B Bijlage-1-concept-onderbouwing-BOPA-gouwzeestraat-6-100
Tekst van het document
Onderbouwing (van de effecten op de) fysieke leefomgeving van het project sloop/herbouw locatie Lage Gouwzeeflat, Gouwzeestraat 6100, Wheermolen, behorend bij aanvraag omgevingsvergunning nr 20240301 01188000, ingediend d.d. 1 maart 2024
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Aanleiding en doel ................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding .......................................................................................................................................... 4 1.2 Projectgebied..................................................................................................................................... 4 1.3 Het omgevingsplan ............................................................................................................................ 5 1.4 Fasering aanvraag omgevingsvergunning .......................................................................................... 6 1.5 Leeswijzer .......................................................................................................................................... 6 Hoofdstuk 2 Beschrijving huidige situatie projectgebied ............................................................................. 6 Hoofdstuk 3 Voorgenomen ontwikkeling .....................................................................................................7 Hoofdstuk 4 Beleid en regelgeving ..............................................................................................................
8 4.1 Rijksbeleid en rijksregels .................................................................................................................... 9 4.2 Provinciaal beleid en provinciale regels.............................................................................................. 9 4.3 Omgevingswaarden ..........................................................................................................................10 4.4 Regionaal beleid ............................................................................................................................... 11 4.5 Beleid Hoogheemraadschap .............................................................................................................12 4.6 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................... 13 Hoofdstuk 5 Landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden .................................21 5.1 Stedenbouwkundige inpassing .........................................................................................................21 5.2 Cultuurhistorie .................................................................................................................................
22 5.3 Toets Ladder voor Duurzame Verstedelijking .................................................................................. 22 5.3 Hoogbouw-effectrapportage ............................................................................................................23 Hoofdstuk 6 Fysieke leefomgeving ............................................................................................................23 6.1 Beschermen van de gezondheid .......................................................................................................23 6.2 Milieubelastende activiteiten ........................................................................................................... 24 6.3 Geluid .............................................................................................................................................. 24 6.4 Luchtkwaliteit.................................................................................................................................. 24 6.5 Geur ................................................................................................................................................. 24 6.6 Bodemkwaliteit ...............................................................................................................................
24 6.7 Externe veiligheid ............................................................................................................................ 24 6.8 Wegen, verkeer en parkeren ............................................................................................................ 25 6.9 Natuur ............................................................................................................................................. 25 6.10 Water en watersystemen ............................................................................................................... 26 6.11 Toetsing Besluit m.e.r./ m.e.r.-beoordeling .................................................................................... 26 Hoofdstuk 7 Beperkingengebieden ........................................................................................................... 26 7.1 Planologisch relevante leidingen ...................................................................................................... 26 Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid ..................................................................................................................... 27 8.1 Economische uitvoerbaarheid ........................................................................................................... 27
2
8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................................................... 27 Hoofdstuk 9 Belangenafweging en conclusie ............................................................................................ 29 9.1 Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties?................................................ 29 9.2 Conclusie ..........................................................................................................................................30 Bijlagen ......................................................................................................................................................30 Bijlage 1. Beschrijving project .................................................................................................................30 Bijlage 2. Schaduwstudie ........................................................................................................................30 Bijlage 3. Akoestisch onderzoek .............................................................................................................30 Bijlage 4. Verkennend bodemonderzoek ................................................................................................30 Bijlage 5.
Flora- en faunaonderzoek .......................................................................................................30 Bijlage 6. Plan voor mitigerende maatregelen flora en fauna (nog niet gereed) ......................................30 Bijlage 7. Stikstofberekeningen (nog niet gereed) ..................................................................................30 Bijlage 8. Digitale watertoets .................................................................................................................30
3
Hoofdstuk 1 Aanleiding en doel 1.1 Aanleiding De aanleiding voor het opstellen van deze onderbouwing is het voornemen om nieuwbouw te plegen op de locatie van een bestaande flat aan de Gouwzeestraat in de wijk Wheermolen in Purmerend. Deze ontwikkeling past niet in het bestemmingsplan ‘Wheermolen 2012’, dat per 1 januari 2024 onderdeel uitmaakt van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan gemeente Purmerend. Het voornemen is om hiervoor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: Bopa) voor te verlenen, waarmee wordt afgeweken van het omgevingsplan.
1.2 Projectgebied Het projectgebied betreft de flat aan de Gouwzeestraat (nummers 6 t/m 100, bekend onder de naam ‘Lage Gouwzeeflat’) in de wijk Wheermolen in Purmerend. Op onderstaand kaartje is het projectgebied aangegeven.
Afbeelding 1: Situering Lage Gouwzeeflat in de wijk Wheermolen
4
Afbeelding 2: Te slopen flat (binnen rood kader)
1.3 Het omgevingsplan Het projectgebied ligt in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, zoals dat op 1 januari 2024 bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege is ontstaan. Op deze locatie is het planologisch regime van het bestemmingsplan ‘Wheermolen 2012’ (ID-code: NL.IMRO.0439.BPWM2012-va01), vastgesteld op 31 januari 2013, van toepassing. Het huidige flatgebouw staat op grond waar de bestemming ‘Wonen’ aan is toegekend. De grond achter de flat, tegen het water van de Purmerringvaart aan, heeft de bestemming ‘Groen’. De grond vóór en direct naast het huidige gebouw heeft de bestemming ‘Verkeer’. Het bestaande flatgebouw zal worden gesloopt en worden vervangen door twee nieuwe woongebouwen. De nieuwe gebouwen krijgen een iets andere vorm dan het bestaande gebouw en komen daarmee voor een deel op gronden met de bestemming ‘Groen’ te staan. Het bouwen van woongebouwen is binnen de bestemming ‘Groen’ niet toegestaan. Het nieuwbouwplan is daarmee strijdig met het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Ook wordt de maximale toegestane bouwhoogte van 11 meter overschreden. Vanwege de wenselijkheid om nog in 2024 te starten met de nieuwbouw is ervoor gekozen om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) te verlenen in plaats van het omgevingsplan voor deze ontwikkeling te wijzigen.
Het risico bestaat dat de procedure voor het wijzigen van het omgevingsplan niet voor het eind van het jaar afgerond is. Daarnaast heeft de locatie in de bestaande situatie een woonfunctie en dat zal in de toekomstige situatie ook een woonfunctie blijven, waardoor kan worden volstaan met een Bopa.
5
1.4 Fasering aanvraag omgevingsvergunning De vergunningverlening verloopt in twee fasen. Dit heeft te maken met de ‘knip’ in de vergunningaanvragen zoals die met de invoering van de Omgevingswet is ingevoerd. Dit houdt in dat de vergunningverlening is opgesplitst in een ruimtelijk deel en in een technisch deel. In het ruimtelijk deel worden de situering en de bouwmassa van het plan beoordeeld, op planologische aspecten. In het technisch deel worden zaken als welstand en de (bouw)technische/ constructieve aspecten beoordeeld. Op 1 maart 2024 is de aanvraag omgevingsvergunning voor het ruimtelijk deel ingediend. Dit betreft zoals gezegd alleen de situering en de bouwmassa. Een omgevingsvergunning voor het technische deel, waarin gekeken wordt naar welstandelijke en bouwtechnische aspecten wordt later in het jaar aangevraagd. Er kan pas gebouwd worden zodra beide vergunningen zijn verleend en in werking getreden.
