B Bijlage-1-concept-onderbouwing-BOPA-gouwzeestraat-6-100
Tekst van het document
De motivering van de behoefte aan die ontwikkeling dient in het licht te worden geplaatst van een goede ruimtelijke ordening en dient zich te richten op het motiveren van de behoefte aan die ontwikkeling met het oog op het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. De behoefte wordt onderbouwd en afgewogen op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. Dit betekent dat de aard en omvang van de ontwikkeling bepalend zijn voor de reikwijdte van de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de resultaten ook zijn opgenomen in de beschrijving. De provincie Noord-Holland wil vraag en aanbod op de woningmarkt zo goed mogelijk laten aansluiten. Daartoe hebben de gemeenten op verzoek van de provincie actieprogramma's wonen opgesteld voor de zes regio's binnen de provincie. De gemeente Purmerend neemt deel aan het Woonakkoord Zaanstreek Waterland 2021-2025. De voorziene woningen passen binnen zowel de kwantitatieve als kwalitatieve woningbehoefte die het woonakkoord voor deze regio aantoont. Met kwantitatieve woningbehoefte wordt het aantal woningen bedoeld, met kwalitatieve woningbehoefte wordt het woonmilieu en de typen woningen bedoeld.
In het woonakkoord wordt beschreven dat er binnen de gehele regio bovenop de al bestaande harde plancapaciteit voor woningen nog behoefte is aan plancapaciteit in alle prijssegmenten binnen de koop- en huursector. Er is behoefte aan elk type woning en woonmilieu. Een van de speerpunten van het woonakkoord is bovendien om nieuwe locaties voor woningbouw voornamelijk te realiseren in binnenstedelijk gebied. Ook passen de voorziene woningen in de Woonvisie en de Structuurvisie van de gemeente Purmerend. In de Woonvisie wordt benadrukt dat onder andere de vraag van kleine huishoudens in de toekomst zal toenemen en dat met de nieuwbouw van meer appartementen beoogd wordt te voorzien in de diversiteit van de vraag naar woningen. Artikel 5.129g Bkl zegt dat voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening wordt gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien.
22
De behoefte aan de ontwikkeling is aangetoond in paragraaf 4.6. De ontwikkeling vindt plaats in stedelijk gebied, aan de beantwoording van punt b. wordt daarom niet toegekomen. De toets aan de Ladder Duurzame Verstedelijking is daarmee succesvol afgerond
.
5.3 Hoogbouw-effectrapportage Op 28 september 2017 heeft de gemeenteraad de 'Hoogbouwvisie Purmerend' vastgesteld. In het kader van de 'Agenda Purmerend 2040' zal de focus de komende jaren vooral liggen op intensiveren in de bestaande stad. Ook het Rijk en de Provincie hebben in hun beleid aangegeven dat de noodzaak voor intensiveren in de stad urgent is. Eén van de middelen om te intensiveren in de stad is hoogbouw. Bij hoogbouw volgens de definitie van de hoogbouwvisie moet een hoogbouweffectrapportage opgesteld worden, waarin onderzocht wordt wat de effecten van hoogbouw op de omgeving zijn. Deze visie is echter niet relevant voor dit bouwplan aangezien het hier geen hoogbouw betreft volgens de definitie van de hoogbouwvisie. Deze definitie is dat het moet gaan om bebouwing in acht lagen, oftewel meer dan 25 meter. De nieuw te bouwen flats aan de Gouwzeestraat zijn op hun hoogste punt 18,75 meter hoog.
Hoofdstuk 6 Fysieke leefomgeving In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (‘etfal’). De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet.
