CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

B Bestemmingsplan Garrelsflat 2021, toelichting, aangepast n a v technische vragen Stadspartij

Gemeenteraad 22 april 2021, gemeente PurmerendBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Garrelsflat 202117.725 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1 Beleidskader Op 7 mei 2020 is het nieuwe bodembeleid vastgesteld door de gemeenteraad. Deze stukken, bestaande uit de “Bodemkwaliteitskaart gemeente Purmerend" en “Nota bodembeheer Purmerend”, bevatten de regels om grondverzet binnen Purmerend plaats te laten vinden zonder dat daar extra bodemonderzoek noodzakelijk is. De bodemkwaliteitskaart is gebaseerd op bodemonderzoek, en daarin zijn ook de PFAS- en PFOA-gerateerde stoffen meegenomen. Daarbij heeft de gemeenteraad ook de Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Beemster geaccepteerd als erkend bewijsmateriaal van de bodemkwaliteit. Hierdoor is voor veel locaties uitwisseling van grond tussen Purmerend en Beemster mogelijk zonder extra bodemonderzoek. Het bodembeleid is voornamelijk generiek (wat schoon is, moet schoon blijven). Voor de rijkswegen, spoorbanen en grond in eigendom van het Hoogheemraadschap zijn uitzonderingen daarop gemaakt en is het beleid specifiek (meer grondverzet mogelijk). In Beemster is het beleid voor alle locaties specifiek.

Garrelsflat 2021

31

5.2.2 Analyse Unihorn B.V. heeft ter plaatse van het plangebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd en op 7 januari 2021 een rapportage uitgebracht (kenmerk 3905-20001-05-RAP-MOZ-01-v1.1, zie Bijlage 1). Uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van een sterke verontreiniging met lood van zeer geringe omvang (< 5 m³). De verontreiniging is daardoor aan te merken als een puntverontreiniging. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek is er milieuhygiënisch gezien geen bezwaar voor het uitvoeren van de geplande werkzaamheden. Wel dient voor het verwijderen van de puntverontreiniging met lood een plan van aanpak worden opgesteld waarin wordt beschreven op welke wijze de verontreiniging dient te worden ontgraven. 5.2.3 Conclusie De bodemkwaliteit is van dien aard dat deze de realisering van het onderhavige Garrelsflat 2021 niet in de weg staat.

5.3

Cultuurhistorische waarden

5.3.1 Beleidskader In de toelichting van ruimtelijke plannen moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het doel hiervan is om cultuurhistorische belangen meer te laten meewegen in de ruimtelijke ordening. Hiertoe is op 1 januari 2012 het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij dit voorschrift in artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a is opgenomen. De in de grond aanwezige waarden komen in paragraaf 5.1 (Archeologie) aan bod, de overige cultuurhistorische aspecten worden in deze paragraaf besproken. Op 2 november 2017 heeft de gemeenteraad het Erfgoedbeleid Purmerend 2017 vastgesteld. Dit beleid richt zich op het behoud van het Purmerendse erfgoed. Het spreekt de visie uit dat het erfgoed belangrijk is voor de stad. De gemeente heeft vier ambities met betrekking tot het erfgoed: 1. de karakteristieke historische waarden van Purmerend blijven zo veel mogelijk behouden. Dit wil niet zeggen dat erfgoed onaantastbaar is, ontwikkelingen aan en rond cultuurhistorische waarden blijven mogelijk, mits dit gebeurt met respect voor het 'verhaal' van het object; 2. de historische waarden van onze stad worden versterkt door bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een zichtbare relatie met het erfgoed te leggen.

Dit geldt vooral voor locaties in de binnenstad en op bijzondere historische locaties. 3. de kennis over het erfgoed wordt toegankelijker; 4. de gemeente werkt samen met de Purmerendse burgers en ondernemers aan de ambities met betrekking tot het erfgoed. Bij dit beleid is een Cultuurhistorische Waardenkaart opgesteld, waar al het erfgoed van Purmerend op is afgebeeld. 5.3.2 Analyse De Cultuurhistorische Waardenkaart toont dat op en in de nabijheid van het onderhavige perceel geen sprake is van cultuurhistorische waarden. 5.3.3 Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op cultuurhistorische waarden aangezien dergelijke waarden niet aanwezig zijn in / rond het plangebied.

32

Garrelsflat 2021

5.4

Externe veiligheid

5.4.1 Beleidskader In het kader van ruimtelijke procedures conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient het aspect externe veiligheid in acht te worden genomen. Het gaat hierbij om risico's ten aanzien van het vervoer, de opslag en het bewerken van gevaarlijke stoffen. De risico's met betrekking tot gevaarlijke stoffen worden geduid in het zogenaamde Plaatsgebonden risico (PR) en het Groepsrisico (GR). Het groepsrisico dient in veelal de meeste ruimtelijke procedures verantwoord te worden. De verantwoording is erop gericht om een weloverwogen besluit te nemen over het van het groepsrisico. Het uiteindelijke besluit is aan het bevoegd bezag. Risicocommunicatie met inwoners Doordat de gemeente 'dichterbij' inwoners staat dan de Veiligheidsregio, communiceert de gemeente Purmerend ook over risico's en gevaren in de (directe) woon- en leefomgeving: op de gemeentesite wordt verwezen naar de websites www.risicokaart.nl en https://www.veiligheidsregiozaanstreekwaterland.nl/wat-te-doen-bij.html.

Hier kunnen inwoners informatie vinden over gevaarlijke stoffen en inrichtingen, en wat men kan doen ingeval van een calamiteit; regelmatig wordt er een bericht gepost over veiligheid/risico's op de socialmedia-kanalen (Facebook/Twitter), met een verwijzing naar de twee bovengenoemde sites; ook wordt aandacht besteed aan het onderwerp in Purmerend Totaal, met een verwijzing naar de twee bovengenoemde sites. Zo werken de gemeente en de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland samen aan risicocommunicatie en weten inwoners sneller wat zij kunnen doen om zichzelf in veiligheid te brengen in geval van een ramp of crisis. 5.4.2 Analyse In het kader van externe veiligheid is de Risicokaart Noord-Holland geraadpleegd. Hieruit blijkt dat er in of in de nabijheid van plangebied geen risicovolle inrichtingen of transportroutes gevaarlijke stoffen liggen. Het project zelf maakt ook geen risicovolle inrichting mogelijk. 5.4.3 Conclusie De wetgeving omtrent externe veiligheid levert geen belemmeringen op voor het onderhavige bestemmingsplan Garrelsflat 2021.

5.5

Geluid

5.5.1

Wegverkeerslawaai

5.5.1.1 Beleidskader Artikelen 76 en 74 van de Wet geluidhinder (hierna Wgh) schrijven voor dat in ruimtelijke plannen, die betrekking hebben op gronden die langs een verkeersweg gelegen zijn, onderzocht dient te worden of op de gevel van gebouwen de maximale toegestane geluidsbelasting niet wordt overschreden. Langs alle wegen bevinden zich, als gevolg van de Wgh, geluidszones, met uitzondering van woonerven en 30 km/h-gebieden. Binnen de geluidszone van een weg dient de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen aan bepaalde wettelijke normen te voldoen. De zonebreedte is afhankelijk van een binnen of buitenstedelijke ligging en de hoeveelheid rijstroken van de weg en wordt gemeten uit de rand van de weg. Een naast die rijstrook liggend fietspad ligt dus ook in die zone. Ook een vluchtstrook, niet zijde een rijstrook ligt in de zone. De ruimte boven en onder de weg behoort ook tot de zone.

