CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

B bijlage-1-ruimtelijke-onderbouwing-jisperweg-134

Gemeenteraad 21 december 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Projectafwijking bestemmingsplan Jisperweg 13411.844 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Omgevingsvergunning Bij de te verlenen omgevingsvergunning, activiteiten bouwen en brandveilig gebruik, zal ook onder anderen naar bereikbaarheid en de bluswatervoorziening worden gekeken. Conclusie In de directe omgeving van de projectlocatie zijn geen Bevi-inrichtingen aanwezig. Ook zijn er geen spoorwegen of waterwegen aanwezig waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De N244 en de buisleiding van de Gasunie liggen op ruime afstand en zoals beschreven zijn er maatregelen te treffen om slachtoffers te voorkomen bij een eventuele ramp. Het aspect externe veiligheid vormt daarom geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de afwijking van het bestemmingsplan.

3.4 Milieuzonering Ten aanzien van de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met eventuele milieuhinder. Uitgangspunt hierbij is dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van een milieugevoelige functie, sprake is van een aanvaardbaar leef- en verblijfsklimaat. Voor de afstemming tussen milieugevoelige functies en bedrijven dient milieuzonering te worden toegepast. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. Het doel van de VNG-publicatie is het bieden van een handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk en de publicatie biedt mogelijkheden voor maatwerk en flexibiliteit bij het inpassen van bedrijvigheid in de fysieke omgeving en bij het inpassen van woningen en andere gevoelige functies nabij bedrijven.

32

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

In het voorliggende geval wordt er een uitbreiding van een dagopvang gerealiseerd samen met een stalgebouw. Onderling werken deze functies niet beperkend op elkaar. Er is immers ook reeds sprake van een combinatie van agrarisch bedrijf en een dagopvang. De meest nabijgelegen functies liggen op ruime afstand van de kinderopvang. Het noordelijke woonperceel en het zuidelijke agrarische bouwperceel liggen beide op ruim 100 meter afstand. De conclusie is dat er geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid op dit omgevingsaspect.

3.5 Luchtkwaliteit In Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer, worden normen gesteld aan de luchtkwaliteit. Om te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarin de grenswaarden worden overschreden of bestaande overschrijdingen toenemen, moet bij het opstellen van ruimtelijke plannen getoetst worden aan de wettelijke grenswaarden. De gevolgen van een ruimtelijk besluit voor de luchtkwaliteit hangen direct samen met de eventuele verkeersaantrekkende werking van het plan ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan dan wel de bestaande toestand. De Wet Luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Onder kleine projecten worden projecten verstaan die de luchtkwaliteit 'niet in betekende mate' verslechteren. Deze projecten worden niet meer beoordeeld op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Draagt een klein project niet of nauwelijks bij aan luchtverontreiniging, dan bestaat er geen belemmering voor. Het ministerie VROM heeft de definitie van 'in betekenende mate' vastgelegd in het Besluit NIBM. Projecten die de concentratie NOx, SO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling.

Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in de regeling NIBM omgezet in getalsmatige grenzen, bijvoorbeeld: - woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen; - kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen. Duidelijk is dat het voorliggende geval geen grote ontwikkeling is. Om deze conclusie kracht bij te zetten is er gebruik gemaakt van NIBM-Tool van het Ministerie van I&M. In paragraaf 3.1 is bepaald dat er een toename in het aantal verkeersbewegingen is van 207 verkeersbewegingen. Ook al betreffen de verkeersbewegingen puur personenauto’s, is er in de berekening ook rekening gehouden met een percentage vrachtverkeer om de toets zwaarder te maken. Uit de berekening blijkt dat er sprake is van een NIBM-project.

33

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

Geconcludeerd kan worden dat het project geen negatief effect heeft op de luchtkwaliteit.

3.6 Ecologie Voor de bescherming van diersoorten is de Wet natuurbescherming van toepassing. Bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van nieuwe bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen planten- en diersoorten op grond van de Wet natuurbescherming. Indien uit gegevens dan wel onderzoek blijkt dat er sprake is van (een) beschermde soort(en) en het bouwwerk en/of de activiteit beschadiging of vernieling van voortplantings- of rustplaatsen dan wel ontworteling of vernieling veroorzaakt, zal de betreffende bouwwerkzaamheid c.q. activiteit pas kunnen plaatsvinden na ontheffing c.q. vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming. Om te beoordelen of er als gevolg van de ontwikkeling beschermde plant- of diersoorten kunnen worden verstoord is door ecologisch adviesbureau Els & Linde een quick scan gemaakt. Op 17 juli 2019 is een bezoek gebracht aan het perceel. Het rapport hiervan is bijgevoegd als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing (Quick scan ecologie, Jisperweg 134 te Westbeemster, Els en Linde, 19.166, 22 juli 2019). Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 17 juli 2019 is gebleken dat de aanwezigheid van gierzwaluwen, vleermuizen en huismussen is uit te sluiten is op de plekken waar de werkzaamheden worden voorzien.