6.1 Beschermen van de gezondheid In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Het gaat om: • het beschermen van gezondheid (is er sprake van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid?) • het bevorderen van de gezondheid, zoals bevorderen sport en ontspanning (positieve gezondheid). De woningen die gesloopt worden zijn minder gezond om in te wonen in verband met problematiek van steeds terugkerende schimmelvorming. Daarnaast zijn deze woningen onvoldoende geïsoleerd zowel waar het gaat om warmte-isolatie als geluidsisolatie. Ook is er geen lift aanwezig in dit gebouw waardoor ouderen en mensen die slecht ter been zijn hier minder prettig kunnen wonen. Een renovatie van de woningen zal de geluidsisolatie niet kunnen verbeteren. Ook bestaan er twijfels of de schimmelproblematiek daarmee voldoende bestreden kan worden. Daarom is hier gekozen voor sloop en vervanging door nieuwbouw. De nieuwbouw zal een gezonder woonklimaat bieden dan de bestaande te slopen woningen met optimale geluids- en warmte-isolatie. Daarnaast krijgen de nieuwe woningen ook koeling middels een WKO installatie (gasloos) waarmee een te warm binnenklimaat in warme perioden tegen wordt gegaan.
De nieuwe gebouwen worden verder voorzien van een lift. De gezondheidseffecten op de omgeving zijn nihil omdat hier woningen vervangen worden door nieuwe woningen. Er worden in het project 23 appartementen toegevoegd en de nieuwe bebouwing wordt bij een deel van de gebouwen hoger dan het bestaande woongebouw, namelijk zes bouwlagen in plaats van de huidige vier bouwlagen. De schaduwstudie die voor dit project is gedaan (bijlage 2) wijst uit dat de eengezinswoningen aan de overkant van de straat hier gedurende het zomerhalfjaar geen extra schaduw
23
door zullen krijgen. In het winterhalfjaar komt de schaduw van de nieuwbouw wel deels op de voorgevels van woningen te liggen maar dit voldoet nog ruimschoots aan de normen.
6.2 Milieubelastende activiteiten Het begrip “milieubelastende activiteit” (mba) is als volgt gedefinieerd in de bijlage bij artikel 1 van de Omgevingswet: “activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit”. Het gaat dus in feite om alle activiteiten die enig negatief effect op het milieu kunnen hebben (met uitzondering van ‘directe lozingen’ en wateronttrekkingsactiviteiten). In dit project vinden geen milieubelastende activiteiten plaats, noch worden deze hier mogelijk gemaakt.
6.3 Geluid In dit projectgebied speelt geluid door activiteiten niet. Er zijn geen voorzieningen of bedrijven in de buurt die onevenredig veel geluid kunnen veroorzaken. Alleen van de wegen in de buurt van de locatie kan geluidhinder komen. De Gouwzeestraat ligt aan een 30 km/uurweg, maar ook op minder dan 200 m van een 50 km/uurweg. Om die reden is een akoestisch onderzoek gedaan naar de aanvaardbaarheid in verband met de geluidwetgeving. Dit onderzoek, getiteld Nieuwbouw Henri Dunantstraat en Gouwzeestraat in Purmerend. Akoestisch onderzoek geluid door gemeentewegen, opgeleverd d.d. 27 februari 2024, is als bijlage 3 bijgevoegd. In dit onderzoek is de flat aan de Henri Dunantstraat meegenomen, ook al maakt deze geen deel uit van het onderhavige project. Uit dit onderzoek blijkt dat de standaardwaarden niet worden overschreden. Aan de regelgeving rond geluid wordt derhalve voldaan.
6.4 Luchtkwaliteit De ontwikkeling valt onder de categorie gebouwen met een woonfunctie, genoemd in artikel 5.54, onder a van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het behoort daarmee tot de standaardgevallen “niet in betekenende mate luchtkwaliteit”. Een toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor (NO2) en fijnstof (PM10) is daarmee niet nodig aangezien de activiteit per definitie niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging.
6.5 Geur In of nabij het projectgebied liggen geen inrichtingen die geurhinder kunnen veroorzaken. Dit aspect speelt hier derhalve niet.