1.5 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de activiteit die deze motivering mogelijk maakt. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving en analyse van de huidige ruimtelijk- functionele situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de gewenste situatie, de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5, 6 en 7 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 8 komt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde. Hoofdstuk 9 gaat in op de belangenafweging en omvat de conclusie.
Hoofdstuk 2 Beschrijving huidige situatie projectgebied Het projectgebied is deel van de wijk Wheermolen in Purmerend. Deze wijk is gebouwd tussen 1964 en 1971. Naast Overwhere was Wheermolen de eerste grote naoorlogse uitbreiding van Purmerend. Om de grote woningvraag op te vangen werd een mix gebouwd van appartementen, hoogbouwgalerijflats en portiek- en galerijflats van 4 lagen, door het toenmalige gemeentelijk woonbedrijf (nu o.a. Intermaris). Deze werden afgewisseld met grondgebonden eengezinswoningen (koop). Het gedachtegoed van het Nieuwe Bouwen vormde een belangrijk uitgangspunt bij de ontwikkeling van de buurt: er werd gestreefd naar licht, lucht en weidsheid in de stedelijke ruimte, woningen werden georiënteerd op de zon en het groen rondom de bebouwing bepaalde het straatbeeld. Nu de buurt ruim vijftig jaar bestaat is de buurt bezig met een nieuwe levensfase. De gezinnen van toen zijn senioren geworden, die nog steeds hun plek hebben in de buurt. Tegelijkertijd trekken de betaalbare eengezinswoningen weer een nieuwe generatie starters en jonge gezinnen aan en is Wheermolen een plek waar veel mensen hun wooncarrière starten. Opvallend is het grote aantal gezinnen met kinderen in de gestapelde woningen. Met een school in de buurt en relatief veel grondgebonden woningen is Wheermolen-Oost een geschikte buurt voor gezinnen met schoolgaande kinderen.
Er is een grote mix aan doelgroepen met verschillende culturele achtergronden te vinden in de buurt, met name in de sociale woningbouw. Ruim een derde van de Wheermolen-Oost bewoners is van niet-Nederlandse afkomst, wat voor een grotere diversiteit zorgt dan in vele andere buurten in Purmerend. In 2000 is in Wheermolen-West gestart met vernieuwing. Door te differentiëren is het mogelijk om niet alleen sociale huur terug te bouwen, maar ook eigentijdse stadsvilla’s met koopappartementen. De wijk wordt daarmee stedelijker en diverser. De vernieuwing van Wheermolen-West heeft tegelijkertijd geleid tot een verbetering van de openbare ruimte. De vernieuwing en verdichting zet door met de realisatie van appartementen aan de Stekeldijk en op de plek van het oude wijkcentrum ‘t Noot.
6
Voor het oostelijk deel van de wijk heeft de gemeenteraad van Purmerend op 24 september 2020 de Ontwikkelvisie Wheermolen-Oost Purmerend, onder de titel Gezellig Gezond Gemengd vastgesteld. Deze visie vormt het kader voor de (her)ontwikkelingen waar dit deel van Purmerend de komende jaren voor staat. De buurt ondergaat een transformatie waarbij Intermaris haar bezit renoveert en vernieuwt en de gemeente werkt aan de openbare ruimte. Het planologisch kader hiervoor wordt gecreëerd in het omgevingsplan, dat gewijzigd moet worden ten opzichte van het huidige, op 1 januari 2024 van rechtswege ontstane, omgevingsplan. Een onderdeel van de vernieuwingsopgave is de sloop van de verouderde flat aan de Gouwzeestraat en nieuwbouw op deze locatie. Deze flat is gebouwd in 1969 en verkeert in een slechte bouwkundige staat. De flat telt nu 48 woningen, allemaal in de sociale huursector. In het volgende hoofdstuk wordt de herontwikkeling van deze flat beschreven.
Hoofdstuk 3 Voorgenomen ontwikkeling De bestaande flat verkeert in een bouwkundige slechte toestand. Het voornemen is om de flat te slopen en hier nieuwe sociale huurwoningen te realiseren. De huidige flat telt 48 woningen. In de nieuwe situatie worden 23 appartementen toegevoegd, zodat het totale woningaantal uitkomt op 71. De nieuwe bebouwing wordt bij een deel van de gebouwen hoger dan het bestaande woongebouw, namelijk zes bouwlagen in plaats van de huidige vier bouwlagen.
Afbeelding 3 Artist impression van de nieuwbouw De flat wordt niet in dezelfde vorm teruggebouwd. De huidige langwerpige flat vervangen door twee bouwblokken. Samen vormen de twee bouwblokken een ensemble. In bijlage 1 is een beschrijving van het project opgenomen. Met klem wordt erop gewezen dat d
7
eze beschrijving is opgesteld op een moment dat nog het voornemen bestond om deze BOPA ook voor de flat aan de Henri Dunantstraat te voeren. Daarom is deze flat ook opgenomen in de beschrijving. Later is echter besloten om, aangezien sloop en nieuwbouw van de flat aan de Henri Dunantstraat later kan plaatsvinden dan de flat aan de Gouwzeestraat, de eerstgenoemde flat via een wijziging van het omgevingsplan te regelen. De flat aan de Henri Dunantstraat maakt dus nadrukkelijk geen deel uit van het project waar nu een procedure voor gevoerd wordt. In deze beschrijving kan daarom alles wat over de flat aan de Henri Dunantstraat wordt geschreven, buiten beschouwing gelaten worden. Volgens planning start de sloop van de flat aan de Gouwzeestraat najaar 2024. Dit zal rond de tien weken duren, de nieuwbouw start dan in december 2024.
Afbeelding 4 Situatietekening van de nieuwe situatie
Hoofdstuk 4 Beleid en regelgeving In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor de activiteit toegelicht en wordt de activiteit hieraan getoetst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, doch gemotiveerd van kunnen afwijken en anderzijds instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving
8
(hierna: Bkl). De regels uit het Bkl worden in hoofdstuk 6 van dit concept gemotiveerd getoetst aan de activiteit.
4.1 Rijksbeleid en rijksregels Voor het opstellen van omgevingsplannen geeft hoofdstuk 5 van het Bkl instructieregels. Deze gaan over het rekening houden met zaken als externe veiligheid, geluid, geur etc. Verderop in deze onderbouwing wordt hier aandacht aan besteed.
4.2 Provinciaal beleid en provinciale regels 4.2.1. Omgevingsverordening NH2022 Hoofdstuk 6 van de Omgevingsverordening NH2022 van de provincie Noord-Holland bevat de instructieregels voor gemeenten. Deze gaan over nieuwe stedelijke ontwikkelingen voor het gehele provinciale grondgebied en kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied. Met provinciale instructieregels krijgt de gemeente Purmerend te maken in de volgende gevallen: - ontwikkelingen in het landelijk gebied; - detailhandel op bedrijventerreinen en kantoorlocaties; - het bouwen, opschalen en vervangen van windturbines; - het maken van een nieuwe uitweg op provinciale wegen. Onderhavige ontwikkeling betreft de bouw van woningen in stedelijk gebied. Geen van de hierboven genoemde gevallen is aan de orde. De omgevingsverordening vormt daarom geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning. 4.2.2 Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 De Provincie Noord Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Daarom is op 31 maart 2020 de woonagenda 2020-2025 vastgesteld.
