CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

B-bijlage-1-ruimtelijke-onderbouwing

Gemeenteraad 20 april 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen project Terrazza, Waterlandlaan 1-5725.089 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing Project Status Projectnummer Kenmerk Datum Auteur Controle

Waterlandlaan Purmerend 2.0 21080 21080.RO 6 maart 2023

Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628

COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 – 744 08 38 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch op geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Mees Ruimte & Milieu.

Mees Ruimte & Milieu | 21080.RO

Pagina | 2

INHOUDSOPGAVE 1

2

3

4

5

6

7

Inleiding

5

Aanleiding Ligging projectgebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

5 5 6 12

Projectbeschrijving

13

Woonprogramma Commercieel programma, maatschappelijke voorzieningen, kantoren en parkeren

13 15

Beleidskader

16

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

16 19 22 24

Omgevingsanalyse

39

Huidige situatie Nieuwe situatie

39 39

Omgevingsaspecten

42

Bedrijven en milieuzonering Verkeer en parkeren Geluid Luchtkwaliteit Bodem Archeologie en cultuurhistorie Externe veiligheid Klimaatadaptatie Natuur Bezonning Windhinder Waterparagraaf Milieueffectrapportage

42 43 58 59 61 62 63 67 68 72 72 74 76

Beschrijving uitvoerbaarheid

79

Privaatrechtelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

79 79 79

Conclusie ruimtelijke en functionele inpasbaarheid

81

Mees Ruimte & Milieu | 21080.RO

Pagina | 3

Bijlagen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

Mobiliteitsstudie Goudappel Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai Verkennend bodemonderzoek QuickScan Wet natuurbescherming Stikstofdepositieberekening aanleg- en gebruiksfase Bezonningsonderzoek Windhinderonderzoek Hoogbouweffectrapportage Aanmeldnotitie vorm vrije m.e.r.-beoordeling Ontheffing Wet natuurbescherming Watervergunning Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Mees Ruimte & Milieu | 21080.RO

Pagina | 4

1

INLEIDING AANLEIDING In opdracht van Steengoed B.V. heeft Mees Ruimte & Milieu een ruimtelijke onderbouwing opgesteld voor de gewenste ontwikkeling van woningbouw ter plaatse van de Waterlandlaan 1-57 te Purmerend. Naast woningen worden commerciële ruimten in de plint mogelijk gemaakt en wordt er voorzien in een gebouwde parkeervoorziening. Het is de gemeentelijke ambitie het gebied rondom de Waterlandlaan, waar het projectgebied deel van uit maakt, te verdichten. Dit blijkt onder meer uit het Masterplan Waterlandkwartier, waarin de gewenste ontwikkelrichting voor het gebied is beschreven. Daarnaast heerst er een grote woningbouwbehoefte die op basis van voornoemde gebiedsontwikkeling ten dele kan worden opgelost. De ontwikkeling vormt daarom een belangrijke stap richting het beoogde eindresultaat. In totaal wordt met de ontwikkeling ruimte geboden aan 291 woningen, maximaal 650 m2 b.v.o commerciële ruimten in de plint en een parkeergarage. Het project past niet binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan "De Gors e.o. 2010", waardoor een planologische procedure dient te worden doorlopen, namelijk een uitgebreide procedure in de vorm van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan. In paragraaf 1.3 wordt hierop verder ingegaan.

LIGGING PROJECTGEBIED Het projectgebied maakt deel uit van het Waterlandkwartier (voorheen bekend als Stationsgebied) en is gelegen aan de Waterlandlaan 1 - 57 in Purmerend, met ten noordwesten de binnenstad. De locatie wordt globaal begrensd door de Waterlandlaan, de Zeevangstraat, de Purmerweg en het Waterlandplein. In onderstaande figuur 1 is de projectlocatie weergegeven.

Mees Ruimte & Milieu | 21080.RO

Pagina | 5

Figuur 1. Luchtfoto projectlocatie (bron: QGIS, eigen bewerking)

VIGEREND BESTEMMINGSPLAN Het projectgebied maakt deel uit van het vigerende bestemmingsplan “De Gors e.o. 2010”, dat is vastgesteld op 21 oktober 2010 door de gemeenteraad van Purmerend. De projectlocatie heeft de bestemming 'Gemengd - 3', ‘Groen’ en ‘Verkeer – 2’. Tevens geldt deels de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’, en er is voor een deel de aanduiding 'Wro-zone-wijzigingsgebied 1' van toepassing. Er geldt een bouwvlak, waarbinnen hoofdgebouwen mogen worden opgericht, met een maximale bouwhoogte die varieert van 8 tot 25 meter. Figuur 2 toont de begrenzing van het projectgebied in relatie tot de verbeelding die bij het bestemmingsplan hoort. Op figuur 3 zijn vervolgens de verschillende maximale bouwhoogten per gebied te zien. Vervolgens worden de relevante bepalingen uit de regels weergegeven, voor zover relevant voor de ontwikkeling en daarmee niet limitatief.

Mees Ruimte & Milieu | 21080.RO

Pagina | 6

Figuur 2. Uitsnede verbeelding bestemmingsplan (bron: QGIS, eigen bewerking)

Mees Ruimte & Milieu | 21080.RO

Pagina | 7

Figuur 3. Duiding verschillende bouwhoogten binnen projectlocatie (bron: QGIS, eigen bewerking)

Artikel 10 Gemengd - 3 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor Gemengd-3 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven voor zover deze voorkomen in categorie A en B van de Staat van Bedrijfsactiviteiten "functiemenging"; b. dienstverlening; c. kantoren; d. maatschappelijke voorzieningen, met uitzondering van geluidsgevoelige voorzieningen; e. ter plaatse van de aanduiding "garage": uitsluitend gebouwen ten behoeve van stalling van vervoermiddelen en voor berging van niet voor handel en distributie bestemde goederen; f. ter plaatse van de aanduiding "parkeerterrein": uitsluitend een parkeerterrein; g. ter plaatse van de aanduiding "wonen": tevens een woning; h. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen en water. i. bij deze bestemming behorende erven, terreinen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 10.2 Bouwregels 10.2.1 Gebouwen Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mag worden gebouwd; b. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen; c. indien binnen het bouwvlak een bebouwingspercentage is aangegeven bedraagt het totale oppervlak van gebouwen en overkappingen ten hoogste het met de maatvoeringaanduiding aangegeven bebouwingspercentage van het bouwperceel; d.

