CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

B -beeldkwaliteitsplan-Wheermolen-Oost

Gemeenteraad 26 januari 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Beeldkwaliteitsplan Wheermolen-Oost11.388 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Liften en trappenhuizen zijn onderdeel van de

•

architectuur en niet als los element vormgegeven •

Woningen op de begane grond hebben een eigen entree.

De centrale entree op maaiveld is vindbaar,

•

herkenbaar en minimaal zo hoog als de volledige plint.

Binnenterreinen hebben een gemeenschappelijke toegang voor appartementen op hoger gelegen verdiepingen.

Gezamenlijke entrees zijn een verbijzondering van het gevelbeeld en zijn transparant en herkenbaar.

Woningen op de begane grond hebben een eigen entree.

78

Beeldkwaliteitsplan Wheermolen Oost

PARKEREN (Half )verdiept parkeren Op aangewezen plekken is een gebouwde parkeervoorziening in de vorm van een (half ) verdiepte parkeerbak nodig om voldoende parkeerplekken te kunnen maken. Deze parkeerplekken kunnen worden toegewezen aan specifieke woningen. De parkeerbak mag gebouwd worden in halfverdiepte vorm, mits de bovenzijde van de bak ten hoogste 1 meter boven maaiveldniveau bedraagt (exclusief dakbedekking). Het hoogteverschil dat ontstaat kan worden ingezet voor het maken van terrassen. De impact op het gevelbeeld wordt tot het minimum beperkt. Wanneer er wordt gekozen voor natuurlijke ventilatie zijn de ventilatieopeningen onderdeel van het gevelbeeld en als zodanig ontworpen. De ingang naar de parkeergarage en de hellingbaan zijn inpandig. De ontsluiting naar de straat (hek of poort) is zorgvuldig ontworpen en past bij de architectuur van het gebouw. Er wordt bij ondergronds parkeren rekening gehouden met een groene inrichting door te voorzien in voldoende dakbedekking.

Het toevoegen van woningen leidt tot een groei in het aantal geparkeerde auto’s en fietsen. Werken aan een goede oplossing voor fiets- en autoparkeren is van belang om een prettige woonomgeving te kunnen realiseren. Er wordt gewerkt met verschillende parkeeroplossingen, afhankelijk van de ontwikkellocatie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen parkeren op maaiveld, (half )verdiept parkeren en een parkeergebouw. Op aangewezen plekken is een gebouwde parkeervoorziening noodzakelijk in de vorm van een (half )verdiepte parkeervoorziening of een parkeergebouw met meerdere verdiepingen. Parkeren op maaiveld Parkeren in de openbare ruimte mag zo min mogelijk ten koste gaan van de kwaliteit op straat. Waar nodig wordt ruimte gemaakt voor parkeren op straat. Straten zijn zo groen mogelijk ingericht met aandacht voor klimaatadaptiviteit en biodiversiteit.

•

Een parkeerbak mag half-verdiept zijn, mits de maximale hoogte tussen maaiveld en bovenkant parkeerbak 1m bedraagt (exclusief dakbedekking). Het hoogteverschil kan worden gebruikt voor terrassen van de woningen.

•

Eventuele natuurlijke ventilatie is mee ontworpen in

De ingang en hellingbaan van een (half )verdiepte parkeergarage zijn inpandig en zorgvuldig ontworpen.

het gevelbeeld.

79

Bebouwing

Parkeergebouw In de Boeierstraat en aan de Pampusstraat/ Vrouwenzandstraat komen mogelijk parkeergebouwen. Het parkeergebouw is een vrijstaand gebouw met parkeerplekken voor bewoners en voor de buurt. De begane grond van het parkeergebouw wordt ingevuld met publieke functies, bijvoorbeeld sport of recreatie. Het dak kan hiervoor ook worden ingezet. De entree van het parkeergebouw is helder vormgegeven en herkenbaar als entree. Voorzieningen van de parkeergarage zoals hellingbaan, slagbomen en kaartverkoop zijn inpandig. De voetgangersentree is herkenbaar vanaf de straat en goed vindbaar. De voetgangersentree en -uitgang zijn niet gekoppeld aan de auto-entree voor de veiligheid van de bezoekers.

