CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

B Bijlage 2a toelichting regels verbeelding

Gemeenteraad 17 februari 2022, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bestemmingsplan Oostdijk 20, Zuidoostbeemster19.113 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

b. In afwijking van sub a hoeft niet voldaan te worden aan de ASVV-norm in het geval Burgemeester en wethouders besloten hebben af te wijken van deze norm op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, c. In het geval de gemeenteraad gedurende de planperiode beleidsregels heeft vastgesteld die parkeernormen bevatten, dient hieraan voldaan te worden. Hetzelfde geldt voor eventuele wijzigingen of vervanging van deze beleidsregels. 9.3 Afwijken van de gebruiksregels a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 32.1, voor het bouwen en het gebruik van gronden en bebouwing binnen het plan wanneer dat leidt tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar, mits 1. deze stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar geheel wordt gecompenseerd door vermindering van stikstofdepositie elders én 2. hiervoor een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is verleend óf 3. hiervoor een door GS afgegeven Verklaring van geen bedenkingen is verleend die in het kader van een omgevingsvergunning is verstrekt, waarbij de toestemming op grond van artikel 2.2aa onderdeel a van het Besluit omgevingsrecht is aangehaakt. b.

De onder a.2 bedoelde vergunning of de onder a.3 bedoelde verklaring is niet vereist wanneer het bouwactiviteiten, sloopwerkzaamheden of aanlegactiviteiten betreft die op grond van de in werking getreden Wet stikstofreductie en natuurverbetering hiervoor zijn vrijgesteld.

Artikel 10 Algemene afwijkingsregels 10.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van de in het plan gestelde regels ten aanzien van de navolgende afwijkingsmogelijkheden a. voor het afwijken van de in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages. Deze afwijking is niet van toepassing op woningen, bedrijfswoningen en recreatiewoningen en bebouwing binnen 18 m van de gevellijn in de agrarische bestemming; b. voor het afwijken voor de bouw van utilitaire bouwwerken, waaronder transformatorhuisjes, gasdrukregel- en meetstations en gemalen, met inachtneming van de volgende regels: 1. de oppervlakte mag niet meer dan 25 m bedragen; 2. de goothoogte mag niet meer dan 3,5 m bedragen; 3. de bouwhoogte mag niet meer dan 6 m bedragen; c. het afwijken voor het overschrijden van de voorgeschreven bouwregels voor (bedrijfs)woningen ten behoeve van een vervangende (bedrijfs)woning, met inachtneming van de volgende regels: 1. de afwijking van de goothoogte en voorgevelbreedte voor woningen mag niet meer dan 60 cm bedragen; d. voor het afwijken van in de bouwregels aangegeven minimale afstand van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige sloten; e.

voor het afwijken van in de bouwregels aangegeven minimale afstand van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten. 20

De bovengenoemde afwijkingen kunnen uitsluitend worden verleend, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 1 en 2 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt en mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: • • • • •

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

De bovengenoemde afwijkingen genoemd onder d. en e. kunnen uitsluitend worden verleend, wanneer er sprake is van een goede landschappelijke/stedenbouwkundige inpassing die uitgevoerd en duurzaam in stand wordt gehouden conform het verslag van het keukentafeloverleg, waarvan de werkwijze is opgenomen in artikel 11; 10.2 Ondergeschikt wonen a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in artikel 1.34, 1.65 en 1.66 voor het huisvesten van één extra huishouden in het hoofdgebouw, dan wel in een bestaand, al dan niet vrijstaand, bedrijfsgebouw of bijgebouw, mits: 1. er binnen het bouwperceel al een (bedrijfs)woning aanwezig is die huisvesting biedt en blijft bieden aan het huishouden van de hoofdbewoner; 2. de hoofdfunctie van het perceel behouden blijft; 3. deze afwijkingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast voor de huisvesting van één huishouden van eerste/tweede/derdegraads familieleden van de hoofdbewoner dan wel van één huishouden van de bedrijfsopvolger; en tevens wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: • • •