ten aanzien van de bouwhoogte gelden de ter plaatse van de aanduiding "maximale bouwhoogte" opgenomen maximale hoogten. e. de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen bedraagt ten hoogste 3 meter. 10.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt verwezen naar artikel 32.3. 10.3 Ontheffing van de bouwregels

Mees Ruimte & Milieu | 21080.RO

Pagina | 8

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 2 ten behoeve van het bouwen van nieuwe gebouwen of het uitbreiden van bestaande gebouwen buiten het bouwvlak, mits het gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen buiten het bouwvlak niet meer bedraagt dan 100 m2 en de bouwhoogte niet hoger is dan 5 meter. 10.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. de opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan; b. verkooppunten voor motorbrandstoffen zijn niet toegestaan; c. detailhandel in volumineuze goederen en grootschalige detailhandel zijn niet toegestaan; d. Bevi-inrichtingen zijn niet toegestaan; e. Wgh-inrichtingen zijn niet toegestaan; f. activiteiten uit kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage 1994 zijn niet toegestaan in de gevallen, zoals genoemd in kolom 2 van de desbetreffende bijlage. 10.5 Ontheffing van de gebruiksregels Ontheffing van de Staat van Bedrijfsactiviteiten "functiemenging" Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 1: a.

om bedrijven toe te laten uit een categorie hoger dan in lid 1 genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de volgens lid 1 toegelaten categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten "functiemenging"; b. om bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten "functiemenging" zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de volgens lid 1 toegelaten categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten "functiemenging"; met inachtneming van de volgende bepalingen: a. Bevi-inrichtingen en Wgh-inrichtingen zijn niet toegestaan; b. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan; c. activiteiten uit kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage 1994 zijn niet toegestaan in de gevallen, zoals genoemd in kolom 2 van de desbetreffende bijlage. Artikel 15 Groen 15.1 Bestemmingsomschrijving De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen, water, speelvoorzieningen, bermen, bermsloten en voet- en fietspaden, (ontsluitings)wegen; b. jongerenontmoetingsplaatsen; c. nutsvoorzieningen; d. ondergrondse containers; e. objecten van beeldende kunst; f. openbare toiletvoorzieningen; g.

ter plaatse van de aanduiding "zend- en ontvangstinstallatie": tevens een zend- en ontvangstinstallatie; h. ter plaatse van de aanduiding "horeca": tevens voor een reclamemast ten behoeve van horeca. 15.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen voor nutsvoorzieningen alsmede openbare toiletvoorzieningen; b. ten behoeve van een jongerenontmoetingsplaats mogen geen gebouwen worden gebouwd; c. de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen bedraagt ten hoogste 3 meter; d. de bouwhoogte van gebouwen voor openbare toiletvoorzieningen bedraagt ten hoogste 3 m, het oppervlak voor dergelijke gebouwen bedraagt ten hoogste 9 m2. e. voor de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt verwezen naar artikel 32.3. 15.3 Ontheffing van de bouwregels 15.3.1 Jongerenontmoetingsplaats Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 2 voor het bouwen van een gebouw voor een jongerenontmoetingsplaats met in achtneming van de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van het gebouw mag ten hoogste 3,5 m bedragen; b. de oppervlakte van het gebouw mag ten hoogste 15 m2 bedragen.

15.3.2 Objecten van beeldende kunst Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 2 ten behoeve van het bouwen van objecten van beeldende kunst met een grotere bouwhoogte dan in lid 2, sub g bepaald, tot maximaal 15 meter hoogte. Artikel 23 Verkeer - 2 23.1 Bestemmingsomschrijving De voor Verkeer-2 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen met een functie voor verblijf en verplaatsing; b. verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen;

Mees Ruimte & Milieu | 21080.RO

Pagina | 9

c. d. e. f. g. h. i. j. k. l.

ter plaatse van de aanduiding "onderdoorgang": een onderdoorgang voor verkeersdoeleinden en op het daaronder gelegen niveau tevens voor verblijfsgebied, groenvoorzieningen en water in aansluiting op de bestemmingen op de aangrenzende gronden, waarbij het bepaalde in respectievelijk artikel 15 en 24 van overeenkomstige toepassing is; ter plaatse van de aanduiding "horeca": een reclamemast ten behoeve van horeca; ter plaatse van de aanduiding "parkeerterrein": uitsluitend een parkeerterrein; jongerenontmoetingsplaatsen; objecten van beeldende kunst; ondergrondse containers; evenementen; ambulante handel; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, abri's, fiets- en voetpaden, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, reclame-uitingen en water. bij deze bestemming behorende erven, terreinen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

23.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen alsmede openbare toiletvoorzieningen; b. ten behoeve van een jongerenontmoetingsplaats mogen geen gebouwen worden gebouwd; c. voor de maximaal toegestane bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de verkeers- of wegaanduiding of de verlichting, wordt verwezen naar artikel 32.3. 23.3 Ontheffing van de bouwregels 23.3.1 Jongerenontmoetingsplaats Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 2 ten behoeve van de bouw van een gebouw voor een jongerenontmoetingsplaats met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van het gebouw mag ten hoogste 3,5 m bedragen; b. de oppervlakte van het gebouw mag ten hoogste 15 m² bedragen; 23.3.2 Parkeerdek Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 2 ten behoeve van de bouw van een parkeerdek uitsluitend op bestaande parkeerterreinen. De bouwhoogte van dit parkeerdek mag ten hoogste 4 meter bedragen. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot de oppervlakte.

Artikel 29 Waarde - Archeologie 29.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - archeologie aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) - tevens bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. 29.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op de gronden mogen ten behoeve van de in lid 1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m; c. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 29.3 Ontheffing van de bouwregels a. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in lid 2 onder c gestelde. Ontheffing wordt verleend, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. b.

Het in sub a bedoelde onderzoek dient alleen gedaan te worden indien de bodemverstoring een oppervlakte van meer dan 500 m2 beslaat. c. op de gronden met de aanduiding "archeologische waarden" is de in het tweede lid bedoelde oppervlaktemaat 100 m2. d. Aan deze ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden tot: 1. het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; 2. Het doen van opgravingen door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het College voor de Archeologische Kwaliteit (CvAK/SIKB) en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; 3. Het begeleiden van de activiteiten waarvoor ontheffing is verleend door een daarvoor aangewezen archeologisch deskundige. 4. De ontheffing wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.

