B bijlage-1-ruimtelijke-onderbouwing-zuiddijk-11
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
Datum Project Opdrachtgever Auteur Telefoonnummer E-mailadres Status
14 september 2023
: 14 september 2023 : Transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 : : : : : Concept versie 7
2
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
Inhoudsopgave
1
Inleiding .......................................................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding................................................................................................................................ 5
1.2
Locatie ..................................................................................................................................... 6
1.3
Planbeschrijving....................................................................................................................... 7
1.4
Bestemmingsplan .................................................................................................................. 12
1.4.1
Buitengebied Beemster 2012 – partiele herziening 2021 ............................................. 12
1.4.2
Parapluplan Parkeernormen Beemster 2018 ................................................................ 16
1.5 2
3
Beschrijving van het plan en de betekenis van de omgeving........................................................ 20 2.1
Ontstaan van de Beemster Polder ......................................................................................... 20
2.2
De Stelling van Amsterdam ................................................................................................... 22
2.3
Gevolgen van het initiatief .................................................................................................... 22
Ruimtelijk beleid ........................................................................................................................... 26 3.1
Rijksbeleid ............................................................................................................................. 26
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .................................................................................. 26
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ................................................... 27
3.1.3
Ladder duurzame verstedelijking .................................................................................. 27
3.1.4
Conclusie ....................................................................................................................... 28
3.2
Provinciaal beleid .................................................................................................................. 29
3.2.1
Omgevingsvisie NH2050 ................................................................................................ 29
3.2.2
Omgevingsverordening NH2020 ................................................................................... 30
3.2.3
Visie Recreatie en Toerisme Noord-Holland 2030 ......................................................... 33
3.2.4
Conclusie ....................................................................................................................... 33
3.3
4
Onderbouwing initiatief ........................................................................................................ 17
Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 34
3.3.1
Structuurvisie Beemstermaat ........................................................................................ 34
3.3.2
Ruimtelijk kwaliteitskader voor het Beemster erf ......................................................... 35
3.3.3
Ruimtelijke beleidskader De Beemster & Stelling van Amsterdam ............................... 35
3.3.4
Beemster Omgevingsnota ............................................................................................. 35
Milieu en omgevingsaspecten ...................................................................................................... 37 4.1
Verkeer en parkeren.............................................................................................................. 37
4.2
Geluid .................................................................................................................................... 38
4.3
Externe veiligheid .................................................................................................................. 38 3
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
5
6
14 september 2023
4.4
Milieuzonering....................................................................................................................... 39
4.5
Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 40
4.6
Ecologie ................................................................................................................................. 40
4.7
Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 42
4.8
Bodemkwaliteit ..................................................................................................................... 42
4.9
Waterhuishouding ................................................................................................................. 43
4.10
Duurzaamheid ....................................................................................................................... 44
4.11
Besluit milieueffectrapportage .............................................................................................. 44
Uitvoerbaarheid............................................................................................................................ 45 5.1
Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 45
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ........................................................................................ 45
5.3
Vooroverleg ........................................................................................................................... 45
Conclusie ...................................................................................................................................... 46
Bijlagen: 1. stikstofberekening Buro DB 28 maart 2023, NOT232317-55-01
4
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
1 Inleiding 1.1 Aanleiding De voorliggende ruimtelijke onderbouwing is opgesteld om de transformatie mogelijk te maken van een kattenpension naar recreatie op het perceel Zuiddijk 11 in Zuidoostbeemster. De ontwikkeling betreft de gronden behorende tot het woonperceel en gedeeltelijk de gronden met een agrarische bestemming (zie hiervoor paragraaf 1.2) en wordt hierna het plangebied of de projectlocatie genoemd. De procedure betreft een legalisatie van een al deels gerealiseerd plan. De gemeente Beemster heeft bij schrijven van 2 juli 2021 aangegeven hiertoe bereid te zijn. In het plangebied was bebouwing aanwezig met een lage ruimtelijke kwaliteit. Deze bebouwing betrof enkele solitaire bijgebouwtjes, een grotere kapschuur en een gebouw waarin kattenpension The Old Cat Inn was gevestigd. Deze verouderde bebouwing is door initiatiefnemers deels verwijderd en de kapschuur en het kattenpension zijn vernieuwd. De kapschuur is hierbij met het voormalige kattenpension verbonden. In het voormalige kattenpension zijn vier hoogwaardige recreatieverblijven gerealiseerd, die gezamenlijk een opgang delen. Het geheel is volledig gasvrij gebouwd en wordt verwarmd middels een warmtepompinstallatie. Op het dak wordt zonne-energie ingewonnen. Asbest dakbedekking is vakkundig gesaneerd.
De voormalige kapschuur wordt privé gebruikt als sportzaal en tuinkamer, maar ook voor de uitoefening van een bedrijf aan huis, namelijk als yogastudio of workshopruimte. Op de projectlocatie is op basis van het vigerende bestemmingsplan het bieden van recreatief nachtverblijf niet bij recht toegestaan. In het bestemmingsplan is een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor een B&B van maximaal vier eenheden en 70 m2. Omdat het initiatief uitgaat van een groter recreatieverblijf en de individuele units waarin ook kookgelegenheid wordt geboden, moet voor het initiatief een omgevingsvergunning worden aangevraagd die met een uitgebreide procedure tot stand komt. Het is immers een functiewijziging buiten de bebouwde kom. Hierin voorziet de kruimelgevallenregeling van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) niet. Daarnaast is het niet mogelijk om bijgebouwen te vergroten die op grond van het overgangsrecht zijn toegestaan. Hoewel de hoeveelheid bebouwing op het perceel per saldo is verminderd, is voor het toestaan van de vergroting van de beide gebouwen een omgevingsvergunning nodig, waarbij van de bebouwingsregeling in het bestemmingsplan wordt afgeweken. Om het initiatief te realiseren is een omgevingsvergunning aangevraagd om voor de strijdigheden af te wijken van het bestemmingsplan.
Het voorliggende document is de ruimtelijke onderbouwing waarmee wordt aangetoond dat de afwijking van het bestemmingsplan ruimtelijk aanvaardbaar is. In dit hoofdstuk wordt hierna de locatie beschreven en wordt het initiatief evenals het bestemmingsplan toegelicht. In hoofdstuk 2 zijn de gevolgen van het initiatief voor de omgeving beschreven. In hoofdstuk 3wordt het relevante beleid behandeld en in hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten die voor de ontwikkeling aan de orde zijn.
