CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

B bijlage-1-ruimtelijke-onderbouwing-jisperweg-134

Gemeenteraad 21 december 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Projectafwijking bestemmingsplan Jisperweg 13411.844 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

Datum Project Auteur Telefoonnummer E-mailadres Status

24 oktober 2023

: 24 oktober 2023 : Uitbreiding De Loeiende Koe, Jisperweg 134 Westbeemster : (planoloog) (juridisch adviseur) : : : Indiening versie 24 oktober 2023

2

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

Inhoudsopgave

1

Inleiding .......................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding................................................................................................................................ 5

1.2

Locatie ..................................................................................................................................... 5

1.3

Planbeschrijving....................................................................................................................... 6

1.3.1

Bestaande situatie ........................................................................................................... 6

1.3.2

Nieuwe situatie................................................................................................................ 8

1.3.3

Erfinrichtingsplan .......................................................................................................... 11

1.4

2

1.4.1

Bestemmingsplan Buitengebied 2012 – Partiele Herziening 2021 ................................ 12

1.4.2

Paraplubestemmingsplan Parkeernormen Beemster 2018 ........................................... 15

1.4.3

Verantwoording afwijking bestemmingsplan ................................................................ 15

Ruimtelijk beleid ........................................................................................................................... 17 2.1

Rijksbeleid ............................................................................................................................. 17

2.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ............................................................. 17

2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ................................................... 17

2.1.3

Nationale omgevingsvisie (NOVI) .................................................................................. 17

2.1.4

Ladder duurzame verstedelijking .................................................................................. 19

2.2

Provinciaal beleid .................................................................................................................. 19

2.2.1

Omgevingsvisie NH2050 ................................................................................................ 19

2.2.2

Omgevingsverordening NH2020 ................................................................................... 21

2.3

3

Bestemmingsplan .................................................................................................................. 12

Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 25

2.3.1

Structuurvisie Beemstermaat ........................................................................................ 25

2.3.2

Ruimtelijk kwaliteitskader voor het Beemster erf ......................................................... 25

2.3.3

Ruimtelijke beleidskader De Beemster & Stelling van Amsterdam ............................... 26

2.3.4

Beemster Omgevingsnota ............................................................................................. 26

Omgevingsaspecten...................................................................................................................... 27 3.1

Verkeer en parkeren.............................................................................................................. 27

3.2

Geluid .................................................................................................................................... 30

3.3

Externe veiligheid .................................................................................................................. 30

3.4

Milieuzonering....................................................................................................................... 32

3.5

Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 33

3.6

Ecologie ................................................................................................................................. 34

3.7

Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 35 3

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

4

24 oktober 2023

3.8

Bodemkwaliteit ..................................................................................................................... 36

3.9

Water .................................................................................................................................... 37

3.10

Besluit milieueffectrapportage .............................................................................................. 41

Uitvoerbaarheid............................................................................................................................ 42 4.1

Financiële uitvoerbaarheid .................................................................................................... 42

4.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ........................................................................................ 42

Bijlagen I. Inrichtingsplan, Natuurlijke Zaken, M-21—50500.04 II. Akoestisch onderzoek wegverkeer, Jisperweg 134 in Beemster, Buro DB, RPT19231701, 8 juli 2019 III. Quick scan ecologie, Jisperweg 134 te Westbeemster, Els en Linde, 19.166, 22 juli 2019 IV. Memo stikstofdepositie, Els & Linde, 14 juni 2023, inclusief Aeriusberekeningen V. Archeologisch bureauonderzoek Jisperweg 134 te Westbeemster, gemeente Beemster, Argo, Argo 200, Juli 2019 VI. Verkennend bodemonderzoek, Jisperweg 134 te Westbeemster, Landview, 2019279, 1 augustus 2019

4

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

1 Inleiding 1.1 Aanleiding De voorliggende ruimtelijke onderbouwing is opgesteld om de uitbreiding van het vergunde kinderdagverblijf ‘De Loeiende Koe’ mogelijk te maken. Op 28 maart 2013 een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van de stolp ten behoeve van een agrarische kinderopvang en buitenschoolse opvang op het perceel Jisperweg 134 te Westbeemster. Sindsdien is in de stolp de kinderopvang gevestigd. De bedrijfsvoering van de kinderopvang bestaat naast het melkveebedrijf op het perceel, zoals dat tegenwoordig op veel plekken in Nederland gebeurt. De combinatie van kinderopvang agrarisch bedrijf is een goede gebleken. Vanwege een grote wachtlijst is de wens ontstaan om de kinderopvang uit te breiden. Tevens is er ruimte nodig voor een nieuwe loopstal met melkrobot. Vanwege de verplaatsing van jongvee vanaf de locatie Volgerweg 58 zal er ook een wijziging plaatsvinden in de hoeveelheid vee. Per saldo blijft de hoeveelheid vee binnen het bedrijf gelijk, maar op het perceel Jisperweg 134 neemt de hoeveelheid met 40 stuks jongvee toe. Een nieuw te bouwen bedrijfsgebouw moet ruimte bieden voor de wijziging in bedrijfsvoering. Dit gebouw wordt gerealiseerd aan de noordzijde van het perceel en biedt aan de westzijde ruimte voor de loopstal met melkrobot en aan de oostzijde voor de uitbreiding van de kinderopvang.

De voorliggende projectlocatie heeft in het bestemmingsplan een agrarische bestemming. Deze bestemming is afgestemd op de functie als stalgebouw. Onder voorwaarden is het mogelijk om als verbreding van het agrarische bedrijf een sociale functie zoals een kinderopvang te bedrijven. Zoals reeds aangegeven is in 2013 al vergunning verleend voor een kinderopvang. De uitbreiding van deze functie wordt in de voorliggende ruimtelijke onderbouwing gemotiveerd. Het stalgebouw voldoet niet geheel aan de bouwregels die er gelden voor bedrijfsgebouwen. Om het nieuwe bedrijfsgebouw te realiseren is een omgevingsvergunning aangevraagd om voor de strijdigheid af te wijken van het bestemmingsplan. Het voorliggende document is de ruimtelijke onderbouwing waarmee wordt aangetoond dat de afwijking van het bestemmingsplan ruimtelijk aanvaardbaar is. In dit hoofdstuk wordt hierna de locatie beschreven en wordt het initiatief evenals het bestemmingsplan toegelicht. In hoofdstuk 2 wordt het relevante beleid behandeld en in hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten die voor de ontwikkeling aan de orde zijn.