De locatie van de geplande kinderdagveblijf en bso beschikt niet over geschikt habitat voor deze soorten. De huismussen die zich gevestigd hebben in de stolwoning zullen geen overlast ondervinden van de geplande werkzaamheden. Dit valt buiten de invloedssfeer. Een aanvullend onderzoek naar aanleiding van het onderzoek is niet nodig. De aanwezigheid van amfibieën binnen de locatie van de geplande werkzaamheden is mogelijk. Het is noodzakelijk om de locatie goed op te ruimen zodat er geen schuilmogelijkheid is voor deze dieren. 34

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

Algemene broedvogels zijn mogelijk aan te treffen in de begroeiing op de locatie van de geplande werkzaamheden. Het eventueel noodzakelijke verwijderen van deze begroeiing dient buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Wel wordt het werken met een ecologisch werkprotocol geadviseerd. Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland De kans dat er een significante wijziging in de emissie is, is aanwezig. Een berekening van de stikstofdepositie zal nodig zijn gezien de aard van de werkzaamheden. Andere effecten op de Natura 2000-gebieden en/of het Natuurnetwerk Nederland zijn uit te sluiten. Aeriusberekening Naar aanleiding van de quick scan is voor het project een Aeriusberekening uitgevoerd om te bepalen of er sprake is van stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder en Eilandspolder. Zowel de bouwfase als de gebruiksfase is berekend. Uit de berekeningen volgt dat er in de bouw- en gebruiksfase geen sprake is van een verhoogde stikstofdepositie in de genoemde gebieden. De berekeningen en toelichting zijn als bijlage 4 aan deze onderbouwing gevoegd.

3.7 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Om te onderzoeken of er archeologische waarden in de grond aanwezig kunnen zijn die worden verstoord als gevolg van het voorliggende initiatief is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd door Argo. Dit rapport is bijgevoegd als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing (Archeologisch bureauonderzoek Jisperweg 134 te Westbeemster, gemeente Beemster, Argo, Argo 200, Juli 2019). Uit het onderzoek is gebleken dat in het plangebied een kans bestaat op het aantreffen van archeologische resten vanaf het Paleolithicum. Paleolithische resten liggen echter te diep om tijdens de werkzaamheden aangetroffen te worden. Voor het Neolithicum geldt een lage verwachting omdat het plangebied vanwege de lage ligging in het landschap relatief onaantrekkelijk was als bewoningslocatie. Eventuele archeologische resten uit de Bronstijd tot en met de Late Middeleeuwen zijn hoogstwaarschijnlijk weggespoeld door het Beemstermeer. Voor deze perioden geldt dan ook een zeer lage verwachting. Voor de Nieuwe Tijd geldt er voor het plangebied een lage verwachting op bewoningsresten vanwege het ontbreken van bebouwing binnen het plangebied op historische kaarten. Gezien de lage tot zeer lage verwachting op archeologische resten binnen het plangebied wordt geadviseerd om af te zien van een vervolgonderzoek en het terrein vrij te geven.

Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect archeologie er geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van het project.

35

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

Cultuurhistorie Zoals in paragraaf 2.2 reeds is beschreven is er geen strijd met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland. In de toelichting van het bestemmingsplan staat beschreven hoe ontwikkelingen ingepast kunnen worden. De werelderfgoederen Droogmakerij De Beemster en De Stelling van Amsterdam zijn als cultuurhistorisch waardevol gebied aangewezen. Voor Droogmakerij De Beemster en De Stelling van Amsterdam worden gebiedseigen ontwikkelingen die te maken hebben met het bestaande (agrarische) gebruik, nieuwe kleinschalige vormen van recreatie, wonen en werken niet op voorhand onmogelijk gemaakt (credo van Nota Belvedère: ‘behoud door ontwikkeling’). Voorwaarde hiervoor is een goede visuele en functionele inpassing in het landschap die de ruimtelijke kwaliteit en het specifieke karakter van het gebied aantoonbaar ondersteunt.