De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland tot 2025 en volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord 'Duurzaam doorpakken'. Speerpunten zijn: 1. Een woning voor iedereen: a. Adaptief en vraaggestuurd programmeren. b. Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie. c. Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. 2. Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie. Hierbij worden een aantal richtinggevende principes gehanteerd. a. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwalitatieve en kwantitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. b. Er zijn snel meer woningen nodig. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie en helpt gemeenten hierbij door voortzetting van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen en Versnellen Woningbouw. c. De woningbouwprogrammering is regionaal en adaptief. De programmering houdt rekening met fasering en haalbaarheid, zodat de in het woonakkoord af te spreken regionale productiedoelstellingen kunnen worden gehaald.
9
d. De provincie geeft gemeenten ruimte om bij binnenstedelijke plannen nabij een OV-knooppunt en/of in een groeiregio hogere aantallen woningen te realiseren dan de prognose, om het woningtekort versneld in te lopen. e. De woningmarkt heeft structureel meer flexibiliteit en betaalbare opties voor alle verschillende doelgroepen van woningzoekenden nodig. f. Betaalbaar en divers woningaanbod voor alle doelgroepen vraagt regionale afstemming en samenwerking. g. Vanuit het oogpunt van leefbaarheid en gezondheid bewaakt de provincie de goede balans tussen economie, wonen, mobiliteit, natuur en landschap. h. Woningbouw heeft een grote impact op het landschap, de natuur en de biodiversiteit, zowel binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied. In de woonakkoorden worden afspraken gemaakt om woningbouw zoveel mogelijk klimaatneutraal, klimaatadaptief, actieve mobiliteit (gericht op fietsen en lopen) stimulerend, circulair en natuur- en landschapsinclusief te ontwikkelen en dit vroegtijdig bij de locatiekeuze en planontwikkeling mee te nemen. Onderhavig plan voorziet in de bouw van 71 woningen en voorziet daarmee in een behoefte. Zie ook de paragraaf 5.2 van deze onderbouwing, over de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Het plan past binnen de Woonagenda. 4.2.2 Conclusie De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de provincie.
4.3 Omgevingswaarden Een omgevingswaarde is een van de instrumenten om beleid door te laten werken vanuit het Rijk en provincie. Maar ook van de gemeente zelf. Omgevingswaarden zijn maatstaven voor de fysieke leefomgeving voor: • de gewenste staat of kwaliteit op een bepaald moment op een bepaalde plaats; • de toelaatbare belasting door activiteiten; • de toelaatbare concentratie of depositie van stoffen. De omgevingswaarde moet worden uitgedrukt in meetbare of berekenbare eenheden of anderszins in objectieve termen. Tenzij het vaststellen van een omgevingswaarde verplicht is, staat het de gemeente vrij om af te zien van het vaststellen van een omgevingswaarde, maar te kiezen voor directe normstelling (b.v. geluid, geur, trilling) (Omgevingswet, artikel 2.9, tweede lid). Een kwalitatieve omgevingswaarde is mogelijk als zo'n aspect met objectieve termen kan worden omschreven. Als je bijvoorbeeld wilt bereiken dat een rivier voldoet aan de normen voor een 'goede ecologische toestand', is een objectieve beschrijving van kwaliteiten nodig (b.v. in een programma of beleidsregel). Daarnaast geeft de overheid bij de vaststelling van een omgevingswaarde aan (art. 2.10 Ow): • of dit een resultaatsverplichting, een inspanningsverplichting of een andere verder te omschrijven verplichting met zich meebrengt. • binnen welke termijn de omgevingswaarde moet zijn bereikt.
• op welke locatie(s) de omgevingswaarde van toepassing is. In het onderhavige geval is geen sprake van omgevingswaarden waar dit project mee te maken heeft.
10
4.4 Regionaal beleid De wettelijke basis om gezamenlijk besluiten te nemen ligt in artikel 2.2 lid 2 van de Omgevingswet. Het gaat om het gezamenlijk nemen van één besluit. Veel opgaven overstijgen het lokale belang. Er vindt overigens geen overdracht van bevoegdheden plaats. 4.4.1 Regiovisie Waterland 2040 (Vitaal met Karakter) Voor de lange termijn heeft de regio Waterland een ontwikkelingskader tot 2040 opgesteld, de Regiovisie Waterland 2040. In deze visie staat behoud en zo mogelijk versterking van het kenmerkende authentieke karakter van de regio Waterland voorop, maar wel met de noodzakelijk sociaal-economische en infrastructurele impulsen om de kernen vitaal te houden en het gebied binnen de Metropoolregio Amsterdam bereikbaar te maken. Naast maatregelen om het authentieke karakter van het landelijk gebied te bewaren, vergt dat op vele locaties een forse inspanning in de kwaliteit van de leefomgeving, selectieve uitbreiding voor noodzakelijke sociaal-economische ontwikkelingen en duurzame oplossingen voor beheer en terugdringing van het woon-werkverkeer. Op die manier ontstaat een duurzame vitale regio met een herkenbaar eigen karakter. Onderhavige ontwikkeling past goed in het beleid zoals weergegeven in de Regiovisie. De onderhavige ontwikkeling is niet strijdig met dit beleid.
4.4.2 Metropoolregio Amsterdam Purmerend maakt onderdeel uit van Metropoolregio Amsterdam (MRA). Dit is een samenwerkingsverband van de provincies Noord-Holland en Flevoland, 32 gemeenten en de Vervoerregio Amsterdam. Het gebied dat de MRA uitmaakt is een (inter-)nationaal gewilde plek om te wonen en werken. Het is het gebied dat rondom Amsterdam ligt en waarin ieder deelgebied met eigen grote kernen een deel van de aantrekkelijkheid van de MRA vormt met een mix van eigen landschap, woonmilieus en vormen van werkgelegenheid. Op basis van de prognose uit 2019 is voorzien dat de MRA tot 2050 circa 325.000 extra woningen nodig heeft om de groeiende bevolking onderdak te bieden. Dat is inclusief een aanvullende opgave van circa 25 duizend woningen om het woningtekort significant te verminderen en naar een acceptabel niveau terug te brengen. De ambitie is dat de MRA zich toekomstbestendig en evenwichtig ontwikkelt tot een internationale topregio met een hoge leefkwaliteit (zie de MRA-agenda 2020-2024). De MRA bestaat uit veel verschillende en krachtige kernen, die elkaars kwaliteiten versterken. Bij de aankomende groei op lange en middellange termijn is het behoud en verbeteren van de leefbaarheid in de regio van groot belang met aandacht voor klimaatadaptatie en landschap en een goede bereikbaarheid van werk en ontspanning voor iedereen.