1.2 Locatie De projectlocatie is gelegen aan de Jisperweg op nummer 134. Het perceel ligt tussen de N244 en de Volgerweg in. Het dichtstbijzijnde noordelijke perceel ligt op ongeveer 80 meter vanaf de noordelijke grens van het agrarische bouwvlak. De kadastrale grens van het zuidelijk gelegen perceel ligt op ongeveer 70 meter vanaf de zuidelijke grens van het agrarische bouwvlak. 5

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

Kernbegrippen zijn emotionele veiligheid, persoonlijke en sociale ontwikkeling, normen en waarden. De opvang vindt volledig plaats in de stolp, zoals ook vergund is. Op dit moment wordt er plaats geboden aan 48 kinderen in de volgende samenstelling: - Kinderdagverblijf 0-4 jaar: 16 kinderen - Peuteropvang 2-4 jaar: 14 kinderen - Buitenschoolse opvang 4-12 jaar: 18 kinderen Totaal 48 kinderen

Afbeelding: foto vanaf de Jisperweg aan de noordoostkant van het perceel

Kinderen komen uit de gehele Beemster, maar ook uit De Rijp, Purmerend, Hoorn, Oostwoud, De Goorn, Avenhorn en de Schermer. Nieuwbouw en daarmee de aanwas van jonge gezinnen in Middenbeemster en Zuidoostbeemster blijft leiden tot nieuwe aanmeldingen. Al met al worden nu zo’n 160 kinderen per week één of meer dagdelen opgevangen. Voor de buitenschoolse opvang is inmiddels een wachtlijst ontstaan van 45 kinderen, voor het kinderdagverblijf is dit een lijst van 20 kinderen. Daarmee is uitbreiding van de capaciteit niet alleen gewenst maar ook levensvatbaar. Melkveebedrijf De initiatiefnemer heeft in 2011 de melkveehouderij definitief overgenomen van zijn vader, na van jongs af aan mee te hebben gewerkt. Hoewel de behoefte er al jaren is, heeft uitbreiding nog niet plaats kunnen vinden. Eerder is wel de stolp als bedrijfsruimte ten behoeve van het melkveebedrijf buiten gebruik gesteld. De stolp is herbouwd met behoud van de bestaande voorgevel. Op Volgerweg 58 wordt een stal gehuurd ten behoeve van het jongvee. Huur van deze ruimte is echter binnen afzienbare tijd niet meer mogelijk wegens een aanstaande herontwikkeling. Op het bedrijf aan de Jisperweg wordt het melkvee gehouden. In totaal omvat het bedrijf 84 stuks vee.

7

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

Afbeelding: foto van het perceel richting de locatie van het nieuwe bedrijfsgebouw

1.3.2 Nieuwe situatie Op het bouwperceel wordt een nieuw bedrijfsgebouw gebouwd. Dit bedrijfsgebouw heeft een dubbele functie. De westzijde wordt ingericht als stal. De oostzijde wordt over twee bouwlagen ingericht als kinderopvang met BSO. Het bedrijfsgebouw wordt geplaatst binnen het bouwvlak ten noorden van de twee bestaande bedrijfsgebouwen. Ten noorden van de nieuwe stal wordt het grasland toegewezen als natuurspeelplaats voor de kinderopvang. De toename van het aantal parkeerplaatsen wordt binnen het bestaande agrarische bouwvlak opgelost, deels achter de stolp (personeel) en deels ten oosten van de nieuwe stal (K+R). De Kiss & Ride plekken zullen uitsluitend worden gebruikt voor het kort parkeren ten behoeve van het brengen en halen van kinderen. Derhalve zullen deze parkeerplaatsen buiten de haal- en brengtijden leeg zijn. Het nieuwe bedrijfsgebouw heeft de volgende afmetingen: - Grondoppervlak: 1.193 m2 (22 m bij 54,2 m) - Bvo: o Nieuwe stal: 1.006 m2 o Kinderopvang/BSO nieuw: 465 m2 (over twee bouwlagen) - Overdekte buitenplaats aan de oostzijde: 88 m2 - Goothoogte: 5,20 meter - Nokhoogte: 9,29 meter

8

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

De navolgende afbeelding toont de nieuwe situatie. Deze afbeelding is afkomstig uit het erfinrichtingsplan dat is bijgevoegd als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing. Het nieuw te realiseren gebouw betreft het meest noordelijke (bovenste) gebouw.

Afbeelding: aanzichten nieuw bedrijfsgebouw

9

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

Afbeelding: aanzicht vanaf de Jisperweg op het nieuwe bedrijfsgebouw

In het nieuwe bedrijfsgebouw wordt het volgende gerealiseerd: - de westzijde wordt ingericht als verblijfsruimte met melkinrichting voor de bestaande veestapel met melkkoeien. De bestaande stal, het meest zuidelijke gebouw, wordt heringericht voor het jongvee dat nu elders verblijft. Per saldo blijft de hoeveelheid vee binnen het bedrijf gelijk. - de oostzijde wordt aangewend voor de uitbreiding van de kinderopvang. De kinderopvang komt er als volgt uit te zien:

Kinderdagverblijf 0-4 jaar Peuteropvang 2-4 jaar Buitenschoolse opvang 4-12 jaar Totaal

Stolp 16 14 30

Stal 16 50 66

Totaal 32 14 50 96

De ambitie is om de buitenschoolse opvang te laten groeien van 18 naar 50 kinderen. Deze activiteit vindt dagelijks plaats van 15:00 tot 18:00 uur. De groei van de bevolking, juist door de vestiging van jonge gezinnen, vertaalt zich in deze vraag. Die vraag geeft ook voeding aan de ambitie om het kinderdagverblijf uit te breiden met 16 kindplaatsen. Het aantal gelijktijdig aanwezige kinderen is minder. Het kinderdagverblijf is de hele dag bezet, de peuteropvang vindt alleen ’s ochtends plaats en de buitenschoolse opvang alleen ’s middags. De bezetting is daarmee ’s ochtends 32 + 14 = 46 kinderen, ’s middags na 15:00 uur 32 + 50 = 82 kinderen.

10

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

Afbeelding: plattegronden nieuw bedrijfsgebouw

De kinderopvang wordt periodiek geïnspecteerd door de GGD. Met de vaste contactpersoon van de GGD is reeds gesproken over de voorgenomen uitbreiding. De reguliere procedure is dat de gemeente een wijziging doorgeeft aan de GGD, die daarop toetst of de kinderopvang voldoet aan de gestelde eisen voor opname in het Landelijk Register Kinderopvang. Voor het buitenspelen maken de kinderen gebruik van de gronden die noordelijk zijn gelegen en grenzen aan het nieuwe bedrijfsgebouw. Deze gronden liggen binnen het bouwvlak. 1.3.3 Erfinrichtingsplan Door Natuurlijke Zaken is in opdracht van de initiatiefnemer een erfinrichtingsplan opgesteld welke als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing is gevoegd. Uitgangspunt hierbij is geweest dat de kernwaarden van het Beemster erf dienen te worden versterkt. Hierbij is evenwel in ogenschouw genomen dat vanuit veiligheidsoogpunt de agrarische bedrijfsvoering en de kinderopvang zoveel mogelijk gescheiden moeten blijven. Zwaar verkeer zoals een melkwagen moet de nieuwe stal kunnen bereiken.