5
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
1.3 Planbeschrijving Bestaande situatie projectgebied Initiatiefnemers hebben het perceel Zuiddijk 11 in 2019 gekocht. Op het perceel was kattenpension The Old Cat Inn gevestigd. Dit werd geëxploiteerd door de bewoners van Zuiddijk 11. Het perceel bestond verder uit diverse opstallen, zoals losse bijgebouwen, een grote kapschuur, een tot woonruimte omgebouwde hooiberg en percelen met hobbymatige teelt.
Figuur 2 Voormalig kattenpension, bron, verkoopmakelaar
Het bijgebouw dat voor het kattenpension werd gebruikt had rondom buitenverblijven voor de katten. Dit gaf een vanaf de Zuiddijk een rommelige indruk. Het parkeren voor het kattenpension vond plaats op de ruime parkeergelegenheid op het erf.
Figuur 3 gesloopte buitenverblijven katten, bron: eigen fotomateriaal 7
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
Figuur 6 gesloopte bijgebouwen, bron: eigen fotomateriaal
De kapschuur en het voormalige kattenpension zijn voorzien van nieuwe gevels en dakbedekking. De draagconstructies en de funderingen zijn niet gewijzigd. De ruimte tussen de kapschuur en het voormalige kattenpension is dichtgezet om als corridor te kunnen functioneren, waardoor gasten van het recreatieverblijf droog hun verblijf kunnen bereiken. Dit gaat om een oppervlakte van ongeveer 14 m2 dat is toegevoegd aan de bestaande bijgebouwen. Het voormalige kattenpension is aan de noordzijde 4 meter uitgebreid ten opzichte van de oorspronkelijke bouwvergunning. In de praktijk was deze 4 meter al in gebruik bij het kattenpension als aangebouwde buitenruimte. De noordelijke uitbreiding is daarmee circa 28 m2. Per saldo is daarmee de totale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen binnen het plangebied met 40 m2 teruggebracht. In de kwaliteit van de bijgebouwen is door initiatiefnemers geïnvesteerd. Met oog voor details zijn de bijgebouwen als moderne maar landelijke elementen op het perceel te herkennen. In zowel het exterieur als het interieur zijn hoogwaardige materialen gebruikt.
Voor de kapschuur is geprobeerd veel van de oorspronkelijke gevelelementen te hergebruiken en voor het overige is een nieuwe gepotdekselde gevel aangebracht op de eerste verdieping (zoals het was) en met op de begane grond een gepleisterde gevel om het originele onderscheid van het bijgebouw tussen de oorspronkelijk open begane grond en dichte verdieping opnieuw te introduceren. In het volgende figuur is de nieuwbouw opgenomen.
9
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
Figuur 7 nieuwe situatie, bron Buro Maak
10
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
Figuur 8 aanzicht recreatieverblijf
Parkeren De parkeerbehoefte van het initiatief, zoals omschreven in paragraaf 4.1, wordt grotendeels opgelost op nieuw aan te leggen parkeerplaatsen ten westen van de voormalige kapschuur. Daarnaast worden twee parkeerplaatsen nabij de woning van initiatiefnemers gebruikt. Om de parkeerplaatsen vanaf de voormalige kapschuur te bereiken, is door initiatiefnemers een brug gerealiseerd. De nieuwe situatie is in beeld gebracht met een inrichtingsplan (zie figuur 11, pagina 13). Reclamebord Omdat het perceel Zuiddijk 11 lager dan de Zuiddijk ligt en voor bezoekers niet meteen duidelijk is waar nummer 11 zich bevindt, hebben initiatiefnemers de wens om een reclamebord te plaatsen langs de Zuiddijk, waarmee verwezen wordt naar de juiste toegang naar het perceel. Conform de eisen van welstand en het hoogheemraadschap is hiervoor een bord ontworpen. Dit bord is weergegeven in navolgende afbeelding.
Figuur 9 Opmaak reclamebord
11
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
1.4 Bestemmingsplan 1.4.1 Buitengebied Beemster 2012 – partiele herziening 2021 Op 26 oktober 2021 is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Beemster 2012 – partiële herziening’ vastgesteld. Binnen dit bestemmingsplan valt het plangebied binnen de volgende bestemmingen: - Agrarisch - Groen - Tuin - Water - Wonen - Waarde - Cultuurhistorie - Waterstaat – Waterkering Onderstaande figuur geeft de verbeelding weer, waarin het plangebied is gelegen.
Figuur 10 uitsnede verbeelding Buitengebied 2012, partiele herziening 2021, bron: Ruimtelijkeplannen.nl
12
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
Agrarisch (artikel 3) De voor ‘Agrarisch’ bestemde gronden zijn bedoeld voor agrarische bedrijven en de verkoop van producten afkomstig van een agrarisch bedrijf maar mogen ook als erven worden gebruikt. Het gebruik als erf bij een woning is daarmee niet uitgesloten. Er mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. Beoordeling initiatief Het initiatief gaat uit van het gebruik van het voormalige kattenpension voor een recreatieverblijf. Het parkeren willen initiatiefnemers landschappelijk inpassen door het parkeren naast de kapschuur op te lossen en de parkeerplaatsen van elkaar af te scheiden door boombeplanting. Met een bruggetje kunnen de gasten de bijgebouwen bereiken. Op deze gronden worden negen parkeerplaatsen aangelegd, die in de parkeervraag van het recreatieverblijf en het aan-huis-gebonden bedrijf voorzien. Binnen de bestemming ‘Wonen’ en ‘Tuin’ (gedeeltelijk) worden drie parkeerplaatsen ingericht, overwegend voor de woonfunctie en voor het bezoekersdeel voor wonen en het aan-huis-gebonden bedrijf. Deze parkeerplaatsen zijn in de feitelijke situatie al aanwezig. In het onderstaande figuur zijn de parkeerplaatsen aangegeven. Zie verder paragraaf 4.1 voor de parkeerbalans.