Garrelsflat 2021

33

Voor wegen die zijn ondergebracht in een 30 km/h-gebied geldt geen wettelijke geluidszone en is akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai in nieuwe situaties op grond van de Wgh niet verplicht. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening echter aannemelijk te worden gemaakt dat sprake is van een aanvaardbaar geluidsniveau. Indien dit niet aannemelijk is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidsbelasting op de gevels noodzakelijk, mogelijk en doelmatig zijn. Bij gebrek aan wettelijke normen kunnen uitsluitend de eerder vermelde voorkeursgrenswaarde en de uiterste grenswaarde uit de Wgh als referentiekader worden gehanteerd. Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidszone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De voorkeursgrenswaarde mag in principe niet worden overschreden. Indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat deze voorkeursgrenswaarde wel wordt overschreden, is onderzoek naar maatregelen gericht op het verminderen van de geluidsbelasting op de gevels van geluidgevoelige objecten noodzakelijk.

Onderscheid wordt gemaakt in maatregelen aan de kant van de bron (bijvoorbeeld geluidsreducerend asfalt), maatregelen in het overdrachtsgebied (bijvoorbeeld geluidsschermen), maatregelen aan de kant van de geluidsontvanger (bijvoorbeeld geluidsdove gevels) of het vergroten van de afstand tussen de geluidsbron en de ontvanger. Zijn maatregelen onvoldoende doeltreffend, dan wel ontmoeten deze maatregelen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard, dan kan onder bepaalde voorwaarden een verzoek tot vaststelling van (een) hogere waarde(n) worden ingediend bij burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend. Deze hogere grenswaarde mag, afhankelijk van de situatie, een bepaalde waarde niet te boven gaan (uiterste grenswaarde). De uiterste grenswaarde voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen langs bestaande wegen in binnenstedelijk gebied bedraagt 63 dB. Krachtens artikel 110g van de Wet geluidhinder mag het berekende geluidsniveau van het wegverkeer worden gecorrigeerd in verband met de verwachting dat motorvoertuigen in de toekomst stiller zullen worden. Voor wegen met een snelheid lager dan 70 km/h geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/h of meer geldt een aftrek van 2 dB.

Op alle in akoestische onderzoeken worden genoemde geluidsbelastingen is deze aftrek toegepast, tenzij anders vermeld 5.5.1.2 Analyse Het voorliggende bestemmingsplan maakt de realisatie van 12 nieuwe woningen mogelijk. Deze nieuwe woningen liggen binnen de zones van de stedelijke weg Hannie Schaftstraat-Doctor Albert Schweitzerlaan. Om vast te stellen wat de geluidbelasting op de nieuwe woningen is ten gevolge van het wegverkeer is akoestisch onderzoek nodig. Onderzocht is of er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden, vervolgens of hogere grenswaarden krachtens de Wet geluidhinder kunnen worden aangevraagd en waar zo nodig maatregelen moeten worden toegepast. Akoestisch onderzoek is uitgevoerd door Cauberg-Huygen (referentie 06717-53119-03, d.d. 30 november 2020, zie Bijlage 2). Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting vanwege de Hannie Schaftstraat maximaal 41 dB bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de Doctor Albert Schweitzerlaan maximaal 36 dB. Als gevolg van wegverkeer wordt de voorkeursgrenswaarde (van 48 dB) dus niet overschreden. Er hoeven geen hogere waarden te worden vastgesteld. Het afwegen van maatregelen is daarmee niet nodig. 5.5.1.3 Conclusie De wetgeving inzake wegverkeerlawaai levert geen belemmering op voor het onderhavige Garrelsflat 2021.

34

Garrelsflat 2021

5.5.2

Spoorweglawaai

5.5.2.1 Beleidskader Indien nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen de onderzoekszone van een spoorweg mogelijk worden gemaakt, moet onderzoek plaatsvinden naar de geluidsbelasting vanwege deze spoorweg. De zone is afgebeeld op de geluidkaart, te vinden op www.geluidregisterspoor.nl. Grondslag hiervoor is artikel 4.3 Besluit geluidhinder (Bgh). Binnen deze zone gelden voorkeursgrenswaarden en maximale grenswaarden voor spoorweglawaai (art. 4.9 t/m 4.12 Bgh). Bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarden is vaststelling van een hogere waarde mogelijk, mits de maximale grenswaarde daarbij niet wordt overschreden (art. 4.10 t/m 4.12 Bgh). Hogere grenswaarden worden alleen verleend als maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. 5.5.2.2 Analyse Het plangebied bevindt zich niet binnen de geluidszone van een spoorweg. 5.5.2.3 Conclusie Er hoeft voor het onderhavige Garrelsflat 2021 geen onderzoek gedaan te worden naar de invloed van spoorweglawaai. 5.5.3

Industrielawaai

De Wet geluidhinder bepaalt dat indien bij de vaststelling van een bestemmingsplan aan gronden een zodanige bestemming wordt gegeven dat daardoor een industrieterrein ontstaat, daarbij tevens een rond het betrokken terrein gelegen zone wordt vastgesteld, waarbuiten de geluidsbelasting vanwege dat terrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan. 5.5.3.1 Analyse Het plangebied bevindt zich niet in de geluidszone van een industrieterrein. 5.5.3.2 Conclusie Er hoeft voor het onderhavige Garrelsflat 2021 geen onderzoek gedaan te worden naar de invloed van industrielawaai.

5.6

Geur

5.6.1 Beleidskader In de Duurzaamheidsagenda van de gemeente Purmerend wordt geen toetsingskader op basis van geurpercentielen gepresenteerd. Als toetsingskader voor het onderwerp geur wordt het geurbeleid van Provincie Noord-Holland gehanteerd. In het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 van provincie Noord-Holland staat het geurbeleid voor 2015–2018. Het uitgangspunt is de nationale doelstelling van maximaal 12% geurgehinderden en geen ernstige geurhinder. 5.6.2 Analyse Gezien de aard van het project waarvoor het onderhavige Garrelsflat 2021 wordt opgesteld, speelt geur hier geen rol.

Garrelsflat 2021

35

5.6.3 Conclusie Er hoeft voor het onderhavige Garrelsflat 2021 geen onderzoek gedaan te worden naar mogelijke geurhinder.