De MRA streeft een polycentrische ontwikkeling na, waarin alle kernen elkaar versterken, maar ook sterk genoeg op zichzelf zijn. Daarom wil de MRA inzetten op een goede verdeling van de werkgelegenheid en balans in woon- en werklocaties. Het gemeenschappelijk kader hiervoor is de Verstedelijkingsstrategie, die naar verwachting in de tweede helft van 2021 wordt vastgesteld. Hierin wordt voort geborduurd op al bestaande Rijk-regioafspraken, zoals de MRA-sleutelgebieden, de versnelling van de woningbouwproductie, de Woondeal met Binnenlandse Zaken en het programma “Samen Bouwen aan Bereikbaarheid” en het landschap. In april 2020 heeft de provincie Noord-Holland het woonbeleid uitgewerkt in de Woonagenda PNH 20202025. Hiermee wil de provincie uitvoering geven aan een aantal doelstellingen, zoals het bouwen van voldoende betaalbare en duurzame woningen. Middels het sluiten van regionale Woonakkoorden voor de periode 2021-2025 wil de provincie de regionale samenwerking bevorderen. De acht gemeenten in Zaanstreek-Waterland hebben besloten hier samen met de provincie invulling aan te geven aan de hand van vier thema's: 1. Nieuwbouw / woningbouwprogrammering a. werken aan de eigen én regionale woningbehoefte b. zoveel mogelijk binnenstedelijk bouwen, met ruimte voor uitzonderingen c. zoveel mogelijk bouwen in de nabijheid van OV-knooppunten en stadsharten
11
d. versnellen van de woningbouwproductie e. werken aan stedelijke vernieuwing en leefbaarheid 2. Betaalbare voorraad a. werken aan de gewenste ontwikkeling van de sociale woningvoorraad b. werken aan regionale woonruimteverdeling 3. Wonen en zorg a. werken aan de huisvesting van senioren b. werken aan de huisvesting van bijzondere doelgroepen 4. Duurzaamheid, klimaatadaptatie, circulair bouwen. a. werken aan klimaatneutrale, klimaatadaptieve, circulaire en natuur- en landschapsvriendelijke nieuwbouw b. werken aan de opwekking van duurzame energie in de regio c. werken aan de verduurzaming van bestaande woningvoorraad d. werken aan een gezonde leefomgeving In het Woonakkoord wordt rekening gehouden met bestaande kaders en afspraken, die soms op een ander c.q. hoger schaalniveau zijn vastgesteld, zoals in de Metropoolregio Amsterdam, waar ZaanstreekWaterland onderdeel vanuit maakt. Uit het Woonakkoord blijkt dat er binnen de regio vraag is naar voldoende betaalbare en duurzame woningen. De onderhavige ontwikkeling draagt met de bouw van 71 woningen (23 meer dan in de huidige situatie) hieraan bij.
Woonakkoord Zaanstreek Waterland 2021-2025 Op 29 juni 2021 zijn de colleges van de acht gemeenten in Zaanstreek-Waterland (Beemster, EdamVolendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zaanstad) en de provincie Noord-Holland het Woonakkoord 2021-2025 met elkaar aangegaan. Dit bestuursakkoord bestaat uit doelen voor de komende vijf jaar en concrete acties, rondom vier thema's: nieuwbouw, betaalbare voorraad, wonen en zorg en duurzaamheid, klimaatadaptatie en circulair bouwen. Om deze ambitie te realiseren heeft de regio een plancapaciteit voor ongeveer 16.700 woningen t/m 2024 en bijna 14.000 woningen voor de periode 2025 t/m 2029. Deze woningen bouwen de gemeenten in verschillende woonmilieus, prijsklassen en woningtypen. Om het landschap en de natuurwaarden in de regio te sparen, bouwen de gemeenten zoveel mogelijk binnen de stadscentra en dorpskernen en door bestaande gebouwen om te vormen tot woningen. De regiogemeenten willen de toenemende vraag naar woningen gebruiken om de kwaliteit van de steden en vitaliteit van de kernen te verhogen. De nieuwbouw wordt zoveel mogelijk geclusterd rondom bestaande of toekomstige OV-knooppunten. In Purmerend is dit het Waterlandkwartier. Ook gaan de provincie en gemeenten samen een visie op het versterken van de kernen in het landelijk gebied opstellen.
4.4.6 Conclusie De onderhavige ontwikkeling past binnen de regionale doelstellingen en het regionale beleid.
4.5 Beleid Hoogheemraadschap Om ervoor te zorgen dat de waterbelangen een goede plek krijgen en evenwichtig worden afgewogen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt de watertoets uitgevoerd. Ook onder de Omgevingswet is dit proces vastgelegd maar dan onder de noemer 'weging van het waterbelang'. De watertoets moet uitwijzen of er belangen van het Hoogheemraadschap in het geding zijn. In hoofdstuk 6 wordt een verantwoording van het meewegen van het waterbelang gegeven. Hier worden ook de uitkomsten van de watertoets vermeld.
12
4.6 Gemeentelijk beleid In deze paragraaf komt het gemeentelijk beleid op het gebied van gezondheid, veiligheid, goede omgevingskwaliteit en duurzaamheid aan bod. 4.6.1 Omgevingsvisie De gemeenteraad heeft op 30 november 2023 aan de hand van het Startdocument Omgevingsvisie Purmerend – gebundelde krachten een samenstel van bestaande beleidsdocumenten voor de fysieke leefomgeving aangemerkt als de Omgevingsvisie Purmerend 1.0. Het betreft een set van beleidsdocumenten, die op onderdelen als basis kan dienen voor het gemeentelijk handelen bij ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van de fysieke leefomgeving. Deze omgevingsvisie is beleidsneutraal, dat wil zeggen dat daarin geen nieuw beleid is opgenomen. Gelet hierop worden de navolgende, gemeentelijke beleidsdocumenten nog nader toegelicht. 4.6.2 Structuurvisie 2005-2020 De ruimtelijke visie voor de gemeente is te vinden in de structuurvisie Purmerend 2005-2020, vastgesteld op 2 maart 2006. Hierin, heeft de gemeenteraad van Purmerend een toetsingskader neergelegd voor gewenste en bestaande ontwikkelingen binnen de gemeente. In de structuurvisie worden vier ambities verwoord die leidend dienen te zijn bij de ontwikkeling van de stad Purmerend tot 2020. 1.
Purmerend is het centrum van Waterland: Uiteen wordt gezet dat Purmerend wil investeren in haar functies waarin zij een regionale rol heeft, om de positie als centrum van Waterland te behouden. De manier waarop Purmerend dit wil bereiken is door te investeren in een veelzijdig, herkenbaar en toegankelijk centrum met kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte en door te streven naar een hoog niveau van voorzieningen in zowel het centrum als in andere delen van de stad. 2. Purmerend werkt aan een evenwichtigere woon-werkbalans. In de structuurvisie wordt beschreven dat Purmerend voor de werkgelegenheid sterk afhankelijk is van Amsterdam. Dit is een kwetsbaar punt. Belangrijk is daarom dat Purmerend haar economische punten verder ontwikkelt. Dit is onder meer van belang voor jongeren die in Purmerend zijn geboren en zich nu op de arbeidsmarkt gaan begeven, omdat zij meer geneigd zullen zijn om in Purmerend te werken. 3. Purmerend versterkt haar verbindingen in groen, blauw en grijs. Gesteld wordt dat de kwaliteit van de ligging van de stad veel beter benut kan worden. De kwaliteiten van het buitengebied zijn in de wijken ruimschoots aanwezig, maar zijn op het niveau van de stad te weinig herkenbaar en andersom worden de kwaliteiten van de stad daarbuiten nauwelijks (h)erkend.