Figuur 11 Inrichtingsplan parkeren recreatieverblijf en aan-huis-gebonden bedrijf, bron Buro Maak
Voor het parkeren worden geen verdere ingrepen gedaan in het landschap. Er wordt gebruik gemaakt van een bestaande inrichting. Alleen ter plaatse van de parkeerplaatsen worden grastegels aangelegd ter voorkoming van het stuk rijden van de parkeerplaatsen in natte perioden. Waar mogelijk worden bij de parkeerplaatsen bomen van een inheemse soort geplant conform inrichtingsplan. Een bijgebouw wordt voor de aanleg en inpassing van de parkeerplaatsen verwijderd. 13
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
Een parkeeroplossing volledig op het perceel met de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’ wordt door initiatiefnemers als een minder kwalitatief alternatief beschouwd. Door het parkeren naast de bijgebouwen op te lossen blijft het voorerf open. Groen (artikel 12) De voor groen aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, bermen en beplanting, paden, speelvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen en voor verhardingen. Er mogen bouwwerken, geen gebouwen worden gebouwd met een bouwhoogte van maximaal 3,5m. Beoordeling initiatief Het reclamebord is niet in strijd met de bouwregels, maar wordt niet ten behoeve van de in de bestemmingsomschrijving omschreven gebruiksmogelijkheden gerealiseerd. Daarom is het plaatsen van het bord in strijd met het bestemmingsplan. Tuin (artikel 18) Deze gronden zijn bestemd voor tuinen. Op deze gronden mag ten behoeve van een hoofdgebouw een erker worden gebouwd. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen uitsluitend op het achtererf worden gebouwd. Beoordeling initiatief Binnen de bestemming 'Wonen' is een parkeerplaats aanwezig en binnen de bestemming ‘Tuin’ worden twee parkeerplaatsen ingericht, overwegend voor de woonfunctie en voor het bezoekersdeel voor wonen en het aan-huis-gebonden bedrijf. Het gebruiken van de bestemming 'Tuin' voor parkeerplaatsen is niet conform de in de bestemmingsomschrijving omschreven gebruiksmogelijkheden.
Daarom is de inrichting van deze twee parkeerplaatsen in strijd met het bestemmingsplan. Water (artikel 20) De gronden met de bestemming ‘Water’ zijn aangewezen voor waterhuishouding, waterberging, waterlopen, bruggen en dammen (voor zover aanwezig ten tijde van de terinzagelegging van het bestemmingsplan) en steigers ter plaatse van de aanduiding ‘steiger’. Per perceel is één brug of dam toegestaan. Nieuwe bruggen of dammen zijn alleen toegestaan als die ter vervanging van een bestaande brug of dam op dezelfde locatie worden gebouwd. Het college mag hiervan afwijken en toestemming verlenen voor het realiseren van een brug op een andere locatie indien de oude brug wordt gesloopt. Ook kan het college toestemming verlenen voor de bouw van een tweede brug of dam indien daarvoor een bedrijfseconomische noodzaak bestaat. Daarnaast moet een nieuwe brug of dam voldoen aan diverse maatvoeringvereisten en mag er geen sprake zijn van een aantasting van de verkeersveiligheidssituatie. Een dam of brug mag eveneens niet in strijd zijn met de Keur en geldende beleidsregels van het hoogheemraadschap. Beoordeling initiatief Het initiatief gaat uit van het realiseren van een nieuwe brug. De reden voor deze brug is om veilig voetgangersverkeer tussen de parkeeroplossing en de bijgebouwen op het naastgelegen perceel mogelijk te maken. In de bestaande situatie is er sprake van een bestaande dam.
Die dam wordt gebruikt om met autoverkeer de parkeerplaatsen op de agrarische gronden te bereiken en om de 14
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
agrarische gronden te beheren. De dam is niet breed genoeg om autoverkeer en voetgangers goed te scheiden. Door de nieuwe brug wordt het autoverkeer met het voetgangersverkeer gescheiden. Met een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid kan het college aan het initiatief medewerking verlenen. Dat is nodig voor de goede bereikbaarheid van de parkeerplaatsen en de veilige bedrijfsvoering. Het heeft bovendien de voorkeur boven het verbreden van de bestaande dam omdat daarmee meer oppervlaktewater wordt gedempt. Uit de watertoets blijkt dat er geen bezwaar is tegen de aanleg van de brug. Wonen (artikel 21) Binnen deze bestemming zijn woningen toegestaan, waarbij woningen uitsluitend binnen een bouwvlak mag worden gebouwd. Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd. De goot- en bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3 en 6 meter. Bijgebouwen moeten zijn voorzien van een kap, haaks op de weg. De dakhelling mag niet minder dan 30 graden en niet meer dan 60 graden bedragen. De gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 50% van het voor bebouwing aangewezen erf met een maximum van 150 m2.
Een woning met de daarbij behorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag door de bewoner(s) worden gebruikt voor beroeps-of bedrijfsuitoefening aan huis, mits de gezamenlijke vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 50% van de brutovloeroppervlakte van de woning met bijbehorende aan- en uitbouwen en overkapping. Verder zijn bedrijven uit de 1ste of 2de milieucategorie toegestaan. Horeca en detailhandel zijn niet toegestaan. Gebruiksfuncties op aangrenzende percelen mogen niet worden belemmerd en het parkeren moet op eigen terrein plaatsvinden. Tot slot mag de functie geen onevenredige toename van het verkeer veroorzaken. Onder een beroeps- of bedrijfsbeoefening aan huis wordt niet mede het exploiteren van een recreatieverblijf verstaan. Een B&B kan met binnenplanse voorwaarden worden toegestaan. In artikel 21.5.3 van de planregels zijn hiervoor voorwaarden opgenomen. Beoordeling initiatief Het initiatief gaat uit van vernieuwing van bestaande bijgebouwen, na sloop van een deel van de (overige) erfbebouwing en het gebruik van het voormalige kattenpension voor een recreatieverblijf met vier units voor het verschaffen van nachtverblijf voor maximaal 8 personen, die een gezamenlijke brutovloeroppervlakte hebben van circa 131 m2. De gebruiksoppervlakte bedraagt 108 m2. Elke unit beschikt over eigen kookgelegenheid. Dit gebruik is in strijd met het bestemmingsplan.