Bij het opstellen van het document is ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van het perceel en zijn de volgende documenten geraadpleegd: − Omgevingsverordening 2020 Provincie Noord-Holland − Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018, Provincie NH − Omgevingsnota 2012 Beemster − Bestemmingsplan Buitengebied 2012, partiele herziening 2021 − Handboek ontwerp uw eigen erf De Beemster, 2013 In het erfinrichtingsplan is aandacht besteed aan: − de erfvorm en erfmaat − de erfbegrenzing met sloten en sloten op het erf − het voorerf en de traditionele erfindeling − de plaatsing van de bebouwing − het doorzicht vanaf de weg − de erfranden met beplanting − streekeigen beplanting 11

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

Voor de inhoudelijke beoordeling wordt verwezen naar het bijgevoegde erfinrichtingsplan, waaruit kan worden geconcludeerd dat het voorliggende initiatief landschappelijk kan worden ingepast binnen de voorwaarden die gelden voor het Beemster Erf en waarmee een verbetering van de uitstraling van het perceel kan worden bereikt.

1.4 Bestemmingsplan 1.4.1 Bestemmingsplan Buitengebied 2012 – Partiele Herziening 2021 Op 26 oktober 2021 is het bestemmingsplan Buitengebied 2012 – Partiele Herziening 2021 vastgesteld. In dit bestemmingsplan heeft de projectlocatie de bestemming Agrarisch met een bouwvlak en de bestemming ‘Tuin’. De projectlocatie is ook geprojecteerd op de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie. Ter plaatse van de bedrijfswoning is tevens de aanduiding ‘kinderdagverblijf’ opgenomen. Ten slotte is een aanduiding ‘vrijwaringszone – DME SPY’ opgenomen ter voorkoming van verstoring van het DME systeem van de Luchthaven Schiphol. Ter plaatse van deze aanduiding mag niet hoger dan 30 meter worden gebouwd.

Afbeelding: uitsnede verbeelding bestemmingsplan ter plaatse

Bestemming Agrarisch (artikel 3) Gebruiksregels De bestemming Agrarisch staat agrarische bedrijven toe. Ondergeschikte nevenactiviteiten zijn toegestaan mits deze aan voorwaarden voldoen. Een sociale functie, zoals een kinderopvang of een zorgboerderij is een van de functies dat wordt gezien als verbreding. De voorwaarden voor het gebruik zijn: a. de ondergeschikte nevenactiviteiten mogen alleen plaatsvinden in de bestaande gebouwen; b. de gezamenlijke vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 50% van het bruto vloeroppervlak van de bestaande gebouwen; 12

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

c. ondergeschikte nevenactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan als ze zijn genoemd in categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels of daarmee wat betreft de milieuhinder vergelijkbare activiteiten. Daarbij zijn in ieder geval de volgende functies (ook) toelaatbaar: 1. veeartsenpraktijk; 2. hoefsmederij; 3. ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten (kaasmakerij, imkerij, etc.); 4. agrarisch natuur- en landschapsbeheer; 5. hoveniersactiviteiten; 6. kinderboerderij; 7. kano-, roeiboot- en fietsenverhuur; 8. sociale functie, zoals een kinderopvang of een zorgboerderij; 9. milieueducatie / rondleidingen; 10. musea / tentoonstellingsruimte / atelier; d. detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van de verkoop van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf en daaraan ondergeschikt gerelateerde producten uit de streek tot een oppervlakte van maximaal 50 m2; e. horeca is niet toegestaan, met uitzondering van kleinschalige horeca in de vorm van een theeschenkerij, een proeverij, een boerderijcafé, of vergelijkbare functie met aan maximale oppervlakte van 100 m2; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gevoelige objecten en/of bedrijven mogen niet onevenredig worden aangetast; g. er vindt geen opslag en/of stalling van goederen en materiaal plaats buiten de bedrijfsgebouwen; h.

parkeren vindt plaats op eigen erf; i. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige toename van het verkeer; j. de activiteit mag uitsluitend worden uitgeoefend door de bewoner. Bij dit initiatief is sprake van een nieuw op te richten gebouw waar, naast het primaire gebruik voor het veehouderijbedrijf, ook een nieuwe ruimte voor BSO en kinderdagverblijf wordt opgericht. De oppervlakte voor de BSO en kinderopvang blijft echter ruim binnen de 50%. De verkeersaantrekkende werking neemt niet onevenredig toe. Hier wordt in paragraaf 3.1 verder op ingegaan. De afstanden tussen de kinderopvang en omliggende woonpercelen is ruim en ook met overige milieuwetgeving zoals de Wet geluidhinder ontstaat geen strijd. Hier wordt verder op ingegaan in paragraaf 3.4. De parkeerplaatsen worden overwegend gerealiseerd binnen het agrarisch bouwvlak dat onder meer bestemd is voor erven. Parkeren is toegestaan binnen erven. Een deel van de K+R plaatsen liggen in de bestemming ‘Tuin’, hiervoor wordt verwezen naar het kopje ‘bestemming ‘Tuin’’. Bouwregels Bedrijfsgebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd. Dit is het geval. Indien de afstand van een bedrijfsgebouw tot de gevellijn niet meer bedraagt dan 18 meter: - mag de goothoogte niet meer bedragen dan 3 meter; 13

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

-

24 oktober 2023

mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan 10 meter; mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan de bouwhoogte van de bedrijfswoning; moet de kap haaks op de weg staan en moet de dakhelling tussen 30 graden en 60 graden liggen.

De goothoogte wordt 5,20 meter en voldoet niet. Aan de maximale bouwhoogte en de vereiste dakhelling van minder dan 30 graden wordt wel voldaan. Er bestaat een mogelijkheid om de maximale goothoogte te verhogen tot 7 meter. Hier wordt aan voldaan. Aan de overige bouwregels wordt bij recht voldaan. Bestemming ‘Tuin’ De gronden met de bestemming ‘Tuin’ zijn bestemd voor tuinen. Parkeervoorzieningen zijn niet expliciet genoemd of uitgesloten, net als bij de andere hoofdbestemmingen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft over een dergelijke situatie eerder overwogen: “Het moet er dan ook voor worden gehouden dat het daarbij om normaal gebruik als tuin moet gaan (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1790). De vraag of het gebruik van de verharde strook voor laden, lossen en kort parkeren in strijd is met de bestemming "Tuinen", dient te worden beoordeeld aan de hand van de ruimtelijke uitstraling die dat gebruik gezien zijn aard, omvang en intensiteit heeft. Bepalend is of deze uitstraling van dien aard is dat deze planologisch niet meer valt te rijmen met de functie van de verharde strook als tuin.