6.6 Bodemkwaliteit In 2022 is in het projectgebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd onder de titel Verkennend bodemonderzoek ‘Gouwzeestraat 6-100 (Lage Gouwzeeflat)’, projectnummer: T.22.12128, d.d. 5 augustus 2022. Dit onderzoek is als bijlage 4 bijgevoegd. Uit dit onderzoek blijkt dat de kwaliteit van de bodem geschikt is om op te bouwen en dat er geen belemmeringen voor de nieuwbouw zijn.
6.7 Externe veiligheid Het projectgebied ligt niet in de buurt van een inrichting die brand- of explosiegevaar op kan leveren of een weg waarover gevaarlijke stoffen getransporteerd worden. Ook ligt er geen hogedrukaardgastransportleiding in of nabij het projectgebied. De wetgeving rond externe veiligheid levert daarom geen belemmeringen op voor dit project.
24
6.8 Wegen, verkeer en parkeren In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect verkeer en parkeren. Ingegaan wordt op twee aspecten: de verkeersaantrekkende werking en het parkeren. 6.8.1 Verkeersaantrekkende werking Voor de berekening van de huidige verkeersgeneratie en de toekomstige verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de rekentool 'Verkeersgeneratie & parkeren' van het CROW (zie ook CROW-publicatie 317 “Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie”). De Gouwzeestraat valt in de categorie Sterk stedelijk en Rest bebouwde kom. De te bouwen woningen vallen in de categorie ‘Huur – appartement – midden/goedkoop’, incl. sociale huur. Het gemiddelde hiervan is 3,6 mvt/etmaal/woning. In vergelijking met de bestaande situatie komen er in de nieuwe situatie 23 woningen bij. Dit levert een toename van autoverkeer op van 82,8 mvt/etmaal. Dit levert geen problemen op. Op de Gouwzeestraat rijden in de huidige situatie ongeveer 1.000 mvt/etmaal. Deze straat kan 5.000 mvt/etmaal aan. Een toename van 82,8 mvt/etmaal veroorzaakt hiermee geen overbelasting van de straat.
6.8.2 Parkeren Voor wat betreft het parkeren wordt een norm van 1,1 pp per woning aangehouden, dit is inclusief 0,3 pp/woning voor het bezoekersparkeren. Dit is meegenomen in een algehele parkeerbalans voor de gehele wijk. De parkeerbalans is hierbij opgedeeld in secties wat er op neer komt dat rond deze flat naar een aantal straten bij elkaar gekeken wordt. Per sectie wordt dan naar aanleiding van de bestaande en nieuwe situatie gekeken naar de parkeerbehoefte. Als een sectie niet geheel aan het aantal parkeerplaatsen kan voldoen, wordt in de sectie die erbij in de buurt ligt het aantal parkeervakken gecompenseerd. De gehele parkeerbalans is hiermee in balans. Dit kan betekenen dat een bewoner bij parkeerdruk in de straat in een andere straat een parkeervak moet zoeken. Dit is altijd op acceptabele loopafstand.