Uiteen wordt gezet dat de aantrekkelijke ligging van Purmerend veel meer benut kan worden om de kwaliteit van het wonen in de stad te verhogen, om de kansen voor toerisme te vergroten en om het beeldmerk van de stad neer te zetten. Tevens wordt gesteld dat het versterken van de stedelijke structuren kan helpen mensen zich meer verbonden te laten voelen met hun stad en om een betere oriëntatie te krijgen op de stad en haar omgeving. 4. Purmerend kiest voor bloei in plaats van groei. Purmerend heeft zich decennia lang gericht op groei. Nu moet de omslag komen naar het investeren in identiteit en kwaliteit. Beschreven wordt dat het doel niet langer is om woningen te bouwen en nieuwe wijken te ontwikkelen, maar toe te werken naar een complete stad die op basis van kwaliteit de concurrentie aan kan met de steden in de omgeving en die toegesneden is op de demografische veranderingen. In 2013 is de strategische plankaart, behorende bij de structuurvisie Purmerend 2005 - 2020, als eerste stap in het proces om te komen tot en vooruitlopend op een integrale herziening, aangepast aan de actuele stand van zaken. Het betreft een beleidsneutrale actualisering, waarbij op de plankaart de wijzigingen zijn verwerkt, die in de achterliggende periode (sinds 2006) doorgevoerd zijn in of op grond van het gemeentelijk beleid. Deze kaart gaat vergezeld van een toelichting daarop.
13
De ontwikkeling past binnen de ambities zoals verwoord in de structuurvisie, aangezien met het project de kwaliteit van het wonen in de stad wordt verbeterd, wat bijdraagt aan een 'complete stad' zoals onder 4 genoemd. 4.6.3 Ruimte voor Purmerend (omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040) Het stuk 'Ruimte voor Purmerend (omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040) is een dynamische agenda die naast politiek-bestuurlijke focus vooral duidelijkheid biedt over de ambities van de gemeente Purmerend. Purmerend wordt hierin neergezet als compacte woonstad met sterke OV-verbindingen naar de hoofdstad maar ook uitstekende fietsverbindingen naar de omgeving en buitengebied. Een stad waarin de wijken een zelfvoorzienend karakter hebben op het gebied van voorzieningen. Aan bovenstaande beschrijving kunnen troeven en waardevolle aspecten worden toegevoegd waaruit ambities voortvloeien. De nabijheid van Amsterdam, het voorzieningenaanbod, het OV-netwerk en de betaalbare woningvoorraad zijn bekende troeven. Waardevolle aspecten zijn het dorpse karakter, de tevredenheidsstabiliteit en het brede scala en diversiteit van voorzieningen, omgeving en activiteiten. De ambities die hieruit zijn geformuleerd (samengevat):
De urgentie en noodzaak om verder te bouwen aan woongelegenheid in een grotere diversiteit voor zowel huidige als toekomstige generaties; een flink deel van de opgave dient plaats te vinden in het bestaande stedelijke gebied. Regionale functie van 'de zorg' waarborgen. De compacte en consequente wijkstructuur van Purmerend leent zich al goed voor dagelijkse voorzieningen en zorg (ziekenhuis, EHBO, verpleeghuis, opvang o.m.), voldoende aangepaste huisvesting is ook aanwezig. De ambitie is om deze regionale functie met het oog op de toekomst (vraag naar zorg) te behouden en versterken. Versterking van de toeristische sector door Purmerend als pleisterplaats en verblijfsstad op de kaart te zetten voor iedereen die Laag Holland bezoekt. Om vorm te geven aan de groei van Purmerend worden scenario's bekeken. Gelet op de ladder voor duurzame verstedelijking ligt intensivering van (vastgoed in) de bestaande stad als eerste mogelijkheid voor de hand en vervolgens wordt het verstedelijken van de randen nader als mogelijkheid bezien. Onderhavig plan voorziet in het ontwikkelen van woongelegenheid in bestaand stedelijk gebied. Gezien de woningbehoefte van circa 10.000 woningen in Purmerend, als onderdeel van de woningbouwtaakstelling van de Metropoolregio Amsterdam, is er behoefte aan de 71 woningen die met dit project worden gerealiseerd.
Het voornemen is daarmee in overeenstemming met de 'Agenda: Purmerend koers naar 2040'. 4.6.4 Gemeentelijk woningbouwbeleid 4.6.4.1 Woonvisie 2017-2022 In de Woonvisie Purmerend 2017-2022 heeft de gemeente haar visie tot 2022 op het gebied van wonen geformuleerd. De gemeente wil een prettige woonstad blijven, de vraag naar woningen van inwoners goed kunnen blijven bedienen en een bijdrage leveren aan de regionale woningbouwopgave. Veel aandacht gaat uit naar de positie van huishoudens die zichzelf niet of moeilijk kunnen redden op de woningmarkt. In een achttal speerpunten heeft Purmerend deze ambitie verder uitgewerkt, waaronder ook de ambitie om tot 2040 10.000 extra woningen te bouwen. Dit om tevens de kwaliteit van de stad te versterken door vergroting van de differentiatie van het aanbod en van verschillende woonmilieus en de woningvoorraad meer passend te maken voor de toekomstige bevolkingssamenstelling. De voorgenomen ontwikkeling betreft de bouw van 71 woningen. De ontwikkeling voegt aansprekende en diverse woningen toe aan de huidige woningvoorraad. Hiermee past de voorgenomen ontwikkeling in dit beleid. 4.6.4.2 Woonprogramma uit Structuurvisie 2005-2020 De speerpunten van het Woonprogramma uit de Structuurvisie Purmerend 2005-2020 zijn: 1.
meer differentiatie in woonmilieus aanbrengen door toevoegen of herstructureren naar centrumstedelijke woonmilieus, woningen in lage dichtheden, starterswoningen, duurdere huur- en koopwoningen en seniorenwoningen;
14
2. inzetten op behoud van het suburbane wonen, groen en rustig, dit kan door dit mee te nemen in de plannen voor de herstructurering van de wijken; 3. nieuwe concepten voor het combineren van wonen en zorg ontwikkelen. In Zaanstreek-Waterland als geheel neemt de woningbehoefte volgens de prognose van de provincie Noord-Holland in de periode 2015-2025 toe met 12.760 woningen (6.900 tot 2020 en 5.860 tot 2025). In de tien jaar daarna gaat het om nog 8.600 woningen. Dat is in totaal bijna 20.000 woningen tot 2035. De onderhavige ontwikkeling levert een bijdrage aan het eerste speerpunt.
4.6.4.3 Nota kaders en instrumenten woningbouwprogrammering: spelregels 30-30-40 In het collegeprogramma 2018-2022 ('Samenwerken aan de stad') heeft het college het voornemen uitgesproken om voor nieuwe woningbouwinitiatieven de zogenaamde 30-30-40 regel te hanteren. Dit houdt in dat voor nieuwbouwprojecten vanaf vier woningen minimaal 30% sociale huur moet zijn, 30% doorstroomwoningen (middeldure huur en betaalbare koop). De resterende 40% is vrije keuze. Deze ambitie is verder in detail uitgewerkt in het document Nota kaders en instrumenten woningbouwprogrammering: spelregels 30-30-40. In het onderhavige project is echter sprake van een afwijkende regeling. Bij het vaststellen van de ontwikkelvisie en openen van de grondexploitatie Wheermolen-Oost in de raad van 24 september 2020 is vastgesteld dat binnen het totale project te slopen 372 sociale huurwoningen vervangen zullen worden door eenzelfde aantal sociale huurwoningen. Daarbij is voor de ca. 600 toe te voegen woningen binnen het totale project een programma met 20% sociale huurwoningen, 40% middeldure woningen en 40% vrije sector woningen als uitgangspunt genomen. Dit omdat in Wheermolen-Oost al 50% van de woningvoorraad bestaat uit sociale huurwoningen, terwijl er nauwelijks middeldure woningen aanwezig zijn.