Een gebruik van de tuin waarbij deze feitelijk geheel zou opgaan in een bedrijfsfunctie, waardoor de tuin als verlengstuk van het bedrijf wordt gebruikt, is niet toegestaan (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 14 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1591). Het voorgaande betekent dat laden, lossen en kort parkeren niet onverkort passen binnen de bestemming "Tuinen", maar dat dit afhankelijk is van de ruimtelijke uitstraling die dat gebruik gezien zijn aard, omvang en intensiteit heeft.” (ABRVS: 23 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:194). Het inrichten van een K+R strook op de gronden met de bestemming ‘Tuin’ moet derhalve als een strijdigheid worden gezien met de gebruiksregels van het bestemmingsplan. De bestaande parkeerplaatsen langs de woning en het toegangspad zijn in een eerder stadium reeds vergund. Dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie (artikel 27) De gronden aangewezen als Waarde - Cultuurhistorie zijn bestemd voor het behoud van de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Op deze gronden mag worden gebouwd met inachtneming van de cultuurhistorische waarden. In paragraaf 3.7 wordt ingegaan op de cultuurhistorische waarden en wordt gemotiveerd dat er wordt gebouwd met inachtneming van de cultuurhistorische waarden. Conclusie De voorliggende ontwikkeling is in strijd met het bestemmingsplan omdat: 1.

De ondergeschikte nevenactiviteit gedeeltelijk in een nieuw te realiseren gebouw zal plaatsvinden. 2. De goothoogte de voorgeschreven maximale goothoogte overschrijdt. 3. De dakhelling kleiner is dan 30 graden. 14

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

4. Op gronden met bestemming ‘Tuin’ parkeervoorzieningen in de vorm van K+R plaatsen worden gerealiseerd. 1.4.2 Paraplubestemmingsplan Parkeernormen Beemster 2018 Op 26 maart 2019 is het Paraplubestemmingsplan Parkeernormen Beemster 2018 vastgesteld. Dit bestemmingsplan heeft als doel om parkeernormen juridisch vast te leggen voor het gehele grondgebied van de gemeente. In de regels is bepaald dat bij het bouwen van een bouwwerk of het gebruiken van gronden moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid wordt bepaald aan de hand van het gemiddelde bepaalde in de actuele ASVV, waarbij wordt afgerond naar boven. In paragraaf 3.1 wordt verder ingegaan op het aantal parkeerplaatsen en wordt getoetst dat wordt voldaan aan de parkeernorm. 1.4.3

Verantwoording afwijking bestemmingsplan

Ondergeschikte nevenactiviteiten Het bestemmingsplan staat veel ondergeschikte nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven toe. Daarmee ondersteunt de gemeente bedrijven bij het vinden naar oplossingen om naast de inkomsten uit het agrarische bedrijf nevenactiviteiten te ontplooien die het bedrijf helpen levensvatbaar te blijven en waarmee bedrijven kunnen blijven ontwikkelen. Dit helpt bij het behoud van agrarische bedrijven in de Beemster en het verduurzamen van deze bedrijven. Bij het initiatief is sprake van een succesvolle kinderdagopvang in de bestaande bedrijfswoning. Zoals in paragraaf 1.3 is omschreven is er een lange wachtlijst voor de bestaande buitenschoolse- en kinderdagopvang. Met het initiatief wordt een kwalitatieve uitbreiding gevonden van de huidige capaciteit. Met de hedendaagse eisen aan verblijfsruimten voor kinderdagverblijven kon deze uitbreiding niet in een bestaand gebouw plaatsvinden. Door een afwijking op dit punt in het bestemmingsplan toe te staan is nieuwbouw mogelijk van een kwalitatief goed ingerichte ruimte voor buitenschoolse- en kinderdagopvang. Het bedrijf wordt nog altijd geëxploiteerd door de bewoner, met behulp van haar medewerkers. Het voldoet daarmee aan de overige voorwaarden die het bestemmingsplan aan nevenactiviteiten stelt. Bouwen met een hogere goot Deze hogere goot is noodzakelijk voor de bedrijfsvoering.

Hierbij gaat het met name om het voeren van het vee, dat dagelijks plaatsvindt aan de noordzijde van de stal. De schuifdeur aan de linkerkant van de achtergevel geeft toegang tot de voergang. Dagelijks moeten hierdoor grote trekkers met brede voermengwagens naar binnen. Omdat het voeren wordt uitgevoerd door een loonbedrijf, kan er geen invloed worden uitgevoerd op de keuze voor een bepaald formaat trekker en wagen. De stal moet daarom toegang geven aan alle formaten trekkers en wagens, die in de breedte van de voergang moeten kunnen manoeuvreren. Er wordt gebouwd voor de toekomst: de afgelopen jaren is er een trend te zien dat landbouwwerktuigen steeds groter worden, een trend waarvan het einde nog niet in zicht is.

15

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

Als rekening wordt gehouden met de omvang van de trekkers en wagens in de toekomst, is er minimaal 4,20 meter netto hoogte nodig. Tellen we de deurhoogte van 4,40 m, de ruimte tussen deur en dakrand, de dakconstructie en de dikte van het dakpakket erbij, dan resulteert dat in een goothoogte van minimaal 5,20 meter. Doordat de stal –door de combinatie met kinderopvang- aan één kopkant gesloten is, is de ventilatie een stuk minder dan bij een tweezijdig te openen stal het geval zou zijn. De grotere hoogte verbetert die situatie, wat het dierenwelzijn verhoogt. Tenslotte komt de grotere goothoogte ten goede aan de ruimte voor de kinderopvang omdat de functionele ruimte hierdoor toeneemt. Bij een goothoogte van 4 meter en een verdiepingsvloer op ongeveer 3 meter boven peil zou een groot deel van de oppervlakte onder de benutbare 1,5 meter uitkomen. Bouwen met een kleinere dakhelling Doordat de goothoogte wordt overschreden, zorgt de dakhelling van 30 graden ervoor dat de maximale bouwhoogte niet wordt overschreden. Hierdoor blijft de impact op de omgeving beperkter dan wanneer de voorgeschreven dakhelling wordt gevolgd met als gevolg dat de nokhoogte ook wordt overschreden. Vanuit Stedenbouw van de gemeente Purmerend is hierover aangegeven dat de optelsom van deze essentiële elementen naar 5,2 meter goed voorstelbaar is.

Daarmee is voor stedenbouwkundige kaders de noodzaak duidelijk aangegeven. Parkeren op gronden ‘Tuin’ en speeltuin op agrarisch grond Binnen de bestemming ‘Tuin’ worden enkele parkeerplaatsen ingericht als onderdeel van de parkeeroplossing voor het initiatief. Binnen het agrarische bouwvlak wordt een natuurspeeltuin ingericht voor het KDV. Voor het bepalen van deze inrichting is een advies ingewonnen bij Natuurlijke Zaken, die deze oplossing heeft verwerkt in het inrichtingsplan Jisterweg 134. Daarmee heeft een gewogen beoordeling plaatsgevonden van de ruimtelijke effecten van het plan waaruit de conclusie volgt dat de parkeerplaatsen en natuurspeelplaats goed zijn in te passen.