6.9 Natuur 6.9.1 Voorkomen beschermde diersoorten Naar het aspect natuurbescherming is een onderzoek opgesteld onder de titel Dunantstraat en Gouwzeestraat te Purmerend. Inventarisatie beschermde soorten in het kader van de natuurwetgeving, opgeleverd op 17 oktober 2023. Deze rapportage is als bijlage 5 bijgevoegd. Ook in dit onderzoek is tevens naar de flat aan de Henri Dunantstraat gekeken, maar als gevolg van het opsplitsen van deze twee projecten zijn alleen de uitkomsten voor wat betreft de flat aan de Gouwzeestraat relevant. De conclusie van deze rapportage is dat in de te slopen bebouwing in het plangebied verblijvende vleermuizen zijn aangetroffen. Het gaat om de Gewone dwergvleermuis en de Ruige dwergvleermuis. Alvorens de bebouwing waarin verblijfplaatsen van vleermuizen zijn aangetroffen wordt gesloopt, dient een plan van aanpak gemaakt te worden waarin mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven om negatieve effecten die kunnen optreden teniet te doen. Dit mitigatieplan is opgesteld en is als bijlage 6 bijgevoegd. [nader invullen zodra onderzoek ontvangen is]
6.9.2 Stikstof Ten behoeve van het project zijn stikstofberekeningen uitgevoerd, zowel voor de bouw- als de gebruiksfase. Deze zijn als bijlage 7 opgenomen. Uit de berekeningen blijkt dat… [nader invullen zodra onderzoek ontvangen is]
25
6.10 Water en watersystemen De digitale watertoets is doorlopen, het resultaat is als bijlage 8 bijgevoegd. Hieruit blijkt dat de normale procedure doorlopen moet worden. Dit houdt in dat contact opgenomen moet worden met de waterbeheerder, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Dit contact is gelegd. Hier is uitgekomen dat het Hoogheemraadschap heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het bouwen van de nieuwe woongebouwen binnen de beschermingszone van de dijk. Er zijn geen speciale maatregelen nodig voor waterkering. In overleg is een waterveilig vloerpeil bepaald voor de nieuwbouw en dat sluit goed aan op de nieuw in te richten openbare ruimte. Het klein onderhoud van de sloot wordt uitgevoerd door de aangrenzend perceelseigenaar.
6.11 Toetsing Besluit m.e.r./ m.e.r.-beoordeling Voor dit project geldt, aangezien het gaat om de aanleg of wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject, op grond van Bijlage V van het Omgevingsbesluit een mer-beoordelingsplicht. Hierbij moet op grond van artikel 11.11 Omgevingsbesluit gekeken worden naar de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn, te weten de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van potentiële effecten. Zoals in het voorgaande is beschreven is de bodemkwaliteit geschikt om de woningen op te bouwen, speelt geluid en geurhinder hier niet en is de luchtkwaliteit voldoende. Het betreft de bouw van woningen in een woonwijk, dus een functie die hier geheel en al passend is. Kijkend naar de genoemde criteria van bijlage III van de mer-richtlijn kan geconcludeerd worden dat het opstellen van een milieueffectrapportage niet nodig is.
Hoofdstuk 7 Beperkingengebieden Een beperkingengebied is een breed verzamelbegrip en wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet (door Rijk of provincie) is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. De Omgevingswet verplicht Rijk en provincie om beperkingengebieden aan te wijzen, zoals zones rond wegen, hoofdspoorwegen, waterkeringen, rijkswegen en vaarwegen. Binnen deze beperkingengebieden stelt de provincie eisen aan aanduidingen, informatieborden en uitwegen. Kortgezegd zijn dit de gebieden rondom wegen en waterstaatswerken waar beperkingen gelden. Dit betekent dat er beperkingen gelden voor activiteiten van derden, ter plaatse van de weg of het waterstaatswerk als ook in de daaraan grenzende (beschermings)zones. Een beperkingengebied is in feite wat nu de (beschermings)zones onder de huidige wetgeving zijn en in veel gevallen omvat het beperkingengebied ook de locatie van de weg of het waterstaatswerk of object zelf. Een concreet voorbeeld van een beperkingengebied is een oppervlaktewaterlichaam (bijvoorbeeld een primaire watergang of een A-watergang) inclusief de (beschermings)zones (onderhoudsstroken en eventueel natuurvriendelijke oevers).
7.1 Planologisch relevante leidingen Een hogedrukgasleiding was aanwezig in dit gebied maar deze is nu buiten gebruik. Deze leiding wordt in 2024 door Liander verwijderd, daarover zijn in 2023 afspraken gemaakt. Met de beschermingszone die gevormd wordt door de waterkering waar het plangebied aan ligt, wordt rekening gehouden.