Fietsparkeren Het fietsparkeren voor bewoners wordt opgelost in de bebouwing. Er is ruimte in individuele bergingen of een gezamenlijke fietsenstalling. Gezamenlijke fietsenstallingen hebben een eigen entree die goed bereikbaar is vanaf de straat (niet noodzakelijk de buitenzijde) en gedeeltelijk transparant is. Het fietsparkeren voor bezoekers wordt in de openbare ruimte opgelost.

•

•

De begane grond van het parkeergebouw is bestemd voor niet-woon functies en heeft een bruto

gevel transparant.

verdiepingshoogte van 4 meter. •

Fietsparkeren wordt inpandig opgelost en is aan de

•

Bij het parkeergebouw zijn de toegangspoort of

Voor bezoek dient men rekening te houden met fietsparkeren in de openbare ruimte.

hellingbaan inpandig en is een eventuele afsluiting meeontworpen. •

De voetgangersentree van het parkeergebouw is niet gekoppeld aan de entree voor auto’s en is vormgegeven als een verbijzondering van de gevel.

•

De gevel kan een eigen uitstraling hebben, los van de andere bebouwing, bijvoorbeeld door de toepassing van groen.

Bergingen en fietsparkeren zijn geclusterd in het gebouw en leveren geen dode gevels op.

80

Beeldkwaliteitsplan Wheermolen Oost

NEVENRUIMTEN Bergingen Bergingen zijn gekoppeld aan de woning of geclusterd in het gebouw. Bergingen leveren geen blinde gevels aan de straat op. Indien blinde gevels onvermijdelijk zijn dan zijn ze zorgvuldig ontworpen met en zo gepositioneerd dat het geen onveilig gevoel oplevert.

Technische ruimtes In principe wordt er in nieuwe bebouwing ruimte gereserveerd voor technische ruimten zoals trafovoorzieningen of schakelstations om deze inpandig op te kunnen lossen. Deze technische ruimten zijn van buitenaf bereikbaar. Bij voorkeur worden deze functies niet op de hoek geplaatst. Net als logistieke functies zijn deze mee ontworpen met het gebouw.

•

Bergingen zijn zo gepositioneerd dat ze geen blinde gevels opleveren.

•

Technische ruimten en trafo’s worden inpandig opgelost en niet op hoeken gepositioneerd.

Bergingen zijn geclusterd in het gebouw en leveren geen dode gevels op.

Er wordt ruimte gereserveerd om technische ruimtes inpandig op te lossen.

81

Bebouwing

BUITENRUIMTEN Iedere woning is in het bezit van een buitenruimte. Buitenruimtes zijn zoveel als mogelijk goed georiënteerd op de zon. Positionering van de balkons of leefgalerij hangt niet af van binnen- of buitenzijde, maar van de gunstigste oriëntatie op de zon en op uitzicht. De positie van de logistieke ruimte is hieraan ondergeschikt.

Gebouwen zijn alzijdig vormgegeven. De positie en de vormgeving van de buitenruimtes speelt daarin een belangrijke rol. Buitenruimtes zijn mee ontworpen en voelen als vanzelfsprekend onderdeel van het gebouw. Galerijen zijn hoogwaardig vormgegeven. Op de begane grond is ruimte voor terrassen binnen de footprint van het gebouw. Verschillende oplossingen maken op een logische manier deel uit van het geheel.

•

Iedere woning is in het bezit van een eigen buitenruimte

•

Balkons en galerijen zijn een vanzelfsprekend onderdeel van het gebouwvolume.

•

Balkons en galerijen wisselen elkaar af in het gevelbeeld voor een interessante en levendige gevel.

Balkons en galerijen kunnen worden afgewisseld in het gevelbeeld voor een interessant beeld.

Balkons en galerijen zijn een vanzelfsprekend onderdeel van het gebouwvolume.

82

Beeldkwaliteitsplan Wheermolen Oost

Terrassen Op de begane grond zijn terrassen of marge zones voorzien die of bij de woning horen. De buitenruimte is direct vanuit de woning toegankelijk. De erfafscheiding tussen terras en straat of binnentuin is maximaal 1 meter hoog en vormgegeven als onderdeel van de gevel, vormgegevens als onderdeel van de groene inrichting van de hoven of groen. In het geval van een marge zone is er geen sprake van een erfafscheiding met de straat.

•

Woningen op de begane grond hebben een eigen buitenruimte in de vorm van een terras of margezone.