16

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

2 Ruimtelijk beleid 2.1 Rijksbeleid 2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 22 november 2011 onder aanvaarding van een aantal moties door de Tweede Kamer aangenomen en deze is op 13 maart 2012 in werking getreden. In de structuurvisie is aangegeven dat het Rijk drie hoofddoelen heeft: a. het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; b. het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; c. het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Uit deze drie hoofddoelen komen onderwerpen voort die van nationaal belang zijn. Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen, worden daarom geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze AMvB is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf.

2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 zijn het Barro en Rarro (Regeling algemene regels ruimtelijke ordening) in werking getreden. In het Barro zijn regels opgenomen met betrekking tot onderwerpen die een nationaal belang hebben. Het gaat hierbij onder meer om Rijksvaarwegen, de ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en primaire waterkeringen. De droogmakerij De Beemster en de Stelling van Amsterdam zijn in het Barro beide aangewezen als 'erfgoed van uitzonderlijke universele waarde'. In het Barro is bepaald dat de provincie in haar verordening regels moet stellen omtrent de inhoud van of de toelichting bij bestemmingsplannen in het belang van de instandhouding en versterking van de kernkwaliteiten. De kernkwaliteiten zijn vertaald in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) van de provincie Noord-Holland. Het voorliggende initiatief ligt in een erfgoed van uitzonderlijke universele waarde. In paragraaf 2.2.2. is toegelicht hoe het voornemen aan de PRV is getoetst. Voor het overige raakt het initiatief geen van de in de SVIR en Barro genoemde belangen. 2.1.3 Nationale omgevingsvisie (NOVI) Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving.

Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we ‘nationale belangen’. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. 17

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voorbeelden van nationale belangen zijn: - Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. - Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. - Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. - Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. - Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. - Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. - Verbeteren en beschermen van biodiversiteit. - Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. De belangrijkste keuzes die worden gemaakt richten zich op het volgende. De opwekking van duurzame energie moet worden ingepast met oog op omgevingskwaliteit. Iedereen krijgt de komende jaren te maken met de overstap naar duurzame energie. Daarvoor zijn bijvoorbeeld meer windmolens en zonnepanelen nodig. Clustering is daarbij van belang en zonnepanelen worden in eerste instantie op en aan gebouwen gerealiseerd.

Ook moet er ruimte zijn voor een overgang naar een circulaire economie. Hergebruiken van grondstoffen en materialen en benutten van duurzame energiebronnen wordt steeds belangrijker. De inrichting van de leefomgeving moet een aantrekkelijk vestigingsklimaat zoveel mogelijk bevorderen. Een aantrekkelijke omgevingskwaliteit vraagt goede inpassing van bedrijven, logistieke functies en datacentra. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Het landgebruik moet in balans zijn met natuurlijke systemen. Bijvoorbeeld door kringlooplandbouw. Zo wordt een goede bodem- en waterkwaliteit en biodiversiteit bevorderd. Om te kunnen blijven genieten van het landschap moet behoud van de kwaliteit van het landschap sterker meewegen in de keuzes die worden gemaakt. De realisatie van het initiatief vindt plaats in een cultuurhistorisch waardevol (Unesco) gebied.

Behoud van de kwaliteit van het landschap is daarbij belangrijk uitgangspunt. In paragraaf 2.2.2. is het initiatief getoetst aan de kernkwaliteiten van het Unesco erfgoed. Hieruit volgt dat het initiatief deze kwaliteiten niet aantast. Hiermee voldoet het initiatief aan de uitgangspunten van de NOVI.

18

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

2.1.4 Ladder duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Deze ladder is gericht op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In artikel 3.1.6, lid 2 Bro is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte bevat en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, een motivering is opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De voorliggende ontwikkeling is de uitbreiding van een bestaand agrarisch bedrijf met verbrede landbouw, waarbij er geen toename is van het aantal dieren dat het bedrijf houdt. Wel neemt het aantal kinderen toe. Voor de verhuizing van de dieren van de Volgerweg 58 naar de projectlocatie en de uitbreiding van de kinderopvang met BSO wordt een bedrijfsgebouw opgericht. Het jongvee, afkomstig van de locatie Volgerweg wordt gehouden in de bestaande stal. Het melkvee verhuist van de oude stal naar de nieuwe stal, waarin tevens moderne melktechnieken zullen worden toegepast.

De kinderen worden deels ondergebracht in een deel van het nieuwe bedrijfsgebouw. De ruimte voor de kinderopvang blijft echter ondergeschikt aan de agrarische bedrijfsvoering. Het bouwvlak staat meer bebouwing toe dan in voorliggend geval wordt opgericht. De uitbreiding van de bestaande functies leidt ertoe dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Desalniettemin moet bij iedere ruimtelijke ontwikkeling in afwijking van het bestemmingsplan worden onderbouwd dat er wordt voorzien in een behoefte1. Zoals in paragraaf 1.3 is beschreven is er een behoefte aan een uitbreiding van de kinderopvang gezien de wachtlijst die er bestaat. Ook voor het melkveebedrijf is onderbouwd dat de stal nodig is. Dit komt voort uit de sloop van een stal aan de Volgerweg die nu wordt gebruikt voor het jongvee van het bedrijf. Dit jongvee wordt nu naar het bedrijfsperceel gehaald. Hiermee voldoet het plan aan artikel 3.1.6 Bro.

2.2 Provinciaal beleid 2.2.1 Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 heeft de provincie Noord-Holland de “Omgevingsvisie NH2050 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid” vastgesteld. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2014. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond.

1 Zie bijvoorbeeld: RvS, uitspraak van 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:943

19

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

Ambities Noord-Holland heeft een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Dit is de hoofdambitie. Als subambities zijn er een aantal opgenomen: 1. Leefomgeving a. Klimaatverandering: Noord Holland moet voorbereid zijn op klimaatverandering en waterrobuust worden ingericht. b. Gezondheid en veiligheid: De ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van bodem-, water- en lucht, externe veiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond. Gestreefd wordt naar een gezonde leefomgeving, wat inhoudt: een woonwerkomgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico’s en die een gezonde levensstijl ondersteunt. c. Biodiversiteit en natuur: De ambitie is om de biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Dit betekent dat ontwikkelingen zoveel mogelijk natuurinclusief zullen zijn. 2. Gebruik van de leefomgeving a. Economische transitie: De ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor.