De in de raad vastgestelde afwijkende verdeling van het programma van de toe te voegen woningen komt voort uit de wens om deze buurt meer gemengd te maken. Het deelproject Lage Gouwzeestraat omvat de sloop van 49 sociale huurwoningen, die worden terug gebracht in de nieuwbouw op deze locatie. Er worden 22 sociale huurwoningen toegevoegd die onderdeel zijn van de 20% sociale huur in de toegevoegde woningen binnen het project. Deze keuze is mede bepaald door de wens om bewoners van in de komende jaren te slopen sociale huurwoningen te kunnen laten verhuizen naar de nieuw op te leveren sociale huur appartementen. In volgende deelgebieden komt een gemengd programma met zowel sociale huur als middeldure en vrije sector woningen. 4.6.4.5 Huisvestingsverordening 2019 Op 23 januari 2019 is een gewijzigde huisvestingsverordening in werking getreden, waarmee het in Purmerend verboden is zonder vergunning woonruimte te verbouwen tot twee of meer woonruimten. Ook is het verboden zelfstandige woonruimte om te zetten naar onzelfstandige woonruimten (omzettingsvergunning/kamerverhuur), ongeacht of sprake is van een sociale huurwoning of niet. Elke nieuw te vormen woonruimte dient een gebruiksoppervlakte te hebben van ten minste 40 m2. Sinds de gemeentelijke fusie op 1 januari 2022 geldt de vergunningplicht ook voor de Beemster. In maart 2022 zijn deze regels aangescherpt.
De 40 m2 geldt vanaf dat moment alleen voor de binnenstad van Purmerend, in de overige gebieden moet een woonruimte ten minste 50 m2 oppervlak hebben. De woningen in het onderhavige project bezitten meer dan dit minimum-oppervlakte aan woonruimte. 4.6.6 Beleid op het gebied van klimaatadaptatie en groen 4.6.6.1 Visie Leefbare Stad 2040 Op 26 maart 2020 heeft de gemeenteraad de Visie Leefbare Stad 2040 (Steen en groen in balans voor een leefbaar en aantrekkelijk Purmerend) vastgesteld. In deze visie worden de kansen benoemd hoe steen en groen in balans blijven voor een leefbare stad. Het is een overkoepelend plan dat een stip op de horizon richting 2040 weer geeft, kansen benoemd en vier uitwerkingen kent: 1. Bomenplan,
15
2. Klimaatadaptatieplan, 3. Parkenplan 4. Natuurinclusief bouwen. Gemeente Purmerend heeft tot 2040 een bouwopgave van 10.000 woningen. De stad gaat verdichten, en de druk op de openbare ruimte wordt groter. Bovengronds doordat meer mensen gebruik gaan maken van dezelfde openbare ruimte. Ondergronds omdat er uitbreiding van kabels, leidingen, riolering en stadsverwarming nodig is. Het groen in de stad staat onder druk. Daarnaast treedt er klimaatverandering op. De kans op wateroverlast, hittestress en droogte in de stad wordt groter. Dit vraagt om een andere inrichting van het openbare gebied, gebouwen en de particuliere terreinen. Met de vaststelling van de visie zal in vervolg bij elke ontwikkeling in de stad onderbouwd moeten worden wat er is gedaan op het gebied van bomen, parken, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen. 4.6.6.2 Nota Groenkoers 2014 Op 28 november 2014 heeft de gemeenteraad de Nota Groenkoers vastgesteld. Deze geeft de richting aan die de gemeente opgaat met het gemeentelijke groen in zijn totaliteit. De essentie ervan is dat ingezet wordt op de verbetering van de kwaliteit van de beplanting om ook op lange termijn over een duurzame groenbasis te beschikken tegen acceptabele kosten. De Groenkoers schetst het belang van het groen voor de stad als integraal onderdeel van de openbare buitenruimte.
Groen is mede bepalend voor de identiteit, het imago, de kwaliteit en de leefbaarheid van de stad. In de Groenkoers is de kapvergunning en lijst bijzondere bomen geregeld. Tevens wordt duidelijk het verschil gemaakt tussen de hoofdstructuur en de franjestructuur van de gemeente. Bewoners kunnen invloed hebben op hun buitenruimte door groen te adopteren, dit beperkt zich tot kleinere vrij gelegen stukjes groen die geschikt zijn om naar eigen inzicht in te richten. Bomen vallen altijd onder het gemeentelijk beheer. Een van de uitwerkingen van de nota Groenkoers is het Bomenplan 2020-2040. 4.6.6.3 Bomenplan 2020-2040 Op 25 maart 2020 heeft de gemeenteraad het Bomenplan Purmerend 2020-2040 vastgesteld. Het doel van het Bomenplan is om de komende decennia een kwalitatief goed bomenbestand te waarborgen. In het Bomenplan worden de uitdagingen en kansen voor het bomenbestand beschreven. Boomziektes, bouwwerkzaamheden en slechte groeiplaatsen zijn de reden dat veel bomen de komende jaren zullen uitvallen. Voor goed beheer is een aantal zaken nodig: goede ondergrond en ruimte zodat bomen oud kunnen worden, de juiste soort bomen die aansluiten op de ecologische structuren en die ziektes geen tot weinig kans geven, en tenslotte integraal plannen van projecten. De nadruk ligt op kwaliteit (gezonde grote bomen) en integraliteit (stedelijke bijdrage en samenwerken).
Kwaliteit gaat voor kwantiteit. Het beheer wordt in eigen onderhoud gedaan en bomen kopen we zelf in zodat de kwaliteit en veiligheid binnen de organisatie geborgd is. Er worden bomen vervangen, maar alleen met een juiste groeiplaats en wanneer er voldoende ruimte is onder- en bovengronds. Het doel is om de gemiddelde leeftijd van het bomenbestand fors te verhogen. De groeiplaats is zo ingericht dat de boom minstens 60 jaar kan groeien. We investeren dus in de bodem. Parken zijn een belangrijke plek voor grote, monumentale bomen. Waardevolle bomen worden zoveel mogelijk behouden. Tenslotte is ecologie een belangrijk onderdeel van het beheer. Integraal plannen van projecten betekent dat bomen aan de voorkant van alle projecten worden meegenomen, zowel in beheerprojecten als nieuwbouw- en infrastructuurprojecten. In alle projecten wordt rekening gehouden met de uitgangspunten uit het Bomenplan. Groen en bomen zijn niet het sluitstuk of 'opvulling' van een ontwerp: ze zijn van groot belang voor de leefbaarheid van de stad. Tussen de huidige flat en de sloot langs de Wheredijk staan vier bomen die een beschermde status hebben (zie onderstaande luchtfoto, aangeduid met een witte ster). De overige bomen hebben geen beschermde status.
16
Van de vier bomen met een beschermde status staan er twee binnen het bouwvlak van de ‘toren’ van het zuidelijke gebouw. Van de andere twee aan de noordzijde (nabij de Blauwe Gouwe) staat er één heel dicht bij het gebouw, op de hoek bij de balkons, de tweede staat meer richting de Blauwe Gouwe en lijkt voldoende afstand te hebben, ook met de kroon, en kan eventueel zonder problemen behouden blijven. Kijkend naar de kwaliteit van de bomen en het toekomstperspectief is de conclusie dat geen van deze bomen van dusdanige kwaliteit zijn dat ze per se behouden moeten blijven. De bomen hebben veel scheefgroei, dood hout in de kroon en/of asymmetrische, meer open kronen en daardoor verminderd toekomstperspectief. De positie van de nieuwbouw en de bijhorende werkzaamheden zullen de kwaliteit van het groen direct rondom niet verbeteren. Drie van de vier beschermde bomen staan op een locatie waar ze niet gehandhaafd kunnen blijven in combinatie met de beoogde nieuwbouw. Argumenten om de beschermde bomen in dit geval toch te kappen zijn: • We vinden het belangrijk om woningen toe te voegen in Wheermolen-Oost, ook op deze locatie, om iets te doen aan de woningnood. Dat betekent dat de nieuwbouw wat meer ruimte inneemt. Bovendien willen Intermaris en de gemeente graag meer verschillende typen huurwoningen maken, verdeeld over meerdere kleinere gebouwen.