5.7

Hoogbouw-effectrapportage

5.7.1 Beleidskader Op 28 september 2017 heeft de gemeenteraad van Purmerend de 'Hoogbouwvisie Purmerend' vastgesteld. In het kader van de 'Agenda Purmerend 2040' zal de focus de komende jaren vooral liggen op intensiveren in de bestaande stad. Ook het Rijk en de Provincie hebben in hun beleid aangegeven dat de noodzaak voor intensiveren in de stad urgent is. Eén van de middelen om te intensiveren in de stad is hoogbouw. Het doel van de hoogbouwvisie is het leveren van toetsingskaders voor hoogbouwinitiatieven op het schaalniveau van de stad en de plek. Bij het schaalniveau van de stad gaat het daarbij vooral om waar en hoe hoogbouw een bijdrage kan leveren aan de morfologie en ontwikkeling van Purmerend. Op het schaalniveau van de plek gaat het om inpassing van het gebouw in de omgeving. Hier spelen aspecten als bezonning en wind een rol, maar ook hoe hoogbouw kan bijdragen aan meer en beter gebruik van de publieke ruimte. De visie biedt een kader voor bewoners, beslissers, ontwikkelaars en de gemeente en geeft duidelijkheid over de keuzes die mogelijk zijn. Met deze visie kunnen de verschillende initiatieven binnen een afgewogen kader worden getoetst en wordt invulling gegeven aan de verschillende ambities en doelstellingen die de stad heeft gesteld voor de toekomst.

In de hoogbouwvisie zijn gebieden aangewezen waar door middel van hoogbouw van meer dan 25 meter een grote bijdrage kan worden geleverd aan de stedelijke woonbehoefte en de leefbaarheid en vitaliteit van Purmerend. Eén van deze gebieden is de stedelijke rug van Purmerend dat het oostelijk deel van Purmerend en het Purmerbos verbindt met het centrum. Hoogbouw kan zich concentreren langs deze stedelijke rug (o.a. Purmersteenweg, Waterlandlaan, IJsselmeerlaan). Belangrijke knooppunten langs entrees aan deze as kunnen worden gemarkeerd met hogere accenten. Om hoogbouwinitiatieven te beoordelen zijn vuistregels opgesteld. Van de initiatiefnemer van hoogbouw wordt verwacht dat de vuistregels worden meegenomen en afgewogen in een door de initiatiefnemer op te stellen hoogbouweffectrapportage. Deze is verplicht bij een hoogte van meer dan 25 meter (8 lagen). De hoogbouweffectrapportage helpt al in een vroeg stadium bij de beslissing of een hoogbouwinitiatief op die plek, met die hoogte en in die vorm wel of niet wenselijk is. Onderhavig plangebied is gelegen aan de Rudolf Garrelsstraat en heeft deels betrekking op bestaande hoogbouw. 5.7.2 Analyse Het voorliggende bestemmingsplan gaat uit van behoud van de bestaande hoogbouw en een beperkte uitbreiding van de verhoogde plint. Deze uitbreiding is vanwege de hoogte van 6,5 meter niet aan te merken als hoogbouw.

5.7.3 Conclusie Er hoeft voor het onderhavige Garrelsflat 2021 geen onderzoek gedaan te worden naar hoogbouw.

36

Garrelsflat 2021

5.8

Luchtkwaliteit

5.8.1 Beleidskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een uit een oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Op 15 november 2007 is wet- en regelgeving in werking getreden die tezamen bekend staat onder de naam 'Wet luchtkwaliteit'. Dit is echter geen formele benaming. Op basis van deze wetgeving kunnen ruimtelijk-economische initiatieven worden uitgevoerd als aan één of meer voorwaarden wordt voldaan: grenswaarden niet worden overschreden, of; de luchtkwaliteit per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft, of; het initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De kern van titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) bestaat uit luchtkwaliteitseisen, gebaseerd op de Europese richtlijnen. Een overzicht van deze luchtkwaliteitseisen is te vinden in het Compendium voor de Leefomgeving. Verder bevat titel 5.2 van de Wm basisverplichtingen op grond van Europese richtlijnen, namelijk: plannen, maatregelen, het beoordelen van luchtkwaliteit, verslaglegging en rapportage. Titel 5.2 van de Wm regelt het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

Daarbinnen werken het rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Met het Besluit gevoelige bestemmingen van 1 december 2008, gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer, wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen'- zoals een school of een verzorgingstehuis- in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Het besluit voorziet in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek noodzakelijk is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg. Waar in de onderzoekszone de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een 'gevoelige bestemming' niet toenemen. Dit wordt bereikt door op een dergelijke plek de vestiging van bijvoorbeeld een school niet toe te staan. Bij uitbreidingen van bestaande gevoelige bestemmingen is een eenmalige toename van maximaal 10% van het totale aantal blootgestelden toegestaan. 5.8.2 Analyse Het project waarvoor het onderhavige Garrelsflat 2021 wordt opgesteld draagt niet bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Er worden maar 12 woningen toegevoegd aan de bestaande flat.

Deze komen in de plaats van garageboxen in de plint. Uit toepassing van de NIBM-tool lijkt dat 12 woningen als 'niet in betekenende mate' (NIBM) is aan te merken. 5.8.3 Conclusie Er hoeft voor het onderhavige Garrelsflat 2021 geen onderzoek gedaan te worden naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit.

5.9

Milieuzonering

5.9.1 Beleidskader Milieuzonering legt een relatie tussen de milieuaspecten van een bedrijf - geluid, geur, gevaar en stof en de omgeving. Daarnaast is de mate waarin een bedrijfstype personen- of goederenverkeer genereert mede bepalend voor de mate van hinder, en dus voor de mogelijkheid tot vestiging of uitbreiding. Bij milieuzonering staan vier vragen centraal:

Garrelsflat 2021

37

1. 2. 3. 4.

Welke afstand is aanvaardbaar tussen nieuwe bedrijven en nieuwe woningen? Welke afstand is aanvaardbaar tussen nieuwe bedrijven en bestaande woningen? Welke afstand is aanvaardbaar tussen bestaande bedrijven en nieuwe woningen? Mag een concreet bedrijf zich op een bepaalde locatie vestigen?

Voor het opstellen van een milieuzonering hanteert de gemeente Purmerend de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. Met behulp van richtafstanden wordt bepaald welke afstand aanvaardbaar is. 5.9.2 Analyse Het onderhavige Garrelsflat 2021 maakt de toevoeging van woningen in een bestaande woonwijk mogelijk. In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen relevante bedrijven waardoor er geen belemmeringen zijn op het gebied van milieuzonering. 5.9.3 Conclusie In het onderhavige Garrelsflat 2021 speelt milieuzonering geen rol.

5.10

Natuurwaarden

5.10.1 Beleidskader In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat hoe de ontwikkelingen die hierin mogelijk worden gemaakt zich verhouden met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Wet Natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Daarmee zijn gebiedsbescherming en soortbescherming bij elkaar gebracht in één Nederlandse wet. Deze wet beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren en hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen. De Wet Natuurbescherming wijkt in een aantal opzichten af van de Flora- en faunawet; de strekking is echter hetzelfde. In de wet is onder meer bepaald dat beschermde dieren niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en planten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden (algemene verbodsbepalingen). Net als in de Flora en faunawet is de Wet Natuurbescherming een zorgplicht opgenomen, een algemeen geldende fatsoensnorm voor de omgang met flora en fauna. Deze zorgplicht houdt in dat menselijk handelen zo weinig mogelijk nadelige gevolgen voor flora en fauna mag hebben.