26
Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid De bepaling over de uitvoerbaarheid uit het Besluit ruimtelijke ordening is onder de Omgevingswet niet teruggekeerd. Er hoeft niet meer aannemelijk gemaakt te worden dat een toegedeelde functie er ook zal komen. De gemeente geeft bij haar omgevingsplanwijziging of Bopa aan dat een functie op een zekere locatie ‘kan’ komen. Dat is minder verstrekkend. Voorheen moest de gemeente veel mogelijkheden onderzoeken die feitelijk nooit gerealiseerd werden. De Omgevingswet maakt het mogelijk dat dit onderzoek gefaseerd kan worden. Pas als zich een concreet, binnen de toegedeelde functie passend, initiatief aandient wordt onderzocht 'hoe' dat op een aanvaardbare wijze gerealiseerd kan worden. Dit heeft als voordeel dat de onderzoekslasten omlaag kunnen. De gemeente moet wel onderzoeken of ontwikkeling op de betrokken locatie in beginsel mogelijk is. Bij een omgevingsplanwijziging of Bopa die voldoende concreet is, moet dus de uitvoerbaarheid wel worden aangetoond.
8.1 Economische uitvoerbaarheid In september 2020 is in de raad de grondexploitatie voor de gebiedsontwikkeling Wheermolen-Oost vastgesteld. De sloop en nieuwbouw op de locatie Lage Gouwzeeflat zijn onderdeel van deze grondexploitatie. Aangezien het op deze locatie om nieuwbouw van 100% sociale huurwoningen gaat is dit deelplan verliesgevend, de kosten van sloop, bouw- en woonrijp maken zijn hoger dan de grondopbrengst. De grondexploitatie omvat nog een vijftal andere deelgebieden sloop- nieuwbouw, rioolvervanging, realiseren van twee fietsstraten en park De Dwarsgouw. Alles bij elkaar kent deze grondexploitatie een verwacht negatief resultaat waarvan een deel gedekt kan worden uit de toegekende subsidie woningbouwimpuls, het deel vervanging riolering volledig vanuit het GRP. Daarnaast zijn er nog een paar specifieke subsidies toegekend voor verkeersmaatregelen en klimaatbestendige herinrichting van het openbaar gebied. Voor het overige is een verdeling van het tekort tussen gemeente en Intermaris afgesproken. De bouw van de nieuwe sociale huurwoningen valt binnen de vastgoedexploitatie Wheermolen-Oost van Intermaris en wordt door hen bekostigd. Voor de totale gebiedsontwikkeling Wheermolen-Oost is een samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen de gemeente en Intermaris waarin afspraken zijn gemaakt over de plankosten.
Deze worden niet rechtstreeks verhaald op de woningcorporatie maar worden gedekt uit de grondopbrengst van de ontwikkeling. Hiermee is het kostenverhaal gegarandeerd. Voor verhaal van buitenplanse kosten via de nota GKP geldt in dit geval dat geen kostenverhaal plaats vindt bij de bouw van sociale huurwoningen.
8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.2.1 Participatie Artikel 7.4 Or bevat aanvraagvereisten over participatie. Het aanvraagvereiste participatie geldt voor alle omgevingsvergunningen. Dus zowel voor: • de van rijkswege aangewezen vergunningplichtige activiteiten; en voor • de decentraal aangewezen vergunningplichtige activiteiten zoals opgenomen in een omgevingsplan (omgevingsplanactiviteitvergunningen). In de raadsvergadering van 2 juni 2022 heeft de gemeenteraad van Purmerend besloten om participatie voor vergunningaanvragen die afwijken van het omgevingsplan (bopa's) in de eerste periode na inwerkingtreding van de Omgevingswet niet verplicht te stellen. In plaats daarvan wordt ingezet op het stimuleren en faciliteren van het doen aan participatie door initiatiefnemers. In de bewonersparticipatie over dit bouwplan zijn de volgende stappen doorlopen:
27
Maart 2022 Bakkie in de buurt en spreekuur bij Infopunt Wheermolen met als doel het ophalen van zorgen en wensen van omwonenden. Hier kwam weinig reactie op. Maart/april 2022 oproep voor het meedoen met een enquête die ingevuld kon worden op de website Wijwheermolen.nl. Hier kwam wel meer respons op. Mei 2022 nieuwsbrief met een eerste schets van het bouwplan en een maquette met drie variaties. Oproep voor bewonersbijeenkomst op 30 mei. 30 mei 2022 bewonersbijeenkomst voor de direct omwonenden van de bouwlocatie. Bespreken varianten aan de hand van maquette, concept-tekening waar de parkeerplaatsen komen en waar het groen komt. Idee opheffen deel Gouwzeestraat en doodlopend maken Gouwzeestraat werd besproken. Zonnestudies werden getoond. Reacties opgehaald van bewoners. Bewoners konden ook nog reageren via de website of door op een later moment naar het Infopunt Wheermolen te komen. Hier is door een aantal bewoners gebruik van gemaakt. Eind juni 2022 bijeenkomst over rioolvervanging en herinrichting van straten waar ook de informatie van bijeenkomst 30 mei weer te zien was voor een groter deel van de buurt. Hier kwamen vooral veel reacties op het idee van doodlopend maken Gouwzeestraat. 27 september 2022 tweede bijeenkomst voor direct omwonenden bouwlocatie.