Een recreatieverblijf kan ook niet met een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid in artikel 21.5.3 worden toegestaan, omdat het recreatieverblijf meer dan 70 m2 bedraagt en er eigen kookgelegenheid aanwezig is. Om die reden is een uitgebreide procedure van de Wabo nodig. De bestaande legale bijgebouwen zijn vernieuwd. De brutovloeroppervlakte van de bijgebouwen is hierbij vergroot, onder meer door de toevoeging van de corridor tussen de bijgebouwen en de vergroting van het kattenpension aan de noordzijde. 15
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
Per saldo is de oppervlakte erfbebouwing als gevolg van het initiatief echter met circa 40 m 2 teruggebracht. Dit komt door de sloop van andere bijgebouwen en de kattenrennen die aan het kattenpension waren bevestigd (zie ook paragraaf 1.3). Van de gesloopte bijgebouwen is niet bekend of die met vergunning zijn gebouwd. Wel is bekend dat deze bijgebouwen al een lange tijd op het perceel aanwezig zijn. Van de kattenrennen is evenmin bekend of hiervoor vergunning is verleend. Ook de kattenrennen waren al enige tijd aanwezig, doch minder lang dan de genoemde bijgebouwen. Omdat niet bekend is of de gesloopte oppervlakte aan bijgebouwen legaal aanwezig was, kan niet met zekerheid worden gesteld dat de nieuwe oppervlakte aan bijgebouwen kan worden vergund met gebruik van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Ook om het toestaan van deze bouwactiviteit wordt daarom de uitgebreide procedure doorlopen, die toch al vanwege het afwijkende gebruik verplicht is. Het gebruik van het bijgebouw voor een aan-huis-gebonden bedrijf (yogalessen of workshopruimte) is in overeenstemming met de voorwaarden in het bestemmingsplan. Voor het oplossen van de parkeervraag wordt echter geparkeerd op gronden met de bestemming ‘Agrarisch’. Dat is volgens de doeleindenomschrijving niet mogelijk. Hieronder wordt daarop ingegaan.
In paragraaf 1.5 wordt ingegaan op de motivering om af te wijken van het bestemmingsplan. Dubbelbestemmingen Waarde – Cultuurhistorie en Waterstaat - Waterkering Deze dubbelbestemmingen beogen de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden te behouden en de aanwezige waterkering te behouden en te beschermen. Beoordeling initiatief Van belang is dat er ten behoeve van het initiatief geen bodemroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden die een oppervlakte hebben van meer dan 50 m2 en op een diepte van meer dan 0,35 m. Ook heeft het initiatief geen invloed op de waterkering. Er is een digitale watertoets gedaan waarmee overleg heeft plaatsgevonden met het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Het initiatief tast geen cultuurhistorische of landschappelijke waarden in het gebied aan (zie paragraaf 1.5). Het initiatief is daarmee in overeenstemming met het bestemmingsplan. 1.4.2 Parapluplan Parkeernormen Beemster 2018 Het Paraplubestemmingsplan Parkeernormen Beemster 2018 is vastgesteld op 26 maart 2019. In het bestemmingsplan is geregeld dat bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk of het gebruiken van gronden of bouwwerken in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien.
Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het gemiddelde (afronding naar boven) bepaalde in de actuele ASVV. Beoordeling initiatief De parkeerbehoefte van het initiatief wordt op eigen terrein opgelost (zie paragraaf 4.1).
16
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
1.5 Onderbouwing initiatief In paragraaf 1.4 is aangegeven dat het initiatief strijdig is ten opzichte van de bouw- en gebruiksregels van het bestemmingsplan. Dit betreffen: voor wat betreft bouwen: artikel 20.2 onder a artikel 21.2.3 onder e artikel 21.2.3 onder f artikel 21.3 onder g voor wat betreft gebruik: artikel 3.1 artikel 12.1 artikel 20.1 artikel 21.1 Het initiatief kan niet via de binnenplanse afwijkingsbevoegdheden worden toegestaan. Vanwege de ligging in het buitengebied kunnen de strijdigheden alleen worden toegestaan door gebruik te maken met een uitgebreide procedure in de zin van de Wabo. Door een ruimtelijke onderbouwing moet worden aangetoond dat het initiatief voldoet aan het beginsel van een goede ruimtelijke ordening. Het bestaan van binnenplanse afwijkingsbevoegdheden voor het handhaven van een grotere hoeveelheid erfbebouwing indien legaal aanwezig en het kunnen toestaan van een B&B geeft aan dat een grotere hoeveelheid erfbebouwing en een B&B in beginsel in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening worden gezien. De geconstateerde strijdigheden zijn in lijn met de genoemde afwijkingsrichtingen maar voldoen niet aan de voorwaarden. Dit is echter wel een redelijke indicatie dat het initiatief aan het beginsel van een goede ruimtelijke ordening voldoet.
Gemotiveerd moet worden waarom in dit geval een afwijking van het planologische beleid op deze locatie eveneens aan het beginsel van een goede ruimtelijke ordening voldoet, ondanks dat het niet aan de voorwaarden voldoet. Bouwen De binnenplanse bevoegdheid om vernieuwing of vervanging van bijgebouwen toe te staan als daarmee de maximale oppervlakte aan bijgebouwen niet wordt overschreden toont aan dat het planologische beleid gericht is op het handhaven van bestaande rechten. De kapschuur en het voormalige kattenpension zijn beide in 1970 met vergunning opgericht. Het behoud van deze bijgebouwen zou daarmee eveneens uitgangspunt moeten zijn. Bij de vernieuwing is oppervlakte toegevoegd. Deze toename is echter ruimtelijk aanvaardbaar. Op het perceel is sprake van een kwaliteitsverbetering door het verwijderen van kleinere bijgebouwen en het vernieuwen van de bestaande bijgebouwen, waarbij tevens sprake is van een hoogwaardige uitstraling van die bijgebouwen en het aanzicht van het perceel. De bijgebouwen dateren uit 1970 en waren aan grondige vernieuwing toe. Per saldo neemt door het initiatief de oppervlakte erfbebouwing af. Hoewel niet duidelijk is of de erfbebouwing volledig is vergund, is wel duidelijk sprake van een verbetering (zie ook aanzichten kattenpension in figuur 3).
De vernieuwing van de bijgebouwen is bovendien nauwelijks merkbaar vanaf de Zuiddijk of het fort aan de Zuiddijk. Het bestaande silhouet is gehandhaafd, alleen is bebouwing toegevoegd tussen de gebouwen.