Mees Ruimte & Milieu | 21080.RO

Pagina | 10

29.4 Aanlegregels a. Het is verboden op de in lid 1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het ophogen van de bodem met meer dan 50 cm; 2. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; 3. het verlagen van het waterpeil; 4. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; 5. het aanleggen van bos of boomgaard, of het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; 6. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; 7. het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport, energie of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. b. Geen aanlegvergunning is vereist: 1. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 50 cm onder het bestaande maaiveld; 2.

voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft over een oppervlakte tot ten hoogste 500 m2, ter plaatse van de aanduiding "archeologische waarden" tot ten hoogste 100 m2; 3. indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 4. indien het archeologisch erfgoed zodanig zal worden behandeld dat conservering in de bodem is gewaarborgd; 5. indien de werken en /of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen. 6. Een aanlegvergunning mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van werkzaamheden de aanwezige archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden aangetast. 7. Alvorens te beslissen omtrent de aanvraag om een aanlegvergunning dient op basis van archeologisch onderzoek te zijn aangetoond dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden en welke voorwaarden hiervoor dienen te worden gesteld. 29.5 Nadere eisen a. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige archeologisch monumenten of resten aanwezig zijn. b.

De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond kunnen worden behouden. 29.6 Wijzigingsbevoegdheden Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om met toepassing van artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door: a. op de plankaart de bestemming "Waarde - archeologie" geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief onderzoek is aangetoond, dat er op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; b. op gronden alsnog de dubbelbestemming "Waarde - archeologie" te leggen, indien uit nader archeologisch onderzoek blijkt dat de begrenzing van de gronden met deze medebestemming, gelet op de ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft. Artikel 30 Wro-zone - wijzigingsgebieden 30.1 Wijzigingsgebied 1 Burgemeester en wethouders kunnen het plan ter plaatse van de percelen Waterlandlaan 1-9, op de analoge verbeelding aangemerkt met de gebiedsaanduiding "Wro-zone - wijzigingsgebied 1", wijzigen ten behoeve van de volgende functies: 1. wonen aan de Purmerweg; 2. wonen vanaf de tweede bouwlaag aan de Landsmeerstraat; 3. wonen vanaf de vierde bouwlaag aan de Waterlandlaan; 4. kantoren en dienstverlening aan de Landsmeerstraat in de eerste bouwlaag; 5.

kantoren en dienstverlening aan de Waterlandlaan; 6. verkeer- en verblijfsgebied; en tevens voor de bijbehorende:  parkeervoorzieningen;  beplantingen en speelvoorzieningen;  voet- en fietspaden;  water;  bermen en bermsloten; met inachtneming van de volgende bepalingen: l. het maximaal bebouwingspercentage is 60%, waarbij voor een ondergrondse parkeergarage een bebouwingspercentage van 90% is toegestaan;

Mees Ruimte & Milieu | 21080.RO

Pagina | 11

m. n. o. p. q. r. s. t.

de maximale hoogte varieert van 10 tot 12 meter aan de Purmerweg tot maximaal 16 m aan de Waterlandlaan en is in hoogte trapsgewijs opgebouwd van de Purmerweg naar de Waterlandlaan; er is een hoogteaccent van 28 m toegestaan op het kruispunt Landsmeerstraat/ Waterlandlaan; de oppervlakte van dit hoogteaccent mag maximaal 10% van het maximaal gezamenlijk toelaatbaar bebouwingsoppervlak bedragen; voor alle hoogten geldt dat deze gemeten zijn vanaf het nieuwe peil; ten behoeve van de gewijzigde functie dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein in een (deels) ondergronds gebouwde parkeervoorziening; het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; tussen het gebouw op deze wijzigingslocatie en het gebouw op de er tegenovergelegen wijzigingslocatie (Landsmeerstraat 3) dient een open ruimte (Landsmeerstraat) van minimaal 15 m te bestaan; de afstand van de bebouwing aan de Purmerweg tot aan het hart van de Purmerweg dient minimaal 20 meter te bedragen; de wijzigingsbevoegdheid kan slechts worden toegepast, indien is aangetoond dat de bodem van voldoende kwaliteit is voor de voorgenomen ontwikkeling.

In paragraaf 4.1 is een beschrijving van de voorgenomen ontwikkeling opgenomen. Concreet gaat het om de realisatie van 291 appartementen en maximaal 650 m2 b.v.o bedrijfsunits. De bebouwing is onderverdeeld in vijf bouwblokken die boven op een parkeergarage worden gerealiseerd. De bouwhoogten variëren, waarbij een hoogte van ca. 10 meter aan de Zeevangstraat wordt gerealiseerd en aan de zijde van de Waterlandlaan hoogten mogelijk worden gemaakt die trapsgewijs oplopen van ca. 31 meter tot ca. 47 meter. Gelet op de gebruiksregels zoals deze gelden op grond van de bestemming 'Gemengd - 3', is de ontwikkeling mede in verband met de beoogde woningen in strijd met het huidige planologische kader. Daarnaast wordt de nieuwe bebouwing deels buiten de huidige bouwvlakken opgericht en worden de maximale bouwhoogten overschreden. Opgemerkt wordt dat een deel van het projectgebied is aangeduid als wijzigingsgebied. Onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan de regels die invulling geven aan de wijzigingsbevoegdheid, kunnen burgemeester en wethouders aan de hand van een wijzigingsplan de huidige planologische regeling wijzigen, met dien verstande dat ter plaatse van de Waterlandlaan 1 - 9 kan worden toegestaan dat vanaf de vierde bouwlaag wordt gewoond.

De maximale hoogte varieert van 10 tot 12 meter aan de Purmerweg tot maximaal 16 m aan de Waterlandlaan en dient in hoogte trapsgewijs opgebouwd te worden van de Purmerweg naar de Waterlandlaan. Gelet op de herontwikkelingsplannen zoals deze thans worden voorgestaan, biedt deze wijzigingsbevoegdheid onvoldoende ruimte om het initiatief mogelijk te maken. Om deze reden wordt een uitgebreide voor een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan doorlopen.

LEESWIJZER Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van het project. Hoofdstuk 3 geeft een samenvatting van het relevante actuele beleidskader. Hoofdstuk 4 bevat een omgevingsanalyse waarin wordt nagegaan welke functies en bouwwerken zich in de projectlocatie bevinden en in hoeverre het nieuwe project hierin past. In hoofdstuk 5 worden de relevante randvoorwaarden en omgevingsaspecten behandeld. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid en de inspraak en het overleg.

Mees Ruimte & Milieu | 21080.RO

Pagina | 12

2

PROJECTBESCHRIJVING De beoogde ontwikkeling bestaat uit een sloop-nieuwbouwproject. Bestaande bebouwing wordt gesloopt en ter plaatse wordt de nieuwbouw voorzien. Het programma bestaat in de eerste plaats uit een woningbouwprogramma. De plint van de nieuwe bebouwing krijgt een andere invulling, die wordt gezocht in een commercieel en/of maatschappelijk programma en kantoren. Daarnaast worden voorzieningen voor de toekomstige gebruikers gerealiseerd. De verschillende planonderdelen worden hieronder toegelicht.

