54 woningen met een geringe omvang, is op basis hiervan géén m.e.r.-beoordeling nodig. Wanneer de drempelwaarden niet worden overschreden geldt in het kader van het bestemmingsplan (dan wel uitwerkingsplan) een zogenaamde vorm-vrije m.e.r.-beoordelingsplicht.
Beoordeling planinitiatief De voorgenomen ontwikkeling blijft ruim onder de drempelwaarde van 2000 woningen. Conform het Besluit m.e.r. is voor ontwikkelingen die in de D-lijst zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarden blijven, een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling vindt plaats in de vorm van aanmeldnotitie. Het college van Burgemeester en wethouders dient op basis van deze aanmeldnotitie te besluiten dat negatieve milieugevolgen uitgesloten zijn. Het college van B&W heeft voorafgaand aan de vaststelling van het ontwerp bestemmingsplan besloten dat er geen m.e.r. opgesteld hoeft te worden.
(Vastgesteld)
49
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.1.1
Overleg 3.1.1 Bro
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat een bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van Rijk en provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Artikel 3.1.6 Bro bepaalt daarnaast dat in de toelichting de uitkomsten van dit overleg worden beschreven. In onderstaande tabel is aangegeven aan welke instanties het voorontwerpbestemmingsplan toegestuurd wordt in verband met het overleg bedoeld in artikel 3.1.1. Bro. In dit geval zijn andere gemeenten en de provincie en rijk niet betrokken aangezien voorliggend bestemmingsplan hun belangen niet raakt.
5.1.2
Algemene inspraakverordening
De Algemene Inspraakverordening van de gemeente Purmerend bepaalt dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden kan besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Op 19 april 2018 en 16 april 2019 zijn inloopavonden met omwonenden gehouden. Hier werd over het algemeen positief op het bouwplan gereageerd. De grootste zorg die leefde ging over het parkeren en de verkeersstromen. Met diverse directe omwonenden heeft initiatiefnemer meermalen persoonlijk contact gehad om het plan zodanig aan te passen dat hun woonkwaliteit er zo min mogelijk op achteruit gaat.
5.1.3
Overleg 3.8 Wro
Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Deze afdeling bevat bepalingen rond de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Het ontwerp van dit bestemmingsplan heeft conform afdeling 3.4 van de Awb gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend bij de gemeente.
50
(Vastgesteld)
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
5.2
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient inzicht te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Daarnaast is tevens de Grondexploitatiewet van toepassing als een plan voorziet in het juridisch-planologisch faciliteren van bouwplannen, zoals bepaald in het Bro. Onderhavig plan voorziet in de ontwikkeling van een plan, zoals opgenomen in het Bro. Dit betekent dat er voor dit plan ook een exploitatieplan vastgesteld moet worden. Echter kan op basis van artikel 6.12 lid 2 van de Wro ook door de gemeenteraad besloten worden om geen exploitatieplan vast te stellen, indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4, onderscheidenlijk 5, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. De gemeente Purmerend en de initiatiefnemer hebben een anterieure overeenkomst gesloten.
(Vastgesteld)
51
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
Hoofdstuk 6
Juridische planbeschrijving
De verschillende in het plangebied aanwezige functies zijn overeenkomstig hun huidige gebruik bestemd. Daarnaast biedt het bestemmingsplan de juridische basis voor een aantal nog te realiseren woningen. In de regels van dit bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de regels zoals opgenomen in vigerende bestemmingsplannen van de gemeente Purmerend
Bestemmingsregels
Artikel 3
Verkeer - verblijfsgebied
De bestemming 'verkeer - verblijfsgebied' wordt toegekend aan wegen met een verkeers- of verblijfsfunctie. Binnen deze bestemming is een aantal daarin passende gebruiksvormen toegestaan, zoals parkeren, ondergrondse containers, groen- en water, voorzieningen ten behoeve van stadsverwarming, jongerenontmoetingsplaatsen en speelvoorzieningen.
Artikel 4
Wonen
Op gronden met de bestemming Wonen mogen hoofdgebouwen, bedoeld voor de bewoning door personen, worden gebouwd.
Artikel 5
Waarde - Archeologie
In het plangebied zijn de archeologische verwachtingen zodanig hoog, dat via dit bestemmingsplan deze waarden dienen te worden beschermd. De bestemming Waarde archeologie zorgt hiervoor. In de bestemming Waarde archeologie worden regels gesteld aan het bouwen en aanleggen. Deze regels gelden bovenop de regels die in de 'onderliggende' bestemming staan. Voor het bouwen geldt dat uitsluitend mag worden gebouwd indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering en het bouwplan voldoet aan de bouwregels van de betrokken andere bestemming. Voor het overige mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd, met een maximale hoogte van 3 meter. Bovengenoemde bouwregels gelden bij ingrepen in de bodem vanaf 30 m2 respectievelijk 100m2. In het plangebied zijn dan ook twee regimes geldig voor de archeologie; een hoge en een middelhoog beschermingsregime. Verder is er een vergunningenstelsel opgenomen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.
Dit stelsel zorgt ervoor dat voor bepaalde activiteiten (bijvoorbeeld grondwerkzaamheden, verlagen van het waterpeil, het ophogen van de bodem enz) van te voren een omgevingsvergunning van het college van BenW verleend moet worden.