• • • •

•

de ondergeschikte woning moet voldoen aan het Bouwbesluit; er blijft sprake van één hoofdtoegang; de bestaande bebouwing mag niet worden uitgebreid, tenzij sprake is van huisvesting in verband met mantelzorg en er wordt voldaan aan de hiervoor geldende wettelijke eisen; de splitsing in meerdere woningen van woningen als bedoeld in lid 1.66, is uitgesloten; er is slechts één aansluiting voor de verschillende nutsvoorzieningen (één meterkast) aanwezig; er wordt gebruik gemaakt van de bestaande inrit en het erf wordt niet opgedeeld; er is geen sprake van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in artikel 1.34, 1.65 en 1.66 voor het huisvesten van één extra huishouden in een nieuw te bouwen gebouw, met inachtneming van de in sub a genoemde criteria en waarbij tevens wordt voldaan aan de volgende voorwaarde: 21

1. er moet sprake zijn van een goede landschappelijke/stedenbouwkundige inpassing die uitgevoerd en duurzaam in stand wordt gehouden conform het verslag van het keukentafeloverleg, waarvan de werkwijze is opgenomen in artikel 11.

Artikel 11 Algemene procedureregels 11.1 Keukentafeloverleg 11.1.1 Doel en samenstelling a. de methode van het keukentafeloverleg wordt toegepast om te komen tot een goede landschappelijke/stedenbouwkundige inpassing van bebouwing en/of gebruik met het oog op het bepalen van de kaders waarbinnen de bebouwing en/of het gebruik kunnen worden gerealiseerd; b. het keukentafeloverleg worden gevoerd onder verantwoordelijkheid van de gemeente; c. aan het keukentafeloverleg nemen in ieder geval deel: 1. technisch voorzitter en opsteller van het verslag (door de gemeente aangewezen); 2. de gemeentelijke en/of externe stedenbouwkundige en/of landschapsarchitect; 3. initiatiefnemer(s) al dan niet met adviseur(s); 4. betrokken (beleids)ambtenaren; d. ad hoc en voor zover relevant kunnen aan de deelnemers van het keukentafeloverleg nog worden toegevoegd: 1. vertegenwoordiger van de gemeentelijke welstandscommissie; 2. vertegenwoordiger van andere overheden en/of overheidsdiensten; 3. vertegenwoordiger van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier; 4. de buren en eventuele andere belanghebbenden; 5. andere deskundigen. 11.1.2 Werkwijze a. De initiatiefnemer dient een verzoek in bij het college van B&W dat uiteindelijk moet leiden tot het verkrijgen van de omgevingsvergunning op basis van een binnenplanse afwijking van de bouwregels en/of de gebruiksregels in het bestemmingsplan. b.

Het verzoek bestaat uit een korte beschrijving van het idee of plan en een eenvoudige schets van de situering. c. De gemeente beoordeelt of het verzoek in beginsel binnen de voorwaarden voor afwijking van het bestemmingsplan past of valt in te passen en of het ook overigens op voorhand niet op planologische beletselen stuit. d. Wanneer er geen belangrijke obstakels zijn, belegt en regisseert de gemeente vervolgens een keukentafeloverleg op locatie. e. Tijdens het overleg worden de ruimtelijke effecten van het beoogde initiatief inzichtelijk gemaakt met inachtneming van de voorwaarden in de afwijkingsbepaling van het bestemmingsplan. f. Onder verantwoordelijkheid van de voorzitter worden gezamenlijke afspraken gemaakt en een globale inrichtingsschets opgesteld met betrekking tot een goede landschappelijke/stedenbouwkundige inpassing, die tezamen voldoende aanwijzing geven over in ieder geval de volgende onderwerpen: 1. de begrenzing van de voorgenomen ontwikkeling, waarbij ook eventuele in de toekomst nog te realiseren ontwikkelingen worden betrokken; 22

2. de stedenbouwkundige en/of landschappelijke opzet; 3. de eventueel noodzakelijke watercompensatie en/of aanpassingen van (de inrichting van) het oppervlaktewater; 4. de inrichting met opgaande en/of afschermende beplanting. g. De afspraken en inrichtingsschets worden in een verslag vastgelegd, waaraan alle deelnemers aan het keukentafeloverleg zich committeren. h. Het verslag maakt onderdeel uit van de vergunningaanvraag en geldt naast de welstandsnota als kader voor de eventueel noodzakelijke welstandsbeoordeling.