De soortbeschermingsbepalingen uit de Europese richtlijnen Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR) zijn in de Wet Natuurbescherming geïmplementeerd: soorten en vegetatietypen waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, worden beschermd onder de nieuwe Wet Natuurbescherming. Ongeveer 200 soorten verliezen hun bescherming in vergelijking met de eerder vigerende Flora-en faunawet, voornamelijk soorten vaatplanten (muurplanten, orchideeën) en (zee)vissen. De bij de Flora en faunawet gehanteerde gedragscodes blijven bestaan, zij het dat de lijsten met beschermde soorten wijzigen en aangepast moeten worden. Voor soortbescherming in relatie tot ruimtelijke ingrepen is een aantal artikelen in de nieuwe Wet Natuurbescherming van belang: Zorgbeginsel artikel 1.10 en 1.11: net als bij artikel 2 Ffwet is de intrinsieke waarde van soorten vastgesteld in een doelbepaling en geldt voor alle soorten, los van een beschermingsregime, een zorgplicht. Dit zorgbeginsel is vergelijkbaar met de zorgplicht in de Ffwet. Actieve soortbescherming, artikel 1.12: provincies moeten verplicht beleid opstellen voor de bescherming van soorten, specifiek in hun eigen provincie. Dit beleid is nog in ontwikkeling en de inhoud is nog niet bekend. In de Wet Natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden: 1. Soorten van Vogelrichtlijn:

38

Garrelsflat 2021

Bescherming van alle in het wild levende volgens in de EU, beschreven in artikel 3.1-3.4 van de Wet Natuurbescherming. Dit beleid verandert deels t.o.v. de Ffwet. Hieronder valt ook het begrip "opzettelijk" is bij doden, vangen en verstoring van nesten etc. opgenomen. Hieronder valt ook het begrip voorwaardelijk opzet". De grote verandering is dat verstoring onder de nieuwe wet is toegestaan, mits de staat van instandhouding van de soort maar niet in het geding komt. Degene die de verstoring begaat, moet dan aantonen dat er geen verstoring van wezenlijke invloed is. Verstoren van broedende vogels (op nest) en eieren blijft verboden. De provincie kan hiervoor vrijstellingen maken en ontheffingen verlenen. 2. Soorten van Habitatrichtlijn: Bescherming van dier- en plantensoorten in artikel 3.5-3.9: A. die strikt beschermd zijn op grond van Habitatrichtlijn bijlage IV, Verdrag van Bern, bijlage I en II, Verdrag van Bonn bijlage I. In het geval van ontheffing of vrijstelling moet aan drie voorwaarden voldaan worden: dat er geen andere bevredigde oplossing bestaat, de handeling noodzakelijk is (diverse redenen mogelijk, waaronder die van groot openbaar belang met redenen van sociale en economische aard) en tot slot alleen wanneer er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort in haar natuurlijke verspreidingsgebied. B.

die streng beschermd zijn op grond van Habitatrichtlijn bijlage V, Verdrag van Bern bijlage III, Verdrag van Bonn bijlage II. Hiervoor moeten maatregelen worden getroffen indien de gunstige staat van instandhouding in het geding is. In geval van ontheffing of vrijstelling moet alleen voldaan worden aan de eis dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt. Hiervoor zijn maatregelen verplicht. Ook hier is het opzetvereiste van toepassing, maar in tegenstelling tot vogels is er geen uitzondering dat 'verstoring toegestaan is zolang het niet van wezenlijke invloed is'. Via een AMvB kunnen nadere regels gesteld worden. De provincie kan vrijstellingen maken en ontheffingen verlenen, met in achtneming van de belangen. 3 Andere soorten: Dit zijn de in de bijlage van artikel 3.10 van Wet Natuurbescherming genoemde soorten. In deze bijlage staan zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Onderdeel A bevat de fauna en onderdeel B de flora. Deze lijst is een nationale toevoeging en betreft soorten die in principe een landelijke achteruitgang kennen. In praktijk is deze bescherming lichter en verwacht wordt dat ontheffingen vrij gemakkelijk verkregen kunnen worden, aangezien er niet de zwaardere belangen gelden voor de soorten van de Europese richtlijnen.

Ruimtelijke ontwikkeling is een geldig belang voor een ontheffing (artikel 3.10.2 onderdeel a). Opzettelijk verstoren in algemene zin, wordt voor deze groep niet genoemd als verbod. De provincies kunnen voor deze lijst vrijstellingsbesluiten maken. Op dit moment staan ook zeer algemene soorten op deze lijst; mogelijk zal er een vrijstellingsbesluit of AMvB opgesteld worden hoe hier mee om te gaan. De provincie Noord-Holland heeft nog geen lijst met vrijstellingsbesluiten gemaakt. Natuurnetwerk Nederland De Provinciale Ruimtelijke Verordening van de provincie Noord-Holland bepaalt dat een bestemmingsplan voor een gebied dat is aangeduid als natuurnetwerk Nederland, strekt tot de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden. In Purmerend zijn alleen enkele delen van het Purmerbos en een stuk agrarische grond tegen Ilpendam aan, als deel van het NNN aangemerkt. Ook ligt er langs de ringvaart van de Wijde Wormer, waar Weidevenne aan grenst, een dergelijk gebied. Het onderhavige project maakt dus geen onderdeel uit van het NNN.

Garrelsflat 2021

39

5.10.2 Analyse In verband met de voorgenomen renovatie is door Dresmé&vanderValk een natuurtoets uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten en de gevolgen voor beschermde gebieden (d.d. 21 december 2018, zie Bijlage 3). Uit het onderzoek blijkt dat vissen, amfibieën, reptielen en insecten vanwege het ontbreken van open water in het plangebied op voorhand kunnen worden uitgesloten. Omdat de aanwezigheid van vleermuizen, mogelijke locaties van beschermde vogelnesten en beschermde flora niet op voorhand kon worden uitgesloten is nader archief- en veldonderzoek uitgevoerd. Daaruit is gebleken dat in de flat verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in de vorm van één zomer- en paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis en twee paar- en winterverblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis. Er is geen sprake van jaarrond beschermde vogelnesten of beschermde plantensoorten. Vanwege de verblijfplaatsen voor vleermuizen is in het kader van de voorgenomen renovatie van de flat een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk en er dienen mitigerende en compenserende maatregelen te worden genomen. Naar aanleiding van de voorgenomen renovatie en verbouwing is in het voorjaar 2020 een activiteitenplan, mitigatie- & compensatieplan opgesteld en inmiddels is de ontheffing van de Wet natuurbescherming verleend op 09 juli 2020 (zie Bijlage 4).