•

Er is aan de buitenzijde / aan de straat geen erfafscheiding, wel is een scheiding aan de zijkanten tussen de woningen mogelijk. Deze zijn maximaal 1 meter hoog, en worden mee-ontworpen met de woning.

•

Woningen die grenzen aan een gezamenlijke binnentuin kunnen een terrasruimte hebben van maximaal 4 meter diep. Erfafscheidingen zijn maximaal 1 meter hoog en groen ingericht.

•

Als een parkeerbak halfverdiept wordt aangelegd kan de hoogte die ontstaat worden gebruikt om de terrassen op te maken. De terrassen zijn maximaal 2 meter diep en zijn zo ontworpen dat ze een zichtrelatie met de straat behouden.

•

•

Een terras op de begane grond is mee

ontworpen met de bebouwing of met de groene inrichting van de hoven. Erfafscheidingen zijn maximaal 1 meter hoog en bij voorkeur groen.

Het hoogteverschil bij een (half ) verdiepte garage kan worden ingezet voor terrassen.

Afscheidingen zijn maximaal 1 meter hoog en zijn mee ontworpen met de gevel en zo mogelijk groen

83

Privé-buitenruimtes die grenzen aan de binnentuin zijn maximaal 4 meter diep.

Bebouwing

Balkons Balkons zijn mee ontworpen en voelen als vanzelfsprekend onderdeel van het gebouwvolume. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de binnenzijde en buitenzijde van het ensemble. Aan de buitenzijde is de uitkraging beperkt, eventueel in combinatie met een loggia. Verspringingen in de gevel zoals loggia’s verlevendigen het gevelbeeld. Aan de binnenzijde kan een balkon verder uitkragen. Waar de situatie zich niet leent voor een balkon (bijvoorbeeld door de positionering

langs het spoor, ivm geluidsoverlast) worden buitenruimtes gekoppeld aan de galerijen in de vorm van een leefgalerij. Balkons zijn massief met eenzelfde materiaal als de gevel of ze zijn transparant met staal of transparant glas in combinatie met een massieve borstwering van minimaal 70cm aan alle zijden.

•

Balkons worden meeontworpen en zijn onderdeel van het volume of ondergeschikt aan het hoofdvolume.

•

Balkons aan de buitenzijde hebben een beperkte uitkraging boven een hoogte van min. 3.50 m.

•

Transparante balkons hebben een massieve borstwering in gevelmateriaal tot 70 cm hoogte.

•

Zichtbare delen, zoals onderkanten van balkons, worden meeontworpen met de gevel.

Buitenruimtes zijn mee ontworpen en zijn een vanzelfsprekend onderdeel van het gebouwvolume.

Aan de buitenzijde zijn uitkragende balkons toegestaan van maximaal 1 m, evt in combinatie met een loggia.

84

Aan de binnenzijde zijn geen restricties voor uitkragende balkons.

Beeldkwaliteitsplan Wheermolen Oost

Galerijen Galerijen zijn hoogwaardig vormgegeven. Aan de buitenzijde zijn galerijen inpandig en vormgegeven als onderdeel van het gevelvlak. Aan de binnenzijde kan sprake zijn van uitkragende galerijen. Waar passend zijn galerijen breed genoeg om te gebruiken als terrasruimte voor de bewoners. Op die manier ontstaat er bij de galerijflats een tweezijdige oriëntatie, die door de bewoners toegeëigend kan worden en waar ontmoetingen plaats kunnen vinden.

•

Galerijen aan de buitenzijde zijn inpandig en vormgegeven als onderdeel van het gevelvlak.

•

Galerijen zijn extra breed en voelen aan als buitenruimte.

•

Zichtbare delen, zoals onderkanten van galerijen, worden meeontworpen.

Waar mogelijk vormen galerijen ook terrasruimte voor bewoners.

Galerijen zijn vormgegeven als onderdeel van het gevelvlak.