Hier werd de concept bouwenveloppe voor de woongebouwen gepresenteerd met een vergelijking van de bestaande en de nieuwe situatie in doorsnede en vogelvlucht en met schets van het parkeren en groen. Ook waren hier weer zonnestudies bij aanwezig. November 2022 Wijwheermolenkrant voor alle bewoners van Wheermolen-Oost waarin ook de gepresenteerde beelden van de bouwenveloppe gedeeld werden. Bewoners konden hierop reageren via de website of door naar het Infopunt Wheermolen te komen. Brief aan direct omwonenden juli 2023 In deze brief werden enkele belangrijke aanpassingen van de bouwenveloppe toegelicht. Deze wijzigingen waren een reactie op bezwaren van omwonenden onder andere tegen het doodlopend maken van de Gouwzeestraat. Juli 2023 Wijwheermolenkrant voor alle bewoners met daarin ook de aanpassing van de bouwenveloppe met toelichting. 31 januari 2024 Derde bijeenkomst voor direct omwonenden. Hier werd het door de architect uitgewerkte Voorlopig Ontwerp getoond met de woningplattegronden en uitwerking van de toegangen, algemene ruimten, balkons, materialen etc. Er is derhalve een uitgebreide participatie gevoerd met de buurt. Naar aanleiding van de reacties van omwonenden is de wegenstructuur aangepast.
In eerste instantie was het voorstel om van de Gouwzeestraat een doodlopende straat te maken, met een doorsteek voor de fietsers en voor de hulpdiensten naar de Henri Dunantstraat. Op deze manier zou er een groene omgeving gerealiseerd kunnen worden met name bij de nieuwbouw aan de Henri Dunantstraat en ook tussen de hoge flat de Groene Citer en de nieuwe lagere flats aan de Gouwzeestraat. Op verzoek van de buurtbewoners is een verbinding tussen de Gouwzeestraat en de Henri Dunantstraat gemaakt voor autoverkeer in twee richtingen. Deze straat is ook geschikt voor de hulpdiensten. Dit wordt een 30 km/uur straat. Daarmee is het groene gebied tussen de flats Groene Citer en nieuwbouw Gouwzeestraat kleiner geworden.