Naar aanleiding van jurisprudentie en de daaruit voortkomende gewijzigde regelgeving met betrekkig tot de PAS is het voor projecten nodig om na te gaan of de aanleg- en gebruiksfase van een project tot stikstofdepositie kan leiden in een Natura 2000-gebied. Een Aerius-berekening van de stikstofdepositie is uitgevoerd door Cauberg-Huygen (referentie 06717-53119-04, d.d. 10 november 2020, zie Bijlage 5). Uit de notitie blijkt voor zowel de (ver)bouwfase als de gebruiksfase dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jaar van de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden. Er is dus geen vergunning benodigd ingevolge de Wet natuurbescherming. 5.10.3 Conclusie Het project heeft geen invloed op de in de nabijheid van Purmerend gelegen Natura 2000-gebieden. Er is nader onderzoek gedaan naar de invloed op flora en fauna. Daaruit blijkt dat het project gevolgen kan hebben voor verblijfplaatsen voor vleermuizen. Hiervoor is in het voorjaar 2020 een activiteitenplan, mitigatie- & compensatieplan opgesteld en een ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd. De ontheffing is inmiddels verleend zodat er geen sprake is van een nadelige invloed op flora en fauna.

5.11

Planologisch relevante leidingen

5.11.1 Beleidskader Voor ruimtelijke plannen in de omgeving van hogedrukaardgasleidingen en leidingen voor aardolieproducten met een externe veiligheidscontour is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. Op grond van dit besluit dienen plannen te worden getoetst aan de grens- en richtwaarde voor het plaatsgebonden risico (PR) en de oriënterende waarde voor het groepsrisico (GR). 5.11.2 Analyse Binnen het plangebied liggen geen planologisch relevante leidingen. Ook in de nabijheid van het plangebied is geen sprake van leidingen die van invloed kunnen zijn op het project. 5.11.3 Conclusie De wetgeving inzake planologisch relevante leidingen levert geen belemmering op voor het onderhavige Garrelsflat 2021.

40

Garrelsflat 2021

5.12

Verkeer en parkeren

5.12.1 Beleidskader Het onderhavige ruimtelijke plan heeft invloed op het omliggende wegennetwerk. Het plan genereert verkeer en bovendien zijn er meer parkeerplaatsen noodzakelijk. Het onderhavige plan mag als gevolg van deze invloed het omliggende wegennetwerk niet onevenredig nadelig beïnvloeden. Bovendien dient voldaan te worden aan de parkeernormering. 5.12.2 Analyse Verkeersgeneratie In het onderhavige plan worden 12 woningen toegevoegd. Dit heeft een toename van de verkeersgeneratie tot gevolg. Voor de berekening van de toekomstige verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW publicatie 381 “Toekomstbestendig parkeren' (december 2018). Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van een bouwplan moet rekening gehouden worden met de 1) de stedelijkheidsgraad van een gemeente en 2) in welk gebied het bouwplan gerealiseerd wordt. De gemeente Purmerend is een 'sterk stedelijke' gemeente en het plangebied is gelegen in 'rest bebouwde kom'. De woningen vallen in de categorie 'huur, appartement, middel/goedkoop'. Hiervoor geldt een kencijfer van minimaal 3,2 tot maximaal 4,0 motorvoertuig bewegingen per woning voor. Op basis hiervan zal het plan dan ook gemiddeld 43 motorvoertuigbewegingen per etmaal genereren.

Een toename van 43 motorvoertuigbewegingen per etmaal is beperkt en zal, net als in de huidige situatie, worden afgewikkeld via de Hannie Schaftstraat en de Rudolf Garrelsstraat. Deze bestaande wegen hebben voldoende capaciteit om het extra verkeer (inclusief fietsverkeer) zonder problemen te kunnen afwikkelen. Het aspect verkeersgeneratie vormt derhalve geen belemmering. Parkeerbehoefte De parkeerbehoefte van het onderhavige plan wordt berekend aan de hand van de Nota Parkeernormen 2016, vastgesteld op 26 mei 2016. De Nota Parkeernormen doorloopt een parkeertoets die moet vaststellen hoeveel parkeerplekken er nodig zijn ten behoeve van de nieuwe ontwikkeling. Het plangebied bevindt zich in de 'rest bebouwde kom'. De nieuwe woningen vallen onder de categorie 'woning 80-150 m² niet gestapeld/woning 65-120 m² gestapeld'. Hiervoor geldt een parkeernorm van 1,7 parkeerplaatsen per woning. Bij 12 nieuwe woningen resulteert dat in beginsel in 20,4 nieuwe parkeerplaatsen die nodig zijn ten behoeve van de nieuwe ontwikkeling. Echter, op grond van de Nota wordt dubbelgebruik toegepast. In de parkeernorm zit namelijk een bezoekersdeel verdisconteerd. Aangezien bewoners en hun bezoek niet altijd op hetzelfde moment parkeren is de daadwerkelijke parkeereis iets lager, namelijk 18 parkeerplaatsen.

Uit parkeerdrukonderzoek (zie Bijlage 6 Parkeeronderzoek Wheermolen-Oost ) is gebleken dat de parkeerdruk in de omgeving (ca. 84,5 %) te hoog is om de 'restcapaciteitsregeling' conform de Nota Parkeernormen toe te passen. Voor het uitbreiden van de flat met 12 woningen zal dan ook extra parkeergelegenheid moeten worden gecreëerd in de vorm van minimaal 18 parkeerplaatsen. Daar wordt bij de herinrichting van de openbare ruimte rekening mee gehouden.

Garrelsflat 2021

41

Afbeelding: overzicht parkeerdruk in de omgeving van het plangebied

5.12.3 Conclusie Het project leidt tot een toename van 43 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Een dergelijke toename is beperkt en zal, net als in de huidige situatie, worden afgewikkeld via de Hannie Schaftstraat en de Rudolf Garrelsstraat. Deze bestaande wegen hebben voldoende capaciteit om het extra verkeer (inclusief fietsverkeer) zonder problemen te kunnen afwikkelen. Het aspect verkeersgeneratie vormt derhalve geen belemmering. Op grond van de Nota Parkeernormen is gebleken dat de parkeerbehoefte van het plan minimaal 18 parkeerplaatsen bedraagt. Rond de Garrelsflat zullen in het kader van de herinrichting van de openbare ruimte minimaal 18 extra parkeerplaatsen worden aangelegd. Het aspect parkeren vormt daarmee geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan.

5.13

Water

5.13.1 Beleidskader Nota Waterbeleid 21e eeuw Op basis van beleid dat voortkomt uit de nota 'Waterbeleid 21e eeuw' is een watertoetsproces ingesteld bij de ruimtelijke planvorming. Het watertoetsproces heeft tot doel om elkaar vroegtijdig te informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van het belang van water en dit in ruimtelijke plannen gestalte te geven. Een watertoetsproces leidt onder andere tot een waterparagraaf in het plan. De diepgang van de watertoets en de inhoud van de waterparagraaf kan verschillen naar de aard van de planvorming. De watertoets moet er voor gaan zorgen dat er bij de inrichting van ons land bewust rekening wordt gehouden met water. De waterbeheerder en initiatiefnemer nemen daarvoor samen de waterhuishoudkundige doelstellingen zichtbaar en evenwichtig mee bij alle ruimtelijke plannen of ingrepen. Naast de in de toelichting genoemde Watertoets is er in de Nota 'Waterbeleid 21e eeuw' (Commissie Tielrooij, 2000) het principe van 'Vasthouden - Bergen - Afvoeren' als ordeningsprincipes geïntroduceerd. Dit is bedoeld om het watersysteem op een duurzame en robuuste manier in te richten, teneinde de burgers een prettige en veilige leefomgeving te bieden. Nationale Waterplan 2016-2021 In het Nationale Waterplan staan vijf ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven.

Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Het kabinet kiest voor een grotere inzet op verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren

42

Garrelsflat 2021

schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder wil het kabinet dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht, dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. Tot slot wil het kabinet dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen. Water en ruimtelijke ordening zijn dus steeds meer met elkaar verweven. In het verleden werd water vooral geplooid naar de wensen van inrichters en gebruikers. Steeds vaker verschijnt waterproblematiek in de actualiteit. De hoogwatersituaties van de afgelopen jaren, maar ook verdrogingsverschijnselen, hebben aangetoond dat water een belangrijk aspect is bij ruimtelijke ordening. Daarom moet men water beter inbedden in ruimtelijke plannen. Ook vraagt klimaatverandering om ruimtelijke aanpassingen. Denk hierbij aan zeespiegelstijging, hogere afvoeren van rivieren en hevige regenbuien en perioden van droogte. Het wateraspect moet men zo vroeg mogelijk betrekken bij ruimtelijke planvorming. In structuurvisies en bestemmingsplannen staat de wettelijke verplichting om de gevolgen voor water af te wegen via de watertoets.

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moeten planners rekening houden met waterhuishoudkundige eisen op korte en lange termijn. Het proces van de watertoets voorziet erin dat rekening wordt gehouden met de eisen zoals die vanuit het waterbeheer worden gesteld. Dit is niet alleen van belang voor een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem. Het is ook belangrijk om zoveel mogelijk te voorkomen dat er problemen met water ontstaan nadat men heeft gebouwd. Tenslotte moet men in de waterparagraaf van zowel structuurvisies, bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen verantwoorden hoe het plan rekening houdt met: waterkwantiteit, waterkwaliteit, oppervlaktewater, grondwater, afvalwater en de landschappelijke aspecten van water. Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing.

Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. 5.13.2 Analyse In het kader van het voorliggende bestemmingsplan Garrelsflat 2021 is overleg opgestart met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier door middel van het digitaal watertoetsformulier. Het project is aangemeld op 15 september 2020 (PRS nummer 3919). Omdat het plangebied is gelegen in de zone van een regionale waterkering zal er nader overleg plaatsvinden. De woningen worden voorzien van een groen/sedum dak. Dit zijn maatregelen die worden genomen om voor een vertraagde afvoer van hemelwater te zorgen. Uit de op 15 september 2020 doorlopen digitale watertoets zijn twee aandachtpunten naar voren gekomen, namelijk: Zonering regionale waterkering en Zonering primaire waterlopen.

Doordat er geen verhardingtoename plaatsvindt ten opzichte van de bestaande flat zal er volgens het Hoogheemraadschap geen uitbreiding plaatsvinden met negatieve effecten op de waterstaatswerken van het hoogheemraadschap.

Garrelsflat 2021

43

Het gebouw (bestaande flat) valt in beschermingszones A en B, maar de nieuwbouw lijkt volledig in beschermingszone B te vallen. Er worden geen graafwerkzaamheden uitgevoerd waardoor risico's voor opbarsten van de ondergrond kunnen ontstaan. Vanuit Waterveiligheid en de waterhuishouding worden daarom door het Hoogheemraadschap geen bezwaren voorzien bij de renovatie van het gebouw en de uitbreiding aan de noordwest zijde. De nieuwbouw heeft geen invloed op onze waterkering en eventuele toekomstige kadeversterkingen. Ten aanzien van het watersysteem, de primaire waterloop, is het bij (al dan niet tijdelijke uitvoerings) werkzaamheden binnen 5 meter van een waterstaatswerk van belang dat deze niet negatief worden beïnvloed. Hierover zal vooraf melding worden gedaan wat de werkzaamheden inhouden en wanneer deze zullen plaatsvinden. Dit zal gebeuren via de website van het hoogheemraadschap onder het kopje meldingen. 5.13.3 Conclusie Voor het project is een digitale watertoets doorlopen. Daaruit blijkt dat het project geen nadelige gevolgen heeft voor de waterhuishouding.

5.14

Milieu-effectrapportage

5.14.1 Beleidskader Voor bepaalde grootschalige ontwikkelingen op het gebied van woningen, bedrijvigheid en infrastructuur dient op grond van het Besluit milieu-effectrapportage 1994 een milieu-effectrapportage (mer) opgesteld te worden. Hierin moet worden aangegeven wat de gevolgen zijn van de ontwikkelingen voor het milieu. In het Besluit mer is aangegeven in welke gevallen er onderzoek gedaan moet worden. Afhankelijk van de grootte van het project zijn er de volgende mogelijkheden: 1. bij een project dat voorkomt in onderdeel C van de bijlage van het Besluit mer en boven de daar genoemde drempelwaarden uitkomt, geldt een directe mer-plicht. In dat geval dient een mer opgesteld te worden. Dit geldt ook voor een project die onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel C blijft, maar boven de drempelwaarden die in onderdeel D gegeven worden ligt en waarvoor een (kaderstellend) bestemmingsplan opgesteld wordt. 2. indien er geen directe mer-plicht geldt, kan er wel een vormvrije mer-beoordelingsplicht gelden. Dit geldt voor projecten die in onderdeel D genoemd worden en niet boven de drempelwaarde uitkomen. Hierbij moet worden onderzocht of er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Er gelden geen vormvereisten, maar wel inhoudelijke vereisten: de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn moeten in acht worden genomen.

Als de uitkomst is dat het uitgesloten is dat er belangrijke gevolgen voor het milieu zijn, dan dit moet in de toelichting van het Garrelsflat 2021 worden gemotiveerd. Zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet uitgesloten, dan geldt een mer -plicht. Van een directe mer-plicht zal in Purmerend vrijwel nooit sprake zijn. Van een mer -beoordelingsplicht kan sprake zijn bij een stedelijk ontwikkelingsproject, oftewel de bouw van woningen, kantoorgebouwen of andere stedelijke voorzieningen. Hier moet worden beoordeeld of er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden. Hoe verder het project van de drempelwaarde af ligt, hoe kleiner de nadelen voor het milieu zullen zijn.

44

Garrelsflat 2021

5.14.2 Analyse De voorgenomen activiteit is niet aan te merken als een project waarvoor een directe mer-plicht bestaat. Woningen zijn wel opgenomen in onderdeel D (categorie D.11.2) van bijlage II bij het Besluit mer maar het aantal van 12 valt ver onder de drempelwaarden die hier genoemd wordt. De activiteit is in dit geval niet als een stedelijk ontwikkelingsproject aan te merken aangezien de realisatie van 12 extra woningen ook al mogelijk is in het geldende bestemmingsplan (zie paragraaf 1.3.1). Het bestemmingsplan maakt door het toestaan van een uitbouw alleen een andere configuratie van deze woningen mogelijk. Hierdoor zijn grotere woningen mogelijk. Er is dan ook geen plicht tot het doen van een mer-beoordeling. 5.14.3 Conclusie Gezien de kenmerken van de potentiële effecten van het voornemen in combinatie met de kenmerken/gevoeligheid van de omgeving waarin deze optreden, is de impact van het plan op het milieu gering te noemen. Het is dus niet noodzakelijk om een mer op te starten.