Concreet gaat het in Beemster om het unieke 17e eeuwse (landschaps)architectonische ensemble bestaande uit: - het vierkante gridpatroon van wegen en waterlopen en rechthoekige percelen; - de ringdijk en de ringvaart (continuïteit en eenheid in vormgeving); - de structuur en het karakter van het beschermde dorpsgezicht Middenbeemster op assenkruis van wegen; - de relatief hoog gelegen wegen met laanbeplanting; - de monumentale boerderijen en buitens; - de 19e eeuwse gemalen en molengangen; - de vijf forten van de Stelling van Amsterdam. De genoemde aspecten zijn opgenomen in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Aangetoond is reeds dat hier geen afbreuk aan wordt gedaan (zie paragraaf 2.2). De bouw van het bedrijfsgebouw blijft immers ruim achter de karakteristieke stolp en voegt zich daarmee goed in het ensemble op het perceel. Het parkeren dient vanwege de overige bedrijfsactiviteiten aan de voorzijde van het perceel plaats te vinden. In 2012 is ten behoeve van de dagopvang parkeren reeds goedgekeurd op deze plek. De extra parkeerplaatsen die nu ten behoeve van de uitbreiding worden toegevoegd zijn hierdoor niet significant van invloed op het landschap. Het buitenspeelterrein voor de kinderen wordt gerealiseerd binnen het bouwvlak, langs het geplande bedrijfsgebouw.

Geconcludeerd wordt dat de afwijkingen van het bestemmingsplan die hier voorliggen relatief zijn en geen afbreuk doen aan de cultuurhistorische en landschappelijke waarden.

3.8 Bodemkwaliteit De bodemkwaliteit is van belang indien er sprake is van functieveranderingen of een ander gebruik. De bodem moet geschikt zijn voor de toekomstige functie. Om te beoordelen of de locatie van de nieuwe dagopvang geschikt is voor deze functie is door Landview een bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage hiervan is bijgevoegd als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing.

36

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

De conclusies uit het onderzoek zijn als volgt. Geconstateerd is dat er lichte verhogingen van kwik, lood, zink en soms PAK aanwezig zijn. In het grondwater zijn geen verhogingen van de onderzochte stoffen aangetroffen. De hypothese dat in de bovengrond licht verhoogde gehalten verontreinigende stoffen aanwezig zijn, wordt in het onderzoek bevestigd. De hypothese dat in het grondwater geen verhoogde concentraties aanwezig zijn, behalve mogelijk van nature verhoogde concentraties, wordt in het onderzoek bevestigd. De aangetroffen verhogingen zijn dusdanig gering, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek geen aanleiding wordt gezien. Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij elk beoogd gebruik. Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De uitvoering van een asbestonderzoek conform NEN 5707 wordt door Landview BV niet noodzakelijk geacht, aangezien er tevens geen potentieel asbestverdacht puin is waargenomen. De conclusie is dat de beoogde gronden geschikt zijn voor de functie als dagopvang en dat nader onderzoek niet nodig is.

3.9 Water In het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat de betrokken waterbeheerders moeten worden geraadpleegd bij het opstellen van bestemmingsplannen (of het voeren van vergelijkbare procedures). In het kader van het wettelijk vooroverleg (artikel 3.1.1 Bro) dat verplicht is bij ruimtelijke procedures, wordt vooroverleg gepleegd met de waterbeheerder, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016.

Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. Watertoets De watertoets is een instrument om ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen, te toetsen op de mate waarin rekening wordt gehouden met waterhuishoudkundige aspecten. 37

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

Het gaat daarbij onder meer om aspecten als waterkwaliteit (ruimte voor water) en waterkwantiteit en veiligheid (overstroming). Via www.dewatertoets.nl is een digitale watertoets gedaan. De uitkomsten hiervan zijn hierna verwerkt. Verharding en compenserende maatregelen Binnen het werkgebied van het hoogheemraadschap is de afgelopen decennia door verstedelijking het areaal aan open water afgenomen. Om onder andere dit verschijnsel tegen te gaan is in 2003 de watertoets geïntroduceerd die ervoor moet zorgen dat de waterbelangen beter in ruimtelijke plannen worden meegenomen en dat ontwikkelingen 'waterneutraal' worden gerealiseerd. Een van de onderdelen van de watertoets is het beoordelen van de verhardingstoename. In de watertoets is aangegeven dat er sprake is van een substantiële toename van bebouwing en/of verharding in het plangebied van 794 m2 verharding en 390 m2 halfverharding + grastegels. Door deze toename aan verharding zal neerslag versneld worden afgevoerd naar het oppervlaktewater, al dan niet via het rioolstelsel. Dit leidt tijdens extreme situaties tot pieken in de waterstand met wateroverlast als gevolg. Om ervoor te zorgen dat de waterhuishoudkundige situatie niet verslechtert ten gevolge van de verhardingstoename zullen er in het desbetreffende peilgebied compenserende maatregelen getroffen moeten worden in de vorm van extra wateroppervlak.