17
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
Het bijgebouw waarin het kattenpension is doorgetrokken in noordelijke richting waar oorspronkelijk een buitenverblijf van de katten aanwezig was. Dit zijn aanpassingen die niet direct opvallen. Het perceel Zuiddijk 11 heeft een oppervlakte van 3,5 hectare. Op een dergelijk perceel misstaat een grotere hoeveelheid erfbebouwing niet, zolang dat zorgvuldig op het erf is ingepast. Daarvan is in het onderhavige geval sprake. De bijgebouwen bevinden zich volgens de erfinrichtingsprincipes van de Beemster (Des Beemsters) achter en in het verlengde van het hoofdgebouw. De impact van de bebouwing is daarmee gering. Het gehele erf is groen ingekleed aan de hand van een ontwerp van een landschapsarchitect. De helling van de kap op het kattenpension wijkt af van de voorgeschreven hellingshoek in het bestemmingsplan. De hellingshoek is ongeveer 19 graden. Deze strijdigheid met het bestemmingsplan is echter niet door het initiatief ontstaan. Bij de vergunning van 16 april 1970 is het bijgebouw met de bestaande kaphelling vergund. Gelet op het handhaven van de bestaande bebouwing is het geoorloofd af te wijken van het bestemmingsplan. Gebruik De gemeente Beemster stimuleert initiatieven die de Beemster op een positieve manier op de kaart zetten, zoals hoogwaardige verblijfsrecreatie en de mogelijkheid voor toeristen om de Beemster als werelderfgoed te verkennen.
Dit staat in onder andere de structuurvisie Beemstermaat maar ook in het collegeprogramma en de strategische agenda Toerisme Metropoolregio Amsterdam. De Zuiddijk is een perfecte start voor een ontdekking van het werelderfgoed, beginnende bij de dijk zelf als onderdeel van de drooglegging maar ook het fort aan de Middenweg als één van de forten in De Stelling van Amsterdam. Vanaf de Zuiddijk ligt de Beemster aan de voeten van de recreant. Het recreatieverblijf is van een zeer hoogwaardige kwaliteit. Dit komt tot uitdrukking in de inrichting van het erf, de grootte en kwaliteit van de verblijfsruimte en de gescheiden buitenruimte met een verreikend uitzicht over de Beemster en op het fort aan de Middenweg. Het initiatief is daarmee een goede aanvulling op de verblijfsrecreatie in de Beemster en het initiatief draagt bij aan het bereiken van de beleidsdoelen. Het recreatieverblijf met vier units heeft een afwijkende oppervlakte ten opzichte van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Dit betreft een afwijking van ongeveer 60 m2 als uit wordt gegaan van de brutovloeroppervlakte. Deze afwijking is echter acceptabel omdat er geen verschil is in de ruimtelijke uitstraling van het bijgebouw of nadelige gevolgen heeft voor de omgeving. Het aantal personen dat kan verblijven wijzigt niet. Ook de parkeerbehoefte wijzigt niet.
Gelet op de grootte van het hoofdgebouw, de oppervlakte aan erfbebouwing en de algehele grootte van het perceel is de grootte van het recreatieverblijf ondergeschikt. Ook het gebruik is daarmee in gebruiksoppervlakte ondergeschikt. De vergroting van de oppervlakte draagt direct bij aan de exclusiviteit en hoogwaardigheid van het recreatieverblijf. Dit geldt ook voor het kunnen beschikken over een kookgelegenheid.
18
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
Omdat sprake is van bestaande bebouwing heeft de afwijking in oppervlakte ook geen nadelig effect op het Werelderfgoed. In paragraaf 3.3 wordt hierop nader ingegaan, mede in relatie tot de overige erfinrichting.
19
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
2 Beschrijving van het plan en de betekenis van de omgeving Het plangebied ligt in het UNESCO werelderfgoed De Beemster en De Stelling van Amsterdam. Daarnaast ligt het plangebied in het Nationaal landschap 'Laag Holland'. De droogmakerij De Beemster en De Stelling van Amsterdam zijn UNESCO werelderfgoed waardoor ze worden beschouwd al onvervangbaar, uniek en eigendom van de hele wereld, en waarvan het van groot belang wordt geacht om te behouden. De ontwikkelingsvisie 'Des Beemsters' (2005) beschrijft hoe het behoud van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden samen kan gaan met het bieden van ruimte aan een duurzame ontwikkeling van de regionale economie en het sociale leven. De eigen kwaliteiten van het werelderfgoed zijn daarbij het uitgangspunt. Het nationale landschap 'Laag Holland' is om zijn grote natuur- en cultuurwaarden beschermd en valt daarom onder het ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de provincie.
2.1 Ontstaan van de Beemster Polder De voormalige meren (Purmer, Schermeer, Beemster en Wormer) waren opengewaaide veenrivieren, die door getijdenwerking en stormvloeden steeds verder uitwaaiden. Ook de bodemdaling als gevolg van de ontwatering van het veen speelde hierbij een rol; de venen langs de veenrivieren waren in de middeleeuwen in ontginning genomen. De overheersende windrichting van toen is nog herkenbaar in de richting van de droogmakerijen, namelijk zuidwest-noordoost. In de vorm van De Beemster is nog de y-vormige vertakking van de veenrivier Bamestra te herkennen. De polder De Beemster is drooggemalen tussen 1608 en 1612. Het was de eerste van de reeks grote droogmakerijen van de Gouden Eeuw, de Schermer was de laatste in 1635. Amsterdamse kooplieden financierden dit grootschalige landaanwinningsproject. Rond het toen bestaande meer werd een ringdijk met ringvaart aangelegd. Daarna werd het water uitgemalen met behulp van een aantal molengangen. De Beemster werd geometrisch verkaveld. De klassieke proportieleer is hier als uitgangspunt gekozen. In 1644 is een kopergravure gemaakt van het sloten- en wegenpatroon. Deze geldt nu als basis voor de bescherming van het werelderfgoed. De wegen zijn ontworpen als neutraal raster. Dat wil zeggen dat de ene weg niet belangrijker is dan de andere. Dit is in de loop der tijd echter wel veranderd.
Het waterpatroon is wel hiërarchisch opgebouwd. De sloten die de kavels scheiden van elkaar en van de weg, voeden de afwateringstochten. Op hun beurt wateren de tochten af op de Beemsterringvaart. De oriëntatie van de kavels binnen de polderblokken was wisselend. De erven en bebouwing ontstonden logischerwijs op de kop van de kavels aan de weg. Aan sommige wegen liggen daardoor erven aan beide zijden, aan andere wegen aan een zijde en er zijn ook wegen waarlangs bebouwing ontbreekt. 20
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
Figuur 16 luchtfoto situatie 2007, bron: PDOK
Figuur 17 luchtfoto situatie 2022, bron: PDOK
24
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
3 Ruimtelijk beleid 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we ‘nationale belangen’. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voorbeelden van nationale belangen zijn: - Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. - Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. - Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. - Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. - Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. - Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. - Verbeteren en beschermen van biodiversiteit.
- Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. De belangrijkste keuzes die worden gemaakt richten zich op het volgende. De opwekking van duurzame energie moet worden ingepast met oog op omgevingskwaliteit. Iedereen krijgt de komende jaren te maken met de overstap naar duurzame energie. Daarvoor zijn bijvoorbeeld meer windmolens en zonnepanelen nodig. Clustering is daarbij van belang en zonnepanelen worden in eerste instantie op en aan gebouwen gerealiseerd. Ook moet er ruimte zijn voor een overgang naar een circulaire economie. Hergebruiken van grondstoffen en materialen en benutten van duurzame energiebronnen wordt steeds belangrijker. De inrichting van de leefomgeving moet een aantrekkelijk vestigingsklimaat zoveel mogelijk bevorderen. Een aantrekkelijke omgevingskwaliteit vraagt goede inpassing van bedrijven, logistieke functies en datacentra. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren.
Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. 26
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
Het landgebruik moet in balans zijn met natuurlijke systemen. Bijvoorbeeld door kringlooplandbouw. Zo wordt een goede bodem- en waterkwaliteit en biodiversiteit bevorderd. Om te kunnen blijven genieten van het landschap moet behoud van de kwaliteit van het landschap sterker meewegen in de keuzes die worden gemaakt. In de Uitvoeringsagenda NOVI 2021 – 2024 zijn de ambities uit de visie uitgewerkt in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio’s 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voorliggende ontwikkeling past binnen de hoofddoelstellingen zoals opgenomen in de NOVI. Met de ontwikkeling wordt de ruimtelijke-economische structuur op lokaal niveau versterkt. Het initiatief heeft oog voor het behoud van natuurlijke en cultuurhistorische waarden. De renovatie van de volledig energieneutraal gebouwde bijgebouwen (en de woning zelf) draagt bij aan het tot stand brengen van een gezonde en duurzame leefomgeving. Daarnaast wordt al het hemelwater van de daken afgevoerd naar de sloten. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt in artikel 4.3 de basis voor het stellen van algemene regels, op te nemen in een AMvB.
Die regels richten zich primair op gemeenten, die het eerst verantwoordelijke overheidsniveau zijn voor de inhoud van bestemmingsplannen en de afwijken daarvan. In de AMvB Ruimte zijn nationale belangen, die juridische doorwerking vragen, gewaarborgd. Voor het onderhavige plangebied is het van belang dat de Beemster in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening is aangewezen als 'erfgoed van uitzonderlijke universele waarde'. In het Besluit is bepaald dat de provincie in haar verordening regels moet stellen omtrent de inhoud van of de toelichting bij bestemmingsplannen in het belang van de instandhouding en versterking van de kernkwaliteiten. Deze kernkwaliteiten komen voort uit de Outstanding Universal Values zoals deze bij de bij inschrijving van de Beemster op de Werelderfgoedlijst door UNESCO zijn vastgelegd. De kernkwaliteiten zijn als uitgangspunt genomen bij de inpassing van voorliggende ontwikkeling. Zie verder paragraaf 2.3. 3.1.3 Ladder duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Deze ladder is gericht op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt.
In artikel 3.1.6, lid 2 Bro is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte bevat en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, een motivering is opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. 27
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
De voorliggende ontwikkeling is niet aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hiermee voldoet het plan aan artikel 3.1.6 Bro. 3.1.4 Conclusie Het rijksbeleid staat voorliggend initiatief niet in de weg.
28
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 heeft de provincie Noord-Holland de “Omgevingsvisie NH2050 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid” vastgesteld. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2014. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. Ambities Noord-Holland heeft een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Dit is de hoofdambitie. Als subambities zijn er een aantal opgenomen: 1. Leefomgeving a. Klimaatverandering: Noord Holland moet voorbereid zijn op klimaatverandering en waterrobuust worden ingericht. b. Gezondheid en veiligheid: De ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van bodem-, water- en lucht, externe veiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond.
Gestreefd wordt naar een gezonde leefomgeving, wat inhoudt: een woonwerkomgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico’s en die een gezonde levensstijl ondersteunt. c. Biodiversiteit en natuur: De ambitie is om de biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Dit betekent dat ontwikkelingen zoveel mogelijk natuurinclusief zullen zijn. 2. Gebruik van de leefomgeving a. Economische transitie: De ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. Economische ontwikkelingen dienen qua aard, omvang en vorm aan te sluiten bij de regio of plek. b. Wonen en werken: De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. c. Mobiliteit: De ambitie is dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Clustering van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. d. Landschap: De ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie.
29
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
3. Energietransitie De ambitie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. Vijf bewegingen Vanuit de ambities zijn een vijftal bewegingen opgesteld die laten zien hoe Noord-Holland wil omgaan met de opgaven die op onze samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. 1. Dynamisch schiereiland: Benutten van de unieke ligging, waarbij de kustverdediging voorop staat, waar toeristische- en recreatieve kansen worden benut en waar natuurwaarden worden toegevoegd. 2. Metropool in ontwikkeling: De Metropoolregio Amsterdam gaat steeds meer als één stad functioneren en de reikwijdte wordt groter. 3. Sterke kernen, sterke regio's: deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. 4. Nieuwe energie: het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. 5. Natuurlijk- en vitaal landelijke omgeving: het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. De voorliggende ontwikkeling draagt bij aan het benutten van toeristische- en recreatieve kansen op een perceel waarop al een stedelijke functie aanwezig is.
Het initiatief behoud cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Het initiatief is daarom niet in strijd met de Omgevingsvisie NH2050. 3.2.2 Omgevingsverordening NH2020 Op 16 november 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 in werking getreden. Hierin zijn 21 provinciale verordeningen samengevoegd, waaronder ook de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Gezocht is naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. In de Omgevingsverordening NH2020 is een aantal algemene regels vastgesteld omtrent de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen over onderwerpen waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Werkingsgebied Landelijk Gebied De voorliggende locatie valt in het werkingsgebied Landelijk Gebied. Het beleid is gericht op bescherming van het landelijk gebied.
Kleinschalige ontwikkelingen, zoals het onderhavige, is volgens artikel 6.4 van de verordening alleen mogelijk als dit plaatsvindt op een locatie waar stedelijke functies al zijn toegestaan en waarbij het aantal burgerwoningen niet toeneemt. Ook de toegestane bebouwde oppervlakte mag niet toenemen.