WOONPROGRAMMA Het doel is de locatie te herontwikkelen tot nieuw appartementencomplex met maximaal 291 eenheden verdeeld over drie nieuwe gebouwen. De woningen krijgen een variërende woninggrootte van 40 tot 120 m2 en de segmentering bestaat uit sociale huurappartementen, middeldure huurappartementen en vrije sector huurappartementen volgens de volgende verdeling:     

Blok 1: 102 vrije sector huurappartementen; Blok 2: 88 middenhuur appartementen; Blok 3: 84 sociale huurappartementen; Blok 4: 9 vrije sector huurappartementen; Blok 5: 8 middenhuur appartementen.

De bouwhoogte binnen de genoemde bouwblokken loopt volgens een getrapt principe af, waarbij de hoogste bouwhoogten worden gerealiseerd langs de Waterlandlaan (zuidzijde projectgebied), om vervolgens richting het noorden (Purmerweg) trapsgewijs af te lopen tot een hoogte van maximaal 9,5 meter, een en ander volgens onderstaande uiteenzetting:     

De maximale bouwhoogte van blok 1 bedraagt ca. 47 meter. Dit blok wordt gepositioneerd op de hoek van de Waterlandlaan met de Landsmeerstraat/Zeevangstraat en met de achterzijde richting de Purmerweg. De bouwhoogte loopt richting de Purmerweg af tot maximaal 16 meter. Blok 2 krijgt een bouwhoogte van ca. 40,5 meter, waarbij de gevel aan de Waterlandlaan wordt geplaatst en de achterzijde uitkijkt op de Purmerweg. De bouwhoogte van blok 2 loopt af tot 16 meter. Blok 3 krijgt een bouwhoogte van ca. 31 meter, waarbij de gevel aan de Waterlandlaan wordt geplaatst en de achterzijde uitkijkt op de Purmerweg. De bouwhoogte van blok 3 loopt af tot eveneens 16 meter. Blok 4 krijgt een bouwhoogte van ca. 9,5 meter. Blok 5 krijgt een bouwhoogte van ca. 9,5 meter.

Figuren 4 en 5 tonen impressies van de beoogde toekomstige situatie.

Mees Ruimte & Milieu | 21080.RO

Pagina | 13

Figuur 4. Impressie toekomstige situatie (bron: Steengoed)

Mees Ruimte & Milieu | 21080.RO

Pagina | 14

Figuur 5. Impressie toekomstige situatie (bron: Steengoed)

COMMERCIEEL PROGRAMMA, MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN, KANTOREN EN PARKEREN In aanvulling op het hierboven weergegeven woonprogramma, wordt in de plint aan de Waterlandlaan ruimte geboden aan een zestal kleine units voor bedrijvigheid passend bij de buurt. Van deze bedrijfsunits bestaan er vijf uit 94 m2 b.v.o en één uit 116 m2 b.v.o. In totaal wordt ca. 650 m2 b.v.o aan bedrijfsunits opgenomen in het bouwplan. Daarnaast wordt voorzien in een parkeergarage met ruimte voor het parkeren van de auto en fiets.

Mees Ruimte & Milieu | 21080.RO

Pagina | 15

3

BELEIDSKADER Het beleidskader wordt gevormd door diverse nationale, provinciale, (deel-)regionale, en (deel)gemeentelijke nota's. Dit beleid stelt planologische en bestuurlijke beleidskaders (randvoorwaarden) aan de ruimtelijke (on)mogelijkheden voor het projectgebied waarmee rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk wordt voor de projectlocatie het relevante algemene beleid beknopt samengevat.

RIJKSBELEID Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is door de rijksoverheid de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. Deze opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijke gebied.

Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken en identiteit; 3. Afwentelen voorkomen.

Mees Ruimte & Milieu | 21080.RO

Pagina | 16

3.1.1.1 Relatie tot ontwikkeling In de NOVI zijn de volgende nationale belangen genoemd die het project raken:    

Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften.

Voor wat betreft de volgende nationale belangen “Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en alle onderdelen van de fysieke leefomgeving”, “Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit”, “Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving” wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van deze toelichting, waar de omgevingsaspecten worden behandeld. Het realiseren van een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften behelst een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming. Vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en krimpregio's leefbaar te houden. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en overprogrammering te worden voorkomen. 3.1.1.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling heeft raakvlakken met diverse nationale belangen. Het NOVI vormt geen belemmering.

AmvB Ruimte (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid zoals dat in de Nationale Omgevingsvisie is vastgelegd. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Voor Purmerend hebben deze regels geen gevolgen. 3.1.2.1 Conclusie Het Barro legt geen restricties op voor de locatie waar de ontwikkeling wordt voorzien.

Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 juli 2017 is het besluit tot wijziging van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Het betreft een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking (duurzaamheidsladder). De laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De behoefte aan deze stedelijke ontwikkeling moet dan worden aangetoond. De behoefte is het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de ruimtelijke onderbouwing worden vermeld. Als stedelijke ontwikkeling wordt bedoeld: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor een minimale omvang vastgelegd van wat een stedelijke ontwikkeling is. Voor woningbouw geldt volgens de overzichtsuitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL: RVS: 2017:1724) dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden.

Voor overige stedelijke functies wordt gesteld dat 'in beginsel' geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m2 bedraagt.

Mees Ruimte & Milieu | 21080.RO

Pagina | 17

Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van overprogrammering en de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand. In het geval in een bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, bevat de toelichting een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. De motivering van de behoefte aan die ontwikkeling dient in het licht te worden geplaatst van een goede ruimtelijke ordening en dient zich te richten op het motiveren van de behoefte aan die ontwikkeling met het oog op het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. de behoefte wordt onderbouwd en afgewogen op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. Dit betekent dat de aard en omvang van de ontwikkeling bepalend zijn voor de reikwijdte van de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de resultaten ook zijn opgenomen in de beschrijving. 3.1.3.1 Relatie tot ontwikkeling Voor de planlocatie geldt dat het gaat om de realisatie van maximaal 291 appartementen met commerciële ruimten in de plint.