Dat laatste in verband met betere sociale cohesie. Voor de nieuwe appartementen in de Gouwzeestraat is daarom een ontwerp gemaakt dat in plaats van een heel lang en eentonig gebouw met allemaal precies dezelfde woningen bestaat uit twee kleinere gebouwen met daarbinnen een afwisseling van woningtypen, bouwhoogten en verspringing van de gevels. Deze gebouwen hebben daarmee niet exact dezelfde locatie en grondoppervlak als het bestaande woongebouw.
17
•
De drie te kappen bomen hebben een matige kwaliteit en daarmee een verminderd toekomstperspectief. • Er wordt aan de noord- en zuidkant van het plangebied én tussen beide nieuwe flats in nieuw groen en nieuwe bomen aangeplant om een mooie en groene plek te creëren. Dit geeft tegelijkertijd een verjonging die, wanneer de bomen op het dijklichaam op zijn (wat na de recente ophogingen sneller kan gebeuren dan verwacht), vervolgens al wat volume heeft. Voor de beschermde boom die kan blijven staan wordt een Bomen Effect Analyse gemaakt. Op basis daarvan worden tijdens de sloop en de bouw maatregelen genomen om deze boom te beschermen en behouden. Op de luchtfoto is één boom met een gele ster aangegeven. Deze heeft potentie, tijdens de bouwactiviteiten zal hier voorzichtig mee omgegaan worden.
4.6.6.4 Klimaatadaptatieplan Zaanstreek Waterland en Purmerend 2021-2024 Op 17 december 2020 heeft de gemeenteraad het Klimaatadaptatieplan Zaanstreek Waterland en Purmerend 2021-2024 vastgesteld. Hierin wordt beschreven hoe de regio en de gemeente Purmerend zich voorbereiden op een veranderend klimaat. Het bevat de uitgangspunten en maatregelen die nodig zijn om de schadelijke effecten van hevige neerslag, extreme hitte, langdurige droogte en zeespiegelstijging zoveel mogelijk te beperken. In lijn met het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is het klimaatadaptatieplan gebaseerd op de klimaatscenario's van het KNMI voor 2050. De ambitie is om in 2050 een klimaatbestendig en waterrobuuste gemeente te zijn. In regionaal verband zijn leidende principes geformuleerd en doorvertaald naar vier uitgangspunten voor een klimaatadaptieve gemeente, zoals meer groen en meer ruimte voor water in de stad, klimaatadaptief maatwerk en gedeelde verantwoordelijkheid. De gemeente kiest bijvoorbeeld voor meer bomen, meer ruimte voor tijdelijke wateropvang, het hanteren van het MRA basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw (aanvulling bouwbesluit, bijlage I) en het stimuleren van vergroening onder particulieren. Aan het lokale plan is een uitvoeringsagenda met maatregelen, projecten en onderzoeken verbonden. Klimaatadaptatie dient in elk project meegenomen te worden.
Op welke manier dit gebeurt is afhankelijk van zaken als de gebouwdichtheid, de grond en de ontwerpruimte. In de toelichting van dit plan dient te worden aangegeven op welke manier rekening is gehouden met klimaatadaptatie. In dit bouwplan worden maatregelen getroffen in verband met belangrijke gevolgen van de klimaatveranderingen die zich nu al voordoen en in de komende decennia zullen verergeren. Hittestress: de nieuwe gebouwen worden zeer goed geïsoleerd. Naast stadsverwarming wordt ook een WKO installatie toegevoegd waarmee de woningen gasloos gekoeld kunnen worden op warme dagen. De daken van de nieuwe gebouwen worden ingericht als groen dak hetgeen ook hitte zal verminderen. De ruimte direct rond de gebouwen krijgt een groene inrichting met bestaande en nieuwe bomen en struiken. De parkeervakken nabij de gebouwen krijgen een open bestrating met daartussen gras. Hiermee wordt hittestress in de gebouwen en in de directe omgeving van de gebouwen zoveel mogelijk beperkt. Extreme regenval: Onder de bestratingen rond de gebouwen wordt een waterbuffer gecreëerd. Hierin wordt regenwater opgevangen en daarna langzaam afgevoerd naar omliggende grotere wateren. In droge perioden zal met dit systeem ook water naar de wijk toe gebracht worden om zo verdroging van beplantingen tegen te gaan.
4.6.6.5 Duurzaamheidsagenda 2020-2023 Het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 vormt de basis voor het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid zoals verwoord in de Duurzaamheidsagenda 2020-2023. De volgende thema's staan centraal: 1. Duurzaamheid in de gebouwde omgeving:
18
uitvoering Proeftuin Aardgasvrij. uitbreiding capaciteit en netwerk van Stadsverwarming Purmerend. transitievisie Warmte die wordt vertaald in Wijkuitvoeringsplannen, waarbij per wijk wordt aangegeven welke niet-fossiele warmtebronnen in aanmerking komen. verduurzaming van de bestaande woningvoorraad ondersteunen met subsidies en duurzaamheidsleningen.
2. Duurzame bedrijven: verminderen CO2-uitstoot bedrijven; bedrijfsterreinen duurzaam revitaliseren; gebruik van duurzame grondstoffen. versterking circulariteit van grondstoffen. 3. Duurzame mobiliteit: streven naar instandhouding van het fijnmazig openbaar vervoerssysteem; versterken laadinfrastructuur elektrische voertuigen door inventariseren mogelijke locaties voor het plaatsen van laadpalen; uitbreiding aantal laadpunten met in achtneming voldoende spreiding over de gemeente. toepassen van alternatieve (bio-)motorbrandstoffen; vermindering CO2-uitstoot voertuigen. 4. Duurzame energie: aanjagen initiatieven voor duurzame energieproductie. 5. Duurzame stad en regio: regionale Energiestrategie waarin wordt aangegeven welke niet-fossiele energiebronnen kunnen worden benut en waar deze ruimtelijk kunnen worden ingepast. benutting van subsidie-mogelijkheden. 6. Duurzame gemeente: streven naar 75% van het afval gescheiden ophalen; klimaatbestendigheid bebouwde kom Purmerend vergroten; klimaatadaptief bouwen; duurzaam inkoop- en aanbestedingsbeleid gemeente; actieve informatieverstrekking over investeringsmogelijkheid en in energieopwekking en -besparing door invulling van een lokaal informatieloket. verduurzamen gemeentelijk vastgoed; stimulering verduurzaming Schoolgebouwen. stimuleren Duurzame vaarrecreatie.