Economische ontwikkelingen dienen qua aard, omvang en vorm aan te sluiten bij de regio of plek. b. Wonen en werken: De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. c. Mobiliteit: De ambitie is dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Clustering van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. d. Landschap: De ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. 3. Energietransitie De ambitie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. Vijf bewegingen Vanuit de ambities zijn een vijftal bewegingen opgesteld die laten zien hoe Noord-Holland wil omgaan met de opgaven die op onze samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. 1. Dynamisch schiereiland: Benutten van de unieke ligging, waarbij de kustverdediging voorop staat, waar toeristische- en recreatieve kansen worden benut en waar natuurwaarden worden toegevoegd. 2.

Metropool in ontwikkeling: De Metropoolregio Amsterdam gaat steeds meer als één stad functioneren en de reikwijdte wordt groter. 20

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

3. Sterke kernen, sterke regio's: deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. 4. Nieuwe energie: het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. 5. Natuurlijk- en vitaal landelijke omgeving: het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. Het voorliggende initiatief waarbij een bedrijfsgebouw wordt gerealiseerd binnen een bestaand bouwvlak is niet in strijd met de ambities en bewegingen uit de Omgevingsvisie2050. 2.2.2 Omgevingsverordening NH2020 Sinds 17 november 2020 geldt de Omgevingsverordening NH2020. Deze verordening vervangt de PRV. Omdat de voorliggende aanvraag omgevingsvergunning is gedaan voor inwerkingtreding van de Omgevingsverordening, maar na inwerkingtreding nog in procedure is wordt hierna volledigheidshalve een korte toets gedaan waarmee wordt aangetoond dat er geen strijd is met de verordening. Agrarische bedrijven Artikel 6.28 geeft regels voor agrarische bedrijven en de verbreding daarvan. De omvang van agrarische regels is beperkt op maximaal 2 hectare, waar in dit geval ruim binnen wordt gebleven. Niet agrarische bedrijfsfuncties, zoals zorgfuncties zijn toegestaan als onderdeel van het agrarisch bedrijf.

Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Artikel 6.44 regelt dat ruimtelijke ontwikkelingen de kernkwaliteiten van de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde niet mogen aantasten. Droogmakerij De Beemster is een van die erfgoederen. De universele waarden die zijn verbonden aan dit erfgoed komen overeen met de kwaliteiten die zijn opgenomen in de Leidraad Landschap & Cultuurhistorie. In de subparagraaf hierna is getoetst dat er geen strijd is met de kwaliteiten en ambities die voor Droogmakerij De Beemster gelden. Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijke gebied Artikel 6.59 vraagt om bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied, in het ruimtelijk plan, gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: a. rekening te houden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren; b. bij de inpassing te betrekken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; en c. bij de inpassing te betrekken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. Hierop wordt hierna ingegaan. Het initiatief voldoet daarmee aan artikel 6.59 van de omgevingsverordening. 21

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

Leidraad Landschap & Cultuurhistorie De Beemster is een markant en cultuurhistorisch waardevolle droogmakerij en heeft de status van UNESCO- Werelderfgoed. De voormalige meren (Purmer, Schermeer, Beemster en Wormer) waren opengewaaide veenrivieren, die door getijdenwerking en stormvloeden steeds verder uitwaaiden. In de vorm van de Beemster is nog de y-vormige vertakking van de veenrivier Bamestra te herkennen. De Beemster werd in 1612 als eerste van de reeks grote droogmakerijen van de Gouden Eeuw drooggelegd, de Schermer als laatste in 1635. De droogmakerijen werden met geometrische precisie ingericht. De Beemster staat bekend als het hoogtepunt van de Hollandse landmeetkunde uit die tijd vanwege zijn indeling in volkomen vierkanten. In de Beemster werden vier dorpen gevestigd, waarvan twee als lintbebouwing (Zuidoostbeemster en Westbeemster) en twee als kruisdorpen (Middenbeemster en Noordbeemster). De landschappelijke karakteristiek ter plaatse kenmerkt zich door een droogmakerijenlandschap met raster. In de Beemster begrenzen de laanbeplanting en bebouwing langs rasterwegen de openheid. Hierdoor ontstaan grote vierkante ‘kamers’ met daarbinnen een verdere opdeling in rechthoekige kavels. Daarnaast liggen er in de Beemster vijf forten die onderdeel zijn van De Stelling van Amsterdam.

Ze zorgen elk voor openheid door ‘verboden kringen’ met een straal van een kilometer vanaf het fort. Het polderraster bestaande uit hoger gelegen, beplante wegen is een van de ruimtelijke dragers. Aan deze kernwaarden wordt door de voorliggende ontwikkeling geen afbreuk gedaan. Er wordt gebruik gemaakt van het bestaande bouwvlak dat in het bestemmingsplan deze dimensies heeft gekregen als gevolg van de afweging tussen ruimte voor bedrijven en ruimte voor het landschap. De nieuwe bedrijfsbebouwing wordt opgericht conform de principes van het Des Beemsters Erf, waarin de bescherming van de kernwaarden van het Beemsters landschap is opgenomen. Dit betekent dat de bebouwing achter de stolp is gelegen en tussen de bedrijfsgebouwen ruimte wordt gelaten voor openheid. Dit zorgt ervoor dat de stolp op het erf vanaf het polderlint goed zichtbaar blijft, wat in overeenstemming is met de ambities en ontwikkelprincipes voor de stolpenstructuren uit de Leidraad Landschap & Cultuurhistorie. De zichtlijn die ontstaat door een ruimte te laten tussen de bestaande noordelijke schuur en het nieuwe bedrijfsgebouw zorgt ervoor dat de sloot ten westen van de bebouwing zichtbaar blijft, wat past in de ontwikkelprincipes van de stolpenstructuren en het Beemsters Erf. Het parkeren is zoveel mogelijk binnen het agrarische bouwvlak opgenomen.

Alleen bestaande en vergunde parkeerplaatsen in de tuin zijn gehandhaafd. Voor een volledige toets aan de principes van het Des Beemsters Erf wordt verwezen naar het Erfinrichtingsplan van Natuurlijke Zaken dat als bijlage is bijgevoegd. De verstedelijkingsdruk vanuit de MRA veroorzaakt dynamiek in het ensemble van de Beemster en Schermer. Dit uit zich in een vraag naar woningen maar ook in bedrijvigheid en toeristisch recreatief medegebruik in het hele gebied. Hiervoor is ruimte, maar behoud van de samenhang van de onderdelen en het kenmerkende raster is uitgangspunt van provinciaal en gemeentelijk beleid. Behoud van de door de UNESCO ‘Uitzonderlijke en Universele Waarde’ (UUW) is van belang. Deze waarden zijn:

22

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

1. Het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, vroeg zeventiende-eeuwse (landschaps)architectonische geheel van de droogmakerij De Beemster, bestaande uit: - het vierkante gridpatroon van wegen en waterlopen en rechthoekige percelen; - de ringdijk en ringvaart (continuïteit en eenheid in vormgeving); - het centraal gelegen dorp (Middenbeemster) op een assenkruis van wegen; - bebouwing langs de wegen; - de relatief hooggelegen wegen met laanbeplanting; - de monumentale en typerende (stolp)boerderijen en restanten van buitens; - de oude negentiende-eeuwse gemalen en molengangen; - de structuur en het karakter van het (beschermde) dorpsgezicht van Middenbeemster; 2. Grote openheid; 3. Voor zover het werelderfgoed De Beemster samenvalt met het werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zijn de uitgewerkte universele waarden van het werelderfgoed De Stelling van Amsterdam tevens van toepassing op het werelderfgoed De Beemster. Het relatief kleine initiatief dat voorligt heeft geen negatieve effecten op de uitzonderlijke waarden van de Beemster. Er wordt immers gebouwd binnen een bouwvlak dat nog meer bebouwing mogelijk maakt.