De woningbouwontwikkeling kan in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, omdat meer dan 11 nieuwe woningen worden toegevoegd ten opzichte van de bestaande (planologische) situatie. Het motiveren van de behoefte aan de beoogde woningen is daarom noodzakelijk. De commerciële functies in de plint zijn echter in de bestaande situatie al mogelijk en worden daarom niet als nieuwe ontwikkeling aangemerkt in de zin van het Bro. De commerciële ruimten zijn daarom niet aan de laddertoets onderhevig. Hieronder wordt ingegaan op de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan de woningen. Kwantitatieve behoefte In Zaanstreek-Waterland zijn veel betaalbare, duurzame en goed bereikbare woningen nodig. Om de ambities te realiseren heeft de regio een plancapaciteit voor ongeveer 16.700 woningen t/m 2024 en bijna 14.000 woningen voor de periode 2025 t/m 2029. Hiervan zijn voor 6.200 woningen al definitieve bestemmingsplannen. Voor de overige woningen willen de gemeenten de bouwplannen sneller omzetten van ‘zachte’ plannen (nog niet ruimtelijk vastgelegd) naar ‘harde’ plannen, zodat er op tijd kan worden gestart met de bouw. Dat betekent dat in de periode tot 2029 nog een regionale behoefte bestaat van 24.500 woningen.

Specifiek binnen de gemeente Purmerend bestaat volgens de gemeentelijke Woonvisie (zie paragraaf 3.4.6) de wens de woningvoorraad tot 2040 met 10.000 woningen uit te breiden. Met de realisatie van in totaal 291 woningen, wordt een significante bijdrage geleverd aan het verwezenlijken van deze kwantitatieve ambitie. Kwalitatieve behoefte Bij de kwalitatieve behoefte gaat het onder andere om de te realiseren segmenten en woningtypen. Daarnaast speelt duurzaamheid, een (gezonde) leefomgeving en toegankelijkheid een belangrijke rol. De woningbouwontwikkeling aan de Waterlandlaan bestaat uit een gecombineerde inzet van sociale huurwoningen, middeldure huurwoningen en vrijesectorwoningen. Daarbij wordt o.a. aangesloten op de Nota kaders en instrumenten woningbouwprogrammering: spelregels 30-30-40, zodat een gedifferentieerd aanbod ontstaat bestaande uit 30% sociale huur, 30% middenhuur en 40% vrije keuze (in dit geval vrije sector, dure huur). De toegankelijkheid voor mindervaliden is bovendien voor 90% van de appartementen te garanderen. Het projectgebied is bovendien op korte afstand van het station en het stadscentrum van Purmerend gelegen. Ook zijn er goede busverbindingen op korte afstand, en is de beoogde ontwikkeling op een knooppunt voor fietsroutes gelegen.

De beoogde ontwikkeling is hiermee aldus zeer goed aangesloten op het openbaar vervoer en langzaam verkeersroutes en zowel toegankelijk als interessant voor jong en oud. 3.1.3.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling doorstaat de Laddertoets, zodat kan worden gesteld dat wordt gebouwd volgens de behoefte en onnodige leegstand wordt voorkomen.

Mees Ruimte & Milieu | 21080.RO

Pagina | 18

PROVINCIAAL BELEID Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 hebben Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie van de provincie op de fysieke leefomgeving beschreven. De provincie zet in op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid, zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. De Omgevingsvisie bevat het provinciale beleid op het gebied van wonen en werken. De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. 3.2.1.1 Conclusie De onderhavige woningbouwontwikkeling voorziet in 291 appartementen en is tevens in bestaand stedelijk gebied gelegen. De ontwikkeling is derhalve in lijn met de Omgevingsvisie NH2050.

Omgevingsverordening NH2020 Op 22 oktober 2020 is de provinciale Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. Deze is op 17 november 2020 in werking getreden. Deze verordening zet in op het mogelijk maken van ontwikkelingen zoals woningbouw en de energietransitie en op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in NoordHolland, met een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De verordening bevat instructieregels voor gemeenten die beperkingen stellen aan wat in ruimtelijke plannen kan worden opgenomen. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 3.2.2.1 Relatie tot ontwikkeling Nieuwe stedelijke ontwikkelingen Op basis van artikel 6.3 kan een ruimtelijk plan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. De toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking staat daarbij centraal. De Ladder voor duurzame verstedelijking is reeds doorlopen in paragraaf 3.1.3 van deze onderbouwing. Het regionaal (woon)beleid wordt bovendien besproken in paragraaf 3.3. Het initiatief is in lijn met de in de regio gemaakte woningbouwafspraken. Artikel 6.3 van de Omgevingsverordening staat de ontwikkeling dan ook niet in de weg.

Beschermingszone regionale waterkering Afdeling 6.9 gaat in op de regels met betrekking tot regionale waterkeringen. De regionale waterkeringen dienen als zodanig te worden opgenomen in de relevante ruimtelijke plannen en waar nodig te worden beschermd met een beschermingsregeling. Ter plaatse van het werkingsgebied 'beschermingszone regionale waterkering' voorziet het ruimtelijk plan voorts in een beschermingszone aan weerszijden van de waterkering en geldt dat geen nieuwe ontwikkelingen plaats mogen vinden, tenzij hierover overeenstemming is bereikt tussen de betrokken gemeente, het waterschap en de provincie. De projectlocatie ligt nagenoeg volledig binnen de genoemde beschermingszone zoals aangeduid op de kaartbijlagen behorende bij de provinciale Omgevingsverordening (zie figuur 6).

Mees Ruimte & Milieu | 21080.RO

Pagina | 19

Figuur 6. Projectlocatie (rood) ten opzichte van beschermingszone regionale waterkering (blauw) (bron: Omgevingsverordening NH2020)

Paragraaf 5.11 bevat de waterparagraaf, waarin de diverse wateraspecten die bij dit initiatief een rol spelen zijn beschouwd. Ook de waterkering en de benodigde afstemming met de betrokken bevoegd gezagen komen daarin aan bod. Met het opnemen van de genoemde beschermingsregeling en het verzorgen van de benodigde afstemming, is de voorgenomen ontwikkeling in lijn met de regels uit de Omgevingsverordening NH2020. 3.2.2.2 Conclusie In paragraaf 5.11 wordt nader ingegaan op de waterhuishoudkundige situatie. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan op de Omgevingsverordening NH2020.