30
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
Werkingsgebied MRA Landelijk gebied Artikel 6.9 bepaalt dat een ruimtelijk plan ter plaatse van het werkingsgebied MRA niet kan voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling. Het betreft hier het toestaan van een recreatieverblijf en verbouwing van twee bestaande bijgebouwen. Het aantal woningen blijft gelijk. Er kan worden gesteld dat er geen sprake is van een kleinschalige woningbouwontwikkeling en er daarom geen strijd is met artikel 6.9. Erfgoederen van uitzonderlijke waarde Artikel 6.49 regelt dat een ruimtelijk plan ter plaatse van het werkingsgebied Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde uitsluitend voorziet in nieuwe activiteiten die de kernkwaliteiten als bedoeld in het eerste lid niet aantasten. Het gaat hier om De Beemster en De Stelling van Amsterdam. Bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied, moet bovendien in het ruimtelijk plan, gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: a. rekening gehouden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren; b. bij de inpassing betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; en c. bij de inpassing betrokken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren.
Het plangebied ligt in het ensemble Schermer-Beemster (Leidraad). Het ensemble SchermerBeemster ligt in het hart van Noord-Holland en maakt onderdeel uit van het voormalig Nationaal landschap Laag Holland. De kernkwaliteiten van De Beemster zijn verbeeld op de kopergravure 'Bedyckte Beemster' uit 1644. Voor het ensemble Schermer-Beemster zijn voor De Beemster de drie provinciale kernwaarden als volgt ingevuld: •
•
•
de landschappelijke karakteristiek: de landschapstypen en de belangrijkste kenmerken van deze landschappen. De landschappelijke karakteristiek van De Beemster wordt gevormd door een raster met gelijkwaardige wegen en vaarten die allemaal beplant zijn. Dit zorgt voor een droogmakerij met zeer herkenbare indeling in vierkanten. Aan de rand zijn de Beemstervierkanten afgekapt door de ringdijk. De geometrische indeling komt op verschillende schaalniveaus terug in sloot- en wegenpatroon, kavelverdeling, -inrichting en de bebouwing. De vierkante opzet van de erven met een vaste situering van de boerderijen (stolpen) in De Beemster is uniek. openheid en ruimtebeleving: de beleving van de vrije open ruimte, de horizon en de oriëntatiepunten. In De Beemster begrenzen de laanbeplanting en bebouwing langs rasterwegen de openheid. Hierdoor ontstaan grote vierkante 'kamers' met daarbinnen een verdere opdeling in rechthoekige kavels. de ruimtelijke dragers: de driedimensionale structuren en lijnen die in het (vlakke) landschap het beeld bepalen en begrenzen. Denk hierbij aan bebouwingslinten, bomenlanen en dijken. De ringdijk van De Beemster is in tegenstelling tot die van de Schermer beplant. Het polderraster bestaat uit hoger gelegen, beplante wegen.
De hooggelegen en beplante snelweg A7 is aangelegd langs de Oostersloot en volgt daardoor deels het raster van de polder en is als zodanig beeldbepalend. 31
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
In de Leidraad onderkent de provincie de dynamiek als gevolg van onder andere schaalvergroting en verbreding van de bedrijfsvoering, waardoor het gebruik van boerderijen en erven verandert. Deze ruimtelijke ontwikkelingen zijn van invloed op het landelijk karakter en de open structuur van het gehele ensemble. De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen: • bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek; • bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en; • helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. Voor de uitwerking van de ambitie op het niveau van de Beemster sluit de Leidraad aan bij het gemeentelijk beleid. Relevante uitspraken (Leidraad) zijn dat ruimtelijke kwaliteit gebaat is bij: • Behoud voorsloten en kavelsloten ('Kopergravure-sloten'). • Behoud en herstel van de beplanting van de wegen. • Ontwikkel bebouwing alleen aan de kopse kanten van percelen. • Handhaaf op het erf de naar achter liggende rooilijn, plaats de bebouwing op vaste afstand van de weg. • Houd (stolp)boerderijen beeldbepalend. • Bebouwing op afstand van de wegsloot creëert een royaal karakter. Houd de rooilijnprincipes aan voor de bebouwing en plaats nieuwe agrarische bebouwing achter de stolp.
• Handhaaf het ordeningsprincipe van een raster van vierkanten en handhaaf het onderscheid in representatief voorerf en functioneel achtererf. • Beplanting van het erf is een essentieel onderdeel van het weelderige beeld. Voeg nieuwbouw in met beplanting op de erfranden. • De oevers van het traditionele voorerf zijn begroeid met gras en lopen door tot aan de slootkant. • Voorkom het gebruik van hoge beschoeiingen. In de Leidraad is voorts uitgeschreven dat het beleid ten aanzien van de Stelling van Amsterdam aan de zuidelijke rand van de Beemster erop is gericht om het contrast tussen de vijf forten van de Stelling van Amsterdam en de Beemster te behouden. De forten vormen met hun verhoogde golvende wallen en beplanting een verrijking door hun afwijkende vorm en ligging ten opzichte van het grid van de Beemster. Het contrast tussen de dicht beplante forten en de lijnen van het poldergrid moet worden gekoesterd en de openheid van de schootsvelden binnen het grid behouden. Voor een onderbouwing van de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar paragraaf 2.3. Er is voor wat betreft gebouwen sprake van het vernieuwen van bestaande gebouwen. Voor wat betreft de inpassing van het parkeren is bewust gekozen deze groen in te passen langs bestaande watergang in tegenstelling tot in het open voorerf.
Daarmee wordt voldaan aan het principe van een representatief voorerf en functioneel achtererf. Verder wordt bij de realisatie van het plan zoveel mogelijk toegewerkt naar een erf dat voldoet aan de kenmerken van een Beemster erf. De vernieuwing van de bestaande bebouwing heeft geen negatieve gevolgen voor de openheid en het contrast van het landschap rondom het fort aan de Middenweg. 32
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
3.2.3 Visie Recreatie en Toerisme Noord-Holland 2030 De provincie ziet dat recreatie en toerisme van provinciaal belang zijn. Dat blijkt uit het gegeven dat ontwikkeling van recreatie en toerisme deel uitmaakt van meerdere kerntaken van de provincie: duurzame ruimtelijke ontwikkeling, behoud van cultureel erfgoed, vitaal platteland en natuur en natuurlijk regionale economie. Daarnaast hebben recreatie en toerisme een directe relatie met drie andere provinciale kerntaken: regionale bereikbaarheid, culturele infrastructuur en milieu. Om die reden heeft de provincie de visie Recreatie & Toerisme Noord-Holland 2030 in april 2021 vastgesteld. De visie geeft richting aan de manier waarop de provincie recreatie en toerisme wil laten bijdragen aan een gezond leefklimaat, sterke natuur, beleefbaar landschap en een duurzame economie. Het behouden en versterken van de balans tussen toeristisch-recreatieve druk, en de draagkracht van de omgeving, cultuur, natuur en landschap staat centraal in de visie. De provinciale ambitie voor 2030 luidt daarom: heel Noord-Holland profiteert van recreatie en toerisme.