Afbeelding: weergave openheid ensemble uit de Leidraad Landschap en cultuurhistorie

Omdat er in het voorliggende geval sprake is van een uitbreiding van een bestaande agrarische functie met verbrede landbouw zijn artikel 5a (nieuwe stedelijke ontwikkeling) en 5c (kleinschalige ontwikkeling) niet van toepassing. Mocht worden gesteld dat het gedeelte van het bedrijfsgebouw toch een stedelijke functie is, dan is artikel 5c van toepassing. 23

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

Dit artikel stelt dat een kleinschalige ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied uitsluitend mogelijk is binnen een bestaand bouwblok dat al voorziet in een stedelijke functie. De voorliggende uitbreiding van de kinderopvang wordt gerealiseerd binnen een bestaand bouwblok. Ook is er reeds voorzien in een stedelijke functie doordat er in 2012 vergunning is verleend voor de kinderopvang. Overige kleinschalige ontwikkelingen Artikel 6.4a geeft aan dat ter plaatse van het werkingsgebied ‘landelijk gebied’ een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een kleinschalige ontwikkeling indien: a. op de ontwikkeling plaatsvindt op een locatie waar een stedelijke functie is toegestaan; b. het toegestane bebouwd oppervlak niet wordt vergroot; en c. het aantal burgerwoningen niet toeneemt. Op het bedrijfsperceel is reeds een kinderopvang toegestaan, de toegestane oppervlakte wordt niet overschreden en het aantal burgerwoningen neemt niet toe. Geconcludeerd wordt dat het initiatief past in de Omgevingsverordening NH2020.

24

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

2.3 Gemeentelijk beleid 2.3.1 Structuurvisie Beemstermaat De Structuurvisie Beemstermaat van de gemeente Beemster (juli 2012) vormt het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen en geeft aan waar welke functies wenselijk zijn en waar niet. In deze structuurvisie zijn de ambities genoemd die de gemeente nastreeft. Deze ambities luiden als volgt: - Behoud en herstel van het landschapspatroon. - Tegengaan van verrommeling. - Behouden en versterken van de ruimtelijke structuur en karakteristiek. - Recreatie en duurzaamheid versterken. - Oplossen mobiliteitsdruk binnen neutraal raster. Deze ambities zijn in zogenaamde 'gouden regels' omgezet. Deze regels hebben als uitgangspunt dat ontwikkeling mogelijk moet zijn om de dynamiek binnen de gemeente te behouden, maar de kernwaarden behouden moeten blijven. Ontwikkelingen moeten passen binnen de historisch bepaalde hoofdstructuur. De openheid is belangrijk; eventuele verdichting in het buitengebied vindt daarom alleen plaats in dezelfde zones en langs dezelfde wegdelen waar nu bebouwing staat. Beschreven staat wat de opgaven zijn voor de jaren tot 2037. Het veranderend agrarisch gebruik krijgt daarin aandacht. Voor de agrarische sector wordt uitgegaan van een tweesporig ruimtebeleid: - Het bieden van voldoende ruimte voor passende schaalvergroting en innovatie. - Het bieden van voldoende ruimte voor mogelijkheden tot verbreding.

Verbreding van landbouwbedrijven is niet alleen belangrijk voor de versterking van landbouwbedrijven zelf maar ook bij functieverandering. Van verbrede landbouw is sprake als: - De nevenfunctie een bijdrage levert aan het inkomensniveau - De nevenfunctie ondergeschikt is aan de hoofdfunctie - De nevenfunctie verbonden is aan het agrarisch perceel Bij verbreding wordt geen onderscheid gemaakt in de functie landbouw en de andere functie. Het is aan de agrariër zelf te bepalen in welke mate de ene functie meer opbrengt dan de andere functie. Bij toepassing van verbrede landbouw wordt, het respecteren van cultuurhistorische- en landschappelijke waarden als voorwaarde gesteld. Er worden goede mogelijkheden gezien voor vormen van recreatie en zorg (voornamelijk dagopvang) en het ontwikkelen van vormen van voedselgerelateerde bedrijvigheid. De voorliggende uitbreiding van de reeds bestaande verbreding voldoet aan de kaders die gesteld zijn in de Structuurvisie Beemstermaat. 2.3.2 Ruimtelijk kwaliteitskader voor het Beemster erf Op 24 december 2010 is door de raad het Ruimtelijk kwaliteitskader voor het Beemster erf vastgesteld. Hierin staat het beleidskader voor ruimtelijke ontwikkelingen in de Beemster. In het onderhavige geval is geen sprake van een vergroting van het bouwvlak, maar toevoeging van bebouwing.

Die toevoeging dient te voldoen aan de ruimtelijke kwaliteitseisen, die voor erven in de Beemster gelden. Die kwaliteitseisen zijn vanuit het RKK vertaald naar het beleid voor het Des Beemsters Erf, dat gehanteerd is bij het vinden van een geschikte locatie voor het nieuwe bedrijfsgebouw en de terreininrichting, zie ook paragraaf 2.2.2. 25

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

2.3.3 Ruimtelijke beleidskader De Beemster & Stelling van Amsterdam Het ruimtelijk beleidskader voor werelderfgoederen De Beemster & Stelling van Amsterdam is door de raad vastgesteld op 25-11-2011. In dit beleid staan de uitgangspunten waaraan nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen. De voorliggende ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten die vastgesteld zijn in het beleid. Er is geen sprake van verdichting van het landschap door te bouwen binnen het bestaand bouwvlak dat aan het agrarische bedrijf is toegewezen. Het erf wordt volgens het Beemsterprincipe ingericht zodat ook hieraan voldaan zal gaan worden. 2.3.4 Beemster Omgevingsnota De raad van Beemster heeft op 10 juli 2012 de Beemster Omgevingsnota vastgesteld. Het doel van de Omgevingsnota is het behouden en stimuleren van de ruimtelijke kwaliteit. In het overvolle Nederland is ruimtelijke kwaliteit een gemeenschappelijk bezit, het is geen zaak van de eigenaren van grond of gebouwen alleen, het is een waarde die niet geïndividualiseerd of geprivatiseerd kan worden. Een goede ruimtelijke kwaliteit levert een bijdrage aan de leefbaarheid, de duurzaamheid en de culturele betekenis van een gebied. Het versterkt de ‘eigenheid’ (of identiteit) van een plek of een gemeente. Een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving verhoogt bovendien de waarde van het onroerend goed en versterkt het vestigingsklimaat.