Omgevingsverordening NH2022 De Provincie Noord-Holland heeft gewerkt aan de opvolger van de Omgevingsverordening NH2020: de Omgevingsverordening NH2022. Deze verordening zal tegelijkertijd in werking treden met de Omgevingswet. Grotendeels komen de regels en wetten die in de Omgevingsverordening NH2022 terugkomen overeen met de Omgevingsverordening NH2020. In de Omgevingsverordening NH2022 wordende regels juridisch technisch omgezet, waardoor de regels de juisten grondslagen en verwijzingen naar de nieuwe wetgeving hebben. Daarnaast wordt een aantal regels inhoudelijk beoordeeld, die de Omgevingswet van de provincie als bevoegd gezag verlangt. Voorbeelden van de onderwerpen zijn: Bodemsanering, grondwaterverontreiniging, Natuurnetwerk Nederland (NNN), natuurbescherming (faunabeheer) en energietransitie (o.a. Regionale Energiestrategieën en de bijbehorende zoekgebieden). Na vaststelling van de Provinciale Staten treedt de Omgevingsverordening NH2022 tegelijk in werking met de Omgevingswet, wat gepland staat op 1 januari 2023. 3.2.3.1 Relatie tot ontwikkeling De Omgevingsverordening NH2022 is nog niet van kracht.

Desalniettemin is beoordeeld in hoeverre de verwachtte inwerkingtreding van de nieuwe regelgeving van invloed is voor de voorgenomen ontwikkeling en of deze ook in de situatie na vaststelling van de nieuwe verordening aan de dan geldende regelgeving Mees Ruimte & Milieu | 21080.RO

Pagina | 20

voldoet. Op basis van de Omgevingsverordening NH2022 is ter plaatse van het projectgebied artikel 6.84 Beperkingengebied regionale waterkering van toepassing. Op basis van dit artikel voorziet een omgevingsplan in het werkingsgebied Beperkingengebied waterkeringen niet in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, tenzij hierover overeenstemming is bereikt tussen betrokken gemeenten, waterbeheerder en provincie. In paragraaf 5.11 wordt nader ingegaan op de waterhuishoudkundige situatie. Daarnaast is ter plaatse van de projectlocatie artikel 6.90 Peilbesluit van toepassing. Deze regel stelt dat het waterschapsbestuur een of meer peilbesluiten vaststelt voor de oppervlaktewaterlichamen in de gebieden binnen het werkingsgebied Peilbesluit. De gewenste ontwikkeling is in lijn met de regeling ten aanzien van water en waterbeheer. Voor het overige geldt dat zich geen (nieuwe) onderwerpen aandoen die na inwerkingtreding van de Omgevingsverordening NH2022 aan het project of het projectgebied raken. 3.2.3.2 Conclusie In paragraaf 5.11 wordt nader ingegaan op de waterhuishoudkundige situatie. De gewenste ontwikkeling is in lijn met de regeling ten aanzien van water en waterbeheer.

Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 De provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Daarom is op 31 maart 2020 de Woonagenda 2020-2025 vastgesteld. De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland tot 2025 en volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord 'Duurzaam doorpakken'. Speerpunten zijn: 1. Een woning voor iedereen: a. Adaptief en vraaggestuurd programmeren. b. Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie. c. Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. 2. Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie. Om invulling te geven aan de twee speerpunten, worden een aantal richtinggevende principes gehanteerd: 1. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwalitatieve en kwantitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. 2. Er zijn snel meer woningen nodig. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie en helpt gemeenten hierbij door voortzetting van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen en Versnellen Woningbouw. 3. De woningbouwprogrammering is regionaal en adaptief.

De programmering houdt rekening met fasering en haalbaarheid, zodat de in het woonakkoord af te spreken regionale productiedoelstellingen kunnen worden gehaald. 4. De provincie geeft gemeenten ruimte om bij binnenstedelijke plannen nabij een OV-knooppunt en/of in een groeiregio hogere aantallen woningen te realiseren dan de prognose, om het woningtekort versneld in te lopen. 5. De woningmarkt heeft structureel meer flexibiliteit en betaalbare opties voor alle verschillende doelgroepen van woningzoekenden nodig. 6. Betaalbaar en divers woningaanbod voor alle doelgroepen vraagt regionale afstemming en samenwerking 7. Vanuit het oogpunt van leefbaarheid en gezondheid bewaakt de provincie de goede balans tussen economie, wonen, mobiliteit, natuur en landschap. 8. Woningbouw heeft een grote impact op het landschap, de natuur en de biodiversiteit, zowel binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied. In de woonakkoorden worden afspraken gemaakt om woningbouw zoveel mogelijk klimaatneutraal, klimaatadaptief, actieve mobiliteit (gericht op fietsen en

Mees Ruimte & Milieu | 21080.RO

Pagina | 21

lopen) stimulerend, circulair en natuur- en landschapsinclusief te ontwikkelen en dit vroegtijdig bij de locatiekeuze en planontwikkeling mee te nemen. 3.2.4.1 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de bouw van maximaal 291 woningen en voorziet daarmee in de behoefte aan woningen. Zie ook paragraaf 3.1.3 over de Ladder voor duurzame verstedelijking. De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de Woonagenda.

Monitor woningbouw 2020 Uit de 'Monitor woningbouw 2020', vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 1 november 2020, blijkt dat er in 2019 nagenoeg evenveel nieuwbouwwoningen gebouwd zijn als in het jaar ervoor, namelijk circa 14.000. De nieuwbouwproductie in Noord-Holland Zuid en in Noord-Holland Noord was eveneens ongeveer gelijk in beide jaren, respectievelijk 11.600 en 2.300, Voor het derde jaar op rij is de nieuwbouw gelijk dan wel groter dan de huishoudensgroei. De afgelopen drie jaar kwamen er jaarlijks gemiddeld 1.350 meer nieuwbouwwoningen bij dan huishoudens. In Noord-Holland is nog steeds sprake van een substantiële inhaalvraag van 10.400 woningen, maar deze is hierdoor wel afgenomen. Sinds het begin van de coronacrisis in maart 2020 is de bevolkingsgroei in Nederland en Noord-Holland sterk gedaald en was er tot en met mei zelfs sprake van een bevolkingskrimp, met name door de afname van de buitenlandse migratie. Zolang de coronapandemie voortduurt zal de verwachte bevolkingsgroei waarschijnlijk niet gehaald worden. Op de korte termijn valt daardoor de huishoudensgroei lager uit en daarmee valt ook de toename van de woningbehoefte lager uit. Gezien het huidige woningtekort en de druk op de woningmarkt is het echter wel belangrijk door te blijven bouwen om de druk op de woningmarkt terug te dringen.

Ook valt te verwachten dat als de coronacrisis voorbij is, de bevolkingsgroei weer aantrekt. 3.2.5.1 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de bouw van maximaal 291 woningen en levert derhalve een bijdrage aan de inhaalvraag van woningen. De ontwikkeling sluit aan bij de Monitor woningbouw 2020.