Op het gebied van duurzaamheid worden de volgende maatregelen genomen: Energie-efficiëntie: • Beperken van de warmtevraag − Hoge mate van isolatie (Rc vloer 3,7, gevel 4,7, dak 6,3:) • Duurzame opwekking van warmte, koude en elektriciteit − Gasloos wonen door warmte- en koudewinning middels een bodembron (ontwikkeling en exploitatie door SVP) en elektrisch koken − Circa 470 PV-panelen • De bereikte energie-efficiëntie wordt gerapporteerd in een BENG-rapport (bijna-energie neutrale gebouwen) bij de aanvraag omgevingsvergunning. (Wettelijke maatregel)
19
Milieuprestatie: • Materialen met een hoge milieuimpact vervangen door materialen met een lage milieuimpact − Slank kolom- en vloerencasco, waardoor toepassing van beton en staal tot een minimum wordt beperkt. − Biobased houtskelet geveldelen (HSB) met minimale milieu-impact. Afwerking nader af te stemmen met welstand. − De bereikte reductie wordt gerapporteerd in een MPG-rapport (milieuprestatie gebouw) bij de aanvraag omgevingsvergunning. (Wettelijke maatregel) • Overlast- en afval-arm bouwen − De bouwmethode is 100% prefab, waardoor bewerkingen op de bouwplaats tot een minimum worden beperkt. Geen bewerkings-/verwerkingsafval op de bouwplaats. Enkel verpakkingsmateriaal. Dit wordt gescheiden en separaat afgevoerd (Bovenwettelijke maatregel) Circulair en biobased bouwen • Losmaakbaar bouwen − Losmaakbare bevestiging van casco, gevel en inbouw. Materialen kunnen bij einde levensduur van elkaar worden gescheiden, waardoor deze niet op de stort eindigen, maar beschikbaar zijn voor circulaire toepassingen als hergebruik en recycling − De LI-score (losmaakbaarheidsindex) wordt gerapporteerd bij de aanvraag omgevingsvergunning.
(Bovenwettelijke maatregel) • Toepassen van circulaire en biobased materialen − Diverse maatregelen in onderzoek tijdens de huidige ontwerpfase, waaronder beton, kozijnen en glas van circulaire herkomst, én gevels, isolatie en kozijnen van biobased herkomst − De CO2-reductie en het aandeel biobased/circulair materiaal wordt gerapporteerd in een BCI-score (Building Circularity Index) bij de aanvraag omgevingsvergunning. (Bovenwettelijke maatregel) Natuur en klimaat • Natuurinclusief bouwen − Circa 120 nestkasten (combinatie van in- en opbouw) voor vleermuizen, huismussen, kauwen en zwaluwen − Biodiverse inrichting van maaiveld (ontwerp nader te bepalen) • Klimaatadatief bouwen − Geïntegreerd dak voor waterretentie en PV-panelen over het gehele dakoppervlak (excl. benodigde installaties) • De bereikte natuurinclusiviteit en klimaatadaptiviteit volgens het 30-puntensysteem van de MRA (Metropoolregio Amsterdam) wordt gerapporteerd bij de aanvraag omgevingsvergunning. (Bovenwettelijke maatregel) Wordt nog aangevuld
4.6.7 Verkeersbeleid 4.6.7.1 Nota Parkeernormen gemeente Purmerend 2016 In 2016 heeft de gemeenteraad de Nota Parkeernormen gemeente Purmerend 2016 vastgesteld. Deze nota bevat de parkeernormen bij nieuwe ontwikkelingen. De nota maakt de toepassing van de parkeernormen inzichtelijker, zodat het duidelijk is welke normen gehanteerd worden bij een bouwaanvraag. Hiervoor wordt een stappenplan aangewend. Voor deze ontwikkeling is echter bij raadsbesluit van 23 september 2020 afgesproken om een parkeernorm van 1,1 pp/woning te hanteren voor deze sociale huurwoningen.
20
De Nota is derhalve niet op deze ontwikkeling van toepassing. In paragraaf 6.8 wordt ingegaan op de situatie rond de verkeersgeneratie en het parkeren.
4.6.8 VTH-beleid De Beleidsnota Uitvoering en Handhaving Purmerend 2024-2028 is op 27 februari 2024 door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. Deze nota beschrijft de bestuurlijke uitgangspunten en beleidskeuzes over de regelgeving op het gebied van het omgevingsrecht, APV en bijzondere wetten. Op basis van deze uitgangspunten, beleidskeuzes en een uitgevoerde omgevingsanalyse zijn prioriteiten en operationele doelstellingen voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving geformuleerd. In de nota wordt ook beschreven op welke wijze de gemeente Purmerend ervoor zorgdraagt dat wet- en regelgeving wordt nageleefd. De gemeente Purmerend wil een veilige, schone en gezonde woon-, werk- en leefomgeving voor haar burgers en bedrijven. Dat wil de gemeente bereiken door de duurzaamheid, veiligheid en leefbaarheid te vergroten en te waarborgen. Belangrijke waarden hierbij zijn 'schoon, heel, gezond en veilig'. Een servicegerichte, professionele dienstverlening op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving levert hieraan een belangrijke bijdrage. In het collegewerkprogramma 2014-2018 is aangegeven dat de gemeente Purmerend "van buiten naar binnen" werkt. In de aanpak van problemen krijgen de eigen verantwoordelijkheid en betrokkenheid van burgers en bedrijven een belangrijke rol.
De gemeente Purmerend zet sterk in op wijkgerichte of gebiedsgerichte handhaving en gaat in gesprek met burgers en bedrijven. Er wordt gehandhaafd met gezond verstand en er wordt niet alleen gekeken naar wat niet mag maar ook naar wat mogelijk is. Om een veilige, schone en gezonde woon-, werk- en leefomgeving te realiseren zijn de volgende keuzes gemaakt:
kwalitatief goede uitvoering van taken; rechtszekerheid voor burgers en ondernemers; nut en noodzaak centraal; redeneren vanuit oplossingen; gedeelde verantwoordelijkheid; risicogerichte benadering; wijkgericht toezicht; integrale benadering handhaving en beperken toezichtslast; maatwerk bij sanctioneren.
Hoofdstuk 5 Landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden In dit hoofdstuk komt de bescherming van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en het cultureel erfgoed aan de orde, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking.
5.1 Stedenbouwkundige inpassing Om de beeldkwaliteit en de stedenbouwkundige inpassing te bewaken is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit is op 12 januari 2023 door de gemeenteraad vastgesteld. Het bouwplan is conform de richtlijnen van het beeldkwaliteitsplan opgesteld. Ook in de beschrijving van het project, als bijlage 1 aan deze onderbouwing toegevoegd, wordt verantwoord hoe het bouwplan is ingepast in zijn omgeving. De stedenbouwkundige inpassing is daarmee verantwoord.
21
5.2 Cultuurhistorie De te slopen flats betreffen geen gebouwen met een grote cultuurhistorische waarde. Cultuurhistorische waarden zijn niet in het geding.
5.3 Toets Ladder voor Duurzame Verstedelijking De laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die ‘voldoende substantieel’ is. De behoefte aan deze stedelijke ontwikkeling moet dan worden aangetoond. Bij het inhoud geven aan de term ‘voldoende substantieel’ geldt vooralsnog de overzichtsuitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724). Hieruit kan worden afgeleid dat bij een plan voor meer dan 11 woningen sprake is van een ontwikkeling die als voldoende substantieel wordt gezien. Voor overige stedelijke functies kan worden aangehouden dat het ruimtebeslag 500 m² of meer moet bedragen. Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van overprogrammering en de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand. In het geval in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, bevat de toelichting een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.