Mensen zijn graag in gebieden met een goede ruimtelijke kwaliteit. De Omgevingsnota is een grondige actualisering en aanvulling van de Welstandsnota Beemster uit 2003, en heeft deze na vaststelling door de gemeenteraad vervangen. De Omgevingsnota is dus (ondermeer) de welstandsnota in de zin van de Woningwet, en is ook als zodanig behandeld in het inspraak- en besluitvormingstraject. De Beemster erven worden traditioneel omgeven door sloten en bomen waardoor elk erf zich langs de weg manifesteert als een ruimtelijke eenheid. Soms zijn de inrichting en opzet van het erf –of een deel daarvan- terug te voeren op historische inrichtingsprincipes, mede gebaseerd op de renaissance idealen. Uiteraard is de hedendaagse agrarische bedrijfsvoering nu sterk leidend bij de erfinrichting. Om aan te tonen dat aan het beleid kan worden voldaan is een Erfinrichtingsplan opgesteld waarin de Beemster Omgevingsnota is betrokken. Het initiatief voldoet hiermee aan het beleid. Ten aanzien van de welstand wordt het nieuwe bedrijfsgebouw voorgelegd aan de Welstandscommissie.

26

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

3.2 Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Het plan maakt een nieuwe geluidsgevoelig object mogelijk. De planlocatie ligt buiten de geluidszone van de Provinciale weg N244 en de Volgerweg. Voor deze wegen is akoestisch onderzoek dan ook niet van toepassing. Wel ligt het plan in zijn geheel binnen de wettelijke geluidszone van de Jisperweg en om die reden moet voor die weg akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. De te verwachten geluidsbelasting op de gevels van de nieuwe kinderopvang ten gevolge van het verkeer op de Jisperweg moet worden vastgesteld en getoetst aan de normen van de Wgh. Door BuroDB is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting op de gevels van de nieuwe dagopvang.

Dit onderzoek is bijgevoegd als bijlage (Jisperweg 134 in Beemster Kinderopvang Akoestisch onderzoek wegverkeer, BuroDB, RPT19231701, 8 juli 2019). Uit het onderzoek volgt dat de te verwachten geluidsbelasting op de gevels van de nieuwe kinderopvang ten gevolge van het verkeer op de Jisperweg voldoet aan de geldende norm. De maximale geluidsbelasting is 42 dB. De geluidsbelasting van het wegverkeer voldoet daarmee aan de wettelijke norm. Het onderzoeken c.q. treffen van geluidsbeperkende maatregelen is voor deze situatie niet nodig. Vanuit het oogpunt van geluid kan de nieuwe kinderopvang volgens plan worden gerealiseerd. Geconcludeerd wordt dat het plan niet belemmerd wordt vanuit het aspect geluid.

3.3 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. De externe veiligheidsregelgeving is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen en Besluit Buisleidingen en Externe Veiligheid. De regelgeving is gekoppeld aan de Wet ruimtelijke ordening.

30

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

Afbeelding: ontwikkellocatie aangegeven met rode stip, buisleiding aangegeven met rode gestreepte lijn en N244 aangegeven met rode lijn

Buisleiding Op circa 510 meter afstand is een buisleiding (hoge druk aardgastransportleiding, diameter 24 inch en druk 66 bar) aanwezig. Zie navolgende afbeelding waarop de buisleiding met een rode streeplijn is weergegeven Bij een kinderopvang geldt dat ook de buitenruimte als kwetsbaar wordt gezien. Straks met de Omgevingswet is een kinderopvang een zeer kwetsbaar object. Als er een ongeval met gevaarlijke stoffen gebeurt kan het KDV worden blootgesteld aan de effecten. Voor de buisleiding is dat als gevolg van een leidingbreuk waarbij het uitstromend gas ontsteekt (fakkelbrand). Dit is in de 1e fase het geval, in de stabiele fase zijn de effecten kleiner. In het Scenarioboek Externe Veiligheid is beschreven welke maatregelen kunnen worden genomen bij een fakkelbrand. Gezien de afstand tussen de kinderopvang en de buisleiding zijn aanwezige personen binnen afdoende beschermd tegen de effecten. De personen buiten de bedrijfsbebouwing dienen spoedig te vluchten naar de aanwezige gebouwen om te schuilen. Maatregelen ter voorkoming van gewonde slachtoffers dan wel letsel bij graafwerkzaamheden aan/bij de buisleiding binnen 600 meter van het KDV (inclusief buitenruimte) zijn: − het KDV sluiten; − de graafwerkzaamheden plannen buiten de openingstijden van het KDV; − geen buitenactiviteiten met de kinderen doen; − zorgen voor een centraal af te schakel mechanische ventilatie.

Ongeval N244 De uitbreiding van het KDV bevindt zich op ca. 400 meter van de weg N244 (doorgetrokken rode lijn op navolgende afbeelding), waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd.

31

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding De Loeiende Koe

24 oktober 2023

Voor de weg N244 betreft dat een giftige wolk, die vrijkomt als een tankwagen met gevaarlijke stoffen gaat lekken na een aanrijding. Of de giftige wolk over het perceel trekt is afhankelijk van onder anderen de weersomstandigheden, soort gevaarlijke stof en locatie van het incident. Aanwezige personen bij het KDV kunnen dan het beste binnen blijven/schuilen, ramen en deuren sluiten en eventuele mechanisch ventilatie uitschakelen. Basisbrandweerzorg Voor de basisbrandweerzorg wordt uitgegaan van de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 2019. Het adres is van twee zijden te bereiken voor de brandweer. Voor de opkomsttijd van woningen KDV geldt een tijdnorm van 8 minuten (Besluit veiligheidsregio’s). Deze norm wordt zowel overdag als in de avond-,nacht-, en weeksituatie niet gehaald. De overschrijding bedraagt ongeveer 2 minuten. Er moet worden onderzocht welke beheersmaatregelen mogelijk zijn om deze overschrijding van opkomsttijd acceptabel te maken. Hiervoor zijn hoogstwaarschijnlijk beheersmaatregelen mogelijk. Verder ontbreekt een adequate bluswatervoorziening in de vorm van brandkranen bij het perceel. De te treffen maatregelen dienen in een later stadium te worden voorgelegd aan de brandweer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13479885/1