REGIONAAL BELEID Regiovisie Waterland 2040 (Vitaal met Karakter) Voor de lange termijn heeft de regio een ontwikkelingskader tot 2040 opgesteld, de Regiovisie Waterland 2040. In deze visie staat behoud en zo mogelijk versterking van het kenmerkende authentieke karakter van de regio Waterland voorop, maar wel met de noodzakelijk sociaaleconomische en infrastructurele impulsen om de kernen vitaal te houden en het gebied binnen de Metropoolregio Amsterdam bereikbaar te maken. Naast maatregelen om het authentieke karakter van het landelijk gebied te bewaren, vergt dat op vele locaties een forse inspanning in de kwaliteit van de leefomgeving, selectieve uitbreiding voor noodzakelijke sociaaleconomische ontwikkelingen en duurzame oplossingen voor beheer en terugdringing van het woonwerkverkeer. Op die manier ontstaat een duurzame vitale regio met een herkenbaar eigen karakter. 3.3.1.1 Conclusie Onderhavige ontwikkeling past goed in het beleid zoals weergegeven in de Regiovisie. De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het beleid.

Metropoolregio Amsterdam Purmerend maakt onderdeel uit van Metropoolregio Amsterdam (MRA). Dit is een samenwerkingsverband van de provincies Noord-Holland en Flevoland, 33 gemeenten en de Vervoerregio Amsterdam. De Metropoolregio Amsterdam (MRA) is een (inter-)nationaal gewilde plek om te wonen en werken. Het is het Mees Ruimte & Milieu | 21080.RO

Pagina | 22

gebied dat rondom Amsterdam ligt en waarin ieder deelgebied met eigen grote kernen een deel van de aantrekkelijkheid van de MRA vormt met een mix van eigen landschap, woonmilieus en vormen van werkgelegenheid. Op basis van de prognose uit 2019 is voorzien dat de MRA tot 2050 circa 325.000 extra woningen nodig heeft om de groeiende bevolking onderdak te bieden. Dat is inclusief een aanvullende opgave van circa 25.000 woningen om het woningtekort significant te verminderen en naar een acceptabel niveau terug te brengen. De ambitie is dat de MRA zich toekomstbestendig en evenwichtig ontwikkelt tot een internationale topregio met een hoge leefkwaliteit (zie de MRA-agenda 2020-2024). De MRA bestaat uit veel verschillende en krachtige kernen, die elkaars kwaliteiten versterken. Bij de aankomende groei op lange en middellange termijn is het behoud en verbeteren van de leefbaarheid in de regio van groot belang met aandacht voor klimaatadaptatie en landschap en een goede bereikbaarheid van werk en ontspanning voor iedereen. De MRA streeft een polycentrische ontwikkeling na, waarin alle kernen elkaar versterken, maar ook sterk genoeg op zichzelf zijn. Daarom wil de MRA inzetten op een goede verdeling van de werkgelegenheid en balans in woon- en werklocaties. Het gemeenschappelijk kader hiervoor is de Verstedelijkingsstrategie.

Hierin wordt voortgeborduurd op al bestaande Rijk-regioafspraken, zoals de MRA-sleutelgebieden, de versnelling van de woningbouwproductie, de Woondeal met Binnenlandse Zaken en het programma "Samen Bouwen aan Bereikbaarheid" en het landschap. In april 2020 heeft de provincie Noord-Holland het woonbeleid uitgewerkt in de Woonagenda PNH 20202025. Hiermee wil de provincie uitvoering geven aan een aantal doelstellingen, zoals het bouwen van voldoende betaalbare en duurzame woningen. Middels het sluiten van regionale Woonakkoorden voor de periode 2021-2025 wil de provincie de regionale samenwerking bevorderen. De acht gemeenten in Zaanstreek-Waterland hebben besloten hier samen met de provincie invulling aan te geven aan de hand van vier thema's: 1. Nieuwbouw/woningbouwprogrammering a. Werken aan de eigen én regionale woningbouwbehoefte b. Zoveel mogelijk binnenstedelijk bouwen, met ruimte voor uitzonderingen c. Zoveel mogelijk bouwen in de nabijheid van OV-knooppunten en stadsharten d. Versnellen van de woningbouwproductie e. Werken aan een stedelijke vernieuwing en leefbaarheid 2. Betaalbare voorraad a. Werken aan de gewenste ontwikkeling van de sociale woningvoorraad b. Werken aan regionale woonruimteverdeling 3. Wonen en zorg a. Werken aan de huisvesting van senioren b. Werken aan de huisvesting van bijzondere doelgroepen 4. Duurzaamheid, klimaatadaptatie, circulair bouwen a.

Werken aan klimaatneutrale, klimaatadaptieve, circulaire en natuur- en landschapsvriendelijke nieuwbouw b. Werken aan de opwekking van duurzame energie in de regio c. Werken aan de verduurzaming van bestaande woningvoorraad d. Werken aan een gezonde leefomgeving 3.3.2.1 Relatie tot ontwikkeling De agenda bevestigt dat er binnen de regio Waterland, waar Purmerend onder valt, een aanzienlijk aantal nieuwe woningen dient te worden gerealiseerd. De voorgenomen woningbouwontwikkeling past dan ook goed in het beleid van de MRA. Daarnaast vervult de beoogde ontwikkeling de visie van de MRA door de stedelijke verdichting in het stationsgebied van Purmerend met daarbij aandacht voor groen. Met de beoogde ontwikkeling zal naast de woningvoorraad daarom ook de levendigheid in het gebied toenemen. De

Mees Ruimte & Milieu | 21080.RO

Pagina | 23

ontwikkeling beantwoordt daarmee aan de Gebiedsagenda en aan de langetermijnvisie uit het Ontwikkelingsbeeld. 3.3.2.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling levert een bijdrage aan de ambities zoals gesteld in de Metropoolregio Amsterdam.