28
Omwonenden uit met name de Roggebotstraat en de Gouwzeestraat hebben vooral moeite met het nieuwbouwplan voor de Henri Dunantstraat. Deze gebouwen komen namelijk 6,30 meter dichter bij hun woningen dan het bestaande flatgebouw. De nieuwbouw aan de Gouwzeestraat blijft op gelijke afstand van de bestaande woningen (gebouw C) of op iets grotere afstand van de bestaande woningen (gebouw D). Wel zijn er door sommige bewoners van de Gouwzeestraat zorgen geuit over de koppen van de gebouwen die 6 lagen hoog worden. De vrees is dat hun woningen nu meer in de schaduw komen te liggen. Er zijn schaduwstudies gemaakt en daaruit blijkt dat het effect van de nieuwbouw op de zon in de huizen er tegenover zeer beperkt is. Ook zijn er vragen over mogelijke inkijk vanuit de nieuwbouw in de tuinen. Die inkijk is er vooral in de voortuinen van de woningen waar meestal niet gezeten wordt. Vanuit de hoge flats Blauwe Gouwe en Groene Citer bestaat ook mogelijke inkijk in deze tuinen. En in de voortuinen bestaat natuurlijk ook inkijk vanaf de straat en de buur-woningen. De inkijk neemt ten opzichte daarvan nauwelijks toe. Dit onderzoek naar bezonning en mogelijke inkijk waren geen reden om het bouwplan voor de Gouwzeestraat aan te passen. Op de laatste bewonersparticipatie avond op 31 januari 2024 is de omwonenden gevraagd om een keuze te maken uit drie mogelijke kleuren baksteen voor de nieuwbouw.
Na de avond konden bewoners nog via facebook of onze website hun stem uitbrengen. De uitkomst is een rode kleur baksteen en deze wordt nu toegepast in het bouwplan voor de Gouwzeestraat. 8.2.2 Advies en instemming door gemeenteraad In de raadsvergadering van 2 juni 2022 heeft de gemeenteraad van Purmerend de volgende categorieën van gevallen aangewezen waarin haar om advies moet worden gevraagd: a. aanvragen met een grote maatschappelijke impact; b. aanvragen voor realisatie van meer dan 4o woningen; c. aanvragen die afbreuk doen aan de kernkwaliteiten van het UNESCO werelderfgoed Droogmakerij De Beemster en/of de Stelling van Amsterdam; d. aanvragen die evident afwijken van een door de raad vastgestelde omgevingsvisie, ontwikkelvisie of gebiedsvisie; e. aanvragen waarvoor een milieueffectrapportage-plicht geldt. Aangezien dit plan de realisatie van meer dan 40 woningen behelst, is advies gevraagd aan de raad. De adviesaanvraag is besproken in de commissie Ruimte van 4 april 2024 en in de raadsvergadering van 25 april 2024 is besloten om … [Uitkomst hiervan wordt te zijner tijd hier vermeld]. 8.2.3 Vaststellingsprocedure De aanvraag omgevingsvergunning heeft onder andere betrekking op het toestaan van een gebruik in afwijking van het geldend omgevingsplan.
Op de onderhavige aanvraag is conform artikel 16.62 Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is acht weken, maar vanwege het feit dat er advies moest worden gevraagd aan de raad is de termijn verlengd met zes weken.
Hoofdstuk 9 Belangenafweging en conclusie 9.1 Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? Voor zover een aanvraag omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Etfal, artikel 8.0a, lid 2 Bkl).
29
Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl (zie ook hoofdstuk 4, waar het beleidskader van het Rijk en de provincie wordt beschreven). De vraag bij de vergunningverlening is of het initiatief – de gevraagde activiteit - leidt tot een situatie, waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Anders gezegd: is er – na een zorgvuldige belangenafweging- met het toestaan van de activiteit nog steeds of weer sprake van een evenwichtige toedeling? Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 4, 5, 6 en 7).
9.2 Conclusie De conclusie van het voorgaande kan zijn dat de ontwikkeling, zijnde de bouw van twee woongebouwen ter vervanging van de Gouwzeeflat, alle belangen afwegende en alle relevante beleid en wetgeving in acht genomen, getuigt van een evenwichtige toedeling van functies aan een locatie. De ontwikkeling is daarmee aanvaardbaar.
Bijlagen Bijlage 1. Beschrijving project Bijlage 2. Schaduwstudie Bijlage 3. Akoestisch onderzoek Bijlage 4. Verkennend bodemonderzoek Bijlage 5. Flora- en faunaonderzoek Bijlage 6. Plan voor mitigerende maatregelen flora en fauna (nog niet gereed) Bijlage 7. Stikstofberekeningen (nog niet gereed) Bijlage 8. Digitale watertoets
30