Artikel 6
Waterstaat - Waterkering
Voor deze bestemming gelden dezelfde bouwregels als voor de bestemming Waarde- Archeologie. Het doel van deze regels is dat de waterstaatkundige voorzieningen beschermd blijven.
52
(Vastgesteld)
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021' Algemene Regels
Artikel 7
Anti-dubbeltelregel
Het doel van deze bepaling is te voorkomen dat grond die al in aanmerking is genomen of betrokken is bij het verlenen van een vergunning niet nog een keer wordt betrokken bij een aanvraag om omgevingsvergunning. Hierdoor wordt voorkomen dat met gebruikmaking van privaatrechtelijke overeenkomsten, de publiekrechtelijke regels worden ondergraven.
Artikel 8
Algemene bouwregels
In dit artikel worden regels gegeven voor bouwwerken die op twee of meer bestemmingen van toepassing zijn.
Artikel 9
Algemene gebruiksregels
In de algemene gebruiksbepaling is opgenomen wat onder verboden gebruik van de gronden wordt verstaan.
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
Dit artikel geeft een regeling voor het geval dit voor een betere technische realisering van bouwwerken dan wel in verband met de werkelijke toestand van het terrein noodzakelijk is. Deze afwijkingsregel dient bij uitzondering te worden toegepast. De noodzaak om van de bestemmingsregeling af te wijken dient te worden aangetoond. Artikel 11
Algemene wijzigingsregels
Dit artikel geeft een regeling voor het geval het noodzakelijk is af te wijken van de bestemmingsgrenzen zoals benoemd in dit bestemmingsplan. Dit dient bij uitzondering te worden toegepast, en alleen als dit zorgt voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken of als dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein.
Artikel 12
Overgangsrecht
Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit in werking treedt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Daarnaast zijn overgangsregels opgenomen ten aanzien van het bouwen. Een bouwwerk dat afwijkt van de bouwregels van het bestemmingsplan op het moment dat dit in werking treedt, mag gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, of na een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De afwijking mag daarbij naar aard en omvang niet worden vergroot. Daarvan mag eenmalig worden afgeweken tot maximaal 10% van de inhoud van het bouwwerk. Het overgangsrecht is niet van toepassing op bouwwerken die reeds in strijd waren met het voorgaande geldende bestemmingsplan.
(Vastgesteld)
53
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
54
(Vastgesteld)
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
Bijlagen bij toelichting
(Vastgesteld)
55
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek en verkennend asbest in grond onderzoek
56
(Vastgesteld)
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
Bijlage 2
(Vastgesteld)
Archeologisch bureauonderzoek
57
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
Bijlage 3
58
Digitale watertoets
(Vastgesteld)
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
Bijlage 4
(Vastgesteld)
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
59
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
Bijlage 5
60
Aerius berekening (stikstofdepositie)
(Vastgesteld)
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
Bijlage 6
(Vastgesteld)
Quickscan flora & fauna
61
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
Bijlage 7
62
Aanvullend vleermuizenonderzoek
(Vastgesteld)
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
Bijlage 8
(Vastgesteld)
Aanmeldnotitie m.e.r.
63
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
64
(Vastgesteld)
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
Regels
(Vastgesteld)
65
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021'
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0439.BPVIJFHOEK2021-VA01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen).
1.2
plan
het bestemmingsplan "'Vijfhoek 2021'" van de gemeente Purmerend
1.3
aan huis verbonden bedrijf
een bedrijf dat in (een gedeelte van ) een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, door de gebruiker van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
1.4
aan huis verbonden beroep
een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruiker, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is waarbij beperkte detailhandel via internet mede is toegestaan.
1.5
aanbouw
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat qua vorm, ligging en omvang ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
1.6
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.7
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.8
afhankelijke woonruimte
een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning van de mantelzorger en waarin de zorgbehoevende uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is.
66
(Vastgesteld)
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021' 1.9
afwijking
een afwijking als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 sub c van de Wet ruimtelijke ordening.
1.10
antenne-installatie
een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.
1.11
antennedrager
een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne.
1.12
archeologische verwachtingswaarde
de aan een gebied toegekende verwachting in verband me de kans op het voorkomen van archeologische relicten.
1.13
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met het voorkomen van archeologische relicten.
1.14
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
1.15
bedrijf
een bedrijf dat gericht is op het vervaardigen bewerken en/of verwerken van producten, niet zijnde detailhandel, kantoor, maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening en horeca.
1.16
bedrijfsgebouw
een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf.
1.17
bedrijfsvloeroppervlakte
de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel of bedrijf met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten.
1.18
bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is.
(Vastgesteld)
67
Vastgesteld bestemmingsplan 'Vijfhoek 2021' 1.19
bestaand
1. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van de inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; 2. bij gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het moment van de inwerkingtreding van het plan. 1.20
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak.
1.21
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.22
bijgebouw
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat qua vorm, ligging en omvang ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
1.23
bodemingreep
grondwerkzaamheden, waartoe onder meer worden gerekend: a. het afgraven van grond waaronder ook wordt begrepen het verwijderen van bestaande funderingen en het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, c. het verlagen van het waterpeil; d. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; e. het uitvoeren van hei- en / of boorwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; f. het aanleggen van bos of boomgaard, of het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; g. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; h. het aanleggen van nieuwe en / of het vervangen en / of uitbreiden van bestaande (ondergrondse) transport-, energie-, riool- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 1.24