Woonakkoord regio Zaanstreek-Waterland Op 29 juni 2021 zijn de colleges van de acht gemeenten in Zaanstreek-Waterland (Beemster, EdamVolendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zaanstad) en de provincie NoordHolland het Woonakkoord 2021-2025 met elkaar aangegaan. Het bestuursakkoord bestaat uit doelen voor de komende vijf jaar en concrete acties, rondom vier thema's: nieuwbouw, betaalbare voorraad, wonen en zorg en duurzaamheid, klimaatadaptatie en circulair bouwen. Om deze ambitie te realiseren heeft de regio een plancapaciteit voor ongeveer 16.700 woningen t/m 2024 en bijna 14.000 woningen voor de periode 2025 t/m 2029. Deze woningen bouwen de gemeenten in verschillende woonmilieus, prijsklassen en woningtypen. Om het landschap en de natuurwaarden in de regio te sparen, bouwen de gemeenten zoveel mogelijk binnen de stadscentra en dorpskernen en door bestaande gebouwen om te vormen tot woningen. De regiogemeenten willen de toenemende vraag nar woningen gebruiken om de kwaliteit van de steden en vitaliteit van de kernen te verhogen. De nieuwbouw wordt zoveel mogelijk geclusterd rondom bestaande of toekomstige OV-knooppunten. In Purmerend is dit het stationsgebied. Ook gaan de provincie en gemeenten samen een visie op het versterken van de kernen in het landelijk gebied opstellen.

3.3.3.1 Relatie tot ontwikkeling De beoogde ontwikkeling voorziet mede in de realisatie van een grootschalige woningbouwontwikkeling, waarbij wordt voorzien in maximaal 291 appartementen in de sociale huur, middenhuur en vrije sector. De ontwikkeling vindt plaats langs de Waterlandlaan, nabij openbare vervoersvoorzieningen en goed bereikbaar via het stedelijk infrastructuurnetwerk. Daarnaast worden passende maatregelen genomen met het oog op duurzaamheid en klimaatadaptie (zie paragraaf 3.4.10). Het initiatief sluit daarom aan op de ambitie de plancapaciteit te vergroten en daarbij te voorzien in voldoende gedifferentieerde en duurzame woningbouw. 3.3.3.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling sluit aan op het Woonakkoord van de regio Zaanstreek-Waterland.

GEMEENTELIJK BELEID Structuurvisie Purmerend 2005-2020 In de Structuurvisie Purmerend 2005-2020, vastgesteld op 2 maart 2006, heeft de gemeenteraad van Purmerend een toetsingskader neergelegd voor gewenste en bestaande ontwikkelingen binnen de gemeente. In de structuurvisie worden vier ambities verwoord die leidend dienen te zijn bij de ontwikkeling van de stad Purmerend tot 2020. 1. Purmerend is het centrum van Waterland: Uiteen wordt gezet dat Purmerend wil investeren in haar functies waarin zij een regionale rol heeft, om de positie als centrum van Waterland te behouden. De manier waarop Purmerend dit wil bereiken is door te investeren in een veelzijdig, herkenbaar en toegankelijk centrum met kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte en door te streven naar een hoog niveau van voorzieningen in zowel het centrum als in andere delen van de stad. 2. Purmerend werkt aan een evenwichtigere woon-werkbalans. In de structuurvisie wordt beschreven dat Purmerend voor de werkgelegenheid sterk afhankelijk is van Amsterdam. Dit is een kwetsbaar punt. Belangrijk is daarom dat Purmerend haar economische punten verder ontwikkelt. Dit is onder meer van belang voor jongeren die in Purmerend zijn geboren en zich nu op de arbeidsmarkt gaan begeven, omdat zij meer geneigd zullen zijn om in Purmerend te werken.

Mees Ruimte & Milieu | 21080.RO

Pagina | 24

3. Purmerend versterkt haar verbindingen in groen, blauw en grijs. Gesteld wordt dat de kwaliteit van de ligging van de stad veel beter benut kan worden. De kwaliteiten van het buitengebied zijn in de wijken ruimschoots aanwezig, maar zijn op het niveau van de stad te weinig herkenbaar en andersom worden de kwaliteiten van de stad daarbuiten nauwelijks (h)erkend. Uiteen wordt gezet dat de aantrekkelijke ligging van Purmerend veel meer benut kan worden om de kwaliteit van het wonen in de stad te verhogen, om de kansen voor toerisme te vergroten en om het beeldmerk van de stad neer te zetten. Tevens wordt gesteld dat het versterken van de stedelijke structuren kan helpen mensen zich meer verbonden te laten voelen met hun stad en om een betere oriëntatie te krijgen op de stad en haar omgeving. 4. Purmerend kiest voor bloei in plaats van groei. Purmerend heeft zich decennialang gericht op groei. Nu moet de omslag komen naar het investeren in identiteit en kwaliteit. Beschreven wordt dat het doel niet langer is om woningen te bouwen en nieuwe wijken te ontwikkelen, maar toe te werken naar een complete stad die op basis van kwaliteit de concurrentie aan kan met de steden in de omgeving en die toegesneden is op de demografische veranderingen.

In 2013 is de strategische plankaart, behorende bij de structuurvisie Purmerend 2005 - 2020, als eerste stap in het proces om te komen tot en vooruitlopend op een integrale herziening, aangepast aan de actuele stand van zaken. Het betreft een beleidsneutrale actualisering, waarbij op de plankaart de wijzigingen zijn verwerkt, die in de achterliggende periode (sinds 2006) doorgevoerd zijn in of op grond van het gemeentelijk beleid. 3.4.1.1 Relatie tot ontwikkeling Het projectgebied behoort tot cluster 7 (Waterlandlaan en omgeving). Dit cluster blijft ongewijzigd in de toelichting op de strategisch plankaart behorend bij de structuurvisie Purmerend 2005-2020. In de structuurvisie zijn tevens speerpunten geformuleerd:   

meer differentiatie in woonmilieus aanbrengen door toevoegen of herstructureren naar centrumstedelijke woonmilieus, woningen in lage dichtheden, starterswoningen, duurdere huur- en koopwoningen en seniorenwoningen; inzetten op behoud van het suburbane wonen, groen en rustig, dit kan door dit mee te nemen in de plannen voor de herstructurering van de wijken; nieuwe concepten voor het combineren van wonen en zorg ontwikkelen.

In cijfers is de woningbouwopgave voor de Intergemeentelijk Samenwerkingsorgaan Waterland (hierna: ISW) -regio 2020: 3.000 nieuwbouw en 3.000 ICT (intensiveren, combineren, transformeren), dit is inclusief de autonome vraag van Purmerend. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan de realisatie van een gedifferentieerd woonmilieu in de omgeving van de Waterlandlaan, door geen gecombineerde inzet van sociale huurwoningen, middeldure huurwoningen en vrije sector huur. In totaal worden 291 wooneenheden gerealiseerd, waarmee ook een aanzienlijke bijdrage wordt geleverd aan het oplossen van de grote vraag naar woningen binnen de regio als geheel en Purmerend in het bijzonder. 3.4.1.2 Conclusie Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling aansluit op de doelen van de structuurvisie zoals hierboven weergegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12554748/1