5.15

Duurzaamheid

Voor de ontwikkeling van dit plan wordt rekening gehouden met duurzaam bouwen. Er kunnen tal van duurzame maatregelen worden getroffen. Hieronder valt bijvoorbeeld het gebruik van stadsverwarming als een duurzame energievoorziening waardoor we gasloos bouwen. Daarnaast worden de woningen voorzien van een sedumdak welke bijdraagt aan de waterretentie en hittestress in de wijk. Het plan zal dan ook volgens het laatste bouwbesluit en de dan geldende BENG norm worden uitgevoerd. De woningen worden voorzien van 100% gerecycled kunststof kozijnen. Hiermee sluiten we de kringloop van het project. Tijdens de renovatie van de achterliggende flat zijn de bestaande kozijnen verwijderd en afgevoerd. Deze bestaande kozijnen worden tot een korrel teruggebracht en weer gebruikt voor de nieuwe kozijnen in deze woningen. De woningen worden goed geïsoleerd met de volgende thermische waarden:

Afbeelding: Thermische waarden

Garrelsflat 2021

45

46

Garrelsflat 2021

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

De gemeente mag op basis van de Wet ruimtelijke ordening alleen meewerken aan planontwikkelingen die haalbaar en uitvoerbaar zijn. Ingevolge artikel 3.1.6 Bro dient de toelichting van een Garrelsflat 2021 inzichten te bevatten over de uitvoerbaarheid van een plan.

6.1

Privaatrechtelijke uitvoerbaarheid

De gronden onder de toekomstige plintwoningen in het plangebied zijn gedeeltelijk eigendom van de gemeente Purmerend. Deze worden aangekocht door woningcorporatie Intermaris.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw daarvan planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd én geen locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningbouwcategorieën) hoeven te worden vastgesteld. De kosten van het project worden gedragen door woningcorporatie Intermaris. Deze heeft voldoende budget beschikbaar om de woningen te realiseren. Vanwege de grote behoefte aan middenhuurwoningen is de verwachting dat de ontwikkeling rendabel zal zijn. Het betreft hier een deelproject binnen de grondexploitatie van Wheermolen-Oost en er is sprake van gronduitgifte door de gemeente. Daarmee is het kostenverhaal onderdeel van de gevraagde grondprijs en is een anterieure overeenkomst niet nodig.

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.3.1 Algemeen In deze paragraaf wordt ingegaan op het draagvlak dat in de maatschappij en bij andere (overheids-) instanties leeft voor de ontwikkeling. Het moet aannemelijk zijn dat er voldoende draagvlak is, waarbij opgemerkt wordt dat het is niet mogelijk is iedereen tevreden te stemmen. Bij het tegen elkaar afwegen van de diverse belangen kan het altijd mogelijk zijn dat één belang minder gewicht wordt toegekend dan het ander. 6.3.2 Communicatie Wheermolen-Oost bestaat meer dan 50 jaar en is toe aan vernieuwing. Zowel de woningen van Intermaris als het openbaar gebied, de riolering en bepaalde voorzieningen waaronder het winkelcentrum, zijn toe aan een opknapbeurt. Hierover heeft de afgelopen periode overleg plaatsgevonden met de buurt. Ook is regelmatig informatie gedeeld via de website wijwheermolen.nl en de website van Intermaris. 6.3.3 Participatie In 2016/2017 heeft Intermaris een bewonersonderzoek uitgevoerd onder de huurder in Wheermolen-Oost. De leefbaarheid in de wijk is één van de verbeterpunten die naar voren kwamen. De bewoners voelen zich niet altijd veilig in de wijk waaronder de begane grond van de flats bestaande uit garageboxen. Voor het verbeteren van de leefbaarheid in de wijk/flat is Intermaris gaan onderzoeken wat er mogelijk is. Hoe kunnen we de garageboxen een andere invulling geven waarbij het veiligheidsgevoel bij de bewoners verbetert.

Garrelsflat 2021

47

Eind 2018 is een participatietraject gestart met vijf verschillende scenario's om een nieuwe invulling te geven aan de plint van het gebouw. De diverse scenario's zijn vervolgens getoetst bij verschillende doelgroepen om te kijken of er voldoende draagvlak is. Er hebben hiervoor drie participatiemomenten plaatsgevonden: Stap 1; Gemeente, InterWhere en flatteams. In een gezamenlijke bijeenkomst zijn de verschillende scenario's behandeld. Hierna zijn de voorkeuren per scenario besproken. Stap 2; Interne klant. Alle personeelsleden van Intermaris waren uitgenodigd tijdens een ontbijt- of lunchsessie om de verschillende scenario's te bekijken. Door middel van een stemformulier konden ze hun mening achterlaten. Stap 3; Bewoners, garagehouders en omwonenden. De bewoners van alle vier de te renoveren hoogbouwflats in Wheermolen-Oost en hun omwonenden waren uitgenodigd. Zij konden op een bepaald tijdstip voor hun flat de verschillende scenario's bekijken en hun stem achterlaten. Hieronder zijn de voorkeuren van de verschillende stappen in het participatietraject inzichtelijk gemaakt.

Duidelijk komt naar voren dat de partners (gemeente, InterWhere en de flatteams) en de bewoners/omwonenden kiezen voor een algemene fietsenberging. Daarnaast kiezen voor een ruimte voor ontmoeting. Ook interessant is de interne klant, die zet wonen op één. De woningnood is hoog en als organisatie verhuurt Intermaris voornamelijk woningen. De bewoners zijn het daar niet helemaal mee eens en hebben dit scenario op de derde plek gezet. Naast de uitdagingen in de Woningwet omtrent het scenario commerciële verhuur van opslagruimte is er ook niet voldoende draagvlak bij de verschillende stakeholders. Deze optie is door onvoldoende draagvlak na de inspiratiesessie en interne smaaktest komen te vervallen en daarom niet meegenomen in de smaaktest extern. Vervolgens zijn de scenario's nieuwe entree, fietsenberging en woningen meegenomen in de aanbesteding van de renovatie van de flat. De Bewonersgroep Garrelsflat heeft deelgenomen aan de eindpresentaties van de renovatieaannemers. De geselecteerde aannemer heeft de scenario's verder uitgewerkt tot een definitief ontwerp. Begin 2020 is het Sociaal plan met de Bewonersgroep Garrelsflat ondertekend en is gestart met het ophalen van 70% bij de huurder in de gehele flat aan de Rudolf Garrelsstraat. Hierin staat ook de transformatie van de begane grond beschreven tot 12 woningen.