Afbeelding: weergave verhardingssituatie bestaand en nieuw zoals bijgevoegd bij digitale watertoets

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier hanteert bij ontwikkelingen waarbij sprake is van een verhardingstoename tot 2000 m2 de vuistregel dat 10% van de toename aan verhard oppervlak dient te worden gecompenseerd door middel van het inrichten van nieuwe waterberging. Uitgangspunt is 38

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

Ruimtelijke adaptie Het HHNK adviseert om in het ontwerp van het plan het principe van ruimtelijke adaptatie op te nemen. Zo zou kunnen worden gedacht aan het aanbrengen van 'groene daken' op nieuwe gebouwen, eventueel met meervoudig ruimtegebruik en waterberging capaciteit. Ook kan bij bijvoorbeeld de aanleg van nieuwe parkeerplaatsen gebruik worden gemaakt van waterdoorlatende verharding met bijbehorende afvoer vertragende onderlaag of waterberging op straat en in verlaagde groenstroken. In het inrichtingsplan is met het oog op waterdoorlaatbaarheid van de parkeerplaatsen opgenomen om de K+R plaatsen deels te voorzien van grastegels en waar mogelijk halfverharding toe te passen. Beheer en onderhoud waterlopen Alle werkzaamheden binnen een zone van 5 meter van de insteek van waterlopen zijn vergunningplichtig, omdat deze invloed kunnen hebben op de water aan- en afvoer, waterberging of het onderhoud. Bij de aanleg van nieuw water in dit plangebied wordt geadviseerd zoveel mogelijk aan te sluiten op de bestaande waterstructuur en onderhoudssituatie. Bij aanleg of aanpassing van waterlopen is het belangrijk om rekening te houden met de bereikbaarheid voor onderhoud van zowel de nieuwe als bestaande waterlopen. Dit geldt met name in het stedelijk gebied, waar het hoogheemraadschap de ambitie heeft om het onderhoud van gemeenten over te nemen.

Hiertoe moeten de waterlopen wel aan de voorwaarden van het hoogheemraadschap voldoen. In stedelijk gebied is het uitgangspunt dat waterlopen varend onderhouden kunnen worden, en dus tenminste 6 meter breed en 1 meter diep ten opzichte van het laagst gevoerde waterpeil zijn. Indien geen varend onderhoud (kan) worden uitgevoerd, dient in elk geval te worden voorkomen dat waterlopen niet meer bereikbaar zijn voor zowel regulier als periodiek onderhoud (maaien en baggeren), doordat deze worden 'ingesloten' door bebouwing. Geadviseerd wordt om een obstakelvrije zone langs de waterloop van tenminste 5 meter aan te houden. Om water van voldoende waterkwaliteit te kunnen handhaven, is het zelfreinigend vermogen van het watersysteem van belang. HHNK streeft ernaar om waterlopen te realiseren die in goede verbinding staan met het overige watersysteem. Om te voorkomen dat er locaties ontstaan waar kroos en drijfvuil zich zou kunnen ophopen, dienen doodlopende watergangen te worden voorkomen. Waterkwaliteit en riolering Aangegeven is dat er binnen het plan geen sprake is van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI).