Artikel 12 Overige regels 12.1 Algemene regels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden 12.1.1 Vergunningplicht Het is verboden, met uitzondering van de gronden met de dubbelbestemmingen Waarde Cultuurhistorie, op of in de in dit plan bedoelde gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, geen normale onderhoudswerkzaamheden zijnde en niet zijnde werkzaamheden van ondergeschikte betekenis, uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren, zijnde: a. het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; b. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verbandhoudende constructies, installaties of apparatuur; c. het verharden van gronden buiten het bouwvlak, met uitzondering van wegen of verhardingen met een oppervlakte kleiner dan 250 m2; d. het graven, vergraven of dichten van waterlopen; e. het beplanten, aanbrengen van houtgewas op en bebossen van gronden, die ten tijde de inwerkingtreding van dit plan als niet zijnde beplant met houtgewas of niet als bosgronden konden worden aangemerkt; f. het aanbrengen van afbeeldingen of tekens voor commerciële doeleinden. 12.1.2 Toetsingscriterium a.

Het bevoegd gezag verleent een vergunning zoals bedoeld in lid 36.1 als voldoende is gebleken dat de werkzaamheden de kernkwaliteiten van UNESCO- werelderfgoed Droogmakerij de Beemster of van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 1 en 2 zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; b. Alvorens te beslissen over de vergunning wordt door het bevoegd gezag zo nodig advies gevraagd van een daartoe aangewezen beoordelingscommissie van deskundigen.

23

4 Overgangs- en slotregels Artikel 13 Overgangsrecht 13.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 14 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels behorende bij het bestemmingsplan 'Oostdijk 20, Zuidoostbeemster.'

24

Bijlage 1 bij de regels

Kernkwaliteiten UNESCO-werelderfgoed droogmakerij De Beemster 1.

Het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, vroeg zeventiende-eeuwse (landschaps)architectonische geheel van de droogmakerij De Beemster, bestaande uit: –

het vierkante gridpatroon van wegen en waterlopen en rechthoekige percelen;

–

de ringdijk en ringvaart (continuïteit en eenheid in vormgeving);

–

het centraal gelegen dorp (Middenbeemster) op een assenkruis van wegen;

–

bebouwing langs de wegen;

–

de relatief hooggelegen wegen met laanbeplanting;

–

de monumentale en typerende (stolp)boerderijen en restanten van buitens;

–

de oude negentiende-eeuwse gemalen en molengangen;

–

de structuur en het karakter van het (beschermde) dorpsgezicht van Middenbeemster;

2.

Grote openheid;

3.

Voor zover het werelderfgoed De Beemster samenvalt met het werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zijn de uitgewerkte universele waarden van het werelderfgoed De Stelling van Amsterdam tevens van toepassing op het werelderfgoed De Beemster.

Bijlage 2 bij de regels

Kernkwaliteiten UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam

1.

Het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, laatnegentiende-eeuwse en vroegtwintigsteeeuwse hydrologische en militair-landschappelijke geheel, bestaande uit: –

een doorgaand stelsel van liniedijken in een grote ring om Amsterdam;

–

sluizen en voor- en achterkanalen;

–

de forten, liggend op regelmatige afstand, voornamelijk langs dijken;

–

inundatiegebieden;

–

voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied);

–

de landschappelijke inpassing en slechte zichtbaarheid van de voormalige militaire objecten.

2.

Relatief grote openheid;

3.

Groene en relatief stille ring rond Amsterdam.

4.

Voor zover het werelderfgoed De Beemster samenvalt met het werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zijn de uitgewerkte universele waarden van het werelderfgoed De Stelling van Amsterdam tevens van toepassing op het werelderfgoed De Beemster.

Plangebied Oostdijk 20, Zuidoostbeemster

Enkelbestemmingen T

Tuin

W

Wonen

Dubbelbestemmingen WR-C

Waarde - Cultuurhistorie

WS-WK

Waterstaat - Waterkering

Gebiedsaanduidingen overige zone - voorwaardelijke verplichting - 1

Bouwvlakken bouwvlak

Verklaring WR-C

W

topografische en kadastrale gegevens (15-01-2021)

T

WS-WK

datum

10-01-2022

schaal

1 : 1000

formaat

A3

project nr.

-

Oostdijk 20, Zuidoostbeemster

1/1

planid : NL.IMRO.0439.BPOOSTDIJK20-va01

blad

gemeente

Purmerend

lannen-makers experts in ruimtelijke ordening, stedenbouw en landschap

bestemmingsplan

planstatus : vastgesteld

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11089894/1