Eind juli 2020 hebben meer dan 70% van de bewoners goedkeuring gegeven aan het sociaal plan en daarmee ook aan de transformatie van

48

Garrelsflat 2021

de flat. De omwonenden van de flat worden door nieuwbrieven op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen van de flat en in de wijk. Hiervoor heeft Intermaris een eigen projectsite www.intermaris.nl/wheermolenoost en is er een gezamenlijke website met de gemeente rondom de ontwikkelingen in Wheermolen-Oost, www.wijwheermolen.nl. 6.3.4 Overleg ingevolge artikel 3.1.1 Bro Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat een bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een ruimtelijk plan, daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van Rijk en provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Artikel 3.1.6 Bro bepaalt daarnaast dat in de toelichting de uitkomsten van dit overleg worden beschreven. In het kader van het vooroverleg heeft er overleg plaatsgevonden met het hoogheemraadschap (zie hoofdstuk 5.13). Het overleg heeft niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. 6.3.5 Inspraak ingevolge Algemene inspraakverordening gemeente Purmerend De Algemene Inspraakverordening van de gemeente Purmerend bepaalt dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden kan besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid.

In het onderhavige geval is het project van zodanig omvang en aard dat besloten is om af te zien van de procedure op grond van de inspraakverordening. Wel is er een participatieproces met de omgeving doorlopen, zie paragraaf 6.3.3. 6.3.6 Overleg ingevolge artikel 3.8 Wro Artikel 3:8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Deze afdeling bevat bepalingen rond de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Het ontwerp van dit bestemmingsplan heeft - gecoördineerd met de ontwerp-omgevingsvergunning - ter inzage gelegen van 1 februari 2021 tot en met 15 maart 2021. In die periode bestond de gelegenheid voor een ieder om een zienswijze in te dienen tegen de ontwerp-besluiten. De kennisgeving is in de Staatscourant en het Purmerends Nieuwsblad van 28 januari 2021 geplaatst. Er zijn geen zienswijzen ontvangen. Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan is het vast te stellen bestemmingsplan wel ambtshalve enigszins aangepast: in de toelichting is een actualisatie m.b.t. de herinrichting van de buitenruimte doorgevoerd, is deze paragraaf geactualiseerd en in de regels is de borging van het woonsegment aangescherpt.

Garrelsflat 2021

49

50

Garrelsflat 2021

Hoofdstuk 7

Juridische planbeschrijving

Dit hoofdstuk bevat de toelichting op de gekozen planvorm, die van een gedetailleerd Garrelsflat 2021. Tevens geeft het inzicht in de overwegingen die aan de juridische regeling ten grondslag hebben gelegen.

7.1

Planvorm

Het onderhavige plan voorziet in een actueel en adequaat juridisch kader voor ontwikkeling en beheer van het plangebied. Het is een plan op basis van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Gezien het gewenste behoud van de ruimtelijke en functionele structuur en de beperkte mate van ontwikkeling is gekozen voor een gedetailleerde planvorm. Deze planvorm maakt het mogelijk de aanwezige functies in het plangebied te voorzien van een gedetailleerde bestemmingsregeling waardoor de ruimtelijke kwaliteit in het gebied als zodanig kan worden beheerd en behouden. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het direct mogelijk is om met het bijbehorende renvooi (verklaring van de bestemmingen) te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied gegeven zijn. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft omtrent de in acht te nemen horizontale en verticale maten. In de bijbehorende voorschriften zijn de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de gebruiksbepalingen alsmede de eventuele afwijkingsmogelijkheden te vinden. Voor een goede ruimtelijke ordening is het noodzakelijk dat de in het bestemmingsplan gestelde regels zodanig zijn opgesteld dat deze (goed) te handhaven zijn.

Het gemeentebestuur is van oordeel dat de regels in het onderhavige plan voldoen aan deze eis.

7.2

Bestemmingsregeling

De in het plangebied aanwezige woonfunctie is in overwegende mate overeenkomstig hun huidige gebruik bestemd. Daarnaast komt een nieuwe ontwikkeling voor met betrekking tot de uitbreiding van de verhoogde plint aan de noordwestzijde van de bestaande flat. Een aantal regelingen is hieronder toegelicht. Bestemmingsregels Artikel 3 Tuin - 1 De bestemming Tuin - 1 is toegepast voor de bij een woning behorende gronden die als voortuin zullen worden gebruikt en waarop geen bebouwing is toegestaan, met uitzondering van vergunningvrije lage erfen terreinafscheidingen. Artikel 4 Wonen De gronden met de bestemming Wonen zijn bestemd voor de bewoning door personen. Aan-huis-verbonden beroepen, (kleinschalige) bedrijvigheid en bed & breakfast zijn toegestaan, zolang de woonfunctie in overwegende mate aanwezig blijft en er geen onevenredige hinder voor de omgeving optreedt. Binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak is het hoofdgebouw toegestaan. Voor de huidige flat is daarbij uitgegaan van de bestaande bouwhoogte, voor de uitbouw is uitgegaan van de beoogde bouwhoogte. Artikel 5 Waterstaat - Waterkering De in het plangebied aanwezige gronden die tevens zijn aangewezen voor waterstaatkundige doeleinden worden beschermd via de dubbelbestemming Waterstaat-Waterkering. Voor bouwwerken of

Garrelsflat 2021

51

bouwwerkzaamheden binnen de grenzen van het waterstaatswerk is een waterverguuning van het Hoogheemraadschap vereist. Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Het doel van deze bepaling is te voorkomen dat grond die al in aanmerking is genomen of betrokken is bij het verlenen van een vergunning niet nog een keer wordt betrokken bij een aanvraag om omgevingsvergunning. Hierdoor wordt voorkomen dat met gebruikmaking van privaatrechtelijke overeenkomsten, de publiekrechtelijke regels worden ondergraven. Artikel 7 Algemene bouwregels In dit artikel worden regels gegeven voor bouwwerken die op twee of meer bestemmingen van toepassing zijn. Ondergrondse bouw De regels die van toepassing zijn op bovengrondse bouw zijn ook van toepassing op ondergrondse bouw. Het onderhavige bestemmingsplan Garrelsflat 2021 verbindt daar de regel aan dat qua diepte ondergrondse bouw beperkt moet blijven tot ten hoogste één bouwlaag. Artikel 8 Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksbepaling is opgenomen wat onder verboden gebruik van de gronden wordt verstaan. Bij het bouwen of aanleggen van een nieuwe functie of voorziening moet in principe op eigen terrein gezorgd worden voor voldoende parkeerplaatsen. Hiervoor wordt verwezen naar de in mei 2016 vastgestelde Nota Parkeernormen gemeente Purmerend 2016.

Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Dit artikel geeft een regeling voor het geval dit voor een betere technische realisering van bouwwerken dan wel in verband met de werkelijke toestand van het terrein noodzakelijk is. Deze afwijkingsregel dient bij uitzondering te worden toegepast. De noodzaak om van de bestemmingsregeling af te wijken dient te worden aangetoond. Artikel 10 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan Garrelsflat 2021 op het moment dat dit in werking treedt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Daarnaast zijn overgangsregels opgenomen ten aanzien van het bouwen. Een bouwwerk dat afwijkt van de bouwregels van het bestemmingsplan op het moment dat dit in werking treedt, mag gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, of na een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De afwijking mag daarbij naar aard en omvang niet worden vergroot. Daarvan mag eenmalig worden afgeweken tot maximaal 10% van de inhoud van het bouwwerk. Het overgangsrecht is niet van toepassing op bouwwerken die reeds in strijd waren met het voorgaande geldende bestemmingsplan.

52

Garrelsflat 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9975413/1