Dit betekent dat voor de nieuwe ontwikkeling wordt geadviseerd om een gescheiden stelsel aan te leggen. Voor wat betreft het afvalwater afkomstig van de kinderopvang is in de bestaande situatie reeds een septictank aanwezig die het huishoudelijk afvalwater en het afvalwater van de bestaande kinderopvang verwerkt. Deze septictank heeft een totale opslagcapaciteit van 12 m3 (2 x 6 m3). Voor de nieuwe kinderopvang wordt eenzelfde septictank geplaatst om de extra vervuilingseenheden te kunnen verwerken. Omdat de praktijk heeft uitgewezen dat een dergelijke opslagcapaciteit 40

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

voldoende is voor het huishouden en de bestaande kinderopvang, is een uitbreiding met eenzelfde inhoud ruim voldoende voor de uitbreiding. De aanleg van de tanks past in het bestemmingsplan. Beoordeling Er is een toename aan verharding als gevolg van de ontwikkeling. De watercompensatie die hiervoor nodig is (99m2) is afgestemd met het HHNK. Voor wat betreft ruimtelijke adaptie wordt er in voorliggend geval gebruik gemaakt van halfverharding en grastegels wat bijdraagt aan een betere opname van water door de grond. Het hemelwater zal worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Watercompensatie is uitvoerbaar en daarom vormt het aspect water geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initaitief.

3.10 Besluit milieueffectrapportage In het Besluit milieueffectrapportage wordt onderscheid gemaakt in MER-beoordelingsplichtige activiteiten en MER-plichtige activiteiten. Voor stedelijke ontwikkelingsprojecten waar op grond van het Besluit niet direct een MER-beoordelingsplicht of MER-plicht geldt, moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Vooropgesteld wordt dat het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' ruimte voor interpretatie laat. Mede daardoor kan ook discussie ontstaan over de vraag wanneer sprake is van een wijziging van een dergelijk project. Niet iedere mogelijk gemaakte wijziging van een stedelijke ontwikkeling, hoe ondergeschikt ook, kan aangemerkt worden als een wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject. Dat hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol. De voorliggende ontwikkeling betreft o.a. een uitbreiding van een dagopvang. Er is reeds een dagopvang aanwezig en de beoordeling van de verschillende omgevingsaspecten in de voorliggende ruimtelijke onderbouwing toont aan dat er relatief gezien weinig ruimtelijke effecten aan de orde zijn. Het betreft immers een verbreding van een agrarisch bedrijf.

Het voornemen is vanwege de geringe schaal en de beperkte ruimtelijke omvang niet aan te merken als een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ zoals bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage. Voorts is er met de bouw van het bedrijfsgebouw geen sprake van een toename van het aantal dieren binnen de bedrijfsvoering. Wel is er een toename van het aantal dieren op de locatie Jisperweg 134. De drempelwaarde2 in het Besluit milieueffectrapportage is gesteld op totaal 340 stuks melkrundvee en jongvee. Wanneer deze drempelwaarde wordt overschreden is een m.e.r.-beoordeling nodig. Op de voorliggende locatie neemt het aantal stuks jongvee toe, maar de bedrijfsvoering blijft gelijk qua aantal dieren. In de Beemster blijft het aantal dieren daarom gelijk. Zowel een vormvrije m.e.r.beoordeling als een m.e.r.-beoordeling is niet nodig in voorliggend geval.

2 ‘wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren’ (D.14).

41

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

4 Uitvoerbaarheid 4.1 Financiële uitvoerbaarheid De gronden waarop het project zal plaatsvinden zijn in particulier eigendom. Uit de voorliggende ruimtelijke onderbouwing is niet gebleken dat er een financieel risico bestaat voor de uitvoering van het project. Kostenverhaal voor de ontwikkeling vindt plaats via de legesverordening van de gemeente Purmerend, waardoor kostenverhaal anderszins is verzekerd. Een exploitatieplan is daarom niet verplicht. Planschade wordt daarom niet verwacht. Eventuele planschade zal gedragen worden door de initiatiefnemer. Hiervoor wordt tussen initiatiefnemer en de gemeente een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten.

4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In het kader van de maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt op basis van artikel 3.1.1 Bro vooroverleg gepleegd met de reguliere overlegpartners en is een zienswijzenperiode opgenomen voor reacties van bewoners en andere belanghebbenden. De reguliere vooroverlegpartners die een reactie op de aanvraag omgevingsvergunning hebben gegeven zijn: − De provincie Noord-Holland; − Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier; − Veiligheidsregio Met de vooroverlegreacties is rekening gehouden in de verdere uitwerking van de aanvraag en de reacties zijn inhoudelijk verwerkt in de voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Omwonenden zijn voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbesluit op de aanvraag omgevingsvergunning op meerdere momenten geïnformeerd. Het plan is door omwonenden positief ontvangen. Het plan wordt op grond van afdeling 3.4 Awb ter inzage worden gelegd zodat eenieder zienswijzen kan indienen op het plan.

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13479885/1