85

Bebouwing

86

Beeldkwaliteitsplan Wheermolen Oost

MATERIALISATIE & DETAILLERING

87

Bebouwing

ARCHITECTUURTAAL De architectuur van de jaren zestig en zeventig waarin Wheermolen-Oost is opgetrokken is introvert, bescheiden en eerlijk. De wijk typeert zich door baksteenarchitectuur met een eenvoudige detaillering en een sterke horizontale geleding. Herhaling en heldere taal zorgen voor een grote samenhang binnen de wijk. De architectuurtaal van de nieuwe bebouwing refereert hieraan. Er wordt gezocht naar balans tussen bestaande en nieuwe bebouwing. De nieuwe ontwikkelingen zijn gebouwen van hoge kwaliteit met hoogwaardige materialisering. Afwisseling in het gevelbeeld komt door afwisseling in details, zoals vormgeving van balkons. Verschil in materiaalgebruik is beperkt.

Nieuwe ontwikkelingen zijn van hoge kwaliteit met hoogwaardige materialisering.

88

Beeldkwaliteitsplan Wheermolen Oost

MATERIAAL- EN KLEURGEBRUIK De voorkeur gaat uit naar baksteenarchitectuur in warme, lichte kleuren. Andere natuurlijke materialen zoals groene gevels en hout zijn mogelijk mits ze goed aansluiten op de context en passen binnen de architectuurtaal. Kleurgebruik is ingetogen. Er wordt geen gebruik gemaakt van sterk gemêleerde baksteen met grote contrasten. Materialen verouderen mooi. Bij de keuze voor materiaalsoort wordt duurzaamheid en onderhoud meegewogen.

•

Voorkeur voor baksteen, andere natuurlijke materialen zijn mogelijk mits ze niet detoneren in de context.

•

Kleurgebruik is licht en ingetogen, geen gemêleerde baksteen met grote contrasten.

•

Duurzaamheid en onderhoud worden meegewogen is de materiaalkeuze.

Kleurgebruik is ingetogen met warme en lichte kleuren. Voorkeur gaat uit naar baksteenarchitectuur.

89

Afwijkend materiaalgebruik is in beperkte mate denkbaar, bijvoorbeeld bij toepassing van groene gevels.

Bebouwing

VARIATIE BINNEN EEN ENSEMBLE Binnen een ensemble is de architectuurtaal gelijk, maar zijn kleur en materiaal variaties tussen de gebouwen denkbaar. Verschillen zijn niet te groot en materiaal- en kleurgebruik past bij elkaar en binnen de architectuurtaal. Eenheid binnen het ensemble is het uitgangspunt. Bij voorkeur is er tussen de gebouwen sprake van één kleur- of materiaal familie (ton sur ton). Per gebouwdeel is de materiaalkeuze en kleurgebruik bij voorkeur hetzelfde maar kunnen er nuanceverschillen zitten in kleur en detaillering, bijvoorbeeld wanneer de functies op de begane grond afwijken van de functies erboven. In beperkte mate is afwijkend materiaalgebruik toegestaan, bijvoorbeeld bij het toepassen van een groene gevel.

Binnen een ensemble kunnen verschillende gebouwen een ander materiaal- of kleurgebruik hebben

•

Binnen een ensemble kunnen verschillende gebouwen een ander materiaal- of kleurgebruik hebben mits dit past binnen de architectuurtaal en contrasten niet te groot zijn.

•

Materiaalgebruik binnen een gebouw is bij voorkeur gelijk.

•

Verschillende gebouwdelen kunnen verschillen in detaillering, passend bij de typologie.

•

Binnen het gebouwdeel zijn nuanceverschillen toegestaan in kleurgebruik en detaillering.

Materiaalgebruik binnen een gebouw is bij voorkeur gelijk

90

Verschillende gebouwdelen kunnen verschillen in detaillering en kleurnuance, passend bij de typologie

Beeldkwaliteitsplan Wheermolen Oost

DETAILLERING Nieuwe bebouwing is vriendelijk met aandacht voor details. Er is sprake van zorgvuldige detaillering: hoogwaardige kozijnen, dakranden, balustrades. Kleine detailverschillen zijn belangrijk voor de maat en schaal van de bebouwing, en voor de menselijke maat. Er wordt dieptewerking nagestreefd in de gevel met horizontale en verticale verspringingen, het gebruik van loggia’s en de toepassing van inpandige galerijen. Uitstekende delen zoals balkons worden mee-ontworpen met de gevel en zijn onderdeel van het gebouw. Zijgevels worden meegenomen in het ontwerp en worden vormgegeven als zichtgevel. Er is geen sprake van een blinde gevel, maar er zijn ramenvlakken, buitenruimtes of mooie detaillering. Dit kan ook een groene gevel zijn. Hemelwaterafvoeren zijn bij voorkeur geïntegreerd in de gevel. Technische ruimtes op het dak zijn zorgvuldig ontworpen en zijn een vanzelfsprekend onderdeel van het gebouw.