Hiermee bedoelt de provincie dat… • …er voldoende fysieke ruimte is voor recreatie, óók in en rondom stedelijke gebieden; • …we een netwerk van goed bereikbare toeristisch-recreatieve voorzieningen hebben, dat optimaal aansluit bij de wensen en behoeften van inwoners en gasten; • …de kwaliteiten van natuur, landschap, cultuur en ondernemerschap zo goed mogelijk worden ingezet voor duurzame toeristisch-recreatieve ontwikkeling. Het gaat daarbij zowel om economische, sociale als ecologische duurzaamheid; • …alle Noord-Hollanders profijt hebben van recreatie en toerisme. Gezamenlijk maximaliseren we de positieve impact en beperken we de negatieve impact; • …recreatie en toerisme een optimale bijdrage leveren aan de economie, leefbaarheid, behoud van cultuur en natuur en preventieve gezondheidszorg. De toegevoegde waarde van recreatie en toerisme wordt dan volledig benut. Wat die ‘optimale’ bijdrage precies inhoudt, kan per gebied verschillen. De provincie zet daarom in op balans in toeristische-recreatieve druk door spreiding en verleiding, het opvangen van de groeiende recreatiebehoefte van eigen bewoners bij de bron en het ontwikkelen van een divers, eigentijds en onderscheidend aanbod. Het initiatief past binnen de uitgangspunten van de visie. Het recreatieverblijf ligt op een bestaand woonerf en heeft daarom geen ruimtevraag in het landelijk gebied.
Het is een hoogwaardige recreatieverblijf, specifiek gericht op de doelgroep die voor het werelderfgoed komt. De ligging van het recreatieverblijf direct aan de bron, namelijk de door de provincie uitgezette fiets- en wandelroutes, draagt bij aan het samenbrengen van recreatie en verblijf. 3.2.4 Conclusie Het voorliggende initiatief ziet op een verbetering van de bestaande situatie door vernieuwing van bijgebouwen na sloop van bestaande storende bebouwing. Het initiatief heeft geen negatieve effecten op aanwezige landschapswaarden. Door de toevoeging van een hoogwaardige recreatieverblijf draagt het initiatief positief bij aan het op de kaart zetten van het werelderfgoed (in) de Beemster. Het initiatief past daarom in het provinciale beleid. 33
Ruimtelijke onderbouwing transformatie kattenpension naar recreatieverblijf Zuiddijk 11 ZOB
14 september 2023
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Beemstermaat De Structuurvisie Beemstermaat van de gemeente Beemster (juli 2012) vormt het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen en geeft aan waar welke functies wenselijk zijn en waar niet. In deze structuurvisie zijn de ambities genoemd die de gemeente nastreeft. Deze ambities luiden als volgt: - Behoud en herstel van het landschapspatroon. - Tegengaan van verrommeling. - Behouden en versterken van de ruimtelijke structuur en karakteristiek. - Recreatie en duurzaamheid versterken. - Oplossen mobiliteitsdruk binnen neutraal raster. Deze ambities zijn in zogenaamde 'gouden regels' omgezet waaraan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen. 1. De Beemster is werelderfgoed en daarom moeten alle nieuwe ontwikkelingen voldoen aan de criteria van ‘Des Beemsters’. Dat houdt in dat elk ruimtelijk initiatief (bebouwing, water, wegen, landschap) opgevat moet worden als ontwerpopgave met de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten van De Beemster als uitgangspunt. 2. De Beemster is een werkpolder: binnen de historisch bepaalde hoofdstructuur moet (ruimtelijke en functionele) verandering mogelijk zijn. 3. De hiërarchie in de ruimtelijke structuur is van groot naar klein: van De Beemster als geheel naar het architectonisch detail. 4.
De landschappelijke openheid is een belangrijke, maar kwetsbare kwaliteit van De Beemster. De droogmakerij bestaat visueel-landschappelijk uit een aantal ‘kamers’, begrensd door randen met bebouwing en opgaande beplanting: de dorpen, de beboomde wegen met agrarische erven en de ringdijk. Eventuele verdichting in het buitengebied vindt alleen plaats in dezelfde zones en langs dezelfde wegdelen waar nu bebouwing staat. De openheid van de kamers blijft zo gewaarborgd. 5. Het hiërarchisch opgebouwde watersysteem, lopend vanaf de kavelsloten via het grid van de hoofdafwatering tot de Beemsterringvaart, is de blauwdruk voor de structuur. Dit watersysteem, zoals in kaart vastgelegd op de Kopergravure (1644), moet gerespecteerd worden, zowel het tracé als het dwarsprofiel. 6. De wegen vormen de functionele ontsluitingsstructuur van De Beemster en begrenzen de ‘landschappelijke kamers’ van de polder. De wegprofielen zijn van essentieel belang: de weg zelf, bermen en eventuele taluds, de doorgaande boomstructuur, flankerende sloten. 7. Het erf is de ordenende bouwsteen van het buitengebied. Erfinrichting en bebouwing zijn onlosmakelijk verbonden met De Beemster als geheel. 8. Bebouwingsstructuren worden vanuit het grotere geheel benaderd: vanuit het landschap naar de bebouwing. De randen van de dorpskernen zijn van groter belang dan de binnengebieden. 9.
Middenbeemster is vanuit cultuurhistorisch oogpunt de belangrijkste bebouwde structuur en moet letterlijk als middelpunt van De Beemster herkenbaar blijven. 10. Forten en stolpen worden als gestolde cultuurhistorische artefacten in stand gehouden. 11. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid is intensief waar het moet: namelijk op alles wat ‘Des Beemsters’ is en raakt aan deze Gouden Regels; en neutraal waar het kan: op alle overige aspecten.