•

Er is sprake van zorgvuldige detaillering.

•

Er wordt dieptewerking in de gevel nagestreefd.

•

Luifels, rolluiken en verlichting zijn mee ontworpen als onderdeel van de architectuur.

•

Zijgevels worden meegenomen in het ontwerp met buitenruimtes, detaillering of raamvlakken.

•

Hemelwaterafvoer is bij voorkeur geïntegreerd in de gevel.

•

Ontsluitingskernen die zichtbaar zijn in de gevel zijn zorgvuldig ontworpen.

Er wordt dieptewerking in de gevel nagestreefd.

91

Hoeken zijn zorgvuldig ontworpen. Blinde zijgevels worden voorkomen.

Bebouwing

DAKEN Daken van appartementen zijn in principe plat om ze functioneel te kunnen inzetten voor plaatsing van zonnepanelen en/of groen dak en aan te sluiten bij de architectuurtaal van de wijk. Daarnaast kunnen daken op die manier een bijdrage leveren aan wateropvang en waterberging. Daarbij is het mogelijk om het dak in te zetten als ontmoetingsruimte voor de bewoners, zoals een dakterras of een gedeelde moestuin. Schuine daken zijn in beperkte mate mogelijk mits het past binnen de architectuurtaal van het ensemble, het ensemble nog steeds leesbaar is als eenheid en het aansluit bij de omgeving. Eventuele dakopbouwen zoals technische ruimtes zijn zorgvuldig meeontworpen met het dakoppervlak.

•

Grondgebonden woningen kunnen een schuin dak hebben. Eventuele zonnepanelen zijn meegenomen in het ontwerp en een vanzelfsprekend onderdeel van het dakoppervlak. Ook hier zijn technische ruimtes meeontworpen met het dakoppervlak.

•

Daken van appartementen zijn in principe plat en worden functioneel ingezet voor zonnepanelen of groen.

•

Daken in het zicht worden mee ontworpen.

•

Zonnepanelen zijn vanaf de straat niet zichtbaar en worden achter een dakrand geplaatst die is mee ontworpen met de gevel.

•

Technische ruimten op het dak worden mee ontworpen en zijn een vanzelfsprekend onderdeel van het gebouwvolume.

•

Bij een eventueel dakterras is de borstwering meeontworpen met de gevel, of staat de afscheiding een stukje terug van de gevellijn zodat deze niet te zien is vanaf de begane grond. Een gebouw heeft een continue dakrand op één hoogte, wat refereert aan het modernistische karakter van de wijk.

Daken zijn bij voorkeur plat. Gebouwen hebben één continue dakrand op een hoogte.

92

Bij een dakterras is de borstwering meeontworpen met de gevel.

Beeldkwaliteitsplan Wheermolen Oost

NATUURINCLUSIEF BOUWEN Er wordt aandacht besteed aan natuurinclusief bouwen door de inzet van groene daken en eventueel groene gevels. Nestkasten worden geïntegreerd in de gevel. In de buitenruimte wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van inheems groen. Er wordt gewerkt met een gelaagdheid in beplanting, om aantrekkelijk te zijn voor zoveel mogelijk beestjes en insecten. Er wordt gewerkt met ruigte en een afwisseling in grassen, kruidgewassen en heesters. Waar mogelijk worden grote bomen toegevoegd.

Daken zijn groen wanneer ze niet functioneel worden gebruikt.

•

Nestkasten worden geïntegreerd in de gevel.

•

Daken zijn groen wanneer ze niet functioneel worden gebruikt.

•

Groene gevels dragen bij aan de biodiversiteit in de wijk.

•

Waar mogelijk vleermuisvriendelijke verlichting.

•

Waar mogelijk wordt een open of half-open verharding toegepast, zoals bijvoorbeeld grastegels.

•

Zoveel mogelijk gebruik maken van inheems groen.

•

Aanbrengen van gelaagdheid in beplanting.

Groene gevels dragen bij aan de biodiversiteit in de wijk.

93

Nestkasten worden geintegreerd in de gevel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12234993/1